De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)


ABOUT US

We Offer Services
It’s a Story About Our Team

Great things are done by a series of small things.

WHR-1200x675.jpg

2

Kopierecht , 1951

door

De Ministeriele Rekruterings Commissie

 

Vertaling van:

“The White-House Recruiter.”

 

  shepherds-rod-white-house-recruiter-recruiting-commission

 

3

“DE REKRUTEERDER VAN HET WITTE HUIS.”

A-BOMMEN, VLIEGENDE SCHOTELS, DE DERDE WERELDOORLOG.

— 0 —

 

Een Post Voor Elke Ministeriële

Afgestudeer­de.

  Nooit tevoren hebben oorlogswolken, zo vreemd en zo donker, in dreigende onweersbui­en boven de wereld gehangen, en nooit zag de wereld zichzelf zoals zij dat heden ten dage doet. Overal — in de regering en in de in­dustrie, in universiteiten, in kerken, in tehuizen, op straat — in iedere gang van het leven, is de meest gestelde vraag: Waar moet het heen met het mensdom? {WHR:3.1}

  “Wat is het verhaal van de mens? Het is, dat wanneer de mensen sterven, de Mens over­leeft. Heden ten dage zijn de mensen meetbaar dich­terbij de vreselijkste van alle climaxen, die zij over zichzelf hebben gehaald in hun lange geschiedenis van strijd. Als de climax  daar is, zal hij het leven en de wereld ver­an­de­ren. Maar het zal geen einde maken aan het leven, het zal de wereld niet vernieti­gen. Bij deze hoogste climax, of hoogstwaar­schijn­lijk in afwachting ervan, kan de mens uitein­delijk het geheim van deze vrede vinden en de manier om te leven zonder vernietiging. Dat is een hoop. De zekerheid is, dat de mens op aar­de zal zijn, een wereld scheppende.” — (“Life, Oct. 3, 1949, p. 22.) {WHR:3.2}

  “(…) Einstein (…) ging ermee akkoord (…) dat andere naties onze geheime processen zelf kunnen herontdekken; dat géén militaire verde­diging verwacht kan worden, en dat paraatheid nutteloos is, dat als er nog een oorlog uitbreekt, atoombommen

4

zeker de samen­le­ving zullen vernietigen.” {WHR:3.3}

  “‘Het is belangrijk,’ vervolgde hij, ‘om de publieke mening te verlichten omtrent de ware toestand betreffende de bom. Slechts de pre­ventie (de voorkoming) van oorlog door actie op internationale schaal, hetgeen voorberei­ding op oorlog onnoodzakelijk zal maken en zelfs onmogelijk, kan ons redden van de gevol­gen ervan.'” (“News Week,” March, 1947, p. 58.) {WHR:4.1}

  “(…) In grote gebieden van de wereld her­haalt de geschiedenis zich. Fanatisme heeft de rede vervangen; terreur, compromis (onderhan­deling); haat, vriendschap. Wetenschap, oplei­ding en filosofie, de voertuigen van vooruit­gang voor de Westerse mens, zijn verdorven geweest, verwrongen, en omgebouwd tot wapens tegen de beschaving.” — (John Edgar Hoover, in een verslag uitgezonden door, “Federal Bu­reau of Investigation.”) {WHR:4.2}

  “De Eerst Wereldoorlog was een beslis­te ontzetting voor de vroegere periode van opti­misme, (…) Heden ten dage, is de schok haast ongelooflijk groter. Onveiligheid en strijd zijn zo algemeen, dat de heersende hou­ding, één is van bezorgdheid en pessimis­ti­sche onzeker­heid.” — (John Dewey, “Recon­struction in Phi­losophy,” p. 8.) {WHR:4.3}

  “Er is slechts te veel reden voor angst, dat de Westerse beschaving, indien niet de hele we­reld, waarschijnlijk in de nabije toe­komst een periode zal doormaken van zeer gro­te moeilijkheden, lijden en pijn (…)” — Ber­trand Russel, over het onderwerp: “If we are to survive the dark time,” (“Als wij de don­kere periode zullen overleven.”) in “New York Times Magazine, September 3, 1950. {WHR:4.4}

       “Wij zijn nu aangekomen bij de eindfase van de geschiedenis. Wat uiteindelijk van ons wordt gevraagd, wordt nú van ons gevraagd. (…) De tijd is ver gevorderd. Waarschijnlijk kan niets ons redden. Het

5

handschrift aan de muur is echter duidelijk genoeg. Het zegt tot de aardbewoners: ‘Ver­enigt u, of sterf.'” — Dr. Robert m. Hutchins. {WHR:4.5}

  “Iedereen is het er over eens, dat een atoom­oor­log wereldwijde zelfmoord is, die niemand kan winnen. Géén wetenschapper of vermaard­heid (bekendstaand persoon) trekt het feit in twijfel, dat elk land met een indus­triële capaciteit binnen vijf jaar de atoom­bom zal hebben. wij hebben slechts vijf jaar om aan de vrede te werken.” — Dr. Robert M. Hutchkins, Chancellor of Chicago University, in “Chicago Tribune,” March 26, 1946. {WHR:5.1}

  “Er kan géén twijfel bestaan over de we­reldcrisis. Wij leven bij één van die keerpun­ten van de wereldgeschiedenis die twee wegen voorhouden, waarvan de ene naar de dood leidt en de andere naar het leven. {WHR:5.2}

  “Het feit is, de H-bom vertegenwoordigt de uiteindelijke zelfmoordtriomf, de ontslui­ting van de meest intieme geheimen der natuur voor doeleinden van totale vernietiging. Het plaatst in de absolute brandpunt het falen van de materialistische samenleving, die getracht heeft haar leven in te richten zonder God.” — (G. Asthon Oldham, voormalige Bisschop of Op­ziener van de Episcopale Diocese van Albany, betreffende, “The World Crisis and the Futu­re,” (“De Wereld Crisis en de Toekomst,”), in de bulletin van de “Church Peace Union for June.”) {WHR:5.3}

  “De mensen ontdekken, dat een ontzaglijke moeilijkheid het leven binnengekomen is, zelfs onoplettende mensen zijn verraden, bij vlagen, een bepaalde verwondering, een fi­guur­lijke in­een-doen-krimpend gevoel dat er iets gebeurt, waar­door het leven niet meer hetzelfde zal zijn. {WHR:5.4}

  “Spreidt uit, en onderzoek het voorbeeld der gebeurtenissen en u zult ontdekken, dat u oog in oog staat met een nieuwe intrige {een nieuw plan}, tot nog toe ondenkbaar voor het men­se­lijk ver­stand. (…) {WHR:5.5}

6

“Schrijvers zijn overtuigd, dat er géén uit­weg is, rondom of door de impasse heen. Het is het ein­de.” — (H.G. Wells, “Los Angeles Exami­ner,” October 21, 1945.) {WHR:6.1}

 Door de wereld beschouwende mening van deze eminente (uitstekende) bijdetijdse waarnemers, is deze generatie bij het uur nul van de be­schaving beland. Als wij het ons nu wél of niet realiseren, de dag des oordeels verkort zijn schaduw, en wij staan oog in oog met de meest belangrijke kwesties waar ooit een men­selijk geslacht mee werd geconfronteerd. Atoomkernkoppen, dodelijke raketten, gift­gas, bacteriologische bommen, super onderzeeërs doorklieven machtige diepten, en su­per­sonische vliegtuigen doorboren het lucht­ruim, — wat hebben deze en andere geduchte vernietiging teweegbrengende uitvindingen te betekenen? Wat voorspellen deze tekenen des tijds voor de kerk en voor de gehele wereld? Indien de vraag zich, in welke generatie dan ook, had opgedrongen van Gods’ profeten van vroeger, dan zouden zij ongetwijfeld hebben geantwoord: “Zo waar als de Kerk leeft, en zo zeker als God leeft, zou het onmogelijk zijn dat Hij Zijn volk in duisternis zou laten be­treffende de tekenen van hun tijden.” En hun  antwoord moet zéker ook ons antwoord zijn. Voorts, is het een vanzelfsprekend feit, dat, als wij in kennis gesteld willen worden, God ons instaat zal stellen om de ware betekenis van deze ongekende vernietiging veroorzakende din­gen te weten. {WHR:6.2}

  Van aanvang aan wordt reeds zoveel gemani­fes­teerd: Als de superbommen, super bommenwerpers, en al deze superheden tot niets anders bijdra­gen, bedrei­gen zij ongetwijfeld de sa­menle­ving. Een zwakke voorstelling van de verwoes­tende en demoraliserende gevolgen van hun gebruik zal worden ingewonnen van het schouw­spel van verwoesting vanuit de lucht, hetgeen staat afge­beeld op de voorpagina. {WHR:6.3}

7

  Wat ook gemanifesteerd is, is de ze­kerheid, dat de Hemel deze werktuigen der verwoesting in hun totstandkoming toege­staan heeft, ten­einde de Christenheid te doen op­staan, zowel predikanten als leken, tot een besliste, ver­lichte, grootscheepse actie, zo­als de HERE het leidt om de mens van zich­zelf en van de Duivel te redden. Aangezien de Christenheid in gebre­ke blijft deze taak te vervullen, en zij de wereld aan zichzelf over­laat om zichzelf, zo goed als het gaat, te redden, zal de Vijand uiteindelijk niet alleen de kennis van God en van de verlossing uitwis­sen, maar ook de be­schaving zelf. In­derdaad, kan iedere waakzame observeerder dui­delijk zien, dat ter­wijl Hemel en aarde hals reikend naar christe­nen uitzien om in de aan­val te gaan tegen alle ongerech­tigheid, oefent de macht van het kwade een onheilspellende in­vloed uit door onchris­telij­ke mannen en vrou­wen, zoals zij, die de rode toorts van het Communisme dragen. {WHR:7.1}

  Het schouwspel is inderdaad grimmig, en het absolute gevaar ervan tart de gehele christen­heid. Wat zullen wij eraan doen? Uw ogen stijf ervoor dichtdoen? Of voor de ogen ervan opstaan, en Noachs, Gideons, Davids, Elijas, Daniëls, Luthers, en al dezulken, zijn, met een geloof om er iets aan te doen, terwijl het licht nog steeds schijnt en terwijl ons nog steeds de gelegenheid daartoe geboden wordt? Zullen wij zorgvuldig de tries­te waarheid ter harte nemen, dat “de zonde van de non-boetvaardigheid der wereld aan de deur van de kerk ligt.”? — “The Great Controversy,” p. 389. (“De Grote Strijd,” blz. 365.) Zullen wij de verheven aankondiging: “Ere zij God in de ho­ge, en vrede op aarde, in de men­sen een welbe­hagen” (Lukas 2:14), aanvaarden, als de meest verheven hoop en plicht van de Kerk, meer dan die van de Staat? Ons land en de gehele wereld heeft de Kerk nodig, en God wacht op haar le­den, zowel leken als predi­kers, om “op te staan” en te “worden ver­licht.” (Jesaja 60:­1.) {WHR:7.2}

       Elke Christen die weet dat het evangelie “een kracht is tot verlossing,” weet dat in­dien de menigte tot Christus zou worden bekeerd,

8

 

dat er geen enkele agressie­ve Commu­nistische of totalitaire macht zou zijn, in­der­daad, dat er géén kon zijn in de wereld, en daarom niet zulk een bedreiging als het militante Commu­nisme nu aan de dag legt naar de samenleving toe. En elke Christen weet ook, dat er géén andere macht op aarde is, dan “het zwaard des Gees­tes,” die het hoofd van de Goliath van vandaag kan afhouwen. Het zal jam­mer zijn, en het zal van een laf­har­tige af­valligheid getuigen waar men vertrou­wen in stelt, als de Kerk niet onmiddellijk van de schouders van de Staat haar eigen na­gela­ten aandeel zou afha­len, het­geen het gro­tere aan­deel is, van de last van het stichten van vrede. De Kerk laat de Regering, zo goed als zij dat kan, maar voortgaan in het dra­gen van de hele la­ding, en dat, zon­der dat de Rege­ring van Gods­wege ver­licht is en zonder de kracht, die alleen de Kerk kan toebedelen. {WHR:7.3}

       Door in werkelijkheid de Kerk uit alle door het Communisme gedomineerde landen te verdrijven, heeft de Vijand reeds op succes­volle wijze een loopje met haar genomen, en is hij nu vurig aan het strijden om zijn overwinning uit te breiden tot de uiteinde­lijke overwinning, om haar van de aarde weg te vagen. Maar er is nog hoop, als zij slechts in moedige getrouwheid gehoor geeft aan het Goddelijke bevel, dat nu voort galmt tot elke verdediger van de waarheid: {WHR:8.1}

       “Staat op, schijnt voort; want uw licht is gekomen, en de heerlijkheid des HEREN is over u opgegaan. Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken, en grote duisternis de men­sen; maar de HERE zal over u opgaan, en Zijn heer­lijkheid zal over u gezien worden. En de Hei­denen zullen tot uw licht komen, en konin­gen tot de helderheid van uw opgang.’ (Jes. 60:1-3, KJV.) {WHR:8.2}

  In de machtswellustige, heerst-of-vernietig, oorlogszuchtige, en vastbesloten, zelfvernie­tiging wedloop der mensheid, in de woes­te en catastrofale omwentelingen en uitbar­stingen der

9

natuurelementen, en in de-zich-ophopende vervullingen van de zich-snel-ver­vullende pro­fetieën in het Woord van God, bul­deren de te­ke­nen der tijden het waarschuwende verzoek, dat wij opstaan of ontwaken in het licht van God, en dat wij haast maken om Zijn volk te redden van de ziekten die dreigen de wereld te ver­woesten. Als dit niet de grote opdracht en plicht van de Kerk is in dit cri­sis uur, Wat voor nut is zij dan voor God en voor de we­reld? Maar wat kan de Kerk uitrich­ten, tenzij haar leden, zowel leken als voor­gangers, teza­men, als één man, opstaan, en zich geheel en al in de strijd storten? {WHR:8.3}

  Ons wel bewust van het antwoord op deze dringende vragen, wat voor een excuus zullen wij hebben, als wij, en alle heiligen van de Christenheid tezamen met ons, onszelf niet oprichten, om datgene te doen wat het evange­lie ons opdraagt te doen? Ongeacht hoe drama­tisch en indrukwekkend welke demonstratie dan ook de kerk aan de dag mag leggen, het is geen geheim, dat, zelfs al wordt zij niet uitgesto­ten of verbannen uit enige plaats of land, zal toch met haar tegenwoordige tempo in het ver­kondigen van het evangelie van het Ko­nink­rijk, zelfs een millennium (een periode van duizend jaar) niet toereikend zijn voor haar om de wereld te waarschuwen, het werk te vol­eindi­gen, en het Koninkrijk in te luiden. En elke verlichte verstand weet dat deze de on­vermijdelijke waarheid is. {WHR:9.1}

  Kijk maar naar de woeste, eerzuchtige of ro­vende machten die de vrije teugel hebben en overal aan knagen, machten, die maken dat de gehele aarde uitbarst in geweld, oproer en terreur. Waarlijk, zij “doen de harten der mensen [bezwijmen] van vrees en angst, voor de dingen, die over de aarde komen. (…)” (Luk. 21:26.) Zullen niet alle christenen overal wakker zijn bij deze dingen, om “de gehele wapenrusting Gods aan te doen” en om “het zwaa­rd des Geestes” ter hand te nemen (Ef. 6:11, 17.), terwijl zij de Heer volgen naargelang Hij de leiding heeft? Indien niet, dan

10

 is het zeker dat zowel de Kerk als de Wereld hopeloos verdoemd zijn. welis­waar, zullen de enkelingen die wel opstaan om zich volledig over te geven op de wijze waar­op het uur dit vereist, door God worden gered van de grote brand of ver­woesting dat staat te ge­beuren. {WHR:9.2}

  Hoe zal Hij dan een ieder redden die nalaat acht te slaan op de tekenen der tijden, op het gebulder van de doodstrommels van de Dag der Verdoemenis, die nu in onze ogen flitsen en in onze oren rommelen met waarschuwingen die vreselijker zijn dan de hevige donder­sla­gen van de Sinaï? Neen, Hij kan zulke onge­neeslijke geestelijke blin­den, doven, en stommen, niet méér redden, als dat Hij de antediluvianen {de mensen van voor de zond­vloed} kon redden, die in gebreke bleven om in Noachs ark te gaan. {WHR:10.1}

  En wat voegen de vliegende schotels nu toe aan het reeds sombere plaatje? Als zij nu me­chanismen zijn van aardse makelij of van he­melse oorsprong, interplanetaire ruimtesche­pen, zij schilderen een steeds grimmi­ger beeld voor de zondaren. {WHR:10.1}

  De een mag ongelovig, een ander verbaasd staan, bij de gedachte betreffende dat de He­mel vliegende schotels heeft. Maar waarom? Als God de mens kennis heeft gegeven om mechanis­men voor de luchtvaart te ontwikkelen, dan kan niemand op redelijke wijze veronderstellen dat de Hemel geen onvergelijkbare betere heeft. Laten wij niet vergeten waarmee een hele berg bedekt was in de dagen van Elia (2 Kon. 6:17.) Om zeker te zijn, Elia noemde hen wagens, maar als zij geen vliegende schotels van bepaalde soort waren, hoe kwamen zij dan naar de aarde? Het doet er niet toe hoe men ze noemt, het gaat erom wat zij zijn, en wat zij uitrichten, dat is wat telt. {WHR:10.2}

  Wat zij echter ook mogen voorstellen, de tekenen om ons heen waarschuwen ons zonder zich te vergissen, dat dikke zwarte wolken zich rondom de aardbol verzamelen om over een beschutting loze wereld de meest verschrikke­lijke storm sinds het begin der tijden uit te stor­ten. {WHR:10.3}

11

Aan allen die een oor hebben om te horen en een oog om te zien, openbaren de te­kenen der tijden dat wij oog in oog komen te staan met de “tijd der benauwdheid zoals nooit eer­der geweest is.” (Dan. 12:1.) {WHR:11.1}

  Een duidelijke greep naar de vreselijke mo­gelijkheid van wapens die nu beschikbaar zijn, kan geen twijfel in het toonbeeld achterlaten van de wereldwijde bedreiging. Een ieder van ons weet dat als de vliegende schotels gehei­me militaire wapens van de Verenigde Staten zijn, dat andere naties buiten ons om, ze spoe­dig ook zullen bezitten, indien zij ze niet nu reeds in hun bezit hebben. Als dat het geval is, waar anders kunnen zij dan voor vervaar­digd zijn, dan om levens uit te doven, ja zelfs de levens van de uitverkorenen, in­dien mogelijk? {WHR:11.2}

  En als de vliegende schotels inderdaad van de Heer afkomstig zijn, waar komen zij dan an­ders voor, dan om een ieder uit te redden wiens naam geschreven staan in het Boek (Dan. 12:1), en om hen te doden die hen onderdruk­ken (Jes. 66:16)? En als bijgeval er nog niets uit de hemel gekomen is, dan is nog steeds niets zekerder dan het feit dat de dag zeer snel nadert wanneer zij zullen komen. Wat echter van eerste en meest verheven be­lang voor een ieder is, is dat men met zeker­heid weet dat zijn naam geschreven staat in het Boek. Om deze meest gezegende zekerheid deelachtig te worden, moet men eerst weten wat zijn naam uit het Boek zal houden, en wat het erin zal plaatsen. {WHR:11.3}

  Een van de vele dingen die iemands naam uit het Boek van God zal houden, is wanneer men geen gehoor geeft aan de waarschuwing van de Heer, dat, wanneer men de hand aan de ploeg slaat, en dan achterom ziet (hij, die in het evangeliewerk begint, en zich dan van afwendt), men niet “geschikt” is “voor het Ko­nin­krijk.” Luk. 9:62. Het feit is, dat allen die afge­studeerd zijn van ministeriële colle­ges hun handen reeds aan de ploeg geslagen heb­ben. Zullen zij zich nu terugtrekken? In alle op­rechtheid hopen wij niet dat dit het geval mocht zijn. {WHR:11.4}

12

  Aan ons (Zevende-dags Adventisten) in het bijzonder, is de betekenis, als hetgeen wij om ons heen zien glashelder moet zijn, duidelijk gemaakt dat voor alle kerkle­den de tijd nu aangebroken is om deel te ne­men aan de verkondiging van de Drie-engel Boodschappen. Er zijn nu echter duizen­den pas­tora­le ambten die openstaan om ver­vuld te wor­den door zowel afgestudeerden als door hen die niet afgestudeerd zijn van Ze­vende-dags Adven­tistische colleges. Laat dus voort­aan niemand met dergelijk kwalificaties nog langer werke­loos staan of zich bezighouden met een wereld­se beroep terwijl het werk van de Heer verflauwt en wacht. {WHR:12.1}

  Juist in dit uur vallen miljoenen af en ver­dorren, zij komen om op de terreinen der zon­de, en op de slagvelden, omdat niemand hen voor Christus heeft gewonnen met het eeuwige evangelie. Wie zal voor hen instaan? Wie heeft de visie, het hart, en de wil om eropuit te trekken teneinde het mensdom voor Christus te redden? Voor alle college afgestudeerden, non-afgestudeerden, en Bijbelwerkers die de moge­lijkheid en de wil hebben om zich toe te rus­ten voor het werk, zijn zowel de gelegen­heid tot dienstbaarheid en de middelen om te voor­zien in de reiskosten gereed en wachtende. Vandaar dat er geen gronden zijn voor “Ik ver­zoek u, houdt mij voor verontschuldigd.” Luk. 14:18. De oproep die Inspiratie laat ho­ren: “Staat op, wordt verlicht,” is tot iedere ziel gericht. Zult u geen gehoor geven, broe­ders? Zult u niet ernstig voor uzelf en voor andere arbeiders bidden om te helpen bij het bijeen vergaderen van het gouden graan? Of zult u falen in deze onvergeeflijke verantwoorde­lijk­heid, en deze meest lieflijke voorrecht ver­spelen? {WHR:12.2}

  De zaak is van het grootste belang. Chris­tus wist van te voren dat dit het geval zou zijn, en in meest verheven belang projecteer­de Hij haar in de kronende les van Zijn ge­lijkenis betreffende de wijngaard. Nu de tijd aangebro­ken is voor het laatste gelijkenis uur, heeft Hij de gelijkenis in het volle licht ge­plaatst. Om progressief* (= voort­schrij­dend) te zijn zoals dat ook met de Waarheid

13

 het geval is, laten wij daarom een diepere kijk op de gelij­kenis werpen, nu het licht van God erop schijnt: {WHR:12.3}

“Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een heer des huizes, die des mor­gens vroeg arbeiders voor zijn wijngaard ging hu­ren. Toen hij het met de arbeiders eens ge­worden was voor een schelling ‘s daags, zond hij hen in zijn wijngaard. En omstreeks het derde uur ging hij naar buiten en zag nog an­de­ren werkloos op de markt staan, en hij zei­de tot hen: Gaat ook gij in de wijngaard en wat billijk is zal ik u geven. En zij gin­gen. Om­streeks het zesde en het negende uur ging hij wéér naar buiten en handelde evenzo. Toen hij om­streeks het elfde uur naar buiten ging, vond hij nog anderen ledig staan en zeide tot hen: Waarom staat gij hier de gehe­le dag werkloos? Zij zei­den tot hem: Omdat nie­mand ons gehuurd heeft. Hij zeide tot hen: Gaat ook gij in de wijngaard; en wat billijk is zult gij ontvan­gen.” Matt. 20:1-7, KJV. {WHR:13.1}

  Hoe kunnen wij met zekerheid weten in welk uur wij ons bevinden, en als onze eigen op­roep voor dienstbaarheid is aangebroken? Wij kunnen het alleen weten door de tijd vast te stellen waarbinnen het laatste gelijkenis uur verstrijkt. En om dit te doen moeten wij eerst de tijd bepalen van de eerste oproep voor dienstknechten, dan achtereenvolgens de tijd voor iedere daaropvolgende oproep, met als hoogtepunt de laatste (oproep). Om tot een slotsom te kunnen komen, moeten wij de aan­dacht ves­tigen op de punten in de gelijke­nis die van betekenis zijn: {WHR:13.2}

  (1) Zoals iedere Bijbelstudent weet, is de “Heer des huizes,” de Heer Zelf. (2) De ar­bei­ders zijn Zijn dienstknechten. (3) De schelling is de beloning. (4) Zijn wijngaard is de plaats waar zij moeten arbeiden. (5) De dag is een symbolische voorstelling zoals in de gelijkenis weergeven — hetgeen een voor­stelling is van een tijdsperiode die verlicht wordt door een groot licht. (6) De periode waarin arbeid verricht wordt, wordt zowel voorafge­gaan als opgevolgd door een nacht — an­ders kon er geen sprake zijn van een “vroe­ge” en “late” deel van de dag.

14

(7) De Heer des huizes huurt op verschillende tijd­stippen ar­beiders in. (8) Er zijn vier perio­den van drie uur. (9) In elk van de eerste drie perio­den wordt er slechts één groep inge­huurd. (10) In de vierde en tevens laatste periode van drie uren, worden er twee groepen in­gehuurd. (11) De overeenkomst voor een schel­ling ‘s daags wordt slechts met de eerste groep geslo­ten. (12) De overige groepen moeten “wat bil­lijk is ontvan­gen.” (13) Aan het einde van de dag ont­vangen allen hetzelfde loon — een schelling, zelfs al heeft de laatste voor slechts één uur arbeid verricht. (14) De eer­sten werden het laatst betaald; de laatsten, het eerst. {WHR:13.3}

  Om nu uit te vinden in welk uur ons verteld wordt: “Gaat ook gij,” moeten wij dadelijk bij de aanvang van deze ga-aan-het-werk-stu­die, bepalen waar in de tijd de gelijkenis begint en waar het eindigt. Om deze belang­rijke ken­nis te vergaren moet eenvoudigweg rekening gehouden worden met de elkaar opvol­gende ver­sterkende feiten dat de gelijkenisnacht die voorafgaat aan de gelijkenis dag noodzakelij­kerwijs de periode zijn voordat het geestelij­ke “Licht der wereld,” de Bij­bel, opkwam — voordat het licht van de Schriften, het ge­schreven Woord van God, voort begon te schij­nen in de harten der men­sen. Want men moet in gedachte houden, dat toen in die tijd de wil van God overgebracht werd, niet door de Bij­bel, maar mondeling van vader op zoon, net zoals het licht van de zon ‘s nachts door de maan wordt overgebracht of weerkaatst naar de aarde, eerder dan door de zon zelf. Vanwege deze reden is men dit gaan beschouwen als de tijd van de mondelinge tra­ditie. {WHR:14.1}

  Maar de dag van arbeid stelt klaarblijke­lijk de periode voor waarin “het Licht der we­reld,” de Bijbel, het pad der mensen ver­licht. Vandaar, dat de Meester, de Heer van de wijngaard, in Zijn gelijkenis de bede­ling van het Oude Testament en van het Nieuwe Tes­tament als de enige dag periode van alle gena­detijd beschouwt, waarin Hij op

15

vijf elkaar opvolgende tijdstippen naar de markt gaat om dienstknechten in te huren om in Zijn wijn­gaard te werken. {WHR:14.2}

Tenslotte, kan de nacht die de dag opvolgt slechts die periode voorstellen nádat het werk van het evangelie beëindigd is, nádat de genadetijd voor de verlossing der mensen ge­sloten is. Dan, wanneer het “Licht der we­reld” (het Woord van God) achter de horizon van de dag wegzakt, bedekt duisternis “de aar­de, en grote duisternis de mensen.” Jes. 60:2. Het is de tijd waarin het lot van een ieder voor eeuwig bepaald is. Dan volgt de onherroe­pelijke uitspraak van de Heer: {WHR:15.1}

  “Wie onrecht doet, hij doe nog meer on­recht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie recht­vaardig is, hij bewijze nog meer recht­vaardig­heid; wie heilig is, hij worden nog meer ge­heiligd.” Openb. 22:11. {WHR:15.2}

  Het is de tijd waarin de mensen “heen en weer zullen snellen op zoek naar het Woord van de Heer, maar vinden zullen zij het niet (Amos 8:12). De tijd waarin degenen die geen acht slaan op de oproep van de Meester, en die geen be­rouw tonen vanwege hun zonden, zich realise­ren en op waanzinnige wijze en in dolle wanhoop uitroepen: “De oogst is voorbij, de zomer is ten einde, en wij zijn niet gered”! Jer. 8:20. {WHR:15.3}

  De waarheid wordt nu duidelijk dat de gelij­kenis de genadetijd in twee gelijke delen on­derverdeelt van elk twaalf gelijkenis uren, namelijk, de periode voor de Bijbel (de nacht), en de periode tijdens (of met) de Bij­bel (de dag). Als bekrachtigende aanvulling aan het feit verlenend dat de gelijkenis op die wijze de tijd onderverdeelt, verklaart Jezus: {WHR:15.4}

  “Gaan er niet twaalf uren in een dag? Als iemand overdag loopt, stoot hij zich niet, omdat hij het licht van deze wereld kan zien.” Joh.11:19. {WHR:15.5}

16

Verder gaand, komen wij bij een an­der punt van bijzondere betekenis: de eerste vier groe­pen werden ingehuurd op elkaar op­vol­gende tus­sentijden met drie gelijkenis uren van elkaar; terwijl de vijfde, de laatste groep, die op het elfde uur ingehuurd werd, slechts twee, in plaats van drie, uren later kwam dan de vierde groep, en aldus slechts één gelijke­nis uur voor het einde van de dag — kort voordat de genadetijd afsluit. {WHR:16.1}

  Deze twee-uren-periode, van het negende uur tot het elfde uur, is een eenmaligheid welke als een hoge uitzondering komt t.o.v. de Mees­ters’ voor­beeld van de elkaar opvolgende en regelma­tige drie-uren-intervallen tussen de op­roepen. Het laat duidelijk zien dat de laatste oproep onverwacht en bij verrassing komt, bin­nen de periode van de groep van het negende uur. Vandaar dat er slechts twee ge­lijkenis-uren zijn voor de ene groep, en slechts één gelijkenis-uur voor de andere groep. {WHR:16.2}

  Om de identiteit van de arbeiders vast te stellen die delen in elk van de vijf ver­schillende oproepen, worden wij genoodzaakt met onze speurtocht beginnen bij de ARBEIDERS VAN DE EERSTE OPROEP: {WHR:16.3}

  Wij hebben reeds gezien dat het de Bijbel, het geestelijk Licht der wereld,” is, die de gelijkenis dag vormt. Voorts weten wij allen dat de Bijbel met de Exodusbeweging tot stand kwam; zo ook dat vanaf die totstandkoming, de Heer nooit een overeenkomst sloot, als het ware, met een ander volk, en dat zij de eni­gen waren aan wie Hij de ceremoniële verbon­den toevertrouwde met al hun bijbehorende beloningen en beloften. Het is daarom onont­koombaar, dat de eerste groep van de gelijke­nis, zij die “vroeg in de morgen” uitgingen om te arbeiden, bij het opkomen van het gees­te­lijk licht, de Bijbel, en met wie de over­een­komst gesloten werd voor een schelling per dag, waren het oude Israël toen zij uit Egyp­te wegtrokken,

17

 de tijd waarvan gezegd wordt dat het vroeg in de gelijkenis dag was. In overeenstemming hiermee verklaart de Geest der Profetie: {WHR:16.4}

  “De Joden werden het eerst geroepen in de wijngaard des Heren (…).” (“Christ Object Lessons, p. 400. “Lessen uit het Leven van Alledag,” blz. 248.) {WHR:16.1}

  Op dat vroege uur, toen God de Schriften begon te schrijven (toen het Licht dat in de har­ten der mensen schijnt begon op te komen), “Hij ge­denkt voor eeuwig aan Zijn verbond, — het woord, dat Hij gebood aan duizenden ge­slachten — dat Hij met Abraham sloot, en aan Zijn eed aan Izaäk; ook stelde Hij het voor Jakob tot een inzetting (of tot een wet), en voor Israël tot een eeuwig ver­bond.” Psalm 105 :8. {WHR:17.1}

  Nu er bij de eerste oproep op duidelijke wijze de tijd bepaald is waarin de ga-aan-het-werk gelijkenisoproepen aanvingen, moeten wij nu de oproeptijd en de werkperiode vaststellen van DE DIENSTKNECHTEN VAN DE TWEEDE OPROEP: {WHR:17.2}

  De tweede groep, zij die op het derde gelij­kenis-uur uitgezonden zijn, moeten noodzake­lijkerwijs degenen zijn die vervolgens tot het werk ge­roepen zijn. En zij waren, vanzelfspre­kend, de eerste Christenen. Veelbetekenend genoeg, werd de Heer ook op het derde uur van de dag ge­kruisigd (Mark. 15:25), en gelijkerwijze kwam Pinksteren op het derde uur van de dag (Hand. 2:15). {WHR:17.3}

  Een ander veelbetekenend punt waar wij aan­dacht moeten besteden is het feit dat de bood­schappen die door de eerste twee groepen wer­den uitgedragen, door het vroegere Israël en de eerste Christenen, niet van reformato­ri­sche aard waren; zij waren geen oude, ver­geten waarheden in een proces van opwekking en her­stel; elk van hen was eerder een nieuwe open­baring, “voedsel op z’n tijd” — tegen­woordige Waarheid die speciaal aangepast was om volle­dig tegemoet te komen aan de behoef­ten van de mensen in hun respectievelijke tijden. De eerste groep

18

werd ge­­ïnspireerd en opge­dragen om de waarheden van verlossing te on­derwijzen en te praktise­ren zoals ze vervat waren in het ceremoniële stelsel; de latere groep werd geïnspireerd en opgedragen om de­zelfde onvergankelijke waar­heden in hun toege­nomen licht — toegenomen van type tot antitype, te onderwij­zen en uit te leven, van de bediening in het aardse ta­bernakel tot de be­diening van de hemelse ta­bernakel. Dat wil zeggen, van het offeren van een lam uit de kudde tot het offeren van Christus Zelf, het Lam Gods. Aldus leerde de late­re groep de oude waarheden in een nieuw en ori­gineel licht, in het licht van het evangelie — dat Christus gekruisigd was voor de vergeving van zonden, opgestaan in de overwinning over zon­de en dood, en opgevaren om verzoening te doen voor de berouwvolle zondaar, niet in een aardse, maar in een he­melse, tabernakel. {WHR:17.4}

  Aangezien de boodschappen van de twee groe­pen (de ene uitgedragen door de Exodusbewe­ging, en de anderen uitgedragen door de Christenen) elk in hun respectievelijke tij­den fris van heerlijkheid waren, bevestigt dat feit op logische wijze zichzelf als een Godde­lijke voorafganger en voorbeeld voor al de bood­schappen van de gelijkenis. Dienovereen­kom­stig, moeten elk van de drie overblijvende groepen op gelijke wijze belast zijn met een boodschap met een nieuwe andere openbaring, van “voedsel op z’n tijd” — waarheid speci­aal en volledig aangepast aan de behoeften van Gods volk in de tijd wanneer zij dan aanwezig is. Vandaar, dat wij slecht het spoor behoeven te volgen binnen de gelederen van de kerkge­schiedenis in het ontvouwen van de boekrol, totdat wij aankomen bij een nieu­we en oor­spronkelijk geopenbaarde en verkon­digde waar­heid, die de boodschap van de eer­ste komst van Christus opvolgt. Zij moet aan­tonen DE DIENSTKNECHTEN VAN DE DERDE OP­ROEP: {WHR:18.1}

  De Protestantse Reformatie, hetgeen puur een poging was om oude, ter aarde geworpen waarhe­den te herstellen, en niet om nieuwe, voortschrijdende waarheden te openbaren, had geen nieuwe boodschap van zichzelf –

19

  niets dat  niet eerder in de vroegere tij­den was geopenbaard. Hieruit volgt daarom, dat de der­de groep en boodschap gezocht moet wor­den tij­dens de jaren die de Reformatie op­vol­gen. {WHR:18.2}

  De enige profetische waarheid, die de Refor­matie opvolgt, is de aankondiging van het jaar waarin het werk van de reiniging van het hei­ligdom zou beginnen, in de eerste plaats ten aanzien van de doden (gebaseerd op Daniël 8:14, maar toen niet volledig begrepen werd). Aangezien de aankondiging ervan gedaan werd door de Eerste-dags Adventisten, volgt logischerwijs hieruit dat zij de derde groep ar­beiders waren met een nieuwe en verscheiden boodschap. En zoals algemeen bekend staat, begonnen zij de boodschap te verkondigen in het jaar 1833, aankondigend dat de reiniging van het heiligdom zou beginnen in het jaar 1844. Aldus sloeg in 1833 de klok van gelij­ke­nis-tijd het uur zes. {WHR:19.1}

  De verklaring: “Wederom ging Hij naar bui­ten omstreeks het zesde en het negende uur, en handelde gelijkerwijs,” sprekend over de twee oproepen, niet enkelvoudig, zoals in de geval­len van de oproepen die daaraan vooraf­gingen, maar gezamenlijk, toont aan dat de boodschap en de dienstknechten van het “zesde uur” nauw ver­want zouden zijn aan en samen zouden gaan met de boodschap en met de DIENSTKNECHTEN VAN DE VIERDE OPROEP: {WHR:19.2}

  Aldus was het, dat de groep en de boodschap van het zesde uur, dat van de eerste-dags Ad­ventisten, en de groep en de boodschap van het negende uur, die van de Zevende-dags Ad­ventis­ten, samensmolten, omdat de boodschap van de eerstgenoemde groep in zichzelf van hemelse ontwerp was om de boodschap van de laatstge­noemde aan het licht te brengen. Voorts is het zo, dat, zodra de beëindiging van de pro­feti­sche “2300 dagen” (of “2300 avonden en morgens”) (Dan. 8:14) waren be­reikt in okto­ber, 1844, dat juist toen Daniël 8:14;  7:9, 10;  12: 10-12, tezamen met Open­ba­ring 14:6, 7 (de Eerste Engel Bood­schap in

20

  haar eerste fase) voor het eerst wer­den ver­kondigd door de Zevende-dags Adven­tis­ten “zeggende met een luide stem, vreest God en geeft Hem eer; want de ure van Zijn oor­deel is gekomen; en aanbid Hem Die de he­mel, en de aarde, en de zee, en de wa­ter­bronnen ge­maakt heeft.” Openb. 14:7. {WHR:19.3}

  Aldus begonnen de Zevende-dags Ad­ventis­ten In 1844 hetgeen zij “het onderzoekend oor­deel der doden” noemden te verkondigen, hetgeen in Bijbelse termen het uitwerpen van hen die niet het bruiloftskleed aanhebben (Matt. 22:11-13) betekent, Het buitensluiten van de dwaze maag­den (Matt. 25:10), de scheiding van de schapen en de bokken (Matt. 25:32, 33), de scheiding van de slechte “vissen” van de goe­de “vissen” (Matt. 13:48) — dit alles onder de doden. Tegelijkertijd betekende dit dat zij goed be­grepen dat het “de anti-typische dag der ver­zoening” moest zijn — De dag waar­op in de Boeken des Hemels de namen wor­den uitgewist van hen die hun levensloopbaan af­sloten ter­wijl ze in gebreke bleven de ge­schikt­heid te verwerven om op te komen bij de eer­ste opstan­ding, in de opstanding van de hei­ligen (Openb. 20:5, 6). Al deze aspecten zijn vervat in de woorden: “Dan zal het Hei­ligdom gereinigd wor­den.” Dan. 8:14. {WHR:20.1}

   Aangezien de reiniging van het Heiligdom ten behoeve van de doden noodzakelijkerwijs puur een verhandeling is dat in de boeken plaats­vindt, is dat de reden waarom het slechts plaatsvindt in het Hemelse Heiligdom. Vandaar dat de namen van hen die onwaardig bevonden zijn voor de “eerste opstanding” wor­den uitge­zift van de namen van hen die waardig zijn bevonden. Dat de boeken des He­mels met alle aspecten van het leven verhande­len wordt dui­delijk door Psa. 56;  69:28;  139:­16;  Dan. 12:1;  Mal. 3:16;  Fil. 4:3;  Openb. 3:5, enz. Vandaar dat de profetie openbaart dat toen “het oor­deel gezeten was, (…) de boeken geo­pend wer­den.” Dan. 7:10. {WHR:20.2}

21

 Aangezien de boodschap van het uur des oor­deels in karakter en belangrijkheid in de ge­hele kerkgeschiedenis de enige in haar soort is, aangezien het ook de enige pro­fe­tische boodschap is die moet weerklinken vol­gend op de boodschap van het zesde uur, kan niets ze­kerder zijn dan het feit, dat toen het in 1844 verkondigd werd, Gods gelij­kenis-uur­werk toen het negende uur aanduidde. {WHR:21.1}

  De groep van het negende uur in de gelijke­nis kan dus niemand anders zijn, dan de Ze­ven­de-dags Adventisten, die toen bezig waren te verkondigen dat “het oordeel zich had neerge­zet, en de boeken werden geopend” (Dan. 7:10), en dat een ieder toen, tijdens de an­ti-typi­sche Dag van Verzoening (of Grote Ver­zoen­dag) voor de doden, die gevonden zou wor­den onder de doden zonder dat hij zijn zonden beleden had (zonder dat hij zijn ziel veroot­moedigd of beproefd had, en zonder het bruiloftskleed aan) zou worden “afgesneden te mid­den van zijn volk.” Matt. 22:11-13;  Lev. 23:­29. In het kort, de boodschap verklaarde dat de scheiding in de vergadering der doden toen was begonnen. {WHR:21.2}

  Nu, daar de gelijkenis voor het eerst in het volle licht staat, kan niemand anders dan het oog dat op hopeloze wijze in een duister­nis als van het graf is uitgegaan, falen om dui­de­lijk te kunnen zien dat de boodschap die aan ons Zevende-dags Adventisten in 1844 was toe­vertrouwd, op het negende uur, niet de bood­schap van het elfde uur is, niet de bood­schap van het oordeel der levenden, maar eer­der slechts de boodschap van het oordeel der do­den. {WHR:21.3}

  Als toekomstige dienstknechten van God, laat een ieder hier, bij dit centrale punt van de gelijkenis, voor een ogenblik stil­staan om haar meest belangrijke les ste­vig in te pren­ten in het verstand zoals deze naar voren wordt gebracht in de nu volgende illu­stratie: {WHR:21.4}

22

shepherds-rod-white-house-recruiter-fay-of-labor

Het volgende beslissende waarheidspunt is dat het oordeel der doden zou worden verkon­digd aan “vele volken en natiën en talen en koningen,” Openb. 10:11. Let op het woord, “velen.” Het betekent nooit “alle,” en het betekent nooit “iedere.” Aangezien deze Bij­belvers de uitbreiding van de groep en de boodschap van het negende uur voor­zegt, zal het

23

een ieder die zorgvuldig onder­zoek pleegt naar hetgeen de Openbaring over het onderwerp te zeggen heeft, ruimschoots ver­goe­den. Waagt u het niet om (maar iets) aan het Woord toe te voegen of af te nemen. verge­lijk het dan met de volgende Schriftgedeelten, die de uitbreiding van de groep en de bood­schap van het elfde uur voorzeggen, en u zult de gehele waarheid met betrekking tot de af­slui­ting van het evangelie bezitten. {WHR:22.1}

  Nu de tijd uiteindelijk aangebroken is voor de Heer om Zijn dienstknechten van het elfde uur aan te werven, heeft deze onschatbare ge­lijkenis zich ontvouwd, en nu voor de eer­ste keer duidelijk wordt gezien dat terwijl het oordeel der doden verkondigd moest worden aan vele natiën en volken, dat het oordeel der levenden zal worden verkondigd aan alle natiën en aan elk volk op aarde. Hier volgt wat In­spiratie Zelf zegt: {WHR:23.1}

  “En ik zag een andere engel in het midden des hemels vliegen, hebbende het eeuwig evan­gelie om die te verkondigen aan hen die op de aarde wonen, en aan alle natie en stam en taal en volk, zeggende met een luide stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van Zijn oordeel is gekomen; en aanbidt Hem, Die de hemel en de aarde en de zee en de water­bronnen gemaakt heeft. Openb. 14:6, 7, KJV. {WHR:23.2}

  Dat de dienstknechten van de oproep van het elfde uur — zij, die zijn “ontkomen,” die niet zijn “afgesneden” (Lev. 23:29), terwijl “het huis Gods” wordt geoordeeld (1 Petr. 4:­17), zullen worden uitgezonden naar alle na­tiën, verklaart de profeet Jesaja: {WHR:23.3}

  “Want zie, de HERE zal komen als vuur en Zijn wagens zullen zijn als een storm, om Zijn toorn te openbaren en Zijn dreiging in vuurvlammen. Want te vuur en

24

  te zwaard zal de HERE gericht oefenen over al wat leeft, en de door de HERE verslagenen zullen tal­rijk zijn. (…) En Ik zal onder hen een teken doen en Ik zal uit hen de ont­komenen zenden naar de natiën — naar Tarsis, Pul en Lud, die de boog spannen, naar Tubal en Ja­wan, de verre kust­landen, die de tijding aan­gaande Mij niet heb­ben gehoord noch Mijn heerlijk­heid hebben ge­zien — opdat zij Mijn heer­lijkheid onder de heidenen verkondigen. En zij zullen al uw broeders brengen uit alle volken als een of­fer voor de HERE; op paarden en op wagens, op draagstoelen; op muildieren en op snelle ka­me­len, naar Mijn heilige berg, naar Jeruza­lem, zegt de HERE, zoals de Israëlieten het offe­r in rein vaatwerk naar het huis des HE­REN bren­gen.” Jes. 66:15, 16, 19, 20. {WHR:23.4}

  Met deze ernstige woorden waarschuwt de Heer dat de slachting (Het anti-typische Pascha — Testimonies, Vol. 5, pp. 505, 211{ Getuigenissen, Deel 5, blz. 413, 173}; Testimonies, Vol. 1 {Getuigenissen, Deel 1}, pp. 190, 198) zal plaatsvinden onder hen die tot het huis Gods behoren, de kerk, want de ontkomenen worden naar de heidenen gezonden die tot nu toe nog niet van Gods tijding en van Zijn heerlijkheid hebben gehoord. Klaar­blijkelijk zullen de engelen die deze slachting ten uit­voer brengen de onrechtvaar­digen van de kerk wegnemen — zij, die in de figuur­lijke zin worden aangeduid als de slechte “vissen” en in een ander geval als “gasten” die “het brui­loftskleed” niet aan­heb­ben. {WHR:24.1}

  Laat elke ernstig gezinde lezer hier stil­staan om te overpeinzen wat Inspiratie zegt: De verzen 19 en 20 verklaren dat zij, die ont­komen aan de slachting van de verzen 15 en 16, zullen worden uitgezonden als zendelingen naar de heidenen, die God nog niet kennen. Vandaar, dat de ontkomenen (de overgebleve­nen), Gods rest zijn, Zijn eerste vruchten van de oogst, Zijn smetteloze dienstknechten, de 144.000 — de uitverkorenen. En alleen zij, géén anderen, verklaren de Schriften, zullen al hun broeders brengen uit alle natiën, in een rein vat (of rein vaatwerk) in het gereinigde huis van de Heer — Zijn Witte Huis. Hetgeen meer is, geen enkel juist den­kend verstand kan zelfs zich een voorstelling maken van de moge­lijkheid dat er met geen ­min­der heilige en geduchte of

25

 ont­zagwekkende agentschap dan met zo’n mach­tige groep bedie­naren — een groep die ont­snapte aan de zonde, zondaren, en het oor­deel — de Here het werk kan en zal beëindi­gen, en “het in gerechtigheid afsluiten” (Rom. 9:28), waardoor Hij Zijn volk zal redden van de vre­selijke storm dat op het punt staat los te barsten over de aarde, haar geselend over haar lengte en breedte. {WHR:24.2}

