De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




    TER CORRECTIE

DE WERELD GISTEREN, VANDAAG, MORGEN

 

 

De Wereld Gisteren, Vandaag, Morgen

Zal Duitsland of Engeland Winnen?

Aangezien wij leven in een tijd waarin we alles kunnen verwachten, maar zeker kunnen zijn van niets, zullen daarom allen gelijk, staatsmannen, diplomaten en militaristen meegerekend, ongetwijfeld verbaasd zijn over wat zal voortvloeien uit het huidige Europese conflict.

 

Op dit moment (1941) vervolgen Hitler’s gevreesde legioenen hun onverbiddelijke aanval op werelds “Meesteres van de Zeeën,”en tot nu toe is niets in staat geweest om de woede van haar hevige aanval te weerstaan, met als gevolg dat Europa in angstaanjagende verwondering staat, en de hele wereld in gealarmeerde verwondering over is over wat hun te wachten staat, gewillig zoals Nebukadnessar in zijn dagen om bijna alles te willen geven om te weten, maar

God Alleen Kent de Toekomst

 

De wijze mannen heden ten dage kunnen nog minder de toekomst voorspellen dan de wijze mannen konden in de tijd van de profeet Daniel (Dan. 2). Als u denkt dat dit een overdreven bewering is, ga dan de uitdaging aan : “Brengt uw twistzaak, zegt de Heer; breng uw vaste bewijsredenen bij, zegt de Koning van Jakob. Laat hen voortbrengen en ons verkondigen de dingen, die gebeuren zullen, verkondigt de vorige dingen, welke die geweest zijn, opdat wij het ter harte nemen en het einde daarvan weten of doet ons de toekomende dingend horen. Verkondigt dingen die hierna komen zullen, opdat wij weten, dat gij goden zijt.” Jes. 41: 21-23.

 

Hij Die de opkomst en de val van Babylon voorzegde en van de naties die haar opvolgden, is de enige die weet wat de uitkomst zal zijn van het huidige “ tegenspoed der naties.” Voor licht, dan op deze gewichtige vraag nu hoogst belangrijk in ieder redelijk verstand, keren we tot de God van de profeten, Die ons gelast om te kijken naar de geschriften van Zijn zieners van ouds. Daar zijn als de gebeurtenissen van de wereld betreffende Zijn “zonen” (Jes.45: 11 )

Voorzegd op Geïllustreerde Wijze.

 

De wereldgeschiedenis in profetie is eerst vastgelegd in letterlijke termen, ten tweede in parabolische termen, ten derde in typische termen; en ten vierde in geïllustreerde termen. Omwille van de beknoptheid en in het belang van het bevorderen van het bevattingsvermogen, de mogelijkheid van zijsporen uitsluitend, presenteert deze stille boodschapper, haar boodschap op de geïllustreerde wijze.

De koninkrijken die neer zijn gegaan, de koninkrijken die nog steeds bestaan en de koninkrijken die nog tot stand moeten komen, wiens wetgeving God’s volk bij betrekt, zijn chronologisch geïllustreerd door beiden, Daniel en Johannes de Openbaarder.

Zodat nu zelf het meest sceptische en ongelovige verstand kan worden overtuigd, wordt het onderwerp van dit traktaat geïntroduceerd met de symbolen waarvan het profetische belang reeds geschiedenis is geworden.

Een Leeuw, Een Beer, Een Luipaard en een Niet te Beschrijven Beest.

 

“Daniel antwoordde en zeide: Ik zag in mijn gezicht bij nacht, en ziet, de vier winden des hemels braken voort op de grote zee.
En er klommen vier grote dieren op uit de zee, het ene van het andere verscheiden. Het eerste was als een leeuw, en het had arendsvleugelen; ik zag toe, totdat zijn vleugelen uitgeplukt waren, en het werd van de aarde opgeheven, en op de voeten gesteld, als een mens, en aan hetzelve werd eens mensen hart gegeven.


“Daarna, ziet, het andere dier, het tweede, was gelijk een beer, en stelde zich aan de ene zijde, en het had drie ribben in zijn muil tussen zijn tanden; en men zeide aldus tot hetzelve: Sta op, eet veel vlees.


“Daarna zag ik, en ziet, er was een ander [dier], gelijk een luipaard, en het had vier vleugels eens vogels op zijn rug; ook had hetzelve dier vier hoofden, en aan hetzelve werd de heerschappij gegeven.


“Daarna zag ik in de nachtgezichten, en ziet, het vierde dier was schrikkelijk en gruwelijk, en zeer sterk; en het had grote ijzeren tanden, het at, en verbrijzelde, en vertrad het overige met zijn voeten; en het was verscheiden van al de dieren, die voor hetzelve geweest waren; en het had tien hoornen.
Ik nam acht op de hoornen, en ziet, een andere kleine hoorn kwam op tussen dezelve, en drie uit de vorige hoornen werden uitgerukt voor denzelven; en ziet, in dienzelven hoorn waren ogen als mensenogen, en een mond, grote dingen sprekende. Dan. 7 : 2-8

 

 

 

 

 

 

Deze vier grote dieren, zegt de engel,” zijn vier koningen, die uit de aarde opstaan zullen.” Dan.7: 17.

 

Voorafgaand aan Daniel’s visioen van deze dieren, was aan Nebukadnessar, de koning van het oude Babylon terwijl hij  in onzekerheid was over de duur van zijn koninkrijk, in een droom , een groot beeld getoond bestaande uit vier metalen. Het hoofd was van “goud; haar borst en armen waren van “zilver” ; haar lendenen van “koper”; haar been van “ijzer” en haar voeten van “ijzer gemend met leem.” De droom uitleggend zei Daniel aan de koning:

 

“Gij zijt dat gouden hoofd. En na u zal een ander koninkrijk opstaan, lager dan het uwe; daarna een ander, het derde koninkrijk van koper, hetwelk heersen zal over de gehele aarde.
En het vierde koninkrijk zal hard zijn, gelijk ijzer; … En dat gij gezien hebt de voeten en de tenen, ten dele van pottenbakkersleem, en ten dele van ijzer, dat zal een gedeeld koninkrijk zijn, doch daar zal van des ijzers vastigheid in zijn, ten welken aanzien gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem.


“En de tenen der voeten, ten dele ijzer, en ten dele leem; dat koninkrijk zal ten dele hard zijn, en ten dele broos. En dat gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem, zij zullen zich [wel] door menselijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan den ander niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt.

 

“Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan.” Dan. 2 : 38-44.

 

 

Zonder meer symboliseren de vier metalen van het grote beeld, zoals de vier beesten dat doen een opeenvolging van vier koningen in hun respectievelijke perioden. De voeten (rechts en links) van ijzer en klei vertegenwoordigen duidelijk twee afdelingen van koningen (conservatieven en radicalen) in een vijfde periode- de tijd waarin de God van de Hemel “ een koninkrijk zal opzetten die nooit vernietigd zal worden.” De tenen van de voeten, duiden vanzelfsprekend een veelvoud van koningen bij beide partijen, de conservatieven en de radicalen.

 

In een andere symboliek, een ram en een geitenbok in drie-fasen, zag Daniel dat de geitenbok in haar eerste fase ( dat van de ‘grote hoorn”—de koning van “Griekenland”), het ram (“Meden  en Persen”) vertrad, en dat nadat de grote hoorn afbrak (overlijden van Alexander), vier hoorns in haar plaats opkwamen ( het koninkrijk verdeeld in vier delen) en dat uiteindelijk van een van de vier, een vijfde voortkwam, “de uitermate grote hoorn” (Rome). (Zie Daniel 8: 9, 20, 21-23.)

 

Sommigen denken dat de “uitnemend grote hoorn”—het vijfde—Antiochus symboliseert, die een van de vier divisies regeerde, maar dit kan niet zo zijn, want de uitnemend grote hoornen, komend uit een van de vier, symboliseert een vijfde koninkrijk, niet een van de vier uitgebreid. Bovendien verwijst de term “uitnemend groot” in tegenstelling tot de term “groot” naar een groter koninkrijk dan dat van Alexander. En aangezien het koninkrijk van Antiochus in haar grootheid

half niet zo groot was als dat van Alexander is de theorie ongeloofwaardig.

Het Romeinse Keizerrijk is die ene die veel groter was dan dat van Alexander en daarom alleen het antwoord tot deze symboliek. Door tegen het zuiden te gaan, dan tegen het oosten, dan tegen het sierlijke land, het westen (Palestina), ging het per definitie naar de vier winden van de kompas, wat precies is wat Rome deed.

Daniel 8: 9 zegt dat de “uitnemend grote hoorn” kwam uit een van de vier hoornen van de geitenbok, maar zegt niet uit welke. Daniel 11: 5, echter, verklaart dat “een van de vorsten” van het koninkrijk van het zuiden een grote heerschappij zou hebben. Deze vorst, is daarom gesymboliseerd door een uitnemend grote hoorn, en laat zien dat het kwam van de hoorn welke de Ptolomeische dynastie symboliseerde—de zuidelijke divisie. Hier is getoond dat de geschiedenis nalaat de oorsprong van Heidens Rome te boek te stellen .

We zien nu dat hoewel in Daniel 2 en 7 de namen van de koningen niet bekend zijn gemaakt, ze geopenbaard worden in Daniel 8. En daar Daniel 2 en 8, Daniel 7 ondersteunen, volgt het dat de vier metalen van het grote beeld, en de vier grote dieren, symbolisch zijn voor de vier oude keizerrijken; respectievelijk Babylon, Medo-Persië, Griekenland en Heidens Rome.

De volgende vier mappen tonen aan dat de geschiedenis de profetie ondersteunt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

p.14-17 kaarten

 

p.17 onder  kaart 4

 

De voeten en tenen van het beeld (Dan.2), een mengsel zijnde van ijzer en leem, voorspellen een keizerrijk dat niet samenkleeft. De klei veroorzaakt dat het aan stukken uit elkaar valt—in gescheiden koninkrijken; sommige groter, sommige kleiner, “gedeeltelijk sterk, en gedeeltelijk gebroken.”

 

Dit schriftgedeelte beschrijft duidelijk de tegenwoordige familie koningen in hun onderling getrouwde staat (vermengd “met de zaad van mensen:”). Voortkomend als een resultaat van het afbrokkelen van Heidens Rome, maken zij een vijfde en meerdelig keizerrijk. Aldus voorzegd deze profetische illustratie duidelijk dat de heerser van vandaag, niet in staat zijnde met elkaar aan te kleven (Dan2: 42,43) gedoemd zijn tot continue scheuringen en vijandigheden onder elkaar.

 

Kaart 5 toont de moderne divisies aan, voorafgaand aan de Tweede Wereld oorlog van de oude wereld.

 

  1. 18 helft van de pagina kaart 5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het vierde twee fasen beest— één met tien horens, de ander met zeven horens samen met de “kleine hoorn” (Dan.7: 7,8) portretteert  zoals wijd en zijd geaccepteerd is, eerst Heidens Rome en dan Pauselijk Rome , en de “kleine hoorn”( het hoorn hoofd), de kracht die toen regeerde, was religieus politiek.

Deze vier dieren zijn identiek aan respectievelijk het “goud”, “zilver,”koper” en “ijzer” van het “grote beeld.”

In deze profetische vier-dieren symboliek, tezamen met haar historische vervulling, zien we de voorbijgaande politieke gebeurtenissen en de als gevolg daarvan veranderende politieke status van de wereld van de tijd van het oude Babylon door tot de tijd van Christelijk Rome.

Het grote beeld echter brengt ons door naar het heden, de tijd waarin we onszelf geregeerd vinden door haar tenen-koningen. Maar zoals Daniels serie van dieren slechts een deel van de wereld geschiedenis omlijnd, is een andere serie nodig om het compleet te maken. Het enige andere van zulk een serie is in Openbaring, het eerste symbool waarin is

 

HET LUIPAARDACHTIG BEEST.

 

 

 

“En ik zag uit de zee een beest opkomen , hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van Godslastering. En het beest, dat ik zag, was een paard gelijk en zijn voeten als een beers voeten, en zijn mond als de mond van een leeuw, en de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht.

“En ik zal een van zijn hoofden als tot de dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen ; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest. En zij aanbaden de draak, die het beest macht gegeven had en zij aanbaden het beest zeggende: Wie is dit beest gelijk? Wie kan krijg voeren tegen het zelve ?

“En hetzelve werd een mond gegeven, om grote dingen en Godslasteringen te spreken; en hetzelve werd macht gegeven om zulks te doen, twee en veertig maanden. En het opende zijn mond tot lastering tegen God , om zijn naam te lasteren en zijn tabernakel en die in den hemel wonen. En hetzelve werd macht gegeven om de heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; en hetzelve werd macht gegeven over alle geslacht en taal en volk. En allen dei op de aarde wonen zullen het aanbidden, welke namen niet zijn geschreven in het boek des levens, van het Lam, dat geslacht is van de grondlegging der wereld.

“Indien iemand oren heeft, die hoore. Indien iemand in de gevangenis leidt die gaat zelf in de gevangenis; indien iemand met het zwaard zal dode, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen.” Openb. 13: 1-10.

 

  1. 21 plaatje

   

  1. 21 de helft van de pagina onder het plaatje.

 

De samengestelde opmaak van dit beest—mond van een leeuw, voeten van een beer, lichaam van een luipaard, en tien hoornen—is een trouwe getuige dat hij een afstammeling van Babylon (leeuw) , Medo-Persië (beer) , Griekenland (luipaard) en Heidens Rome( tien hoornen) is. Vandaar dat dit beest een smeltkroes is van de vier oude wereld-rijken en moet tezamen met haar zeven hoofden en tien gekroonde hoornen, de wereld van vandaag karakteriseren.

