De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)


ABOUT US

We Offer Services
It’s a Story About Our Team

Great things are done by a series of small things.

SR1-1200x675.jpg

___________________________________________________________________

___________________________________________________________________

De 144.000 van Openbaring 7—

Roep tot Hervorming

Door

V.T. HOUTEFF

Deel 1

_____________________________________________________________________

_____________________________________________________________________

VOORWOORD

Het is de intentie van dit boek om de waarheid over de 144.000 genoemd in Openbaring 7 te openbaren, maar het hoofd doel van deze publicatie is om een hervorming teweeg te brengen onder Gods volk. De waarheid hierin opgenomen, is verdeelt in zeven onderdelen, welke bewijs leveren vanuit zeven invalshoeken, om iedere twijfel of verwarring te voorkomen. Dit onderwerp is duidelijk gemaakt door het gebruik van de Bijbel en de geschriften gegeven door de Geest der Profetie. {SR1: 5.1}

De waarheid hier geopenbaard is juist nu van grote belangrijkheid voor de kerk, vanwege het voorspelde gevaar welke Gods volk gauw zal tegemoet treden. Het roept op tot een beslist handelen aan de kant van de gelovigen om zichzelf af te scheiden van alle wereldlingen en wereldgezindheid; zichzelf te verankeren aan de Vast Rots door gehoorzaamheid aan de gehele waarheid die bekend is bij deze kerkgenootschap, als we aan de grote vernietiging willen ontkomen. “ De stem des Heren roept tot de stad, en de wijze man zal Uw naam zien: Hoort de roede, en wie het bestemd heeft, ”Micha 6: 9.{SR1: 5.2}

DE SCHRIJVER.

INHOUD

Voorwoord

Register op onderwerp

Inhoud inleiding

CONTENTS

Preface.
Topical Index.

Introduction Of Contents.

Deel 1. Honderd Vier en veertig duizend.
Deel 2. De Vier klassen der Verlosten.
Deel 3. Ezau en Jakob.
Deel 4. Wie is Israël van de Belofte.
Deel 5. De Profetie van Ezechiël Vier.
Deel 6. Overzicht van de Jesaja Hoofdstukken.
Deel 7. Wat is de Betekenis van het Vierde Hoofdstuk van Micha?
Samenvatting van Hervormingslessen—Wat maakt ongelovigen?
Samenvatting van de 144.000.
Samenvattende kaart van beide lessen.
Hoe te controleren of de gepresenteerde inhoud onvervalst is.
Micha Zes en Zeven—Profetie van het Boek, de Tijd Nabij voor Publicatie.
De Plicht—Wie Ontvangt de Waarheid.
Bezwaren Die Kunnen Opkomen.

6

TOPICAL INDEX

Introduction of Contents

Preface

SECTION 1. Page
THE ONE HUNDRED AND FORTY-FOUR THOUSAND 13
Matters Not, So Long As One Does Right? 14
Meaning of Seven Years Of Plenty And Seven Years of Famine 15
Seven Years of Ple nty, And Seven Years Of Famine 19
Who Are The 144,000? 20
Do The 144,000 Ever Die? 22
Will Sister White Be With The 144,000? 24
Only 144,000 Enter Temple 25
What Kind of Seal Is It? 26
The Two Seals 27
Ezekiel 9 Is Not A Sabbath Seal 29
Sealing Begins—Church At Low Ebb 30
Cause of Sighing And Crying 33
Partial List of Abominations In The Church 34
Will This Sealing Continue To The Close Of Probation? 35
Five Men Follow The One 37
Distinction Between 144,000 And Other Saints 38
SECTION 2.
THE FOUR CLASSES OF THE REDEEMED 41
Class 1 41
Class 2 42
Class 3 42
Class 4 42
Types And Anti-types 43
An Explanation of Early Writings, Page 15 45
Elijah Represents The 144,000 46
Moses—Type of Resurrection Of Just 47
Type of Special Resurrection 47
The Type of The Second Resurrection 48
Type of The Second Death 48
Procession of The Redeemed 49
An Explanation of The Writer’s Inkhorn of Early Writings, Page 279 51
SECTION 3.
ESAU AND JACOB 52
Symbol of Struggle 54
The Time And Church 54
Two Classes of People 55
Symbol of Birthright 55
7
Symbol of Hair 55
Symbol of Esau’s Heel 56
Symbol of Being Red 56
Symbol of Esau’s Character 56
Esau’s Blessing 57
Symbol of Pottage 58
Edom—A Type 59
Change of Names 60
Loss And Gain 60
Jacob’s Dream 61
Mothers of Israel 61
Jacob Homeward-Bound: Time of Trouble 62
Type of Promised Land—Israel In Father’s House 62
SECTION 4.
WHO IS ISRAEL BY THE PROMISE? 64
Years of Plenty—And Famine 68
Joseph Type of Christ 68
Pharaoh, Type of— 69
The Beginning of Famine 70
Egyptians, Type of Gentiles 70
Egyptians Sold Themselves To Pharaoh 71
Joseph Removes People Throughout Egypt 72
70 Souls, Type of Organization 73
Jacob Type of James 75
The Land of Goshen 76
Joseph Nourished Israel 76
Shepherds 77
Another Pharaoh Arose 77
Taskmasters 77
Furnish Straw No More 81
Midwives 86
Male Children In The Nile 87
Male Children of Denomination—How Drowned 88
Moses Found By Princess 89
Moses’ Choice 90
Moses’ Misconception 90
The Application of The Type 91
Moses In The Wilderness 93
Application of The Lesson 94
The Shepherd’s Rod 95
Death of Firstborn 96
8
The Passover Lamb 97
The Red Sea 99
Mount Sinai 100
New Name Given To Church 100
What Is The Number of Israel? 101
What Constitutes The Remnant? 102
Cloud By Day—Fire By Night 104
Joseph, Type of Christ 105
Pharaoh, Type of Leaders 106
The 430 Years of Sojourning And Affliction 108
Co-incident Chart 112-13
SECTION 5.
THE PROPHECY OF EZEKIEL FOUR, and What Transpires Within the 390 Days 114
Wheat, Symbol of Faith 118
Barley, Symbol of Spirit 118
Beans, Symbol of Grace 118
Lentils, Type of Doctrine of Baptism By Immersion 119
Millet, Symbol of 2300 Days 119
Spelt, Symbol Of The Sabbath In Connection With Sanctuary 120
All In One Vessel 120
Barley Cake 122
“I will Lay Bands Upon Thee” 122
“Thou Shalt Drink Also Water” 122
Meat by Weight—Water By Measure 123
Explanation of Ezekiel 4:12, 14, 15 123
The Forty Days, And What Transpires Within 125
Seven—Perfect Number 126
The Siege 128
Separation In Principle 129
Time of Spiritual Hunger 130
SECTION 6.
SYNOPSIS OF ISAIAH, CHAPTERS 54-56 Inclusive 135
Isaiah 54—Beginning Of Letter—”The God Of Comfort” 135
Isaiah 55—God Calls To Return—The Word That Transforms 140
Wine 141
The Milk 142
Why Spend Money For That Which Is Not Bread? 144
Isaiah 56—Blessings To Jew And Gentile—Blind Watchmen 145
Isaiah 57—The Righteous And The Wicked In The Day Of Trouble 146
Isaiah 58—True Fasting—The Sabbath Restored 147
9
Isaiah 59—A Redeemer Promised To A Penitent People 150
Isaiah 60—The Final Triumph Of The Righteous 152
Isaiah 61—Builders Of The Old Waste Places 153
Isaiah 62—The Holy People—The Lord’s Redeemed 154
Isaiah 63—Afflicted For His People’s Sake 156
His Redeemed 157
Isaiah 65—A People Prepared For A New Heaven And A New Earth 160
Isaiah 66—The Ingathering From The Gentiles: Worship In the New Earth 165
SECTION 7.
What Is The Meaning Of The FOURTH CHAPTER OF MICAH? 173
SUMMARY OF LESSONS OF REFORM—What Makes Infidels 182
God Reveals Secrets To His Prophets 196
God’s Law—How Broken? 197
Is The Church In An Excellent Condition? 198
What Has Been Gained During The Past Quadrennium 201
Answer To The Indian’s Argument Of Pages 182-183 204
How Can Christians Get To Heaven If The Distance Is So Great? 205
SUMMARY OF THE 144,000—The Deadly Wound Is Healed 209
Leopard Beast—Rev. 13:1-10 210
Chart—His Deadly Wound Is Healed 221
SUMMARY CHART—Explanation Of Types 223
Old Testament (Section Two) 223
Summary Chart Of Types 224
Old Testament (Section Three) 225
New Testament (Section One) 227
New testament (Section Two) 227
New Testament (Section Three) 228
Old Testament (Section One) … Melchizedek, King Of Salem 229
How To Check Up On Contents Presented. (If Authentic) 231
Micah Six And Seven—Prophecy Of The Book, Time Due For Publication 236
The Duty—Who Receives The Truth 245
Objections That May Arise 246
A MOTHER’S APPEAL 252
CHARTS
Co-incident 112, 113
His Deadly Wound Is Healed 221
Summary Chart Of Types 224
Ezekiel Four (The 430 Years) 133
Leopard Beast of Rev. 13:1-10 210

INLEIDING

Deze publicatie bevat slechts een hoofd onderwerp met een dubbele les; namelijk, de 144.000, en een oproep tot hervorming. Het beoogde onderwerp is om Gods volk voor te bereiden op de ophanden zijnde oordeel van de profetie van Ezechiël hoofdstuk 9. Er wordt geen nieuwe leerstelling onderwezen, nog minder verwerpt het de leerstellingen die wij hebben. Het wonderbaarlijke licht tussen deze bladzijden, schijnt op een groot aantal geschriften, waar wij tot nog toe geen kennis toe hadden gehad. De uitlegging van deze geschriften wordt al geheel ondersteund door de geschriften van Zuster. E. G. White, die de Geest der Profetie genoemd worden.{SR1: 11.1}

Deze publicatie verdedigt geen nieuwe beweging, en het is een absoluut een tegenstander van zulke handelingen. Het brengt een positief bewijs uit die niet tegengesproken kan worden dat de Zevendedags Adventisten kerk gebruikt is door God om Zijn werk vanaf 1844 voort te zetten.{SR1: 11.2 }

Het volgende is een gedeeltelijke lijst van Bijbel hoofdstukken:

Openbaring 7; 13: 13. Jesaja 4 en hoofdstukken 54 tot en met 66.

Ezechiël 4 en 9. Micha 4 tot en met 7.

De Exodus Beweging.

De typen van de Patriarchen.

De “Luide Roep”.

Een volledige verklaring van de 144.000.

De betekenis van Ezau en Jakob.

Martin Luther’s Akte in profetie.

De Typische en Anti typische perioden.

De God der Hebreeën is ons ontmoet; zo laat ons toch heen trekken, de weg van drie dagen in de woestijn, en de Heere, onze God offeren, dat Hij ons niet overkome met pestilentie of met het zwaard. Ex. 5:3

12

PARAGRAAF I .

DE HONDERD VIER EN VEERTIG DUIZEND

Dit onderwerp van Openbaring 7 is ongetwijfeld het meest veelvuldig besproken Bijbel onderwerp door Zevendedags Adventisten en nadere Bijbelstudenten, dan welk ander Bijbelse waarheid dan ook. Vele theorieën zijn door het kerkgenootschap aangevoerd, maar niet één heeft de toets zonder tegenstrijdigheid doorstaan. Grote mannen van zowel Bijbelse en wereldse kennis hebben ijverig de Bijbel doorzocht en hebben niets bewezen met betrekking tot wie dit gezelschap is. {SR1: 13.1}

Wij lezen in Great Controversy, pagina. 379; De Grote Strijd, blz. 372: “De geest van dwaling zal ons van de waarheid afleiden, en de Geest van God zal ons in de waarheid leiden. Maar, zegt u, iemand kan dwalen en toch menen dat hij in de waarheid is. Wat dan? Ons antwoord daarop is: De Geest en het Woord zijn in harmonie met elkaar. Als iemand zichzelf beoordeelt aan de hand van Gods Woord en een volmaakte harmonie in het gehele Woord vindt, mag hij aannemen dat hij in de waarheid is, maar als hij tot de vaststelling komt dat de geest die hem leidt niet in overeenstemming is met de volledige inhoud van Gods Woord of Gods Wet, moet hij heel voorzichtig te werk gaan, opdat hij niet verstrikt raakt in de netten van de duivel.” {SR1: 13.2}

Zuster E. G. White was ongetwijfeld het meest bekend met dit onderwerp dan wie ook die tegenwoordig leeft, want ze heeft veel betreffende dit onderwerp geschreven en heeft bovendien ook nog visioenen hierover gehad. Er bestaat geen twijfel, dat ook zij veel tijd aan het onderzoeken van de Bijbel en haar eigen geschriften besteed heeft, maar zij is in gebreke gebleven de juiste groep aan te tonen door het verzamelen van citaten om zodoende het mysterie te onthullen. De vraag is: Waarom hebben al deze godvruchtige mensen die vol ijver en ernst naar waarheid zochten de ware betekenis van dit bijzondere gezelschap niet aan het licht kunnen brengen? Het antwoord dat wij daarop geven is: Omdat het in hun tijd geen tegenwoordige waarheid was. {SR1: 13.3}

Zuster White kon een veel geschikter en meer passende theorie hebben gegeven dan welke andere theorie die ooit werd geopperd. Zij maakte gebruik van wijsheid en gezonde oordeel in het achterwege laten van haar