  Grimmig als hij is, weet Satan dit. Hij weet dat zijn tijd kort is en dat het angst­vallig korter wordt. Hij weet dat deze ge­trouwe die­naren spoedig naar voren zullen treden en het tegen hem zullen opnemen. Hij weet dat het zijn Waterloo zal zijn. Vandaar zijn meest verwoede poging om hen uit te scha­kelen. Per slot van rekening er ach­ter komend dat hij dat niet voor elkaar kan krij­gen, zal het zijn vastbesloten doel zijn, om de tijd der be­nauwdheid zoals nooit eerder ge­weest was (Dan. 12:1), teweeg brengen, in de hoop om allen te vernietigen. {WHR:25.1}

  Het was een soortgelijke massa-moord-metho­de die hij toepaste in de dagen van Farao, toen hij de Hebreeuwse kinderen van het man­nelijk geslacht liet verdrinken (Exo. 2:22), in de hoop Mozes te doden; en wederom in de da­gen van Herodes, in het op duivelse wijze doden van de kinderen “van twee jaar en daar­beneden” (Matt. 2:16), in de hoop om Christus te doden. Maar zoals God de Zijnen toen be­waarde, zal Hij op gelijke wijze ook heden ten dage de Zijnen sparen; Michaël, de grote Vorst en Ver­losser, zal opstaan (Dan. 12:1) voor allen die voor Hem opstaan, en wiens namen als gevolg daarvan blijven staan in het Boek des Levens, en (Hij) zal hen op glorieu­ze wijze redden. Deze twee gezichtspun­ten van de strijd — Sa­tans doel om Gods uit­verkore­nen te ver­nieti­gen, en Michaëls’ doel om hen uit te red­den — brengt “de grote en vrese­lijke dag des HEREN” teweeg. {WHR:25.2}

26

Alhoewel het nieuw geopenbaarde licht der Waarheid dat nu op het onderwerp schijnt voor ons allen nieuw is, is het na­tuurlijk niet nieuw in de Bijbel. Om ons goed wak­ker en waakzaam te hou­den met betrekking tot de voortschrijdende ontvouwing van de Waar­heid, heeft de Geest van God door de jaren heen onze aandacht getrokken door ons te be­palen bij de nu vol­gende citaten: {WHR:26.1}

  “Wonderbare moge­lijkheden staan open voor hen, die beslag leggen op de goddelij­ke verze­keringen van Gods woord. Er zullen heerlijke waarheden verschijnen voor het volk van God. Voor­rechten en plichten waarvan zij niet eens ver­moeden dat die in de Bijbel zijn, zul­len voor hun worden opengelegd. Naargelang zij voort­gaan op het pad van nederige gehoor­zaam­heid, Zijn wil doende, zullen zij steeds meer te weten komen van de Godsspra­ken.” (Testi­monies, Vol. 8 {Getuigenissen, Deel 8}, p. 322.) {WHR:26.2}

  “Wij spreken van de eerste-engel boodschap en van de tweede-engel boodschap, en wij den­ken dat wij enig begrip hebben van de derde-engel boodschap. Maar zolang wij ons tevreden stel­len met een beperkte kennis, zullen wij onbe­kwaam zijn om meer heldere inzichten van de waarheid te verkrijgen.” (Gospel Wor­kers {Evangeliewerkers}, p. 251.) {WHR:26.3}

  “Er zijn nog genoeg kostbare waarheden die zullen worden geopenbaard aan het volk in deze tijd van valstrikken en duis­ternis, maar het is Satans’ vastbesloten voornemen om te voorkomen dat het licht der waarheid in de harten der mensen schijnt. (…) Kostbare waarhe­den die lange tijd verborgen waren zul­len worden geopenbaard in een licht dat hun heili­ge waarde zal ten toon spreiden; want God zal Zijn woord verheerlijken, zodat het zal ver­schijnen in een licht waarin wij het nog nooit hebben aan­schouwd.” —Testimonies on Sabbath School Work {Getuigenissen over Sabbatschoolwerk}, p. 6; Counsels on Sab­bat School Work {Adviezen over Sabbatschoolwerk}, p. 25.) {WHR:26.4}

27

 “(…)Wij moeten niet verwachten dat wan­neer God licht heeft voor Zijn volk, dat Satan rustig zal blijven toekijken zonder pogingen te doen het volk ervan te weerhouden om het licht te ontvangen. Hij zal de gedach­ten van sommigen beïnvloeden teneinde wan­trouwen, jaloezie en ongeloof op te wekken. Laten wij op onze hoe­de zijn om niet het licht te weigeren dat God tot ons zendt, om­dat het niet op een manier tot ons komt die ons bevalt. Laat Gods zegen niet van ons wor­den afgewend omdat wij de dag van onze bezoe­king niet kennen. Indien er enigen zijn die voor zichzelf het licht niet zien, laten zij dan niet in de weg staan van ande­ren. Laat van dit meest bevoorrechte volk niet gezegd worden, zoals er gezegd werd van de Joden toen het goede nieuws van het koninkrijk aan hen verkon­digd werd: ‘zelf zijn zij niet bin­nengegaan, en hen, die trachtten bin­nen te gaan hebben zij tegenge­hou­den.’ (Luk. 11:­52.)”–Tes­timonies, Vol. 5, p. 728 {Getuigenissen, Deel 5, blz. 592, 593}. {WHR:27.1}

  Wij weten allen, dat de profetieën het licht des Hemels voor onze voeten zijn. Als wij in gebreke blijven om onze ogen en harten voor hen te openen ten tijde dat de Heer zou wil­len dat wij profijt zouden hebben van de ont­vou­wing van de Boekrol, hoe zullen wij dan kun­nen ontkomen aan het feit te zijn als de blinde die de blinde leidt? {WHR:27.2}

  Broeders, voor uw eigen best wil, ga niet achteloos voorbij aan deze zaak dat met le­ven en dood te maken heeft, want, zoals u hebt waargenomen, verlicht het licht dat op het onderwerp schijnt het feit dat, volgend op de groep en de boodschap van het negende uur, er eerst een toevoeging moest komen bij de bood­schap, de verzegelde dienstknechten — de meest gewichtige boodschap van het oordeel der levenden, en de meest krachtige dienst­knech­ten, de “ontkomenen,” die eerder naar “alle natiën” zullen gaan, dan naar “vele.” De eer­ste verzekering dat er een toegevoegde bood­schap aan de Derde-engel Boodschap zou zijn, kwam tot ons in de volgende woorden: {WHR:27.3}

  “Ik zag engelen heen en weer snellen in de hemel, zag hen nederdalen

28

naar de aarde, en wederom opstij­gen naar de hemel, voorbereid­selen makende voor het plaatsvinden van een belang­rijke gebeurte­nis (vervul­ling). Toen zag ik een andere machti­ge engel, die last kreeg om naar de aarde af te dalen, en zijn stem te voegen bij die van de derde en­gel, en kracht en nadruk aan diens boodschap bij te zet­ten. (…) Deze bood­schap scheen een toe­voeging aan de derde boodschap te zijn en ermede sa­men te gaan, gelijk de midder­nacht­roep samen­ging met de boodschap van de tweede engel in het jaar 1844.”–Early Writings, p. 277{Eerste Geschrif­ten, blz. 331, 332.} {WHR:27.4}

  Het is dus duidelijk dat het de dienst­knecht van het elfde uur is, met de toege­voegde bood­schap, de boodschap van het oor­deel der leven­den, die Gods volk uit Babylon redt. Inder­daad, niet eerder dan wanneer de kerk zelf is bevrijd geworden van de huiche­laars en de gru­welen, en aldus wit en rein gemaakt is, kan God op morele wijze Zijn Geest met de kracht van Pinksteren uitstorten op Zijn volk, en de roep doen weerklinken: “komt uit haar Mijn volk, zodat gij geen deel­hebbers zijt van haar zonden, en dat gij niet van haar plagen ont­vangt.” Openb. 18:4. {WHR:28.1}

  Merk op dat de Stem die Gods volk uit Baby­lon roept, duidelijk laat blijken dat er geen zonde is in de plaats waar de Stem hen heen roept. Voorts is het zo, dat het geen blijk van recht­vaardigheid zou zijn om hen uit Ba­by­lon te roepen, ten einde hen te redden van de plagen die over haar zullen komen vanwege haar zonden, als de uitgeroepen overgebracht zouden worden in een andere plaats waar zonde heerst. Het loon van de zonde zou niet meer of minder schade kunnen aanrichten in de ene zon­dige plaats dan dat het dat in een andere zon­dige plaats zou doen. {WHR:28.2}

  Van deze zich nu ontvouwende Schriftgedeelten wordt ook duidelijk waargenomen, dat de boodschap van het oordeel der levenden een laatste van de Hemel gezonden toevoeging van blijde berichten voor de heiligen is, en van droevige berichten voor de zondaren. Vandaar dat het zal worden verkondigd door smetteloze dienstknechten, de 144.000 –DE DIENSTKNECH­TEN VAN HET ELFDE UUR: {WHR:28.3}

29

 Tot dusver wordt duidelijk aange­toond dat deze laatste oproep op het laatste uur van de gelijkenis dag komt, juist voordat het evangeliewerk tot een afsluiting komt. Aange­zien het de laatste genadeboodschap voor de wereld is, en ook de laatste oproep voor dienstknechten, moet het daarom worden ge­bracht door Elia, de profeet, door hem die verschijnt, juist voor “de grote en vreselij­ke dag des HEREN.” Mal. 4:5;  Matt. 17:12. (KJV., Matt. 17:11.) Dienovereenkomstig, moe­ten de dienstknechten van het elfde uur tot het werk geroepen worden door hem gedurende de tijd waarin hij de dag des Heren aankon­digt, de dag waarop de Heer Zijn wan in Zijn hand neemt (Matt. 3:12;  5 Testimonies, p. 80;  Testimonies to Ministers, p. 373), en “Zijn dorsvloer” grondig reinigt — het kaf wegbla­zend en het onkruid verbrandend. Wan­neer Hij eenmaal het tarwe in Zijn “graan­schuur” (Matt. 13:30) ge­plaatst heeft, in Zijn Ko­ninkrijkkerk, blijft het altijd zon­der on­kruid, en voortaan “een stralende ge­meente, (…) zonder vlek of rimpel of iets derge­lijks; zodat zij heilig is en onbesmet. Efe. 5:27. Inderdaad Gods’ Witte Huis! (Zie, Jes. 52:1;  Joël 3:17, en Nahum 1:15.) {WHR:29.1}

  In andere gelijkenisbewoordingen, is de “grote en vreselijke dag des HEREN” Zijn uit­werping van de slechte “vissen” en het plaat­sen van “de goede in vaten.” Matt. 13:47, 48. Het is de dag waarop Hij “de schapen aan Zijn rechterhand, maar de bokken aan de linker­hand” plaatst. Matt. 25:33. Het is de oor­deelsdag der levenden, de reiniging van het heiligdom op aarde — het werk dat de kerk reinigt en haar “wit” maakt (Dan. 12:10;  Mal. 3:1-3). {WHR:29.2}

  Het is waar dat wij Zevende-dags Adventis­ten tot dusver de aanvullende aspecten of ge­zichtspunten van het oordeel niet geweten en geleerd hebben, maar louter vanwege het feit dat Waarheid altijd tijdig is, doordat zij zich al­tijd ontvouwt naargelang de tijd voortschrijdt. Vandaar dat onze kennis van de ene fase van de boodschap wordt opgevolgd door Gods openbaring van een andere fase ervan. Hoe blij en verlangend

30

zouden wij dan moeten zijn om gelijke tred te houden met de ontvouwing van de Boekrol, zoals wij ge­lijke tred houden met de tijd. En hoe ver­heugd zou­den wij moeten zijn om te weten dat God ons niet verlaten heeft, maar wederom “Zijn kud­de, het huis van Juda, bezocht heeft, en hen ge­maakt heeft als Zijn goede paarden in de strijd.” Zach. 10:3. {WHR:29.3}

  Nu, daar de Tijd en de Waarheid de armen in elkaar gehaakt hebben en samen voortsnellen, moeten ook wij snel inhaken en volgen. Wij kunnen het ons niet veroorloven de fouten die de Joden en de naamkerken gemaakt hebben te herhalen, en aldus achter gelaten worden (Cou­nsels on Sabbath School Work {Adviezen over Sabbatschoolwerk}, pp. 28-30; Testimonies, Vol. 5 p. 728 {Getuigenissen, Deel 5, blz. 592,593}). Laat ons het niet wa­gen. Wij moeten het niet doen. {WHR:30.1}

  De bewoordingen: inspecteren, reinigen, zui­veren, afsnijden, uitwerpen, oordelen, oogsten, en scheiden, enz., van hen wordt nu ge­zien dat zij algemene synoniemen zijn, die allen heen wijzen naar één gebeurtenis — het komen van de Heer tot “Zijn tempel” (kerk) om Zijn levende heiligen te reinigen. Hij heeft Zijn werk op verscheidene manieren geïllustreerd: ten eerste, als het scheiden van het onkruid van tussen de tarwe (Matt. 13:30); vervolgens, als het scheiden van slechte vis­sen van tussen goede vissen (Matt. 13:48); dan, als het scheiden van schapen van tussen bokken (matt. 25:32); wederom, als het uit­wer­pen van hen die falen het bruiloftskleed aan te doen (Matt. 22:12, 13); en tenslotte, als het uitwerpen uit het gastenvertrek of de brui­loftszaal (de kerk) van hen die in gebre­ke blijven de hun gegeven talenten te verme­nig­vuldigen (Matt. 25:28-30). Dit op ver­schil­len­de wijze uitgebeelde gerechtelijke werk (het beheersende begrip van Christus’ gelij­kenis­sen betreffende het Koninkrijk), verge­lijkt de Heer met een “{verfijnders of} smelters vuur” met “loog van de blekers,” en met een “reini­ger van zilver.” Mal. 3:2, 3. {WHR:30.2}

  Aldus, is het duidelijk te zien dat de geestelijke “oogst” precies gelijk is aan de natuurlijke oogst — beiden scheiden zij hun graan van het onkruid en het kaf, het goede van het slechte. In de woorden van Daniël, is het “het oordeel,” of de

31

tijd wan­neer “het Heiligdom” zal “worden gereinigd (Dan. 8:14.); in de woorden van de Apostel Petrus, is het “oordeel (…) bij het huis van God” (1 Petr. 4:17); In de woorden van Johannes de Openbaar­der, is het “de ure van Zijn oordeel” (Openb. 14:7); en in de woorden van de profeet Malea­chi, is het “de grote en vreselijke dag des HEREN” (Mal. 4:5); “De HEER zal spoedig tot Zijn tempel komen” (Zijn kerk) om te rei­nigen als met “vuur,” om te wassen als met “loog of zeep der blekers,” en om te “reinigen (…) als goud en zilver” “de zonen van Levi” (mal. 3:1-3) — de priesters van het Heiligdom tij­dens het elfde uur. {WHR:30.3}

  Met ruim meer dan twee miljard stervelingen die rijp zijn of rijpen in de grote oogst­veld, mogen wij terecht de omvangrijkheid van de oogst in beschouwing nemen. De Heer Zelf be­vestigt: “De oogst is waarlijk groot, maar de arbeiders zijn er weinig,” Matt. 9:37. Meest vreselijk, echter, zijn de gevolgen ervan voor het onkruid en het kaf, wanneer de gewaarwor­ding dat zij verloren zijn over hen zal komen, en in doodsangst of afgrijzen zul­len uitroe­pen: “De oogst is voorbij, de zomer is ten einde, en wij zijn niet gered!” Jer. 8:20. {WHR:31.1}

  Aldus bewijs bij bewijs voegend, tonen de Schriften op overvloedige wijze aan dat de oogst het oordeel der levenden is, het bijeen- vergaderen van de “tarwe” door de Heer, de Zijnen, uit alle natiën, en Zijn vernietiging van het onkruid en het kaf. Daarom, is de oogst waarlijk “het einde van de wereld.” Het is de tijd waarin de Heer zit “op de troon Zijner heerlijkheid” (de gereinigde kerk — Matt. 25;31;  Jes. 62:1-3;  66:18, 19). Het is de scheiding die Hij bewerkstelligt tussen de schapen en de bokken — het werk dat deze zon­dige wereld tot een einde brengt. {WHR:31.2}

  Laat ons echter niet vergeten dat er een  vijand is die

32

 vastbesloten is om Gods volk in duisternis te houden, in onwe­tend­heid be­tref­fende tijdige Waarheid. (Zie Tes­ti­monies, Vol. 5, pp. 709, 728{Getuigenissen, Deel 5, blz. 577, 592}). En in wat voor grote­re schade­veroorzakende duisternis zou hij kunnen trachten om hen te houden, dan in on­we­tend­heid betreffen de dingen die God wil dat zij die zouden weten, terwijl het oordeel nog bezig is, terwijl zij worden gewogen in de weeg­schaal van het Heiligdom? Geen enke­le, absoluut geen. {WHR:31.3}

  Dus moet verwacht worden dat nu, meer dan ooit, wij allen te maken zullen krijgen met de hevigste tegenstand. Zogenaamde mannen van naam, zullen, optredend als waanzinnigen, haastig overal verwarring verspreiden. Dit zullen zijn doen door vooroordeel op te wek­ken, door het verhogen van theorieën zonder grondslag, door het vervaardigen en propage­ren van valsheid, door het uiten van spot en het bela­che­lijk maken, door het verhandelen van roddel en praatjes, en door het deelnemen aan het in-een-slecht-daglicht-stellen van ande­ren. Maar niets van dit alles zal hen voor ogen staan wiens vesting de HERE is, en die gehoor geven aan Zijn onschatbare, kost­bare, inspirerende raadgeving in het nu vol­gende ci­taat: {WHR:32.1}

  “Weest niet ongelovig. Hoe meer u geduwd of verdrongen, verkeerd begrepen, vals geïnter­preteerd, verkeerd voorge­steld wordt, des te meer bewijs hebt u dat u een werk voor de Meester doet, en des te meer moet u zicht vastklampen aan uw Verlosser.” —Tes­timonies, Vol. 8{Getuigenissen, Deel 8}, p. 130. {WHR:32.2}

  “Allen die in die boze dag getrouw God zul­len dienen overeenkomstig de voorschriften van het geweten, zullen moed, stand­vastigheid, en kennis van God en Zijn woord, nodig hebben; want zij die trouw aan God zijn zullen worden vervolgd, hun motieven zullen worden betwist of in twijfel worden getrokken, hun beste po­gingen verkeerd worden begrepen, en hun namen zullen door het slijk worden gehaald.” —Gospel Wor­kers {Evangeliewerkers}, p. 264. {WHR:32.3}

33

“‘De toorn der mensen zal U lof­prij­zen,’ het overblijfsel des toorns zult Gij bedwingen.’ (Ps. 76:11.) God bedoelt dat toet­sende waarheid naar voren gebracht zal worden, en zij zal een onderwerp van onder­zoek en dis­cussie worden, zelfs als het ge­schiedt door de misachting die op haar gelegd wordt. Het ver­stand der mensen moet beroerd worden. Elke strijd, elke blaam of verwijt, elke belas­te­ring, zal een middel van God zijn om de nieuwsgierigheid op te wekken, en om geesten te verkwikken of te doen ontwaken die anders zouden sluimeren.” — Tes­ti­monies, Vol. 5, p. 453 {Getuigenissen, Deel 5, blz.371}. {WHR:33.1}

  Alles wat kan worden gedaan tegen Gods boodschap van vandaag zal worden gedaan met zelfs groter geweld dan aan de dag werd ge­legd tegen de boodschap van de Hemel in de dagen van de eerste komst van Christus, want de Dui­vel weet dat als hij nu verliest, hij voor eeuwig verliest — dat hij geen andere kans zal hebben. Zonder weerga, is daarom de aan­drang dat elke kerklid van het elfde uur nu met spoed en grondig zichzelf versterkt tegen de poging van de Vijand om een doodsklap toe te dienen. Ook moeten wij op onze hoede zijn, dat de klap bij verrassing zal komen van on­verwachte vijanden — van belijdende vrienden van het evangelie, die niet minder vroom of godvruchtig zijn dan de priesters in de dagen van Christus. Bovendien, moet ook worden ver­wacht dat de Tegenstander alle mogelijke mid­delen zal inzetten om te voorkomen dat de Heer Zijn 144.000 dienstknechten der eerste vruch­ten die nu aan het gezicht onttrokken zijn, naar voren doet treden, die de tweede vruch­ten (O­penb. 7:9) zullen bijeen vergaderen. De Vijand zal alles uitproberen om de Waarheid te ver­warren, te benevelen, en te bedekken, in het bijzonder wat het onderwerp van de 144.000 betreft. {WHR:33.2}

  Deze 144.000 “dienstknechten van God,” die de eerste aanwas van de oogst zijn, worden “eerste vruchten” of “eerstelingen” genoemd. En aangezien zij allen “uit al de stammen van de kinderen van Israël” zijn (Openb. 7:4), worden zij noodzakelijkerwijs geoogst van het Israël dat nu is — de Kerk Zelf. Terwijl de

34

 grote schare die niemand tellen kan, later wordt geoogst van “alle natiën” (Openb.7:9) over wie de hoer, het Grote Baby­lon, dan re­geert. Dat zij regeert wordt sym­bo­lisch aan­getoond doordat zij rijdt op (re­geert over) het scharlakenrood beest — het volgende en laatste symbool van deze wereld (Openb. 17;  18:1-4). Deze uitgeroepenen zijn ongetwijfeld de tweede vruchten: want volgens de telregel moet er, wanneer er sprake is van een eerste, een tweede op de voet volgen. {WHR:33.3}

  Dus, door de bemiddeling van de 144.000 dienstknechten der eerste vruchten, de bedie­naren van het elfde uur, zal de Geest van God maken dat de Drie-engelen Boodschappen zullen aanzwellen tot een Luide Roep tijdens de oogst, en zal Hij “de schoven van het goede” “inzamelen van de akker der zonde” uit alle natiën — die grote schare der tweede vruch­ten die tot nog toe niet van Gods tijding hebben gehoord, noch Zijn heerlijkheid hebben gezien (Jes. 66:19, 20). Wat een majestueuze voor­recht, Broeders! Zou hij die het, voor welke reden dan ook, zou versmaden, niet terecht als een bedelaar bij de overeenkomst moeten sterven? {WHR:34.1}

  Met de afgeronde boodschap van het oordeel tijdens het elfde uur, zullen de engelen het volk van God scheiden van het volk van de we­reld. En exact hierover, gaf Inspiratie in het verleden de volgende verklaring: {WHR:34.2}

       “Toen zag ik de derde engel. Mijn begelei­dende engel zei: ‘Ontzagwekkend is zijn werk. Vreselijk is zijn opdracht. Hij is de engel die de tarwe van het onkruid moet scheiden, en de tarwe moet verzegelen, of binden, voor de hemelse graanschuur. Deze dingen moeten het gehele verstand, de gehele aandacht in beslag nemen.” (“Early Writings”, p. 118/ “Eerste Geschriften”, blz. 135, 136.) {WHR:34.3}

  Dus, zullen allen die in dit late uur ge­hoor geven aan de oproep van de Geest, feite­lijk tot het besef komen dat zij

35

geen tijd te ver­spillen hebben in het krijgen en beste­den en in het verspillen van hun krachten; dat geen tijd verspild moet worden aan niets. Hun eni­ge doel zal zijn om de hun opgedragen taak te beëin­digen door Hem Die hen oproept om aan het werk te gaan in Zijn wijn­gaard. Zij zul­len het zich ten volle bewust zijn dat er een stad voor hen bereid is, een stad wiens bou­wer en maker God is, en dat ten slotte, daar­in, hun gehele we­zen ver­rukt zal zijn tot de triom­fantelijke uitroep: {WHR:34.3}

  “De machtige God, de HERE, heeft gesproken, en riep de aarde vanwaar de zon opgaat tot waar zij ondergaat. Uit Sion, de volkomen schoonheid, God had geschenen. Onze God zal komen, en zal niet zwijgen; een vuur zal vóór Hem verteren, en rondom Hem zal het geweldig stormen. Hij zal roepen tot de hemelen daar­bo­ven, en tot de aarde, zodat Hij Zijn volk kan richten: Verga­dert Mij Mijn heiligen (of gunst­genoten); zij, die met Mij een verbond gesloten hebben door offers. En de hemelen zullen Zijn ge­rech­tigheid verkondigen: want God Zelf is rech­ter. se­la.” Ps. 50:1-6 {KJV}. {WHR:35.1}

  “Groot is de HERE, en hoog te lo­ven in de stad van onze God, op de berg Zij­ner heilig­heid. Schoon door Zijn verhe­venheid, de ­vreug­de van de ganse aarde, is de berg Sion, ver in het noor­den, de stad van de grote Ko­ning. God doet in haar pa­leizen Zich kennen als een burcht. Want zie, koningen kwa­men bij­een, zij trokken geza­men­lijk op. Zodra zij het zagen, stonden zij ontzet, zij werden ver­schrikt en vlucht­ten weg. Beving greep hen daar aan en pijn als van een vrouw in barens­nood. Door de oos­ten­wind verbreekt Gij de schepen van Tar­sis. Ge­lijk wij gehoord hadden, zo za­gen wij het, in de stad van de HERE der heer­scha­ren, in de stad van onze God. God zal haar voor altoos beves­tigen. Sela. {WHR:35.2}

36

 “Wij hebben gedacht, o God, Uw goe­der­tie­renheid in het midden van Uw tem­pel. Gelijk Uw naam, o God, zo is Uw lof tot aan de einden der aarde; Uw rech­ter­hand is vol van gerech­tigheid. Laat de berg Sion zich ver­heu­gen; laten de dochters van Juda juichen om Uw ge­richten. Gaat rondom Sion en trekt om haar ­heen; telt haar torens, richt uw aan­dacht goed op haar bolwerken, neemt haar pa­leizen in beschou­wing; opdat gij het aan het volgende ge­slacht kunt ver­tellen. Want deze God is onze God, voor eeuwig en al­toos; tot de dood toe zal Hij onze Leidsman zijn.” Psalm 48:2-15. {WHR:36.1}

  Omdat de tijd en het evangelie op hun climax-uur zijn, en het werk daarom van bovenzinne­lijke omvang, uitbreiding, en belang is, en toch van uiterst korte duur, heeft God de mens geïnspireerd om tijd- en arbeidsbesparende, wonderen-verrichtende, aarde beheersende, gereedschappen en machines van allerlei soort, uit te vinden — bewonderenswaardigheden die het voorstellingsvermogen van de vo­rige gene­raties versteld zouden hebben doen staan, en hun geloofwaardigheid armoedig {hebben} doen lijken, ondanks het feit dat eeuwen te voren “de Hoge en Verhevene, Die in eeuwigheid troont” (Jes. 57:15), verklaart: “Maar gij, Daniël, sluit de woorden toe, en verzegel het boek, namelijk tot de tijd van het einde; velen zullen heen en weer snellen, en kennis zal toenemen.” Dan. 12:4 {KJV}. {WHR:36.2}

       Het feit dat deze gelijkenis van het Ko­ninkrijk aldus nu voor het eerst volledig voor inzage openstaat vanaf dat Christus het uit­sprak, is in zichzelf een onbetwistbaar feit dat de slag van het elfde uur op het punt staat gehoord te worden, zelfs tot de vier hoeken van het kompas.

       Hoe vindt deze Waarheid de Laodiceeërs, de laatste van de “zeven kerken” waarin de tarwe en het onkruid, de schapen en de bokken, de goede en de slechte vissen vermengd zijn? {WHR:36.3}

37

Helaas, in de houding van zelfgenoegzaamheid, zichzelf rijk en verrijkt wanend en niets meer nodig hebbende, terwijl in tragische waarheid de Heer met nadruk verklaart dat zij “ellendig, jammerlijk, arm, blind en naakt” zijn — aan alles behoefte hebbend, en toch zijn zij onwetend betreffende hun gevaarlijke armoedige toestand (Openb. 3:14-18). Zij zijn zelfs verstoken van de kennis dat het oordeel der levenden, niet dat der doden, de laatste boodschap is, en dat alleen zij die gehoor geven aan de oproep van het elfde uur gespaard zullen worden bij de scheiding, en dat zij het zijn die de laatste groep dienstknechten zullen vormen met de laatste boodschap. Wat zijn wij ëës tot zover toch blind. Hoe nauwkeurig is de diagnose van de Heer. Hoe ernstig de toestand. Laten wij allen, daarom, meteen met alle ernst onszelf de ernstige vraag stellen: {WHR:37.1}

       Wanneer uiteindelijk het oordeel overgaat van de doden naar de levenden, aldus er voor zorgdragend dat de eerste face van de Eerste Engel Boodschap (het oordeel der doden) verouderd doordat het afgelopen is, wat voor tijdige Waarheid zal de kerk dan voor zichzelf en voor de wereld hebben? Wat, inderdaad, indien zij niet nu juist de boodschap van tegenwoordige Waarheid aanvaardt en beoefend, de laatste face van de Eerste Engel Boodschap, die tegenwoordig het heimelijk naderbij sluipende oordeel over de levenden aankondigt, en die aan de deur van het hart van een ieder klopt? {WHR:37.2}

       Tragischer wijs, zullen zij die nu in gebreke blijven om hun kruiken (Matt. 25:1-4) te vullen met deze extra olie (de toegevoegde waarheid — de waarheid van het oordeel der levenden) die van de gouden schaal (Zach. 4) vloeit, uiteindelijk zien dat hun lampen voor altijd uitgaan als een druipende kaars. Och, in wat voor een ontsteltenis zullen zij dan naar de kostbare gouden olie zoeken! En met wat voor een oneindig groter vurig verlangen dan dat zij nu zoeken naar goud en aanzien! Maar, helaas, zoals Ezau, ook al zullen zij het “zorgvuldig onder

38

tranen” zoeken, zullen zij “geen plaats vinden voor berouw:” Zij kopen hun olie te laat. De deur is gesloten wanneer zij haar bereiken. En als antwoord op hun uitzinnig geklop erop horen zij het schrikaanjagende antwoord: “Ik heb u nooit gekend.” Matt. 7:23. Dan is de oogst van de eerste vruchten voorbij, de vruchten zijn binnen gehaald, en het onkruid is buitengesloten om te worden vernietigd, om daar in zielsangst te wenen en hun tanden te knarsen: “De oogst is voorbij, de zomer is ten einde, en wij zijn niet gered.” Jer. 8:20. {WHR:37.3}

       “De tijd van het Oordeel is de meest ernstige periode, wanneer de Heer de Zijnen temidden van het onkruid verzamelt. Zij die leden zijn geweest van hetzelfde gezin worden gescheiden. Een merkteken wordt op d rechtvaardigen geplaatst.” Testimonies to Ministers, p. 234. {WHR:38.1}

       “(…) De zuiver aar en het kaf zullen niet langer vermengd zijn.” — Testimonies to Ministers, p. 236. {WHR:38.2}

       “(…) De kerk zal worden gevoed met manna uit de hemel, en zal worden bewaard onder de louter bescherming van Zijn genade. Gekleed in de volledige wapenrusting van licht en gerechtigheid, treedt zij haar laatste strijd tegemoet. Het waardeloze materiaal zal worden verteerd, en de invloed van de waarheid getuigt aan de wereld van haar heiligende karakter. (…)” Testimonies to Ministers, p. 17, 18. {WHR:38.3}

       Om Zijn “juwelen” (Mal. 3:17) te beschermen tegen verderf, terwijl Hij hen opmaakt, plaats Hij hun in een Huis, wit en rein, gescheiden van de valsen — de huichelaars. Dit doet Hij aan het einde van de gelijkenis-dag. {WHR:38.4}

39

De dienstknechten van het elfde uur zijn dus de eersten die hun beloning zullen ontvangen — de “schelling.” Zij leven voort om hun Heer te ontmoeten; om Hem het aanmoedigende eerbewijs te horen uitspreken: “Wel gedaan, gij goede en getrouw dienstknecht; (…) treed binnen in de vreugde van uw heer” Matt. 25:21. “En te dien dage zal gezegd worden: Ziet, deze is onze God, wij hebben op Hem gewacht, en Hij zal ons redden: deze is de Heer, wij hebben op Hem gewacht, wij zullen ons verblijden en ons verheugen in Zijn verlossing.” Jes. 25:9 {KJV}. Terwijl de dienstknechten van de vorige oproepen in de graven wachten om op te komen op de opstandingmorgen om zich te voegen bij het zich verplaatsende zangkoor, en om hun beloning van een schelling — het eeuwig leven, te ontvangen. Aldus “zullen de laatsten de eersten, en de eersten de laatsten zijn” (Matt. 20:16) — de laatste groep, de dienstknechten van het elfde uur, worden het eerst betaald, en de dienstknechten van de voorgaande oproepen worden het laatst betaald. {WHR:39.1}

       Allen die deze bladzijden tot dit punt zorgvuldig hebben gelezen, zijn zich zeker van het feit bewust geworden dat zelfs deze zeer beperkte voorstelling van de “toegevoegde boodschap” — die van het oordeel der levenden, in zichzelf geweldige “kracht en nadruk” geeft aan de Drie Engelen boodschappen (Early Writings, p. 277). Maar op welke wijze zal zij kracht en nadruk aan hen geven? — ten eerste door de eertijds niet geopenbaarde aspecten van het Oordeel aan het licht te brengen, en dan daaropvolgend door het bevrijden van Gods volk van zowel de zonde als van zondaren, daardoor tot stand brengend de langverwachte gereinigde kerk “die opgaat als de dageraad, schoon als de maan, stalend als de zon en geducht als een leger met banieren.” Hooglied 6:10, {KJV}; Prophets and Kings, 725 {Profeten en Koningen, 445.} Inderdaad, een waarachtige krachtcentrale! {WHR:39.2}

       Aldus “gekleed in de volledige wapenrusting van licht en gerechtigheid, treedt zij haar laatste strijd tegemoet,” “gepolijst om te

40

 schijnen als een embleem van de hemel, de velle heldere lichtstralen van de Zon der Gerechtigheid in alle richtingen verspreidend.” — Testimonies to Ministers, p 17. — “Dit is de Heerlijkheid Gods, die het werk van de derde engel afsluit.” — Testimonies, Vol. 6, p. 19. {WHR:39.3}

       Deze uitdagende feiten zijn, vanzelfsprekend, een grote berisping aan hen die lang de hun van-God-gegeven plicht om zowel predikanten als leken te onderrichten hebben verwaarloosd om de “toegevoegde boodschap,” die van het elfde uur, te verwachten, naar uit te zien en wanneer zij verschijnt haar blijmoedig te verwelkomen. Als zij trouw hun plicht hadden vervuld, dan zouden zij nu de boodschap die aan hun deuren klopt hebben herkend, als de langverwachte boodschap, die op verschillende wijze wordt uitgebeeld: (1) het oordeel der levenden, (2) de oogst, (3) de grote en geduchte dag des Heren, (4) de luide roep (terwijl de boodschap de aarde met de heerlijkheid van Christus’ gerechtigheid die van de 144.000 smetteloze dienstknechten van God afstraalt, verlicht). En dienovereenkomstig, zouden zij weten dat het op die wijze is, waarop God de naties zal ziften (Jes. 30:28), “het werk voleindigen, en het in gerechtigheid afsluiten.” Rom. 9:28. {WHR:40.1}

       Maar ondanks hun plichtsverzuim en de daaruit voortvloeiende blindheid, verlangt Inspiratie ernaar in een poging hen alert te maken voor hetgeen zij lang geleden op getrouwe wijze van te voren had gewaarschuwd: {WHR:40.2}

       “(…) Het verleden heeft aangetoond dat zowel leraren als leerlingen zeer weinig weten met betrekking tot de ontzagwekkende waarheden die levende kwesties zijn voor deze tijd. Indien de derde engel boodschap in alle linies zou moeten worden verkondigd aan velen die als opvoeders optreden, dan zou zij niet door hen worden begrepen.” Testimonies, Vol. 6, p. 165. {WHR:40.3}

41

  “(…) boeken en bladen die weinig van de tegenwoordige waarheid bevatten worden verheven, en de mensen worden te wijs om een ‘zo zegt de Here’ na te volgen. (…) velen onder de wachters zijn slapende. Zij zijn als de blinde die de blinde leidt. Nochtans is de dag des Heren ons zeer dicht genaderd. Als een dief sluipt zij stilletjes naderbij, en zij zal plotseling een ieder overvallen die niet waakzaam is. Wie onder onze leraren zijn wakker, en geven, als getrouw rentmeesters van Gods genade, de bazuin een zuivere klank?” — Testimonies, Vol. 6, p. 166. {WHR:41.1}

       “(…) De tegenwoordige houding van de kerk is niet behaaglijk voor God. Een vorm van zelfvertrouwen heeft haar intrede gedaan die hen het gevoel heeft gegeven om niet de noodzaak in te zien voor meer waarheid en groter licht. Wij leven in een tijd waarin Satan aan de rechter en de linker kant, van voren en van achter ons aan het werk is; en toch slapen wij als volk. God wil dat er een sten zal worden gehoord die Zijn volk tot actie opwekt.” — Testimonies, Vol. 5, p. 709. {WHR:41.2}

       “Er zal een boodschap worden verkondigd die de kerken zal opwekken. Elke poging zal worden ondernomen om het licht, niet alleen aan onze mensen, maar ook aan de wereld, te geven. Mij wed geïnstrueerd dat de boeken van Daniel en de Openbaring in kleine boeken moesten worden gedrukt, met de noodzakelijke uitleg, en dat zij over de gehele wereld moesten worden verzonden. Het is van noodzakelijk belang dat het licht in duidelijke richtlijnen voor ons volk wordt geplaatst.” Testimonies to Ministers, p. 117. {WHR:41.3}

       “God zal degenen berispen die de weg zouden willen versperren, zodat er geen helderder licht tot Zijn volk zal komen. Er moet een groot werk worden verricht en God ziet dat onze leiders meer licht nodig hebben, zodat zij zich kunnen verenigen met de boodschappers die Hij zendt om het werk te voltooien dat Hij bestemd heeft om te worden gedaan.” — Gospel Workers, p. 304. {WHR:41.4}

42

 “Ik zag engelen heen en weer snellen in de hemel, afdalen naar de aarde, en weer opstijgen naar de hemel, voorbereiding makende voor de vervulling van een belangrijke gebeurtenis. Toen zag ik een andere machtige engel die last kreeg om naar de aarde af te dalen, om Zijn stem te voegen bij die van de derde engel, en om kracht en nadruk aan zijn boodschap te geven. Grote kracht en heerlijkheid werden aan de engel toebedeeld, en toen hij afdaalde, werd de aarde met zijn lichtglans verlicht. (…) Het werk van deze engel doet op het juiste moment zijn intrede om zich te voegen bij het laatste grote werk van de derden engel boodschap, zoals zij aanzwelt tot een luide roep. (…) Deze boodschap schijnt een toevoeging aan de derde boodschap te zijn, en ermee samengaand zoals de middernacht roep samenging met de tweede engel boodschap in 1844.” — Early Writings, p. 277. {De Eerste Geschriften, blz. ….} {WHR:42.1}

       “Alleen aan zielen die ernstig naar licht zoeken, en die met blijdschap elke lichtstraal van de hemel van Zijn heilig woord aanvaarden — slechts aan dezulken zal licht worden gegeven. Het is door deze zielen dat God licht en kracht zal openbaren die de gehele aarde zullen verlichten met Zijn heerlijkheid.” —  Testimonies, Vol. 5, p. 729. {WHR:42.2}

       “In die manifestatie van de kracht die de aarde zal verlicht met haar heerlijkheid, zullen zij slechts iets zien die zij, in hun blindheid, als gevaarlijk beschouwen, iets dat hun angsten zal opwekken en zij zullen zich gezamenlijk er tegen verzetten. Omdat de Here niet overeenkomstig hun verwachtingen en ideeën werkt, zullen zij zich tegen het werd verzetten. Waarom, zeggen zij, zouden wij de Geest van God niet kennen, terwijl wij zoveel jaren in het werk zijn geweest?” — Review and Herald, Nov. 7, 1918. {WHR:42.3}

43

“Helderheid, heerlijkheid en kracht zullen worden verbonden met de derde engel boodschap, en overtuiging zal overal volgen waar zij wordt verkondigd in de demonstratie van de Geest. Hoe zal ieder van onze broeders en zusters weten wanneer dit licht tot het volk van God zal komen? Tot op heden hebben wij zeker niet het licht gezien dat aan deze beschrijving beantwoordt. God heeft licht voor Zijn volk, en allen die het aanvaarden zullen de zondigheid inzien om in een lauwe toestand te blijven.” — Review and Herald, 1 april, 1890. {WHR:43.1}

       “(…) Tenzij degenen die kunnen helpen in ——- ontwaken tot een zekere mate van hun plicht, zullen zij het werk van God niet herkennen wanneer de luide roep van de derde engel zal worden gehoord. Wanneer licht voortgaat om de aarde te verlichten, zullen zij, in plaats van de Here te hulp te komen, Zijn werk aan banden leggen om op die manier aan hun bekrompen ideeën tegemoet te komen. Laat mij u vertellen dat de Heer in dit laatste werk op een manier zal werken die anders is dat op de normale manier, en op een manier die tegengesteld zal zijn aan menselijke planning. Er zullen zich onder ons mensen bevinden die altijd het werk van God willen beheersen, om zelfs te dicteren wat voor bewegingen zullen worden gemaakt wanneer het werk voorwaarts gaat onder leiding van de engel die zich voegt bij de derde engel in de boodschap die aan de wereld zal worden gegeven. God zal wegen en middelen aanwenden waarbij gezien zal worden dat Hij de teugels in eigen handen neemt. De werkers zullen verbaast staan door de eenvoudige middelen die Hij zal gebruiken om Zijn werk in gerechtigheid tot stand te brengen en te vervolmaken.” — Testimonies to Ministers, p. 300. {WHR:43.2}

       “Ik vroeg de betekenis van de schudding die ik gezien had, en mij werd getoond dat het zou worden veroorzaakt door het onomwonden getuigenis voortgebracht door de raad van de Waarachtig Getuige gericht aan de Laodiceeërs. Dit zal zijn uitwerking hebben op

44

 het hart van de ontvanger, en dit zal hem ertoe leiden de standaard te verhogen en de zuivere waarheid naar voren te doen treden. Sommigen zullen dit onomwonden getuigenis niet kunnen verdragen. Zij zullen ertegen in opstand komen, en dit is wat een schudding zal veroorzaken onder Gods volk. {WHR:43.3}

       “Ik zag dat er amper gehoor gegeven was aan het getuigenis van de Waarachtige Getuige. Het plechtige getuigenis waar het lot van de kerk van afhangt is lichtvaardig geacht, zo niet volledig misacht. Dit getuigenis moet tot diep berouw leiden; allen die het ontvangen zullen het gehoorzamen, en zij zullen gereinigd worden.” — Early Writings, p. 270. {WHR:44.1}

       “Zij zullen alles in twijfel trekken en bekritiseren wat opkomt in het ontvouwen van de waarheid, zij zullen het werk en positie van anderen bekritiseren, zij zullen elke tak van het werk bekritiseren waarin zijzelf geen aandeel hebben. Zij zullen zich voeden met de dwalingen, de vergissingen en de fouten van anderen, ‘totdat,’ zegt de engel, ‘de Here Jezus zal opstaan van Zijn middelaars werk in het hemelse heiligdom, en zich zal kleden met de klederen der wrake, en Hij hun op hun onheilige feest zal verassen; en zij zullen bemerken dat zij onvoorbereid zijn voor het bruiloftsmaal van het Lam.’ Hun smaak is dusdanig verdorven dat zij geneigd zouden zijn om zelfs de tafel des Heren in Zijn koninkrijk te bekritiseren.” Testimonies, Vol. 5, p. 690. {WHR:44.2}

       “Als nooit tevoren, zouden wij niet alleen moeten bidden dat arbeiders gezonden zouden moeten worden in de grote oogstveld, maar dat wij een heldere inzicht van de waarheid hebben, zodat wanneer de boodschappers der waarheid zullen komen, wij de boodschap kunnen aanvaarden en de boodschapper kunnen respecteren,” — Testimonies, Vol. 6, p. 420. {WHR:44.3}

       “Profetie moet in vervulling gaan. De Here zegt: ‘zie,

45

Ik zend u de profeet Elia voordat de grote en geduchte dag des Heren komt.’ Iemand zal komen in de geest en de dracht van Elia, en wanneer hij verschijnt, kan men zeggen: ‘U bent te ernstig, u legt de Schriften niet op de juist manier uit. Laat mij u vertellen hoe u uw boodschap moet onderwijzen.’” — Testimonies, to Ministers, p. 475. {WHR:44.4}

       Ten kwade of ten goede, broeders en zusters, u bent nu, in het volle licht van Gods Woord, aan het nemen van uw eigen beslissing overgelaten. Wat het ook zijn mag, u zult nooit een gerechtvaardigde oorzaak hebben om noch een ander daarvoor op te hemelen of kwalijk te nemen; de verantwoordelijkheid ligt nu volledig bij u. Als u voor het verkeerde kiest, dan zult u, om te herhalen, zo gauw als de olie in uw lampen opgebruikt is (zo gauw als de boodschap van het oordeel der doden voorbij is, en het oordeel der levenden op het punt staat aan te vangen), uzelf in dichte geestelijke duisternis bevinden, met uw lampen tot het laatste sprankje licht uitgebrand, en zonder olie in uw kruiken — met kennis noch voorbereiding voor het oordeel der levenden; daarom, uitgespuwd. {WHR:45.1}

       “Maar indien uw oog slicht is, zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien nu wat licht in u is, duister is, hoe groot is dan die duisternis! Matt. 6:23. {WHR:45.2}

       Indien u nu in gebreke blijft om deze extra olie van Waarheid op te slaan, dan zult u binnen korte tijd in weerloze angst de noodzaak ervan inzien. Maar wanneer u overvallen wordt door deze angstaanjagende werkelijkheid, zal het volslagen nutteloos zijn, want tegen de tijd dat u aanstalten maakt om de olie te bemachtigen, teneinde het resterende deel van de weg te vervolgen, zal dan, zo waar als dat u leeft, de deur dichtvallen, en zal al uw wanhopig kloppen erop al heel gauw slechts het noodlottige, afwijzende antwoord van binnen opleveren: “Voorwaar, Ik zeg u, Ik ken u niet.”  Matt. 25:12. En och, wat een mateloze, onuitgesproken tragedie zal dat zijn, broeders en zusters. {WHR:45.3}

46

 Maar indien u uw keuze ten goede maakt, dan zult u Gods merkteken (Eze. 9; Testimonies to Ministers, p. 445) op uw voorhoofden ontvangen, foutloos gerekend voor Zijn oordeels troon, en zult u bevoorrecht zijn om, of op te komen in de opstanding van Daniel 12:2, of om te staan met het Lam op de berg Sion (Openb. 14:1); om vandaar Gods boodschap uit te dragen naar alle naties, en al uw broeders te brengen als een offer naar “het huis des Heren.” Jes. 66:19, 20. U zult deel uitmaken van de eerste vruchten, de kern van de Koninkrijk-Kerk, het teken van de tweede vruchten der levenden, van hen die u later binnenbrengt. {WHR:46.1}

       Moge de Heer ons, als aanhangers van de tegenwoordige waarheid in de periode van de eerste vruchten, helpen, broeders en zusters, om, of onder, of met de eerste vruchten, de 144.000, te zijn. Het is aan een ieder persoonlijk overgelaten om zijn eigen bestemming te bepalen. En wees hiervan verzekerd, dat de enige veilige weg om de eeuwigheid te verwerven is, te luisteren naar en het navolgen van de stem van God; in het maken van uw keuze in de binnenkamer van stil gebed; en in het overvloedig nauwgezet en eerbiedig bestuderen van geopenbaarde Waarheid voor deze bijzondere tijd. Terwijl de zekerste weg van dwaling en ondergang gehoor geven aan de stem van de mens in plaats van aan de stem van God is. {WHR:46.2}

       Van nog groter belang is de waarheid dat de oproep van het elfde uur haar arbeiders “werkeloos” aantreft op de markt (de kerk), niets doende, voeren zij als excuus aan: “niemand heeft ons gehuurd.” Met deze feiten voor ogen, is het duidelijk dat de dienstknechten van het elfde uur niet uit bedienaren {predikers of leiders} bestaan, niet uit hen die reeds aan het werk zijn. Neen, niet meer dan de dienstknechten van de vorige oproepen dat waren.

