De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Wat Zou Het Gezin Moeten Zijn?

 (Zie ook: “DE KERK EN HET GEZIN” {8SC1-12: 15-17})

Vraag Nr. 105:

Wilt u alstublieft een uitleg geven van Efeziërs 5:22-24? {ABN4: 69.4}

Antwoord:

“Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles.” Ef. 5:22-24. {ABN4: 69.5}

Het is duidelijk, dat dit goddelijk bevel de vrouw opdraagt haar man te respecteren zoals zij de Heer zou respecteren, daar de man de tijdelijke verlosser is van het gezin, zoals de eeuwige Verlosser is van de kerk. “(…) Evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord.” Ef. 5:25, 26. Wanneer zij dit goddelijk bevel in de wind slaat, beledigt zij God. {ABN4: 70.1}

“Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad.” Ef. 5:25. {ABN4: 70.2}

Dus is de verantwoordelijkheid van de man naar zijn vrouw even bindend en heilig. Hij behoort haar te beschouwen zoals Christus Zijn kerk beschouwt. Wanneer hij dat minder dat dit doet, overtreedt hij de wet van de Heer. {ABN4: 70.3}

Terwijl de kerk dus de plicht heeft haar Heer te respecteren en te gehoorzamen, moet de vrouw haar man respecteren en gehoorzamen; en de man is verplicht zijn vrouw lief te hebben en voor haar te zorgen zoals de Heer Zijn kerk liefheeft en voor haar zorgt. Hieruit volgt dat het huis van de Heer wordt vergeleken met het huis van de man. Dus, op dezelfde wijze zoals de Heer de zaken van Zijn huis, de kerk, beheert, zo zal de man de zaken van zijn huis, het gezin, beheren. En daar de voorspoed van de kerk zelf afhankelijk is van haar samenwerking met de wil van de Heer, zo is op gelijke wijze de voorspoed van het gezin afhankelijk van haar samenwerking met de wil van de vader. Daarom is het feit dubbel zo duidelijk, dat net zoals Christus de leiding heeft over de kerk, zo heeft de vader de leiding over het gezin. En net zoals de bekeerde kerk zich verheugt in het behagen van haar Hoofd, Christus, zo verheugt de bekeerde vrouw zich op gelijke wijze in het behagen van haar hoofd, haar man. In deze gelukkige staat realiseren zowel de man als de vrouw zich dat zij per slot van rekening elkanders wederhelft {tweede ik} zijn. {ABN4: 70.4}

“Ik wil echter, dat gij dit weet,” verklaart Paulus: “het hoofd van iedere man is Christus, het hoofd der vrouw is de man, en het hoofd van Christus is God. Iedere man, die bidt of profeteert met gedekt hoofd, doet zijn hoofd schande aan. Maar iedere vrouw, die blootshoofds bidt of profeteert, doet haar hoofd schande aan, want zij staat gelijk met ene, die kaalgeschoren is.” “En toch, in de Here is evenmin de vrouw zonder man iets, als de man zonder vrouw. Want gelijk de vrouw uit de man is, zo is ook de man door de vrouw; alles is echter uit God.” 1 Kor. 11:3-5, 11, 12. {ABN4: 71.1}

Deze prachtige thuisrelatie wordt vaak ondermijnd en afgebroken door financiële wanbeheer of door verkeerde opvoeding, of door beiden, omdat het goddelijke voorbeeld niet wordt nagevolgd. De Heer ondersteunt Zijn vrouw, de kerk, maar zijzelf gaat om met het betaalmiddel, het geld, om de dingen te betalen die zij koopt; dienovereenkomstig is het dus zo, dat hoewel de man het gezin ondersteunt, moet de vrouw omgaan met het geld voor de dingen die nodig zijn om het huishouden draaiende te houden. En als de man slechts een levensonderhoudende inkomen ontvangt, dan zou hij des te meer in het bijzonder zijn salaris {looncheque} aan zijn vrouw moeten geven, zodat zij een begroting kan maken om de noodzakelijke gezinskosten te dekken tot aan de volgende betaaldag. Wanneer de vrouw over het geld gaat, zullen er grote voordelen toenemen, want zij alleen is het die ervan gebruik maakt, en daarom weet zij alleen welke dingen nodig zijn in het huis. Doordat zij aldus op de hoogte is van haar dagelijkse financiële beperkingen, zal zij precies weten wat zij wel en wat zij niet kan kopen om het huishouden draaiende te houden. {ABN4: 71.2}

Het is dan vanzelfsprekend, dat zij naarstig erop zal toezien dat er als eerst alleen voor de meest noodzakelijke behoeften van het gezin wordt gezorgd, en daardoor voorkomt zij dat er iets teveel wordt gekocht van haar kant, of dat er van iets anders te weinig wordt gekocht door haar man, of andersom—deze laatstgenoemde situatie zal onvermijdelijk het gevolg zijn als hij de financiën beheert en aan haar uitkeert om te kopen. Als ermee wordt omgegaan zoals het hoort, zullen de financiën niet opraken, en het gezin zal geen gebrek, geen conflicten, en geen scheidingen lijden. Natuurlijk zouden man en vrouw altijd met elkaar moeten overleggen om een volledige wederzijdse goedkeuring te verzekeren bij alles wat zij doen. {ABN4: 72.1}