De twee en veertig maanden periode van het beest, valt in de tijd van Pauselijk Rome –het keizerrijk na Heidens Rome; terwijl haar gewonde staat ( Openb. 13: 3), de Protestantse periode symboliseert. Bovendien vertegenwoordigt het beest drie perioden—(1) de periode voor haar gewonde staat; (2) de periode gedurende haar gewonde staat; en (3) de periode waarin haar wond is genezen. Veder tonen deze symbolisering dat Inspiratie de Protestantse wereld nog steeds tot een Romeinse wereld toerekent. Dit weten we vanuit verschillende oogpunten, het eerste daarvan is in het feit dat de periode van twee en veertig maanden van het beest gelijk staat aan dat van de “tijd” van de kleine hoorn ( 12 maanden), “tijden,” (24 maanden), “en een halve tijd” ( 6 maanden). Het werk tegen God en Zijn volk in beide verslagen is twee en veertig maanden lang.

 

De hoornen van het niet te beschrijven beest hebbende geen kronen en de hoornen van het luipaardachtige beest hebbende wel kronen, wijzen aan dat de laatste de wereld symboliseert nadat de kroonloze hoornen (koningen die zouden moeten opstaan- Dan7: 24) van het vorige beest gekroond waren.

 

Zoals we nu gezien hebben, is het duidelijk dat Pauselijk Rome (de tweede fase van het niet te beschrijven beest) een gecombineerde kerk en staat macht was (een hoornen-hoofd, hebbende “de ogen van een mens en de mond die grote dingen sprak”–Dan. 7: 8), en dat de Protestantse Reformatie de scheiding van die twee veroorzaakte. Dus terwijl de opkomst en regering van Pauselijk Rome vooraf voorgesteld zijn door een niet te beschrijven beest, zijn hoorn hoofd, wordt haar ondergang afgebeeld door het gewonde gangbare hoofd van het luipaardachtige beest—het hoornen gedeelte (de burgerlijke macht) zijnde weggenomen. De kerk was beroofd van de overheersende kracht waarmee de staat haar had bekleed, met het resultaat dat de overheden onafhankelijk zijn van de kerk en de kerk ondergeschikt is aan de overheden.

 

Als het waar is dat het gewonde hoofd een godsdienstig lichaam symboliseert, en dat er geen onderscheid is in verschijning tussen het gewonde hoofd en de zes niet gewonde hoofden, dan is de fundamentele waarheid dat ze allen voorstellingen zijn van godsdienstige lichamen. Bovendien aangezien deze profetische symbolen betrekking hebben op de Westerse Beschaving, de geboortegrond van de Christenheid, karakteriseren de hoofden beslist de Christelijke genootschapen, evenals de “zeven kerken van Azië, “(Openb. 2, 3) het ene verschil zijnde dat de kerken van Azië waarschijnlijk een langere tijdsperiode beslaan dan de hoofden dat doen.

Verder, terwijl het beest haar dodelijke wonde ontvangen hebbende een voorstelling is van Christelijk Rome vernederd tot de dood (beroofd van burgerlijke macht), is haar herstel van de wonde een voorstelling van haar verhoging tot leven( haar burgerlijke macht weer verkregen hebbende). En daar de wond was toegediend door de hand van de Reformatie, kon het nooit hersteld zijn als de hand doorgegaan was met het scherpe twee snijdende zwaard voor haar te hanteren. Het herstel is daarom een levendige afbeelding van

 

De Val van het Protestantisme

en

de Opkomst van Despotisme (Tirannie).

Hoewel er slechts één ware uitlegging is van elke Bijbel leerstelling, zijn er toch een massa’s van tegenstrijdige uitleggingen in de hedendaagse Christelijke wereld, met het resultaat dat het opgesplitst is en vele sekten en afscheidingen (hoofden), met geen twee die hetzelfde geloven. Daarin ligt beslist bewijs dat deze kerken verstoken zijn van de Heilige Geest en voort rennen in complete duisternis. Omdat zij belijden de Waarheid te onderwijzen, maar in plaats daarvan leren ze leerstellingen en geboden van mensen, ze worden berispt door “de naam godslastering” geschreven te hebben op hun hoofden (Openb. 13 : 1).

Zelf nu, in de afsluitingsuren van de evangelie periode, zegt de kerk: Ik ben rijk en verrijkt geworden en heb aan geen ding gebrek,”—noch waarheid noch profeten,–hoewel in feite ze ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt is (Openb. 3 : 16, 17) , en op het punt staat uitgespuwd te worden als ze nu tekort schiet haar ogen te zalven met deze frisse extra olie. En zorgeloos zijnde over haar ellendige conditie, is ze nu gereed niet alleen om de laatste boodschap die tot haar komt met waarschuwingen en berispingen, vlak voor de vreselijke ten geduchte dag des Heren komt (Mal. 4: 5) te verwerpen, maar ook om de Verlosser opnieuw te kruisigen, als Hij in persoon zou komen om haar te bestraffen, daarbij haar opstandigheid van oudsher herhalend, als een symbool van Mozes die de “rots” tweemaal sloeg (Num. 20: 11).

Detail na detail, zijn wij tot zo ver instaat gesteld om de zien dat het genezen van de wond, niet alleen beduidend is van het te kort schieten van de kerk om de Protestantse Reformatie te voleindigen, maar ook van het spoedig terugkeren tot de tirannieke principes van de Duistere Middeleeuwen van de wereldse regeringen—tot de regels die geldig waren voordat de wonde werd toegediend. Deze herhaling van het verleden zal tot stand gebracht worden door

 

Het Twee-Hoornig Beest.

 

“En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams [hoornen] gelijk, en het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was. En het doet grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen.En verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en [weder] leefde, een beeld zouden maken.

“En hetzelve werd [macht] gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden; En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams.

“Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig.”

Openb. 13: 11-18.

De macht die door dit twee-hoornig beest wordt vertegenwoordigt, zal zichzelf  identificeren met “de valse profeet,” want tezamen worden ze “geworpen in de poel des vuurs.” Openb. 19 : 20.

Hieruit is het duidelijk te zien dat de wonderen welke het beest doet in de tegenwoordigheid van de mensen, en door welke hij hen misleid “die op de aarde wonen”( Openb. 13: 13,14), door de valse profeet gedaan worden (Openb. 19: 20) “in de tegenwoordigheid van het beest.” Openb. 13: 14.

Duidelijk is dan de burgerlijke autoriteit van het beest, gecombineerd met de bovennatuurlijke krachten van de profeet, verwijzen naar een verbond tussen het beest en de profeet—een verwantschap van vertegenwoordigers van staat en van de kerk.

Slechts twee hoornen hebbend, niet tien, beeld het beest daarom een lokale  en niet een universele regering af, desondanks zal hij heel de Christenheid beïnvloeden om “een beeld van het beest te maken, welke de wonde had toegebracht door een zwaard en dat leefde”; dat wil zeggen, hij zal een wereldwijd regeringsstructuur bewerkstelligen, en de principes van de kerk-staat regel van Pauselijk Rome op de troon zetten. De hersteller van deze principes zijnde, samen met de profeet, zal hij de werelds hoofd dictator worden en niet alleen de politieke en religieuze belangen van de regering vorm geven, maar ook de wereld handel. Hij zal een decreet uitvaardigen”dat niemand mag kopen of verkopen, tenzij hij het merkteken of de naam van het beest heeft, of het nummer van zijn naam.” Openb. 13: 17.

 

Dit beest is een vertegenwoordiging van een man die staat aan het hoofd van een natie en wiens invloed ver en wijd gaat onder de koningen van de aarde. Hij wordt verder geïdentificeerd door een nummer—het mystieke nummer “zeshonderd zes en zestig.” Openb. 13: 18.

Het overheersende geloof dat het nummer “666” de numerieke identificatie is van een of andere macht is het broedsel van de Prins der Duisternis en is berekend om waar mogelijk de identiteit van dit twee hoornig beest

geheim te houden. Inspiratie plaats het nummer op het twee hoornig beest en daar moeten we het laten. Wanneer het nummer uiteindelijk is opgemaakt, zullen de dienstknechten des Heren in staat zijn al de “wijzen” te overtuigen van wie precies het beest symboliseert. We zien nu echter, dat niemand wie het woord van God bestudeert, misleid hoeft te worden wanneer deze macht ten tonele zal verschijnen. Toch, ondanks Gods waarschuwingen tegen het geven van loyaliteit aan het beest, faalt de wereld hier acht op te slaan met het resultaat dat zelf nadat zijn nummer is opgemaakt,” het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken wordt gegeven aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden.”Openb. 13: 16.

De passage, “ Indien iemand het beest aanbidt en zijn beeld, en ontvangt het merkteken aan zijn voorhoofd, of aan zijn hand,”geeft aan dat allen die na de waarheid gehoord te hebben door gaan met op godsdienstige of wereldse wijze hulde te brengen aan het beeld, “ zal drinken uit den wijn des toorn Gods, die ongemengd ingeschonken is, in den drinkbeker Zijns toorn.” Openb. 14: 9, 10.

Een volledig besef van de glorierijke beloning die de mensheid te wachten staat zal ze zelf nu er toe dringen te juichen van vreugde ! En een gelijke besef van de vreselijke straf dat allen te wachten staat die tekort schieten om God tot hun toevlucht te maken, zal hen ertoe brengen zelf nu hun tanden te knarsen. Dat allen zich realiserend deze alternatieve vooruitzichten mogen inzien, en daarbij gedrongen worden tot berouw, de Heer is in opperste kwellingen geweest, niet alleen om een treffende beschrijving vast te leggen van het kwaad dat door de tussenkomst van het beest, Satan heeft bepaald voor de hele wereld, maar ook vooraf van een gelijkvormig kwaad te maken een volmaakt

 

Type van “Het beeld van het Beest.”

 

Dit type schoot wortel toen—

“De koning Nebukadnezar maakte een beeld van goud, welks hoogte was zestig ellen, zijn breedte zes ellen; hij richtte het op in het dal Dura, in het landschap van Babel. En de koning Nebukadnezar zond henen, om te verzamelen, de stadhouders, de overheden, en de landvoogden, de wethouders, de schatmeesters, de raadsheren, de ambtlieden, en al de heerschappers der landschappen, dat zij komen zouden tot de inwijding van het beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar had opgericht…

 

“Toen verzamelden zich de stadhouders, de overheden, de landvoogden, de wethouders, de schatmeesters, de raadsheren, de ambtlieden, en al de heerschappers der landschappen, tot inwijding van het beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar had opgericht; en zij stonden voor het beeld, dat Nebukadnezar had opgericht. En een heraut riep met kracht: Men zegt u aan, gij volken, gij natien, en tongen! Ten tijde als gij horen zult het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, des akkoordgezangs, en allerlei soorten van muziek, zo zult gijlieden nedervallen, en aanbidden het gouden beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar heeft opgericht; En wie

niet nedervalt en aanbidt, die zal te dierzelfder ure in het midden van den oven des brandenden vuurs geworpen worden.” Daniel 3 : 1-6.

 

In de uitwerking van dit drastische en onrechtvaardige decreet, zijn er drie opmerkelijke aspecten: De eerste openbaart waarschuwend de wijze waarop het beest al de naties en volkeren binnen zijn domein zal verplichten, om hem en het beeld dat hij zal maken te aanbidden; de tweede beloofd aanhoudend dat net zoals in de dagen van Nebukadnezar, Michael zij die weigerden het gouden beeld te aanbidden, bevrijde en bevorderde (Dan. 3: 12-30), evenzo zal Hij vandaag bevrijden en bevorderen allen die weigeren het beest en zijn beeld te aanbidden; en de derde openbaard verheerlijkend dat net zoals allen die toen trouw stonden , een menigte van zowel hoog en laag leiden om te Hem te erkennen als de Meest Hoge God, zo zullen allen die gehoor geven aan de waarschuwing, niet het beest en zijn beeld te aanbidden, “ blinken als het helderheid van het uitspansel; en die er velen rechtvaardigen , gelijk als de sterren, altoos een eeuwiglijk.” Dan. 12: 1-3.

Hand in hand met de geschiedenis, het zekere woord der profetie,”ons symbool na symbool geleid hebbend, tot door de keizerrijken beginnend met het oude Babylon, en tot de tegenwoordige door de staat geregeerde sektarisch wereld, zal ons zeker door leiden tot het einde der tijden. Wij zijn daarom geconfronteerd, met de logische noodzaak van een ander beest-symbool, een die de godsdienstige-poitieke wereld van morgen voorspeld.

Zonder een symboliek om ons voorbij de wereld van vandaag te dragen, zou het profetische Woord van God niet compleet zijn. Dus omwille van logica, continuïteit en volledigheid, moet deze opeenvolging van beest-symboliek een ander beest bevatten, een die in het bijzonder De Wereld van Morgen zal ontsluieren. Het enige dergelijke symbool dat overblijft is

 

Het Scharlaken-Rood Beest, Bereden Door Babylon De Grote.

 

 “En een uit de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, kwam en sprak met mij, en zeide tot mij: Kom herwaarts, ik zal u tonen het oordeel der grote hoer, die daar zit op vele wateren;  Met welke de koningen der aarde gehoereerd hebben, en die de aarde bewonen zijn dronken geworden van den wijn harer hoererij.

En hij bracht mij weg in een woestijn, in den geest, en ik zag een vrouw, zittende op een scharlaken rood beest, dat vol was van namen der [gods] lastering, en had zeven hoofden en tien hoornen. En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en paarlen, en had in hare hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinigheid harer hoererij. En op haar voorhoofd was een naam geschreven, [namelijk] Verborgenheid; het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde. En ik zag, dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verwonderde mij, als ik haar zag, met grote verwondering.

En de engel zeide tot mij: Waarom verwondert gij u? Ik zal u zeggen de verborgenheid der vrouw en van het beest, dat haar draagt, hetwelk de zeven hoofden heeft en de tien hoornen.

Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit den afgrond, en ten verderve gaan; en die op de aarde wonen, zullen verwonderd zijn (welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld), ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het is.

“ Hier is het verstand, dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit.  En het zijn [ook] zeven koningen; de vijf zijn gevallen, en de een is, en de ander is nog niet gekomen, en wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig [tijds] blijven.  En het beest, dat was en niet is, die is ook de achtste [koning], en is uit de zeven en gaat ten verderve.  En de tien hoornen, die gij gezien hebt, zijn tien koningen, die het koninkrijk nog niet hebben ontvangen, maar als koningen macht ontvangen op een ure met het beest. Dezen hebben enerlei mening, en zullen hun kracht en macht het beest overgeven. Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Heere der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.

En hij zeide tot mij: De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natien, en tongen. En de tien hoornen, die gij gezien hebt op het beest, die zullen de hoer haten, en zullen haar woest maken, en naakt; en zij zullen haar vlees eten, en zullen haar met vuur verbranden. Want God heeft [hun] in hun harten gegeven, dat zij Zijn mening doen, en dat zij enerlei mening doen, en dat zij hun koninkrijk het beest geven, totdat de woorden Gods voleindigd zullen zijn. En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad, die het

 

Plaatje Blz. 32 Babylon de grote en haar domein, moeder der hoeren.

 

 

koninkrijk heeft over de koningen der aarde.” Openb. 17.

Voor de zichtbare overeenkomst tussen het luipaardachtig-beest en het scharlakenrood beest, moet men erkennen dat de laatste het beeld is van de vorige, zijn dodelijke wonde geheeld zijnde en zijn hoornen ontkroond. De kroonloze hoornen van de laatste tonen aan dat hij de wereld vertegenwoordigd in een tijd waarin er geen gekroonde koningen zijn, maar dat in plaats daarvan de wereld geregeerd wordt door een pauselijk hoofd—de vrouw die het beest berijd.

Bovendien, beduid de bewering, “de tien hoornen… zijn tien koningen, die het koninkrijk nog niet hebben ontvangen, maar als koningen macht ontvangen op een ure met het beest” (Openb. 17: 12) bevestigend , dat de gekroonde koninkrijken van vandaag, die voortvloeiden uit het gevallen Rome, en welke vertegenwoordigd worden door de gekroonde hoornen van het luipaardachtige beest, ontkroond zullen worden, van de troon gehaald.

De kroonloze hoornen van het scharlakenrood beest, bovendien “hebben enigerlei mening” en “zullen hun kracht en macht aan het beest overgeven,” (vers 13) terwijl de vrouw koninkrijk heeft over de koningen der aarde,” Vers 18.

Haar zitten op de hoofden (vers 9), geeft aan dat ze de kerken onder haar controle heeft; en haar berijden van het beest geeft aan dat ze de heerser van de wereld is. Dit systeem van aanbidden en regeren is niet een nieuw ding onder de zon, want “in haar  is gevonden het bloed der profeten en der heiligen en al degenen die gedood zijn op de aarde.” Openb. 18 : 24.  Ze wordt daarom terecht genoemd Babylon, de naam van het oudste, het eerste keizerrijk—de type.

Deze antitypische Babylon, waaruit Gods volk in deze tijd zullen worden uitgeroepen, is evenzo de wereld handel monopoliseren, zoals duidelijk is geopenbaard in de voorspelling dat wanneer haar regering eindigt, dan zal—

 

 “… de kooplieden der aarde… wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waren meer koopt; Waren van goud, en van zilver, en van kostelijk gesteente, en van paarlen, en van fijn lijnwaad, en van purper, en van zijde, en van scharlaken; en allerlei welriekend hout, en allerlei ivoren vaten, en allerlei vaten van het kostelijkste hout, en van koper, en van ijzer, en van marmersteen; En kaneel, en reukwerk, en welriekende zalf, en wierook, en wijn, en olie, en meelbloem, en tarwe, en lastbeesten, en schapen; en van paarden, en van koetswagens, en van lichamen, en de zielen der mensen…

“De kooplieden dezer dingen, die rijk geworden waren van haar, zullen van verre staan uit vreze van haar pijniging, wenende en rouw makende; En zeggende: Wee, wee, de grote stad, die bekleed was met fijn lijnwaad, en purper, en scharlaken, en versierd met goud, en [met] kostelijk gesteente, en [met] paarlen;

“Want in een ure is zo grote rijkdom verwoest.  En alle stuurlieden, en al het volk op de schepen, en bootsgezellen, en allen, die ter zee handelen, stonden van verre; 18 En riepen, ziende den rook van haar brand, [en] zeggende: Wat [stad] was deze grote stad gelijk? En zij wierpen stof op hun hoofden, en riepen, wenende en rouw bedrijvende, zeggende: Wee, wee, de grote stad, in dewelke allen, die schepen in de zee hadden, van haar kostelijkheid rijk geworden zijn; want zij is in een ure verwoest geworden.”Openb. 18: 11-13, 15-19.

Aldus, kort nadat het is opgezet, zal deze federatie van kerk en staat hals over kop in vergetelheid duiken, net als een grote “molensteen” dat in de zee wordt gegooid (vers 21). En het gehuil van haar klagers zal zijn: In een ure is zo grote rijkdom verwoest geworden.”Openb. 17: 12;  18: 10, 17. Dit uur dat de doods worsteling brengt van Babylon, kan geen andere zijn dan datgene welke volgens de parabel van Jezus (Matt. 20: 11-16) het laatste parabolische uur (periode) van de dag (genade tijd) is; dat is, dat van de elfde uur roep voor arbeiders (de laatste boodschap aan de wereld- Mal. 4 : 5)tot het twaalfde uur ( zonsondergang, oude tijdsaanduiding), het einde van de dag—het afsluiten van de evangelie periode ( Matt. 24: 14), het afsluiten van de oogst (Jer. 8: 20), het sluiten van de genade (Openb. 22: 11).

 

De “tien hoornen”van het scharlakenrood beest (de leiders die zij een uur overheerst), “ zullen haar” uiteindelijk “ woest maken en naakt  en zui zullen haar vlees eten en zullen haar met vuur verbranden.” Openb. 17 : 16. Dus ten slotte zullen ze haar voor altijd afwerpen en het systeem dat ze symboliseert, het “beeld van het beest” zal  worden vernield. Bij deze weergalmende neerstorting van Babylon, zullen “de koningen der aarde…haar bewenen en rouw over haar bedrijven, … van verre staande uit vrees  van hare pijniging zeggende  Wee, wee de grote stad  Babylon, de sterke stad. Openb. 18 : 9, 10

De klaagliederen van de “koningen” tonen aan dat ze meevoelen met haar , terwijl de hoornen haar haten. De “koningen,” kunnen daarom niet diegene zijn die gesymboliseerd worden door de kroonloze hoornen van het beest, maar eerder zij die  gesymboliseerd worden door de gekroonde hoornen van het luipaardachtige beest.  Zij zijn de gekroonde koningen die verrezen na de val van Heidens Rome, en die nu haastig in ballingschap gaan.

De identiteit van Babylon zijnde een vaak aangesneden onderwerp onder studenten van de Openbaring, doet daarom de noodzaak optreden tot vaststellen:

 

Wie Is de Verpersoonlijking  van Babylon ?

 

Nu het licht volkomen de duisternis verjaagd heeft die lang dit onderwerp heeft omhult, kan de student van profetie duidelijk zien van de symboliek dat in de eerste plaats Babylon het aanstaande pauselijk-politiek-economisch systeem van de naties belichaamd, niet een of ander instituut of organisatie, ten tweede dat de het beest dat ze berijd een voorstelling is van haar grondgebied, en ten derde, dat het zal voorbijgaan van profetie naar geschiedenis–, inderdaad, reeds begonnen is om op te doemen uit nevel, zoals de kust van America voor Christoffer Columbus en zijn kameraden als ze het grote Westerse Continent naderden.

Het beest dat bereden wordt door de vrouw, Babylon, openbaart duidelijk drie belangrijke waarheden: ten eerste, dat de oproep van Gods volk om uit Babylon te komen (Openb. 18: 4) een roep is voor hun om tussen uit de naties te komen die gesymboliseerd worden door het beest dat ze berijd (overheerst); ten tweede dat de geroepenen uit haar met zonden gevulde grondgebied moeten komen, omdat het vernietigd gaat worden door de plagen; en ten derde hun uitgaan maakt het noodzakelijk dat zij ingaan tot een  plaats  waar de zonde niet bestaat en waar er geen gevaar is van het vallen van de plagen. Aldus moet hun uitkomen uit haar grondgebied hun inkomen in Gods Koninkrijk zijn. De waarschuwing voor het ontvangen van het merkteken, dan (Openb. 14 : 9-11) tezamen met de oproep om uit (haar) te komen, zal herhaald worden meteen buitengewone luide roep door Babylons grondgebied heen.

Zowel zij die zich in haar grondgebied bevinden en zij die zich daarbuiten bevinden, moeten dan meteen beslissen om de zegel van God te ontvangen in plaats van het merkteken van het beest, als ze willen ontsnappen aan de toorn van God. Om dit te doen moet de vorige klasse uit haar komen, en de laatste klas moet in haar blijven.  Ondanks de doodstraf voor het inmen van zo een stadpunt (Openb. 13: 15) moet er geen aarzeling of besluiteloosheid zijn aan de kant van welke klasse dan ook.

Zij die in Babylon zijn moeten acht geven op de Stem die zegt: “Gaat uit haar , Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt, en opdat gij van hare plagen niet ontvangt.” Openb. 18: 4. En zij die uit zijn moeten nauwkeurig acht geven op de waarschuwing: “Indien iemand het beest aanbidt en zijn beeld, en ontvangt het merkteken aan zijn voorhoofd of aan zijn hand, die zal ook drinken uit den wijn des toorns Gods die ongemend ingeschonken is in de drinkbeker zijn toorn en hij zal gepijnigd worden met vuur en sulfer voor de heilige engelen en voor het Lam.” Openb. 14: 9, 10.

Het licht op dit onderwerp zal zich verspreiden als vuur in stoppels, totdat het uiteindelijk de hele aarde verlicht (Openb. 18 : 1) en allen die in haar felle gloed wandelen, zullen hun namen geplaatst hebben in het Boek des Levens van het Lam. Zij zullen bevrijding vinden van de laatste besliste poging van de Vijand om de wereld te doen duiken in een bodemloze put van eeuwige ondergang. Voor hun zegt de engel, “zal Michael opstaan, de grote Vorst, die voor de kinderen uws volks staat…en in die tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek.” Dan. 12 : 1.

De symboliek,leidt nu tot

 

DE EINDFASE VAN DE BEESTEN.

 

PLAATJE : DE GESCHIEDENIS VAN DE WERELD IN PROFETISCHE SYMBOLEN ( de helft van p. 38)

 

 

De beesten van Daniel 7 en het luipaardachtig beest van Openbaring 13, kwamen op uit de zee, maar het twee-hoornig beest kwam op uit de aarde ( vers 11), en het scharlakenrood beest stond in de wildernis (Openb. 17: 3). Om dus de geografische locatie te vinden van elk regerend beest, is het noodzakelijk om eerst de symbolische betekenis van de “zee,” de “aarde,”en de “woestijn” vast te stellen.

 

“De Zee”

 

Lokaliseert het Territorium van de Vijf Beesten.

 

Aangezien in het rijk van de natuur, de zee de voorraadschuur, (thuis) van de wateren is, moet de “zee”,  daarom in het rijk der symbolen, de geboorteplaats zijn van de naties- het Oude Land. De vijf beesten (de leeuw, beer, luipaard, en het niet te beschrijven beest, tezamen met het luipaardachtige beest) komend uit de zee, geeft aan dat ze koninkrijken vertegenwoordigen die verrezen zijn uit het Oude land, precies zoals de geschiedenis bevestigd.

 

Aangezien de zee het grondgebied van deze beesten lokaliseert, lokaliseert vanzelfsprekend, dan

 

“De Aarde”

 

Het Domein van het Twee-Hoornig Beest.

 

Daar de geboorteplaats van de naties is gesymboliseerd door de zee, dan lokaliseert de “aarde” het tegenovergestelde van de “zee” het domein van het twee-hoornig beest, weg van het Oude Land. Maar om precies erachter te komen voor welk van de regeringen van de Nieuwe landen het staat, moeten we de kenmerkende eigenschappen van het beest zelf overwegen.

 

Zijn twee kroonloze hoornen tonen twee niet Koninklijke heersers aan, terwijl hun lam-achtige voorkomen, jeugdige onschuldigheid voorspeld. En zijn hebben van de macht om te commanderen, wie zal kopen en wie niet zal kopen, toont aan dat hij een natie vertegenwoordigt dat voorgaat(leid) in het beheersen van het welzijn en de industrie van de wereld.

 

De Verenigde Staten van America is de enige regering in de wereld dat aan als deze voorwaarden voldoet. Het is ontstaan in een nieuwe wereld ( “de aarde”), niet in de grondgebieden van de oude wereld (“de zee”). Het is de enige regering die lam-achtig is—jeugdig en Christelijk, gevestigd op de onschuldige principes van vrede en vrijheid, hebbend twee niet –Koninklijke regerende partijen (kroonloze hoornen), de Republikeinen en de Democraten.

 

Aangezien de symbolische “zee”en “aarde” gelijk met de kenmerkende eigenschapen van de beesten, perfect het verblijf van elk beest lokaliseren, evenzo lokaliseert

 

“De Woestijn”

Het Domein van het Scharlaken Rood Beest.

 

Tegenover elkaar stellend , is een woestijn het tegenovergestelde van een wijngaard. En aangezien een wijngaard figuurlijk het huis van Gods volk is ( Jes. 5), kan de woestijn alleen het huis van de heidenen vertegenwoordigen. Het zijn van het beest in de woestijn, geeft aan dat tegen de tijd dat het komt te ontstaan, er een wijngaard is. Vanzelfsprekend, zou het overbodig zijn om “een woestijn” aan te geven, als de hele wereld een woestijn is.