47

 De geschiedenis levert het bewijs dat het in feite alleen de werkelozen, de leken, waren die altijd het eerst reageerden op elke goddelijke oproep! {WHR:46.3}

 “Bij het laatste plechtige werk,” verklaart de Geest der Profetie, “zullen weinig mannen van naam betrokken zijn. Zij zijn zelfingenomen, onafhankelijk van God, en Hij kan ze niet gebruiken. De Heer heeft getrouwe dienstknechten, die in de tijd van schudding en zifting gezien zullen worden. Er zijn nu dierbaren verborgen die de knie niet voor de Baal gebogen hebben. Zij hebben het licht niet gehad dat in een geconcentreerde felheid op u geschenen heeft. (…) {WHR:47.1}

       Wanneer bomen die geen vrucht dragen worden geveld omdat ze een beletsel voor de grond zijn, wanneer een groot aantal valse broeders van de ware worden gescheiden, dan zullen zij die nu aan het oog onttrokken zijn worden opgemerkt, en zullen zij zich onder hosanna geroep {of gejubel} scharen onder het banier van Christus. Zij die beschroomd en onzeker waren, zullen zich dan openlijk uitspreken voor Christus en Zijn waarheid. De zwaksten en zij die aarzelen in de kerk, zullen dan als David zijn — gewillig om moedig tot actie over te gaan. (…)” Testimonies, Vol. 5, pp. 80, 81. {WHR:47.2}

       De verklaringen: “zullen worden opgemerkt,” “kostbaren die nu aan het oog onttrokken zijn,” en “aan het oog onttrokken die in de openbaarheid zullen treden,” onthult op onomwonden wijze dat alhoewel de dienstknechten van het elfde uur nu geen voorname mensen zijn, geen mensen die nu algemeen bekend zijn, zullen zij, niettemin, uiteindelijk erkenning afdwingen. Dit werk van Christus Zijn gerechtigheid, broeders en zusters, zal niet als iets vreemds toeschijnen wanneer u in beschouwing neemt dat alle mannen (behalve twee) boven de leeftijd van twintig jaar in de Exodus beweging nadat zij de Rode Zee overgestoken was, omkwamen in twijfel, of in het vitten tegen Inspiratie, of in het willen bekleden van een ambt,

48

 of door te hunkeren naar de vleespotten van Egypte, en dat alleen de jeugd van de beweging in leven bleef om de Jordaan over te steken en om het Beloofde Land in bezit te nemen. Houdt in gedachte dat deze dingen “hen overkomen zijn tot voorbeeld voor ons,” als “typen” (anders vertaald), om ons nu aan het einde van de wereld te vermanen. 1Cor. 10:11. {WHR:47.3}

       Van hen die zullen “ontkomen” en die “in de openbaarheid zullen treden” in de anti-typische Exodus beweging, verklaart Inspiratie op vreugdevolle wijze: . {WHR:48.1}

       “Zij zijn mannen die ten wonderteken dienen: (…) en hij die te dien dage zwak is onder hen zal zijn als David; en het huis van David zal zijn als God, als de engel des Heren voor hun aangezicht.” Zach. 3:8; 12:8. {KJV.} {WHR:48.2}

       Het is dus duidelijk dat deze “mannen die tot wonderteken dienen” (de “ontkomenen” en zij die “in de openbaarheid zullen treden” bij het elfde uur) zijn de “dienstknechten” die de lang verwachte “lekenbeweging” zullen vormen (Testimonies, Vol. 9, pp. 125, 126). Daarom, is het elfde uur de tijd waar naar de Geest der Profetie verwijst wanneer zij zegt: {WHR:48.3}

       “(…) In het laatste plechtige werk zullen weinig mannen van naam {of personen van aanzien} deelhebben. (…) God zal in onze dagen een werk tot stand brengen dat slechts weinigen verwachten. Hij zal onder ons hen doen opstaan en verheffen die eerder door de zalving van de Geest onderwezen zullen worden dan door de uiterlijke training op wetenschappelijke instellingen. (…) God zal tonen dat Hij niet afhankelijk is van geleerde, zelfingenomen stervelingen.” —  Testimonies, Vol. 5, pp. 80, 82. {WHR:48.4}

       Hoe kan het anders inderdaad mogelijk zijn, tenzij “geleerde” mensen, mensen “van naam,” of nederig afkomen van, of nooit de door de mens verhoogde, maar door God veroordeelde troon bestijgen waarop de machtige zit die nooit onpopulaire Waarheid aanvaardt,

49

 en die altijd anderen ervan weerhoudt haar te aanvaarden, tenzij die waarheid haar oorsprong bij hun vindt? Bovendien, waagt alleen de dwaas het, nooit degene die waarlijk groot die wijs is, om die door God verboden zetel van eigendunk te bestijgen. Zij die waarlijk groot zijn weten dit; zij weten ook dat God nooit in staat is geweest om de zogenaamde groten — zij die in aanzien zijn — te gebruiken als instrumenten waardoor nieuwe Waarheid kan worden geopenbaard en verspreid. Ons wordt eerder verteld: {WHR:48.5}

       “Maar de Heilige Geest zal, van tijd tot tijd, de waarheid door Zijn Eigen uitverkoren werktuigen openbaren; en niemand, zelfs geen priester of regeerder, heeft het recht om te zeggen: U zult geen bekendheid geven aan uw meningen, want ik geloof ze niet. Dat bijzondere “eigen ik” kan pogen haar gedurende een tijd te verstikken en haar te doden; maar dat zal van dwaling geen waarheid, of van waarheid geen dwaling maken. Het vindingrijke verstand van der mensen heeft speculatieve meningen in verschillende richtingen bevorderd, en wanneer de Heilige Geest licht doet schijnen in het verstand van de mens, houdt het geen rekening met ieder punt dat men toepast op het Woord. God prent Zijn dienstknechten in om de waarheid te spreken, ongeacht wat de mens als waarheid heeft aangenomen. {WHR:49.1}

       “Zelfs Zevende-dags Adventisten lopen gevaar hun ogen voor de waarheid te sluiten zoals zij in Jezus is, omdat het in tegenspraak is met iets dat zij voor waarheid hebben aangenomen, maar waarvan de Heilig Geest leert dat het geen waarheid is.” Testimonies to Ministers, p. 70. {WHR:49.2}

       “Wees echter op uw hoede niet datgene te verwerpen dat waarheid is. Het grote gevaar bij ons volk is dat men zich afhankelijk heeft gemaakt van, en dat men zijn vertrouwen heeft gesteld op de mens. Zij die niet de gewoonte hebben gehad om de Bijbel voor zichzelf te onderzoeken, of bewijzen af te wegen, stellen vertrouwen in de

50

 leiders en aanvaarden de beslissingen die zij nemen; en op die wijze zullen velen juist die boodschappen verwerpen die God tot Zijn volk zendt, als deze leidinggevende broeders de boodschappen niet aanvaarden. {WHR:49.3}

 “Niemand zou moeten opeisen dat hij al het licht heeft dat er is voor Gods volk. De Heer zal dit niet gedogen. Hij heeft gezegd: ‘Ik heb voor u een open deur geplaatst, en niemand kan haar sluiten.’ Ook al zouden al de leiders licht en waarheid weigeren, zal die deur toch open blijven. De Heer zal mensen doen opstaan die aan het volk de boodschap voor deze tijd zullen geven. “ Testimonies to ministers, pp. 106, 107. {WHR:50.1}

       Zou u, broeders en zusters, niet spoedig willen opstaan? Of zult u de fouten uit de dagen van Jozua herhalen, en de jeugd uw plaats laten innemen? {WHR:50.2}

       “De Here heeft de jeugd aangesteld om Zijn helpende hand te zijn.” — Testimonies, Vol. 7, p. 64. {WHR:50.3}

       “Wij hebben vandaag aan de dag een leger aan jonge mensen die veel kunnen doen als zij op de juiste wijze worden begeleid en bemoedigd.” — Generale Conference Bulletin, Vol. V, No. 2, p. 24. (Jan. 29, 30, 1893). {WHR:50.4}

       “Met een dergelijk leger van werkers als onze jeugd, op de juiste wijze opgeleid of getraind, machtig toegerust, hoe spoedig zou dan de boodschap van een gekruisigde, verrezen, en spoedig komende Verlosser kunnen worden gebracht aan de hele wereld!” — Education, p. 271. {WHR:50.5}

       “Jonge mensen zouden de Schriften voor zichzelf moeten onderzoeken. Zij moeten niet het gevoel hebben dat het volstaat dat zij die ouder zijn in ervaring de waarheid uitzoeken, zodat de jongeren haar van hun kunnen aanvaarden als gezaghebbend. De Joden zijn als natie omgekomen, omdat zij van de waarheid werden afgetrokken door hun regeerders, priesters en ouderlingen. Indien

51

zij gehoor hadden gegeven aan de lessen van Jezus en de schriften voor zichzelf hadden onderzocht, dan zouden zij niet zijn omgekomen. {WHR:50.6}

 “Jonge mensen in onze gelederen zien nauwlettend toe met welke geest de bedienaren zich toeleggen op een onderzoek van de Schriften; als zij een ontvankelijke geest hebben, als zij nederig genoeg zijn om bewijzen te aanvaarden en als zij licht ontvangen van de boodschappers die God verkiest te zenden.”  Testimonies, to Ministers, p. 109. {WHR:51.1}

       Nu daar de oproep van het elfde uur weerklinkt, roept de Heer bij aanvang in Zijn wijngaard alle ministeriele gediplomeerden en zij die bijna afgestudeerd zijn van Zevende-dags Adventisten Colleges, en die werkeloos staan, wachtende om te worden “gehuurd,” op. Bovendien roep Hij alle werkers op die lichamelijk nog sterk en gezond zijn ter ondersteuning voor deze heerlijke laatste bediening. Wilt u niet allen, broeders en zusters, nu gehoor geven aan deze laatste meest heerlijke oproep? U kunt meteen in de wijngaard beginnen, nadat u op succesvolle wijze een intensieve drie maanden durende seminar cursus hebt afgerond van studies betreffende tegenwoordige Waarheid openbaringen die kracht en nadruk geven aan de Derde Engel Boodschap (Early Writings, p. 277 {De Eerste Geschriften, blz. …}), en welke het oordeel der levenden onthullen, de grote en geduchte dag des Heren. {WHR:51.2}

       U Zult geen lesgeld nodig hebben of geld voor kost en inwoning terwijl u deze drie maanden durende cursus volgt aan het Davidic Levitical Institute, Mt. Carme Center, en wanneer u uw studie hebt afgerond zult u een blijvende betrekking met loon en reiskosten vergoeding ontvangen, eerst door de Zevende-dags Adventisten wereld, dan tenslotte aan iedere natie door de hele wijngaard van de Heer heen. Dit is de kans van uw leven — om u een plaats te verzekeren “in het afsluitingswerk voor de kerk, in de verzegelingtijd van de

52

 honderd vier en veertig duizend” ( Test. Vol. 3 p. 266), en later een plaats onder deze “ontkomenen,” die eropuit trekken om al hun broeders uit alle naties “in het huis des Heren” te brengen, zoals Jesaja op levendige wijze verklaart: {WHR:51.3}

       “En Ik zal onder en een teken doen en Ik zal onder hen de ontkomenen zenden naar de volken — naar Tarsen, Pul en Lud, die de boog spannen, naar Tubal en Jawan, de verre kustlanden, die de tijding aangaande Mij nog niet hebben gehoord noch Mijn heerlijkheid hebben gezien — opdat zij Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen. En zij zullen al uw broeders brengen uit alle natie als een offer voor de Here, op paarden en op wagens; op draagstoelen; op muildieren en op snelle beesten, naar Mijn heilige berg, naar Jeruzalem, zegt de Here, zoals de Israëlieten het offer in een rein vat naar het huis des Heren brengen.” Jes. 66:19, 20. {KJV.} {WHR:52.1}

       Hier neemt de profeet twee Gezelschappen van heiligen in beschouwing, — zij die ontkomen, en zij die worden binnen gebracht door de ontkomenen — door de 144.000. Aangezien de eerste groep dienstknechten de eerste vruchten zijn van de grote oogst, dan is het onontkoombaar vanzelfsprekend dat degenen die zij binnen brengen tot de Heren, de tweede vruchten zijn. Inderdaad, waar er een eerste is, moet er noodzakelijkerwijs ook een tweede zijn. Daarom zijn de eerste en tweede groepen exact datgene wat Johannes zag (Openb. 7:3-9). Merk op dat deze dienstknechten van het elfde uur die naar alle naties gaan om hun broeders te redden, hen als “in rein vaatwerk naar het huis des Heren” brengen (Jes. 66:20), in de gereinigde kerk, de kerk zonder huichelaars die voortgaan met hun gruwelen daarin, — een huis dat waarlijk wit is. {WHR:52.2}

53

  Laat echter niemand u voor de gek houden om te geloven dat de Rekruteerder u oproept om uit het kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten te gaan en dat u zich ergens anders zou moeten aansluiten. Dergelijke aantijgingen {beweringen} en zinspelingen {inbreng} zijn alleen afkomstig van hen die vijanden zijn van Gods elfde of Oordeels-uur Waarheid, en die daarom Zijn dienstknechten noch Zijn vrienden zijn. Gods dienstknechten krijgen hun opdrachten van God, en vrienden hoeden zich er altijd voor dat zij zich eraan schuldig zouden maken er verantwoordelijk voor te zijn dat hun vrienden gepropageerde dwaling zouden aanvaarden, in het bijzonder wanneer de Schriften in beschouwing worden genomen. De zuivere waarheid over de Rekruteerder is om er zeker van te zijn dat u in de kerk blijft, en u ervoor te behoeden om te worden uitgeworpen, niet door mensen maar door de Here, wanneer Hij voortgaat om de gasten daarin te inspecteren en om diegenen uit te werpen die in gebreke zijn gebleven om het “bruiloftskleed” aan te doen welke de Rekruteerder met zich meebrengt. {WHR:53.1}

       De verstandigen zullen de vijanden van de waarheid niet toestaan hun te bedriegen. Zij zullen eerder hun uiterste best doen om deze zogenaamde vrienden op andere gedachten te brengen, en hun aanmoedigen dat zij de Rekruteerden toestaan hun ogen te zalven zodat zij mogen zien dat: “Te dien dage wat de Here doet uitspruiten mooi en heerlijk, en” dat “de vrucht der aarde tot heerlijkheid en luister voor de ontkomenen van Israël” [Gods kerk van vandaag], “zal zijn.” {WHR:53.2}

       “En het zal geschieden, dat wie overgebleven is in Sion [op het Hoofdkwartier], en hij die overgelaten in Jeruzalem [in de kerk na de reiniging], heilig zal heten, — ieder die in Jeruzalem ten leven is opgeschreven, wanneer de Here het vuil van de dochters van Sion zal hebben afgewassen en de bloedvlekken van Jeruzalem daaruit zal hebben weggespoeld door de geest van gericht, en door de geest van verbranding {of uitdelging}.

54

“Dan zal de Here over het gehele gebied van Sion en over de samenkomsten die daar gehouden worden, des daags een wolk en rook scheppen, en des nachts een schijnsel van vlammend vuur, want over al wat heerlijk is, zal een beschutting zijn. En er zal een tent zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een schuilplaats en een toevlucht tegen stortbui en regen.” Jes. 4:2-6 {KJV.} “(…) want de goddeloze zal niet meer door u heentrekken; hij is volledig afgesneden.” Nah. 1:15 {KJV}. {WHR:53.3}

       Daar nu “alles gereed is,” Broeders en Zusters, is deze uw oproep van Gods wege nabij het elfde uur, God verhoede dat u deze nooit zo kostbare kans aan u voorbij laat gaan, “om uw roeping en verkiezing vast te maken.” 2 Pet. 1:10. Handel vastberaden, want de nieuw ontzegelde profetieën openbaren  dat het werk van het oordeel der doden haast voorbij is – hetgeen juist de reden is van deze van Godswege geplande en dringende oproep tot dienstbaarheid, nu naargelang deze Hemelse Rekruteerder (of Aanwerver} de ijzerachtige obstakels doorbreekt waarachter de vijanden der Waarheid Gods uitverkorenen in duisternis en in Laodicea-blindheid houden. {WHR:54.1}

       Door het doen binnendruppelen van een weergaloze angst en vooroordeel in de gelederen van Laodicea tegen het lezen of aanhoren van alles behalve datgene wat iemands officiële goedkeuring en zegen wegdraagt, heeft Satan met zijn ondermijnende activiteiten getracht om de communicatielijnen tussen de Geest der Waarheid en het volk van God af te snijden. Om hun vervolgens in onderwerping aan zichzelf en aan hun wereldse maatstaven te houden,  bedreigen zij met afschrijving als kerklid en met verdoemenis een ieder die, met meer ontzag voor God dan voor de mens,  het zou wagen om de Waarheid voor zichzelf te kennen. De weinigen die vervolgens de moed hebben om hun overtuigingen uit te dragen, worden onmiddellijk als tegenreactie daarop de doelwitten van de vurigste pijlen van tegenstand, — de bitterste vooroordeel, aanstoot gevende leugens en karakter misvorming, spot, hoon

  1. 55

en haat, belediging en ontbering. Aldus zullen “allen die godvruchtig in Christus Jezus willen leven” (2 Tim. 3:12, KJV) ontdekken dat zij “verstoten” worden (Jes. 66:5; Luc. 6:22; Hand. 24:14) door de handen van vervolgende machten die in de voortzetting van hun vervolging het Judaïsme en het Romantisme in de verste verte overtreffen. En wat nog erger is, wanneer het deze tirannieke tegenstrevers, gekleed in apostelachtige gewaden, gelukt om verwarring te stichten en om het geloof omver te werpen van een onderzoeker of volgeling der Waarheid die juist voor deze tijd bedoeld is, dwingen zij hem om te herdopen teneinde te worden toegelaten om deel uit te maken van het kerkgenootschap, al is hij zelfs getrouwer geworden dan dat hij dat ooit tevoren was! Wat een ontzettende godslastering! {WHR:54.2}

       Van ganser harte mag worden gehoopt dat Gods volk nu zal inzien dat het van geen enkel manier van belang is, als de van-de-hemel-gezonden  voorbode van het elfde uur – de Rekruteerder, nu deze, gene, of welke andere menselijke stempel van goedkeuring draagt, maar dat het van alle belang is dat hij de Hemelse stempel draagt, en dat iedere “schaap” van de kudde zijn van-God-geven recht doet gelden om hem met zijn eigen ogen te onderzoeken, en dan, zonder de invloed van welke stem dan ook behalve die van de Inwonende Geest der Waarheid, voor zichzelf de feiten in deze zaak te bepalen. {WHR:55.1}

       De tegenwoordige tirannieke en gemene geest begon zich jaren geleden te manifesteren, en zelfs toen waarschuwde de Geest der Waarheid: {WHR:55.2}

       “Weest echter op  uw hoede om niet datgene te verwerpen wat waarheid is. Het grote gevaar bij ons volk is dat men zich afhankelijk heeft gemaakt van, en dat men zijn vertrouwen heeft gesteld op de mens. Zij die niet de gewoonte hebben gehad om de Bijbel voor zichzelf te onderzoeken, of bewijzen af te wegen,  stellen vertrouwen in de leiders en aanvaarden de beslissingen die zij nemen; en op die wijze zullen velen juist die boodschappen verwerpen die God tot Zijn volk Zendt, als deze leidinggevende broeders die boodschappen niet aanvaarden.” –

56

Testimonies to Ministers, pp. 106, 107. {WHR:55.3}

“Kostbaar licht zal schijnen vanuit het woord van God, en laat niemand het zich aanmatigen om te dicteren wat wel of wat niet zal worden voorgehouden aan het volk in de boodschappen van verlichting die Hij zal zenden, om op die wijze de Geest van God het zwijgen op te leggen. Wat zijn positie ook mag zijn, niemand heeft het recht om het licht van het volk af te sluiten. Wanneer in de naam des Heren een boodschap tot Zijn volk komt, mag niemand zich verontschuldigen om haar eisen te onderzoeken. Niemand kan het zich veroorloven om zich afzijdig te houden in een houding van onverschilligheid en zelfvertrouwen, zeggende: ‘ik weet wat waarheid is. Ik ben tevreden met mijn positie. Ik heb  mijn grenzen bepaald, en ik wil niet van mijn standpunt worden afgebracht, wat er ook komen mag. Ik zal niet luisteren naar de boodschap van deze boodschapper, want ik weet dat het geen waarheid kan zijn.’ Het was vanwege het voortzetten van een dergelijke handelwijze dat de bekende kerken in gedeeltelijke duisternis werden gelaten, en dat is de reden waarom de boodschappen van hemel hen niet heeft bereikt.” – Counsels on Sabbath School Work, p. 28. {WHR:56.1}

       “(…) Ik ben gedrongen om aan onze werkers het verzoek te richten: Wat uw positie ook is, maak u niet afhankelijk van de mens, of stel uw vertrouwen niet op mensen.” Testimonies to Minsters, pp. 349, 350. {WHR:56.2}

       Stevig in het zadel, en zich niet bewust van de raadgeving van Inspiratie, drijven deze gewetendrijvers de leken voort als vee, als of de Geest der Waarheid niemand anders dan de hoeders leidt. Door deze ver reikende lijn van onwettige overheersing bestaande uit geestelijken, die wemelt van {een} alsmaar toenemende misrepresentatie, moet deze Hemelse Rekruteerder zich een weg banen om allen te reden die gered willen worden. {WHR:56.3}

       Een gelijksoortige overheersing van geestelijke leiders in de dagen van

57

Nicodemus zorgde ervoor dat hij zich niet durfde te vertonen met Jezus, maar dat hij Hem stiekem in de nacht ging opzoeken.  Aangezien het echter nu niet raadzaam is voor de meesten van Gods uitverkorenen om zelfs ’s nachts te komen om de Waarheid bestemd voor het elfde uur te horen, is deze Hemelse Rekruteerder genoodzaakt in onbekende kledij (als met de nacht gekleed) tot hen te gaan – de enige manier waarop het hen die gewillig zijn kan bereiken en redden. {WHR:56.4}

       Wederom, toen Israël haar machtige trompetgeschal liet weerklinken, nadat zij zevenmaal in alle stilte rondgetrokken waren om de ondoordringbare muren van Jericho, viel plotseling de grote ijzeren poort terwijl de muren op onverklaarbare wijze neerstortten, waarop Israël op triomfantelijke wijze naar binnen marcheerde! Zo zal het ook zijn met de massieve muren van tegenstand waarbinnen de Vijand de Laodiceeërs in Lauwheid houdt – in het bedrog dat zij “rijk en met goederen verrijkt” zijn, en niets meer nodig hebben, terwijl zij “ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt” zijn. Openb. 3:17.  Spoedig zullen dus de poorten die nu stevig dicht zitten, vergrendeld, versperd en gebarricadeerd tegen de redders van de Hemel met voorraden van Waarheid, voedsel op z’n tijd, door de Rekruteerder plotseling openvallen voor de gevangen genomen kudde, zoals dat het geval was met de muren van Jericho, bij de zevende rondtrekkende beweging en het trompetgeschal. Dan zullen allen die door God verborgen zijn op glorieuze wijze “aan het oog” worden “onthuld.” {WHR:57.1}

“Dan is de buit van de grote roof verdeeld; de lamme neemt de buit. En de inwoner zal niet zeggen: Ik ben ziek; het volk dat daar woont Zal vergeven zijn van hun ongerechtigheid.” Jes. 33:23, 24 {KJV}. {WHR:57.2}

       “(…) Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest! Zegt de Here der Heerscharen. Wie zijt gij, o grote berg? Voor Zerubbabel wordt gij een vlakte; en hij zal

58

de hoofdsteen daarvan voortbrengen onder het gejubel: Genade, genade zij hem!” Zach. 4:6, 7 (KJV}. {WHR:57.3}

 Hetzelfde Goddelijke principe werd verkregen toen Gideon en zijn 300 man, met bazuinen en met brandende fakkels verborgen in de kruiken, onder Goddelijke leiding en bescherming, het kamp van de vijand omsingelden even behoedzaam als een tijger zijn prooi besluipt. Plotseling weerklonk er een signaal, en een onmiddellijke uitbarsting van schallende bazuinen, brekende kruiken, flitsend licht, en geschreeuw van stemmen veroorzaakten wilde paniek onder de gelederen van de Midianieten, hetgeen er voor zorgde dat zij verwarring en verwoesting onder elkaar aanrichtten. Op die wijze bevrijdde Gideon, met deze van de Hemel afkomstige krijgslist, het leger van Israël dat in gevaar verkeerden. {WHR:58.1}

       En nu noodzaakt een tegenstand zoals die Gideon ertoe noodzaakte om een krijgslist toe te passen door middel van zijn 300 uitverkorenen, onvermijdelijk Jezreel op gelijke wijze om een gepaste list toe te passen door middel van zijn drie uitverkoren divisies – (1)The Entering Wedge {De Binnendringende Wig}, (2) The 1950 General Conference Special {De 1950 Generale Conferentie, Bijzondere Uitgave}, (3) Deze White-House Recruiter {De Rekruteerder van het Witte Huis}. In stilte gloeiend met het licht des levens, banen dezen zich een weg door de tegenstand en bereiken zij harten in gevangenschap. Maar door wat voor vreselijke obstakels, valstrikken, en gevaren van duivelachtigheden heen moet de Waarheid doorbreken! {WHR:58.2}

       Dit is altijd het geval geweest. En niemand kan op realistische wijze verwachten dat de hindernissen tegenwoordig minder zullen zijn dan die hindernissen die de vlees geworden Waarheid in Eigen Persoon, Jezus persoonlijk, in Zijn dagen tegenkwam. Bijvoorbeeld, toen het “loofhutten feest nabij was,” “Zeiden Zijn broeders tot Hem: Ga van hier en reis naar Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken kunnen aanschouwen, die Gij doet (…) Toen zeide Jezus tot hen: (…) Gaat gij op naar het feest; Ik ga niet op naar

59

dit feest, omdat Mijn tijd nog niet vervuld is (…) Maar toen Zijn broeders opgegaan waren naar het feest, toen ging Hij Zelf ook op,

niet openlijk, maar als in het verborgen.” Joh. 7:2, 3, 6, 8,10. {WHR:58.3}

       Denk eraan, de Heer in Eigen Persoon was genoodzaakt om een soortgelijke hulpmiddel toe te passen bij het derde zinnebeeldige uur om zo Zijn doel te kunnen bereiken bij het feest, zoals deze Rekruteerder ook moet doen ten einde nu zijn doel te kunnen bereiken nabij het elfde uur. Uit noodzaak vertelde Hij aan Zijn discipelen dat Zijn tijd nog niet gekomen was, dan, zo gauw als zij weg waren, haastte Hij Zich heimelijk Zelf heen! Zou een voorzichtige poging als deze de oorzaak van kunnen zijn geweest dat zij Hem een “misleider” noemden? {WHR:59.1}

       Wanneer men op de hoogte is van het tegenwoordige gevaar zoals het feitelijk is, dan behoeft men zich niet meer te verbazen over het feit waarom vele jaren geleden Inspiratie de volgende schrikbarende onthulling van de toestanden in Laodicea deed: {WHR:59.2}

       “Wie kan naar waarheid zeggen: ‘ Ons goud is in vuur beproefd, onze klederen zijn niet door de wereld bevlekt’? Ik zag dat onze Instructeur naar de klederen van zogenaamde gerechtigheid wees. Hij trok ze weg, en legde de vuiligheid dat zich daaronder bevond bloot. Toen zei Hij tot mij: ‘Kunt u niet zien hoe zij op aanmatigende wijze hun vuilheid en verdorvenheid van karakter bedekt hebben? Hoe is deze  getrouwe stad een hoer geworden?’ Mijn Vaders huis is een huis van koopwaar geworden, een plaats waarvan de goddelijke tegenwoordigheid en heerlijkheid heengegaan zijn! Dit is de oorzaak van zwakheid en gebrek aan kracht,’” – Testimonies, Vol. 8, p. 250. {WHR:59.3}

       “Onze eigen handelwijze van afvallig gedrag heeft ons van God afgescheiden. Trots, begeerte en

60

 wereldliefde hebben hun plaats in het hart zonder vrees voor verbanning en veroordeling. Vreselijke en aanmatigende zonden hebben onder ons hun plaats ingenomen. En toch is de algemene opvatting dat de kerk aan het bloeien is en dat vrede en geestelijke voorspoed binnen al haar grenzen aanwezig zijn. {WHR:59.4}

       “De kerk volgt Christus niet langer na als haar Leider, en keert gestaag terug naar Egypte. Toch zijn er weinigen gealarmeerd of verbaasd over hun gebrek aan geestelijke kracht. Twijfel en zelfs ongeloof in de Getuigenissen van de Geest van God doordrenken overal onze kerken. Zo heeft Satan het graag, bedienaren die zichzelf prediken in plaats van Christus, zien het graag zo. De Getuigenissen worden niet gelezen en worden niet op prijs gesteld. God heeft tot u gesproken. Licht heeft vanuit Zijn Woord en vanuit de Getuigenissen geschenen, en beiden zijn zij misacht en veronachtzaamd. Het resultaat is aantoonbaar door gebrek aan reinheid, toewijding en ernstig geloof onder ons.” Testimonies, Vol. 5, p. 217. {WHR:60.1}

       “De boodschap aan de kerk van laodicea is een schrikbarende aanklacht, en het is van toepassing op het volk van God in de tegenwoordige tijd. {WHR:60.2}

       “”(…) Het volk van God wordt voorgesteld in de boodschap aan de Laodiceeërs als in een positie van vleselijke zekerheid. Zij voelen zich op hun gemak, en zij maken zichzelf wijs dat zij zich in een verheven toestand van Geestelijke Verworvenheden bevinden. ‘Omdat gij zegt, ik ban rijk en verrijkt met goederen verrijkt, en heb aan niets gebrek; en gij weet niet dat gij, en jammerlijk, en ellendig, en arm, en blind, en naakt zijt,’ {WHR:60.3}

       “Wat voor een grotere misleiding kan bezit nemen van de menselijke geest, dan een vertrouwen dat zij gelijk hebben, terwijl zij allen verkeerd zijn! De boodschap van de Getrouwe Getuige vindt het

61

volk van God in een droevige misleide toestand, en toch zijn zij oprecht in die misleiding. Zij weten niet dan hun toestand betreurenswaardig is in Gods oog. Terwijl degenen aan wie de boodschap gericht is zichzelf vlijen dat zij zich in een verheven geestelijke toestand bevinden, verbreekt de Getrouwe Getuige hun zekerheid met de schrikbarende aanklacht van hun ware toestand van geestelijke blindheid, armoede, en ellendigheid. Het getuigenis, zo scherp omlijnd, kan geen vergissing zijn, want het is de Getrouwe Getuige Die spreekt, en Zijn getuigenis moet juist zijn.” – Testimonies, Vol. 3, pp 252, 253. {WHR:60.4}

       Het is een vreselijke tragedie dat de herders in Laodicea, in wiens handen de kudde van God is gevallen zo misleid zijn door de vijand, zoals zij onwetend met hem samengaan in durven tegenstreven en trachten te verslaan van zelfs de almachtige Verlosser. Hoe, O, hoe kunnen  deze dwalende herders en hun gevangen kudde worden gered van hun valstrik? Om in de laatste poging hun slachtoffers niet alleen van hen, maar ook hun van zichzelf te bevrijden, is de Geest der Waarheid uitgegaan om zo velen  te redden als die gehoor zullen geven aan de oproep om “de Here tot hulp” te komen, “de Here tot hulp tegen de machtige.” Rich. 5:23. {KJV.} {WHR:61.1}

       De Werver is daarom nu nabij het elfde uur wereldwijd bezig om strijdkrachten te mobiliseren tot de maatstaf van de grote Vorst der Waarheid, ter voorbereiding op ’s Hemels ophanden zijnde D-Day {leger actie} tegen de gruwelen die voortgezet worden door de huichelaars – door de vloedgolf van de draak (Openb. 12:15). Spoedig echter zal de aarde haar mond openen en “de vloedgolf” verzwelgen. Dan zullen zij die overgebleven zijn, “het overblijfsel,” “de ontkomenen uit Israël” (Jes. 2:4), de eerste selectie commando’s voor Christus, “zulk een vastberadenheid en beslistheid in hun getuigenissen leggen waarmee zij de hindernissen van Satan zullen doorbreken.” – Testimonies

62

to Ministers, p. 413. Zij zullen “hem de kop vermorzelen” wanneer hij uitgaat om oorlog tegen hen te voeren (Gen. 3:15; Openb. 12:16, 17). {WHR:61.2}

       Het grootste belang van besliste actie onmiddellijk in deze zaak, wat allen betreft, vindt haar vreselijke nadruk in de snelle nadering van de dag des Heren, en in de besliste kortstondigheid van de tijd die ons nog rest om de nodige voorbereidingen te treffen om stand te houden tegen het kaf verterende vuur van die dag. Met deze feiten in het vooruitzicht zijn de volgende bekende richtlijnen inderdaad tijdiger dan ooit tevoren: {WHR:62.1}

       “(…) Nu is de tijd haast verstreken, en wat wij in jaren hebben geleerd, zullen zij in enkele maanden moeten leren. Zij zullen ook veel moeten afleren, en veel opnieuw moeten leren.” – Early Writings, p. 67. {WHR:62.2}

       “De tijd is kort, en wat u doet moet haastig worden gedaan. Neem het besluit om de tijd te sparen. Zoek niet uw eigen plezier. Word wakker! Leg beslag op het werk met een nieuw voornemen des harten. De Here zal de weg voor u openen. Onderneem iedere mogelijke poging om overeenkomstig de richtlijnen van Christus te werken, in zachtmoedigheid en nederigheid, vertrouwende op Hem voor kracht, van genade tot genade. U zult in staat zijn om ijverig en volhardend te werken voor uw volk terwijl het nog dag is; want de nacht komt waarin niemand kan werken.” – Testimonies, Vol. 9, p. 200. {WHR:62.3}

       “(…) De laatste bewegingen zullen snelle bewegingen zijn.” – Testimonies, Vol. 9, p. 11. {WHR:62.4}

 Voorts eist de oproep om zich nu in te schrijven een onmiddellijke

63

beslissing, vanwege het feit dat de school zich tot doel heeft gesteld gedurende het eerste deel van het jaar slechts ongeveer 60 ministeriele studenten voor de “wijngaard” voor te bereiden. Aanvraag formulieren voor toelating zullen op verzoek worden verzonden. Richt u alle communicaties aan *De Ministeriele Rekruteerders Commissie, Mt. Carmel Centrum Waco Texas. Laat, Broeders en zusters, de neiging tot uitstellen u niet beroven van deze grote kans van uw leven. De Geest pleit met u in de naam van alles wat redelijk en verstandig is. Veronachtzaam of stel uw voorbereiding van het pionierswerk in het vooruitzicht niet uit. U mag niet ontbreken. Laat Jesaja’s aangrijpende visioen van de onvergelijkbare resultaten van het werk van het elfde uur u opwekken en inspireren tot onmiddellijk, algeheel handelen: {WHR:62.5}

       “Sta op, Schijnt voort, want uw licht is gekomen en de heerlijkheid des Heren is over u opgegaan. Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en dikke duisternis de mensen, maar over u zal de Here opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. En de Heidenen zullen tot uw licht komen en koningen tot uw stralende opgang. {WHR:63.1}

       “Hef uw ogen op en zie rondom: zij allen verzamelen zich, komen tot u; uw zonen zullen van verre koen en uw dochter zullen aan uw zijde verzorgd worden. Dan zult gij het zien en samen stromen, uw hart zal vrezen en zich verruimen, want tot u zal de overvloed der zee zich wenden, het vermogen der volken zal tot u komen. De menigte der kamelen zal u overdekken, dromedarissen van Midjan en Efa; uit Seba zullen zij allen komen; goud en wierook zullen zij aanbrengen en de roemrijke daden des Heren blijde verkondigen. Al de kudden van Kedar zullen zich voor u verzamelen, de rammen van Nebajot zullen zich u tendienste stellen; zij zullen als een welgevallig offer op Mijn altaar

64

komen en aan Mijn luisterrijk huis zal Ik luister verlenen. Wie zijn dezen, die als een wolk komen aangevlogen en als duiven naar hun til? Want op Mij zullen de kustlanden wachten; en de schepen van Tarsis zullen de eersten zijn om uw zonen van verre aan te brengen; hun zilver en goud voeren zij mede, ter ere van de naam des Heren, uws Gods, voor de Heilige Israëls, omdat Hij u verheerlijkt heeft. En de zonen van vreemdelingen zullen uw muren herbouwen en hun koningen zullen u dienen, want in Mijn toorn heb Ik u geslagen, maar in Mijn begunstiging heb Ik u begenadigd. {WHR:63.2}

       “Daarom zullen uw poorten bestendig openstaan, dag noch nacht zullen zij gesloten worden, opdat men tot inbrenge de vermogens der Heidenen, terwijl hun koningen worden meegevoerd. Want de natie en het koninkrijk, die u niet willen dienen, zullen omkomen, ja, die naties zullen volledig verwoest worden.” Jes. 60:1-12 {KJV}. {WHR:64.1}

       Aan de profeet Hosea werd ook deze grote inzameling van geheel Gods volk nabij het elfde uur getoond: {WHR:64.2}

       “Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim. Daarna zullen de Israëlieten terug keren, en de Heren, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de Here en tot Zijn heil, in de laatste dagen.” Hos. 3:4, 5 {KJV}. {WHR:64.3}

       “Dan zullen de kinderen van Juda en de kinderen van Israël zich bijeen scharen, een hoofd over zich stellen, en optrekken uit het land, want groot zal de dag van Jezreel zijn. Hos. 1:11 {KJV}. {WHR:64.4}

       Het visioen dat Hosea net aanhaalde projecteert niet alleen dat God

65

Zijn vroegere (typische) Koninkrijk neerhaalde, en daardoor Zijn volk wereldwijd verstrooide, waardoor Hij maakte dat zij hun identiteit  kwijt raakten en opgingen in de naties der Heidenen gedurende deze vele eeuwen, maar ook projecteert Hij het heerlijk herstel van Zijn Koninkrijk (het antitype), en daaropvolgend Zijn vergaderen van alle naties in dat Koninkrijk, terwijl Hij het werk van het evangelie tot een afsluiting brengt. Voorts duidt de inhoud van Hosea’s tijdige visioen beslist aan dat dit grote inzamelingswerk van wereldwijde omvang niet kan beginnen totdat “Jezreel” ten tonele verschijnt. En wie kan met gezond verstand veronderstellen dat Satan zal toelaten dat deze kronende, elfde-uur-prestatie van het evangelie zal geschieden, zonder dat hij een laatste poging waagt om het tot een treffen te laten komen met de machtige strijdkrachten der duisternis? Men moet ook niet veronderstellen, zelfs niet voor een ogenblik, dat de Almachtige de toestand niet van te voren wist en dat Hij niet voorzien had in een middel om deze toestand tegemoet te treden, een middel waarvan de zinnebeeldige naam Jezreel is, de schrijversnaam van Zijn vertegenwoordiger van het elfde uur. Door dit eenvoudige hulpmiddel (deze onbekende naam) ontwapent de Hemel de tegenstand, verzekerd zij een welkome ontvangst voor de Rekruteerder (de stem van Jezreel), en stelt zij hem daardoor instaat de vuilnisbak en openhaard te overleven, om zodoende gedachten die verward zijn door valsheid, en harten die verhard zijn door vooroordeel, te bereiken. {WHR:64.5}

       Dank zij dit middel der overwinning over Satans samenzwering, “zullen” niet slechts de uitverkorenen, maar zal zelfs de gehele aarde “Jezreel horen,” en “zal,” daarom “de dag van Jezreel groot zijn,” Hos. 2:22; 1:11. (Een gedetailleerde uiteenzetting van de hele profetie van Hosea kan op verzoek worden verkregen.) {WHR:65.1}

       In deze bladzijden, Broeders en Zusters, stelt Gods belastend verzoek aan u gericht slechts een klein gedeelte voor van de boodschap van het elfde uur die nu door Laodicea weerklinkt

66

als het duidelijk gerinkel van een brandalarm vermengd met dat van kerkklokken. Wilt u niet met Jesaja gehoor geven aan “de stem des Heren,” en resoluut {vastbesloten} zeggen: “’Hier ben ik, zendt mij?’” Jes. 6:8. {WHR:65.2}

       Met uw ogen wijd open naar het Woord van God, uw oren strak toegesloten voor geruchten, en uw hart rein geledigd van vooroordeel en vooropgezette meningen, slaat acht, ter wille van eigen ziel, op het bazuingeschal dat hier weerklinkt. Handel het voor eens en altijd met uzelf af dat aangezien de oude boodschap, het oordeel der doden, reeds door de nieuwe boodschap, het oordeel der levenden, overschaduwd wordt, dat er slechts één verstandige keus is die men kan maken zijn eigen bestwil en die van anderen, en die is om volledig in het openbaar te treden als één van de elfde-uur-werkers van de Heer en om aldus Hem in de gelegenheid te stellen om u spoedig op de voorgrond te doen treden voor de gehele wereld. Anders zal het slechts een korte tijd duren, en u zult helemaal geen boodschap hebben. Laat uw gedachten niet worden beïnvloed door berichten en geruchten. Geeft gehoor aan de raadgeving: {WHR:66.1}

       “O, dat de Here moge leiden! U zou nooit, zelfs niet in het geringste geval, mogen toestaan dat geruchten u zouden aanzetten tot handelend optreden.” Testimonies to Ministers, p. 299. {WHR:66.2}

       “Laat u nooit en te nimmer beinvloeden door berichten.” – Testimonies, Vol. 3, p. 507. {WHR:66.3}

       Aan u mag zijn verteld dat er niets goeds uit deze plaats kan komen. Op gelijke wijze was aan Nathanaël verteld dat er niets goeds uit Nazareth kwam. Het is echter verstandig, om te doen wat hij deed – “kom en zie,” en aldus zult ook u “waarlijk een Israëliet” zijn “en wie geen onrecht is.” Weiger om te worden beïnvloed door kwade berichten, geruchten, spot, en laster. Gebruik in plaats daarvan getrouw uw eigen ogen,

67

oren, en verstand. Dan zult u een blij zijn als hij dat was, en wat was hij toch blij! {WHR:66.4}

 Houdt ook altijd in gedachte, dat er altijd mensen zijn en zullen zijn die verwachten dat  allerlei soorten theorieën van de kerk in overeenstemming zijn met de door de Hemel geopenbaarde Waarheid. Hetgeen onmogelijk is. Zij die getrouwe Zevende-dags Adventisten willen zijn, zullen daarom de volgende waarschuwing en raad goed ter harte nemen: {WHR:67.1}

       “(…) deze leiders (…) nemen de mogelijkheid niet in beschouwing dat zij zelf het Woord niet goed begrepen hebben. Zij willen hun ogen niet openen om het feit waar te nemen dat zij de Schriften verkeerd uitgelegd en verkeerd toegepast hebben, en dat zij valse theorieën opgebouwd hebben, terwijl zij deze theorieën fundamentele leerstellingen van het geloof noemen (…) Zelfs Zevende-dags Adventisten lopen gevaar om hun ogen te sluiten voor de waarheid zoals zij in Jezus is, omdat  zij iets tegenspreekt waarvan zij veronderstellen dat het op waarheid berust, maar waarvan de Heilige Geest leert dat het geen waarheid is.” – Testimonies to Ministers, p. 70. {WHR:67.2}

       “(…) Laat de mensen niet het gevoel hebben dat het hun voorrecht is om datgene aan de wereld te geven waarvan zij veronderstellen dat het waarheid is, en weigeren dat maar iets gegeven zal worden dat tegen hun ideeën indruist. Dit is niet hun werk. Vele dingen zullen duidelijk als waarheid verschijnen, die niet aanvaardbaar zullen zijn voor hen die denken dat hun verklaringen van de Schriften altijd juist zijn. Veel besliste veranderingen zullen moeten worden aangebracht met betrekking tot ideeën die sommigen als zijnde foutloos hebben aanvaard.” – Testimonies, to Minsters, p. 76. {WHR:67.3}

       Ook moet worden verwacht, dat er ook diegenen zullen zijn die door de Vijand zullen worden overtuigd om geen onpopulaire

68

leerstellingen te lezen of te bespreken. Maar zo waar als dat God leeft, de Duivel heeft al dezulken in de hel reeds voordat er vuur in ontstoken is! Wij hopen dat zij nu eruit zullen komen terwijl zij het nog kunnen. Wijze studenten beoordelen, aan de hand van geen enkele menselijke theorieen, geen enkele aanspraak op Bijbelwaarheid . Zij beoordelen haar door de Bijbel alleen. {WHR:67.4}

       “Kom en zie” voor uzelf, broeders en zusters. Alleen dan, zult u zich realiseren waarom de Heer de ernstige beschuldiging tegen ons allen als Laodiceeërs richt: {WHR:68.1}

       “Omdat gij zegt: Ik ben rijk, en ben met goederen verrijkt, en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt  ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt, raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en uw ogen zalven met ogenzalf omdat gij moogt zien. Allen die Ik liefheb, berisp en kastijd Ik; wees dan ijverig en bekeer u. Zie, Ik sta aan de deur in Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden, en hij met Mij.” Openb. 3:17-20. {KJV.} {WHR:68.2}

       Dat men zich nu ten volle mag realiseren, broeders en zusters, dat het openen van iemands deur voor de Heer niet betekent dat men zijn oren opent voor de zogenaamde wijzen die nooit onpopulaire waarheid omhelzen, terwijl zij altijd snel aan de haal gaan met hun eigen theorieën. De volgelingen van Christus nemen de tijd om voor zichzelf te onderzoeken wat het Woord zelf zegt, niet wat de vijanden van God trachten het te laten zeggen. Zij weten dat “jong noch oud te verontschuldigen zijn om het hebben van een eigen ervaring aan een ander toe te vertrouwen. De engel zei: ‘ Zo zegt de Here: Vervloekt is de mens die op een mens vertrouwt en vlees tot arm stelt,’ (…) {WHR:68.3}

69

  “mannen, vrouwen, en jeugd, God eist van u om morele moed te bezitten, standvastig in doelstelling, moedig en volhardend, gedachten die niet de zekerheid van anderen kan nemen, maar welke voor zichzelf kunnen onderzoeken voordat zij ontvangen of verwerpen, die zullen studeren en de bewijzen tegen elkaar zullen afwegen, en het tot de Heer in gebed brengen.” – Testimonies, Vol. 2, p. 130. {WHR:69.1}

       Tenslotte, Gods volk zijn onbevreesde, oprechte en grondige studenten, geen automaten, geen voortgebrachte dogmatici, noch oppervlakkige onderzoekers. {WHR:69.2}

       “Hoe velen in deze wereldperiode blijven in gebreke om diep genoeg te gaan. Zij onderzoeken slechts oppervlakkig. Zij willen niet nauwkeurig genoeg denken om moeilijkheden te zoen teneinde met hen te worstelen. Zij zijn niet bereid om ieder belangrijke onderwerp die voor hen geplaatst wordt, onder bedachtzaam en biddend studeren, te onderzoeken, zodat zij met voldoende oplettendheid en belangstelling het ware punt waar het om gaan kunnen zien. Zij spreken over zaken die zij niet volledig en zorgvuldig hebben overwogen.” – Testimonies, Vol. 4, p. 361. {WHR:69.3}

       De Vijand zal zeker alles doen wat in zijn vermogen ligt om allen te doen geloven dat de Schriftgedeelten die hierin behandeld zijn verkeerd zijn geïnterpreteerd {uitgelegd} en dat de Getuigenissen “uit hun verband” zijn “genomen.” Hij heeft reeds in het verstand van zowel leken als bedienaren {predikanten} stevig het verzinsel geplant dat er “geen noodzaak {of behoefte} voor meer waarheid en groter licht” is (Gospel Workers, p. 300), en dat de Geest der Profetie een dergelijke verklaring geeft! Natuurlijk, heeft hij deze twee leugens jaren van te voren in het verstand van de mensen geplant, in een poging om Gods uitverkorenen te verleiden om hun “parel van grote waarde” weg te werpen. Matt. 13:46. De enige verdediging en bescherming voor een ieder, zal daarom hieruit bestaan, dat men hem niet toestaat het verstand te beïnvloeden; mensen zijn namelijk geen paarden die door hun berijders in bedwang moeten worden gehouden door toom en bit.

