De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)


ABOUT US

We Offer Services
It’s a Story About Our Team

Great things are done by a series of small things.

1sc1-1200x675.jpg

De Symbolische Code

Nieuws Artikel

Deel Een

Nr. 6

15 december 1934

Los Angeles, California

TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap

            EEN BRIEF VAN BELANG

 

Geliefde Broeder Lysinger:

We hebben uw rondschrijven gedateerd 24 Oct. ontvangen, die ons waarschuwt tegen “De Herdersstaf,” en erbij ingesloten het kleine traktaat: “Een Waarschuwing Tegen Dwaling.” Ik had het kleine traktaat reeds gelezen en ook het boekje: “Een antwoord aan de Herdersstaf.” Ik heb ook reeds gecorrespondeerd met Prof. O.J. Graf, die duidelijk de besturende kracht was in zowel de Pacific Unie Conf. en de Gen. Conf. Comités . Aangezien hij de hoofdauteur is, zo niet de redacteur van beide van deze pamfletten, zal mijn antwoord op dit kleine traktaat gericht zijn aan hem en niet aan u. {1SC6:1.1}

Zonder de wens om uw oprechtheid in twijfel te trekken, en met alle respect tot uw ambt, mag ik u vragen oftewel u persoonlijk onder gebed onderzoek heeft gedaan naar de HStaf boodschap? Of is uw waarschuwing ertegen slechts gebaseerd  op het onderzoek van een ander zoals aangegeven in het kleine traktaat? De reden dat ik dit vraag, is omdat uw voorganger ons ook een waarschuwing toezond tegen de HStaf boodschap, gebaseerd op, zoals hij later bevestigde, niet zijn eigen onderzoek, maar op een waarschuwing die door hem werd ontvangen door iemand in een hoger ambt. {1SC6:1.2}

U zegt, dat “onder de 2175 ingezegende predikanten die wij hebben in het  kerkgenootschap der Z.D.A. er een zekere E.T. Wilson is, die de leerstellingen van de HStaf, heeft geaccepteerd.” Maar is het veilig om dit als bewijs aan te voeren, tegen de HStaf boodschap of om zij die het aanvaarden als ketters te veroordelen? We zullen beter in staat zijn dit te beoordelen, in het licht van de volgende geïnspireerde citaten: “Hebben enigen van heersers van de Farizeeën in Hem geloofd?” Johannes 7: 48. {1SC6:1.3}

“Wees echter voorzichtig datgene te verwerpen wat waarheid is. Het grote gevaar van ons volk is dit geweest, dat zij zich afhankelijk hebben gemaakt van mensen, en hun vertrouwen op de mens hebben gesteld. Zij die niet de gewoonte hebben om de Bijbel voor zichzelf te onderzoeken, of bewijzen te overwegen, hebben vertrouwen in de leiders en aanvaarden de beslissingen die zij maken; en zo zullen velen juist die boodschappen verwerpen die God aan Zijn volk stuurt, in die deze leidinggevende broeders deze boodschappen niet accepteren. {1SC6:1.4}

“Niemand zou moeten opeisen dat hij al het licht bezit dat er voor Gods volk is. De HERE zal hier geen genoegen mee nemen. Hij heeft gezegd: ‘Ik heb een geopende deur gegeven, die niemand kan sluiten.’ (Openb. 3:8.) Zelfs al zouden al onze leiders licht en waarheid weigeren, zal die deur open blijven. De Here zal mannen (of mensen doen opstaan die het volk de boodschap voor deze tijd zullen geven.” (Testimonies to Ministers. 106, 107.) {1SC6:1.5}

In het licht van deze duidelijke positieve waarschuwingen tegen het verwerpen van waarheid, omdat mannen in hoge posities het niet accepteren, moge iedere Zevende Dags Adventisten predikant en leek, zijn eigen hart onderzoeken in het licht van zijn eigen Bijbel, voordat hij “De Herdersstaf,” boodschap veroordeelt als ketterij. Hebben de andere 2174 ingezegende predikanten een ernstig en onderzoek onder gebed gedaan naar “De Herdersstaf,” boodschap zoals ouderling E.T. Wilson dat heeft gedaan? Immers om billijk tegen zichzelf te zijn, eerlijk tegen het volk, en trouw aan God, moeten zo dat doen, voordat ze Hem als ketter brandmerken, en voordat ze Hem van de huizen van het volk weghouden. {1SC6:1.6}

Deze boodschap zal op haar eigen verdiensten staan of vallen, ongeacht wie haar aanvaard of haar verwerpt.  Laat niemand terzijde staan, wachtend dat het op niets uitloopt, totdat zij het onderzocht en bewezen hebben dat het vals is. {1SC6:1.7}

                                                                       (Getekend)   A. E. Johnson

LEER OM HEM TE VERTROUWEN

“Gaat henen, ziet Ik zend u als lammeren in het midden der wolven. Draagt geen buidel, noch male, noch schoenen; en groet niemand op den weg.” (Lukas 10: 3, 4). {1SC6:1.8}

Ter vervulling van de bovenstaande belofte, wens ik een paar ervaringen te  vertellen, die Zijn tedere bewakende toezicht tonen, over het werk en de werkers. Vroeg in het jaar, toen begonnen werd met het werk in Loma Linda, vertelde de eerste broeder die we ter plaatse ontmoeten dat we naar de “vallei der droge beenderen,” waren gekomen. Naarmate de dagen vorderden, realiseerden we ons steeds meer hoe vreselijk waar dit was. Desalniettemin konden we af en toe tekenen van leven zien, en hoewel het op gegeven moment leek alsof we verder moesten trekken, naar een ander veld, gingen we door met werken en bidden, met het resultaat dat God ons beloonde door velen op te wekken als een gedenkteken van eerste vruchten in die omgeving. {1SC6:1.9}

Eens probeerden zij die tegen de boodschap vochten, onze kamer van ons af te pakken, zodat we gedwongen zouden zijn om te vertrekken. Toen dit mislukte, begonnen ze boosaardige verslagen en sprookjes te verspreiden, maar de Heer had de overhand en wij bleven. {1SC6:2.1}

Gedurende deze tijd gingen mijn voedsel en geld op en zagen de dingen er donker uit. In ging in het veld en trok een handvol alfalfa tezamen met een paar mostaard groente, genoot van een goede salade en ging weer aan het werk. Aldus leerde ik waardevolle lessen in vertrouwen in de Heer en van de mogelijkheden van gezondheidshervorming. {1SC6:2.2}

“’De Heer kan een tafel spreiden in de woestijn.’ Onder Zijn leiding zal voedsel lang meegaan. Wanneer we onszelf in de juiste relatie tot Hem plaatsen, zal Hij ons helpen, en het voedsel dat we eten in gehoorzaamheid tot Hem zal ons bevredigen. We kunnen op veel minder blijven bestaan dan we denken dat we kunnen, als Gods zegen op het voedsel is; en als het tot Zijn verheerlijking is, kan Hij het vermeerderen.” – “Counsels on Health,” blz. 495. {1SC6:2.3}

Toen in mijn post de volgende morgen opende, vond ik een biljet van een dollar! De Heer weet welke dingen we nodig hebben, voordat we Hem vragen. “Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans deszelve; gaat gij deszelve niet zeer veel te boven? Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen? En wat zijn gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de leliën des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet, en Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk een van deze. Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen? Daarom zijt niet bezorgd, zeggende Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? (Want al deze dingen zoeken de heidenen).” (Matt. 6: 25-32.) {1SC6:2.4}

Een tijdje later toen ik terugkeerde van een reis, wist ik wederom niet waar mijn volgende maaltijd vandaan zou komen, en toen ik mijn boeken uitpakte, scheen er een bladzijde omlaag gekeerd te zijn in mijn Bijbel. Toen ik het onderzocht, vond ik daar twee biljetten van een dollar! En verscheidene keren vanaf toen, wanneer ik precies op het punt van noodzaak stond, kwamen er brieven die, wanneer ze geopend werden, materiële zekerheid gaven dat God zorgt voor diegene die hun vertrouwen in Hem stellen. {1SC6:2.5}

Bij een recent bezoek aan Loma Linda, lieten wij het kleine gezelschap daar vertrouwend in de Heer en vastbesloten om de “strijd om de poort,” voort te zetten. – M.L. Deater.   {1SC6:2.6}

EEN HERVORMING VAN WAARHEID

Gedurende de afgelopen vier weken die wij doorgebracht hebben onder onze geliefd volk in Virginia, hebben we een verlangen van het hart gezien, naar een kracht die hun zal redden van hun zonden, of deze zonden nu lauwheid zijn, de houding van rijk en verrijkt zijn, verslaving aan sigaretten, liefde voor films, vertoon van juwelen, aansluiting bij loges, God beroven van tiende, of wat dan ook. De boodschap van tegenwoordige waarheid heeft precies dit verlangen vervuld en heeft een nieuw lied op hun lippen gezet, en heeft lofprijzingen voortgebracht tot God. {1SC6:2.7}

Ongeveer twintig kostbare zielen te Meadows of Dan, verheugen zich in de waarheden die de HStaf bevat. Dit aantal omvat de meeste van de kleine kerk hier, en behalve deze, hebben twee in Richmond zichzelf opnieuw verliefd verklaard, met de Drie Engelen boodschap, en weten dat God voor het eerst in hun hele leven, iets voor Zijn volk heeft, dat arme dwalende, ontmoedigde Z.D.A’s, zal redden van hun zonden. Aan God zij alle heerlijkheid, voor wat tot stand is gebracht in dit interessante veld, en zullen we ons niet aansluiten bij deze geliefde kinderen van de Heer in het meest ernstige gebed tot het einde, dat ze gebruikt mogen worden, om Tegenwoordige Waarheid, naar vele anderen in de kerk te brengen, voordat het vernietigende oordeel van de Heer valt op de lauwe belijders daarin? – E.T. Wilson. {1SC6:2.8}

—————————————

LOF AAN HEM

Ik hou van de HStaf boodschap en heb de boeken aan verschillende personen geleend. Ik weet niet hoe welke ware Zevende dags Adventist, tegen zo een boodschap kan zijn, want het ondersteund en verhoogd al de geschriften van Zr. White, waarvan ik hou met heel mijn ziel,… Ik bid oprecht dat allen die tegen de waarheid vechten, geleid mogen worden om hun fouten te zien, voordat het te laat is. –Mw. E.E. Martin, Kinsale, Montserrat, British West Indies. {1SC6:2.9}

Ik heb de geschriften van de HStaf, gelezen, herlezen en bestudeerd en over ze gebeden, en ik ben overtuigd dat God de boodschap heeft gestuurd, om zijn volk in deze tijd te verlichten. {1SC6:3.1}

Ik heb me vaak afgevraagd of onze geliefde Zuster. White ons al het licht gegeven had, dat God voor ons had, maar ik zie nu door haar eigen onderwijzing, dat er veel meer licht te komen staat, en ik dank God werkelijk voor het nieuwe licht, in het ontvouwen van de profetieën. {1SC6:3.2}

Geprezen zij Zijn heilige naam. Nu hou ik van de waarheid, en meer van de mensen  en ik studeer iedere dag. Ik ben 52 jaren een adventist geweest, en heb niet een keer in mijn leven getwijfeld aan de geschriften van Zuster White, maar nu zijn ze nog kostbaarder dan ooit. {1SC6:3.3}

(Getekend) O.O. Callentine

                                                                                   Bozeman, Montana

BEZOEK BRENGEN VAN COLORADO

Aan de Symbolische Code,– aan hen in het ambt, en aan hen buiten in het veld, en aan hen die tussen twee meningen mank gaan— de groeten: {1SC6:3.4}

We kwamen naar Los Angeles van een afstand van 1400 mijlen, met als doel het grondiger onderzoeken van de beweringen  van de HStaf, om er zeker van te zijn dat we niet in dwaling geleid werden, en tegelijkertijd om ons er zeker van te stellen van het niet achter gelaten te worden in duisternis, zoals zij die hun oren gesloten hebben voor de boodschappen in de voorbijgegane eeuwen. {1SC6:3.5}

We vonden Br. Houteff zeer ernstig, oprecht en een diepgaande student, in zowel de Bijbel en de Geest der Profetie. Wanneer hij ondervraagd werd over een Schriftgedeelte, legt hij het of met overtuigende bewijzen uit, of anders zegt hij: “Ik weet het niet.” {1SC6:3.6}

Naast het maken van dit onderzoek uit de eerste hand, heb ik Vol 1. Van de HStaf eenentwintig keren zorgvuldig gelezen, en Vol. 2 ongeveer vijftien keren. Ik heb ook de vier traktaten die nu in circulatie zijn gelezen, en ik kan getuigen dat de verslagen die we tegen hem horen en zijn geschriften, bevonden heb te zijn ongegrond en vals. Mijn onderzoek van de publicaties en de persoon, overtuigen mij zonder twijfel dat God hem een boodschap heeft gegeven voor de Z.D.A. kerk, en ik wil gelijk staan met diegenen die trachten het voor het volk te brengen. {1SC6:3.7}

Ik heb ondervonden dat aan de ene kant zij die de boodschap hebben bestudeerd, overtuigd zijn dat God tot hen spreekt terwijl aan de andere kant, zij die er geen studie van gemaakt hebben, en die denken dat zij “rijk en verrijkt zijn en aan geen ding gebrek hebben,” van zichzelf denken dat ze in staat zijn te weten, zonder te onderzoeken, ondanks het feit dat de Heer tot hen zegt,”Gij weet niet.” Moge God Zijn kracht manifesteren, en Zijn slapende kerk doen ontwaken voor dat het te laat is. {1SC6:3.8}

                                                                                   (Getekend)  Arthur Carver, Cory

 

POGINGEN OM DE SCHAPEN TE BEROVEN

De kerk te Muncie, Indiana, heeft weer jacht gemaakt tegen de leden die de HStaf aan het bestuderen zijn. De eerste twee werden door de president van de Indiana Conferentie gemaakt. Hij kwam naar de kerk onder de indruk dat de totale lidmaatschap op een dwaalspoor werd geleid, en scheen verwonderd, toen hij vernam dat slechts een lid de HStaf bestudeerde. Maar in zijn poging om tegenwoordige waarheid uit te stampen, stelde hij voor dat dit lid 30 dagen gegeven werd waarin hij de HStaf, moest verloochenen. Er werd gestemd en in zijn voordeel uitgevoerd. Echter aan het eind van de “30 dagen,” studeerde degene waar het over ging nog steeds, en belegde de Conferentie president weer een vergadering, en schreef het lid af, op basis van de voorgaande stemmen. {1SC6:3.9}

Desondanks, in plaats van het neerhalen van de HSTaf, gaf het, het juist een goede start. Verschillende bijeenkomsten zijn gehouden, met een goed aantal aanwezigen. Boeken en traktaten zijn verspreid geworden, en er zijn verschillende geïnteresseerden, die de beweringen van de HStaf, afwegen. De ouderling van de kerk, en de diaken bespioneerden, net als de Jezuïeten in de dagen van de Inquisitie, en de Farizeeën vanouds, om te weten te komen wie de HStaf bestudeerden. Ze belegden een andere vergadering, waarbij delen van de Bijbel  en de Getuigenissen werden gelezen door de aanklagers, maar het gelezene had geen effect.  De kerk ambtenaren, trachten de lezingen te verdraaien en ze te gebruiken tegen hen die ze aanklaagden. Ten slotte, deden ze een oproep voor allen die tegen de HStaf waren, om naar een kant van de kamer te verhuizen, en men gaf gehoor aan het bevel. Behalve degene die de HStaf bestudeerde bleven drie anderen zitten, omdat ze voelden dat ze niet op verstandige wijze konden zeggen dat ze tegen iets waren dat ze niet bestudeerd hadden en niets van af wisten. Nochtans werden ze allemaal de gebruikelijke 30 dagen gegeven. {1SC6:3.10}

                                                                                   (Getekend)   R.H. Smith, Muncie. Ind

EEN ANDER BEWIJS VAN HOE DE BOODSCHAP VOORTGAAT EN HOE HET HERVORMD

Het is ongeveer zestien maanden geleden dat ik het eerste Deel van de HStaf, te pakken kreeg. Ik heb verschillende keren het tezamen met de andere publicaties gelezen, en hoe meer ik het lees hoe duidelijker het wordt, en mijn hart is vervult met dankbaarheid tot God voor de wonderbaarlijke waarheden die ik heb gevonden. {1SC6:4.1}

Een zekere familie kwam recentelijk naar Hartfort City. Ik belde ze en ontdekte dat ze nooit van de boodschap gehoord hadden. Dus gaf ik hen de HStaf en de traktaten. Nu verheugen ze zich in de tegenwoordige waarheid en hebben een werkelijke hervorming in hun huis, voor wat betreft  het herstellen van de familie altaar, het naleven den de principes van de gezondheidshervorming, terugkeren naar het systeem van tienden geven, en het op orde brengen van hun conversaties. {1SC6:4.2}

Twee weken geleden stemde de kerk mijn naam af van de boeken, en afgelopen Zaterdagnacht, waren er twee predikanten hier en ze predikten zeker tegen de HSTaf. Op dat moment namen ze van een andere zuster al haar kerkelijke verantwoordelijkheden, omdat ze het boek las, en gaven haar de gebruikelijke 30 dagen om de HStaf te verwerpen. {1SC6:4.3}

Zr. Sebring, van Hartfort City, Indiana, die het bovenvermelde geschreven heeft, en een andere zuster, hielden zich slechts aan de instructies gegeven door de Geest van God, in het volgende bevel: {1SC6:4.4}

“Wanneer een boodschap in de naam van God tot Zijn volk komt, mag niemand zich verontschuldigen om zich te onderwerpen aan een onderzoek van haar eisen. Niemand kan het zich veroorloven zich terug te trekken in een houding van onverschilligheid en zelfvertrouwen, en zeggen: ‘Ik weet wat waarheid is, ik ben tevreden met mijn toestand. Ik heb mijn grenzen bepaald en ik zal niet van mijn standpunt afwijken, wat er ook mag komen. Ik zal niet naar de boodschap van deze boodschapper luisteren; want ik weet dat het géén waarheid kan zijn.’ Het is vanwege het volgen van deze koers dat de populaire kerken in gedeeltelijke duisternis werden achtergelaten, en dat is de reden waarom de boodschap van de hemel hen niet bereikt heeft.” Testimonies on Sabbath school work blz. 65. {1SC6:4.5}

Merk op hoe de bovengenoemde handelingen volstrekt worden terecht gewezen door de Geest der Profetie in de volgende citaten: {1SC6:4.6}

IN HET VOETSPOOR VAN ROMANISME

“Zij die bevolen zijn om de attributen van de Heer Zijn karakter te vertegenwoordigen, stappen van het Bijbelse platform af, en beramen in hun eigen menselijk oordeel, regels en besluiten om de wil aan anderen op te dringen. De bedenksels voor het dwingen van mensen om de voorschriften van andere mensen te volgen, stellen een orde der dingen in, dat de sympathie en tedere medeleven met de voeten treedt; dat de ogen verblindt voor genade, gerechtigheid en de liefde voor God. Morele invloeden en persoonlijke verantwoordelijkheden, worden met de voeten betreden. {1SC6:4.7}

“De gerechtigheid van Christus door geloof is door sommigen genegeerd; want het is in tegenstelling tot hun geest, en hun hele levenservaring. Heers, heers, is hun handelswijze geweest.” – “Testimonies toe Ministers” blz. 363. {1SC6:4.8}

Het is een angstaanjagend ironie om de tirannie van de pausen opnieuw in de wieg gelegd te zien worden, in de schoot van de “Moeder,” van religieuze vrijheid! Toch wordt het door velen betwijfeld dat de dodelijke wonde genezen is! Niet alleen laat dit soort handelingen zulk een dusdanige mogelijkheid van twijfel achter, maar het overtuigd iemand ervan, dat het meer dan een oude vrouwen sprookje is, dat er pauselijke agenten in ons midden zijn, vermomd als engelen des licht (Zevende dags Adventisten predikanten). {1SC6:4.9}

“O Jeruzalem! Maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion!” (Jes. 52:2) {1SC6:4.10}

EEN DROEVIGE MAAR BLIJDE ERVARING

Zr. Knudsen van San Diego vertelt de volgende ervaring:

“Nadat de Zevende dag Adventisten mijn geloof in de profeet Jozef Smith hadden vernietigd, hield ik op te geloven in de leerstelling van de profeten van de Laatste Dagen, en aanvaarde de advent boodschap, hoewel totaal onwetend dat ook zij een profeet hadden. {1SC6:4.11}

“De dag dat ik gedoopt was, sprak een ouderling die te gast was over de Geest der Profetie, bij welke gelegenheid ik voor het eerst leerde dat ze een profetes hadden. Toen deed mijn hart werkelijk pijn en was mijn verstand in de war en weigerde ik gedoopt te worden. Maar toen de evangelist die mijn profeet gedood had dit te weten kwam, werden er meer studies aan mij gegeven, maar ze schoten te kort, om mij te overtuigen dat Zr. White’s geschriften geïnspireerd waren. Ten slotte op de kracht van de Sabbatwaarheid, haalde de evangelist me over om gedoopt te worden, het overlatend om later tot de Geest der Profetie bekeerd te worden. {1SC6:4.12}

“Acht jaren later, nadat ik me toegevoegd had aan de kerk, ging ik naar een bijeenkomst waar de boodschap van de HStaf gepresenteerd werd. In de loop van de studie, werden er feiten uitgebracht, die de inspiratie van Zr. White’s geschriften bewezen, en voor de afsluiting van de studie was ik volledig overtuigd tot de Geest der Profetie, waar ik van toen af aan meer en meer dankbaar ben geweest, niet alleen van de grote zegeningen die daarvan afgeleid zijn, maar ook omdat ik nu weet dat ik een onvervalste Zevende dags Adventist ben. {1SC6:4.13}

Toen ik een niet gelovige was in de Geest der Profetie—dat wat de Zevende dags Adventistenkerk gemaakt had—en een overwegend een Adventist in dag en naam was, behield ik mijn lidmaatschap, maar toen de HStaf me bekeerde tot de Geest der Profetie, en me een ware Zevende dags Adventist maakte, werd mijn lidmaatschap van mij ontnomen! Maar ik dank God voor het voorrecht om uitgeworpen te worden, omwille van de Zoon des mensen.” {1SC6:5.1}

We kunnen geen enkele grotere ironie bedenken, dan dat van de voorgaande ervaring, welke typerend is voor meer dan slechts  een incident in de kerk vandaag. We kunnen eenvoudigweg niet begrijpen hoe onze broeders en zusters zelfvoldaan door kunnen slapen, te midden van zulke onredelijke, schandelijke handelingen. Om iemands lidmaatschap acht jaren te behouden, terwijl diegene slechts half bekeerd is tot haar leerstellingen, en dan deze persoon af te schrijven als lid, wanneer helemaal bekeerd, is de meest verschrikkelijke tegenstrijdigheid denkbaar. En toch is dit het exacte ding waar het omgaat in Gods kerk. {1SC6:5.2}

“Veel te haastig werk wordt gedaan in het toevoegen van namen aan de kerkrol. Serieuze gebreken worden gezien in de karakters van sommigen die zich toevoegen aan de kerk. Zij die ze toelaten zeggen: “We zullen ze eerst in de kerk binnen laten komen, en ze dan hervormen. Maar dit is een fout. Juist het eerste werk dat gedaan moet worden is het werk van hervorming…Laat ze niet toe zich te verenigen met Gods volk in een kerk relatie totdat ze besliste bewijzen geven dat de Geest van God aan hun harten aan het werken is. Velen wiens namen geregistreerd staan in de kerkboeken zijn geen Christenen.”(Mw. E.G. White, in Review and Herald, 21 mei 1901) {1SC6:5.3}

En wanneer ze dan uiteindelijk bekeerd zijn, heeft de kerk berouw dat ze, ze erin hebben gebracht, en gaat meteen over om ze als lidmaat af te schrijven! {1SC6:5.4}

Zuster Palmer van Red Cloud, Nebraska stuurt deze meest hartelijke uitnodiging: “We zijn hier in het midden van oktober gekomen en zouden blij zijn om welke HSaf lid dan ook, bij ons te doen stoppen als hij in de buurt is. {1SC6:5.5}

HEEL BELANGRIJK

Onzorgvuldigheid bij een deel van sommigen heeft hun een heel goed deel gekost, en veel post is verloren gegaan, hetgeen nooit het kantoor heeft bereikt. Ons juist adres is in het verleden gepubliceerd, maar sommigen hebben er geen acht op geslagen. Wilt u er alstublieft aan denken om welk lid van dit kantoor dan ook op de volgende manier te adresseren. {1SC6:5.6}

                                                                       Universele Uitgevers Associatie

                                                                       Station K, Box 68

                                                                       Los Angeles, California

                                                                      Naam van de persoon

Plaats geen geld in gewone post. Stuur liever een  Geldopdracht of een check van de bank. Vergewis u ervan dat uw retour adres op alle post gegeven is. {1SC6:5.7}

VRAGEN EN ANTWOORDEN

WAS CHRISTUS DEZELFDE DAG GEARRESTEERD EN GEKRUISIGD?

Bij het lezen van de Wens der Eeuwen, schijnt het dat Christus op Donderdagnacht, door goddeloze mannen was weggevoerd, en Zijn proces direct haastig werd doorgevoerd, en van wat ik in staat ben te begrijpen, duurde Zijn proces, vanaf de tijd dat Hij in de tuin was weggevoerd tot Zijn kruisiging, ongeveer twaalf uren. Ben ik correct in dit geval?” {1SC6:5.8}

De apostel Marcus, stelt nadrukkelijk dat Christus op het derde uur van de dag werd gekruisigd (Marcus 15: 25), hetgeen slechts drie uren is na zonsopkomst, zoals bewezen in het feit dat de Bijbel met de oude tijdsindeling handelt. Laat de vragensteller nauwkeurig het diagram volgen op bladzijde zes—toegevoegd om het bevattingsvermogen te vergemakkelijken. {1SC6:5.9}

In sommige dagen, en zelf nu, in sommige van die landen, is de tijdsindeling zo geschikt, dat wanneer de zon onder gaat, de klokwijzer naar het twaalfde uur wijst. Het zesde uur in het nacht gedeelte, eindigde altijd om middernacht, en het zesde uur in het dag gedeelte eindigde altijd (twaalf uur) ‘s middags. Aldus verdeelden de joden de dag in twee gelijke delen van elk 12 uren, van zonsondergang tot zonsopkomst, en van zonsopkomst tot zonsondergang. {1SC6:5.10}

Matt. 15: 33 openbaart, dat terwijl Jezus aan het kruis was, duisternis het land bedekte vanaf het zesde uur (‘s middags) tot het negende uur (3 uur ‘s middags), en dat toen Hij stierf, de duisternis verdween. (Matt. 27: 46-50). Dan voegt Lukas toe, dat de Verlosser begraven werd rond het twaalfde uur (zonsondergang), rond welke tijd de sabbat naderde. (Lukas 23: 52-54). Hier zien we dat het  verslag van de gebeurtenissen bewijst dat vanaf de tijd dat Hij gekruisigd was, tot aan de tijd dat Hij begraven was—de uren tussen 3 uur ’s morgens en twaalf uur ’s middags—9 uren in beslag namen. {1SC6:5.11}

Johannes 19: 14 stelt dat rond het zesde uur, Christus in Pilatus zijn gerechtshal was. Dit zesde uur kon niet het zesde uur zijn nadat Hij was gekruisigd, want op dat uur hing Hij aan het kruis. Vandaar dat het dichtstbijzijnde zesde uur voorafgaand aan, Zijn kruisiging die te middernacht was, het aanbreken van de Vrijdag morgen. Zo zien we dat er ten minste 18 uren verslagen zijn, vanaf de tijd dat Christus gebracht werd voor Pilatus tot aan de tijd dat Hij was begraven. Bestudeer het diagram hierin en  u zal overtuigd worden van de onmogelijkheid, voor iemand om een ander gezichtspunt te onderhouden en toch in overeenstemming te zijn met de Bijbelse berekening van de gebeurtenis. {1SC6:6.1}

De voorafgaande feiten bewijzen duidelijk dat de helft van een twaalf uren durende nacht en een hele dag van twaalf uren in beslag werden genomen door het Romeinse Gerechtshof, kruisiging- dood- en begrafenis- van de Verlosser. {1SC6:6.2}

Aangezien het verboden werd door de Joodse wet om iemands ’s nachts te verhoren, en aangezien Christus door het Sanhedrin werd geoordeeld voordat Hij naar Pilatus zijn gerechts-hal werd gebracht, bewijst het dat Jezus, de dag voordat Hij gekruisigd was, voor het Joodse tribunaal stond. Bovendien bewijzen, de woorden van Jezus: “Dat deze nacht,  voordat de haan kraait, zult gij Mij drie maal verloochenen,” (Matt 26: 34), dat Hij ’s nachts uit de tuin werd genomen. Daarom dat vanaf de tijd, dat Christus werd gebracht voor het Sanhedrin, tot de tijd dat Hij begraven was, waren  het 36 uren, want de omstandigheden waren zo dat de Joodse hoogwaardigheidsbekleders, gehaast werden om Hem voor hun hoogste gerecht te dagen, zodra de zon opkwam. Bestudeer de illustratie en u zult zien, hoe accuraat de bovenstaande uitleg bewijst te zijn. {1SC6:6.3}

Was Hij op Vrijdag gekruisigd of op een andere dag?—Marcus zegt: “Het was de voorbereidingsdag; dat is: de dag voor de Sabbat.” (Marcus 15: 42) Het zou foutief van iemand zijn om te concluderen, dat “de Sabbat,” hierboven genoemd, een andere is dan “de zevende Sabbatdag.” Het kon niet de Paasdag zelf zijn geweest—de dag dat het lam werd gegeten (Ex. 12: 3, 6) aan het begin van de zeven dagen van het paasfeest—aangezien de Sabbat genoemd door Marcus kwam nadat Jezus stierf, terwijl op de eerste feestdag (Ex. 12:3, 9; Num. 28: 17), op paasdag zelf, was Jezus nog in leven en vierde het met de twaalf. (Lukas 22: 7-12) {1SC6:6.4}

            We lezen wederom, dat nadat Hij was begraven, “keerden ze weder, bereidden zij specerijen en zalven; en op de Sabbat rustten zij volgens het gebod. (Lukas 23: 56), en niet dat ze terug keerden en het Paaslam aten. Verder was de dag waarop ze rusten, gevolgd door de eerste dag van de week, want Lukas zegt: “En op de eersten dag der week, zeer vroeg in de morgenstond, gingen  zij naar graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden.” Lukas 24:1). {1SC6:6.5}

Dus, was Jezus gearresteerd op Woensdagavond, waarna Hij tweemaal voor de priesters was beproefd, tweemaal voor het Sanhedrin, tweemaal voor Pilatus en eenmaal voor Herodes (WdE. /D.A. 760)—zeven processen in het geheel hetgeen duidt op volmaaktheid. {1SC6:6.6}

Bovendien, met het oog op de uren die in de Bijbel zijn opgetekend, kan alleen een brein totaal verstoken van het gevoel van tijd in het meten van de natuurlijke duur van gebeurtenissen, concluderen nadat getoond is dat de zeven processen, de kruisiging en de begrafenis, allemaal op een dag plaatsvonden. {1SC6:7.1}

Joh. 19: 31 zegt:”Die Sabbatdag, was een hoogtijdag,”omdat het een Sabbat was in de Paasweek—een Sabbat in een van de paasfeesten, die slechts eenmaal per jaar voorkwam. {1SC6:7.2}

Matt. 28: 1, 2 bewijst dat de Heer verrees op de eerste dag van de week, over het algemeen genoemd Zondag, want het wordt in deze verzen gesteld dat: “Aan het einde van de sabbat, als het begon te lichten, tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena en de andere Maria, om het graf te bezien. En ziet er geschiedde een grote aardbeving, want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe en wentelde de steen af van de deur, en zat erop.” Aangezien de vrouwen vlak voor het opgaat van de zon bij het graf kwamen, (Joh. 20:1), en aangezien de “aardbeving” plaatsvond terwijl ze op weg waren naar de plaats, toont het aan dat de engel nederdaalde vanuit de hemel en de steen wegrolde, vlak voordat ze arriveerden. Marcus getuigt ook dat “Jezus, vroeg, op de eerste dag van de week was opgestaan.” (Marcus 16:9) {1SC6:7.3}

Vandaar dat vanaf de tijd dat Jezus gebracht werd voor de priesters tot de tijd dat Hij opstond, waren er precies drie dagen en drie nachten, het Woord vervullend: “Want zoals Jona, die dagen en drie nachten in de buik van de walvis was, alzo al de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart der aarde zijn,” dat is in de hand van zondig klei. (Matt. 12: 40) {1SC6:7.4}

Deze studie bewijst dat Zr. White’s uiteenzetting, van het onderwerp correct is, en het feit dat ze Zijn processen voor de priesters Pilatus en Herodes, heeft opgesomd, toont aan dat ze niet onderwijst dat het allemaal op een dag tot stand kwam, zoals sommigen denken dat haar spraak schijnt te impliceren. {1SC6:7.5}

De uitspraak: “Later diezelfde dag,” (D.A. 722), heeft geen verwijzing naar de dag dat Judas de Heer verraadde, maar eerder de dag toen hij uitriep: “Het is te laat! Het is te laat!” want de uitdrukking van Judas zijn verslagenheid, niet de  gebeurtenis van zijn verraden van de Heer,  is de voorafgaande gebeurtenis  van de uitspraak, “Later die zelfde dag.” {1SC6:7.6}

Verwijzend naar de vraag van: ”hoe we de uitspraak ‘Op de tweede dag van het feest kunnen laten overeenstemmen, werden de eerste vruchten  voor God gepresenteerd,’ (Patriarchs and Prophets, 539), met de uitspraak ‘De schoof offerande… moest geofferd worden voor de Heer, op de morgen na de sabbat,’ (‘De Herderstaf,’ Vol. 2. blz. 20)” antwoorden we als volgt: {1SC6:7.8}

Het feit dat de schrijver zegt: “Op de dag dat het Pascha werd gegeten, was Hij gekruisigd,” bewijst dat ze niet de tweede dag bedoeld, vanaf het feest dat Jezus vierde, maar eerder vanaf het paasfeest op Vrijdag nacht, hetgeen feitelijk valt op de Sabbat, want het Pascha op Vrijdag, voordat Hij gekruisigd was, “de tweede dag van het feest,” zou niet op Zondag vallen, maar veeleer op de Sabbat, en aangezien haar standpunt is dat Christus op Zondag opstond,  op de dag dat de schoof was geofferd (D.A. 785), is het duidelijk dat de uitspraak in “Patriarchs and Prophets,” begrepen moet worden, te verwijzen naar een andere dan de tweede dag vanaf het eerste feest—het werkelijke Pascha. Met andere woorden, als ze datgene bedoelt, wat op het eerste gezicht schijnt te lijken, zou de tweede dag van de feesten, volgens hetgeen ze elders heeft geschreven, vallen op de zevende dag Sabbat, in plaats van op de dag dat de opstanding plaats vond. {1SC6:7.9}

Bladzijde 6, van deze uitgave, in het beantwoorden van een vraag met betrekking tot de tijdslengte, vanaf de tijd dat Jezus het Pascha at tot de kruisiging, bewijst dat Hij het Pascha feest at, met de twaalf op Woensdag nacht en dat Hij verrezen was op Zondag morgen, dat is op de dag dat de schoven voor de Heer gepresenteerd werden. Dit bewijst dat de woorden, “Op de tweede dag van het feest, werden de eerste vruchten van de jaarlijkse oogst gepresenteerd voor God,” (P.P. 539), niet de dag konden bedoelen, nadat Jezus, het Pascha at. We zijn echter, tot zover niet in staat een betere uitleg te geven van P.P. 539; desalniettemin, bewijzen de feiten hierin dat de HStaf, correct is. {1SC6:7.10}

“DE GEEST DER PROFETIE,” OF “DE INZAMELINGSROEP,” –WELKE?

Vanuit Colorado, komt de vraag betreffende de strijd geopend tegen de Geest der Profetie, door de uitgave: “The Gathering Call”/“De Inzamelingsroep.” {1SC6:7.11}

Daar we een aantal van E. S. Ballenger’s traktaten hebben gelezen, zijn wij genoodzaakt te zeggen dat we geen boodschap in geen van hen hebben gevonden.  Hun hoofddoel is ons geloof in de geschriften van Zr. White om ver te werpen. Ze grijpen alles en wat dan ook aan, waar ze een kans kunnen vinden om over te praten. Geen enkele keer hebben we hen welk een van de leerstellingen dan ook die Zr. White onderwijst in haar geschriften, succesvol zien weerleggen, en de middelen die ze aanwenden om haar onderwijzingen te vernietigen zijn zo zwak als een spinnenweb, opgehangen om een arend te vangen. {1SC6:7.12}

We merken op dat op blz. 24 van ons exemplaar van “De Inzamelingsroep,” van sept.-okt,  een artikel geschreven is tegen de waarheid van het heiligdom, zoals onderwezen door Zr. White. Daarin zien we dat het artikel niet haar standpunt tot Bijbelse waarheid ontzenuwd, maar tracht dit te doen door te verhelderen wat er eigenlijk plaatsvond in het aardse heiligdom. De schrijver probeert ons te overtuigen, dat de “heilige plaats,” niet in verband staat met het eerste gedeelte van het heiligdom, en omdat hij dit niet door middel van de Bijbel kan bewijzen, probeert hij dit goed te praten  met zijn verduisterde verstand door volgens de volgende strekking te redeneren: {1SC6:8.1}

De Bijbel zegt: “Gij zult de ram der vulling nemen, en gij zult zijn vlees in de heilige plaats zieden.” Hij trekt haar uitleg in twijfel door te vragen: “Was het eerste gedeelte een keuken om te koken?” Hij citeert wederom: “In Lev. 16: 24, is Aaron geïnstrueerd om nadat hij de zondebok de woestijn heeft ingestuurd, om “zijn vlees te wassen met water in de heilige plaats.’”  Hij denkt dat de heilige plaats hier genoemd, niet het eerste gedeelte kan zijn, en daarom verhelderd hij het wederom door te volgende vraag te stellen: “Was het eerste gedeelte verandert in een badkamer?” Nu citeert hij vanuit Lev. 6: 27: “Wie van zijn bloed op een kleed zal gesprengd hebben, dat waarop hij gesprengd zal hebben, zult gij in de heilige plaats wassen.” Dan vraagt hij: “Waar denkt u dat ze een rek voor wasgoed, gezet hebben in het eerste gedeelte van de tabernakel tempel?” {1SC6:8.2}

Welk bewijs heeft hij ons gegeven dat de heilige plaats niet het eerste gedeelte is? –Niet het geringste. “De Inzamelingsroep,” drukt in het bovenstaande een vleselijk, menselijk verstand die niet in staat is bevatten, dat het ceremoniële systeem met haar dagelijkse offers in ieder aspect symbolische was, en dat het koken van het vlees in de “heilige plaats,” en het wassen van het vlees van de priesters en van zijn heilige klederen, gedaan moest worden in de “heilige plaats,”hoewel in tegenstelling tot menselijke beredenering. {1SC6:8.3}

Mensen zonder goddelijke verlichting, zoals het geval is met “De Inzamelingsroep,” kunnen geen helemaal geen reden  zien voor al die dagelijkse offers, van stieren, geiten, rammen, lammeren, duiven, tortelduiven, waarvan sommigen mannetjes moesten zijn en anderen vrouwtjes, soms een jaar oud en soms drie jaar oud, elk geofferd op een speciale manier door vlees- en drankoffers; en voor de vele nadere rituelen van de Joodse economie.  Als we de gedachten gang van “De Inzamelingsroep,” zouden aannemen, zou onze houding niet die zijn om alleen de dienst in de “heilige plaats” te verhelderen, maar ook het ceremoniële systeem. Menselijk oordeel zou ons dwingen te besluiten dat het gehele ceremoniële systeem, ontworpen was voor niets anders dan het volk te vermoeien, tot armoede te brengen, en hun laten denken dat God een soort wezen was, die bloeddorstig, hongerig voor vlees, en wreed voor dieren was. {1SC6:8.4}

Zouden de verdedigers van de “De Inzamelingsroep,” in Mozes zijn tijd, geleefd hebben, en als ze in de zelfde stemming waren als ze nu zijn, zouden ze duizendmaal betere redenen gevonden hebben om fouten te vinden met betrekking tot wat hij toen onderwees, dan ze nu hebben met betrekking tot het vinden van fouten in de geschriften van Zr. White, en als God nu met ze moest afrekenen, zoals Hij toen met hen afrekende, zou Hij hen net zo snel vernietigen als Hij diegene die fouten vonden bij Mozes had vernietigd. {1SC6:8.5}

Het spijt ons dat we in zulke duidelijke termen moeten spreken, maar daar we beseffen dat we met een probleem van leven en dood te maken hebben, zijn we omwille van Br. Ballenger gedwongen om onszelf zo duidelijk als we maar weten te maken en hopen dat hij zijn gezichtspunt wil heroverwegen. {1SC6:8.6}

We zeggen wederom, dat “De Inzamelingsroep,” geen enkel ding heeft ontzenuwt.  Bijvoorbeeld vragen wij uw aandacht voor hoe het probeert te bewijzen dat Zr. White  verkeerd was in het geloven dat de genadetijd gesloten was in 1844. We citeren van blz. 7: “… Een brief geschreven aan ouderling L. door Mw. White waarin ze zegt: ‘Tezamen met mijn broeders en zusters, nadat de tijd verstreken was in vierenveertig, geloofde ik, dat er geen zondaren meer bekeerd zouden worden.” {1SC6:8.7}

Door de bovengenoemde uitspraak, probeert “De Inzamelingsroep,” te bewijzen dat Zr. White jaren later onderwees, dat de genadetijd gesloten was in 1844 en dat er geen genadetijd meer voor zondaren was na die datum. Maar merk nauwkeurig op wat ze zegt: “Tezamen met mijn broeders en zusters, nadat de tijd verstreken was in … geloofde ik; ”dat betekend ze geloofde datgene wat Wm. Miller onderwees, en toen de gestelde datum voor de komst van Christus, voorbij ging in 1844, geloofde zij met de Millerieten, dat de genadetijd voor allen gesloten was. Maar ze zegt niet dat ze dat onderwees, nadat ze Gods boodschapper werd. Nu vragen wij “De Inzamelingsroep,” om ons te vertellen, als haar geloof in Miller’s boodschap, haar zou diskwalificeren om een profetes te worden, na de teleurstelling, en zou haar geloof voor 1844, de pioniers van de Z.D.A. kerkgenootschap verkeerd maken in hun leerstellingen, nadat ze meer licht hadden? –Helemaal niet. Het bewijst eerder, dat Zr. White gelijk had en “De Inzamelingsroep,” verkeerd voor het gebruiken van zo een zwak argument tegen een bewezen feit. {1SC6:8.8}

In deel Twee van een document getiteld: “De Leerstelling van het Onderzoekend Oordeel,” door W.W. Fletcher, een bondgenoot van “De Inzamelingsroep,” citeert de schrijver van “De Advent Review,” aug. 1850 (waarvan onze pogingen tekort schieten te controleren) waar ouderling James White spreekt, van het oordeel van de goddelozen tijdens het millennium, en Dan. 7: 22  als  zijn bewijs voert, welk Schriftgedeelte van toepassing is op die gebeurtenis. Het artikel miskent zowel ouderling White’s uitspraak en de Schrift, in het trachten ons te laten geloven dat ouderling White leert, dat het onderzoekend oordeel, begint na de tweede komst van Christus. {1SC6:8.9}

Het vraagt dan: “Op welke tijd verwacht u dat het oordeel van Daniel 7 plaats zal vinden?” In antwoord, citeert het van ouderling White’s geschriften deze uitspraak: “Daniel,’ zag in de nachtelijke visioenen dat ‘een oordeel gegeven was aan de heiligen van de Allerheiligste,’ maar niet aan sterfelijke heiligen—niet ‘totdat de Oudste der dagen kwam,’ en de ‘kleine hoorn,’ ophield te heersen, hetgeen niet zal zijn, tot hij vernietigd is door de helderheid van Christus Zijn komst. {1SC6:9.1}

Daar met de bovengenoemde uitspraak ouderling White, niet het onderzoeken oordeel uitlegt, maar eerder de ene gedurende de duizend jaar, en daar het artikel door het citaat, in tegenstelling tot het feit,  tracht uit te maken, dat hij niet geloofde in het onderzoekend oordeel, zoals het nu onderwezen wordt, kan de beschuldiging jammer genoeg slechts een boemerang zijn aan de handen van haar schrijver. {1SC6:9.2}

Wanneer men gedwongen is zijn toevlucht te nemen tot oneerlijke transacties, teneinde de geschriften van Zr. White te weerleggen, of de leerstellingen van het kerkgenootschap, bewijst men alleen dat haar geschriften geïnspireerd zijn en dat haar tegenstanders, zelf het spoor bijster zijn, om wat ze geschreven heeft, eerlijk tegen te spreken. {1SC6:9.3}

Op blz. 8 van “De Inzamelingsroep,” van sept.—okt., verschijnt het volgende citaat van Zr. White’s geschriften: “’ Ik werd in visioen getoond, en ik geloof nog steeds, dat er een gesloten deur was in 1844. Allen die het licht zagen van de eerste en tweede engelen boodschappen en dat licht verworpen hebben, ware in duisternis gelaten.”’  Dan stelt “De Inzamelingsroep,”de vraag: “We zouden willen dat de schrijver van de Review en Herald, welk licht dan ook zou aantonen,  dat gepresenteerd was in de eerste en tweede engelen boodschap.” {1SC6:9.4}

Het probleem licht niet in wat Zr. White onderwijst, maar in de uitermate geestelijke duisternis dat zij die “tegen de schenen schoppen” omringt, want zij zien slechts een sluiting van de genadetijd, terwijl de Bijbel een sluiting van genadetijd leert, na iedere boodschap die God stuurt. Zoals er een sluiting van genadetijd was voor de mensen voor de vloed, voor de inwoners van Sodom en Gomorrah, en voor de Joodse natie, evenzo is er een sluiting van de genadetijd voor iedere persoon, op het moment dat die persoon de boodschap verwerpt. Vandaar dat nadat de eerste en tweede engelen boodschappen aan het volk in die tijd werden gepresenteerd, hun genadetijd sloot en hun lot onveranderlijk was vastgelegd of voor het eeuwige leven of eeuwige dood, zoals het geval was met Saul, koning van Israel. {1SC6:9.5}

De profeet van God informeerde Saul, zeggende: “Omdat gij het Woord des Heeren (boodschap), verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dag gij geen koning zult zijn. (1 Sam. 15:23 ) Hoewel Saul smeekte en “tot Samuel zei: Ik heb gezondigd, omdat ik des Heeren bevel overtreden heb. En Samuel zei tot Saul: Ik zal met u niet wederkeren, omdat gij het Woord des Heeren verworpen hebt, zo heeft u de Heere verworpen, dat gij geen koning over Israëls zult zijn….De Heere heeft heden het koninkrijk van Israel van u afgescheurd…want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou.” (1 Sam 15: 23-26, 28, 29) {1SC6:9.6}

De herdruk van de “Jones’ brief,” bewijst niets, zoals ik het zie. Het zwaarste onderdeel, dat “De Inzamelingsroep” erin heeft, is dat Zr. White de brief niet beantwoord heeft. Hoe waar dat ook mag zijn bewijst het niet dat ze verkeerd is. Ze moeten een hele tijd over die tegenstrijdige punten gediscussieerd hebben, voordat die betreffende brief geschreven was, en God alleen kent het aantal brieven en adviezen, die Jones heeft ontvangen die deze punten benaderden, voordat hij die betreffende brief schreef. Klaarblijkelijk zag ze geen reden waarom ze nog langer haar tijd op een onvoordelige wijze moest verspillen, voor die mannen, als “De Inzamelingsroep,” waren vastbesloten om het geloof van het volk in haar geschriften te vernietigen. De schrijver zelf, heeft vele brieven niet beantwoord, niet omdat ze niet beantwoord konden worden, maar omdat ze zijn tijd niet waard waren. {1SC6:9.7}

Hoewel, als de meningsverschillen tegen de Geest der Profetie het gevolg zijn van verkeer begrijpen en verkeerd beoordelen, is oneerlijkheid in vele gevallen de leidende factor geweest. Het sterkste argument tegen Zr. White geschriften die wij ooit gehoord of gelezen hebben zijn zwakker dan de zwaksten gebruikt tegen de Sabbat waarheid. {1SC6:9.8}

In een brief onder de datum 4 april 1933 aan een zekere zuster, zegt de schrijver van “De Inzamelingsroep” : .. Niemand kan de waarheid uit Gods Woord halen, tenzij hij de inspiratie van Zr. White laat varen. Iemand die haar onderwijzingen volgt, zal altijd in duisternis zijn. {1SC6:9.9}

Vanwege het feit dat “De Inzamelingsroep,” helemaal geen boodschap heeft, hoewel het “haar inspiratie,” heeft laten varen, en aangezien “De Herdersstaf,” vol is van tegenwoordige waarheid, ongeëvenaard licht van uit de Bijbel naar het volk stralend, terwijl ze op dezelfde tijd in volmaakte overeenstemming is met “haar inspiratie”,  bewijst het dat de bewering in de brief van “4 april,” onjuist. {1SC6:9.10}

Blz. 9 van “De Inzamelingsroep” van sept.—okt. zegt: “We zouden willen dat de schrijver van de R&H, welk licht dan ook zou aantonen,  dat gepresenteerd was in de eerste en tweede engelen boodschap.” De eerste engelen boodschap die in tijd onderwezen werd was dat Christus op 22 okt 1844 zou komen, om de heiligen te verlossen en al de goddelozen te vernietigen… Was er enige waarheid daarin? Het was allemaal dwaling.” {1SC6:10.1}

Het is waar dat de Millerieten de gebeurtenis van Christus die tot Zijn tempel in de hemel inkwam, begrepen als te zijn, Zijn laatste komst naar de aarde, “om zijn heiligen te verlossen en de goddelozen te vernietigen.” Desalniettemin, is de uitleg van de 2300 dagen, die verwijzen naar die gebeurtenis in 1844 correct. {1SC6:10.2}

Vandaar dat, als wij de bekendmaking van het onderzoekend oordeel moeten verwerpen, vanwege het feit dat de aard van Zijn komst verkeerd begrepen is, wat voor recht hebben we dan om de boodschap van Johannes de Doper te ontvangen, want Johannes predikte ook dat de Messias in die tijd een aards koninkrijk zou opzetten?Als “De Inzamelingsroep,” bestond in de tijd van Johannes, zou het zeker tegen zijn onderwijzing gerebelleerd hebben, en dus tegen Christus. {1SC6:10.3}

Wie waren bovendien beter voorbereid om de Heer in 1844, te ontmoeten, zij die geloofden dat de Heer toen kwam, of zij die Zijn komst veraf gezet hadden?—Vast en zeker degenen die in heilige verwachting op Zijn kortstondige komst wachten. {1SC6:10.4}

Broeder Ballenger denkt dat hij volstrekt gelijk heeft en dat de Geest der Profetie volstrekt verkeerd is, in dat om een ding, de leiders van het kerkgenootschap zijn argumenten niet succesvol kunnen weerleggen, maar hoewel dit het geval van de zaak mag zijn, betekend het niets, want hoe kan hij verwachten dat een “ellendige en jammerlijke, en arme en blinde en naakte” Laodiceaanse engel hem iets kan tonen? Dit is een oneerlijk voordeel nemen van de “Geest der Profetie,” door het te meten aan de onbewuste blindheid van de engel. Broeder Ballenger moet de Heer op Zijn Woord nemen, wanneer hij zegt van de engel: “Gij weet niet,” en zou moeten vrezen om het licht door de duisternis te oordelen, tenzij hij de toorn van de Heer op de hals wil halen. {1SC6:10.5}

God heeft nog nooit de gehele waarheid aan een enkele persoon geopenbaard. Maar Hij verwacht van ons dat we gelijke tred houden met het altijd toenemende licht, en hoewel ieder vooruitgaand licht bij het eerste aanbreken meer of minder wazig schijnt tot haar werkelijke essentie en omvang, zullen we het meer en meer in haar ware karakter zien, hoe dichterbij wij bij haar komen, want de profetieën van de Bijbel staan als een wegenkaart naar het koninkrijk. {1SC6:10.6}

Laat niemand een ander ontmoedigen in de 1844 beweging. God heeft een verschrikkelijke verassing voorhanden, voor allen die hun tijd misbruiken, in het trachten  de waarheid van de Millerieten en 1844 bewegingen omver te werpen, want “Wij hebben ook het profetische Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnend in een duisters plaats, totdat de dag aanlichtte en de Morgenster opga in uw haren. Dit eerst wetende dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging; Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil van mensen, maar heilige mannen Gods van de Heilige Geest gedreven zijnde hebben ze gesproken.” (2 Petr. 1: 19-21) {1SC6:10.7}

De bovenvermelde verassing zal de Heer in spoedig komende publicaties presenteren. {1SC6:10.8}

“Geven we de boodschap van het 11e uur nu of zal het niet gegeven worden tot na de vervulling van Ezech. 9? Is de engel, die de aarde verlicht met Zijn heerlijkheid (E.W. 277) reeds gekomen?  Als de vragensteller de kaart op blz. 224 van Vol. 2 van de HStaf wil raadplegen, zal hij observeren, dat de engelen van Openb. 7 en 18 voorgesteld zijn als komend op het 11e uur, en daar we in de verzegelingstijd zijn, bewijst het dat we nu in het 11e uur zijn. {1SC6:10.9}

Betreffende de engel van Openb. 18: 1, met wiens heerlijkheid de aarde verlicht moet worden, claimen we niet dat we nu al het licht hebben, nog geloven we dat de aarde op dit moment met Zijn heerlijkheid verlicht is. Maar we houden wel vol dat een groot gedeelte van dat licht, reeds geopenbaard is en dat zodra de 144.000 verzegeld zijn en de kerk gereinigd door de scheiding van de zonderen “uit het midden daarvan,” door de mannen met de slachtwapens zoals beschreven in Ezechiel’s visioen, de aarde dan verlicht zal zijn, daar de 144.000 voortgaan om de boodschap aan al de volkeren te verkondigen. (Jes. 66: 19,20) {1SC6:10.10}

—————————————

Iedere Z.D.A, die verlangt dat de “Symbolische Code, gratis, regelmatig naar hem toegestuurd wordt, vul alstublieft de volgende formulier.

——————————————————–SCHEUR AF——————————————

Plaats alstublieft mijn naam op uw regelmatige postlijst voor u maandelijks blad: “De Symbolische Code.”

Naam—————————————————Straat /Postbus nr.—————————————————

Stad—————————————————-Staat—————————————Land————————

 

 

           

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code

Nieuws Artikel

                             Deel Een                            

                                                                                                   Nr. 16  

                                                                                      15 Oktober 1935

 Waco, Texas

TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap  

CARMEL NU GEEERD MET EEN THUIS VOOR HET HOOFDKWARTIER

Wij zijn verheugd bekend te maken, dat het kantoor van het hoofdkwartier van de verzegelende boodschap, verhuist is van Waco naar Mt. Carmel Centrum op 29 september naar haar nieuwe en permanente thuis locatie, voor de verkondiging van de boodschap van de “Ware Getuige aan de Laodicieanen.” “Testimonies fort he Church.” Vol. 3, p. 253. Wij verzoeken daarom dat al de broeders en zusters in tegenwoordige waarheid, de troon van genade benaderen met dankzegging en lofprijzing aan onze hemelse Vader, voor Zijn genadige vriendelijkheid en vele zegeningen. Moge wij trouw zijn aan hetgeen ons toevertrouwd is, zodat onze geliefde broeders en zusters, die in de ‘treurige’ Laodiceaanse ‘misleiding’ zijn, (Vol.3, pp. 252, 253) naar het licht getrokken mogen worden van tegenwoordige waarheid, voordat het te laat is, want zo zegt de Heer. Als de wachter “het zwaard ziet komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk, en een, die het geluid der bazuin hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen, en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op zijn hoofd. Hij hoorde het geluid der bazuin, maar liet zich niet waarschuwen, zijn bloed is op hem, maar hij, die zich laat waarschuwen, behoudt zijn ziel. Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd, en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg, die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hands des wachters eisen. Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls, zo zult gij het woord uit Mijn mond horen en hen van Mijnentwege waarschuwen. Als Ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! En gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.” (Ezechiël 33: 3-8) {1SC16:1.1}

De gebouwen, die onder constructie waren zijn afgemaakt en gereed zijnde voor in betrekking nemen hebben een grote opluchting voor ons allen gebracht, en op de 16e van deze maand zijn zij ingenomen, Mt. Carmels onderdanen, die van uit andere staten zijn geïmmigreerd, zullen op deze heilige berg wonen. {1SC16:1.2}

Wij leggen nu het fundament voor een training school gebouw, voor diegene die zichzelf wensen voor te bereiden voor de verkondiging van deze laatste waarschuwing aan Gods dierbare kerk, en onze gebeden zijn, dat dit gebouw zonder oponthoud beëindigd zal worden, want dit is een gigantische hoeveelheid werk, die toch gedaan moet worden, voordat wij in staat zullen zijn om te zorgen voor de steeds toenemende behoefte van de uitrusting, die nodig is in de verkondiging van de elfde uur oproep. {1SC16:1.3}

De noodzakelijkheden die nu meteen nodig zijn, zijn: woonhuizen voor de arbeiders, toiletten voor jongens en meisjes, werk winkel, wasruimte, keuken en eetkamer, kinder- en bejaarden opvang, garages, etc. etc. Vandaar dat wij erop vertrouwen, dat de vrienden van tegenwoordige waarheid, niet zullen tekort schieten in hun deel te doen tenzij, zij vervloekt willen zijn, met de vloek van Meroz. “Vloekt Meroz, zegt de Engel des HEEREN, vloekt haar inwoners geduriglijk, omdat zij niet gekomen zijn tot de hulp des HEEREN met de helden.” (Richt.: 5:23) Laat ons ernaar streven om een beloning te verkrijgen als dat van Jael.  Water eiste hij, melk gaf zij; in een herenschaal bracht zij boter. Haar hand sloeg zij aan den nagel, en haar rechterhand aan den hamer der arbeidslieden en zij klopte Sisera; zij streek zijn hoofd af, als zij zijn slaap had doornageld en doordrongen. gezegend zij ze boven de vrouwen in de tent! (verzen 24-26) {1SC16:1.4}

Laten deze dingen “het hele verstand bevatten, onze algehele aandacht..”  Eerste Geschriften blz. … /Early Writings, 118: “Wij hebben slechts een korte tijd over waarin wij gereed moeten zijn en wij moeten nu niet vertragen, maar juist verhaasten. Sommige van onze broeders en zusters die te ijverig waren in hun doelen behalen voor de voortgang van de Derde Engel Boodschap aan de heiden, voordat het licht van tegenwoordige waarheid hen vond, zijn nu in de voortgang van de Derde Engel Boodschap in haar “luide roep,” aan hun eigen broeders en zusters, een vakantie aan het nemen! Doet u, broeder, doet u Zuster, zoveel als u kan voor het “afsluitingswerk voor de kerk,” zoals u was toen u in slaap was in uw Laodiceaanse “treurige misleiding” ?  Als niet, vraag uzelf af, Waarom niet? Behoort u tot de groep die aan de profeet wordt getoond, waarvan de Heer zegt: “En gij mensenkind, de kinderen uws volk, spreken steeds van u bij de wanden en  in de deuren der huizen, en de een spreekt met den ander, een iegelijk met zijn broeder, zeggende: Komt tot en hoort, wat het woord zij, dat van den HEERE voortkomt. En zij komen tot u,   gelijk het volk pleegt te komen, en zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen zij niet, want zij maken liefkozingen met hun mond maar hun hart wandelt hun gierigheid na. En ziet, gij zijt hun als een lied der minnen, als een die schoon van stem is, of die wel speelt, daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet. Maar als dat komt (zie het zal komen!) dan zullen zij weten, dat er een profeet in het midden van hen geweest is.” (Ezech. 33: 30-33). {1SC16:1.5}

HET LICHT DAT DOOR DE DUISTERNIS DOORDRINGT

 

Uit Zuid Afrika:

Dierbare Broeders en Zusters:

Ik schrijf u dit om u te informeren hoe blij ik ben met de Symbolische Code nieuws berichten… Ik heb geen manier om mijn blijdschap voor deze Codes te benadrukken. {1SC16:2.1}

Meer dan tien jaar geleden was ik gelukkig in de waarheid, maar later, toen ik de kerk van God van haar fundamentele principes zag afkeren, voelde ik dat de Heer iets voor ons zou doen. Vanaf ik een exemplaar van de HStaf heb ontvangen, was er een lichtstraal in mijn geestelijke ogen, op zo een manier, dat ik dit prachtige boek vele keren kon lezen… omdat ik een wens had, de 144.000 te begrijpen… {1SC16:2.2}

Ik nodig u uit in verenigde gebeden voor mij en de mensen van Zuid Afrika, en ik ben blij dat vandaag mijn hart vervult is met vreugde en Zijn heerlijke Geest, en ik wil deze prachtige boodschap aan mijn broeders en zusters in onze kerken verkondigen. {1SC16:2.3}

———————————-

Uit Georgia

Dierbare Broeders en Zusters:

De H.Staf boodschap heeft mij op wonderbaarlijke wijze hervormd vanaf de afgelopen maand. Ik heb mijn eetgewoonten en conversatie veranderd en heb een groetere liefde verkregen voor mijn broeders en zusters. Ja, het maakt mij verdrietig dat slechts een paar geïnteresseerd zijn in hun zaligheid om de waarheid voor zichzelf te bestuderen. Te veel vergeten dat God rechtvaardig is en genadig. {1SC16:2.4}

                                                                            (Getekend) P.

—————————————

Uit Washington

Dierbare Broeder:

Toen ik de laatste Symbolische Code las, heeft het betalen van de tiende indruk op mij gemaakt. Wij zijn heel laks geweest in het betalen ervan… Vandaar dat na het lezen van de Code, ik het meteen nu volledig ga betalen. {1SC16:2.5}

Dankzij de HStaf is mijn geloof in de geschriften van Zr. White versterkt en nu heb ik een vurig  verlangen naar “Getuigenissen,’ en ik ga de volledige set kopen. Vanaf het lezen van sommige van haar boeken en de vele citaten, die de HStaf bevatten, kan ik het niet helpen, te voelend dat zij een profeet is. {1SC16:2.6}

                                                                            (Getekend) H.

