De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Wat Zal Een Verstandig Mens Doen?

Vraag Nr. 136:

Wat zal iemand doen, nu daar het geld nog nooit als tevoren zo gemakkelijk te verdienen is, maar de prijzen torenhoog zijn? Zal hij alles uitgeven dat hij verdient, of moet hij zich onthouden van zulk een buitensporigheid en alles sparen wat hij kan? En waar zal hij zijn inkomen storten? {ABN5: 59.2}

Antwoord:

Uit ervaringen uit het verleden hebben de wijzen de onverbiddelijkheid geleerd van de levenswet der inflatie en crisis. Zij weten dat het abnormale hoeveelheid geld dat in circulatie is de vraag naar goederen boven wat de markt kan verschaffen doet aanzwellen, waardoor het de prijzen tornhoog doet opstijgen. Zij herkennen hierin een waarschuwende teken van een ophanden zijnde financiële ramp. {ABN5: 59.3}

De verstandigen weten ook dat de wilde orgie van het uitgeven van alles wat zij verdienen, vroeg of laat moet eindigen in een omwenteling van ontberingen, smarten en spijt—het vernietigen van vele gezinnen. Dus ondernemen de wijzen van tevoren stappen om zich veilig te stellen

60

tegen de onvermijdelijke dag van economische uitval. In de tijd van prijsinflatie zullen zij streng de waanzin verloochenen van het nog weelderiger maken van hun huidige levensstandaard. En in deze tijd van versnelde geldcirculatie zullen zij bijleggen, sparen, in plaats van te spenderen. Zij zullen niet vervallen in die zorgeloze houding die alleen de laagste soorten van het dierenleven betaamt—van “feesten vandaag en hongersnood morgen”; noch zullen zij zich voegen bij hen die zeggen: “laat ons eten, drinken en ons verblijden [ons geld uitgeven zo gauw als wij het verdienen] want morgen sterven wij.” {ABN5: 59.4}

Een ieder die nu in de plezierboot instapt op haar vrolijke tocht tot de stroom van de minste weerstand, zal zeker gezogen worden in een onlosmakelijke maalstroom van financiële wanbeleid. Te laat zal hij ondervinden een slachtoffer te zijn van zijn beruchte zorgeloosheid—grove aanmatiging. De verstandelijke gelijkenis van zulk een persoon kan alleen worden vergeleken met dat van een gevoelloze bloedzuiger—dat stomme kleine waterschepsel dat zich lusteloos verhongert wanneer er niets geriefelijks is om zich daaraan te vestigen, en zichzelf dan doodt door teveel te eten wanneer er eindelijk iets zijn kant opkomt. Deze vorm van verkwisting is van het ergste soort want voor zo iemand is er geen “vader’s huis”om daarnaar terug te keren. {ABN5: 60.1}

Als de ervaringsgerichte maatstaf dat de geschiedenis zichzelf herhaalt moet worden erkend, dan moet er uit deze oorlog een overgangsperiode komen met haar onvermijdelijke depressie {crisis}. Een dollar wordt nu makkelijk verdiend; en een dollar die nu wordt gespaard kan twee of drie dollars waard zijn na de oorlog, wanneer geld nog schaarser kan worden gevonden dan het ooit is geweest. Dus is het nu de tijd om zo weinig mogelijk te spenderen en zo veel mogelijk ter zijde te leggen. Nu is de tijd van overvloed waarin er een oogst moet worden geoogst en het op te slaan voor de tijd van nood die voor ons ligt—om het niet te verbruiken aan “alles waarnaar de ziel begeert.” {ABN5: 60.2}

Naast welke noodzakelijke uitgaven en toenemende inhoudingen dan ook die men kan hebben—Inkomstenbelasting, Victory Belasting, Oorlogsobligaties, sociale verzekering, tienden en offers–zal iedere wijze loonverdiener een zeker bedrag terzijde leggen aan spaargeld, ongeacht hoe klein, en vasthoudend vaststellen dat niets hem ervan zal afleiden van dit plan, en dat niets deze fonds zal doen afnemen. Dit zal men echter zeer moeilijk ondervinden te doen, als gevolg van verleidingen tot spenderen, en van bedreven zakenlieden die hun levenlang hebben gestudeerd hoe zij het spaargeld van hun medemens kunnen uitbuiten. De Associatie heeft daarom een speciale Nalatenschapscertificaten bereid, die de houder ervan zal verzekeren van een nestei voor een “regenachtige dag,” of hem veilig te stellen tegen een financiële ongeluk in de dagen van oude leeftijd. {ABN5: 61.1}

De bezige bij bevoorraadt en spaart haar honing op gedurende de zomermaanden. Wanneer dan de winter komt, heeft niet alleen genoeg honing om haar door de moeilijke tijd heen te leiden, maar zij heeft zelfs ook wat over voor opzichter.  Tegenwoordige waarheid gelovigen zouden niet minder wijs moeten zijn dan een kleine onbeduidende bij! Laat het Nalatenschapscertificaat

61

een herinnering voor u zijn dat daar waar de motten niet kunnen binnengaan en waar de dieven niet  kunnen inbreken, de veiligste plaats is om uw schat te storten. En een klein beetje van zulk een vooruitziendheid nu zal het onmetelijk makkelijker maken bij het Vadershuis wanneer de inspannende tijden komen, want dan kunt u putten uit uw eigen reservefonds op uw certificaat. Het kan onmogelijk zijn voor de Associatie om al de ongelukkigen dán te dienen; en zij die geen voorziening treffen in deze korte tijd van ogenschijnlijke voorspoed, kunnen zich dán verlegen voelen. Vanzelfsprekend kunnen niemand anders dan zij die in het bezit zijn van een Lidmaatschaspscertificaat incvesteren in het Nalatenschapscertificaat—deelhebben aan deze door God gewijde spaarsysteem en ingewijde sociale zekerheid. {ABN5: 61.2}