70

 Laat een ieder op krachtige wijze zijn van God gegeven recht en verantwoording aanwenden om iedere eis van de vijanden aan de vuurproef te onderwerpen, en op eerbare wijze eisen dat de vijanden van de Rekruteerder iets beters produceren, of iets dat tenminste even goed is, in de plaats van wat het brengt van de Schriften, of dat zij anders in “gouden” stilte zwijgen en aanvangen om grondig de Schriften te bestuderen. Verplicht hen om hoofdstuk en vers, bladzijde en alinea, aan te voeren om de betrouwbaarheid van de zo vaan aangehaalde beweringen: “Wij hebben genoeg waarheid om ons naar het einde toe te leiden,” “Wij hebben al het licht dat wij nodig hebben,” te bewijzen. Natuurlijk zullen geen van zulke bewijzen kunnen worden gegeven, want geen van zulke verklaringen zullen worden gevonden in de bladzijden van Inspiratie. Eerder is het een feit dat juist het tegenovergestelde het geval is, zoals bewezen wordt in de vreselijke berisping aan het adres van Laodicea voor hun verkeerde wijze van denken. (Zie Testimonies, Vol. 3, pp. 252, 253.) {WHR:69.4}

       “Al waren Noach, Daniel en Job daar, zo waar Ik leef, zegt de Here God, zij zullen zoon noch dochter redden. Zij zullen door hun gerechtigheid slechts hun eigen zielen redden.” Eze. 14:20. {KJV.} {WHR:70.1}

       “(…) Als de student de kracht om voor zichzelf te richten opoffert, dan wordt hij onbekwaam om te kunnen onderscheiden tussen waarheid en dwaling, en wordt hij een makkelijke prooi voor misleiding. Hij wordt makkelijk aangezet tot het navolgen van traditie en gewoonte (…) Het verstand dat vertrouwt op het oordeel van anderen zal zeker, vroeg of laat, worden misleid.” – Education, pp. 230, 231. {WHR:70.2}

       Tenslotte, broeder en zusters, zult u als studenten met een goede inzicht van de Bijbel en de Geest der Profetie feitelijk gevoelig zijn voor het feit dat de grote meerderheid zich eenvoudigweg niet kan realiseren dat de “schrikbarende aanklacht: van de Heer aan het adres van de

71

 

Laodiceeërs (Testimonies, Vol. 3, p. 252) op hun van toepassing is.  En als zij ervoor kiezen om blind te blijven, dan zult u geen reden hebben om u te verbazen dat zij dus deze scherpomlijnde “ vernieuwing van het onomwonden getuigenis” van de Getrouwe Getuige verwerpen (Gospel Workers, p. 307) “Waaraan het lot van de kerk hangt.” – Early Writings, p. 270. Ook zult u geen reden hebben u te verbazen over het daaraan verbonden feit dat de langverwachte schudding (Early Writings, p. 270) het resultaat zal zijn van sommigen die hun standpunt innemen, tezamen met de boodschappers des lichts, aan de zijde van de Heer, en van anderen die hun standpunt innemen, tezamen met de gezanten der duisternis, aan de kant van de Vijand. {WHR:70.3}

       Allen die de integriteit {*oprechtheid} hebben om tot zover te lezen, en de oplettendheid om Waarheid te herkennen wanneer zij wordt gezien, zullen niet langer meegaan met de Laodicea-menigte, gestaag vasthoudend aan de noodlottige misleiding dat zij “niets meer nodig hebben” (dat zij alle waarheid hebben die nodig is om hen door de paarlen poorten heen te leiden), zelfs als een dergelijke houding van de Heer een leugenaar maakt! Alleen als u voor uzelf hebt gezien, broeders en zusters, zult u zich realiseren hoe waar het getuigenis van de Heer is, en met uw gehele hart uitroepen: “Omdat ik blind was, nu ziek ik.” Johannes 9:25. “Heer, (…) hier ben ik, zend mij.” Jes.6:8. Alleen dan zult u zien dat de 1844 fase van de Derde Engel Boodschap, het oordeel der doden, de fase is die aan haar vooraf gaat, niet haar laatste, — niet het oordeel der levenden. {WHR:71.1}

       Aangezien u in onvergeeflijke verantwoordelijkheid deze reddende Waarheid aan uzelf en aan de wereld verschuldigd bent, zult u nu dan niet besluiten om de genadevolle oproep van de Heer te beantwoorden, en voordeel halen uit deze onvergelijkbare gelegenheid die u in staat stelt om zich te goed te doen aan “voedsel op z’n tijd” terwijl het hier is, en het Heerlijk Land verderop te winnen, zonder dat u maar één cent behoeft te

72

investeren of te riskeren? U hebt niets te verliezen behalve uw zonden, uw angsten, uw zorgen, uw onzekerheden, uw tranen, en alles te winnen. {WHR:71.2}

       Verlies echter nooit uit het oog, dat staan voor progressieve Waarheid {Waarheid die voortschrijdt} een principe en gebruik is die nu eenmaal met een uiterst hoge prijs komt – maar al te vaak zo hoog als een marteling {of marteldood}, en nooit lager dan een excommunicatie {verstoten worden uit de kerk of leefgemeenschap}. {WHR:72.1}

       “De kerk heeft haar toevlucht genomen tot de burgerlijke macht om hen, die als boosdoeners werden beschouwd, te straffen. Zij die verschilden met de gevestigde leer zijn opgesloten, gepijnigd en ter dood gebracht op aanstichten van mensen die beweerden dat zij handelden op bevel van Christus. Maar het is de geest van Satan en niet van Christus die tot zulke handelingen aanspoort. Dit is de methode die Satan gebruikt om de wereld in zijn greep te krijgen. God is op onjuiste wijze voorgesteld geweest door de kerk, die op deze wijze mensen heeft behandeld die als ketters werden beschouwd.” Christ’s Object lessons, p. 74. {Lessen uit het Leven van Alledag, p. 40.} {WHR:72.2}

            Maar aangezien de kerk vandaag feitelijk overal onderworpen is aan de staat, en daarom volkomen machteloos is om de straf van gevangenschap, marteling, en dood op te leggen, zoals haar voorganger {of voorvaderen} dat regelmatig deden, ter afstraffing van zogenaamde ketterij, is de dreiging van excommunicatie dus de hoogste prijs die het kerkgenootschap bij machte is toe te passen op een ieder die het zou wagen om haar slapers te wekken. Gelijkerwijze is het haar sterkste wapen om hen die ontwaakt zijn te overtuigen om te herroepen en weg te kwijnen in het Laodicea sluimeren en slapen. In feite verdiept de tirannieke handelwijze in elk geval de gewaarwording, onder de navolgers van Inspiratie, dat Satans ondermijnende werktuigen het kerkgenootschap volledig onder controle hebben,

73

en al het mogelijke doen om een ieder uit te werpen die het waagt om gehoor te geven aan de Stem van de Almachtige God boven de stem van mensen die worden aanbeden. Ondanks het feit dat zij ooit geheel andere kerkgenootschappen veroordeelden voor het verbannen van non-conformisten {zij die niet overeenstemmen met het standaard gedrag of mening}. Inderdaad horen wij haar luid een dergelijke tirannie afkeuren niet langer terug dan een geringe vijftien jaren geleden, toen zij, in de nu volgende hoofdartikel, verklaarde: {WHR:72.3}

            “Populaire godsdienst is vele mijlen afgeweken van de visie die haar grondleggers hadden. Om nu een ketter te zijn behoeft men slechts de leerstellingen bloot te leggen die oorspronkelijk werden neergelegd in het platform van haar kerkgenootschap. (…) {WHR:73.1}

            “Uit de kerk gegooid omdat men de Bijbel geloofd” Is dat geen droevige commentaar op hedendaagse religie? Geen wonder dat Jezus zei: ‘Wanneer de Zoon des mensen komt, zal Hij geloof vinden op de aarde?'” — Alonzo Baker, Signs of the Times, Feb. 5, 1935, p. 11. {WHR:73.2}

            Maar zij die nu in haar eigen huis een oog dicht doet voor hetzelfde kwaad die zij met kracht veroordeelt in anderen, laat haar even ongeschikt en onbruikbaar voor haar Hemelse taak zoals een stomme hond dat zou zijn (Jes. 56:10) als hij zou worden ingezet om het huis van zijn meester te bewaken. Zij zal niet alleen “niet blaffen” (Testimonies, Vol. 5, p. 211) maar zelfs ook niet de stem van God horen, doe haar onheilige handelwijze veroordeelt, terwijl Hij het geloof en de vastberadenheid van haar “uitgeworpenen” versterkt, zoals dat op profetische wijze wordt geuit in het nu volgend citaat: {WHR:73.3}

            “Hoor het woord des Heren, gij die voor Zijn Woord beeft; uw broeders die u haten, die u uitwerpen ter wille fan Mijn naam, laat de Heer verheerlijkt worden;

74

 maar Hij zal verschijnen tot uw vreugde, en zij zullen beschaamd staan.” Jes. 66:5 {KJV}. {WHR:73.4}

            “Zalig zijt gij wanneer u de mensen haten en wanneer zij u uitstoten, en smaden en uw naam als slecht verwerpen ter wille van de Zoon des mensen. Verblijdt u te dien dage en springt op van vreugde, want, zie, uw loon is groot in de hemel immer, op dezelfde wijze hebben hun vaderen met de profeten gehandeld.” Lucas 6:22, 23. {WHR:74.1}

            Broeders en zusters, dat u de goede en juiste keuze mag maken, vergewis u van he feit om met het Lam op de Berg Sion te staan, gereed om aan boord te gaan van de vliegende schotel des Hemels (Early Writings pp. 287, 288) bij het weerklinken van de bazuin, het geschal die over de gehele wereld zal worden gehoord wanneer God Zijn oordeel werk beëindigt met Zijn volk en met Zijn bedienaren en haar hoofdkwartier — de Generale Conferentie. {WHR:74.2}

shepherds-rod-white-house-recruiter-recruiting-commission-sheaves

 

De Ministeriele Rekruterings Commissie.

 

— 000 —

75

Verhelderende uitleg betreffende de Nederlandse vertaling

{Clarification information concerning the Dutch translation}

 

Ps. De tussen punthaakjes — {…} — geplaatste tekst is ter verduidelijking door de vertalers aan de tekst toegevoegd.

Bijvoorbeeld: {KJV.}; dit staat voor King James Vertaling.

{De KJV is de vertaling waardoor de Heer tot zijn volk sprak bij het ontstaan van de Advent Beweging. Om de profetische boodschappen en juiste uitleg van de Bijbel goed te kunnen begrijpen, doen wij er goed aan om deze meest accurate, vanuit de grondtekst vertaalde Bijbelvertaling, ter harte te nemen.

   De vertalers van deze Tegenwoordige Waarheid Bijbelstudies hebben het daarom, onder leiding van Gods Geest, nodig geacht om (daar waar het noodzakelijk was) de geciteerde Bijbelteksten zo letterlijk mogelijk te vertalen vanuit de Engelse King James Bijbel. Zou deze procedure niet zijn toegepast, dan zou de uitleg die (door br. V. T. Houteff) gegeven is van de Bijbelteksten, afwijken van de geciteerde teksten uit de andere Bijbelvertalingen.}

   Deze kleine wekelijkse boekjes, waaraan er geen kosten voor u zijn verbonden, zijn van onschatbare waarde voor u. Leest ze en bewaart ze in uw boekenverzameling, want er zal zeker een tijd komen dat u dankbaar zult zijn, dat u uw exemplaar bewaard heeft. Als u één wilt weggeven aan uw Adventistische vrienden of kennissen, kunt u extra kopieën aanvragen of u kunt hun namen en adressen opsturen voor onze post- of correspondentielijst.

76

 

 

77

NOTES

78

NOTES

 


1950gcs-1200x675.jpg

 

1

Geprint in 1950

Door V.T. Houteff

:

Generale Conferentie Speciale Uitgave

2

DE NEGENTIEN VIJFTIG GENERALE CONFERENTIE SPECIALE UITGAVE.

Deze Generale Conferentie Speciale Uirgave aan de Zevende-dags Adventisten beantwoordt de vragen: {GCS:3.1}

WIE IS DE ELIA VAN VANDAAG?

ZAL DEZE ELIA ALLES HERSTELLEN?

WAT MOETEN WIJ MET ZIJTAKBEWIGINGEN AAN?

Deze vragen zijn van kritieke aard vooral met het oog op de steeds groeiende familie van zijtakbewegingen, de meest bekende en meest kwellende staat bekend als “The  Sheperd’s Rod”; hetgeen zou kunnen worden vertaald als “De Herders Staf” of “De Herders Roede.” Naar waarheid hebben haar kwellingen zulke vormen aangenomen zodat iedere ware Zevende-dags Adventist vierkant oog in oog mee geconfronteerd wordt. Inderdaad, broeders, de sterke groei van deze beweging daagt ons uit de kwestie niet langer te ontwijken zoals de Joden in het verleden, die daardoor Christus uit het oog verloren. Laten wij echter de kwestie dapper confronteren, gelijk Christus dat deed met het Sanhedrin, en [dat wij] zodoende de overwinning behalen. {GCS:3.2}

Dit Generale Conferentie jaar zou in ieders verstand, eens en voor altijd, de vragen moeten oplossen van wie wie, en wat wat is. Ook al wordt u niet persoonlijk gekweld door de Roede, zult u zich nog toch moeten versterken met de feiten, zodat u in staat zult zijn de helende zalf der Waarheid toe  te  dienen  aan hen die te leiden hebben onder haar kwellingen.{GCS:3.3}

Om u de ernst

3

van de toestand waarin de kerk zich in dit late uur bevindt onder de aandacht te brengen, en het geneesmiddel dat God zou willen dat Zijn volk zou gebruiken om hen te bevrijden van deze hinderlijke “zijtak,” doe ik deze tweede poging om de geopenbaarde feiten voor u te plaatsen, zodat niemand, of het nu predikant of leek is, langer in duisternis behoeft te wandelen.(GCS:3.4)

Aangezien er over het algemeen wordt aangenomen dat inspiratie van de troon van God komt en dat het onze enige geestelijke gezichtsvermogen is, dan zullen wij in staat zijn van aangezicht to aangezicht te zien als wij de Geests van God ons laten leiden. Vooral nu de tijd absoluut rijp is, dierbare mede gelovigen, om de situatie te onderzoeken, nu daar Gods volk wordt aangespoord door de vragen: {GCS:4.1}

“Is Elia de profeet reeds gekomen?” “Zal de profeet van vroeger in eigen persoon verschijnen?” “Zal een groep mensen een werk verrichten gelijk aan dat van Elia?” Hoe zit dat nu precies? {GCS:4.2}

Aangezien niemand ongestraft, ook al is het in alle oprechtheid, afstand kan nemen van het antwoord dat komt van Gods onfeilbaar Woord, zult u broeders nu zeker de meest ernstige aandacht schenken aan deze dringende beschouwing, niet toelatende dat iets u daarvan aftrekt, want u, en ook ik, moeten ons realiseren dat het leven en eeuwigheid voor ons allen betekent. .{GCS:4.3}

De ernstige kwestie die deze

4

vragen doen  oprijzen, eisen dat wij ophouden onszelf voor de gek te houden, of dat anderen ons voor gek verklaren. Als de vragen niet beantwoord kunnen worden in stellige waarheid, is het dan veel beter, dat zij op de boekenplank gelaten worden totdat de boekrol zich verder ontvouwt, dan dat ze beantwoord worden door nuteloze verhalen van de mensen, die alleen maar wanorde stichten en in de war brengen..{GCS:4.3}

Nu mogen wij de vraag stellen: Heeft de boekrol zich voldoende ontvouwd om al deze vragen te verduidelijken? Pleit de Geest van God voor ons om stil te staan, te kijken, en te luisteren, of moeten wij nog steeds wachten? Laten wij voor het Goddelijk antwoord onze ogen wijd openen voor het licht van “het meer zekere Woord der profetie” zelf, dat nu steeds helderder schijnt op ons pad:.{GCS:5.1}

Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en vreselijke dag des HEREN komt, Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en de aarde treffe met de ban.” Mal. 4:5, 6, {KJV} {GCS:5.2}

In het licht dat deze profetie werpt op het onderwerp, kan niemand mogelijkerwijs ontkomen aan de conclusie dat een profeet — een persoon — zal worden gezonden “voor de grote en vreselijke dag des HEREN,” en dat alleen naar aanleiding daarvan een groep van mensen kan zijn in verband met de boodschap  van  Elia.  De Schriften maken de belofte, de tijd, en het werk, duidelijk en zeker, zo ook de

5

 weg naar onze zekerheid in de grote en vreselijke dag, “opdat,” zegt  de  HERE,  “Ik  niet kome en de aarde treffe met de ban.” Mal. 4:6 .{GCS:5.3}

 

Niemand kan zich de ongerijmdheid veroorloven door het ondewerp luchtig op te vatten of zijn eigen licht erop te werpen. Bovendien moeten wij in gedachte houden, dat het niet mogelijk is dat God maar één van ons in duisternis zal laten als wij de Waarheid willen weten, en als wij denken aan datgene wat God zou willen dat wij zullen doen. (“The Great Controversy,” p. 560 /”De Grote Strijd,” blz. 515.) Dat dit tenslotte een blijde ervaring voor ons allen mag zijn, zouden wij moeten bidden dat de Geest, Die in alle Waarheid leidt, deze poging mag leiden.{GCS:6.1}

Ik zou u echter willen herinneren aan het feit dat geen enkel profeet van God ooit door de kerk is verwelkomd. In tegendeel; het is een historisch feit dat zij allen in hun tijd zijn verworpen, mishandeld, en gemarteld door degenen naar wie zij werden gezonden — juist diegenen van wie werd verondersteld dat zij God dienden! Inderdaad, de Heer Zelf heeft dezelfde prijs betaald. Juist om deze reden moeten wij in gedachte houden dat wanneer de laatste profeet komt hij op de grootste tegenstand zal moeten  stuiten,  want  Satan weet heel goed dat als hij nu verliest, hij voor altijd verloren heeft. Wat Elia’s werk zeer moeilijk maakt is het feit dat de christenheid zich te lang heeft laten hersenspoelen dat er geen profeet meer komen zal, dat er geen noodzaak voor een profeet bestaat, dat zij genoeg geopenbaarde Waarheid heeft om haar door de  Paarlen Poorten heen te leiden, {GCS:6.2}

6

Het is daarom te verwachten dat de voorzegde Elia zal worden aangeklaagd  als een valse profeet of waarschijnlijk zelfs als de anti-christ, zijtak (of vertakking), en zo meer.{GCS:6.3}

 

Verder is het zo, dat de oude Duivel reeds al zijn krachten aan het werk heeft gezet, verlokkende deuntjes blazend om zoekers naar Waarheid te verlokken om aan boord te klimmen van zijn reclamewagen (met muzikanten). Zijn blinkende schijnwaarheid verleidt steeds velen met zijn waren, terwijl zijn aanvoerders en oversten met meest verheven stem hun “Halleluja,” “Heilige Geest,” “gave van genezing,” gave van tongen,” “gave van wonderen,” en al het andere, uitropen, alhoewel de gehele fanfare verstoken is van zelfs één sprankje leven. Alle wind van leer zal waaien, vals opwekkingen en reformaties zullen ten top stijgen. Alles wat gedaan kan worden zal aangewend worden om de Waarheid te verdraaien om zo de gelovigen te werwarren en te ontmoedigen en hun aandacht e vestigen op iets anders dan de boodschap van Elia.{GCS:7.1}

Deze zal de handelwijze van de duivel zijn terwijl de dag van God nadert, en terwijl Elia die dag aankondigt aangezien de boekrol zich ontvouwt en terwijl de profetieën aangaande de dag van God ontzegeld worden. Zijn werk en zijn uitleg van de profetieën van de grote dag zullen hem aanduiden als de beloofde Elia, de profeet  (“Testimonies to Ministers,’

 7

475.), en dit zal de woede van de duivel als nooit tevoren opwekken. Nietemin, zal onze enige veiligheid te vinden zijn in de onderwijzing van Elia, want er zal geen andere stem van tijdige Waarheid en  gezag  zijn  waartoe  men zich zal kunnen richten. Al de overigen zullen hun slachtoffers blindelings ten verderve leiden.{GCS:7.2}

Laat voortaan uw onderzoek van het onderwerp niet in handen van anderen. Na de feiten gehoord te hebben, kan u alleen, in uw binnenkamer onder gebed en met behulp van de Geest, besluiten of die Elia is gekomen, of dat hij nog komen moet. {GCS:8.1}

Vergeet u echter niet, dat de boodschap die hij verkondigt in zichzelf de geloofsbrieven der Waarheid draagt, en dat geen priester of kerkvoogd voor u kan beslissen wie de Elia wel of niet kan zijn. Neen, zelfs niet de schijn van wat zijn boodschap doet of niet doet, of dat zij voorspoedig is of uiteenvalt, kan als bewijs genomen worden dat God in haar aanwezig is. Vele aanhangers kunnen dat ook niet, want dezulken hebben in geen enkele periode de juistheid van een zaak aangetoond, zelfs niet in de dagen van Christus Persoonlijk toen Hij het Evangelie van het Koninkrijk verkondigde. De boodschap die hij brengt is de enige waar men zich door moet laten leiden.{GCS:8.2}

En aangezien de Vijand niet bij de Waarheid kan komen, doet hij alles wat in zijn vermogen ligt om personen in een slecht daglicht te stellen en is hij opzoek naar fouten bij personen. Nietemin kan de boodschap van de profeet niet beoordeeld worden naar het gedrag van haar belijders, want  zelfs  de apostelen misdroegen {GCS:8.3}

 8

zich vóór de hemelvaart van Christus. Ook de menigte, die Mozes volgde, was alles behalve voorbeeldig; Zij waren infeite in velerlei opzichten ondankbaar. En de “heilige mannen Gods” die de de Schriften schreven waren mannen met fouten. Zelfs Mozes was niet foutloos. Desondanks, was hij toch  de  geroepen  Mozes,  en zijn boodschap en beweging waren de enige voor die tijd. {GCS:8.3}

Gelijkerwijs, ongeacht inachtneming van persoonlijke fouten, zwakheden, en gebreken, zullen de boodschap en de beweging van Elia de enige door God gezondenen zijn, de enigen om ontzag voor te hebben, om lief te hebben, om zich aan te houden, om voor te leven of te sterven. Neen, er zal geen andere bescherming zijn wanneer de hemel zich opend en het onweer in al zijn woest geweld losbarst over de wereld, om op onvermijdelijke wijze  zijn  dodelijke bliksem vanuit de lucht uit te storten{GCS:9.1}

Tenslotte, voor welk ander doel zou ieder juist denkend verstand kunnen veronderstellen dat de Heer Zijn profeet zou zenden als het niet was om gehoor aan hem te geven, zodat zij daardoor kunnen standhouden in de grote en vreselijke dag des HEREN? Inderdaad, waarvoor anders, zou de Heer een profetisch verslag en een belofte van Zijn profeet van de laatste dagen gemaakt kunnen hebben? Broeders, overpeins dit; denk er goed over na. {GCS:9.2}

Dan dit nog, niemand moet vergeten dat wanneer iemand zich bij de Advent kerk voegt, hij dat doet (als hij goed bij zijn verstand is) zonder goedkeuring van zijn vroegere voorgangers (of predikanten). Ook sluit hij zich niet bij de kerk aan vanwege een {GCS:9.3}

9

grote ledental bestaande uit mensen die zich goed gedragen, maar omdat hij weet dat hij de waarheid heeft gehoord zoals geopenbaard door de Geest der Profetie Zelf. Aangezien het kwam door het voortzetten van deze handelwijze dat elk van ons ooit de profeet en de boodschap {GCS:10.1}

aanvaardde, zo moet het ook  blijven  als  wij Elia zullen kennen en ontvangen. Vandaar: “Wij moeten, als nooit tevoren, niet alleen bidden dat God arbeiders in Zijn grote oogstveld zendt, maar dat wij een heldere inzicht van de waarheid mogen bezitten, zodat wanneer de boodschappers der waarheid zullen komen, wij de boodschap kunnen aanvaarden en de boodschapper kunnen respecteren.” — 6 “Testimonies,” p. 420. Niemand zal een andere handelwijze durven volgen in deze zaak. De kroon des levens eist de meest waakzame bescherming ervan, want een gemene vijand tracht het uit onze greep te ontrukken. {GCS:10.2}

.Ik ben vol vertrouwen, broeders, dat u overtuigd bent van de degelijke waarheid van wat wij tot dusver in beschouwing genomen hebben. En nu, door verder te gaan, ben ik ook van overtuigd, dat er overeenstemming zal zijn over het feit dat als onze geestelijke visie helder is om de tijd waar te nemen waarin Elia zal verschijnen, wij dan minder moeite zullen hebben om de ware antwoorden te ontdekken op de rest van onze vragen. {GCS:10.3}

Hoe belangrijk het ook is echter, om in gedachte te houden dat de tijd waarin Elia verwacht wordt “vóór de grote en de vreselijke dag des HEREN” is, toch is alleen deze kennis niet voldoende. Om te weten  wanneer  en  wat de grote en vreselijke dag {GCS:10.4}

10

zelf is, is hoogst belangrijk. Wie zou, zonder deze kennis, mogelijkerwijs Elia kunnen waarnemen wanneer hij zou komen? Zodat deze kennis ons niet ontgaat, spant Inspiratie zich weer in om de dag vast te stellen door de profetie van Maleachi. {GCS:10.4}

Zie, Ik zend Mijn bode [Elia de Profeet, verhevenheid en de  belangrijkheid  van  het hoofdstuk 4 vers 5], en hij zal de weg voor Mij bereiden; en de HERE, Die gij zoekt, zal plotseling tot Zijn tempel komen, (…) Maar wie kan de dag van Zijn komst verdragen, en wie zal standhouden wanneer Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van de smelter, en als het loog van de blekers. En Hij zal zitten als een verfijner en reiniger van zilver; en Hij zal de zonen van Levi reinigen, en hen louteren als goud en zilver, opdat zij de HERE in gerechtigheid een offer kunnen brengen.” Mal. 3:1-4, KJV. {GCS:11.1}

In deze verzen wordt ons vertel, dat de dag des Heren, een dag is van verfijning (of veredeling), van reiniging (of zuivering), van zifting (of scheiding). Verder, duidt de vraag: “Wie kan standhouden op de dag van Zijn komst?” met scherpe nadruk aan, dat sommingen geen stand zullen houden,, dat zij zullen afvallen tijdens de schudding (“Early Writings,” p. 270 / “Eerste Geschriften,” blz. 325) en het proces van verfijning niet zullen doorstaan (5 “Testimonies,” p. 80; id., Vol. 8, p. 250.) {GCS:11.2}

Zult u het zijn, zal ik het zijn, die zal worden uitgeschud? Dat is de grootste vraag die ons wordt voorgehouden. Het kan echter geen van ons zijn, als wij op verstandige  wijze  besluiten  om  het  niet  te laten gebeuren. Stellig, broeders, niemand {GCS:11.3}

11

behoeft in onzekerheid te verkeren. Allen kunnen zeker zowel “de dag” als de Elia kennen als hij deze verkondigt, want tot onze verrassing zal hij aanduiden dat de profeet van de Bijbel de dag beschrijft en ook wat de Heer wil dat wij zullen doen terwijl die dag nadert en wanneer wij aldus doorheen gaan. Allen  zullen  zien  dat alleen Elia de dag kan verkondigen. {GCS:11.3}

Laten wij nu het gebeuren door de ogen van de profeet Joël bezien:Indien wij geen ander visioen van de dag dan die van hem hadden, zou die alleen al volstaan om ons een helder beeld van de grootheid en angstaanjagende van de dag te geven. Zegt hij: {GCS:12.1}

“Blaast de bazuin op Sion, en luid een alarm op Mijn heilige berg; laat alle inwoners des lands beven, want de dag des HEREN komt, want hij is nabij  Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisternis, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, zoals van ouds niet geweest is, en na hem niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten. {GCS:12.2}

“Voor hen verteert een vuur, en achter hen verbrand een vlam; het land is voor hen als de Hof van Eden, en achter hen een woeste wildernis; ja, en niets zal aan hen ontkomen. De verschijning van  hen  is  als   de   verschijning van paarden; en als ruiters {GCS:12.3}

12

zo zullen zij lopen. Als het gedruis van wagens op de toppen van bergen zullen zij springen, als het gedruis van een vuurvlam, die stoppels verteert, als een machtig volk dat in slagorde gesteld is. {GCS:12.3}

“Voor hun aangezicht zullen de volken in pijn zijn; alle aangezichten zullen betrekken. (Vers 7) Als helden zullen zij lopen; als krijgslieden zullen zij de muren beklimmen; en zij zullen marcheren, een ieder op zijn wegen, en zij zullen hun gelederen niet verbreken. {GCS:13.1}

 

“Ook zullen zij de een de ander niet verdringen; zij zullen lopen een  ieder op zijn pad; en als zij op het zwaard vallen, zullen zij niet verwond worden. (Vers 9) Zij zullen de stad doorkruisen; zij zullen op de muren lopen, zij zullen klimmen in de huizen; zij zullen door de ramen naar binnen gaan als een dief. (Vers 10) De aarde zal beven voor hen; de hemel zal bewogen worden; de zon en de maan zullen zwart zijn, en de  sterren zullen hun glans intrekken. {GCS:13.2}

“En de HERE zal Zijn stem verheffen voor Zijn leger heen, want Zijn kamp is zeer groot, want Hij die Zijn woord ten uitvoer brengt is sterk; want de dag des HEREN is groot en vreselijk, en wie kan hem verdragen? (Vers 12) Maar ook nu nog luidt het woord des HEREN: Bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en met vasten en met geween en met rouwklacht. (Vers 13) Scheurt uw hart en niet  uw  klederen  en bekeert u tot  de HERE, {GCS:13.3}

13

 

uw God. Want genadig en barmhartig is Hij, langzaam tot toornen, en groot van goedertierenheid [vriendelijkheid], berouw hebbende over het onheil. (Vers 14) Wie weet of Hij Zich niet zal wenden en berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven, tot een spijsoffer en een plengoffer voor de HERE, uw God. {GCS:13.3}

“Blaast de bazuin te zion, heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst bijeen. Vergadert het volk, heiligt de gemeente, vergadert de oudsten, verzamelt de kinderen, en de zuigelingen; de bruidegom trede uit zijn kamer en de bruid uit haar bruidsvertrek Laat de priesters, de dienaren des HEREN, tussen de voorhal en het altaar wenen en zeggen: Spaar, HERE, Uw volk en geef uw erfdeel niet prijs aan de smaad, dat de heidenen over  hen  zouden heersen; waarom zouden zij onder de volken zeggen: Waar is hun God? {GCS:14.1}

“Dan Zal de HERE ijveren voor Zijn land, en medelijden hebben met Zijn volk. (Vers 19) Ja, de HERE zal antwoorden en tot Zijn volk zeggen: Ziet, Ik zal u koren, en most [ongegiste wijn], en olie zenden, en gij zult daarmee verzadigd worden; en Ik zal u niet meer prijsgeven tot smaad onder de heidenen. {GCS:14.2}

“En Ik zal ver van u verwijderen het noordelijk leger, en hem verdrijven naar een land dat verdord en woest is, met zijn voorhoede naar de oostelijke  zee  en  zijn  achterhoede naar de uiterste zee; en zijn stank  {GCS:14.3}

 

14

zal  opgaan,  en  zijn vuiligheid zal opgaan; want hij heeft groten dingen gedaan. {GCS:14.3}

“Vrees niet, o land, verheug u en wees blijde; want de HERE zal grote dingen doen. Wees niet bevreesd, gij beesten des velds, want de weiden der woestijn zullen weer jong gras voortbrengen; want het geboomte zal zijn vrucht dragen, de wijnstok en vijgeboom zullen hun vermogen geven. {GCS:15.1}

“En gij, kinderen van Sion, verheugt u, en weest blijde in de HERE, uw God, want Hij heeft u de late regen met mate gegeven, en Hij zal de regen doen neerdalen, de vroege regen, en de late regen in de eerste maand. (Vers 24) En de dorsvloeren zullen vol koren zijn, en de perskuipen van most en olie overlopen. {GCS:15.2}

“En Ik zal u de jaren vergoeden, die de sprinkhaan heeft gegeten, de kever, de kruidworm, en de rups, Mijn groot leger, dat Ik onder u gezonden heb. (Vers 26) en gij zult oververvloedig tot verzadiging eten, en prijzen de Naam van de HERE, uw God, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid. (Vers 27) En gij zult weten dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik, de HERE, uw God, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid. {GCS:15.3}

“En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters {GCS:15.4}

15

zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, en uw jongelingen zullen gezichten zien. (Vers 29) Ja, ook over de dienstknechten en over de dienstmaagden, zal Ik Mijn Geest uitstorten.

“En Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. (Vers 31) De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte (of vreselijke) dag des HEREN komt. {GCS:15.4}

“En het zal geschieden, dat een ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen. {GCS:16.1}

“Want zie, in die dagen en te dien tijde, Wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, (Vers 2) zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal daar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn volk en van Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij Mijn land verdeelden. (Vers 3) En over Mijn volk hebben zij het lot geworpen; en een jongen gaven zij voor een hoer, en een meisje verkochten zij voor wijn, zodat zij konden drinken. {GCS:16.2}

“En ook, wat hebt gij met Mij te doen, gij Tyrus en Sidon, en alle grenzen van Palestina? Zoudt gij Mij een  vergelding terug geven? Maar zo gij Mij wilt {GCS:16.3}

16

vergelden, snel, haastig, zal Ik uw vergelding op uw hoofd terugbrengen. (Vers 5) Omdat gij Mijn zilver en Mijn goud hebt weggenomen, en al Mijn kostbaarheden naar uw tempels gebracht. (Vers 6) De kinderen van Juda en de kinderen van Jeruzalem hebt gij aan de Grieken verkocht, om hen ver van hun gebied weg te voeren. {GCS:16.3}

“Zie, Ik zal hen doen opstaan uit de plaats waarheen gij hen verkocht hebt, en Ik zal de vergelding op uw eigen hoofd doen neerdalen. En Ik zal uw zonen en uw dochters verkopen in de hand der kinderen van Juda, en dezen zullen hen verkopen aan de Sabeeërs, naar een verwijderd volk, want de HERE heeft het gesproken. {GCS:17.1}

“Roept dit uit onder de heidenen: Heiligt de oorlog, wekt de helden op, laat naderen, laat optrekken alle krijgslieden. Smeedt uw ploegscharen tot zwaarden, en uw snoeimessen tot speren; de zwakke zegge: Ik ben een held. “Verzamelt u, en komt aan, al gij heidenen, en verzamelt u rondom. O HERE, doe Uw helden daarheen afdalen. (Vers 12) Laat de heidenen opstaan, en zich begeven naar het dal van Josafat; Maar aldaar zal Ik zitten, om te richten alle heidenen van rondom. (Vers 13) Slaat de sikkel erin, want de oogst is rijp geworden; komt, daalt af, want de pers is vol, en de perskuipen lopen over, want hun boosheid {GCS:17.2}

“Verzamelt u, en komt aan, al gij heidenen, en verzamelt u rondom. O HERE, doe Uw helden daarheen afdalen. Laat de heidenen opstaan, en zich begeven naar het dal van Josafat; Maar aldaar zal Ik zitten, om te richten alle heidenen van rondom. Slaat de sikkel erin, want de oogst is rijp geworden; komt, daalt af, want de pers is vol, en de perskuipen lopen over, want hun boos-{GCS:17.3}

17

heid is groot.{GCS:17.3}

“Menigten, menigten in het dal der beslissing; want nabij is de dag des HEREN in het dal der beslissing. De zon en de maan zullen zwart zijn en de sterren zullen haar glans intrekken. En de HERE zal uit SIon brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar de HERE zal de toevlucht van Zijn volk, en de Sterkte der kinderen Israëls zijn. {GCS:18.1}

“Zo zult gij weten, dat Ik, de HERE, uw God ben, wonende op Sion, Mijn heilige berg; dan zal Jeruzalem heilig zijn, en vreemden zullen er niet meer doortrekken. {GCS:18.2}

“En het zal te dien dage geschieden, dat de bergen van nieuwe wijn zullen druipen, en de heuvels van melk zullen vloeien, en alle stromen van Juda van water zullen stromen, en er zal een bron uit het huis des HEREN uitgaan, en zal het dal van Sittim bevloeien.”Egypte zal tot verwoesting worden, en Edom zal worden tot een woeste wildernis, om het geweld, gedaan aan de kinderen van Juda, want zij hebben onschuldig bloed vergoten in hun land. {GCS:18.3}

“Maar Juda zal blijven in eeuwigheid, en Jeruzalem van geslacht tot geslacht. Want Ik zal hun bloed reinigen, dat Ik niet gereinigd heb; want  de  HERE  zal  wonen  op {GCS:18.4}

18

Sion.” (Joël 2:1-32, 3:1-21.) {GCS:18.4}

 

De twee hoofdstukken van Joël geven ons een meest com-pact en levendig beeld van de “grote en vreselijke dag des Heren.” Alleen hieruit kunnen wij duidelijk zien hoe het eruit ziet. En aangezien Elia komt voordat die dag begint, is hij degene die de profetieën van deze dag zal uiteenzetten en dus aankondigen dat die dag op komst is. {GCS:19.1}

Dit bevestigt zeker de conclusie, dat aangezien Elia de grote dag aankondigt, hij slechts de enige kan zijn, die de profetieën aangaande de dag kan uitleggen, die nog steeds een mysterie voor de christenheid zijn, en zelfs voor onze eigen kerkgenootschap! Inderdaad, om te herhalen, juist om deze reden is de profeet gestuurd. Hij moet de boekrol ontvouwen, om uit te leggen hoe de dag des Heren eruit ziet, wat de Heer dan zal doen, en hoe wij Zijn oordelen kunnen overleven. Om het feit opnieuw te benadrukken, moet wederom gezegd worden dat als laatste profeet, Elia daarom de enige is, die ons verstand kan verhelderen aangaande al de profetieën die betrekking hebben op de grote en vreselijke dag des Heren — profetieën, die hiervoor slecht mysteries waren geweest voor een ieder. Aldus zal hij, zoals de Schrift zegt, de bazuin blazen te Sion, en zal hij allarm slaan op Gods heilige berg, in de kerk dus. {GCS:19.2}

Door dit te doen, zet hij de kracht in beweging, {GCS:19.3}

19

die alles zal herstellen. Vandaar de duidelijke verklaring van Christus, “Elia zal waarlijk eerst komen, en alles herstellen.”Matt. 17:11. Het is dus onvermijdelijk,, dat wij zonder zijn boodschap zullen sterven in onze onwetendheid en in onze zonden – niet voortleven om de voltooiing van het herstel te zien. {GCS:19.3}

De slotsom van Joël’s profetie in hoofdstuk 2 en ook in hoofdstuk 3, laat duidelijk zien, dat “de grote en vreselijke dag des HEREN” de tijd is waarin God Zijn volk zal verlossen van de heidense naties, en hun bloed zal reinigen. Maar indien u de opmerking maakt: Maar wij hebben nooit van iets dergelijks gehoord! Wel nu, als het Gods Woord is, zullen wij het horen. En Juist daarom is Elia gestuurd. Betreffende de reiniging zegt de Schrift: {GCS:20.1}

 “En het zal geschieden, dat een ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden; want op de berg Sion en te Jeruzalem zal verlossing zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en in het overblijfsel dat de HERE zal roepen. Maar Juda zal blijven tot in eeuwigheid, en Jeruzalem van geslacht tot geslacht. Want Ik zal hun bloed reiningen, dat Ik niet gereinigd heb; want de HERE woont te Sion.” Joël 2:32; 3:20, 21, K.J.V. {GCS:20.2}

En mochten wij nog steeds vragen wanneer dit zal geschieden, geeft Joël ons zelfs meer licht: {GCS:20.3}

“Want zie, in die dagen en te {GCS:20.4}

20

dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en Jeruzalem, zal Ik ook alle volken verzamelen, en hen afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal daar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn volk en van Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij Mijn land verdeelden.”Joël 3:1,2. {GCS:20.4}

Joël legt zelfs grotere nadruk op de vreselijkheid van de dag, dan Maleachi, want hij zegt: {GCS:21.1}

” (…) de dag des HEREN is groot en zeer geducht; en wie kan het verdragen? Joël 2:11. {GCS:21.2}

Zoals u ziet, legt de profeet de grootste nadruk op de vreselijkheid van die dag dan op de grootheid ervan. Opnieuw waarschuwt hij: {GCS:21.3}

 

Wee die dag, want nabij is de dag des HEREN, als een verwoesting zal hij komen van de Almachtige.” Joël 1:15. {GCS:21.4}

Wederom, deze keer door de profeet Eze-chiël, verklaart Inspiratie het met de volgende woorden: {GCS:21.5}

“Daarom, zeg tot het huis Israëls [de kerk]: Zo zegt de Here HERE: niet om uwentwil doe Ik het, o huis Israëls, maar om Mijn heilige naam, die gij ontheiligd hebt onder de heidenen, in wier gebied gij gekomen zijt. Want Ik zal Mijn grote naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, die gij in het {GCS:21.6}

21

midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HERE ben, spreekt de Here God, als Ik in u voor hun ogen zal geheiligd zijn. {GCS:21.6}

“Want Ik zal u weghalen onder de heidenen, en u verzamelen uit alle landen, en u brengen in uw eigen land. Dan zal Ik rein water over u sprengen, en gij zult rein zijn; van al uw onreinheden en van al uw  afgoden, zal Ik u reinigen. {GCS:22.1}

“Een nieuw hart zal Ik u geven, en een nieuwe geest zal Ik in uw binnenste leggen; en Ik zal het hart van steen wegnemen uit uw vlees, en Ik zal u een hart van vlees geven. En Ik zal Mijn Geest in uw binnenste leggen en maken, dat gij naar Mijn inzettingen wandelt, en gij zult naarstig Mijn verordeningen bewaren en doen. {GCS:22.2}

“En gij zult in het land wonen dat Ik aan uw vaderen gegeven heb; en gij zult Mijn volk zijn, en Ik zal uw God zijn.” Ezech. 36:22-28, K.J.V.) {GCS:22.3}

Aangezien de Schriften duidelijk Elia en zijn werk in beeld brengen, en ook hoe de dag eruit zal zien, behoeft niemand die op nederige wijze over hem en zijn werk raadpleegt te gissen of in duisternis te verkeren over zijn identiteit of zijn opdracht, want het is zijn van God gegeven plicht de tijdige waarheden te publiceren zoals ze aan hem geopenbaard zijn vanuit de profetieën. Dus zullen allen die gewillig en gehoorzaam zijn, geen moeite hebben hem en zijn boodschap te herkennen (Joh. 7:17). Zij zullen weten dat een ieder, {GCS:22.4}

22

die met een andere boodschap komt dan die gevonden wordt in de profetieën aangaande de grote en vreselijke dag des HEREN, niet de beloofde Elia is. {GCS:22.4}

Wat meer is, zou God een andere Elia zenden, dat wil zeggen, iemand met een andere boodschap dan die van de grote en vreselijke dag des HEREN, en als hij niet zou opeisen de Elia te zijn, dan zou hij niet liegen. Vandaar dat, indien iemand beweert dat hij de Elia is, maar een andere boodschap brengt dan die van de grote en vreselijke dag des HEREN, het op zichzelf genomen een duidelijk bewijs is dat hij geen profeet van God is maar een gemene bedrieger. En als iemand u zou vertellen dat een vroegere profeet de belofte heeft vervuld, hoewel de profeet zelf dat niet bevestigd heeft, dan betekent het niét met zekerheid weten dat dezulken niet voor de God van Elia werken maar voor de duivel, de Laodicea-toestand van het slechtste soort. {GCS:23.1}

“Laat ons handelen als christenen, betrouwbaar als staal aan God en aan Zijn heilig werk; snel in het opmerken van de valstrikken van Satan in zijn verborgen misleidende werkingen door de kinderen der ongehoorzaamheid.” “Testimonies to Ministers,” p. 276. {GCS:23.2}

Aangezien de beloofde Elia de laatste profeet is voor de kerk vandaag, zoals Johannes de Doper de laatste profeet voor de kerk was in zijn dagen, en aangezien het laatste werk op aarde het Oordeel der Levenden is, treedt de waarheid als het daglicht {GCS:23.3}

23

 naar voren, dat Elia’s  boodschap de boodschap is van het Oordeel der Levenden. Het is de laatste [boodschap], die juist in de aard van het evangelie van meest verheven belang en gevolg is dan welke andere boodschap ook, die ooit aan de mensen verkondigd is. {GCS:23.3}

Natuurlijk rijst nu de vraag, wat de aard is van het Oordeel der Levenden. Aangezien wij allen als Zevende-dags Adventisten vertrouwd zijn met het werk van het Oordeel der Doden, zouden wij geen moeite moeten hebben met het vaststellen van het Oordeel  der  Levenden. Wij weten dat het eerstgenoemde de namen van de afvalligen en de zondaren zal afscheiden van de namen van hen die berouw getoond hebben en hen die standvastig gebleven zijn die zich onder de doden bevinden. Het verwijdert alleen hun namen, want hun lichamen zijn vergaan. Wij weten ook, dat het moet vastleggen wie de Hemel zal doen tevoorschijn komen uit hun graven bij de eerste opstanding (Openb. 20:5). Wat anders kan, in overeenkomst met dit gegeven, het Oordeel der Levenden zijn, dan het lichamelijk “uitwerpen” van de zondaren die nog leven temidden van de berouvollen, zoals het in figuurlijke zin wordt aangetoond in de gelijkenis van het net — het scheiden van de slechte vissen van de goede. {GCS:24.1}

Hetzelfde gebeuren wordt naar voren gebracht in de gelijkenis van het scheiden van het onkruid van de tarwe (Matt. 13:30), zo ook in de gelijkenis van het bruilofts {GCS:24.2}

24

kleed en die van de talenten (Luk. 14:16-24; Matt. 25:14-30). Elk van dezen leveren aanvullend bewijs dat de scheiding het oordeel is, tijdens welke het kaf wordt weggeblazen en de tarwe wordt binnengehaald. En aangezien elk van hen verwijst naar de scheiding, het oordeel van hen die in de kerk zijn, in het huis van God, waaruit de eerste vruchten komen, de 144.000, beeld elk van hen hetzelfde feit uit, zoals de apostel Petrus dat doet: {GCS:24.2}

“Want de tijd is gekomen dat het oordeel moet beginnen bij het huis Gods; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die het evangelie van God niet gehoorzaamd hebben?” 1 Pet. 4:17, K.J.V. {GCS:25.1}

Als aanvullende getuigenis verklaart de profeet Zefanja: {GCS:25.2}

“En het zal te dien tijde geschieden, dat Ik Jeruzalem met lampen zal doorzoeken, en de mannen straffen die dik geworden zijn op hun droesem; die in hun hart zeggen: De HERE zal geen goed doen, noch zal Hij kwaad doen. Daarom zal hun vermogen tot een roof worden, en hun huizen tot verwoesting. Zij zullen huizen bouwen, maar zij zullen ze niet bewonen; en zij zullen wijngaarden planten, maar zij zullen de wijn daarvan niet drinken. {GCS:25.3}

“De grote dag des HEREN is nabij; hij is nabij, en zeer haastende, namelijk de stem van de dag des HEREN; De held zal daar bitter schreeuwen. Die dag is een dag des toorns, een dag van benauwdheid  en angst, {GCS:25.4}

25

 een dag van woestheid en verwoesting, een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisternis, een dag van bazuingeschal en krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens. {GCS:25.4}