 

(Voor volledige details, met betrekking tot deze symbolische beesten, lees De Herderstaf, deel 2.)

 

De zekerheid dat beiden de wijngaard en de woestijn tegelijkertijd bestaan, toont ten eerste aan dat Babylon, rijdend (heersend) op het beest, alleen regeert over de woestijn (Heidense wereld) ; en ten tweede dat van daaruit Gods volk geroepen worden om in de wijngaard te gaan ( het Koninkrijk hersteld), waar er geen zonden zijn en waar er geen angst is voor hun voor het ontvangen van de plagen. Van dit Koninkrijk van veiligheid schrijft de profeet Daniel:

 

“Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk verwekken, dat in deer eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen en te niet doen maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan.” Dan. 2 : 44.

Het onderwerp van de wijngaard, nu maakt de analyse noodzakelijk van

 

DE VROUW GEKROOND MET TWAALF STERREN EN HAAR OVERBLIJFSEL.

 

Plaatje blz. 42 (een ware kerk in alle eeuwen)

 

 

Het bewijst zichzelf dat de vrouw Babylon de vervalsing is van de “vrouw” die de Zoon van God voortbracht (Openb. 12: 1), van wie de Schriften zeggen:

 

“ En toen de draak zag, dat hij op de aarde geworpen was, zo heeft hij de vrouw vervolgd, die het manneke gebaard had. En aan de vrouw zijn gegeven twee vleugelen van een grote arend, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht der slang.” Openb. 12 : 13,14.

Om te beginnen, zien we van dit schriftgedeelte dat de vrouw haar wijngaard verliet (vaderland-Palestina) en de Heidense wereld inging nadat haar kind was geboren; dat is in haar Christelijke periode, toe de draak haar vervolgde door de tussenkomst van de Joden (Hand. 8: 1; 13: 46, 50,51). Vervolgens zien we dat nadat ze voor een tijdje daar was, de omstandigheden zo werden dat ze haar verhinderden om verder zichzelf te voeden, en dat het daardoor nodig was dat ze gevoed werd door iemand “een tijd, tijden en een halve tijd.”

Drie en een half jaar na Christus zijn opstanding, verliet de kerk Palestina ( de wijngaard, en terwijl ze in de heidense wereld (de woestijn) was, “wierp de slang uit haar mond water als een rivier achter de vrouw, (dwong de heiden om gedoopt te worden in de Christelijkheid en zich bij de kerk te voegen),  opdat zij haar door de rivier zou doen wegvoeren (ongelovig maken).” Vers 15.

Terwijl ze overstroomd was, moest ze gevoed (onderhouden) worden door de Heer, want vele van haar volgelingen waren ongelovig gemaakt geworden, en haast allen van hen die dat niet waren, werden ter dood gebracht door de “overstroming.” Dus als Hij haar niet gevoed had (in leven gehouden had), door een wonder, zou de Kerk gedurende deze Duistere eeuwen van godsdienst zijn vergaan. Het is waar, ze is in staat geweest om zichzelf te voeden sinds de Reformatie, maar de onbekeerden (rivier) zij nog steeds in haar midden. Ze heeft echter, de belofte van redding:

 

“En de aarde kwam de vrouw te hulp en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier, welke de draak uit zijn mond had geworpen.” Vers 16

 

Of letterlijk gesteld, de onbekeerden die nu temidden van de kerk zijn, zullen geslacht en begraven worden. De bekeerden zullen dan gebracht worden in het Koninkrijk. Dan zal de draak “vergrimmen op de vrouw en… krijg voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren en de getuigenis van Jezus Christus hebben.” Vers 17.

 

Aangewakkerd tot razernij over haar zuivering, zal de draak oorlog voeren “met het overblijfsel van haar zaad.” Tegen haar persoonlijk, zal hij echter geen oorlog voeren, want haar zegsmannen, de 144.000 (de eerste vruchten—Openb. 7: 3-8; 14: 4), zij die het eerst in het koninkrijk gaan, staan met het Lam, de Koning, op de berg Zion (Openb. 14 : 1), Zijn Paleis terrein. Omdat zij de heersers van de stammen zijn, worden zij gesymboliseerd door de gekroonde vrouw. En daar ze in hun eigen land zijn, worden ze beschermd tegen de draak die derhalve alleen het “overblijfsel”, vervolgt,  zij die achtergelaten zijn, die nog steeds in Babylon zijn, maar die uiteindelijk uit haar worden geroepen. (Openb. 18: 4) ( Voor meer bijzonderheden over Openbaring 12, lees The Shepherd’s Rod, Vol. 2, pp 64-82.)

 

De eerste vruchten van het koninkrijk komen als resultaat van de schudding, de scheiding in de kerk, zoals is aangetoond door de gelijkenissen van het net en van het veld: De goede vissen worden verwijderd vanuit het net (de kerk), en geplaatst in vaten ( het koninkrijk—Matt. 13 : 48), en het tarwe wordt gehaald tussen het onkruid uit, en wordt geplaatst in de schuur ( het koninkrijk—vers 30). Als slechte vissen worden ze weggegooid; als onkruid, worden ze verbrand. (Voor een gedetailleerde studie over de oogst, lees traktaat no. 3, Het oordeel en de oogst.)

 

De tweede vruchten, echter, zij die nog steeds in Babylon zijn na de zuivering, worden gehaald tussen de slechten, (Openb. 18 : 4), in plaats van de slechten tussen de goeden uit (Matt. 13 : 49).

 

Het oorlog voeren van de draak tegen hen is veroorzaakt doordat zij het Getuigenis van Jezus hebben, de Geest der Profetie ( Openb. 19: 10), door geboden-houders te zijn geworden, in plaats van aanbidders van het beest en zijn beeld. Het doel van de draak is om hem te weerhouden van uit Babylon te komen en dus van in te gaan in het snel groeiende Koninkrijk. Dan is het echter, dat de wereld al Gods volk zal aanschouwen komend

 

Uit Babylons Grondgebied In Haar Eigen Land.

 

 

Nu de waarheid duidelijk vastgesteld is dat het scharlaken rood beest het symbool is van het grondgebied waarover “Babylon de grote, de moeder der hoeren,” regeert volgt het dat haar grenzen zich zo ver zullen uitbreiden als de grenzen van de naties die neerbuigen voor haar macht. Vandaar dat de roep “Komt uit haar Mijn volk, dat u geen geel hebt aan haar zonden en dat u niet ontvangt van haar plagen” (Openb. 18: 4) een roep is voor hen om uit haar grondgebied te gaan, dat ze niet haar zonden delen, noch ontvangen van her plagen. Zij die gehoor geven aan De Heer zijn bevelen, moeten vanzelfsprekend, een zonde vrije plaats hebben om heen te gaan, waar ze “veilig” mogen “verblijven” hoewel er “geen muur noch grendel” eromheen zijn (Ezech. 38: 11). Naar deze haven zullen ze “vergaderd worden uit vele volken en zullen zij allemaal zeker wonen.” Ezech. 38: 8. “En al uw kinderen zullen van den Here geleerd zijn, en de vrede van uw kinderen zal groot zijn.”

Jes. 54: 13. Gods volk kan in die tijd de Heer niet meer dienen in “Babylon” en in “Egypte” dan ze konden in de dagen van Ezra of van Mozes, want wanneer de plagen worden uitgegoten op Babylon, zoals het “vuur en zwavel”

werd uitgegoten over Sodom en Gomorrah, als ze nog zouden leven temidden van de wereldlingen, zouden ze niet meer kunnen ontsnappen aan de schade van de plagen dan dat Lot het vuur zou kunnen overleven, als hij was gebleven in Sodom. “En het zal” daarom “geschieden in de laatste der dagen, dat de berg van het huis des Heren zal vastgesteld zijn op de top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen en tot dezelve zullen alle Heidenen toe vloeien. En vele volken zullen heengaan en zeggen; Komt, laat ons opgaan tot de berg des Heren, tot het huis van de God van Jakob,opdat Hij ons lere, van zijn wegen, en dat wij wandelen in zijn paden; want uit Zion zal de wet uitgaan, en des Heren woord uit Jeruzalem. En Hij zal rechten onder de heidenen en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.”Jes. 2: 2-4. ( Lees ook Jes.11: 11, 12, 15, 16.)

“…Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israels halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land; En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israels; en zij zullen allen te samen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn. En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn. En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te samen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen. En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid. En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid. En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, Die Israel heilige, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid” Ezech. 37: 21-28.

Ter bevestiging van de waarheid dat Gods volk weer een koninkrijk gaan worden profeteert Ezechiel van

 

Een Nieuwe Verdeling van het Land.

 De profeet presenteert een verdeling van het land totaal verschillend van dat van de tijd van Josua (Josua 17); Van het oosten tot het westen zal het in stroken. Dan zal het eerste gedeelte hebben in het noorden en Gad het laatste gedeelte in het zuiden. Tussen de grenzen van deze twee zullen de gedeelten van de rest van de stammen zijn Het heiligdom zal zijn in het midden van het land en aangrenzend zal de stad zijn. (Zie Ezech. 48.)

Het feit dat zo een verdeling van het beloofde land nooit gemaakt is geworden, toont aan dat het nog in de toekomst ligt. Ook het feit dat het heiligdom daar zal zijn, terwijl het niet op de nieuwe aarde zal zijn ( Openb. 21: 22) bewijst bevestigend dat deze unieke opstelling voor de duizend jaar is. Het tweevoudige feit, bovendien, dat de naam van de stad “De Heer is daar ,”is en dat haar locatie, volgens de verdeling van het land, noodzakelijkerwijs anders moet zijn als dat van het oude Jeruzalem, toont aan dat het huidige Jeruzalem, niet die stad is. Bovendien wijzen de Schriften duidelijk dat

 

DE HEIDENEN UIT HET HEILIGE LAND ZULLEN WORDEN UITGEDREVEN.

 

“En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen. En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben. En de HEERE toonde mij vier smeden. Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien. Zach. 1 : 18-21.

 

Hier zien wij, eerst dat de heidense krachten in hun verstrooiing van Gods oude volk, vertegenwoordigt worden door vier hoornen, en later in hun uitwerping van de heidenen, ze vertegenwoordigt worden door vier timmermannen. Aldus is het ook geïllustreerd voorspeld, “Jeruzalem zal van de heidenen [alleen] vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn.” Lukas 21 : 24.

 

(Lees Ezechiel 36 en 37; Jeremiah 30 en 31.)

 

Alhoewel onze eerste vraag zou moeten zijn, “ Wat zullen we doen om het geven van loyaliteit aan de vijanden van God te voorkomen, om zodoende waardig geacht bevonden te worden voor een plaats in Zijn koninkrijk, wanneer deze kwade tijd zal komen?” maakt de meerderheid toch nog tot zijn eerste vraag,

 

Wie is Gog ?

Iemand die probeert op zijn eigen krachten uit te leggen wie Gog is, probeert het onmogelijke te doen.–onderneming die alleen in teleurstelling zal resulteren. Dit wordt gezien in het feit dat alhoewel de Bijbel duidelijk stelt dat de plaats voor dorpen zonder muren in de bergen van Israel is,–het eigen land van Israel (Palestina), waar de vaderen van de Israelitische naties vertoefden, heeft de mens toch gepoogd ons te vertellen dat het in Amerika

is !

 

Daarom is het dat in hun eigen kunstigheid

 

DE HEER DE NATIES ZAL BESCHADIGEN EN OORDELEN.

 

“En de inwoners van de steden van Israel zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren; zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken ; en zij zullen beroven degenen die hun beroofd hadden en plunderen die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere, Heere.

“En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israel zal geven, et dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen, en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte en zullen het noemen; Het dal van Gogs menigte. Het huis Israels nu al hen begraven om het land te reinigen zeven maanden lang. Ja, al het volk des lands zal begraven en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere Heere.

“ Daarom zo zegt de Heere Heere; Nu zal Ik Jakobs gevangenen wederbrengen en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israels, en Ik zal ijveren over mijnen heilige naam; Als zij hun schande zullen gedragen hebben en al hun overtreding met welke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was die hun verschrikte. Als Ik hen zal hebben weder gebracht uit de volken en hen vergadert zal hebben uit de landen hunner vijanden en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele Heidenen; dan zullen zij weten dat Ik de Heere hun God ben, terwijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weer verzameld in hun land en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten. En Ik zal mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik min Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere, Heere.” Ezech. 39: 9-13, 25-29.

 

“Want ziet, in die dagen en te dien tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden; dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege mijn volk en mijn erfdeel Israel, dat zij onder de heidenen hebben verstrooid en mijn land gedeeld.

“Roept dit uit onder de heidenen, heiligt  een krijg wekt de helden op , laat naderen, laat optrekken alle krijgslieden. Slaat uw spaden tot zwaarden en uw sikkelen tot spiesen; de zwakke zegge: Ik ben een held. Rot te hoop, en komt aan alle gij volken van rondom, en vergadert u! O Heere, doe uwe helden derwaarts nederdalen. De heidenen zullen zich opmaken, en optrekken naar het dal van Josafat; maar aldaar zal Ik zitten, om te richten alle heidenen van rondom.” Joel 3 : 1, 2, 9-12.

“En voor hem zullen al de volken vergaderd worden en hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt. En hij zal de schapen tot zijn rechterhand zetten, maar de bokken tot zijn linkerhand. Alsdan zal de Koning zegen tot degene die tot zijn rechterhand zijn Komt ge gezegenden mijns Vaders! Beërft dat koninkrijk hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.” Matt. 25 : 32-34.

 

Maar aan hun die aan Zijn linkerhand zijn zal Hij zeggen: “En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.”Matt 25 ; 46.

