De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Wat Is Gezondheidshervoming?—Deel 1

“Gezondheidshervorming” betekent in  goede verhouding staan met God en de mens, met uzelf en met al uw gewoonten. De meeste mensen zijn voorzichtiger met overwerken dan dat zij dat zijn met zichzelf doden door onmatig eten, en hoewel zij zich voorgeven dit te doen ten behoeve van hun gezondheid, zal deze klasse mensen bij observatie blijken roekeloos om te gaan met hun lichaam door zondige vermaken en hun gezondheid op te offeren door een verdorven eetlust. Ja, zij riskeren hun gezondheid voor een beetje zondig vemaak van haast ieder soort, en wanneer zij worden berispt, dan zijn zij grotelijks verstoord en zouden liever, ten koste van wat dan ook, willen voortgaan met een ongezonde gewoonte, aangemoedigd door het toegeven aan enig zondig vermaak, dan dat zij het zichzelf ontzeggen door hun kwade handelwijze te verbeteren. Dus is hun vrees voor overwerken een vrees voor het werk dat hun verdorven verlangen doorsnijdt, “de genade onzes Gods veranderend in ontuchtigheid.” (Judas 4.) Zij zijn bevreesd  voor het overwerken maar zijn niet bevreesd voor teveel niets doen, wat uiteindelijk resulteert tot het verliezen van hun fysieke vermogens—zij worden haast zo zwak als een strohalm, zo stijf als een komkommer, en zo onvast als een pannekoek. {2SC2: 9.5}

Er is niets in Gods schepping dat stilstaat—alles is te allen tijde iets aan het doen—en wat dan ook stopt met bewegen, neemt Hij weg. Als het hart stopt met kloppen, neemt Hij het leven weg, en het stof van het lichaam keert weer terug tot klei. Als een boom stopt met groeien, dan sterft het. Water dat stilstaat wordt traag. God’s “handwerk “ beweegt niet alleen onophoudelijk op zijn eigen baan, maar het gaat nooit achteruit noch vooruit—het bewaart voor altijd de volmaakte tijd. Als een vliegtuig stopt met vliegen dan valt het naar beneden. Wanneer een auto stopt met rijden dan wordt het waardeloos voor de eigenaar. Alles wat tekortschiet aan de geregelde maatstaf ervan door zijn maker wordt niet alleen waardeloos, maar wordt ook een overlast. {2SC2:10.1}

Er zijn duizenden die hun gezondheid en geluk opofferen door gebrek aan beweging. Sommigen verontschuldigen zich om te werken om de schoonheid van hun handen te behouden, zich niet realiserend dat zij het gehele lichaam vernietigen door niets te doen! Anderen trachten hun schoonheid te behouden door de stralen van de zon te vermijden, terwijl niemand erzonder de volledige lengte van zijn tijd kan leven en lang gelukkig kan blijven zolang hij leeft. {2SC2:10.2}

De bij die gedurende de gehele zomer getrouw arbeidt, heeft voldoende te eten wanneer de winter aanbreekt en heeft nog wat over voor een hongerig mens die geen honing voor zichzelf kan maken, terwijl de sprinkhaan door de gehele zomer lang zijn tijd te verspillen honger lijdt tijdens de winter in de kou. De plant die in de schaduw opgroeit is zwak en bleek en als het te laat wordt blootgesteld aan de zon zal het, in plaats van haar nartuurlijke schoonheid ontvangen, verdorren. Zij die verkeerd leven beginnen, wanneer zij hun gewoonten beginnen te veranderen, hetzelfde effect te voelen, maar in plaats van voort te gaan op de goede weg, verontschuldigen zij zich van hervormen en gaan terug naar het bewandelen van dezelfde oude kromme weg. {2SC2:10.3}

“Armoede en schande treffen hem die de tucht in de wind slaat, maar wie de terechtwijzing in acht neemt, wordt geëerd.” (Spreuken 13:18.) “Kracht en eer is haar gewaad, de komende dag lacht zij toe. Met wijsheid opent zij haar mond, en de wet der vriendelijkheid ligt op haar tong. Zij houdt toezicht op de gang van haar huishouding, het brood der ijdelheid eet zij niet. Haar kinderen staan op en prijzen haar gelukkig, ook haar man roemt haar.” (Spr. 31:25-28, KJV.) “Ga tot de mier, gij luiaard; beschouw haar wegen, en wees wijs. Hoewel zij geen gids, geen toezichthouder of heerser heft, bereidt zij in de zomer haar brood, verzamelt zij in de oogst haar spijs. Hoe lang, o luiaard, zult gij neerliggen? Wanneer zult gij opstaan uit uw slaap? Nog even slapen, nog even sluimeren, nog even liggen met gevouwen handen—daar komt uw armoede over u als een reiziger, en uw gebrek als een gewapend man.”(Spr. 6:6-11, KJV.) “Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.” (Ex. 20:9.) {2SC2:10.4}

“In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert. (Gen. 3:19.) {2SC2:10.5}

Abraham werd een vriend van God omdat hij niet alleen geloofde, maar omdat hij getrouw zijn taken uitvoerde en dat door “des morgens vroeg” op te staan (Gen.22:3), en door de dingen “op diezelfde dag” te doen. (Gen. 17:26.) {2SC2:10.6}.

Toen God het leger selecteerde waarmee Gideon de Midianieten zou verslaan, gebood Hij Gideon om degenen die “bang en bevreesd” waren en die een ruime tijd in beslag namen voordat zij iets begonnen te doen, te scheiden van hen die, wegens haast, zelfs niet lang genoeg stopten om te drinken, maar die, door het water met hun handpalmen te scheppen, dronken terwijl zij onderweg renden. Richt. 7:2-7. Als Gods volk nú niet wakker wordt, dan zullen zij dat nooit doen, want de tijd is te kort en het werk te groot, en de besten van ons kunnen niet te vaardig of te actief zijn om betrokken te zijn bij de strijd die tegenover ons staat. {2SC2:10.7}

(Wordt Vervolgd)