“Dan zal Ik de mensen benauwen, zodat zij gaan als blinden, omdat zij tegen de HERE gezondigd hebben; en hun bloed zal worden uitgestort als stof, en hun ingewanden als drek. Noch hun zilver, noch hun goud zal hun kunnen redden op de dag van de toorn des HEREN. Maar door het vuur van Zijn ijver zal het ganse land verteerd worden; want Hij zal een voleinding maken, gewis, een haastige, met al de inwoners van dit land.” Zef. 1:12-18, K.J.V. {GCS:26.1}

Deze verzen zijn zo duidelijk, dat zij geen uitleg behoeven. {GCS:26.2}

Ons onderwerp voert ons terug naar Joëls’ profetie: {GCS:26.3}

“De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft, en in het overblijfsel, die de HERE roepen zal. Want zie, in die dagen, en te dien tijde, wanneer Ik terug zal brengen uit gevangenschap uit Juda en uit  Jeruzalem,  zal Ik ook bijeenbrengen  alle na {GCS:26.4}

26

tiën, en hen afvoeren naar het dal van Josafat, en daar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn volk en van Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij Mijn land verdeelden.” Joël 2:31, 32; 3:1, 2, K.J.V. {GCS:26.4}

Uit deze verzen wordt in een oogopslag gezien dat de scheiding (het Oordeel) niet alleen in het huis Gods, maar ook in de wereld plaatsvindt. De Heer zegt zeer nadrukkelijk:   “Ik zal ook  bijeenbrengen  alle natiën, (…) en daar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn volk(…)” Vers 2. {GCS:27.1}

Dezelfde gebeurtenis, de scheiding in de kerk, is ook voorzegd in de Openbaring: {GCS:27.2}

“En de slang [de duivel] wierp uit zijn bek water achter de vrouw als een stroom, [een onbekeerde menigte]  om haar door de stroom te laten meesleuren. En de aarde kwam de vrouw te hulp en de aarde opende haar mond en verzwolg de stroom, die de draak uit zijn bek had geworpen [deed weg de huichelaars, de twijfelaars en zij, die mensen achterna lopen]. En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen het overblijfsel [tegen hen, die ontkwamen] van haar nageslacht [zij, die haar ware kinderen  zijn],  die  de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben.” (Openb. 12:15-17.) {GCS:27.3}

Aldus, maken beide Schriftgedeelten en logica duidelijk,

27

dat deze ontkomenen en afgescheidenen in feite het overgebleven volk van God zijn. {GCS:27.4}

Wanneer de kerk eenmaal gereinigd is, — de zondaren uit haar midden verwijderd zijn — dan zal de roep gedaan door “het overblijfsel” van Gods volk om uit Babylon te komen, voortgang vinden met een zeer luide stem: {GCS:28.1}

“En ik hoorden een andere stem uit de hemel zeggen: Komt uit haar, Mijn volk, opdat gij geen deel hebt aan haar zonden, en dat gij niet ontvangt van haar plagen.” Openb. 18:4, K.J.V. {GCS:28.2}

De Schrift maakt ons duidelijk, dat Deze uitgeroepenen zullen worden verwezen naar een plaats (Ezech. 36:24; Jes. 66:20) waar geen zonde heerst (Jes. 35:8; 52:1; 62:12), en waar geen vrees is dat de plagen op hen zullen vallen (Jes. 4:5, 6; 32:17-20; Ps. 91:10). Dit betekent dus dat zij worden verzameld in de gereinigde kerk van God — het koninkrijk van de Eerste Vruchten. {GCS:28.3}

Deze laatste scheiding die plaats zal vinden in Babylon’s domein, wordt verder door Christus’ gelijkenis bevestigd: {GCS:28.4}

“En alle natiën zullen voor Hem worden vergaderd, en Hij zal hen van elkaar scheiden, zoals een herder zijn schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan de linker hand.” Matt. 25:32, 33. {GCS:28.5}

Wat de eerstgenoemde scheiding betreft,

28

de scheiding welke plaatsvindt in het huis van God, deze wordt uiteengezet in zowel de profetie van Ezechiël als in die van Jesaja {GCS:28.6}

Ezechiël verklaart:

“En de HERE zeide tot hem: Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en maak een teken op de voorhoofden der mannen die zuchten en kermen over al de gruwelen die daar bedreven worden. Tot de anderen zeide Hij te mijnen aanhoren: Trekt achter hem aan door de stad en slaat neer. Ontziet niet en hebt geen deernis (= medelijden). Grijsaards, jongelingen en jonge meisjes, kleine kinderen en vrouwen, moet gij doden en verdelgen; maar niemand die het teken draagt, moogt gij aanraken; bij Mijn heiligdom moet gij beginnen. Toen begonnen zij bij de mannen, de oudsten, die zich vóór het huis bevonden.” Ezech. 9:4-6. {GCS:29.1}

Jesaja verklaart: {GCS:29.2}

 

“Want zie, de HERE zal komen met vuur, en met Zij wagens als een wervelwind, om Zijn toorn te openbaren met wraak, en zijn berisping met vuurvlammen. Want te vuur en te zwaard zal de HERE gericht oefenen over al wat leeft; en de door de HERE verslagenen zullen talrijk zijn. {GCS:29.3}

“En Ik zal onder hen een teken plaatsen, en Ik zal hen die ontkomen zijn zenden naar de volken — naar Tarsis, Pul en lud, die de boog spannen, naar Tubal en Jawan, naar de {GCS:29.4}

29

verre kustlanden, die de tijding aangaande Mij nog niet hebben gehoord, noch Mijn heerlijkheid hebben gezien — opdat zij Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen. En zij zullen al uw broeders brengen uit alle volken als een offer voor de HERE; op paarden en op wagens, op draagstoelen; op muildieren en op snelle kamelen, naar Mijn heilige berg, naar Jeruzalem, zegt de HERE, zoals de Israëlieten het offer in rein vaatwerk naar het huis des HEREN brengen.” Jes. 66:15, 16, 19, 20, K.J.V. {GCS:29.4}

Niemand anders dan de hopeloze Laodiceeër, hij die vasthoudt aan zijn dagdromen dat hij niets meer nodig heeft, — geen Waarheid of profeten meer, — kan in gebreke blijven om te zien dat de profetieën betreffende de dag van God slechts voor hem duistere zinnen zijn, dat hij aan alles behoefte heeft in plaats van aan niets. De boodschap aan Laodicea (het Oordeel der Doden) is zeker niet Elija’s boodschap, al denken velen dat dit wel het geval is. De blindheid van velen wordt door de Heer zelf aangeduid: “Omdat gij zegt: Ik ben rijk, en heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte.” {GCS:30.1}

Wij weten bovendien, dat het werk van Elia bestond uit het vernietigen van de valse profeten en priesters die de Baäl inplaats van God dienden, zij die het vroegere Israël {GCS:30.2}

30

in het grootste bedrog en dwaasheid van die dagen leidden. Daarom, moet dienovereenkomstig het werk van de anti-typische Elia, die in de geest en de kracht van de typische Elia is, gelijk zijn aan de werk herstellende Waarheid van Elia en gerechtigheid, en een oordeel brengen over de valse profeten en leraren in de anti-typische dag hetgeen op zichzelf genomen de scheiding van het kaf van de tarwe is — het werk van het Oordeel der Levenden. {GCS:30.2}

Het degelijk bewijs dat de Schriften over dit onderwerp hebben vergaard, hebben, en ik ben opnieuw overtuigd, de beschouwer beindrukt, dat hij hier tegenover Gods plechtige Waarheid staat voor deze afsluitingsuren van de genadetijd. Allen, die tot dusver onbevooroordeeld (of onpartijdig) hebben nagedacht over dit onderwerp, zullen nu zeker verder gaan met het volgende deel, teneinde “alle dingen te onderzoeken, [en om] vast te houden hetgeen goed is.” {GCS:31.1}

Nu de volgende vraag: “Zal de vroegere profeet Elia in eigen persoon her-verschijnen, of zal iemand anders, die dezelfde geest en kracht bezit, zijn plaats innemen? {GCS:31.2}

De verklaring van Johannes de Doper dat hijzelf niet de Elia was, en de verklaring van Jezus dat Johannes de Elia van die dagen was, dus niet van onze dagen, verduidelijken drie punten: {GCS:31.3}

(1)Dat Johannes in geen enkele zin des woords de opdracht van Elia {GCS:31.4}

31

vervulde, die  moet komen voor de grote en vreselijke dag des HEREN, maar dat hij, als de laatste profeet voor de kerk van zijn dagen, eenvoudigweg kwam in de geest en de kracht van Elia, om de weg voor te bereiden voor de eerste komst des Heren. Vandaar dat de Elia van de grote en geduchte dag des Heren, de laatste profeet tot de kerk van vandaag, in dezelfde geest en kracht komt, om de weg voor te bereiden van de Tweede komst des HEREN. {GCS:31.4}

(2) Dat aangezien Johannes de Elia van zijn dagen was, maar niet de Elia de Tisbiet in eigen persoon, dan behoeft de belofte van de profeet Elia niet noodzakelijkerwijs vervuld te worden door de vroegere profeet in eigen persoon. {GCS:32.1}

(3) Dat aangezien de Elia van de eerste komst van Christus één persoon was, en het feit dat ook Elia van de berg Carmel van vroeger één persoon was, niet een menigte van priesters, dan moet aldus redenerende de Elia van vandaag ook één persoon zijn, niet een menigte van predikers. {GCS:32.2}

De belofte, op zichzelf, betreft slechts één, niet meerderen, en, met slechts één

uitzondering, weten wij van géén andere tijd dat God twee profeten tegelijkertijd heeft gebruikt (laat staan vele), om één boodschap aan één volk mede te delen. Hij heeft steeds één geroepen, en die ene, heeft onderleiding van de Geest, anderen in dienst genomen om hem te helpen de boodschap naar het volk te brengen. Alleen op die manier werden alle anderen geïndentificeerd met een geroepene. {GCS:32.3}

32

Wat een godlasterende beroving! Waarom zou men trachten de waarheid betreffende het ambt van de profeet te stelen, om daarvoor in de plaats met een leugen verder te gaan, — om te zeggen dat Elia geen persoon is maar een groep mensen, in het  licht van het feit dat de typen, en ook de profetie, naast de wet en orde van de Hemel, iets dergelijks niet toestaan. Om aldus in te gaan tegen de Heilige Schrift is ronduit een poging om de beloofde profeet van God weg te doen, zoals Farao trachtte om Mozes te doden door het laten verdrinken van de Hebreeuwse jongetjes, en gelijkerwijs Herodes trachtte om Christus te doden door de slachting van de kleine kinderen van zijn dagen! Wat een goddeloze daad! Broeders, Overpeins ook dit. {GCS:33.1}

Nogmaals, indien iemand ingaat op het idee dat deze belofte van een profeet een menigte van predikers voorstelt, dan houdt, zo zeker als dat er leven in u is, die persoon zichzelf even erg voor de gek als die misleide volgelingen van Korach, Dathan, en Abiram zichzelf voor de gek hielden in hun aanmatigende manier van denken, dat die drie, die het profetisch amt begeerden, en die zichzelf daartoe bevorderden, ook profeten waren zoals Mozes dat was. Deze drie bedriegers, en dat moet niet vergeten worden, beweerden zelfs dat de hele menigte heilig was (Num. 16:1-3)! Maar waren zij dat? En zo zeker als dat de aarde hen toen verzwelgde, zo zeker zullen dezulken in deze dagen, ook verzwolgen worden door de aarde, wanneer zij haar mond opent en de stroom [of vloed] wegneemt (Openb. 12:16). {GCS:33.2}

33

Jammer genoeg zullen zij, die liever een leugen zouden willen geloven, en op die wijze de dwaas uithangen, zo handelen; niets zal hen tegenhouden. Van ganserharte moet echter de hoop gekoesterd worden, broeders, dat u volgelingen van God bent en van Zijn Geest in Waarheid; dat u geen  volgelingen  van  mensen bent, of van uzelf, want het gewicht van het onderwerp daagt allen uit tot de meest ernstige bedachtzame en moedige beslissing. Daarom, zullen wij nu ernstig verdergaan met deze besloten beschouwingen: {GCS:34.1}

Aangezien God niet aan het experimenteren is, en daar Hij meent wat Hij zegt, zou u niet moeten twijfelen aan het feit dat de Schriften betreffende de anti-typische Elia (hij, die de kerk moet doen ontwaken en de Laodiceeërs moet waarschuwen betreffende “de grote en vreselijke dag des HEREN”) duidelijk maken, dat hij één persoon is. Hij zal zeer zeker ook getrouwe helpers hebben, maar volgens de profeet Nahum zal hij veel gebruik maken van de drukpers en hij zal zijn boodschap per post verzenden overal naartoe, zoals (boom)bladeren in de herfst worden verspreid. Het zal hem niet schelen wat met zijn publicaties wordt gedaan, maar hij zal er voor zorgen dat zij in alle handen, schoten, zakken, tuinen of vuilnisbakken in Laodicea terechtkomen. Vervolgens luidt het geïnspireerde woord betreffende de manier waarop de profeet zijn boodschap naar de kerk zal brengen als volgt: {GCS:34.2}

“Ziet op de bergen de voeten van hem, die goede boodschap brengt. die vrede publiceert [verkondigt]! O Juda, vier uw {GCS:34.3}

34

plechtige feesten, betaal uw geloften; want de goddeloze zal voortaan niet meer door u heen trekken; hij is volledig afgesneden.” Nahum 1:15, “K.J.V.” {GCS:34.3}

De Heer heeft aldus, door de profeet Nahum, gezegd, dat degene die bekend maakt dat de tijd is aangebroken dat de goddelozen  temidden van Gods volk worden afgesneden (hetgeen, zoals wij reeds gezien hebben, het Oordeel der Levenden en dus “de grote en vreselijke dag des HEREN is,”) de bekendmaking van deze gebeurtenissen door zijn publicaties zal doen. Voorts, zegt de profeet Jesaja betreffende deze tijdige waarheid, over dit “voedsel op de juiste tijd,” dat het kosteloos zal worden uitgegeven aan een ieder — “zonder geld en zonder prijs.” Verder, dringt hij bij hun eropaan, om op te houden hun geld te verspillen door het kopen van “hetgeen geen brood is” (Jes. 55:1,2) — aan datgene, wat niet door God is geïnspireerd. {GCS:35.1}

Wat is de raadgeving des Heren betreffende de Stem van de publicaties van Elia? Wat is de Titel van hen? {GCS:35.2}

Het antwoord komt van de profeet Micha: {GCS:35.3}

“De Stem des HEREN roept tot de stad, en de wijze zal uw naam zien –: Luistert naar de Staf [of Roede], en naar Wie hem aangesteld heeft.” (Micha 6:9, K.J.V.) {GCS:35.4}

Hier is een Staf die spreekt; en zijn stem, verduidelijkt de Schrift, is de

35

stem van God tot Zijn volk gericht. En aangezien “De Herders Staf,” [Eng., “The Shepherd’s Rod”] de publicaties die de boodschap van “de grote en vreselijke dag des HEREN” bevatten, de enige Staf is die ooit heeft gesproken, dan zijn het de publicaties van de “Staf” die de Heer ons opdraagt om naar te luisteren. Sommigen mogen de publicaties “zijtak” noemen, anderen mogen ze “rommel” noemen (Counsels on Sabbath School Work,” p. 29), maar de Heer noemt hen de “Staf,” en Zijn raad is, dat wij naar die stem luisteren. Naar Waarheid gesproken,  aan  genzien de Staf [Eng., “The Rod”] een symbool is van gezag, verbetering en redding, welke andere titel kan dan een geschiktere aanduiding hebben zodat het de boetvaardige redden kan en de onboetvaardige zal vernietigen? Het was de Herders Staf die het vroegere Israël bevrijdde, en de Heer heeft de “Herders Staf” gekozen om het moderne Israël te verlossen. Het was een Staf die de eerste Exodus (uittocht) leidde, en nu wordt gezien dat een Staf zich gereed maakt om de tweede Exodus te leiden (Jes. 11:11; Micha 7:14, 15; Ezech. 20:36, 37). {GCS:35.5}

Nu wij gehoord hebben wat de Schriften over het onderwerp zeggen, laat ons dan vervolgens horen, wat de grondleggers van de Kerk der Zevende-dags Adventisten te zeggen hadden in hun dagen: {GCS:36.1}

“Maar was de profetie geheel in vervulling gegaan in Johannes de Doper? Wij antwoorden: Neen; want het is inniger verbonden met de grote dag des HEREN, dan de opdracht van Johannes. Zijn werk verwees uitsluitend naar de eerste advent maar {GCS:36.2}

36

de profetie moet  in het bijzonder meer betrekking hebben op de tweede advent, hetgeen de kronende gebeurtenis is, die de grote en vreselijke dag des HEREN inluidt.” — “Revieuw and Herald,” February 23, 1864. {GCS:36.2}

“Zegt u, dat de profetie door één persoon moet worden vervuld? Wij antwoorden: Niet noodzakelijkerwijs; want de zaak van Johannes toont ons aan, dat het niet de persoon is, maar de geest en de kracht die de profetie vervult; en waarom kan deze geest en kracht niet een lichaam van mannen vergezellen, zowel als de enkeling, in  het  bijzonder,  als  het werk om een dergelijk toe-genomen agentschap vraagt?” — “Review and Herald,” Feb. 23, 1864. {GCS:37.1}

“Wij zeggen, dan, dat wij geloven dat de derde-engel boodschap heden de profetie van Maleachi 4:5, 6 aan het vervullen is. Laat echter niemand bedrogen worden door de inbeelding dat Elia persoonlijk zal verschijnen, maar men moet acht slaan op het werk dat persoonlijk voor hun ogen wordt verricht.” – “Revieuw and Herald,” February 23, 1864. {GCS:37.2}

De grondleggers van de kerk geven hier op niet te weerleggen wijze te kennen dat de profeet van vroeger niet persoonlijk opnieuw zal verschijnen. Deze citaten verklaren verder, dat alhoewel de profe- [p. 38.] tie zelf één persoonlijke profeet vereist, zij het werk niet  beperkt tot één persoon, maar tot een groep, bestaande uit helpers, aangesteld door de Heer en begiftigd met de geest {GCS:37.3}

37

en kracht van Elia. {GCS:37.3}

Deze aanhalingen worden verder toegelicht door “Early Writings:”

“En ik zag de derde engel. Mijn begeleidende engel zei: ‘Vreselijk is zijn werk. Ontzagwekkend is zijn opdracht. Hij is de engel die de tarwe van het onkruid zal scheiden, en de tarwe zal verzegelen, of binden, voor de hemelse graanschuur. Deze dingen zouden het gehele verstand en alle aandacht moeten opeisen.” — “Early Writings,” p. 118/ “De Eerste Geschriften,” Blz. 135, 136. {GCS:38.1}

In dit citaat wordt ons duidelijk verteld, dat de derde-engel boodschap in haar laatste fase de “oogst” — het Oordeel der Levenden is. {GCS:38.2}

Om te herhalen:

“De tijd van het Oordeel is een meest ernstige periode, wanneer de HERE de Zijnen vergadert temidden van het onkruid.” — “Testimonies to Ministers,” p. 234. {GCS:38.3}

“De derde-engel boodschap” in haar eerste fase, het Oordeel der Doden,  werd  door  één persoon aan de kerk geopenbaard, de grondlegger van het kerkgenoodschap, en die persoon heeft andere medewerkers aangesteld. Zo moet het ook zijn met betrekking tot de boodschap in haar laatste fase, het Oordeel der Levenden. Bovendien, aangezien het eerste deel van de derde-engel boodschap, het Oordeel der Doden dus, noch de laatste boodschap{GCS:38.4}

38

 omvat noch het Oordeel tot een afsluiting brengt, maar inplaat daarvan slechts de eerste fase ervan overspant, dan is het laastse deel van de derde-engel boodschap, het Oordeel der Levenden, noodzakelijkerwijs de laatste boodschap en de laatste fase van het Oordeel.In feite zijn de Drie-engelen Boodschappen slechts indirect van toepassing op het Oordeel der Doden, want het Oordeel der Levenden is de meest belangrijke gebeurtenis. Dat wil zeggen, de engel wordt niet in het bijzonder gezonden om uiteen te zetten wat het Oordeel doet met de doden, maar wat het zal doen met de levenden. {GCS:38.4}

Bovendien, is het Oordeel der Doden niet de boodschap van “de grote en vreselijke dag.” Het roert zelfs niet eens de profetieën aan van de grote en vreselijke dag des HEREN. En aangezien degene door wie de boodschap van het Oordeel der Doden werd ontvouwd reeds vele jaren dood is, en aangezien nog  niets, laat staan “alle dingen,” is hersteld, en aangezien diegene nooit heeft opgeëist de Elia te zijn, noch dat zij de profetieën van het Oordeel der Levenden zou ontvouwen, kan daarom niemand in alle eerlijkheid en onschuld zeggen, dat Elia reeds gekomen en reeds gegaan is. Deze feiten in aanmerking nemend, zou het dwaasheid in de laagste vorm zijn, zo niet godslastering, van  een  ieder, om haar zulke beweringen ten laste te leggen, of om het denkbeeld te koesteren dat haar profetisch ambt meer heeft vervuld dan een voorbereidend deel van de opdracht van Elia. {GCS:39.1}

Aldus zien wij, dat hoe meer wij het onderwerp

39

beschouwen, des te duidelijker de waarheid wordt, dat de Derde-engel Boodschap in haar laatste fase het Oordeel der Levenden is, de oogst. Het is dus duidelijk, dat het werk van Elia licht zal werpen op het Oordeel der Levenden. Vandaar –{GCS: 40.1}

“(…) Zij die de weg zullen voorbereiden voor de tweede komst van Christus, worden voorgesteld door de getrouwe Elia, Zoals Johannes in de geest van Elia kwam om de weg voor te bereiden voor de eerste komst van Christus (…)” — “Testimonies,” Vol. 3, p. 62. {GCS: 40.2}

.

Klaarblijkelijk kunnen de Laodiceeërs onmogelijk de wegbereiders zijn van de tweede komst van Christus, zonder de boodschap van het Oordeel der Levenden, de laatste, en bovendien verklaart de Heer, dat zij zelf op het punt staan om uitgespuwd te worden. Het is dus noodzakelijk, dat de Laodiceeërs indien mogelijk door de profeet Elia moeten worden opgewekt, voordat zij, in hun droom van rijk te zijn zonder zijn boodschap, omkomen in  hun zonden, en aldus geen standhouden in het Oordeel. {GCS: 40.3}

Hier is zuster White’s eigen profetie van het werk van de grote en vreselijke dag, die, toen zij het optekende, nog in de toekomst lag: {GCS: 40.4}

“De slotwoorden van Maleachi zijn een profetie betreffende het werk dat moet worden gedaan in voorbereiding van de eerste en tweede komst van Christus.” – “Southern Watchman,” March 21, 1905 {GCS: 40.5}

 

40

“Het werk van Johannes de Doper, en het werk van hen die in de laatste dagen voortgaan in de geest en kracht van Elia om de mensen van hun onverschilligheid te bevrijden, is in vele opzichten hetzelfde. Zijn werk is een type werk dat in deze eeuw moet worden verricht. Christus komt ten tweede male weder om de wereld rechtvaardig te oordelen. De boodschappers van God die de laatste waarschuwingsboodschap aan de wereld zullen geven, bereiden zich op de tweede komst voor, gelijk Johannes de weg bereidde voor de eerste komst van Christus. ” – “Southern Watchman,” March 21, 1905. {GCS: 41.1}

“… In het uur van de grootste verzoeking, zal de God van Elia menselijke werktuigen doen opstaan om een boodschap uit te dragen, die niet tot zwijgen zal worden gebracht.” – “Prophets and Kings,” p. 187. {GCS: 41.2}

“Laat de Hemel Leiden”

“Profetie moet in vervulling gaan. De Heer zegt: ‘Zie, Ik zal u de profeet Elia zenden voordat de grote en vreselijke dag des Heren komt.’ Iemand zal komen in de geest en in de kracht van Elia, en wanneer hij verschijnt, kan men zeggen: ‘U bent te ernstig, u legt de Schriften niet op de juiste wijze uit. Laat mij u vertellen hoe u uw boodschap moet verkondigen.” (“Testimonies to Ministers,” {GCS: 41.3}

41

  1. 475, 476. Een citaat uit “The Review and Herald,” Feb. 18, 1890).{GCS: 41.3}

Dit is het grootste gevaar van allen — zelfs voor gelovigen. Zo duidelijk is het inderdaad dat “wij meer van binnen [de kerk] te vrezen hebben dan van buiten. De hindernissen tot kracht en sucses zijn veel groter in de kerk zelf dan van de wereld.” (“Review and Herald,” March 22,1887.) Op z’n zachts gezegd, zij die binnen [de kerk] zijn zouden beter moeten weten dan zichzelf in de verleiding te brengen te pogen de ark in balance te houden, alsof God hun aangesteld heeft Zijn plaats in te nemen en om Zijn profeten te leiden, daarbij niet alleen het profetisch amt begerend, maar ook nog het gezag van God! Wat een belediging, niet alleen aan het eigen intelect, maar ook aan het adres van God in Eigen Persoon! {GCS: 42.1}

Van het licht dat nu geworpen wordt op dit onderwerp, kunt u, als nooit te voren, zien, broeders, dat wij aangekomen zijn bij het meest belangrijke uur van het leven, een tijd waarin wij niet langer  dit onderwerp oppervlakkig en onverschillig kunnen behandelen, maar waarin wij God moeten vragen ons te leiden in Zijn Waarheid voor deze tijd, voordat wij blindelings (zonder inspiratie) voortlopen naar de ondergang. En met grotere ernst zouden deze plechtige woorden aan de kerk gericht ter harte genomen moeten worden: {GCS: 42.2}

“… In het laatste plechtige werk zullen weinig mannen van naam deel hebben. Zij zijn zelf-ingenomen, onafhankelijk van God, en Hij kan ze niet gebruiken. De Heer heeft getrouwe {GCS: 42.3}

42

dienstknechten, die in de tijd van de schudding en toetsing een  ontsloten  blik  zullen hebben.” (5 “Testimonies,” p. 80) {GCS: 42.3}

“…De boodschappen van de Hemel hebben een geaardheid die tegenstand opwekt. De getrouwe getuigen van Christus en de waarachtigen, zullen de zonde berispen. Hun woorden zullen zijn als een hamer om het hart van steen te breken; als een vuur om het slak (de verontreiniging) te verteren. Er is voortdurend behoefte aan ernstige, besliste waarschuwende boodschappen. God zal mannen (mensen) hebben die plichtsgetrouw zijn. Op het juiste moment zendt Hij Zijn getrouwe boodschappers uit om een werk te doen dat gelijk staat aan het werk van Elia.” (5 “Testimonies,” p. 254.) {GCS: 43.1}

“Alleen zij, die hebben standgehouden en verzoeking hebben overwonnen in de kracht van de Machtige, zullen worden toegestaan het [de Derde-Engel Boodschap] te verkondigen wanneer het zal zijn aangezwollen tot de Luide Roep.” (“Review and Harrald,” Nov. 19, 1908.) {GCS: 43.2}

Broeders, hetgeen deze bladzijden u hebben gebracht, om in uw harten achter te laten voor uw meests ernstige en toegewijde beschouwing, is geen theorie, het is geen nutteloze verzinsel, maar het is van Inspiratie zelf afkomstig. Het kan daarom alleen maar Waarheid zijn. Dus, als u gehoor aan geeft zal het u uitzonderlijk gelukkig maken. Als er echter enige twijfel bestaat, dan vraag ik u om als het u belieft úw zaak aan te voeren. Toon ons wat anders  deze profeties en gelijkenissen betekenen. Wijs ze niet af door te zeggen: “Ach (…) “zij- {GCS: 43.3}

43

tak,” of hen van een ander slechte  etiket  te  voorzien, want hoe langer u dit doet, broeders, des te meer u uwzelf zult kwellen. Ik dring bij u eropaan om te schrijven naar de “Universal Publishing Association,” voor gratis literatuur over de boodschap van het uur en bestudeer het grondig — ga in alle oprechtheid en in alle ernst aan het werk. U zult dan niet meer lastig gevallen worden met zijtakbewegingen. {GCS: 43.3}

Dus, voordat u uw gedachten uitspreekt, broeders, neem zorgvuldig in beschouwing wat voor tijdige Waarheid u voor uzelf en voor de wereld zult hebben nadat het Oordeel der Doden voorbij is, als u de openbaring hierin verwerpt? En wat zult u voor wie dan ook hebben, met inbegrip van uzelf, wanneer het “Oordeel der Levenden aanvangt — niets anders dan een lege olielamp, tenzij u nu de extra olie in uw kruiken doet? tenzij in andere vormen de boekrol zich ontvouwt en een andere van Godswege geopenbaarde Waarheid, “voedsel op z’n tijd” (Matt. 24:25), aan u gegeven wordt. En wat zou er gebeuren, als u dezelfde fouten begaat van de Joden, de Romeinen en de Protestanten, die de boodschappen van God hebben verworpen? God verhoede, dat dit het vreselijk lot van wie dan ook zal zijn aan wie dit verzoek is gericht. {GCS: 44.1}

44

Aantekening:

  De nu volgende index van Bijbelteksten en citaten van de Geest der Profetie, zijn aangepast aan de paginanummering van het oorspronkelijke Engelstalige boekje, “General Conference Special” — in dit boekje is het de tussen rechte haakjes (“[…]”) geplaatste paginanummering.


ewedge-1200x675.jpg

1

(Copyright, 1946, door

The Entering Wedge Society of America

Alle rechten Voorbehouden.)

2

DE OPDRACHT VAN DIT BOEKJE:

   De lezer zal het feit waarderen, dat de belangrijkheid van dit gezondheid brengende werktuig in sommige opzichten gelijk staat aan dat van het evangelie, omdat geen enkel huis, als het nu christelijk, Joods of heidens is, het zich kan veroorloven geen kopie ervan in haar bezit te hebben. En aangezien de eerste zorg van het evangelie doelt op de gezondheid van de mens, is daarom dit  van-de-hemel-gezonden instrument de “binnen dringende wig” voor het Bijbel- en colporteurs werk, en zal zij, als zij op de juiste wijze gehanteerd wordt, niet alleen deuren en harten openen voor het evangelie aller tijden, maar zal zij ook voor elk huis “voedsel op z’n tijd” (Matt. 24:45), de boodschap van het uur, “het eeuwig evangelie,” zijn. Op. 14:6. Vandaar, dat zij, die de wens koesteren deel te hebben in een dergelijke zaak van gewicht, op succesvoller wijze kunnen werken met deze aansprekende, vrienden makende, harten veranderende, en lichaam opbouwende voorloper. {EWe 3.1}

En dat het bovendien begrijpelijk mag zijn voor alle klassen van de samenleving, is het geschreven in een bewoording die een ieder op redelijke wijze kan bevatten. En tenslotte, om het een de bruikbaarheid van een metgezel van zakformaat te geven, zodat men het op elk moment op makkelijke wijze kan raadplegen — thuis en wanneer men van huis weg is — slechts de meest praktische en noodzakelijke hints zijn gegeven, de zaken die men dagelijks moet raadplegen, tezamen met enkele recept voorbeelden. {EWe 3.2}

De verlichting hierin vervat, is hoogst belangrijk voor het handhaven van  een  goede gezondheid,

3

omdat de wereld nu een leven leidt dat tegengesteld is aan haar gezondheid. Dus, tenzij men goed gewapend is om op verstandige wijze door de lange levens reis te gaan, kan men natuurlijk zich niet met zekere verwachting op de renbaan van het leven begeven, en kan men uiteindelijk zijn doel niet bereiken. {EWe 3.3}

Het merendeel van de mensen realiseren zich dat zij nu leven in een nieuwe, onnatuurlijke en verontruste wereld; maar tenzij zij hervormen en hun leef gewoonten bijstellen met de wereld die er geweest is, zullen ook zij wegzinken in een oceaan van ziekte en ellende, en dus in een vroegtijdige en, misschien, hopeloze graf. {EWe 4.1}

 In een natuurlijke wereld zouden boeken als deze niet van zo’n essentieel belang zijn voor iemands dagelijks dieet (leefregel), maar in een wereld als die waar wij nu in leven, is de noodzaak van een boek als deze even noodzakelijk geworden, alsof dood en ellende op het punt stonden de laatsten van ons te overwinnen. Dat de wereld vandaag zich in juist zo’n moeilijke positie bevindt, blijkt uit het feit dat zij in toenemende mate ziek en stervende is door allerlei soorten van ziekten, en tenzij er niet vlug iets ondernomen wordt om haar te redden, zal zij voor eeuwig opgaan in vergetelheid. {EWe 4.2}

Een dergelijk gezondheid-schadende en degenererende toestand als hetgeen nu heerst onder de zogenaamde be schaafde landen, is ongetwijfeld te wijten aan het feit dat wij allen als gezondheid hervormers tot nu toe slechts de theoretische kant  van  gezond  leven hebben onderwezen. Maar nu de lang verwachte, de  praktische, gezondheid metgezel (het enige soort dat iedereen kan

4

helpen zijn verkeerde gewoonten te corrigeren, dat zijn pad kan verlichten, en hem kan redden van de stroom van vernietiging), uiteindelijk gekomen is, haasten wij als Christen werkers ons, voor het welzijn van anderen, om allen ermee te bereiken. Ja, allen, want een ieder kan hem bezitten zonder geld. “Ho,” Nu nodigt inspiratie uit: “Komt gij allen, die dorst heeft, tot de wateren, en hij, die geen geld heeft; komt, koop, en eet; komt gij, koopt wijn en melk zonder geld en zonder prijs.” Jes. 55:1 {KJV}. {EWe 4.3}

Als het verkocht moest worden op een strikte commerciële basis, zou de prijs van deze gezondheidsbediening, naar wij begrijpen, even onschatbaar zijn als de waarden van iemands gezondheid en geluk. Vandaar, dat de uitgever, die een bij uitstek evangelie pers in bedrijf heeft, het mogelijk gemaakt heeft voor hen die het verspreiden, om dit gezondheid boekje kosteloos te verzenden aan allen die de behoefte hebben het in hun bezit te hebben. {EWe 5.1}

5

INHOUDSOPGAVE:

DE OORZAKEN VAN ZIEKTEN Blz. 9
Wat zou een ieder moeten weten? Blz. 10
De Oorzaken van Alle ziekten Samenvattend Blz. 12
LESSEN UIT DE NATUUR Blz. 15
EERDER EEN TIJD VOOR VOEDING, DAN VOOR DRUGS (MEDICIJNEN) Blz. 20
EERDER EEN TIJD VOOR DRUGS (MEDICIJNEN), DAN VOOR VOEDING Blz. 21
WAT ZOU EEN VLEES ETER MOETEN WETEN? Blz. 22
WAT ZOU EEN VEGETARIËR MOETEN WETEN? Blz. 27
Groep 1 — Tachtig Procent van het diet Blz. 29
Groep 2 — Twintig Procent van het diet Blz. 30
Groep 3 — Kruiden voor alle voiding Blz. 30
HET ZOMER EN HET WINTER DIEET Blz. 30
VOEDSEL COMBINATIES Blz. 33
RAUW VOEDSEL Blz. 36
HET GEBRUIK VAN HET GEZOND VERSTAND Blz. 36
DE VERPLICHTENDE, VOORTVARENDE WIJZE VAN LEVEN Blz. 37
HET TE VEEL ETEN Blz. 39
ETEN TUSSEN DE MAALTIJDEN DOOR Blz. 41
GOEDE GEWOONTEN, HYGIËNE, EN OEFENING GEVEN EEN GOEDE GEZONDHEID Blz. 44
PLEZIERIGE OMGEVING Blz. 46
HET STADS LEVEN Blz. 47
WERK EN RUST, GEDURENDE HET JAAR Blz. 48
HET GEBRUIK VAN LAXEERMIDDELEN Blz. 50
HET WATER IN EDEN Blz. 51
WAT WEET U VAN SLAAP? Blz. 52
WAT BEHOORT EEN CHRISTEN TE WETEN? Blz. 55
GELOOF, NOODZAKELIJK VOOR EEN GOEDE GEZONDHEID Blz. 58
DE LABORATORIUM ONDERZOEKINGEN EN DE MENINGEN VAN DE VOEDINGSSPECIALISTEN Blz. 59
Water en Haar functies Blz. 59
De Functie van Voedsel Blz. 60
De Calorieën Blz. 61
De Mineralen Blz. 62
Zuurstof en de Functie ervan Blz. 64
Koolhydraten Blz. 65
Vetten Blz. 65
Proteïnen of Eiwitten Blz. 66
Vitaminen Blz. 66
Zuur- en Alkalivormende Voeding Blz. 72
BETER INSTEMMEN MET AL DE WETTEN VAN GOD Blz. 75
VOEDING EN KOKEN Blz. 76
Bijzondere Verboden en Aanradingen Blz. 80
NIET NODIG OM HONGERIG EN HULPELOOS TE STAAN Blz. 83
RECEPTEN Blz. 87

6

 

DE BINNEN DRINGENDE WIG:

HET BEGIN VAN DIEET EN GEZONDHEID:

     “Waarom weegt gij geld af voor hetgeen geen brood is en uw vermogen voor wat niet verzadigen kan? Hoort aandachtig naar Mij, opdat gij het goede eet en uw ziel zich verlustige. Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel leve; Ik zal met u een eeuwig verbond sluiten: de betrouwbare genade bewijzen aan David.” Jes.55:2, 3. {EWe 7.1}

     Om belangrijkheid van deze Goddelijke raadgeving op prijs te kunnen stellen, moet men zich eerst ten volle realiseren, dat God in den beginne de mens naar Zijn Eigen beeld geschapen heeft, man en vrouw schiep Hij hun. Ja, naar Gods’ Eigen beeld zouden zij beiden voor eeuwig leven, zoals Hijzelf leeft, om nooit pijn of dood te ervaren. {EWe 7.2}

     Om echter op verstandige wijze “datgene wat goed is” te eten, en om gezond te kunnen blijven, betekent datgene eten wat de Schepper geheiligd heeft voor het gebruik van de mens. “Zie,” geeft Hij als raadgeving, “Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen.” Gen. 1:29. {EWe 7.3}

     Ondanks het geschenk van een immense verscheidenheid aan voedsel — iedere kruid en iedere boom die zaad draagt — reikte het zondeloze, heilige paar, dat verleid werd, en dat onervaren was, uit

7

naar de enige  verboden vrucht van de boom, die zich  in  het midden van de hof bevond. Door van de boom te eten, werden zij onderworpen aan die ervaring, die aan hun en aan hun nakomelingen de resultaten zou blootleggen van zowel goed als kwaad — blijdschap en droefheid, gezondheid en ziekte, verlossing en veroordeling, — dit alles zou voortaan het lot zijn van het mensdom. Dus, terwijl hij al deze ervaringen meemaakt, ging de dood over op alle mensen en op al het overige wat onderworpen was aan de heerschappij van Adam. {EWe 7.4}

     Dus, als nakomelingen van vader Adam, kwamen wij natuurlijkerwijs in deze wereld als eerstegraads zondaars, onderworpen aan al het goede zowel als aan al het kwade dat het bevat. En nu, als wij kiezen het goede te doen, zullen wij géén andere zonde toevoegen, en uiteindelijk zal onze zondig natuur veranderen en, geleid door Goddelijk Licht, zullen wij worden gebracht tot de zondeloze staat van Eden. Maar als wij voortgaan in het anders handelen, dan zullen wij als gevolg daarvan bijgevoegde vervloekingen over ons halen, vervloekingen die het resultaat zullen zijn van onze eigen zonden. En als wij ons nooit afwenden van een dergelijke goddeloze handelwijze, zullen wij zelfs de “tweede dood” sterven. (Openb. 20:14.) {EWe 8.1}

 

     Het is een feit, dat vroeger in de geschiedenis van de mensheid, de mens niet onderworpen was aan zoveel ziekte, kwalen, en lijden als dat zij dat heden ten dage zijn, en zij waren in staat bijna duizend jaar te leven, hetgeen een bewijs is, dat de naties van vandaag niet het goede

8

gekozen hebben, maar eerder de kwade levenswijze — de levenswijze die leidt tot zowel de vernietiging van het lichaam als de ziel. Op die wijze voegen zij zonde op zonde, kwaad op kwaad, en pijn op pijn toe, en snellen zij met hoge snelheid voort, hun onder-gang tegemoet in dit leven, en, tenzij zij berouw tonen, hun uiteindelijke ondergang in het toekomstig leven: naar de tweede dood, een dood waaruit géén opstanding is. {EWe 8.2}

DE OORZAKEN VAN ZIEKTEN

     Ziekten zijn geïdentificeerd of onderverdeeld in drie verschillende categorieën — erfelijke, besmettelijke, en zelf ontwikkelde (zelf-verkregen) ziekten. Aangezien dit een feit is, dan moeten er drie soorten van zonden zijn, drie wetten ter overtreding. Twee van deze wetten worden gevonden in de Decaloog (Exo. 20:3-17): De eerste verbiedt het zondigen tegen God, en de tweede verbiedt het zondigen tegen onze medemensen. De derde, daarentegen, is de gezondheidswet, de wet die het zondigen tegen ons lichaam verbiedt. (Lev. 11;  Jes. 66:16, 17). {EWe 9.1}

     Het is dus duidelijk, dat zondigen tegen God een erfelijke vloek tot gevolg heeft, het soort, dat doorgegeven wordt van vader op zoon, “tot in het derde en het vierde geslacht van hen die Mij haten,” (Exo. 20:5), zegt de HERE. En zondigen tegen onze medemensen brengt besmettelijke ziekten met zich mee, hetgeen aangetoond werd in het geval van Miriam, toen zij tegen haar broer, Mozes, zondigde, werd zij door de besmettelijke ziekte,  melaatsheid, getroffen (Num. 12). “Eer uw vader en uw moeder; opdat uw dagen

9

verlengd worden (…),” Exo. 20:12. Dus, “wat een mens zaait, dat zal hij ook maaien.” Gal. 6:7. Alzo gebeurde het, dat toen Haman de galg gebouwd had waaraan hij Mordechai  wilde  ophangen,   werd hijzelf daaraan opgehangen (Esther 7:9, 10). En toen Daniël op onrechtvaardige wijze in de leeuwenkuil werd geworpen, werden zijn vijanden verslonden door de hongerige beesten, maar Daniël bleef gespaard (Dan. 6:16, 22, 24). Voorts, toen de drie Hebreeeuwen in de vurige oven werden geworpen, werden degenen die hen erheen brachten verteerd door de vlammen, maar de Hebreeeuwen kwamen ongedeerd eruit (Dan. 3:21-23). Zo zal ook, “Hij, die in gevangenschap leidt,  zelf  in  gevangenschap  geleid  worden;  hij,  die  met  het zwaard dood, moet zelf door het zwaard worden gedood.” Openb. 13:10. {EWe 9.2}

 

Het is dus een nooit falend feit, dat indien iemand zijn naaste molesteert of schade toebrengt, of een dergelijke handeling overweegt, het kwaad hem zal terugvallen, en als hij de kinderen van zijn naaste kwaad berokkent, zullen zijn eigen kinderen als resultaat daarvan onder de gevolgen van het kwaad te lijden hebben. De ziekten echter, die niet overgeërfd zijn, haalt de zondaar zelf over zich, door tegen zijn eigen lichaam te zondigen. Zondigen tegen  een  naaste  of  tegen zichzelf, is, niettemin, indirect, ook zondigen tegen God. {EWe 10.1}

WAT ZOU EEN IEDER MOETEN WETEN?