13

eigen mening. God zal deze zaken op de bestemde tijd openbaren. De mens mag ertoe gebracht worden, voor enige tijd het een of andere te geloven, maar als dat niet op waarheid berust, kan het niet blijven bestaan. Dus zou het onverstandig en tijdverspilling zijn als men zou trachten duidelijk te maken wie de 144.000 zijn, totdat de boekrol zich heeft ontvouwen waarin de ene waarheid de ander openbaart. Als deze studie de verborgenheid onthult en in harmonie is met de Bijbel en de Geest der Profetie, dan moeten wij vaststellen dat Gods bestemde tijd voor dit onderwerp is aangebroken. {SR1: 13.4}

Zuster White was op dit onderwerp geïnspireerd, maar, gelijk de profeet Daniël, werd ook zij niet toegestaan te weten wie, hoe, en wanneer de 144.000 tot stand zou komen, totdat Gods bestemde tijd was aangebroken. Het nu volgende citaat was door haar geschreven aan voorganger E. E. Andross: “Ik ben vol vertrouwen, voorganger Andross, dat de broeders in Zuid California een zegen zullen ervaren in het overzien van de leringen der Schrift betreffende de 144.000, en dat zij de leringen aanwenden, wat voor licht er ook mag zijn in de gepubliceerde geschriften van de Geest der Profetie, en daar de zaak overal in ernstig gebed is gebracht, geloof ik dat God de waarheid voldoende duidelijk zal maken om de mogelijkheid te scheppen nodeloze en nutteloze vragen te vermijden die niet van belang zijn voor de zaligheid van kostbare zielen.” {SR1: 14.1}

Dit onderwerp moet eens worden begrepen, want het Inspiratie uit geen doelloze uitspraken, en het staat niet slechts in de Bijbel als goedkoop versiersel. Het moet begrepen worden vóórdat het getal (144.000) is bereikt, anders heeft het geen waarde. Wanneer het eenmaal begrepen wordt zal het de voeten van de 144.000 op het rechte spoor leiden gelijk de boodschappen van de eerste, de tweede, en de derde engel duizenden zielen tot Christus hebben geleid. {SR1: 14.2}

Doet er Niet Toe, Zolang Men Maar Goed Doet?

Er wordt door sommigen gezegd dat het er niet toe doet of men het onderwerp van de 144.000 nu wel of niet begrijpt, zolang men maar goed doet. Dit is zeker waar indien wij werkelijk het GOEDE DOEN, maar hoe weten wij als wij het goede doen of niet tenzij wij Bijbelse leerstellingen begrijpen? Hoe kunnen wij weten dat wij de juiste Sabbat onderhouden, of dat wij tot de juiste kerk behoren tenzij wij dat leerstuk begrijpen? Waarom is het belangrijk om Daniel 7 te begrijpen, het beest en haar beeld, en vele andere Bijbel profetieën? Als wij het onderwerp van de 144.000 niet begrijpen, mogen wij niet worden verzegeld, want het zou waardeloos zijn om het pas

14

na de verzegeling te begrijpen, gelijk het ook van geen waarde zou zijn het beest en zijn beeld te begrijpen pas nadat zijn werk op aarde beëindigd is. {SR1: 14.3}

De boodschap van de engel van Openbaring 7, de engel die opgaat vanuit het oosten, is even belangrijk als de boodschap van de eerste, tweede en derde van Openbaring 14:6-11. Het moet evenals de machtige engel van Openbaring 18:1 juist begrepen worden en op de juiste tijd aan het volk doorgegeven worden. De luide roep moet op een aangegeven tijd komen. De engel van Openbaring 7 kan niet de derde engel, aangezien Johannes verschillende uitleggingen geeft. De drie engelen van Openbaring 14 vliegen in het midden des hemels, of te wel, waar de zon ‘s middags haar hoogtepunt bereikt; maar die van Openbaring 7, gaat op vanuit het oosten, waar de zon opgaat. De boodschap van deze engel is in geen enkele periode goed begrepen geweest, en het wordt ook niet gepredikt door onze kerkgenootschap noch door anderen en slechts theorieën hieromtrent zijn ontwikkeld. Het is duidelijk dat deze waarheid, zoals andere waarheden, op het juiste moment moet komen. {SR1: 15.1}

De Betekenis van de Zeven Jaren van Overvloed en de Zeven Jaren van Schaarste, Slechts Op Een Wijze Gevonden.

Wanneer het verbijsterende onderwerp duidelijk is gemaakt, dan moeten wij geloven dat de tijd is aangebroken. De ware betekenis, zoals alle Bijbel waarheden, wordt slechts op één manier en op één plaats gevonden; namelijk, de voorraadschuur, de Bijbel. Houdt in gedachte, dat gelijk Jozef in het verleden macht had over de voorraadschuur in Egypte, zo heeft ook Christus macht over de Schriften en de tijden. Vele godvruchtige personen gingen in het verleden tot Christus (Jozef) en kregen alle tegenwoordige waarheid (graan) bestemd voor die tijd die zij [in zich] konden opnemen. Terwijl Hij (Christus) vrijgevig is, is Hij ook nauwkeurig, en daarom mag niets verloren gaan. Toen Jozef het graan in Egypte verzamelde en het in voorraadschuren opsloeg, deed hij dat niet om rijkdom te vergaren, maar juist om levens te behouden tijdens de komende jaren van schaarste {of gebrek}. Het graan was een symbool van het Woord van Christus en wij zullen trachten dat te bewijzen. {SR1: 15.2}

De reden waarom wij geloven dat de zeven jaren van overvloed en de zeven jaren van schaarste in de tijd van Jozef in het oude Egypte de geschiedenis van de wereld in twee delen voorsteld is als volgt: {SR1: 15.3}

In Deel 3, p. 369 lezen wij: “Izaäk was een type van de Zoon van God, Die als offerande voor de zonden der wereld ten offer werd bracht.” Wederom

15

lezen wij in “Desire of Ages,” p. 112; / “Wens der Eeuwen,” blz. …: “En in de van Godswege voorziene ram zag Abraham het symbool van Hem Die voor de zonden der mensheid zou sterven.” Izaäk en de ram zijn dus symbolen van de onderwerping, dood en het offer van Christus. {SR1: 15.4}

Van Jona lezen wij in “Desire of Ages,” p. 406 / “Wens,” blz. …: “Gelijk Jona zich drie dagen en drie nachten binnen in de walvis bevond, zou Christus Zich ook dezelfde tijd ‘in het hart der aarde’ bevinden. En gelijk de prediking van Jona aan de Ninevieten een teken was, zo was ook de prediking van Christus een teken voor Zijn generatie.” (Zie ook, “Prophets and Kings,” p. 274 / “Profeten en Koningen,” blz. ….) {SR1: 16.1}

Elisa was een symbool van Christus. In “Prophets and Kings,” p. 240 /”Profeten en Koningen,” blz. …,: “Gelijk de verlosser der mensheid, waarvan hij een type was, combineerde Elisa in zijn ambt het werk van genezing met het onderwijzen.” Dit zijn de redenen waarom Izaäk, Jona en Elisa typen van Christus zijn, de verschillende fasen en aanduidingen van het werk van Christus voorstellend. {SR1: 16.2}

Van Jozef lezen wij in “Patriachs and Prophets,” p. 369 / “Patriarchen en Profeten”: “Jozef was een vertegenwoordiger van Christus. In hun weldoener, tot wie heel Egypte zich wendde met lof en dankbaarheid, zou het heidense volk de liefde van hun Schepper en Verlosser aanschouwen.” Egypte was een afgodische natie en is een symbool van de wereld in zonde. Jozef was een type van Christus, Die oppergezag over de wereld heeft. Gelijk Jozef naar Egypte werd gezonden om het leven in stand te houden, zo werd ook Christus naar de wereld (Egypte) gezonden om het leven in stand te houden. Citerend van “Patriarchs and Prophets,” p. 231 / “Patriarchen en Profeten,” blz. … lezen wij: “En God heeft mij tot u gezonden om voor u een nageslacht op de aarde te bewaren, en door een grote verlossing uw levens te redden.” Er staat dus geschreven dat deze verlossingen aanschouwelijke lessen zijn van geestelijke zegeningen. Maar op welke manier heeft Jozef de oude wereld gezegend? Was het niet door het graan dat hij had opgeslagen in de zeven jaren van overvloed? Zonder de onmetelijke voorraadschuren die vol van leven gevende energie zaten, wat voor zegen had Jozef voor de oude wereld kunnen zijn zonder zijn door God gegeven wijsheid om het graan op te slaan om zodoende de wereld te voeden in een tijd van haar hoogste nood? Het graan dat Jozef heeft bewaard was de zegen, want er staat geschreven dat het graan geestelijke zegen (het Woord van God) voorstelt. Gods Woord is geestelijk brood en de mens heeft daarop geteerd. {SR1: 16.3}

16

“Voorts zeide Hij tot mij: Mensenkind, eet wat hij hier voor u ziet; eet deze boekrol en ga heen, en spreek tot het huis Israëls.” Ezech. 3:1. “Uw woorden werden gevonden, en ik heb ze opgegeten; en Uw woord was mij tot vreugde en blijdschap van mijn hart; want Uw naam is over mij uitgeroepen, Here, God der heerscharen.” Jer. 15:16. “Hij deed manna tot spijze op hen regenen, en schonk hen hemel koren.” Psalm 78:24. “Onze ouders hebben het manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven is: Brood [graan] uit de hemel gaf Hij hun te eten. Toen zeide Jezus tot hen: voorwaar, voorwaar Ik zeg u, niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel.” Joh. 6:31, 32. ” Wie overwint, die zal Ik geven van het verborgen manna.” Openb. 2:17. “En ik nam het boekje uit de hand van de engel en at het op, en het was in mijn mond zoet als honing; maar toen ik het gegeten had, werd mijn buik bitter.” Openb. 10:10. {SR1: 17.1}

De laatstgenoemde profetie (Openb. 10:10) is van toepassing geweest op William Miller nadat hij het boek Daniël had bestudeerd en haar leer had aanvaard. In symbolisch zin at hij het kleine boek op, wat een deel van hem en zijn mede werkers werd. Was dit niet waar geweest, dan zou hij de boodschap niet met die geestdrift gebracht hebben zoals hij dat deed. Toen de verwachte gebeurtenis in 1844 uitbleef, was het voor hen een bittere ervaring, aldus de Schriften vervullend dat de mensen het Woord van God hebben opgegeten. {SR1: 17.2}

Als het graan niet het Woord voorstelt zoals in de Bijbel, dan mag de vraag worden gesteld: Waar is Jozef een type van? Izaäk, Jona en Elisa, vertegenwoordigen elk een zekere fase van het werk van Christus, en als Jozef Christus voorstelt, Het verzamelde voedsel het Woord, de voorraadschuur, de Bijbel, dan moeten de zeven jaren van overvloed, de tijd waarin het voedsel werd bijeen gebracht, een symbool zijn, anders kan het plaatje niet volmaakt zijn; en als de jaren van overvloed een type zijn, dan moeten de jaren van schaarste in beschouwing worden genomen. Elk van deze twee gedeelten van tijd dragen het getal “zeven,” wat “volmaakt,” betekent, volheid van de tijd (algeheel, of alle tijd). {SR1: 17.3}

Het symbool kan slechts één ding voorstellen, en dat is de wereldgeschiedenis in twee grote tijdverdelingen, namelijk, B. C. en A. D. [v. Chr. = voor Christus, en n. Chr. = na Christus] met

17

het kruis (Christus) als de scheidingslijn. “Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes geprofeteerd.” Het is om deze reden dat Jezus deze uitspraak deed, want tot nu toe hebben wij geen andere. De jaren van overvloed stellen B. C. voor, ten tijde dat God overvloedige voorraad gaf om in de behoefte van de wereld te voorzien voor de jaren van schaarste (de tijd van het Nieuwe Testament, A. D.). Gelijk Jozef het graan in voorraadschuren bijeenbracht door zijn dienstknechten, de Egyptenaren, zo vergaarde ook Christus het Woord van God (geestelijk voedsel) in de Bijbel (de voorraadschuur) door Zijn knechten, de profeten. “God, Die lang geleden bij vele gelegenheden en op vele wijzen tot onze voorvaderen heeft gesproken door bemiddeling van de profeten, heeft nu in het laatste der dagen tot ons gesproken door bemiddeling van Zijn Zoon, Die Hij tot erfgenaam van alle dingen heeft aangesteld en door Wie Hij ook de werelden geschapen heeft.” Hebr. 1:1, 2. [KJV.] Was het niet voor dit doel geweest, dan kunnen wij de vraag stellen: waar kan het dan voor geweest zijn? God, Die verantwoordelijk was voor dit gebeuren deed het niet om moeilijkheden over Zijn onderdanen te brengen, of om de wereld te laten verhongeren, aangezien de schaarste niet alleen in Egypte was, want wij lezen: “En de hongersnood [of schaarste] was over de gehele wereld.” Gen. 41:56. Was dit niet het symbool, waarom zou God dan de schaarste over de gehele aarde brengen? Sommige mensen zullen moeite hebben om te worden overtuigd en anderen kunnen nooit overtuigd worden, maar de overeenstemming van de les kan moeilijk in twijfel worden getrokken. {SR1: 17.4}