———————————————–

VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vr.: “HStaf, Dl. 2 p. 257 zegt dat de vroege regen de Geest der Profetie is, maar ‘ De wens der eeuwen, ‘827; ‘Getuigenissen voor de kerk,’ dl 8, p. 21 ; en ‘ de Grote Strijd ‘611 zeggen dat de uitstorting van de Gees in apostolische dagen was. Wilt u dit alstublieft in overeenstemming brengen.” {1SC16:2.7}

Antw.: De vragenstellen zal het antwoord op het bovenstaande vinden in Code nr. 5, blzdn. 5, 6. {1SC16:2.8}

Vr.: “HStaf, Dl. 2, p. 47 zegt dat Nebukadnessar zijn heidense hart niet neigde naar God en blz. 49 zegt God in Zijn genade redde de koning. “Hij werd een nederig, kind van God.’ Ik ben niet in staat de overeenstemming te zien in deze twee beweringen. {1SC16:2.9}

Antw.: God “in Zijn genade redde de koning,” en niet vanwege Nebukadnessars goede daden. {1SC16:2.10}

Vr.: HStaf. Dl. 2 p. 240, legt uit dat Judas 14&15 verwijzen naar de komt van de Heer tot Zijn tempel, maar ‘Testimonies for the Church, ‘Dl. 6, p. 392 past het toe op de tweede komst van Christus. Hoe brengt u deze in overeenstemming en Mal. 3:1-3? {1SC16:2.11}

Antw. Judas 14 & 15 worden uitgelegd in HStaf, Dl. 2, p. 162, 241. Wij mogen echter toevoegen dat: de volmaakte vervulling van dit Schriftgedeelte een tijdsperiode bevat, waarin drie gerechtelijke gebeurtenissen zullen verlopen nl: eerst het onderzoekend oordeel voor de doden, daar Hij naar Zijn hemelse tempel kwam in 1844, ten tweede het onderzoekend oordeel voor de levenden, dat spoedig zal plaats vinden; ten derde Christus Zijn tweede komst en het oordeel gedurende de duizend jaren, en ten slotte de laatste uitoefening van Zijn oordeel na de duizend jaren. Al deze gebeurtenissen moeten plaats vinden om deze woorden volledig te vervullen: “Om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben en vanwege  al de harde woorden die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.” (Judas 15) {1SC16:2.12}

Maleachi Drie is eerst als type van toepassing op de reiniging van de aardse tempen in de dagen van Christus (Joh. 2: 14,15), maar de directe toepassing vind haar vervulling in het antitype, dat is, in de reiniging van de kerk, wanneer Hij komt om Zijn aardse tempel (kerk) te reinigen, de zonen van Levi ( de bediening, — de 144.000). Hierna komt Hij voor het onderzoekend oordeel van de levende tot Zijn hemelse tempel, m hun zonden uit te wissen. Zie “De Herdersstaf, ‘Dl. 2, blz. 240-246, 214-221. {1SC16:3.1}

Vr. : “Zullen de 144.000 nadat zij verzegeld zijn, gaan en al de andere in de Z.D.A. kerk doden, die te kort schoten om het zegel te ontvangen? {1SC16:3.2}

Antw.: De slachting van het onkruid in de kerk is duidelijk voorzegt, dat dit werk niet de taak van de mens is om uit te voeren. De profeet Ezechiël, werd in visioen getoond, dat de engelen, die de slachtwapens dragen diegene zijn die de Heer opgedragen heeft te “volledig te slachten ouden en jongelingen, maagden en kindekens en vrouwen,… maar genaakt aan niemand op dewelken het teken is.” (Ezech. 9:6)  De Heer maakt de vernietiging van het ‘onkruid,” steeds duidelijker door Zijn parabolische illustratie, zeggende: {1SC16:3.3}

“ Laat ze beiden tezamen opwassen tot de oogst, en in de tijd van de oogst zal Ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in bundels, om het te verbranden, maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.” {1SC16:3.4}

“Alzo zal het in de voleinding der eeuwen wezen, de engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden van de rechtvaardigen afscheiden.” (Matt. 13: 30, 49) {1SC16:3.5}

Vr.: Wilt u alstublieft, de laatste verzen van Openbaring Zes uitleggen. Als het zevende zegel, de reiniging is, wat vind plaats onder het zesde zegel, dat veroorzaakt dat koningen, kapiteins en iedere overste van duizend en de machtigen vrezen voor de toorn van het Lam in zoverre, dat zij zichzelf verbergen in de holen en in de steenrotsen?” {1SC16:3.6}

Antw.: Het antwoord op het bovenstaande wordt gevonden in de HStaf, Dl. 2. blz. 175-180. {1SC16:3.7}

Vr.: “Als Jer. 25:31 plaatvind bij de tweede komst van Christus, hoe kan Hij dan pleiten met alle vlees?” {1SC16:3.8}

Antw.: De vraag wordt beantwoord door Jes. 66:16, want er wordt gesteld dat Hij zal ‘pleiten met alle vlees,” en de september uitgave van de Code, blz. 7 bewijst dat de Heer begint te pleiten met alle vlees, door de verkondiging van de verzegelende boodschap en de vervulling van Ezechiël Negen in de kerk en zal eindigen met de genade tijd wanneer de Drie Engelen Boodschap verkondigt zal zijn geweest, in de gehele wereld, tot een getuigenis voor alle natiën. Vandaar dat door de manifestatie van Gods oordelen, en door de uitvoering van de boodschap in de tijd van de Luide Roep, “in de gehele wereld tot een getuigenis voor alle natiën,” Hij “met alle vlees pleit.” {1SC16:3.9}

Vr.: Wat adviseert u ons met betrekking tot de opvoeding van onze kinderen, in het bijzonder, wanneer de school van der kerk voor hen gesloten is? {1SC16:3.10}

Antw.: Als de kinderen geweigerd worden door de school van de kerk, dan aangezien er niets anders is wat men kan doen, is het beste om hen naar een openbare school te sturen, totdat de Heer ons verder licht geeft over dit onderwerp. Zij die echter de verantwoordelijkheid nemen om een kind te weren van een school, alleen omdat het kind, volgens zijn geweten, eerder God wil gehoorzamen dan de traditionele mens, zegt de Heer: “Het zoude hem nuttiger zijn dat een molensteen om zijn hals gedaan ware en hij in de zee geworpen, dan dat hij een van deze kleinen zou ergeren. {1SC16:3.11}

Vr.: “Enkele keren hebben de Z.D.A. predikanten de Staf geciteerd, zeggende dat na de slachting, de ‘Stafgelovigen’ denken dat het kerkgenootschap in bezit zullen hebben—met inbegrip van de kerken, instituten, etc. Ik heb niets definitiefs gezien hierover en ben altijd van mening geweest, dat de 144.000 eenvoudigweg de waarheden en de boodschap zullen erven. Het lijkt ongebruikelijk dat de wet zou toelaten dat zij die overblijven, iets van de materiele dingen zouden hebben, aangezien de meeste van hen als lidmaat afgeschreven zijn, en zouden wij hen willen? Heeft u iets definitiefs hierover?” {1SC16:3.12}

Antw.: Deze instituten behoren wettelijk aan de leden van de Z.D.A. kerkgenootschap en daarom, wanneer zij die het zegel van God niet ontvangen aan hun voorhoofden, onder de slachtwapens van de engelen vakken, zullen natuurlijk diegene die overgebleven zijn, de wettelijke bezitters zijn van al eigendommen van het kerkgenootschap, een aangezien alleen zij die het zegel hebben, overgebleven zullen zijn, zal er geen strijd zijn over de wettelijke erfenis van de instituten. Hoewel velen als lidmaat afgeschreven zullen zijn, zal dit geen verband houden, zolang wij maar met het kerkgenootschap blijven, als zij ons erkennen als leden of niet. Deze toestand zal bewijzen dat het lidmaatschap in delen is opgedeeld, en als een deel voorbij gaat, zal het andere deel dat overblijft, natuurlijk het kerkgenootschap uitmaken en alle instituten beheren. Bovendien heeft de bedienende groep, noch wettelijk recht noch religieuze grond waarop zij geen van ons als lidmaat afschrijven, want wij hebben niets gedaan, om  hen het recht te geven om ons uit te werpen. Als wij zelf nu naar het gerecht gaan, kunnen wij ons lidmaatschap terug winnen, want wij staan trouw op de fundamentele principes, waarop het instituten opgericht zijn, en het kerkgenootschap gefundeerd is, maar daar zij afgeweken zijn ervan en weigeren terug te keren, zullen zij aan de ene kant, door hun gedrag, aan de wettelijke autoriteiten bewijzen, dat zij onwettelijk bezit nemen van het kerkgenootschap, terwijl aan de andere kant, wij door ons goed gedrag, zullen bewijzen, de wettelijke eigenaren ervan te zijn. Vandaar, dat door ons lidmaatschap te weigeren, zonder enige wettelijke of religieuze grond, hun niet rechtvaardig maakt en ons verkeerd. {1SC16:3.13}

Vr: Verwijst “deze bewering” “Een andere waarschuwende boodschap en instructie moest gegeven worden aan de kerk,” (The Great Controversy, p. 424) niet” naar de Luide Roep—Openbaring 18? {1SC16:4.1}

Antw.: Deze “waarschuwing en instructie,” volgens het hoofdstuk dat volgt, is in verband met de reiniging van de kerk en het zijn deze waarschuwing en instructies, die de Luide Roep brengen—Openbaring 18. {1SC16:4.2}

Vr.: “Openb. 8:3, zegt dat de engel wierook offerde, ‘met de gebeden van alle heiligen,” maar de HStaf zegt: ‘Merk op dat de gebeden worden geofferd voor alle heiligen.” Waarom voor? Wat het niet de gebeden van alle heiligen in plaats van voor alle heiligen. {1SC16:4.3}

Antw.: De HStaf tracht uit te leggen dat de Engel de gebeden van de heiligen offerde met de wierook; dat is Hij neemt de gebeden van de heiligen en ten gunste van hen, offert Hij ze met de wierook voor de troon. Aldus worden de gebeden van de heiligen geofferd (gebracht) door de Engel voor de troon, “voor,” al de heiligen en niet dat de Engel Zelf bad voor al de heiligen. {1SC16:4.4}

Vr.: ‘Betaald Br. Houteff voor iedere bekeerde die tot de HStaf gebracht wordt vanuit het Z.D.A. kerkgenootschap? {1SC16:4.5}

Antw.: Ja, br. Houteff betaald voor iedere bekeerling, maar niet zoals beweert wordt. Het kost wat om dit werk om de mensen te bereiken, uit te voeren, en daarom betaald br. Houteff iets om dit grote werk tot stand te brengen. Als de vragen steller echter wil weten of br. Houteff teveel betaald per hoofd, aan iedereen die een bekeerling binnen brengt, zeggen wij Nee. Zij die aan het werk gaan, door studies te geven en interesse creëren, helpt hij met hun uitgaven, naar gelang het succes dat zij hebben. Vandaar dat dit goddelijke principe, iedereen de gelegenheid geeft, om in de Heer Zijn wijngaard aan het werk te gaan. Deze regel, laat iedereen zonder verontschuldiging, die in staat is aan het werk te gaan, voorziet in “de beloning,’ voor iedere waardige arbeider en zift diegene uit, die aan het volgen zijn, voor de “broden en de vissen.” Vind snel uw plaats, mijn broeder en mijn zuster, want de dag is ver gevorderd en “de nacht komt, “ wanneer niemand kan werken.” {1SC16:4.6}

Vr.: “In de studie van “Opgenomen en de ander Achtergelaten,” Matt. 13:49 wordt door sommigen begrepen, ook van toepassing te zijn op de letterlijke komst van Christus. Als dit zo is, hoe moeten wij dan de bewering van blz. 24 van traktaat nr., 1 toepassen, ‘The Dardenelles of the Bible,’, die zegt: ‘deze scheiding is ook van toepassing op de kerk, want de slechten, werden weggenomen te midden van de rechtvaardigen, en niet de rechtvaardigen uit het midden van de slechten. De slechte die in het net (de kerk) waren werden uitgeworpen, en de rechtvaardigen achter gelaten. {1SC16:4.7}

Antw.: Het maakt geen dubbele toepassing, maar wordt genoemd vanwege wat er gezegd is op blz. 23 van traktaat nr. 1, en toont slechts aan dat de twee gelijkenissen verwijzen naar dezelfde gebeurtenis,– de reiniging van de kerk, welke nog duidelijker beschreven wordt op blz. 25. Er zijn geen slechten te midden van de rechtvaardigen in de tijd dat Christus terugkomt op de wolken, want de heiligen zijn dan in gezelschappen, gescheiden van alle wereldlingen. Zie. “Eerste Geschriften.”282, 283. {1SC16:4.8}

Vr.: “Betaald br. Houteff voor het land op Mt. Carmel van de tiende? Vanuit de opmerkingen uitgegeven over dit onderwerp in de Code van augustus, blz. 2-7, in antwoord op de aanval tegen hem, schijnt het dat hij het niet ontkende, maar juist  in stemde, en het is niet mijn bedoeling te zeggen dat hij verkeerd is, maar ik wil de waarheid in deze zaak weten.” {1SC16:4.9}

Antw.: Het stuk land waarop Mt. Carmel Centrum staat, werd afgelopen April gekocht en moet gebruikt worden in het werk van het brengen van de verzegelende boodschap bij de inzameling van de 144.000—de “eerste vruchten,” en het mag ook gebruikt worden voor het inzamelen van de ‘grote schare”—de tweede vruchten, en voor het zorgdragen van de waardige armen, bejaarden en invaliden, die niet alleen de boodschap van de Ware Getuigen aan Laodicea, hebben aanvaard, maar die ook wandelen in haar doordringende licht zoals door de HStaf is geopenbaard. {1SC16:5.1}

 Het financiële doel van deze meest noodzakelijke onderneming is mogelijk gemaakt door het gebruik van al  het geld dat voortkomt uit de verkoop van de HStaf delen, winsten en principes vanaf zij gepubliceerd zijn, tevens van de tiende, met het restant dat geleend is. {1SC16:5.2}

De vragensteller heeft ongetwijfeld, vele sprookjes over de HStaf en haar grote werk gehoord, want wij merken dat de meeste mensen, zelf zij die beweren te geloven dat de leerstellingen van de HStaf geïnspireerd zijn, geneigd zijn te twijfelen, te bekritiseren en fouten te vinden, in plaats van te helpen om dit liefdadig instituut een geschikte plaats te maken voor Gods aanwezigheid en voor een zegen voor Zijn volk—‘de armen, de verminkten, de invaliden , de blinden” van de “straten en bijwegen van de stad.”—en het is jammer te zeggen, dat zij die het minst gedaan hebben om ons te helpen, met hun geld, de eerste zijn om fouten te vinden en het ijverigst dat hun plannen en ideeën, gevolgd zouden moeten worden in dit “afsluitend werk voor de kerk,”—het leggen van het fundament voor de afsluiting van het grote afsluitingswerk voor de gehele wereld. {1SC16:5.3}

Zij zeggen door hun handelingen, : “Laat mij u vertellen hoe u uw boodschap moet brengen.” (“Testimonies to Ministers,” 476), ondanks dat de Geest van God hun vooraf waarschuwt in de volgende duidelijke woorden: “ Er zullen dezulken onder ons zijn, die altijd het werk van God willen beheersen, om aan te geven, zelf welke beweging gemaakt zal worden wanneer het werk voortgaat onder leiding van de engel, die zich toevoegt aan de derde engel in de boodschap die gegeven moet worden aan de wereld. “Testimonies to Ministers,” 300. {1SC16:5.4}

Zij de in deze verzoeking en trots zijn op hun eigen mening, vervullen Lukas 19:14. Deze keer wanneer Christus “het bestuur in Zijn eigen handen neemt,” sturen zij door hun handelingen een boodschap naar Hem zeggende: ‘Wij willen niet dat deze man over ons heerst.’ {1SC16:5.5}

Wij willen onze vrienden niet in duisternis houden betreffende ons werk, en om hen te bevrijden van hun verstand over te belasten, zeggen wij: Dit is het beste wat wij hebben. Het heeft hen niets gekost, en als dat niet datgene is waar zij naar op zoek zijn, hoeven zij hun verstand niet over te belasten, hoe dit grote werk voort zal gaan en of het voorspoedig zal zijn en zal vallen, want zij kunnen het noch in stand houden, noch afbreken—het zal of staan of vallen door haar eigen verdienste—en wij zullen noch iets doen, noch wat dan ook zeggen om hen schade aan te doen, als zij zouden kiezen om zich van ons af te scheiden en niet meer met ons te wandelen. {1SC16:5.6}

———————————-

Deel 2                                                     “Dat Gij Welvaart en Gezond Zijt”

                                          (Voortzetting van de uitgave van september) {1SC16:5.7}

Een van de meest voorkomende oorzaken van verschillende ziekten is constipatie. Zij die gezond wensen te blijven, moeten geen dag voorbij laten gaan, met minder dan twee behoorlijke ontlastingen. Het is beter om wat voor medicinale laxans te nemen, dan het systeem toe te staan om vervult te raken met gifstoffen. Met moet echter geen schadelijke medicijnen tot zich nemen, wanneer men over een  geneesmiddel kan beschikken wat praktisch onschadelijk zal zijn. Bij een noodgeval is een klysma een goede manier voor uitscheiding vanuit de colon. {1SC16:5.8}

Zoals een gebrekkige afscheiding gecorrigeerd kan worden door een gepast dieet en buigende oefeningen, is er geen reden waarom, ten minste in de meeste gevallen, de normale functies van de darmen, niet hersteld zou kunnen worden. Het dagelijks gebruik van een beetje fruit bijna van wat voor soort dan ook, of het droog of vers is, zal helpen om de toestand te verlichten.  Het ene soort fruit, kan voor de ene persoon een effectieve hulpmiddel zijn, terwijl het voor de andere dat niet is. Daarom moet de individu zijn eigen oordeel gebruiken door persoonlijke ervaring met betrekking tot wat voor soort fruit hij zal gebruiken. {1SC16:5.9}

“Sommige voedingsmiddelen die aangepast zijn voor gebruik in één seizoen of in één klimaat zijn niet geschikt voor een ander. Evenzo zijn er verschillende voedingsmiddelen die het beste geschikt zijn voor personen in verschillende beroepen. ‘Ministry of healing.” 297. {1SC16:5.10}

Wanneer fruit niet beschikbaar of te hoog geprijsd is, mag rauwe groente zoals fijn gesneden, kool, wortelen, koopraap, mais, etc., die indien mogelijk door een keukenmachine gehaald zijn, hun plaats innemen. Gekookte en rauwe bladgroente zijn ook voedzaam. Verschillende glazen, verse of aangelengde blikken melk, zal het gewenste resultaat brengen voor sommige mensen. Alle witte bloem producten, gebakken en zoetigheid, moeten weloverwogen gemeden worden. Honig mag de plaats van zoetigheid innemen. Het gebruik van zemelen zal in eerste instantie een goeie afscheider zijn, maar het heeft de neiging  om verslavend te worden en ten slotte niet effectief te worden, en zo de individu te laten in een slechtere toestand dan in het begin; en daarbij een gevoelige maag kan hier niet tegen. Zachte, plakkerige “prakken,” die als ontbijtvoeding gegeten worden, mogen slechts spaarzaam gebruikt worden, wanneer genoeg ruwvoer tegelijk ermee genomen wordt, en wanneer gebrekkige afscheiding niet overheerst. {1SC16:5.11}

Hoewel bijna alle schaalvruchten in meerdere of mindere mate hardlijvig maken, kunnen zij op verstandige wijze,  wanneer een goed beoordelingsvermogen wordt uitgeoefend, succesvol gebruikt worden en vegetariërs zullen ze zo essentieel vinden dat het haast onmogelijk is om de gezondheid zonder hen te onderhouden. Desalniettemin, omdat zij zeer hoog geconcentreerde voeding zijn, is het heel gemakkelijk om teveel ervan te eten, en zo dus meer schade aan het systeem toe te brengen, dan door een evenredige overconsumptie van omvangrijke artikelen, die minder voedingswaarde hebben. Bijvoorbeeld, als walnoten bij iedere maaltijd gebruikt worden, zijn twee goede formaten theelepels, alles wat de doorsnee persoon kan verdragen. Wanneer men pindakaas gebruikt, zijn twee afgestreken theelepels genoeg. Als deze schaalvruchten slechts eenmaal per dag gebruikt worden, is de helft van de bovenstaande dagelijkse portie, alles wat het systeem succesvol kan verdragen. Dit hangt vanzelfsprekend natuurlijk af van de rijkheid en de voedingswaarde, die de maaltijd bevat. Voor sommige mensen, is zelf deze hoeveelheid teveel en zal hoofdpijn of andere onaangename effecten veroorzaken, welke de natuur gebruikt als een waarschuwing tegen zulke overtredingen. {1SC16:6.1}

Het is niet veilig voor iemand om de gezondheid te willen behouden, door de bovenvermelde artikelen te gebruiken, zonder [het gebruik van] peulvruchten zoals bonen, erwten, linzen, etc. behalve als zij vervangen worden, indien noodzakelijk door een vervanger. Zuivelproducten zouden helemaal niet gebruikt moeten worden, met uitzondering van voorlopig: melk, crème, en  kwark (huttenkaas of boerenkaas). Eieren zijn schadelijk voor kinderen en voor de jeugd, maar mogen spaarzaam gebruikt worden door anderen wanneer het nodig is. Dit moet niet begrepen worden, dat eieren, wanneer zij zo nu en dan in voedsel als bakplaat gebakjes, (niet gewone pannenkoeken) rijst, etc., niet door kinderen en jeugdigen gegeten mogen worden. {1SC16:6.2}

Wij moeten niet vergeten, dat de menselijke machine een glijmiddel nodig heeft om haar dagelijkse taak uit te voeren. Vegetariërs moeten dit constant in gedachten houden, en moeten een klein beetje olijf olie in bijna alle voeding gebruiken. Olijf olie is het beste. Er kunnen echter ook andere goede oliën  gebruikt worden. Wij zijn nog niet helemaal uit over katoen zaden oliën, en  imitatie boter vetten (margarines). Het is het beste om ze te vermijden. Het is niet noodzakelijk om boter bestreken over brood te gebruiken, maar zij die, die gewoonte hebben om dat te doen, en die denken dat zij er niet zonder kunnen, kunnen dikke crème gebruiken. Puur brood is echter veel gezonder. {1SC16:6.3}

Een van de heersende stoornissen van onze dagen is gastritis, [maagslijmvliesontsteking], speciaal onder Z.D.A. ’s. Deze ziekte, evenals vele anderen, is een waarschuwing,  voor Gods volk dat het, het resultaat is van het negeren te leven naar de principes van gezondheidshervorming, en dat vanaf de tijd dat dit licht op dit onderwerp tot ons kwam, als volk, er een vloek op ons rust. {1SC16:6.4}

Deze maagstoornis gangbaar in alle eeuwen, en wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een verkeerd dieet—te veel eten, verkeerde combinaties, slecht koken, bedorven voedsel, etc. Maaltijden opvolgend bestaande uit fruit, zoals appel, druiven, sinaasappels, watermeloen, etc., zonder ander voedsel die enige vorm van glijmiddel bevatten, wanneer dit enige tijd voortgezet wordt, zal deze toestand teweeg brengen, ook rauwe wortel achtige groenten, zullen hetzelfde effect bezorgen, maar een beetje pindakaas met elke maaltijd zal in de meeste gevallen het kwaad tegengaan. {1SC16:6.5}

Deze ziekte wordt vaak tot stand gebracht door uithongering door onregelmatigheid, dat is als de maag constant probeert te malen of het voedsel te verteren door dat de ene muur tegen de ander werkt, wanneer het  enige tijd leeg is, of een aantal keren nu en dan, zal de constante wrijving, irritatie aan de wanden en ontsteking veroorzaken, pijn bezorgen, zieke gevoelens, oprispen en gassen, etc. Spoedig na een maaltijd is er een verlichting, maar bij gebrek aan maagsappen en de abnormale of geïnfecteerde toestand van de maag het verteringsproces vertraagd, ontstaat gisting en het probleem begint opnieuw. Als en wanneer het voedsel en de gassen de maag verlaten, moet er verlichting ontstaan, maar juist dan begint deze uitputtingsslag opnieuw, tussen de geïnfecteerde wanden en in plaats van zich beter te voelen en te herstellen, wordt het probleem erger als er geen voedsel ingenomen wordt. Soms wordt deze toestand tot stand gebracht door een overvloedige stroom van maagsappen, geproduceerd door over gestimuleerde schildklieren, die op een lege maag werken. {1SC16:6.6}

Vandaar dat het enige geneesmiddel voor deze ziekte een is, die de wanden zal genezen, en de enige maatstaf die dit zal doen is een de ene kant, de maag niet leeg te laten en aan de andere kant, makkelijk te verteren, voedzame voedsel te eten, die zal dienen als glijmiddel om verdere irritatie te voorkomen in het geval van uitputting, en de toevoer van zuur te verminderen, in geval van abnormale schildklier uitscheiding. {1SC16:6.7}

Onder deze omstandigheden is een van de beste artikelen die men kan innemen een halve liter of minder warme cream (niet heet) waaraan een beetje melk is toegevoegd en losgeklopt geel van een ei, met een beetje zout indien gewenst. Dit zal werken als een genezende zalf, en tegelijkertijd voorzien in de benodigde mineralen, en elementen voor het onderhoud van het lichaam. {1SC16:7.1}

Als de toestand van de maag heel erg slecht is, zal zelf dit makkelijk te verteren en verzachtende voedsel niet goed vallen. Daar er echter, op dit moment niets beters is dat wij kunnen voorschrijven, en daar de maag niet leeg gelaten moet worden, om door te gaan zichzelf te vermoeien, mag de patiënt per keer, minder van deze vloeibare voeding innemen, maar voorzorgsmaatregelen moeten uitgeoefend worden, dat zo gauw als het de maag verlaat (niet ervoor, en niet lang erna), meer van deze vloeistof ingenomen wordt. Wanneer de spijsverteringsorganen in staat zijn om dit voedingsartikel te verdragen, mogen een of twee sneetjes brood, goed en langzaam getoast maar niet gebrand, toegevoegd worden. Goed gebruind beschuit beschikt geen voedingswaarde. Kwark gemaakt van cream is ook uitstekend. Botermelk, yoghurt en zure melk zijn ook goed. Nadat het stadium bereikt is waar er voeding goed verteerd wordt, is het raadzaam een glas vruchten sappen half om half voor maaltijden te proberen. {1SC16:7.2}

Zodra vooruitgang wordt geboekt, mogen andere voedingsmiddelen geleidelijk aan, aan dit basis dieet worden toegevoegd, maar zo moeten zo zijn dat zij het oude probleem niet opwekken, en van hele kleine hoeveelheden, totdat er bewijs is dat het systeem, deze artikelen in normale hoeveelheden kan verdragen. {1SC16:7.3}

Zij die dit probleem hebben, informeer ons alstublieft van de resultaten, nadat u deze behandeling een eerlijke kans heeft gegeven. Maar onthoudt, dat een verkeerde combinatie, een verkeerd eten, zal of helemaal of gedeeltelijk dit oude probleem terugbrengen; daarom moet er grote zorg worden uitgeoefend, met betrekking tot wanneer, wat, hoe en hoeveel men zal eten. Neem nooit een kans. Verlaat altijd de tafel, terwijl u nog hongerig bent. {1SC16:7.4}

Daar maagstoornissen, door verschillende oorzaken tot stand gebracht worden, algemene overtredingen, is het onmogelijk om elke toestand of een geneesmiddel voor te schrijven voor iedere oorzaak. Daarom moet iedereen proberen zijn gewoonten te corrigeren, en datgene eten wat het beste met hem overeenkomt. {1SC16:7.5}

Om de goede verkregen resultaten te behouden, ga niet wandelen over de oude paden van zorgeloze gewoonten. Een klein beetje pindakaas, waaraan een evenredige hoeveelheid honing is toegevoegd is gewenst, op een sneetje volkoren tarwebrood bij elke maaltijd, in het bijzonder wanneer de maaltijd bestaat uit fruit of rauwe groente, zal helpen deze maagslijmvlies problemen te voorkomen van terug te komen. Gebruik nooit geroosterde pindakaas, als u de rauwe kan verkrijgen, welke u nog heerlijker en gezond zal vinden. {1SC16:7.6}

Pindakaas gekookt met granen of geroosterd, maakt de voeding te rijk en te zwaar. Daarom is het goed om zulke voedselcombinaties te voorkomen. De beste voeding zijn die van het land zijn, en die komen met het seizoen van het jaar. {1SC16:7.7}

Voor hen die geteisterd worden met overvloedige maagsappen, zal één of twee volle glazen genomen, voor de maaltijd, zeer goed helpen; maar in gevallen waar dit spijsverteringssap ontbreekt, is het, het beste niet te drinken, tot een uur na de maaltijd. Door te experimenteren, kunt u uw eigen zaak vaststellen. {1SC16:7.8}

“Het is onmogelijk om een afdoende regel te maken voor de gewoonten van een ieder, en niemand moet denken zichzelf als criterium te zien voor iedereen. Niet iedereen kan dezelfde dingen eten. Voedsel dat smaakvol en gezond is voor een persoon, kan onsmakelijk en zelf schadelijk zijn voor een ander. Sommigen kunnen geen melk gebruiken, terwijl anderen ervan opbloeien. Sommige mensen kunnen geen bonen en erwten verdragen; anderen vinden ze gezond. Voor sommigen zijn de grovere graan bereidingen goede voeding, terwijl anderen ze niet kunnen gebruiken. {1SC16:7.9}

Zij die in nieuwe landen wonen, of door armoede geslagen districten, waar voedsel en fruit schaars zijn, moeten zich niet haasten om melk en eieren uit hun dieet te halen. {1SC16:7.10}

“Sommigen zijn constant angstig dat hun voedsel, hoe eenvoudig en gezond ook, hun zal schaden. Aan deze zal ik zeggen: Denk niet dat uw voeding u zal schaden; denk er helemaal niet aan. Eet volgens uw beste oordeel, en wanneer u de Heer heeft gevraagd, om het eten te zegenen voor versterking van uw lichaam, geloof dat Hij uw gebeden heeft verhoort, en weest gerust.” “Ministry of Healing,” blz. 319,320,321. {1SC16:7.11}

Vergeet niet dat uw tanden in uw mond zijn en niet in uw maag. Denk niet dat u maag de emmer hoeveelheid maaltijden kan hanteren, onthoud dat het minder dan een  kwart kan bevatten, en een beetje ruimte moet hebben om de peristaltiek (darmbeweging) te onderhouden. Verwacht niet van uw systeem, dat het zal functioneren, zonder op te breken, als u nalaat het schoon te houden en soepel. Het is absurd het idee te onderhouden, dat uw gevoelige mechanisme door kan gaan met werken op substanties die geen energie bevatten. Laat het niet uitdrogen—nee genoeg vers water in, tenzij u het door het te laten stagneren de atmosfeer vervuilt. Voor een plezierige omgang met uw vrienden, zal de zuivere sap van twee citroenen eens per week genomen op een lege maag uw lichaam aan de binnenkant boenen, en een emmer vol heet water en zeep zal het boenen aan de buitenkant. Zuivere citroen sap zal in eerste instantie dezelfde ongemak  brengen als wanneer het op een open wonde wordt aangebracht, daarom moet de eerste keer slechts een beetje in water genomen worden, voordat met de hele dosis toepast. {1SC16:7.12}

Wanneer u onwel voelt door gassen, kan verlichting verkregen worden misschien binnen een uur door op uw maag te gaan liggen. {1SC16:8.1}

Poets uw tanden na iedere maaltijd en verwijder al het voedstel tussen uw tanden om een slechte adem en verrotting tegen te gaan, want voedsel fermenteert, in feite, in minder dan vier uren begint fermentatie, en het zuur dat daardoor gemaakt wordt, begint meteen het glazuur aan te tasten. Vuile geelachtig ogende tanden, bedekt met tandsteen, vertegenwoordigen zeker niet de “Koning der Koningen en de Heer der Heren,” Wiens klederen  witter dan sneeuw zijn.  Puimsteen poeder, gemengd met zeep en tandpasta zal uw tanden laten glimmen, of u mag naar een tandarts gaan en ze schoon laten maken. Als u uw eigen tanden schoon maakt, gebruik geen puimsteen poeder, tenzij dat noodzakelijk is, want het is hard voor het glazuur. Ontsmet uw tandenborstel ten minste een keer per week, als u geen tandinfectie wil oplopen. Zout besprenkeld over de tandenborstel, is een van de beste ontsmettingsmiddelen. Laat uw tandenborstel altijd buiten in de open lucht hangen. {1SC16:8.2}

Houdt altijd uw handen en vingernagels schoon. {1SC16:8.3}

Maak schoon broeder! Maak schoon zuster! Want wij gaan naar huis! {1SC16:8.4}

Zij die verzuimen om zich te onderwerpen aan deze gezondheidsprincipes, hoeven niet te denken, dat als zij ziek zijn, of als zij ziek worden, dat God een wonder zal doen om hun tot gezondheid te herstellen, en moeten ons niet vragen om voor hen te bidden. Als Hij hen zou genezen, zouden de meeste mensen het als bewijs nemen, dat Hij hun overtredingen goedkeurt, tegen de natuur. {1SC16:8.5}

(Wordt vervolgd)

———————-

Het Gevecht Tegen Eetlust

Wil je met Jezus op vurige wagens rijden,

Zet dan je voeten op jou menselijke trots,

Dan mag je zitten als een koning aan Zijn zij,

Het lied van Mozes en het Lam leren en zingen. {1SC16:8.6}

 

Toen Joshua de hardnekkige vijanden overwon,

Toen hij Kanaän inging, gaat het verhaal rond,

Zei hij, zet je voeten op de nek van de vijand,

Want God zal je helpen hun koninkrijk te vernietigen. {1SC16:8.7}

 

Daarom, wij die de “Herdersstaf,” geloven,

De kracht van de levende God moeten geloven,

Willen wij al de vijanden die wij ontmoeten overwinnen,

Moeten wij rechte paden maken met onze kreupele voeten. {1SC16:8.8}

 

Laat ons niet vergeten, trots veroorzaakte Lucifers val

Hij zal proberen te hinderen, zij die acht slaan op de 11e uur roep

Want hij weet heel goed wie die vacante plek zal invullen

’t zullen mannen en vrouwen zijn gered door genade {1SC16:8.9}

 

Wij zullen nu ons moeilijkste gevecht ondergaan

Om onze verdorven eetlust te overwinnen

Dus laten wij de hele wapenrusting van God aandoen

Als wij niet willen slapen onder de zoden. {1SC16:8.10}

 

Als wij niet voor onze lichamen de juiste zorg dragen

Dan kan God onze gebeden niet horen of antwoorden

Hij die zich afkeert van de wet van fysieke verlossing

Kan geen kanaal zijn van goddelijke openbaring. {1SC16:8.11}

 

Want alleen door ons eten en drinken voor Gods eer

Zullen wij toegestaan worden om de laatste evangelie boodschap te vertellen

En dus bewijzen als oprechten die in God geloven

Dat wij de waarheid hebben gevonden in “de Herdersstaf.” {1SC16:8.12}

 

Want als wij in iedere handeling onze Verlosser en God verheerlijken

Zal Hij ons verheerlijken als boodschappers van “De Herdersstaf.” {1SC16:9.1}

 

                                                                                 H. W. Jones

“Pedestrian Post,”

Geschreven om te lezen op Sabbat, 5 okt. 1935

Te Mount Carmel Center waar de Waarheid kan ingaan.. {1SC16:9.2}

———————————

BELANGRIJKE OPMERKINGEN

Als er iemand is van onze broeders en zusters die iets wensen te doen voor Mt. Carmel, maar die vanwege tekort aan andere middelen gedacht hebben landbouw producten te doneren, zoals bonen, linzen, erwten etc., wensen wij hen te informeren, dat wij blij zijn om wat voor houdbare voedingsmiddelen dan ook te ontvangen. {1SC16:9.3}

—————————-

Omdat sommige van onze broeders en zusters schrijven over een derde deel van “De Herdersstaf,”, maken wij hierbij bekend dat het derde deel, uitgegeven wordt in de vorm van traktaten en gratis naar alle Z.D.A. ’s worden gezonden. Tot dusver zijn er vijf van zulke traktaten. Wij verwachten echter een zesde aan het eind van het jaar. {1SC16:9.4}

———————————–

Wij trachten de nieuwe onderwerpen in de Code zo nauwkeurig mogelijk te hebben, maar dit kan niet gedaan worden zonder de medewerking van al diegene die nieuwsverslagen en ervaringen etc insturen.  Breng zo gedetailleerd mogelijk als de Engelse taal het toelaat, verslag van het betreffende onderwerp. {1SC16:9.5}

————————————-

Diegene die met ons corresponderen, ontvangen literatuur, als zij verhuizen van hun huidige locatie, informeer alstublieft dit kantoor meteen, van uw nieuwe adres. De veldwerkers, moeten dit niet nalaten, nog te kort schieten hun gezelschap te herinneren dit te doen. {1SC16:9.6}

——————————–

Alle post aan Mt. Carmel, zou gericht moeten zijn aan De Universele Uitgevers Associatie. Alle geldzaken—tienden en offerande—wanneer ze per post worden verzonden, moeten verstuurd worden aan Mw. F. Charboneau, en denk eraan, dat het HStaf hoofdkwartier, huis adres, niet langer in California is, maar Mt. Carmel Center, Waco, Texas. {1SC16:9.7}

———————————

Laten alle nieuw bekeerden tot de HStaf, ons informeren, hoe de boodschap hen vond. Hoewel dit voor u van weinig belang mag schijnen, zal het voor ons die met heel veel kantoor problemen moeten kampen, het beschouwen als een grote gunst. Dank u. {1SC16:9.8}

—————————————

Onze verenigde gebeden op Vrijdag middag (5 p.m. Pacific Standaard tijd; 6 p.m. Mountain Standaard tijd; 7 p.m. Central Standaard tijd,; 8 p.m. Eastern Standaard tijd) ten gunste van onze broeders en zusters die in duisternis zijn met betrekking tot tegenwoordige waarheid, moet trouw nageleefd worden door alle betrokkenen. {1SC16:9.9}

 

Iedere Z.D.A., die de ‘Symbolische Code,” gratis, regelmatig naar hem gezonden wenst te hebben, vul alstublieft, het volgende blanco formulier in. {1SC16:9.10}

___________________________ SCHEUR HIER AF_______________________________

Plaatst u alstublieft mijn naam op uw reguliere verzendlijst voor u maandelijks blad, ” De Symbolische Code.”

Straat

Straatnaam________________________Postbus nr.________________________________

Stad________________________Staat_________________Country___________________

De Universele Uitgevers Associatie

Afdeling Symbolische Code

Mt. Carmel Center  Waco Texas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code

Nieuws Artikel

Deel Een

Nr. 15

15 september 1935

Waco Texas

TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap

                                           NIEUWSBREKENDE GOLVEN VANUIT MOUNT CARMEL

 

“Terug naar de Oude Paden”

In de Symbolische Code voor de maand van augustus, deden wij verslag van de vooruitgang op Mt. Carmel, voor zover het, het bouwprogramma en de bevolkingstoename betrof, en wij zijn niets nieuws gestart in dit opzicht, behalve het afronden van de gebouwen, die toen onder constructie waren, wij zullen niet meer daarover op dit moment zeggen. Wij zijn echter verheugd verslag te doen van de gemaakte vooruitgang in geestelijk opzicht; dat ia, in kleding en gezondheidshervorming, welke stap ons dichter bij de Heer heeft getrokken en wij voelen Zijn zegeningen op ons rusten, waar wij heel dankbaar voor zijn.{1SC15:1.1}

Wij voelen ons verzekerd dat al de vrienden van de zaak voor hervorming, tevreden zullen zijn om het gehele gezelschap in volmaakte harmonie met onze belijdenis zullen zien, zoals het vanaf de dagen van de apostelen nog nooit getuige van is geweest. Wij zeggen dit niet om op te scheppen, want wij weten dat er veel gedaan moet worden, voor een ieder van ons voordat onze karakters verandert worden in Zijn glorierijk beeld, en voordat wij waardig zullen zijn om “Zijn heilig volk, De verlosten van de Heer” genoemd te worden, door hen die de Derde Engel Boodschap zullen omarmen, na de verzegeling van de 144.000. (Jes. 62:12) {1SC15:1.2}

Wij zijn verzekerd, dat deze voorwaartse stap op Mt. Carmel, groter is dan iedere vorige, en als het voortgezet wordt, zegt de Heer: “Uw licht,” zal “ voort breken als de dageraad, en uw genezing zal snel uitspruiten, en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des Heeren zal uw achterhoede wezen. Dan zult gij roepen en de Heere zal antwoorden, gij zult schreeuwen en Hij zal zegen: Ziet hier ben Ik.” (Jes. 58: 8, 9). {1SC15:1.3}

Hoewel het hard is om van sommige van de dingen te scheiden die wij bij de geboorte hebben geërfd, en die wij jaren hebben beoefend, en omdat wij ze uitgeoefend hebben terwijl wij lidmaatschap hielden  in het Z.D.A. kerkgenootschap, en omdat de kerk velen heeft die denken dat God hen een soort volmacht heeft gegeven om de gewoonte, van de wereld voort te zetten, heeft Mt Carmel zichzelf toch ontdaan van buidels;  gekunstelde versieringen, van de “ sluiers” en de “hoofdkronen,” lage decolleté, hoge rokken, okselmouwen, omlaag gerolde sokken, hoge hakken, en al de ijdele gewoonten van de afgoden van het land, en heeft ze eeuwige woestenij. Aldus haar inwoners bevrijdend – mannen, vrouwen en kinderen— van al deze ijzeren banden! {1SC15:1.4}

Het is verrassend te weten te komen dat velen van onze mensen die “in het licht van tegenwoordige waarheid staan” en die zelf deel nemen aan de verkondiging van de hervormingsboodschap gefaald hebben om zichzelf te hervormen! Daarom wordt het onder de aandacht van iedere gelovige in tegenwoordige waarheid gebracht, om de boodschap van de HStaf en de “Getuigenissen van de Kerk opnieuw te bestuderen, en snel, zonder een moment vertraging, al de veranderingen aan te brengen. Dit is uw laatste waarschuwing. {1SC15:1.5}

Sta uw kinderen niet toe, nog uzelf, om schaars gekleed op straat te gaan, of zonder sokken behalve wanneer je blootsvoets gaat. De mouwen van de jurk moeten onder de elle boog zijn, terwijl de lengte van de rok geregeld moet worden door aantal centimeters in tweeën te delen van de buiging van de knie naar de vloer. Met andere woorden, als uw ledemaat vanaf de knie tot de vloer 30 centimeters meet, moet uw rok niet hoger dan 10 centimeter van de vloer zijn. Voor kinderen onder 12 jaar, mag het aantal centimeters vanaf de buiging  van de knie tot aan de vloer in drie verdeeld worden, en laat de rok een derde onder de knie zijn, of twee derde boven de vloer. Als u, wenst uw respect te behouden en bescheidenheid, en het moraal van uw kinderen en het zegel van God op uw voorhoofden ontvangen, sta uzelf niet toe, of uw kinderen om hun naakte lichamen aan mensen en jongens te vertonen. {1SC15:1.6}

Ga niet tot het extreme over. Kleed uzelf en uw kinderen op zo een manier dat u speciale aandacht en onbescheidenheid voorkomt, toch schoon en netjes, en hoewel niet duur, mag het materiaal van duurzame kwaliteit zijn. {1SC15:1.7}

“Ik werd getoond dat het volk van God, niet de gebruiken van de wereld moet nabootsen. Sommigen hebben dit gedaan, en verliezen snel het speciale, heilig karakter, dat hen zal onderscheiden als Gods volk. Ik werd  terug gewezen op Gods oude volk, en was geleid hun kleding te vergelijken met de manier van kleden in deze laatste dagen. Wat een verschil! {1SC15:1.8}

Wat een verandering! Toen waren de vrouwen niet zo moedig als nu. Als ze onder de mensen gingen, bedekten zij hun gezichten met een sluier. In deze laatste dagen, is mode een schande en onbescheiden. Zij zijn genoemd in profetie. Zij werden eerst ingebracht door een groep waarover Satan geheel controle had, die zonder gevoel, zich volledig overgegeven hebben in wellust, om alle onreinheid met gierigheid uit te voeren.’ Als Gods belijdende volk niet op grootste wijze van Hem was afgedwaald, zou er nu een merkbaar verschil zijn tussen hun kleding en dat van de wereld. De kleine hoofdkronen, die hun gezicht en hoofd laten zien, tonen een tekort aan bescheidenheid… De inwoners van de aarde worden steeds corrupter, en de onderscheidingslijn tussen hen en het Israël van God moet duidelijker zijn, of de vloek die op wereldlingen zal vallen, zal op Gods belijdende volk vallen. {1SC15:2.1}

“Jong en oud, God test u nu. U beslist uw eigen eeuwige lot. Uw trots, uw liefde om de gebruiken van de wereld te volgen, uw ijdele en lege conversaties, uw zelfzuchtigheid, worden allemaal gewogen, en het gewicht van t kwaad is angstaanjagend tegen u… En ik zag dat de Heer zwaard in de hemel aan het slijpen was, om af te snijden. Oh dat iedere lauwe belijder, het schone werk kon beseffen dat God op het punt staat te doen onder Zijn belijdende volk! Geliefde vrienden, misleid uzelf niet, betreffende uw toestand. U kunt God niet misleiden.”—Getuigenissen voor de Kerk,” Vol 1, pp. 188,189,190. Lees het derde hoofdstuk van Jesaja, verzen 16-26. {1SC15:2.2}

Vermijd witte bloem en geraffineerde suiker producten en eet geen fruit met groente in dezelfde maaltijd. De gemiddelde maag  zal minder dan een kwart houden. Pleeg geen zelfmoord door het over te belasten. Beperk uzelf niet tot een dieet van een paar artikelen. Laat uw tafel bekleed zijn met voedsel waar God in voorziet voor uw gebruik, ieder seizoen van het jaar, op een eenvoudige manier bereid, en op zo een natuurlijke manier als mogelijk. Probeer niet gezond te blijven op alleen gekookt voedsel. Koffie, thee , cacao, en chocolade moeten geen plaats vinden in een huis van een Z.D.A. {1SC15:2.3}

“Waarom weegt gij geld uit voor wat geen brood is, en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan? Hoort aandachtig naar Mij, en eet het goede en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen. Ik zal met u een eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse weldadigheden van David.” {1SC15:2.4}

“Die zichzelf heiligen, en zichzelf reinigen in de bossen, de een na de ander in het midden ervan, die zwijnenvlees eten en verfoeisel en muizen; tezamen zullen zij verteerd worden, spreekt de HEERE.” {1SC15:2.5}

“Dat onder u niet zij een man, of vrouw. of huisgezin of stam die zijn hart heden afwendt van de HEERE, onze god om te gaan dienen de goden van deze volken; dat onder u niet zij een wortel die gal en alsem draagt. En het geschiedde, als hij de woorden van deze vloek hoort, dat hij zichzelf zegene in zijn hart, zeggende Ik zal vrede hebben, wanneer ik ook naar het goeddunken van mijn hart zal wandelen, om de dronkene te doen tot de dorstige. De Heere zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal de toorn des Heeren en Zijn naijver roken over die man en al de vloek die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen en de Heer zal zijn naam van onder de hemel uitdelgen. En de Heere zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen Israëls naar alle vloeken van het verbond, dat in het boek van deze wet geschreven is.” ( Jes. 55:2,3; 66:17; Deut. 29:18-21) {1SC15:2.6}

“Vertrekt, Vertrekt, gaat uit van daar, raakt het onreine niet aan, gaat uit het midden van hen, reinigt u gij die de vaten des Heren draagt.” (Jes. 52:11) {1SC15:2.7}

Geen twee personen moeten in één bed slapen tenzij het om een noodsituatie is. Zij die deze gezondheidsprincipe negeren, zaaien het zaad van zorg in plaats van gezondheid en vreugde. {1SC15:2.8}

Als u naar bijeenkomsten gaat, of het in de Z.D.A. kerken is of waar tegenwoordige waarheid onderwezen wordt, onteer God niet door te praten, te fluisteren of lachen. Handen schudden met anderen in de kerk van God, moedigt alledaagse gesprekken aan, leidt anderen af van het onderwerp van de bijeenkomst, en leidt in het kwaad. Elkaar groeten bij de kerk zou gedaan moeten worden aan het einde van de dienst buiten het gebouw, maar als de bijeenkomst in een plattelandshuisje is, is het toegestaan het binnen te doen, nadat de bijeenkomst is afgelopen. “Zwijg alle vlees voor het aangezicht des Heeren, want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning.” (Zach. 2: 15) {1SC15:2.9}

Onze aandacht wordt geroepen tot aan andere grote verzuim dat Gods volk ten deel is. De Heilige Geest zegt: “ Doch ik wil dat gij weet, dat Christus het Hoofd is  van iedere man, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus. (1 Cor. 11:3)  Merk op dat de keten van goddelijkheid, menselijkheid linkt-God, Christus, de man, de vrouw. “Iedere man die bidt of profeteert, hebbende iets op het hoofd, die onteert zijn eigen hoofd. Maar iedere vrouw die bidt of profeteert met ongedekten hoofde, onteert haar eigen hoofd, want het is een en hetzelfde alsof haar het haar afgesneden was. Want indien een vrouw niet gedekt is, dat zij ook geschoren worden, maar indien het lelijk is voor een vrouw geschoren te zijn, of het haar afgesneden te hebben, dat zij zich dekke. Want de man moet het hoofd niet dekken aangezien hij het beeld en de heerlijkheid Gods is, maar de vrouw is de heerlijkheid van de man. Want de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw is uit de man. Want ook is de man niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man.”(verzen 4-9). {1SC15:2.10}

Het bovenstaande Schriftgedeelte leert, dat een man zijn hoed af moet nemen wanneer hij bidt of profeteert (het Schrift onderwijst), terwijl de vrouw van haar opdoet. Waarom? Omdat het hoofd van de man God is, maar het hoofd van de vrouw is de man. Als de man het hoofd bedekt, onteert hij God. Vandaar dat als de vrouw haar hoofd ontbloot, wanneer zij bidt, onteert zij haar hoofd–, de man, en door de man te onteren, onteert zij God, want de man is het “beeld van de heerlijkheid van God. Bovendien, plaatst het bedekken van de vrouw van haar hoofd wanneer zij God benadert, symbolisch de man—( haar hoofd) aan de kant en komt dus voor God. {1SC15:3.1}

Concludeer niet door vers 15 te lezen dat het haar van de vrouw haar, de bedekking is die hier boven vereist is, want als dat geval is, dan zou de man zijn hoofd moeten scheren, om het onderscheid te maken tussen de twee, en aangezien wij weten, dat van de man nooit vereist is geweest, zijn hoofd te scheren, bewijst het dat de bedekking van de vrouw wanneer zij bidt, niet haar haar is, maar haar hoed, of een of andere hoofdbedekking. Wederom als de Geest van God onderwijst, dat het haar van de vrouw, de bedekking is die boven vereist is, waarom zeggen: Wanneer “zij bidt of profeteert?”  Hoe kan ze haar haar (bedekking)  afnemen, wanneer zij niet bidt, tenzij zij een pruik draagt? Kan zij haar natuurlijke haar tij en ontij op zetten en afnemen?  Verder, aangezien vrouwen nooit hun haar in een bob kapsel hadden in de tijd van Paulus, zou het onnodig zijn hun te vragen het op te laten, en wederom zegt hij: “Als de vrouw niet bedekt is, laat haar ook dan geschoren worden. Deze woorden leggen de regel vast, dat als de vrouw niet geschoren is, laat haar dan bedekt zijn.” In deze verzen wordt gesteld dat de “vrouw die lang haar heeft, het tot haar eer is.” Daarom dat de bedekking van het haar ook betekend vernedering voor God of als het ware aan het kant zetten van haar heerlijkheid. {1SC15:3.2}

Wanneer de zegen gevraagd wordt bij de maaltijden, is het niet noodzakelijk om deze regel te volgen, maar het is zeker essentieel wanneer er onderwezen of aanbeden wordt, of het nou thuis is of in de kerk. {1SC15:3.4}

“God leidt Zijn volk, stap voor stap. Hij  brengt hun op verschillende punten, die berekend zijn om kenbaar te maken wat er in hun hart is. Sommigen houden stand op een punt, maar vallen af bij de volgende.  Bij ieder toenemend punt, wordt het hart een beetje dichterbij getest en beproefd. Als het belijdende volk van God, hun harten in tegenstelling vinden tot dit rechte werk, moet het hun overtuigen dat zij een werk te doen hebben om te overwinnen, als zij niet uitgespuwd willen worden uit de mond van de Heer. De Engel zegt: God zal Zijn werk dichter en dichter brengen om getest te worden en iedereen van zijn volk zal beproefd worden. Sommigen zijn gewillig om een punt aan te nemen, maar wanneer God hun naar een ander beproevend punt brengt, krimpen zij ervoor in en deinzen terug, omdat zij vinden dat het indruist tegen een of ander gekoesterde afgod. Hier hebben zij de gelegenheid te zien wat in hun harten is dat Jezus uitsluit. Zij prijzen iets anders hoger aan dan de waarheid, en hun harten zijn niet bereid om Jezus te ontvangen. Individuen worden een bepaalde lange tijd getest en beproefd, om te zien of zij hun afgoden zullen opofferen en aan het advies van de Ware Getuige zullen gehoor geven. Als wie dan ook niet gereinigd wil worden, door de waarheid te gehoorzamen, en hun zelfzuchtigheid, hun trots en kwade lusten  wil overwinnen, hebben de engelen van God de opdracht: “ Zij zijn verknocht aan hun afgoden, laat hen met rust, en zij gaan verder om hun werk te doen, deze mensen overlatend onder de controle van de slechte engelen, met hun zondige handelingen niet onderworpen.  Zij die opkomen tot ieder punt, en iedere test doorstaan, en overwinnen, wat de prijs ook mag zijn, hebben acht geslagen op het advies van de Ware Getuige, en zij zullen de late regen ontvangen, en aldus geschikt gemaakt voor overzetting.” “Testimonies for the Church, “ Vol. 1, p. 187. {1SC15:3.5}

Mt. Carmel Center heeft het voorbeeld gesteld en laten al onze broeders en zusters, nauwkeurig volgen door in overeenstemming te zijn met al Gods vereisten, als zij wensen zich af te keren van de zonden van de wereld, het zegel van God ontvangen en ontsnappen aan de vernietiging. Allen moeten de noodzakelijke aanpassingen maken voor de volgende uitgave van dit blad en aan God tonen dat u verheugd bent al Zijn rechtvaardige vereisten te gehoorzamen, en door uw opoffering demonstreren dat uw liefde voor de verlossing van Zijn volk, dat zij niet over uw zonden mogen struikelen, maar tot Hem getrokken mogen worden, door uw goede voorbeeld, en tevens trouw mag bewijzen aan de waarheid die wij uitdragen. Zij die weigeren om nauwkeurig te voldoen aan de getuigenis van de Ware Getuige, in deze hervorming, zullen zonder verontschuldiging gelaten worden, en wanneer gevraagd wordt: “Vriend, hoe komt gij her zonder het bruiloftskleed?  Zullen zij sprakeloos zijn. (Matt. 22:12) {1SC15:3.6}

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief gelijk ook Christus de Gemeente lief gehad heeft, en Zich zelven voor haar heeft overgegeven. Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord. Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk. Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft die heeft zichzelven lief. Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Here de Gemeente. Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen. Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen.” (Ef. 5: 25:31) {1SC15:4.1}

“Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar. Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is den Heere welbehagelijk. Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.” (Col. 3: 19-21)

En maakt uw lichamen niet tot een vertoning, horloge kettingen, en andere ijdele snuisterijen, want zij werpen een weerspiegeling op uw karakters en maken uw lichamen – het beeld van God, goedkoop. {1SC15:4.2}

 

WIE ZULLEN WIJ BESCHULDIGEN? HET LICHAAM OF DE “ZIJTAKKEN?”

De “Geest der Waarheid maakt het duidelijk, dat geen enkele omstandigheid, hoe moeilijk het ook mag zijn, ons zal rechtvaardigen om af te wijken van de onvervalste weg van verplichting. Paulus verkondigde dat niets hem zou laten ”wankelen,” en dat hij gewillig was te sterven als dat nodig was, alleen maar dat zijn Heer verheerlijkt kon worden in zijn leven en zijn volk gered. {1SC15:4.3}

De Geest der Profetie zegt: “ Om te staan in verdediging van de waarheid en gerechtigheid, wanneer de meerderheid ons veracht, om de strijd des Heren te vechten, wanneer kampioenen weinig zijn,– dit zal onze test zijn. Op deze momenten moeten wij warmte vergaren uit de koudheid van anderen, moed uit hun lafheid, en trouw uit hun verraad. “ “Testimonies for the Church,” Vol. 5 p. 136 {1SC15:4.4}

De oude landpalen verlatend, is duidelijk bewezen uit het volgende, dat niet beperkt is tot de zijtakken, die van tijd tot tijd door de jaren heen ontstaan zijn. Wij  zijn afgeweken van de oude landpalen. Laat ons terug keren. Als de Here God is, dien Hem, alf Baal, dien hem. Aan welke kant zult gij zijn?”—“Testimonies for the Church,” Vol. 5, p.137 {1SC15:4.5}

“De kerk heeft zich afgekeerd van het volgen van Christus haar Leider, en is gestadig terug aan het keren naar Egypte. Toch zijn weinigen gealarmeerd of verbaast voor hun noodzaak tot geestelijke kracht.” id. 217. “Ik zag onze instructeur wijzend naar hun klederen van zogenaamde gerechtigheid. Ze afscheurend, legde Hij de vuilheid eronder bloot. Toen zei Hij aan mij: “Kun je niet zien hoe zij aanmatigend hun vuilheid en verdorvenheid van karakter hebben bedekt? “Hoe is de trouwe stad een hoer geworden?” Mijns Vadershuis is tot een rovershol gemaakt, een plaats waar de goddelijke aanwezigheid en heerlijkheid is afgeweken! Om deze reden is er zwakheid, en ontbreekt er kracht.”—“Testimonies for the Church,” Vol. 8, p. 250. {1SC15:4.6}

“Als Jezus de toestand van Zijn belijdende volgelingen vandaag bekijkt, ziet Hij onedele ondankbaarheid, lege vormendienst, huichelarij, oneerlijkheid, Farizeïsche trots en hoererij.” “Testimonies for the Church.” Vol. 5, p. 72. {1SC15:4.7}

De bovenstaande citaten, waarschuwen ons duidelijk dat de kerk als een lichaam, “zich afgekeerd heeft van het volgen van Christus haar Leider,” en dat  “hoererij” juist is onder Zijn “belijdende kerk,” in zoverre dat de “goddelijke tegenwoordigheid en heerlijkheid zijn afgeweken,” van uit de kerk. Deze feiten zouden moeten veroorzaken dat  een ieder van ons, met vreze en beven, “zuchten en weeklagen,” over al de gruwelen die gedaan worden in haar midden,” tenzij wij onze tanden willen knarsen met berouw in de eeuwige vernietiging. Zullen wij niet even ontvankelijk zijn als de Ninevieten van ouds of zullen wij de verschrikkelijke prijs betalen? {1SC15:4.8}

Sprekend over diegene die zich verlustigen in het bekritiseren van hen die berispen bij de poort, lezen wij:” Zij zullen alles in twijfel trekken en bekritiseren wat opkomt bij het ontvouwen van waarheid, kritiek leveren op het werk en de positie van anderen, ieder onderdeel van het werk bekritiseren, waarin zijzelf geen deel hebben. Zij zullen zich voeden op de tekortkomingen, zwakheden en fouten van anderen, ‘totdat,’ zegt de engel, ‘ de Heer Jezus zal opstaan van Zijn bemiddelend werk in het hemels heiligdom, en Zichzelf zal kleden, met de klederen der wrake, en hun verassen bij hun onheilig feest; en zij zullen zichzelf onvoorbereid vinden voor het bruiloftsmaal van het Lam.’ Hun smaak is zo verdorven, dat zij geneigd zouden zijn om zelf de tafel van de Heer in Zijn koninkrijk te bekritiseren.” – “Testimonies for the Church.” Vol. 5. p. 690. {1SC15:4.9}

Het bovenstaande is duidelijk dat de ware leider van de kerk zal “opstaan van Zijn bemiddelingswerk in het hemels heiligdom,” en voor altijd tot een afsluiting brengen, “ onheilige feesten, niet na de afsluiting van de genade tijd, maar “in de ontvouwing van de waarheid.” {1SC15:5.1}

Met het oog op deze vreesachtige afvalligheid, veroorzaakt door “twijfel en zelf ongeloof van de getuigenissen van de Geest van God,” (Testimonies for the Church, Vol. 5. p. 217), door zowel predikant en leek, en net zoals “de oude mannen, hen aan wie God groot licht heeft gegeven…hetgeen aan hun toevertrouwd is” (Testimonies for the Church, Vol. p. 211) en nu alles aan het bekritiseren zijn, dat opkomt in het ontvouwen van waarheid,” omdat het hen berispt, zullen wij niet des te meer trouw zijn in het ons “toevertrouwde,” om onze dierbare broeders en zusters te waarschuwen voordat het te laat is? Maar laat ons het doen met de zelfde geest van Christus, eerst acht slaand op onszelf, zodat wij die beweren, “in het licht te staan,” niet in dezelfde valstrik vallen die door de vijand is geplaatst en afvallig worden, door de fouten te herhalen van de citaten in dit hoofdstuk en tevens de volgende profetie vervullen: {1SC15:5.2}

“Er zullen onder ons diegene zijn, die altijd het werk van God willen beheersen, door zelf te dicteren,  welke beweging gemaakt moet worden, wanneer het werk voortgaat, onder de leiding van de engel, die zich voegt aan de derde engel  in de boodschap die gegeven moet worden aan de wereld. God zal omstandigheden en middelen gebruiken, waardoor het te zien zal zijn dat Hij de macht in eigen handen neemt. De arbeiders zullen verrast zijn door de eenvoudige middelen, die Hij zal gebruiken om Zijn werk van gerechtigheid te vervolmaken.” “Testimonies to Ministers,” p. 300. {1SC15:5.3}

————————————

GERED IN PLAATS VAN “UITGESPUWD”

Ik ben meer dan gelukkig, gewoon ontzettend gelukkig; de boodschap van de HStaf heeft een warme plaats gevonden in mijn hart. Ik hou van mijn Verlosser en voel dat Hij mij gunstig is geweest, door mij een tweede kans te geven en een gelegenheid om mijn liefde te bewijzen in het aanvaarden van verwijten van broeders en zusters, die heel ontstemd zijn, tegen degene die de boodschap van Openb. 18:1 hebben gebracht, waar zij onwetend over zijn en hun huizen en harten sluiten  tegen het licht dat Zr. White voorspeld heeft dat het zou komen. (Testimonies to Ministers, p. 100). {1SC15:5.4}

“Testimonies on Sabbath School Work,” pp. 62-66, heeft krachtig een indruk op mij gemaakt, dat ik mijn eigen kopie heb gekocht, ook “Testimonies to Ministers,” en wat ik daarin heb gelezen, is genoeg om mij te overtuigen, dat de vijand in de kerk is gekropen vanaf 1844 n Chr., en door zijn misleidende kunsten een web van dwaling heeft gesponnen, waardoor hij al Gods kinderen “in valstrikken,” heeft “ingegraven,” en indien mogelijk zal hij hen allen misleiden, maar wij moeten hen helpen. {1SC15:5.5}

Ik voel dat mijn hemelse Vader Zijn Woord, zo groot gemaakt heeft aan mij, dat ik duidelijk kan zien, waarom Hij, “Zijn vreemde handeling,” van Ezechiël negen, tot stand moet brengen. Juist nu is de boodschap: “Roep luidkeels, houd niet in, verkondig Mijn volk hun overtredingen, en het huis Jakobs hun zonden, en ook de de roep: “bereid u voor om uw God te ontmoeten, oh Israël, verschuldigd aan de kerk. Waarlijk de Heer is constant mijn metgezel geweest, en ik ben beter bekend geworden met Hem, in de paar afgelopen maanden dan in al de twintig jaren of meer, dat ik een Adventist ben geweest! {1SC15:5.6}

Ik ben verzekerd, dat tot voor een korte tijd geleden, ik een 100% Laodicea was—tevreden in mijn blindheid—maar ik heb “het goed beproefd in het vuur,” gekocht en ben meer dan ooit vastbesloten om een overwinnaar te worden, en door Zijn genade en hulp aan allen die mij willen toestaan, zal ik trachten hen het woord en voorbeeld van de ware weg te tonen, die naar huis leidt. Ik wil een deel hebben in de Luide Roep en dat ik mag meedoen in het zingen van het lied van “Mozes en het Lam.” {1SC15:5.7}

Mag ik een plaats vinden op uw gebedslijst? Ik wens mijn familie van zeven kinderen in het hemels Kanaän te hebben. Deze boodschap alleen kan deze belofte waarmaken. “De gewilligen en gehoorzamen zullen het goede van het land eten.” {1SC15:5.8}

                            De Uwe om velen tot gerechtigheid te keren.

                                                         (Getekend)  Mw. Emma Spencer

                                                                            Denver, Colo.

———————————————-

VADER VERGEEF HEN WANT ZIJ WETEN NIET WAT ZIJ DOEN

Het schijnt bijna ongeloofwaardig te denken dat mannen en vrouwen, die belijden de Drie Engelen Boodschap te geloven, de laatste boodschap van genade aan een stervende wereld, zo volledig de controle over zichzelf zouden verliezen, in het huis van God, dat zij werkelijk de handen geslagen hebben aan een van de moeders van Israël en haar uit het gebouw gegooid hebben, alleen omdat zij haar zien als een ketter, en onwaardig om in het huis te zitten dat gewijd is aan aanbidding van God, maar dat is het geval, zoals de volgende woorden van een brief gericht aan het kantoor zal aangeven: {1SC15:5.9}

“Toen de Sabbat School leider, mijn in de kerk zag zitten, veranderde haar gezichtsuitdrukking en zij kwam terug met de secretaris van de zending en zij zeiden beide: ‘ Sommige mensen hebben meer lef dan verstand!—“ De ouderling en de secretaris van de zending kwamen en tilden mij uit mijn stoel en ik trok mijzelf omlaag. Toen trokken zij mij eruit en scheurden mijn mouw, en duwden mij de deur uit. Wat een verschrikkelijke geest! De joden dachten dat zij God een dienst deden door Christus te kruisigen. Waarlijk, wanneer wij licht verwerpen, is duisternis alles wat wij over hebben.” {1SC15:6.1}

Zullen wij niet ernstig bidden dat God ons de Geest van Christus zal helpen ten toon spreiden, zelf wanneer onze geliefde broeders en zusters hun zelfbeheersing verliezen en zichzelf in zulke mate zoals hierboven is getoond? {1SC15:6.2}

————————————

“OM NIET HEBT GIJ ONTVANGEN,GEEFT HET OM NIET”

Ik ben zo dankbaar dat de boodschap van tegenwoordige waarheid mij vond. Mijn vastberadenheid is te leven zoals ik geïnstrueerd ben door het Woord, en het is mijn wens om de boodschap aan anderen te geven, zodat zij hun ware toestand mogen inzien, en zich samen met mij in de prachtige waarheid mogen verheugen. {1SC15:6.3}

                                                         (Getekend) Mw. Millie Freeman

                                                                                     Denver, Colo

————————————-

EEN “NATANAEL “ VAN VANDAAG

 

Geliefde broeders en zusters in het geloof eens aan de Vaderen gebracht:

Ik wil u eerst bedanken voor de twee boekjes die u een paar dagen geleden naar mij heeft toegestuurd…en ik heb nu verschillende van de eerste nummers van de Symbolische Code gelezen, die u naar mijn adres heeft gestuurd. {1SC15:6.4}

Ik lees alles wat tot mij komt. Het kan mij niet schelen van welk kerkgenootschap het komt, ik ben niet bevooroordeeld tegen welke dan ook. Weet u Paulus zegt ons om “alles te beproeven, vast te houden wat goed is,” en “de profetieën niet te verachten” (1 Thess. 5:21, 20) Ik geloof dat als wij onze Bijbel en de boeken van Zuster White ijverig bestuderen, wij niet misleid kunnen worden, ongeacht wat wij lezen. {1SC15:6.5}

Ik ben vanaf 14 mei 1921 een Adventist geweest. Ik was toen gedoopt, maar ik onderhield de Sabbat en andere waarheden zo goed als ik ze kende vanaf de 10e december het jaar daarvoor.  Ik kwam uit de Lutherse kerk. Ik wist heel lang dat onze leiderschap niet leefde naar wat zij predikten, maar wist niet waar anders te gaan, want de andere kerken zijn erger. Maar als iemand mij gezegd zou hebben dat de Z.D.A. ’s broeders en zusters uit de kerk hebben gezet, zelf door kracht en lichamelijk, zou ik hen leugenaars genoemd hebben. Ik bedoel als de leden geen enkel ander kwaad gedaan hadden dan de toegevoegde waarheid te aanvaarden vanuit de Bijbel en de Geest der Profetie. {1SC15:6.6}

Ik heb mij vaak afgevraagd hoe het mogelijk zou zijn, om gereed te zijn voor overzetting in deze generatie, aangezien het zo dichtbij het einde is. Want wij moeten zonder fouten zijn voor de troon van God. De kerk in haar huidige toestand zou ons niet voorbereid kunnen krijgen voor die gebeurtenis, tenzij wij voor de leiders uitlopen zoals wij hebben. {1SC15:6.7}

Naar aanleiding van de brieven gepubliceerd in de Symbolische Code, (die ik in geen enkel geval in twijfel trek), zijn onze kerken verandert in geheime genootschappen met hun gesloten deuren voor hen die ook van hetzelfde geloof zijn. Jezus waste Judas zijn voeten en liet hem deelnemen aan het laatste avondmaal, hoewel Hij wist dat zijn hart niet recht was en dat hij Hem een paar uren later zou verraden. Jezus wist ook dat Petrus Hem voor de ochtend zou verraden, toch behandelde Hij beide als broeders, en noemde Judas zelf “Vriend.” ( Matt. 26:50) Jezus heeft nooit iemand uit de synagoge gezet, behalve zij die daar kochten en verkochten. Als Jezus dat vandaag zou doen, zouden er weinig in de synagoge (kerk) overblijven. {1SC15:6.8}

Wilt u alstublieft doorgaan met mij de Symbolische Code iedere maand te sturen. {1SC15:6.9}

                                                                            (Getekend) E.A.P.