( Voor een volledige studie van het Koninkrijk lees traktaat nr. 8. De berg Zion omstreeks het elfde uur en traktaat nr. 9. Zie Ik maak alle dingen nieuw. p. 40-64)

Dit zijn een paar van de toekomstige gebeurtenissen die spoedig zullen volgen in een snelle opeenvolging bij het inluiden van het koninkrijk. Dan volgt het sluiten van de genadetijd, en het uitgieten van de zeven laatste plagen, welke zullen vallen op hen die figuurlijk staan aan Zijn linkerhand—zij die buiten Palestina zijn. Dan zal terwijl de plagen vallen, het machtigste van alle gevechten gevochten worden, “ de strijd van de grote dag van de Almachtige God, “—het lang verwachte einde van de wereld, –de Armageddon (Openb. 16 : 12-16).

Terugkerend naar onze tegenwoordige wereldcrisis, aangezien, zoals eerder genoemd, de gekroonde koningen van vandaag (Openb. 13) reeds tot een handje vol zijn afgenomen, en aangezien de kerken in hun roep voor vrede en veiligheid, trachten elkaars handen vast te grijpen, zouden wij er wijs aan doen om nu een onderzoek in te stellen in

 

HUIDIGE GEBEURTENISSEN DIE MOGELIJK PROFETIE IN VERVULLING DOEN GAAN.

Om dat de twistappel onder de kwade naties van vandaag, de wereldmarkt is, en omdat de kerken bedreigd worden door de totalitaire regeringen, en zodoende ertoe gedreven worden om zich bij elkaar te voegen om het Christendom te behouden, is het feit hierbij bewezen, dat de tijd nabij is voor het arriveren van de voorspelde wereldwijde godsdienstig – politiek – commercieel keizerrijk, het veronderstelde remedie voor de ziekten van de wereld.

Nu wordt gezien dat de profetie van Openbaring 17 en 18, de slotscène in het drama gespeeld door de naties, zal worden opgevoerd.

De oorlog voerende naties zijn reeds verdeelt in twee aparte ideologische kampen: Aan de ene kant zijn de democratische regeringen, terwijl aan de andere kant de niet-democraten zijn. Als de laatstgenoemden succesvol voortgaan om hun meedogenloze verovering voor wereld heerschappij en onafhankelijkheid te vervolgen, zal de enige zegevierende uitweg voor de Christelijke naties, als ze menselijkerwijs hun toestand aanschouwen, zijn om hun macht aan de kerk over te geven. Want om katholiek tegen katholiek te plaatsen, en Protestant tegen Protestant, in een dodelijk gevecht, zullen zij in doodsangst geïnspireerd worden om het beest te zadelen, en de kerk als haar berijder te herbevestigen, om zodoende zichzelf te bevrijden van de ketenen van de niet-democraten, en om het Christendom veilig te stellen. Ze zullen de overwinning zien in deze strategie, als het hun in de oorlog niet gegeven is, om de meest duidelijke reden dat vele van de miljoenen communicanten van deze kerken, in ieder leger van de bondgenoten van de totalitaire staten in het conflict, de bevelen van de kerken zullen eren, boven die van hun respectievelijke regeringen.

 

Zulk een combinatie van omstandigheden zal resulteren in een reproductie van de internationale kerk-en-staat regel van de Donkere Middeleeuwen, en zal bijdragen aan de schroot hoop van ’s werelds fijnste instrumenten van menselijke vrijheid- de goddelijke geïnspireerde Grondwet van de Verenigde Staten van Amerika. Aangezien deze ontwikkeling de ziekten van de wereld erger zal maken, zal het opvallen dat de vier engelen, de winden hebben los gelaten, en dat de 144.000 Israelieten verzegeld zijn. (Openb. 7: 3-8).

En meer nog, een systeem dat op straffe van de dood van non conformiteit, een vorm van aanbidding in schending van het geweten zal afdwingen, is alles behalve Democratisch en Christelijk. Opgedrongen godsdienst is niets minder dan een bevel om onderdanen te doen kruipen, in plaats van een bevel tot vrijwillige leerlingen.

De snel vallende gekroonde koningen van de naties (gesymboliseerd door de gekroonde hoornen van het luipaardachtige beest) in tegenstelling tot de stijgende kroonloze leiders van de naties ( gesymboliseerd door de kroonloze hoornen van het scharlaken rood beest) , tonen aan dat de wereld voortgaat uit de periode van de Koninklijk  gezindte regeringen in de periode van de niet Koninklijk gezindte regeringen.

Een ten val brengen van de democraten door de niet-democraten zal de voortzetting van een nationalistische Christendom in gevaar brengen. Om deze storm te weerstaan, zullen de Christelijke regeringen spoedig op het beest zitten, de voorspelde koningin van de wereld—Babylon de Grote. Dan zal ze in haar hart zeggen: “ Ik zit als een koningin, en ben geen weduwe en zal geen rouw zien.”Openb. 18: 7.

Deze eenheid van kerk en staat zal een “tijd der benauwdheid brengen zoals er nooit een geweest was, sinds er een natie was.” Dan. 12.1  Desondanks, “wie zijn leven zal willen behouden (beschermen)”, door de waarheid op te offeren, “zal het verliezen,”zegt Christus, “en wie zijn leven verliezen zal (riskeren), om Mijnentwil” door standvastig te staan voor de waarheid, “ die zal het vinden.”Matt. 16: 25. En de profeet verklaart dat “Te dien tijd , zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volk staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is , tot op dezelfde tijd toe; en te dien tijd zal uw volk verlost worden al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek…..Velen zullen er gereinigd en wit gemaakt  en gelouterd worden, doch de goddelozen zullen goddelooslijk handelen en geen van de goddelozen zullen het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan.”Dan. 12 1, 10.

 

Zonder Christus kan geen enkel systeem de knoop van de wereld ontraffelen, maar kan de knoop alleen maar erger maken. Babylon de grote, kan het daarom dus slechts een korte tijd volhouden, –een symbolisch “uur”—and dan zal ze weggevaagd worden door de kroonloze hoornen (Openb. 17: 16), de resulterende tijd der benauwdheid uiteindelijk zijn hoogte punt doen bereiken in het beëindigen van de genadetijd en in de overwinning en kroning van de “KONING DER KONINGEN EN DE HEER DER HEREN” (Openb. 19: 16) Wiens recht het is om te regeren.

 

Zo zal het zijn dat “in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk verwekken dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden,” maar “het zal in alle eeuwigheid bestaan.”Dan. 2 : 44.

“Voorwaar ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.”Matt 24: 34. Dan en pas dan mag de wereld vrede verwachten.

Aldus verklaart ”het zekere woord der profetie, “ die nooit tekort schiet om de waarheid te vertellen dat noch Engeland, noch Duitsland, maar eerder Babylon de Grote, ( het beeld van het beest) uiteindelijk, voor een korte tijd, voordeel hebben aan de oorlog. Niemand anders dan Gods volk zal echter voor altijd voordeel hieruit halen. Ze zullen vrij gemaakt worden door “een koninkrijk” te worden, welke nooit vernietigd zal worden” of “aan een ander volk overgelaten worden.” Dan 2: 44.

 

Hoe noodzakelijk is het dan dat we het licht dat tot zover in ons verstand is geschenen door het nooit falende Woord der Profetie en haar historische vervulling vast houden, zodat wij niet alleen mogen afwijken van het pad dat tot vernietiging leidt, maar ook mogen wandelen op het pad van eeuwige zekerheid. In het verlengde hiervan, laten wij een hoofdstuk van de Bijbel in beschouwing nemen, welke altijd studenten van de profetie heeft verbijsterd, maar welke nu in het licht van de Tegenwoordige Waarheid, een van de meest eenvoudige en begrijpelijke Bijbelse profetieën, is geworden:

 

DANIEL ELF—DE SAMENVATTING.

“Datgene wat opgetekend staat in de Geschriften.”

 

“En nu, ik zul u de waarheid te kennen geven; ziet er zullen nog drie koningen in Perzië staan, en de vierde zal verrijkt worden met grote rijkdom, meer dan al de anderen; en nadat hij zich in zijn rijkdom zal versterkt hebben, zal hij ze allen verwekken tegen het koninkrijk Griekenland. Daarna zal er een geweldig koning opstaan, die met grote heerschappij heersen zal en hij zal doen naar zijn welgevallen. En als hij zal staan zal zijn rijk gebroken  en in de vier winden des hemels verdeeld worden maar niet aan zijn nakomelingen, ook niet naar zijn  heerschappij, waarmee hij heerste, want zijn rijk zal uitgerukt worden en dat voor anderen dan deze.”Verzen 2-4.

 

Kaart 6 p. 58 in het midden.

 

Het is duidelijk van deze verzen dat het Medo-Perzische Keizerrijk, ondergeschikt was gemaakt aan de “machtige koning” van Griekenland (Alexander de Grote), en aansluitend verdeeld te worden in vier delen (naar het zuiden, naar het noorden, naar het oosten en naar het westen), “uitgerukt , en dat voor anderen.” Zo was het dat na Alexander’s dood, het rijk opgesplitst werd, “en een deel toegewezen werd aan elk van de vier generaals die deel uitmaakten van de divisie. Eerst nam Ptolemy de Koninklijke macht over in Egypte; ten tweede, Selecus in Syrie en Noordelijk Azie; ten derde Lysimachus in Thrace en Klein Azie tot aan Taurus; en ten vierde nam Cassander als zijn deel Macedonie.”—Universal History, p. 100.

 

Het is juist om te gedenken dat naast het vaststellen van de geografische locaties van de vier Griekse divisies, het profetisch verslag van de gehele opeenvolging van gebeurtenissen is toegewijd aan de koning van het Zuiden en de koning van het Noorden. De handelingen van de koning van het Noorden echter, zijn speciaal benadrukt, tonend dat de gehele profetische weergave in het bijzonder is gegeven om het zich inlaten met heilige dingen bloot te leggen. Dientengevolge volgt een opsomming van sommige van

De Identificerende Handelingen van de Koning van het Noorden.

 

  • Hij verslaat de Koning van het Zuiden, en pakt zijn koninkrijk af

      (verzen15, 16), waarna hij staat in het “sieraad land” (vers 16)

 

  • In de heerlijkheid van het koninkrijk, zal een geldeiser opstaan

           (vers 20).

 

  • Zijn koninkrijk is “overstroomd”met een overstroming van voor

      zijn aangezicht (vers 22), en hij raakt Egypte en Palestina kwijt.

 

  • Daarna pleegt hij bedrog en wordt gesterkt met een weinig volk

(vers 23).

 

  • Hij vleit hen die goddeloos handelen voor hun goddeloosheid

( vers 32).

 

  • Hij verdeelt het land voor gewin (vers 39).

 

  • Hij wordt wederom sterk, de tweede keer, doch wordt verslagen door

de Koning van het Zuiden (verzen 25, 29, 30).

 

  • Beide koningen spreken leugens aan een tafel (vers 27)

 

  • Wederom sterk geworden de tweede keer, en verwikkeld geraakt in

oorlogen die niet succesvol waren, met de koning van het Zuiden, richt hij zijn hart nu tegen het heilig verbond (vers 28).

 

  • Hij ontheiligd het heiligdom van sterkte en neemt het gedurige offer

weg (vers 31)

 

  • Hij geeft geen acht op de goden van zijn vaderen (vers 37), erkent een

een vreemde god (vers 39) en geeft geen acht op de begeerte van vrouwen (vers 37).

 

     (12)En op het de tijd van het einde , zal hij de koning van het Zuiden     

           opnieuw verslaan, en in het land gaan, ze overstromen en 

           doortrekken, (vers 40); en wederom staan in het sieraad land. Dit 

           volgend zullen Edom en Moab en de eerstelingen van Ammon uit

           zijn hand ontkomen (ver 41); en Lybie en de Mooren zullen in zijn

           gangen wezen. (vers 43).

 

      (13)Geruchten uit het oosten en uit het Noorden zullen hem

            verschrikken; daarom zal hij uittrekken met grote grimmigheid om 

           velen te verdelgen en te verbannen (vers 44).

 

       (14) Hij zal de tenten van zijn paleis, planten tussen de zeeën aan de

              berg der heiligen sieraad; en hij zal tot zijn einde komen  en zal

              geen helper hebben.

Beginnend met het oude Medo-Perzische Rijk (verzen 2, 3), reikt de opeenvolging van deze profetie tot aan de tijd dat de “koning van het Noorden de tenten van zijn paleis plant tussen de zeeën aan de berg der heiligen sieraad” (vers 45), en bereikt zijn hoogtepunt, zoals de engel verklaart met de gebeurtenissen van Daniel 12: “En te dien tijd zal Michael opstaan , die grote vorst die voor de kinderen uws volk staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal als er niet geweest is, tot op deze tijd toe, en te dien tijd zal uw volk verlost worden al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek.” Dan 12: 1

De heerschappij van de koningen wiens geschiedenis te boek is gesteld in deze profetieën, die zo een lange tijdsperiode beslaat, vele eeuwen, is duidelijk voorbij gegaan onder

 

Een Aantal Regimenten.

 

Als we zien dat geen mens voortleeft door de eeuwen heen, is het overduidelijk dat de titels, “koning van het zuiden” en “koning van het noorden,” toepasbaar zijn op twee lijnen van heersers. Als we zien dat ook geen regering of koninkrijk ongeschonden heeft gestaan door de eeuwen heen, is het eveneens duidelijk dat deze twee lijnen vele vervangingen van vorsten hebben ondergaan –vele regimenten. Om deze reden, onderscheid de Bijbel ze door hun lineair – geografische titels. Het is nu duidelijk door de Geschriften, dat de Griekse divisie ten zuiden van de Mediterranen , de Ptolomeïsche eerst de titel, “koning van het zuiden,” ontvangt, terwijl de divisie ten noorden van de Mediterranen, de Lysimachiaanse, eerst de titel “koning van het noorden,” ontvangt. Met betrekking tot de grondgebieden van deze twee lijnen van heersers, wordt de Mediterranen daarom het punt van de kompas waarvan daar ze beschouwd moeten worden.