     Als iemand te lijden heeft onder een overgeërfde ziekte, waaraan zijn ouders, grootouders of overgrootouders schuldig zijn, dan is hij, vanzelfsprekend, niet bij machte om veel te doen aan maar iets in de lijn,

10

om zo volledige herstel te verwezenlijken, zij het door het toepassen van een dieet of door het gebruik van drugs. Hij kan echter in staat worden gesteld de ziekte onder  controle te hebben, of het zelfs te boven te komen door volstrekte gehoorzaamheid aan de wetten van God, wetende, dat niets in de wereld genezing zal uitwerking voor een dergelijke kwaal, dan gebed, als Gods wijsheid daartoe aanbeveelt. {EWe 10.2} ***

     Aan de andere kant, als men te lijden heeft aan een ziekte die op hem werd overgedragen, hetgeen te wijten is aan het feit dat men gezondigd heeft tegen zijn medemens, dan moet men, om van de ziekte af te komen, voor eens en altijd, berouw tonen voor zijn zonde, de gouden regel in praktijk brengen: “Al wat gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun aldus” (Matt. 7:12.) {EWe 11.1}

     Maar als de kwaal noch overgeërfd, nóch overgedragen is, dan moet het uit zichzelf ontstaan zijn, dan moet men het bij zichzelf veroorzaakt hebben, door het overtreden van de gezondheidswetten, door niet juist te leven in een of ander opzicht. {EWe 11.2}

     De verstandigen zullen, om die reden, hun leef gewoonten corrigeren — er voor zorgen, dat zij niet zondigen tegen God of tegen hun medemensen, dat zij op de juiste wijze slapen, ademhalen, eten, drinken, werken en op godsdienstige wijze, en indien er, in geheel, een kuur ter beschikking is, zullen zij het toepassen. {EWe 11.3}

     Nu de oorzaak van elke soort van ziekte is uiteengezet, kan de lijder aan elk  van  deze drie soorten van ziekten vaststellen welke van de drie soorten van wetten hij aan het  overtreden is en als resultaat de

11

straf ondergaan welke zij oplegt. Als hij echter wordt geteisterd door complicaties van ziekten, dan moet hij zich schuldig maken aan het overtreden van al de wetten van God. Laat hem dan voortaan, in elk opzicht, ophouden te zondigen, indien hij verwacht hersteld te worden en ook gezond te blijven. {EWe 11.4}

     Uiteraard, worden vele ziekten ten onrechte onder de noemer, “besmettelijk,” gerangschikt. Tuberculose, Bijvoorbeeld, is in feite niet overdrachtelijk, want wanneer men geïnfecteerd wordt met de ziekte, kan men, wanneer men correct begint te leven wanneer de ziekte in haar begin stadium is, de genezing ervan bewerkstelligen. Het is dus duidelijk, dat, wanneer men altijd goed leeft, met niet hoeft te vrezen dat de ziekte ooit vat zal krijgen op zijn lichaam. Dus mag per slot van rekening worden geconstateerd, dat een aantal ziekten die voor besmettelijk worden gehouden, in feiten dat niet zijn. Strikt gesproken, zijn zij infecties die men zich zelf op de hals heeft gehaald. Hoe bevoorrecht zou men zichzelf daarom moeten beschouwen met de wetenschap, dat goed leven en goed doen, met geloof in God, het feitelijk wegdoen van een menigte van smarten betekent! {EWe 12.1}

DE OORZAAK VAN ALLE ZIEKTEN SAMENVATTEND

     Zij, die benieuwd zijn te weten wat de oorzaak van deze, of die, en van de andere ziekte is, kunnen snel elke geval toetsen: {EWe 12.2}

     Men is nu volledig van doordrongen, dat leven en dood oorlog voeren tegen elkaar, zoals dat het geval is met de naties onderling: Het leger van de ene natie kan het vuur openen op een andere, maar niet alle soldaten lopen  hetzelfde  soort  van  verwonding  op, zelfs  al staat het gehele leger  onder

12

hetzelfde soort vuur. Op gelijke wijze zijn de lichamen van de mensen de soldaten en zijn de oorzaken van ziekten het machtige wapen van de vijanden in de strijd tussen hemel en aarde. Vandaar, of sommigen nu lijden aan hoofdpijn, sommigen aan maagpijn, sommigen aan diabetes, sommigen aan anemia (bloedarmoede), aan een hartkwaal, galstenen, neuritis (zenuw ontsteking), of andere kwalen, nochtans lijden allen om dezelfde reden — en wel om de eenvoudige reden, dat men op de ene of andere manier afgeweken is van hun enige vesting, namelijk, de wetten van God. Dit is de uiteindelijke diagnose of vaststelling van alle ziekten. Blijf dicht bij de Natuur, en de Natuur zal dicht bij u blijven. {EWe 12.3}

LESSEN VAN DE MODERNE MACHINE

     Men moet zich ervan bewust zijn dat het menselijk lichaam, in sommige opzichten, gelijk is aan een door-de-mens-vervaardigde machine. Wanneer de benzine tank van een auto leegloopt, stopt de motor meteen. Dezelfde wet is werkzaam in het menselijk lichaam: Wanneer het lichaam zijn energie verbruikt heeft (verhongert, al zijn calorieën verbruikt heeft), houdt het op te functioneren, het sterft; en hoewel de mens, die de auto gemaakt heeft, haar weer aan de praat kan krijgen door haar tank opnieuw te vullen met brandstof, kan hij dat niet doen met het menselijk lichaam. Wan-neer eenmaal het hart ophoudt met kloppen, houdt op datzelfde moment het leven op en ligt het lichaam neer tot aan de opstandingsdag — totdat Degene, Die het geschapen heeft het weer in beweging brengt. {EWe 13.1}

   Wanneer het carter van de motor leeg raakt, maar de motor door blijft lopen,

13

raakt de machine defect en beëindigt daarmee haar bruikbaarheid. En aangezien de levensduur van de auto wordt gehandhaafd door het verminderen van wrijving door middel van smering, zo wordt ook het leven van een mens in stand gehouden, doordat de Natuur de uitgewerkte cellen vervangt nadat de dagtaak is vervuld, terwijl hij in bed van zijn rust geniet. Op die wijze wordt hij in staat gesteld om in de morgen met vernieuwde krachten op te staan. Maar als hij in gebreke blijft om te voorzien in het materiaal welke de Natuur nodig heeft om de uitgewerkte cellen en weefsels te vervangen, zal hij, vanzelfsprekend, te lijden hebben onder de gevolgen daarvan, zoals dat het geval zal zijn bij de nalatige persoon die in gebreke blijft om de olie bij te vullen in het carter van zijn auto. En als men ook nalaat genoeg water te drinken gedurende de dag door, zal zijn bloed, als gevolg daarvan, verarmd raken, en zal zijn lichaamsgestel lui of traag en verstopt raken met afval stoffen, om daar te gisten en te bederven of te rotten; en als de Natuur beroofd wordt van de benodigde energie waardoor vergiften of schadelijke stoffen door de poriën naar buiten gewerkt worden, dan blijf er niets anders over, dan de poging op te geven — ziekte {is dan het gevolg}. {EWe 13.2}

     Het is daarom noodzakelijk, dat de Natuur goed bevoorraad is met al het noodzakelijke als men inzetbaarheid wil handhaven en zijn toebedeeld leven wil voortzetten. {EWe 14.1}

     Voorts, is het ook een feit, dat geen enkel goede mecanicien (of machine maker), nutteloze onderdelen in een motor plaatst, en als de gebruiker ervan een onderdeel ervan verwijdert, hoe klein en hoe onbeduidend het ook zijn mag, de bruikbaarheid van de motor zal daaraan evenredig zijn. Bij

14

het menselijk lichaam is hetzelfde het geval. Maar terwijl de mecanicien de ontbrekende onderdelen kan vervangen, kan de chirurg de organen niet vervangen waar zijn patiënt hem toe noodzaakt, die te verwijderen. Bijvoorbeeld, iemand kan slechts een paar schroeven verwijderen van een machine, zonder dat haar prestatie gedurende een tijd daardoor wordt beïnvloed, maar op den duur zal hij ontdekken dat de machine in prestatie achteruit gaat, en als hij dat deel dat eruit gehaald is niet kan vervangen, zal de machine geheel onbruikbaar worden. Hetzelfde gebeurt, wanneer men een orgaan uit zijn lichaam verwijdert. {EWe 14.2}

LESSEN UIT DE NATUUR

     Aangezien de welstand van het lichaam op zelf meer doeltreffende wijze door Moeder Natuur wordt geleerd, zal niemand, die van het leven wenst te genieten, haar raad in de wind slaan. Planten gedijen nooit goed in aarde die arm is aan, of waarvan de leven gevende voedingsstoffen uitgeput zijn. Sommige planten gedijen beter in een bepaalde aarde of klimaat, dan anderen dat doen. Sommigen gedijen op grotere hoogten en anderen in lagere gelegen gebieden. Dezelfde wet schijnt onder de mensheid werkzaam te zijn: met de donkere rassen gaat het beter in de tropische gebieden, en de lichtere rassen zijn meer op hun gemak in de koudere streken. {EWe 15.1}

     Terwijl het planten leven blijft voortleven met anorganische materie, leeft het dierenleven voort met organen. Voorts is het zo, dat, aangezien het plantenleven voor  het  dieren  leven  geschapen werd, is het een feit, dat het plantenrijk het kan stellen

15

zonder het dier, maar dat het dierenrijk niet kan voortleven zonder de plant. Vandaar, dat de vegetatie slecht Moeder Aarde nodig heeft, maar de mens heeft zowel de aarden als de plant nodig. Met andere woorden, het plantenleven is afhankelijk van de zon voor zijn bestaan, terwijl het dieren leven afhankelijk is van de vegetatie. Daarom, is een vlees- dieet kunstmatig, en daarom gebrekkig — ongeschikt om het leven in stand te houden. {EWe 15.2}

 

     Alzo, gelijkerwijs een plant niet kan gedijen op grond die arm is aan voedingsstoffen, zo kan ook een mens niet gedijen op een arm dieet. En als men zich van het feit gewaar wordt dat haast onmiddellijk nadat de aarde is verrijkt, de plant tot leven wordt geroepen door gezondheid en kracht, dan heeft men het niet moeilijk om zich te realiseren dat zo gauw hij zijn eigen dieet bij stelt of aanpast, zijn gezondheid op gelijke wijze zal opleven. Is het dan niet waar, dat iemands gezondheid afhangt van het voedsel dat hij nuttigt, gelijk de plant afhankelijk is van het soort grond of aarde waar zij haar voedingsstoffen aan onttrekt? {EWe 16.1}

 

     Als het verkeerd dieet van de lijder de oorzaak is van zijn ziekte, en in de meeste gevallen in onze dagen is dat het geval, dan kan geen enkel soort van drug hem genezen. Toch is het zo, dat wanneer er iets fout gaat met iemands lichaamsgestel, rent hij over het algemeen naar de dokter, niet om de oorzaak te vinden en te verwijderen, maar om genezen te worden, terwijl de oorzaak blijft bestaat en terwijl het hem steeds dichter bij het graf brengt! En als aan hem geen drugs verstrekt wordt, toont hij antipathie voor de dokter! Waarom gaat u uw dagelijkse dieet en leef gewoonten niet na? Waarom neemt u drugs in plaats van water, frisse lucht, zonlicht, de juiste vorm van voeding in te nemen;

16

waarom geen lichamelijke oefening; of misschien door uw huis schoon te maken, uw lichaam, en uw omgeving? {EWe 16.2}

     Laat het nu duidelijk zijn, dat een ieder die op een arm dieet leeft, of in een onplezierige omgeving en in een toestand zonder sanitair, zich blootstelt aan ziekten in de ene of de andere vorm, gelijk een plant die geplant is in aarde die arm is aan voedingsstoffen en die omgeven wordt door omstandigheden die niet bijdragen tot haar groei. Ook moet men in gedachte houden, dat voedsel dat niet in balans is, ongeacht de kwaliteit of de kwantiteit ervan, arm voedsel is. En gelijk te veel kunstmest de plant doet uitsterven, zo wordt de mens ook gedood door te veel voedsel. Te veel van alles is even slecht als te weinig. Daarom, is ziekte de enige waarschuwing voor de ongezonde leef gewoonte die men op na houdt. Maar, helaas, wie kan het begrijpen! En wie geeft er gehoor! {EWe 17.1}

     Wat anders kan de oorzaak zijn van ziekten,  die niet gederfd of besmettelijk (overgedragen) zijn, dan door een verkeerde levens stijl op na te houden — ondervoeding, “onrein” vlees voedsel (Lev. 11), te veel eten, een gebrekkige uitscheiding van afval stoffen, onvoldoende lichamelijke oefening, gebrek aan zonlicht en frisse lucht, leven in vuil, het nalaten genoeg water te drinken tussen de maaltijden door, of misschien door te roken of het kauwen op tabak, het gewoonte getrouw nuttigen van koffie, thee, of een andere stimulans, die het lichaam opzweept om zo de laatste ons energie op te maken? Om Duidelijk te zijn, zulke ziekten als kanker zijn het resultaat van het op na houden van een slechte levens stijl. Als dat niet de oorzaak is van de ziekte van de lijder, dan is de laatste en uiteindelijke oorzaak, zoals eerder werd aangehaald, zondigen tegen de Decaloog (de Tien Geboden). {EWe 17.2}

17

   De natuur leert, dat, indien een boom van binnen ziek wordt eerder dan van buiten, dan betekent het bespuiten ervan, met welke drug dan ook, alleen maar het verhaasten van het afsterven ervan, een verspilling van de drug, de tijd, en van de energie die men eraan besteedt. Het menselijk lichaam is hierop geen uitzondering. Als de ziekte oorzaak van binnen komt, wat voor goeds zal verkregen worden als men het tracht te verhelpen met het gebruik van drugs? In dat geval zal het gebruik van drugs de oorzaak niet verwijderen, maar zal het eerder grotere schade aanrichten en het einde verhaasten. {EWe 18.1}

     Indien het niet mogelijk is een water gekoelde motor voor oververhitting te behoeden wanneer de radiator leeg is, en als niets anders, dan het vullen van de radiator met water het probleem kan verhelpen, waarom zal het dan mogelijk zijn een ziek lichaam te genezen, zonder de oorzaak te genezen? Stop en denk na. {EWe 18.2}

     Het is waar, dat velen te lijden hebben onder erfelijke en besmettelijke ziekten, maar de meeste personen lijden aan ziekten die veroorzaakt zijn door verkeerde leef gewoonten op na te houden. Alcoholische dranken en stimulerende middelen, verrijkte sausen, commerciële  snoepgoed,  te  veel  eten,  verkeerde (voedsel) combinaties, en het te veel gebruiken van graan producten, — elk van dezen tezamen hebben in meerdere of mindere mate elk mens van deze eeuw geteisterd met een of andere kwaal. {EWe 18.3}

     Constipatie (verstopping) is één van de meest voorkomende ziekten die men over zich haalt door verkeerd te eten. En constipatie op zichzelf genomen, is een oorzaak van tal van ziekten, als een verkeerde werking of slechte opname. Van nature is  de  mens  niet

18

onderworpen aan constipatie, — neen, evenmin als dat een waterleiding onderworpen is aan verstopping, als niets anders dan water doorheen gelaten wordt, het enige dat de fabrikant zich ooit voorgenomen heeft doorheen te laten stromen. {EWe 18.4}

     Vanwege het feit dat ook op commerciële wijze bereid voedsel on-der de vele oorzaken van constipatie gerekend mag worden, schrijft een lid van de medische faculteit het volgende: “Vanwege onze geciviliseerde voeding en wegens de manier waarop zij de ingewanden of darmen met vergiften en gassen vullen, is het noodzakelijk dat men tenminste twee maal per jaar een series van colonirrigaties (dikkedarmspoelingen) ondergaat, ten einde gezond te blijven. Hoofdpijnen, verkoudheden, griep, darm pijnen, slijm- en gas ophoping en vele verstorende ongeregeldheden, verdwijnen na één of twee colonbehandelingen.” {EWe 19.1}

     Wij moeten het feit niet over het hoofd zien dat Noach 900 jaar een goed en gelukkig leven geleefd heeft, en dat wij geen verslag hebben van het feit dat hij een colonirrigatie of een operatie moest ondergaan! Waarom niet het juiste soort van voedsel nuttigen, het soort voedsel dat het lichaam iedere dag van het jaar schoon houdt, in plaats van de toevlucht te nemen tot kunstmatige middelen zo nu en dan? Ook moet worden opgemerkt, dat een uitgebalanceerd dieet niet alleen het lichaam zal vrijhouden van “vergiften en gassen,” maar dat dit het gehele lichaamsgestel zal voorzien van de noodzakelijke mineralen en vitaminen, zaken, zonder welke men niet gedurende een aanzienlijke tijdsduur gezond kan blijven. Waarom dan uw geld besteden aan laag waardige gefabriceerde vitaminen en aan van-zijn- levenskracht-ontdane voeding, die extreem hoog geprijsd zijn, terwijl u die van de

19

Natuur zelf kan hebben, volwaardig en vol levenskracht, en voor prijzen die even laag zijn als de zwaartekracht zelf? Houdt altijd in gedachte, dat kunstmatige voedingsmiddelen niet beter zijn dan kunstarmen of benen. {EWe 19.2}

EERDER EEN TIJD VOOR VOEDSEL,  DAN VOOR DRUGS* {*MEDICIJNEN}

   Niemand zou het feit over het hoofd moeten zien, dat het menselijk lichaam opgebouwd is uit bepaalde mineralen, waarvan allen gevonden worden in voedsel deeltjes, en door middel van deze voedsel deeltjes is de Natuur goed in staat het lichaam in volmaakte conditie te houden, mits haar eigenaar haar voorziet van bouwstoffen, en mits er ooit, bij wijze van spreken, buitensporigheid of ontwrichting toegelaten wordt in haar tere maar lang standhoudende mechanisme. Het is dus duidelijk, dat, indien wij, door de voeding die wij eten, falen om de Natuur te voorzien van de juiste bouwstoffen, de Natuur uiteindelijk in gebreke zal blijven om haar werk te verrichten, en alhoewel het resultaat van het gebrek niet meteen gevoeld mag worden, zal het niettemin, naarmate het leven zich voortzet, in de latere levensjaren worden gevoeld. {EWe 20.1}

   Als de overtreder echter nalaat om op tijd te ontwaken en zijn handelwijze te verbeteren, dan zal zelfs de meest zorgzame inachtneming van de gezondheidswetten in gebreke blijven om de aangerichte schade te herstellen. Men zal dus pogen om goed te leven, niet omdat men ziek wordt, maar omdat men vastbesloten is om altijd gezond te blijven. Voorts is het zo, dat een machine die defect was en hersteld werd, nooit zo goed functioneert als één, die nooit schade heeft opgelopen.

20

Zo is het ook met een mens die zichzelf ziek maakt en daarna weer herstelt. Het beste dat hij kan doen, is om nooit zijn gezondheid aan te tasten. Een ieder moet zich realiseren, dat zijn gezondheid rijkdom betekent; dat zonder deze, al het andere zo goed als verloren is; en dat hij nooit van al zijn door God gegeven rechten en voorrechten kan genieten, als hij nooit ten volle kan zorgen voor zowel zijn fysieke als zijn geestelijke welzijn. {EWe 20.2}

     Drugs hebben hun eigen plaats, maar verwacht niet datgene van hen, wat u zelf moet bewerkstelligen. {EWe 21.1}

  Velen zijn als Asa, de koning. Hij was “ziek aan zijn voeten, totdat zijn ziekte zeer verergerd was; toch zocht hij in zijn zieke toestand niet de Here, maar de doctoren.” 2 Kron. 16:12. (Zie “Prophets and Kings,” p. 113.) {EWe 21.2}

EERDER EEN TIJD VOOR DRUGS (MEDICIJNEN), DAN VOOR VOEDING.

      Er bestaan ziekten, die zelfs de meest gezonde en de best verzorgde planten belagen.  Bijvoorbeeld: wanneer een boom, die in het beste soort aarde is geplant en waar het best voor wordt gezorgd, geteisterd wordt door insecten of door ziekten, dan kan men, wat men ook doet met de aarde, niet maken dat daardoor de plaag verdwijnt; en als de boom niet wordt bespoten met drugs die de plaag zal verdelgen, dan sterft de boom. Zo is het ook, als de moraal, het dieet, en de hygiëne, fout loos zijn geweest, en dat nog steeds zijn als men ziek wordt, en als de ziekte die men heeft niet erfelijk is,

21

dan zal men, ongeacht wat men meer doet aan zijn dieet, geen geneeskracht daaruit ervaren. Drugs zijn dan het beste geneesmiddel indien gebed niet toereikend is. {EWe 21.3}

     Wederom, als een gezond en goed verzorgde paard ziek wordt, zijn drugs van bepaalde aard kennelijk de enige mogelijke kuur. zo ook, als het dagelijks leven van een mens feilloos is, en hij wordt toch ziek, wat kan hij dan anders buiten het bidden om doen, dan zijn toevlucht zoeken tot drugs? {EWe 22.1}

Bijvoorbeeld, is het niet waar, dat, wanneer men sterft van de honger, men niet in leven gehouden kan worden door het innemen van water, lucht, of iets anders dan voedsel? En is het ook niet waar, dat iemands gebroken of ontwrichte arm niet teruggeplaatst kan worden of goed kan genezen door een dieet, een warme omslag, massage, of door iets dergelijks? Niets anders zal hulp kunnen bieden, dan een bekwame dokter om de gebroken botten op hun plaats te zetten. {EWe 22.2}

WAT ZOU DE VLEES ETER MOETEN WETEN?

     Geen enkel mens zou het feit over het hoofd moeten zien, dat God in den beginne tot de mens zei: “Zie, Ik heb u al het zaaddragend gewas gegeven, dat op de gehele aarde is, en al het geboomte, waarin zaaddragende boomvruchten zijn; het zal u tot spijze dienen.” Gen. 1:29. {EWe 22.3}

     Ja, zelfs nadat Adam in zonde viel en uit de hof werd verdreven, nadat de aarde

22

doornen en distels voortbracht, bestond zijn “spijze” nog steeds uit “gewas,” (of “kruid”), vanzelfsprekend, niet langer datgene wat in Eden groeide, maar datgene wat in het open veld groeide (Gen. 3:18). Het was ná de zondvloed, dat hij werd toegestaan om vleesspijzen te nuttigen, en alhoewel alleen “rein” dierlijk vlees (Lev. 11), werd gebruikt, werd de gemiddelde levensduur onmiddellijk teruggebracht tot onder de leeftijd van 200 jaar. Het is dus duidelijk dat een vleesdieet werd toegestaan om het leven van de mens te verkorten en daarmee ook de ellende die over hem gebracht werd vanwege de toegenomen zonde en hoogst waarschijnlijk om het voor hem mogelijk te maken het ceremoniële stelsel in type ten uitvoer te brengen. Nu, gezien het feit dat het leven nogal vrij kort is en aangezien de offers niet langer van kracht zijn, is het gebruik van het vleesloos dieet van Eden voor ons, in ons verzwakte toestand, zelf van grotere noodzaak geworden. {EWe 22.4}

     Zich bewust zijnde van dit licht, weigerde Daniël zichzelf te verontreinigen met de spijze van de koning. Hij deed het verzoek of hij en zijn vrienden “het gezaaide” (groenten, peulvruchten, ed.) als hun dagelijkse voeding konden krijgen. En een tien-daagse toets toonde aan, dat hun eenvoudige  voeding  dat  uit groenten bestond, waardevoller was dan de spijze van de koning. (Dan. 1:8-20.) {EWe 23.1}

    Daar wij hebben gezien dat het dieet dat voor de mens werd gemaakt een vleesloos dieet was, mogen wij met zekerheid concluderen dat de gezondheid voldoende kan worden opgebouwd en veel beter in stand kan worden gehouden zonder het gebruik van vlees. De geschiedenis verhaalt, dat toen de mens op die wijze leefde, hij in staat was om een prima gezondheid te handhaven, dat hij het bijna duizend jaar

23

uithield, en in plaats van dat hij aan ziekte stierf, hij op nogal hoge leeftijd stierf. In feite, zelfs nog in de tijd van Abraham, zo zeldzaam was de dood van personen, die voor hun ouders stierven, dat Inspiratie gebruik maakte van de gelegenheid om verslag te doen over het feit, dat, “Haran voor zijn vader Terah stierf.” Gen. 11:28. {EWe 23.2}

Van de os weten wij, dat hij in staat is om flinke kracht en een volmaakte gezondheid te behouden door een gemiddelde dieet bestaande uit 20% granen en 80% gras, zonder het gebruik van vlees. De olifant, die minder granen tot zich neemt, behoudt een goede gezondheid, verkrijgt reusachtige kracht, en bereikt een hoge leeftijd. De hond, aan de andere kant, alhoewel een carnivoor (vleeseter), kan niet gezond blijven door alleen maar vlees te eten. Louter door zijn instinct gedreven, weet hij dat hij zichzelf moet helpen door ook wat granen en wat gras tot zich te nemen, terwijl de herbivoor (het dier dat planten  of gras eet) zelfs nooit vlees heeft geproefd, — feiten die aantonen, dat een uitgebalanceerde vegetarisch dieet op zichzelf genomen volwaardig is, maar, dat een vleesdieet alleen nooit volwaardig is. Het  enige dier dat het vrij goed doet met slechts  een vlees dieet, hoewel niet volledig, is het dier dat alles eet — huid, haar, botten en hoeven, vlees, en alles. (Hoe pijnlijk is het, om te moeten constateren, dat door voortdurende zonde, het intelect dat door God aan de mens gegeven is, betreffende zijn lichamelijke behoeften, lager gedegenereerd is dan dat van de stomme dieren!) {EWe 24.1}

     Naast deze beschouwingen, terugblikkend op de voorbijgegane eeuwen, zien wij, dat aan hen, aan wie een bijzonder werk werd opgedragen, werk dat zeer belangrijk was, ook speciale diëten

24

werden gegeven, diëten aangepast aan hun taak. Bijvoorbeeld, Johannes de Doper, de Elia van zijn dagen (Matt. 17:11-13; 11:14), aan wie de grootste taak werd gegeven dan al de profeten voor hem — niet om te voorzeggen, maar om de weg des Heren voor te bereiden, om hetgeen krom was recht te maken (Jes. 40:3, 4) — was een volstrekte vegetariër, die leefde van de sprinkhanenvrucht en van honing (Matt. 3:4;  Luk. 1:15). {EWe 24.2}

     Is het dan niet van grotere noodzaak, dat wij, die de Elia-boodschap van vandaag met ons meedragen, de boodschap vlak voor de grote en vreselijke dag des Heren, volstrekte vegetariërs zouden moeten zijn, zoals Johannes dat was? {EWe 25.1}

    Verder is het zo, dat, het dieet van de Exodus beweging, de Beweging die tot stand kwaam om als voorbeeld te dienen voor een tweede exodus — Jes. 11:16 — (de Beweging die zal voortkomen uit al de naties en die het Koninkrijk van de laatste dagen zal samenstellen, — Micha 4:1, 2), was er één die volstrekt vegetarisch was, tot op de dag dat zij voet zette in het beloofde land, veertig jaren in totaal (Jozua 4:6). O ja, zij verlangden naar de vleespotten van Egypte, denkende dat de beperking te wijten was aan de omstandigheden — dat vlees, hoewel zeer noodzakelijk, niet te verkrijgen was in de woestijn. En toen gebeurde het, dat de grote IK BEN de kwakkels (of kwartels) naar hen toeleidde, precies in de legerplaats, waarop duizenden onder het volk stierven, zelfs toen het vlees  der  vogels  nog  tussen  hun tanden was (Num. 11:33). Wat een berisping! Wat een voorbeeld om acht op te slaan! Nu wij

25

ten volle weten dat die Beweging een type is van de beweging die nu tot stand wordt gebracht, en het hierop neer komt dat de fouten van de eerste Beweging, de opstap stenen van de laatste zouden moeten zijn (1 Kor. 10:11), zouden wij dan niet dankbaar en gelukkig moeten zijn voor het feit dat aan ons een beter dieet gegeven is, beter, dan hetgeen waar woeste beesten zich nog steeds mee voeden? {EWe 25.2}

    En zouden wij niet op blijmoedige wijze moeten instemmen met dit tot voorbeeld gestelde van God afkomstige verzoek, om afstand te doen van vleesvoeding, zodat onze kracht en ons karakter gelijkwaardig kan zijn aan onze taak? Alleen door zo te handelen, zullen wij onzelf bekwamen voor het werk en voor het Koninkrijk, waar “de wolf ook zal verkeren bij het lam, en waar de luipaard zal neerliggen bij het bokje; en het kalf en de jonge leeuw en het mestvee tezamen; en een klein kind zal hen leiden. En de koe en de berin zullen tezamen weiden; hun jongen zullen tezamen neerliggen, en de leeuw zal stro eten gelijk de os. En de zuigeling zal spelen bij het hol van de adder; en het  gespeend  kind  zal  zijn hand uitsteken in de kuil van de basilisk. Zij zullen geen leed doen nog vernietigen op gans Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis der Heren, gelijk de wateren de bodem der zee bedekken.” Jes. 11:6-9. {EWe 26.1}

     Zouden wij, als intelligente menselijke wezens, door God verlichte kandidaten van het Koninkrijk, bevoorrecht om de weg voor te bereiden voor zo een heerlijk of gelukkige en volmaakte dag, niet het eten van vlees voeding opgeven, voordat de leeuwen en de slangen daartoe overgaan? {EWe 26.2}

26

WAT ZOU EEN VEGETARIËR MOETEN WETEN?

     Met een redelijke verscheidenheid aan verse groenten, peulvruchten, granen, noten en fruit, ook aan melk en eieren of hun equivalent (zaken die daaraan gelijkwaardig zijn), kan de vegetariër makkelijk zijn uitgebalanceerde dieet uitstippelen, teneinde zichzelf te voorzien van alle lichamelijke benodigdheden. Hij zal daarom niet nalaten om zoveel mogelijk in zijn dieet een variatie aan zowel gekookt als rauw voedsel in te sluiten, in gedachte houdend, dat het laatstgenoemde zelfs van meer wezenlijk belang is en vollediger of volwaardiger. {EWe 27.1}

   “Als wij een goed plan opstellen, is dat wat het meest bevorderlijk voor de gezondheid is, in bijna ieder land te verkrijgen. De verschillende bereidingen van rijst, tarwe, maïs en haver worden overal heen vervoerd en ook bonen, erwten en linzen. Deze producten, met binnenlandse of geïmporteerde fruitsoorten en verschillende groenten, die in iedere plaats groeien, geven gelegenheid een voedselkeuze te maken, die volwaardig is, zonder gebruik van vleesvoeding.” “Ministry of Healing,” p. 299 / “De Wet tot Gezondheid,” blz. 169, 170. {EWe 27.2}

      Waarom is het dan, dat sommige volstrekte vegetariërs, eerder dan dat zij hun gezondheid verbeteren en hun weerstand tegen ziekte opbouwen, vaak lijden aan ondervoeding en zelfs vatbaarder worden voor verschillende lichamelijke kwalen dan voordat zij vleesvoeding opgaven? Omdat in de meeste gevallen vleesvoeding opzij wordt gezet, zonder dat er aan het dieet een bevredigende aanvulling wordt toegevoegd. Velen houden het verkeerde idee opna, dat zij door het verhogen van het nuttigen van proteïne- of eiwitrijke voeding — (zoals)

27

noten peulvruchten, en granen, het tekort op afdoende wijze vervangen of aanvullen. Door zo te handelen vervangen zij het tekort helemaal niet, maar in plaats daarvan brengen zij het voedsel uit balans. Houd altijd in gedachte dat vlees uit 80% gras en 20% granen bestaat. Biologische experimenten hebben feilloos aangetoond dat dieren niet kunnen leven van volgranenproteïnen die gescheiden zijn van de daarbij behorende bladplanten. De zoeker naar gezondheid moet altijd in gedachte houden dat vaak het onmiddellijke gevolg van een onevenwichtig dieet, constipatie is, gevolgd door reuma of jicht, zo niet door andere vreselijkere ziekten van meer vernietigende aard. Zorgt u voor een evenwichtig dieet, en de Natuur zal voor de rest zorgen. {EWe 27.3}

     De waarheid dat de bestanddelen in hoogwaardige kwaliteit vlees onttrokken zijn aan graan en gras, ongeveer 20% van de eerst genoemde en 80% van laatst genoemde, laat duidelijk zien dat vlees op afdoende wijze wordt vervangen door het in-de-juiste-verhouding nuttigen van zowel granen als bladplanten of -groenten. Laat u niet misleiden. Uw lichaam heeft zowel proteïnen (of bouwstoffen) uit granen als proteïnen uit groenten in exact deze verhoudingen nodig. Inderdaad zijn zij allen van noodzakelijk belang, en het lichaamsgestel van de mens eist dat, voor gezondheid en een lang leven, er noch een ontbrekende noch een zwakke schakel aanwezig kan zijn in de voedselketen. {EWe 28.1}

   Een andere belangrijke les ligt opgesloten in het feit dat de alwijze Schepper juist niet elke afzonderlijke streek gezegend heeft met al de rijkdommen der schepping. Hij heeft ze op vaardige wijze over de

28

aarde verdeeld. Op gelijke wijze heeft Hij zorgvuldig de noodzakelijke lichaams opbouwende en lichaam instandhoudende materialen over het voedselrijk verdeeld; Hij heeft ze niet in één plant gelegd. {EWe 28.2}

   Om daarom een volmaakte gezondheid te behouden, verzeker u van het feit dat u van al de hieronder in groepen ingedeelde voeding gebruik maakt, en geef hen de juiste verhoudingen in uw dieet. Ongeveer 80% van uw dieet zou moeten bestaan uit de eerste acht klassen van voedsel (Groep 1), en 20%, uit de andere drie klassen van voedsel (Groep 2). De laatste twee voedselklassen (groep 3) zijn toebereidselen of kruiden voor alle voeding. {EWe 29.1}

GROEP 1

TACHTIG PROCENT VAN HET DIEET:

 80% van dieet dat men nuttigt, moet bestaan het voedsel samengesteld uit deze groep: {EWe 29.2}

klasse 1: Bladgroenten (waterkers, biet-groenten, spinazie, sla, peterselie, kool, broccoli, bloemkool, chard (soort spinazie) enz.)

Klasse 2: Steelgroenten: (selderij, rabarber,                                     asperges, enz.)

Klasse 3: Kruidachtige Vruchten: (ananas, oker, aubergine of eiplant, pepers, spersiebonen, tomaten,enz.)

Klasse 4: Knollen: (wortelen, aardappelen, radijs, uien, jams, bieten, raap, enz.)

Klasse 5: Komkommerachtigen: (squash (soort komkomkommervormige pompoen), meloenen, komkommers, pompoenen, enz.)

Klasse 6: Boomvruchten (perziken, dadels, bananen, sinaasappels, granaatappels, olijven, advocaat of avocado’s, enz.)

29

Klasse 7: Rankvruchten (bessen, druiven, enz.)

Klasse 8: Zuivelproducten. (Het liefst vervangen.)

GROEP 2:

TWINTIG PROCENT VAN HET DIEET:

  Slechts 20% van het dieet dat met nuttigt zou moeten zijn samengesteld uit het voedsel uit deze groep: {EWe 30.1}

klasse 1Granen (haver, rijst, maïs, rij, tarwe, gerst, enz.)

Klasse 2Peulvruchten (bonen, linzen, erwten, enz.)

Klasse 3Noten (pecanoten, kokosnoot, amandelen, walnoten, hazelnoten, enz.)

GROEP 3:

KRUIDEN VOOR ALLE VOEDING:

 

  Alle voeding kan worden gekruid of op smaak worden gebracht met de voedingswaren uit deze groep: {EWe 30.2}

Klasse 1Oliën (olijfolie, soja (boon)olie, sesamolie, notenoliën, katoenzaad olie, enz.)

Klasse 2Zoetstof of Zoetmakers (honing, basterdsuiker, ahornsuiker of esdoornsuiker (Eng., maple suger), graansuiker (Eng., sorghum), enz.)

HET ZOMER EN HET WINTER DIEET

      Aangezien God ervoor zorgt dat de planten in de zomer groeien en in de winter in rusttoestand verkeren, heeft Hij de mens zo samengesteld om in de zomer te teren op verse tuin producten en op droge voedsel gedurende de winter. Het feit, dat geen enkele boom kan overleven tijdens de zomer zonder haar bladeren, maar dat zij zonder hen kan gedijen tijdens de winter, toont wederom aan dat een mens niet wel kan varen als hij

30

nalaat zijn dieet samen te stellen uit verse tuin producten van het seizoen, maar dat hij het zeer goed kan stellen met droog-, wintervoeding, wanneer de verse niet meer te verkrijgen zijn. {EWe 30.3}

     Voorts, aangezien de Heer van den beginne niet had voorzien in de huidige transport gemakken, en dat Hij het niet mogelijk maakte voor de mens om voedsel producten te importeren of te exporteren van de ene uiterste locatie naar de andere, heeft Hij hem zo samen gesteld dat hij best kan leven met de dingen die zijn eigen omgeving, of de meest dichtbij gelegen locatie kan produceren. Daarom, worden voor hem alle voedsel producten die ergens anders groeien, bijzaak, en heeft hij de voedsel producten die buiten het seizoen vallen, niet nodig. Anders gezegd, terwijl de verse de beste bijdrage leveren voor iemands gezondheid in de zomer, zijn de droge het beste voor hem in de winter, tenzij hij daar leeft, waar de verse producten ook in de wintermaanden van nature groeien. {EWe 31.1}

     Met het oog op deze beschouwingen gericht, kan men op logische wijze vaststellen dat de persoon die in een warme klimaat leeft, meer vers voedsel moet eten, maar dat de persoon die in een koude klimaat leeft meer droog voedsel moet nuttigen, goed houdbare, geconcentreerde, warmte producerende voedsel producten. Degene die anders handelt, stookt, als het ware, zijn huiskachel op volle toeren in de zomer en zijn huiskoelsysteem op volle toeren in de winter! Is het dan geen wonder, dat wanneer een mens op die wijze met zijn lichaam aan het knoeien is, hij, ondanks dit alles, het lang volhoudt? Als een boom die in de winter kaal is, indien het mogelijk was, zijn bladeren in de zomer laat vallen, of ze in

31

de winter laat groeien, zou het nooit meer een kans hebben om een dergelijke buiten-het-seizoen-vallend idee uit te proberen. {EWe 31.2}

     In tijden toen er nog geen sprake was van gemeganiseerd vervoer, kon alleen een “regeerder” voedingswaren die buiten het seizoen vielen verkrijgen: aardbeien, kersen, enz., en dat, terwijl de sneeuwvlokken de bomen bedekten en de ijspegels van het dak tot aan de grond reikten. {EWe 32.1}

     Met dit gegeven in gedachte, waarschuwt Inspiratie: “Wanneer gij bij een heerser tafelt, bepaal dan uw aandacht dan alleen bij hetgeen vóór u staat, en zet u het mes op de keel, als gij een gulzig mens zijt. Begeer zijn lekkernijen niet, want het is bedrieglijke spijs.” Spreuken 23:1. {EWe 32.2}

     In de tijd van Salomo kon allen een regeerder gebruik maken van de talloze lekkernijen, vervaardigd van wit meel, gekristalliseerde suiker, en andere commerciële voedsel producten, maar de moderne machinerieën brengen nu het “voedsel” van de regeerder naar een ieders tafel toe, en dus voedt de gemoderniseerde wereld zich met “bedrieglijke spijs,” voedsel, dat niet voorziet in de lichamelijke behoeften, voedsel, dat net zoveel goeds doet als het aas aan de haak van de hengel van de visser doet voor een vis die er achteraan gaat. {EWe 32.3}

     Fruit is zomervoeding, die gemaakt is om het lichaam koel te houden. En bovendien heeft het meer weg van een dessert (toetje of nagerecht) dan van een maaltijd. {EWe 32.4}

     Het inblikken van voedingswaren is een ander gezondheid-vernietigende methode of instrument geworden, want de meerderheid van de mensen tracht te overleven met ingeblikt voedsel, en dat het gehele jaar door. Als u voorspoedig en gelukkig wenst te leven, breekt u zich dan los van het kunstmatig,

32

wetteloos leven, en aldus van de ziekten die in de wereld heersen. {EWe 32.5}

VOEDSELCOMBINATIES:

      Er zijn tal van theorieën betreffende het combineren van voeding, maar aangezien de een de ander tegenspreekt, kunnen zij niet allen juist zijn, en daarom, in plaats dat zij overtuigen, scheppen zij twijfels met betrekking tot het feit of er nu wel überhaupt iets is waar men zich druk over zou moeten maken. {EWe 33.1}

     Alhoewel de mensen door de eeuwen heen geleefd hebben en gezond gebleven zijn, hebben ze amper aandacht besteed aan voedselcombinaties. Waarom? Stop en denk na: Alleen vanaf de jaren van moderne transportmiddelen en het op commerciële wijze bereiden van voedingswaren, heeft deze zaak zich op grootschalige wijze aan het publiek opgedrongen. Aangezien dit een feit is, is het probleem duidelijk: Moderne transport mogelijkheden, zoals eerder werd aangehaald, hebben de markten overspoeld met geïmporteerde voedsel producten afkomstig uit alle delen van de wereld, waardoor het voor een ieder mogelijk gemaakt wordt om voedingswaren te verkrijgen die buiten het seizoen vallen en, in vele gevallen, van het soort voedsel dat niet eens groeit in de streek van de afnemer. Het is dus vanzelfsprekend, dat deze buitenlandse, buiten-het-seizoen-vallende producten geen goede combinatie kunnen vormen met de lokale producten die binnen het seizoen vallen. Hierin ligt hoofdzakelijk de moeilijkheid met voedvoedsel combinaties. Neem weer het feit in beschouwing wat voor resultaten u zult verkrijgen, als u zowel de kachel als het koelsysteem in uw huis tegelijkertijd aan hebt staan! {EWe 33.2}

33

   Bovendien, behoeft voedsel dat aangepast is aan de verbruikers lichaamsbehoeften in het ene klimaat dat niet het geval te zijn in een ander klimaat. Dit is waarneembaar van het feit, dat in de dagen toen de mensen volledig leefden van hetgeen zij zelf verbouwden in hun eigen streek, zij niet de moeilijkheden hadden waar de wereld nu mee te kampen heeft. Dezelfde waarheid wordt aangetoond in het feit dat de Schepper ervoor zorgde dat bepaalde soorten van voedsel producten in een bepaalde streek groeiden, en andere soorten in een andere streek, maar dat Hij toen tertijd géén middelen creëerde voor snelle lange afstand transport. {EWe 34.1}

     Specifiek gesproken, zijn er aan de ene kant gezondheid-deskundigen die volhouden of voet bij stuk houden, dat proteïne-houdende voeding zoals “melk, kaas, eieren, noten en bonen,” een slechte combinatie vormen met koolhydraten-houdende voeding zoals “artechokes of aardpeer, brood, gerst, granen, cakes, bloem, aardappels, pompoen, rijst, en spaghetti.” Aan de andere kant zijn er gezondheid-deskundigen die vasthouden aan het feit, dat deze twee voedsel klassen een uitstekende combinatie vormen. Wie heeft er gelijk? — Met het oog op het feit, dat kaas, eieren, en melk samengesteld zijn uit granen en gras, schijnt het een onlogische zaak om te concluderen dat een graan-en-groente-product geen goede combinatie  vormt met granen en groenten. Bovendien, mogen wij terecht constateren dat kalveren volkomen gezond opgroeien met voer dat samengesteld is uit melk, granen, en gras. {EWe 34.2}

     Dan is er het geschil, dat granen en groenten nooit mogen worden gecombineerd. Maar in tegenstelling tot deze theorie, wordt vee het best groot gebracht met gras, gecombineerd met granen.

34

Bovendien is graan zaad, en zaad is niets minder of meer dan de vrucht van groenten. {EWe 34.3}

     Nu komt de vraag: Zouden granen gecombineerd mogen worden met fruit? — Zo ver terug als dat de geschiedenis verslag  doet, heeft de mens de gewoonte op na gehouden om bij elke maaltijd brood te eten, en geen enkel voorbijgegane generatie heeft een klacht nagelaten van een slechte uitwerking op de gezondheid. {EWe 35.1}

     De meest bekende vraag die moet worden beantwoord met betrekking tot voedselcombinaties, is de vraag, of er fruit gecombineerd zou moeten worden met groenten. De oplossing voor deze vraag kan gevonden worden in de wetten die werden ingesteld in de scheppingsweek. De koe, die niet dezelfde graad van intelligentie als de mens meekreeg, werd geschapen om, niet van fruit, maar van gras te leven, en de aap werd geschapen om, niet van gras, maar van vruchten te leven. Dit weten wij, omdat het vee voldoende toegerust is om zichzelf met gras te voeden, en apen om zichzelf aan vruchten te helpen. Bovendien, interesseren koeien zich van nature niet voor vruchten, en apen interesseren zich van nature niet voor gras, zolang als dat vruchten voorradig zijn. Van deze voorbeelden uit de natuur mogen wij logischerwijs concluderen dat niet alle vruchten zouden moeten worden gecombineerd met alle groenten. {EWe 35.2}

     Wanneer men in beschouwing neemt dat melk is samengesteld uit granen en grasbestanddelen, en alhoewel granen met fruit gecombineerd kunnen worden, kan gras niet met fruit worden gecombineerd. Daarom roept, in het algemeen gesproken, de combinatie van melk en fruit, nogal wat twijfels op. {EWe 35.3}

35

RAUW VOEDSEL

     Aangezien ongekookt voedsel veel voedzamer is dan gekookt voedsel, is het van noodzakelijk belang dat alle voedingswaren die rauw gegeten kunnen worden niet gekookt gegeten zouden moeten worden, of tenminste, niet als maar weer. Vele voedsel producten worden slechts uit gewoonte gekookt. Spinazie, asperge, oker, jonge groen erwten, koolraap, en wortelen, om maar een paar voorbeelden te noemen, hoewel ze in de regel worden gekookt, zijn ze veel lekkerder wanneer ze rauw worden gegeten. Personen die niet gewend zijn aan het eten van rauwe voeding, zouden met kleine hoeveelheden moeten beginnen, dan geleidelijk aan de hoeveelheid opvoeren. Zij moeten echter heel goed worden gekauwd en moeten samen met het gekookt en gestoomd voedsel worden genuttigd, zodat de maagwand niet geïrriteerd raakt. {EWe 36.1}

GEBRUIK HET GEZOND VERSTAND

     “Er is ware gezond verstand in gezondheidshervorming. De mensen kunnen niet allemaal dezelfde dingen eten. Sommige voedselwaren zijn voedzaam voor de ene persoon, terwijl het schade berokkent aan een andere. Sommigen kunnen geen melk gebruiken, terwijl anderen er best op kunnen teren. Voor sommigen, zijn gedroogde bonen en erwten voedzaam, terwijl anderen ze niet kunnen verteren. De magen van sommigen zijn zo gevoelig geworden, dat zij geen gebruik kunnen maken van grof-volkorenmeel. Het is dus onmogelijk om een ongevarieerde regel te maken, om zo ieders eetgewoonten te regelen of te bepalen.” — “Counsels on Health, pp. 154, 155. {EWe 36.2}

36

 “Maar niet alle op zichzelf voedzaam voedsel is in alle omstandigheden geschikt voor onze behoeften. Zorg moet besteed worden aan de keuze van het voedsel. Ons dieet moet aan het seizoen aangepast zijn, aan het klimaat waarin we wonen en aan het werk dat we verrichten. Sommige voedsel, dat voor gebruik geschikt is in het ene seizoen of het ene klimaat is niet geschikt voor een ander seizoen of klimaat. Er zijn dus verschillende soorten voedsel die het best geschikt zijn voor personen met verschillende bezigheden. Dikwijls is voedsel, dat heel geschikt is voor hen, die zwaar lichamelijk werk verrichten, ongeschikt voor mensen met zittende arbeid of met intensieve geestelijke arbeid. God heeft ons een ruime verscheidenheid aan voedsel gegeven en iedereen zou daaruit die soorten moeten kiezen, die door ervaring en gezond verstand gebleken zijn het beste te zijn voor zijn behoeften.”– “Ministry of Healing, pp. 296, 297 / “De Weg tot Gezondheid,” pp. 168, 169. {EWe 37.1}

DE VERLICHTE, PROGRESSIEVE MANIER VAN LEVEN.