 

 

VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vraag: “U maakt de opmerking in de Code van juli, dat ‘ als de individu niet op het moment dat hij is overtuigd is van de waarheid hervormd, zal hij later ook niet hervormen.’ Als  dat waar is dan ben ik een verloren man. Ik geloof de boodschap die u naar de kerk brengt, hoewel ik het nu nog niet helemaal begrijp, maar ik weet dat ik dingen heb gedaan, die als wat u zegt waar is, ik verloren ben.” {1SC15:7.1}

Antw.: “De code bedoelt niet met het woord “hervorming,” dat men in een keer volmaakt moet zijn, want volmaaktheid wordt verkregen door voort te gaan in de waarheid en stap voor stap te klimmen.  “Testimonies for the Church, “ Vol. 1, p. 187. Een ware Christen, sleept niet achteraan, maar zoals het koren op het veld, volmaakt is in haar stadium, zo is hij ook zonder smet, voor zover het licht hem voortbrengt. Vandaar dat, als u een begin heeft gemaakt en nog steeds in de renbaan rent, is er geen reden waarom u verloren zou zijn— “Want een rechtvaardig man valt zeken maal en staat weer op.” (Spreuk. 24: 16) “En als iemand gezondigd heeft, hebben wij voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de gerechtige.”( 1 Joh. 2:1) {1SC15:7.2}

De groep die niet hervormd, volgens de Code, zijn zij die niet aan de ren beginnen, wanneer zij overtuigd zijn van de waarheid, maar net als Agrippa, zullen zeggen: “Gij beweegt mij bijna een Christen te worden.” (Handelingen 26: 28), en verontschuldigen zichzelf zoals Felix dat deed: Voor dit maal, ga heen, als ik gelegen tijd zal hebben bekomen, zo zal ik u tot mij roepen (Handelingen. 24:25). Het feit dat u ernaar streeft zonde te overwinnen door in het licht te wandelen, is voldoende bewijs, dat u niet verloren bent, en als u zo doorgaat, zal u gered zijn, anders zijn wij allemaal verloren. {1SC15:7.3}

De vijand zou ons op de een of andere manier graan willen misleiden, het maakt hem niet uit op welke manier, en wij moeten hem geen gelegenheid geven. Paulus zegt: “Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen, de loopbaan, die ons voorgesteld is. Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus Dewelke voor de vreugde die Hem voorgesteld, was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons van God.” (Heb. 12:1, 2) {1SC15:7.4}

Vraag: Ik ben uw traktaten aan het lezen en ben diep onder de indruk. Ik vraag mij af of u mij kunt helpen met enkele Schriftgedeelten, die ik niet begrijp. Ik heb tweemaal geschreven naar W.G. Wirth van de Signs, maar ontving geen antwoord in de Signs of door correspondentie. Te teksten waar ik moeite mee heb zijn Jes. 65:20, Johannes 3: 13 (Hoe staat het met Henoch en Eliah?), 1 Tim 4:3, 4. (Waarom zegt Zr. White om ons van vlees te onthouden?) Ik zal het zeer waarderen, als u ze kunt uitleggen en Jesaja 66: 20.” {1SC15:7.5}

Antw. : Jes. 66: 20 wordt uitgelegd door vers 16 en 19. In het 16e vers komt de beschrijving van de slachting die door de Heer uitgevoerd wordt voor en in het 19e lezen wij deze woorden: “En Ik zal hen, die ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen… naar de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben, en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.” {1SC15:7.6}

De bovenstaande vraag maakt het duidelijk, dat hoewel de slachting plaat heeft gevonden, het de heidenen niet beschadigt heeft, want zij die ontkomen uit de slachting van de Heer, zoals beschreven in vers 16, werden gezonden naar alle natiën. En daar zij Zijn heerlijkheid moesten verkondigen onder de heidenen, die nog niet van Zijn gerucht gehoord hadden, is het duidelijk, dat de slachting onder Gods belijdend volk plaatsvond, want zij die ontkomen werden gezonden om Zijn heerlijkheid te verkondigen onder de heidenen. Vandaar dat zij die gezonden werden, geen heidenen konden zijn maar eerder Christenen die Zijn gerucht kenden en Zijn heerlijkheid. {1SC15:7.7}

Bovendien zoals gezegd is in het 20ste vers dat zij die ontkomen aan de slachting “al hun broeders als een offerande zullen brengen voor de Heer uit al de natiën… tot Mijn heilige berg Jeruzalem, zegt de HEERE, gelijk als de kinderen Israëls het spijsoffer in een rein vat brengen ten huize des HEEREN, bewijst het dat de slachting plaats vond voor de afsluiting van de genade tijd en voor de boodschap naar al de natiën was gebracht en dat Gods kerk gereinigd is erdoor, want zij brachten hun broeders “ in een rein vat.”  Vandaar dat de slachting van Jes. 66:16 en van Ezech. 9: 5-7, Testimonies for the Church, Vol 5, p. 211, Vol 3. p. 267 dezelfde zijn—de reiniging van de kerk (Testimonies for  the Church, Vol. 5, p. 80) na de verzegeling van de 144.000 (Testimonies to Ministers, 445) op welke tijd het gezegd kan worden: “Gekleed in de wapenrusting van Christus gerechtigheid, is de gemeente gereed voor haar laatste strijd, Schoon als de blanke maan, stralend als de gloeiende zon, geducht als krijgsscharen, is ze gereed om de wereld in te gaan, winnende om te overwinnen.” “Prophets and Kings,” p. 725, blz 445. {1SC15:7.8}

Johannes 3:13: “En niemand is opgevaren in de hemel, dan Die uit de hemel neder gekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is.” {1SC15:8.1}

Zoals het vers hierboven geciteerd, zichzelf niet uitlegt, en als zij zullen trachten het geïsoleerd van haar context uit te leggen, is het zeker dat wij fout zullen gaan in onze conclusie.  Daarom, door de voorgaande verzen te bestuderen, vinden wij dat Jezus geestelijke dingen aan Nicodemus aan het uitleggen is, door het gebruik van materiele onderwerpen, en daar Nicodemus te kort schoot om de betekenis te begrijpen, probeerde de Meester hem te tonen hoe dwaas hij was, door te zeggen: “Als Ik u aardse dingen vertelde en gij geloofd niet, hoe zult gij geloven als Ik u hemelse dingen vertel? En niemand is opgevaren in de hemel, dan Die uit de hemel neder gekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is (verzen 12 , 13). Dat is niet dat geen mens, ooit naar de hemel is opgevaren, want Henoch en Elia zijn wel opgevaren, maar eerder dat geen mens ooit is opgevaren en de dingen van de hemel heeft geleerd en dan neder gekomen is naar de aarde om het allemaal te vertellen, behalve Hij Die uit de hemel neder gekomen is, namelijk de Zoon des mensen,” dat is Christus is de enige die in de hemel is geweest, en die neder gekomen is en die de dingen van de hemel, kon uitleggen. {1SC15:8.2}

1 Tim. 4: 3-5: “Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging voor de gelovigen en die de waarheid hebben bekend. Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde. Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed.” {1SC15:8.2}

Het is niet Bijbels te concluderen van dit Schriftgedeelte dat wij vrij zijn alles te eten wat God geschapen heeft, maar eerder datgene dat “geheiligd is door het Woord van God.” Merk nauwkeurig op wat de Geest zegt: U bevelend om u van vlees te onthouden, welke God geschapen heeft om te ontvangen.” Deze woorden leggen ons duidelijk uit dat sommigen, ons zullen vertellen, op hun eigen verantwoordelijkheid, u zullen bevelen van zulk vlees dat God geheiligd heeft, maar welke Hij heeft geschapen om te ontvangen voor dankzegging. Dat wil zeggen, geen mens heeft het recht de anderen te verbieden van de dingen die God ons toegestaan heeft te eten, en welke wij alleen door “dankzegging,” kunnen ontvangen, want niemand die de waarheid kent, zal durven Gd dank te vragen voor het eten van de dingen die Hij verboden heeft. {1SC15:8.3}

Desalniettemin, is het Gods goed recht om weg te nemen of een speciaal dieet te geven aan Zijn dienstknechten op welk moment dan ook dat Hij geschikt acht. Bijvoorbeeld, Hij verbood het gebruik van vleesvoedsel aan het oude Israel, tijdens de veertig jaren van vertoeven in de woestijn; de vrucht van de wijnstok aan Samson; en aan Johannes de Doper schreef Hij: broodvrucht en wilde honing,” voor. Hoewel het verkeerd was van Samson en Johannes om de vrucht van de wijnstok te eten, wat het wel juist voor anderen en Christus Zelf, maakte er gebruik van. Zo is het heden ten dage. Als God ons een speciaal dieet geeft, moeten wij niet rebelleren ertegen, maar verheugd zijn en ons er aan houden. Het kan bewezen worden door de Bijbel dat Gods dienstknechten in deze tijd, net zoals de bovengenoemde voorbeelden, vegetariërs moeten zijn. {1SC15:8.4}

Tot nu toe zijn de enige mensen die bekend zijn bij ons en die volmaakt deze profetie van 1 Tim. 4:3, 4 vervullen, de Romeinen en de Griekse Katholieken, in het bijzonder de Romeinen die de priesters en de nonnen verbieden te trouwen, en hun bevelen om op Woensdag en Vrijdag zich te onthouden van vlees, en vasten dagen, die God nooit aan Zijn profeten heeft opgedragen. {1SC15:8.5}

Het is waar, Zr. White verdedigt een vegetarisch dieet maar ze verbied niet te trouwen. Daarom vervult zij niet de beschrijving van de profetie. Bovendien, is het gebod om “te onthouden van vlees,”  en verbieden te “trouwen,” niet waar de zonde licht, maar meer dat zij “zich van het geloof [waarheid] zullen afkeren, gehoor gevend aan verleidende geesten, en leerstellingen van duivelen; leugens sprekend in huichelarij; hun geweten toegeschroefd hebbende met een heet ijzer.” Verzen 1, 2). Onze aandacht wordt geroepen tot de handeling van verbieden van “vlees,” en “te huwen” om ons in staat te stellen om die mensen te identificeren, die van het geloof zijn afgevallen en dat wij onszelf niet met hen zullen verbinden, hoewel zij belijden Christenen te zijn. {1SC15:8.6}

Vraag: “Als de 144.000 een lied zingen dat geen enkel ander gezelschap kan, omdat het een lied van hun ervaringen is, waarom kan de grote schare dit lied van ervaringen ook niet zingen, als zij ook door de zeven laatste plagen heen hebben geleefd en worde overgezet? {1SC15:8.7}

Antw.: Het zal opgemerkt worden, dat de HStaf, dit stelt van de 144.000 in vergelijking met de doden, en niet met de “grote schare.” Hoewel de 144.000 de ervaring van Ezechiël negen hebben, die de grote schare niet bezit, en dit is het verschil. Maar het wordt gesteld, dat als de “harpspelers,” zongen, geen mens dat lied kon leren, dan de 144.000, “die verlost waren,” (Openb. 14:3). Het wordt duidelijk gemaakt dat dit gezelschap verlost was, en dat is de reden waarom alleen zij het lied konden zingen; dat is op dat gegeven moment. Het zegt niet dat de grote schare, die toen nog niet verlost waren, niet dat lied zouden kunnen leren, nadat zij verlost waren, want wij lezen in Openbaring 15: 2, 3 dat allen die  “de overwinning over het beest hadden verkregen, en over zijn beeld, en over zijn merkteken, en over het getal van zijn naam, … het lied van Mozes .. en het lied van het Lam zingen. {1SC15:8.8}

Vraag: “Wordt de slachting van Ezechiël negen niet vervuld in de zeven laatste plagen?” {1SC15:9.1}

Antw.:  De profetische vernietiging zoals beschreven in Ezechiëls profetie is direct toepasbaar op de kerk van God alleen—“Het Huis van Israël en Juda.” (Ezech. 9:9) Vandaar dat deze vernietiging slecht indirect van toepassing kan zijn op de laatste plagen. {1SC15:9.2}

De vernietiging van het kerkgenootschap der Z.D.A.—“Israël en Juda,” (waar de 144.000 zijn—de twaalf stammen) is niet de tijd van de plagen, want door de stem van de hemel, “wordt Gods volk verzocht uit al de plaatsen te komen waar er zonde is en zich bij de gereinigde kerk van God aan te sluiten, waar er geen zonde is, zodat zij, “geen deel  hebben aan haar zonden, en dat zij “niet ontvangen van haar plagen.” (Openb. 18:4) Als dit niet zo was, dan zou hun uit haar komen, hun geen speciaal voordeel brengen, vanwege het feit dat de plagen overal waar zonde is zullen vallen. Vandaar, dat Gods kerk gereinigd moer worden en vrij van zonde en zondaars gemaakt moet worden om dit mogelijk te maken, welk feit profetisch bekend wordt gemaakt door Ezechiëls profetie, en in het navolgende legt de Geest der profetie verder uit, zeggende: {1SC15:9.3}

“Allen zij die in de kracht van de Almachtige beproeving hebben weerstaan en overwonnen zullen toegestaan worden een deel te hebben in het verkondigen van deze boodschap die zal uitzwellen tot de Luide Roep.” “Review and Herald,” 19 nov. 1908. {1SC15:9.4}

Het bovenstaande stelt duidelijk dat alleen diegene die zich trouw aan God hebben bewezen, deel zullen hebben aan de verkondiging van de Drie Engelen Boodschap in haar Luide Roep. Maar in “Testimonies for the Church,” Vol. 5, p. 211, sprekend over de tijd wanneer de slachting van Ezechiël Negen zal plaatsvinden lezen wij: “De oude mannen, hen aan wie God groot licht gegeven heeft, en die stonden als beschermers van de geestelijke belangen van het volk hebben hetgeen hun toevertrouwd is beschaamd.” {1SC15:9.5}

Aangezien beide citaten in het bovenstaande correct moeten zijn, bewijst het dat de slachting van Ezechiël Negen plaats vind voor de aanvang van de Luide Roep. Deze zelfde waarheid kan bewezen worden door de Bijbel vanuit verschillende invalshoeken. {1SC15:9.6}

Vraag: “Zullen allen behalve de 144.000 van de huidige Z.D.A. kerkgenootschap werkelijk geslacht worden in de scheiding? {1SC15:9.7}

Antw.: Allen behalve zij niet het teken of het zegel ontvangen, oud of jong, man of vrouw, zullen vallen onder de slachtwapens van de engelen. (Ezech. 9:6) Alleen zij die zuchten en weeklagen over al de gruwelen, die in haar midden gedaan worden zullen het merkteken ontvangen. (vers 4). Als er anderen binnen het kerkgenootschap der Z.D.A. zijn, die zullen ontkomen, behalve de 144.000, is ons niet bekend. {1SC15:9.8}

————————————–

Aan Hen die in het Licht Staan: {1SC15:9.9}

Er zijn klachten tot ons gekomen dat sommige van onze mensen, in hun ijver om de boodschap te verspreiden, tegenwoordige waarheid literatuur binnen in de Z.D.A. kerken aan het verspreiden zijn geweest, pratend tot kerkleden tijdens de preek… etc., en dus afleiden en verstoren. {1SC15:9.10}

Onze ervaringen in het verleden hebben ons geleerd, niet alles te geloven wat wij horen. Desalniettemin, waarschuwen wij vooraf de vrienden van tegenwoordige waarheid, om heel voorzichtig te zijn, want het is mogelijk om smaad op Christus te werpen, door smaad op de boodschap te werpen, en ook veroorzaken dat anderen struikelen over onze onwijze oordelen. Daarom vragen wij allen die geïnteresseerd zijn, in het verspreiden van tegenwoordige waarheid om te stoppen met het uitdelen van wat voor literatuur dan ook, op het kerkterrein of praten tijdens de preek. Het trottoir behoort aan het publiek, u kunt uw vrienden daar ontmoeten. {1SC15:9.11}

Niemand is gewild op Mt. Carmel, die de boodschap van de HStaf,  niet door en door heeft bestudeerd; die niet volledig overtuigd is van ieder punt van haar leerstelling; die niet wandelt in haar doordringende licht; en die niet gewillig is zich te onderwerpen aan de goddelijke regels en principes die de bewoners op deze berg van “groene weiden,” bestuurd, tenzij zij slechts voor een bezoek komen. {1SC15:9.12}

Anderen behalve bezoekers, moeten eerst, voordat zij komen met het Mt.Carmel informatiebureau contact opnemen {1SC15:9.13}

 “Dat Gij Welvaart en Gezond zijt.”

Een van de meest noodzakelijke stappen voor hervorming in deze door zonden vervloekte eeuw is: “gezondheidshervorming,” in het bijzonder in de grote commerciële centra van de aarde, de zogenaamde geciviliseerde woonplaatsen, vanwege het feit dat, het daar is, waar op de verkoop gerichte voedingsproducten, die niet de benodigde elementen en vitaminen bevatten, om de menselijke machine in een fitte toestand te houden voor haar wonderbaarlijke dagelijkse prestatie hun oorsprong hebben. {1SC15:10.1}

Laat het door allen begrepen worden, dat ons bestaan afhankelijk is van vier onmisbare fundamentele feiten, die elk weer onderverdeeld zijn in drie onbetwistbare factoren{1SC15:10.2}

  1. De eerste van deze grondbeginselen, is de inwoning van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en “Zo wie beleden zal hebben, dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem en hij in God….want drie zijn er, die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord, en de Heilige Geest, en deze drie zijn één.” ( 1 Joh. 4;15; 5;7)
  2. Evenzo in het tweede grondbeginsel, welke het medium is voor het verkrijgen van de eerste groep factoren, “zijn er drie, die getuigen op aarde, de Geest, het water en het bloed, en deze drie zijn één.” (1 Joh. 5:8)
  3. Het derde fundamentele feit omarmt: voeding, lucht en water.
  4. Het vierde fundamentele feit bestaat uit zonlicht, beweging en rust. Aangezien de twee eerste grondbeginselen geestelijk zijn, zijn de laatste twee materieel—het zienlijke en het onzienlijke. {1SC15:10.3}

Deze vier groepen van onschatbare geschenken, maken ons volmaakt in Gods schepping, net zoals de vier richtingen van het kompas, de vier seizoenen van het jaar, de vier tijdsperioden (vooravond, middag, voor middernacht , na middernacht) het mechanisme van de aarde volmaakt maken. Voor een tijdje, kan men bestaan uit het materiele terwijl men verstoken is van het geestelijke (het licht), maar hij kan zijn leven niet langer handhaven, dan de bloemen op het veld dat kunnen—zij bloeien, zij dragen bloemen, en verwelken, zo doet ook het geestelijke wanneer het verstoken is van het materiele. Vandaar dat alleen diegene die al deze door God gegeven geschenken bezit, volmaakt is in Gods schepping, en hoewel hij mag verscheiden (overlijden) in het vlees, zoals Christus deed, zal hij “verkwikt worden door de Geest,” die in Hem was. (1 Petr. 3 : 18) {1SC15:10.4}

“En dit is de wil desgenen, die mij gezonden heeft, dat een ieder die dan Zoon aanschouwt, en in hem gelooft, het eeuwige leven hebbe, en ik zal hem opwekken ten uiterste dagen.” (Joh. 6: 40) Als gevolg hiervan is degene die tracht in leven te blijven op een verarmd dieet, als een zogenaamde Christen die niet de hele waarheid aanvaard, zoals het is in Christus, en die hoopt het eeuwige leven te erven, maar tekort schiet, net als degene die probeert de menselijke machine in een fitte toestand te houden voor haar dagelijkse taken op een dieet verstoken van de noodzakelijke elementen en vitaminen, zal falen in zijn pogingen. {1SC15:10.5}

Wij zijn opgemaakt uit zestien essentiële elementen, die alleen door onze dagelijkse voedsel consumptie aangevuld worden, en wanneer ons dieet niet al deze (elementen) bevat, zo gauw als wij van een of meer van ze te kort komen, zal er in het zwakste gedeelte problemen uitbreken. Vandaar dat niemand zou moeten veronderstellen, dat het voor ons natuurlijk is, om ziek te worden of pijn te lijden etc. , maar laat het,  door allen begrepen worden, dat wanneer wij de natuurlijke wetten overtreden, die de Schepper in ons heeft vastgelegd, de enige manier waarop de natuur ons, van deze overtreding kan waarschuwen, door een of ander symptoom van pijn of leed, en wij zouden niet met minder verstand moeten zijn dan de domme beesten, maar laat ons onszelf onderzoeken en de oorzaak vinden, het dan verwijderen en het probleem zal beginnen te verdwijnen. Dit is de enige zekere remedie en die ene die God wil dat wij toepassen. {1SC15:10.6}

Wordt vervolgd

___________________________ SCHEUR HIER AF_______________________________

Naam_____________________ Straat__________________________________________

Postbus nr.______Stad___________________________Staat_____________________

De Universele Uitgevers Associatie

Afdeling Symbolische Code

Mt. Carmel Center  Waco Texas

 

 

 

 

 

 

 

 

Het schijnt bijna ongeloofwaardig te denken dat mannen en vrouwen, die belijden de Drie Engelen Boodschap te geloven, de laatste boodschap van genade aan een stervende wereld , zo volledig de controle over zichzelf zouden verliezen, in het huis van God {1SC15:5.9}

 

 

 

 

 

 “Dat Gij Welvaart en Gezond zijt.”

Een van de meest noodzakelijke stappen voor hervorming in deze door zonden vervloekte eeuw is: “gezondheidshervorming,” in het bijzonder in de grote commerciële centra van de aarde, de zogenaamde geciviliseerde woonplaatsen, vanwege het feit dat, het daar is, waar op de verkoop gerichte voedingsproducten, die niet de benodigde elementen en vitaminen bevatten, om de menselijke machine in een fitte toestand te houden voor haar wonderbaarlijke dagelijkse prestatie hun oorsprong hebben.

Laat het door allen begrepen worden, dat ons bestaan afhankelijk is van vier onmisbare fundamentele feiten, die elk weer onderverdeeld zijn in drie onbetwistbare factoren

  1. De eerste van deze grondbeginselen, is de inwoning van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en “Zo wie beleden zal hebben, dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem en hij in God….want drie zijn er, die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord, en de Heilige Geest, en deze drie zijn één.” ( 1 Joh. 4;15; 5;7)
  2. Evenzo in het tweede grondbeginsel, welke het medium is voor het verkrijgen van de eerste groep factoren, “zijn er drie, die getuigen op aarde, de Geest, het water en het bloed, en deze drie zijn één.” (1 Joh. 5:8)
  • Het derde fundamentele feit omarmt: voeding, lucht en water.
  • Het vierde fundamentele feit bestaat uit zonlicht, beweging en rust. Aangezien de twee eerste grondbeginselen geestelijk zijn, zijn de laatste twee materieel—het zienlijke en het onzienlijke.

Deze vier groepen van onschatbare geschenken, maken ons volmaakt in Gods schepping, net zoals de vier richtingen van het kompas, de vier seizoenen van het jaar, de vier tijdsperioden (vooravond, middag, voor middernacht , na middernacht) het mechanisme van de aarde volmaakt maken. Voor een tijdje, kan men bestaan uit het materiele terwijl men verstoken is van het geestelijke (het licht), maar hij kan zijn leven niet langer handhaven, dan de bloemen op het veld dat kunnen—zij bloeien, zij dragen bloemen, en verwelken, zo doet ook het geestelijke wanneer het verstoken is van het materiele. Vandaar dat alleen diegene die al deze door God gegeven geschenken bezit, volmaakt is in Gods schepping, en hoewel hij mag verscheiden (overlijden) in het vlees, zoals Christus deed, zal hij “verkwikt worden door de Geest,” die in Hem was. (1 Petr. 3 : 18)

“En dit is de wil desgenen, die mij gezonden heeft, dat een ieder die dan Zoon aanschouwt, en in hem gelooft, het eeuwige leven hebbe, en ik zal hem opwekken ten uiterste dagen.” (Joh. 6: 40) Als gevolg hiervan is degene die tracht in leven te blijven op een verarmd dieet, als een zogenaamde Christen die niet de hele waarheid aanvaard, zoals het is in Christus, en die hoopt het eeuwige leven te erven, maar tekort schiet, net als degene die probeert de menselijke machine in een fitte toestand te houden voor haar dagelijkse taken op een dieet verstoken van de noodzakelijke elementen en vitaminen, zal falen in zijn pogingen.

Wij zijn opgemaakt uit zestien essentiële elementen, die alleen door onze dagelijkse voedsel consumptie aangevuld worden, en wanneer ons dieet niet al deze (elementen) bevat, zo gauw als wij van een of meer van ze te kort komen, zal er in het zwakste gedeelte problemen uitbreken. Vandaar dat niemand zou moeten veronderstellen, dat het voor ons natuurlijk is, om ziek te worden of pijn te lijden etc. , maar laat het,  door allen begrepen worden, dat wanneer wij de natuurlijke wetten overtreden, die de Schepper in ons heeft vastgelegd, de enige manier waarop de natuur ons, van deze overtreding kan waarschuwen, door een of ander symptoom van pijn of leed, en wij zouden niet met minder verstand moeten zijn dan de domme beesten, maar laat ons onszelf onderzoeken en de oorzaak vinden, het dan verwijderen en het probleem zal beginnen te verdwijnen. Dit is de enige zekere remedie en die ene die God wil dat wij toepassen.

                                               (Wordt vervolgt)

________________________________ SCHEUR HIER AF_______________________________

Naam____________________________ Straat__________________________________________

                                               Postbus nr.

Stad_________________________________________________Staat_______________________

De Universele Uitgevers Associatie

Afdeling Symbolische Code

Mt. Carmel Center  Waco Texas

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code

Nieuws Artikel

                                   Deel Een                                  

                                                                                                 Nr. 14   

                                                                                              aug 1935

    Waco, Texas

   TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap   

DE VORDERING OP MT. CARMEL

 “Aan de twaalf stammen die overal verspreid zijn, de groeten:”

Daar de ogen van Mt. Carmel Center over het gehele veld van de “eerste vruchten,” reiken, zo moet de oren van hen die “zonder schuld,” zijn, gespitst zijn om iedere mogelijk geluid van haar activiteiten te horen. Vandaar dat we verplicht zijn een paar nieuws dragende golven betreffende de vorderingen, van deze reeds wijd bekende heuvel uit te zenden. Wij zijn verheugd te verslaan dat haar bevolking reeds gegroeid is tot 37 zielen, waarvan 29 geïmmigreerd zijn vanuit andere staten en hoewel sommigen nog steeds in de stad van Waco verblijven, vanwege een tekort aan behuizing, toch is de toch, schijnt de top van Carmel iedere avond gevuld te zijn met bijen zonder bijenkorf. Desalniettemin, schijnen zij allemaal volmaakt tevreden te zijn en gewillig alles te doen wat zij kunnen om de situatie te verlichten, een ieder meer bezorgd over anderen dan over zichzelf, herinnerend dat de Heer zelf niet veel  had. De toegenomen geïmmigreerde populatie, is in twee installeringen aangekomen, waarvan de namen als volgt zijn:{1SC14:1.1}                                  

Groep Nr. 1:

Br. En Zr. J. E. Wilson en hun twee kinderen, namelijk John jr. en Donald van Noord Carolina.

Groep Nr. 2:

Br. En Zr. D.Kapuczin en dochter, Mary;

Zr. Ida Lackey

Zr. Esther O’Malley

Br. En Zr. O.Hogan en hun twee dochters. Carol en Kathleen.

Allen van deze groep zijn van Carolina. {1SC14:1.2}                                 

Het hete weer heeft onze last verzwaard, en als wij vooruitblikken naar de onmetelijkheid van het werk dat wacht om gedaan te worden, lijkt het alsof we op een slakkengang gaan in zo verre, dat wij de noodzakelijke vooruitgangen maken. Dit voegt echter, moed toe aan ons, vanwege het feit dat ieder departement van de verzegelende boodschap een heel klein en langzaam maar steevast begin heeft gehad. Inderdaad het is als de mosterdzaad, maar volgens het Woord, wanneer de vorderingen zijn afgerond, zal zoals de mosterd plant de grootste is van alle andere kruiden, zo zal het werk op Carmel, het grootste in de hele wereld zijn. {1SC14:1.3}                                 

Tot zover zijn wij gedeeltelijk klaar met twee geraamte constructies. De ene wordt gebruikt voor verschillende doelen; dat is als warenhuis, slaapgelegenheid, keuken en eetkamer. De andere als woonkamer alleen. Er is nog een andere onder constructie, waarvan wij verwachten het te gebruiken als een kantoor, om de verstopte situatie te verlichten en het werk in het algemeen te faciliteren. {1SC14:1.4}                                 

Onze volgende directe behoeften zullen zijn: Adequate woongelegenheden voor de arbeiders die reeds hier zijn, klas lokalen, waarin wij een school kunnen begeleiden, naar de school van de profeten.; een wasserette en een algemene winkel voor voorraden, ook een tehuis voor de bejaarden en behoeftigen van de straten en de wegen.” {1SC14:1.5}                                 

Wij verzoeken daarom van alle betrokkenen, om door te gaan met bidden voor ons, dat wij onszelf zo in verbinding mogen stellen met de Ene, Die in staat is alle dingen te doen, dat wij geen hindernis voor Hem zijn in dit machtige werk, dat Hij reeds begonnen is, en dat Hij een nog een paar zelf opofferende, bekwame arbeiders mag sturen, vertrouwend op Hem die in staat is onze zielen te behouden, dat Hij ook in staat is te voorzien in al onze behoeften. {1SC14:1.6}                                 

“Daarom weest niet bezorgd, zeggende Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft. Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. Weest dan niet bezorgd tegen de morgen, want de morgen zal voor het zijne zorgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” Matt. 6: 31-34. {1SC14:1.7}                                 

DE GALG VAN DE HERDERSSTAF, NEEMT DE LEVENS VAN DE BOUWERS ERVAN

Als verdedigers van waarheid en gerechtigheid, en vanwege onze grote liefde voor onze broeders en zusters, zouden wij, net zoals Johannes de Doper, liever onthoofd worden dan dat Die Ene die voor ons stierf, hun bloed van onze handen eist, als wij het ons toevertrouwde, welke Hij op ons gelegd heeft zouden verraden. Vandaar dat voor de redding van onze broeders en zusters, en onszelf, zijn wij met zorg gedwongen, dit artikel uit te geven, hopend zo veel als mogelijk die op het punt staan erdoor weggevaagd te worden, te redden van de naderende storm. {1SC14:2.1}                                 

Te kort schietend in het weerleggen van de boodschap van de HStaf, door oprechte, gezaghebbende feiten, die de test kunnen doorstaan, vallen onze leidende broeders en zusters, de karakters aan van diegene die verbonden zijn met de HStaf als of dat haar eisten zou weerleggen. Terwijl zij voortgaan in deze wreedheid, en verdorven dingen spreken tegen de volgelingen van de HStaf, werpen zij geen smaad op de HStaf, maar meer op zichzelf en op de Drie Engelen Boodschap; want als een schandelijk karakter aan de kant van de arbeiders van de HStaf, de eisen van de Staf zou weerleggen, zou dan de “verdorvenheid van karakter,” onder de Z.D.A bediening de Drie Engelen Boodschap ook niet weerleggen? Als de veroordeling van de Heer Zelf tegen de Z.D.A bediening  in de volgende citaten, geen weerspiegeling werpt op de Drie Engelen Boodschap, dan zou iemands slechte daden de feiten die de HStaf bevat ook niet weerleggen. {1SC14:2.2}                                 

‘Onze Instructeur,’ zegt: “’ Kunt u niet zien hoe zij aanmatigend hun vuilheid en verdorvenheid van karakter hebben bedekt? “Hoe is de trouwe stad een hoer geworden? Mijn Vaders huis is een huis van handel geworden, een plaats waar de goddelijke tegenwoordigheid en heerlijkheid van zijn afgeweken!’” Testimonies for the Church,” Vol. 8, p. 250. {1SC14:2.3}                                 

Ruimte laat een uitgebreide discussie met onze broeders en zusters over dit onderwerp niet toe, maar wij zullen slecht een geval van de oneerlijke en onverstandige kritiek tegen de verdedigers van tegenwoordige waarheid, onder de aandacht van de lezers van de Code brengen, zoals dat onder onze aandacht gebracht is, in een brief van Zr. Chas. Michael, van Indiana en waar wij van citeren: {1SC14:2.4}                                 

 “Ouderling B_______ kwam naar de Liberty Kerk om een scheldkanonnade te voeren tegen de HStaf, en zei: ‘Ik ben gevraagd de kerken te bezoeken in deze conferentie en te spreken tegen de HStaf.’ Na lang gepraat tegen valse profeten en zijtakken, zei hij tegen zijn gehoor: ‘ U kunt er zeker van zijn, dat wanneer wie dan ook uit de Adventisten kerk komt, trachtend discipelen achter zichzelf aan te trekken, dat hij niet van God kan zijn.’ {1SC14:2.5}                                 

 “Aangezien ik intens geïnteresseerd was en aandachtig luisterde naar zijn dialoog, kon ik het niet helpen op een gelegen tijdstip te zeggen: ‘Broeder Houteff ging niet eruit, maar werd eruit geworpen.’” Nog minder is hij nu, of ooit bezig geweest discipelen achter zich aan te trekken want hij instrueert alle volgelingen van de HStaf boodschap om in hun respectievelijke kerken te blijven, ongeacht hoe zij behandeld mogen worden, en hun volharding om te blijven waar zij zijn, heeft reeds bewezen aan onze broeders en zusters, dat wij niet zijtakken zijn, maar bijtakken. “Hij antwoordde: ‘Hij zou uitgeworpen moeten worden en een ieder die hem volgt.’ Toen citeerde ik de volgende woorden: {1SC14:2.6}                                   

 “Zalig zijt gij, wanneer de mensen u haten , en wanneer zij u afscheiden en smaden , en uw naam als kwaad verwerpen, om de Zoon des mensen. Verblijdt u in die dag en weest vrolijk, want ziet uw loon is groot in de hemel, wan hun vaders deden evenzo aan de profeten.’ Maar Hij (de Heer) zal verschijnen tot uw vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.’ (Luk. 6: 22; Jes. 66.: 5) Dit negeerde hij…{1SC14:2.7}                                 

Toen wij later vertrokken, zei ik: ‘Zr. White heeft geschreven dat er een reformatie en reorganisatie zal zijn, een verandering van ideeën, theorieën en praktijken.’ Toen vroeg hij: ‘Kan jij mij de bewering tonen? Ik zei ‘Ja,’ Ik pakte het book, ‘Christus onze Gerechtigheid,’ en toen ik mijn bewering bevestigd had door op blz. 156 te lezen, antwoorde hij: ‘Dit zijn niet haar woorden.!’” {1SC14:2.8}                                 

Ouderling A.G. Daniels, die het boek schreef (Christus Onze Gerechtigheid), beweert dat het citaat daarin onvervalst is van de pen van Zr. White, maar ouderling B_________ in zijn ijver om de HStaf te weerleggen maakt ouderling D een vervalser door te zeggen: “Dit zijn niet haar woorden.” Tevens de stem van de Geest van God van geen invloed makend , als de citaten niet zuiver zijn, en toch deden beide mannen dit, terwijl zij betaald worden van de schatkist van de Conferentie! {1SC14:2.9}                                 

EEN Z.D.A. PREDIKANT BIJ DE INDIANA KAMPBIJEENKOMST VERKIEST BESCHULDIGINGEN—De brief zegt in het beschrijven van een ander incident: “Het schijnt dat bij de Indian kampbijeenkomst velen tot ouderling G——- spraken over de HStaf, en dit zijn sommige van de dingen die mij ter ore kwamen; Dat er geen eerlijke bot in br. Houteff zijn lichaam is; dat hij betaald voor land in Waco, Texas van de tienden; Dat hij zijn volgelingen zo veel beloofd voor iedere bekeerling die zij uit de Z.D.A. kerk kunnen krijgen; Dat hij duizenden dollars ontvangt aan tienden, en spoedig een rijke man zal zijn, etc.” {1SC14:2.10}                                 

 

Voor het Gerecht

De bovenstaande beschuldigingen zijn of waar of onwaar, maar een ding is zeker en dat is, ouderling G. weet nog minder hoe Br. Houteff voor het land betaald, dan dat hij voor andere dingen betaald, en aangezien ouderling G. datgene tracht te vertellen dat buiten zijn kennis is, met betrekking tot geldzaken, zijn, zijn beschuldigingen tegen br. Houteff zijn botten ook ongerechtvaardigd. Dientengevolge kunnen ouderling G. zijn woorden br H. niet meer onbetrouwbaar maken als hij betrouwbaar is dan dat zij hem betrouwbaar kunnen maken als hij onbetrouwbaar is, dus zal br. H noch trachten zichzelf te verdedigen nog ouderling G.., maar hij zal alles doen wat in zijn macht is om de waarheid die God, gezonden heeft voor Zijn volk te verdedigen, om hen van hun zonden te redden. {1SC14:3.1}                                 

Stel dat het waar is dat Br. H. voor het Waco “kamp,” gebied betaald door de tienen die hij ontvangt van de leden van de Z.D.A. kerkgenootschap, hetgeen het grootste geschilpunt schijnt te zijn, zou dat hem onbetrouwbaar maken? Als het land van hem is, zou hij betrouwbaarder zijn om de overschot van de tienden bij de bank te bewaren, of het in luxe uit te geven, terwijl hij zijn volgelingen vraagt een stuiver hier en een stuiver daar te besparen, een maaltijd per week over te slaan, een offer hier en een offer daar, met de belofte om hen slecht een boekenlegger of enig ander waardeloos snuisterij te geven voor hun offers; of dat hij en zijn medearbeiders bezuinigen en ervoor betalen met de tienden? Zou het voorgaande voorstel niet erger zijn dat het laatste? {1SC14:3.2}                                 

Wij denken dat het heel wreed zou zijn als Br. H en diegene die met hem verbonden zijn de tienden zouden houden voor hun eigen persoonlijk gebruik alleen, en dan Br. H. aandringt bij zijn volgelingen voor alles wat hij doet in verband met de zaak van God. {1SC14:3.3}                                 

Als ouderling G juist is in zijn poging om het werk van Br. H. verkeerd voor te stellen, bewijst hij dat Br H. genadiger en oprechter is dan de predikanten van het kerkgenootschap, want zij hebben een onbevoegde halo (stralenkrans) van heiligheid geplaatst op de tienden zoals de Joden uit de oudheid, verbonden hadden aan het Sabbatgebod. Zij denken dat de tienden alleen uitgegeven dient te worden voor hun directe noden en dat al hun andere personeel evenals kerkelijke noden onderhouden moeten worden door geschenken en offeranden, want zij verbruiken beide—de tienden in de naam van predikanten en de offeranden in de naam van zendelingen. Als gevolg daarvan, raken de leken verarmd en de predikanten verrijkt, terwijl de ondernemingen die gedragen moeten worden door de offeranden totaal veronachtzaamd worden. {1SC14:3.4}                                 

Gods Plan voor  de Tienden en Offeranden Misbruikt

Oorspronkelijk heeft God de tienden aan een kant gezet voor de ondersteuning van de hele stam der Levieten, en daar alleen een Leviet toegestaan werd te bedienen in wat dan ook met betrekking tot de religieuze dienst, bewijst het dat vanaf de hogepriester, wiens taak het hoogste was, neerwaarts tot de conciërge, allen ondersteund werden door de tienden. Hoe komt het dan dat onze leidende broeders en zusters in deze tijd, de plaatselijke kerk ouderlingen, de diakenen, het koor, etc, die het werk doen dat alleen een Leviet toekomt, voor niets werken en zichzelf ondersteunen, en als gevolg daarvan het werk van de Heer wordt verwaarloosd, terwijl de tafel van de predikant overbelast is. Bovendien heeft God oorspronkelijk de gaven en offers, van het volk geheiligd, zoals Hij deed met de tienden, maar niet voor de ondersteuning van de Levieten in vroegere tijden, of voor de bediening in onze tijd, maar voor het voeden van de armen, bedienen van de zieken, etc., desondanks, verbruiken de predikanten van onze tijd toch beide—tienden en offers—en door zo te doen, hebben zij niet allen andere arbeiders berooft in verband met het evangelie, maar ook de armen en de zieken, de wezen en de weduwen. {1SC14:3.5}                                  

In plaats van Bedienen, worden zij Bediend

Wat nog erger is, is dat zij instituten hebben gebouwd met de gaven van de leken, die nauwelijks toegestaan worden een zegen te ontvangen in deze instituten, tenzij zij de prijs betalen en als zij niet daartoe in staat zijn, worden zij gedwongen te gaan naar een andere liefdadigheidsgemeenschap, voor aandacht, terwijl de predikanten die nooit een dag betaling verliezen, misschien in het leven, al de voordelen genieten van onze  instellingen, en wanneer zij te oud zijn voor dienst, pensioneren zij met een aanzienlijk pensioen voor hun onderhoud. “Ik ben niet gekomen om gediend te worden,” zei Christus, “maar om te dienen.” {1SC14:3.6}                                 

Zullen wij ons daarom afvragen waarom zij zover zij gegaan, om op te dringen aan het geweten van de leken, hun berovend van de God gegeven vrijheid van de waarheid voor zichzelf onderzoeken, hun intelligente in twijfel trekkend [p4] en allen die voor zichzelf durven denken, als lidmaten afschrijven? Desalniettemin, is de menigte, “vertroeteld” en “beroofd” in vervoering gebracht in de straten en terwijl het “alarm,” van waarschuwing weerklinkt in hun oren, schoppen zij ertegen als dronkaards, tonend dat zij liever beroofd willen worden dan verstoord. Tegelijkertijd, proppen de rovers de oren van de slachtoffers  door valsheid te verspreiden tegen de Staf en doen zij alles wat zij kunnen om het alarm te laten zwijgen, door uit te roepen: “Onheilig, Onheilig,” tegen de boodschappers van tegenwoordige waarheid, en dus wanneer de HStaf aanhangers in de kerk zijn, worden zij bij elkaar samengedreven in een hoek, uit vrees dat zij een woord zullen laten vallen en een hongerige ziel laten ontwaken. Is dit minder dan onfatsoenlijk? {1SC14:3.7}                                  

“Ontwaak, ontwaakt:” Bereid u voor om uw God te ontmoeten, mijn broeders en zusters, zodat u niet verloren gaat in uw zonden! Laat niet de kostbare momenten van u wegglippen. De HStaf zal of vallen of staan op haar eigen verdienste. Het heeft u niet nodig om het omver te duwen. {1SC14:4.1}                                 

Het Vonnis Uitgesproken Tegen de Aanklager

“Alzo zegt de Heere Heere: Wee de herders van Israël, die zichzelf weiden! Zullen niet de herders de schapen weiden? Gij eet het vette, en bekleedt u met de wol, gij slacht het gemeste, maar de schapen weidt gij niet. De zwakke sterkt gij niet, en het gebrokene verbindt gij niet, en het weg gedrevene brengt gij niet terug, en het verlorene zoekt gij niet; maar gij heerst over hen met strengheid en met hardheid. Daarom gij herders hoort het woord des HEEREN! Zo waarachtig als ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik niet ! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen al het wild gedierte des velds tot spijs geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelf, maar Mijn schapen weiden zij niet. Daarom, gij herders! Hoort het woord des HEEREN! Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen, en zal ze van het weiden der schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelf niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen  uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot spijs zullen zijn.” (Ezech. 34: 2-4, 7-10.) {1SC14:4.2}                           

Daarom “stelt” nu “de Heer Zich op om te pleiten, en Hij staat om de volken te richten.” De Heere komt ten gerichte tegen de oudsten van Zijn volk en zijn vorsten; want gij hebt deze wijngaard verteerd; de roof van de ellendige is in uw huizen. Wat is u, dat gij Mijn volk verbrijzeld; en de aangezichten der ellendigen vermaalt? Spreekt de Heere HEERE der heerscharen.” (Jes. 3: 13-15) (De Geest der Profetie, Deel 1, p. 270 zegt: De profetie van Jesaja 3, werd mij gepresenteerd als van toepassing op deze laatste dagen.”) “Ik zag, zegt de Geest der Profetie, “dat het in de voorzienigheid van God is dat weduwen, de blinden en de doven, de verlamden en de verminkte personen op verscheiden wijze, nauw in Christelijke relatie tot Zijn kerk zijn geplaatst; het is om Zijn volk te toetsen en hun ware karakter te ontwikkelen. Engelen van God kijken toe hoe wij deze personen behandelen, die onze sympathie, liefde en onbaatzuchtige liefdadigheid nodig hebben.”—Testimonies fort he Church,” Vol. 3, p. 511. {1SC14:4.3}                                 

Wat Zouden Predikanten moeten doen met de Tiende?

Daar van de Levieten ook vereist werd dat zij een offerande voor de armen, en de ziekte etc. deden, hetgeen vanzelfsprekend van de tienden kwam, want dat was hun enige inkomen, toont het aan dat elke waardige onderneming in het plan van God, ondersteund door offers ook door de tienden kan worden ondersteund. Vandaar dat als Br Houteff een deel van de tienden gebruikt voor het betalen van land waar “de armen en de verminkten, en de hinkende en de blinden,” de wezen en de bejaarden een toevlucht mogen vinden, bewijst het dat ouderling G’s beschuldiging met betrekking tot de tienden, dat ieder bot in br. Houteff’s lichaam oprecht is en dat ouderling G niet in staat is onderscheid te maken tussen betrouwbare en onbetrouwbare botten. {1SC14:4.4­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­}                                  ­

Verder, als br. Houteff iedereen betaald die op zoek gaat en ‘een verloren schaap van het huis van Israel,” terugbrengt, wat het kerkgenootschap zou moeten doen, bewijst het dat br. Houteff door en door betrouwbaar is. {1SC14:4.5}                                 

Een Vraag Beantwoord

De vraag over hoe Br. Houteff dit alles kan doen naar het verkopen van de delen van de HStaf voor minder dan de helft, dat het kerkgenootschap een boek van haar soort zou verkopen, en al zijn traktaten en andere literatuur verspreiden zonder enige kosten in het geheel, en zijn werk toch vooruitgaat, zonder tekort aan middelen, het kerkgenootschap schuddend op haar grondvesten, zou in het verstand van ouderling G. kunnen opkomen. Wij antwoorden als volgt: {1SC14:4.6}                                 

Br. Houteff dringt bij niemand erop aan om tienden te betalen, geschenken te geven, of offers te doen. Br. H heeft een boodschap dat de zielen bekeerd en diegene die hongeren en dorsten naar gerechtigheid bevredigd, want het schijnt als een licht dat brand; het stelt hen in staat het verschil te kennen tussen goed en kwaad.” Vandaar dat iedereen die bekeerd is tot de boodschap, geïnstrueerd is door de Geest der waarheid en Br. Houteff hoeft zijn tijd niet te verspillen door geld bij elkaar te brengen en  budgetten te balanceren. {1SC14:5.1}                                 

Tevens, zal het zelfde geldbedrag vereist om een Z.D.A. predikant, een maand te onderhouden, br. Houteff’s noden vier keer zo lang verzorgen, en zij die met hem werken, passen de eenvoudige principes van economie toe. Maar het onderliggende geheim ervan ligt daarin dat de “strijd des Heeren,” is. {1SC14:5.2}                                 

 

Waarom Voorspoedig?

Hoewel Br. H geen bankrekening heeft, denken wij dat ouderling G, juist is door te zeggen, dat Br. Houteff, “spoedig een rijke man,” zal zijn, want br. Houteff doelt op een grote schare van zielen die geen man kan tellen, en van zijn boodschap in profetie lezen wij: {1SC14:5.3}                                 

“Hef uw ogen rondom op, en zie, die alle zijn vergaderd, zij komen tot u; uw zonen zullen van verre komen, en uw dochters zullen aan uw zijde opgevoed worden. Dan zult gij het zien en samenvloeien en uw hart zal ontroerd zijn en verwijd worden; want de menigte der zee zal tot u gekeerd worden, het heer der heidenen zal tot u komen. Een hoop kamelen zal u bedekken, de snelle kamelen van Midian en Hefa; zij allen uit Scheba zullen komen; goud en wierook zullen zij aanbrengen, en zij zullen de overvloedige lof des HEEREN boodschappen. Al de schapen van Kedar zullen tot u verzameld worden; de rammen van Nebajoth zullen u dienen; zij zullen met welgevallen komen op Mijn altaar en Ik zal het huis van Mijn heerlijkheid heerlijk maken.” (Jes. 60: 4-7) {1SC14:5.4}                                  

Bovendien heeft Br. Houteff’s werk aangetoond, dat hij niet alleen in een hoek zal zitten, maar gelijkmatig het zal delen, met zo veel mogelijk als zullen komen tot de kennis van de waarheid en Carmel’s last zullen delen voor de redding van zielen, want alzo is hij geïnstrueerd door het Woord van de Heer, zeggende: “Voedt Uw volk met Uw staf de kudde van Uw erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.” (Mich. 7: 14) Voor dit doel heeft hij het land gekocht en in het bos neergestreken, op de top (midden) van Mt. Carmel, aan de kant van het meer. {1SC14:5.6}                                 

De Smeekbede van de Verdediger Voor Zijn Slachtoffer

Wij zullen het zeer betreuren en bitter wenen als onze broeders en zusters voortgaan in hun huidige boze werken, die ook voorzegt zijn in het volgende: “ Zij zullen alles in twijfel trekken en bekritiseren dat opkomt in het ontvouwen van waarheid, het werk bekritiseren en de positie van anderen, iedere onderdeel van het werk bekritiseren waarin zij zelf geen deel hebben. Zij zullen zich voeden op de tekortkomingen en vergissingen en fouten van anderen, ‘totdat,’ zegt de engel, ‘de Here Jezus zal opstaan van Zijn bemiddelingswerk in het hemels heiligdom, en Zichzelf zal bekleden met de klederen der wraak, en hun verassen bij hun onheilig feest; en zij zichzelf onvoorbereid zullen vinden voor het bruiloftsmaal van het Lam.” “Testimonies for the Church.” Vol. 5 p. 690. Belijd uw fouten mijn broeders en zusters, voordat het te laat is. {1SC14:5.7}                                 

“Heden, indien Gij Zijn Stem hoort, Verhardt Uw Harten Niet.” {1SC14:5.8}                                 

Het is waar, wij zijn ons hoofdkwartier op deze berg, die in profetie gevonden wordt aan het bevestigen, maar ons verblijf hier, zal heel, heel kort zijn, want “Want Hij voleindigt een zaak en snijdt ze af in rechtvaardigheid, want de Heere zal een afgesneden zaak doen op de aarde.” (Rom. 9:28) {1SC14:5.9}                                 

Het kan interessant zijn voor ouderling G om te weten dat de naamgeving van ons “kamp,” “Mt. Carmel Center,” op dezelfde wijze tot stand kwam als de naamgeving van onze publicaties “De Herdersstaf,” want wij wisten niet van te voren dat het in profetie was, totdat onze aandacht ertoe werd geroepen door Mich. 7:14 en Amos 1: 2. In de profetie van Amos lezen wij:  {1SC14:5.10}                                 

“De Heere zal brullen uit Sion, en Zijn stem verheffen uit Jeruzalem; en de woningen der herders zullen treuren, en de hoogte van Karmel zal verdorren.” {1SC14:5.11}                                 

Iedere Bijbel student zal met een paar opmerkingen over het bovenstaande Schriftgedeelte, binnen een oogopslag opmerken dat het van toepassing is op de tijd van het einde, zoals uitgelegd door de evangelie profeet: “En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat “de berg van het huis des Heeren zal vastgelegd zijn op de top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvels,…. Want uit Zion zal de wet uitgaan, en het woord des Heeren uit Jeruzalem.” (Jes. 2: 2,3),: Zijn stem verheffen uit Jeruzalem.” Blikkend naar deze zelfde tijd, zet Joel het als volgt: “En de Heere verheft Zijn stem voor Zijn heer heen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn Woord, want de dag des Heeren is groot en zeer vreselijk en wie zal hem verdragen?” (Joel 2: 11) {1SC14:6.1}                                 

Daar Amos zegt: “De woningen der herders zullen treuren,” is het duidelijk, dat de profetie van Amos in de toekomst ligt, omdat het woord, “woningen,” (plaatsen) in de meervoudsvorm is, welke niet van toepassing kan zijn op de woning (kerkgenootschap) van een herder, maar op allen die op dat moment bestaan. De term “Herders,” betekend, zoals begrepen, hetzelfde als “de oude mannen die voor het huis waren,” – de predikanten.  “Testimonies for the Church,  Vol 5, p. 211. Merk op dat de herders zelf niet zullen treuren, maar hun “woningen,” (hun huizen); dat is, de leden van hun kerken, welk feit openbaart dat het zo zal zijn in de tijd, wanneer de slapende menigte in de kerken wakker wordt, van hun geestelijke ongevoeligheid en zal ondervinden dat de herders die zij onvoorwaardelijk hebben vertrouwd voor hun zaligheid, al diegene die hen hebben gevolgd, hebben misleid. {1SC14:6.2}                                 

De profeet Jeremia legt in de volgende woorden uit,  dat dit jammeren door diegene die aldus misleid zijn, aan het einde van de genadetijd zal zijn. Want zij zullen zeggen: “De oogst is voorbij, de zomer is ten einde, en wij zijn niet gered.” (Jer. 8: 20) Dat is, na de oogst, de tijd waarin zij gered hadden kunnen zijn, zullen zij beseffen dat de genadetijd gesloten is. Dan, “zullen de woningen, van de herders treuren, en de hoogt van Carmel verdorren.” Dus, voor die tijd moet de hoogte van Carmel groen geweest zijn, met veel grasland, anders zou er niets zijn om te verdorren; dat wil zeggen, hoewel Carmel nu heel veel grasland (tegenwoordige waarheid) heeft, wanneer de genadetijd gesloten is, zal het verlaten zijn (“verdorren”), want zegt de Geest der Profetie: “In de tijd der verdrukking, vluchten wij allen van de steden en dorpen.”— “Early Writings,” p. 34{1SC14:6.3}                                 

Aldus zal de hoogte van Carmel verdorren, en diegene die geen acht slaan op het woord: “Heden indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet,”  uitvoerig gewaarschuwd zullen worden, dat hun gelegenheid, voor het aanvaarden van de waarheid weggeglipt is. Dan in hun haastige, waanzinnige poging om zichzelf kennis te laten maken met tegenwoordige waarheid, welke uitging van de hoogte van Carmel, zullen zij tot hun verbazing bemerken dat Carmel haar werk heeft voleindigd, haar inwoners verhuist, en genadetijd gesloten, in welke tijd de inwoners van “Carmel,” alleen maar kunnen herhalen: “de oogst is voorbij, de zomer is ten einde, en wij hebbe niets voor u.” {1SC14:6.4}                                 

Dan zal het geschieden, dat: “Zij zullen zwerven van zee tot zee, en van het noorden tot het oosten, zij zullen omlopen om het woord des Heeren te zoeken, maar zullen het niet vinden. Te dien dage zullen de schone jonkvrouwen en de jongelingen van dorst versmachten. Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere Heere, dat ik een honger in het land zal zenden, niet een honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te horen de woorden des HEEREN. ( Amos  8: 12,13,11) Oh, wat een teleurstelling zal dat zijn! {1SC14:6.5}                                 

En nu, “Mijn  ogen zijn verteerd door tranen, mijn ingewand wordt beroerd, mijn lever is ter aarde uitgeschud, vanwege de breuk van de dochter mijns volks, omdat het kind en de zuigeling op de straten der stad in onmacht zinken. Uw profeten hebben uw ijdelheid en ongerijmdheid gezien, en zij hebben u, uw ongerechtigheid niet geopenbaard, om uw gevangenis af te wenden, maar zij hebben voor u gezien ijdele lasten en wegvoeringen.” (Klaaglied. 2: 11,14) {1SC14:6.6}                                 

Daar de Heer nooit Zijn volk in duisternis heeft gelaten, vinden wij het werk van de Herdersstaf duidelijk samengevat in profetie door de Bijbel heen, en de enige reden dat onze leidende broeders niet de waarheid erin kunnen zien, en niet weten, “wie het aangesteld heeft,” is omdat zij het trachten te zien door de dollars en centen in plaats van door de Geest der Profetie, de ogen voor de kerk, waardoor zij alleen de waarheid en de ware staat van hun toestand van geestelijke blindheid, armoede en jammerlijkheid kunnen zien, en een behoefte voor “ogenzalf,” want wie van de mensen weet, wat van de mens is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand wat van God is, dan de Geest Gods. (1 Cor. 2; 11). {1SC14:6.7}                                 

Maar nu, daar “de Geest der waarheid is gekomen zal Hij u leiden  in de waarheid, want Hij zal niet spreken van Zichzelf, maar al hetgeen Hij horen zal, dat zal Hij speken, Hij zal u de dingen die komen moeten tonen” (Joh. 16:13), want zonder de Geest van God, kent “niemand,” de dingen Gods. {1SC14:6.8}                                 

Aan de Boodschappers van Waarheid

Geliefde broeders en zusters,

“Laat uw gesprekken het Evangelie van Christus, alleen waardig zijn, opdat hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik van uw zaken moge horen, dat gij staat in een geest, met een gemoed gezamenlijk strijdende, door het geloof van het Evangelie. En dat gij in geen ding verschrikt wordt door hen, die tegenstaan, hetwelk hun wel een bewijs is van het verderf; maar u van de zaligheid, en dat van God. Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden; Dezelfde strijd hebbende, hoedanige gij in mij gezien hebt, en nu in mij hoort.” (Fil. 1:27:30) {1SC14:7.1}                                 

“En zo gij uw ziel opent voor de hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag. En de Heere zal u gedurig leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren; welker wateren niet ontbreken. En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fundamenten van geslacht tot geslacht verwoest zult gij oprichten, en gij zult genoemd worden; Die de bressen dicht, die de paden weer aanlegt, om te bewonen.” (Jes. 58:10-12) {1SC14:7.2}                                 

———————————–

MEER SCHANDELIJKE HANDELINGEN

Br. John Buckheister van Charleston, S. Carolina, beschrijft de volgende schandelijke handelingen: “Afgelopen sabbat was het kleine gezelschap verhindert, van het betreden van de kerk. Zr. Kennedy ging naar binnen en ging zitten, maar de predikant ging achter haar aan en vroeg of zij de HStaf geloofde, waarop zij antwoorde: ‘Ja ik sta er welwillend tegenover.’ Toen vroeg hij haar het gebouw te verlaten. Dit is een kleine vrouw, die nooit lid was geweest van de Z.D.A. kerk, en door zo een soort behandeling uit de handen van de predikant te hebben ontvangen, kan zij hun zeker heel veel problemen geven als ze dat wilde. Wij bleven allen voor in de kerk tot, nadat de dienst begon, en toen gingen wij naar Zr. Livingstons, en hadden daar een tijd van gebed. {1SC14:7.3}                                 

“Zij brachten  weer stemmen uit op de Sabbat, om naar de rechter te gaan met een klacht dat wij de bijeenkomsten verstoorden! Vanzelfsprekend is dit niet zo, maar zij zijn gewillig wat dan ook te zeggen, als excuus om ons weg van de kerk te houden! Het weer was verschrikkelijk heet afgelopen Sabbat, 36 graden, en daar zij de voordeur tegen ons  gesloten hadden, kunt u zich voorstellen dat zij een beroerde tijd hadden om in dat hete gebouw te blijven. Ik weet dat zij, niet ‘lauw,’ waren. {1SC14:7.4}                                 

“Sommigen van ons denken dat wij terug zouden moeten gaan, en anderen dat wij weg moeten blijven. Wilt u zo snel mogelijk adviseren. {1SC14:7.5}                                 

Antwoord: Was het niet vanwege het feit dat de schrijver, met zijn eigen ogen getuige was geweest van zelf ergere voorstellingen dan de ene boven beschreven, zou het hard voor hem geweest zijn te geloven dat Z.D.A.’s ooit zich zouden bezig houden met zo een schandelijke, on-Christelijke en on-broederlijke handeling. Wij betreuren de leidende broeders en zusters, die  betrokken zijn in hetzelfde slechte werk als dat van het oude Israël. Maar wat nog erger is, is dat zij instemmen met de vele lidmaten, die niet geloven in de Geest der Profetie, anderen overtreden de Sabbat, terwijl anderen pruimen en roken, en weer anderen nog ergere walgelijkheden doen. Toch worden deze zondaren gehouden als leden en velen van hen worden zelf toegestaan om functies te bekleden, terwijl diegene, die door de HStaf te lezen, hervormen van deze walgelijkheden en ware Z.D.A worden door de hele waarheid te gehoorzamen, verkeerd worden behandeld en als kwaaddoeners worden uitgeworpen en zelf zij die schuldig zijn  van de bovenvermelde walgelijkheden, nemen een actieve rol daarin. Aldus roept de menigte van vandaag, zoals in de dagen van Christus uit zeggend: “Weg met deze man en bevrijd ons Barabas.” Toch laten zij het lijken bij allen, dat de HStaf aanhangers zichzelf aan het afscheiden zijn van de kerk—beschuldigd van het zijn van zijtakken! {1SC14:7.6}                                 

Hier worden wij gebracht om smaad en vervolging  van de hand van onze broeders en zusters te verdragen omdat wij niet durven ongehoorzaam te zijn aan de waarheid of de kerken te verlaten! En dus wordt de vraag gesteld: “ Zullen wij de kerk verlaten en uit onszelf weggaan zoals al de hervormers gedwongen werden te doen in de voortgang van iedere waarheid, of zullen wij in hen blijven, hoewel wij gedwongen worden buiten te blijven en blootgesteld worden aan extreme hitte of strenge kou, terwijl zij op ons neerzien alsof wij veelhoofdige monsters zijn. {1SC14:7.7}                                 

Het maakt niet uit wat zij tegen ons mogen doen, wij zullen liever dood gaan dan ongehoorzaam zijn aan het bevel van de Heer. De Z.D.A. kerk is geen Babylon. Als het dat geweest was, zouden wij verplicht zijn geweest uit haar te gaan, maar aangezien het dat niet is, hebben wij nergens te gaan. Dientengevolge, zullen wij in “Jeruzalem,” blijven, hoewel het gevuld is met dieven. “Vrees hen niet en ontzet u niet voor hun aangezicht,” zegt de Here. (Ezech. 3:9) “De engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden.” (Matt. 13:49) {1SC14:8.1}                                 

De generatie is haast voorbij, en er is geen tijd over, om een ander kerkgenootschap te bouwen, en hoewel in vorige tijden God Zijn volk uit het ene kerkgenootschap riep naar een anderen, kan Hij het nu niet doen, maar in plaats daarvan, zal Hij door het zegel van God, het kerkgenootschap behouden, voor de rechtvaardigen en alles wat slecht is, en het zegel niet ontvangt eruit nemen, want zo zegt de Heren: “ Alle zondaars van Mijn volk, zullen door het zwaard sterven, die daar zeggen: Het kwaad zal tot ons niet naderen, noch ons overkomen.” (Amos 9: 10; “Testimonies for the Church,” Vol. 5, p. 211.) {1SC14:8.2}                                  

“En gij zult weten dat Ik de Heere, uw God ben, wonende op Sion, de berg Mijner heiligheid, en Jeruzalem zal een heiligheid zijn, en vreemden zullen er niet meer door heen gaan.” (Joel 3: 17) (Lees “The Warning Paradox,” pp 40-42) Hoort het woord des Heeren, gij die voor Zijn woord beeft! Uw broeders die u haten, die u ver afzonderen om Mijns Naams wil zeggen:” Dat de Heere heerlijk worden! Doch Hij zal verschijnen tot uw vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.” (Jes. 66:5) {1SC14:8.3}                                 

Daarom adviseren wij al onze mensen om vredelievend te zijn, bezorg geen verstoring van welke aard dan ook, en blijf in kerkgenootschapskerken, want wij hebben ze helpen bouwen. Ze hebben onze tienden en offers genomen voor de ondersteuning van de predikanten, etc., en zolang wij ware Z.D.A.’s zijn door waarheid te onderhouden, hebben zij gen wettelijk recht van de Koning van de hemel, noch van de overheid op aarde om ons uit te werpen. Als zij trachten je uit te dragen, weer sta hen niet. Als zij een wachter bij de deur zetten en je uitsluiten, tracht niet door kracht binnen te gaan. Als zij je slaan, vecht niet terug, maar tracht met alles wat in je is binnen te gaan en als je dat niet kan, blijf buiten en getuig van tegenwoordige waarheid totdat de diensten over zijn, behalve wanneer je lichamelijk niet in staat bent dat te doen. {1SC14:8.4}                                 

De beproeving komt en ongeacht de verzoeking, moeten wij niet tekort schieten, te demonstreren wat wij geloven en hen tonen dat wij de waarheid onderhouden, hou van de broeders en zusters, en wees gewillig voor hen te sterven, als het hen zou doen ontwaken en gered worden, want wij waren niet beter dan hen toen de waarheid ons vond. {1SC14:8.5}                                 

———————————–

VERBROKEN VERTROUWEN—ER IS EEN REDEN

De ogen van velen van onze mensen worden geopend en wanneer dat zo is, wordt hun vertrouwen in de arme kwetsbare mensheid, op wie zij lang vertrouwd hebben voor hun zaligheid, niet vanwege autoriteit, maar vanwege traditie en toch oprecht, wakker geschud. Zij zijn geleid te geloven, dat onze menselijke organisatie, die de Heer ons gaf, voor de voortzetting van het werk, een soort van heilige instituut is, waar het geweten van Zijn volk, moet worden overgegeven in de handen van mensen, in zoverre dat zij zelf de leerstellingen van de Bijbel, niet voor zichzelf moeten durven onderzoeken. Desalniettemin, beginnen de arme schapen wakker te worden tot de omstandigheden. Wij publiceren hierbij een brief met betrekking hierop: {1SC14:8.6}                                 

Mw. F. Charboneau

Geliefde zuster,

Ik sluit $15.00 hierbij in. Het is mijn tienden die ik over een periode heb bewaard, omdat ik niet zeker was, waar ik het zou moeten zenden… Ik heb zo lang op onze geliefde organisatie gebouwd, dat het als heiligschennis is, om andere visies die in tegenstelling zijn tot de leiding als lichaam aan te horen….{1SC14:8.7}                                  

Ik zie nu dat wij inderdaad met betrekking hiertoe verwant zijn aan de Katholieken, en het is heel erg voor mij, want ik ben geboren en opgevoed als Zevende Dag Adventist, en mijn geliefde vader heeft in mij een aanbidding voor deze mensen ingeprent. Maar het lijkt alsof de bodem uit gevallen is van alles, tot zover dat wij niet langer op een predikant kunnen vertrouwen om ons het Koninkrijk in te leiden, en ik weet nu dat zij dat niet kunnen. Als kerkgenootschap zijn wij verloren en als de HStaf niet de waarheid is, is er geen hoop voor geen van ons. {1SC14:8.8}                                 

Nadat ik te weten was gekomen hoe mijn zuster behandeld is geworden door de kerk in Sheridan, Wyoming, en al de andere HStaf gelovigen, door oneerlijke, onvriendelijke en on-Christelijke behandeling, ben ik overtuigd, dat ik niet kan rekenen op mensen die handelen als de pauselijke tirannen uit het verleden. {1SC14:8.9}                                 

Bidt voor mij, dat ik de waarheid helderder mag zien en er vast op staan. Moge de Heer ons allen zegenen en behouden, terwijl wij in deze vallei van beslissing zijn. {1SC14:8.10}                                 

                                                                  Mw. Audrey Helms

                                                                            Brandon, Colo.