Als de zeven jaren van overvloed en de zeven jaren van schaarste niet een type zijn van de wereldgeschiedenis, de omvangrijke voorraadschuren van Jozef geen type van de Bijbel zijn, het graan dat in de zeven jaren van overvloed bijeengebracht werd geen typen van het Woord in de Bijbel is, het voeden van de wereld geen type is van de tijd van het Nieuwe Testament die teerde op de Schriften van de tijd van het Oude Testament, dan stellen wij de vraag: Waar zijn de typen van al deze gebeurtenissen? Heeft God het evangelie niet gegeven zowel in typen als in profetie? “Christus was het fundament van het Joodse stelsel. Het gehele systeem van typen en symbolen was een beknopte profetie van het evangelie, een voorstelling waar in de beloften van verlossing waren opgenomen. Acts of the Apostles, p. 14. Als de zeven jaren van overvloed en de zeven jaren van schaarste niet de wereldgeschiedenis voorstelden, zouden de overeenkomsten zoals we zullen trachten naar voren te brengen amper bij toeval mogelijk zijn geweest. Jezus zei: “ Verzamel de kruimels

18

zodat niets verspild wordt.” Het was Zijn Woord dat de broden en de vissen vermenigvuldigde; deze kruimels stelden precies de woorden voor die Hij sprak. {SR1: 18.1}

We lezen het volgende in Deel 2, pg. 606: “Ik ben gemachtigd door God om u te vertellen dat geen enkele lichtstraal door de Getuigenissen op uw pad zal schijnen, totdat u praktische gebruik maakt van het licht dat reeds gegeven is.” Maar nu moeten we koren hebben anders zullen we sterven. Als een volk hebben we veel opgeschept dat we al de waarheid hebben, maar zo een bewering kan niet tussen de bladzijden van de Geest der Profetie gevonden worden. “ Niet een lichtstraal zal op uw pad schijnen, totdat u praktisch gebruik heeft gemaakt van het licht dat reeds gegeven is.” Deze woorden geven aan dat er meer licht te schijnen is, en licht is waarheid. Wederom citerend van Testimonies to Ministers, pg. 107: Niemand mag beweren dat hij alle licht heeft dat er is voor Gods volk. De Heer zal dat dit niet toestaan. Hij heeft gezegd, “ Ik heb een open deur voor u gesteld en niemand kan het sluiten.’ Zelf als al onze leidinggevende mannen licht en waarheid zouden weigeren, zal die deur nog steeds open blijven. De Heer zal mannen opwekken die de mensen de boodschap van deze tijd willen geven.’ {SR1: 19.1}

ZEVEN JAREN VAN OVERVLOED EN ZEVEN JAREN VAN SCHAARSTE

De zeven jaren van overvloed en zeven jaren van schaarste in de dagen van Jozef, in het oude Egypte stellen de wereld geschiedenis voor in twee tijdsdelen zoals voorafgaand is uitgelegd; nl Voor Christus en Na Christus. Elk van deze delen draagt het Bijbels getal “ zeven,” (hetgeen compleet betekend) . De zeven jaren van overvloed zijn Voor Christus. Hoewel men kan twijfelen aan de toepassing hier gemaakt, is de les die we hiervan ontvangen waar. In de Oud Testamentische tijd, gaf God overvloedig door Zijn profeten en Christus (Jozef) sloeg het op in de voorraadschuur (Bijbel), maar daar we geen verslag hebben dat er iets van het koren over was toen de zeven jaren van schaarste voorbij waren, was er ook geen een tekort. Het is daarom duidelijk dat al de Schriften begrepen moeten worden ( opgebruikt) voor de tweede komst van Christus. {SR1: 19.2}

De droom van Farao vastgelegd in Gen. 41: 1720, leest als volgt: “ In mijn droom, stond ik aan den oever der rivier: En zie,

19

uit de rivier kwamen op zeven koeien, vet van vlees en schoon van gedaante, en zij weidden in het gras. En zie, zeven andere koeien kwamen op na deze, mager en zeer lelijk van gedaante, rank van vlees; ik heb dergelijke van lelijkheid niet gezien in het ganse Egypteland. En die ranke en lelijke koeien aten die zeven eerste vette koeien op.” Merk op dat de zeven ranke en lelijke koeien de vette koeien opaten. Door het lezen van vers 21, merken wij op dat de zeven ranke en lelijke niet in gewicht toenamen, nadat ze de zeven vette koeien hadden geconsumeerd, wat aangeeft, dat er geen geschriften in reserve zijn, maar dat alles aan het licht gebracht zal worden. De gedachte is dat de zeven jaren (na Chr. ) al het koren zal gebruiken (Woord) in de zeven jaren (voor Chr.) zoals ook voorgesteld door de aren van koren in de verzen 2224. Is dit niet duidelijk dat al de geschriften in het Oude Testament vervuld en begrepen zullen worden voor het einde van (de periode) na Christus ( de tweede komst van Christus)? Maar het is niet waar dat het grootste gedeelte of aandeel nog niet begrepen is? Hoe kan iemand zeggen dat men al de waarheid heeft en een groot gedeelte van de Bijbel niet uitlegt en niet kan uitleggen? Zullen we bidden tot God om onze ogen te openen dat wij mogen verrijzen uit deze Laodiceaanse slaperigheid waarin we zijn gevallen? {SR1: 19.3}

Wie Zijn De 144.000?

Het onderwerp is : “Wie zijn de 144.000?” De eerste vermelding van dit getal in de Bijbel is in Openb. 7:4. “ En ik hoorde het getal dergenen, die verzegeld waren: honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten der kinderen Israëls.” Vers 2. “ En ik zag een anderen engel opkomen van den opgang der zon hebbende het zegel des levenden Gods: En hij riep met een grote stem tot de vier engelen, welke macht gegeven was de aarde en de zee te beschadigen.” Merk op dat deze engel aan het opstijgen is en niet aan het neerdalen. In tegenstelling hiertoe zegt Openb. 18: 1 : “En na dezen zag ik een anderen engel afkomen uit den hemel, hebbende grote macht, en de aarde is verlicht geworden van zijn heerlijkheid.” Deze machtige engel is niet aan het opstijgen, neerdalen nog komen, maar “ komt.” Als de engel de reis van de hemel naar de aarde in minder dan 15 minuten maakte in antwoord op gebed (Dan. 9:4-23), terwijl het miljoenen lichtjaren vereist om een gedeelte van de afstand te reizen, kunnen

20

we gemakkelijk begrijpen waarom de uitdrukking “ afkomen,” is gebruikt, hetgeen betekend plotseling verschijnend zonder waarschuwing. Deze engel is de Luide Roep engel, een toevoeging aan de derde engel en de boodschap tot de val van Babylon zoals gegeven door de tweede engel, is herhaald, zoals voorzegt in het 18de hoofdstuk van Openbaring. Het volk van God wordt aldus voorbereid te staan in het uur der verzoeking, welke ze spoedig tegemoet gaan.{SR1: 20.1}

Eerste Geschriften, blz. 332: “Toen zag ik een andere machtige engel, die last kreeg om naar de aarde af te dalen, en zijn stem te voegen bij die van de derde engel, en kracht en nadruk aan diens boodschap bij te zetten. Er werd aan de engel grote macht en heerlijkheid verleend, en toen hij afdaalde, werd de aarde verlicht door zijn heerlijkheid. Het licht dat deze engel met zich voerde, drong overal door, en hij riep krachtig met een grote stem, zeggende: “Babylon is gevallen is gevallen, en is geworden een woonstede der duivelen, en een bewaarplaats van alle onreine geesten, en een bewaarplaats van alle onrein en hatelijk gevogelte. De boodschap van de val van Babylon, gelijk die gegeven werd door de tweede engel, wordt herhaald, met de verdere aanduiding van het bederf, dat sedert 1844 in de kerken is ingeslopen. Het werk van deze engel komt op de rechte tijd om zich te voegen bij het laatste grote werk van de boodschap van de derde engel, terwijl die tot een luide kreet aangroeit. En op die wijze wordt Gods volk bereid om te bestaan in de ure der verzoeking, die zij spoedig zullen ondergaan. Ik zag dat er een groot licht over hen scheen, en zij sloten zich bij elkander aan om onbevreesd de boodschap van de derde engel te verkondigen. Er werden engelen gezonden om de machtige engel uit de hemel te helpen; en ik hoorde stemmen, die overal schenen te weerklinken: “ Gaat uit van haar mijn volk! Opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt, en opdat gij van haar plagen niet ontvangt; want haar zonden zijn de een de andere gevolgd tot de hemel toe, en God is aan haar ongerechtigheden gedachtig geworden.” Deze boodschap schijnt een toevoeging aan de derde boodschap te zijn en er mede samen te gaan, gelijk het middernachtelijk geroep samenging met de boodschap van de tweede engel in het jaar 1844.”{SR1: 21.1}

Van de drie engelen van Openb. 14:611, schrijft Johannes: “ En ik zag een anderen engel vliegende in het midden des hemels, … en de derde engel is hen gevolgd.” Deze engelen, elkander opvolgend werden gezien, vliegende in het midden des hemels waar de zon midden op de dag in zijn volle sterkte zou zijn. Er is een verschil tussen deze engelen en die in Openbaring 7 en 18: 1. Deze engelen zijn noch aan het “ opstijgen,” noch aan het “komen,” maar vervolgen te “vliegen in het midden des hemels.” De betekenis is dat deze engelen boodschappen niet zo machtig zijn als die van Openb. 18: 1, want Johannes zegt hij zag de engel “komen,” dat is staande op de aarde. De engel hier genoemd is dichtbij, maar de andere drie engelen zijn op een afstand. Dit symbool toont aan dat ze niet zo machtig konden zijn als die ene die dichtbij is, maar deze drie

21

engelen zijn aan het vliegen en gaan voort met vliegen. De betekenis is dat terwijl ze niet zo machtig zijn, ze een lange tijd doorgaan, totdat deze andere engel van Open. 18:1 zich met hen samenvoegt, zoals het geweest is met de eerste, tweede en derde engelen boodschap tot nu toe.{SR1: 21.2}

We gaan terug naar de engel van Openbaring 7, de ene waar we het meest geïnteresseerd zijn in de tegenwoordige tijd. Deze bijzondere engel is aan het opstijgen vanuit het oosten. “Opstijgen,” kan hier niet betekenen vertrekken of weg vliegen, maar eenvoudigweg komen of voortbewegen. Bijvoorbeeld ’s morgens wanneer de zon opkomt of opstijgt, neemt de temperatuur toe in hitte als het, het midden van de dag nadert; precies zo met deze engel die de 144.000 moet verzegelen. De engel werd gezien komend, maar hij neemt zijn tijd. De verzegeling kan niet beginnen tot nadat hij gearriveerd is, want het zegel van de levende God is in zijn bezit. Als we de tijd kunnen bepalen wanneer hij aankomt, kunnen we het begin weten van de tijd van de verzegeling van de 144.000. Weten wij de tijd wanneer de eerste, tweede en derde engel boodschap begon? Ons antwoord is: Ja.{SR1: 22.1}

Er is geen reden voor het niet weten van de definitieve tijd wanneer deze engel van Openbaring 7 arriveert. Als we de tijd niet wisten, zouden we geen boodschap hebben, en als Satan ons kan beroven van tegenwoordige waarheid, heeft hij met zijn misleidende machten gewonnen. De profetie van Johannes in Openbaring 7, van deze opstijgende engel, was slechts een visioen van iets wat zou komen, en de vervulling van deze profetie werd gerealiseerd toen Zuster White haar eerste visioen in 1844 werd gegeven, welke een visioen was van de 144.000. Lees Eerste Geschriften, blz. 411. Johannes profeteerde over deze beweging en het toneel van de engel die opstijgt in het oosten (visioen van Johannes) werd een realiteit in 1844, maar de engel is in het oosten en wij wachten op zijn komt, want wanneer hij arriveert begint de verzegeling.{SR1: 22.2}

Sterven De 144.000 Ooit?