In 281 BC., voegde Lysimachus, Cassander’s grondgebied tot de zijne; dan in 279 BC., versloeg Seleucus, Lysimachus en pakte zijn koninkrijk af, waarop de oostelijke, de noordelijke en de westerse divisie een werden, terwijl Ptolemy zijn eigen, de zuidelijke divisie behield. De Seleucische dynastie, overheerste daarom in de tweede noordelijke regiment, terwijl de Ptolomeishe dynastie voortging om de eerste zuidelijke regiment te zijn.

Tot dit punt, is het profetische visioen open geweest voor allen, maar van hieruit is het gesloten geweest, hoewel velen getracht hebben het te openen. Om een gesloten deur te openen zonder een sleutel, betekend vanzelfsprekend de deur openbreken. Maar aangezien het onbreekbaar is, is het onmogelijk de gesloten deur der Profetie te openen zonder

 

De Sleutel.

 

De eenvoudige en positieve manier om niet het zicht op de identiteit van deze twee koningen kwijt te raken is, om de pen der Profetie op de kaart van de geschiedenis de opeenvolgende heersers van Egypte en Palestina te traceren. Want de titels van de koningen die deze oude landen overwonnen en kwijtraakten zijn te boek gesteld in dit profetische hoofdstuk om de identiteit te bewaren en de kwade bedoelingen bloot te leggen, van beide, de koning van het zuiden en de koning van het noorden.

Onthoud nu, om te beginnen, dat de koning van het zuiden het “sieraad land”, Palestina regeert, tezamen met Egypte en de koning van het noorden neemt het sieraad land twee keer in bezit (verzen 16, 41). Als hij het twee maal neemt dan moet hij het een keer kwijt zijn geraakt. Derhalve hebben beide koningen het twee maal geregeerd en twee maal kwijtgeraakt. Maar de koning van het noorden, die het het laatst regeerde, regeerde het “in de tijd van het einde,” de tijd dat velen zullen naspeuren en de wetenschap zal vermenigvuldigt worden (Dan 12: 4)—onze tijd. Noteer dit nauwkeurig , want deze afwikkelingen van het land bieden de sleutel tot de identiteit van deze koningen van de tijd van Alexander’s dood tot onze tijd.

De engel verklaart nadrukkelijk dat de koningen die Palestina zullen regeren, tezamen met Egypte, als volgt zouden zijn: Eerst de koning van het zuiden (Ptolomy); ten tweede de koning van het noorden ( Heidens Rome); ten derde, de koning van het zuiden (Turkije) en ten vierde de koning van het noorden (Engeland). Hier in de volgende vijf en twintig bladzijden, zijn de details van profetie in verband gebracht met de geschiedenis.

In het licht van deze voorgaande fundamentele feiten, zouden wij nu in staat moeten zijn om op de juiste wijze het uitvouwen van de boekrol te evalueren, en om verstandelijk de bladzijde van profetie te vergelijken met de bladzijde van de geschiedenis als wij voorbij gaan aan de tijd van het eerste noordelijke regiment, dat van de Lysimachianen, en voorbij de tijd van het tweede noordelijke regimenten, dat van de overwinnende Seleucidaeanen, die de Lysimachiaanse dynasty onderwierp en verder tot aan de tijd van het derde noordelijke regiment, dat van Rome de macht die het Seleucidaense koninkrijk omver wierp. En aangezien de profetische beschouwing gegeven was om het werk van de koning van het noorden gedurende het derde regiment bloot te leggen, worden we daarom geleid, om de daarvoor genummerde groep van profetische handelingen zoals aangetoond in bladzijden 59-61 te onderzoeken.

 

                                                          (1)

Noord Verslaat Zuid—Neemt Egypte en Palestina Over.

 

“ En de koning van het Noorden zal komen en een wal opwerpen, en vaste steden innemen; en de armen van het Zuiden zullen niet bestaan, noch zijn uitgelezen volk, ja er zal geen kracht zijn om te bestaan. Maar hij, die tegen hem komt zal doen naar zijn welgevallen, en niemand zal voor zijn aangezicht bestaan; hij zal ook staan in het land des sieraads, en de verderving zal in zijn hand wezen.” Verzen 15, 16.

Dit schriftgedeelte brengt ons absoluut naar de tijd van het derde regime in het koninkrijk van het noorden, dat van Heidens Rome, welke het eerste regime van de koning van het zuiden, dat van de Ptlomaische dynasty  totaal omver wierp. Egypte en Palestina gingen toen van de handen van de koning van het zuiden (Ptolomy) in de handen van de koning van het noorden (Rome): “In het jaar 63 B.C. marcheerde de Romeinse generaal Pompey….. tegen Jeruzalem…… Syrië ….was een Romeins ding geworden.”—The Battleground, door Helaire Belloc. En in 31 B. C. “ werd Egypte  een Romeinse Provincie.”—New Student’s Reference Book.

 

Aangezien de macht die de Ptolemaische dynasty omver wierp en Egypte en Palestina nam, door de engel geïdentificeerd is  als de koning van het noorden, en aangezien Heidens Rome die macht was, volgt het dat de titel ,”koning van het noorden,” nadat het van Lysimachus ging (die regeerde over het eerste noordelijke regime), naar Selecus (die regeerde over het tweede noordelijke regime), en viel op de Romeinse keizers ( die regeerden over het derde noordelijke regime). Zie Kaart 4, p. 17.

 

Met deze opeenvolgingen van regimes, worden we teruggebracht naar ongeveer 31 B.C. te welke tijd Rome niet alleen regeerde over het grondgebied van Lysimachus, Selecus en Ptolemy, maar ook over het grondgebied van Cassander—Alexander’s totale keizerrijk.

 

(2)

 

In de Heerlijkheid van het Koninkrijk

 

“En in zijn staat zal er een opstaan doende een geldeiser doortrekken in Koninklijke heerlijkheid.” Vers 20.

Augustus Caesar, de Romeinse keizer, is degene die belasting oplegde aan de wereld:

“En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er geen gebod uitging van den keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden. Deze eerste beschrijving geschiedde als Cyrenius over Syrië stadhouder was. En zij gingen allen om beschreven te worden een ieder naar zijn eigen stad. En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth naar Judea tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt omdat hij uit het huis en geslacht van David was.” Lukas 2 : 1-4.

Daar deze geldeiser zou staan als het koninkrijk in haar heerlijkheid was, verondersteld de bewering dat haar heerlijkheid zou afnemen.

 

(3)

 

Overstroomd met een overstroming—Raakt Egypte en Palestina Kwijt

 

“En de armen der overstroming zullen overstroomd worden van voor zijn aangezicht, en zij zullen gebroken worden en ook de vorst des verbonds.” Vers 22.

Hier wordt het opbreken van het Romeinse rijk getoond, door handen van de barbaarse horden, die het weg vaagden en als een overstroming overvloeiden. Zie kaart 8.

 

(4)

 

Wederom Opstijgen naar de Macht

 

“En na de vereniging met hem zal hij bedrog plegen en hij zal optrekken en hij zal met weinig volks gestrekt worden.” Vers 23

In deze profetische bewering zien wij dat Rome vanuit haar vernietiging

 

Kaart 8 blz. 68.

 

 

 en vernedering zou verrijzen, en opnieuw sterk zou worden, maar deze keer door bedrog en met een “weinig volk.” In deze keten van profetie, wordt Rome dan getoond in twee verschillende fasen, Heidens en Pauselijk, precies zoals

(blz. 69)

het getoond is door het vierde symbolische beest van Daniel 7. Aldus is het dat nadat Heidens Rome zichzelf overheerst en vernederd zag tot aan de grond toe, mislukt, zo gezegd, bedacht het een bedrog waardoor het zichzelf weer aan de macht kon krijgen. Het complot, resulteerde in een pauselijke code van wetten, de naleving welke werd uitgeoefend met een “weinig volk”- de zogenoemde Christenen.

Het riep niet op tot het onttronen van de koningen, maar meer voor het Christelijk maken van hen. Op vredige wijze slaagde aldus de koning van het noorden in het overbrengen van dit complot om te regeren als geestelijke koning der koningen in de naam van de God van de Christenen. Eerst heerste het over naties, ten tweede over de koningen van de naties.

Deze historische en Bijbelse feiten, tonen aan dat de naties die tot het Christendom waren verandert, onder één geestelijk hoofd, Rome’s tweede fase vertegenwoordigde, en Inspiratie gaf hem de titel “koning van het noorden.” Tot deze troon, bogen, koningen en boeren gelijk, binnen de ver-strekkende grenzen van Christelijk Rome, in totale onderdanigheid en aanbidding. Door scherpzinnigheid, werd hij alzo weer sterk, zoals de volgende hoofdstukken van de geschiedenis bevestigen.

 

(5)

Het Historische Verslag van Vleierij en Gedwongen Christelijkheid.

 

“De bisschoppen of toezichthouders van de Christelijke kerken, vernederden zichzelf in het begin in de zachtmoedige geest van de grondlegger van hun godsdienst. Maar tenslotte zochten ze tijdelijke macht en wereldse voordelen.

De bisschoppen van de grote steden wenden hun zeggenschap aan over die van de landen in de omgeving; en Rome, Constantinopel, Alexandrië en Jeruzalem werden de zetelen van pauselijke macht; en van hun bisschoppen,  mag gezegd worden dat ze een oligarchie in de kerk vertegenwoordigden…, Rome werd door de duistere Middeleeuwen heen  een koning der koningen; nee meer dan dat- Hij werd verondersteld om in de plaats van God te staan. “Universal HIstory, blz 198, 199.

 

 “Bij de kroning van Charlemagne, groette Paus Leo III nadat hij de kroon op zijn hoofd had geplaatst hem met de titel van keizer van de Romeinen. Hij had de barbaarse naties van Europa onderworpen, met uitzondering van de Denen, oftewel de Normandieers, en zijn koninkrijk bestond uit Frankrijk, Duitsland, Italië en het noorden van Spanje. Vanuit het oosten, zocht Irene, keizerrin van Constantinopel zijn vriendschap, en zelf de kalief van Bagdad, de prinsgezinde Haroun al Rachid, begon een correspondentie met hem, en stuurde hem de sleutels van de heilige grafkelder van Jeruzalem. Charlemagne echter een barbaar die in eerste instantie zijn eigen naam niet kon schrijven, maar zijn verdragen ondertekende met de handgreep van zijn zwaard, en het bekrachtigde met de punt ervan, had toch groot aanzien bij de geleerde mannen… —-Id,. p 203.

 

“…WITIKIND, de meest heldhaftige en beroemde van hun leiders, omarmde uiteindelijk het Christendom en legde zijn wapenen af. Charlemagne verplichte toen de Saxische bevolking onder de doodstraf om de doop te ontvangen. Hij overviel en overwon de Hunnen en Slovaken.”—Id., p. 202.

“…Charles, niet in staat om de overvallers af te weren, stond de provincie van Nuestria aan hen af, daarna Normandië genoemd, en gaf aan Rollo, zijn dochter om te trouwen. De Normandische leider, echter, moest aan Charles hulde geve, door te knielen en de Koninklijke teen te kussen…Id., p. 202.

“Alfred [koning van Engeland]verleende de Denen toestemming om in Northumberland en Oost Engeland neer te strijken, op voorwaarde dat zij geregeerd zouden worden door zijn wetten en het Christendom zouden omarmen. Ze werden dienovereenkomstig gedoopt; en de koning zelf stond in als peetvader voor GUTHRUM hun leider…..”—Id., p. 209.

“Hij vond een voorwendsel om het koninkrijk van Lombardije binnen te vallen, in de vijandigheden van DESIDERIUS tegen de paus. Charlemagne trok over de grote St. Bernard van Genéve en nam succesvol Pavia en Verona over. Lombardije was gauw tot onderdanigheid gebracht en de koning werd gevangen genomen. Charlemagne’s bezocht vervolgens Rome, waar hij werd ontvangen door paus Adrian I., met alle vreugdevolle demonstratie en onthalingals de bevrijder van de kerk. Hij maakte dat hijzelf werd gekroond als koning van Lombardije.”—Id., p. 201.

Op deze subtiele wijze kwam de koning van het noorden en verkreeg “ het koninkrijk door vleierijen” (vers 21) en door “de god van de machten,”te eren zoals geprofeteerd in verzen 24, 38 en 39.

 

(6)

 

De Geschiedenis Verklaart Zijn Verdeling van het Land voor Gewin.

 

“Het FEODALE SYSTEEM, is een term gebruikt om de manier uit te drukken waarop de leiders, die door de hulp van hun legers overwonnen hadden en zich in de overwonnen landen hadden gevestigd, de landen verdeelden onder hun opvolgers; en de wettelijke verplichtingen en privileges verder strekten dan deze divisies. Toen de hoofdman, of koning het gehele onverdeelde staatsgebied aan de ene kant zag en de kern van zijn volgelingen die het wensten te koloniseren aan de andere kant, rees de vraag vanzelfsprekend, hoe zou hij het moeten verdelen. De ongekoloniseerde staat van de wereld moest overwogen worden. Als hij het verdeelde onder zijn volk, zonder een oorlogachtige houding te bewaren, zouden zij de prooi worden  van sommigen van de bewapende meute, die nog aan het rondzwerven waren, op zoek waren naar vestigingsplaatsen. Daarom dat de leider, nadat hij vastgehouden had wat hij had gekozen, gaf het land uit in grote delen aan zijn hoofd-kapiteinen,–op voorwaarde van hun hulde aan hem, het betalen van een zekere som geld, en in het veld verschijnen met een zeker aantal volgelingen, telkens wanneer hij om hun hulp riep. Deze hoofd officieren, nadat zij behouden hadden wat zij zelf wensten voor hun eigen gebruik, verdeelden het restant van het land dat aan hun toegewezen was aan hun

eigen favorieten; die hun moesten voorzien van geld en soldaten, zoals zij dat moesten doen aan de koning. De veroverde inwoners die achter bleven, werden slaven, en werden verplaatsbaar tussen de landen. Deze koningen verrezen door hun eigen kracht; maar bij het vaststellen van hun natie, werd het koningschap doorgaans eerst gekozen in hun familie, dan erfelijk.” Universal History, p. 200.