——————————-

LOFPRIJZING AAN HEM

Ik ben dankbaar aan de Heer voor “de Herdersstaf,” boodschap, en voor het goede dat het mij doet. Ik ben gestopt met het roken van sigaretten, nadat ik dertig jaren, een volledige slaaf van ze was, en hoewel ik verschillende keren daarvoor getracht heb de gewoonte te stoppen, faalde ik iedere keer. {1SC14:9.1}                                 

Toen Br. Warden naar mijn huis kwam, was ik een afgevallen Z.D.A., die geen interesse had in godsdienst, en ik weet niet wat maakte dat ik naar de studie kwam. Ik geloof volledig nu, dat ik met de genade van onze Heer, een van de 144.000 zal zijn. {1SC14:9.2}                                 

                                                         (Getekend) R. E. Davies

                                                                            Denver, Colorado

————————————-

VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vraag: “Is het zonde om de tienden in te houden, en zo ja, zal ik het aan de HStaf boodschap betalen, terwijl ik nog lid ben van de Z.D.A. kerk? {1SC14:9.3}                                 

Antw.: De vraag is volledig beantwoord door de Geest der Profetie in de volgende citaten: {1SC14:9.4}                                 

“De tiende is van de Heer, en zij die zich ermee bemoeien, zullen gestraft worden met het verlies van hun hemelse schatten tenzij zij berouw tonen. Laat het werk niet langer afgebakend worden, want de tienden zijn omgeleid geworden in verschillende kanalen, anders dan die ene waarnaar de Heer heeft gezegd dat het zou gaan. Er moet voorzieningen gemaakt worden voor deze andere soorten werk. Zij moeten ondersteund worden, maar niet vanuit de tienden. God is niet veranderd: De tienden moeten nog steeds gebruikt worden ter ondersteuning van de bediening.”—“Testimonies for the Church,” Vol. 9. p. 250. {1SC14:9.5}                                  

“De tiende is …  des Heren.’  Hier wordt dezelfde manier van uitdrukken toegepast als in de wet van de Sabbat. ‘De zevende dag is de Sabbat van de Heer uw God.’ God heeft voor Zichzelf een specifieke deel van de tijd van de mens van zijn middelen gereserveerd, en geen mens kan, zonder schuld, geen van beide toepassen voor zijn eigen belang.”—Patriarchen en Profeten.” pp. 526-7{1SC14:9.7}                                 

Let nauwkeurig op wat de bovenstaande referenties onderwijzen. De tiende is des Heren, en het moet gebruikt worden voor de ondersteuning van Zijn boodschap. Maar hoewel het misbruikt kan worden door de bediening, moet het ingediend worden voor hun gebruik, totdat Hij uw aandacht roept voor het kwaad en ons vraagt om de verandering tot stand te brengen. Als wij dan tekort schieten om op Zijn stem te reageren, en gebruik maken van het geneesmiddel waarin Hij heeft voorzien, om de verspilling tegen te gaan van Zijn middelen, zullen wij verantwoordelijk gehouden worden hiervoor, evenals van het weerhouden van datgene wat van Hem is. {1SC14:9.8}                                 

“Laat de verwaarloosde tiende nu ingebracht worden. Laat het nieuwe jaar over u open gaan, als eerlijke mensen in hun handelen met God. Laat diegenen die hun tienden hebben onthouden, ze insturen voordat het jaar 1896 zal eindigen, zodat zij recht mogen staan met God, en nooit, nooit weer enig risico lopen van vervloekt te worden door God. Presidenten van onze conferentie, doe uw plicht. Werk van huis tot huis, zodat de kudden van God niet nalatig zal zijn met betrekking tot deze grote zaak, die zo een zegen inhoudt, of zo een vloek. {1SC14:9.9}                                 

“Laat allen die God vrezen, tot de hulp van de Heer  komen en zichzelf trouwe dienstknechten tonen. De waarheid moet naar alle delen van de wereld gaan. Mij werd getoond, dat velen in onze kerken God beroven in tienden en offeranden. God zal precies datgene wat Hij verkondigt heeft over hun uitvoeren. Aan de gehoorzamen, zal Hij rijke zegeningen geven; aan de overtreders, de vloek. Iedere man die de boodschap van waarheid naar onze kerken draagt, moet zijn plicht van waarschuwen, opvoeden en vermanen doen. Iedere nalatigheid van plicht, hetgeen een roof is ten opzichte van God, betekend een vloek voor de misdadiger.”—Testimonies to Ministers,” pp. 306-7. {1SC14:9.10}                                 

“De waarheid heeft onze harten overgenomen. Het is geen grillige impuls, maar een waarlijk keren naar de Heer, en de perverse wil van de mens is onder ondergeschiktheid gebracht aan de wil van God. Om God te beroven in tienden en offeranden is een overtreding van de duidelijke bevelen van Jehovah, en brengt de diepste verwonding aan, aan hen die het doen; want het berooft hen van de zegening van God, die beloofd is aan hen die oprecht met Hem handelen.”—Testimonies fort he Church,” Vol. 5, p. 644. {1SC14:9.11}                                 

Tot dusver is het eerste gedeelte van de vraag volledig beantwoord. Nu komen wij aan het tweede gedeelte, namelijk: ‘Zal ik mijn tiende aan de HStaf boodschap betalen, terwijl ik nog steeds lidmaatschap hou in de Z.D.A. kerk? {1SC14:10.1}                                 

Laat de vragensteller zichzelf dezelfde vraag stellen en zijn eigen antwoord zal hem vertellen wat te doen: {1SC14:10.2}                                   

Geloof ik dat de HStaf de verzegelende boodschap van de 144.000 heeft? ______ Is het de boodschap van het uur? ______ Heb ik enige geestelijke hulp ervan ontvangen?_____ Heeft het ervoor gezorgd dat ik berouw toonde van mijn zonden, waarin ik voorheen mij in verlustigde?_____ Ben ik nu een betere Z.D.A. dan ik was, voordat ik de boodschap van de HStaf leerde? _________ Hebben mijn Z.D.A. broeders en zusters deze boodschap nodig? _________ Hou ik nu meer van de Bijbel, de Geest der Profetie en de broeders en zusters, dan ik voorheen deed? _______ {1SC14:10.2}                                 

Als uw antwoord op de bovenstaande vragen Nee is, betaal dan uw tienden aan de kerk waar u nu lid van bent. Maar als uw antwoord op de bovenstaande vragen Ja is, stel dan uzelf deze vragen: {1SC14:10.3}                                 

Als ik in mijn Laodiceaanse situatie waarin de HStaf mij vond was voort gegaan, zou ik gered zijn en gereed om de Heer te ontmoeten?______ Zouden mijn Z.D.A. broeders en zusters gered zijn in hun huidige toestand?_____ Als uw antwoord op de bovenstaande vragen Nee is, dan zal uw antwoord op de volgende vragen u instrueren waar u uw tienden moet betalen, hoewel u een kerklidmaatschap houdt. {1SC14:10.4}                                   

Als ik verantwoordelijk ben voor het licht dat nu op mijn levensweg schijnt, en als mijn Z.D.A. broeders het moeten hebben, zou ik dan mijn tienden moeten betalen aan het kerkgenootschap, zodat de predikanten meer geld kunnen hebben om tegen de boodschap te vechten en tegen mijn persoonlijke pogingen om het volk te bereiken, en aldus hen helpen mijn broeders en zusters te misleiden, of zou ik het betalen aan de “voorraadschuur,” van tegenwoordige waarheid, waar het, het hardst nodig is om haar snelle bevrijding te faciliteren en mijn broeders en zusters redden, van een eeuwige vernietiging? Als noch onze Z.D.A broeders en zusters, noch diegene in de wereld gered zijn en niet beter voorbereid om de Heer te ontmoeten, dan de predikanten zelf, zal mijn tienden naar de kerk gaan ten behoeve van de heiden en uiteindelijk beiden verloren zullen zijn__ de kerk en de heiden—of aan de boodschap van de HStaf die eerst de kerk moet redden en dan de heiden? ____ Als ik als een gelovige van de boodschap, niet durf het te ondersteunen door mijn tiende, wie zal het dan willen?___ Waar zal mijn tienden het meest goede tot stand brengen?____ Als ik mijn tienden betaal ten behoeve van de heiden, ter veronachtzaming van mij eigen broeders en zusters, zou ik dan door mijn handelingen dan niet zeggen: “Ben ik mijn broeders hoeder ?” ____ Zal ik gehoor geven aan de oproep en op zoek gaan naar de verloren schapen van het huis Israëls, of eerder de verloren schapen van het huis van Baal? _____ In welke van deze twee velden, zou mijn tienden mij het recht geven op de woorden: “Wel gedaan gij goede en trouwe dienstknecht, over weinig  zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u zetten, ga in, in de vreugde van uw Heer.” (Math. 25:21) {1SC14:10.5}                                 

Als u nog steeds niet kunt beslissen, lees dan ons traktaat nr. 4: “Het laatste nieuws van moeder,” pp. 80-84. {1SC14:10.6}                                 

“Denk aan de vrouw van Lot,” en doe wat de Heer u zegt om te doen. {1SC14:10.7}                                 

Vraag: “Ik heb verscheidene van de HStaf delen gelezen, en heb ondervonden dat zij vele punten beantwoorden, hetgeen bewijst dat ‘Een antwoord aan de Herdersstaf,’ onbetrouwbaar en oneerlijk is ten opzichte van de Staf, maar tot nu toe heb ik nog niets gevonden dat de ‘Oogst,’ behandeld, en het schijnt dat de kaart op blz. 14 van ‘Een antwoord,’ met betrekking tot de Oogst en de tien maagden, de Staf heeft weerlegt. Antwoord alstublieft. {1SC14:10.8}                                 

Antwoord: Van de zogenaamde weerleggingen van “Een antwoord aan de Herdersstaf,” kunnen wij vrij zeggen dat tot dusver, het kerkgenootschap niet in staat geweest is om maar een enkel punt van de boodschap die wij dragen te weerleggen, en hun pogingen om dat te doen, dienen alleen om te bewijzen, dat de HStaf de stem van God is aan Zijn volk en om haar volgelingen nog vaster te bevestigen in de tegenwoordige waarheid. {1SC14:10.9}                                 

Door een grondig persoonlijk onderzoek van de onderzoeksonderwerpen in de HStaf en van al de zogenaamde weerleggingen ertegen, zullen de lezers van de Code, misschien tot hun verbazing te weten komen, dat de bovenstaande bewering 100% correct is. Br. Houteff’s overeenstemming met de leidende broeders staat nog steeds goed, dat wil zeggen, als zij welk onderwerp dan ook in onze publicaties weerleggen, zullen wij voor altijd ophouden het te onderwijzen. Maar wij hopen dat onze broeders en zusters niet de fout van Achan zullen nabootsen, en te lang wachten met hun belijdenis van de waarheid, wanneer het voor hun niets meer kan betekenen. {1SC14:10.10}                                 

Met betrekking tot de kaart op blz. 14 van “Een antwoord aan de Herdersstaf,” zal de lezer opmerken, dat sommige van de gebeurtenissen daar  aldus gearrangeerd, zonder goddelijke autoriteit zijn. Laat ons de methode die daarin gebruikt is om de Geest der Profetie te interpreteren, illustreren. “Christ Object Lesson,” zegt: “Het onkruid en de tarwe moeten tezamen groeien tot aan de oogst; en de oogst is het einde van de genadetijd.” Als de Engelse taal iets betekend, dan kan de bewering hier geciteerd, zeker niet de oogst plaatsen, nadat de genadetijd gesloten is maar eerder ervoor. {1SC14:10.11}                                 

Hoe kan de oogst na de afsluiting van de genadetijd zijn, als “de genadetijd,” voor de afsluiting van de genadetijd is, terwijl wij zien, dat het niet zegt; “de oogst is,” na “het einde van de genadetijd.” Vandaar dat het duidelijk is dat de oogst vooraf moet gaan aan de afsluiting van de genadetijd, dat is de oogst is het einde—het laatste gedeelte van de “genadetijd,”—en daarmee sluit de genadetijd. Bovendien zag Jeremia profetisch, dat nadat de oogst voorbij was en de zomer ten einde was ( de tijd waarin mensen gered konden worden) de slechten zeggen: “De oogst is voorbij einde, de zomer is ten einde en wij zijn niet gered.” (Jer. 8:20) {1SC14:11.1}                                 

Als de oogst na de afsluiting van de genadetijd is, waarom zouden zij zeggen: “De oogst is voorbij, de zomer is teneinde,” want zij zouden zeker deze woorden niet kunnen zeggen voordat de genadetijd afsluit, noch konden zij dat na de tweede komst van Christus, want dan zouden zij dood zijn en zouden zij niet kunnen spreken? Dientengevolge, kan de enige tijd waarop deze woorden gesproken worden zijn, in de periode tussen de afsluiting van de genadetijd en de tweede komst van Christus, welk feit de “oogst,” voor de afsluiting van de genadetijd plaatst. {1SC14:11.2}                                  

Verder zegt de Heer in Matt 13: 30: “In de tijd van de oogst zal ik tot de maaiers zeggen: Vergader eerst dat onkruid.” De woorden, “in de tijd van de oogst,” toont aan dat de oogst een tijdsperiode is. Bovendien zegt de Geest der Profetie, in “Eerste Geschriften,” blz. 118: “ Toen zag ik een derde engel. Mijn begeleidende engel zei: hij is de engel die het tarwe van het onkruid zal scheiden en verzegelen of binden, het tarwe voor de hemelse schuur.’” {1SC14:11.3}                                   

Als de derde engel de scheiding zal tot stand brengen, en voor zover de derde engelboodschap voor de afsluiting van de genadetijd verkondig moet worden, niet erna, toont het aan dat de oogst, de tijd waarin de engelen verzegelen en binden, de tijd beslaat terwijl de derde engelen boodschap wordt verkondigd. Het is dan duidelijk, dat de woorden: “De oogst is het einde van de wereld,” het allerlaatste gedeelte van de genadetijd aangeeft, welke de wereld tot haar einde brengt. De Geest van God door Paulus, interpreteert de term: “Het einde van de wereld,” aldus: maar nu is Hij eenmaal in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te  niet te doen, door de offerande van Zichzelf.” (Heb. 9: 26) {1SC14:11.4}                                 

Wij weten allemaal dat de wereld niet 1900 jaren geleden aan haar einde kwam, toe Christus geofferd werd, en toch wordt het gezegd: ‘In de voleinding der eeuwen.” De waarheid van Paulus zijn bewering echter, is dit:  Als de zonden van een mens in het oordeel uitgewist worden vanaf 1844, bewijst het dat Paulus vooruit keek naar onze tijd toen Christus, “door Zichzelf op te offeren,” in de tijd van het oordeel van de levenden, onze zonden uit aan het wissen is. Het is dan duidelijk, dat de term: “Het einde der wereld,” van toepassing is o de tijd van het oordeel der levenden, in de tijd van de Luide Roep, aan het einde van “de genade tijd,”—de laatste boodschap die de wereldgeschiedenis afsluit. Bovendien, onderwees de Z.D.A. kerkgenootschap jarenland dat het einde van de wereld begon in 1789. Zie “Gedachten van Daniel; blz. 387. (in verband met Dan. 12:4); ook “Bijbel leziging voor het huisgezin,” blz. 324. Het kerkgenootschap heeft nooit enige officiële verkondigingen gehad met betrekking tot de waarheid van de  oogst, maar nu in hun poging de HStaf te weerleggen, veranderen zij hun positie over wat zij eerst onderwezen hebben, van wat zij dachten dat het einde van de wereld is. {1SC14:11.5}                                 

Het zou niet ongepast zijn om in verband hiermee mijn ervaring mee te geven van wat ik kort geleden hoorde over dit onderwerp. Ouderling G.W. Wells, een van de veldsecretarissen van de Gen. Conf. wijdde vroeg in 1935, een hele week nachtelijke bijeenkomsten, in een poging om de HStaf, te weerleggen,  in welke tijd hij nacht na nacht onderwees dat de oogst “het einde van de wereld is,– de tweede komst van Christus.”—het begin van de duizend jaar. {1SC14:11.6}                                 

Aan het einde van zijn bijeenkomsten, op de Sabbatmiddag, voerde Ouderl. R.L Benton, pres. Van de Zuidwestelijke Unie Conf. een andere tirade tegen de HStaf op, gedurende welke tijd hij een kaart ten toon stelde, die toonde dat de oogst vanaf de afsluiting van de genadetijd is, tot aan de tweede komst van Christus. De volgende woensdag, verzorgde Ouderl. W. H. Clark, de Secr. Van Home Miss Texas Conf. de bidstond, waarop hij in die tijd in antwoord op mijn vraag, de oogst voor de afsluiting van de genadetijd plaatste. Hier is het punt. In tien dagen tijd, gaven drie Z.D.A. predikanten, betaald door de schatkist van de Z.D.A, allemaal verantwoordelijke posities bekledend, drie verschillende uitleggingen over de oogst, welk feit bewijst, dat het kerkgenootschap als een lichaam, zelf  onder de leidinggevende mannen, er geen speciale overeenstemming bestaat over dit onderwerp. Dan met het oog op zo een blindheid, waarschuwen de tegenstanders van de HStaf, de leken tegen het aanvaarden van dwaling! Oh wat een zielige misleiding! {1SC14:11.7}                                 

Voor een complete uitleg van de “Oogst,” lees ons traktaat nr. 3. {1SC14:11.8}                                 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code

Nieuws Artikel

Deel Een   

                                                                                      Nr. 13

                                                                                          juli 1935

 Waco, Texas

TER CORRECTIE

  In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap      

ONS LANG VERWAARLOOSDE WERK

 

Het is lang het gehuil en de roep van onze geliefde Zevende Dag Adventisten broeders en zusters geweest, dat met al de grote medische instituten, die de wereldbol omgorden, velen van hen hier in de Verenigde Staten, toch binnen de gelederen van ons volk de voordelen die ontleend kunnen worden, worden ontkend, van genoemde instituten, vanwege de verkeerde genezingsprincipes, onbetaalbare prijzen, en liefdeloos management. {1SC13:1.1}

De schuld van deze situatie waarmee de kerk geconfronteerd wordt, die haar verwaarlozing, al deze jaren uitbeeld, moet door ons allen gedeeld worden, die een deel zijn geweest, van deze grote beweging, die God terug in de vroege veertiger jaren van de vorige eeuw in deze wereld van zonde lanceerde. {1SC13:1.2}

Als men de Bijbel en de Getuigenissen bestudeerd, kan men niet falen om te zien, dat God een plan heeft voor het zorgen van Zijn eigen onfortuinlijken, of van ziekte of ouderdom, of vanwege financiële reserves en wij die voorgeven te geloven  dat de “Heer in dit laatste werk op een manier zal werken die heel erg ongewoon is aan de normale gang van zaken, en op een wijze  die tegengesteld is aan menige menselijke planning,” worden nu met de vraag geconfronteerd. “Testimonies to Ministers,” p. 300. Maar wij zouden ook inderdaad lafhartig zijn aan datgene dat ons is toevertrouwd, die belijden Gods boodschap van “tegenwoordige waarheid,” te hebben geaccepteerd, die oproept tot een “Grote hervormingsbeweging onder Gods volk,” als wij zouden toestaan dat deze toestand ongewijzigd blijft. Zullen wij voortgaan, om plannen te maken, en volgen in de voetsporen, van hen die dit belangrijk werk verwaarloost hebben? {1SC13:1.3}

De tijd, de noodzaak, en de boodschap zelf, allen bestaan uit een bazuingeschal aan het overblijfsel, om “Op te staan en voort te schijnen (144.000); want uw licht is gekomen, en de heerlijkheid des Heeren is over u verrezen,” en als wij op dit late uur falen, hoe zullen wij dan onze eigen geliefde broeders en zusters beantwoorden, onze medemens in de wereld over ons, en boven al, de toeschouwende engelen, en hun liefhebbende Bevelhebber, wiens werk wij openlijk in betrokken zijn? {1SC13:1.4}

Dat dit kerkgenootschap de Laodiceaanse kerk is, ontkend niemand, dat wij als een kerk, zijn afgeweken van het volgen van Christus “onze,” “Leider,” ( “Getuigenissen voor de kerk,” Dl. 5, p. 217) zijn wij het allemaal over eens. Dat “twijfel en zelf ongeloof in de getuigenissen van de Geest van God, onze kerken overal binnensluipt,” (id) durft niemand in twijfel te trekken. Wat rest ons dan te doen, geliefde vrienden in “tegenwoordige waarheid?” Is het niet hoog tijd te doen als iemand van ouds, door terug te keren naar de “oude landpalen” waarvan de dienstknecht van de Heer zegt, dat “wij zijn afgedwaald?” “Getuigenissen voor de kerk,” Dl. 5, p. 137. De Evangelie profeet zegt verder: {1SC13:1.5}

“Is het niet, dat gij de hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt? Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten, en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEREN zal uw achtertocht wezen. Dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden, gij zult schreeuwen en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben ik. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken des vingers, en het spreken der ongerechtigheid; En zo gij uw ziel opent voor de hongerige, en de bedrukte ziel, verzadigt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag. En de HEERE zal uw geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zij as een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.” (Jes. 58: 7-11) {1SC13:1.6}

Als Mt. Carmel Center, haar naam eer aandoet, en als een antitype staat van die oude heuvel waar God Zijn volk van ouds riep om te bewijzen wie de ware God is, dan moeten wij die op zo een hoge wijze bevoorrecht zijn, om onder de gekozen pioniers te zijn voor de mars opwaarts naar de berg, heel zeker moeten zijn dat wij meer kunnen doen dan alleen maar zeggen: “De Here, Hij is God, De Here, Hij is God,” zodat wij niet vallen onder de veroordeling van de valse profeten, die geslacht werden aan het eind van de gedenkwaardige dag, toen Eliah de profeten van de Baal op de oude berg ontmoette, dezelfde naam dragend die wij hebben gekozen, waar wij nu getoetst worden, of wij God zullen volgen of de Baal. {1SC13:1.7}

Sprekend van hen die verwachten de “Luide Roep,” te geven, en de noodzakelijke voorbereiding die gemaakt dient te worden, zegt de dienstknecht van de Heer: “Ik werd getoond, dat als Gods volk van hun kant geen moeite doet, maar wacht dat de verfrissing over hun komt, en hun verkeerdheden te verwijderen en hun fouten te corrigeren; als ze daarvan afhankelijk zijn om hun van vuilheid van het vlees en de geest te reinigen, en hun geschikt te maken om deel te nemen aan de luide roep van de derde engel, zullen zij tekort schieten.” – “Testimonies for the church,” Vol. 1 p. 619. {1SC13:2.1}

Rechtstreeks sprekend tot het kerkgenootschap, over wat hen getoond was betreffende de zorg van onze eigen mensen, toonde de Heer de fouten aan van degene die de leiding hadden over het Gezondheidsinstituut in de volgende taal: “Toen ik degene zag die leidinggaven en dirigeerden, in de gevaren lopen die mij getoond waren, waarvan ik hen openlijk had gewaarschuwd, en ook in privé gesprekken en brieven, kwam er een enorme last over mij. Datgene wat mij getoond was, als een plaats waar de lijdende zieken onder ons geholpen konden worden, was er een waar opoffering, vriendelijkheid, geloof en vroomheid de overheersende principes zouden moeten zijn. Maar wanneer ongekwalificeerde oproepen werden gedaan, voor grote sommen geld, met de bewering dat aandelen genomen, grote percentages zouden uitbetalen; toen de broeders en zusters die functies bekleden in het instituut, meer dan gewillig waren om grotere beloningen te nemen, dan diegene de daarmee tevreden waren, in andere en in soortgelijke belangrijke stations in de grote zaak van waarheid en hervorming bekleden; toen ik met pijn te weten kwam dat om het instituut populair te maken, met diegene die niet van ons geloof waren, en om hun partnerschap te verzekeren, een geest van compromis snel voet aan de grond vond binnen het instituut…toen ik deze dingen zag, zei ik, dit is niet datgene wat mij als een instituut voor de zieken, werd getoond, hetgeen de bemerkbare zegeningen van God zou delen. Dit is een ander ding” – “Testimonies for the Church.” Vol 1. Pp. 633-4{1SC13:2.2}

Dan, na enkele van de dingen die haar hart zorgen baarden te hebben geciteerd, geeft Zr. White de volgende bemoedigende woorden: “Met de zegening van God, kan en zal dit gedaan worden. Id. p. 635. Onze aandacht roepend, tot het feit dat de ‘gezondheidshervorming,” een deel van ons werk is, geeft de Heer de volgende verdere instructies met de stekende vermaning: {1SC13:2.3}

“De broeders en zusters die aan het hoofd stonden van dit werk hebben een oproep gedaan bij onze mensen voor middelen, op de gronden dat de gezondheidshervorming een deel van het grote werk is dat verbonden is met de derde engel boodschap. Hierin zijn zij juist geweest. Het is een zijtak van het grote liefdadigheids- vrijwillige- opofferende goedaardig werk van God. Waarom zouden deze broeders dan zeggen: ‘ Aandelen in het Gezondheidsinstituut zal een ruim percentage betalen, ‘het is een goeie investering, ‘een betalend ding’?”—Ib.{1SC13:2.4}                                  .

Terwijl het helder is dat de Heer het goedkeurt dat onze mensen aandelen nemen in het Gezondheidsinstituut, welke voornamelijk een plaats ten dienste van onze eigen mensen moest zijn, heeft Hij het toch nooit ontworpen om als een aansporing te moeten worden aangeboden voor diegene die zulke aandelen willen verkrijgen, dat dividenden hen ten deel zouden vallen, want dit zou alleen een geest van zelfzuchtigheid en handel inbrengen, wat wij nu zien, en zo dus het plan van God zwaarder maken voor de waardige armen onder ons, en tevens hen ongeschikt maken voor het grote werk waarvoor onze medische instituten waren opgericht. {1SC13:2.5}

Hoewel dit plan voor het verkrijgen van aandelen in het eerste Gezondheidsinstituut onder ons werd goedgekeurd door de Heer en klaarblijkelijk bedoeld was om een model te zijn voor allen die later opgericht zouden worden, wist Hij toch heel goed dat er diegene zouden zijn die niet in staat zouden zijn te doen, wat zijn wensten te doen en woorden van advies zijn opgetekend om zulke gevallen in te dekken. “Velen die aandelen hebben genomen, zijn niet in staat het te doneren. Sommige van deze personen lijden, door precies dat geld dat ze geïnvesteerd hebben in aandelen.”—Id. 639. {1SC13:2.6}

Het zou goed zijn voor allen om het gehele hoofdstuk te lezen beginnend op blz. 633 en eindigend op 643, welke een volledig plan geeft voor het “grote liefdadigheids- vrijwillig, offerend goedhartig werk van God,” dat nog nooit is gedaan, zoals God het ontworpen heeft dat het zou moeten zijn, en stel jezelf dan de vraag: ‘Is het nu te laat om te doen wat God heeft gezegd, want meer dan zeventig jaren zijn voorbij gegaan sinds het betreffende licht tot ons kwam? {1SC13:2.7}

Als wij zeggen dat het te laat is, hoe zullen wij dan de brandende woorden beantwoorden, van de Meester Arbeider wanneer ze worden uitgesproken: “ Want ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling; en gij hebt Mij niet geherbergd; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed, krank en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht.” (Matt. 25: 42,43) Zal ons antwoord aan de Meester zijn’ Wij zijn zo bezig geweest om onze eeuwige doelen te verzamelen, dat wij onze Christelijke hulpwerk aan de liefdadigheid van Staat en Gemeente hebben overgedragen, en aan andere minder dure instituten? Onze inst—ERRATA?? {1SC13:2.8}

Met het oog op deze trieste verwaarlozing, die een verwijt heeft gebracht op de eerlijke naam van de Z.D.A. kerk, aan wie de gezegende “bediening van genezing,” was gegeven, tezamen met het overvloedige licht op praktische godsdienst zoals zo duidelijk was voortgezet in de geïnspireerde geschriften, zouden wij dan niet vastbesloten in de vreze des Heren plannen om de “tijd te benutten,” door gehoor te geven aan deze lang verwaarloosde oproep, en stappen in het licht van deze grote “rechter arm,” van de Derde Engel Boodschap, openbarend aan de hemelse toeschouwers, evenals aan de mens, hoe het evangelie uitgeoefend dient te worden, door diegene die verwachten te zijn onder diegene, die zich aan het voorbereiden zijn om te helpen de Luide roep te geven? {1SC13:3.1}

Aangezien God een reine kerk zal hebben, waarin Hij het ontelbare gezelschap zal verzamelen door de stem van de hemel, zeggende: “Komt uit haar Mijn volk, dat gij geen deel hebt aan haar zonden, en dat gij niet ontvangt van haar plagen,” waar gezorgd zal worden voor de geestelijke noodzakelijkheden; zal Hij niet voorzien in de manier waarbij de fysieke noden daartoe zullen worden bediend?  Net zoals Hij in dit werk door menselijke instrumenten tot stand zal brengen, zal niemand tekort schieten om in te gaan in zulk een hoge en verheven dienst. {1SC13:3.2}

Alles wat hierboven is gesteld, heeft tot doel om “uw reine verstand op te wekken door herinnering,” en om uw harten te ontlasten met betrekking tot dit belangrijke werk. Wij zullen blij zijn om te horen van de lezers van de Code, over hoe u zich voelt voor het ondernemen van zo een nobele dienst, voor de “armen, de verminkten en de kreupelen en de blinde,” van de “straten en de wijken van de stad,” evenals voor hen van “de wegen en de heggen.” {1SC13:3.3}

——————————————–

AFVALLIGHEID VANUIT EEN ANDERE HOEK

Waar bestaat “afvalligheid,” eigenlijk uit? Is het niet om af te wijken van welk godsdienstig lichaam dan ook, of het nou van de Zevende Dag Adventisten is, of enig andere kerkorganisatie? {1SC13:3.4}

Geen van ons geniet ervan om met afvalligen geclassificeerd te worden, en toch geeft ieder van ons openlijk toe dat we zijn afgeweken van vele van de hoge standaarden die de Z.D.A. kerkgenootschap karakteriseerden in haar vroege jaren, en die duidelijk voorgezet waren in de Bijbel en de Geest der Profetie, en dus met deze oprechte erkenning van onze zijde, zeggen wij niet nagenoeg dat wij afgedwaald zijn op vele punten van ons geloof? {1SC13:3.5}

Misschien in geen enkel opzicht, zijn wij meer beslister afgeweken dan op de manier waarom wij ons in het huis van God gedragen, want bijna overal is het een plaats geworden voor het gewone soort bezoek, van goedkoop en onzinnig gepraat, waarvan alles veroordeeld word in het volgende: {1SC13:3.6}

“ Wanneer de aanbidders de plaats van de bijeenkomst binnengaan, moeten ze dat met decorum (fatsoensnormen) doen, rustig naar hun zitplaats gaan. Als er een verwarming in de kamer is, hoort het niet, dat men zich daarom heen verdringt op een lakse, zorgeloze houding. Algemene gesprekken, fluisteren en lachen zou niet toegestaan moeten worden in het huis van aanbidding, noch voor noch na de dienst. Hevige actieve vroomheid moet de aanbidders karakteriseren. {1SC13:3.7}

“Als men een paar minuten moet wachten voordat de bijeenkomst begint, laat men dan een ware geest van toewijding behouden door stille meditatie, het hart opgeheven houden tot God in gebed, dat de dienst tot een speciaal voordeel mag zijn voor hun eigen harten, en mag leiden tot de overtuiging en bekering van andere zielen. Ze moeten onthouden dat hemelse boodschappers in het huis zijn…Het fluisteren en lachen en praten, wat zonder zonde mag zijn in een gewone zakelijke plaats, moet geen goedkeuring vinden in het huis waar God aanbeden wordt.”—‘” Testimonies for the Church.” Vol. 5, 492{1SC13:3.8}

“Ouders verhoog de Christelijke standaard te midden van uw kinderen: ..leert hen om de hoogste eerbied voor het huis van God te hebben, en te begrijpen, dat wanneer ze de Heer zijn huis betreden, het moet zijn met harten die verzacht zijn en ondergeschikt gemaakt door gedachten als deze: “God is hier, dit is Zijn huis. Ik moet reine gedachten en de heiligste motieven hebben. Ik moet geen trots hebben, nijd, jaloezie, kwade bedenkingen, haar of misleiding in mijn hart, want ik kom voor het aangezicht van de heilige God…{1SC13:3.9}

“Broeders en zusters, wilt u niet een beetje aandacht weiden aan dit onderwerp”? Id. 494. {1SC13:3.10}

De bovenstaande citaten zijn te duidelijk om commentaar te behoeven en met het oog op het feit dat wij allemaal schuldig staan voor God, en gedwongen zijn te bekennen dat wij afgeweken zijn deze hele belangrijke zaak, zullen wij dan geen acht slaan op de laatste bemoediging die boven vermeld is door heel beslist aandacht te schenken aan “dit onderwerp,” en erop toezien, dat onze bijeenkomsten worden gekarakteriseerd door een ware geest van aanbidding, gevrijwaard van iedere vorm van gewoon bezoek en conversatie, zodat de Geest van God niet uit onze bijeenkomsten weg grieven, en ze zo de meest hulpvaardige maken voor hen die met ons komen aanbidden? Wij die belijden de hervormingsboodschap te hebben zouden een voorbeeld moeten stellen voor hen, waarvan wij verwachten dat zij tegenwoordige waarheid zullen omarmen. Vandaar dat wij, die in het licht staan de bovenstaande bemoediging het meest onbuigzaam zouden moeten toepassen, of het nou in een gescheiden bijeenkomst van tegenwoordige waarheid is, of in de Z.D.A. kerken. De verantwoordelijkheid rust op degene die de leiding daarover heeft en diegene, moet erop toezien dat de bovenstaande instructies worden uitgevoerd. {1SC13:3.11}

—————————————-

DE BOODSCHAP IN CALIFORNIA

Een paar keren in het verleden, enkele maanden geleden, zijn er brieven ontvangen van andere delen van het veld, die informeerden of het waar was zoals gerapporteerd door de conferentie werkers, dat het werk van de HStaf, uitgestampt was n Zuid California. Wij hebben getracht om de nadruk te leggen op een ontkenning van dit valse verslag, maar blijkbaar heeft de demoon twijfel, die in sommige gevallen is opgewekt, niet zo gemakkelijk neergehaald worden, door een rechtstreekse ontkenning, dus voelen wij ons verplicht, ten behoeve van de waarheid en zij die daarbij betrokken zijn, om een paar bewijzen op te voeren, om de totale valsheid van dit type van propaganda te bewijzen. {1SC13:4.1}

De schrijver is onofficieel geadviseerd, dat de deuren van alle kerken binnen de Zuid Carolina Conf., door hem zijn gesloten in opdracht van de president van de Conferentie. Aangezien er veel kerken in dit gebied zijn, en daar hij slechts een van hen tegelijk kan bezoeken, en niet in staat is uit eerste hand de waarheid van de vermeende verbod te verifiëren, maar voor zover zijn ervaring zich in dit geval strekt, is hij overtuigd, dat het verslag van deze uitsluiting correct is, Sabbat na Sabbat en Woensdag na Woensdag (behalve in een of twee gevallen in elke instantie) heeft hij het nageleefd, door alleen op de stoep te blijven. {1SC13:4.2}

In de Lincoln Park kerk heeft de predikant twee weken lang, zelf de meest vernietigende tirades geleverd tegen de HStaf, elke keer verlagend naar de dieptes van verhandelen van actuele verslagen, de goede namen besmeurend van prominente werkers in de zaak van tegenwoordige waarheid. Hij is zelf zo ver gegaan door zo betreurenswaardig laag te bukken, en de goedkeuring van het verstoten van de Sabbat School lijst van de namen van onschuldige eerste klassers, waarvan de ouders en oudere zusters, die de verzegelende boodschap hebben geaccepteerd en moedig daarvoor staan. {1SC13:4.3}

Er staat geschreven:” En zo wie zodanig een kindeken ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij. Maar zo wie een van deze kleinen die in Mij geloven, ergert, het ware hem nutter, dat een molensteen aan zijn hals gehangen, en dat hij verzonken ware in de diepte der zee….Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht.” (Matt. 18: 5, 6, 10) “God heeft mij getoond, dat deze mannen (in verantwoordelijke posities) Hazaels zijn om ons volk tot een gesel (plaag) te zijn. Zij zijn wijzer boven wat er geschreven staat.”—“Getuigenissen voor de kerk.” Deel 5. p. 79. {1SC13:4.4}

Voor mij liggen twee getypte brieven van ieder twee bladzijden lang. Ze komen uit de hand van de predikant van de grote Glendale kerk. De eerste is gedateerd 30 mei en de tweede 2 juli 1935, en het is gemeld, dat een derde nog moet komen. Beiden zijn geadresseerd aan de lidmaten van de kerk. En als brieven van bedrog en valsheid, overtreffen zij bijna alles wat ze tot nu toe voor handen hadden. Als de schrijver nadenkt over hun inhoud, neemt zich een bijna onuitsprekelijke ongelovigheid bezit van zijn verstand, die de vraag doet rijzen: “ Is het mogelijk, dat zulke mensen onder ons zijn?” Het enige antwoord dat gegeven kan worden wordt gevonden in deze bevreesde woorden in “Testimonies to Ministers,” p. 409:  “Laat de zoon van bedrog en valse getuigenissen, onthaald worden door een kerk die groot licht heeft ontvangen, groot bewijs en die kerk zal de boodschap die de Heer heeft gestuurd verwerpen en de meest onredelijke beweringen en valse veronderstellingen ontvangen. Satan lacht om hun dwaasheid, want hij weet wat waarheid is.” {1SC13:4.5}

Als deze brieven een algemene circulatie gegeven konden worden, zouden zij snel de ogen van de oprechten openen. Ons doel hier is echter, alleen om daarvan te bewijzen, dat de HStaf als het dood was, het meest problematische dode ding is, dat ooit Israël problemen heeft bezorgt. Het volgende kletsverhaal bekentenis is het tweede hoofdstuk van het eerder genoemde schrijven: {1SC13:4.6}

“De afgezanten van afvalligheid, zijn recentelijk nog actiever geworden in onze kerk, trachtend om weer onder ons datgene te zaaien wat de Generale Conferentie Committee en het gehele lichaam van ons volk dwaling en ketterij te zijn, hebben verklaard.” {1SC13:4.7}

Nu zijn wij aangezet door het volgende citaat, te informeren, hoe een lijk kan zaaien, en waarom de doden zo gevreesd worden, dat ze het plakkaat krijgen in het huis van diegene die geloven dat dode mensen niet weer kunnen lopen? Dit zijn geen bespottingen; dit zijn bewijzen dat Spiritisme binnen de gelederen van onze kerkgenootschap is, liegende geesten en tovenaars die piepen en mompelen bedienen aan het altaar van propaganda. Wij als hervormers behouden ons: “ Tot de wet en tot de getuigenis; indien zij niet spreken naar dit woord, is het omdat er geen licht in hen is.” Is het noodzakelijk om meer te zeggen als valsheid en misleiding te uiten over de propaganda dat de HStaf een lijk is in Zuid Carolina? {1SC13:4.8}

Oh de tragedie van dit alles! Een natie die op het punt staat verloren te gaan. Broeders en zusters, hebben wij alles nagelaten hen Hem aangenomen? Grenzen onze levens aan hen die neigen naar de onherroepelijke nacht van verdoemenis, een brief die leest met Paul-achtige oprechtheid en liefde dat: “Ik zal zeer gaarne de kosten, en voor uw zielen ten koste gegeven worden; hoewel ik u overvloediger beminnende weiniger bemind worde.” Dit is de liefde, die “een breuk zal maken tegen de beletselen van Satan,” en verlossing zal brengen voor het overblijvend volk van God. Het is alles wat ons nu zal baten.  Het is het begin van dat karakter, welke de Geest der Profetie, beschilderd in de volgende woorden, waar wij allen, diepzinnig voor horen te bidden, dat zij een beeld van onszelf zijn: {1SC13:5.1}

“De man die van God houdt, meet zijn werk niet aan het acht uren werk systeem. Hij werkt te allen tijd, en is nooit vrij. Als hij in de gelegenheid is, doet hij goed. Overal, altijd en overal, vind hij een gelegenheid om voor God te werken. Hij draagt een geur met hem waar hij ook gaat. Een heilzame atmosfeer omringt zijn ziel. De schoonheid van zijn goed geordende leven en goddelijke conversaties inspireert in anderen geloof en hoop en moed.” – “Testimonies for the Church.” Vol. 9, p. 45. {1SC13:5.2}

M.J. Bingham

Glendale, California.

—————————————————

ZULLEN ONZE JONGE MENSEN STAAN?

Een brief recentelijk ontvangen door een van onze jonge mensen, geschreven door een andere die recentelijk met haar ouders, een persoonlijk onderzoek gedaan heeft naar de boodschap die de HStaf bevat, en zich verheugd in de prachtige waarheden, gevonden in deze tegenwoordige waarheid voor de kerk en geeft een verslag van sommige van haar ervaringen, die openbaart hoe sommige van onze jonge mensen, net zo gewillig zijn te “staan ter verdediging van waarheid en gerechtigheid, wanneer de meerderheid ons in de steek laat, de strijd des Heeren te strijden, wanneer kampioenen weinig zijn,” als diegene van ons die ouder zijn. {1SC13:5.3}

Deze jonge dame in een gesprek van hart tot hart, met haar vrienden waar zij aan schrijft, verteld hoe teleurgesteld ze recentelijk was, toen andere jonge mensen, leden van een familie, waaraan de ouders van deze jongedame de Z.D.A. boodschap hadden gebracht, niet meer tot haar spraken, maar de moed van haar hart, werd uitgedrukt in de volgende woorden: “ Zij waren de laatste mensen op aarde, waarvan ik zou denken dat zij ons koud zouden behandelen, want zij waren ons altijd dierbaar. Mijn gunst, ze hielden zoveel van ons! Maar het doet vreselijk pijn, als je vrienden je voorbij gaan. Ik hoop dat ik spoedig in staat zal zijn, om mijzelf boven dit alles te plaatsen, zodat ik, mij niet zo slecht zal voelen over zulke dingen.” {1SC13:5.4}

De nobele wens van de zijde van deze jongedame, die zo een hoogte van Christelijke ervaring verkregen heeft spreekt luider voor de HStaf boodschap, meer dan iets anders kon. Het openbaart echter wel het feit dat God een boodschap heeft voor Zijn kerk in deze huidige tijd, waarvan wij geloven, dat het, het getij van de achterdeur uitgangen, waar de leiders van onze jonge mensen overal, vele jaren naar verlangd hebben te zien. {1SC13:5.5}

Om de zwakheid aan te tonen van iemands argument tegen de HStaf boodschap, die toegeeft aan het bekritiseren van de boodschappers, verklaart deze jonge dame aan haar vriend dat al de verhalen, die verteld zijn over de schrijver van de HStaf series van boeken en traktaten, geen enkel gewicht, dan ook in de schaal leggen voor haar, want zij is te weten gekomen, dat soortgelijke kritiek over haar en haar familie, worden gemaakt vanwege hun aanvaarding van de boodschap van tegenwoordige waarheid. {1SC13:5.6}

Aldus zien wij dat onze jonge mensen, wanneer zij de gelegenheid gegeven worden, een oprechte boodschap zullen accepteren en hun leven eraan conformeren, net zoals zij die ouder in jaren zijn. En laat ons ook onthouden, dat “eerlijkheid het langst duurt,” en zullen wij ook niet aangemoedigd worden door wat deze jongedame geschreven heeft aan haar vriend, met betrekking tot de dwaasheid van het aanvallen van karakter, met de bedoeling om Gods waarheid te vernietigen? {1SC13:5.7}

Waarlijk, de Meester moet sommige van onze jonge mensen hebben gezien, als Hij die treffende profetie uitte toen Hij zei: “de werken die Ik doe zal Hij ook doen, en grotere werken dan deze zal Hij doen.” Wij geloven dat het uur volledig is aangebroken, wanneer vele van onze jonge mensen in de Z.D.A. kerk, gaan demonstreren dat de Heer hen geroepen heeft, om net zulke grote ondernemingen te doen, als Jozef en Daniel van ouds. Moge de Heer de jonge mensen zegenen die hun standpunt innemen voor tegenwoordige waarheid. {1SC13:5.8}

EEN ANDERE BESPOTTINGS PROCEDURE

Broeder A.E. Johnson, die met zijn vrouw, recentelijk hun kerklidmaatschap in een van de kleine kerken van Oost Tennessee zijn kwijtgeraakt, sturen het volgende verslag met betrekking tot de oneerlijke manier waarop deze kerkprocessen worden uitgevoerd: {1SC13:6.1}

“Wij hebben het hoogtepunt in onze geliefde kleine Cumberland Mountain kerk bereikt. De HStaf boodschap heeft een schudding gebracht voor allen van ons, die het een ernstige, persoonlijke studie hebben gegeven…Behalve de Unie en de plaatselijke presidenten, waren er twee andere conferentie medewerkers aanwezig, met vijftien van onze dertig leden, die deel uitmaken van de Monteagle kerk.” {1SC13:6.2}

Nadat er een behoorlijke tijd besteed was aan het verwoed verwerpen van de HStaf, als zijnde in tegenstelling tot goed verstand en oprechtheid, en te verklaren dat het erger is dan Rooms Katholicisme, begon de Unie president, tegengesteld aan goede vormen en Christelijke beschaafdheid, een scheldkanonnade over ouderling E.T. Wilson, die vanzelfsprekend niet aanwezig was om zichzelf te verdedigen. De opmerkingen gemaakt door de ouderling, waren berekend om een ieders vertrouwen in Br. Wilson te vernietigen, die een persoonlijke onderzoek gedaan had naar de HStaf, en gevonden had dat het in volmaakte harmonie was met de Bijbel en de Getuigenissen, en die het aanvaard had als een boodschap van God, zelf ten koste van zijn positie. {1SC13:6.3}

“De spreker herinnerde ons dan eraan dat de HStaf boodschap door de Generale Conferentie Comité, was afgehandeld, en dat elke kerk die weigert om de HStaf gelovigen weg te stemmen, zou worden opgedoekt.” Hij verwees ernaar als, “Gods programma, zodat wij een reine Z.D.A. kerk, konden hebben.” {1SC13:6.4}

“De ouderling diende toen een voorstel in met de volgende woorden: ‘Allen die tegen dwaling zijn die wordt geleerd door de HStaf, en voor alle waarheid geleerd door het kerkgenootschap, sta alstublieft op.’ Bijna allen stonden op, inclusief mijzelf, want ik ben tegen alle dwaling, die geleerd wordt door de HStaf en voor alle waarheid geleerd door dit kerkgenootschap. Het tweede voorstel dat aan ons werd voorgelegd was,’ Allen die geloven in en voor de leerstellingen van de HStaf waren, sta op.’ Slechts twee, mijn echtgenote en ik stonden op bij het laatste voorstel{1SC13:6.5}                                  .

“Er werd toen een motie uitgeroepen, om onze namen van de kerk verslagen te verwijderen, maar degene die de motie ondersteunde vroeg, dat ik de tijd gegeven kon worden om mijn standpunt te herroepen. Ik verzocht toen tien minuten de tijd, waarin ik voor de kerk een toelichting kon geven. Mijn verzoek werd ingewilligd en ik zei: {1SC13:6.6}

“Mijn dierbare broeders en zusters, ouderling Wilson moet niet vervolgd worden door deze kerk; maar mijn echtgenote en ikzelf zijn degene wiens lidmaatschap in twijfel worden geroepen. Ik vraag u vriendelijk ons niet te oordelen aan de hand van de punten die de spreker u heeft voorgehouden. Vergeet wat hier deze avond is gezegd en beslis dan vanuit dezelfde principes die de kerk hanteert, wanneer zij leden in haar gemeente opneemt; dat is, of mijn echtgenote en ik in overeenstemming zijn met de fundamentele principes van ons geloof. Als wij dat zijn dan pleit ik met u dat u ons toestaat leden van deze kerk te blijven, maar als wij dat niet zijn, stem ons dan weg.” {1SC13:6.7}

Het gelijkenis van de tarwe werd toen gelezen door de broeder die berecht werd en een commentaar van “Testimonies to Ministers,” p 47, zodat de kerk iets mocht hebben om hen te leiden, in de actie die genomen zou worden. Hier volgt het citaat van “Testimonies to Mininsters,”: “De Heer verbied ons, op welke gewelddadige manier dan ook, hen waarvan wij denken dat zij dwalen te vervolgen, en wij mogen niet handelen met uitbanning en afwijzing van diegene die verkeerd zijn. {1SC13:6.8}

“Sterfelijke mensen zijn gewend karakter verkeerd te beoordelen, maar God laat het werk van oordelen en verkondigen van karakter, niet over aan hen die daar niet geschikt voor zijn. Wij mogen niet zeggen wat tot het tarwe hoor en wat tot het onkruid. De tijd van de oogst zal volledig het karakter bepalen van de twee groepen die gespecificeerd worden onder het symbool van het onkruid en het tarwe. Het werk van scheiden is gegeven aan de engelen van God en niet toegewezen in de handen van enig mens. {1SC13:6.9}

Br. Johnson vervolgde door te zeggen; “ Zij die tegen de HStaf zijn, houden vast dat de oogst na de afsluiting van de genadetijd is, terwijl de HStaf boodschap vasthoudt dat het voor de afsluiting van de genadetijd is. Desalniettemin aangezien onze geliefde broeders en zusters trachten te beslissen wie het tarwe en wie het onkruid is, bevestigd dat de oogst nu gedurende de genadetijd is; maar in plaats van het werk van scheiden in de handen van de engelen van God te laten, zoals de Meester heeft gezegd en zoals de HStaf leert, nemen zij het werk van de engelen in hun eigen handen. De zaak is voor u, moge God u leiden.” {1SC13:6.10}

“Ouderling_____________ scheen ietwat rusteloos tijdens mijn slotopmerkingen, en zo gauw als ik gezeten was, stond hij op, en verklaarde dat zij niet zouden staan om beschuldigd te worden van gewelddadigheid in het handelen met HStaf gelovigen en ontkenden dat zij aan het beslissen waren tussen tarwe en onkruid… Maar nadat hij klaar was stelde ik dat mijn begrip van onkruid, geen verwijzing waas van hen die in open zonde leefden, of in tegenstelling tot de principes van ons geloof. De kerk heeft volledige macht om te handelen tegen degene die in open zonde leven, maar wanneer je verder gaat dan dat, dan neem je een verantwoordelijkheid op je die ‘God niet heeft overgedragen in de handen van enig man.” {1SC13:6.11}

“Zuster Johnson, werd de gelegenheid gegeven te spreken en zei: ‘De HStaf boodschap heeft mijn geloof in de Bijbel en de Getuigenissen versterkt, en als het dat heeft gedaan, kan ik niet zien hoe het mij kan schaden.” {1SC13:7.1}

“Zonder verdere opmerkingen werden de stemmen genomen, en van de dertien aanwezige leden, behalve onszelf, stemden ze om ons als leden af te schrijven terwijl de zeven anderen helemaal niet stemden. {1SC13:7.2}

“Door deze uitputtende beproeving heen, werden wij speciale genade van onze Heer Jezus gegeven, en onze harten gingen uit in liefde voor onze geliefde broeders en zusters, die deze uitbanningen tegen gelovigen van de HStaf boodschap uitbrengen, en tegelijkertijd als leden behouden die in tegenstelling leven tot de fundamentele principes van ons geloof. Wij kunnen slechts het gebed vanuit het hart offeren: ‘Vader vergeef hen want zij weten niet wat zij doen.”’ {1SC13:7.3}

Deze ervaring van Broeder en Zuster Johnson leidt ons om wederom te verkondigen: “Oh consequentheid, je bent inderdaad een sieraad.” {1SC13:7.4}

In het voordeel van hen die deelnemen aan deze onheilige feesten en in contact komen met dit kleine blad citeren wij de volgende bemoediging die bewijst dat door hun handelingen, zij een gelijkenis maken van de pauselijke tirannie (een beeld van het beest), waarvan het werk behoord aan het twee-hoornig beest van Openb. 13:11-18 en niet aan de Z.D.A. bediening. {1SC13:7.5}

“Om diegene te bestraffen die verondersteld werden kwaad doeners te zijn, heeft de kerk de burgerlijke macht in de hand genomen. Zij die verschilden van de gevestigde leerstellingen werden in de gevangenis gegooid, gemarteld en gedood, door de beschuldiging van mensen die beleden e handen onder de heiliging van Christus. Maar het is de geest van Satan, niet de Geest van Christus die zulke handelingen inspireert. Dit is Satans eigen methode om de wereld onder zijn heerschappij te brengen. God wordt door de kerk, door deze wijze van handelen met hen die verondersteld worden ketters te zijn, verkeerd voorgesteld. {1SC13:7.6}

———————————————————————————-

ROMEINEN 8: 38,39 VERVULLEND

“Ik ben zo dankbaar dat de boodschap mij heeft gevonden en ik geloof het helemaal, en niets dan de dood kan mij weerhouden van het door te geven aan anderen. De broeders en zusters voeden de kerk met kaf, en vele mensen zijn tevreden ermee, en het schijnt zo moeilijk om hen op te wekken tot de kennis van deze prachtige waarheid en van hun ware toestand. {1SC13:7.7}

“De boodschap zal hen op wekken als wij om de predikanten heen kunnen die gestationeerd zijn als wachters bij de poorten, om het licht van het volk te weerhouden, in plaats van luidkeels te roepen tegen de gruwelen! Moge God hen genadig zijn.” {1SC13:7.8}

Mw. M. Lansdown

Mt. Royal, New Jersey.

————————————————

HEEFT DE DEUR DER HOPE GEVONDEN

Een broeder van lange achting drukte recentelijk zijn diepe waardering uit voor het licht welke toe hem was gekomen, door studie en observatie van de boodschap van tegenwoordige waarheid gevonden in de HStaf series, boeken en traktaten. Om de eigen uitdrukkingen van deze broeder te gebruiken, in een brief aan een van de werkers citeren wij: “Het is een grote voldoening, een groot voorrecht , ja , vreugde voor mij om mijn gezichtspunten en mening uit te drukken over deze boodschap van tegenwoordige waarheid, niet alleen aan u, maar ook aan de kleine kudde, dat samen vergaderd iedere Sabbat middag in Los Angeles. {1SC13:7.9}

“De afgelopen zes maanden, heb ik slechts heel weinig van deze diensten gemist, en op geen enkele moment, was een van hen een teleurstelling voor mij. Waarlijk wij leven in een tijd van groot licht voor hen die naar licht zoeken. Als ik van dag tot dag, kennis neem en mediteer op deze goddelijke voorspellingen en openbaringen, overtuigd het mij dat de boodschap van de Heer is. Het is deze boodschap dat mij de ontbrekende schakel heeft gegeven tot vele van de profetieën, en hoe meer ik ze onderzoek, hoe meer ik zie hoe het zo keurig past in de keten van evangelie waarheid. {1SC13:7.10}

“Vele jaren was ik bezig te kijken en mij af te vragen wat ons als Z.D.A. zou overkomen, zo verstoken van de Geest van God, waarvan alles opgesomd is in de geschriften van de profeten. Vele malen heb ik Z.D.A. mensen zichzelf horen uitdrukken en zeggen: “Oh, als ik leefde in de dagen van Mozes, Daniel en Elia of Paulus, zou ik zeker een van hun volgelingen zijn geweest.’ Terwijl  deze zelfde mensen geleefd hebben in een tijd van de grootste boodschap die de wereld ooit heeft gezien, en het gaat mij echt niet te ver om te zeggen een boodschap groter dan al de boodschappen tezamen gezet, en toch zijn wij blind ervoor geweest. {1SC13:7.11}

“Maar wat nog erger is, is dat onze broeders die de leiding hebben, vastbesloten zijn het licht terug te slaan , terwijl zij in het duister tasten en alles eraan doen om de waarheid weg te houden van het volk. {1SC13:8.1}

“Bij het schrijven van deze opmerkingen ten slotte, het lijkt mij dat Paulus zijn ogen gericht was op dit kleine gezelschap, dat de HStaf boodschap presenteert, toen hij zei: “ Werp dat uw vrijmoedigheid niet weg, welke een grote vergelding des loons heeft…want nog een zeer weinig tijds en Hij Die te komen staat, zal komen en niet vertoeven.’ (Heb. 10:30) ERRATA moet zijn 35,37{1SC13:8.2}

“Ik ben ontzettend dankbaar voor de geliefde zuster die mijn aandacht voor deze boodschap van tegenwoordige waarheid riep. Moge deze weinige regels ieder en elk van u een bemoediging geven. Mijn meditatie en smeekbede is ten behoeve van deze “Slot Waarschuwing.” {1SC13:8.3}

Uw oprechte vriend en broeder

L.W. S.

———————————–

UITGEWORPEN MAAR NIET NEERGEWORPEN

“‘Evenals in de dagen, toen gij uittoogt uit het land Egypte, zal Ik hem wonderen doen zien.”’ (Mic. 7:15) De prachtige overwinningen vastgelegd in het boek van Jozua zullen heel gauw de onze zijn, als wij trouw zijn. Prijs de Heer voor de goede verslagen in de April ‘Code.’ Sommige van ons die uitgeworpen zijn, kunnen in de vertrouwen de volgende kostbare belofte claimen: ‘Of hij ontvangt honderdvoudig terug; nu in deze tijd, huizen en broeders en zusters…. En akkers met vervolgingen.’ (Marc. 10:30) Ongetwijfeld, als het werd voortgaat in het ‘kamp,’ zullen sommige van de ervaringen van Nehemiah de bouwers overkomen. Maar de Heer zal wijsheid geven, nu zoals Hij dat toen deed.’ {1SC13:8.4}

(Getekend) Earl Butterfield

Reedsport, Ore.

————————————–

 

ZIJN WIJ BETER DAN ONZE TYPES?

De aandacht van de wereld is lang geroepen tot de principes van godsdienstvrijheid, verkondigd door de Schrijver van Christelijkheid, en ingelijfd in de artikelen van onze Federale overheid, en die op haar beurt  een deel werd van de Amerikaanse Grondwet, maar een nieuwe dag schijnt te zijn aangebroken, en men wordt geleid zich af te vragen, of wij deze prachtige principes van vrijheid zullen behouden, die ons gegeven zijn als een erfenis van de pioniers van de Advent boodschap, of zullen wij zoals de joden vanouds, iedere boodschap die God mag verkiezen naar ons te sturen verwerpen, en diegene die durven het te accepteren, vervolgen? {1SC13:8.5}

Wij zijn net beëindigd met het lezen van een artikel, gepubliceerd in een van de officiële organen van onze kerk (Z.D.A.), die zacht uitgedrukt, sommige van de meest venijnige uitspraken bevat, die wij in vele dagen hebben gezien. Het vrije gebruik van onwaardige uitingen, schijnt gerechtvaardigd te zijn door de schrijvers ervan, omdat er een groep mannen en vrouwen, verblijft in zijn gebied, die de fundamentele leerstellingen van de Z.D.A. kerk gevolgd hebben, door een persoonlijk onderzoek te maken van de HStaf boodschap, en nu insinueert deze ouderling, dat het “Staatsgesticht,” zulke mensen moet behuizen, en gaat verder door hen als “onstabiel,” en “aasgieren en buizerds,” en “huichelaars,” te verklaren, zijn haat kenbaar makend voor zijn eigen broeders en zusters, die durven voor zichzelf te denken. {1SC13:8.6}

Geen wonder dat Zr. White ons lang geleden verteld dat wij de geschiedenis van oud Israël herhalen en dat wij “veel erger dan hen,” hebben gedaan.” “Testimonies for the church.” Vol. 1, p. 129. {1SC13:8.7}

Sprekend over de “grote zonde,” van onze types, zegt de Geest der Profetie: “De grote zonde van de Joden was het negeren en verwerpen van gegeven gelegenheden. Als Jezus de toestand van Zijn belijdende volgers heden ten dage bekijkt, ziet hij gefundeerde ondankbaarheid, lege vormendienst, huichelachtige onoprechtheid, Farizeïsche trots en afvalligheid.” “Testimonies for the Church/Getuigenissen voor de Kerk Deel 5, p. 72. {1SC13:8.8}

Aangezien deze woorden van verwijt tegen de predikanten zijn, toont het duidelijk de ergste vorm van afvalligheid, die zal oprijzen binnen de kerk en dat niet te midden van de leken, maar door de leiding. {1SC13:8.9}

Dat wij als volk verder onze aanlegplaatsen kwijt zijn, wordt getoond door de volgende woorden: “Wij zijn afgedwaald van de oude landpalen.” Wederom: “De kerk heeft zich gekeerd van het volgen van Christus haar Leider, en is gestaag richting Egypte aan het terugkeren.” – “Testimonies for the Church; Vol 5. pp. 137, 217. {1SC13:9.1}

Het is erg genoeg om schuldig bevonden te worden aan achteruitgang en afvalligheid, maar hoeveel erger is het, wanneer de kerk in haar ‘trieste misleiding,’ zich keert tegen diegene die weigeren de zonden van het moderne Israël goed te keuren, en tracht hun de God gegeven vrijheid te ontkennen, geschonken door de vaderlijke grondleggers van onze gouvernement en aangehangen door de pioniers van deze “Grote Tweede Advent beweging.” {1SC13:9.2}

Is het niet de hoogste tijd om “luidkeels te roepen, en niet te sparen?” {1SC13:9.3}

Moge God ons helpen, die belijden een hervormingsboodschap tot Gods kerk te dragen, om altijd deze prachtige principes van godsdienstvrijheid in onze harten te houden, en niet de fouten van de Joden te herhalen, de Romeinen en van onze eigen broeders en zusters heden ten dage, en tonen door grondregel en voorbeeld, dat wij niet alleen de Gouden Regel onderwijzen, maar ook in praktijk brengen. {1SC13:9.4}

—————————

VRAGEN

Vraag: “Als de verzegelende boodschap van de 144.000 sinds 1929 wordt verkondigd, worden ze nu verzegeld of wordt dat werk later gedaan? Bovendien, als niemand het zegel kan ontvangen zolang hij nog aan het zondigen is, en als sommigen nu al verzegeld worden, zondigen zij dan niet meer?” {1SC13:9.5}

Antw.: Als de verzegeling niet nu gaande is, dan zou de verzegelende boodschap, die wij sinds 1929 dragen, geen tegenwoordige waarheid meer zijn dan de verkondiging van het oordeel van de doden zou zijn vanaf 1844, als de doden niet geoordeeld waren tijdens dezelfde tijdsperiode. Vandaar dat het vaststaat, dat de boodschap en de verzegeling hand in hand gaan evenals de naald en het garen samen reizen totdat de zoom is afgemaakt. {1SC13:9.6}

De Heer draagt de engel met de schrijversinktkoker op om te gaan en, “een merkteken te plaatsen op de voorhoofden van de mannen die zuchten en weeklagen voor al de gruwelen die gedaan worden in haar midden,”—in de kerk—zo dat wanneer de mannen met de slacht wapens beginnen te slachten, zij voorbij gaan aan diegene die het teken hebben. Om te zuchten en weeklagen over de gruwelen is een teken van hervorming, en aangezien hervorming, nooit plaats vind zonder een openbaring van enige nieuwe waarheid, is het duidelijk dat de boodschap gebracht moet worden onder een ieders aandacht, en als de individu niet hervormt, op het moment dat hij overtuigd is van de waarheid, zal hij het later ook niet doen. Vandaar dat als de verzegelende boodschap zijn weg baant door de kerk, zij die ontwaken en hervormen (zuchten) en trachten anderen te verlichten door het licht dat op hen schijnt (weeklagen), hij het zegel ontvangt. {1SC13:9.7}

Zegt de Heere: “Als ik tot de goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven!, en gij spreekt niet om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van u hand eisen.” {1SC13:9.8}

Vandaar dat als zo een persoon niet kan leven zonder nu te zondigen, zal hij dat later ook niet doen, en aangezien hij God niet kan misleiden, wordt hij zonder het zegel gelaten, hoewel hij de waarheid in de boodschap mag bevestigen. Een ware Christen, schept nooit op over het hebben verkregen van volmaaktheid, maar zal eerder met de profeet verkondigen: “Wee mij,” want ik verga! Dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden van een volks dat onrein van lippen is, want mijn ogen hebben den Koning, den Heere der heirscharen gezien. (Jes. 6:5) {1SC13:9.9}

Als er enige zonde gepleegd wordt door zo iemand, zal het geen bekende of moedwillige zonde zijn. “Wie dan weet goed te doen, en niet doet, dien is het zonde” (Jak. 4: 17) en niet voor de ander. Derhalve, hij die voor zichzelf gebruik maakt van iedere gelegenheid die hem toekomt, om de waarheid te kennen en ijverig alles doet wat hij weet, het wordt “hem tot gerechtigheid gerekend,” (Rom. 4:3)—levend zonder zonde. {1SC13:9.10}

Vraag: “Is het waar dat het zegel geplaatst wordt op de heiligen, terwijl het onderhouden van de Zondag en de aanbidding van het beeld van het beest aan ons wordt opgedrongen? {1SC13:9.11}                                  ”

Antw.: “Ja, maar laat ons onthouden dat de verzegeling in twee delen is. Dat van de 144.000, de eerste vruchten en dat van de grote schare, de tweede vruchten. De 144.000 zijnde verzegeld voor de aanbidding van het beeld van het beest aan ons wordt opgedrongen, maakt dat het zegel van God op de tweede vruchten wordt geplaatst terwijl het onderhouden van de zondag en de aanbidding van het beeld van het beest wordt bekrachtigd. {1SC13:9.12}

Vraag: “Daar “Lessen uit het leven van Alledag/ Christ Object lessons, p. 122 zegt: “Wanneer de missie van het evangelie is voleindigd, zal het oordeel, het werk van scheiding tot stand brengen,” komt de scheiding niet na de afsluiting van de genadetijd, en als dat zo is, welk oordeel is het na de afsluiting van de genadetijd, .dat de scheiding zal doen? {1SC13:9.13}

Antw.: Daar er geen oordeel in gang zal zijn, tussen de afsluiting van de genadetijd en de tweede komst van Christus of de aanvang van de duizend jaren, volgt het dat zowel  de voleinding van het evangelie en de voleinding van het oordeel evenals het werk van de scheiding, plaats vinden voor de afsluiting van de genadetijd, voor iedere persoon. Dienovereenkomstig, daar het evangelie aan iedere ziel wordt gepresenteerd, en op die bepalende tijd, wordt zijn persoonlijke genadetijd gesloten, zijn zaak wordt gevolgd door het oordeel van de levenden, hetgeen het werk van de scheiding doet. Het kan voorgesteld worden door een oogstmachine, die tegelijkertijd snijd en dorst, het kaf, onkruid en hooi van het graan scheidt. Laat de snijder het prediken van het evangelie voorstellen, en de dorser het werk van het oordeel. Aldus, hoewel de een aan de ander vooraf gaat, werken zij beiden hand in hand en wanneer de een is afgerond is de ander dat ook. Vandaar dat het wordt gezegd: “Wanneer de missie van het evangelie is voleindigd, zal het oordeel het werk van scheiding tot stand hebben gebracht.” Hoewel het ene werk het andere opvolgde, vonden zij in dezelfde tijdsperiode plaats. {1SC13:10.1}

Vraag: “Leg Matt. 24: 15,16 uit. ‘Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniel, den profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop). Dat alsdan, die in Judea zijn vlieden op de bergen.’ Verwijst dit Schriftgedeelte niet naar de verwoesting van het oude Jeruzalem in de Christelijke eeuw?” {1SC13:10.2}

Antw.: Om het betreffende Schriftgedeelte te verhelderen, is het noodzakelijk de verzen eraan voorafgaand en de verzen die volgen te bestuderen. Het wordt algemeen begrepen dat dit Schriftgedeelte een profetie was van de verwoesting van Jeruzalem in de Christelijke eeuw. Desalniettemin, zal een nauwkeurige studie van hetzelfde bewijzen dat in die tijd dit Schriftgedeelte slechts een gedeeltelijke vervulling heeft bereikt, net zoals Joel 2: 28-31 op de Pinksterdag dat deed. Zie Handelingen 2: 16-21. {1SC13:10.3}

Wij vragen de aandacht voor het feit dat Christus gevraagd was, uitleg te geven betreffende Zijn opmerking toen Hij zei: “Er zal niet een steen op den andere steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden,” (Matt. 24:2) toen zeiden zij: “Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn en welk zal het teken zijn van Uw komst en van de voleinding der wereld?” Toen toonde Jezus aan dat al deze gebeurtenissen, vooraf zullen gaan door bepaalde tekens en dat Zijn volgelingen, aldus de tijd zouden bemerken en aan de vernietiging ontkomen van elke betreffende gebeurtenis, in de span des tijds vanaf de verwoesting van Jeruzalem tot aan de tweede komst van Christus—het einde van de wereld. {1SC13:10.4}

In deze lange tijdsperiode waren er veel dingen die moesten uitkomen ter vervulling van profetie en de tekenen moesten Zijn volgelingen waarschuwen, maar de meest opmerkelijke gebeurtenissen, waren de verwoesting van Jeruzalem, de val van de Christelijke kerk onder heerschappij van de pausen, de grote verdrukking tijdens de 1260 jaren van pauselijke heerschappij, Zijn komst en het einde van de wereld. {1SC13:10.5}

Laat ons, ons nu concentreren en onverdeelde aandacht schenken aan de woorden van de Meester: “Want dan [wanneer de gruwel der verwoesting, waarvan Daniel de profeet gesproken heeft, komt, sta in de heilige plaats’ en wanneer ze ‘vlieden in de bergen’] zal de grote verdrukking zijn zoals niet is geweest van het begin van de wereld tot nu toe en ook niet zijn zal.” (Matt. 24:21) {1SC13:10.6}

Het zal opgemerkt worden, dat de “verdrukking,” die Christus noemt in dit Schriftgedeelte, over Zijn volgelingen zou komen en niet over de Joden, die Hem verwierpen, want Hij zegt: “En zo die dagen niet verkort werken, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil zulle die dagen verkort worden.” Dat wil zeggen, als de “verdrukking,” waarvan hier gesproken was, de vernietiging van de Joden was, dan zouden de dagen van hun vernietiging en van de stad verkort worden, en sommige van de uitverkorenen van de goddeloze Joden binnen de stad, zouden ‘gered’ moeten zijn, hetgeen echter tegenstrijdig is aan de historische feiten, en aan de gedachten die de woorden van de Meester bevatten. Vandaar dat, aangezien de “verdrukking,” niet de verwoesting van de stad of de slachting van de Joden is, maar eerder de vervolging van de pausen tegen de heiligen in de 1260 jarige periode, en aangezien, de dagen van de vernietiging van de Joden, niet verkort waren, het vanzelfsprekend is dat Jezus rechtstreeks en op profetische wijze Zijn volgelingen vooraf aan het waarschuwen was, die zouden vallen onder de vervolging in die tijd dat de pausen de waarheid van God (Dan. 8:12) aan een kant zouden zetten, en in de plaats daarvan de gruwel zetten; dat is het heidens systeem van aanbidding in de “heilige plaats,”—de kerk. Voor verdere studie over dit onderwerp, zie: “De Herdersstaf,” Deel 2, pp. 126-147. {1SC13:10.7}

Vandaar dat Matt. 24:15 voornamelijk waardevolle instructies bevat voor de discipelen van de vroeg Christelijke kerk, maar het vind haar volmaakte vervulling met de totstandkoming van het pausdom. Bovendien als de Z.D.A. toegeeft, dat de “grote verdrukking,” de vervolging van de Christenen is in de dagen van de pausen, en dat de verkorting van de “dagen,” de beëindiging van het martelaarschap was voordat de periode van 1260 jaar eindigde in 1798, volgt het dat de “gruwel van verwoesting” niet volledig toegepast kan worden aan iets in de tijd dat Jeruzalem viel, want de taal van Jezus bewijst, dat de “gruwel der verwoesting,” de oorzaak was van de grote verdrukking, en niet van de vernietiging van Jeruzalem. Met andere woorden, als het vluchten naar de bergen het vluchten is uit Jeruzalem, en van haar verwoesting, dan zou de grote “verdrukking,” de slachting van de Joden moeten zijn; en de verkorting van de “dagen,” een snelle ontbinding van de stad, zodat de Christenen kort daarop konden terugkeren, en ieder Bijbelstudent weet dat dit niet het geval was. {1SC13:10.8}

Dientengevolge, is het Schriftgedeelte zo verwoord, om een waarschuwing te behelzen voor die discipelen die toen in Jeruzalem waren, hoewel de waarschuwing direct gemaakt is voor diegene die naar de bergen zouden vluchten van de heerschappij van de pausen. {1SC13:11.1}

Vraag:  “Worden wij toegelaten in de Z.D.A. kerklidmaatschap, vanwege onze vorige doop door de Baptisten kerk, wij wensen te weten of het voor ons nodig is om herdoopt te worden.” {1SC13:11.2}

Antw.: De Heilige Geschriften onderwijzen een noodzaak voor slechts een doop. Efez. 4:5. Daar u de Baptisten kerk heeft verlaten en u verenigd heeft met de Z.D.A., om geen enkele andere reden dan te wandelen in een ‘helderder licht van het Woord, is er geen noodzaak voor herdoop. Om nu herdoopt te worden, zou u symbolisch belijden dat voorafgaand aan de tijd dat u zich met de Z.D.A. kerk had verenigd, u tegenovergesteld ging aan  het licht dat u heeft gehad en nu terugkeert om erin te lopen. {1SC13:11.3}

Met andere woorden, stel dat u gedoopt was door een van de apostelen en ontvangen werd in hun gemeenschap en leefde tot aan de tegenwoordige tijd, dan zou u zich voegen aan iedere hervormingsbeweging, zoals die van tijd tot tijd opkwamen, als u in het licht van de Heer wandelde. Als u godsdienstige overtuigingen en het Woord van God, u aldus geleid zouden hebben, van de ene beweging naar de andere en als er dan niet van u geëist werd om iedere keer als u meer licht omarmde, herdoopt te worden, zou dat ook nu niet van u geëist worden. {1SC13:11.4}

———————–

BELANGRIJK

Wanneer u verhuist, stel ons en uw postkantoor alstublieft op  de hoogte, van uw nieuw adres om extra verzendkosten, verlies van post, en vertraging  van uw tijdschriften te voorkomen. {1SC13:11.5}

Allen die Deel 1 en 2 van de “Herdersstaf,” hebben ontvangen, vraag alstublieft stickers aan met het nieuwe adres om over het oude te plaatsen, om zo iedere mogelijke verwarring in de toekomst te voorkomen. {1SC13:11.6}

Adresseer alle nieuwe leden nu naar onze nieuwe locatie onder de hoede van de Universale Publishing Ass., Mt. Carmel Center, Waco Texas. {1SC13:11.7}

Denk aan onze verenigd gebed op Vrijdag avond (5. Uur ’s middags Pacific Standaard Tijd; 6 uur ’s middags Mountain Standaard Tijd; 7 uur ’s avonds Central Standaard Tijd; 8 uur ’s avonds Oostelijke Standaard Tijd) ten behoeven van onze broeders die in duisternis zijn met betrekking tot tegenwoordige waarheid. {1SC13:11.8}

Iedere Z.D.A. die de ‘Symbolische Code,’ regelmatig gratis, naar hem toegezonden,  wenst te hebben, vul alstublieft het volgende formulier in.

________________________________ SCHEUR HIER AF_______________________________

{1SC13:11.9}

Plaats alstublieft, mijn naam op u regelmatige postlijst, voor uw maandelijks blad: ‘De Symbolische Code.’

Naam____________________________ Straat__________________________________________

Postbus nr.