“De levende heiligen, 144.000 in getal” we moeten niet tot de slotsom komen dat slechts een deel van het geheel deel uit kan maken van het getal en toch waar zijn, want de bewering door Inspiratie gemaakt kan niet tegenstrijdig zijn want

22

het leest” 144.000 in getal.” Wanneer dit gezelschap genoemd wordt, is het dezelfde tijd wanneer God de dag en het uur van de komst van Jezus bekend maakt. Als we kunnen vaststellen in welke tijd van de wereldgeschiedenis God spreekt over de dag en het uur van Jezus Zijn komst, dan kunnen we meer te weten komen over dit gezelschap. Pagina 340 van Eerste Geschriften citerend: “ Maar er was een heldere plek van voortdurende glorie, waaruit Gods stem klonk, gelijk de stem van vele wateren, die de hemel en de aarde deed schudden. Er was een machtige aardbeving. De graven werden geopend en degenen, die in het geloof gestorven waren tijdens de verkondiging van de boodschap van de derde engel, en de Sabbat gehouden hadden, kwamen uit…En toen God de dag en het uur van Jezus’ komst aankondigde, en het eeuwig verbond aan Zijn volk gaf.”{SR1: 22.3}

Men mag hier veronderstellen dat de herrezenen en de levenden het getal vormen, maar we geloven niet dat de Geest der Profetie beide gezelschappen ( de levenden en de opgestane) levende heiligen zou noemen. De 144.000 zijn levende heiligen; de anderen, opgestane Sabbathouders. Om het te bevestigen, wordt een andere referentie gegeven, gevonden in de Grote Strijd, blz.637: “ (…) Allen die gestorven zijn in het geloof van de derde engel boodschap komen verheerlijkt uit het graf voort, om Gods vredes verbond te horen samen met degenen die Zijn weg hebben gehouden.” Dit maakt het duidelijk dat de herrezen Sabbathouders voortkomen uit de speciale opstanding van Daniel 12. Dit is de tijd wanneer de grote hagelstenen hun vernietigende werk doen (7e plaag). “En de zevende engel goot zijn fiool uit in de lucht; … En een grote hagel, elk als een talentpond zwaar, viel neder uit den hemel: En de mensen lasterden God vanwege de plage des hagels; want deszelfs plage was zeer groot.” Openb. 16: 17, 21. De herrezen Sabbathouders leefden niet gedurende de tijd van de plagen, want ze waren herrezen rond de tijd van de zevende plaag, zodat ze de aankondiging van de dag en het uur van Jezus’ komst hoorden.{SR1: 23.1}

23

Als er bewijs aan het licht gebracht kan worden dat de 144.000 (in getal) leefden voor de zevende plaag, dan hebben we positief bewijs dat de 144.000 nooit stierven. Great Controversy, page 649 = Grote Strijd, blz. 598: “ Ze zingen “een nieuw gezang” voor de troon, een gezang dat niemand anders kan leren dan de 144.000. Het is het lied van Mozes en het lied van het Lam – een overwinningslied. Alleen de 1444.000 kunnen dit lied aanleren, want het is een lied over hun ervaringen. Geen enkele andere groep heeft deze ervaringen ooit meegemaakt…..Ze hebben gezien hoe de aarde werd getroffen door hongersnoden en epidemieën en hoe de zon de mensen met grote hitte verschroeide. Ze hebben zelf ook ellende gekend en honger en dorst gehad.” Hier is een bevestigende bewering dat de 144.000 leefden in de tijd van de vierde plaag, de zon die grote macht heeft om de mens met grote hitte te verschroeien. “En de vierde engel goot zijn fiool uit op de zon; en haar is macht gegeven de mensen te verhitten door vuur.” Openb. 16: 8. Dit is de vierde plaag. Hoe konden zij (144.000) door de vierde plaag gaan als de speciale opstanding van de Sabbathouders (zij die stierven onder de derde engel boodschap) nog geen plaats had gevonden tot aan het eind voor de zevende plaag? Als “zij gezien hebben hoe de aarde werd getroffen door hongersnoden en epidemieën en zij zelf geleden hebben onder honger en dorst”, moeten door al de plagen heen geleefd hebben. {SR1: 24.1}

Nogmaals, “Ze zingen een nieuw gezang. (…) Een gezang dat niemand anders kan leren dan de 144.000…. want het is een lied van hun ervaringen, een ervaring die geen andere groep ooit heeft meegemaakt.” Hoe is het mogelijk dat ze allen hetzelfde gezang zingen als het een lied van hun ervaringen is anders dan dat ze dezelfde ervaring hebben? Zij die in het graf zijn geweest zouden dezelfde ervaringen hebben van de dood, het graf, de opstanding, en het ontvangen van een nieuw lichaam. Maar zij die nooit dood zijn gegaan hebben de vervulling gezien van Ezechiël 9; Jesaja 63; Jesaja 60; het afsluiten van de derde engelen boodschap, ( de luide roep, afsluiting van de genadetijd), al de zeven laatste plagen, en ze zingen dit lied( van hun ervaring en verlossing)” welke niemand anders kan leren dan de 144.000.”{SR1: 24.2}

Zal Zuster White Met de 144.000 zijn?

Zuster White werd in visioen gebracht naar een van de planeten die

24

zeven manen hadden, waar ze die goeie ouwe Henoch ontmoette. Deze plaats was zo mooi en haar verlangen ernaar zo hevig, dat ze de engel smeekte om haar te laten blijven. “Toen zei de engel: “Gij moet teruggaan, en indien gij getrouw zijt, zult gij met de 144.000 het voorrecht hebben van al de werelden te bezoeken en Gods handwerk te aanschouwen.” Zie Early Writings page 40 {Eerste Geschriften blz. 36.} Er is geen tegenstrijdigheid in deze bewering, want de engel vertelde haar dat zij, met de 144.000, hetgeen betekend ze is een met hen, maar niet een van hen. Ze zal ongetwijfeld met ze zijn want ze mag de moeder van hen worden genoemd (zijnde de boodschapper en grondlegger van deze beweging), net zo min als we kunnen veronderstellen dat ze het lied van Mozes zullen zingen en hij (Mozes) niet daar zal zijn. Omdat ze de 144.000 zijn, een speciaal gezelschap met een special ervaring, is geen reden waarom anderen niet met hen zouden kunnen reizen, want ongetwijfeld zullen Abraham, Izaäk en Jakob met hen zijn, aangezien zij de vaders in type zijn. Welk bezwaar kan gemaakt worden als anderen met hen zouden reizen? We mogen aannemen dat Jezus aan al de verlosten ten minste een reis naar de andere werelden zou geven.{SR1: 24.3}

Alleen De 144.000 Gaan De Tempel Binnen

“En toen we op het punt stonden om de heilige tempel binnen te gaan, verhief Jezus Zijn lieflijke stem en zei: Alleen de 144.000 mogen hier binnen gaan; , en wij riepen Halleluja.” Deze tempel rustte op zeven pilaren, alle van doorschijnend goud, ingelegd met de prachtigste paarlen. De wonderbare dingen, welke Ik daar zag, kan Ik niet beschrijven (…) Ik zag drie stenen tafelen, waarin de namen van de 144.000 in gouden letters gegraveerd waren. Nadat we de heerlijkheid van de tempel bezien hadden, traden wij weer naar buiten.” Early Writings, page 19. {Eerste Geschriften 11.} Het is duidelijk dat geen anderen behalve de 144.000 de heilige tempel in mochten gaan, en nogmaals is het duidelijk dat zij binnen ging, want ze zegt,” De wonderbare dingen, welke Ik daar zag, kan ik niet beschrijven”, en “nadat we de heerlijkheid van de tempel bezien hadden traden we weer naar buiten”. Ze kon de dingen binnen in de tempel niet zien, tenzij ze erin was gegaan, en ze kon niet naar buiten zijn gegaan als ze nooit erin was gegaan. {SR1: 25.1}

Sommigen zullen denken dat Zuster White een van de

25

144.000 is, omdat ze de tempel is binnen gegaan, en nu ze dood is dat een deel van de 144.000 zullen worden opgewekt. Er is geen reden voor verwarring hier. Ze kon de tempel ervoor of erna, of ze kon gelijk met hen zijn binnen gegaan, en toch zou dit het plan niet veranderen. We moeten onthouden dat dit maar een visioen is en niet de werkelijke 144.000. Ze werden niet in die tijd opgemaakt, nog minder was ze lijfelijk daar. Het visioen werd haar gegeven om een verslag te maken en een zekere waarheid te openbaren. Met andere woorden, ze was een verslaggever. Wat voor verslag had er gegeven kunnen worden als ze de tempel niet was binnengegaan? Het bevel.” Alleen de 144.000 mogen hier binnen gaan”, had geen betrekking op haar of ze nou wel buiten zou blijven of binnen zou gaan. Ze is een met hen, maar niet een van hen.{SR1: 25.2}

Wat Voor Soort Zegel Is Het?

Er wordt een verwijzing gemaakt in Testimonies to Ministers, page 445. Het onderwerp is over de verzegeling van Openbaring 7, de 144.000. We citeren: “Deze verzegeling van de dienstknechten van God is dezelfde die in visioen aan Ezechiël was getoond.” Als nu de verzegeling van de 144.000 van Openbaring 7, dezelfde is als Ezechiël 9, moeten wij om te ontdekken welke soort verzegeling het is, en de tijd van haar begin, Ezechiël 9:1-9 bestuderen: “Toen riep Hij met luider stem te mijnen aanhoren: Treedt nader, gij, die aan de stad de straf voltrekken moet, ieder met zijn verdelgingswapen in de hand! – En zie, zes mannen kwamen van de kant van de Boven poort, die op het noorden uitziet, ieder met zijn vernietigingswapen in de hand, en één man onder hen was in linnen gekleed en droeg een schrijfkoker aan zijn zijde; zij kwamen nader en gingen staan naast het koperen altaar. De heerlijkheid van de God van Israël nu had zich opgeheven van de cherub waarop zij rustte, en zich begeven naar de dorpel van de tempel, en Hij riep de man die in linnen gekleed was en de schrijfkoker aan zijn zijde droeg. En de Here zeide tot hem: Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en maak een teken op de voorhoofden der mannen die zuchten en kermen over al de gruwelen die daar bedreven worden. Tot de anderen zeide Hij te mijnen aanhoren: Trekt achter hem aan door de stad en slaat neer. Ontziet niet en hebt geen deernis [medelijden].

26

Grijsaards, jongelingen en jonge meisjes, kleine kinderen en vrouwen, moet gij doden en verdelgen; maar niemand die het teken draagt, moogt gij aanraken; bij mijn heiligdom moet gij beginnen. Toen begonnen zij bij de mannen, de oudsten, die zich vóór de tempel bevonden. En Hij zeide tot hen: Verontreinigt de tempel en vult de voorhoven met gedoden. Gaat heen. Gaat heen en slaat neer in de stad. Toen zij nu bezig waren met neer te slaan, – ik was achtergebleven – wierp ik mij op mijn aangezicht, schreeuwde het uit en zeide: Ach, Here God, gaat Gij nu heel het overblijfsel van Israël verdelgen door uw grimmigheid uit te gieten over Jeruzalem? En Hij zeide tot mij: De ongerechtigheid van het huis Israëls en van Juda is uitermate groot.” Het is duidelijk dat de verzegeling van de 144.000 Ezechiël 9 is, de scheiding (zifting in de kerk — de godvruchtigen van de goddelozen). Deel 1. page 181: “Ik vroeg naar de betekenis van de zifting die ik gezien had, en werd getoond dat het veroorzaakt zou worden door de pure getuigenis voort geroepen door de aanbeveling van de Ware Getuige aan de Laodiceanen.” Lees de hele bladzijde. Merk op dat de zifting begint nadat de pure getuigenis van de ‘Ware Getuige” gekomen is.{SR1: 26.1}

De Twee Zegels

Is de sabbat het zegel van de 144.000? Ten eerste, moet er opgemerkt worden dat de definitie van “zegel” is: een instrument welke gebruikt wordt om te verzegelen, vast te maken, of in verzekerde bewaring insluiten; om zonder twijfel vast te stellen of vestigen; om aan te duiden en te bepalen; markeren. Een poging zal gedaan worden om genoeg Bijbel bewijzen voort te brengen om iedereen die in de Schriften geloofd gerust te stellen dat allen die in de voorbije eeuwen gered zijn evenals zij die nu nog gered moeten worden het zegel van God moeten hebben. Paulus zegt in zijn brief aan de Efeziërs dat ze verzegeld moeten worden. “En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” Efez. 4:30. De genade van heiligmaking gewrocht in de ziel door de Heilige Geest, is het zegel en de verzekering van iemands toekomende verlossing, van een vreugdevolle opstanding. De toepassing (of het nut) en de bedoeling van deze verzegeling is de heiligheid en veiligheid van het verzegelde ding van de ogen van nieuwsgierigheid en handen van geweld, die anders zou worden misbruikt door vreemdelingen en vijanden; aldus gaan de kinderen van God voorbij van de censuur [bekritisering, afkeuring]

27

van de goddeloze wereld. Zij zijn behouden als waardevolle dingen voor Gods eigen gebruik, om met Hem in de hemel te zijn. 2 Tim 2: 19 geschreven aan de Corinthiërs citeren: “Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebben dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn.” “Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.” 2 Kor. 1:22.{SR1: 27.1}

We lezen in Openbaring 8 en 9, over de zeven engelen met de zeven bazuinen. Deze zeven bazuinen geven de voornaamste politieke en oorlog achtige gebeurtenissen weer die tijdens de tijd van de evangelie kerk zou plaatsvinden. De verzegeling van de 144.000 behoort tot de tijd van de zesde bazuin. Beginnend met Openb. 9: 1, lezen wij over de engel met de zesde bazuin. We citeren vers 4 van dit hoofdstuk: “En hun werd gezegd, dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch enige groente, noch enigen boom, dan de mensen alleen, die het zegel Gods aan hun voorhoofden niet hebben.” Hier zien we dat vele jaren voordat de drie engelen boodschap ooit gepredikt begon te worden, de heiligen van God verzegeld werden met het zegel van God, op dezelfde wijze als degenen onder de derde engel boodschap verzegeld zullen worden. Volgens de schriften die duidelijk zijn verklaard, moeten we concluderen dat de heiligen van God worden verzegeld met tegenwoordige waarheid in alle eeuwen, en wat ook de tegenwoordige waarheid is, dat is het zegel. Tegenwoordige waarheid onder de drie engelen boodschap is de Sabbat waarheid, daarom is de Sabbat het zegel dat het volk verzegeld dat er gehoorzaam aan is. De Grote Strijd citerend, blz ? eng= 452: “Het zegel van Gods wet wordt gevonden in het vierde gebod…. Toen de Sabbat verandert was door de pauselijke macht, was het zegel van de wet genomen.” Eerste Geschriften, blz. (…) (“Early Writings” 58): “De tijd van verzegeling is heel kort, en zal spoedig voorbij zijn.”{SR1: 28.1}

Zij die gestorven zijn onder de drie engelen boodschap, de Sabbat houdend, zijn verzegeld met de Sabbat waarheid, maar de 144.000, sterven nooit. Terwijl ze de Sabbat moeten houden en dat zegel hebben, moeten ze zuchten en weeklagen over de gruwelijkheden die in de kerk zijn, want anders kunnen ze het merkteken van de engel met de schrijversinktkoker van Ezechiël 9 niet ontvangen, welke het zegel is volgens Testimonies to Ministers, page 445; Vol. 5, pages 210-216; Vol. 3, pages 266, 267.