Als de inkomsten van het gezin echter meer is dan alleen een levensonderhoud, dan kunnen hij en de vrouw samen een bredere begroting opmaken van hun inkomsten, waarbij zij eerst zorgen voor de noodzakelijke actuele uitgaven, en daarna het overige beleggen of investeren. {ABN4: 73.1}

Door aldus te beseffen dat de man niet slechts de geldzak, maar de koning van het gezin, de “huisband” {Engels: “house-band,” afgeleid van “husband”} is, en dat de vrouw niet een knecht is, die slechts dient om de maaltijden te koken, het vaat en de kleren te wassen, de vloer schoon te maken, en voor de kinderen te zorgen en ze op te voeden, maar dat zij de koningin van het gezin is, de levenspartner,–door dit alles te beseffen zal  men een juiste waardering hebben voor de heilzaamheid van het door God geïnspireerde huwelijk. {ABN4: 73.2}

“Een degelijke huisvrouw, wie zal haar vinden? haar waarde gaat koralen ver te boven. Op haar vertrouwt het hart van haar man, het zal hem aan voordeel niet ontbreken. Zij doet hem goed en geen kwaad, al de dagen van haar leven. Zij is bezig met wol en vlas en werkt met vaardige handen. Zij is als de schepen van de koopman en haalt van verre haar spijs. Zij staat op, als het nog nacht is, zij geeft haar huis het voedsel, haar dienstmaagden haar deel. Zint zij op een akker, dan verwerft zij die, van de verdienste van haar handen plant zij een wijngaard. Zij omgordt haar lendenen met kracht en versterkt haar armen. Zij bemerkt, dat haar koophandel gedijt, des nachts gaat haar lamp niet uit. Zij grijpt met haar handen het spinrokken en haar handen houden de weefspoel. Haar hand breidt zij uit naar de ellendige, haar handen strekt zij uit naar de nooddruftige. Zij vreest de sneeuw niet voor haar gezin, want haar ganse gezin is in scharlaken gekleed. Zij maakt voor zich tapijten; van fijn linnen en rood purper is haar gewaad. Haar man is bekend in de poorten, als hij neerzit te midden van de oudsten des lands. Zij vervaardigt linnen kleding en verkoopt die; aan de koopman levert zij gordels. Kracht en luister is haar gewaad, de komende dag lacht zij toe. Met wijsheid opent zij haar mond, vriendelijke onderwijzing ligt op haar tong. Zij houdt toezicht op de gang van haar huishouding, het brood der traagheid eet zij niet. Haar zonen staan op en prijzen haar gelukkig, ook haar man roemt haar: Vele dochters gedragen zich wakker, maar gij overtreft haar alle! Bedrieglijk is de bevalligheid en ijdel de schoonheid, maar een vrouw die de HERE vreest, die is te prijzen.” Spr. 31:10-30. {ABN4: 73.3}

Terwijl dus de koninklijke vrouw toeziet op de interne zaken van het gezin, ziet de koninklijke man toe op de externe zaken van het gezin. {ABN4: 74.1}

Voorts is het zo, dat zoals de Heer Zelf het Hoofd is van Zijn kerk als een school, en Zijn “vrouw” (de kerk, maar in het bijzonder de leiding—zij die bekeerlingen, kinderen, in het geloof voortbrengen), de lerares is van hun kinderen (de leden), zo is ook de man het hoofd van zijn gezin als een school, en zijn vrouw de lerares van hun kinderen.  {ABN4: 74.2}

”Het verkrijgen van een juist begrip van de huwelijksrelatie,” zegt de Geest der Profetie, “is een levenslang werk. Zij die trouwen gaan een school binnen van welke zij nooit zullen afstuderen in dit leven. {ABN4: 75.1}

“In uw levensvereniging moeten uw genegenheden bijdragen aan elkanders geluk (…) Maar terwijl u zich samen zult voegen tot één, moet bij geen van u zijn of haar persoonlijkheid in die van de ander opgaan. God is de eigenaar (…) Aan Hem moet u vragen: (…) Hoe kan ik het beste het doel van mijn schepping vervullen? (…) Uw liefde voor datgene wat menselijk is moet op de tweede plaats staan ten opzichte van uw liefde voor God (…) Gaat de grootste uitstroming van uw liefde naar Hem uit, die voor u gestorven is? Als dat zo is, dan zal uw liefde voor elkaar volgens het voorschrift van de Hemel zijn.  {ABN4: 75.2}