Stad_________________________________________________Staat_______________________

{1SC13:11.10}

 

De Universele Uitgevers Associatie

Afdeling Symbolische Code

Mt. Carmel Center  Waco Texas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code 

Nieuws Artikel 

Deel Een

                                                                                           NRS. 11&12

mei—juni 1935 

Waco, Texas 

TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap

 

De verhuizing van ons hoofdkwartier naar de nieuwe locatie, heeft het noodzakelijk gemaakt om het nummer van mei en juni, van de “Symbolische Code,”samen te voegen tot één uitgave. {1SC11-12:1.1}                                   

——————————— 

VERHUIST NAAR “MOUNT CARMEL CENTER” 

WACO, TEXAS 

Hoewel het eerst gedacht werd dat het kantoor, een maand of twee langer, op haar originele locatie zou blijven, riepen de omstandigheden op haar meteen te verhuizen, en het is met lofprijzing dat wij deze blijde aankondiging maken van ons aankomst op de locatie van het nieuwe hoofdkwartier, en wij zijn er van verzekerd, dat allen die in het licht van tegenwoordige waarheid staan, samen met de pioniers van deze centrale locatie van ons toekomstig werk ten behoeve van onze Z.D.A. broeders en zusters, hun stemmen zullen opheffen in dankzegging tot onze hemelse Vader. {1SC11-12:1.2}                                   

In een van onze bestuursvergaderingen in Los Angeles, werd een oproep gedaan voor vrijwilligers, die het deel van Caleb en Jozua wilden spelen, zeggende: “Wij zijn wel in staat dit land in te nemen.” Nadat vrij transport naar Mt. Carmel was beloofd, zichzelf onderdak verschaffend, en voor niets werken, op de aangewezen dag, 19 mei, zouden wij elkaar ontmoeten in San Diego, California, en tot onze verbazing, ontdekten wij dat er 12 in het gezelschap waren, die 7 families vertegenwoordigden, hetgeen, zoals gewoonlijk, aantoonde dat de hand van God in werking was, op dezelfde wijze als toen Hij de twaalf patriarchen koos, de twaalf stammen van vleselijk Israel, de twaalf verspieders van het land, de twaalf apostelen en de twaalf stammen van geestelijk Israel, twaalf duizend uit iedere stam; namelijk de 144.000. {1SC11-12:1.3}                                   

Het is duidelijk te zien waarom God, in ieder voorval twaalf koos:– De twaalf patriarchen waren de vaderen van de grondleggers van de twaalf stammen; de twaalf stammen waren de grondleggers van de twee koninkrijken (Juda en Israel): de twaalf verspieders vertegenwoordigden alle twaalf stammen; de twaalf apostelen richten de Christelijke kerk op; en de 144.000 (12.000 uit iedere stam) zullen de kerk tot stand brengen, dat overgezet zal worden, welk feit aantoont, dat het getal “twaalf,” in iedere instantie het fundament aankondigt van geestelijk bestuur. Vandaar dat “de muur van de stad 12 fundamenten had, en in hen de namen van de twaalf apostelen van het Lam.” (Openb. 21: 14) {1SC11-12:1.4}                                   

Ons gezelschap bestaande uit 12 leden, geeft aan dat het een voorstelling moet zijn van het fundament van dit centrale locatie van het hoofdkwartier, van het laatste en eeuwige geestelijk gouvernement. En aangezien het getal “zeven,” volledigheid aangeeft, zijn de zeven families een representatie van al de families die het eeuwige koninkrijk van Christus zullen opmaken. Vandaar, dat wij de hand van God zelf nu, op dezelfde mysterieuze in werking zien. {1SC11-12:1.5}                                   

Onze aandacht wordt geroepen naar Lukas 14: 17-24: “En zond Zijn dienstknecht uit ten ure des avondmaals, om den genoden te zeggen: Komt, want alle dingen zijn nu gereed. En zij begonnen allen zich eendrachtelijk te ontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een akker gekocht, en het is nodig, dat ik uitga, en hem bezie: Ik bid u, houd mij voor verontschuldigd. En een ander zeide: Ik heb vijf juk ossen gekocht, en ik ga heen, om die te beproeven; Ik bid u, houd mij voor verontschuldigd. En ene ander zeide: Ik heb een vrouw getrouwd, en daarom kan ik niet komen. En dezelve dienstknecht wedergekomen zijnde, boodschapte deze dingen zijn heer. Toen werd de heer des huizes toornig, en zeide tot zijn dienstknecht: Ga haastiglijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen, en verminkten, en kreupelen en blinden hier in. En de dienstknecht zeide: Heere, het is geschied, gelijk gij bevolen hebt, en nog is er plaats. En de heer zeide tot den dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde; Wan ik zeg ulieden, dat niemand van die mannen, die genood waren, Mijn avondmaal smaken zal.” {1SC11-12:1.6}                                   

De bovenstaande gelijkenis moet haar vervulling vinden aan het einde van de wereld, vanwege het feit dat de oproep kwam tegen het “avondeten,” en vlak voor de bruiloft van de zoon van de koning (Matt. 22:2) wanneer het waarlijk gezegd kan worden dat “alle dingen gereed zijn,” dat is tegen de tijd dat Christus gekroond zal worden als Koning der Koningen, hetgeen plaats zal  inden aan het einde van de genadetijd. Zie De Grote Strijd, p. 428, par. 1. {1SC11-12:1.7}                                   

Merk op dat de oproep eerst kwam tot diegenen die welbekend waren en het wel hadden—de vooraanstaanden in de stad—want een had “een stuk land gekocht; een ander “vijf juk ossen,”en de ander had “een echtgenote getrouwd.” Het feit dat de dienstknecht werd gestuurd om hen die reeds eerder waren uitgenodigd, opnieuw uit te nodigen, bewijst dat de oproep van dit gelijkenis, niet komt tot een volk dat niet van Christus en Zijn bruiloft weet, maar tot Zijn kerk. Het bewijst ook dat ze geloofden, want ze redetwisten niet over de feiten met betrekking tot de bruiloft, maar verontschuldigden zich, omdat ze meer geïnteresseerd waren in de dingen van de wereld dan in het koninkrijk van Christus. Vandaar dat diegene, die “zich allen eendrachtelijk begonnen te ontschuldigen,” een groep in de kerkleden moet voorstellen en degene die de laatste boodschap in een “droevige misleiding,” vond (Testimonies for the Church, Vol 3. pp 252-3), toch gelovend dat ze gereed waren de Koning der Koningen en Heer der Heren te ontmoeten. Vandaar dat deze oproep, niet de boodschap van 1844 voorstelt, toen alle dingen gereed begonnen te zijn, maar eerder op een later tijdstip, toen alles dingen gereed waren. {1SC11-12:2.1}                                   

Het gelijkenis toont, dat toen de groep die de boodschap bereikte, zichzelf eerst begon te verontschuldigen, en aangezien de “Heer van het huis toornig werd en zei… Geen van die mannen die uitgenodigd waren zullen Mijn avondmaal smaken,” toont aan, dat hun genadetijd sloot toen ze de oproep weigerden, en dat het moest zijn voor de uiteindelijke afsluiting van de genadetijd, want nadat ze zichzelf verontschuldigden, werden anderen uitgenodigd van de “stad,”en ook van de “heggen en wegen,” en toen het huis “vol was met gasten,” en voordat de bruiloft plaats vond, sloot de genadetijd voor allen die niet reageerden op de oproep. Vandaar twee opeenvolgende afsluitingen van genadetijd. {1SC11-12:2.2}                                    

Nadat de meer prominenten in de “stad,” (kerk), die in de voorhoede staan en natuurlijkerwijs makkelijker te bereiken zijn door de boodschap, de oproep verworpen hebben, “toen” zei “de Heer des huizes, omdat Hij toornig was, aan de dienstknecht: Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier,” dat is, zij die vaak door de voornaamsten van de kerk als het samenraapsel van de “straten en de wijken,”worden beschouwd, waarvan de kerk in haar Laodiceaanse toestand geen grote behoefte aan heeft in haar midden. {1SC11-12:2.3}                                   

Hoewel diegene die de boodschap eerst bereikte zichzelf verontschuldigden, beantwoordde de latere groep (de leken) wel aan de oproep, en zoals de dienstknecht zei: Heere het is geschied, gelijk gij bevolen hebt, en nog is er plaats,” toont aan dat nadat de boodschap eerst aan de kerk zal worden gebracht, en een groep gasten zal verzamelen, het dan moet gaan naar de “heggen en wegen,”—de wereld of buiten de kerk—en een tweede groep brengen. De 144.000 zijnde de “eerste vruchten,” (Openb. 14:4), bewijst het dat diegene die komen van de “heggen en wegen,”de tweede vruchten van Openb. 7:9 zijn. {1SC11-12:2.4}                                   

Ter vervulling van dit gelijkenis, werd het onder ons bestuurlijk getal, die California verlieten op 19 mei en aankwamen op de 24ste bij de nieuwe locatie, dat we niet alleen arm waren, maar ook vreselijk kreupel. Vier van ons konden slechts een hand gebruiken—twee met permanente blessure—naast andere misvormingen en ellende over de gehele karavaan. Toch heeft ons geloof nooit gefaald, want we vertrouwen constant in Die Ene die, “het bestuur in Zijn eigen handen neemt.”—“Testimonies for the Church.”p. 80. Vandaar dat het is gezegd: “Wie veracht de dag der kleine dingen?” (Zach. 4: 10) {1SC11-12:2.5}                                   

Wij betreuren het dat onze broeders en zusters die de leiding hebben, die het eerst de oproep hebben ontvangen eendrachtelijk zichzelf hebben verontschuldigt, maar wij hopen dat sommigen zich toch zullen aansluiten met diegene van de “straten” en de “wijken.” {1SC11-12:2.6}                                   

Drie auto’s en twee zelfgemaakte trailers, maakten deel uit van de karavaan—1924 Durant, 1926 Chevrolet en 1932 Ford. De eerste twee waren in slechte toestand om gerepareerd te worden, en daar wij slechts in staat waren maar 100 mijl de eerste 8 uren te maken, leek het onmogelijk de reis te maken, maar Die Ene die “zich over de kudden ontfermd,”(Testimonie to Ministers, p. 300) en Die noch sluimert noch slaapt (Ps. 121:4) leidde ons veilig zonder enig probleem, met uitzondering van twee of drie kleine reparaties en drie platte banden aan een van de zestien banden die de karavaan droeg. {1SC11-12:2.7}                                   

In Zijn betekenisvol getal, zeven dagen, bijna op het uur, kwamen wij precies op de plaats aan, waar wij met de hulp van de Heer nu trachten het “kamp,” van Ezechiël 4:2 op te zetten, waar vandaan de last van het werk, gedragen moet worden voor de kerk in de gehele wereld, zoals uitgelegd in de “Code,” van april. Het was op deze heilige plek, dat we onze middageten aten ongeveer 13.00 vrijdag middag, God prijzend voor Zijn tedere zorg over de groep tijdens de gehele reis. {1SC11-12:2.8}                                   

Er was een ingezegende predikant in het gezelschap, ook een die nooit het Adventistisch geloof heeft beleden, maar geloofd dat wij een boodschap hebben, hetgeen symbolisch bewijst dat niet alleen de armen, en de zieken van de “straten en wijken,” vertegenwoordigd zijn in het gezelschap van twaalf, maar de predikanten ook, en ook de heiden van de “heggen en wegen.” Dus danken wij de Heer wederom, dat door een betekenisvolle onderwerpsles in de grondleggers van “Mt. Carmel Center,” Hij Zijn wensen uitdrukt om de leken evenals de predikanten en de heiden die beantwoord aan de elfde uur oproep, wil redden, die vanuit deze centrale locatie zal worden geluid. {1SC11-12:2.9}                                   

We vragen de gebeden van Gods trouwe volk, dat wij niets mogen doen, wat Hem zou onteren, Zijn werk zou vertragen, of ervoor zorgen dat wie dan ook struikelt. Mogen wij allemaal trouw zijn in dit heilige dat ons toevertrouwd is, dat aan ons is toegewijd, en “Mt. Carmel Center,” zo een heilige plaats houden, als toen de berg Sinaï schudde vanwege de aanwezigheid van de Heer, en zoals het was bewezen van het oude Mt Carmel, dat de Heer, God was en niet Baal, en zoals toen de Heer, Israel ontdeed van al de valse profeten (leraren), moge Hij nu door “Mt. Carmel Center,” veel meer doen en nog meer, omdat de Heer wil dat deze plaats een toevluchtsoord voor allen moet zijn die zich niet “verontschuldigen,”—voor de “arme, de verminkte, de kreupele en de blinde” van de “stad,”en van de “straten en wijken,” die hun behoefte voor Hem voelen. {1SC11-12:3.1}                                   

De namen dan de leden die deel uitmakten van het gezelschap van twaalf zijn als volgt:  

Ouderling E. T. Wilson 

Zr. F. en Mr. C.E. Charboneau 

Zr. S Hermanson 

Mej. Florence Hermanson 

Oliver Hermanson 

Br. en Zr. J. Berolinger 

Naoma Deeter 

Br. John Knippel. Sr. 

Br. V. T. Houteff 

{1SC11-12:3.2}                                   

 

LICHT ZOEKEN VAN OPENBARING ACHTTIEN 

Een zuster van Shreveport, Ls. stelt dat : “Meer dan zevenentwintig jaren was ik een trouwe Zevende Dag Adventist, opgevoed in de scholen van dit kerkgenootschap en altijd een toegewijde liefhebber van de waarheden van dit volk. {1SC11-12:3.3}                                   

“Zes jaren geleden wijdde ik mijzelf opnieuw, onder de Geest van God, om het als nooit tevoren uit te leven. Toen werden mijn ogen geopend, en begon ik het licht te zien. Vanaf toen heb ik de meest ernstige vervolging geleden door mijn broeders en zusters, en als gevolg daarvan zijn mijn zoon en ik gestopt om naar de kerk te gaan, maar nog steeds toegewijd de Sabbat houdend, en familiegebed onderhoudend en andere aanbiddingen{1SC11-12:3.4}                                   

“Zevenentwintig jaar lang, heb ik diensten bijgewoond, kampbijeenkomsten en de literatuur van het kerkgenootschap gelezen. Niet een titel van nieuw licht heb ik in deze bijeenkomsten gehoord. Dezelfde preken die mij in de Z.D.A waarheid hebben gebracht, worden nu gepredikt met minder geestelijke kracht dan toen, aldus de profetie in Jer. 23: 30 vervullend. {1SC11-12:3.5}                                   

 “Ongeveer een jaar geleden, kwam een colporteur van California hier naar de Shreveport kerk, en werd uitgenodigd de Sabbat School lessen samen te vatten. Nadat hij bekend geworden was, begon hij de mensen te berispen voor hun gedrag tijdens de diensten. Ze rapporteerden hem bij de conferentie en hebben hem laten verwijderen. Later werd een waarschuwing uitgegeven, in deze conferentie dat niemand toegestaan zou worden te spreken tot een Z.D.A gemeente, zonder geloofsbrieven van het conferentie kantoor. Ik vatte de mening op dat ze Christus hadden uitgesloten, want Hij zou nooit naar welke groep mannen dan ook gaan voor geloofsbrieven om tot het volk te spreken. Als Hij nu zou komen, zouden zij net als de leiders van het oude Israel, Hem vragen wie hem het recht gegeven had te onderwijzen. ( Marc 11: 28) {1SC11-12:3.6}                                   

“Ongeveer een jaar geleden zag ik in onze kerk literatuur artikelen tegen de HSTaf. Ik vroeg mij af wat de HStaf kon zijn en was vastbesloten het te lezen. {1SC11-12:3.7}                                   

“Ik betaalde mijn tienden heel toegewijd, tot acht maanden geleden. Maar toen ik mijn boeken had gekregen, in mijn studie van Ezech. 9, kwam ik tot de conclusie dat om de predikanten te ondersteunen terwijl zij vechten tegen de boodschap, ik mijzelf zou identificeren als een van hen in het ophouden van de gekoesterde gruwelen onder ons als volk. Vandaar dat, aangezien de engel allen slachtte die niet “zuchten en weeklaagden,” ben ik vastbesloten, mij er zeker van te stellen, dat ik het zegel ontvang en ontkom aan de vernietiging. {1SC11-12:3.8}                                   

“Ik heb altijd de “heiliger dan gij,” attitude van onze mensen verafschuwt, die hun specifieke zonden in hun cirkel houden, alsof God minder zal……… over de zonden van Z.D.A.’s dan van anderen.” {1SC11-12:3.9}                                   

(Getekend) Mw. J.A.Harren 

Shreveport. La 

 

HET WERK IN COLORADO 

Nooit eerder heb ik zo een oproer gezien als in Denver in deze huidige tijd. De totale conference macht, inclusief de ouderlingen van de kerk, zijn het veld ingetrokken. Zelf de president van de conferentie gaat huis aan huis om ons werk af te kraken. In plaats van “twee aan twee,” te gaan, gaan ze “drie aan drie.” {1SC11-12:4.1}                                   

Tenminste in vier kerken, gisteren in Denver, werd het hele uur besteed aan de HStaf. Wij bezochten de kerk in Arvada en zaten onder een vernietigende explosie van valsheid en beschuldigingen. Maar ondanks dat alles, ontmoeten twintig volwassenen en zeven kinderen ons om 2: 30 uur ’s middags. De sterke tegenstand heeft een paar omver gegooid, maar praktisch allen die de boodschap hebben bestudeerd, staan onwankelbaar. {1SC11-12:4.2}                                   

Aankondigingen werden gisteren in al de kerken gedaan, dat een symposium tegen de HStaf gehouden zou worden, de volgende vrijdag in een van de grote kerken. Ze zijn zeker zeer gealarmeerd en zetten iedere poging voort, om ons te stoppen. Dit zal ongetwijfeld ons werk nog moeilijker maken, van ons eisend dat wij veel bezoeken moeten afleggen, om gehoord te worden, maar wij verheugen ons in wat de Heer doet, en het schijnt zeker dat een aardige kleine groep hier georganiseerd gaat worden. Maar als zovelen een studie per week krijgen, gaat het werk zeker langzaam. {1SC11-12:4.3}                                   

Geschreven 28 april 1935

( Getekend) H.G. Warden

Denver, Colorado 

GOED NIEUWS VAN REDLANDS, CALIFORNIA 

Broeder Perry Jones, die een paar maanden in Redlands, Calif doorbracht, stuurt de volgende goede woorden voor de Code: “Zestien van de beste leden van de Redlands kerk hebben recentelijk de boodschap van de HStaf onderzocht, en verheugen zich erin. Nog veel meer van de twee-en dertig die de boeken hebben aangeschaft, studeren en bezoeken de bijeenkomsten die van tijd tot tijd worden gehouden.” {1SC11-12:4.4}                                   

Zuster Hendricks, Br. Jone’s zuster, heeft hem pas bij hem gevoegd, in het werk op deze plaats, en ongetwijfeld zullen anderen van Gods oprechte kinderen deze prachtige “tegenwoordige waarheid,” boodschap onderzoeken, en het accepteren ondanks al de tegenstand die de geliefde broeders en zusters, als blinden ertegen opdragen, want de belofte van God om de “toorn van de mens,” te veroorzaken, Hem te “prijzen,” is nog steeds van kracht. {1SC11-12:4.5}                                   

Zr. Hendricks, zal als de lezers van de Code zich herinneren, is degene die het werk begon in Sheridan, Wyoming, en heeft aardig wat vervolging te lijden gehad uit de handen van hen die haar werk niet begrijpen. {1SC11-12:4.6}                                   

Het huidige adres van deze werkers is 121 E. Olive Ave. Redlands, Calif. {1SC11-12:.4.7}                                   

DE ROEP VAN DE DWALENDE SCHAPEN GEHOORD 

Geliefde broeders en zusters:  

Ongeveer twaalf jaar geleden, door de pogingen van een geïsoleerde zuster en een jonge colporteur, accepteert onze hele familie, de waarheid zoals geleerd door de Bijbel en de Geest der Profetie. {1SC11-12:4.8}                                   

Later kwam de colporteur naar de Walla Walla Valley om te onderwijzen, en wij verhuisden daarnaar toe om onze kinderen op een school van de kerk te plaatsen. {1SC11-12:4.9}                                   

Vanaf het begin, schenen wij niet in harmonie te zijn met het “werk,” zoals het uitgevoerd werd en uitgeleefd in de levens van de Z.D.A. mensen, en door te trachten in harmonie met de kerk te zijn, werden wij geleid om verder en verder af te drijven van de fundamentele waarheden, totdat een voor een de familie af viel, en nu ben ik de enige die overgebleven is die een kerklidmaatschap heeft behouden. {1SC11-12:4.10}                                   

Twee of drie weken geleden brachten broeder en zuster Boyes mij een paar traktaten en Deel Een van de HStaf. Nu vind ik de boodschap weer in haar reinheid en schoonheid en ik voel dat mijn voeten wederom op vaste grond zijn geplaatst. Ik lees nu Deel 2 van de Staf en van wat ik tot zover heb gevonden, sta ik ermee 100 procent. {1SC11-12:4.11}                                   

Heel oprecht de Uwe voor tegenwoordige waarheid, 

Mw. Jennie Barnes 

College Place, Wash. 

 

“Nu is de tijd dat wij nauw in contact moeten zijn met God, dat wij geborgen mogen zijn, wanneer de heftigheid van Zijn toorn op de zonen des mensen uitgegoten zal worden. Wij zijn afgedwaald van de oude landpalen. Laat ons terugkeren. Als de Heere God is, dien Hem, als Baal, dien hem. Aan welke kant zult U zijn?”—Testimonies for the church.” Vol 5, p. 137. {1SC11-12:4.12} 

                                  

DE OPROEP VAN DE DWALENDE SCHAPEN GEHOORD 

Een broeder van Trussville, Al zegt: “ Ik ben zeer geïnteresseerd in de boodschap die u draagt. Ik heb precies daarop gewacht. Ik voelde me als Eliah, tot dat ik hoorde van jullie mensen. Hij dacht dat hij alleen was, totdat de Heer hem vertelde van de zevenduizend, die hun knie niet hadden gebogen voor de Baal. {1SC11-12:5.1}                                   

(Getekend) C. Richard Waldron 

——————————————————– 

Een andere broeder zegt: “Vanaf ik de HStaf een paar keer heb gelezen is de Bijbel veel helderder, en wij zien dat de Heer nu praat tot de 144.000.” Ja het lijkt inderdaad alsof het hele Boek geschreven was voor de “dienstknechten van God,” die zullen voortgaan “overwinnend en overwinnende,” tijdens de Luide Roep. Openb. 7:3; P.K. 725. {1SC11-12:5.2}                                   

(Getekend) E. A. Howard 

Palermo, Calif. 

——————————————————— 

GEDENK HET EVANGELIE VAN LIEFDE 

Iemand heeft gezegd dat de melk van menselijke vriendelijkheid, zowat zijn kracht in de wereld van vandaag heeft verloren, en vele mensen struikelen over het tekort aan deze mooie karaktertrek van Christus onder Zijn belijdende volgelingen. Deze tekortkoming is echter niet beperkt tot de leken. Nog minder heerst het alleen in de grotere kerkgenootschappen, want deze schrijver, was kort geleden een ooggetuige van een soort prediking dat mensen als demonen scheen te laten handelen, in plaats van Christenen, en het ergste van alles, deze redevoeringen werden in Zevende Dag Adventisten kerken gegeven. {1SC11-12:5.3}                                   

Het was een paar weken geleden, ons voorrecht om een dienst bij te wonen, die door een veldsecretaris van de Generale Conferentie der Zevende Dag Adventisten werd gehouden, in een van onze stadskerken, waar aan het eind daarvan, Br. Houteff, de schrijver van de HStaf, die ook aanwezig was, de spreker van de avond over een zeker discussiepunt vanuit het kansel in tegenstelling tot de leerstellingen van de Roede, een vraag stelde. Zonder enige waarschuwing of conversatie van wat voor soort dan ook, naderde een man Br. Houteff van achteren, hem bij de schouders en nek pakkend, en hem uit het gebouw duwend. De man was geen lid van de kerk, en zijn moeder zij dat hij niet eens een Christen was. Wat zette deze arme man aan, om zo te handelen? Er was geen enkele mogelijke opwinding, aan de kant van geen van de converserenden, voorafgaand aan deze schandelijke handeling. {1SC11-12:5.4}                                   

Een korte tijd hierna, bezocht ik een Sabbatsdienst in een andere kerk van ons, in gezelschap van Br. Houteff, en deze keer sprak de President van de conferentie, tegengesteld aan de HStaf, het heel duidelijk makend aan zijn gehoor, dat iedereen die de boodschap van de Roede geloofde, geen lid kon blijven van de Z.D.A. kerk, en dat wij die de boodschappen hadden geaccepteerd, die de HStaf series bevatte, geen Zevende Dag Adventisten waren; nog minder waren wij het waard de zegeningen te ontvangen waarvan genoten werd in onze kerken. {1SC11-12:5.5}                                    

Bij de afsluiting van de dienst, terwijl wij aan de voorkant van het gebouw stonden me een aantal anderen, benaderde een dame Br. Houteff en sprak met hem, en voordat hij tijd had om haar te antwoorden, haastte een jonge man zich naar Br. Houteff, en zijn mouwen oprollend, eiste hij dat hij zo stoppen met praten tot zijn moeder, en bedreigde de bril van zijn gezicht te slaan. Maar iemand leidde hem weg, en ook hij zei dat hij geen Adventist was. Wat plaatste zo een haat in het hart van deze jonge man? Was het niet wat hij vanaf het kansel gehoord had die Sabbat morgen? {1SC11-12:5.6}                                   

Een derde incident, heel gelijk aan de bovenvermelde, kwam onder mijn aandacht, allemaal binnen een periode van vier weken. Deze keer had de President van de Unie Conferentie, een grote kerkgemeente bijeengeroepen op de Sabbatmiddag, om hem te de HStaf, te horen weerleggen, waarbij hij zich op zodanige wijze gedroeg, om haat in de harten van zijn gehoor tegen de schrijver van de boodschappen die de HStaf boeken en traktaten te creëren. Nadat de bijeenkomst afgelopen was, en een groep jonge mensen buiten de kerk, naast een dijk rond br. Houteff verzameld waren, toen een jonge man zich door de menigte haastte en de persoon het dichtst bij zichzelf zo hard als hij kon duwde, in een poging om Br. Houteff van de dijk af te duwen, en zo gedaan zou hebben, als hij niet snel genoeg was om zichzelf te herpakken om met het hoofd voorover over de daling te vallen. 

Wederom mogen we terecht ons afvragen: Wat zette zo een haar in de harten van deze jonge mannen? Het antwoord is duidelijk, want het is niets anders dan de preek die zij in de kerk hoorden. Moge God deze dierbare mannen vergeven voor deze slechte dingen. Oh consistentie, je bent een sieraad! {1SC11-12:5.7}                                   

“Satans aanvallen tegen de verdedigers van de waarheid zal steeds bitterder en steeds meer vastbesloten toenemen tot aan het einde van de tijd. Zoals in de dagen van Christus, de hoofd priesters en regeerders, het volk tegen hem ophitsten, zo zullen heden ten dage de godsdienstige leiders, bitterheid en vooroordeel tegen de waarheid van deze tijd prikkelen. De mensen zullen geleid worden tot geweldsdaden en tegenstand, waar zij nooit aan gedacht zouden hebben, als ze niet met de vijandigheid van belijdende Christenen tegen de waarheid waren doordrongen.” Gospel Workers, p. 324. {1SC11-12:6.1}                                   

Zouden wij er niet goed aan doen om ons voordeel te halen uit deze ervaringen, en erop toezien dat geen wortel van bitterheid toegestaan wordt, onze harten in te gaan en ongeacht wat anderen mogen doen, zouden niet wij, die voorgeven te zuchten en weeklagen tegen de “gruwelen die in haar midden gedaan worden,” die ongeveinsde liefde voor de broeders en zusters behouden, en dus lopen in de voetsporen van Hem, Die, wanneer Hij beschimpt werd, niet ook beschimpte? {1SC11-12:6.2}                                   

E.T.Wilson 

 

HAAT OM ZIJNS NAAMS WIL 

Zuster Faith Pruett van Sheridan, Wyoming, pratend over de haat die in de harten van vele van de leden van de Z.D.A. kerk  tegen hen die de boodschap accepteerden die de HStaf boodschap bevat, verteld hoe de deuren van de kerk voor hen werden gesloten, en het verlangen in haar hart om in de kleine kerk van haar keuze te aanbidden zegt samengevat: {1SC11-12:6.3}                                   

“Het was zo koud om buiten te moeten zitten, dat geen van ons wekenlang de gebedsavond op woensdag bezocht. Maar afgelopen woensdagavond, hoewel ik wist dat geen van de andere gelovigen in de HStaf boodschap daar zou zijn, voelde ik dat ik moest gaan. Het sneeuwde heel hard, maar het was niet zo koud. Voordat ik de kerk bereikte, kwam de gedachte bij mij op, dat zij mij misschien niet zouden verwachten vanwege de hevige sneeuw, en dat de deur niet als voorheen bewaakt zou zijn, en ik werd zo zenuwachtig toen ik eraan dacht dat ik binnen kon gaan, dat ik nauwelijks kon ademen, maar ik vroeg de Heer om mij kracht te geven, in het geval dat ik toegang zou verkrijgen. {1SC11-12:6.4}                                   

“En jawel, toen ik aankwam was het koor aan het oefenen en niemand bij de deur, dus ging ik naar binnen en ging achterin het gebouw zitten, met alle ogen naar mij starend, maar ik herinnerde mij Ezechiel, hoofdstukken 2 en 3. Een zuster stond op en haastte zich heen en weer door het gebouw en ontmoette dan de ouderling en vertelde hem dat ik binnen was. Een diaken zei zodat ik het kon horen: “Ja dit is haar kerk.’ De ouderling kwam binnen, liep naar de voorkant van het gehoorzaal, en allen schijnen te weten wat te doen, want hij opende de deur naar een andere kamer en allen marcheerden naar binnen. Toen wist ik dat het voor mij betekende, dat ik moest blijven waar ik was, daar een vorige ervaring mij had geleerd, toen Zr. Walters eruit was gezet, haar in de kou achter latend en Zr. Hendriks en ik op dezelfde wijze werden behandeld, behalve dat de lichten uit gedaan werden, en wij achtergelaten werden in de hoofd auditorium; zo gauw als wij vertrokken keerden ze terug naar hun bijeenkomst waar het warm was. {1SC11-12:6.4}                                   

Maar deze keer besloot ik dat ik bij het vuur zou zitten en mijn bidstond allen zou hebben, en zij konden van hun in de kou houden. Op dat moment, kwamen de ouderling en de diaken en vertelden mij dat zij het licht zouden uitdoen en de deur zouden sluiten, en dat ik beter kon gaan, maar ik zat stil en zei niets.  En zo waarachtig aan hun woord, gingen de lichten uit en de deur werd gesloten, en zij gingen naar de achter kamer. Hoewel ik opgesloten was in de duisternis, was het aangenaam en warm en ‘de engel des Heren,’ die zich ‘legerde rondom hen die Hem vrezen,’ was mijn kameraad. Dus besteedde ik het uur door voor ieder van hen te bidden. {1SC11-12:6.5}                                   

“Toen zij klaar waren, kwamen zij terug en deden de lichten aan en opende de deur, en ik ging weg. Arme zielen, ik zie niet hoe wij hen ooit kunnen bereiken! Hoe dank ik de Heer voor de stromen van waarheid die Hij stuurt. Oh ik verlang naar meer geloof in de kracht van God om mij te redden van zonden!” {1SC11-12:6.7}                                   

HOE KIJKEN WIJ NAAR ANDERE MENSEN ? 

Bijna iedereen in de wereld, inclusief Zevende Dag Adventisten, zijn bezorgd over de volgende vraag en de meeste van ons besteden enige tijd, ten minste om aanstoot te voorkomen  door voorzichtigheid in onze uiterlijke verschijning, maar de Bijbel verteld ons dat alleen de mens kijkt naar de buitenkant, terwijl God het hart ziet, dus zullen wij niet het zoeklicht van Zijn woord inwaarts keren voor een frequent onderzoek, zodat wij onze pogingen voor goed ontkrachten door ondoordachte handelingen. {1SC11-12:6.8}                                   

Een van de treffende beweringen betreffende onze invloed, en een die het feit benadrukt dat wij inderdaad een “schouwspel voor de wereld, voor engelen en voor mensen,” zijn, wordt gevonden op blz. 23 van Deel 9 van “Getuigenissen voor de kerk,” en leest als volgt: “De wereld kijkt naar Zevende Dag Adventisten, omdat ze iets weet van hun geloofsbelijdenis en van hun hoge standaard, en wanneer het hen ziet die niet leven naar hun belijdenis, wijst het naar hen met minachting.” {1SC11-12:7.1}                                   

Hoewel het bovenstaande verwijst naar de kerk als geheel, zijn wij hier bezorgd over de vraag, hoe wij die belijden een speciale boodschap aan de kerk te geven, over komen bij onze eigen dierbare broeders en zusters, die nog niet de boodschap hebben geaccepteerd, die ons zo kostbaar is, en voor wie wij moeten werken, wetend dat hun bloed op ons zal zijn als we tekort schieten door woorden en handelingen, alles wat wij kunnen doen te doen. Vandaar dat het duidelijk wordt dat wij niet alleen een “schouwspel voor de wereld, voor engelen en voor mensen,” zijn, maar ook voor onze Z.D.A. broeders en zusters, want zij inspecteren al onze bewegingen, en wij zouden blij moeten zijn dat zij dat doen, en erop toezien dat niets ongepast voor een oprechte Christen, op waarachtige wijze tegen ons gezegd kan worden. {1SC11-12:7.1}                                   

Wij zijn geïnspireerd, deze regels te schrijven vanwege observaties die hier en daar gemaakt zijn en het is te hopen dat niemand aanstoot zal nemen aan wat er gezegd zal worden, want deze schrijver heeft alleen het goede voor allen in het hart, en wat hierin is opgenomen is eveneens van toepassing op hem als degene die het artikel zullen lezen. {1SC11-12:7.2}                                   

Concreet sprekend, mag ik onder de aandacht brengen wat een hele verfijnde dame, een lid van de Adventisten kerk vertrouwelijk aan mij zei, als een illustratie van hoe wij overkomen op anderen, en benadrukt hoe voorzichtig wij te allen tijde moeten zijn? De dame waar naar verwezen wordt zij in hoofdzaak dit: “Ik hou ervan om uw bijeenkomsten bij te wonen, terwijl ik nog niet volledig mijn besluit heb genomen om mijzelf volledig in harmonie met de boodschap van de HStaf te verkondigen, want zoals ik het zie, zou er geen enkele  noodzaak zijn geweest voor de HStaf series om geschreven te worden, als wij wat in de Getuigenissen staat,  hadden bestudeerd en uitgevoerd. Ik hou van mijn kerk en koester heel dierbaar mijn lidmaatschap daarin, en ik wenste dat mensen niet zouden lachen, wanneer iets wordt gezegd over ondeugdelijke leden van de Z.D.A. kerk. Ik zou mijn lidmaatschap in de kerk niet willen kwijtraken en geïdentificeerd worden met degene die zich aan deze niet geroepen en wrede praktijk verlustigen.” {1SC11-12:7.3}                                   

In mijn nederige opinie, heeft zij onze aandacht gevraagd, voor iets waar wij allen dankbaar voor zouden moeten zijn, en tegelijkertijd, besluiten dat wij niet onder diegene willen zijn die gaande weg  gelegenheid toe aanstoot geven. {1SC11-12:7.4}                                   

Een andere vriendelijke kritiek komt tot ons in relatie tot de lengte van onze bijeenkomsten, en de lengte en het karakter van onze gebeden en getuigenissen, waarvan wij wel doen om daar over na te denken. Zij zijn allemaal nauw verbonden en verbetering in de laatste twee onderwerpen zal helpen de eerste te genezen, dus zullen wij de laatste eerst behandelen en de eerste laatst. {1SC11-12:7.5}                                   

Wij geloven dat onze getuigenissen zouden moeten zijn om de Heer te verhogen, en vertellen wat voor grote dingen Hij voor ons heeft gedaan, maar heel kort en specifiek, en zelden moeten wij voor de tweede keer een beurt vragen, want er zijn anderen die iets timider zijn, en door zo te doen, zouden wij hun het voorrecht van spreken ontzeggen. Het is altijd volkomen gepast om speciaal gebed te vragen voor jezelf en voor hen waar je in geïnteresseerd bent, gedurende de tijd dat een getuigenis wordt gegeven. {1SC11-12:7.6}                                   

Op dezelfde wijze, moeten gebeden kort zijn, want de Heer heeft specifieke instructies gegeven over openbare gebeden die kort moeten zijn, toch schijnen wij deze waarschuwing veel te vaak te vergeten. Zullen we dus niet besluiten om deze twee punten te verbeteren en aldus helpen de Sabbat bijeenkomsten interessantere te maken, en tegelijkertijd ze houden aan de aangewezen uren? {1SC11-12:7.8}                                   

Vanwege de overvloed aan licht die de Heer op dit moment stuurt, zijn wij geneigd het feit over het hoofd te zien dat het verstand, net als de maag, maar een bepaalde hoeveelheid voedsel kan verdragen en, in onze ijver de kudden een goed deel te geven, overvoeden wij hen en mensen zijn niet in staat alles te verteren, wat ze krijgen. De dienstknecht van de Heer heeft ons niet zonder instructies  op dit punt gelaten, maar verteld ons dat de betogen van sommigen te lang zijn, zoveel punten in een preek makend zodat de meeste van hen, zijn verborgen totdat de luisteraars geen van ze kunnen bevatten. Verder hebben wij een toenemend aantal jonge mensen en kinderen die onze diensten bijwoonden en die ernaar verlangen, te helpen, de boodschap aan de kerk te geven en een van hen zijn, die het zegel zullen ontvangen en een deel van de “dienstknechten van God,” worden, en ook zij houden ons in de gaten. {1SC11-12:7.9}                                   

Moge de Heer ieder van ons helpen, te herinneren, dat wij in de aanwezigheid van den Heilige God staan ieder moment van ons leven. {1SC11-12:7.10}                                   

DE KRACHT VAN GODS WOORD, GESPROKEN IN LIEFDE 

Zuster Ida Miner, van Montros Col.., die wat tijd doorbrengt in de Boulder Sanatorium, stuurt de volgende ervaring met een van de werknemers van dit grote instituut, die haar op het matje had geroepen voor wat hij dacht problemen te veroorzaken onder de arbeiders van het sanatorium: “Toen de San———– mij vertelde dat hij niet wilde dat ik problemen veroorzaakte, zei ik dat ik niet zo een wens had, maar Br. Blank, als ik tekort schiet om de waarschuwing te luiden, en u vergaat in uw zonden, zal uw bloed van mijn handen geëist worden.” {1SC11-12:8.1}                                   

“Wel maar als ik het verwerp?” zei hij, dan ben jij vrij. Kort daarna, zag ik hem zoals hij er nooit uitzag. Zijn gezicht werd rood, dikke zweetdruppels vielen, en hij stond plotseling op, met beide handen over zijn gezicht en borstelde ze keer op keer weg en zat snel weer neer. Gedenk hem alstublieft voor de troon van genade.” {1SC11-12:8.1}                                   

OM NIETS HEBT GIJ HET ONTVANGEN, GEEF HET OM NIETS 

In een recente correspondente, verteld een van onze zusters, een lid van de Keene, Texas kerk, in de taal, over haar zorg voor de predikant die, ongeveer tien jaar geleden, de boodschap voor haar en haar echtgenoot bracht: {1SC11-12:8.2}                                   

In haar correspondentie aan de vorige predikant, herinnerde deze zuster hem eraan hoe ernstig hij had gebeden dat zij niet zouden toestaan dat een overheidsbaan niet in zou staan om de Sabbat te accepteren, en hoe zeer zij zijn gebeden ten opzichte van hen waardeerden, op dat cruciale huur van hun ervaringen. Dan vertelde ze hem dat zij en haar echtgenoot nu aan het bidden waren, dat hij niet zou toestaan, dat een functie bij de conferentie in de weg zou staan om het toegevoegde licht, welke God tot Zijn volk in deze tijd zend te accepteren, en pleitte met hem dat hij een ernstige en onbevooroordeeld onderzoek van de boodschap die de HStaf series van boeken en traktaten bevatte,  zou doen. {1SC11-12:8.3}                                   

Zullen wij niet het goede voorbeeld van deze zuster nabootsen, en zo het bevel van onze Heer vervullen, wanneer Hij zegt: “Om niets hebt gij het ontvangen, geeft het om niets?” {1SC11-12:8.4}                                   

VERHEUGEND IN DE BOODSCHAP VAN TEGENWOORDIGE WAARHEID 

Br. O. Hogan van Los Angeles, Calif., stuur de volgende bemoedigende woorden: “Ik ben de Heer dankbaar voor het mij in contact brengen met de HStaf.  Mijn moed is goed in de tegenwoordige waarheid boodschap, en wanneer ik de Geest der Profetie lees, verstevigd het mijn vertrouwen nog vaster in de boodschap voor deze tijd. Bijvoorbeeld, in ‘EEN WOORD AAN DE KLEINE KUDDE,’ blz. 5 lezen wij: ‘God stemde in met de verkondiging van 1843, en de 10e dag van de 7e maand 1844, door de uitstorting van de Heilige Geest. Vanaf de 7e maand 1844, is het “rebelse huis,” van Israels, bezig geweest de “landpalen,” te verwijderen, en valse visioenen aan het schrijven en verkondigen; maar wij allen weten dat het, het werk van mensen is en niet van God. Deze vleiende verheerlijkingen, hebben het “rebelse huis,” van Israël in zekere zin ; aangemoedigd, maar het werk heeft niet de gewijde heiligende invloed gehad, als wanneer Gods hand op tijd in het werk was.” {1SC11-12:8.5}                                   

“De Uwe voor de terugkeer van Moeder.” 

EEN WOORD VAN UITLEG 

Hoewel wij als een correcte filosofie van mening zijn dat niemand ooit zichzelf moet verdedigen, is het soms toch noodzakelijk uitleg te geven en een vraag die velen bezig houdt te beantwoorden, door middel van een publicatie in de columns als de Symbolische Code in deze huidige tijd. {1SC11-12:8.6}                                   

Ons wordt vaak de vraag gesteld als de HStaf leert dat ongelukken, zoals lichamelijke ellende, ziekte  tot de dood zelf, diegene overvalt, die de leerstellingen van de bovengenoemde publicaties en het werk dat het bepleit, tegenstaan en wij zijn blij om nadrukkelijk te stellen, dat niet alleen de schrijver van de HStaf, maar allen die de waarheden die het bevat geloven, geen blijk geven van geen enkel idee dat de slachtwapens van Ezechiël Negen wie dan ook zullen bezoeken voor het geloven of niet geloven van iets waar zij voor kiezen. {1SC11-12:8.7}                                   

Wij wensen echter niet te vallen onder de veroordeling van hen die een “vrede en veiligheid,” boodschap geven, door te zeggen: “Hij is te genadig om Zijn volk in oordeel te bezoeken,” want door zo te doen, zegt de Heer nadrukkelijk dat: ”de rechtvaardige toorn van een beledigde God,” komt over dezulken en dat “mannen, vrouwen en kleine kinderen allen samen verloren gaan.” “Getuigenissen voor de Kerk,” Deel 5, p. 211. {1SC11-12:8.8}                                   

Wij betreuren het inderdaad zeer, dat enige ruimte in dit belangrijke kleine blad bezet moet worden, in een oprechte poging om het gedachten van ons geliefde mensen te verhelderen, die verward zijn geraakt door de vijand van de bovenstaande punten, maar wij zijn verzekerd dat velen blij zullen zijn voor de uitleg, oordelend naar de vragen die vanuit alle delen van het veld ons hebben bereikt. Laat het uitdrukkelijk begrepen zijn door allen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor wat wie dan ook anders mag zeggen, maar wij zijn volledig verantwoordelijk voor wat wijzelf zeggen en doen.—Editor. {1SC11-12:9.1}                                   

VRAGEN EN ANTWOORDEN 

Vraag: “Zou u mij adviseren mij aan te sluiten bij het Z.D.A. kerkgenootschap, nu ik de HStaf series, gelezen heb, geloof wat de boodschap leert?” {1SC11-12:9.2}                                   

Antwoord: Nadat wij de hele waarheid hebben geaccepteerd is het ons voorrecht ons aan te sluiten bij de kerk, en wij moeten ons inschrijven als leden door de instelling van de doop. Omdat u echter, de boodschap door het medium van de HStaf heeft bestudeerd, en aangezien het tegengestaan worde door de leerstellingen van de predikanten, kan uw aanvraag voor de doop en lidmaatschap niet aanvaard worden door het leidende lichaam van de kerk. Desalniettemin, als u alles gedaan heeft wat u kunt, mochten zij u zo een voorrecht ontkennen, zullen zij alleen verantwoordelijk gehouden worden. {1SC11-12:9.3}                                   

 Bovendien, het hebben van iemands naam in de kerkboeken, verzekerd niemand van gered zijn. Uw naam geschreven hebben in de boeken van de hemel is wat telt. Uw aanvaarding van de waarheid en een verlangen om aan al de vereisten waarin de boodschap voorziet te voldoen, is wat ons lidmaatschap in de kerk van de verlosten zeker stelt. {1SC11-12:9.4}                                   

Of u wordt toegelaten of niet door de doop u bij de kerk aan te sluiten, wij worden in de Schriften verteld ons licht niet onder de korenmaat te verbergen; wij moeten de instructies volgen die gevonden worden in Ezech. 2: 1-8: of ze willen horen of als ze willen….. wij moeten de boodschap naar de kerk brengen. Als u getuigd voor Christus, zullen zij u tegenstaan en u als lid uitschrijven, als u lid bent van de kerk, maar wij moeten nooit toelaten dat, dat ons ontmoedigt. Zie Luk. 6: 22. Velen waren bang om goed te spreken van Christus uit vrees om uit de synagoge geplaatst te worden, maar Jezus zei: “Wie zijn leven wil behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven zal verliezen omwille van Mij en het evangelie, hetzelfde zal het redden.” (Mark. 8: 35) “Gezegend zijt gij, wanneer men u haat, wanneer ze je uitsluiten and insult you en beledigen jeand reject your name as evil, en verwerpen uw naam als kwaad,because of the Son of Man. omwille van de Mensenzoon.” (Lukas 6: 22) {1SC11-12:9.5}                                   

Vraag: “Zullen zij die nu het Z.D.A. geloof aanvaarden, gedurende de verzegelingstijd onder de 144.00 zijn of vallen in de slachting van Ezechiël 9? {1SC11-12:9.6}                                   

Antwoord:” Allen die als leden van de kerk gevonden worden bij de vervulling van Ezechiël Negen, zullen of het zegel ontvangen en van de 144.000 zijn, of anders zonder gelaten worden, en vallen onder de “slachtwapens,” van de “vijf mannen.” Alleen zij die “zuchten en weeklagen voor al de gruwelen” in de kerk zullen aan de vernietiging ontsnappen. {1SC11-12:9.7}                                   

Vraag: “Zou God iemand die in gevaar verkeerd van het verwerpen van de verzegelende boodschap te ruste leggen?” {1SC11-12:9.8}                                   

Antwoord: Wij geloven niet dat God wie dan ook te rusten zal leggen, vanwege het in gevaar zijn van het verwerpen van licht dat Hij zend. Hij kan dat wel doen om een of andere, andere reden. Degene die niet nu de stem van de Goede Herder horen, zullen het nog minder horen in de opstanding van de rechtvaardigen. Desalniettemin, kunnen wij niet oordelen, want wij kennen de toestand en omstandigheden niet waaronder men mocht overlijden. {1SC11-12:9.10}                                   

Vraag: “Hoe kan ik aan een broeder bewijzen dat de slachting van Ezechiël 9 letterlijk is ?” {1SC11-12:9.11}                                   

Antwoord: Vraag eerst zijn aandacht voor het feit dat de Heer aan de drempel van het aardse huis was, waar en wanneer de profetische slachting plaatsvond. Haal deze punten vanuit traktaat 1: “De Dardenellen van de Bijbel. {1SC11-12:9.12}                                   

Verwijs hem ten tweede naar “Getuigenissen voor de kerk,” Deel 5, p. 211, waar het zegt: Hier zien wij dat de kerk—de Heer Zijn heiligdom—de eerste was die de slag van de toorn van God zou voelen.” Bovendien, voorspelt de Geest der Profetie dat wanneer de boodschap van Ezechiël Negen verkondigt is aan de kerk, sommigen haar letterlijke vervulling zullen ontkennen, want ze zeggen: “Hij is te barmhartig om Zijn volk met oordeel te bezoeken.” Ze hadden het standpunt ingenomen dat we niet naar wonderen en kenmerkende manifestaties van Gods kracht hoefden uit te kijken zoals in vroegere dagen. De tijden zijn verandert.”[p. 9] {1SC11-12:9.13}                                   

Door te zeggen dat de slachting van Ezechiël Negen niet letterlijk is, is te zeggen: “ Wij hoeven niet uit te zien naar wonderen en naar kenmerkende manifestaties van Gods kracht als in vroegere dagen.” {1SC11-12:10.1}                                   

Ten derde, herinner hem aan Jes. 66: 16, 19, 20. De slachting vermeld in vers 16 gaat letterlijk zijn, want zij die eraan ontsnappen, zullen gezonden worden naar allen natiën, om Zijn Glorie en Zijn heerlijkheid te verkondigen. Deze slachting is alleen in de kerk, want zij die “eraan ontsnappen,” zijn Gods dienstknechten, die na de slachting, Hij zal zenden naar de heidenen en als de slachting niet letterlijk is, waar zullen ze dan aan “ontsnappen?” Bovendien za Ezechiël ze letterlijk geslacht. (Ezech. 9: 7). {1SC11-12:10.2}                                   

Vraag: “Hoe brengt u de zeven koningen van Openb. 17: 10 in overeenstemming met het beest, dat was, en niet is, en toch is? De HStaf, Vol 2, p. 118 over dit onderwerp is mij niet duidelijk. {1SC11-12:10.3}                                   

Antwoord: Tracht niet de zeven koningen in overeenstemming te brengen met de zeven beesten, maar alleen met de perioden die gesymboliseerd zijn door de 4 metalen van het grote beeld van Dan. 2. Voeg aan deze perioden de periode voor de vloed toe en de ene na het millennium zoals geïllustreerd in de HStaf, Vol 2. p. 84 en u zult een volmaakte harmonie hebben. {1SC11-12:10.4}                                   

De zeven koningen omvatten de gehele wereldgeschiedenis vanaf de schepping tot aan de nieuwe aarde. De wereld voor de vloed wordt gesymboliseerd door de eerste, “koning,” Het rijk van het oude Babylon door de tweede. Het Medo-Perzische door de derde. Het Griekse door de vierde en  het Romeinse koninkrijk door de vijfde. Van deze wordt gezegd, ”vijf zijn gevallen.” De koning die “is,” is symbolisch voor de periode vanaf de val van het Romeinse rijk tot de tweede komst van Christus, dat is, de periode die nu is, namelijk Rome in haar gebroken staat. De zevende koning die,” een korte tijd moet doorgaan,” is symbolisch van de slechte wereld na het millennium.  Aldus zijn er zeven koningen; vijf zijn gevallen (voor de vloed, Babylon, Medo-Perzie, Griekenland, en Rome), maar de tegenwoordige wereld die nu “is,” maakt de zesde compleet, en de ene die nog moet komen na het millennium die een ”korte tijd moet doorgaan,”  zal de zevende en de laatste zijn. {1SC11-12:10.5}                                   

Vraag: “Waarom worden de drie symbolische beesten van de Oud Testamentische periode genummerd met vleugels en ribben en die van de Nieuwe ongenummerd gelaten?” {1SC11-12:10.6}                                   

Antwoord: Ze zijn allen genummerd, maar om de scheiding tussen de Oud-en Nieuw Testamentische perioden aan te geven is er een onderbreking in de manier van nummering, welke onderbreking weer opgemerkt wordt door het feit dat de beesten die het Oude testament symboliseren zonder hoorn zijn. Bovendien, aangezien de nummering van de Oud Testamentische beesten, onze aandacht vraagt voor de periode voor de vloed, zo vraagt de nummering van de beesten van het Nieuwe Testament onze aandacht voor de beesten van het Oude Testament, vanwege het feit dat nummering van de beesten van het Nieuwe  Testament de periode van het Oude Testament bevat, daar de nummering van de beesten van het Oude Testament de periode van voor de vloed bevat. (Zie HStaf, Vol. 2, blz. 41,41). Vandaar dat aangezien de drie perioden (voor de vloed, het Oude en het Nieuwe) de gehele wereldgeschiedenis behelzen, voor de millennium, worden zeven beesten gebruikt om volledigheid aan te duiden. (Zie illustratie in HStaf, Vol 2. p. 84). {1SC11-12:10.7}                                   

Daarom dat het niet te beschrijven beest van Daniel zeven die de 4e is, het luipaardachtig, (Openb. 13: 1-10) de 5e, het tweehoornig dat volgde in het visioen, de 6e, en aangezien het scharlaken gekleurd (beest) gezien werd na deze, vormt hij een 7e beest. Vandaar dat de beesten aan de andere kant van het millennium ( zie illustratie in HStaf, Vol. 2, p, 84) die in werkelijkheid, de 7e (scharlaken gekleurd) is, in zijn tweede fase, het 8ste wordt. Dienovereenkomstig word van hem gezegd hij is de “8ste en is van de zeven.” (Openb. 17: 11) Dus uiteindelijk zijn zij allen om de meest volmaakte wijze genummerd. {1SC11-12:10.8}                                   

BELANGRIJKE OPMERKINGEN 

Alle verzend geldopdrachten of checks moeten betaalbaar gemaakt worden, zoals in het verleden aan Mw. F. CHarboneau, Mt. Carmel Center, Waco, Texas. {1SC11-12:10.9}                                   

Adresseer alle leden naar onze nieuwe locatie onder de zorg van De Universele Uitgevers Ass. Mt Carmel Center, Waco, Texas. {1SC11-12:10.10}                                   

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code 

Nieuws Artikel 

                                                                                           Deel Een

  Nr. 10 

                                                                                        15 april 1935 

                                                                                    Los Angeles, Calif. 

    TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap 

“AAN DE TWAALF STAMMEN DIE OVERAL VERSPREID ZIJN” 

Al onze broeders en zusters verlangen ongetwijfeld te horen wat bereikt is met de reis naar Texas. We zijn nu gereed te rapporteren. {1SC10:1.1} 

De verantwoordelijkheid die God in deze tijd op ons heeft geplaatst, is zo groot dat geen menselijke verstand het volledig kan bevatten of het te serieus kan nemen; dat is, God heeft ons de “woorden des levens,”gegeven  om tot Zijn dwalende kerk, te brengen, aldus het licht voor dit volk in onze handen plaatsend! Met andere woorden, we staan als het ware, aan het roer van het grote schip, waarvan aan boord Gods volk is, en als wij het schipbreuk doen lijden, zal iedereen overboord vallen. Vandaar dat als wij konden realiseren hoe groot de val zal zijn, ook wij “grote druppels bloed,” zouden zweten. Het kan zijn dat Hij Die de woeste wateren heeft gekalmeerd, met de woorden, “Wees stil,” de zee zal scheiden, en aldus, zonder de hulp van het schip, diegenen die niet verantwoordelijk is voor haar val, aan wal zal leiden. Maar wee over ons, als we of door een onbezorgde halfslachtige poging, of door een ijver die niet geïnformeerd is door goddelijke kracht, zo een angstaanjagende catastrofe te weeg zouden brengen. {1SC10:1.2} 

Op dit moment gaan wij, vanaf de boodschap ons vond, de meest belangrijke stappen ondernemen. We smeken daarom ernstig de gebeden, van iedere Tegenwoordige Waarheid gelovige, zodat er niets gedaan kan worden, hetgeen God niet kan zegenen. {1SC10:1.3} 

Het Woord van de Heer, klinkt in onze oren, zeggende: “En gij mensenkind, neem u een tichelsteen , en leg die voor u, en teken daarop een stad, Jeruzalem . En breng haar in staat van belegering; bouw een schans tegen haar, werp een wal op tegen haar, sla legerkampen tegen haar op breng aan alle kanten stormrammen tegen haar in stelling.” Ezech. 4: 1-2. {1SC10:1.4} 

Vandaar dat we acht moeten slaan op de oproep, want anders zouden we het zwaar beladen schip op haar eeuwige vernietiging aansturen. {1SC10:1.5} 

Om tegen “schansen” te bouwen en tegen haar een “wal” op te werpen, en “legerkampen” tegen haar op te brengen en “stormrammen”, zal een onbevreesde groep van Gideonnieten vereisen, die hun knie niet zullen buigen voor een slok. (Jud. &; 2-7). Gods volk uit oude tijden, reageerde terwijl ze de tabernakel bouwden, de twee tempels, en in de dagen van de apostelen, heel getrouw op hun roeping. Maar zullen wij nu aan het einde van deze wereld, terwijl we geschiedenis maken dat voor de eeuwigheid zal bestaan, ons terugtrekken of minder doen? God heeft ons grotere zegeningen verleend, dan Hij ooit op welk ander volk in welke tijd dan ook heeft verleend. Zullen we daarom door onze daden falen om Hem te laten zien dat wij Zijn grote gaven waarderen, net zoals zij deden? Laat iedere lezer van de Code deze vraag voor zichzelf beantwoorden. {1SC10:1.6} 

Om de oproep te vervullen, moeten wij een “schans bouwen,” een wal opwerpen” en een legerkamp” en stormrammen  rondom opstellen”—Dit zal voor het huis Israels een teken zijn.” (Ezech. 4: 3) Vandaar dat de eerste vraag die gesteld moet worden is: “Waar zullen we bouwen? Het antwoord komt van Hem Die” het bestuur in Zijn eigen handen neemt (Testimonies to Mininsters, 300): “Te dien dag zal Israel….een zegen zijn in het midden van het land (Jes. 19: 24). {1SC10:1.7} 

Aangezien niemand een lamp in een hoek zet, maar eerder in het midden van de kamer, zo bouwde ook de wijze “landman,””een toren in het midden van” Zijn “wijngaard.” We leven in die profetische tijd, waar mannen heen en weer snellen” (Dan. 12:4) en waarin de Heer een snel werk doet.” (Rom. 9: 28). {1SC10:1.8} 

Als gevolg daarvan, is de Lone Star Staat, die in het midden van het land is voor beide America’s : Noord en Zuid, de plaats waar we het “kamp” moeten opzetten, zodat het licht gelijk verdeeld wordt naar het oosten en naar het westen, noorden en zuiden. Bovendien moet het “kamp,”waar vandaan de “stormrammen” uitgestuurd moeten worden, centraal gesitueerd zijn, zodat de afstand tussen de “rammen,”en het “kamp,” tot de helft gesneden is , zodoende de tijd en de kosten voor transport en voorzieningen evenals de post te reduceren. Wij danken God voor zo een wijs plan als deze. {1SC10:1.9} 

Daarom heeft Hij ons een van Zijn prachtige heuvelachtige meerover, grenzend aan Waco, Texas, een stad van ongeveer 60.000, maar toch ver genoeg ervan om weg van de wereld te zijn en haar kwade omgeving—ongeveer 5 mijlen van het centrum van de stad, en ongeveer 2 en een halve mijl van de stadsgrenzen. Daar ligt 189 hectare land voor ons “kamp.” [p.2] {1SC10:1.10} 

“Aldus zegt de HEERE God aan de herders: Wee de herders van Israel, die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden? Het vet eet gij, met de wol kleedt gij u, het gemeste slacht gij, maar de schapen weidt gij niet; zwakke versterkt gij niet, zieke geneest gij niet, afgedwaalde haalt gij niet terug, verlorene zoekt gij niet, maar gij heerst over hen met hardheid en geweldenarij. Zij raken verstrooid, omdat er geen herder is, en worden tot voedsel voor al het gedierte des velds; zo raken zij verstrooid.” (Ezech. 34: 2-5). {1SC10:2.1} 

Vanaf toen de apostelen  stierven, hebben Gods schapen hun herders overvloedig voorzien van wol en vet, maar de herders, van die dagen tot aan deze hebben weinig tot niets gedaan voor de schapen. “Daarom gij herders, hoort het woord des Heren, Zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here Here, omdat mijn schapen tot een prooi geworden zijn, omdat mijn schapen tot voedsel geworden zijn voor al het gedierte des velds, doordat er geen herder is- want mijn herders vragen niet naar mijn schapen; de herders weiden zichzelf, maar mijn schapen weiden zij niet—daarom gij herders, hoort het woord des Heren. Zo zegt de Here Here: Zie Ik ben tegen die herders!Ik eis mijn schapen van hen terug, en Ik zal een eind maken aan dat schapenweiden van hen; de herders zullen niet langer zichzelf weiden, Ik zal mijn schapen uit hun mond redden, zodat die hun niet meer tot voedsel worden.”( Ezech. 34: 7-10) {1SC10:2.2} 

Glory aan God , want Hij “heeft beloofd, dat waar de herders ontrouw zijn,Hijzelf, de leiding zal nemen over de kudde.” (5 T. 80). {1SC10:2.3} 

“Jubelt, gij hemelen, want de Here heeft het gedaan; juicht gij diepten der aarde, breekt uit in gejubel, gij bergen, gij woud met alle geboomte daarin, want de Here heeft Jakob verlost en Hij verheerlijkt Zichzelf in Israel.” (Jes. 44: 23). {1SC10:2.4} 

“Jubel en verheug u, gij dochter van Sion! Want zie Ik kom in uw midden wonen, luidt het woord des Heren, en vele volken zullen te dien dage gemeenschap zoeken met de Here en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal in w midden wonen, Dan zult gij weten, dat de Here der heerscharen mij tot u gezonden heeft.” (Zach. 2: 10,11). “Hij zal als een herder Zijn kudde weiden, in Zijn arm de lammeren vergaderen en ze in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden.” (Jes. 40: 11). {1SC10:2.5} 

“Ontwaakt,”mijn broeders en zusters, “ontwaakt”! Ziet u niet dat u tot voedsel bent geworden voor de beesten van het veld? Ontvangt u hulp van de herders? Zullen de herders niet de schapen voeden? Zullen ze niet de “lijdenden,” versterken? Zullen ze niet de ‘zieken’ genezen? Zullen ze niet de “verbrokenen,”verbinden? Zullen ze niet zij die “afgedwaald zijn,” terug brengen? Of zult u hun wrede handen versterken, zodat ze door kunnen gaan met de schapen te doden en zichzelf te voeden? “Zoekt de Here, alle ootmoedigen des lands, gij die zijn verordening volbrengt; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoet; misschien zult gij geborgen worden op de dag van de toorn des Heren.” (Zeph. 2: 3) {1SC10:2.6} 

Het is daarom noodzakelijk, dat wij sommige van de broeders en zusters naar Waco, Texas zenden, om de weg voor te bereiden voor het verhuizen van het hoofdkwartier door een tijdelijk gebouw op te zetten etc. zodat wij misschien in de komende twee maanden kunnen verhuizen, waarna wij plannen kunnen maken om andere gebouwen te bouwen, zodat wij in staat zullen zijn, om succesvol de boodschap aan de kerk te verkondigen, werk verschaffen voor ons volk, en de armen verzorgen, de zieken, de bejaarden evenals voor de kinderen onder ons. {1SC10:2.7} 

Met het zicht op deze formidabele verantwoordelijkheid die God op ons gelegd heeft, zullen we ons dan niet verenigen in gekweld gebed met het doel dat God ons mag zegenen en ons wijsheid van boven mag geven, en Zijn volk in deze dagen gewillig mag maken, want de Heer zegt: “Uw volk is een en al gewilligheid, ten dage van Uw kracht. “Als gij gewillig zijt, en luistert, zult gij het goede des lands eten; maar als gij weigert en weerspannig zijn, zult gij door het zwaard verteerd worden; want de mond des Heren heeft het gesproken.” (Jes. 1: 19: 20). {1SC10:2.8} 

———————————– 

Geliefde Broeders en Zusters in de Tegenwoordige Waarheid— 

De vele bemoedigingsbrieven, die wij de afgelopen verschillende weken hebben ontvangen, de meeste die aantoonden, dat u ernstig aan het bidden was, dat de Heer Zijn dienstknechten zou leiden in wijsheid en advies, terwijl zij zochten naar een centrale locatie voor het hoofdkwartier, waar vandaan het werk van het verkondigen van de boodschap aan de kerk uit te voeren, is door allen buitengewoon gewaardeerd en in het bijzonder door hen die als het ware, het land bespioneerden, en wij waren inderdaad heel gelukkig, om een goed verslag en een paar druiven van deze reis aan u te brengen, in de taal van de getrouwen vanouds, kunnen wij zeggen: “Wij zijn wel instaat om de stad over te nemen, maar wij weten dat dit alleen gedaan kan worden, als wij doen zoals de twee stijders vanouds deden, namelijk: “de Heer volledig volgen.” [p.3] {1SC10:2.9} 

Het was al geruime tijd overduidelijk, dat het spoedig noodzakelijk zou zijn, om een iets meer centralere locatie te zoeken voor het kantoor, om het hele veld efficiënt te bedienen, vandaar dat zij op het hoofdkwartier, vele maanden, heel ernstig aan het bidden zijn geweest over deze zaak, en als ze voortgingen te bidden voor licht, heeft de Heer uiteindelijk definitief aangegeven, dat het prachtige Zuid California, niet meer het centrum kon blijven van Zijn werk voor de “verloren schapen van het huis Israel”, maar dat een oostwaartse koers te zien was in de stroom van de “fontein,”die zou zwellen in de grote rivier van Ezechiel’s profetie, en plannen werden spoedig geformuleerd waarbij een grondig onderzoek gedaan kon worden in het gebied dat door de Heer aangetoond is, waar het toekomstige hoofdkwartier gevonden zou worden. {1SC10:3.1} 

Als reactie op de uitnodiging om leden te worden van het gezelschap uitgekozen om uit te kijken naar een nieuwe locatie, ontmoeten drie van ons elkaar in San Antonio, Texas, rond 1 februari, en meer dan twee maanden lang, hebben we naar  onze beste mogelijkheid, iedere aanwijzing van onze goddelijke Leider gevolgd, het land grondig doorzoekend  van San Antonio, tot Dallas en Fort Worth, hetgeen binnen het aangetoonde gebied is, waar de Heer ons gelokaliseerd wilde hebben. {1SC10:3.2} 

Een ding was helder in onze gedachten betreffende het nieuwe thuis voor ons werk, en dat was dat het een landelijke basis moest zijn waar vandaan te opereren—een met ruimte genoeg om te demonstreren, dat de Heer geen fout heeft gemaakt, toen Hij ons door Zijn boodschapper vertelde, dat wij uit de stad moesten zijn, en in een omgeving bevorderlijk voor de gezondheid, en een waar wij voor de behoeftigen onder konden zorgen, en werkgelegenheid verschaffen aan diegene die aan het leren zijn hoe de boodschap te geven. {1SC10:3.3} 

Terwijl wij in Waco waren, werd onze aandacht getrokken naar een eigendom, ongeveer vijf mijlen gesitueerd van het centrum van de stad, en vlakbij een zelf gemaakt meer, waarvan de watervoorziening van de stad werd gehaald, en hoe meer we deze locatie overwogen, hoe meer we overtuigd raakten dat de Heer ons naar deze plaats dirigeerde, zoals bewezen  werd door , “vele onfeilbare bewijzen,”die wij niet durven in twijfel trekken, aangezien het hele scenario, in eerste instantie,  in tegenstelling was tot welke menselijke planning, van ons zelf dan ook. {1SC10:3.4} 

Dit eigendom bestaat uit 189 hectaren, de ene helft die in een hoge staat van ontwikkeling verkeerde, de andere in hout, waarvan het meest ceder of verschillende formaten bomen, en sommige eiken en iepen, en een paar andere soorten kleidere bomen, die zouden kunnen voorzien, behalve in brandstof, een zeer grote hoeveelheid hout voor de constructie van schuttingen en funderingen van gebouwen. Het land heeft een aan de voorzijde een snelweg van ongeveer 1 mijl, waarvan de ene helft, dit prachtige meer overziet, welke in de lengte enkele mijlen uitgestrekt is en in volledige zicht van het woudgedeelte van de plaats van het noordoosten naar het zuidwesten. {1SC10:3.5} 

Vanuit de voorzijde van het meer, is er een steile toename tot een verhoging van ongeveer 300 voet, en dan is de oppervlakte van het land overwegend vlak en met uitzondering van twee of drie ravijnen die het woud scheiden in  twee heuveltop gedeelten, die geleidelijk terughellen naar het oostelijke en zuidelijke zijde van het landbouwland, zodoende voorziend in uitvoerige bouwgebied, voor alles wat noodzakelijk is, in ieder geval op dit ogenblik. {1SC10:3.6} 

Er is niet de geringste gedachten in het hoofd voor grote dure gebouwen, want dit is altijd in tegenstelling geweest, tot de instructies gegeven in zulke zaken, en des te meer in deze tijd, waarvan we weten dat er maar weinig tijd is om het werk af te ronden. Daarom moet “eenvoud,” het wachtwoord zijn voor alles wat we doen, daar de Heer op het punt staat  “de arbeiders te verrassen door de eenvoudige middelen die Hij zal gebruiken om Zijn werk in gerechtigheid te volmaken.”—Testimonies to Ministers.” 300{1SC10:3.7} 

Daar wij verder geen licht hebben , dan dat we een begin moeten maken, hopen we toch spoedig iets meer definitiefs te hebben. Maar we zijn het over eens om een uitnodiging te sturen naar alle medegelovigen in Tegenwoordige Waarheid, om ons in ernstig gebed te verenigen, dat er in deze tijd geen fouten worden gemaakt. We zullen ook ieder voorstel, met betrekking tot hoe wij snel iets kunnen ontwikkelen, dat het dichts bij datgene zal zijn wat wij allemaal naar verlangden onder ons tot stand te zien komen, om ieder onderdeel van ons werk te vertegenwoordigen, eerst aan de kerk en incidenteel aan de wereld, ter voorbereiding voor het grootste van alle demonstraties wanneer de grote schare, het “huis van de Heer,”zal  worden binnen gehaald door de poorten die nooit gesloten zullen zijn. (Jes. 60: 11). {1SC10:3.8} 

Het laatste maar zeker niet het minst belangrijke onderwerp, in verband met deze reis door Texas, is dat betreffende de nieuwe gelovigen in Tegenwoordige Waarheid. Hoewel het belangrijkste doel van deze reis , het zoeken naar een nieuwe locatie was voor het hoofdkwartier, voelden we dat een tweevoudig doel, kon worden nageleefd, dus gebruikten we alle tijd, waarin we niet op een of andere wijze bezig waren, met het studeren met ons geliefde mensen, waarvan velen hongerig waren voor datgene waarvan ze weten dat ze het nu ontvangen, en als gevolg daarvan zijn wij verheugd bekend te maken, dat er verschillende kleine gezelschappen zijn, langs het pad bestreken door deze tour, die zich verheugen in het voortschrijdende [p.4] licht van de Derde Engel Boodschap zoals voorgezet in de HStaf, en er komen reeds goede verslagen van hen, met betrekking tot de interesse die opgewekt is in hun betreffende gemeenschappen. {1SC10:3.9} 

Hoe ernstig zouden we moeten bidden, dat God ons dezelfde passie voor zielen, zal toebedelen die de Man van Calvarie karakteriseerde, en de zielenangst die bezeten was door Hem die huilde over de stad van Zijn liefde en zorg, zodat wij in staat mogen zijn te zeggen zoals Hij deed: “Vader vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen,” wanneer onze geliefde broeder en zusters ons onvriendelijk behandelen, want hun lasten zijn veel, en zij zijn niet bekend met de gezegende boodschap van Tegenwoordige Waarheid, en zijn daarom te betreuren, in plaat van te worden terecht gewezen. {1SC10:4.1} 

(Getekend) V.T. Houteff 

M.L. Deeter, E.T. Wilson 

————————– 

 

De Groeten : voor hun die van “Tegenwoordige Waarheid,” houden . {1SC10:4.2} 

Zef.2: 3 –“Om geborgen te zijn in de dag van de toorn des HEEREN,” is onze smeekbede. {1SC10:4.3} 

Deze verzegelende boodschap is nog waardevoller dan ooit te voren. Er zijn negen Adventisten hier: zeven zijn gelovigen in tegenwoordige waarheid; bidt alstublieft voor de andere twee. {1SC10:4.4} 

Dat wij “niets kunnen doen tegen de waarheid maar voor de waarheid,”wordt op indrukwekkende wijze gedemonstreerd door de volgende ervaring: {1SC10:4.5} 

Een bezoekende predikant kwam om ons te verlossen van misleiding. Hij bracht Zr. Colvin met hem, die de redenen beluisterde die hij gaf tegen de HStaf. De Heer stuurde br. Houteff, Deeter en Wilson precies op tijd. Ze werden dankbaar aanvaard als Gods boodschappers, en als gevolg zijn wij hier niet alleen bevestigd in de boodschap, maar er zijn ongeveer vijftien gelovigen in de Waco kerk, en meer aan het studeren! {1SC10:4.6} 

Nu hebben we de volgende waarschuwing ontvangen door de bladen van de conferentie: {1SC10:4.7} 

“Er zijn mannen op dit moment aanwezig in onze conferentie die zich voorgeven Adventisten te zijn. Het nieuwe licht dat zij beweren te hebben wordt niet aanvaard door onze organisatie… Om hun leerstellingen te aanvaarden, betekend ontbinden van gemeenschap met onze organisatie. We geloven dat wanneer de Heer nieuw licht voor ons heeft, Hij het door de leiders van deze organisatie zal openbaren en niet aan diegene die het bekritiseren.” {1SC10:4.8} 

Hoewel ze onze namen mogen verwijderen van de kerkverslagen, zijn wij verheugd, dat het niet zal zijn voor het ongehoorzaam zijn aan de Z.D.A. boodschap en dat zij het niet kunnen verwijderen uit het boek des Levens van het Lam. {1SC10:4.9} 

Moge God ons helpen om trouw te zijn! Dat wij “luid mogen uitroepen en niet besparen.” {1SC10:4.10} 

(Getekend) Mw. R. F. Mc Conathy 

Temple, Texas 

Ik besef hoe ver van God wij zijn geweest. Ik voel mij zo zwak en onbekwaam om deze boodschap aan de kerk te geven, maar ik heb mijzelf en mijn alles aan God gegeven en vraag Hem, om mijn wijsheid en verstand te geven, dat Hij door mij mag werken, door Zijn Geest voor het redden van zielen. {1SC10:4.11} 

(Getekend) Mw. Mollie Hartman 

Montrose, Colo 

Wij waarderen de Code zeker. We hebben speciaal genoten van de laatste {1SC10:4.12}

Onze kerk hier heeft de tijd van het Heilig avondmaal veranderd, etc. van ‘s morgens naar ’s avonds, in de hoop om de “verstotenen ,” te weerhouden van mee te doen. Dit is de eerste keer dat zij dit ooit hebben gedaan. Hoe dan ook, gaan wij het gelegen laten uitkomen om daar toch te zijn, zoals de zusters in Wyoming deden. Zij hebben ons medeleven, en wij bidden, dat zij tezamen met onszelf en al de anderen, voortgaan alles te ondergaan voor onze dierbare Verlosser, Die zo veel meer voor ons heeft gedaan. {1SC10:4.13} 

Bidt u alstublieft voor onze kleine groep hier. Wij gedenken jullie allen continu. Wij wensen Gods rijkste zegen over jullie. {1SC10:4.14} 

(Getekend) Mw. J.C. Campbell 

Columbia, S. Car. 