 

(7)

Het Tweede Regiment van het Zuiden, Verslaat het Vierde Regiment van het Noorden

 

“ En hij zal zijn kracht en zijn hart verwekken tegen de koning van het Zuiden, met een grote heirkracht, en de koning van het Zuiden zal zich in de strijd mengen met een grote en zeer machtige heirkracht; doch hij zal niet bestaan, want zij zullen gedachten tegen hem denken. En die de stukken zijner spijze zullen eten , zullen hem breken, en de heirkracht deszelve zal overstromen, en vele verslagenen zullen vallen. En hij zal in zijn land wederkeren met groot goed, en zijn hart zal zijn tegen het heilig verbond; en hij zal het doen en wederkeren in zijn land. Te bestemder tijd zal hij wederkeren, en tegen het Zuiden komen, doch het zal niet zijn gelijk de eerste, nog gelijk de laatste reis. Want er zullen schepen van Chittim tegen hem komen, doch het zal wederkeren, en gram worden tegen het heilig verbond, en hij zal het doen; want wederkerende zal hij acht geven op de verlaters des heiligen verbonds.” Verzen 25, 26, 28-30.

 

We hebben reeds gezien van de profetie en ook van de geschiedenis, dat het eerste regiment van het zuiden (de Ptolomeaanse) omver werd geworpen door het derde regiment van het noorden (dat van Heidens Rome). En aangezien Heidens Rome nooit oorlog voerde tegen geen enkele andere macht van het zuiden, springen er twee punten duidelijk uit: Ten eerste, als we het Ptolomeaanse regiment volgen, moet een andere koning van het zuiden zijn verrezen; en ten tweede de oorlog tegen deze koning van het zuiden, was gevoerd door het regiment aansluitend op Heidens Rome, dat van het gekerstende Rome, het vierde regiment van het noorden. Het “verwekte zijn kracht op en zijn hart tegen de koning van het zuiden.”

 

Het enige regiment dat uit het zuiden is verrezen vanaf de Ptolomeische dynasty ten onder ging, en dat  Egypte en Palestina geregeerd heeft, is dat van de Moren; “een Mohammedaans, Arabisch sprekend ras van gemengde afkomst, dat een deel van de bevolking vormde van de Barbaren, en die hun naam afleiden van de Mauri, de oude bewoners van Mauretamië, wiens zuivere lineare afstammelingen echter de Amazirgh zijn, een zijtak van de Berbers. De moderne Moren stammen af van een verbond van de oude inwoners van deze regio met hun Arabische overheersers, die verschenen in de 7e eeuw. Aangezien de Mohammedaanse overheersers  van de Visigoths in Spanje (711-713) vanuit Noord-Africa kwamen, werd de naam Moor ook op hen toegepast door de Spaanse kroniekschrijvers en in dat verband is het een synoniem aan Arabier en Saraceen. Deze Moren drongen noordwaarts Frankrijk binnen tot aan hun terugdrijving door Charles Martel tijdens de grote strijd  van Tours in 732, waarna ze zichzelf praktisch beperkten tot Zuid-Spanje aan de Ebro en de Sierra Guadarrama…. De verdreven Moren vestigden zich in het noorden van Africa, stichten steden waar vandaan ze de Spaanse kustvlakten teisterden, en uiteindelijk zich ontwikkelden in de piraten staten van Barbaren, wiens plunderingen een bron van ergernis waren voor de beschaafde Christelijke machten zelf tot aan huidige eeuw.”—Twentieth Century Cyclopaedia, Vol VI, p. 24.

De conflicten tussen het zuiden en het noorden, volgend op de Grieks-Romeinse oorlogen, waren tussen de Mohammedanen en de Christenen. In die tijd, daarom, terwijl de titel, “koning van het noorden,” van toepassing is op de heersers van het Gekerstende Rome, is de titel “koning van het zuiden,” op de Mohammedaanse heersers.

 

Omdat de Saracenen, Moren, Arabieren en Turken—de Moslims—de opvolgers zijn van het Mohammedaanse rijk in verschillende regimenten, zullen we voor de beknoptheid de naam Mohammedanen gebruiken voor allemaal, alsof ze één regiment waren.)

Deze profetische en historisch vastgelegde gebeurtenissen, maken het onmogelijk om de titels verkeerd toe te passen, of om de machten verkeerd te interpreteren.

Bovendien, geven de verzen (verzen 25, 26, 28-30) waar wij ons nu op concentreren de overwinning aan de koning van het zuiden en de geschiedenis toont aan dat, precies op de tijd dat de geschriften uitwijzen, de Mohammedanen verrezen vanuit Africa, en ook de Christelijke naties binnenvielen, ten noorden van het Middelandse Zeegebied. Toen was het dat Rome, Egypte en Palestina verloor. In deze verzen zijn de persoonsvoornaamwoorden van deze twee tegenstanders, “koning van het zuiden,”en “koning van het noorden,” niet terug te voeren door grammaticale wetten, maar alleen door de logische opeenvolging van gebeurtenissen:

“En hij [ de koning van het noorden] zal zijn kracht en zijn hart verwekken tegen de koning van het Zuiden, met een grote heirkracht, en de koning van het Zuiden zal zich in de strijd mengen met een grote en zeer machtige heirkracht; doch hij [ de koning van het noorden] zal niet bestaan, want zij zullen gedachten tegen hem denken. En die de stukken zijner spijze[ de spijze van de koning van het noorden]  zullen zij eten, zullen hem[ de koning van het noorden] breken, en de heirkracht deszelve[ de koning van het zuiden] zal overstromen, en vele verslagenen zullen vallen….Dan [overwonnen] zal hij [ de koning van het noorden] in zijn land wederkeren met groot goed, en zijn hart zal zijn tegen het heilig verbond; en hij [de koning van het noorden] zal het doen en wederkeren in zijn land. Te bestemder tijd zal hij wederkeren, en tegen het Zuiden komen, doch het zal niet zijn gelijk de eerste, nog gelijk de laatste reis.” Verzen 25, 26, 28 en 29.

Hoewel de “hij” van vers 28 terug keert naar “zijn land met groot goed,” heeft hij ze niet als buit meegenomen van de koning van het zuiden, wiens leger hem overstroomde en maakte dat “vele verslagenen zullen vallen,” om niet weder op te staan (vers 26), maar hij moet ze ontvangen hebben van de vele bekeerden tot zijn geloof. Zij die de stukken zijner spijze aten (vers 26), zijn dienstknechten, en die hem later breken, in het begin, de Protestanten.

De “hij” van vers 29 keert weer te bestemder tijd en komt tegen het zuiden, “hij” is daarom de koning van het noorden die weer opgaat voor een andere strijd. Dit zijn de bijzonderheden die de geschiedenis bevestigd en zodoende is het duidelijk dat de tussen identificatie van het voornaamwoord tussen haakjes juist is.

De westerse invasie van de Mohammedanen begon “in 639 A.D.” toen ze “het land binnenvielen en Egypte een Mohammedaanse provincie werd.”—The New Student’s Reference Book.

Aldus de Ptolomeanen volgend, kwamen de Mohammedanen wiens regering het tweede zuidelijke regiment was aan de titel, “koning van het zuiden.”

Rond 814 A.D. had Rome (de koning van het noorden) reeds Egypte en Palestina aan de Mohammedanen (koning van het zuiden) overgedragen.

Gewetens-overheersende Christenen van het noorden en gewetens-overheersende Mohammedanen van het zuiden zijn sinds dien in territoriale en godsdienstige conflicten geweest. En om het even welke een stuk van de andere zijn grondgebeid nam, dwong op straffe des doods voor non-conformiteit van zijn godsdienstige geloofspunten aan zijn gevangenen.

 

(8)

 

Beiden spraken leugens

 

“En het hart van beide deze koningen zal wezen om kwaad te doen, en aan een tafel zullen zij leugen spreken; en het zal niet gelukken, want het zal nog een einde hebben ter bestemder tijd.” Vers 27.

 

De ene tafel waaraan beide koningen spreken is natuurlijk figuurlijk; dat is Pauselijk Rome verklaarde aan haar gevangenen dat de Romeinse godsdienst een vooraf schaduwing was van de engel Gabriels aankondiging aan Maria dat ze een zoon zou dragen, de Verlosser van de wereld; evenzo verklaarden vervolgens de Mohammedanen, aan hetzelfde volk (aan dezelfde tafel), toen ze hun gevangenen werden, dat de engel Gabriel aan Mohammed was verschenen en hem de godsdienst had gegeven welke alle volkeren van de wereld moesten hebben.

 

Hoewel de verklaring van Rome met betrekking tot wat Gabriel aan Maria zei, gebaseerd is op feiten, was Rome’s ware godsdienst slechts bedekt met een laag Christelijkheid, niet de godsdienst van de Ene Wiens geboorte Gabriel voorsprak. Voor wat betreft Mohammed die de godsdienst ontving van Gabriel, hij heeft het nooit ontvangen. Aldus spraken beiden, de Mohammedaanse officieren en de Christelijke heren, leugens aan een tafel—tot de bevolking.

 

Maar “het zal niet gelukken,” verklaard de engel, “want het zal nog een einde hebben ter bestemder tijd”: dat wil zeggen hun valse godsdienst zal tot een einde komen op de daarvoor bestemde tijd: ze zullen niet altijd bestaan.

 

Kaart 9 toont het uiteindelijke resultaat—de naties die permanent gekerstend zijn en de naties die permanent Mohammedaans zijn.

 

Blz. 79 kaart 9.

 

(9)

 

Tegen het Heilig Verbond

 

De noodzaak ziend van een compromis sluiten met de heidenen om een makkelijke prooi van hen te maken, was daarom de koning van het noorden zijn hart tegen het “heilige verbond” ( verzen 28, 30, 32); hij liet de Sabbat van de schepping ( Ex. 20: 8-11) vallen van de Christelijke geloofsbelijdenis, welke de Heer “gezegend en geheiligd” heeft als een gedenkteken van Zijn werken, “een eeuwig verbond.” Ex. 31: 16, 17.

 

Het hebben van intellectueel contact van de koning van het noorden slechts met hen die “het heilige verbond verzaakten,” verduidelijkt twee punten: ten eerste, dat niet allen de Sabbat verzaakten; ten tweede dat de kleine hulp waarmee hij sterk werd, niet de trouwe volgelingen van Christus waren, maar de ontrouwen.

 

“En die goddelooslijk handelen tegen het verbond zal hij doen huichelen door vleierijen; maar het volk die hun God kennen zullen zij grijpen en zullen het doen.” Vers 32

 

Dit vers openbaart het karakter van elke klas: ten eerste van de ontrouwe; en ten tweede van de getrouwen. Met betrekking tot het lot van de getrouwen, lezen wij:

 

“En de leraars des volks zullen er velen onderwijzen, en zij zullen vallen door het zwaard en door vlam, door gevangenis endoor beroving vele dagen.”

 

“Als zij nu zullen vallen, zullen zij met een kleine hulp geholpen worden, doch velen zullen zich door vleierijen tot hen vervoegen.” Verzen 33, 34.

 

Deze verzen, voorspellen naast de vooraf schaduwing van het martelaarsschap van de trouwe volgelingen van Christus, de Reformatie, de “kleine hulp,” en voorzegd dat haar huidige gevallen staat veroorzaakt is door “vleierijen.”

 

(10)

 

Ontheiligt het Heiligdom, Pakt het Dagelijkse Af

 

“En er zullen armen uit hem ontstaan en zij zullen het heiligdom ontheiligen, en de sterke, en zij zullen het gedurige offer wegnemen, en een verwoestenden gruwel stellen.” Vers 31.

 

Dat deze drie schakels van Waarheden (de ontheiliging van het heiligdom, het wegnemen van het dagelijkse, en het plaatsen van een gruwel) in de profetische keten van gebeurtenissen, ons vele eeuwen brengen in de Christelijke eeuw, wordt concluderend bevestigd door Christus zijn verwijzing naar hen als in de toekomst, vanaf de tijd dat Hij het gebod uitsprak:

 

“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniel, de profeet, staande in de heilige plaats, ( die het leest, die merke daarop) . Dat alsdan die in Judea zijn, vlieden op de bergen.”Matt. 24 : 15, 16.

 

Een heidens heiligdom is reeds onrein, en kan daarom niet vervuilt worden. Het is daarom overduidelijk dat het heiligdom van kracht ( niet de heidense), ontheiligd werd door het erin brengen van een heidense priesterschap en onbekeerde heidenen. Het “heiligdom” is de Christelijke kerk, want gedurende de tijd dat de ontheiliging plaatsvond, was er geen heiligdom in Jeruzalem. ( Betreffende het “dagelijkse,” lees traktaat nr. 3. Het Oordeel en de Oogst, p. 38, 39)

 

(11)

 

Negeren (Veronachtzamen) van een God en de Begeerte van Vrouwen

 

“En op de goden zijner vaders zal hij geen acht geven, noch op de begeerte der vrouwen; hij zal ook op geen god acht geven, maar hij zal zich boven alles groot maken. En hij zal de vastigheden der sterkten maken met den vreemden god; degenen die hij kennen zal zal hij de eer vermenigvuldigen,en hij zal ze doen heersen over velen ,hij zal het land uitdelen in prijs.” Verzen 37, 39.