   “Als uw dagen, zo zullen uw kracht zijn.” (Deut. 33:25.) {EWe 37.2}

   Dit Schriftgedeelte laat duidelijk zien dat het nooit de bedoeling van God is geweest, dat de mens zwak of ziek zou zijn, en dat hij sterven zou voordat zijn dagen voleindigd waren, maar dat hij zijn kracht zou behouden, evenredig aan zijn leeftijd, en dat hij niet door ziekte zou sterven, maar wegens een verzadigde oude leeftijd. {EWe 37.3}

     “Zo is ook dit een smartelijk kwaad; geheel zoals hij gekomen is, zo gaat hij heen, en  welk voordeel heeft hij ervan, dat hij zich

37

voor wind heeft afgetobd? Zelfs nuttigt hij zijn spijze gedurende al zijn levensdagen in duisternis, en hij heeft veel verdriet, lijden en ergernis.” Pred. 5:15, 16; (Eng., vv. 16, 17.) {EWe 37.4}

      Van nature begaan zij, die in onafhankelijkheid van God voortleven, niet alleen maar goddeloosheid, zelfs al doen zij dat onbewust, maar arbeiden zij ook zonder nut. Bovendien, zorgt hun eten in het duister, zonder goddelijk licht over het onderwerp, ervoor, dat zij voedsel eten dat geen kracht geeft, maar verdriet, toorn, en ziekte veroorzaakt. {EWe 38.1}

     De twee Goddelijke Gidsen des levens, het Woord en de Natuur, zijn, zoals wij reeds hebben gezien, de beste en de enige leraren die met gezag spreken. Een ieder, die daarom hun raad in de wind slaat, wandelt onbewust in het duister en stevent af op moeilijkheden, en als hij uiteindelijk in moeilijkheden geraakt is, is het zeker dat hij bezorgd zou zijn hoe eruit te geraken. Maar als hij haastig om zich heen tast, zal hij erachter komen dat hij even hulpeloos is om uit de moeilijkheden te geraken, als dat hij eruit kon blijven. Daarom is elke theorie, hoe geloofwaardig, aannemelijk of logisch het ook mag toeschijnen, duidelijk een misleiding, tenzij het honderd procent in overeenstemming is met de twee nooit falende Levensgidsen — de Bijbel en de Natuur. {EWe 38.2}

Aangezien deze Leraren op gezagvolle wijze spreken dat de mens geschapen werd “uit het stof der aarde” (Gen. 2:7), is het aannemelijk dat het lichaam van de mens en de grond of het stof der aarde dezelfde mineralen bevatten. Het is dan vanzelfsprekend, dat omdat vlees zichzelf niet op voldoende wijze in stand kan houden van vlees,

38

dat de plant het instrument is, die de mineralen opneemt uit de aarde en ze voorbereid voor menselijke en dierlijke consumptie. Dus, als granen, noten, fruit, en groenten, het oorspronkelijke, het beste, en het wettige dieet van de mens, in de juiste verhoudingen worden gebruikt, zullen zij zijn verstand scherp, zijn lichaam gezond en zijn moraal en zijn getrouwheid onbesproken houden. {EWe 38.3}

     Er zijn tal van boeken op de markt, sommigen bepleiten een ding en sommigen iets anders, maar zowel de Natuur als het boek van God raden duidelijk deze gezondheidopbouwende en karaktervormende principes aan, en alhoewel fanatici zaken mogen bijvoegen of afdoen, zijn zij niet bij machte om de resultaten te beïnvloeden. De “geen-granen-dieet” en de “vuurloze keuken” ideeën, alhoewel zij op ware grondbeginselen zijn gebaseerd, zijn slechts twee van de vele vruchten der fanatisme. Daarom verklaren wij op gezagvolle wijze, dat allen die in het midden van de rechte en smalle weg blijven, dat allen die op verstandige wijze hun dagelijks menu samenstellen uit de voedingswaren die geoorloofd zijn, ongetwijfeld hun gezondheid zullen behouden. Zij zullen groeien uit een beestachtige naar een meer edele en menselijke natuur; zij zullen vele zegeningen oogsten en grote vervloekingen vermijden. {EWe 39.1}

HET TEVEEL ETEN

     Aangezien de gemiddelde normale maag ongeveer één liter kan bevatten, zou de gemiddelde maaltijd voor een actieve persoon nooit meer moeten zijn dan ongeveer 0,89 liter. Het overbelasten van de maag is even schadelijk voor het lichaamsgestel als het drinken

39

van bedwelmende drank. Ja, zelfs erger dan dat. Een van de kwaadheden die uit een dergelijke verkeerde gewoonte voortvloeit, is dat naast het feit dat er darmgassen stoornissen ontstaan, het ook de maag vergroot, en als resultaat wordt het hele lichaam wanstaltig of mismaakt. Dit is in het bijzonder het geval met de jeugd die in de groeistadium is, want het ene orgaan heeft invloed op een andere. Naast dergelijke schade, put te veel eten het gehele organisme uit — het verkort het leven. Een molen maalt slechts een bepaalde hoeveelheid aan koren voordat deze het begeeft, zij het gedurende een lange of een korte tijdsperiode. Het menselijke mechanisme kan op gelijke wijze slechts een bepaalde hoeveelheid voedsel verwerken, dan komtook hij tot rust. Vandaar, dat men zijn leven kan weg kauwen. {EWe 39.2}

     Te veel eten veroorzaakt gisting, gisting veroorzaakt irritatie, irritatie veroorzaakt constipatie, en constipatie (verstopping) opent de weg voor tal van andere ziekten. Alles wat men overbelast ondervindt daar schade van. {EWe 40.1}

     Laat daarom de lezer nu goed aan herinnerd worden dat de mens door drie verschillende perioden of fasen van het leven gaat: (1) de jaren waarin hij groeit, (2) de jaren van zijn levensbloei of bloeitijd, (3) de jaren van zijn achteruitgang of verval van krachten. Terwijl hij de heuvel van groei bestijgt heeft hij voedsel nodig om te groeien naast het instandhouden van zijn lichaam. Maar nadat hij de top van groei heeft bereikt, en hij de topjaren van zijn levensbloei achter zich laat, behoeft hij slechts te eten om zijn lichaam in beweging of in stand te houden. En wanneer hij voorbij de piek van zijn

40

leven is, wanneer hij ouder en minder actief wordt, heeft hij naar verhouding minder nodig. Het tot zich nemen van meer voedsel dan dat zijn lichaam vereist en dan dat zijn werk om vraagt, zorgt niet alleen voor een verspilling van het voedsel, maar vereist ook energie. Daardoor maakt men dat zijn spijsverteringsorganen worden overbelast. Ze worden geforceerd om meer arbeid te verrichten dan dat zij aankunnen, en zo verspilt men zijn energie om voedsel te verteren dat niet nodig is. Het uitstoten van buitensporige vergiften en afvalstoffen is hiervan het gevolg — men zorgt dus voor een overbelasting van hele organisme. Blijft deze onverstandige handelwijze gestaag voortduren, zo ook het eten op elk moment en altijd maar weer, eten voor plezier in plaats van om aan te sterken, zoals de mensen in deze eeuw dat uit gewoonte doen, dan zullen uiteindelijk de organen van het lichaam niet meer instaat zijn om een dergelijke onredelijke eis uit te voeren. Dus moeten zij, die in zulk een duisternis eten, door een periode van ellende gaan, en moeten zij hun leven beëindigen, lang voordat hun werk volbracht is, voordat hun bruikbaarheid verbruikt is. {EWe 40.2}

     “Gezegend zijt gij, o land, wanneer uw koning een  zoon  van edelen is, en uw vorsten maaltijd houden te rechter tijd, voor kracht en niet voor dronkenschap.” (Pred. 10:17, KJV.) {EWe 41.1}

 

     “De rechtvaardige eet tot verzadiging van zijn ziel, maar de buik van de goddeloze zal gebrek lijden.” (Spr. 13:25, KJV.) Christen zouden moeten eten om te leven, niet leven om te eten. {EWe 41.2}

ETEN TUSSEN DE MAALTIJDEN DOOR

     Veronderstel dat u wat etensresten in uw ontbijtbord laat staan, en dat u tijdens de lunch wat aan toevoegt, maar u

41

maakt weer niet alles op, en u herhaalt dit steeds maar weer, dag na dag, kunt u zich voorstellen hoe het bord en het voedsel eruit zal zien en wat voor een geur het zal verspreiden na enkele dagen? Toch is een persoon die tussen de maaltijden door eet, eten voordat het voedsel dat tevoren genuttigd werd de maag verlaten heeft, onbewust bezig een toestand aan het scheppen dat even slecht is. {EWe 41.3}

     Als de maag niet de kans krijgt om zich te ledigen tussen de ene maaltijd en de volgende, zal zij beslist gaan gisten en beginnen gassen en gifstoffen te produceren, zodat het lichaam genoodzaakt wordt om het weinige aan energie dat wordt geleverd door het voedsel, gebruikt wordt om gifstoffen uit te stoten. In plaats van voedsel tot u te nemen tussen de maaltijden door, spoel dan uw maag met zuiver zoetwater — bevorder daardoor een goede en gezonde eetlust voor de volgende maaltijd. Bovendien, als na een redelijke tijdsduur al het voedsel de maag nog niet verlaten heeft, blijf dan, in plaats van slechts te eten omdat de gerelde tijd voor de maaltijd aangebroken is of slechts omdat u een valse honger hebt, water drinken, totdat uw maag licht en uw eetlust gestimuleerd wordt. Door juiste eetgewoonten op na te houden nemen iemands verdiensten toe, bevordert de gezondheid, neemt de energie toe, wordt de adem aangenaam, en wordt beminnelijkheid ontwikkeld. Wat een gewin, en dat zonder dat men behoeft te investeren! {EWe 42.1}

      “Regelmaat in de maaltijden is van vitaal belang. Er moet een vastgestelde tijd voor iedere maaltijd zijn. Laat iedereen dan eten wat het gestel nodig heeft, en daarna eet men niets meer tot de volgende maaltijd. Er zijn velen die eten wanneer het lichaam geen voedsel nodig heeft, op onregelmatige tijden en tussen de maaltijden, omdat zij geen voldoende

42

sterke wil hebben om de neiging te weerstaan. Op reis zijn sommigen constant bezig alles wat eetbaar is binnen hun bereik op te knabbelen. Dit is heel schadelijk. Als reizigers regelmatig voedsel zouden eten dat eenvoudig en voedzaam is, zouden zij zich niet zo vermoeid voelen, noch zoveel van ziekte te lijden hebben. {EWe 42.2}

      “Een andere schadelijke gewoonte is het eten vlak voor het naar bed gaan. De geregelde maaltijden zijn genomen; maar omdat er een gevoel van flauwte is, wordt weer wat gegeten. Door hieraan toe te geven, wordt deze verkeerde praktijk een gewoonte en raakt dikwijls zo stevig ingeburgerd, dat men denkt niet te kunnen slapen zonder dit extra voedsel. Als gevolg van dit late soupeetje gaat het verteringsproces gedurende de slaap voort. Maar ofschoon de maag constant doorwerkt, wordt het werk niet goed volbracht. De slaap wordt dikwijls gestoord door onplezierige dromen en in de morgen wordt men onverfrist wakker met weinig zin in het ontbijt. Wanneer we ons ter ruste leggen, moet de maag haar werk gedaan hebben, opdat zij even goed als de andere organen van het lichaam, rust kan genieten. Voor personen met zittende bezigheden zijn late maaltijden bijzonder schadelijk. Voor hen wordt een aldus veroorzaakte verstoring dikwijls het begin van een ziekte die in de dood eindigt. {EWe 43.1}

      “In vele gevallen is dat flauwe gevoel dat tot een verlangen naar voedsel leidt, het gevolg van het feit dat de verteringsorganen gedurende de dag veel te zwaar belast zijn geweest. Na een maaltijd

43

verteerd te hebben, moeten de verteringsorganen rust hebben. Er moet minstens vijf of zes uur verlopen tussen de maaltijden.” (Ministry of Healing,” pp. 303, 304; “De Weg tot Gezondheid,” blz. 172, 173.) {EWe 43.2}

Goede Gewoonten, Hygiëne, en oefening Geven een Goede Gezondheid. 

     Om een slechte spijsvertering te boven te komen moet men één uur voor en twee uur na de maaltijden warm (of lauw) water drinken. Eet langzaam en kauw uw voedsel grondig, zoveel mogelijk speeksel ermee vermengend als mogelijk is. Verlaat de tafel altijd terwijl u nog hongerig bent; en houdt in alle gevallen uw darmen vrij. Er wordt gepleit voor drie stoelgangen per dag door gezondheidsdeskundigen; nooit minder dan twee. Houdt u dit punt goed vast, ga niet op lichtzinnige wijze aan voorbij, want bij dit punt ontstaat het grootste aantal ziekten. Geef spoedig gehoor aan deze zaak, want u kunt het u zich niet veroorloven om gedurende enige tijd van uw lichaam een beerput te maken. Als last van constipatie hebt, en als gevolg daarvan lijdt, dan hebt u grondige reiniging nodig, niet door drie stoelgangen per dag, maar door vijf. Zelfs dan zal het enige tijd duren voordat een aantoonbaar genezingsresultaat kan worden verkregen. {EWe 44.1}

     Houd ook in gedachte, dat uw lichaam de tabernakel des Heren is, dat het van binnen en van buiten rein gehouden zou moeten worden. Schone kleding en twee warme baden per week, eindigend met koud water, zo ook een snelle koude douche of een spons bad dagelijks, zijn van noodzakelijk belang — een voortreffelijke

44

verfrissing om kouvatten tegen te gaan, en om u te helpen de dagtaak aan te kunnen. {EWe 44.2}

     Houdt uw huis, van binnen en van buiten, smetteloos schoon, in het bijzonder de vloeren, meubels, en de donkere hoeken; en houdt in gedachte dat onbedekte en onreine vitrinekastjes en toiletten de zuurstof doden. houdt het huis aantrekkelijk en opporde — alles op z’n plaats. Houdt altijd in gedachte dat reinheid gelijk staat aan Goddelijkheid. En dat op-de-hemel-gelijkende recht en orde, energie, middelen, en tijd besparen. {EWe 45.1}

     En vergeet niet dat zelfs van nog noodzakelijker belang voor de gezondheid zijn: zuiver zoetwater, zonlicht, zuivere frisse lucht, en lichamelijke oefening buitenshuis. Een kosttuintje thuis voorziet in dit alles, en naast het feit dat het de tafel voorziet van verse, leven gevende voeding, bespaard het ook geld. Ja, het werk in de tuin thuis houdt de kinderen weg van het kwaad, en tegelijkertijd helpt het hen om een sterk lichaam, een edel karakter en onzelfzuchtigheid, te ontwikkelen — om te leren vlijt aan de dag te leggen. {EWe 45.2}

     Slaap nooit in een kamer met gesloten ramen. Adem diep in; drink bij iedere gelegenheid water; 1,8 liter water per dag is niet te veel voor een volwassen persoon — slechts twee volle glazen, één uur of meer vóór het ontbijt en de avondmaaltijd, meer in een hete klimaat. {EWe 45.3}

     Weest niet overbezorgd om het zonlicht te vermijden. Houdt altijd in gedachte dat rozen en vruchten hun mooie kleuren alleen krijgen wanneer zij in contact komen met de stralen van

45

de zon, en dat zon der de zon niets in leven kan blijven. Gezondheid maakt een mens mooi, terwijl kunstmatige make-up op een bleek uiterlijk dat nooit doet. Maar als een gelaatsuitdrukking dat niet aan de zon wordt blootgesteld u aantrekkelijker toeschijnt, bezin u dan goed en neem uw besluit of u er nu mooier uit wil zien of dat u zich beter wilt voelen. Bovendien kunt u een hoed dragen met een brede rand om uw gezicht af te schermen en toch voordeel hebben van de zonnestralen. {EWe 45.4}

     Het is omdat niemand het zich kan veroorloven zich te beperken in deze drie onmisbare zaken (zonlicht, lucht, en water), dat de Schep per de aarde zo overvloedig heeft voorzien van hen, dan welke andere gaven ook, en dat Hij ze binnen het bereik van alle levende wezens heeft geplaatst. Deze zijn de goedkoopste en meest essentiële lichaams vereisten die te verkrijgen zijn. Het is nutteloos om uit hun buurt te blijven. {EWe 46.1}

     Degenen die in gebreke blijven om deze gezondheids principen te onderhouden, kunnen natuurlijk niet hopen op een herstel van hun gezondheid of om het zelfs op de huidige peil te handhaven. {EWe 46.2}

Plezierige Omgeving

      Alles wat God geschapen heeft is op kunstzinnige wijze ontworpen en prachtig bekleed, hetgeen steeds weer een blijde lach en diep nadenken veroorzaakt wanneer men het gadeslaat. Dit alles heeft Hij tot stand gebracht ten gunste van het mensdom. Is het dan niet waar, dat uw huis en de omgeving daarvan niet alleen uw gezondheid beïnvloed, maar ook uw gelaatsuitdrukking?

46

Een plezierige omgeving maakt vrolijk, en vrolijkheid brengt gezondheid met zich mee. Door aanschouwen worden wij veranderd. Zorg daarom er dus voor, dat de verandering die u ondergaat ten goede is; dan zult u natuurlijke schoonheid verkrijgen, hetgeen alle kunstmatige make-up verdringt. {EWe 46.3}

HET STADSLEVEN

      De mens werd niet geschapen om in een gemoderniseerde stad te leven, overeenkomstig de kortzichtigheid van de mens, maar eerder in een goed aangeklede tuin, gepland naar het voorbeeld van de schepper. Ja, de Hof van Eden was het model-stadsterrein van de mens. Wat een contrast tussen haar en de steden van vandaag! Een ieder is natuurlijk van op de hoogte, dat wanneer een groot aantal gedomesticeerde dieren evenveel beperkt worden als dat het geval is met de mensen in de moderne steden, zij onderworpen worden aan allerlei ziekten. De mens is daarop geen uitzondering. Het is niet overdreven om te zeggen dat degenen die in de steden wonen in een vee opslagplaats des Doods leven. Daarom, als u in een stadswoning moet wonen, neem dan, in plaats van in de dichtbevolkte provincie te wonen, uw intrek zo ver mogelijk daarvan verwijdert en laat het zo veel mogelijk gelijken op het tehuis in Eden. Dit kunt u doen door een keurig ontworpen, goed verzorgde tuin en planten van verschillende soort die op kunstzinnige wijze rondom het huis zijn geplant. {EWe 47.1}

     Houdt altijd in gedachte dat het stadsleven kunstmatig is en dat het niet in Gods plan voor Zijn kinderen vandaag aan de dag is opgenomen, evenmin als dat het geval voor hen  was  in  de dagen van Lot. Dat vervloeking en verwoesting

47

al de vroegere steden verslonden heeft, en dat zij tenslotte diep onder de grond begraven liggen; dat de boosheden van de steden van vandaag de boosheden van alle tijden overstijgen, en dat ondergang vandaag aan de dag even zeker is als dat zij gisteren het geval was; dat als u niet nu kunt wegtrekken uit de stad, en als u wenst te ontkomen aan haar ondergang en waardig wenst bevonden te worden om te kunnen delen in de toekomstige zegeningen met de getrouwen, dan hebt u een taak uit te voeren — u moet vroeg of laat, in een oogwenk, van haar wegvluchten met uw rug naar haar toegekeerd. Dit moet u doen als u zich in haar bevindt wanneer de oproep tot u komt zoals het tot Lot kwam. Ja, hij kwam uit haar, maar wat voor een verlies ging daarmee gepaard! U kunt het zich niet veroorloven om het niet beter te doen dan dat hij het deed. {EWe 47.2}

WERK EN RUST, HET GEHELE JAAR DOOR

      Zoals wij weten, is de tijd in twee delen onderverdeeld, namelijk, in nacht en dag. In de zomer (het seizoen voor verbouwen en inzamelen van de voorraden bestemd voor de wintermaanden) zijn de dagen lang, maar tijdens de winter (het seizoen waarin geen landbouw wordt bedreven) zijn de nachten lang. Deze Goddelijke regelingen geven duidelijk aan, dat men meer uren in werken zal steken tijdens de zomermaanden dan men tijdens de wintermaanden zou moeten doen. En hoelang zullen zij zijn? Klaarblijkelijk zolang als dat er zonlicht is. Ja, ook de gelijkenis van Mattheus 20:1-17 verklaart duidelijk dat de Heer Zijn dienstknechten de opdracht gaf om vroeg te beginnen en om te

48

werken tot aan het einde van de dag, tot zonsondergang. {EWe 48.1}

     Wanneer dus de natuurlijke wijze van leven langere werkuren tijdens de zomer maanden vereist, eist zij kortere werkuren gedurende de wintermaanden — een dagelijkse gemiddelde gedurende het jaar door van 12 uren werk en 12 uren rust. Iemand die instemt met al de vereisten die de Waarheid hierin aanbeveelt, stemt in met de natuurlijke wetten van zijn wezen, met de wetten die een goede gezondheid bevorderen en die geluk in het gezin met zich meebrengen. Maar als hij deze wetten misacht, kan hij natuurlijk, niet méér verwachten dan dat zijn investering toelaat. Ook zou men duidelijk moeten inzien dat de volledige hoeveelheid werk  even noodzakelijk is als de volledige hoeveelheid rust, dat de een de andere in evenwicht zou moeten houden; en dat in de mate waarop hij deze wetten overtreedt, hij juist in die mate de straf zal ondergaan die zij opleggen. “Omdat gij (…) van de boom gegeten hebt,” weer waarschuwt de Schepper, “(…) in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de grond wederkeert.” Gen. 3:17-19, KJV. {EWe 49.1}

 

     Denk aan het onnatuurlijk leven dat de wereld nu leidt! Zij poogt zich te redden met even weinig werk en rust en met evenveel vertier en spel als maar mogelijk is. Zij eet gedenaturaliseerd voedsel en voedsel dat buiten het seizoen valt, drinkt alcohol, spiritus, en drug-bevattende vloeistoffen, en dat de gehele dag door — wat een zuippartij! Het is een wonder dat zij nog steeds leeft! Inderdaad, zij is “ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind,

49

en naakt”; en terwijl zij haar toestand niet weet, zegt zij: “Ik ben rijk, en ik heb mij verrijkt, en heb niets meer nodig”! {EWe 49.2} 

HET GEBRUIK VAN LAXEERMIDDELEN

     Laxeermiddelen hebben, net zoals brandblussers, hun plaats. Alhoewel het verstandig is om een brandblusser achter de hand te hebben, is het beter indien u het nooit behoeft te gebruiken. Zo is het ook met het gebruik van laxeermiddelen — het is goed om ze in de medicijnenkast te hebben, maar het is beter om ze niet te behoeven gebruiken. Het is beter een darmspoeling te ondergaan, als het aan het doel beantwoordt, dan het toepassen van een laxeermiddel; dat wil zeggen, indien het probleem niet hoger zit dat de colon (de dikke darm). {EWe 50.1}

     Sommigen verkrijgen zelfs betere resultaten van één kan, of meer, van koffiemelk, of van half melk en half vruchtensap, dan van een commerciële laxeermiddel; anderen van een glas of twee van zoetemelk, ingenomen tussen de maaltijden, en weer anderen verkrijgen zelfs betere resultaten van karnemelk. Zulke laxeermiddelen zijn niet alleen onschadelijk, maar zij zijn ook voedzame voeding. Zij zullen echter hun uitwerking missen indien zij dag na dag worden toegepast. Door ze afwisselend te gebruiken zal men meer blijvende resultaten verkrijgen. {EWe 50.2}

     Een juist dieet zou elk geval van constipatie (verstopping) moeten kunnen corrigeren. Pruimen, vijgen, dadels, gedroogde olijven en andere soortgelijke vruchten, geven uitstekende resultaten. Begin met een half dozijn gedroogde pruimen (goed kauwen) aan het begin van een maaltijd, blijf het dan variëren met andere voedingswaren die eerder zijn genoemd. Af en toe wat warme limonade voor het

50

ontbijt is ook een doeltreffende darmreiniger. Een goed uitgebalanceerde dieet echter, 80% bulkgroenten en 20% granen, zoals eerder werd aangegeven, zal constipatie verhelpen en ziekten een halt toeroepen, daarnaast een goede gezondheid in stand houden. {EWe 50.3}

51

HET WATER IN EDEN

     Aan ons is meegedeeld dat in de Hof van Eden, het door God ontworpen tehuis van de mens, er maar één soort van water was. Het was niet afkomstig van een put of een dak, maar van een bron; Ja, het vormde de rivier die de hof bevloeide. Het is dus duidelijk, dat bronwater het meest natuurlijke en beste water is die men kan drinken. {EWe 51.1}

     Maar wees op uw hoede voor verkeerde bronnen die, niet van een schone reservoir, maar van een beerput of een septic tank afkomstig zijn. Het is zelfs beter om bronwater afkomstig van schone bronnen een eind verder van de bron te onttrekken, want wanneer het langs de heuvel naar beneden komt, wordt het water van zuurstof voorzien, en wordt het dus lichter, en naast het feit dat het verder gereinigd wordt, wordt het verder van leven voorzien als de zonnestralen erop vallen. Zoals regenwater, is gedestilleerd water van al zijn mineralen beroofd; het is dood. Aangezien dat niet het geval was met het water dat voorradig was in het Edense tehuis, is het duidelijk dat een bepaalde hoeveelheid van mineraalzouten, die in de bodem aanwezig zijn en worden opgenomen door het bronwater zoals het eroverheen of eronderdoor stroomt, heilzaam moeten zijn voor het lichaam. {EWe 51.2}

WAT WEET U VAN SLAAP?

(Uit de Reders Digest, juni 1945)

   Tussen de leeftijd van 25 en 70 besteed de gemiddelde persoon 5 jaren aan slaap. Slaap tekort heeft ervoor gezorgd, dat generalen oorlogen verloren, zenuwachtige patiënten hun verstand kwijt raakten en vrouwen hun echtgenoten. Duidelijk is, dat het begrip slaap belangrijk is voor ons allen; maar hoe velen van ons kennen de daarover wetenschappelijk vastgestelde feiten? Wat is uw score op de volgende stellingen, sommige waar, sommige vals? {EWe 52.1}

Gezonde slapers draaien of keren zich niet.

Vals. Iedereen verandert vele malen zijn positie omdat de spieren in het lichaam zodanig gerangschikt zijn dat we ons lichaam niet in een keer kunnen ontspannen. 35 wentelingen per nacht is normaal. {EWe 52.2}

De meest verfrissende slaap komt vroeg.

Waar. Onderzoeken aan de Colgate Universiteit tonen aan dat velen meer profijt hadden aan slaap welke werd verkregen aan het eind van de eerste paar uren slaap. {EWe 52.3}

Als je zes uren slaapt i.p.v. acht moet je meer energie verbruiken de volgende dag om het zelfde werk tot stand te brengen.

Waar. Laboratorium onderzoeken tonen aan dat wij 25% meer calorieën verbruiken om slaap tekort te compenseren. {EWe 52.4}

Om slaap tekort weg te werken, moeten wij een paar nachten lang een paar uur langen slapen om daarin te slagen.

Vals. Een normale nachtrust is genoeg om ons net zo te herstellen als extra slaap dat kan geven. {EWe 52.5}

52

Met iemand slapen maakt een rustige slaap moeilijker.

Waar. De geringste beweging van de ander persoon, weerhoudt ons van het wegzakken in de diepste en meest verfrissende slaap. {EWe 53.1}

Mannen die in staat zijn met heel weinig slaap te leven behoren tot de meest energieke mannen.

Vals. Napoleon en Edison, redden zich met maar een paar uur slaap per nacht, maar ze deden dutjes gedurende de dag. In ieder 24 uur periode sliepen ze klaarblijkelijk een normale tijdsperiode. {EWe 53.2}

Gebrek aan slaap alleen kan al tot hele serieuze ziekten leiden.

Waar. Dieren gaan eerder dood aan slaap tekort dan aan voedsel tekort. {EWe 53.3}

Wij vallen compleet in slaap en worden ook in een fractie van en seconde wakker.

Vals. Als we half slapen, zowel aan het begin of aan het eind van de nacht, gaan wij door een periode waarin wij niet kunnen praten, maar duidelijk geluiden kunnen waarnemen. Onze kracht om te bewegen slaapt dan, maar onze middelen om te horen zijn nog wakker. {EWe 53.4}

Slapen op je linkerzijde belast het hart.

Vals. Het maakt niet uit of de gemiddelde persoon op zijn rug slaapt of op welke zijde dan ook. {EWe 53.5}

Het drinken van warme vloeistoffen voor het naar bed gaan is een van de beste manieren om van een goede slaap verzekerd te zijn.

Vals. Druk van vloeistof op de blaas, veroorzaakt rusteloosheid. Slechts kleine hoeveelheden zou men mogen drinken gedurende de avond, wil men een rustige nacht hebben. {EWe 53.6}

Het is ongezond om in de zomer te slapen met een elektrische ventilator in de kamer.

Vals. Als de ventilator gericht is op de muur om tocht te voorkomen en geplaatst wordt op de hoogste stand om het geluid te dempen, zal het de kansen op een rustige nacht bevorderen. {EWe 53.7}

Lichamelijke vermoeidheid kan er voor zorgen, dat men moeilijk in slaap komt.

53

Waar. Een warm bad is waarschijnlijk de beste manier om de spanning die komt van teveel oefeningen waar men niet aan gewend is te verminderen voordat men naar ben gaat. {EWe 54.1}

Het ergste van slapeloosheid is je druk maken over de resultaten daarvan op de volgende werkdag.

Waar. Dr. Donals A. Laird die de slaap bestudeerd heeft aan de Colgate Unev. stelt voor dat wanneer slapen een probleem is je moet besluiten de volgende dag later op te staan. Wetende dat je nog veel tijd hebt om uit te rusten zal je makkelijker in slaap vallen. {EWe 54.2}

Een matras met springveren, moet van gemiddelde (medium) zachtheid zijn om een rustige slaap te waarborgen.

Waar. Een zacht bed is de grootste vijand van een gezonde slaap en een hard bed is net zo slecht. {EWe 54.3}

Een tukje na de lunch (het middageten) is pure zelf vermaak en verminderd iemands bekwaamheid.

Vals. Onderzoeken aan de Stephens College Missouri tonen aan dat wanneer studenten een uur hadden geslapen na de lunch hun school resultaten hoger waren dan wanneer zij de tijd gebruikt hadden om te studeren. {EWe 54.4}

Geestelijke inspanning is de slechtste voorbereiding op de slaap.

Waar. Een saaie avond beëindigd met een wandeling om de spieren te vermoeien is de beste voorbereiding voor de slaap. {EWe 54.5}

54

WAT BEHOORT EEN CHRISTEN TE WETEN?

      Tot dusver deze van Godswege geopenbaarde Gezondheids principes, die luider spreken dan een grote meerderheid Christenen, die ooit gebeden hebben voor gezondheid, maar nooit een ding eraan doen om hun foute gewoonten te veranderen, zij zijn slechts bezig hun adem te verspillen. Nu is echter het geschiktste moment aangebroken, het gezegende moment, voor een ieder om zich te realiseren dat het een tegenstrijdigheid is om te proberen de Heer te overtuigen dat die gezonde lichamen heel gemaakt moeten worden, terwijl men Zijn gezondheidswetten aan een kant zet. {EWe 55.1}

     Alle Christenen moeten nu wakker geschud worden om zich te realiseren, dat bidden voor gezondheid niet hun enige taak is, dat niets anders doen dan alleen bidden en niets anders doen, dan luisteren naar een predikant, niet alleen hun lichaam ziek maakt, maar ook hun hersenen inactief maakt en hun zielen in duisternis houdt, waar-door de waarheid te niet tot ontwikkeling komt. Een ieder die deze last van zijn gezondheid op de schouders van de arts plaatst en op de schouders van de predikant de hele last  van  zijn  geestelijke  welgesteldheid legt, zal gezondheid, noch waarheid ontvangen. Een ieder moet zijn eigen juk dragen, wil hij eerlijk zijn tegen zichzelf. {EWe 55.2}

   Betreffende de volgende manier waarop gemeente leden als lichaam zowel hun lichamelijke als hun geestelijke gezondheid kunnen herstellen, stelt de Heer de volgende vraag en geeft daarop meteen antwoord. {EWe 55.3}

     “Is het niet dat gij voor de hongerige uw brood breekt en de arme

55

zwervelingen in uw huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem bedekt; en dat gij u niet onttrekt aan uw eigen vlees? Dan zal uw licht doorbreken als de dage raad en uw gezondheid zal spoedig uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor u uit gaan; de heerlijkheid des Heren zal uw achterhoede zijn. Dan zult gij roepen, en de Here zal  zeggen: Hier ben Ik. {EWe 55.4}

      Als gij uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger, en het spreken van ledigheid; en als uw ziel uitgaat naar de hongerige, en de verdrukte ziel bevredigt; dan zal in de duisternis uw licht opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag. En de Here zal u voortdurend leiden, en in droogte uw ziel verzadigen, en uw gebeente vet maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof, en als een waterbron, waarvan het water niet opraakt”. Jes. 58:7-11. {KJV.} {EWe 56.1}

 

     Dit grootst benodigde project van geven om de armen en zieken, welke een oproep is van de Ene Die geïnteresseerd is in ons allen, kan, wij geloven dat, nu beheerd worden als in de dagen der profeten: door een trouwe tweede tiende, betaald door mensen die zich realiseren dat het beter is te geven dan te ontvangen, beter inderdaad, om anderen te helpen dan om zich te laten helpen door anderen; dat hij die geeft gelukkiger is dan hij die ontvangt. Figuurlijk gesproken, zou iedere Christen vastbesloten moeten zijn om een waterpijp te zijn, een pijp die altijd geeft en nooit leegloopt,  i.p.v. een riool pijp, een

56

pijp die altijd ontvangt en nooit gevuld raakt. {EWe 56.2}

     Ziekte en dood zullen nochtans nooit helemaal verdwijnen onder Gods trouwe volk, voordat tijd en kennis van Waarheid de vervulling van Jesaja 33 en 35 brengen: {EWe 57.1}

     “Aanschouw Sion, de stad onzer feestelijke bijeenkomsten. Uw ogen zullen Jeruzalem zien als een veilige woonstede, als een tent die niet verplaatst wordt, waar van de pinnen nimmermeer uitgerukt worden en geen van de koorden ooit losgerukt wordt. {EWe 57.2}

      “Daar echter is de Here heerlijk voor ons: een plaats van rivieren en van brede stromen: geen roeiboot zal daarop varen en geen sierlijke jacht ze doorklieven. Want de Here, onze Rechter, de Hee onze Wetgever, de Here, onze Koning, Hij zal ons verlossen. Uw touwen hangen slap; zij houden de mast niet in zijn voetstuk, zij spannen het zeil niet. Dan word de overvloedig geroofde buit gedeeld, zelfs lammen vergaderen de roof. {EWe 57.3}

      “En geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek; het volk dat daar woont zal vergeving van ongerechtigheid hebben. Dan zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden; dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen; want in de woestijn zullen wateren ontspringen. {EWe 57.4}

      “En beken in de steppe, en het gloeiende zand zal tot een plas worden en het dorstige land tot

57

water bronnen; waar de jakhalzen verblijven en legeren, zal gras met riet en biezen zijn. Daar zal een gebaande weg zijn die de heilige weg genaamd word t; geen onreine zal die betreden; maar hij zal alleen voor hen zijn; reizigers noch dwazen zullen erop dolen. {EWe 57.5}

      “Daar zal geen leeuw zijn en geen verscheurend dier zal daarop komen: zij worden daar niet gevonden. Maar de verlosten wandelen daarop; de vrijgekochten des Heren zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd zijn, blijdschap en vreugde zullen zij verkrijgen maar kommer en zuchten zullen weg vlieden.” Jesaja 33:20-24; 35:5-10. {EWe 58.1}

GELOOF ZEER BELANGRIJK VOOR EEN GOEDE GEZONDHEID.

     De laatste aanraking voor een volmaakt leven is, echter, geloof: geloof waarbij u proefondervindelijk hebt ontdekt dat Gods wegen uw wegen zijn, dat wat u doet ongetwijfeld het meest Goddelijke is wat er bestaat, dat dit het enige is wat u het meest zal  helpen en dat het u ook al helpt en dat het u nooit in de steek zal laten; geloof dat de Ene Die alle dingen onder controle heeft, groot en klein,  aan het roer is  van het schip waar u in vaart, en dat Hij bij machte is u te laten landen aan de kust van gezondheid, vreugde en vrede, — ja, zelfs aan de eeuwige kust van het Heerlijk land. Hier bent u zeker van, omdat u er alles aan doet om de Waarheid te weten te komen en te voldoen aan

58

haar eisen, hoewel dat tegen uw natuurlijke behoeften en uw persoonlijke wil is. {EWe 58.2}

     Onthoud dat geloof grote bergen kan verzetten, terwijl ongeloof grote vonnissen met zich meebrengt. “Ga heen, u geschiede naar uw geloof.” “Al wat gij bidt en begeert, gelooft dat gij het hebt ontvangen en het zal geschieden.” Matt. 8:13; Mark. 11:24. Trek nooit iets in twijfel als u praat, maak er geen gewoonte van om te klagen of over ziekte te praten. Laat uw gesprekken opbouwend zijn, nooit afbrekend. {EWe 59.1}

DE LABORATORIUM ONDERZOEKINGEN EN DE MENINGEN VAN VOEDINGSSPECIALISTEN.

      De volgende onderzoeken en meningen zijn overgenomen en omschreven van de volgende bronnen: The Modern Home Physician, by Pac. Press Pub Assn. ; Chicago School of Nursing, Clinical Dietetics, by Risley and Walton; Chemistry of Food and Nutrition, by Sherman; Intelligent Selection of Foods, by Original H. F. Store, New York City, N.Y.: Our Babies bij Dr. Herman N. Bundesen. {EWe 59.2}

WATER EN HAAR FUNCTIES

   Het menselijk lichaam bestaat ongeveer voor 67% uit water. Een mens kan weken zonder voedsel leven, maar kan niet langer dan drie tot vijf dagen zonder water leven. {EWe 59.3}

  Water is het transportmiddel waardoor al de lichaamsprocessen vooruit worden gebracht. De gemiddelde persoon heeft ongeveer 6 glazen water per dag nodig. De meeste mensen drinken te weinig

59

en op de meest ongepaste tijden. Drink niet tijdens een maaltijd of probeer niet je eten weg te spoelen. {EWe 59.4}

     Water is het grootste bestanddeel van de cellen, vervoert voedsel naar de weefsels, en verwijdert afval. Het is het hoofd bestanddeel van de spijsverteringssappen en regelt de lichaamstemperatuur. {EWe 60.1}

  Water geschikt voor menselijk gebruik moet helder zijn, van aan-gename smaak en niet te hard. Het moet vrij zijn van giftige mineralen, organische delen en bacteriën. {EWe 60.2}

  Hard water heeft een grotere hoeveelheid van opgeloste mineralen dan zacht water. Het hardere water komt van dieper putten. {EWe 60.3}

  Water is makkelijk te vervuilen en is een van de meest voorkomende overbrengers van tyfus, koorts en cholera. Als men enigszins twijfelt aan haar zuiverheid, moet het onderhavig gesteld worden aan een zuiveringsproces. De eenvoudigste en meest betrouwbare manier om thuis water te zuiveren is

60

door het koken. De zogenaamde filters die aan de kraan zijn verbonden geven slechts een schijn zekerheid. Een grote zand filter verwijdert alle schadelijk bacteriën. {EWe 60.4}

DE FUNCTIE VAN VOEDSEL.

     Eiwitten zorgen voor bouwstoffen, groei, en herstel; vetten en koolhydraten zorgen voor warmte en energie. Natuurlijk hebben zij die al volgroeid zijn en die zichzelf niet inspannen tijdens hun werk, zodat ze herstellende stoffen nodig hebben, minder eiwitten nodig dan anderen; en hebben zij die in een warm klimaat leven en die niet hard werken, minder koolhydraten bevattende voeding nodig dan anderen. Wanneer de laatst genoemden onvoldoende zijn, worden de eiwitten aangewend voor energie, maar als ze in overvloed aanwezig zijn, worden ze in he lichaam opgeslagen in de vorm van vetten, een bron van nood energie. {EWe 60.5}

CALORIEEN

Een gram vet bevat 9.3 calorieen

Een gram eiwitten bevat 4.1 calorieen

Een gram koolhydraten bevat 4.1 calorieen. {EWe 61.1}

De benodigde calorieen varieren tot leeftijd, soort werk en geslacht. {EWe 61.2}

Volgens Forcheimer is de totale energie vereiste voor een man die 154 pond weegt, zonder enige willekeurige beweging, 1450 tot 1820 calorieën. Patiënten die echter aan hun bed gekluisterd zijn, zijn nooit helemaal in rust, behalve gedurende de slaap en daarom mag de energie waarde van hun voedsel niet beneden het minimum vallen, behalve als het onder speciale omstandigheden en voor een korte periode is. {EWe 61.3}

De bij benadering benodigde dagelijkse calorieen voor een mens onder variërende omstandigheden zijn als volgt:

Zware spierwerkzaamheden …                       5500 calorieen

Matige spierwerkzaamheden …                      3400    ,,

Licht tot matige spierwerkzaamheden …        3050    ,,

Lichte spierwerkzaamheden (zittend) …        2700    ,,

Zonder spierwerkzaamheden….                      2450    ,, {EWe 61.4}

Een persoon die lijdt aan over gewicht moet nodig minderen met gewicht-producerende voeding en

61

precies binnen de grenzen van zijn minimale vereiste calorieën blijven. {EWe 61.5}

  Een persoon die te licht van gewicht is heeft een uitgebalanceerd dieet nodig, dat de volledige vereiste calorieen bevat. {EWe 62.1}

     De gemiddelde werkende mens heeft bij benadering 3000 calorieen per dag nodig. Er is echter een groot verschil van mening onder voedings deskundigen over de gerelateerde hoeveelheden eiwitten, koolhydraten en vetten benodigd voor een goed gebalanceerd dieet. Misschien moet ieder individu dit uit eigen ervaring voor zichzelf vaststellen. {EWe 62.2}

MINERALEN (Delfstoffen)

De zoutmineralen zijn:

  1. calcium (kalk)
  2. magnesium
  3. kalium
  4. natrium
  5. fosfor
  6. sulfaat (natriumsulfaat)
  7. koolzuur zout
  8. chloride
  9. ijzer
  10. Jodium {EWe 62.3}

     Verwerkt voedsel is voor een gedeelte beroofd van deze belangrijke mineralen. Dit is duidelijk te zien wanneer witte bloem wordt vergeleken met hele tarwe, en gepolijste rijst met bruine rijst:

Percentage overblijfselen

Witte bloem … …………                      0.50

Hele tarwe …………………                   1.75

Witte rijst (gepolijste rijst) …          0.40

Bruine rijst. (on gepolijste rijst) … 1.00 {EWe 62.4}

De volgende voedings producten zijn waardevolle bronnen van calcium, fosfor en ijzer:

amandelen                              volle melk

gerst                                         droge havermout

droge bonen                           olijven

vol koren brood                     pinda’s

tarwe                                        droge erwten

bloemkool                               rozijnen

dadels                                      raapsteeeltoppen

ei dooier                                  walnoten

gedroogde vijgen                   tarwe

gedroogde linzen                  tarwe zetmeel {EWe 62.5}

Calcium wordt voornamelijk gevonden in:

amandelen                               olijven

gedroogde bonen                    pinda’s

bloemkool                                droge erwten

ei dooier                                   pruimen

gedroogde vijgen                    raapsteel toppen

gedroogde linzen                    walnoten

volle melk                                tarwe zetmeel

droge havermout                     {EWe 63.1}

Fosfor wordt voornamelijk gevonden in:

amandelen                               hele tarwe

gerst                                         gedroogde linzen

gedroogde bonen                   havermout

ei dooier                                   pinda’s

gedroogde erwten                   rozijnen

walnoten                                  tarwe zetmeel {EWe 63.2}

Ijzer wordt vooral gevonden in:

gedroogde bonen                    groene groenten

tarwe zetmeel                          tarwe

ei dooier                                   {EWe 63.3}

Andere mineralen hebben hun hoofd voedingsbronnen als volgt:

Natrium:                                  Kalium:

brood                                        noten

fruit                                          tafelzout

63

melk                                        groenten

melasse (suiker stroop)           {EWe 63.4}

Magnesium:

Zwavel:

bonen gluten
bieten soja bonen
graan producten (Wij mogen verwachten dat in een goede gezondheidstoestand en bij een gewone dieet de vereiste zwavel gehalte normaal gesproken aanwezig is als de eiwit voorziening voldoende is.) {EWe 64.1}
ananas
aardappelen

Als regel geldt dat er waarneembare hoeveelheden jodium gevon-den zijn in:

bananen                                   meloenen

bieten                                      radijs

groene erwten                         tomaten

sla                                            koolraap {EWe 64.2}

Waar jodium in de aarde ontbreekt, ontbreekt het ook in het water. In zulke regio’s heerst er vaker bierbuik (gezwollen buik) dan elders. {EWe 64.3}

ZUURSTOF EN HAAR FUNCTIES:

Een mens kan weken leven zonder voedsel, dagen zonder water, maar slechts

64

enkele minuten zonder zuurstof. Zuurstof maakt het gebruik van voedsel mogelijk. Het is een geurloze, smaakloze, kleurloze gas, iets zwaarder dan lucht. {EWe 64.4}

  In een chemische combinatie met hemoglobine (rode bloed kleurstof) wordt zuurstof in de bloedbaan gebracht. zuurstof oxydeert de elementen die hitte en energie produceren. Aldus verlaagt bloedarmoede de energie. Het is net zo belangrijk om een overvloedige voorraad van pure zuurstof te hebben als een overvloedige voorraad van voedingselementen. {EWe 64.5}

KOOLHYDRATEN:

  Koolhydraat rijke voeding zijn niet-stikstofhoudende voedingsmiddelen. De koolhydraten bevatten koolstof, waterstof en zuurstof. Hun energie (of kracht) wordt gebruikt door het lichaam zowel in de vorm van arbeid als warmte. Zij bevatten alle groenten en vruchten die of zetmeel of suiker houdend zijn. De meeste energie producerende voedings producten zijn:

graan producten                      suiker

honing                                       aardappelen {EWe 65.1}

  Alle zetmeel rijke voeding vereist een langere kook duur dan andere voedingsmiddelen, omdat zetmeel omringd is door een bedekking die niet rauw verteerd kan worden. {EWe 65.2}

De voornaamste zetmeel rijke soorten voeding zijn:

artisjokken                               erwten

natuurlijke bruine gerst           aardappelen

gedroogde bonen                    pruimen

brood                                       pompoen

granen                                     rijst

meel soorten                            spaghetti, hele tarwe

linzen                                       tarwe {EWe 65.3}

VETTEN:

  Vetten hebben de hoogste voedingswaarde van alle voedingsstoffen.

65

Bijna twee en een halve keer zo hoog als koolhydraten. {EWe 65.4}

De voornaamste vetten zijn:

amandel olie                           room

avocado                                   eierdooier

cocosolie                                 olijf olie

katoenzaad olie                       pinda olie

sesam olie                                sojabonen olie {EWe 66.1}

PROTEINEN OF EIWITTEN:

  Eiwitten zijn stikstofhoudende voedingsstoffen, en zij komen voort uit:

eieren                                       erwten

granen                                     sojabonen en

melk                                        andere bonen

noten                                       {EWe 66.2}

     Hoewel ze niet zo makkelijk verteerbaar zijn als koolhydraten, verschaffen deze voedingsmiddelen energie en bouwen zij het lichaam op. {EWe 66.3}

VITAMINEN:

     Hoewel wij tot nog toe de vitaminen niet helemaal begrijpen, is het algemeen beschouwd dat ze er zijn om de gezondheid te hand haven, en scheurbuik, pellagra (huidziekte) beriberi, en andere ziekten te voorkomen. {EWe 66.4}

Vitamine A

Vitamine A is oplosbaar in vet en hoewel het verzwakt wordt als het blootgesteld word aan zuurstof, wordt het niet beïnvloed door hitte. {EWe 66.5}

Tekort aan vitamine A  

Tekort aan vitamine A veroorzaakt vertraagde groei, verhoogde gevoeligheid voor infecties, voornamelijk de longen, neus en ogen, het niet goed kunnen zien ‘s nachts en het maakt de huid en het haar droog en schilferig. {EWe 66.6}

     De gemiddelde dagelijkse vereiste  van vitamine A is ongeveer 7000 eenheden. De volgende lijst geeft een indicatie van de beste vitamine A bronnen: {EWe 66.7}

66

Een ons: Eenheden:
spinazie  bevat ongeveer 3000
wortelen, rauw     ” “ 1000
kaas                     ” “ 1000
blad sla                 ” “ 500
boter                     ” “ 600
pompoenachtigen? ” “ 700 {EWe 66.7}

Andere bronnen van vitamine A zijn:

abrikozen                                             andijvie

artisjokken, geel                                  groene bonen

asperges                                               boerenkool

avocado                                               sinaasappel

bananen                                               peterselie

bonen                                                  perziken, gele

bieten groen                                        erwten

zwarte bessen                                      gedroogde erwten

broccoli                                               ananas

spruitjes                                               pruimen

meloenachtigen                                   zoete aardappelen

selderie (on gebleekte)                        tomaten

mais, geel                                            tomaten, geel

maismeel, geel                                    raapsteel groen

paardebloem                                        waterkers

dadels {EWe 67.1}

Vitamine B complex

Vitamine B complex is samengesteld uit vitamine B1 of aneurine, vitamine B2 lactoflavine en vitamine B6 of nicotine zuur. Er is geen wel omschreven kennis over de dagelijkse vereisten. Gebrek aan deze vitamines veroorzaken pellagra, beriberi, gebrek aan eetlust, zere lippen, darm stoornissen met hardlijvigheid en vertraagde groei. {EWe 67.2}

Voedingsmiddelen rijk aan vitamine B complex zijn:

bonen, rode kievits boon,        noten, vooral:

67

soja bonen                               pinda’s

kool                                         verse of gedroogde groene erwten

wortelen                                  pruimen

hele granen                              spinazie

kaas                                         tomaten sap

eieren                                       raaapsteelgroen

vol koren tarwe                       tarwe kiem

boerenkool                              bier gist

mosterd groen                         {EWe 67.3}

     Vitamine B1 of aneurine is de vitamine die zenuwonstekingen tegen gaat. Het wordt hoofdzakelijk gevonden in hele graansoorten en noten. Alkali (zout) en verhitting verzwakken het en daarom is zij het beste te verkrijgen uit rauw voedsel. {EWe 68.1}

     De gemiddelde dagelijkse benodigde vitamine B1 bijvoorbeeld is ongeveer 50 eenheden voor jonge kinderen en ongeveer 250 eenheden voor volwassenen. Dagelijkse vereisten voor moeders gedurende zwagerschap is 600  of meer eenheden. {EWe 68.2}

     De beste bronnen die deze vitamine bevatten zijn:

Een ons: Eenheden:
tarwe kiem         bevat ongeveer 200
pruimen                             ,,          ,, 20
pinda’s                                  ,,          ,, 60
spinazie                                ,,          ,, 20
mout melk                            ,,          ,, 50
mais in blik                          ,,          ,, 15
vol koren brood                ,,          ,, 22
amandelen                        ,,          ,, 25 {EWe 68.3}

Andere bronnen van vitamine B1 zijn:

appels                                      bloemkool

avocado                                   dadels

bananen                                   grapefruit

68

groene bonen                          sla

limabonen                                uien

witte bonen                             witte wortel

bieten                                      peren

spruitjes                                   ananas

meloenachtigen                       pruimen

wortelen                                  mandarijn {EWe 68.4}

VITAMINE C

VITAMINE C is een anti-scheurbuik vitamine, en wordt ook wel Cevitamic Zuur of Ascorbine Zuur genoemd. Het wordt hoofdzakelijk gevonden in citrus vruchten, en hoewel het oplosbaar is in water wordt het verzwakt door zuurstof en alkalien (of zouten). {EWe 69.1}

Tekort aan vitamine C veroorzaakt scheurbuik, gevoelige en bloedende tandvlees, gevoelige en opgezwollen gewrichten en een neiging tot bloedingen. De gemiddelde dagelijkse vereiste is 300 eenheden voor jonge kinderen en 1000 eenheden voor volwassenen. {EWe 69.2}

Haar belangrijkste bronnen zijn:

Een ons:

Eenheden:

sinaasappelsap   bevat ongeveer 250
citroen                      ,,          ,, 250
grapefruit sap          ,,          ,, 200
rauwe kool               ,,          ,, 150
tomaten sap             ,,          ,, 100
aardbeien sap          ,,          ,, 100
bosbessen sap         ,,          ,, 80
ananas sap               ,,          ,, 40 {EWe 69.3}

Andere bronnen van Vitamine C zijn:

appels                                      Andijvie

verse asperges                         groenten

avocado                                   boerenkool

bananen                                   sla

groene bonen                          uien

bieten groen                            perziken

broccoli                                   groene erwten

spruitjes                                   groene pepers

meloenachtigen                       aardappels

bloemkool                               spinazie

komkommers                           raapsteel

paardebloem groen                 {EWe 69.4}

69

VITAMINE D

VITAMINE D is de anti-rachitis (Engelse ziekte) vitamine, en haar voornaamste bron is zonlicht. Een tekort aan deze vitamine veroorzaakt Engelse ziekte, vertraagde tanden groei, krome benen, gezwollen of uitpuilende buik, en zwakheid. De dagelijkse gemiddelde vereiste is voor jonge kinderen tussen de 500 en 1000 eenheden, en tussen de 500 en 600 eenheden voor volwassenen. {EWe 70.1}

Behalve zonlicht is deze vitamine ook hoofdzakelijk te vinden in:

5 druppels viosterol in olie bevat ongeveer 800 eenheden

1ons ei dooier bevat ongeveer 50 tot 100 eenheden

1 ons boter bevat ongeveer 25 eenheden. {EWe 70.2}

Het wordt gebruikt om Engelse ziekte en andere bot ziekten tegen te gaan, zoals bot- of been verweking, het niet aan elkaar verbinden van fracturen, kleine stuiptrekkingen en gewrichtsontsteking. {EWe 70.3}

Wetenschappers en kinderspecialisten, alsook gezondheidsexperts over de hele wereld,staan erop dat iedere baby en elk opgroeiend kind, indien mogelijk dagelijks blootgesteld moet worden aan direkt zonlicht. Maar daar kinderen niet altijd genoeg zonlicht kunnen krijgen in sommige delen van de Verenigde Staten, gedurende vele maanden van het jaar, hebben ze viosterol of een ander vitamine “D” samenstelling nodig van september tot juni, en op alle andere dagen

70

wanneer ze geen zonnebad gegeven kan worden, waarbij bijna al hun kleding verwijderd is. {EWe 70.4}

Gezondheids aantekeningen tonen aan dat het aantal baby ziektes en baby sterftes begint te stijgen aan het begin van het winterseizoen, als gevolg van verkoudheid, bronchitis, longontsteking en griep. Dit kan het gevolg zijn van een tekort aan zonlicht of vitamine D. {EWe 71.1}

VITAMINE E

VITAMINE E is de ati-steriliteit (onvruchtbaarheid) vitamine. Het is oplosbaar in olie, en is niet beinvloedbaar door hitte en koken. Een tekort aan deze vitamine veroorzaakt doorgaans miskramen en onvruchtbaarheid. {EWe 71.2}

Een gewoon dieet verschaft al de vitamine E die nodig is, maar in geval van steeds voorkomende en herhaaldelijke miskramen, kan een aanvullende voorraad vitamine E nodig zijn, hoewel de gemiddelde vereiste niet bekend is. {EWe 71.3}

  De beste bronnen voor vitamine E zijn:

katoen zaadolie                       hele granen

tarwekiem olie                         blad groenten

rijstkiem olie                           {EWe 70.4}

Andere bronnen voor vitamine E zijn:

melk                                        ei dooier

plantaardige oliën                    mais

havermout                               erwten {EWe 71.5}

VITAMINE K,

VITAMINE K, de coagulatie (stremming, stolling) vitamine, vormt prothrombin (stollingselement of -factor in het bloed). De gemiddelde benodigde dagelijkse hoeveelheid is niet bekend. {EWe 71.6}

Het wordt gevonden in spinazie en andere bladgroenten:

71

alfalfa

kool

tomaten

soja(bonen)olie

graan producten {EWe 71.7}

     Deze vitamine voorkomt bloedingen bij pasgeboren kinderen en in gevallen van geelzucht en andere ziekten van de lever en darmen, hoewel het geen hulp blijkt te zijn bij bloedziekte en overmatige menstruatie bloeding. {EWe 72.1}

  Andere vitamineachtige substanties die gedeeltelijk onderzocht en beschreven zijn, behoren tot de volgende:

Vitamine K uit beemdgrassap, welke een snellere groei schijnt te veroorzaken.