Ik onderhoud nog steeds bijeenkomsten hier; ook hebben wij een gebedsgroep georganiseerd, die op donderdagavond bijeenkomt. De nieuwe (leden) die recentelijk met ons zijn bijeengekomen, vertelden sommige van de andere kerkleden, dat zij de aanwezigheid van de Heer daar konden voelen. Wij hebben ook sabbat middag studies. {1SC10:4.15} 

Ik ben verheugd u te vertellen, dat wij nog een lid erbij hebben in ons gezelschap. De kerk stemde hem weg gisteravond, 4 maart. Hij is vastbesloten mee te helpen de broeders en zusters  in Zion te redden. {1SC10:4.16} 

Wij willen graag dat u bidt dat God met ons verder zal gaan, en dat om meer zielen te zegenen en te redden. {1SC10:4.17} 

(Getekend) Oran Richardson,

 Muncic, Indiana 

 

EEN INTERESSANTE ERVARING VANUIT COLUMBIA, S. CAR. 

Van een interessante uiteenzetting van Dr. John H. Young van Columbia, S. C. “De Twaalf Stammen Die Verspreid Zijn,” groetend,  doen wij hierbij verslag van een recente ervaring welke het kleine gezelschap had, waarvan de dokter de leider is, gedurende de tijd dat een Generale Conferentie veldsecretaris, de kerk in Columbia bezocht met het doel, de HStaf leerstellingen neer te halen. {1SC10:5.1} 

Hoewel de predikant van de kerk, de dokter beloofd had dat hij en de bezoekende broeder het kleine gezelschap op maandag, dinsdag en woensdag 6 uur ’s middags te ontmoeten van de aangewezen week, voor de bijeenkomst, waren ze allemaal verrast om aan den lijve te weten te komen dat hetzelfde procedure plan, dat gevolgd werd in Charleston, ook werd uitgevoerd in Columbia, terwijl de tirade tegen de HStaf in scene werd gezet.  Het plan was om in plaats van zoals afgesproken was, met de gelovigen van de Tegenwoordige waarheid  boodschap bij een te komen, en hen te tonen wat de voorgegeven dwalingen waren van de Staf, alle tijd werd besteed aan het verkondigen van de zogenaamde ketterij, vanaf het kansel, niemand toestaand, een vraag te stellen, die de spreker op welke wijze dan ook erbij zou betrekken, of zijn betreurenswaardige onwetendheid van de HStaf boodschap aan te tonen. Later kwamen wij te weten dat het hun strategie was, om ons een voor een te ontmoeten, zodat de twee ouderlingen tezamen in staat konden zijn om een arme schaap alleen in de hoek te drijven! {1SC10:5.2} 

De arts verteld dan over de teleurstelling van het kleine gezelschap, “die in het licht stonden,”toen ze te weten kwamen dat de ouderlingen niet met hen zouden samenkomen, maar zegt de dokter, “ze waren niet verslagen.” Ze waren eerder opgewekt.”  We hadden een goede reden voor gebed, en dankten God voor alles dat Hij voor ons had gedaan. Ik werd herinnerd aan de gedachte: ‘Een enig man onder u , zal er duizend jagen; want het is de HEERE, uw God Zelf, Die voor u strijdt.”’ (Joz. 23:10). {1SC10:5.3} 

Onze broeder stelt verder: “Ik smeekte en pleitte met deze ouderling om te komen en ons te ontmoeten, maar hij wilde niet. Hij dacht niet dat het, het beste was om de groep te ontmoeten, maar hij zei dat hij zou kunnen komen en persoonlijk met mij praten, hoewel  hij dat nooit deed. Hij ging wel in gezelschap van de predikant van de kerk, een van onze zusters bezoeken, maar kon niets over de HStaf benoemen. Denkt u dat de Heer ze ervan weerhield om op zo een manier, uit te buiten? Ik geloof dat Hij dat deed. Ze belden een andere zuster en vroegen haar of ze langs konden komen, maar ze antwoordde hen meteen dat als ze niet konden afspreken met de groep, zij er helemaal niet voor voelde om met hun  af te spreken. {1SC10:5.4} 

“Mijn gebed is dat de God van alle waarheid, Zijn volk mag zegene, en ons heiligen mag in Zijn waarheid, door de genade die is in Christus Jezus onze God. Broeders en zusters, laat ons voor elkaar bidden. {1SC10:5.5} 

EENS SCHUCHTER, NU DOENDE EN DURVENDE 

Recentelijk, stond de predikant hier op en zei: “Ik ga duidelijke taal spreken deze morgen. De Heer Wilson, de heer Deeter en ene heer Houteff, zijn op reis in Texas. Geef hun geen enkele financiële of fysieke ondersteuning, want ze onderwijzen de HSTaf, welke hoewel het voorgeeft licht te zijn, alles behalve licht is.” {1SC10:5.6} 

Alle ogen werden meteen op mij gericht.. Toen ontmoette ik na de dienst de predikant bij de deur en vroeg aan hem of ik even met hem mocht praten, dus ging hij aan een kant met mij en ik zei: “Weet u dat  ik voor geen miljoen dollars in uw plaats zou willen zijn deze morgen?” Hij zie: “Waarom?” Ik antwoordde: “Omdat u Gods dienstknecht en Gods boodschap hebt veroordeelt, waar u niets van afweet, behalve dat wat u gelezen hebt  in een boek dat u van het huidige bestuur van St. Louis hebt gekregen.” Toen adviseerde ik hem om Gospel Workers, te lezen, het hoofdstuk genaamd: “Gevaar,” en 5 T. 80-1 en ze aan mij uit te leggen. {1SC10:5.7} 

Een zuster aan wie ik een partij van de HStaf delen had geleend zei tegen mij: “Het maakt me niet uit wat ze zeggen, ik lees en ik ga door met lezen.”Er zijn velen die lezen, maar die zich niet toewijden, uit vrees dat zij uit de synagoge worden gezet. {1SC10:5.8} 

Ik dank God voor de moet die Hij mij gegeven heeft, want ik ben altijd het wegkrimpende soort geweest..Ik dank Hem voor het licht van tegenwoordige waarheid. Ik heb deel 1 van de HStaf twee keer door en door gelezen in de afgelopen week, en iedere keer als ik het lees ontvang ik meer licht—en hoe helpen de “Codes,” mij: ik lees ze altijd twee tot driekeer door, tel de bladzijden en wenste dat er meer waren. {1SC10:5.9} 

Ik bid voor al de dierbaren en verlang naar de tijd wanneer wij een gereinigde kerk zullen genieten. Moge God Zijn werk en werkers zegenen. {1SC10:5.10} 

(Getekend) Mw. A, Oswald 

Tom Ball, Texas. 

SCHADUWEN VAN HET VERLEDEN 

Vanaf de presentatie van de boodschap door Br. Houteffe in Keene algelopen week, verheugen tien zich in Tegenwoordige Waarheid, en het resultaat was dat op woensdagavond, de bidstond ons herinnerde aan gelijksoortige bijeenkomsten gehouden in de Methodisten kerken tien jaar geleden, in het trachten de kudde op te beuren, en het tevreden te laten zijn met hun eigen conditie, nadat de Z.D.A. in de gemeenschap was geweest. {1SC10:6.1} 

(Getekend) Mw. J. O. Conrad 

Keene, Texas 

Wij zijn verheugd om de Code familie te vertellen dat Zr. Mullenix, een moeder van Israel, die ernstig gewond was geraakt in een auto ongeluk, vroeg in januari, dat de geneeskundigen vreesden voor haar leven, nu hersteld is. Ze zegt: “Ik ben weer thuis sinds na mijn ongeluk, en vrijwel van al mijn wonden genezen. Ik ben dankbaar voor de HStaf boodschap en dankbaar aan mijn liefhebbende Verlosser. {1SC10:6.2} 

“Ik wil getuigen dat tegenwoordige waarheid, voor mij een aanwezige hulp was in alle moeilijke tijden, en dat het van mij een betere Z.D.A. heeft gemaakt dan ik ooit tevoren was. {1SC10:6.3} 

“Ik waardeer de Code en kijk uit naar haar maandelijks bezoek. Het draagt een boodschap van God, waarvan ik bid dat onze kerken het zullen ontvangen voordat het te laat is.” {1SC10:6.4} 

Mary Mullenix 

Florence, Colo. 

DE BOODSCHAP GROEIT NOG MOOIER 

Hoe dieper ik de HStaf boodschap bestudeer, hoe helderder het licht voor mijn voeten wordt. Elke dag schijnt het nog mooier voort. {1SC10:6.5} 

Ik heb heel lang gevoeld, dat mijn tiende naar de opslagplaats moet gaan van tegenwoordige waarheid, om te helpen haar licht naar de Z.D.A broeders en zusters wijd en zijd te zenden. Dus besloot ik afgelopen maand het daarnaar toe te sturen, en zal doorgaan daarmee zolang ik iets te sturen heb, want ik geloof met heel mijn hart, dat deze boodschap de reinigende boodschap is, “voedsel op zijn tijd,”van de grote Voorziener, en dat wij alles moeten doen wat wij kunnen, om te helpen om het naar andere hongerige zielen te dragen. {1SC10:6.7} 

Ik wil waardig geacht worden om, omwille van Christus te lijden. {1SC10:6.8} 

(Getekend) Mw. Lillian Davidson 

Belfair, Wash. 

 

EEN ANDERE BEREAAN 

Ik kon nauwelijks wachten totdat de boeken en de traktaten aankwamen, om te beginnen ze te lezen. Ik wist dat ze waarheid waren van al mijn voorgaande Bijbels studies en lezen van de Geest der Profetie. Toen ik Deel 1 van de HStaf las, kwam het steeds weer tot mij door: wat dwazen en tragen van hart wij zijn geweest om niet al wat de profeten zeiden te geloven.” Men wordt herinnerd aan de discipelen die niet konden zien nog begrijpen, tot na de opstanding wat Jezus hen duidelijk vertelde. Ik lees met mijn ogen wijd open, en vergelijk Schriftgedeelte met Schriftgedeelte, als ik van een punt naar een andere ga. Natuurlijk maak ik bij al het lezen, aantekeningen  van vele punten, waarvan ik u later enkele vragen zal zenden, als ik het antwoord daarop niet vind terwijl ik doorlees, zoals ik verschillende gevallen heb gedaan. {1SC10:6.9} 

Het lezen tot zover, heeft mij geleid om terug te kijken naar de ervaringen in mijn leven, om de waarheidsgetrouwheid te zien van alles wat de HStaf zegt met betrekking tot  het Z.D.A. kerkgenootschap…. Ik weet uit ervaringen als jongen en in de jaren vanaf toen de leerstellige, onchristelijke manier, van onderwijzen van de waardevolle leerstellingen van ons geloof, mij terug zetten in wanhoop en veroorzaakten dat ik een hopeloze staat overgaf, en zo een hele lange tijd te blijven. {1SC10:6.10} 

Toen ik een tiener was, was ik gewend te zeggen: “Moeder, ik heb opnieuw al de profetieën en leerstellingen bestudeerd, en al deze Bijbellezingen overgeschreven in een memorandum, en ik kan in dit hele systeem van waarheid, zien waar er voorzieningen zijn gemaakt voor het overwinnende leven. Waar is die kracht van God, die iemand weerhoudt van vallen en van het ervaren van Romeinen hoofdstuk 7? Waar is het overwinnende leven?” En zij zei dan: “Wel zoon, je onderhoudt toch de sabbat?”—“Ja”. “En je betaald tienden en gelooft in de Geest der Profetie en gehoorzaamd de gezondheidswetten toch?” “Ja.” “Wel dan is het goed met je, je hoeft je geen zorgen te maken.” {1SC10:6.11} 

Maar ik schoot te kort om overtuigd te worden. Wanneer men in zwakheid valt, het belijdt en vergeven is, en dat hetzelfde steeds weer en steeds weer doet, is daar geen zielerust in; dat is niet wat God in het nieuwe verbond heeft beloofd. Toch is dit precies waar de moeilijkheid en het probleem ligt met de rust van de Zevende dags Adventisten. Het is jammer. De predikanten zijn fout, en toch zijn de predikanten zelf nooit geleid in de ware en levende manier door hen op hun beurt hen in de waarheid hebben gebracht. “Spaar uw volk, O HEERE en geef Uw erfenis niet over toe een smaadheid, dat de heidenen over hen heersen, waarom zouden zij onder de volken zeggen, Waar is hun God?” (Joel 2: 17) {1SC10:6.12} 

Ik dank God voor deze nieuwe waarheden van de HStaf, en ze moeten ertoe leiden om Gods volk er toe te dringen om de gevaarlijke toestand voor hun te zien, en de noodzakelijke ernst van zoeken van hervorming, die al lang overtijd is. Velen zijn het eens over hervorming, maar de nieuwe opdracht moet zijn opwekking en hervorming,  want om alleen de buitenkant schoon te maken van een kop en schotel doet geen goed. Slechts de correcte jurk, haar en uiterlijk vertoon zal totaal geen voordeel brengen. Christus moet van binnen uit gevormd worden, de hoop der heerlijkheid, anders is het verlies eeuwig.. we moeten wederom geboren worden: dragen wij de tekenen van de nieuwe geboorte? Hij die in God geboren is zondigt niet. Hebben wij hoop op het eeuwige leven? Hij die deze hoop heeft reinigt zichzelf net zoals Hij rein is. {1SC10:7.1} 

Ik bid God dat door Zijn genade, ik deel mag hebben met Zijn volk in dit werk en boodschap…die ons terugbrengt naar de levendige ervaring van die dagen toe de Geest der Profetie eert gegeven was aan onze pioniers en sommige ontvingen het en sommige verwierpen het geschenk, dat God gezonden had om Zijn volk te verlichten. Wat mij betreft, ik wil een medearbeider zijn met hen die de zaak van tegenwoordige waarheid voortdragen. {1SC10:7.2} 

(Getekend) L.C. Forsythe 

Wapakoneta, Ohio 

BEMOEDIGING VOOR ALLEN 

Niet dat ik of ziek of ijdel was, maar omdat ik aan het geniete was van de getuigenissen van anderen, is de reden voor mijn stilzwijgen gedurende de afgelopen drie maanden, maar ik wil ook graag mijn getuigenis toevoegen in de huidige uitgaven van de Code, want God is goed voor mij geweest, en heeft mijn zwakke pogingen opmerkelijk gezegend, in de kleine hoek waar ik aan het werk was. {1SC10:7.3} 

Door de broeders Houteff en Deeter te vergezellen in San Antonio,Texas rond 1 febr en samen met hen de grootste centra in de Lone Star staat bezoekend, tijdens de afgelopen twee maanden, heeft de Heer onze pogingen gezegend door vrucht te dragen in bijna iedere plaats waar we gestudeerd hebben met de mensen, en wij hebben een groep van tien of twaalf achter gelaten in ieder van de twee plaatsen, volledig toegerust, met verschillende geïnteresseerden, die de boodschap aan het lezen en bestuderen zijn. {1SC10:7.4} 

Het is interessant om op te merken dat een van deze groepen, precies in de schaduw van het Conferentie kantoor van de Unie is opgericht, en in het dorp, waar een onze oude scholen gelokaliseerd is, en waar vele werkers en leraren wonen, wat allemaal aantoont dat zelf de grootste mannen onder ons niets kunnen doen tegen de waarheid maar voor de waarheid, en al de tirades in scene gezet tegen de mooie boodschap van tegenwoordige waarheid die de HStaf bevat, slechts meer interesse erin schept. {1SC10:7.5} 

In antwoord op Zr. J.A. Dundore’s vraag in de februari code, met betrekking tot de vooruitgang van het werk, wil ik zeggen dat ik aanwezig was in Charleston, S. Car, toen ouderling____________ daar was en een schelkannonade tegen de HStaf hield, en ik waarlijk zeggen dat in plaats van zijn” uitstampen van de HStaf leerstellingen daar,” zijn handelingen dienden om al diegene die het reeds geaccepteerd hadden, te bevestigen en een interesse schiep in anderen om de boodschap voor zichzelf te onderzoeken;  en een van de dames die hem aanhoorde, nodigde mij uit naar haar huis om een studie te geven, en merkte op aan het einde van de studie: Oh wat komen ze tekort in deze kleine kerk!” {1SC10:7.6} 

Nooit in al mijn werk als een predikant in deze zaak heb ik een nog directere vervulling gezien van de treffende bewering  in deel negen die ons verteld dat de “laatste bewegingen snelle zullen zijn.” {1SC10:7.7} 

Als een concreet voorbeeld van de bovenstaande bewering, zijn wij recentelijk getuige geweest van een groep van mensen in Waco, Texas, die na tien studies in tegenwoordige waarheid bevestigd werden en een nadere groep in Keene, Texas, die bevestigd werd na slechts zeven studies! Dus geliefde medearbeider, we zien werkelijk de waarheid van de verwante bewering in vervulling gaan in Eerste Geschriften, met het gevolg dat in de laatste dagen, sommigen in een paar maanden zullen moeten leren wat anderen jaren over hebben gedaan om te verkrijgen, dus laat ons ernstig bidden dat de Heer ons snel zal leiden naar precies de plaat s waar Hij wil dat wij arbeiden, terwijl de vervulling van Ezechiel 9 op zich laat wachten. {1SC10:7.8} 

(Getekend) E.T. Wilson. 

VRAGEN EN ANTWOORDEN 

Vraag: “ Is het nu begrepen, waarom het getal van het beest 666 zou moeten zijn? Wat bedoelt zr. White wanneer ze zegt in “Een woord aan de kleine kudde; A Word to the little flock,” blz. 19 dat ze zag dat het getal was opgemaakt?” {1SC10:8.1} 

Antwoord: De boekrol, is nog niet ver genoeg gekeerd om te openbaren waarom het getal van het beest 666, zou moeten zijn, nog is het getal al opgemaakt,nog minder zullen wij in staat zijn om het volledig te begrijpen, tot nadat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden. {1SC10:8.2} 

Vraag: “Eerste Geschriften, p. 281 zegt: Het plan van verlossing is tot stand gebracht, maar weinigen hadden ervoor gekozen het te accepteren. Deze bewering wordt heel uitvoerig gebruikt, tegen de leerstelling van de ‘grote schare,’ zoals onderwezen door de HStaf. Wilt u het alstublieft in harmonie brengen met de latere onderwijzing.” {1SC10:8.3} 

Antwoord: Het is waar dat de woorden “weinig uitverkoren,” vaak verschijnen in heilige Schriftgedeelten. Het is echter on-Bijbels om het Woord eigenmachtig uit te leggen . We moeten de Schriftgedeelten zichzelf laten uitleggen. Het volgende voorbeeld zal tonen hoe fataal het is om de Schriftgedeelten door de menselijke manier van redeneren uit te leggen. {1SC10:8.4} 

Paulus zegt:”Nu is Hij in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te niet te doen, door Zijn zelfs offerende.”( Hebr. 9: 26) Als iemand de bovenstaande bewering zou beschrijven zoals sommigen de woorden beschrijven, “weinig uitverkoren,” zou hij geneigd zijn twee dingen te doen, namelijk: of zichzelf als een klein kind vernederen, en toegeven dat hij niet begrijpt wat Paulus schrijft, of anders gescheiden van goddelijke wijsheid, zijn menselijk oordeel uitoefenen en Paulus beschuldigen van verkeerd zijn in zijn bewering, want de wereld eindigde niet in de tijd dat Christus was gekruisigd. {1SC10:8.5} 

Laat ons daarom de woorden onderzoeken, “weinig uitverkoren,” in het licht van de Bijbel. Terwijl Jezus verkondigd dat “velen zijn geroepen, maar weinig uitverkoren (Matt. 20: 16), zegt Jesaja, door dezelfde Geest: “Uw poorten zullen steeds open staan, zij zullen des daags of des nachts niet toegesloten worden, opdat men tot u inbrenge het heir der heidenen, en hun koningen tot u geleid worden…De kleinste zal tot duizend worden en de minste tot een machtig volk; Ik de Heere zal zulks te zijner tijd snellijk doen komen.” (Jes. 60: 11, 22) {1SC10:8.6} 

Zacharia zegt ook, terwijl hij profetisch spreekt over onze tijd: “Vele heidenen zullen te dien dage de Heere toegevoegd worden.”(Zach. 2:11) De Heer zegt verder: “Het zal geschieden in het ganse land, spreekt de Heere, de twee delen daarin zullen uitgeroeid worden en den geest geven, maar de derde deel zal daarin overblijven. En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren: Ik zal zeggen : Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De Heere is mijn God.” (Zach. 13: 8,9) {1SC10:8.7} 

Bovendien, terwijl de Eerste Geschriften zegt: “Maar weinig hebben gekozen het te accepteren,” groepeert dezelfde schrijfster in De Grote Strijd, p. 665 de grote schare van Openbaring 7: 9 als een groep gescheiden van de martelaren en anderen die zullen opgewekt worden, het onmogelijk makend, te concluderen dat de “grote schare,”zullen worden opgewekt. {1SC10:8.8} 

Nu is de vraag, als wij concluderen dat uit de bewering van Eerste Geschriften. p. 281 en Matt 20:16, slechts een paar gered zullen worden, wat zullen we doen met Jes. 60: 11, 22, Zach. 2: 11; 13:8, 9 en De Grote Strijd p. 665? Geen enkele onbevooroordeelde Bijbel student kan vanuit de bovenvermelde beweringen, tot welke conclusie dan ook belanden, die hem zou leiden om zijn interpretatie van het onderwerp op een Schriftgedeelte te baseren en de andere totaal negeren, maar zou eerder trachten zijn slotanalyse te maken, dat het in volmaakte harmonie is met alle geïnspireerde geschriften, of anders bekennen dat hij het licht op de Schriften niet heeft. {1SC10:8.9} 

De enige leerstelling die, in het huidig verband, de test zal doorstaan en in volmaakte overeenstemming is met alle heilige geschriften is die ene dat de “weinigen,” die zijn die gered zijn gedurende de afgelopen eeuwen, welke periode figuurlijk is geclassificeerd in de gelijkenis van Christus als de tijd voor de “Oogst.” Maar in het afsluiten van ’s werelds geschiedenis, in de inzamelingstijd—de Oogst—zal er geen grote schare gered worden. Het is slechts normaal, dat er in vergelijking maar weinig gered waren in de afgelopen eeuwen, omdat het feit dat die periode in de tijd niet de Oogst was, en het op gelijke wijze net zo normaal is dat nu, “aan het einde van de wereld,”—de tijd van de Oogst (Matt. 13:30), –er een grote inzameling zal zijn van zielen, die niemand tellen kan. {1SC10:8.10} 

“En de kinderen van Juda, en de kinderen Israëls zullen samen vergaderd worden, en zich een enig Hoofd stellen, en uit het land optrekken; want de dag van Jizreël zal groot zijn.” (Hos.1:11) {1SC10:8.11} 

Aangezien het idee van een grote schare slechts tegengesteld is aan het plan van de duivel, laat ons daarom niet in zijn belang werken. {1SC10:8.12} 

 Vraag: “Met betrekking tot de vernietiging van het beest aan het einde van de genadetijd, zou ik willen weten, of dit een letterlijke vernietiging is, en als dat zo is, wie wordt vernietigd of als het niet letterlijk is, wat is het dan? {1SC10:9.1} 

Antwoord: De vernietiging van het Daniel 7 beest, is hoewel het een letterlijke vernietiging is, niet specifiek van personen, maar eerder van princiepen, zoals is bewezen door het feit dat de andere drie beesten van Daniel 7, die zijn samengevat in de twee samengestelde beesten van Openb. 13 en 17,– progressieve symbolen van onze huidige wereld,– voortgaan tot het einde, terwijl de vrouw (het principe van valse godsdienst) schrijlings zitten op het beest van Openb. 17 wordt vernietigd aan het einde van de genadetijd voor de mens, en hetzelfde ding openbaart dat het symbool van Dan. 7 beest, profeteert: namelijk de opheffing  van het principe van valse godsdienst zoals uitgedrukt door het instituut van godsdienstige-politicisme. {1SC10:9.2} 

Echter, door deze opheffing, die het directe resultaat moet zijn van het opbreken, lijkt het onvermijdelijk, dat die mensen die onlosmakelijk in verwoven en bij het structuur van het instituut zelf  betrokken zijn, moeten verloren gaan als het valt; want revoluties van het soort dat hier gesymboliseerd zijn, baden de aarde altijd met bloed. In dit speciale geval, zal het ongetwijfeld diegene laten gaan die de hiërarchische bedienden (priesters, predikanten, en anderen) zijn van de “vrouw,” die de natiën hebben misleid. {1SC10:9.3} 

Een nauwkeurige navolging van HStaf, Deel 2, blz 154, 155, 160, 161 zal beloond worden met een heldere begrip van het hele onderwerp. {1SC10:9.4} 

Vraag: 5 T 212, onderaan de pagina, schijnt te onderwijzen, dat de vernietigings wapens , de zeven laatste plagen zijn. De HStaf leert dat Ezech. 9 de reiniging van de kerk is. Legt u de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid alstublieft uit. {1SC10:9.5} 

Antwoord: In verhouding tot 5 T 212, laten we eerst een gelijkenis bekijken, in een zekere verband, vanuit de tijden voorafgaand aan Noah. Judas bewijst dat Henoch een boodschapper van God was, en dat hij toch zijn generatie waarschuwde voor de vernietiging van de wereld door de tweede komst van Christus, toen in feite de vloed de gebeurtenis was, die zou komen en die vervolgend ook de hele wereld van Henoch zijn tijd vernietigde! Henoch werd eenvoudig weg niet de waarheid van de vloed getoond. Vandaar dat hij de vernietiging toen predikte, in termen van de komst van de Heer. {1SC10:9.6} 

Zo was het ook met Zr. White. Aangezien niemand het licht had over de vernietiging van Ezechiel 9, maakte zij de vergelijking ervan met de zeven laatste plagen, waar zij meer vertrouwd mee waren. Desalniettemin, later in 3 T 266; 5 T 210-212; TM 431, etc. paste zij Ezechiel negen toe, in tijd voor de zeven laatste plagen. Dus is Ezechiel negen toepasbaar op twee verschillende tijden—eerst in de tijd van de scheiding van de eerste vruchten, de 144.000; en ten tweede, in de tijd van de scheiding van de tweede vruchten, de grote schare van Openb. 7: 9. {1SC10:9.7} 

Vraag: “5 T 216, sprekend tot de broeders en zusters, zegt dat sommigen zich voorbereiden op het “merkteken van het beest,” maar volgens de HStaf, zullen alle ontrouwe Z.D.A’s vernietigd worden voor het merkteken van het beest. Legt u alstublieft uit. {1SC10:9.8} 

Antwoord:  

Als de  vragensteller 5 T 216 opnieuw wil bestuderen, zal zij zien dat het niet de broeders en zusters zijn die voorbereiden op het “merkteken van het beest,”maar eerder : Zij die zich met de wereld verenigen, niet met de kerk. {1SC10:9.10} 

Vraag: “Ik ben niet in staat mij te verzoenen met de onderwijzing dat Ezechiel 9 de onbekeerden verwijdert (de vijf dwaze maagden) uit de kerk aan het begin van de Luide Roep, met de gelijkenis van de tien maagden die de wijzen en de dwazen tezamen behoud tot aan de komst van de Heer. {1SC10:9.11} 

Antwoord: De gelijkenis van de tien maagden kan de maagden niet behouden tot de komst van de Heer, maar eerder tot aan een bepaalde tijd voor de uiteindelijke afsluiting van de genadetijd, want, let iets nauwkeuriger op dat de Schriften zeggen: “En zij die gereed waren gingen in met Hem tot het bruiloft,”en de deur werd gesloten.” (Matt. 25: 10) De woorden “tot de bruiloft,” tonen aan dat de oproep werd gedaan en de door gesloten werd voordat de bruiloft plaatsvond, en aangezien Christus trouwt of gekroond wordt aan het einde van menselijke genadetijd (zie de Grote Strijd, 426, 427) en voor de zeven laatste plagen worden uitgestort, bewijst het dat de oproep, “Ziet de Bruidegom komt,”niet de komst van Christus op de wolken is, wanneer Hij Zijn volk”tot Zichzelf vergadert,”(Joh. 14:3), maar eerder Zijn komst tot het heiligdom voor het oordeel van de levenden. {1SC10:9.12} 

Daar de vijf wijze maagden de 144.000 (Openb. 14:4) zijn, zien wij dat de oproep voor hen om te ontwaken, hetzelfde is als Jes. 52:1; welke de tijd van de roep hetzelfde maakt als “de verzegelingstijd van de 144.000,” (3 T 366) en hun ontmoeten met de bruidegom hetzelfde als Ezech. 9. Dan zal Hij na de afsluiting van de genadetijd en na de uitstorting van de plagen,  komen en Zijn eigen meenemen, niet om getuige te zijn van de bruiloft, maar om het bruiloftsmaal te eten, nadat de ceremonie uitgevoerd is. {1SC10:9.13} 

EEN VREUGDEVOLLE STEM VAN VERAF 

Ik wacht gretig op het volgende nummer van de Code. Het is verrassend hoe het vragen van ogenschijnlijke moeilijkheden opheldert; aldus wijsheid van boven aantonend. {1SC10:10.1} 

De Uwe, verheugend in de boodschap 

(Getekend) Clara Opitz 

Hamberg, Germany 

—————————-

 

EEN VOORKEURS DIEET 

“De Heer wenst dat zij die wonen in landen waar vers fruit, gedurende een groot gedeelte van het jaar verkregen kan worden, ontwaken tot de zegening die ze hebben in dit fruit. Hoe meer we afhankelijk zijn vers fruit, als het geplukt is van de boom, hoe groter de zegening zal zijn. 7 T 126{1SC10:10.1} 

“Het zou ons goed doen om minder te koken en meer fruit te eten in haar natuurlijke staat. Laat ons de mensen leren om vrijelijk te eten van de verse druiven, appels, perziken, peren, bessen en alle andere soorten fruit die verkregen kan worden. Laat deze bereid worden voor het gebruik in de winter, door het in te maken, zoveel mogelijk gebruik makend van glas, in plaats van blik.” 7 T 134{1SC10:10.2} 

“De overvloedige voorraad van vruchten van de natuur, noten en granen is uitgebreid, en jaar na jaar worden de producten van alle landen voor het grootste gedeelte meer gedistribueerd naar allen, door de toegenomen mogelijkheden van transport. Als resultaat daarvan, zijn vele voedingsartikelen, die een paar jaar geleden werden beschouwd als dure luxeartikelen, nu binnen het bereik van allen als voeding voor dagelijks gebruik. Dit is in het bijzonder het geval met gedroogd en ingemaakt fruit.” M.H. 297{1SC10:10.3} 

“Waar droog fruit, zoals rozijnen, pruimen, appels, peren en abrikozen te verkrijgen zijn tegen schappelijke prijzen, zal uitgevonden worden dat ze, veel vrijer gebruikt kunnen worden als basisartikelen voor het dieet, dan de gewoonte is, met de beste resultaten voor de gezondheid en kracht, voor alle klasse arbeiders.” M.H. 299{1SC10:10.4} 

“Granen en fruit bereid zonder vet en in een zo natuurlijke staat als mogelijk, moet het voedsel voor de tafels zijn van allen die claimen zich voor te bereiden voor overzetting naar de hemel.” 2 T 352 De bovenvermelde bewering houdt ook noten in, die de vruchten van de boom zijn en voor de gezondheid en voedingstoffen dagelijks gegeten moeten worden, in een of andere vorm, en grondig gekauwd, of zoals ze komen met de schil, of als noten cream of botersoorten. Ze zijn beter ongekookt, of geroosterd. {1SC10:10.5} 

GEZONDHEIDS SUGGESTIES VOOR DE BOTERHAM 

Volkeren of heel rogge brood, besmeren met avocado spread (voor zover wij weten kan advocaat gecombineerd worden met groenten), en voeg daar gehakte waterkers aan toe welke gemengd is met een beetje zout en citroen. {1SC10:10.6} 

 Volkeren tarwe brood, besmeren met geweekte of droge pruimen, die fijn gesneden zijn en gemengd met pecan noten en honing. {1SC10:10.7} 

Volkoren tarwe brood, besmeren met dadels of rozijnen, geblunderd met een goede notenboter, die verdund is om het goed te kunnen mengen. {1SC10:10.8} 

Peulvruchten, zoals bonen of linzen of gedroogde erwten, maken een volwaardige en smaakvolle boterham, wanneer met een vork geplet en met een beetje citroensap toegevoegd. {1SC10:10.9} 

Volkoren tarwe brood, besmeren met geprakte bananen en gemalen dadels{1SC10:10.10} 

Roggebrood of volkoren tarwe brood, besmeren met gemalen vijgen en walnoten waaraan honig en een of twee druppels citroensap is toegevoegd. {1SC10:10.11} 

Volkoren tarwe brood of volkoren rogge brood, besmeren met avocado spread of noten boter met sla. {1SC10:10.12} 

BELANGRIJKE OPMERKING 

Wij willen alle lezers van de code tot voorzichtigheid manen, om de grootste zorg uit te oefenen niet welke literatuur dan ook in postbussen van individuen te deponeren, want ;het is een inbreuk op de postwet van de Verenigde Staten. {1SC10:10.13} 

Onze zusters zijn gretig om liefdadigheidswerk te doen onder onze eigen mensen, en daarom verzoeken wij dat zowel zij die in kledingnood zijn etc. en zij die in de omstandigheid verkeren om zulke hulp te geven, het feit aan dit kantoor bekend maken, hun communicatie adresserend aan Mw. J.E. Wilson.  

——————————–SCHEUR HIER AF————————————-{1SC10:10.14}                                   

Plaats alstublieft mijn naam op uw regelmatige postlijst voor u maandelijks blad: “De Symbolische Code.”  

Straat 

Naam——————————————-Postbus nr.——————————————————— 

Stad————————————————-Staat——————————-{1SC10:10.15}                                   

De Universele Uitgevers Associatie, Afdeling Symbolische Code. 

Station K, Box 68, Los Angeles, California 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code 

Nieuws Artikel 

                                                                                             Deel Een     

                                                                                                 Nr. 9   

                                                                                         15 maart 1935 

Los Angeles, California

TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap

WEES VAN GOEDE MOED 

 

“’Uw hart worden niet ontroerd, gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen, anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben: Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben.’ Joh. 14: 1-3. {1SC9:1.1} 

“Wij hebben lang gewacht op de terugkeer van onze Verlosser. Desalniettemin is de belofte waar. Spoedig, zullen we in onze beloofde thuis zijn.  Daar zal Jezus ons leiden langs de levende stroom, die vloeit van de troon van God en zal aan ons uitleggen de duistere voorzieningen waardoor Hij ons op deze aarde heeft gebracht om onze karakters te vervolmaken. Daar zullen we met onvage visie de schoonheid van het herstelde Eden aanschouwen. We zullen de kronen aan de voeten van de Verlosser gooien die Hij op onze hoofden geplaatst heeft en onze gouden harpen aanraken en de gehele hemel vullen met lofprijzing voor Hem die op de troon gezeten is.” 8 T. 254. {1SC9:1.2} 

VERDER IN DE VOETSPOREN VAN ROMANISME 

“De Hoofdinspecteur van de Wyoming Zending was 12 januari hier en heeft 2 uur gepredikt tegen de HStaf. Voordat ze zich scheidden om de inzetting van nederigheid te vieren, heeft hij ze laten stemmen dat ze niemand zouden toestaan deel te nemen die vocht tegen de kerk, zoals hij het stelde, en aangezien hij de HStaf niet noemde, als wij het niet gewaagd hadden om deel te nemen, zou men geargumenteerd hebben dat we schuldig waren van vechten tegen de kerk, hetgeen vanzelfsprekend niet waar is. {1SC9:1.3} 

‘Toen de gemeente tenslotte gescheiden was en het water en de waskommen gereed waren, haasten ze zich en namen ze allen een voordat wij een konden krijgen, en zodra ze klaar waren met een, pakte een zuster die klaarstond ze snel en zette ze onder haar arm, ons zo weerhoudend van het te krijgen! {1SC9:1.4} 

“Zuster Hendricks ging tenslotte naar een [waskom] vragen, en de zuster sloeg haar in de maag, bijna haar adem uit  haar slaand en zei: “Nee,” eraan toevoegend: Ik zal niet toestaan dat een van jullie een krijgt.” Toen stelde zuster Hendricks voor dat we een lied zouden zingen, waarna een van de zusters meteen een lied begon, en we zongen mee. Bij het avondmaal dat volgde weigerden ze  ons te bedienen, aldus voortgaand met hun onheilige feest te voleinden. {1SC9:1.5} 

‘Die avond bij de huishoudelijke vergadering berispte de ouderling de zuster voor het beginnen van het lied, zeggend dat ze ons moest hebben toegelaten het te beginnen, zodat hij ons kon laten arresteren voor de verstoring ! Hij dankte haar echter voor het houden van de waskommen zodat wij er geen konden krijgen. {1SC9:1.6} 

‘Bij deze vergadering “verstoten,” ze de naam van een andere zuster als slecht, die verschillende dagen klaagde over de bespotting die plaatsvond tijdens de bijeenkomst. {1SC9:1.7} 

Tegelijkertijd stemden ze in om de deuren te beveiligen, en niet toe te staan dat een van ons in de toekomst binnen kwam. Toen ik naar de volgende gebedsbijeenkomst ging, barricadeerden ze de deur voor mij, en toen ze me buiten gesloten hadden, hoorde ik geweldig gelach. De volgende sabbat weigerden om Zr. Hendricks en mij binnen te laten, dus bleven we buiten staan totdat de sabbatschool over was, terwijl het 20 graden onder nul was. Afgelopen sabbat waren het vier van ons die buiten gelaten werden in de kou, maar wij bestudeerden onze sabbat school les en zij hadden een bestuursvergadering binnen, om vast te stellen wat ze met ons zouden doen. {1SC9:1.8} 

‘Nu zeggen zij dat wij alleen maar komen om hen tot vijanden te maken, en wij willen weten wat onze plicht is; moeten wij helemaal stoppen om te gaan of moeten we gewoon blijven gaan? Hij lijkt dat als wij niet meer zullen gaan, zal niet alleen ons eigen belang eronder lijden, maar zullen zij voortgaan de slaap des doods te slapen.” {1SC9:1.9} 

(Getekend) Mw. Faith Pruett, 

Sheridan Wyoming 

(Bovenstaande vraag beantwoord in Symbolische Code, Nr. 8, 15 febr. 1935, blz. 8) p. 2. 

`We ondervinden zeker heel veel tegenstand hier.` Ze hebben nu wachters bij de deuren, om ons ervan te weerhouden binnen te gaan, hoewel het heel koud weer was. Afgelopen sabbat heeft de ouderling een bekendmaking vastgespijkerd op de kerk. We werden verteld door de Huis Zendingssecretaresse, dat de bekendmaking onze Sabbat schoolles was. De waarschuwing hield in dat iedereen die stoorde onderhavig was aan een boete van 50 USD of 30 dagen gevangenis! De ouderling maakte de opmerking naar een van het gezelschap dat hij wenste dat we iets zouden doen, zodat hij ons in de gevangenis kon zetten! De haat die ze verspreiden is verschrikkelijk, en zij eisen het recht op, om de deuren te bewaken omdat God, Satan uit de hemel heeft geworpen, en omdat de engelen gouden kaarten bij zich moeten hebben voordat ze toegelaten worden in de Heilige Stad! {1SC9:2.1} 

`Een van de zusters pleitte met de bewakers, maar het mocht niet baten. {1SC9:2.2} 

Als ik een jaar geleden dat de kerk op zo een wijze zou handelen, zou ik het nooit geloofd hebben. Het dient alleen om ons te herinneren aan de geschiedenis van de kerk door de eeuwen heen, hoe ze iedere keer als ze haar geestelijke macht verloor ze zich wendde tot de arm der wet. {1SC9:2.3} 

Wij hebben zeker genoten van het laatste nr. van de Code, die een bron van kracht was voor een ieder van ons. Ik wenste dat het vaker verscheen. {1SC9:2.4} 

Wij hebben uw ernstige gebeden nodig.` {1SC9:2.5} 

(Getekend) Mw. Hazel Hendricks 

Sheridan, Wyoming. 

 

000000000000000 

 

Toen de Geest der Profetie ons lang geleden waarschuwde dat vervolging het lot van iedere heilige zou zijn en dat het, het eerst en het ergst zou komen van binnenin de kerk, beseften we niet hoe dit mogelijk kon zijn, tot gedurende het laatste jaar toen zulke buitensporigheden zoals hierboven uiteengezet begonnen gepleegd te worden in de naam van waarheid en gerechtigheid. {1SC9:2.6} 

Zulke ontwikkelingen laten ons zonder twijfel tot waar we zijn in de loop van gebeurtenissen in tijd. Let nauwkeurig op de volgende uitspraken: {1SC9:2.7} 

“Christus zei van Zichzelf: “Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde: Ik ben niet gekomen om vrede te brengen maar een zwaard.’ De Vredevorst, toch was Hij de oorzaak van scheiding. Hij die kwam om goede tijdingen te verkondigen en hoop en vrede in de harten van de kinderen en mensen te scheppen, opende een strijd die diep brand en intense emoties oproept in het menselijk hart. En Hij waarschuwt Zijn volgelingen: ‘In de wereld lijdt gij verdrukking.’ ‘Zij zullen hun handen aan u slaan en u vervolgen, u overleverende in de synagogen en gevangenissen; en gij zult getrokken worden voor koningen en stadhouders om Mijns Naams wil.’ ‘En gij zult overgeleverd worden ook van ouders, en broeders, en familie en vrienden; en zij zullen er sommigen uit u doden.’ {1SC9:2.8} 

“Deze profetie werd op duidelijke wijze vervuld. Iedere onwaardige behandeling, smaad en wreedheid, waartoe satan het menselijke hart kon aanzetten, hebben de volgelingen van Jezus ondergaan. En zij zal weer op duidelijke wijze worden vervuld. Want het vleselijke hart verkeert nog steeds in vijandschap met Gods wet, en wil zich niet aan Gods geboden onderwerpen. De wereld is vandaag evenmin in harmonie met de beginselen van Christus als dit in de dagen der apostelen het geval was. Dezelfde haat die tot het geroep: “Kruisig Hem, kruisig Hem” aanmoedigde, dezelfde haat die tot de vervolging van de discipelen leidde, werkt ook heden nog in de kinderen der ongehoorzaamheid. Dezelfde geest die in de donkere middeleeuwen mannen en vrouwen tot gevangenschap, tot verbanning en tot de dood veroordeelde, die de geraffineerdste folteringen der Inquisitie bedacht, die het bloedbad van de Bartholomeusnacht plande en ten uitvoer bracht, en die het vuur van Smithfield ontstak, werkt nog steeds met boosaardige energie in onbekeerde harten. De geschiedenis der waarheid is van oudsher een verslag geweest van een worsteling tussen goed en kwaad. De verkondiging van het evangelie is in deze wereld steeds verder gegaan, ondanks tegenstand, gevaar, verlies en lijden.” AA. 84.3{1SC9:2.9} 

“ De apostel wist, dat hij van het volk  (de kerk) dat door zijn zonden de toorn Gods op zich deed neerkomen, geen rechtvaardigheid kon verwachten. Hij wist, dat hij, evenals de profeet Elia, veiliger onder de heidenen was dan onder degenen die het hemelse licht hadden verworpen en hun harten tegen het evangelie verhard. {1SC9:2.10} 

Zo gebeurde het dat wederom een dienaar Gods, door blinde ijver en zelfgerechtigheid en haat, gedwongen werd zich om bescherming tot de heidenen te wenden. Het was dezelfde haat die de profeet Elia dwong naar de weduwe in Serepta te vluchten om bijstand; en die de heiden van het evangelie noodzaakte zich van de Joden af te keren en hun boodschap aan de heidenen te verkondigen. En deze haat zal ook het deel zijn van het volk van God in deze eeuw. Onder velen die beweren volgelingen van Christus te zijn, heerst dezelfde hoogmoed, dezelfde vormendienst en zelfzucht, dezelfde geest  van onderdrukking, die zulk een grote plaats innamen in de harten van de Joden. In de toekomst zullen mannen die voorgeven dat zij de vertegenwoordigers van Christus zijn een gelijksoortige houding aannemen als de priesters en oversten in hun bejegening van Christus en de apostelen aan de dag legden. In de grote crisis die de getrouwe dienaren van Christus spoedig zullen moeten doormaken, zullen zij met dezelfde hardheid van hart, dezelfde gruwzame vastberadenheid en dezelfde onverzoenlijke vijandschap te doen hebben. {1SC9:2.11} 

Allen die in die boze dag God onbevreesd willen dienen overeenkomstig de voorschriften van hun geweten, zullen moed vastberadenheid en kennis omtrent God en Zijn woord behoeven; want degenen die trouw zijn aan God zullen worden vervolgd. De juistheid van hun motieven zal in twijfel worden getrokken, hun beste pogingen verkeerd uitgelegd, en hun namen als slecht worden verworpen. Satan zal al zijn bedrieglijke macht aanwenden om het hart te beïnvloeden en het verstand te verduisteren, om het boze goed en het goede boos te doen schijnen. Hoe sterker en reiner het geloof van Gods volk is, en hoe vaster het besluit om Hem te gehoorzamen, des te feller zal satan ernaar streven om tegen hen de woede te doen ontbranden van hen die, hoewel zij beweren rechtvaardig te zijn, de wet van God met voeten treden. Het zal het sterkste vertrouwen, de meest heldhaftige vastberadenheid kosten om het geloof, eens aan de heiligen geschonken, te behouden.” A.A. 430.1. {1SC9:3.1} 

 De dienstknecht des Heren zegt van Pilatus dat: “hij de fanatieke haat van de priesters voor Hem Die als het Licht der wereld hun duisternis en dwaling openbaar had gemaakt niet begreep. Zij hadden de schare bewogen tot een redeloze woede, en opnieuw hieven priesters, oversten en volk die verschrikkelijke kreet aan: “Kruisig Hem, kruisig Hem! ‘”D.A. 736. {1SC9:3.2} 

De ZDA kerk die de geschiedenis van de Joden herhaald ( 5 T. 160), zal heen en weer geslingerd worden door haar “priesters” en “heersers” heden tendage om een standpunt te nemen tegen “de trouwe dienstknechten van God gelijk aan datgene dat gevolgd werd door de priesters en heersers in hun bedreiging van Christus en de Apostelen.’” Terwijl de 144.000 meer en meer als hun Verlosser worden, “het Licht van de wereld,”de ‘duisternis en dwaling openbaar makend, die de kerk omringd, zullen de leiders in hun “fanatieke haat” van de heiligen de schare bewegen tot een redeloze woede tegen hen en in wanhopigheid geboren uit blinde en razende haat, uitreiken naar de burgerlijke arm van macht, om hun slechte doeleinden tot stand te brengen, het volgende type naar haar antitype laten samenvloeien. {1SC9:3.3} 

“Aldus had het Joodse volk, door een heidense heerser (Ceaser –een symbool van de macht van de wereld) te verkiezen, zich aan de theocratie onttrokken. (Zie hier 7 T 109, hfdst. 1 in verband met 5 T 75 laatste hfdst., en 5 T 456, onderaan de bladzijde) Zij hadden God als hun Koning verworpen. Voortaan hadden zij geen bevrijder meer. Zij hadden geen koning alleen de keizer.  Hiertoe hadden de priesters en de leraars het volk gebracht. Hiervoor en voor de verschrikkelijke gevolgen daarvan, waren zij verantwoordelijk. De zonde en de ondergang van een volk waren te wijten aan de godsdienstige leiders.” D.A. 738. {1SC9:3.4} 

De scheiding moet komen. De vernietiging van “Jeruzalem is een voorstelling van wat de kerk zal zijn als het weigert te ontvangen en wandelen in het licht dat God heeft gegeven. Jeruzalem was begunstigd door God als de opslagplaats van heilige waarheden. Maar haar volk verdierven de waarheid en verachten alle smeekbeden en waarschuwingen. Ze wilden Zijn adviezen niet eerbiedigen. De tempelhoven werden vervuild met handel en diefstal. Zelfzuchtigheid en liefde voor de mammon, nijd en strijd, werden gekoesterd. Iedereen zocht naar eigen gewin voor zijn buurt. Christus keerde zich van hen, zeggend: “O Jeruzalem, Jeruzalem, hoe kan Ik u opgeven? Hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergaderd onder de vleugelen en gijlieden hebt niet gewild!’ Matt. 23:37….{1SC9:3.5} 

“Het uitgevershuis is verandert in ontheiligde altaren, in een plaats van onheilige handel en verkeer. Het is een plaats geworden waar ongerechtigheid en fraude werden uitgeoefend, waar zelfzuchtigheid, kwaadaardigheid, nijd en wellust werden gezwaaid. En toch zijn de mannen die geleid worden in dit werken aan verkeerde principes, ogenschijnlijk onbewust van hun verkeerde handelswijze.” 8 T 67-8. {1SC9:3.6} 

Sprekend over de ZDA kerk, zegt de Geest der Profetie: “Wie kan werkelijk zeggen: ‘Ons goud is getest door het vuur; onze klederen zijn onbesmet door de wereld? Ik zag onze instructeur wijzen naar de klederen van zogenaamde gerechtigheid. Ze uittrekkend, legde hij de vervuiling eronder bloot. Toen zij Hij aan mij:’ Kan je niet zien hoe ze aanmatigend hun vervuiling en verrotting van karakter hebben bedekt? ‘Hoe is de trouwe stad een hoer geworden? Mijn Vadershuis is tot een handelshuis gemaakt, een plaats waar de heilige tegenwoordigheid en glorie van zijn geweken! Om deze reden is er zwakheid, en ontbreekt er kracht.”’8 T 250. {1SC9:3.7} 

“Laat ons niet zeggen: Trek uw hand af , o God. De kerk moet gereinigd worden en het zal geschieden.”1 T 100. 

Hoewel het voorgaande bewijst dat de kerk het nodig heeft en grondig gereinigd moet worden, openbaart het volgende, dat de SDA bediening zich niet eraan zal schikken: {1SC9:4.1} 

“De oude mannen, zij aan wie God groot licht heeft gegeven, en die als beschermers van het geestelijk goed van het volk hadden gestaan, hebben hun vertrouwen beschaamd.  Ze hebben het standpunt ingenomen dat we niet hoefden uit te kijken naar wonderen en de kenmerkende manifestaties van Gods Kracht zoals in voorgaande dagen. De tijden zijn verandert. Deze woorden versterken hun ongeloof, en ze zeggen: “De Heer zal geen goed doen, noch zal Hij kwaad doen. Hij is te barmhartig om Zijn volk met oordeel te bezoeken.  Aldus is vrede en veiligheid de roep van mannen, die nooit weer hun stemmen als een bazuin zullen verheffen om Gods volk hun overtredingen en het huis van Jakob hun zonden te tonen. Deze stomme honden, die niet wilden blaffen, zijn degenen die de rechtvaardige wraak van een beledigde God voelen. Mannen, vrouwen, en kleine kinderen, allen komen tezamen om.” {1SC9:4.2} 

In vervulling van hetgeen boven staat, bespot de bediening het idee dat het oordeel van Ezechiël 9 een letterlijke slachting is over “het huis van God” voor de afsluiting van de genade tijd van de wereld, eerder de beslissing aannemend dat het de zeven laatste plagen zijn, zeggen dus, we behoeven niet uit te kijken naar wonderen en de kenmerkende manifestaties van Gods Kracht zoals in vroegere dagen.(…) Aldus is vrede en veiligheid de roep van mannen, die nooit weer hun stemmen zullen verheffen.” Waarom? Omdat “allen” tezamen zijn omgekomen in de slachting, waarvan ze hadden verkondigd dat God “te barmhartig was”om “Zijn volk” te bezoeken. {1SC9:4.3}  

De nacht nadert en de schaduwen van de duistere eeuwen beginnen te vallen op Gods volk, wanneer alles dat godvruchtig wil leven in Christus Jezus, onder vervolging zal lijden. (2 Tim. 3: 12). De tijd is nader op ons waarvan profetie zegt: “De draak was toornig op de vrouw, en ging om oorlog te voeren tegen het overblijfsel (de 144.000) van haar zaad, die de geboden van God houden, en die de getuigenis van Jezus Christus hebben.” (Openb. 12:17). Maar wij rekenen erop dat lijden van deze tegenwoordige tijd niet te waarderen zijn (niet opwegen) om vergeleken te worden met de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.” (Rom.8:18) {1SC9:4.4} 

“Want de lichte last der verdrukking, die zeer haast voorbij gaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht, der heerlijkheid.” (2 Cor. 4: 17) {1SC9:4.5} 

Daarom “geliefden,” houdt u  niet vreemd over de hitte der verdrukking onder u, die u geschiedt tot verzoeking, alsof u iets vreemds overkwame, Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen. Indien gij gesmaad wordt om den Naam van Christus, zo zijt gij zalig want de Geest der heerlijkheid en de Geest van God rust op u, Wat hen aangaat . Hij wordt wel gelasterd, maar wat u aangaat, Hij wordt verheerlijkt….Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis Gods.” (1 Petr. 4: 12-14, 17) {1SC9:4.6} 

“Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd. Werpt al uw bekommernissen op Hem want Hij zorgt voor u. Zijt nuchter en waakt, want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briessende leeuw, zoekende wie hij zou mogen verslinden. Wederstaat hem vast zijnde in het geloof, wetende dat hetzelfde lijden aan uw broeders die in de wereld zijn volbracht wordt. De God nu aller genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben, Dezelve volmake, bevestige, versterke en fondere ulieden. Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.” (1 Petr. 5: 6-11). {1SC9:4.7} 

———————————– 

EEN NIEUW GEMODELLEERD GEBED EN HUISHOUDELIJKE VERGADERING 

Recentelijk, zijn een paar van de 600 leden van de Glendale Kerk in aanraking gekomen met wat zij verblijd waren te noemen, een gebed en huishoudelijke vergadering. Nadat een paar liederen gezongen waren, en een paar korte gebeden geofferd, gaf de president van de Conferentie een redevoering over valse profeten en dwaling die de kerk binnenkwamen. {1SC9:4.8} 

De bidstond werd toen snel verandert in een huishoudelijke vergadering met het doel om een andere zuster, die een gelovige in de boodschap van de HStaf is als lidmaat uit te schrijven, en de predikant kondigde aan, dat aangezien het een huishoudelijke vergadering was, allen die geen lid waren van de Glendale Kerk, vriendelijk verzocht werden te vertrekken. {1SC9:4.9} 

Behalve mijzelf, waren er twee of drie andere gelovigen in tegenwoordige waarheid aanwezig, die ook van de rechten van hun lidmaatschap waren beroofd. In plaat van vertrekken zoals de predikant verzocht, bleven we allemaal zitten, want de zuster, waarmee wij zaten, degene die zou worden “verworpen,” wenste dat we bleven. Maar toen ze onze intentie zagen om te blijven, riep de predikant mijn naam uit: zeggende {1SC9:4.10} 

“Zuster__________ u bent niet langer lid van onze kerk, dus verzoek ik u te vertrekken, ook degenen die met u zijn.” Ik bleef zitten, hopend dat ik in staat zou zijn om te blijven, maar meteen was de kerk in beroering, verschillende, die opstonden en ons verzochten te vertrekken. Toen gaf de predikant de diakenen opdracht om met ons af te rekenen, en besloten we uiteindelijk weg te lopen met onze escorte, de diakenen aan onze zijde. {1SC9:5.1} 

Ik dank de Heer voor de eenvoudige middelen die Hij gebruikt om voor het volk deze schitterende waarheid te brengen, dat Hij spoedig een kerk zonder smet of vlek of enig ding zal hebben, rein en volmaakt, waarmee de wereld in de Luide Roep gewaarschuwd zal worden en snel Zijn werk op aarde zal afsnijden zoals we lezen in 5 T 187: {1SC9:5.2} 

“Schudt uw geestelijke futloosheid af. Werk met al uw macht om uw eigen zielen te redden en de zielen van anderen. Het is nu niet de tijd om vrede en veiligheid te roepen. Het zijn geen sprekers met fluwelen tong die nodig zijn om deze boodschap te geven. De waarheid moet in al haar toegespitste (scherpe) strengheid (onverbiddelijkheid) gesproken worden. Actieve mannen zijn nodig, — mannen die zullen werken met ernstige, onophoudelijke energie voor de reiniging van de kerk en de waarschuwing van de wereld. {1SC9:5.3} 

“Een groot werk moet uitgevoerd worden; uitgebreidere plannen moeten voorgelegd worden; een stem moet voortgaan om de volkeren wakker te schudden. Mannen wiens geloof zwak en wankelend is, zijn niet degene die het werk voorwaard moeten dragen in deze belangrijke crisis. We hebben de moed van helden en het geloof van martelaren nodig. {1SC9:5.4} 

Ik dank de Heer voor het glorierijke licht dat op onze paden schijnt, en ik wil mijn Verlosser heel de weg volgen, wat het ook mag kosten. En met betrekking tot de leiders en leden van de Glendale kerk, vraag ik uw gebeden, dat ze op de Rots Christus Jezus mogen vallen en gebroken worden voordat de Rots op hen valt en hun in stukken vergruisd. (Lukas 20:18). {1SC9:5.5} 

 

(Getekend) Mw.E.M. Crawford 

Glendale , Calif. 

——————————– 

EEN “ONHEILIG FEEST” 

Op 22 januari ontving ik van de kerksecretaris een geregistreerde brief, waarin ik werd ingelicht dat de vraag over mijn lidmaatschap  in de Glendale ZDA kerk ter beschouwing zou worden genomen, de volgende avond, tijdens een huishoudelijke vergadering. {1SC9:5.6} 

 Ik dank God dat, bij een oproep als deze, we geen tijd nodig hebben voor een speciale voorbereiding, maar de schitterende belofte van de Heer kunnen claimen, dat wanneer we overgeleverd worden aan de gemeenten of voor overheden en koningen gebracht worden, om Zijns Naams wil, we niet hoeven te denken over wat we zullen spreken, omdat het ons in hetzelfde uur gegeven zal worden. {1SC9:5.7} 

  Toen ik aankwam bij de vergadering, waren een paar zusters, gelovigen in de boodschap van het uur, reeds daar; maar zij werden gevraagd de kerk te verlaten; en toen sommigen weigerden in mijn belang te vertrekken, werden ze ruw eruit gezet, waarna de ouderling van de kerk de belasteringen en beschuldigingen tegen mij las, waarin ik opmerkte dat hij niet altijd nauwkeurig was om de waarheid te uit te spreken. {1SC9:5.8} 

Toen ze me tenslotte de tijd gaven voor opmerkingen, herinnerde ik ze eraan dat als ik gedaagd zou worden voor een wereldsgerechtshof, ik toegestaan zou worden om mijn getuigen bij me te hebben, maar aangezien ze verkozen om met mij alleen te onderhandelen, verzekerde ik hun dat God met mij was, en als God voor ons is , wie kan dan tegen ons zijn ? {1SC9:5.10} 

Ik gaf toen mijn overtuiging dat de Z.D.A. kerk de enige kerk vandaag op aarde is, die God herkent als Zijn kerk, en dat deze beweging door zal gaat tot het Koninkrijk; maar dat de huidige geestelijke toestand  van de kerk zo betreurenswaardig is, dat een opwekking en hervorming noodzakelijk moet plaatsvinden om ons te redden, waartoe ik als bewijs verschillende beweringen uit de Getuigenissen las, totdat het zo ongemakkelijk voor hen werd, dat zij mij beperkten, en een rechtstreeks antwoord eisten op de vraag of ik wel of niet de HStaf geloofde. {1SC9:5.11} 

Ik verklaarde dat ik 100% geloofde in de Bijbel en de Getuigenissen als het Woord van God, ook ieder ander boek dat volledig in overeenstemming is met hen; en dat daarom als ze me uit de kerk stemden, ik geen zijtak ben maar een verschoppeling. {1SC9:5.12} 

Het climax kwam toen de president van de Conferentie opstond en zei: “Deze beweringen die deze zuster heeft gelezen, zijn niets anders dan veroordelingen, en we weten dat veroordelingen van de duivel komen! De beweringen die ik las waren allemaal van de pen van Zr. E.G White, waarvan sommigen als volgt waren: 5 T 217; TM 359; C.O.R. 50-51,67. enz. {1SC9:5.13} 

Wel zij stemden mijn weg op de gronden dat ik niet geloofde wat de kerk geloofde, maar hoe kan ik geloven wat zij geloven, wanneer ze zover van de oude landpalen afgedreven zijn door publiekelijk te verklaren dat de geschriften van Zr White van de duivel komen? God vergeef hen want ze weten niet wat ze doen. {1SC9:6.1} 

(Getekend)  Mw.Anna Engen 

 Glendale, Calif. 

———————————–         

VAN ONVERSCHROKKEN MOED

Wij zaaien het zaad en bidden dat de Heer het zal bevochtigen. De mannen van de conferentie en de predikanten hebben de beangstigende vrees in de harten van de mensen ingeplant, dat het ze zelf angstig maakt om te lezen. Het is een zaal van spin en vlieg; de vrees is zo diep doorberekend dat als ze lezen de fabelachtige dodelijk zwarte spin hun zal pakken en hun stevig vast zal houden in de zielen vernietigende mazen van dwaling. Ik zie duidelijk dat de kerk Gods kerk is, maar dat zij die zo een werk doen niet Zijn volk zijn, want ze handelen precies als de pausgezinde deden in de tijd van Luther! {1SC9:6.2} 

Ik dank God dat Hij ons de houvast en de wilskracht gegeven heeft om op onze eigen been te staan, en door Zijn genade zullen we op ze staan, ook al moeten we alleen staan zoals we nu doen. {1SC9:6.3} 

Bidt voor ons, want onze harten en zielen zijn in de boodschap van de HStaf, die een grote verandering in onze levens heeft gemaakt, en met Gods hulp en begeleidende hand, gaan we door naar het Koninkrijk, gerekend onder de 144.000—Prijs God! {1SC9:6.4} 

                                                     (Getekend) Mw. W.L. Harper 

Richmond, Va. 

———————————– 

NIEUWE ERVARING 

In al de jaren dat ik een Z.D.A. ben geweest, ben ik nooit tevreden geweest met mijn Christelijke ervaring. Ik voelde een tekort aan iets. Ik wist niet wat, totdat een tijd geleden een broeder mij Deel 1 van de HStaf gaf. Vanaf ik het gelezen heb, weet ik dat ik een betere Zevende Dag Adventist ben, en dat het een boodschap van God is, en ik bidt dat onze mensen het mogen accepteren. {1SC9:6.5} 

                                               (Getekend) Charles Garvin 

                    San Diego, Calif. 