 

Geen enkele natie dan gekerstend Rome vervult deze profetie, want zij is de enige die de god van haar vaderen negeert ( de Heidense god), en een vreemde god ( de God van de Christenen) erkend.

En alhoewel ze beweert de Christelijke God hartgrondig te hebben geaccepteerd, ontmaskerd dit geschrift de valsheid van haar verklaring.

 

“Zal hij ook geen acht geven…de begeerte der vrouwen” Vers 37.

 

De begeerte van een vrouw is een thuis ( Gen. 3 : 16)

–een behoefte die de Heer in haar hart geplaatst heeft. De Romeinse instelling van kloosters, is daarom niet in de wil van God.

 

(12)

 

Het Vijfde Regiment van het Noorden

Verslaat het Tweede Regiment van het Zuiden

“En op de tijd van het einde zal de koning van het zuiden  tegen hem stoten…..de koning van het noorden.” Vers 40.

De engel die Daniels geschriften dicteerde, verklaart dat in de tijd van het einde deze profetieën geopenbaard zouden worden, en dat in die tijd “velen zullen naspeuren en de wetenschap zal vermenigvuldigd worden.” Dan.12: 4.

Moderne uitvindingen, in het bijzonder in de sfeer van vervoer en communicatie, worden erkend als de vervulling van de voorspelde toename van wetenschap. De huidige toename van wetenschap, laat daarom zien dat we nu leven in de tijd van het einde. Aan het begin ervan verklaart Inspiratie, ( in de achttiende eeuw)zal de koning van het zuiden “stoten tegen” de koning van het noorden—de tijd waarin de koning van het noorden zal—

“….zal tegen hem (tegen de koning van het zuiden) aanstormen, met wagens en met ruiters en met vele schepen; en hij zal in de landen komen en hij zal ze overstromen en doortrekken. En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter neder geworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen. Edom en Moab en de eerstelingen der kinderen Ammons. En hij zal zijn hand aan de landen leggen, ook zal het land van Egypte niet ontkomen. En hij zal heersen over de verborgen schatten des Gouds en des zilvers, en over al de gewenste dingen van Egypte en die van Libië en de Moren zullen in zijn gangen wezen.” Verzen 40-43.

 

Voorbijgaand aan de profetische declaraties van de Mohammedaanse overwinningen, en komend aan “de tijd van het einde,” in de negentiende eeuw, bemerken we dat de gekerstende koning van het noorden in zijn vijfde regiment (de Christelijke regeringen onafhankelijk van de kerk) op het punt staat de koning van het zuiden ( het Mohammedaanse rijk) te overschrijden, en uiteindelijk Egypte en Palestina over te nemen en nog vele andere landen naast deze twee die deel uitmaakten van het Mohammedaanse rijk.

 

Kaart 10 benadrukt het Turkse Rijk en haar grootheid en geeft ook de data aan dat de verschillende provincies vielen. Volgens de kaart, volgde de ondergang van het rijk in 1699 (tegen de tijd van het einde—Dan. 12: 4).

Blz. 85 kaart 10

“ Tot 1915, toen Engeland de Turkse overheersing tot een einde verklaarde en een protectoraat instelde, was Egypte bij uitstek een Turks gebiedsdeel. Maar vanaf 1883, Rabiës officieren opstand volgend, is Egypte voornamelijk geregeerd door Groot-Brittannië onder een consulaat-generaal.”—The New Student’s Reference Book.

“Palestina [het sieraad land], lange jaren het tehuis van het Hebreeuwse ras, was onder het bewind van Rome in de tijd van Christus. In de zevende eeuw ging het onder de Moslim macht en vanaf 1516 tot 1919 was het in de handen van de Turken en een deel van het Turkse rijk.”—The World Book.

Edom, Moab en de eerste kinderen van Ammon (die van Jordanië) kwamen dan onder het mandaat van Groot-Brittannië. ( Zie kaart 5, p. 18). Het Woord echter, zegt zij ”zullen uit zijn hand ontsnappen,”tonend dat hoewel hij ze nu heeft, hij ze zal verliezen.

En “de Libiërs en de Ethiopiërs zullen in zijn gangen wezen” ; waarschijnlijk zullen ze hem volgen- hem aanhangen.

Om de waarheid in ons verstand vast te leggen, voordat we gaan van vervulde profetie naar onvervulde profetie is het passend om aandacht te besteden aan de volgende

 

                                      Terugblik:

 

Na de verdeling van Alexander’s grondgebied, werden Egypte en Palestina zoals eerder gezien eerst geregeerd door de Ptolomeën ; ten tweede door Heidens Rome (verzen 15, 16) , ten derde door de Mohammedanen bij de ondergang van gekerstend Rome (vers 22) en ten vierde, opnieuw door de Christenen – in het bijzonder door Groot-Brittannië ( vers 41).

Dit zijn de enige historische en profetisch opgeslagen vervangingen, die betrekking hebben op de oude landen van Egypte en Palestina. De overgave van deze landen door een profetische koning aan de andere, identificeert onmiskenbaar “de koning van het noorden”en “de koning van het zuiden”vanaf de tijd van het verdelen van Alexander’s rijk tot de tegenwoordige tijd en laat geen ruimte voor twijfel en voor discussie.

Het  voor de tweede keer ingaan van Rome( koning van het noorden ) in “het sierraad land” ( vers 41) toont aan dat hoewel , zoals eerder  vermeld het eens het land overnam van de Ptolomeen (vers 16) het later in 633 A.D. verloor aan de Turken en in 1919 – “in de tijd van het einde” – het helemaal  terug won.

Hier is eenvoudig bewijs dat in de moderne tijd de Mohammedaanse heersers in profetie de “koning van het zuiden” genoemd worden, terwijl de koning van Engeland, tezamen met de ontwrichte families van gekerstende koningen, waarvan de profetie zegt dat ze elkaar niet zullen aankleven, ( Dan. 2 : 43) de “koning van het noorden”genoemd wordt.

In haar Heidense periode , wordt Rome door de twee benen van ijzer gesymboliseerd door het grote beeld en in haar gekerstende periode, door haar voeten en tenen van ijzer gemengd met klei.

Dat de “koning van het noorden”( Dan 11: 7) en de kleine-hoorn-macht (ogen hebbend van een man en een mond vol groot spraak—Dan. 7: 25)één en dezelfde macht zijn, wordt wederom getoond door, het feit dat “tijd, tijden en een halve tijd,” de tijd gegeven is in beide gevallen. Zie Daniel 12: 7. ( Het twaalfde hoofdstuk is een voortzetting van het elfde).

Het is nu duidelijk te zien dat het overgaan van Egypte en Palestina van de handen van een volk tot een ander de sleutel is welke het mysterie van Daniel 11 heeft ontsloten. En de waarheid voort schijnend met zulk een schittering maakt het overduidelijk dat de populaire leerstellingen dat Turkije “de koning van het noorden”is , en dat Engeland het te verschijnen koninkrijk van Israel is , worden door de geest  van dwaling gerekend, om zo Gods volk totaal het zicht te laten verliezen van de waarheid en hun standpunt , waar weten ze niet in te nemen.

 

(13)

Verklaart de Oorlog, Maar Niet Tegen de Koning van het Zuiden

 

In deze keten van gebeurtenissen is tot zover iedere schakel profetisch vervult, maar de verzen die wij vervolgens zullen overwegen, bevatten de schakels naar onvervulde profetie. Door het oog van geloof zullen we daarom een blik werpen in de toekomst:

 

“Maar de geruchten van het Oosten en van het Noorden zullen hem verschrikken; daarom zal hij uittrekken met grote grimmigheid om velen te verdelgen en te verbannen.” Vers 44.

De koning zijn laatste verschrikking zal niet opstijgen van het stoten van de koning van het zuiden tegen hem, maar van “geruchten uit het oosten en uit het noorden, “aantonend dat hij getrokken wordt in zijn laatste strijd voor de overheersing, niet door het verklaren van oorlog aan hem door wie dan ook, maar doordat hij oorlog verklaart aan velen, omdat geruchten uit het oosten en uit het noorden hem hebben verschrikt.

Als Duitsland agressieve activiteiten in het noorden van de Middellandse en de Japanners ten oosten daarvan de geruchten zijn die Engeland ertoe geleid hebben oorlog tegen velen te voeren en daar is geen twijfel aan, dan zal deze tweede wereld oorlog leiden tot de vervulling van het complete hoofdstuk onder beschouwing.

 

(14)

Zijn Laatste Handeling

 

“En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeën aan de berg des heiligen sieraad en hij zal tot zijn einde komen en zal geen helper hebben.” Vers 45.

Het is vanzelfsprekend dat het planten van “de tenten van zijn paleis” niet het planten van zijn capitool kan betekenen. De tenten, kunnen een zijtak van zijn paleis aangeven. En zijn keuze om ze te planten “aan de berg des heiligen sierraad,” geeft aan dat de plaats bedoelt is om zijn tenten te verbinden aan de heiligheid van de God van de Christenen. De tenten van zijn paleis investeren met zo’n heiligheid, kan alleen betekenen dat het het hoofdkwartier zal huisvesten in de spoedig komende Pauselijke Wereld regering, die we reeds in beschouwing hebben genomen. Maar één locatie, waarschijnlijk de Berg Sinaï is “tussen de zeeën”—De Rode Zee en de Middellandse Zee. Dat hij dit kiest in de plaats van Jeruzalem, suggereert, dat het is omdat zowel Palestina, evenals Edom, Moab en Ammon zullen “uit zijn hand ontkomen.”

De verklaring,”hij zal tot zijn einde komen en zal geen helper hebben” toont aan dat hij daarvoor geholpen werd door een andere macht, en dat hij niet lang daarna zal voortgaan, en hoogstwaarschijnlijk betekend dat zijn pauselijkheid zal worden omver geworpen door de hoornen van het scharlaken rood beest. (Openb. 17: 16)

Het wordt nu duidelijk dat “de tenten van zijn paleis” verondersteld worden om heiligheid voor te stellen, en dat de vrouw rijdend op het beest (Openb. 17: 3), de wereld haar sociaal, economische, politieke en religieuze problemen regelt, de waarheid is duidelijk dat de huidige Christelijke regeringen gereorganiseerd en geregeerd moeten worden door een pauselijk hoofd—niet door Hitler.

Ons gebed is dat allen zich ervan zeker stellen dat hun namen in het Boek des levens van Michael zijn, want zij wiens namen daar niet zijn, zullen uit gesloten worden om voor eeuwig vernietigd te worden.

Als scheidende verzekering dat we nu leven in de tijd van het einde, en aangezien die tijd zal overgaan in de eeuwigheid, citeren we de engel zijn heilige woorden:

“En te dier tijd zal Michael opstaan, die grote vorst die voor de kinderen uws volks staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op dien zelven tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek. En velen van die , die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken dezen ter eeuwigen leven en genen tot versmaadheden en tot eeuwige afgrijzen.” Dan. 12 : 1,2

 

Conclusie

 

Aangezien de profetieën die hierin behandelt zijn, vele eeuwen van de geschiedenis aan een schakelen, zijn we binnen het bestek van deze traktaat maar kort in staat geweest om de betreffende geschiedenis te behandelen, speciale aandacht gevend aan het deel waardoor de Heer de voeten van iedereen gaat leiden die begerig is om het kruis op te nemen en Hem veilig te volgen over de bodemloze put, waarin alle andere levenden spoedig zullen vallen. De waarheid die hier aan het licht is gebracht, schijnend zo helder als het doet, zou al de oprechten moeten overtuigen en bekeren die aan het op handen zijnde noodlot willen ontsnappen. Daarom, mogen allen

 

Het ter harte nemen en voordeel halen.

Als een reddingslijn om de trouwe volgelingen van Christus ervan te beschermen om door de godsdienst van welke macht , heeft God de profetische keten van gebeurtenissen hierin onder de aandacht gebracht.

Zij die verwachten geleid en gered te worden door het Woord der Waarheid, alsook om verlost te worden van de tijd der benauwdheid, het opstaan van Michael ( Dan. 12: 1)welke zorgt voor de tegenwoordige verwarring van de naties met zich zal voortbrengt, zou nu niet moeten aarzelen om nu hun standpunt in te nemen aan de zijde van rechtvaardigheid en waarheid. Om deze reden, broeder, zuster schijnt dit licht nu voort op uw pad.

 

Aan hun die de Heer Zijn waarschuwing ter harte nemen en die aan Zijn zijde staan, is de belofte gedaan: “ De leraars nu zullen blinken, als de glans der uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwiglijk.” Dan 12 : 3

 

“Velen zullen er gereiningd en wit gemaakt en gelouterd worden; doch de goddelozen zullen goddelooslijk handelen en geen van de goddelozen zullen verstaan , maar de verstandigen zullen het verstaan.” Dan 12 : 10

 

“Van alles wat gehoord is, is het einde van de zaak,: Vrees God en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen.” Prediker 12:13. Staat nu op en wordt verlicht, maak dat de Psalmist u zelf prijst: zeggende ,”O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen.” O Heer, Gij zijt mijn God; U zal ik verhogen, Uw naam zal ik loven, want U heeft wonderlijke dingen gedaan; Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastigheid.” Psalm 71: 17; Jes. 12: 1.

 

Kaarten

 

Nummers 1-4, 6 en 7 zijn aanpassingen vanuit de mappen in Empires of the bible, door A.T. Jones.

Nummer 5 is aangepast van de mappen die voorkomen in The Dallas morning News gedurende 1941.

Nummer 8 is aangepast van een van de serie mappen in Myers’ Ancient HIstory revised edition.

Nummer 9 en 10 zij een reproductie van de mappen in The New World Problems in Political Geography.

 

 

Illustraties

 

Voorpagina: bovenste door Knott in  The Dallas Morning News; de onderste door Sakren.

 

Al het schuin gedrukte de onze