28

De verzegeling van de 144.000 is de afscheiding van de getrouwe uit de ontrouwe; de reiniging van de kerk. Zij die de waarheid niet houden, en toegeven aan de zonde en gruwelijkheden, die een mantel proberen te werpen over de bestaande kwaadaardigheden, zullen vallen onder de figuur van de vijf mannen met de slachtwapens van Ezechiël 9.{SR1: 28.2}

De Sabbat is tegenwoordige waarheid geweest vanaf 1845, en het zegel zijnde van de wet van God, heeft vanaf dat jaar de wet onder het volk van God verzegeld. Jes. 8:16: “Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder Mijn leerlingen.” Dit is het werk geweest van de derde engel, en om deze reden heeft de derde engel geen zegel, want het zegel is de wet, maar de engel van Openbaring 7, heeft een zegel in zijn hand. Ezechiël noemt hem de man met de schrijvers inktkoker die een merkteken moet aanbrengen op de mannen die zuchten en weeklagen over al de gruwelijkheden die in het midden daarvan (de kerk) worden gedaan. Dit is het zegel van de 144.000, maar al de verlosten onder de derde engel zijn verzegeld met het Sabbat zegel. De 144.000 die dit zegel hebben, zijn ook gekenmerkt (verzegeld) door de engel van Openbaring 7, welke dezelfde is als die van Ezechiël 9. Met andere woorden mag het aangeduid worden als een dubbele zegel.{SR1: 29.1}

Ezechiël 9 Is Niet Een Sabbat Zegel

Deze verzegeling van de 144.000 is niet een Sabbat zegel. Die verzegeld worden moeten echter Sabbat houders zijn. Het is een zegel of een merkteken dat de twee klassen in de kerk afscheidt, en zij die verzegeld of gemerkt zijn, zijn niet gemerkt omdat ze alleen de Sabbat houden, maar omdat ze zuchten en weeklagen over al de gruwelijkheden die in de kerk worden gedaan. Dus beiden de verzegeling en de slachting zijn in Gods kerk, en niet in Babylon, of in de wereld. Het is alleen in Jeruzalem, en Judah, het huis Israëls (de kerk). “Judah” in vers 9, verwijst naar zij die een ambt bekleden, want Judah bekleedde het ambt van de Levieten nadat de stam van Levi was weggevoerd. Er is geen gedachte over de wereld of over de goddelozen. Wanneer het merken (verzegeling) is beëindigd, beginnen de vijf mannen met de slachtwapens met de oude mannen die voor het huis waren, hetgeen betekend de beschermers van het geestelijk

29

belang van het volk. Zie Vol. 3, pages 266, 267, en Deel 5 blz. 173.{SR1: 29.2}

Wij citeren Deel 2, blz. 173: De oudsten, zij aan wie God veel licht had gegeven en die de wachters waren over de geestelijke belangen van de mensen, hadden het vertrouwen beschaamd dat in hen gesteld was. Zij hadden zich op het standpunt gesteld dat wij geen wonderen en duidelijke manifestaties van Gods kracht hoefden te verwachten, zoals in vroeger tijden; de tijden zijn veranderd. Deze woorden versterken hun ongeloof en zij zeggen: De Heer zal noch goed, noch kwaad doen. Hij is te genadig om Zijn volk met een oordeel te treffen.” Vol. 3, page 265: “Maar als de zonden van het volk over het hoofd worden gezien door hen die zich in een verantwoordelijke positie bevinden, zal Zijn afkeuring op hen zijn, en het volk van God, als een lichaam, zal voor die zonden verantwoordelijk worden gehouden.”{SR1: 30.1}

Zij die verzegeld worden (gekenmerkt) en aan de vernietiging ontkomen zijn diegenen die deel uit zullen maken van het getal waarvan de profetie verklaard dat het 144.000 zijn. Onze kerkgenootschap telt rond de 300.000. Dit betekend dat het kerkgenootschap door de helft gedeeld zal worden en stelt de tien maagden voor, vijf die wijs waren en vijf dwaas. Met andere woorden, half om half. Moge God Zijn volk helpen, en ons een visioen geven wat zonde is, dat we de bestaande rampzalige ongerechtigheid in de kerk (het huis van God) weg mogen doen. Zo een visioen zal ons ertoe brengen te zuchten en te weeklagen over de gruwelijkheden die in het midden daarvan worden gedaan. Hij die de vloek der zonde begrijpt zal geen mantel gooien over het bestaande kwaad om de genegenheid van wie dan ook te verkrijgen. Moge God ons verheffen uit het lage geestelijke niveau waarin we gevallen zijn, en ons redden uit deze lauwe Laodiceaanse conditie. Mogen wij als het wijze Ninevé van vroeger, de profetie verslaan zodat de hemel zich mag verheugen.{SR1: 30.2}

Verzegeling Begint — Kerk Zit In De Put

Het is duidelijk dat als beiden, de verzegeling en de slachting in het huis van God zijn, de kerk (Zijn volk), en als meer dan een helft van het volk moet omkomen omwille van hun zonden tenzij zij berouw tonen, en als er minder dan een helft van het huidige lidmaatschap 144.000 zou tellen, het zeker niet vele jaren geleden kon zijn begonnen; en nog minder aan

30

het begin van de drie engelen boodschap, want er was geen kerk dan, maar slechts een handjevol mensen. Het kon niet zijn begonnen toen de kerk in een goede geestelijke conditie was. Het moet begonnen zijn toen de kerk op haar laagste niveau was, en vervuild met zonde. Zij die het zegel zullen ontvangen en aan de slachting zullen ontkomen, moeten zuchten en weeklagen over al de gruwelijkheden, die in het midden daarvan worden gedaan. Volume 8, page 250 zegt: “Tenzij de kerk, die nu wordt beïnvloed door haar eigen afvalligheid, berouw zal hebben en zich zal bekeren, zal ze eten van de vruchten van haar eigen handelen, totdat ze zichzelf zal verafschuwen.”{SR1: 30.3}

Sprekend over de 144.000, Deel 5, blz.172, 173: “Deze zuchtende en roepende mensen hadden de woorden des levens; [een boodschap] hoog gehouden; zij hadden berispt, raad gegeven en gesmeekt. Sommigen die God onteerd hadden, bekeerden zich en vernederden zich voor Hem. De heerlijkheid des Heren was echter van Israëls geweken; ofschoon velen de uiterlijkheden van de godsdienst nog voortzetten, ontbraken Zijn kracht en aanwezigheid. In de tijd dat Zijn toorn in oordelen openbaar zal worden, zullen deze nederige, toegewijde volgelingen van Christus door hun zielsangst onderscheiden worden van de rest van de wereld, wat tot uitdrukking komt in weeklachten en geween, vermaningen en waarschuwingen. Terwijl anderen de bestaande slechtheid trachten te verhullen, en het grote kwaad dat overal plaatsvindt verontschuldigen, zullen zij die ijver voor Gods eer en liefde voor zielen hebben, zich niet stil houden om bij anderen in de gunst te komen…Zij weeklagen en hebben zielenleed, omdat trots, hebzucht, zelfzucht en bedrog van bijna elke soort in de gemeente gevonden worden. … Zij die niet rouwen over hun eigen geestelijk verval, noch treuren over de zonden van anderen, zullen het zegel van God niet ontvangen. … Hier zien we dat de gemeente—Gods heiligdom—de eerste was die de uitwerking van Gods toorn zou voelen. De oudsten, zij aan welke God veel licht had gegeven en die de wachters waren over de geestelijke belangen van de mensen, hadden het vertrouwen beschaamd dat in hen gesteld was.”{SR1: 31.1}

Deel 5, blz. 71 [Volume 5, page 82]: “De oproep tot dit grote en ernstige werk werd aan Geleerden en mensen in hoge posities aangeboden; als zij zichzelf hadden weggecijferd en volledig op de Heer hadden vertrouwd, zou Hij hen hebben geëerd

31

met het voorrecht Zijn vaandel in triomf naar de overwinning te dragen. Maar zij scheidden zich van God af, zwichtten voor de invloed van de wereld, en de Heer verwierp hen.”{SR1: 31.2}

Deel 5, blz. 173-174 [Volume 5, page 211-12]: “Zij hadden zich op het standpunt gesteld dat wij geen wonderen en duidelijke manifestaties van Gods kracht hoefden te verwachten, zoals in vroeger tijden; de tijden zijn veranderd. Deze woorden versterken hun ongeloof en zij zeggen: de Heer zal noch goed doen, noch kwaad. Hij is te genadig om Zijn volk met een oordeel te treffen. Zo is “vrede en rust” de roep van mannen die nooit meer hun stem als een bazuin zullen verheffen, om Gods volk op hun overtredingen te wijzen en het huis van Jacob op hun zonden. Deze stomme honden, die niet willen blaffen, zijn zij die de rechtvaardige wraak van een beledigde God zullen ervaren. Mannen, vrouwen en kleine kinderen zullen samen ten onder gaan. De gruwelen, waarover de gelovigen zuchtten en weenden, waren gruwelen die door menselijke ogen konden worden gezien; echter, de meest afschuwelijke zonden, die de heilige en reine God het meest kwetsten, bleven verborgen….Onze eigen handelswijze zal bepalen of wij het zegel van de levende God zullen ontvangen of dat wij neergemaaid zullen worden door de verdelgingswapens.” Als we de juiste tijd zouden markeren van het begin van deze verzegeling, zouden we zeggen dat het begon ergens gedurende 1929. Omwille van de ruimte is het ons niet toegestaan hier onze redenen om aldus te geloven te geven, maar in een andere studie zal dit weer opgepakt worden.{SR1: 32.1}

Om de juiste interpretatie van de drie engelen boodschap te verkrijgen zullen we het in drie perioden verdelen: (1) Het begin van de verkondiging van de ware Sabbat, Openb. 14: 611; (2) de Hervorming en verzegeling van de 144.000, Openb. 7: 18; (3) De Luide Roep, Openb. 18: 1. De waarheid van de verzegeling (144.000) die wordt bekend gemaakt, maakt het duidelijk dat we in de tweede periode zijn. Als we de aanvang van de drie engelen boodschap in haar begin niet hadden geweten, zouden we geen boodschap hebben. Daarom moeten we de tijd van de laatste twee perioden toen zij begonnen, ook kennen, want ze zijn niet minder belangrijk.{SR1: 32.2}

32

De Oorzaak Van Zuchten En Weeklagen

Deel 5, blz. 172173: “In de tijd dat Zijn toorn in oordelen openbaar zal worden, zullen deze nederige, toegewijde volgelingen van Christus door hun zielsangst onder scheiden worden van de rest van de wereld, wat tot uitdrukking komt in weeklachten en geween, vermaningen en waarschuwingen. Terwijl anderen de bestaande slechtheid trachten te verhullen, en het grote kwaad dat overal plaatsvindt verontschuldigen, zullen zij die ijver voor Gods eer en een liefde voor zielen hebben, zich niet stil houden om bij anderen in de gunst te komen. Hun rechtvaardige zielen worden elke dag weer gepijnigd door de onheilige werken en het gedrag van de onrechtvaardigen. Zij staan machteloos om de aanstormende vloed van het kwaad te stoppen, en daarom worden zij vervuld met verdriet en verontrusting. Zij treuren voor God, omdat zij zien hoe de godsdienst wordt geminacht in de gezinnen die veel licht hadden. Zij weeklagen en hebben zielenleed, omdat trots, hebzucht, zelfzucht en bedrog van bijna elke soort in de gemeente gevonden worden. De Geest van God, die aanzet tot vermaning, wordt vertreden, terwijl de knechten van Satan triomferen. God wordt onteerd, de waarheid krachteloos gemaakt…..De gruwelen, waarover de gelovigen zuchtten en weenden, waren gruwelen die door menselijke ogen konden worden gezien; echter, de meest afschuwelijke zonden, die de heilige en reine God het meest kwetsten, bleven verborgen.”{SR1: 33.1}

Volume I, pages 471, 472: “Een grote fout werd gemaakt door sommigen die tegenwoordige waarheid aanhangen, door het naar voren brengen van handelswaar in de loop van de serie bijeenkomsten, en door hun handelen leiden ze de gedachten af van het onderwerp van de bijeenkomsten…. “Er staat geschreven, Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt.” Deze handelaren mochten ter verontschuldiging gepleit hebben dat de artikelen die ze te koop hielden voor heilige offerande bestemd waren. Maar hun doel was om winst te maken, om middelen te verkrijgen, te vermeerderen…. Predikanten hebben op het kansel gestaan en hebben de meest heilige verhandeling gepredikt, en dan door het inleiden van handel, en deel hebben als verkoper, zelf in het huis van God, hebben ze de aandacht van hun toehoorders van de indruk die zij ontvingen afgeleid, en hebben de vruchten van hun werk vernietigd…. Hun

33

tijd en kracht moest in reserve gehouden worden, zodat hun pogingen grondig mogen zijn in de serie van bijeenkomsten. Hun tijd en kracht moet niet getrokken worden om onze boeken te verkopen wanneer ze op gepaste wijze voor het publiek gebracht kunnen worden door hen die niet de last van het prediken van het Woord hebben.{SR1: 33.2}