——————————— 

EEN GEHEIME STEMMING 

Op 16 jan., ’s avonds na de bidstond, riep de president van de Conferentie het kerkbestuur samen, om met hem te vergaderen, nadat ze ons vooraf een persoonlijke uitnodiging hadden gestuurd om met hen samen te komen. Deze bijeenkomst was uitgeroepen met het specifieke doel om onze houding tegen de leerstelling van de HStaf te overwegen. Het comité, bestond uit zowel de president en de inspecteur van de Unie Conferentie. We werden de gelegenheid gegeven om uitspraken te doen aan de broeders en zusters, hetgeen wij deden, het duidelijk stellend dat we de HStaf leerstellingen accepteerden en dat wij onze broeders en zusters aandringen deze waarheid, voor zichzelf te onderzoeken, in overeenstemming met de instructies zoals gegeven door de dienstknecht van de Heer, met betrekking tot iedere nieuwe waarheid die tot ons komt.—“Testimonies on Sabbat School Work,” p. 65. {1SC9:6.7} 

Toen werd de president van de Unie voor advies ingeroepen, en stelde voor dat onze namen van de kerkrol gehaald werden. Aldus presenteerde op Sabbat 2 febr. de president van de conferentie die gepredikt had in de Clovis kerk, en die de leiding had over de dienst, de handelingen van het bestuur aan de kerk. We werden afgeschreven vanwege ons standpunt t.o.v. de HStaf. We werden wederom de gelegenheid gegeven te getuigen voor de Meester en trachten Hem het meeste van het spreken te laten doen, door te lezen uit het 5e hoofdstuk van Handelingen, verzen 27-40, tevens T.M.106-7, met betrekking tot gevaren om waarheid te verwerpen vanwege de beslissingen van onze leidinggevende broeders en zusters. {1SC9:6.8} 

Wij werden zeer droevig gemaakt omdat deze geliefde lieden hier het zelfde doen als de joden deden in de dagen van Christus, toe zij Hem kruisigden. Maar met Hem vroegen wij de Vader hen te vergeven want zij wisten niet wat zij deden. Als ze eens op een dag niet berouw tonen, zullen ze voor het oordeels baar staan en beschaamd zijn. Ondanks al dit verdriet zijn wij toch verheugd vanwege de vertroosting gevonden in Jesaja 66:5.” Hoort des HEEREN Woord, gij die voor Zijn Woord beeft! Uw broeders die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil zeggen: dat de HEERE heerlijk worde! Doch Hij zal verschijnen tot ulieden vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.” {1SC9:6.9} 

Toen de vraag aan de kerk werd gebracht om te stemmen, werd het blijkbaar zeer benard voor de ouderling, aangezien vele seconden voorbij gingen, voordat wie dan ook in de bijeenkomst de moed had een motie te maken, en toen gingen veel meer seconden voorbij voordat een ondersteuning verkregen werd, en dat moest van de echtgenote van de ouderling komen. Natuurlijk werd een geheime stemming genomen, en degene die de calculatie deden verkondigden, dat geen negatieve stemmen werden geworpen. Wij begrepen echter dat sommige ongebruikte blanco’s werden ingestuurd. {1SC9:7.1} 

We ontvingen sommige van de leden bij ons voor het middageten, en bespraken de boodschap in zekere zin en geloven dat deze mensen een open visie hebben. Ze hebben zichzelf uitgedrukt als gewillig om voor zichzelf te onderzoeken, en doen dat ook op dit moment. {1SC9:7.2} 

Wij kijken voorruit, met de verzekering van succes, gebaseerd op de beloften van de Heer. Ik zal deze nieuwsbrief met de volgende woorden van het New Mexico grondgebied laten sluiten: {1SC9:7.3} 

“Wees sterk en heb goeden moed en verschrik niet, en ontzet u niet, want de HEERE uw God is met u alom waar gij heengaat.” Jos. 1: 9. “ Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht en der liefde en der gematigdheid.” 2 Tim 1;7.{1SC9:7.4}                                                                          

                                                 De Uwe voor “alle waarheid,” 

                                                     O.E. Lovan Clovis, New Mexico 

EEN VERDUIDELIJKING 

Als waarschijnlijk de meest plezierige taak van hen die verbonden zijn met het werk in dit kantoor, is het lezen en beantwoorden van de vele inspirerende communicaties die dagelijks tot ons komen, betreuren we het diepgrondig dat de overvloed van correspondentie heeft veroorzaakt dat we vele broeders en zusters moeten teleurstellen door onze vertraging in beantwoorden. Maar aangezien dit duidelijk vanuit omstandigheden is dan uit keuze, voelen we ons verzekerd dat de broeders en zusters geduld met ons zullen hebben tot dat de kantoor faciliteiten voldoende vergroot kunnen worden, dat ze evenredig kunnen zijn met de altijd toenemende correspondentie. {1SC9:7.5} 

———————————- 

BEHOEFTE AAN HULP 

“Bij het lezen van de nieuwsberichten in onze Symbolische Code, merk ik op dat u een arbeidsbureau heeft, en ik zou het zeer waarderen als u mij zou kunnen helpen om op een of andere wijze werk te vinden; want ik kan geen werk hier vinden tenzij ik op de sabbat werk, hetgeen ik niet kan doen, omdat ik trouw wil zijn aan de Heer, zelf als ik honger moet lijden. {1SC9:7.6} 

“Ik heb een klein meisje op school die zeven jaar oud is en die boeken en kleding nodig heeft, die moeilijk voor haar zijn om zonder te gaan.” {1SC9:7.7} 

Ik wens dat jullie allen alstublieft voor me zouden bidden dat de Heer me kracht zal geven om iedere beproeving  en verzoeking te overkomen, want dit is het meest beproevende uur van mijn leven. Ik zal zo blij zijn als de Heere komt. {1SC9:7.8} 

“Broeders en zusters ik heel behoeftig en zal uw hulp op wat voor manier dan ook waarderen.” {1SC9:7.9} 

Het bovenstaande verzoek komt van een zuster uit South Carolina, en als iemand een of ander algemeen werk kent of heeft dat ze kan hebben, of als iemand haar kan ondersteunen op wat voor manier dan ook, in het ene geval of het andere, neem contact op met dit kantoor voor haar naam en adres. {1SC9:7.10} 

————————- 

VRAGEN EN ANTWOORDEN 

Vraag: “Ik zou willen weten hoe Openb. 16:18 met Openb. 8:5 in harmonie te brengen. Als in Openb. 8:5 het betekend dat het oordeel weer was hervat, wat betekent het in Openb. 16: 18?” {1SC9:7.11} 

Antwoord: Het betekend hetzelfde (oordeel hervat), nadat de zeven plagen zijn vervuld (Openb. 15:8), hetgeen tegen de tijd van de aanvang van het oordeel der goddelozen tijdens de duizend jaar zou zijn. {1SC9:7.12} 

Vraag: “Hoe brengt u de leerstellingen van de HStaf in overeenstemming met het volgende: C.O.L. 72 en 72, die zegt dat het tarwe en onkruid samen moeten groeien tot het einde van de genade tijd, en C.O.L. 122 en 123 die zeggen : ‘Wanneer de missie van het evangelie is voltooid, zal het oordeel het werk van scheiding teweeg brengen’?” {1SC9:7.13} 

Antwoord: De vraag met betrekking tot C.O.L. 72 is als volgt te beantwoorden: Als de oogst de genadetijd eindigt, is de periode waarin het oogsten wordt gedaan in en niet na de genade tijd. Aldus is vervuld Jer. 8:20: “De Oogst is voorbij, de zomer is ten einde (aantonend dat de oogst een tijdsperiode moet zijn die een begin en een einde heeft), en we zijn niet gered ( Bewijzend dat de oogst de tijd is voor het gered worden of in andere woorden, genade tijd). Dit is in overeenstemming met zowel E.W. 118 en Matt. 13: 28, waarvan de vorige zegt dat de Derde engel degene is die het oogsten doet, en de waarvan de laatste zegt dat de engelen het onkruid van het tarwe “in de oogsttijd” scheiden,” waarbij beide wederom bewijzen dat de oogst een tijdsperiode is en niet eenvoudig een moment of dag wanneer Christus komt op de wolkeren des hemels om zijn verlosten te verzamelen. {1SC9:7.14} 

De verklaring in C.O.L. 73 dat “valse broeders en zusters in de kerk gevonden zullen worden tot de afsluiting van de tijd” wijst naar de tijd van het einde”—die tijd waarvan Ezechiël profeteert in de volgende woorden: “De dagen zijn nabij, en uitwerking van iedere visioen.” Ezech. 12:22.) Vandaar dat wanneer Christus zegt: “Laat beiden tezamen opgroeien tot” het afsluiten van de tijd, verwijst Hij verder naar onze dagen, de “tijd van het einde,” de periode waarin de oogst moet worden uitgevoerd en om het “onkruid” van het “tarwe,” te scheiden.” De moeilijkheid die veroorzaakt heeft  dat velen C.O.L. 73 verkeerd begrepen, is dat ze tekort schoten te zien, dat we nu reeds precies aan “de afsluiting van de tijd” zijn Het is tevens dit tekort schieten correct te begrijpen wat de afsluiting van de tijd werkelijk betekend, dat hen veroorzaakt heeft te struikelen over de verwante onderwerpen van de oogst. {1SC9:8.1} 

C.O.L. 122 zegt dat “het net,” zowel goede en slechten in de kerk verzameld. Wanneer de zendingsopdracht van het evangelie is voleindigd, zal de oogst de het werk van scheiden tot stand brengen.” Het is onmogelijk dat de handeling van scheiden vooraf gaat aan de handeling van oordeel. In de natuurlijke gang van zaken, moet het oordeel plaatsvinden voor het scheiden. Aldus wordt de scheiding die bepaald was tijdens het. Dit is in volmaakte overeenstemming met T.M. 234 die zegt: “De tijd van het oordeel is een meest plechtige periode, wanneer de Heer De zijnen vergadert vanuit het midden van het onkruid.” {1SC9:8.2} 

Laat ons tevens de zaak vanuit een andere hoek beschouwen. Wij zijn het er allemaal over eens dat het Evangelie net, de kerk voorstelt, en dat “het uitwerpen van het net, het prediken van het Evangelie is.” Vandaar dat als de tijd wanneer het net aan de kant wordt getrokken en de Evangelie opdracht voltooid, aan het eind van de genade tijd was, dan zou de slechte vis in het net moeten blijven en niet weggeworpen, want dan zou het net niet langer meer nodig zijn, en daardoor niet nodig om de slechten eruit te werpen. Maar zoals het is, worden de slechten eruit geworpen, aantonend dat het net voorbereid (gereinigd) moet worden, om een tweede keer voort geworpen te worden. {1SC9:8.3} 

Bovendien was het eerste visioen dat Zr. White had, over de 144.000. Het kerkgenootschap heeft altijd geloofd dat haar doel was het overblijfsel van het volk te verzamelen, de 144.000.Vandaar dat toen het (het net) eerst in 1844 werd voort gezonden, het voor het verzamelen van de 144.000 was, waar van het nog steeds vaag geloofd, dat het erna is, maar waarvan de HStaf bewijst dat het reeds verzameld heeft. En daar de 144.000 eerste vruchten zijn, aantonend dat tweede vruchten moeten volgen, en verder, als het “net” door de jaren heen “van ieder soort, goed (de 144.000) en slecht gelijksoortig heeft verzameld, moet het “net” daarom aan de kant worden getrokken en de “goede” in “vaten” verzameld worden en de “slechte” “weggeworpen,” voordat de tweede vruchten (de grote schare—Openb. 7:9; Jes. 66:20) verzameld kunnen worden  (Openb. 18:4). {1SC9:8.4} 

Aldus, is de tijd waarover gesproken wordt in de verklaring die ter discussie staat, Ezechiël 9, wanneer het evangelie van de 144.000, voleindigd is, en zij – de eerste vruchten—over de wereld geoogst zijn; het evangelie hen verzegeld heeft voor de eeuwigheid, en haar werk in hun leven heeft volbracht, en ze gereed zijn om gezaaid (voort gezonden) te worden, voor het oogsten van de tweede vruchten in de Luide Roep, aan het einde van de tijd waarbij de oogst is afgerond en zij (de tweede vruchten) toegevoegd zijn geworden aan de 144.000 (de eerste vruchten), en allen gereed zullen zijn voor overzetting. {1SC9:8.5} 

Vraag: “Als het beest niet het pausdom is, waarom zou Zr. White erover spreken als het pausdom, in G.C. 439, 443, 445, 5797?” {1SC9:8.6} 

Antwoord: De reden dat Zr. White over het beest spreekt als het pausdom, is omdat (zoals uitgelegd in HStaf, Deel 2, pp. 85-89, 95-98) gedurende  de periode van 1260 jaren, waarvan zij in die gevallen in G.C. behandeld, zij zich  alleen met het pauselijke hoofd bezig houdt en niet met het beest in al heer verschillende aspecten—7 hoofden, 10 hoornen, etc. – maar alleen met het hoofd dat gewond was; welke omdat het op het beest is, en een belangrijk deel ervan, het correct maakt dat zij, om haar gedachten uit te drukken, zegt: “het beest—het pausdom,” door welke verklaring, echter ze niet verondersteld dat alle “zeven hoofden,” en “tien hoornen,”het  “pausdom”zijn, maar eerder slechts het hoofd dat [p. 9] tot de dood gewond was, net zoals we vaak het vierde beest van Dan. 7, het pausdom noemen, ten volle beseffend dat zo een gebruik, de hoornen (10 koningen) uitsluit  en alleen de “kleine hoorn” betrekt die ogen van een man heeft.” {1SC9:8.7} 

Vraag: “Als iemand de HStaf ontvangt, en het volledig aanvaard, is er enige mogelijkheid om verloren te gaan? {1SC9:9.1} 

Antwoord: Als de HStaf de waarheid is, en iemand aanvaard het met heel zijn hart, en de waarheid doet, zou de mogelijkheid om verloren te zijn identiek zijn aan de mogelijkheid dat Paul verloren zou gaan voor het met heel zijn hart accepteren van de boodschap die Christus naar hem zond en waarvan hij zei: “Maar dit beken ik u, dat ik naar dien weg, welken zij sekte noemen den God der vaderen alzo diene, gelovende alles wat in de wet en in de profeten geschreven is. (Hand. 24:14) {1SC9:9.2} 

Bovendien, als de HStaf, de Elia boodschap is (T.M. 475) is het onmogelijk voor iemand die het accepteert en naleeft dood te gaan, want het type vereist overzetting. Aldus is het dat Elia als een type staat van de 144.00. (D.A. 421). {1SC9:9.3} 

Vraag : “Zouden de onderwerpen zoals gepresenteerd in de HStaf, bestudeerd moeten worden in onze Sabbat bijeenkomsten? {1SC9:9.4} 

Antwoord: Er zou geen geval moeten zijn waar men op welk gegeven tijdstip dan ook, geacht wordt iets anders te onderwijzen bij HStaf bijeenkomsten. Als de HStaf tegenwoordige waarheid is, dan heeft het de voorkeur over iedere andere vorm van Bijbel waarheid, want de Geest der Profetie zegt: “Het is ‘Tegenwoordige Waarheid,’ dat de kudde nu nodig heeft,” (E.W.) 63. en T.M. 118, moedigt aan : “Bevorder nieuwe principes, en hoop de helder gesneden waarheid op.” {1SC9:9.5} 

Vraag: “Zijn er 3 decreten om alleen de tempel te bouwen, en dan één door Artaxerxes om de muren en restauratie van Jeruzalem te voleindigen{1SC9:9.6} 

Antwoord: Ezra 6:14 beantwoord het eerste gedeelte van de vraag, aantonend dat er drie decreten uitgevaardigd waren voor het bouwen van het “huis?” —een door Cyrus, een door Darius, en een door Artaxerxes? {1SC9:9.7} 

Ezra 6:14 geeft ook antwoord op het tweede deel van de vraag, waarbij Cyrus, Darius en Artaxerxses genoemd worden als degene die de drie decreten maakten. {1SC9:9.8} 

Ezra 7: 1 bewijst dat Artaxerxes Longimanus, die het decreet maakte om het huis (vers 21)te verfraaien (niet te bouwen) en de stad te herbouwen, na de tijd en de gebeurtenis (“dingen”) kwam, die te boek gesteld zijn in de voorgaande hoofdstukken van Ezra. Vandaar dat het decreet van Artaxerxes van Ezra 6:14 voor het bouwen van de tempel, niet het decreet van Artaxerxes’ kon zijn van Ezra 7:1. {1SC9:9.9} 

Hoewel Ezra 6:15 aantoont dat er een ander decreet is behalve de drie die verslagen zijn in de Geschriften, spreekt Zr. White alleen van die hier opgenomen zijn. Dus verwijst ze naar Cyrus’ (P.K. 578; Ezra 1:1) als de eerste; Darius’ (T.M. 203; Ezra 6:1) als de tweede; en Artaxerxes Longimanus’ (P.K. 607,610; G.C. 326; Ezra 7:21) als de derde. {1SC9:9.10} 

———————————— 

GEZONDHEIDHERVORMING 

“ Het is een heilige plicht voor zij die koken, hoe gezond voedsel te bereiden. Vele zielen gaan verloren als gevolg van slechte kookkunst. Het vereist verstand en zorg om goed brood te maken; maar er is meer godsdienst in een schoof goed brood dan menigeen denkt.” M. H. 302. {1SC9:9.11} 

“ Voor het gebruik van brood maken is de super fijne witte bloem niet het beste. Haar gebruik is noch gezond noch economisch. Brood van fijne bloem heeft een tekort aan voedingselementen die te vinden zijn in brood gemaakt van hele tarwe. Het is een frequente oorzaak van obstipatie en andere ongezonde toestanden.” M. H. 300. {1SC9:9.12} 

“Zweiback, of dubbel gebakken brood, is een van de meest makkelijk te verteren en meest smaakvolle voeding. Laat normaal gerezen brood in sneetjes gesneden worden en gedroogd in een warme oven totdat het laatste spoor van vocht verdwijnt. Laat het dan lichtelijk bruin doorgebakken worden. Op een droge plek, kan dit brood langer dan normaal brood behouden worden, en als het verwarmd wordt voor gebruik, zal het zo vers zijn als wanneer het nieuw.” M.H. 301-2. {1SC9:9.13} 

“Het gebruik van soda en bakpoeder in het maken van brood is schadelijk en onnodig. Soda veroorzaakt ontsteking van de maag, en vergiftigd vaak het gehele systeem… Brood moet licht en zoet zijn. Niet de minste spoor van zurigheid moet getolereerd worden. De broden moeten klein zijn en zo grondig doorgebakken dat de gistkiemen zo veel mogelijk zullen zijn  vernietigd.” M.H. 301. {1SC9:9.14} 

——————————– 

RECEPTEN 

100% VOLKOREN TARWE BROOD 

Was grondig één grote aardappel en twee kleinere, en na ze in plakjes gesneden te hebben met de schil eraan, zet ze aan de kook in ongeveer een kwart water. Kook ze langzaam tot ze zacht zijn, haal ze door een zeef of vergiet, en voeg aan het water dat overblijft, genoeg koud water, totdat het een en een halve kwart water en aardappel is. {1SC9:10.1} 

Plaats dit in een grote bak, los een cake van Fleischmans gist op in een beetje water en voeg dit toe aan het mengsel. Ze dan hierop genoeg bloem om het sponsachtig te maken, en laat het op een warme plaats staan tot het zacht en licht is. {1SC9:10.2} 

Zet vervolgens 1 eetlepel zout, 2 eetlepels ruwe suiker of honig, en 2 eetlepels maïs- of noten olie, erin, meng het grondig en voeg genoeg volkoren tarwe toe om het deeg stijf genoeg te maken om te kneden, maar niet te stijf. Keer het op een met bloem bedekte plank en kneed het, door het steeds om en om te vouwen en het samen te drukken, totdat het elastisch aanvoelt. {1SC9:10.3} 

Nadat het door en door is gekneed, zet het aan een kant op een warme plek om te rijzen, en wanneer het licht is, vorm het in broden of bollen, en laat het weer rijzen, niet toelatend dat het te licht wordt. Plaat het dan in een hete oven, en de eerste tien minuten bakken zal het doorrijzen afronden. Na de eerste tien minuten in de oven, zet het vuur lager om af te bakken. {1SC9:10.4} 

Dit is een heel voedzaam brood, en als het op de juiste wijze gemaakt is, is het heerlijk. Hoewel niet zo licht als witbrood, zult u snel leren ervan te houden. Het is ene fijne Zweiback,–iets voor de tanden om op te oefenen. {1SC9:10.5} 

  

100% VOLKOREN TARWE STOKKEN 

(ongegist) 

Voeg aan zes koppen volkoren tarwe, ½ kop maïs, olijf of noten olie toe. Voeg hieraan genoeg water om een stijf deeg te maken. Keer het deeg uit op een met bloem bedekte plank, en kneed het door het om en om te vouwen, 7 tot 10 minuten of langer tot dat het licht en soepel is. Rol het een 1.27 centimeter (halve inch) dik uit, en snij het in repen. Rol dan deze tot potloodachtige proporties en bak ze in een medio warme oven, totdat ze goed gaar zijn en prachtig bruin. {1SC9:10.6} 

Dit maakt een goede voeding, waarmee bakkers brood vervangen kan worden, en waarlijk geclassificeerd kan worden als de “Staf van  het leven.” {1SC9:10.7}

 ERRATA (DRUKFOUT) 

Symbolische Code, Deel 1, nr. 8,  15 febr. 1935, blz. 7, par 7, regel 2, moet de datum 18 jan., 18 maart zijn. {1SC9:10.8} 

Symbolische Code, Deel 1, nr. 8, 15 febr. 1935, blz. 11, “Recept: bijna botermelk, regel 5, moet de regel lezen: “meng en wrijf tot een cream een eetlepel pindakaas of amandel vlokken uitermate fijn met een eetlepel sinasappel- of rabarbersap.” {1SC9:10.9} 

Zr. McCune van Greeley, Colo. adviseerde ons dat wij in het overnemen van haar getuigenis, zoals gevonden op blz. 6 van de Feb. Code, een gedachte hebben toegevoegd, welke niet haar intentie was, dat het dat bevatte. Dus in rectificatie daarvan, herdrukken we haar getuigenis letterlijk, van het origineel, hetgeen als volgt is: {1SC9:10.10} 

 “De tegenwoordige waarheid van de derde engel boodschap, waaraan de boodschap van de engel van Openb. 18:1 groot licht geeft, heeft mijn ziel vervult, en de kracht van de Heilige Geest heeft mij overtuigd dat een grote hervorming nodig is en nu gaande is, beginnend in mijn eigen leven. {1SC9:10.11} 

 Moge God ieder van ons die eerlijk van hart is leiden om ijverig Zijn Woord te bestuderen, zodat we “de waarheid zoals het in Jezus is,”mogen hebben, en voorbereid zijn om het zegel van God te ontvangen. {1SC9:10.12} 

(Getekend) Mary M. Mc.Cune 

Greeley, Colo. 

[p.10] 

EEN DEEL DAT ALLEN MOGEN HEBBEN 

Bij de conferentie bijeenkomst in Los Angeles aan het begin van dit jaar, is het unaniem aangenomen dat gelovigen in tegenwoordige waarheid, iedere vrijdag middag om 5 uur Pacific Standard time, God zouden zoeken in het belang van de boodschap, gelovend dat zo een gecoördineerde stem in alle waarheid, “het effectieve vurige gebed van een rechtvaardig man (welke) veel vermag,” op het hemels altaar zal leggen. {1SC9:11.1} 

We vragen ernstig dat allen op het aangegeven uur zich aansluiten, in deze machtige gebedsband, die de wereld zal schudden. “Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Heer der heerscharen,” zal ons werk gedaan worden. {1SC9:11.2} 

Om u te assisteren, om het uzelf tot een gewoonte te maken om deze afspraak te houden, stellen we voor dat u drie tot vier vrijdagen, als u ‘s morgens opstaat, u uw alarm op 5 uur ’s middags Pacific Standard Tijd zet; 6 uur ’s avonds Mountain Standard tijd; 7 uur ’s avonds Central Standard tijd; 8 uur ’s avonds, Eastern Standard tijd, volgens uw respectievelijke zones. {1SC9:11.3} 

Laten we van nu af aan op dit tijdstip op vrijdag, ons verheugen in de zin van vereende kracht, onze stemmen verheffen in eenheid tot God in machtige voorbede in het belang van onze eigen kerk en alle betrokkenen{1SC9:11.4} 

EEN VERZOEK 

Wij sluiten hier een korte lijst bij, van sommige werkers in verschillende plaatsen, en doen een algemeen verzoek, aan de lezers van “De Symbolische Code,” die Z.D.A. kennissen hebben, of familieleden in deze plaatsen, dat u de werker in contact brengt met hen door een introductiebrief. De werkers zullen heel dankbaar zijn voor zo een ontvangen hulp. {1SC9:11.5} 

H.G. Warden, 2918 Umatilla St., Denver, Colo.; Mw. Hazel Hendricks, Fort. Mackenzie, Sheridan,Wyo.; H.F. Roller, 1016—23rd St. Anacortes, Wach.; Eugene Lipsey, 4022 Newton Ave., San Diego, Calif.; John Berolinger, R. 1 Box 325, Escondido, Calif.; R.T. Nash, R 2 Box 7A, Redlands, Calif.; Miss Esther O’Malley, 1155 W. 36 St., Los Angeles, Calif.; E. T. Wilson, R 5 Hendersonsville, N. Car.; Dr. Robt. L. Stokes, Brevard, N. Car. ; Dr. John H. Young, 2130 Wallace St. , Columbia, S. Car. Wm.Edwards, Gen. Del. , Hartford City, Ind. ; Perry M. Jones, 121 E. Olive Ave., Redlands, Calif. {1SC9:11.6} 

—————————— 

 

BELANGRIJKE INSTRUCTIES 

De leiders van alle gezelschappen, worden verzocht iedere maand, op de blanco achterkant van het verslag, de volledige naam en het adres van ieder lid van het gezelschap uit te schrijven. Deze procedure is essentieel om op dit  kantoor efficiënt en succesvol voort te gaan. Tevens moet iedereen die de Code wenst te ontvangen zijn naam en adres opsturen, want alleen zij wiens naam op de lijst staan zullen de Code ontvangen. {1SC9:11.7} 

Om geld wisselen, voor tienden en offer, betalen van boeken etc. op de sabbat te elimineren, een Laodiceaans gebruik welke het Woord van God veroordeelt, laat ons nauwkeurig op de eerste dag van de week (1 Cor 16: 2), zorg dragen voor al dergelijke zaken, door alle gelden in enveloppen te plaatsen. Om dit doel te bereiken adviseren we ieder gezelschap, om zichzelf te voorzien van kleine goedkope enveloppen. Gebruik geen kerk materiaal, aangezien u niet langer ervoor betaald, want het is niet juist. {1SC9:11.8} 

Laten alle tegenwoordige waarheid gelovigen zichzelf geschikt maken om in het werk van de Heer te gaan, want Hij roept nu om arbeiders in Zijn grote oogst. {1SC9:11.9} 

 

——————————– 

 

Iedere Z.D.A, die verlangt dat de “Symbolische Code, gratis, regelmatig naar hem toegestuurd wordt, vul alstublieft de volgende formulier in. 

 

——————————————————–SCHEUR AF——————————————–{1SC9:11.10} 

Plaats alstublieft mijn naam op uw regelmatige postlijst voor u maandelijks blad: “De Symbolische Code.” 

Naam—————————————————Straat Postbus nr.———————————————————- 

Stad———————————-Staat——————————Land———————————–1SC9:11.11} 

De Universele Uitgevers Associatie, Afdeling Symbolische Code. 

Station K, Box 68, Los Angeles, California 

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code 

Nieuws Artikel    

                                                                                          Deel Een    

                                                                                               Nr. 8

15 februari 1935  

                                                                             Los Angeles, California

TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap 

EEN BRIEF AAN “AMMI” EN “RUHAMA” TEN BEHOEVE VAN “MOEDER” 

“Gedenk aan deze dingen, o Jakob, en Israël! Want gij zijt Mijn knecht, Ik heb u geformeerd; gij zijn Mijn knecht, Israel, gij zult van Mij niet vergeten worden.” (Jes. 44: 21) {1SC8:1.1} 

De vele brieven en vragen die van alle delen van het veld komen hebben veel extra werk toegevoegd aan onze gewone taken, zodat het onmogelijk is om gelijke tred te houden met onze correspondentie in verband met  “De Herdersstaf.” We hebben getracht te reageren op de meest dringende brieven en die een persoonlijk antwoord vereisen; anderen dachten we konden in een algemene brief beantwoord worden. {1SC8:1.2} 

“De Herdersstaf,” Deel 1 kwam in de maand december 1930 van de druk. Vanaf die tijd, hebben we onder de leiding van God, getracht naar iedere Zevende Dags Adventisten kerk de hele wereld door een exemplaar of meer te zenden. Daarnaast hebben we honderden naar onze predikanten en conferentie werkers gezonden, en hebben ook een constante verzendlijst in stand gehouden naar ieder leek van ieder deel van de unie en sommige vreemde landen, maar de reactie tot dus ver is niet evenredig geweest met de moeite die voortgezet is om de kerk te waarschuwen van de op handen zijnde ondergang. Een bloedig zwaard hangt boven de kerken en het feit vereist onze uiterste zorg. Een heldere visie van de noodzaak van een grondige hervorming zoals weergegeven in “De Herdersstaf, zou iedereen die  verbonden is met de “Drie Engelen Boodschap, moeten hebben opgewekt.” Zo een nalatigheid voor bezinning en geestelijke ontwaking maakt ons hart droevig. Hoewel sommigen het aankomende gevaar mogen betwijfelen, zou er geen zorgeloosheid moeten zijn, om voor altijd zonde weg te doen aan de kant van Gods kerk. De Heer spreekt tot ons: zullen we niet acht slaan op Zijn stem? Zullen we niet onze lampen klaarzetten en handelen als mensen die ernaar uitzien dat hun Heer komt? De tijd is er een die roept om het dragen van licht en actie. {1SC8:1.3} 

We vragen ernstig aan onze broeders en zusters, die geloven in de boodschap om nederig en oprecht te bidden voor Gods geliefde volk, en laat onze gebeden gepaard gaan met geloof, vertrouwend op God om onze pogingen te zegenen. De grootste zorg van iedere gelovige zou een last moeten zijn voor de veiligheid van de kudde. Daarom moeten wij een onweerstaanbare inspanning doen van verstand en macht om de boodschap aan hen te presenteren. {1SC8:1.4} 

Sommige van onze broeders en zusters, wensen het standpunt te weten dat wij innemen over de boodschap in de “Staf.” De vraag is: Laten we fouten toe erin, of houden ons eraan, dat de inhoud in de “Staf,”onweerlegbaar is? Dit beantwoorden wij als volgt: Analyses hebben aangetoond dat waarheid nooit in geen enkele tijd door de kracht en wijsheid van mensen is gekomen, maar door de Geest van God,  door instrumenten van Zijn eigen keus. Jezus zei: “Wanneer de Geest der waarheid komt, zal Hij u in ALLE waarheid leiden.” Als we de woorden van de Meester zouden geloven, dan moeten we concluderen dat de “Staf,” of ALLE waarheid bevat of er is GEEN waarheid erin, behalve de citaten van waarheid. Vandaar dat, als we instemmen met een waarheid geopenbaard in de “Staf,” dan moeten we het ALLEMAAL aannemen. Als God in staat is geweest om Zijn dienstknechten  in het verleden in ALLE waarheid te leiden, is Hij het nu in staat. Daarom nemen we het standpunt in dat de boodschap van de “Staf,” gevrijwaard is van dwaling, in zo verre het de voortgezette ideeën betreft. {1SC8:1.5} 

We hebben vele goede en bemoedigende brieven gehad vanuit ieder deel van het veld, zowel thuis als uit het buitenland. Velen hebben het werk opgepakt als hun God gegeven taak om ons volk te waarschuwen van hun gevaar door een afdruk van de HStaf Delen te zenden, naar ieder van hun vrienden; onze kosteloze literatuur verspreidend; studerend met anderen; boeken verkopend; en ons namen insturend. Sommige van de plaatselijke kerkouderlingen hebben gehoor gegeven aan de boodschap en de zaak aan de hele kerk voorgelegd, zonder goede resultaten. Hoewel de reacties niet in verhouding zijn geweest met de moeite die is voortgezet, zoals eerder gesteld is, is het bewijs zodanig dat God, Daniel’s, Shadrach,s, Meshach’s en Abednego’s  en ook Gideons overal heeft die op de oproep wachten. “De Heer heeft trouwe dienstknechten, die in de schuddende, beproevende tijd voor het gezicht ontsluierd zullen worden. Er zijn kostbare zielen, die nu verscholen zijn, die de knie niet voor de Baal gebogen hebben.” 5 T 80{1SC8:1.6} 

We worden geconfronteerd met tegenstand van onze conferenties, die proberen de boodschap te laten verdrinken en het werk van hervormen te doden. Ze praten tegen de publicaties, maar hebben nog niet een keer hun bladzijden geopend, en op succesvolle wijze wat dan ook uit de inhoud weerlegd. Hun verontschuldiging is dat  ze het zich niet kunnen veroorloven, om iets van hun kostbare tijd te geven, om nieuw licht te onderzoeken. Spot is het enige wat wij horen. Redetwisten over de directe toepassing van geringe punten, verandert de boodschap in de “Staf,”niet , zolang de lessen die daaruit afgeleid worden niet kunnen worden weerlegd. Het onderwerp in de “Staf,” is “De 144.000 en Een Oproep tot Hervorming, ”gebaseerd op Openb. 7; Ezech. 9; Jes. 63; 66:16, 19,20 en aangezien ze geen van deze kunnen weerleggen, bewijst het dat de boodschap correct is.  Velen van de leken eisen verklaringen van de boodschap in “De Herdersstaf,”maar daar de predikanten hun geen bevredigend antwoordkan geven, prikkelt het velen om de waarheid voor zichzelf te onderzoeken. Dus verspreid zich de boodschap overal, met bewijs dat hervorming zeker is. {1SC8:2.1} 

Zulke verslagen als dat de HStaf gedood is in het Zuiden en doodgegaan is in California en ergens anders, zijn niet anders dan zielige bewijzen dat de “engel,” van de  Laodicianen razend wordt, over de stijgende verwezenlijking van de toenemende onzekerheid van zijn positie en die als gevolg wat dan ook en alles probeert in een laatste poging  om zichzelf te redden van de meedogenloos opkomende vernietiging. {1SC8:2.2}  

Wij hebben genoeg gezien en gehoord, om te weten dat velen in de bediening, overtuigd zijn van de waarheid in de “HStaf,” maar niet openlijk, hun overtuiging of hun standpunt durven te bekennen. {1SC8:2.3} 

Bij  vele gelegenheden heeft de leiding sommige van de oprechten, als lid uitgeschreven, maar onder geen enkele voorwaarde heeft het de invloed van de waarheid onderzocht.  Inderdaad, deze poging om het volk bang te maken, om het studeren  van de boodschap op te geven en te werken binnen de regels van reformatie, heeft alleen maar gewerkt om het tegengestelde resultaat  te bewerkstellingen. Wij waarschuwen wederom  ons volk om trouw aan God te blijven en de complete instructies op te volgen in iedere handeling die ze doen. Er kan geen succes zijn in het werk van God en Hij kan ons niet gebruiken, als we onze wijsheid uitoefenen, onafhankelijk van de Zijne. {1SC8:2.4} 

Laat iedereen op de post van zijn taak blijven alsof al het werk van God op zijn schouders rustte. God heeft vooraf gewaarschuwd, dat iedereen in de kerk moet blijven waar hij thuishoort, ongeacht wat mag gebeuren met zijn kerklidmaatschap. Het zijn niet onze namen in de kerkboeken die ons redden, maar het houden van de waarheid. Complete instructies zijn gegeven in de HStaf, Deel 1, blz. 28-9,ook 245-252; traktaat nr. 2, blz. 41:; traktaat nr. 4, blz. 45. Laat iedereen ernaar streven om een van de 144.000 te zijn, door nauwkeurig onderhouden van de instructies gegeven, en dan zullen de hindernissen die nu tegen de waarheid worden opgezet, tot de grond verbrokkelen als de muren van Jericho. De Heer “zal tot” onze “vreugde verschijnen” en zij die ons uitwerpen “zullen beschaamd worden.” (Jes. 66:5) {1SC8:2.5} 

De Geest der Profetie, die vooruit keek naar deze tijd zegt: “God zal methoden en middelen gebruiken waardoor het gezien zal worden, dat Hij het bestuur in Zijn eigen handen neemt. De arbeiders zullen verrast zijn door de eenvoudige middelen die Hij zal gebruiken om Zijn werk van gerechtigheid tot stand te brengen en te volmaken.” T.M. 300. {1SC8:2.6} 

We betreuren het dat we over de handelswijze als deel van onze broeders en zusters moet praten, maar we zijn het verplicht aan onze taak om de zaak Gods volk en Zijn waarheid te verdedigen.  Daarom zijn wij verplicht de volgende informatie ten gunste van hen die gewillig zijn voor zichzelf te studeren en te onderzoeken in plaats van de voorkeur te geven om de beslissingen van anderen te aanvaarden. {1SC8:2.7} 

De Geest van God zegt: “Zij die niet de gewoonte hebben gehad, om de Bijbel voor zichzelf te bestuderen, om bewijs af te wegen, hebben vertrouwen in de leidinggevende mannen, en aanvaarden de beslissingen die zij maken; en zodoende zullen velen juist de boodschap die God tot Zijn volk stuurt verwerpen, als deze leidinggevende mannen ze niet aanvaarden.” T.M. 106,107. “Keert u af van mannen, wiens adem in zijn neus is, want waarin is hij te achten?” (Jes. 2:22) “Zo zegt de Heere: “Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den Heere afwijkt.” ( Jer. 17: 5) {1SC8:2.8} 

 De nieuws verspreiding door de zusterkerken en conferenties, zowel thuis als in vreemde velden, dat de schrijver van “De Herderstaf,” niet een Zevende Dags Adventist is, is de zwartste valsheid. Ik ben in goede en geregeld aanzien, een gelovige van de advent waarheid in alle voorschriften zonder verandering, vanaf de eerste dag dat ik de waarheid accepteerde tot nu toe. Zij die “De Herderstaf ” hebben gelezen, zullen het feit waarderen, dat wat ik gelezen heb waar is. In de tijd dat de boodschap van “De Herderstaf” kwam, was ik zowel een lid als een functionaris in een van onze kerken. Het was nadat het boek geschreven was, dat mijn naam uit de kerkverslagen werd uitgeworpen, door het kerkbestuur met de ondersteuning van slechts 2 lekenleden van ongeveer 200; in die tijd was het dat de president van de conferentie tegen mij zei: “Ik moest je naam uit de kerkverslagen halen zodat ik aan de kerken kan zeggen, dat het boek niet geschreven is door een Zevende Dags Adventist.” {1SC8:2.9} 

Hoewel onze broeders en zusters denken dat ik geen Zevende Dags Adventist ben, omdat ze mij (onwettig) veracht en beroofd hebben van mijn rechten als lidmaat, hoe durven ze te zeggen dat, “De Herderstaf, niet geschreven is door een Z.D.A. terwijl mijn naam nog in die tijd in de kerkboeken stond, toen de “Staf” was geschreven? En zelf nu nog ben ik aanwezig, om wanneer dan ook de kerk te bezoeken, waar ik mijn lidmaatschap had in de tijd dat de boodschap kwam, en evenzo is het geval met ieder van ons, die verbonden is met de boodschap van de HSTaf. {1SC8:3.1} 

Ik herhaal, het is niet onze naam in de kerkboeken dat ons tot ware Zevende Dags Adventisten maakt, maar het houden van de waarheid. Als de enige manier die de broeders en zusters hebben, is de feiten vervalsen, dan hadden ze beter de verantwoordelijkheid van het verdedigen van de waarheid, helemaal aan God overgelaten, Die in staat is Zijn volk voor de WAARHEID te beschermen, in plaats van valsheid. {1SC8:3.2} 

We zijn zeer bezorgd om te horen van iedere ware Zevende Dags Adventist. Schrijf ons alstublieft en geef ons alle informatie die van hulp kan zijn in het werk. Wij moeten samenwerken, in het zo snel mogelijk verspreiden van de boodschap, want de tijd is korter dan we kunnen beseffen. We beloven plechtig u op iedere mogelijke manier te helpen. {1SC8:3.4} 

We hopen van al onze broeders en zusters te horen, die hun visie met betrekking tot de boodschap nog niet hebben uitgedrukt. {1SC8:3.5} 

“Nu dan Israel, hoor naar de inzettingen en naar de rechten, die ik u lieden lere te doen, opdat gij leeft, en henen inkomt en erft het land, dat de HEERE uwer vaderen God, u geeft.”(Deut. 4: 1) {1SC8:3.6} 

Ik ben oprecht uw broeder voor een vurige oproep voor “moeder.” {1SC8:3.7} 

—————————————————————–

EEN ANDEREN OPROEP VOOR ARBEIDERS 

Geliefde Broeder: 

Slechts een paar regels van ons klein gezelschap. Er zijn zeven die hun standpunt ingenomen hebben voor de boodschap van tegenwoordige waarheid gevonden in de HStaf, hetgeen we in overeenstemming vinden met de Bijbel en de Geest der Profetie, en waarin we zeker gelukkig zijn en ons verheugen. Nu vragen we naar iemand om te komen en ons meer over de boodschap te onderwijzen, zodat we beter kunnen werken tot de heerlijkheid van God en de vooruitgang van Zijn zaak.{1SC8:3.8} 

                                                                                                                                                 (Getekend) W.R. Young. 

 

“De oogst is waarlijk groot, maar de arbeiders zijn weinig: bidt u daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in Zijn oogst.” (Matt. 9: 37, 38) {1SC8:3.9} 

“De tijd is kort. Overal zijn er arbeiders voor Christus nodig. Er zouden honderd ernstige, trouwe arbeiders in huis moeten zijn en vreemde zendingsvelden, waar er nu een is. De snelwegen en de straten zijn nog niet bewerkt. Ernstige beweegredenen,  zouden moeten voorgehouden worden, voor hen die nu betrokken moeten zijn in zendingswerk voor de Meester. {1SC8:3.10} 

“De Heer roept vrijwilligers op die onwankelbaar hun plaats aan Zijn kant willen innemen en zichzelf plechtig beloven te verenigen met Jezus van Nazareth in het doen van het werk dat juist nu gedaan moet worden.” F.C.E. 488. {1SC8:3.11} 

“Gij… van de leven de God… als u zult voortgaan om het werk van Christus te doen, zullen engelen van God de weg voor u openen.. Bent U individueel arbeiders tezamen met God? Zo niet, waarom niet?  Wanneer bent u van plan om uw door de Hemel aangewezen werk te doen?”—6 T 438. {1SC8:3.12} 

“Hij wil dat u voort gaat naar onze kerken, om ernstig voor Hem te werken.” –9 T 107. {1SC8:3.13} 

“De woorden van Christus zijn van toepassing op de kerk: ‘Waar stat u hier de hele dag ijdel?” Waarom bent u niet in enige hoedanigheid werkzaam in Zijn wijngaard? Keer op keer heeft Hij u dit gebeden, ‘Gaat ook gij in Mijn wijngaard, en wat billijk is zal  u ontvangen.’ Maar deze genadige oproep van de hemel is geminacht door de grote meerderheid. Is het niet hoog tijd dat u de geboden van God gehoorzaamd. Er is een werk voor iedere persoon, die de naam van Christus noemt. Een stem uit de hemel roept u plechtig tot uw taak. Sla acht op deze stem en  ga meteen aan het werk ene welke plaats dan ook , in welke hoedanigheid dan ook. Waarom staat u hier de hele dag ijdel? Er is werk voor u te doen, — een werk dat u beste krachten vereist. Ieder kostbaar moment van het leven is verbonden aan een taak die u aan God verschuldigd bent of aan uw medemens, en toch staat u ijdel”—5 T 203-4. {1SC8:3.14} 

 

DE KOMENDE AANVARING 

“De Kerk hier heeft de laatste tijd, verschillende comité vergaderingen gehad vanwege mijn activiteiten. Zaken worden zeer ernstig. Ze zeggen dat ze een splitsing zien aankomen en het bevreesd ze. Oh, ik verheug mij wanneer ik dingen een richting zie opgaan. God is aan het werk en spoedig zal de splitsing komen. Ze trachten bewijs tegen mij te verkrijgen, maar ongeacht wat ze tegen me doen, ik wil zijn wat Jezus wil dat ik ben, en met Zijn hulp zal ik het zijn.” {1SC8:4.1} 

                                                                                                                                     (Getekend)   Mw. Anna Oswald 

                                                                                                                                                                    Houston, Texas 

 

Hoewel het een onuitsprekelijk treurig iets is, dat door interne problemen het schijnt dat Gods kerk zichzelf op de grond moet laten neerstorten, moet toch zolang dit zo moet zijn, en zolang God zegt: “Oh grote berg…gij zult een vlakte worden,”  “verheugen ook wij ons in de verwachting  van de dingen die een bepaalde richting opgaan,” wanneer uit de verwoesting “Hij de hoofdsteen voortbrengen zal met toeroepingen: Genade, genade zij deze.” ( Zach. 4: 7) {1SC8:4.2} 

Hoewel de “engel,” van de “Laodiceanen,” geen acht geslagen heeft aan de barmhartige waarschuwingen die lang geleden gegeven zijn, kon de tragedie zelf nu afgewend kunnen worden, als hij slechts acht zou slaan op de tegenwoordige oproep die God zo genadig doet. {1SC8:4.3} 

In sept. 1895, schreef de dienstknecht van de Heer: {1SC8:4.4} 

“DE MACHT UIT HOGERE HAND 

Die ontwikkeld is, alsof positie de mens tot goden heeft gemaakt, beangstigd mij en zou vrees moeten veroorzaken. Het is een vloek waar dan ook en door wie dan ook het wordt uitgeoefend. Dit laten heersen over Gods erfenis, zal zo een walging creëren van de rechtsbevoegdheid van de mens, dat het een toestand van ongehoorzaamheid zal veroorzaken. Het volk leert, dat mensen in hoge posities van verantwoordelijkheid niet vertrouwt kunnen worden om ander mensen hun verstand en karakters te vormen. Het resultaat zal zijn een verlies in vertrouwen zelf in het management van trouwe mannen. Maar de Heer zal arbeiders oprichten die hun eigen onwaardigheid beseffen zonder speciale hulp van God.”—T.M. 361. {1SC8:4.5} 

“Wetten en regels worden in de kernen van het werk gemaakt,  die spoedig in atomen verbroken zullen worden….Als de koorden nog strakker getrokken worden, als de regels nog veel fijner gemaakt worden, als de mens doorgaat met zijn mede arbeiders hechter en hechter te binden aan de  geboden van mensen, zullen velen beroerd door de Geest van God iedere keten breken en hun vrijheid in Christus Jezus verdedigen….”—R&H., 23 juli 1895. {1SC8:4.6} 

“De Heer zal werken om Zijn kerk te reinigen. Ik vertel u de waarheid, de Heer staat op het punt een omekeer te brengen en de instituten die Zijn Naam dragen ten val te brengen. {1SC8:4.7} 

“Hoe snel dit zuiverende werk zal beginnen, kan ik niet zeggen, maar het zal niet lang uitgesteld worden. Hij wiens wan in Zijn hand is zal Zijn tempel reinigen van haar morele vervuiling. Hij zal Zijn vloer grondig zuiveren. T.M. 373. {1SC8:4.8} 

“Satan zal zijn wonderen werken om te misleiden, hij zal zijn macht als allerhoogste opzetten. De kerk zal schijnen als of het valt, maar het valt niet. Het blijft, terwijl de zondaren in Zion uitgezifd zullen worden.  Het kaf zal gescheiden zijn van het kostbare koren. Dit is een verschrikkelijk oordeel van God, maar niettemin moet het plaatsvinden.  Niemand anders dan zij die overkwamen door het bloed van het Lam in geloof wandelend in het licht van het Woord van hun getuigenissen (de boodschap gevend) zullen gevonden worden met de trouwe en ware [144000], zonder smet of vlek van zonde, zonder schuld in hun mond. Het overblijfsel dat hun zielen reinigt, door de waarheid te gehoorzamen, verzamelt kracht van het beproevend proces, en vertoont zo de schoonheid  van heiligheid te midden van de omringende afvalligheid… De grote kwestie die zo dicht bij is zal die gene uitroeien die God niet aangesteld heeft, en Hij zal een reine, ware, geheiligde bediening hebben,die voorbereid is voor de late regen.”—B-55-1886. {1SC8:4.9} 

De “botsing,” moet komen, en het zal een verschrikkelijk oordeel van God zijn.” Vandaar dat de genadevolle waarschuwing van God tot ons komt om gereed te zijn. {1SC8:4.10} 

“Doorzoekt u zelf nauw, ja doorzoekt nauw, gij volk dat met geen lust bevangen wordt! Eer het besluit bare, gelijk kaf gaat de dag voorbij, terwijl de hittigheid van des Heeren toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van de toorn des Heeren over ulieden nog niet komt. Zoekt de Heere, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des Heeren.” (Zef. 2: 1-3.) {1SC8:4.11} 

“ Ga henen, Mijn volk! Ga in uw binnenste kamers, en sluit uw deuren na u toe; verberg u al een klein ogenblik, totdat de gramschap overga. Want ziet de Heere zal uit Zijn plaats uitgaan, om de ongerechtigheid van de inwoners der aarde over hen te bezoeken; en de aarde zal haar bloed ontdekken, en zal haar doodgeslagenen niet langer bedekt houden.” (Jes. 26: 20, 21) {1SC8:4.12} 

 

TERWIJL DE BOODSCHAP VOORTGAAT 

 

“Ik heb met een levendige interesse de twee traktaten gelezen die u me heeft toegestuurd, en wens meer te leren van de tegenwoordige waarheid. Ik ben volledig vastbesloten alles te onderzoeken dat geleerd moet worden van dit nieuw licht op de waarheden, die we altijd gekend hebben en gekoesterd hebben. Langer dan 50 jaren oud, ben ik een student geweest van Gods Woord van kinds af aan en heb in de sabbat school en de kerk gewerkt als Bijbel leraar en leider, en ik kan zeggen van wat ik heb geleerd van de twee traktaten die ik van u heb ontvangen, dat de Schriftgedeelten die ik nooit in staat was te begrijpen nu zo helder als zonlicht zijn. Ik ben werkelijk blij met dit wonderlijk licht en ik geloof volledig dat het Gods waarheid is, de Drie Engelen Boodschap in waarheid.’ {1SC8:5.1} 

“Vele jaren waren een broeder en ik bezig te studeren, zodat wij onszelf konden verbeteren zodat wij mogelijk in staat konden zijn om publiekelijk voor de Heer te arbeiden. Gisteren legde ik hem kort uit over dit werk en hij wenst geïnformeerd te worden in deze waarheden. {1SC8:5.2} 

“Ik verlang ernaar de boeken te krijgen en zo snel mogelijk te beginnen met studeren. Gretig wachtend op deze studies in tegenwoordige waarheid, ben ik 

De Uwe in de dienst van de Meester,” {1SC8:5.3} 

                                                                                                                                          (Getekend) L.C. Forsythe 

                                                                                                                                           Wapakoneta, Ohio

 

Br. Philebaum van Hartford City, Ind. Stuurt ons de volgende brief, die hij ontving van zijn zuster, kort nadat hij haar een bezoek had gebracht, en haar uitgelegd had over de boodschap en haar een paar traktaten na liet. {1SC8:5.4} 

“Ik moest je schrijven als ik de HStaf boeken wilde. Ik heb de traktaten gelezen die je voor mij achter gelaten hebt en ben nu gedeeltes van ze aan het herlezen, en ik moet zeggen, hoe meer ik ze lees, hoe meer ik overtuigd raak dat deze boodschap van God is, dus ben ik enthousiast om de boeken te ontvangen. {1SC8:5.5} 

“Ik lees dat de verzegelingtijd heel kort is en ik verlang ernaar om alles erover te leren zodat ik kan helpen anderen te verlichten. {1SC8:5.6} 

“Hoe kan wie dan ook met een oprecht hart, helpen om maar de noodzaak tot reformatie in de kerk te zien? Wat een bedroevend iets om te denken dat sommigen in de kerk de boodschap niet willen horen? Ik voel dat God Zijn hand heeft gezet om een snel werk te doen. Ik heb gevreesd dat Hij dit zou doen en dat ik niet zou weten wanneer het zou gebeuren, maar ik ben zo blij dat Hij het aan mij bekend heeft gemaakt zodat ik gereed kan zijn.” {1SC8:5.7} 

 

VERSCHOPPELINGEN VERHEUGEN ZICH IN HUN LOT 

“Ik begon de boodschap te lezen die vervat in de HSTaf, door te belofte van Johannes 7: 17 op te eisen, en ik was nooit eerder overtuigd van wat dan ook in heel mijn leven, dan dat het een boodschap van God is aan het afgedwaalde Israël. {1SC8:5.8} 

Ik heb lang de noodzaak voor een opwekking en hervorming in mijn hart gevoeld, en deze boodschap is een schijnend licht voor mij geweest. Als er acht op geslagen was, zou het ons volk redden van de dodelijke formalisme die ‘overal in onze kerken als zuurdesem verspreid.’ {1SC8:5.9} 

“Ik heb omwille van de waarheid een paar dingen moeten lijden, omdat ik een van de zeven in onze kerk was die werd ‘verstoten’ afgelopen augustus, maar er is een kalmte in de storm nu op dit moment. {1SC8:5.10} 

“Anderen van onze kerk hebben met ons gestudeerd en waren overtuigd van de waarheid, maar keerden terug naar de vormendienst toe de vervolging begon, en daardoor vervulden ze Matt. 13: 21. Mogen ze terug keren voordat het te laat is, is ons gebed.” {1SC8:5.11} 

                                                                                                                                                  (Getekend) Ethel Gilbert 

                                                                                                                                                                Greenville, S. Car. 

 

“Ongeveer anderhalf jaar geleden, kwam de HStaf naar onze kerk en vond zeven zielen die aan de Heer Zijn zijde wilden zijn wanneer Hij in het oordeel komt om Zijn kerk te reinigen. (Ezech. 9; 5 T. 80). {1SC8:5.12} 

“Van de vijf, had elk slechts een paar boeken van Zr. White’s geschriften, en sommige van hen geloofde  helemaal niet in haar geschriften, totdat de HStaf hen toonde hoe absoluut noodzakelijk het was om de Getuigenissen te hebben en te bestuderen. {1SC8:5.13} 

“Tevens werkten sommige op de Sabbat naast het doen van vele anderen dingen die een ware Christen niet doet, maar door de kracht van de wonderbaarlijke waarheid van de HSTaf, zijn we in staat geweest al deze onwettige dingen op te geven en zijn ons nu aan het verheugen in de vreugde van de overwinning. {1SC8:5.14} 

Op de avond van 22 dec 1934, werd Jes. 66: 5 in onvergetelijke taferelen in de kerk uitgevoerd. Vijf van de beste leden werden ‘uitgeworpen,’ niet omdat ze niet loyaal waren aan de Drie Engelen Boodschap, maar omdat ze de Generale Conferentie niet gehoorzaamden! {1SC8:5.15} 

“Nadat elk van hen, zijn getuigenis voor de waarheid had gegeven, zei de ouderling: ‘De vraag is niet of de HStaf waarheid of dwaling is, maar of u wel of niet trouw bent aan de Generale Conferentie! {1SC8:6.1} 

“Een broeder, die nog niet volledig zijn standpunt ingenomen had voor de boodschap, zei, toen hij getuige was van de onrechtvaardigheid van de gebeurtenissen: ‘Als u deze goede broeders en zusters gaat uit werpen, dan zult u ook mijn naam moeten verwijderen.’ Aldus maakt de vervolging van de kerk aanhangers voor de boodschap van tegenwoordige waarheid. {1SC8:6.2} 

“Door de hele schandalige procedure, waren de vijf kalm en goed geestig, en daarna zij een broeder, dat hij zich nooit eerder zo gelukkig en vrij had gevoeld. De gebeurtenis was al bewezen een zegen voor allen te zijn, want vanaf ze uitgeworpen zijn, is elk van hun meer bezorgd voor de broeders en zusters te werken, en we bidden dat God onze arbeid zal zegenen om hen te redden van de verschrikkelijke vernietiging  die staat te gebeuren.” {1SC8:6.3} 

                                                                                                                                       (Getekend) John Berolinger 

                                                                                                                                                             Escondido. Calif. 

 

ER IS KRACHT OM TE HERVORMING 

“De Tegenwoordige Waarheid van de Derde Engelen Boodschap (de engel van Openb. 18: 1), zoals geopenbaard in de HStaf, heeft mijn ziel gevuld, en de kracht van de Heilige Geest heeft mij overtuigd, dat er een grote hervorming nu aan de gang is, en ik dank God voor de hervormende invloed in mijn eigen leven. {1SC8:6.4} 

“Moge Hij ieder oprecht hart leiden tot een ijverige studie van Zijn Woord, dat we de ‘waarheid’ mogen liefhebben, ‘zoals het is in Jezus’ en verzegeld mogen zijn, ‘met het zegel van de levende God voor eeuwig.” {1SC8:6.5} 

                                                                                                                             (Getekend) Mw. M.M. Mc. Cune, 

                                                                                                                                                                    Greeley, Colo. 

——————————————— 

 

DANKBAARHEID VOOR LICHT 

“Oh, hoe dankbaar ben ik voor de HStaf boodschap! Het bewijst vanuit de Bijbel en de Getuigenissen “tegenwoordige waarheid” te zijn, hetgeen “de kudde nu nodig heeft’, en ik ben vastbesloten het te bestuderen en meer te leren, zodat ik een deel kan hebben in het afsluitingswerk.” {1SC8:6.6} 

                                                                                                                                             (Getekend)  Mw. Eva R. Orr, 

                                                                                                                                                                         Greeley, Colo. 

————————————————- 

 

“VLEES” VOOR DE HONGERIGEN” 

“Ik wil u slechts vertellen dat ik ondervonden heb dat de HStaf een boodschap voor ons is, die “vlees op zijn tijd,” is, en dat mijn gebed is dat meerdere zullen volgen in deze wonderbaarlijke waarheid en dapper zullen wandelen in haar licht.” {1SC8:6.7} 

                                                                                                                                                      (Getekend) V. D. Orr, 

                                                                                                                                                                     Greeley, Colo. 

————————————————- 

LICHT GROEIT 

“Ik neem de gelegenheid te baat om u weer te schrijven. Hoe meer ik de HStaf bestudeer, hoe meer licht ik erin kan zien. Elke dacht groeit het nog mooier. {1SC8:6.8} 

“Laatst ontving ik een brief van mijn predikant die me waarschuwde tegen de HStaf. Hij stuurde me het kleine pamflet: ‘ Een waarschuwing tegen dwaling,’ maar ik heb ondervonden dat het onbetrouwbaar is, en ik weet dat de predikant de onderwijzing van de HStaf niet voor zichzelf heeft onderzocht, en daarom niet gerechtvaardigd is iets ervan te veroordelen, want ik doe een grondige studie van haar onderwijzingen met de Bijvel en de Getuigenissen voor me, en ik vind meer waarheid, elke keer als ik het over lees….{1SC8:6.9} 

“Ik heb al een hele tijd gevoeld dat de kleine tiende die ik heb, naar ‘de schatkamer’ zou moeten gaan—waar tegenwoordige waarheid is—dus heb ik vorige  week besloten het te zenden, want als de boodschap van God is, zouden we het moeten ondersteunen, en gewillig zijn te lijden omwille van Christus. Bidt u alstublieft voor mij dat ik sterk in het geloof mag zijn. {1SC8:6.10} 

“Maakt de waarheid vorderingen? In de brief van mijn predikant, zei hij dat de Generale Conferentie ouderling_________ gezonden heeft naar Charleston, S. Car. en dat hij geslaagd is in het uitstampen van de leerstelling van de HStaf daar, en dat het heel veel problemen hier en daar maakt. {1SC8:6.11} 

“Ik hoop wel dat de goede Heer het in de harten van vele van Zijn geliefde volk zal plaatsen, om voor zichzelf te studeren, voordat het te laat is. Mijn hart is bedroefd voor de geliefden die niet voor zichzelf willen onderzoeken. Bidt u alstublieft voor mij dat ik Jezus in mijn leven mag ophouden, en bereid mag zijn om anderen te helpen de weg te vinden, en dat ik ‘in staat mag zijn te staan’ wanneer Hij verschijnt.” {1SC8:6.12} 

(Getekend) Mw. J.A. Dundore 

Hanover, Pa. 

 

VRAGEN EN ANTWOORDEN 

Vraag: “Wilt u alstublieft uitleggen hoe de ‘Symbolische Code’ zijn naam kreeg en waarom het zo genoemd is?” {1SC8:7.1} 

Antwoord: De naam, “De Symbolische Code,” kwam op dezelfde manier als de boodschap deed. Het is zo genoemd omdat het blad profetische symbolen uitlegt, en  in symbolische termen spreekt. {1SC8:7.2} 

 Vraag: “Traktaat nr.3 p. 62 toont dat op 18 jan. 1934, de leden van de Tabernacle Kerk van Fullerton, Calif. Verzochten dat een comité van tien of twaalf broeders en zusters, bro. Houteff ontmoeten betreffende de leerstellingen van de HStaf. ‘Een Waarschuwing Tegen Dwaling,’ blz. 30 zegt de het comité ‘Mhr. Houteff en een paar van zijn volgelingen’ ontmoette en aan het einde van de studie, vroeg om ‘een paar dagen waarin de punten die gepresenteerd waren, nauwkeurig te bestuderen ’ om hun antwoord voor te bereiden.’ {1SC8:7.3} 

“Blz. 30 van hetzelfde boekje zegt: ‘Op Zondag, 18 maart, ontmoette dit comité opnieuw met Mhr. Houteff, met een aantal van zijn volgelingen… en las dit antwoord.’ {1SC8:7.4} 

“Maar Traktaat nr. 3 p. 71 zegt dat u twee maanden wachtte zonder enig antwoord te ontvangen en tenslotte ( op 28 april, 1934) stuurde u een telegram naar ouderling Daniels, terwijl ze vergaderd waren bij de Lente Bijeenkomst te Washington, D.C. {1SC8:7.5} 

“Dus zegt een dat het antwoord 18 maart afgeleverd was en de andere zegt het was twee maanden later. Welke is correct?” {1SC8:7.6} 

Antwoord: De data hier gegeven zijn correct. De ogenschijnlijke afwijking komt voort uit het feit dat de gebeurtenis op 18 jan.(het voorlezen van het antwoord) niet is wat Traktaat nr. 3 p. 71 naar verwijst. Het verwijst naar het geschreven antwoord, dat verondersteld word te zijn op de gegeven studie, welke hij niet ontving tot na de twee maanden nadat het was gelezen bij de bijeenkomst van 18 maart, in welke tijd zij veronderstelden, het aan br. Houteff overhandigd te hebben zodat hij het zou kunnen bestuderen en weten wat te doen. {1SC8:7.7} 

Vraag: “Heeft br. Houteff verschillende citaten aan zuster White toegeschreven, waarvan het bewezen is dat zij ze niet geschreven heeft? {1SC8:7.8} 

Antwoord: Er zijn drie citaten in de HStaf die worden betwist als niet te zijn geschreven door zr. White. Een van deze wordt gevonden in de HStaf, Dl. 1 blz. 110, hfdst. 2, de tweede op blz. 14 van hetzelfde deel, hfdst.1 en de derde in Dl.2 blzn. 151, 152. De eerste twee verwijzingen waren aan Br. Houteff gegeven door achtenswaardige  Z.D.A. predikanten in algemeen erkende functies bij het kerkgenootschap. Aangezien hij meer vertrouwen had in de predikanten in die tijd, dan hij nu doet, ging hij ervan uit dat de citaten zonder twijfel correct waren, en aangezien het onmogelijk was om ze na te trekken, nam hij ze in goed vertrouwen op hun (predikanten) woord. {1SC8:7.9} 

Vanaf die tijd heeft hij de ene geciteerd op blz. 14 nagetrokken en gevonden dat het citaat gegeven woord voor woord is, maar dat de brief waar het uit geciteerd is, getekend was door C.C. Chrisler, Zr. White’s secretaris. {1SC8:7.10} 

Echter hoewel het fragment niet Zr. White’s  handtekening draagt, bewijst de communicatie die erop betrekking heeft, dat Zr. White haar goedkeuring eraan gegeven heeft. In feite, Br. Chrisler die haar particuliere secretaris was in zo een belangrijk werk, het zou voor hem onmogelijk zijn om iets anders dan leerstellig te presenteren tenzij zij haar goedkeuring eraan gaf. Vandaar dat of Zr. White haar naam eronder geplaatst heeft of niet, het citaat kwam van haar kantoor door haar aangestelde secretaris. {1SC8:7.11} 

Het tweede citaat, hetgeen gevonden zou moeten worden is uit de Review & Herald, zijn wij niet in staat geweest na te trekken. De vraag echter of deze citaten wel of niet van de pen van Zr. White komen, zou geen invloed hebben waar het de de correctheid van de lessen geleerd in de HStaf betreft, want de ideeën die voortgebracht zijn in de Staf, zijn bewezen zonder deze betreffende verwijzingen, die, echter de citaten juist bewijzen ongeacht hun auteurschap. {1SC8:7.12} 

Het derde citaat, gevonden in Dl. 2 van de HStf, blz. 151, 152 is genomen uit “Een woord aan de kleine kudde”  blz. 8, 9, uit een artikel getekend door ouderling James White. We zijn gerechtigd om dit aan Zr White toe te schrijven want haar naam is in de uitgave en natuurlijk gaf ze haar goedkeuring aan wat haar echtgenoot schreef. Bovendien bewijst, blz. 19 van dezelfde uitgaven dat wat ouderling White schreef, niets meer of minder was dan wat God door haar had geopenbaard, want ze zegt: “Ik zag dat het nummer (666) van het beeld van het beest [tweehoornig beest, Openb. 13: 11-18] was opgemaakt , en dat het, het beest [het luipaardachtig beest, Openb. 13: 1-10] was dat de Sabbat veranderd had, en het beeld van het beest [het twee hoornig beest] hem navolgde en de sabbat van de paus hield en niet Gods Sabbat.” {1SC8:7.13} 

Dit bewijst dat ze in visioen was getoond dat het nummer 666 van toepassing is op het beest en niet de paus. Vandaar dat het citaat in de HStaf precies hetzelfde leert wat Zr. White in visioen zag. Vandaar dat hoewel het artikel getekend is door ouderling James White, het even gezaghebbend is alsof Zr. White het had ondertekend. {1SC8:7.14} 

Vraag: “Hoe moeten we in verband staan met de kerk? Als gevraagd wordt niets relevants met betrekking tot tegenwoordige waarheid te zeggen, zullen we dan voor altijd stil zijn? En wat zullen we doen wanneer ons een deel in de religieuze plechtigheden geweigerd wordt?” {1SC8:8.1} 

Antwoord: Onze relatie met de kerk is hetzelfde als dat was van Johannes de Doper, Jezus Christus en de apostelen, dat wil zeggen, we hebben een boodschap te verkondigen aan de kerk en hoewel de kerk, net als het Sanhedrin ons uit de “tempel,” zal wegsturen, moeten we weigeren het te verlaten, want als we vertrekken, hoe zullen we de boodschap aan de mensen verkondigen? {1SC8:8.2} 

Het past niet bij een Christen om vrijwillig tijdens de kerkdienst opschudding te veroorzaken; nog minder is het mogelijk om door zulke methoden de boodschap te presenteren aan hen of hen te overtuigen dat wij “het woord des levens,”spreken. Vandaar dat door onszelf eerbiedig en behoedzaam te gedragen, zullen we hen geen enkele uitdaging geven behalve valse beschuldigingen. {1SC8:8.3} 

Het is volkomen juist en toegestaan om te praten in de Sabbat School klassen in antwoord op de vragen die opkomen met betrekking tot de lessen. Hiervoor kunnen ze niemand op rechtvaardige wijze beschuldigen van het verstoren, aangezien het op geen enkele wijze een schending is van de gevestigde doel en regels van de Sabbat School. {1SC8:8.4} 

De hoofdreden voor het weigeren ons van het lichaam af te scheiden en van regelmatig bezoeken van de Sabbat School en kerkdiensten, anders dan de enkelvoudige reden dat we zonder voorrecht zouden zijn van openbare aanbidding in Gods kerk is, dat nadat de bijeenkomst is afgelopen, wij in contact komen met de broeders en zusters en een gelegenheid vinden om over de boodschap te praten, hen erop aandringend om voor zichzelf te onderzoeken of door het bezoeken van onze studies, of door het lezen van de publicaties over tegenwoordige waarheid. Vandaar dat als we ons afscheiden, door weg te blijven van de kerk, geven we hen de gelegenheid ons te beschuldigen van een zijtak van het lichaam te zijn, en wij verliezen zelf de gelegenheid om in contact te komen met mensen. Bovendien als we ons scheiden van de organisatie, dan zullen we geen recht hebben in de vervulling van Ezechiël 9  wanneer zij die het merkteken niet hebben weggenomen worden om het bezit van het kerkgenootschap op te eisen. {1SC8:8.5} 

Met betrekking tot ons deel nemen aan het avondmaal, moeten we altijd voor zover mogelijk deel nemen. Als ze weigeren ons te bedienen, of ons hen laten dienen in het ritueel van nederigheid, is er niets meer dat we kunnen doen wachten totdat deze dienst over is. En als ze ons negeren, wanneer het brood en de wijn voorbij gaat, moeten we niets zeggen, maar geduldig het kleineren ondergaan, en door ons zo te gedragen zullen de oprechten in de bijeenkomst de on-Christelijke houding en de dwaasheid van de kerkfunctionarissen zien, en zullen “opgewekt worden en de situatie innemen.” {1SC8:8.6} 

Hoewel wij tegen onze wil verplicht uitgesloten worden van het deelnemen aan het ritueel, zullen we desalniettemin net als de ongedoopte dief aan het kruis, onze namen in het boek des Levens hebben” {1SC8:8.7} 

Vraag: “Wat moet onze houding zijn ten opzichte van de bladen van het Kerkgenootschap? Spreekt God nog steeds door de ‘Review & Herald’ tot hen die het licht nog niet hebben gezien? Zouden we de ‘Review’ moeten verwerpen?  En hoe staat het met de Sabbat School lessen? {1SC8:8.8} 

Antwoord: De bladen van het kerkgenootschap,met uitzondering van de Bijbel en de Geest der Profetie, kunnen in de huidige tijg van geen hogere geestelijke kwaliteit zijn dan het kerkgenootschap zelf. Het is onmogelijk dat de geschriften van degene die een bijdrage leveren aan deze bladen, om een groter licht uit te stralen dan datgene dat zelf in de schrijvers is. De Review & Herald, kan alleen het mondstuk van God zijn wanneer zij die erin schrijven in persoonlijk contact zijn met Hem, “wandelend in het licht, zoals Hij in het licht is.” {1SC8:8.9} 

De Sabbat School lessen op zich zelf zijn heel goed, maar het probleem licht in het feit dat degene die ze voorbereiden, evenals zij die ze onderwijzen, niet diep genoeg in de schacht van de mijn van waarheid zinken, en bijna elke berisping en verwijt tegen het kerkgenootschap is als regel toegepast op een ander volk, is het voordeel dat daarvan afgeleid zou kunnen worden, verloren. {1SC8:8.10} 

Wij zien echter geen reden om deze publicaties te veroordelen, want zij zijn op zichzelf  (genomen) niet verantwoordelijk. Het doel van de boodschap die God gestuurd heef in de HStaf is niet om de bladen te veroordelen, maar om een hervorming onder ons als volk tot stand te brengen. Vandaar dat als en wanneer de mensen die een bijdrage leveren aan de bladen hervormd zijn, zullen de bladen ook getransformeerd worden en gevuld met tegenwoordige waarheid, en krachtig zijn om anderen te hervormen.[9][63] {1SC8:8.11} 

Vraag: “Hoe beantwoord u de volgende beweringen, die ik uit het hoofd citeer, en welke ik geloof dat ze in de Getuigenissen zijn: ‘Zr. White zegt bij het lichaam te blijven ook al maken de leidinggevende mannen fouten,want deze fouten zullen op een bepaalde tijd recht gezet worden, of op zichzelf juist zijn’?” {1SC8:9.1} 

Antwoord: Wij zijn persoonlijk ons niet bewust van een bewering van zo een draagwijdte. Hoewel het echter waar is dat het volk van God een verenigd front moet presenteren, desalniettemin, wanneer God ons roept om voorwaarts te gaan in het proces van waarheid, moeten wij Zijn stem niet veronachtzamen, maar voorwaarts gaan, en zij die weigeren in het licht te wandelen, moeten we achter laten, want we moeten de geschiedenis van de joden niet herhalen. {1SC8:9.2} 

Vraag: “Mij werd verteld, dat Zr. White heeft gezegd, dat we alle licht hebben, dat we nodig hebben totdat Jezus komt. Is dat waar?” {1SC8:9.3} 

Antwoord: De betreffende bewering, is geheel in tegenstelling tot alles wat Zr. White over het onderwerp heeft geschreven, zoals snel gezien kan worden door de volgende zinnen door te lezen. {1SC8:9.4} 

“We moeten allemaal weten wat er onder ons wordt onderwezen, want als het waarheid is hebben we het nodig….. Ongeacht door wie licht wordt gestuurd, moeten we onze harten openen om het te ontvangen, met de zachtmoedigheid van Christus… Oh mochten we handelen als mensen die licht willen. {1SC8:9.5} 

“De Heer zend licht tot ons om te bewijzen van wat voor soort geest wij zijn. We moeten onszelf niet misleiden….We moeten geen moment denken dat er geen licht meer is, geen waarheid meer die aan ons gegeven wordt…. (G.W.301, 302, 310.) {1SC8:9.6} 

Vraag: “Het is door sommigen beweerd, dat Zr. White de bewering gedaan heeft dat de boodschap van de Luide Roep zou komen door de Review & Herald. Is er zo een bewering?” {1SC8:9.7} 

Antwoord: Met betrekking tot de bewering dat Zr. White gezegd heeft dat de “boodschap van de Luide Roep,” door de Review & Herald zou komen, kunnen we niet gezaghebbend vanuit een persoonlijke geleerdheid antwoorden, want onze kennis met haar niet gepubliceerde werken is nog meer begrensd dan uitgestrekt, maar van die niet gepubliceerde geschriften, (en ze zijn niet minder dan 100) waarvan we het voorrecht hebben gehad te lezen, zouden we geleid zijn om de mogelijkheid te verkennen dat ze ooit zo een bewering heeft geschreven of gemaakt. We citeren wat ze adviseert met betrekking tot het accepteren van zulke verslagen: {1SC8:9.8} 

“En nu aan allen die een verlangen naar waarheid hebben, zou ik zeggen: Hecht geen geloof  aan onbevoegde verslagen, met betrekking tot wat Zr White heeft gedaan of gezegd of geschreven. Als u verlangd te weten, wat de Heer door haar heeft geopenbaard, lees haar gepubliceerde werken. Zijn er enkele belangrijke punten met betrekking tot wat ze niet heeft geschreven, pak ze niet gretig op en verspreid geen geruchten met betrekking tot wat ze heeft gezegd.”—5 T  696. {1SC8:9.9} 

Bovendien, als de HStaf tegenwoordige waarheid is, en Zr. White een ware profeet, kon ze nooit zo een bewering gemaakt hebben, tenzij het een verwijzing had naar de boodschap in die tijd en niet nu. {1SC8:9.10} 

Vraag: “Is er zo een bewering in de Geest der Profetie als dat ‘we erger zijn dan de Joden’ ? ” {1SC8:9.11} 

Antwoord: De betreffende bewering is te vinden in 1 T. 129 laatste paragraaf. {1SC8:9.12} 

Vraag: “Wat bedoelt u met de bewering in traktaat nr. 4, blz. 83, dat ‘Hij… de “kandelaar”heeft verwijdert”?’” {1SC8:9.13} 

Antwoord:   

Volgens Openbaring 1: 20 stelt de “kandelaar” de kerk  waarover de “engel,” zoals voorgesteld door de ster, de leiding heeft. En in Openb. 2:5, waarschuwt de Heer als hij de engel (de leiding) aanspreekt, dat tenzij hij belijdt en zijn eerste werken doet, Hij spoedig tot hem zal komen en de kandelaar (kerk) van zijn plaats zal halen; dat wil zeggen, Hij zal het van onder zijn leiding verwijderen en het onder de hoede van een ander geven. {1SC8:9.14} 

Vandaar de bewering: “Hij heeft niet alleen de ‘kandelaar,’ verwijdert, maar roept ook om de tienden en offeranden in ‘Zijn opslagplaats’ van tegenwoordige waarheid, en ook om 144.000 dienstknechten,” hetgeen zichzelf uitlegt, dat God de kandelaar (kerk) van onder de hoede van de “engel”(Openb. 3: 14) – de huidige bediening heeft gehaald. De Geest der Profetie zegt, dat dit zal gebeuren”…Wanneer het werk voortgaat onder de leiding van de engel die zich toevoegt aan de derde engel in de boodschap die aan de aarde gegeven moet worden. God zal manieren en middelen gebruiken, waardoor het gezien zal worden dat Hij de leiding in Zijn eigen handen neemt. De arbeiders zullen verbaasd zijn over de eenvoudige middelen die Hij zal gebruiken om Zijn werk van gerechtigheid tot stand te brengen en te vervolmaken.” T.M. 300. Ook in Vol 5 p. 80 lezen we dat God die “zelfgenoegzaam, onafhankelijk van God” zijn aan een kant zal zetten, die “Hij niet kan gebruiken” en die “waardevolle die nu verscholen zijn, onthullen, die hun knieën niet voor de Baal gebogen hebben.” {1SC8:9.15} 

Vraag: “Verwijzen de volgende citaten naar dezelfde tijd en gebeurtenis? {1SC8:10.1} 

(a) Wanneer de Heer zal opstaan en de aarde vreselijk schudden. L.S. 421; 2 T 141. {1SC8:10.2} 

(b) Zijn terugkeer van Zijn bediening in het Heilige der Heilige. 2 T 190-1; 2 T 690-1; Matt 24. {1SC8:10.3}

(c) Hij die onrecht doet, etc. 2 T 691. {1SC8:10.4}

(d) Het oordeel der levenden. G.C 490-1; 9 T 266-9.” {1SC8:10.5} 

Antwoord: De verwijzingen die geciteerd zijn verwijzen naar dezelfde gebeurtenis, die de periode van de Luide Roep van de Engel van Openb. 18 bestrijkt zoals uitgelegd in L.S. 412. Deze periode beging met de woorden van Openbaring 18:1-3, en sluit met 22-11. 2 T 190, 191 en 690, 691 zijn van toepassing op de afsluiting van de bovenvermelde periode. {1SC8:10.6} 

De laatste verzen van Matt. 24 zijn van toepassing op de kerk in de huidige tijd en ontmoeten hun vervulling in de gebeurtenis van Ezechiël 9. {1SC8:10.7} 

De tijd wanneer “het mandaat voortgaat ‘hij die onrecht doet,’ etc (Vol. 2, 691), “zal het werk voor zondaren gedaan zijn.”Gedurende deze tijdsperiode zal iedereen zijn lot bepaald hebben,– of zichzelf toegestaan hebben om rechtvaardig en heilig gemaakt te worden, of anders gekozen te hebben om onrechtvaardig en nog vuil te zijn. {1SC8:10.8} 

 

—————————- 

 

Vraag: “In G.C. waar de verschillende klassen van de verlosten zijn opgesomd, zijn de 144.000 zij die als brandhout uit het vuur zijn geplukt?” {1SC8:10.9} 

Antwoord: De klasse “die als brandhout uit het vuur zijn geplukt” (G.C. 665), en de 144.000, die als brandhout uit het vuur zijn geplukt (Zach. 3) en die ‘de uitverkorenen van God genoemd worden, en die naast de troon van God zullen staan” (8 T 74), zoals diegene in de Grote Strijd, bewijst dat er twee van zulke klassen zijn die dezelfde positie bekleden, dat wil zeggen, zoeken om het “morele beeld van God te herstellen in anderen.” De eerstgenoemde zijn degenen die dood zijn gegaan, nadat ze als brandhout uit het vuur zijn geplukt, en de laatstgenoemden, de 144.000 die nooit zullen sterven. Na de opstanding van de eerstgenoemde  en de overzetting van de laatstgenoemden, zullen beide van dezen die als brandhout uit het vuur zijn geplukt verenigd naast de troon zijn. {1SC8:10.10} 

———————————–

 

Vraag: “Waar staat de bewering in de Geest der Profetie dat zegt dat als we bidden om Gods wil te kennen, wanneer Hij ons duidelijk heeft gezegd wat te doen in Zijn Woord, hopend dat Hij onze gebeden zal beantwoorden, meer om onze gevoelens te strelen, dan zal het aan Satan gelaten worden, om ze voor ons te beantwoorden?” {1SC8:10.11} 

Antwoord: De verwijzing betreffende Satan die onze gebeden verhoort, wanneer de smekeling weet, maar het niet wil erkennen, dat dit antwoord reeds in het Woord gegeven is, wordt gevonden in 3 T 74-76; 4 T 112, par. 3. {1SC8:10.12} 

Vraag: “De HStaf Vol.1 p. 44 zegt dat alleen de grote schare palmen in hun handen heeft, terwijl de G.C. 646 die praat over alle “overwinnaars,” zegt: ‘In iedere hand waren de overwinningspalmen geplaatst en de schitterende harpen.’ Hoe worden deze beweringen in overeenstemming gebracht? {1SC8:10.13} 

Antwoord: Volgens de HStaf, Vol. 1, p. 44, Klasse nummer twee; namelijk de grote schare van Openb. 7: 9, hebben hun palmen in hun handen terwijl ze op aarde zijn voordat ze naar de hemel der hemelen zijn getransporteerd. Vandaar hun palmen volgens het visioen van Johannes symbolisch zijn van de behaalde overwinning. Maar de bewering van de Grote Strijd, p. 646: “In iedere hand zijn geplaatst de overwinningspalm en de schitterende harp,” zal het opgemerkt worden dat dit geschenk aan de heiligen niet werkelijk gegeven wordt totdat ze in de hemel zijn—nadat ze van de aarde getransporteerd zijn. Deze palmen zijn echt, maar de anderen figuurlijk. Om te bewijzen dat de grote schare hun palmen slechts symbolisch hebben  en voordat Jezus Zijn werk afsluit in het Hemels Heiligdom. (Zie HStaf, Vol. 2, pp. 189-191.) Daarom hebben ze hun palmen terwijl het onderzoekend oordeel in gang is—voordat de genadetijd sluit. Bovendien, met betrekking tot de klasse en de gebeurtenis van de G.C. 646, merk op dat in iedere hand waarin de overwinningspalm is geplaatst, er ook een schitterende harp is geplaatst. Terwijl de grote schare alleen palmen heeft maar geen harpen. Daarom zijn deze twee gescheiden incidenten verschillend van elkaar.[p. 11] {1SC8:10.14} 

RECEPTEN 

Cocosmelk 

Plaats om gedurende de nacht te weken, of een kopje schone zemelen of havermout in een 0.12 liter warm water. Verhit het in de morgen, maar laat het niet koken. Om al de vloeistof er uit te persen, laat het door een pers (zeef) gaan of een kleine zak, zoals een 5lb blom zak, pers het water eruit en gooi de rest weg. Zorg dat een halve grote of 1 kleine kokosnoot geraspt of fijngemalen, klaar staat; schenk hierover de hele vloeistof, bedek en zet 10 tot 15 minuten aan de kant, pers dit uit of doe het door de zak zoals voorheen. Zoet maken door middel van honing tot de gewenste smaak. Als men crème wenst in plaats van melk gebruik een 0.6 ltr in plaats van 0.12 ltr. Water. {1SC8:11.1} 

Amandel of Rauwe Pinda Melk 

U kunt hiervoor ook het granen water gebruiken als voorheen of gewoon heet water. Hoewel het graan de voorkeur heeft, aangezien u de vitaminen en mineralen van het graan krijgt evenals de voedzame oliën van noten. Ga verder met granen als voorheen, roer tot een pasta 2 tot 3 volle eetlepels amandel meel, naar de gewenste dikte, met een beetje hete vloeistof, giet hier overheen uw granen water of heet water (of indien gewenst hete vruchten sap) Zoet maken met honing. Dit maakt 0.6 liter. {1SC8:11.2} 

Amandel Meel 

Zet amandelen door een keuken machine, gebruik makend van pindakaas maker, of het fijnste mes, totdat zo fijn is als meel. {1SC8:11.3} 

Amandel meel kan over fruitsalades gestrooid worden, en in soepen gebruikt worden in de plaats van boter of olie, als bakvet bij bakken. {1SC8:11.4} 

 

Bijna Botermelk 

 

Week een eetlepel lijnzaad in een kop dat driekwart gevuld is met water, en klop het iedere tien minuten een uur lang met een garde of mixer. Voor het de laatste keer kloppen, vul de kop bijna vol met water en laat dan het zaad rusten. In de tussen tijd, meng en wrijf tot een cream een eetlepel sinas of rabarber sap. Zet deze cream in een kop en voeg de helft van de lijnzaad vloeistof en klop het weer stevig. Schenk het nu door een grote thee zeef, terwijl het geroerd wordt om het van klonteren te behoeden. U kunt honing toevoegen om het zoet te maken. {1SC8:11.5} 

Deze melksoorten zijn volwaardig, lekker, appetijtelijk en voedzaam en voorkomen al de infectieziekten, zoals tuberculose, maltakoorts enz., die door dierlijke melk op mensen worden overgebracht. {1SC8:11.6} 

“Laat de dieethervorming progressief zijn. Laat de mensen geleerd worden hoe voedsel te bereiden zonder het gebruik van melk of boter. Vertel ze dat de tijd snel zal aanbreken wanneer er geen veiligheid zal zijn in het gebruiken van eieren, melk of boter, omdat ziekten in dieren aan het toenemen is, in verhouding tot de toename van slechtheid onder de mensen. De tijd is nabij dat vanwege de ongerechtigheid van het gevallen ras, de gehele dierlijke schepping zal kreunen onder de ziekten die onze aarde vervloeken.” C.H. 478. {1SC8:11.7} 

 

BELANGRIJK 

Alle checks en geld opdrachten moeten aan Mw. F. Charboneau overgemaakt worden. Specificeer met elke gave of offerande welke storting u wenst dat wij voor u maken, waarvan van hetzelfde een reçu zal worden toegestuurd, tonend dat de overdracht heeft plaatsgevonden en op de juiste wijzen ingevoerd. {1SC8:11.8} 

Onze verenigde gebeden op Vrijdagavond ten behoeve van onze broeders die in duisternis zijn betreffende tegenwoordige waarheid, moet trouw nageleefd worden door alle betrokkenen.  