Vitamine P

Vitamine P of citroengeel, helpt tegen purpura (huidziekte dat paarse vlekken op de huid leidt) en sommige soorten bloedingen en is te verkrijgen uit citroenschil.

Vitamine F

Vitamine F uit vetzuren, schijnt de groei te bevorderen. {EWe 72.2}

ZUUR EN ALKALI (OF ZOUT) VORMENDE  VOEDINGSMIDDELEN:

     Wanneer de weefsels lichaamsvloeistoffen minder alkali of zout houdend worden is een groter hoeveelheid alkali houdende voedingsmiddelen vereist. {EWe 72.3}

     Hoewel bosbessen, gedroogde pruimen en pruimen een alkali stof produceren, verhogen ze de zuurgraad van de urine. Daartegenover staat dat hoewel citroenen en sinaasappels zuurhoudend zijn, de spijsvertering ze verandert in alkali houdend en i.p.v. zuurhoudend te zijn, worden ze alkali-achtigen. {EWe 72.4}

ALKALI VORMENDE VOEDINGSMIDDELEN:

alfalfa poeder                          alfalfa tabletten

alfalfa mint thee                      amandelen

amandel boter                         selderie poeder

72

appels                                      kersen

abrikozen                                 kersen sap

gedroogde abrikozen               chicory (andijvie)

artisjokken                               cocosnoot

avocado’s                                cocosnoot melkpoeder

rijpe bananen                           cocosnoot producten

droge bananen                         bosbessen

lima bonen                              komkommers

was bonen                               krenten

kidney bonen                          zon gedroogde krenten

bieten                                      paardebloem

bieten sap                                zon gedroogde dadels

bieten bladeren                        aubergine

zwarte bessen                          andijvie

zwartebessensap                      vijgen

blauwe bessen                         Smyrna vijgen

blauwebessen sap                    zon gedroogde vijgen

broccoli                                   knoflook(sap)

bouillon, kalium                      knoflook poeder

groente bouillon                      geitemelk

karnemelk                                geitemelk producten

rode kool                                 druiven

witte kool                                druivesap

meloenachtigen                       grapefruit(sap)

rauwe wortelen                       honen, puur, alle soorten

wortel(sap) concentraten        blauwe bosbessen

selderie                                    vruchten sappen

selderie sap                             groente sappen

selderieknollen                        dadel pruim

kool                                         ananas

73

kelp (bruin wier)                     ananas sap

koolraap                                  pruimen

prei                                          zoete aardappelen

citroen(sap)                             witte aardappelen

sla                                            zon gedroogde rozijnen

limoen (lemmetje)                   pompoen

limoensap                                radijs

braam(sap)                               frambozen

melk                                        gepolijste rijst

meloen                                     bind sla

oker                                         rabarber

oker poeder                             koolraap

rijpe olijven                             zuring, kruidige

olijfolie                                    sorrel of zuring

uien                                         sojabonen

uien sap                                   sojabonen melkpoeder

uien poeder                             sojabonen producten, alle soorten

boom gerijpte sinaasappel       spinazie

oester plant                              spinazie sap

peterselie(sap)                         spinazie poeder

peterselie poeder                     spruitjes

pastinaak                                 pompoen(achtigen)

perziken                                   zomer pompoen

zon gedroogde perziken          aardbeien

peren                                       aardbeien sap

zon gedroogde peren               aardbeien bladeren

verse erwten                            Zwitserse snijbiet

zoete pepers                            thee vervangers

pepermunt blaadjes                 waterkers

73

tomaten                                   waterkers poeder

tomaten sap                             watermeloen

raapsteel                                  tarwe kiem

raapsteel toppen                      groente sappen

                                                koffie vervangers {EWe 72.5}

ZUUR VORMENDE VOEDINGSMIDDELEN:

gerst                                        brood

witte bonen                             snoepgoed

cachewnoten                           gierst, rogge

graan producten                      havermout

kastanjes                                  pinda’s

mais                                         pindakaas

maismeel                                 pecanoten

mais zetmeel                           gedroogde erwten

zure kaas                                 zilvervlies rijst

beschuit                                   gepolijste rijst

tarwe room                              wilde rijst

eieren                                       zuurkool

roggemeel                                zuurkool sap

vol korenbloem                      spaghetti

tarwe                                       ruwe suiker

gluten bloem                           witte suiker

grapenuts???                           syroop

linzen                                       tapioca

macaroni                                 walnoten

maiskorrels                              (Duitse) beschuit, toast {EWe 75.1}

 

BETER INSTEMMEN MET DE WETTEN VAN GOD.

    Alles in God’s schepping is of rechts of links, of oost of west, of noord of zuid, positief of negatief. Sommige voedingsstoffen zijn zuurhoudend, anderen alkalisch. {EWe 75.2}

    En vandaar, omdat

75

de één zo goed als waardeloos is zonder de ander, is het noodzakelijk dat degene die naar een zo gezond mogelijk leven streeft, gebruik maakt van beide. De juiste verhoudingen waar het dieet uit moet bestaan kan worden afgeleid van het feit dat het grootste percentage van tuinbouw producten alkalisch of basisch (zout of zuur vormend) is. Het is ook verlichtend te bemerken dat 80% van het voedsel waar het dieet uit zou moeten bestaan grotendeels alkalisch is, terwijl het voedsel dat 20% van het dieet zou moeten uitmaken grotendeels zuur vormend is. De waarheid is dus duidelijk: Alkalivormend voedsel zou in rijkelijkere hoeveelheden gebruikt moeten worden dan zuurvormende voedsel. (Zie de lijsten tabellen op blz. 63-67). Ditzelfde principe bepaalt de benodigde hoeveelheid van alle mineralen. Bijvoorbeeld in vergelijking met goud, is staal heel goedkoop en overvloedig, maar in wat voor netelige situatie zou de wereld zijn indien staal even hoog geprijsd en zeldzaam (of schaars) was als goud. {EWe 76.1}

VOEDING EN KOOKKUNST

    Bij het bereiden van maaltijden moet men in gedachten houden dat een grote verscheidenheid van groenten nu bespoten wordt tegen de teistering van  insecten, en dat ze daarom zorgvuldig moeten worden gereinigd (gewassen). {EWe 76.2}

    Gebruik altijd het vocht (of water) waarin groenten en vruchten gekookt zijn; het zit vol met veel van de waardevolle mineralen. Bedenk ook dat uitgedroogde en uitgekookte groenten hun voedingswaarden verliezen. Hoe verser ze zijn hoe  beter — een goede reden voor ieder gezin om zijn eigen tuinbouw producten te

76

produceren. Het achtererf is een goede plek voor een moestuin, en waar er geen achtererf aanwezig is zal een goed verzorgde tuin in het voorerf met een paar bloemen hier en daar meer bijdragen aan de uitstraling van het huis dan een prachtige gazon. {EWe 76.3}

    De noodzaak voor een speciale inspanning tot behoud van de voedingswaarde in verse groente is alom bekend. Let bijvoorbeeld op een uittreksel uit Reader’s Digest van Mei 1942: {EWe 77.1}

    “Komend uit de tuin bevatten groenten alles dat nodig is om het menselijk lichaam in vitale  gezondheid  te houden. Duizenden mensen leven van niets anders dan groenten. Wat voor dieet u ook aanhoudt, als u een doorsnee mens bent, zult u gezonder worden indien u meer groenten eet. {EWe 77.2}

    “Veel huisvrouwen kopen  en  bereiden  (of  serveren)  voldoende groenten — en toch hebben zij ondervoede gezinnen. Miljoenen Amerikanen die zich een overvloed aan voedsel kunnen permitteren, hebben eigenlijk een gebrekkig dieet en hebben daarom voortdurend een slechte conditie. Sommige welgestelde families (gezinnen) houden een dieet die minder bevredigend is  voor wat betreft de lichamelijke energie dat van een Chinese koelie.

Waarom? {EWe 77.3}

    Wetenschappers zeggen dat één reden is dat in nagenoeg iedere huishouding het voedsel bereid en gekookt wordt op dusdanige manier waardoor 70 tot 80% van de essentiële mineralen en vitaminen verloren gaan. {EWe 77.4}

    Neem bijvoorbeeld de zoete aardappel. De doorsnee huisvrouw schilt het, snijdt het in stukken en kookt het onder water, dan pureert zij

77

het. Wij zullen nagaan wat dat proces doet. Het schillen van een groente uit de grond (aardvruchten) vernietigt de meeste minerale zouten. Koken verwijdert bijna de helft van zijn bruikbare calcium en fosfor, welke nodig zijn voor de opbouw van stevige botten en tanden, en een derde van het ijzer dat het bevat, welke essentieel is voor de opbouw van rood bloed en het voorkomen van bloedarmoede. Pureren, van aardappelen stelt de pulp bloot aan lucht, aldus oxideert een groot deel van de vitamine die nog niet verloren waren gegaan door het schillen en koken. Het gezin zou net zo goed een bord met  boeken pasta voorgeschoteld kunnen krijgen. {EWe 77.5}

    “Voedsel kan wel gekookt worden zonder veel verlies van vitaminen en mineralen. En op de juiste manier gekookte voedsel is niet alleen veel voedzamer maar ook smaakvoller, door de minerale zouten en groente suikers die behouden worden. U zult minder problemen hebben met uw gezinsleden die niet van groente houden. Het zal niet mogelijk zijn voor iedere familie om altijd in een ideale menu te voorzien maar het is wel mogelijk om het maximum aan  voedingswaarde te halen uit hetgeen men voor schotelt. {EWe 78.1}

    Veel van onze kennis over hoe verkeerd koken, mineralen en vitaminen vernietigd is ontleend aan experimenten die enkele jaren geleden zijn gedaan door W.H. Peterson en C.A.  Hoppert aan de universiteit van Wisconsin. Deze wetenschappers mengden 30 pond van elke groente samen om de varieteit in iedere groente gelijk te stellen. Verscheidene porties werden gekookt, sommigen met net genoeg water dat ze onder stonden. andere met  tweemaal zoveel water. Een andere groep monsters was gestoomd. Een

78

andere groep was bereid in een snel kookpan. Daarna onderzochten de wetenschappers elk van de resultaten voor wat betreft de chemische voedingswaarde (gehalte) en vergeleken die met de voedingswaarden van rauwe groenten. {EWe 78.2}

    “Er werd ontdekt dat de grootste schade aan voedingswaardige bestanddelen wordt aanricht door het koken. De meeste mineralen die van nut zijn voor het menselijk lichaam zijn oplosbaar in water. Kokend water verwijdert ze dus. Hoe langer de kook tijd en hoe meer water er gebruikt wordt, hoe erger de resultaten. Hetzelfde geldt grotendeels ook voor vitaminen. Deze chemicalien worden vernietigd door verhitting. Het is geen wonder dat voedingsdeskundigen zeggen dat als u uw groenten kookt u er beter aandoet de groente weg te gooien en het water waarin zij gekookt waren op te drinken!” {EWe 79.1}

    Hak, pers of schil verse groente of fruit niet voor u ze daadwerkelijk gaat opdienen of koken; zuurstof vernietigd sommige voedingsbestanddelen. Ingevroren voedsel moet aan de kook gebracht worden terwijl het nog bevroren is. Indien rauw of on gekookt moet het onmiddellijk nadat het ontdooit is gegeten worden. {EWe 79.2}

    Bladgroenten moeten grondig in zout water gewassen worden voor ze gehakt worden, zodat insekten eruit gewassen kunnen worden en om te voorkomen dat de voedingswaarde verloren gaat door het “bloeden”. Hoe verser het product des te hoger het voedingsgehalte. {EWe 79.3}

     Indien mogelijk moeten fruit en groente met de schil gekookt worden. Indien u ze moet schillen doe dat dan na het koken. Gooi nooit het water weg waarin groente of de schillen ervan zijn gekookt. Gebruik ze in jus’,

79

soepen of stampotten. Onthoud ten allen tijde dat wanneer u de voedingswaarde weggooit, u uw gezondheid weggooit maar ook het geld. Met als gevolg dat hoewel u lichamelijk zwakker wordt, uw juk om de kost te verdienen zwaarder wordt. {EWe 79.4}

Frituur (of bak) voedsel alleen wanneer geen andere methode mogelijk is. Voeg nooit soda toe aan voedsel. {EWe 80.1}

     Vermijd het gebruik van witte suiker en commerciële zoetstoffen. Gebruik in plaats daarvan ruwe suiker en natuurlijke zoetstoffen. {EWe 80.2}

     Gebruik in plaats van  koffie, thee, chocolade, cocao of fris dranken liever melk, koffie vervanger, hete of koude melk met moutextract en vruchten sappen –wat een zegen! {EWe 80.3}

     Ingeblikt voedsel vervangt geen vers voedsel. Als u voedsel in blik moet gebruiken, doe dat matig en samen met verse voedsel, vooral in de seizoenen wanneer het laatstgenoemde voorradig is. Geconserveerd voedsel is winter voedsel. De meeste voeding die op commerciele basis bereid is, is niet zo gezond als het voedsel dat thuis bereid is. {EWe 80.4}

     Bloem moet indien nodig matig gebruikt worden. Uw gebak moet bestaan uit vol tarwe meel behalve in speciale gevallen waarbij de arts anders voorschrijft. Azijn, mosterd en kruiderij moeten achterwege gelaten worden. Laat melk niet in de zon staan — waak voor het afbreken (of schaden) van vitaminen. {EWe 80.5}

BIJZONDERE VERBODEN EN AANRADINGEN:

Poets in elk geval uw tanden na iedere maaltijd, waarbij u er zeker van moet zijn dat alle voedsel resten,

80

in het bijzonder die aan de bovenkant van de achter kiezen. Voedsel resten tussen de kiezen fermenteren in ongeveer 4 uur en het fermenteren, breekt het glazuur van de tanden af, met als gevolg dat er gaatjes ontstaan en dientengevolge kiespijn. Een kunstgebit is kostbaar en even onbevredigend als houten benen. Behoud daarom liever uw eigen tanden (of gebit). Tandpasta maakt het tandvlees zacht en stelt het tandvlees bloot aan ontstekingen; gebruik liever poeder. Spoelen met zout water verstevigt het tandvlees en dood bacteriën waardoor de levensduur der tanden wordt verlengd. Daar tandenborstels besmet raken met pyorrhea bacterie (bacil), moeten ze in zout water bewaard of aan het zonlicht blootgesteld worden. {EWe 80.6}

     Maak vrienden. Wees altijd vrolijk en kalm. Bedenk dat “een vrolijk hart bevordert de genezing: maar een verslagen geest doet het gebeente verdorren”. Spr. 17:22. Angsten, woede, zware lasten en bezorgdheid, vergroten de hoeveelheid afscheiding van de maag, waardoor er een zure maag en maagzweren ontstaan. {EWe 81.1}

  “De relatie die tussen geest en lichaam bestaat, is heel innig. Wanneer de ene is aangedaan  voelt de andere mee. De geestestoestand beïnvloed de gezondheid veel meer dan menigeen beseft. Vele van de ziekten waaraan mensen lijden, zijn het resultaat van geestelijke depressie. Verdriet,, angst, bezorgdheid, ontevredenheid, zelfverwijt, schuld, wantrouwen, hebben alle de neiging om afbreuk te doen aan de levenskrachten en leiden tot verval en dood. (…) Moed, hoop, geloof, sympathie en liefde bevorderen gezondheid en verlengen het leven. Een tevreden gemoed en een opgewekte geest beteken gezondheid voor het

81

lichaam en  kracht  voor de ziel.”- De Weg tot Gezondheid p. 135; (“Ministry of Healing,” p.241.) {EWe 81.2}

     “Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? (Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit.) Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid; en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” Matt.. 6:31-34, KJV. {EWe 82.1}

   Onthoud dat uw gezondheid uw rijkdom is, dat zonder die rijkdom alles tevergeefs is: en dat u leeft, beweegt en uw bestaan (wezen) heeft om dagelijks al uw werk doelmatig en op tijd te doen. Werk houdt u gezond en maakt gelukkig. Als een boom geen vruchten meer draagt, hakt de eigenaar hem af, en als een mens niet produceert wanneer dat van hem verwacht wordt, waar dient hij dan toe. De Meester wilde geen onvruchtbare boom behouden. “En daar Hij een vijgeboom aan de weg zag staan, ging Hij erheen, doch Hij vond niets daaraan, dan alleen bladeren. En Hij zeide tot hem: Nooit groeie aan u enige vrucht meer in eeuwigheid! En terstond verdorde de vijgenboom.” Matt. 21:19. {EWe 82.2}

     “En Hij sprak deze gelijkenis: Iemand bezat een vijgenboom, die in zijn wijngaard was geplant, en hij kwam om vrucht daar te zoeken en vond er geen. En hij zeide tot de

82

wijngaardenier: Zie, het is nu al drie jaar, dat ik vrucht aan dezen vijgenboom kom zoeken en ik vind ze niet. Hak hem om! Waarom zou hij de grond nutteloos beslaan? Hij antwoordde en zeide tot hem: Heer, laat hem nog dit jaar staan, ik zal er eerst nog eens omheen graven en er mest bij brengen, en indien hij vrucht draagt, (dan is het goed), maar anders, dan moet gij hem omhakken.” Luc.13:6-9, KJV. {EWe 82.3}

 

     “Zes dagen {van de week} zult gij arbeiden en al uw werk doen…” Ex. 20:9 “In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten”. Gen.3:19 {EWe 83.1}

     Zeker voorziet alles in Gods schepping in zijn eigen onderhoud; de vogels doen dit vanaf de dag dat ze hun nest verlaten, toch maken zij zich nergens bezorgd over. Alleen de mens heeft slavernij gezocht, om zich van ander mans zweet te onderhouden — het meest intelligente wezen is de grootste bruut (of onmens) geworden! Laat iedere gegoede Christen die lichamelijk sterk en gezond is genoeg produceren zodat hij in het onderhoud van zichzelf en ook van de minder bedeelden {*de invalide, de ontredderde, of de onbekwame} kan voorzien. {*Tekst toegevoegd ter verduidelijking.} {EWe 83.2} 

     Het valt bovendien te betwijfelen, of iemand die er niet in slaagt om zijn werk op tijd af te krijgen zich ooit zal kunnen voorbereiden op het Koninkrijk om dan klaar te staan als de vurige zege kar vertrekt, en de heiligen roepen, “Glorie! Halleluja!” {EWe 83.3}

NIET NODIG OM HONGER EN HULPELOOS TE STAAN:

     Er zijn vele mensen die, als de kok door grondige redenen niet in staat is een maaltijd voor hen te bereiden zodat zij neer kunnen zitten en zich

83

vol kunnen eten, overstuur raken en voor de rest van de dag hongerig blijven in plaats van zelf voor hun voedsel te zorgen. Hiervoor is er geen excuus als men thuis is of in de buurt van een kruidenier woont. {EWe 83.4} 

     Nood* maaltijden, en hele goede zelfs, kunnen onmiddellijk opgediend (of op tafel geplaatst) worden, klaar om van genoten te worden door een ieder die een maaltijd nodig heeft. Ieder huis heeft nagenoeg iedere dag van het jaar in de kast kern artikelen zoals brood, uit graan bereidde voedsel artikelen {bijv. Cornflakes, muesli, enz.}, gedroogde vruchten, en vaak zelfs vers fruit, honing, eieren, melk, en in het bijzonder conserven die alleen geopend en opgediend (op tafel geplaatst) hoeven te worden. {*of gelegenheid} {EWe 84.1}

     Ja, ieder gezinslid, zelfs kinderen kunnen in geval van nood onmiddellijk zijn of haar keuze uit de voedingsmiddelen die reeds in huis zijn, en kunnen zonder zichzelf of anderen ongemak te bezorgen, zitten en een maaltijd nuttigen die zowel smakelijk als voedzaam is. Een snee brood of een bord kant en klare granen, een beetje honing of gelei, en een glas melk, een sinaasappel of een appel, een paar rozijnen of gedroogde pruimen of iets dergelijks, zorgen voor een uitstekende maaltijd, en is veel gezonder dan wat men in de doorsnee Amerikaanse huishouding vindt, zelfs in de huizen waar er een kok in dienst is. Voegt men eraan toe dat het slechts ongeveer vijf minuten duurt om zo’n maaltijd klaar te maken, dan heeft men geen enkel ongemak. {EWe 84.2}

     Als u vindt dat door een of andere reden uw maaltijd niet is klaar gemaakt zoals u verwacht had, help

84

uzelf als iemand die er wat van weet in plaats van u als een invalide te gedragen of als een vogel die nog in zijn nest zit, of als een pasgeboren katje voordat zijn ogen open zijn. {EWe 84.3}

     En om dit te overtreffen, doe dan, meteen als u klaar bent, uw eigen afwas. Het zal niet veel zijn en het duurt maar heel even. Daardoor zult u de last van een ander gezinslid verlichten en uzelf en ander gelukkiger maken, en houd u de eetkamer en keuken ordelijk, zonder dat er overal afwas ligt waardoor het huis afzichtelijk (slordig) of het gezin geïrriteerd is. Ook huishoudsters zullen deze methode zeer nuttig vinden – de afwas is gemakkelijker te doen, de keuken en eetkamer, in feite het hele huis, zal er hierdoor altijd netjes uit zien en er zal geen reden zijn om aan de afwas te denken, of dat uw rust wordt verstoord, of misschien tijdens een andere taak later op de dag te stoppen om de afwas te doen voor het middag- of avondmaal. Een ieder zal dit als systematisch, gemakkelijk en tijdbesparend ervaren. {EWe 85.1}

     Bovendien, als u van huis bent en er is geen geschikte restaurant in de buurt die u gemakkelijk kunt bezoeken, zult u in een redelijk goede kruideniers zaak, net zo geriefelijk als de keukenkast thuis, een grotere verscheidenheid van dingen vinden waarvan u zult genieten bij uw maaltijd. Zo’n maaltijd

85

zult u voedzaam, smakelijk, geld besparend, en beter voor de lichamelijke behoeften. {EWe 85.2}

     In het begin kan het ongemakkelijk lijken, maar nadat u dit vaker gedaan hebt, zult u nooit meer terug willen gaan naar de tijd toen u de restaurants afging om iets te eten. Uw auto zal een goede eetkamer zijn als u geen zitplaats heeft. Borden behoeft u niet mee te nemen of u druk maken wie ze zal afwassen: U kunt kunststof borden kopen en als u ze gebruikt hebt kunt u het zich veroorloven ze bij het afval doen. Aldus kunt u het beste van alles hebben , zo luxe als nodig , zo schoon als u dat wilt en zo goedkoop als thuis. {EWe 86.1}

     Om enkele voedingsartikelen te noemen die het hele jaar door in bijna iedere goede supermarkt (kruidenier) te vinden zijn en welke voedzaam en gemakkelijk zijn voor maaltijden buitenshuis: {EWe 86.2}

     Brood of krentenbroodjes, kwark, verse en gecondenseerde melk, karnemelk, gedroogde of vers fruit, naast een groot assortiment ingeblikte goederen die niet verwarmd hoeven te worden. En ook zult u er alle soorten sappen vinden, en tijdens de seizoenen, bessen, meloenen, citrus, tomaten, pepers, uien, peterselie, sla, en vele andere goede zaken die niet gekookt hoeven te worden. Hiermee kunt u neerzitten alsof u een koning bent die aan het picknicken is! {EWe 86.3}

86

RECEPTEN:

Gebruikte afkortingen:

c.- cup (~ 224 gram)               pt. – pint (~ 448 gram)

  1. – pound(s) (~ 448 gram) qt. – quart (~ 896 gram)

oz.- ounce(s)  (~ 28 gram)    tbsp. – tablespoon (eetlepel) (~ 14 gram)

tsp. – teaspoon (theelepel) (~4,67 gram) {EWe 87.1}

RADIJS-KOOLSALADE

224 gr. radijs               112 gr. gepelde pinda’s

224 gr. kool                 zout naar smaak

56 gr. gesneden ui       {EWe 87.2}

     Snijdt de radijs in plakken en snijdt de kool fijn; Meng alle ingrediënten en dien het op, op een sla blad met mayonaise of wat dressing. Voor 4 personen. {EWe 87.3}

WORTEL SALADE

448 gr.   geraspte wortelen     1tbsp. citroensap

0,5 tbsp. uien sap                    1 fijn gesneden paprika

3 eieren  (hard gekookt           0,5 tbps. zout

112 gr.   Mayonaise                 {EWe 87.4}

     Doe de uien sap, stukjes ei, citroensap, peper en zout (desgewenst mogen erwten worden toegevoegd). Meng dit met de mayonaise. Bewaar een tikje voor (boven)op de salade. Garneer met peterselie. Geschikt voor 6 personen. {EWe 87.5}

PROTEINE SALADE DRESSING

2 ei dooiers (hard gekookt)     1 tbps.   citroensap

1 tbps. plantaardige olie          1 tbps. pindakaas (bij voorkeur zelf gemaakt)

87

1 tbps. honing, wat zout          {EWe 87.6}

  Prak de ei dooiers en vermeng ze goed met alle andere ingredienten. Dit is 1/3 k. de dressing. Het eiwit van de eieren mag in dunne reep jes gesneden worden en gebruikt worden als garnering voor de salade. {EWe 88.1} 

VERRIJKTE VEGETARISCHE SOEP

1 middelgrote aardappel                     224 gr.  gepureerde erwten

112 gr. gesneden selderie                    2 eieren

1 kleine ui                                           een klein beetje (kruize)munt

113 gr. rijst                                         1 tbps. plantaardige vet

224 gr. gluten (drab, bezinksel)          zout naar smaak {EWe 88.2}

     Snijd aardappels en selderie of maak ze fijn in een keuken machine. Doe er water bij zodat de net onder staan en voeg dan 2 extra kopjes water toe; breng dit aan de kook en kruid met zout en munt. Roer de rijst er voorzichtig bij zodat het blijft koken en laat het nog 30 minuten doorkoken. Doe de eieren en gluten samen en kluts dit met een vork. Verhit het vet in een koekenpan, roer deze massa hierin en voeg dit en de puree aan de kokende groente. Laat het 30 minuten sudderen en dien het heet op. -Voor 8 personen. (Voor gluten, zie onderstaande recept voor “verrijkte gluten koteletten”.) {EWe 88.3}

B-PLEX

(Voor het gebruik in jus’ en andere schotels.)

12 toastjes (aangebakken)       0,25 tsp. uien zout

112 gr. gist                              4 tbps. soja saus

2 tbps. tomaten sap                 0,25 tsp. selderie zout {EWe 88.4

     Doe in 2 liter water 12 stukjes toast

88

die verbrand en bros en bijna zwart zijn. Kook tot het water donker is. Zeef het vocht en kook in tot een dikke stroop. {EWe 88.5}

     Voeg deze stroop bij de rest van de ingrediënten en meng ze. Kook in een zware pan tot het dik en koffiekleurig is. Doe dit in een fles en bewaar het op een koele plaats. {EWe 89.1}

VERRIJKTE GLUTEN KOTELETTEN

2,24 kg. on gebleekte bloem   6 tbps. soja saus

2,7 lit.  water                           1 ui

2 tbps. B.plex                          1 tbps. Zout {EWe 89.2}

     Meng bij beetjes de 3 l. koud water met de bloem tot het een gladde massa wordt. Kneed dit goed en bedek met koud water en laat dit een half uur staan. Doe dan om het (zetmeel) stijfsel uit te wassen het deeg in lauw water en kneed. Als het water melkachtig wordt, giet het uit en voeg schoon water toe en herhaal dit proces totdat alle stijfsel eruit is gewassen- en het water schoon is. (Het is van belang dat alle stijfsel uit het deeg gewassen is.) Dan blijft er een massa gluten over. Rek de gluten tot een vrij dunne plak door het in beide handen te houden en het afwisselend aan één kant te trekken en dan aan de andere totdat het zo dun is als pastei korst. Leg het vervolgens op een bebloemde planken bedek de helft ervan met een gesneden wortel, vouw dat een paar keer om en zorg dat de wortel goed is opgenomen in het deeg. Vorm tenslotte de gluten in platte koteletten van  ruim ½ cm dik en ruim 7,5 cm lang. {EWe 89.3}

89

   Doe bij 4 kopjes water de B-plex, soja saus, uien — en zout. Doe de koteletten hierin en sudder voor 2 uur. Voeg water indien nodig. Doe dit in een glazen bak en bewaar op een koele plek tot ze nodig zijn.  Geeft 24 koteletten. {EWe 90.1}

     In plaats van wortelen kunnen andere geschikte groenten gebruikt worden. {EWe 90.2}

VEGETARISCHE PASTEITJES

1 rauwe aardappel                   224 gr. broodkruimels

2 uien (klein)                           112 gr. walnoten  —

1 tsp. zout, snufje salie            2 eieren (grote)

4 tbps. plantaardige olie          1 tbps. gesneden peterselie

225 gr. gekookte havermout   2 tbps. soy saus, of B-plex {EWe 90.3}

     Maal  de aardappel en uien samen, doe zout en salie erbij en roerbak ze in de olie tot ze bruin zijn. Doe nu de havermout, kruim, noten, eieren, peterselie en soja saus erbij. Vorm hier pasteitjes van en bak ze (goud)bruin inde oven of bak ze in een skillet met wat olie. {EWe 90.4}

     Ook kan er een brood van gevormd worden waar er dan plakken van worden gesneden voor op de boterham of men kan het heet opdienen met tomatensaus. – Voor 6 personen. {EWe 90.5}

GEVULDE PEPERS

8 grote pepers (paprika’s)        675 gr. on gekookte rijst

338gr. gesneden ui                  225 gr. geraspte wortel

1 blik tomatensoep                    fijn gesneden oker

225 gr. aubergine                    2 tl. salie

3 el. olie                                  zout naar smaak

90

½ k. peterselie             (Desgewenst kan men 225 gr.verse maïs gebruiken.) {EWe 90.6}

     Doe alle ingrediënten in een kom en meng ze goed. Was de pepers, snijd voorzichtig de bovenkant en verwijder de zaden. Vul de pepers met het mengsel; doe het deksel er weer op. Doe een paar lagen sla blaadjes, zuurkool of andere groente (indien gewenst) in een ketel (stoompan) en dan de pepers goed tegen mekaar aangedrukt hierboven op en bedek het met water. Doe het deksel op de pan en stoom langzaam tot de rijst gekookt is. {EWe 91.1}

     Dezelfde vulling mag ook gebruikt worden voor kool of broccoli bladeren. grote bieten of knol bladeren of in de lente jonge druivenbladeren en gekookt worden als de gevulde paprika’s( wel de bladeren in kokend water voor gebruik.) {EWe 91.2}

     Om het genot te verhogen kan men tomatensaus of dikke — melk over de pepers gieten bij het opdienen. -Voor 8 personen. {EWe 91.3}

MODERNE TURKSE PILAV

448 gr. rijst                              28 gr. afgestreken (volle) tl. zout

0,56 lit. koud water                 336 gr. fijn gesneden selderie

3 tbps. soy saus                       0,11 lit. olie

336 gr.. fijn gesneden ui         {EWe 91.4}

   Was alle stijfsel uit de rijst door het in het water tussen de handpalmen de wrijven en te spoelen. Doe dit vijf of zes keer (of tot het water schoon is). Doe de rijst in het bovenste gedeelte van een  stoompan en voeg water toe

91

waarin de zout is opgelost. Laat het stomen in de stoompan voor ongeveer 1 3/4 uur. Het is belangrijk dat een goed sluitende deksel gebruikt wordt, en dat het deksel  op de pan blijft gedurende de gehele kook tijd, anders gaat er stoom verloren en zal de rijst niet losjes zijn. {EWe 91.5}

     Verhit de olie in een koekepan kort voor de rijst gaar is, en voeg de uien, selderie, soja saus, en een beetje zout erbij. Bak ze lichtbruin. Meng voorzichtig ¾ hiervan met de rijst, ervoor wakend dat de rijst niet papperig wordt. Maak een hoopje op een schaal en doe de rest van de gesmoorde uien en selderie er bovenop.- Voor 6 personen {EWe 92.1}

EENPANS-GROENTEMAALTIJD

     (Tomatensoep, geboterde wortelen, gebakken oker, verse erwten, spinazie of andere groente, rijst en jus, gestampte of gebruinde aardappelen, romige uien, allen gekookt in één pan!) {EWe 92.2}

Aanwijzingen:

4 verse wortelen                      2 uien

224 gr. verse okers                  448 gr. spinazie of andere bladgroente

448 gr. verse erwten               224 gr. on gekookte rijst

4 kleine aardappelen.              224 gr. Tomatenpuree {EWe 92.3}

     Schraap de wortelen en doe in een diepe pan. Doe de okers (heel) naast de wortelen, bedek ze dan met de erwten. Doe de aardappelen (heel) hierboven op, ook de gehalveerde uien en dan een laag je spinazie. Bedek dit met licht gezouten water en doe er dan nog 3 kopjes water bij, ook zout en olie. Breng dit langzaam aan de kook. Doe dan de rijst in een katoenen

92

zak die tot 1/3 gevuld is en doe dit in een stoompan (ketel). Kook de rijst gaar. (Als de aardappelen geschild zijn kook dan de schillen, en zeef ze en doe dat vocht bij de groente inplaats van het water of doe ze in een zak en kook ze tezamen met de groenten) {EWe 92.4}

     Haal de rijst eruit en verwijder voorzichtig de uien en aardappelen, spinazie, de wortelen en de okers en doe ze elk op een bord. Doe de bouillon in een koekepan, laat de erwten in de ketel. Voeg tomatenpuree aan de bouillon en dien het op als soep. Doe een klein beetje crème bij de erwten en dien dit op. {EWe 93.1}

     De rijst mag met jus geserveerd worden, en de aardappelen geprakt of in plakken gesneden en gebakken in wat olie. Doe wat olie bij de wortelen. {EWe 93.2}

     De oker mag in wat paneermeel gewenteld worden en in de oven bruin gebakken worden. De spinazie mag zo opgediend worden. Doe room bij de uien.(Alles mag naar smaak gezouten worden). {EWe 93.3}

KROKANTE OKERS

     Snijd de okers door de lengte, en strooi er wat zout overheen. Doe ze dan even in ei-beslag en wentel ze in paneermeel. Besprenkel ze met olie en bak ze in een (middelmatig) hete oven tot ze bruin en zacht zijn. Dien ze zo op of met room of tomatensaus. {EWe 93.4}

GROENTE SCHNITZELS

1 groene peper (gesneden in reepjes van ongeveer 2,5 cm)

224 gr. gekookte groenten (elke soort, behalve tomaat)

93

Een halve ui , fijn gesnipperd    1 ei

5 tbps. olie                                  112 gr. gedroogde blok jes brood

2 tbps.  bloem                            150 gr. paneermeel van in olie gebak-                                                 ken crackers

1 tl. zout                                     0,11 lit. melk {EWe 93.5}

     Doe peper, uien en olie samen en kook ze al roerend vijf minuten. Vermeng bloem en zout goed en voeg toe aan de massa. Doe vervolgens geleidelijk aan de melk, terwijl dit geroerd word en breng aan de kook. Doe dan de groente eieren, en brood (gesneden in blokjes van een halve centimeter en gebruind in een pan met een el. olie). Doe ten slotte dit mengsel in een geoliede bak blik, bedek dit met de paneermeel van de crackers en bak in een hete oven tot het bruin is. – Voor 6 personen. {EWe 94.1}

GEBAKKEN GROENTE MET EEN KORSTJE

2 eieren                                    2 bos verse spinazie (of ander groente)

1 tsp. zout                               224 gr. gekookte rijst

224 gr. melk                            2 tbsp. olie

1 flinke ui, fijn gesneden {EWe 94.2}

     Kluts eieren, zout en melk samen. Fruit de ui in de olie en doe dit bij alle andere ingrediënten. Bedek een taart bodem met taart-kruim, doe daarin een laag je van de vulling tot 2,5 cm en bedek het met kruim. (Maak de randen van de onderste korsten nat voor ze met de bovenste korst bedekt worden.) Maak geen gaten in de bovenste

94

korst, want alle stoom moet zoveel mogelijk behouden worden. Bedek het aan het begin van de bak tijd met een  deksel  en  bak het in een middelmatig hete oven ongeveer 20 minuten. Haal dan het deksel eraf, prik de stoom (lucht)bellen met een vork door en bak het af tot het licht bruin is. Dien het heet op.- Voor 4-6 personen. {EWe 94.3}

     Andere groenten of zelfs gedroogde moes, kan in plaats van spinazie gebruikt worden. Of alles mag vervangen worden door gekookte rijst, eieren, olie peterselie en zout naar smaak. (Bij de laatste combinatie is de bak tijd korter.) {EWe 95.1}

VOL KOREN BROOD:

70 gr. bakkers gist                               56 gr. zout

56 gr. bak vet (geen olie)                    1,57 lit. water

168 gr. suiker of  honing                     2,2 kg. volkoren bloem {EWe 95.2}

   Vermeng grondig de gist, bak vet, suiker (of honing), en zout in het water. Meng met bloem en kneed dit goed. ( De massa moet niet stug zijn (half stijf) Laat het op een niet te hete plek rijzen tot het tot het dubbele gerezen is. Kneed het nog een keer en laat het weer rijzen. Kneed het nog een keer en laat voor de derde keer rijzen. Verdeel het in 7 gelijke porties en maak ze rond. Laat ze voor de vierde keer rijzen. en vorm dan de broden en laat ze 2,5 cm boven de bak blik rijzen. Doe ze dan in de oven op een stand van graden. Haal ze uit de oven als ze goed bruin zijn en laat ze goed afkoelen voor ze op te bergen. -7 broden van 1 pond. {EWe 95.3}

95

LUCHTIGE MAÏS BROOD

896 gr. Maïsmeel                     wat zout

0,22 lit. heet water                  0,1 lit. koud water

224 gr. witte bloem                 224 gr. olie

168 gr. bruine suiker               6 eieren  (gescheiden) {EWe 96.1}

     Breng de maïsmeel met het heet water aan de kook. Roer de bloem, suiker en zout samen. Kluts het koud water en de olie. Schenk het in de hete koren meel en meng het goed door. {EWe 96.2}

     Scheidt de dooiers van het eiwit en kluts het eiwit: Kluts de dooiers dik en meng dit in het eiwit. Meng voorzichtig de rest van het beslag met de eiermassa. Bak in een middelmatig hete oven. Voor 10 personen. {EWe 96.3}

TARWE VLOKKEN:

224 gr. volkeren tarwe meel               112 gr. zemelen

56 gr. suiker                                        56 gr. Soja-bloem

4 tbsp. bak vet                                     1 tsp. zout

56 gr. Melasse                                     {EWe 96.4}

     Meng de ingrediënten goed met elkaar, wrijf dan het bak vet in de droge massa en doe de melasse erbij. Voeg net genoeg water erbij dat de ingrediënten een samenhangende massa vormen. Roer zo min mogelijk. Verdeel over de pannen, bak op een (lage temperatuur) tot het vast is. Verdeel in plakken en rooster ze in de oven. {EWe 96.5}

ZOETE BROODJES:

56 gr. bakkers gist                   0,1 lit. water

112 gr. bak vet                        448 gr. witte bloem

1 tbsp. zout                             672 gr. vol koren meel

224 gr. suiker                          3 eieren {EWe 96.6}

96

     Los de gist, bak vet, zout, suiker en eieren in water op. Voeg de bloem hierbij en  meng het deeg tot een zachte massa. Kneed het grondig en laat het op kamertemperatuur rijzen tot de hoeveelheid zich heeft verdubbeld. Meng weer en laat het rijzen tot het bol staat en een puffend geluid te horen is bij het indrukken met de vinger. Meng het voor de tweede keer en laat het rijzen., snijd het dan in 3 delen. Rol elk deel tot een dikte van ruim 1 cm. Smeer met een kwast de olie, strooi de suiker hierover en wat kaneel. Rol het even strak als een Zwitserse rol. Snijd rolletjes van 1 ¼ cm  en plaats ze 5 cm van elkaar gescheiden op een ingevette bak platen. Laat ze in een warme kamer rijzen. Bak in de oven op 160 graden. Haal ze als ze bruin zijn uit de oven en keer ze om en laat ze zo afkoelen. ( Goed voor 48 kleine broodjes). {EWe 97.1}

97

EENVOUDIGE BISCHUIT GEBAK:

2 tbsp. heet water                    3 grote verse eieren

wat zout                                  1 tbps. citroensap

224 gr. suiker (of minder)       224 gr. bloem

een halve citroenschil (geraspt) {EWe 98.1}

     Maak het water heet met de zout. Kluts de eieren tot ze luchtig zijn en voeg dit bij het hete water. Kluts tot het dik is, voeg suiker en smaak hierbij. Kluts nog een paar minuten en schep de bloem hierin. Doe alles in het ingevette bak blik en bak 25 minuten in een matig hete oven. {EWe 98.2}

     Ditzelfde recept kan gebruikt worden voor cakejes. Rozijnen mogen desgewenst aan het deeg worden toegevoegd. Maak af met poedersuiker (suiker glazuur). {EWe 98.3}

98

  Uw gezondheid vandaag is zo goed als u het hebt gemaakt door de manier waarop u gisteren leefde; en uw gezondheid van morgen zal net zo goed zijn als de manier waarop u vandaag leeft.  {EWe 99.1}

     Feiten zijn feiten of men het gelooft of niet. {EWe 99.2}

  “Looft de Here mijn ziel; en al wat in mij is, Zijn Heilige NaamLooft de Here, mijn ziel, en vergeet niet een van zijn weldaden; Die al uw ongerechtigheden vergeeft, die al uw ziekten geneest; Die uw leven verlost van vernietiging; die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid, Die uw mond verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van de arenden.  Ps. 103:1-5, KJV. “Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij als gij ze doet.” Joh.13:17, KJV. {EWe 99.3}

 

     Nu daar “gij deze dingen weet, gelukkig zijt gij als gij ze doet.” Johannes 13:17. {EWe 99.4}

 

  “Gelukkig, inderdaad, is hij, die de God van Jacob tot zijn hulpe heeft.”  Ps. 146:5. {EWe 99.5}

99

— 000 — 

Postadres voor Engelstalige Bijbelstudies van de Herders Staf Boodschap:

The Davidian Seventh-day Adventists Association
P.O. Box 23738, Waco, TX 76712
+1-254-855-9539

Voor  Nederlandstalige Bijbelstudies:

Davidian Zevende-dags Adventisten Suriname

+597 7222085

+597 497796

E-mail adres: semie57@gmail.com

   *De tussen rechte Haakjes, geplaatste vetgedrukte pagina nummering, ({…}), in dit boekje komt overeen met de pagina nummering van het oorspronkelijke Engelstalige boek.

—000—

Belangrijk

U hebt mij nu grondig doorgelezen, en mijn missie gezien en de bekendheid welke, ter wille van uw leven, u aan mij in uw huis en uw leven moet geven. Hierna kun u mij dagelijks raadplegen, of u nu thuis of elders bent. O ja, ik ben op zakformaat gemaakt om in uw zak te passen, en daar ik slechts een hoek er van nodig heb, zult u er geen moeite mee hebben om mij mee te nemen op reis, of het nu kort of lang is. {EWe 100.1}

100