Volume 8, page 250: “Wie kan naar waarheid zeggen, Ons goud is gelouterd door het vuur; onze klederen zijn niet bevlekt door de wereld’? Ik zag onze Instructeur wijzen naar de klederen van zogenaamde gerechtigheid. Ze afscheurend, ontblootte Hij de vuilheid eronder. Toen zei Hij aan mij: “Kun je niet zien hoe ze aanmatigend hun vuilheid en verdorvenheid van karakter hebben bedekt? Hoe is de trouwe stad een hoer geworden? Mijn Vaders huis is tot een handelshuis gemaakt, een plaats waar de heilige aanwezigheid en heerlijkheid zijn afgeweken! Om deze reden is er zwakheid en ontbreekt het aan kracht.” Aldus wordt de tijd en de toestand van de kerk aan het begin van de verzegeling van de 144.000 goed beschilderd door zowel de Bijbel en de Geest der Profetie. Het is een toegegeven feit onder Zevende dags Adventisten dat de kerk reeds enkele jaren aan het vervallen is geweest, maar nooit is het op zo een laag geestelijk niveau geweest als het nu is. Er is nauwelijks enig verschil tussen de kerk en de wereld.{SR1: 34.1}

Gedeeltelijke Lijst Van Gruwelen In De Kerk

  1. Gebrek aan eerbied in het huis van God: Jes. 56: 7; Volume 5, pages 492500= Deel 5, 403409.
  2. Het volgen van de gebruiken van de wereld: Jes. 3:16; Volume 1, pages 269, 270; Volume 4, page 632; Volume 3, page 379; Volume 5, page 78= Deel 5, blz. 6869; Volume 1 pages 189191; Volume 1, pages 135, 136; Volume 4, page 631.
  3. Geld uitgeven voor datgene wat geen brood is (gezondheidshervorming): Jes. 55: 2; Volume 5, page 197 = Deel 5, blz. 162; Jes. 56: 12. (Er kunnen vele verwijzingen gegeven worden van de getuigenissen over dit onderwerp, maar de ruimt laat het hier niet toe.)
  4. Het gebruik van de tiende onderwijzers (zij die de Schriften onderwijzen)

34

worden niet vanuit de tiende betaald zoals het zou moeten zijn: Volume 6, page 215.

  1. Het huis Gods is gemaakt tot een handelshuis door het kopen en verkopen van allerlei soorten publicaties van het kerkgenootschap: Jes. 58: 3; Jes. 56: 7; Volume1, page 471, 472; Volume 8, page 250.
  2. Hoge prijzen in onze instellingen, terwijl ze onder de geldende kosten moeten zijn: Volume 8, page 142; Jes. 56: 12; Jes. 58.
  3. Ongeloof in de Geest der Profetie; Als het niet in woorden wordt beaamd, wordt het in werken toegegeven.
  4. Te kort schieten om kerkleden te informeren over de Eliah boodschap: Mal.4: 5; Testimonies to Ministers, page 475; Volume 4, pages 402, 403.
  5. Abraham gehoorzaamde God in alles wat Hij beval, en was zeer nauwkeurig zelf in de kleinste details; aldus werd het hem tot gerechtigheid gerekend, maar wij hebben zo niet gedaan. Zie Gen. 26: 5; Gen. 15: 6.
  6. De belofte van het land (hemels Kanaan) is voor Abrahams zaad. Jezus zei,”Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen [Indien gij niet de kinderen van Abraham waart] Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vader doen.” Zie Joh. 8: 3944. (Door het doen van de werken van Abraham), “Zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.” Gal. 3: 29.
  7. Volhouden dat we alle waarheid hebben en aan geen ding gebrek hebben.
  8. Schriftuurlijke beweringen verwerpen, zonder haar licht te onderzoeken. Volume 5, page 211= Deel 5, blz. 173: “De gruwelen, waarover de gelovigen zuchtten en weenden, waren gruwelen die door menselijke ogen konden worden gezien; echter, de meest afschuwelijke zonden, die de heilige en reine God het meest kwetsten, bleven verborgen.”

Zal Deze Verzegeling Voortgaan Tot De Afsluiting Van De Genadetijd?

De verzegeling van de 144.000 kan niet voortduren tot afsluiting van de genadetijd, want ze moeten lang voor die tijd verzegeld zijn, en het moet sluiten voor de luide roep van de drie engelen boodschap. Early Writings, page 277 [Eerste Geschriften blz. 331] zegt: “Ik zag engelen heen en weer snellen in de hemel,

35

zag hen nederdalen, naar de aarde, en wederom opstijgen naar de hemel, voorbereidselen makende voor het plaats hebben van de ene of andere belangrijke gebeurtenis. Toen zag ik een andere machtige engel, die last kreeg om naar de aarde af te dalen, en zijn stem te voegen bij die van de derde engel, en kracht en nadruk aan diens boodschap bij te zetten. Er werd aan de engel grote macht en heerlijkheid verleend, en toen hij afdaalde, werd de aarde verlicht door zijn heerlijkheid… Deze boodschap schijnt een toevoeging aan de derde boodschap te zijn en er mede samen te gaan.” Het lijkt in de uitdrukking,” de engelen heen en weer snellen,” dat de schrijver een verwijzing heeft naar de vervulling van Ezechiël 9; en dan volgt de machtige engel van de luide roep van Openb. 18: 1.{SR1: 35.1}

Ezechiël 9, kan niet in vervulling gaan in de tijd dat Christus terugkomt op de wolken, want de slachting is in de kerk. De kerk van Christus moet zuiver en rein zijn, vrij van iedere vlek lang voordat Jezus komt. Als we niet in deze zuivere toestand zijn, kunnen we niet hopen te staan in de tijd van verdrukking, evenmin kunnen we ontsnappen aan de gevolgen van de plagen. De kerk zou noch na de genadetijd, noch ervoor staan zonder een middelaar, als er één onrein ding in het kamp van Israel was. “Want alzo zegt de HEERE, de God van Israel; Er is een ban in het midden van u: Israel gij zult niet kunnen bestaan voor het aangezicht uwer vijanden, totdat gij den ban wegdoet uit het midden van u.” Jozua 7: 13.{SR1: 36.1}

Ter illustratie en vergelijking van de trouw en eenheid van het volk in de tijd van verdrukking gedurende de plagen, citeren we Early Writings, page 2823= Eerste Geschriften, blz. 337: Ik zag de heiligen de steden en dorpen verlaten, en gezelschappen vormen, en op de meest afgelegen plaatsen leven. Engelen verschaften hun voedsel en water, terwijl de goddelozen honger en dorst leden. Toen zag ik de voornamen van de aarde tezamen raad nemen, en Satan en zijn engelen waren zeer bezig rondom hen. Ik zag een geschrift, afschriften waarvan over de verschillende delen van het land verspreid werden, en waarin last gegeven werd, dat tenzij de heiligen hun eigenaardig geloof wilden verzaken, de Sabbat opgeven, en de eerste dag van de week houden, het de mensen na een zekere tijd vrij zou staan om hen te doden….maar engelen in de gedaante van krijgslieden streden voor hen. Satan verlangde om het voorrecht te hebben, de heiligen van de

36

Allerhoogste uit te roeien; maar Jezus gaf Zijn engelen last om over hen te waken. … Daarna verscheen de menigte der verwoede goddelozen, en vervolgens een schare van boze engelen die de goddelozen aanspoorden om de heiligen om te brengen. Maar voordat zij tot Gods volk konden naderen, moesten de goddelozen eerst dit gezelschap van machtige, heilige engelen voorbij. Dit was onmogelijk. De engelen Gods bewerkten het, dat zij achteruit gingen, en noodzaakten de boze engelen, die zich om hen verdrongen, om terug te trekken.” Het is hier duidelijk dat Gods volk hier op zichzelf apart zijn, zonder goddelozen in hun midden. Heilige engelen zouden geen onheilige mensen beschermen voor de goddeloze menigte. Hier zien we Gods volk gescheiden van alle goddeloosheid. Dit toont daarom aan dat ze in volmaakte eenheid zijn in de tijd dat ze de steden verlaten.{SR1: 36.2}

Wanneer was deze zuivering van de kerk dan? Ezechiël 8 verteld ons van de gruwelen gedaan in het midden van Jeruzalem (kerk); Ezechiël 9, onthult de gevolgen voor hen die niet zuchten en weeklagen over al deze gruwelijkheden. “ Eén zondaar kan duisternis verspreiden dat het licht van God van de hele gemeente kan uitsluiten.” Volume 3, page 265.{SR1: 37.1}

Vijf Mannen Volgen De Ene

De mannen met de slachtwapens moeten de man met de schrijversinktkoker meteen volgen. God moet Zijn volk scheiden als de markering van enige waarde zal zijn, en tenzij de scheiding plaats vindt, kan de uitstorting van de Heilige Geest niet in zijn volheid op Gods volk vallen. “Ik vroeg de betekenis van de schudding, die ik gezien had, en mij werd getoond, dat die veroorzaakt zou worden door het rondborstige getuigenis, dat uitgelokt wordt door de raad van de Waarachtige Getuige, aan de Laodicensen gegeven. Dit zal zijn uitwerking hebben op het hart van degene, die het aanneemt, en zal er hem toe brengen om de standaard omhoog te heffen, en de naakte waarheid te spreken. Sommigen zullen dit direkte getuigenis niet kunnen verdragen. Zij zullen er zich tegen verzetten, en dit zal een schudding onder Gods volk veroorzaken. …Ik vroeg wat deze grote verandering teweeg had gebracht. Een engel antwoordde: “Het is de spade regen; dit is de verkoeling van het aangezicht des Heren, de luide kreet van de derde engel.” Early Writings, pages 270, 271 [Eerste Geschriften, blz. 325, 326].

37

Het is duidelijk dat de schudding voor de “Luide Roep” moet plaatsvinden. De mannen met de slachtwapens waren reeds bezig te slachten voordat de man met de schrijversinktkoker terug keerde om de zaak die hij gedaan had zoals hij was opgedragen te verslaan. Zie Ezech. 9; 8, 11.{SR1: 37.2}

Onderscheid Tussen 144.000 En Andere Heiligen

Verwijzend naar Israel (naar het vlees) welke een type is van het ware Israëls; te weten de 144.000, zegt God: “Israel is Mijn Eerstgeborene.” Het priesterschap in het oude Israel zou door de eerstgeborene van iedere familie moeten zijn samengesteld, daarom is het priesterschap de eerstgeborene genoemd. Had Israëls God in al Zijn voorschriften gehoorzaamd, dan zou dit plan uitgevoerd zijn geworden, maar toen ze de berg Sinaï bereikten, maakten ze het gouden kalf en aanbaden het.{SR1: 38.1}

Toen Mozes naar beneden kwam van de berg, nam hij een verslag op van allen die het kalf hadden aanbeden. “Terwijl hij in de poort van het legerkamp stond, riep Mozes het volk toe: “wie is voor de Here”Die kome tot mij!”zij die geen aandeel hadden gehad in afval, moesten zich ter rechterzijde van Mozes plaatsen; zij die schuldig waren maar berouw toonden, aan zijn linkerzijde. Aan het bevel werd gehoor gegeven. Nu bleek dat de stam van Levi geen aandeel had gehad aan de afgodische verering.” Patriarchs and Prophets, page 324. Patriarchen en Profeten, blz. 286287. Om deze reden eerde God de stam van Levi. We lezen op bladzijde 240; “Na de instelling van de tabernakeldienst koos de Here zelf de stam van Levi voor het werk in het heiligdom, in de plaats van de eerstgeborenen van het volk.”{SR1: 38.2}

Maar God zei: “Israel is Mijn eerstgeborene,”—het ware Israel—de 144.000. Die belofte , toen, zou zijn vervulling hier vinden. Over hen lezen wij “zijnde de eerste vruchten voor God en het Lam.” Als zulks het geval is, dan zouden de 144.000 priesters en Levieten zijn. Jes. 61, kan geen andere verwijzing hebben naar een andere klasse dan Israel naar de belofte, de 144.000, en van de heidenen die tot de Heer zullen komen door hun werken. We lezen in Jes. 66: 19, 20, “En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen…En zij zullen al uw broeders uit alle heidenen den HEERE ten spijsoffer brengen.” Deze (144.000) die ontkomen aan de vernietiging

38

van Ezechiël 9, en Jesaja 63, waarnaar Jes. 66: 16, 17 verwijst, zullen gestuurd worden naar een groot zendingswerk gedurende de tijd van de luide roep.{SR1: 38.3}

We lezen in Jes. 62: 5, 6: “En uitlanders [heidenen of zij die niet van de 144.000 zijn] zullen staan, en uw kudden weiden; en vreemden zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn. Doch gijlieden zult priesters des HEEREn heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen: Gij zult het vermogen der heidenen eten en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.” Anderen dan zijzelf ( 144.000) zullen hun kudde weiden en hun wijngaarden bekleden (hun landbouw doen) op dezelfde wijze als het was met de stam van Leve, want zij hadden geen land. Hoewel de Levieten geen erfenis van het land hadden, ontvingen ze ongeveer 25 % van de inkomsten van tienden en offerande, aldus deden anderen dan zijzelf het werk. Evenzo met de 144.000 die priesters zullen zijn op de nieuwe aarde. De idee hier is niet dat tienden en offers van het volk hun ondersteuning zouden zijn in de nieuw gemaakte aarde. Deze schriften worden slechts gegeven om de positie te illustreren die ze zullen bekleden.{SR1: 39.1}

Jes. 61: 7 zegt: “Voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten: zij zullen eeuwige vreugde hebben. We hebben twee voornaamwoorden, “uw” en “zij”, het voornaamwoord “uw” ontvangt dubbele schaamte, maar het voornaamwoord “zij” zullen het land erfelijk bezitten. “Uw” is het voornaamwoord voor de tweede persoon tot wie God spreekt, en in dit geval verwijst het naar Israël (welke de 144.000 zijn), maar het voornaamwoord “zij” verwijst naar de heidenen die niet geteld werden onder de twaalf stammen en daarom niet zijn inbegrepen bij de 144.000, maar zijn gered, want “zij” juichen over hun deel.{SR1: 39.2}

In Volume 5, pages 475-6 [Deel 5 blz. 389], sprekend van de 144.000, lezen wij: “Zij zullen als koningen en priesters zijn voor God. ‘Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat’.” Daarom zijn de 144.000 priesters, en Christus de Hoge Priester, (en Koning). Het mag gezegd worden dat wanneer de genadetijd sluit Christus Zijn priesterkleding afdoet, en geen Priester meer is, maar er hoeft geen verwarring hierin te zijn, want we lezen in Jes. 66: 22,23: “Want gelijk als die nieuwe hemel en de

39

nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen staan, spreekt de HERE, alzo zal ook uw zaad en uw naam staan. En het zal geschieden, dat van de enen nieuwe maan tot de andere, en van de ene Sabbat tot een andere, alle vlees komen zal om aan te bidden, voor Mijn aangezicht, zegt de HERE.” Zo zien we dat er een systeem van aanbidding zal zijn in de nieuwe hemel en aarde die Priesters en Levieten zal vereisen.{SR1: 39.3}

40

PARAGRAAF 2.