————————————Scheur hier af————————————————-{1SC8:11.9} 

 

Plaatst u alstublieft mijn naam op uw regelmatige post lijst voor uw maandelijks blad: “The Symbolische Code.”  

Naam——————————————————Straat POBox nr. ——————– 

Stad——————————————————–Staat———————————-{1SC8:11.10} 

De Universele Uitgevers Associatie, Symbolische Code Afd. 

Station K. Box 68, Los Angeles, California[p.11] 

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code

Nieuws Artikel

Deel Een      

                                                   Nr. 7                                                     

15 januari

Los Angeles, California.

TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap

EEN HEMELSE SMEEKBEDE

De tijd is aangebroken dat de volgende smeekbede niet langer ongestraft kan worden verwaarloosd: {1SC7:1.1}

“Vele velden die rijp zijn voor de oogst, zijn nog niet betreden, vanwege onze tekort aan zelf opofferende helpers. Deze velden moeten betreden worden, en vele arbeiders moeten er naar toe gaan met de verwachting van het dragen van hun eigen onkosten. Maar sommige van onze predikanten zijn weinig geneigd, om de last van dit werk op zich te nemen, weinig geneigd te werken met de welwillendheid van het ganse hart, dat het leven van onze Heer karakteriseerde. {1SC7:1.2}

“God is bedroefd, als Hij het tekort van zelfverloochening en vastberadenheid ziet in Zijn diensknechten. Engelen zijn verbaasd door dit spektakel. Laten de werkers voor Christus Zijn leven van zelfopoffering bestuderen. Hij is ons voorbeeld.”—“Testimonies for the Church,”  Vol 7, p. 254. {1SC7:1.3}

Waar in de organisatie van het kerkgenootschap zijn de “vele,” zelfondersteunende werkers?  En waarom zijn er haast geen in plaats van “vele”? {1SC7:1.4}

Wat kan het mogelijk maken voor de groep die geen middelen heeft, om voort te gaan en “hun hele energie te gooien in dit geheel van belang zijnde werk,” en tegelijkertijd “hun eigen onkosten,”dragen? Waarom het huidig tekort aan zelf opofferende werkers, en wie is verantwoordelijk voor deze gesteldheid? {1SC7:1.5}

De opdracht van de Meester aan Zijn werkers is: “Verkrijg u noch goud, noch zilver, noch kopergeld in uw gordels; noch male tot den weg, noch twee rokken, noch schoenen, noch staf, want de arbeiders is zijn voedsel waardig. En in wat stad of vlek gij zult inkomen,onderzoekt wie daarin waardig is, en blijft aldaar, totdat gij daar uitgaat.” (Matt. 10: 9-11) {1SC7:1.6}

Het plan van Christus verbiedt dat wie dan ook de evangelie bediening door middel van salaris zal ingaan, maar eerder door geloof dat in zijn noden voorzien zal worden, door diegenen die hun deuren openen voor de arbeiders van de Heer. Vandaar dat aangezien er bijna geen zelfondersteunende werkers in het veld zijn, het duidelijk is dat er maar weinig zendelingen zijn die Christus als de Zijne erkent. Dientengevolge, overtreden zowel zij die evangelie werkers huren door middel van een bedongen salaris, en degene die zo een positie aanvaarden, het gebod van de Meester. {1SC7:1.7}

De huidige regel van de conferenties is niet alleen in tegenstelling tot de instructies van de Meester, maar ook verantwoordelijk voor het niet hebben van “vele zelfondersteunende werker,” want van allen die ingaan om door het geloof te werken, die hun eigen onkosten dragen (geen loon ontvangen van de conferentie, maar eenvoudigweg de gastvrijheid van diegenen die overtuigd zijn om instructies van de boodschappers van God te ontvangen), eist de conferentie, al de tienden en offeranden van de deel dat zij ontwikkeling. {1SC7:1.8}

Aldus is iedereen die zich waagt aan deze heilige dienst, gedwongen het op zijn eigen manier te doen, zolang hij doorgaat in het werk, hetgeen niet alleen het werk van de Heer onmogelijk maakt, maar ook onvruchtbaar want om continu je eigen uitgaven bij te houden en daarnaast een familie te voeden, zal het meeste van iemands tijd innemen. {1SC7:1.9}

Het is noch Bijbels noch rechtvaardig, dat iemand ernstig werkt op een groep van gelovigen op te wekken en dan de conferentie de tienden van zijn werk laat nemen, om een gehuurde predikant te voeden die geen deel had in de moeite, in plaats van de persoon die offers gebracht heeft en het werk gedaan heeft. Zo een handeling, mag net zo goed, diefstal genoemd worden. {1SC7:1.10}

Deze door mensen gemaakte regel, was van het veld verbannen, “de vele zelfopofferende werkers,” zodoende zij die in duisternis zijn berovend van het licht van tegenwoordige waarheid, met het resultaat dat er duizenden Z.D.A.’s zijn zonder werk nu in deze tijd, die in plaats van in te gaan in het evangeliewerk van Christus zoals gevraagd, op en neer de straten afgaan en verwachten een of ander liefdadigheidshulp te ontvangen, terwijl ze zichzelf allemaal heel vaak in ondeugden werken. {1SC7:1.11}

Maar deze zielige toestand zou nu niet bestaan, als het kerkgenootschap de instructies had gevolgd van de “Grote Leraar.” Bovendien zouden er heden ten dage “vele,” duizenden met de Geest vervulde evangelie werkers in het veld zijn geweest, in plaats van slechts en handje vol, en waar er nu slechts een bekeerling gemaakt wordt met zeer grote kosten door de conferentie, zouden er duizenden  gebracht worden met totaal geen kosten.{1SC7:1.12}

Een ieder die het werk van Christus betreed, onder de omstandigheden door Hem voorgeschreven, zou  al de tienden die gerealiseerd worden van zijn arbeid toegestaan moeten worden, totdat hij voldoende heeft om zijn onkosten te betalen, dan zou wat overblijft door de conferentie gehouden moeten worden. Zo zou de boodschap door sprongen gaan—meer arbeiders, meer bekeerlingen, meer middelen. {1SC7:2.1}

Vandaar dat het huidige systeem van het kerkgenootschap voor de ontwikkeling van het evangelie dwaasheid is vanuit het standpunt van de Bijbel evenals vanuit het standpunt van de zakenwereld. Als gevolg daarvan, kan men niet helpen te zien dat Satan zijn wijsheid heeft uitgeoefend om diegenen in het werk van God te plaatsen, die werken voor de broden en de vissen, en diegene die zichzelf opofferen, buiten te houden, aldus zich afscheidend om de wereld in duisternis te laten. Daarom, laat Gods ware volk niet langer slapen, maar ontwaken, en antwoorden aan de volgende oproep, door nu het werk in te gaan. {1SC7:2.2}

“God zal mensen hebben, die wat dan ook en alles zullen aandurven, om zielen te redden.  Zij die niet zullen bewegen, tenzij ze iedere stap van de weg helder voor zich zien, zullen in deze tijd niet in het voordeel zijn om de waarheid van God  door te geven. Er moeten nu werkers zijn die in het donker voort willen duwen evenals in het licht, en die dapper onder ontmoedigingen en teleurstellende hoop zullen ophouden, en toch voort zullen werken met geloof, met tranen en geduldige hoop, zaaiend langs alle wateren, en vertrouwend op de Heer om de toename te brengen. God roept mannen met geestkracht op, van hoop, geloof en volharding  om nauwkeurig te werken.” “Life Sketches,” 213-214. {1SC7:2.3}

GESLOTEN DEUREN!

Ze vechten zeker tegen de HStaf hier, dus stuur ik van nu af aan mijn tiende naar de “schatkamer,”” zodat er vlees is in” Zijn “huis.” {1SC7:2.4}

De meeste van de broeders hier zijn bang voor de “Getuigenissen” van Zr. White, en de leiders hebben het ertoe gebracht te geloven, dat als ze de boodschap voor zichzelf bestuderen, ze misleid zullen worden en verloren zullen gaan! {1SC7:2.5}

Ze hebben de kerk gesloten, tegen de voorstaanders van de HSTaf en aan iedereen gevraagd hun huizen te sluiten voor hen. Maar de waarheid zal zegevieren. {1SC7:2.6}

                                                                            (Getekend) O.O. Callentine

                                                                                              Bozeman, Mont.

We hebben allen zeker genoten van de laatste Code en wachten gretig op de volgende uitgave. We hebben een tijd hier en kunnen zien dat de strijd gewoon aanvangt. De opzichter van de Missie wordt binnenkort hier verwacht, en ze zijn van plan de deur te bewaken zodat ze kwartaal diensten zonder ons aanwezig kunnen hebben. {1SC7:2.7}

Moge God ons kracht geven en genade om door te gaan tot het einde. Oh, zal het niet heerlijk zijn wanneer het allemaal voorbij is en wij met Jezus zijn. {1SC7:2.8}

                                                                            (Getekend) Mw. Faith Pruett

                                                                                              Sheridan, Wyo.

Het is haast onmogelijk te geloven dat onze broeders en zusters zulke vreselijke dingen zouden doen. Maar de vijand is wanhopig, en zal voor niets wijken. Alhoewel zulke onchristelijke tactieken slechts dienen om de boodschap vooruit te helpen, zoals de volgende brief bewijst. {1SC7:2.9}

 

“KAN NIETS TEGEN DE WAARHEID DOEN, MAAR VOOR DE WAARHEID”

 

Nadat  we de tirade tegen de HStaf gehoord hadden tijdens de Carolina Kamp bijeenkomst, afgelopen juni, keerden we terug naar huis vastbesloten ertegen te vechten, en een korte tijd later waren we blij dat we de gelegenheid hadden ertegen te stemmen en 13 leden afgeschreven te hebben van de Charleston kerk. Maar nu kunnen we hun standpunt meer waarderen, aangezien wij zelf met een ander op 19 dec.  werden verbannen. {1SC7:2.10}

Een korte tijd geleden ontvingen we van een van de HStaf gelovigen een brief bevattende vele citaten van de Geest der Profetie, waarvan we nooit droomden dat ze hier waren. Ze maakten dat we gingen studeren en we zagen al snel hoe onrechtvaardig  het kerkgenootschap gehandeld heeft met de leerstellingen van de HStaf. {1SC7:2.11}

We danken God dat Hij op genadige wijze ons de gewilligheid en de moed heeft gegeven , voor onszelf te lezen en te onderzoeken nadat we onze harten tegen Zijn boodschap hadden gezet. Lofprijzing voor Hem voor Zijn goedheid en voor tegenwoordige waarheid. We verwachten dat we onszelf en onze alles in dit werk zetten. {1SC7:2.12}

                                                         (Getekend) Mhr. & Mw. C. E. Wessel

                                                                  Charlestong, S. Carolina

————————————————————————

 

VERBLIJDEN IN DE BOODSCHAP

Toen ik in Medford was had ik studies gekregen van Br.—– en aanvaarde de boodschap in die tijd. De kerk hier was vlak nadat ik kwam gewaarschuwd geworden om niets te maken te hebben met de HStaf of met iemand die eraan verbonden was, en niet te studeren met wie dan ook die in hun huizen kwam om Bijbel- of Getuigenissen studies te geven, tenzij ze geloofsbrieven van de Conferentie konden tonen. De predikant waarschuwde ook de ouderling van de kerk, niemand van het kansel te laten spreken, tenzij hij wist wie ze waren en wat ze te zeggen hadden! {1SC7:2.13}

Ik ben de Symbolische Code aan het ontvangen en lees het met grote vreugde. Ik heb ook de traktaten gelezen en verheug me in de waarheden geopenbaard in hen. {1SC7:3.1}

                                                                  (Getekend) Mw. W. E. Phillips

                                                                                     Bend, Ore.

 

Ik wil u vertellen dat ik blij ben in deze geweldige boodschap; niet alleen om het verheven voorrecht te hebben, om een van de 144.000 te zijn, maar ook om het even hoge voorrecht te hebben van het feitelijk helpen dit meest glorierijke gezelschap te verzamelen! {1SC7:3.2}

We hebben hele geweldige HStaf bijeenkomsten hier. Afgelopen sabbat kwamen we bijeen bij het huis van Br._____ in Muncie, en er waren in totaal 19 aanwezig. {1SC7:3.3}

Moge God u en allen die verbonden zijn in dit werk zegenen. Laat ons moet hebben, de overwinning is zeker, en dat heel gauw. Ik heb nooit de Heer zo dichtbij gevoeld, noch heb ik ooit de moed zo volledig gevoeld als nu. Prijs Zijn naam! {1SC7:3.4}

                                                                  (Getekend) Wm Edwards

                                                                            Hartford City, Ind.

 

DOELTREFFENDE HERVORMING

 Ik schrijf u een paar zinnen om u te laten weten dat tezamen met mijn echtgenoot ik me verheug in deze schitterende boodschap, die een besliste verandering ten goede in onze levens heeft gemaakt. Het is prachtig wat de Heer wil doen, wanneer we onze harten en huizen openen voor Hem… Ik hou van het lezen van de HStaf boeken en traktaten en kan altijd nieuwe schatten in ze vinden…We willen en hebben de intentie om oprecht te zijn en eerlijk en het Woord te prediken totdat Jezus komt. {1SC7:3.5}

                                                                  (Getekend) Wm Edwards

                                                                            Hartford City, Ind.

 

Ik ben me zo erg aan het verheugen voor wat de Heer voor mij heeft gedaan, vanaf ik de HStaf boodschap heb aanvaard, dat ik u er een beetje over wil vertellen. {1SC7:3.6}

Toen de hervormingsboodschap tot mij kwam, vond het me enerzijds zwaar in de schuld. Meteen begon ik de Heer te vragen om voor deze schuld te zorgen, op zo een manier dat mijn schuldeiser tevreden zou zijn en we op vriendschappelijke basis zouden blijven. Dit deed Hij meteen, en nu ben ik  in een veel betere positie om de vermaning te vervullen. “Wat gij ook doet, doet het ter verheerlijking van God.” {1SC7:3.7}

Hoe dankbaar ben ik dat God de trouwe gebeden van Zijn volk hoort en hun zware lasten inlost! Door Zijn genade ben ik voornemens alles te doen tot Zijn glorie en te helpen het werk te beëindigen. {1SC7:3.8}

                                                                  (Getekend) H.H. Philebaum

                                                                            Hartford City, Ind.

 

 

We zijn ons zeker aan het verblijden in deze tegenwoordige waarheid. Het heeft ons tot standvastige gelovigen  in  Zr. White’s Getuigenissen gemaakt, die wij voorheen, nooit volledig geloofden. Daarnaast, werden we snel weer als de wereld, maar nu is mijn echtgenoot weg bij de vrijmetselaren en vraag ik deze maand mijn aftreden aan. We willen niets tussen ons en onze Verlosser. {1SC7:3.9}

Afgelopen sabbat kwam een van de conferentie ouderlingen naar de Cocoa Kerk en predikte twee uren lang tegen de HStaf. Een van de zusters zei aan Mr. Harper, dat ze niemand  haar zou laten vertellen wat te lezen en wat niet te lezen, maar dat ze voor zichzelf zou lezen. Mr. Harper had het eerste deel van de HStaf in zijn zak en gaf het aan haar. Nu leest ze het! {1SC7:3.10}

Ik wil u vertellen hoe geweldig ik geniet van de Symbolische Code. Ik lees het keer op keer weer. Ik bewaar al de Bijbel studies in een grote map met losse bladzijden. {1SC7:3.11}

We zijn haast 16 jaren Adventisten geweest en zijn sterker in de oude waarheid dan ooit tevoren. Spoedig nadat we in de kerk in Charleston, S. Carolina kwamen, ondervonden we dat de kerk niet veel anders was dan de wereld. Vanaf die tijd waren we slechts geestelijke Adventisten. Maar nu, dank zij de HStaf, hebben we onze eerste liefde herwonnen. Prijs God! Ik zou kunnen schreeuwen van vreugde! {1SC7:3.12}

                                                         (Getekend) Mw. W.L. Harper

                                                                  Richmond, Va.

 

Ik ben zeker gelukkig en dankbaar aan de Heer voor het schitterende licht en de boodschap van hervorming in de HStaf. Opgegroeid in de waarheid, toch zoals de meeste Adventisten, wist ik heel weinig van waar Zr. White’s geschriften uit bestonden en niets van hun werkelijke waarde, met het resultaat dat ik weggedreven was van de kerk toen de HStaf mij vond. Maar dankzij de HStaf, heb ik bijna al de geschriften van de Geest der Profetie en studeer ik ieder mogelijk moment. Met dit toegevoegd licht is ieder Woord van de Bijbel en de Getuigenissen waardevol voor mij geworden. {1SC7:3.13}

Ik prijs God vaar Zijn liefde en genade voor het sturen naar ons, die zo ontrouw zijn geweest van deze hervormingsboodschap, die een verandering van “ideeën, en theorieën, gewoonten en praktijken, ”tot stand brengt. {1SC7:4.1}

                        (Getekend) Mw. Floyd Davis

                             Greeley, Colo.

 

Ik prijs de Heer voor het naar mij sturen van deze schitterende boodschap van tegenwoordige waarheid. Hierna, zal ik mijn tiende en offerande naar de schatkamer sturen, zodat deze boodschap, die “vlees voor deze tijd is,” aan anderen gegeven moge worden, die hongeren naar waarheid. {1SC7:4.2}

De Heer is zeer genadig geweest in mij mijn ware toestand te tonen, zodat ik tot inkeer mag komen en mijn verlossing zeker mag stellen. Ik werkte in en ziekenhuis, waar ik er 5 tot 6 uren op de Sabbat moest zijn, maar nu heb ik mijn werk opgezegd en heb mijn rekening met de wereld afgesloten. En nu heeft God mij een korte tijd gegeven voor studie en het voorbereiden van mezelf, om me gereed te maken om het werk af te sluiten en Hem te ontmoeten wanneer Hij tot Zijn trouwe dienstknechten komt. {1SC7:4.3}

                                                         (Getekend) Mw. M.L.Hodgen

                                                                            Greeley, Colo.

 

Ik dank God voor de boodschap van het uur, dat Laodiceanen uit de misleiding , verval en moedeloosheid trekt, naar het licht van de “waarheid zoals het is in Jezus.” {1SC7:4.4}

Niet lang geleden, vanwege een verlengde afvalligheid, was ik mij in de wereldse verlokkingen van Satan aan het verlustigen. Roken van sigaretten, drinken, gokken, dansen, naar het theater gaan, verlustigen in eetlust, en breken van de Sabbat, waren onder andere de kwaadheden die mijn zijn beheersten. Maar glorie voor Hem voor het behouden van mijn ziel om deze boodschap te zien en bevatten, die zich toegevoegd heeft aan dat van de Derde Engel, voor het afsluiten van het evangelie, en welke het voor mij mogelijk heeft gemaakt, om zulk kwaad naast mij te leggen. Prijs Zijn Heilige naam voor Zijn grote liefde en genadige handelingen en voor een boodschap met zulk een effectieve hervorming en verkwikkende kracht. {1SC7:4.5}

                                                         (Getekend) J.L. Looney,

                                                                            Greeley, Colo.

 

DANKBAAR VOOR LICHT

Ik heb al lang naar een postkantoor willen gaan om deze brief te zenden. Soms raak ik ontmoedigd zoals de dingen gaan, dan denk ik hoe God het werk in handen heeft, en hoe Hij zij die vijanden waren van de tegenwoordige waarheid heeft verwijderd van deze plaats, een paar dagen voordat ik hiernaar toe verhuisde. {1SC7:4.6}

Ik dank God vaak voor het schitterende licht dat ik ontvangen heb door de HStaf op de Bijbel en Getuigenissen. Mijn Bijbel is een nieuw boek voor mij geworden. Zo vele dingen die ik geleerd was, waren alleen van toepassing op de Nieuwe Aarde, maar  waren nooit duidelijk en nu zijn ze helder en in harmonie. Ik prijs God voor Zijn waarheid en voor het voorrecht om een beetje te lijden voor de Meester. {1SC7:4.7}

                                                         (Getekend) Mw. A. Oswald

                                                                            Tom Ball, Texas

 

GEREED MAKEN OM TE “GAAN”

Ik ben zeker blij om de Symbolische Code te ontvangen, want het geeft ons moed om te weten dat er overal trouwe lieden zijn die voor de boodschap staan. Ik ben aan het studeren en bidden, proberen om gereed te zijn om te werken voor de Heer in deze laatste grote strijd. Ik vraag om uw gebeden. {1SC7:4.8}

                     (Getekend) Ben Garrett

                                                                  East Jamestown, Tenn.

———————————————–

BELANGRIJKE INSTRUCTIES

Leiders van alle gezelschappen worden verzocht om elke maand aan de achterkant van elk verslag formulier de volledige naam en het adres van ieder lid van het gezelschap te schrijven. Deze procedure is noodzakelijk zodat wij efficiënt en succesvol in dit kantoor te voort kunnen gaan. Een ieder die de Code wenst moet ook zijn naam en adres insturen, want alleen zij wiens naam op de post lijst staan zullen de Code ontvangen. {1SC7:4.9}

Omwille van het stopzetten van geld wisselen voor tiende en offers, betalen van boeken, etc. op de Sabbat, een Laodiceaanse praktijk, welke het Woord van God veroordeelt, laten we nauwkeurig al deze zaken op de voorbereidingsdag afhandelen, door alle geld in enveloppen te plaatsen. Om dit doel te bereiken adviseren we ieder gezelschap om zichzelf te voorzien van kleine goedkope enveloppen. Gebruik geen kerkmateriaal, waar u niet meer ervoor betaald, want het is niet correct. {1SC7:4.10}

——————————-

In een vroege uitgaven in december van “Central Union Reaper,” is een twee kolommen lang artikel verschenen getiteld: “Stormrammen en Vrijheid,” door C. A. Purdom, opzichter van de Wyoming Missie. {1SC7:5.1}

In voornemen is het artikel een waarschuwing tegen de HStaf, maar ongelukkigerwijs in uitvoer ontaart het in een hardvochtig bezielde tirade, zonder acht te slaan om eenvoudige feiten en eerlijkheid. {1SC7:5.2}

Het bedroefd ons om zo een ruwheid te zien in bedienaren van God, en verrast ons dat ze zullen buigen naar gedeeltelijk citeren etc. om een zaak te maken tegen ons en hun eigen doelen dienen. We zouden denken dat Z.D.A. bedienaren, omdat ze dit soort dingen zo lang  in de voorstanders van eerste dagen gezien hebben, het als de pest zouden schuwen. {1SC7:5.3}

Maar helaas, “de engel van Laodicea,” is zo lang in Egypte geweest, dat hij het zicht heeft verloren van de Meester, en zijn handelingen zijn gelijk gesteld aan die van het land waarin hij vertoeft. {1SC7:5.4}

Dit is een trieste waarschuwing, voor ons om al de wegen en werken van Egypte te ontvlieden, zodat ook wij niet worden als datgene waar we naar kijken. {1SC7:5.5}

De last van de slechte karakter en onoprechtheid van het artikel, is om de Symbolische Code van oktober te laten staan als post voor zweepslagen. Maar onze broeders schijnen vergeten te zijn, dat ze “niet kunnen doen tegen de waarheid, maar alleen voor de waarheid.” {1SC7:5.6}

Door op dezelfde gewetenloze wijze van de Symbolische Code te citeren, dat ze al de tijd van de Herderstaf hebben gedaan, door de belangrijke kwalificerende uitspraken weg te laten, meteen voorafgaand en volgend op de geciteerde delen, is de schrijver slechts erin geslaagd in het voorgenoemde artikel in het dienen van  het belang van de Code. Ieder dien tegen de boodschap is zendingsliteratuur ervoor. {1SC7:5.7}

“De pogingen gedaan, om de vooruitgang van de waarheid te vertragen, zullen dienen tot de uitbreiding ervan. De uitnemendheid van waarheid is nog duidelijker te zien vanuit ieder opeenvolgend punt van waar uit het bekeken mag worden. Dwaling vereist vermomming en verhulling. Het bekleed zichzelf in engelen klederen, en iedere manifestatie van zijn ware karakter, vermindert zijn kans op succes…{1SC7:5.8}

De wraak van de mens zal U lofprijzen’, zegt de psalmist,’ het overblijfsel van de wraak zult Gij bedwingen.’ God bedoelt dat waarheid dat op de proef is gesteld op de voorgrond zal worden gebracht, en een onderwerp van onderzoek en discussie zal worden, zelf als dat is door de minachting  die erop geplaatst is. Het verstand van het volk moet worden geprikkeld. Iedere tegenstrijdigheid, iedere smaad, iedere laster, zal Gods manier zijn om onderzoek te veroorzaken, en intellecten te doen ontwaken, die anders zouden sluimeren.”5 T 454, 453. {1SC7:5.9}

Hoe ijveriger hun pogingen gaandeweg, hoe sneller zal het werk beëindigd zijn en de Heer komen. Laten we daarom bidden dat hun ijver niet verslapt, en tegelijkertijd dat het de oprechten onder hen, zoals Paulus, naar een plaats zal brengen waar God ze nederig kan maken en ze redden van het verschrikkelijke uitspugen (Ezech. 9), dat staat te wachten op de “engel,” van de Laodiceanen. {1SC7:5.10}

EEN ERNSTIGE AANGELEGENHEID VOOR ALLEN

Een zekere gelovige in tegenwoordige waarheid schrijft het volgende hoofdstuk: {1SC7:5.11}

“Recentelijk, bezocht ik met vrienden en familie in______, en trachtte hen te interesseren in het bestuderen van de HStaf, maar ik vond het vooroordeel zeer sterk. Elkeen van hun scheen in de HStaf  aanhangers, alleen een neiging tot bekritiseren en fouten aanwijzen van predikanten en werkers te hebben gezien. Zoals ik de boodschap nu zie, is het niet onze zaak van welke vorm dan ook van persoonlijk bekritiseren. Hoewel we niet kunnen nalaten te zuchten en weeklagen, “voor de gruwelen in hun midden,” als we “het zegel van de levende God,” willen ontvangen, moet onze geest een zijn van liefde en verdraagzaamheid.” {1SC7:5.12}

Hoewel het onmogelijk is om tegelijk uit al de oude Z.D.A familie zwakheden, zwakke punten en dwaasheden te groeien—de algemene Loadiceaanse erfenis—en  de volkomen volmaaktheid van onze grote Voorbeeld te bereiken, zouden de bovengenoemde opmerken, ernstig overwogen moeten worden, door iedereen die in het licht staat. Echter, de onmogelijkheid van het  ineens verkrijgen van deze absolute volmaaktheid, gebruiken de vijanden van tegenwoordige waarheid met een totaal gebrek aan redelijkheid en eerlijkheid als een wapen tegen de boodschap. Ze gaan over tot onze gewoonten, zeden en woorden af te keuren, alsof de HStaf verantwoordelijk voor hen is, en iedere Laodiceaanse geneigdheid die we nog mogen bezitten heeft veroorzaakt! {1SC7:5.13}

Het koren in het veld komt niet in een ogenblik tot haar prachtige volwassenheid. Zelf onder de invloed van de late regen van het seizoen, brengt het niet meteen volledige ronde aren voort. Het proces van rijpheid neemt wat tijd in beslag. Jammer genoeg besluipt onvolmaaktheid henzelf, toch zoeken onze broeders  “die ons haten” en “ons uitwerpen omwille van de Zoon des mensen,” vreemd genoeg naar ons, in tegenstelling tot de natuurlijke mogelijkheid, om ons “in een ogenblik, in een oogwenk,” tot volwassenheid en volmaaktheid te laten opschieten! Hier is een van de beste bewijzen dat deze critici “in een treurige misleiding zijn,”en “het niet weten.” {1SC7:5.14}

De zogenaamde veroordelingen, kritieken en aanklachten—“de schenen,”—waartegen zowel de “engel,”(leiderschap—Openb. 1:20; 3: 14) van de Laodiceanen en de kandelaar zelf (kerk) “schoppen,” en op allerlei manieren  uitroepen, zijn niet meer de gevoelens van hen die de boodschap verkondigen aan de kerk in deze tijd, dan de veroordelingen waren, die Johannes de Doper uitsprak over de Joodse kerk—zijn eigen, maar de woorden van God, die Hij plechtig bezwoer voort te spreken in angst en gunst van niemand. Daarom , als ze wensen te denken dat onze positie kritisch, niet deftig en onsmakelijk is, laat ze zichzelf bedenken over de woorden en houding van Eliah, Johannes de Doper, Luther, Zuster White, ja iedere boodschapper die God ooit had, en ze zullen ontdekken dat ze ons, ongewild in gekozen gezelschap plaatsen, en in hachelijk gevaar verkeren door God tot een leugenaar  te maken over het soort gezelschap dat Hij zegt dat Hij houdt en de kaliber  van Zijn vrienden. Laat ze beseffen dat op dwaze wijze veroordelen en ons ten late leggen, datgene wat Gods verantwoordelijkheid is. {1SC7:6.1}

Het is zowel onrechtvaardig en ook heel onverstandig om ons te verwerpen, enkel omdat wij onze taak doen zoal de Heer dat geboden heeft: “Roep luidkeels, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis Jakobs hun zonden.” (Jes. 58:1). “Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls, zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen. Als Ik tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven, en gij waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om den goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat gij hem in het leven behoudt, die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal ik van uw hand eisen. Doch als gij den goddeloze waarschuwt, en hij zich van zijn goddeloosheid en van zijn goddelozen weg niet bekeert, hij zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar gij hebt uw ziel bevrijd. Als ook een rechtvaardige zich van zijn gerechtigheid afkeert, en onrecht doet, en Ik een aanstoot voor zijn aangezicht leg, hij zal sterven; omdat gij hem niet gewaarschuwd hebt, zal hij in zijn zonde sterven, en zijn gerechtheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; maar zijn bloed zal Ik van uw handen eisen. Doch als gij den rechtvaardige waarschuwt,opdat de rechtvaardige niet zondige, en hij niet zondigt; hij zal zekerlijk leven, omdat hij gewaarschuwd is; en gij hebt uw ziel bevrijd.” (Ezech. 3: 17-21) {1SC7:6.2}

Deze blinde zielen doen precies wat Paulus hun waarschuwt, niet te doen: “Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die anderen oordeelt; want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij u zelven; want gij die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen.”( Rom.: 2: 1) Zij zelf, zonder een opdracht van God en zonder doel, dan zichzelf te rechtvaardigen, gaan over tot verwijt, beschuldiging en kerven in diegene die “Gods adviezen vanouds,” verkondigen die “trouw en waarheid,” zijn, niet beseffend dat ze daardoor dubbel verwijtbaar en verwerpelijk zijn. {1SC7:6.3}

Precies de aard der dingen, maakt het onmogelijk voor ons om op welke manier dan ook iets te zeggen, over de specifieke beschuldigingen van overdreven kritisch zijn door de vragensteller. Alles wat we op rechtvaardige wijze kunnen observeren is dat onze algemene ervaring met degene die de HStaf accepteren, is dat welke ongepaste kritiek ook van hun lippen mag vallen, ontglipt zijn (een kortstondige terugkeer van geërfde Laodiceanisme) en niet een praktijk, en dat alles bij elkaar we zij vrijwel vrij van deze zonde vinden, dan diegene die over hen klagen, opmerkelijk vrij ervan als we de aard van de boodschap die ze dragen en de omstandigheden waaronder ze werken,  in overweging nemen.  En wat nog meer telt, we  hebben nog iemand waar te nemen die zijn aanklachten met boosaardigheid  of vrolijkheid spreekt, verstoken van liefde. En wat het meeste telt, bijna iedereen die wij kennen vecht het goede gevecht om zijn Laodiceaanse neigingen te overkomen, langs deze en andere wegen.  {1SC7:6.4}

————————————–

EEN ANDERE  ERNSTIGE AANGELEGENHEID VOOR ALLEN

 

“Ik schijf omdat ik heel erg verontrust en bezwaard ben over sommige dingen. Echter, voordat ik mijn probleem aangeef, wil ik zeggen dat ik de boodschap van de 144.000 en de reiniging van de kerk volkomen geloof. Door sommigen, echter, worden er enkele bij-leerstellingen voortgebracht, die ik niet kan aanvaarden, en wat ik wil weten is; worden ze door de HStaf ondersteunt. {1SC7:6.5}

Het is heel jammer, de situatie die door de vragensteller is belicht. We betreuren het dat sommigen eigen interpretaties van de boodschap, voorgebracht hebben, die het verstand van anderen verontrust hebben. Toch lijkt het oneerlijk om de boodschap op de proef te stellen vanwege de onrechtmatige ideeën voor geschoven door  sommigen. Dit is als de Derde Engel Boodschap laten verantwoorden aan de wereld, voor de buitensporige leerstellingen van vele tijdzetters die in ons midden zijn geweest. 1SC7:6.6}

We ondersteunen geen onderwijzing of standpunt die niet gevonden wordt in de publicaties van de HStaf of geautoriseerd door het kantoor, zoals duidelijk is verklaard op de eerste bladzijde van de Symbolische Code van oktober (nr. 4). Nergens is het standpunt ingenomen “dat iedereen die in de Zevende Dags Adventisten kerk is gebracht, bekeerd is , en dat er niemand binnen gebracht mag worden.” Het meest extreme standpunt die de boodschap inneemt in dit verband, is datgene wat de Geest der Profetie in de volgende getuigenis het verplicht te nemen: “De Heer werkt nu niet  om vele zielen in de waarheid te brengen, vanwege de kerkleden die nooit bekeerd zijn geweest, en zij die eens bekeerd waren maar die nu afgegleden zijn.” 6 T 371. {1SC7:7.1}

Zo ver komen wij, niet een centimeter kort, niet een centimeter voorbij. Diegenen die voorbij dit punt gaan evenals diegene die weigeren ertoe te komen, begaan gelijke buitensporigheden die de waarheid verwerpt. {1SC7:7.2}

Betreffende het idee dat de huidige tijd, niet de dag is voor individuen buiten de Z.D.A. kerk, hoewel ze de boodschap kennen en geloven, tot inkeer te komen en zich te laten dopen, zouden we zeggen, dat God nergens een mens rechtvaardigt, ongeacht wat zijn status mag zijn—of Jood of Griek, kerklid of ongelovige—de dag van bekering te verschuiven, als eenmaal het licht tot hem gekomen is. Dit is de zonde tegen de Heilige Geest. “Heden, na zo een lange tijd; zoals het gezegd is: Heden als gij Zijn stem hoort, verhardt uw hart niet.” {1SC7:7.3}

Echter, onder de dispensatie  van een speciale boodschap aan de kerk, gelijk aan die Christus drie en een half jaar lang, droeg naar de Joodse kerk, zo is het ook onze lot die te dragen naar de Z.D.A kerk vandaag, we moeten niet begrijpen dat het, het werk is van diegene , die zo een boodschap dragen, om tegelijkertijd het Evangelie programma voor de wereld  in het algemeen te dragen. {1SC7:7.4}

De Heer heeft ons niet in duisternis gelaten, met betrekking tot wat onze standpunt in deze zaak moet zijn. Jezus ”hield voort,”aan de kerkleden “aan de grens van Tyre en Sidon,” toen de vrouw die “een Griek was, een Syrophoenisische van het land,” “kwam en aan Zijn voeten viel,” Hem smekend, dat Hij de duivel uit haar dochter zou uitwerpen. Maar Jezus zei tegen haar: Laat de kinderen eerst verzadigd worden: want het is niet betamelijk dat men het brood der kinderen neme, en het voor de honden (Heidenen) werpt. En zij antwoordde en zei tot Hem: ja Heere, doch ook de honden eten onder de tafel van de kruimels van de kinderen. En Hij zeide tot haar: Om deze woorden wil, ga heen, de duivel is uit uw dochter uitgevaren.” (Marcus. 7: 26-29) {1SC7:7.5}

Dus zien we dat terwijl we uitdrukkelijk bevolen zijn de kinderen te voeden, en niet te op zoek te gaan naar de Heidenen, we tegelijkertijd verteld worden niet de waarheid van de laatstgenoemde te weerhouden, wanneer ze vrijwillig en in geloof,  kruimels komen zoeken. {1SC7:7.6}

 

VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vraag: Geeft niet de houding van de HStaf ten opzichte van buitenlandse missiewerk, haar tegenstanders een gelegenheid haar te beschuldigen van niet geïnteresseerd zijn in de redding van diegene die in de wereld zijn, en zodoende haar eigen vooruitgang hinderen in het krijgen van de boodschap tot de kerk? {1SC7:7.7}

Antwoord: Met betrekking tot uw bezorgdheid over het ogenschijnlijk blokkeren van de HStaf van haar eigen handelswijze, door haar houding, dat we de buitenlandse zendingsprogramma’s niet moeten ondersteunen, zouden we zeggen, dat als haar vijanden dit niet gebruikten als een struikelblok, ze iets anders zouden gebruiken. Haar houding is niet een van tegenstand, eenvoudigweg omwille  van oppositie of omwille van  bevordering van zelfzuchtige belangen. Het geloofd in iedere soort  zendingswerk op zichzelf, hetgeen duidelijk moet zijn voor iedereen die de boodschap wil bestuderen. Maar onder de huidige omstandigheden, met een zwaard hangend over de kerk, ieder moment gereed te vallen en duizenden naar hun vernietiging te sturen, kan God nauwelijks consequent of  barmhartig zijn, in het verspillen van Zijn tijd en middelen, aan een programma welke, onder de huidige wending van aangelegenheden, niet langer haar goddelijk aangewezen doel, kan tot stand brengen, maar van hier af aan zichzelf alleen kan lenen tot vermeerderen van de diensten van de vijand, door het brengen van duizenden onbekeerden in de kerk, om slecht verloren te gaan in de verschrikkelijke slachting van Ezech. 9. {1SC7:7.8}

Vraag: Wanneer we niet werken aan zondaren in Sion, waarom dan niet voor zondaren in de wereld? Ze zijn allemaal zondaren in de ogen van God….Hij heeft ons sinds 1844 licht gegeven, en Hij bedoelde niet dat het “onder een korenmaat,”verborgen moest worden, maar om de wereld te verlichten.” {1SC7:7.9}

Antwoord: Wat hier is gezegd is waar. Als we niet werken voor zondaren in Sion, zouden we voor zondaren in de wereld moeten werken. Als we echter werkelijk de boodschap geloven, zullen we het meeste van de tijd voor zondaren in Sion werken, dat we geen tijd over zullen hebben voor zondaren in de wereld, met uitzondering van de ‘Syrophoenicieers.” Dan zouden we ons volledige deel doen, om de dag van de Luide Roep te verhaasten, wanneer het licht dat Hij ons gegeven heeft in 1844 om de wereld te verlichten, maar die we al die tijd verborgen hebben gehouden, “onder de korenmaat,” uiteindelijk ieder zondaar zal bereiken. {1SC7:7.10}

Als de tegenstanders van de HStaf geleefd hadden in de dagen van Johannes de Doper, in de dagen van Christus, of in de eerste 3 ½ jaren van de apostelen, en in hun huidige gedachtegang waren geweest, zouden ze hun standpunt genomen hebben aan de kant van de heersers van Israel tegen de waarheid van die tijd. {1SC7:8.1}

Vraag: “Bedoelt de HStaf te onderwijzen dat het oordeel van de rechtvaardige doden gesloten is 1931, of daar in de beurt, door de volgende bewering: ‘ Terwijl God de weg vrijmaakt voor de zeven laatste plagen, door sommige van Zijn volk te ruste te leggen in het graf, heeft Hij hetzelfde gedaan zodat de gebeurtenis in 1931 zou kunnen plaatsvinden (als die datum correct is). Zij die de beproeving niet kunnen ondergaan, worden te ruste gelegd in hun graven, terwijl de 144.000 overblijven en zullen ontkomen, maar het overschot in de kerk (nu) in het verderf, ten onder zal gaan.’ (HStaf, Vol. 1, p. 219.) Leg alstublieft uit.” {1SC7:8.2}

De datum 1931 en de betreffende uitspraak, hebben geen verwijzing naar het onderzoekend oordeel. De HStaf legt geen datum vast, noch exact noch bij benadering voor het sluiten van het oordeel van de doden of voor het begin van het oordeel van de levenden. De tijd van deze gebeurtenissen zal niet bekend zijn totdat de ene voorbij is en de andere is begonnen. {1SC7:8.3}

Betreffende de datum van 1931 en de gebeurtenis die ermee verbonden is, hebben we geen verdere licht in deze huidige tijd dan gevonden kan worden in Vol.1, blz. 108-114 en Vol. 2, blz. 275. Het was rond die tijd (het sluiten van 1930 en het begin van 1931), dat de gebeurtenis van het uitgeven van de HStaf, Vol. 1 plaats vond, en de waarheid van de 144.000 en oproep tot hervorming, geopenbaard werd. Daarom, hoewel het niet eerder juist begrepen was, wat precies de aard van de gebeurtenis zou zijn, toen de volheid des tijds kwam en geen andere gebeurtenis  bekend werd maar deze zelfde, werd het daarbij herkend als de ene voorspeld in Ezechiël 4; dat is de tijd aan het einde van de 430 profetische jaren toe de “boekrol,” een ander draai zou maken. {1SC7:8.4}

Met betrekking tot de betreffende specifieke gebeurtenis, als de vragensteller zijn HStaf, Vol. 1 wil openen en nauwkeurig blz. 219 herbestuderen, zal hij duidelijk zien dat de context van de uitspraak: “Zij die de beproeving niet kunnen ondergaan worden in hun graven gelegd,”vereist dat het voor Ezech. 9 vervult moet worden. Aldus kan het alleen van toepassing zijn op de rechtvaardigen die sterven, onder de Derde Engelen Boodschap tot aan de reiniging van de kerk, Jes. 57: 1 vervullend, en niet Openb. 14: 13. {1SC7:8.5}

Vraag: “Legt U alstublieft, de betekenis van Juda, Efraïm en Israël uit, want deze termen zijn vaak genoemd in de Bijbel, en in het bijzonder in Hosea, hoofdstuk 4-14.” {1SC7:8.6}

Antwoord: De vragenstellen zal zich herinneren dat het Israëlisch rijk- de twaalf stammen—verdeeld werden na de dood van Salomo in twee koninkrijken. (1 Kon. 11:11,12; 12-19, 20,21) Het ene dat samengesteld was uit tien stammen, dat het Noordelijke gedeelte van het beloofde land bewoonde, werd genoemd “Israel”, waar deze term van toepassing op is wanneer het gescheiden gebruikt wordt van de twaalf stammen. {1SC7:8.7}

De term “Ephraim,” is van toepassing op hetzelfde koninkrijk. (Jes. 7: 1,2). Het koninkrijk  dat was samengesteld uit de twee stammen en die het Zuidelijke gedeelte van het land bewoonde is genoemd “Juda.” De reden dat “Ephraim,” synoniem is van “Israel,” is dat de stam van Ephraim , het koninkrijk regeerde. Aldus omwille van dit feit, wordt het koninkrijk van het Noorden onder beide namen genoemd—“Israël,” en “Ephraim,”—terwijl het Zuidelijke koninkrijk dat geregeerd werd door de stam van Juda, daarom “Juda”, genoemd werd. Zodoende zijn de termen “Israël,” en Ephraim” van toepassing op de Noordelijk afdeling en de term, “Juda,”op de Zuidelijke afdeling van Gods oud volk. {1SC7:8.8}

Vraag: “Leg alstublieft E.W. 36 uit: “Ik zag dat Jezus het allerheiligste  niet zou verlaten, totdat iedere zaak besloten was, of voor verlossing of vernietiging,” etc. {1SC7:8.9}

Antwoord: De vraag die hier opkomt is hoe is het mogelijk om “De Herdersstaf,” met de “Geest der Profetie,”te laten overeenstemmen, wanneer de een schijnt te zeggen dat Jezus het allerheiligste zal verlaten  bij Ezech. 9, terwijl de ander zegt Hij zal het niet verlaten totdat iedere zaak is besloten. {1SC7:8.10}

Zonder te trachten de gebeurtenis in E.W. 36 te beschrijven, zullen we alleen op de zaak ingaan, of het wel mogelijk is met het oog op de E.W. uitspraak, dat Jezus het allerheiligste “verlaat” om het werk van Ezech. 9 uit te voeren, voor de algemene afsluiting van de genadetijd van de mens. {1SC7:8.11}

Om te beginnen, is er niets in het woord “verlaten,”dat definitief zijn en blijvend in toestand of handeling betekend. Om eens te vertrekken, sluit de mogelijkheid niet uit, van verlaten het hebben in eerdere gevallen en dan terug gekeerd. Vandaar dat op basis van de logica van taal alleen, alleen het feit dat Zr. White “zag dat Jezus het allerheiligste niet zou verlaten totdat iedere zaak besloten was,”bewijst daarom niet dat Hij, eerder nooit het allerheiligste kon hebben verlaten, en dat Hij het niet kan verlaten om Ezech. 9 over de kerk kan voltrekken. {1SC7:8.12}

We moeten onze standpunt echter niet alleen op logica baseren. De Schriften bewijzen overvloedig het feit dat Jezus tegelijk te midden van Zijn volk zal vertoeven, voordat iedere zaak is besloten. We citeren Zach. 2: 10, 11—“Juich en verblijd u, gij dochter Sions; want zie Ik kom, en Ik zal in het midden van u wonen, spreekt de Heere. En vele heidenen zullen te dien dage den Heere toegevoegd worden, en zij zullen Mij tot een volk wezen.” {1SC7:9.1}

Vers 11 bewijst dat in “die dag,”wanneer Hij komt en te midden van Sion zal wonen, “vele heidenen tot de Heere toegevoegd zullen worden,”en ieder Z.D.A. hoort te weten dat er geen heidenen tot de Heer toegevoegd zullen worden, nadat de genade tijd gesloten is. {1SC7:9.2}

Bovendien, in Jes. 66: 15, welke leest: “Want ziet, de Heere zal met vuur komen en Zijn wagenen als een wervelwind om met grimmigheid Zijn toorn hiertoe te wenden, en Zijn schelding met vuurvlammen,”(Vers 16) “want met vuur en met Zijn zwaard zal de Heere pleiten met alle vlees, en de verslagenen des Heeren zullen vermenigvuldigd zijn,” zien we dat wanneer Hij met vuur komt, het is om te “pleiten” met alle vlees hetgeen bewijst dat het tijdens de genade tijd is, want na de afsluiting van de genadetijd, zal God met geen enkel vlees pleiten. {1SC7:9.3}

Verder bewijst Jes. 66: 20, dat het in deze tijd is, gedurende welke de Heer pleit met alle vlees, dat “vele heidenen,”—“al uw broederen,”—toegevoegd worden tot de Heer. Vandaar dat “in die dag,” de dag van slachting (Ezech. 9; Jes. 63; Jes 66) Hij “zal komen, en .. te midden van “Sion” zal wonen. {1SC7:9.4}

Het is daarom duidelijk dat Jezus zal komen en te midden van Zijn volk zal wonen, hier op aarde voor de afsluiting van de genadetijd, zoals Hij te midden van Zijn volk in de exodus beweging woonde, zoals beschreven in Jes. 4. {1SC7:9.5}

Sommigen hebben in het geheel een te bekrompen visie van de Godheid. Ze denken dat als Jezus het onderzoekend oordeel in het hemelse heiligdom voort wil zetten, Hij Zichzelf daar ieder moment moet opsluiten, en dat zelf in geval van noodzaak Hij de plaats van het allerheiligste  afdeling niet kan verlaten, om iets anders te doen, totdat Zijn bemiddelingswerk voorbij is. {1SC7:9.6}

Christus zijn vertrek van de heilige plaats, bij de voltrekking  van het onderzoekend oordeel, zal resulteren in Zijn zichtbare tweede komst, terwijl de gebeurtenis van Ezech. 9 en Zach. 2: 9-11, een onzichtbare komst is. {1SC7:9.7}

GEZONDHEIDHERVORMING

Vraag: “Hoe staan wij op gezondheidhervorming? Onderscheiden we ons toch zonder voorbehoud tegen het gebruik van gepasteuriseerde melk? {1SC7:9.8}

Antwoord: Ons standpunt op gezondheidhervorming is met beide voeten stevig vastgezet en voorwaarts gaand. Om toegewijd te zijn op deze koers, betekend echter niet dat we tot extreme maatregelen overgaan. In tegendeel, betekend het om gezond verstand te adviseren en matigheid, niet gaan buiten wat goddelijk geopenbaard is. {1SC7:9.9}

Die specifieke artikelen, waartegen de Geest der Profetie een positieve getuigenis draagt; van de natuur ontdaan, levenloos gemaakt, voedsel dat van mineralen is ontdaan,en alle ongezonde praktijken, beloven wij te vermijden. Maar we nemen het standpunt niet in dat melk niet gebruikt moet worden. Sommigen van ons gebruiken het niet, maar pleiten niet voor het niet gebruiken op dit punt. Het zou dwaas zijn om op zo een hervorming aan te dringen, terwijl de meerderheid nog steeds koffie, thee, azijn, specerijen, boter, rijke gebakken, levenloze granen etc. gebruikt. Dit zou eenvoudigweg betekenen te springen naar de bovenste tree van de ladder, terwijl men neergehouden wordt door de zware gewichten van verkeerde praktijken, in plaats van klimmen vanaf de bodem en stap voor stap de gewichten, afsnijden totdat de top uiteindelijk bereikt is, welk proces van vooruit schrijdende hervorming beter geïllustreerd wordt door de volgende droom. {1SC7:9.10}

“Terwijl ik in augustus  1868 in Battle Creek was, droomde ik dat ik mij in gezelschap van een groote menigte mensen bevond. Een deel van deze menigte begaf zich op reis, goed toegerust. Wij hadden zwaar beladen wagens bij ons. Terwijl wij reisden, scheen de weg omhoog te gaan. Aan de ene kant van de weg was een diepe afgrond en aan de andere kant een hoge, gladde witte muur, alsof deze gepleisterd was. {1SC7:9.11}

Naarmate wij verder reisden werd de weg nauwer en steiler. Op sommige plaatsen scheen de weg zo smal, dat wij zagen dat wij niet langer met onze beladen wagens konden verder reizen. Wij maakten daarom de paarden los, namen een deel van het reisgoed van de wagens en legden het op de paarden en reisden te paard verder. {1SC7:9.12}

Hoe verder wij kwamen, hoe smaller de weg werd. Wij waren genoodzaakt om dicht tegen de muur te blijven, om niet van de smalle weg af in de diepe afgrond te storten. Terwijl wij dit deden, schuurde het reisgoed op de paarde tegen de muur, zodat wij naar de kant van de afgrond overhelden. Wij waren bang dat we zouden vallen en op de rotsen verpletterd zouden worden. Daarom sneden wij onze bagage van de paarden los, die toen in de afgrond viel. Wij reden te paard verder maar waren erg bang, toen de weg nog smaller werd, dat wij ons evenwicht zouden verliezen en zouden vallen. Op zulke ogenblikken scheen een hand de paarden bij de teugel te houden en ons veilig over de gevaarlijke plaatsen te leiden. {1SC7:10.13}

De weg werd steeds smaller en wij zagen in dat wij niet langer veilig te paard konden gaan. Wij lieten nu de paarden achter en gingen te voet verder, in een rij achter elkaar. Op dit ogenblik werden dunne koorden van boven de witte muur neergelaten, waarvan wij een gretig gebruik maakten om ons evenwicht te bewaren op de smalle weg. Terwijl wij verder reisden, bewogen de koorden ook mee. De weg werd uiteindelijk zo smal dat wij niet langer onze schoenen aan onze voeten durfden te houden. Wij deden ze snel uit en gingen zo verder. Nog wat verder gekomen besloten wij voor de veiligheid ook onze kousen uit te trekken en wij reisden barrevoets verder. {1SC7:10.1}

Wij dachten toen aan hen, die aan geen ontberingen en moeilijkheden gewend waren. Waar waren zij nu? Zij waren niet in de groep. Bij elke ontbering bleven er sommigen achter. Alleen zij, die zich geoefend hadden om moeilijkheden te doorstaan, bleven. De ontberingen deden hun verlangen alleen toenemen om tot het einde toe door te zetten. {1SC7:10.2}

Het gevaar om van de smalle weg af te vallen nam steeds toe. Wij drukten ons tegen de witte muur aan. Het pad was nu zo nauw dat onze voeten er niet eens in zijn geheel op pasten. Wij hingen daarom bijna met onze gehele gewicht aan de koorden en riepen uit: “Wij hebben houvast van boven! Wij hebben houvast van boven! Dezelfde woorden werden door allen in de groep op het smalle past geuit. Maar wij rilden als wij de klanken van vrolijkheid en feestgejoel hoorden, die uit de afgrond tot ons opstegen. Wij konden het gevloek, en de gemene scherts, het lage vuile gezang vernemen. Wij hoorden de krijgsmuziek en de dansmuziek, de muziek van instrumenten, het luide gelach, vermengd met gevloek en geschreeuw van angst en bitter gekerm, wat ons meer dan ooit deed verlangen om op het nauwe moeilijke pas te blijven. Een groot gedeelte van de tijd moesten wij met ons hele gewicht aan de koorden hangen die, naarmate wij verder kwamen, steeds dikker werden. {1SC7:10.3}

  Ik bemerkte, dat op de schone witte muur bloedvlekken  zaten  en ik betreurde het dat de muur zo bezoedeld was. Maar dat gevoel duurde een ogenblik, want ik bedacht mij, dat dit was zoals het zijn moest. Zij, die volgden zullen hieraan weten, dat anderen de smalle, moeilijke weg voor hen gegaan zijn en daaruit opmaken, dat, als anderen in staat waren die weg te gaan, zij hetzelfde kunnen doen. Als dan het bloed uit hun pijnlijke voeten wordt geperst, zullen zij niet onder ontmoediging bezwijken, maar door het zien van het bloed op de weg weten , dat anderen dezelfde pijnen hebben doorstaan. {1SC7:10.4}

Eindelijk kwamen wij bij een wijde kloof, waar ons pad eindigde. Er was niets om onze voeten te leiden, niets waarop wij konden steunen. Wij moesten ons nu geheel op de koorden verlaten, die steeds in dikte toegenomen waren, totdat zij bijna zo dik waren als onze lichamen. Voor een ogenblijk waren wij in grote nood en verwarring.  Wij vroegen angstig fluisteren: ‘” Waar zitten de koorden aan vast?”Mijn echtgenoot was vlak voor mij. Grote druppels zweet vielen van zijn voorhoofd af, de aderen in de nek en ik de slapen waren eens zo groot als gewoon en een onbedrukt gekreun ontsnapte aan zijn lippen. Het zweet liep mij ook van het gelaat af en ik had een angst, zoals ik nog nooit tevoren gekend had. Een vreselijke strijd stond ons te wachten. Als het hier misliep, hadden wij al de moeilijkheden van de afgelegde weg voor niets doorgemaakt. {1SC7:10.5}

Voor ons uit, aan de andere kant van de kloof, was een prachtig veld met groen gras, ongeveer vijftien centimeter hoog. Ik kon de zon niet zien, maar heldere, zachte lichtstralen, die op fijn goud en zilver leken, rustten op het veld. Niets van wat ik op de aarde gezien had kon vergeleken worden met de pracht en heerlijkheid van dat veld. “Maar zouden wij erin kunnen slagen om het te bereiken ?” was onze angstige vraag. Als het koord zou breken waren wij verloren. Weer werden angstig fluisterende woorden herhaald. “Waaraan zitten de koorden vast ?” Voor een ogenblijk aarzelden wij om de sprong te wagen. Mar toen riepen wij uit: “Onze enige hoop is geheel op het koord te vertrouwen. Wij hebben er heel de moeilijke weg op vertrouwd. Het zal ons ook nu niet in de steek laten.” Nog aarzelden wij een ogenblijk. Daarop werden de woorden gesproken: “God houdt de koorden vast. Wij hoeven niet te vrezen.” Deze woorden werden herhaald door hen die achter ons waren en er werd aan toegevoegd: Hij zal ons nu niet verlaten. Hij heeft ons al veilig tot hier gebracht.” {1SC7:10.6}

Hierop zwaaide mijn echtgenoot zich over de vreselijke kloof in het prachtige veld erachter. Ik volgde hem onmiddellijk. Wat gaf ons dat een verlichting en wat een gevoel van dankbaarheid vervulde ons hart! Ik hoorde stemmen, die triomfantelijk God loofden. Ik was gelukkig, volmaakt gelukkig! {1SC7:10.7}

Ik ontwaakte en ondervond van de angst die ik had ervaren in het door de moeilijke route te gaan, iedere zenuw in mijn lichaam in huivering scheen te zijn. Deze droom behoeft geen commentaar. Het heeft zo een indruk op mijn geheugen gemaakt, dat waarschijnlijk iedere onderdeel erin helder voor mij zal zijn als mijn herinnering voortgaan.” – 2 T 594-597{1SC7:10.8}

Zo kunt u zien dat het hele probleem individueel is. Als we vastbesloten zijn om gelijke tred te houden met God, zal Hij de hervormingen openbaren die Hij wil dat wij in ons leven instellen en wanneer we ze moeten uitvoeren. Daarom zouden wij u iet adviseren om het gebruik van melk af te schaffen, totdat u zeker bent dat de Heer u zegt dat te doen. {1SC7:11.1}

Vraag: “Waarom wordt de grote schare van Openb. 7: 9 ontelbaar genoemd, terwijl Zach. 13: 8 spreekt van hen die gered worden als 1/3 deel, hetgeen een telbaar deel is? Leg alstublieft uit.” {1SC7:10.2}

Antwoord: Van de grote schare is gezegd: “Niemand kan het tellen” hetgeen echter niet betekend dat God het niet kan tellen. Evenzo is het met het heir in Zach. 13:8. God heeft ze geteld, hoewel het exacte nummer niet bekend is bij de mens zoals dat is van de 144.000. {1SC7:10.3}

In de code van december hebben we het volgende bezoek van Zr. Palmer gedrukt: “ We kwamen hier in het midden van oktober en zouden blij zijn om welk  lid dan ook van de HStaf, bij ons in de buurt te doen stoppen, maar we schoten tekort om haar adres te geven, hetgeen is C.C.C. 762, Red Cloud, Nebraska. {1SC7:10.4}

HEEL BELANGRIJK

Onzorgvuldigheid bij een deel van sommigen heeft hun een heel goed deel gekost, en veel post is verloren gegaan, hetgeen nooit het kantoor heeft bereikt. Ons juist adres is in het verleden gepubliceerd, maar sommigen hebben er geen acht op geslagen. Wilt u er alstublieft aan denken om welk lid van dit kantoor dan ook op de volgende manier te adresseren. {1SC7:10.5}

                                                         Universele Uitgevers Associatie

                                                         Station K, Box 68

                                                         Los Angeles, California

                                                         Naam van de persoon

 

Plaats geen geld in gewone post. Stuur liever een  Geldopdracht of een check van de bank. Vergewis u ervan dat uw retour adres op alle post gegeven is. {1SC7:10.6}

Aangezien deze instructies niet volledig,  zijn nagevolgd, hetgeen ons verwarring bezorgt, drukken we het opnieuw, ernstig verzoekend dat iedereen corresponderend met dit kantoor het juiste formulier hierin gegeven gebruikt. {1SC7:10.7}

Onze vrijwillige fonds voor literatuur, gecreëerd door vrijwillige offer gaven, heeft tot dusver, de helft van de noodzakelijke onkosten gedekt. Wij zijn daarom geneigd onze vrienden in tegenwoordige waarheid te herinneren aan de behoefte van deze waardevolle onderneming. {1SC7:10.8}

De contributies voor de Symbolische Code, dekken ook tot dusver de helft van onze uitgaven voor alleen de voorraad. {1SC7:10.9}

Onze vereende gebeden op vrijdag avond (5 u ’s middags Pac. Stand.Tijd; 6 u ’s avonds Moun. Stand. Tijd; 7 u ’s avonds Cent. Stand Tijd; 8 u ’s avonds East Stand Tijd)ten gunste van onze broeders en zusters die in duisternis zijn met betrekking tot tegenwoordige waarheid, moet trouw door alle betrokkenen nageleefd worden. {1SC7:10.10}

Iedere Z.D.A. die ernaar verlangt kosteloos de “Symbolische Code” regelmatige naar hem verstuurd te hebben,vul alstublieft het volgende formulier in.

—————————- ———SCHEUR AF———————————————–{1SC7:10.11}

Plaats alstublieft mijn naam op uw regelmatige postlijst voor u maandelijks blad: “De Symbolische Code.”

Naam———————————-Straat Postbus nr.—————————————

Stad———————–Staat—————————————Land—————————–{1SC7:10.12}

De Universele Uitgevers Associatie

Symbolische Code Afd., Station K, Box 68

Los Angeles, California