Noch de man noch de vrouw moet aanspraak maken op bestuur (..) Beiden zullen de geest van vriendelijkheid beoefenen, door vastbesloten te zijn om nooit de ander te bedroeven of te kwetsen (…) Probeer elkaar niet ertoe te dwingen om te doen zoals u wilt. U kunt dit niet doen, en elkanders liefde blijven behouden. Uitingen van eigenwijsheid vernietigen de vrede en het geluk van het gezin. Laat uw huwelijksleven niet één zijn van strijd. Als u dat doet, dan zult u beiden ongelukkig zijn. Wees vriendelijk in uw spreken en teder in uw handelen, door uw eigen wensen op te geven. Let goed op uw woorden; want zij hebben een machtige invloed ten goede of ten kwade. Sta niet toe dat er felheid {scherpheid} in uw stem te horen is. Breng de geur van Christelijkheid binnen in uw verenigde leven. {ABN4: 75.3}

“Voordat een man tot een vereniging ingaat die zo nauw verbonden is als de huwelijksrelatie, zou hij moeten leren hoe hij zichzelf kan beheersen en hoe hij met anderen moet omgaan. {ABN4: 76.1}

“Mijn broeder, wees vriendelijk, geduldig, verdraagzaam. Gedenk dat uw vrouw u heeft aangenomen als haar man, niet zodat u over haar kunt heersen, maar zodat u haar helper kunt zijn {ABN4: 76.2}

“Eén overwinning is absoluut van essentieel belang voor u beiden om te verkrijgen, — de overwinning over de hardnekkige {koppige} wil. In deze strijd kunt u alleen maar overwinnen door de hulp van Christus. U kunt wel krachtig en langdurig worstelen om het eigen ik te onderwerpen, maar u zult falen tenzij u kracht ontvangt van boven. Door de genade van Christus kunt u de overwinning verkrijgen over het eigen ik en zelfzuchtigheid. Naar gelang u Zijn leven leidt, door zelfopoffering te tonen bij iedere stap, door voortdurend een sterkere genegenheid te openbaren voor hen die hulpbehoevend zijn, zult u overwinning op overwinning behalen. Dag aan dag zult u beter leren hoe het eigen ik te overwinnen en hoe uw zwakke karakterpunten te versterken. De Here Jezus zal uw licht, uw sterkte, uw kroon van verheuging zijn doordat u uw wil hebt overgegeven aan Zijn wil (…) Door Zijn hulp kunt u de wortel van zelfzuchtigheid volkomen uitroeien. {ABN4: 76.3}

“Verdraagzaamheid en onzelfzuchtigheid kenmerken de woorden en handelingen van hen die wedergeboren zijn, om het nieuwe leven in Christus te leven.” – Testimonies, Vol. 7{Getuigenissen, Deel 7}, pp. 45-50. {ABN4: 76.4}

“De grote hervormende beweging moet beginnen door aan vaders en moeders en kinderen de beginselen van de wet van God voor te dragen (…)Toon aan dat gehoorzaamheid aan Gods woord onze enige veiligheid is tegen het kwaad de wereld aan het meeslepen is naar de ondergang (…) Door hun [de ouders’] voorbeeld en onderwijzing, zal de eeuwige bestemming van hun huishoudens in de meeste gevallen worden bepaald {ABN4: 77.1}

Als ouders ertoe geleid konden worden om de gevolgen van hun handelingen na te speuren, (…) zouden velen de betovering van traditie en gewoonte willen verbreken (…) Benadruk bij het geweten van ouders de overtuiging van hun ernstige plichten, die zo lang zijn verwaarloosd. Dit zal de geest van Farizeïsme en weerstand tegen de waarheid verbreken als niets anders dat kan. Godsdienst in het gezin is onze grote hoop, en maakt het vooruitzicht helder voor de bekering van het gehele gezin tot de waarheid van God. — Testimonies, Vol. 6 {Getuigenissen, Deel 6}, p. 119. {ABN4: 77.2}

Alleen in zulk een Christelijk gezin wordt Christus’ Koninkrijk geïllustreerd. En door zo het Koninkrijk hier te weerspiegelen, zullen al zulke gezinnen, wanneer ze gemeenschappelijk zijn samengevoegd, het koninkrijk dat hierna komt samenstellen. Hoe belangrijk is het dan de moeder en de vader ten volle samenwerken door het gezin in alle opzichten te leiden naar de wijze van Christus ten einde het bestaan ervan te verzekeren, zowel nu als in de eeuwigheid! {ABN4: 77.3}

Het falen van één van beiden om deze beginselen ten uitvoer te brengen, zal het gezin schipbreuk doen lijden en het gezin verstrooid doen raken, niet alleen in deze tegenwoordige tijd, maar ook voor de eeuwigheid; terwijl het zorgvuldig beoefenen van hen de voorspoed en het geluk van het gezin zal veiligstellen in deze wereld, en zal haar eeuwige voortzetting verzekeren in de toekomende wereld. {ABN4: 78.1}