DE VIER GROEPEN VAN DE VERLOSTEN

De volgende studie is gegeven om te bewijzen dat de grote schare van Openb. 7: 9, levende heiligen zijn, die, met de 144.000, zullen worden veranderd bij de tweede komst van Christus. Alle bevrijden in de wereldgeschiedenis, van de rechtvaardige Abel tot aan de afsluiting van de genadetijd, worden als volgt onderverdeeld in vier grote, gescheiden, en verschillende klassen: {SR1: 41.1}

Groep 1: De 144.000 van Openb. 7; te weten, de twaalf stammen van Israel naar de belofte; een speciaal gezelschap met een speciale ervaring.{SR1: 41.2}

Groep 2: De veranderden bij de komst van Christus op de wolken (de grote schare van Openb. 7: 9).{SR1: 41.3}

Groep 3: De miljoenen van alle eeuwen die de marteldood zijn gestorven voor hun geloof.{SR1: 41.4}

Groep 4: “Zij die eens trouwe slaven van Satan waren, maar die als brandhout uit het vuur gerukt zijn en hebben hun Verlosser oprecht en toegewijd gevolgd.” Great Controversy, page 665=Grote Strijd, blz. 613.{SR1: 41.5}

Aardse naties en regeringen roemen in de schitterende rangorde van hun legers, en hun uniformen zijn naar hun rangen gemaakt, zodat men door de uniformen de rang van de soldaat kan herkennen, en tot welke afdeling of regiment hij behoort. We moeten niet veronderstellen dat de grote God minder orde heeft voor Zijn verlosten dan aardse naties voor hun legers. We weten dat God een veel betere rangorde heeft dan aardse regeringen ooit kunnen bedenken. Een poging zal gedaan worden om te bewijzen dat elk van de vier bovengenoemde klassen hun uniformen hebben waardoor ze kunnen worden onderscheiden en geclassificeerd.{SR1: 41.6}

Groep 1

In Early Writings, pages 16, 17= Eerste Geschriften, blz. 8, lezen we: “Hier op de glazen zee stonden de 144.000 in een volmaakt vierkant. Sommigen van hen hadden zeer schitterende kronen; die van anderen schitterden minder. Sommige kronen schenen zwaar te zijn van de sterren, terwijl andere er slechts weinig hadden. Iedereen was volkomen tevreden met zijn eigen kroon. En zij waren allen bekleed met een schitterende witte

41

mantel, die van hun schouders tot aan hun voeten reikte.” De 144.000 worden beschreven dat ze als een deel van hun klederen deze “schitterende witte mantel” hebben.{SR1: 41.7}

Groep 2

Groep 2 zijn zij die veranderd zijn (naast de 144.000). Openb. 7: 9, zegt: “Na dezen (144.000) zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen.” Het moet opgemerkt worden dat dit gezelschap palmen in hun handen heeft. {SR1: 42.1}

Groep 3

Early Writings, pages 18, 19=Eerste Geschriften, blz. 1011: “Terwijl wij voortgingen, ontmoetten wij een gezelschap, dat ook de schoonheid van de plaats bewonderde. Ik merkte op dat hun klederen afgezet waren met een rode rand; hun kronen waren schitterend; hun klederen zuiver wit. Terwijl wij hen groeten, vroeg ik Jezus wie zij waren. Hij zei, dat het de martelaren waren, die voor Hem waren gedood. Een ontelbaar aantal kleinen was bij dat gezelschap; zij ook hadden een rode zoom aan hun klederen.” Zo wordt groep 3, (de martelaren), beschreven als “een rode zoom aan hun klederen,” hebbend.{SR1: 42.2}

Groep 4

Grote zondaren, als brandhout uit het vuur gerukt, maar die een natuurlijke dood stierven.{SR1: 42.3}

Dezen hebben noch een mantel over hun schouders, palmen in hun handen noch rood als een zoom rond hun klederen, maar ze hebben wel gouden kronen. Hun kronen verschillen van de kronen van de 144.000, de laatsten hebben “sterren,” in hun kronen, zoals aangegeven onder de kop “Groep 1.” Aldus hebben we de beschrijving van deze vier groepen, en de symbolen van hun klederen en dit kan als volgt samengevat worden:{SR1: 42.4}

Groep 1—De 144.000 hebben de schitterende witte mantel, en sterren in hun kronen.{SR1: 42.5}

42

Groep 2—De grote schare van Openb. 7: 9, hebben palmen in hun handen.{SR1: 43.1}

Groep 3—De miljoenen van alle eeuwen die de marteldood gestorven zijn, hebben rood rondom hun klederen als een zoom.{SR1: 43.2}

Groep 4—Grote zondaren als brandhout uit het vuur gerukt, maar die een natuurlijke dood stierven, die witte klederen hebben en gouden kronen, maar geen sterren in hun kronen. Hetzelfde als die van Openb. 4: 4. {SR1: 43.3}

Er moet een besliste reden zijn voor het beschrijven van de speciale uniformen welke als bedoeling is geweest om deze waarheid te onthullen.{SR1: 43.4}

Typen En Anti Typen

De Geest der Profetie zegt dat Elia degene voorstelt die in leven zullen zijn wanneer Christus komt, en in een oogwenk verandert zullen worden en worden opgenomen. Desire of Ages, page 421 [Wens der eeuwen, blz. 367]; “ Elia, die naar de hemel was opgevaren zonder de dood te zien, stelde degenen voor die op aarde zullen leven bij de tweede komst van Christus, en die ‘veranderd zullen worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin’.” {SR1: 43.5}

Er wordt een verband gelegd met Henoch in Patriarchen en Profeten, blz. 60: “Het goddelijk karakter van de profeet stelt de staat van heiligheid voor, die allen moeten bezitten ‘die van de aarde gekocht zullen zijn ten tijde van Jezus wederkomst….Maar evenals Henoch zal Gods volk streven naar zuiverheid van hart en overeenstemming met zijn wil, tot ze volkomen het beeld van Christus weerkaatsen. Evenals Henoch zullen ze de wereld waarschuwen voor de wederkomst des Heren en voor de oordelen die de overtreder te wachten staan, en door geheiligde wandel en voorbeeld zullen ze de zonden der goddelozen veroordelen. Zoals Henoch werd opgenomen naar de hemel eer de wereld door water ten onder ging, zo zullen de levende heiligen opgenomen worden van de aarde eer deze door vuur wordt verwoest.”{SR1: 43.6}

Hoewel Elia hen vertegenwoordigt die bij de tweede komst van Christus zullen worden opgenomen, doet Henoch dat ook. Beide mannen werden opgenomen zonder de dood te smaken. De vraag is, Waarom twee typen? Omdat er twee gezelschappen van mensen zijn die opgenomen worden; de 144.000,

43

en de grote schare van Openb. 7: 9. De 144.000, zijn Israelieten; de grote schare zijn dat niet. Henoch is geen Israeliet, daarom kan hij Israel, de 144.000 niet voorstellen. (De naam “Israel,” ontstond niet tot de tijd van Jakob, hetgeen vele eeuwen was, nadat Henoch was opgenomen. Een helderdere uitlegging van dit onderwerp zal gegeven worden in een andere paragraaf.) We zullen vaststellen welke groep Henoch voorstelt door het uniform dat hij draagt. Eerste Geschriften, blz. 36 zegt: “Daar zag ik de goede oude Henoch, die God weggenomen had. Op zijn rechterarm droeg hij een prachtige palm, en op ieder blad ervan stond geschreven: ‘Overwinning’.” Hier zien we dat ook Henoch, de “palm” in zijn handen heeft, hetzelfde als de grote schare, groep nummer 2. {SR1: 43.7}

Van Henoch wordt gezegd dat hij de zevende vanaf Adam is. “Zeven” betekent volledig, afgerond; aldus volmaakt de groep typerend, die door hem wordt vertegenwoordigend in Openb. 7: 9 (de grote schare). We zullen trachten om nog een bewijs te leveren dat de grote schare met de “palmen in hun handen,” worden opgenomen met de 144.000. In de Grote Strijd, blz. 612 lezen we ook over groepen 2, 3 en 4. Het gedeelte verwijzend naar groep 4, leest als volgt: “Het dichtst bij de troon staan zij die eens trouwe slaven van Satan waren. Zij zijn echter als brandhout uit het vuur gerukt en hebben hun Verlosser oprecht en toegewijd gevolgd. Dan komen zij die ondanks het bedrog en het ongeloof van de wereld een volmaakt Christelijk karakter hebben ontwikkeld en zij die Gods wet hebben onderhouden toe de Christelijke wereld dacht dat ze was afgeschaft.” Hierbij is inbegrepen iedere mogelijke zonde met betrekking tot een zondaar door de eeuwen heen (die hun positie hebben ingenomen vóór God). {SR1: 44.1}

Maar van groep 2 (de grote schare), wordt er geen verwijzing gegeven met betrekking tot welke soort zondaren ze zijn. Groep 1 (de 144.000), worden Israëlieten genoemd, een speciaal gezelschap met een speciale ervaring.{SR1: 44.2}

Na het betrekken van ieder mogelijke zonde bij een zondaar in Groep 4 (zij die zullen worden opgewekt), en de martelaren in groep 3, zegt Inspiratie: “ En verder is de ‘grote schare’…. Met witte mantels en palmen in hun handen.” Daarom kan dit gezelschap niet gegroepeerd worden met de andere twee, of met de 144.000. Als Groep 2 (de grote schare), de verlosten en opgewekten waren uit alle eeuwen, dan moeten al de verlosten palmen in hun handen hebben, maar daar het duidelijk is dat

44

niet allemaal palmen hebben, zijn deze dan niet al de verlosten van de eeuwen, maar alléén de opgenomenen, naast de 144.000. De palm is een symbool van overwinning over de dood en het graf; dat betekent zij zijn nooit gestorven. {SR1: 44.3}

Wederom, sprekend over het zelfde gezelschap, lezen we in Openb. 7: 14, het laatste gedeelte: “En hij zeide tot mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen, en zij hebben hun lange klederen gewassen en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed van het Lam.’” Dus dit gezelschap is door de verdrukking van Daniel 12 gegaan, welke in de tijd van de zeven laatste plagen is. Openb. 7: 16, laatste gedeelte; “en de zon zal op hen niet vallen, noch enige hitte.” Ze gaan door de vierde plaag, dus is het duidelijk dat dit gezelschap in de tijd van het einde leeft, bij de tweede komst van Christus, om opgenomen te worden.{SR1: 45.1}

Een Uitleg Van Eerste Geschriften, Blz. 6 [Early Writings, Page 15]

Sprekend over de aankondiging gemaakt over de komst van Christus ( de dag en het uur), welke voor de algemene opstanding is, en tegen de tijd van de speciale opstanding, lezen wij: “Spoedig hoorden wij de stem van God gelijk vele wateren, ons de dag en het uur van de komst van Jezus aankondigende. De levende heiligen, 144.000 in getal, kenden en verstonden de stem; maar de goddelozen dachten dat het donder en een aardbeving was. Toen God de tijd sprak, stortte Hij Zijn Heilige Geest over ons uit, en onze aangezichten begonnen te lichten en te schijnen van de heerlijkheid Gods, gelijk dat van Mozes, toen hij van de berg Sinaï afkwam. De 144.000 werden allen verzegeld en volkomen één gemaakt. Op hun voorhoofden stond geschreven: God, het Nieuwe Jeruzalem, en een glinsterende ster, welke Jezus’ nieuwe naam bevatte. De goddelozen waren woedend over onze gelukkige, heilige staat, en kwamen aangelopen om ons met geweld te grijpen en in de gevangenis te werpen: maar dan strekten wij de hand uit in de naam des Heren, en vielen zij hulpeloos tegen de grond.”{SR1: 45.2}

Wij zullen niet concluderen dat allen die op dit moment aanwezig waren en de aankondiging hoorden die gemaakt werd, over de “dag en het uur” alleen de 144.000 waren. Het taalgebruik maakt het duidelijk dat er meer waren, want de voornaamwoorden, “wij”, “ons”, “zij”, en “ons,” worden gebruikt. Verwijzend naar de 144.000, wordt het besliste lidwoord “de” gebruikt. Ze plaatst

45

zich zelf niet als een van de 144.000, maar in plaats daarvan wordt het voornaamwoord “ons” gebruikt; daarom moet er een ander gezelschap levenden zijn behalve de 144.000.{SR1: 45.3}

Elia vertegenwoordigd de 144.000

Als Henoch de grote schare van Openb. 7:9 vertegenwoordigd, dan vertegenwoordigd Elia de 144.000, want slechts twee in de wereldgeschiedenis zijn opgenomen, zonder de dood te zien. Verder bewijs is niet noodzakelijk; er zullen echter andere redenen gegeven worden waarom Elia de 144.000 symboliseert. Elia zag de droogte en de hongersnood in Israël; evenzo zullen de 144.000, want we lezen in de Grote Strijd, blz. 598. [Great Controversy, page 649.] “Ze hebben gezien hoe de aarde werd getroffen door hongersnoden en epidemieën en hoe de zon de mensen met grote hitte verschroeide.” Elia had een mantel over zijn schouders (2 Koningen 2: 8), net als de 144.000 een mantel hebben. “En zij waren allen bekleed met een heerlijke witte mantel, die van hun schouders tot aan hun voeten reikte.” Eerste Geschriften blz. 8 (Early Writings, page 17.){SR1: 46.1}

Citerend van Testimonies to Ministers, blz. 475: “Profetie moet vervuld worden. De Heer zegt: ‘Zie, Ik zend u Elia de profeet voor de komst van de grote en geduchte dag des Heren’. Iemand zal komen in de geest en de kracht van Elia, en wanneer hij komt, zal men zeggen: “U bent te ernstig, u legt de Schriften niet op de juiste wijze uit. Laat mij u vertellen hoe uw boodschap te onderwijzen.” Zuster White bedoelt niet te zeggen dat zij Elia de profeet is, maar zegt duidelijk dat een profeet moet komen, en het wordt gezegd dat het een profeet zal zijn met de “zelfde geest en kracht als Elia”. Deze profeet moet komen voordat Ezechiël 9 is vervuld, want de profetie van Ezechiël is gelijk aan de ervaring van Elia met Israëls in de dagen van Achab. Het werk van Elia in de dagen van Achab, koning van Israel, was aan Israel te bewijzen dat ze waren afgevallen, en na dit te doen, nam hij de priesters of profeten en sneed hun hoofden af, en gooide ze in de beek. Zo was de geest en kracht van Elia. {SR1: 46.2}

We lezen in Testimonies to Ministers, blz. 445: “Deze verzegeling van de dienstknechten van God [de 144.000: Openb. 7]is dezelfde die aan Ezechiël in visioen werd getoond.” De verzegeling van de 144.000 dan, is

46

hetzelfde als Ezechiël 9, en het van een teken voorzien door de man met de schrijversinktkoker is het zegel. Zodra het merken is gedaan, “gaan de vijf mannen met de slachtwapens hem achterna en slachten oud en jongelingen, maagden en kleine kinderen, en vrouwen. En zij begonnen bij de oude mannen, die voor het huis waren.”{SR1: 46.3}

Het is in deze tijd dat de 144.000 gemerkt worden of verzegeld. Ezechiël 9, komt overeen met de ervaring van Elia om deze reden: De profeet of de boodschap wordt Elia genoemd, “ met de geest en de kracht van Eliah.” De profeet Elia dacht dat heel Israel was afgevallen en dat hij allen over was gebleven, maar de Heer zei dat hij 7000 mannen en vrouwen had die hun knieen niet hadden gebogen voor Baal. “Zeven,”betekent een volledig of volmaakt getal, welke staat als een symbool, in dit geval een volledig getal van duizenden betekenend. Het volledige getal van de uitverkorenen is 144.000. Zo denken ook wij als Elia, dat de hele kerk in de wereld is afgedreven (de knie gebogen voor Baal). Aldus staat Elia als een type van de 144.000 levend, opgenomen heiligen.{SR1: 47.1}

Mozes—Type Van De Opstanding Der Rechtvaardigen

“Mozes was op de berg der verheerlijking een getuige van de overwinning van Christus over zonde en dood. Hij stelde diegenen voor die uit het graf zullen verrijzen bij de opstanding van de rechtvaardigen.’ De wens der eeuwen, blz. 367 oude druk [Desire of Ages, page 421]. Mozes vertegenwoordigt de eerste of algemene opstanding van Openb. 20: 6.{SR1: 47.2}

Type Van De Bijzondere Opstanding

Als Mozes een voorstelling is van de algemene opstanding, wie zal dan een voorstelling zijn van de gemengde, of bijzondere opstanding van Dan. 12: 2 ? We hebben die van Matt. 26: 52, 53. “ En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt. En uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding, kwamen zijn de heilige stad, en zijn velen verschenen.” De heiligen die deel hadden in deze opstanding werden vergaderd uit vele eeuwen. Sommigen die, waarschijnlijk die precies geleefd hadden in de tijd toen Christus predikte, en Hem en

47

Zijn werk kenden, waren getuige van Zijn opstanding. Lees Eerste Geschriften blz. 217 [Early Writings page 184]; De wens der eeuwen blz. 655 [Desire of Ages, page 786]. {SR1: 47.3}

Er is nog een andere reden waarom Matt. 27: 52, een type is van deze gemende opstanding. Zij die met Christus waren opgewekt getuigden van de Godheid van Christus juist aan degenen die Hem kruisigden. Pratend over de gemende opstanding zegt Daniel: “ En velen, van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing.” Dan zullen er enige rechtvaardigen bijhoren, die geleefd hebben en getuige waren van de kruisiging; ook zij die Hem gekruisigd hebben, en Hem doorboord hebben, want (Openb. 1: 7) ”Ziet Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben.” Daarom dat de opstanding die getuigd van de kracht van God voor deze moordenaars van Zijn Zoon, een type is van de rechtvaardigen die opgewekt worden in de gemengde (speciale ) opstanding.{SR1: 48.1}

Het Type Van De Tweede Opstanding

De goddelozen die opkomen in de gemengde opstanding van Dan. 12: 2, en die de tweede dood moeten sterven bij de komst van Christus, zijn een type van hen die opkomen aan het einde van de duizend jaar, genaamd de opstanding der goddelozen. Lees Grote Strijd blz. 609 –610 = Great Controversy, pages 661, 662; Eerste Geschriften blz. 52, 53 = Early Writings Pages 52, 53.{SR1: 48.2}

Het Type Van De Tweede Dood

Het is en verwarrende vraag of de goddelozen die opstaan in de speciale opstanding van Dan. 12: 2, voortgaan te leven of doodgaan met de levende goddelozen bij de tweede komst van Christus, en opgewekt worden aan het eind van de 1000 jaar. Aangezien God niets onafgemaakt laat, heeft Hij alles voorzegd in profetie, en ook in typen. De goddelozen die zijn opgewekt, moeten sterven met de rest van de goddelozen bij de komst van Christus op de wolken om de tweede dood aan het einde van de duizend jaar te karakteriseren.{SR1: 48.3}

De vraag is nu, Zullen ze weer opstaan in de tweede opstanding met de goddelozen? In antwoord op deze vraag, zegt Eerste Geschriften, blz. 347 Early

48

Writings, page 292: “Bij de eerste opstanding komen allen tevoorschijn in onsterfelijke bloei; maar bij de tweede zijn de merktekenen van de vloek zichtbaar op allen. De koningen en de edelen der aarde, de gemenen en lagen, de geleerden en ongeleerden, komen allen tezamen tevoorschijn. Allen aanschouwen de Zoon des mensen; en dezelfde mensen, die Hem verachtten en bespotten, die de doornenkroon op Zijn heilig voorhoof plaatsten, en Hem sloegen met de rietstok, aanschouwen Hem in al Zijn Koninklijke majesteit. Zij die op Hem spuwden, toen Hij verhoord werd, keren zich nu weg van Zijn doordringende blik, en van de heerlijkheid van Zijn aangezicht. Zij, die de nagelen door Zijn handen en voeten gedreven hebben, aanschouwen thans de merktekenen van zijn kruisiging. Zij die Zijn zijde met de speer doorstoken hebben, zien de tekenen van hun wreedheid in zijn lichaam.” Hierdoor begrijpen we dat precies deze mannen weer daar in de tweede opstanding zijn. Om die reden werden ze de tweede keer aan het eind van de duizend jaar opgewekt, om te sterven bij de tweede dood, die zijzelf typeerden, (door de tweede dood met de levende goddelozen bij de tweede komst van Christus op de wolken te sterven). Aldus hebben we een profetie en een type voor iedere gebeurtenis die plaats vind of zal plaats vinden in deze slechte wereld van ons.{SR1: 48.4}

Een Gedachte van Volmaaktheid

  1. De opstanding van Mozes.
  2. De opstanding in de tijd toen Jezus verrees.
  3. De speciale opstanding van Daniel 12: 2.
  4. De eerste opstanding van Openb. 20: 6.
  5. De overzetting van Henoch.
  6. De overzetting van Elia.
  7. De algemene overzetting bij de komst van Christus.

Zo hebben we weer het getal “zeven,” het teken van volmaaktheid, compleetheid of afsluiting. De vier opstandingen en drie overzettingen bevatten al de opgewekte en overgezette heiligen, allen die het totaal van zeven maken, oftewel het einde.{SR1: 49.1}

De Stoet Van De Verlosten

Wat een schitterende optocht zal het zijn wanneer de verlosten van alle

49

eeuwen door de gouden straten in hemelse gewesten tussen de reinen en de gezegenden zullen marcheren.{SR1: 49.2}

  1. De grote stoet begeleidend zien we de miljoenen engelen die de verlosten in alle eeuwen hebben bediend.{SR1: 50.1}
  2. Mozes het type van de opgewekten, en de eerste man die in de Bijbel schreef, zien we voorop marcheren als de leider van hen die opgestaan zijn, gekleed in het wit en een glinsterende gouden kroon op zijn hoofd. De opgewekten die hij vertegenwoordigd zijn groep 4, gekleed in witte mantels en gouden kronen hebbend.{SR1: 50.2}
  1. Vervolgens zien we die goede onschuldige Abel, de martelaren vertegenwoordigend met de schitterende witte mantel met een rode rand rondom zijn kleed, die miljoenen martelaren uit alle eeuwen leidt ( groep 3), wiens mantel precies is als die gedragen wordt door hun leider, Abel.{SR1: 50.3}
  2. We aanschouwen nu die goede oude Henoch, die rondom zijn hoofd een indrukwekkende krans heeft: met daarboven een lieftallige kroon helderder dan de zon en aan zijn rechterarm een prachtige palm. Het is door hem dat de grote overgezette menigte zowel geleid als vertegenwoordigd wordt, allen om zuivere witte klederen, palmen in hun handen, en gouden kronen op hun hoofden.{SR1: 50.4}
  3. Als laatste van al de verlosten, de dappere Eliah, met een schitterende witte mantel van zijn schouders tot zijn voeten: Een type en leider van het meest fantastische gezelschap, hoewel klein in getal. Een speciaal gezelschap met een speciale ervaring, een Koninklijke priesterschap zijnde, de 144.000, in zuiver wit, en een schitterende mantel vanaf hun schouders tot hun voeten met sterren in hun kronen. Openb. 14: 5: “ En in hun mond is geen bedrog gevonden, want zij zijn onberispelijk voor den troon van God.”{SR1: 50.5}
  4. Als de zonen Gods (Adams) van andere werelden zich voor de Heer presenteerden volgens Job 1: 6, “in een bestuursvergadering, dan zullen zeker de zonen Gods (Adams) van al de werelden niet uitgesloten worden van de meest fantastische en de enige optocht in de eindeloze uitgestrektheid van de Eeuwigheid.{SR1: 50.6}
  5. Als laatst, Jezus en de majestueuze, hemelse menigte met tienduizend keer tienduizend, en duizend keer duizenden engelen. Wat een fantastische samenkomst zal dat zijn! Kunnen we iets harmonieuzer dan dit in de Bijbel vinden? Het zal opgemerkt

50

en dat we wederom het volmaakte Bijbelse getal “zeven” hebben, en het kan niet meer of minder gemaakt worden, en toch alles bevatten. Zou dit niet onze interesse en ijver moeten opwekken, wanneer we ziet wat een schitterende gebeurtenis op Gods trouwe volk staat te wachten? {SR1: 50.7}

Een Verklaring Van de Schrijvers Inktkoker Van Eerste Geschriften, blz. 334.= Early Writings P. 279.

De man met de schrijvers inktkoker van Ezechiël 9, is diegene die de verzegeling van de 144.000 uitvoert, lang voor de afsluiting van de genadetijd. Sommigen kunnen de bewering gemaakt in Eerste Geschriften verkeerd begrijpen en daardoor in de war raken. Ten gunste van de zulken, doen wij deze uitlegging. De bewering citerend gevonden in Eerste Geschriften, blz. 334, lezen we: “Ik zag engelen haastig door de hemel heen en weer snellen. Een engel met een schrijversinktkoker aan zijn lenden keerde van de aarde terug, en meldde Jezus, dat zijn werk volbracht was, end at de heiligen geteld en verzegeld waren. Toen zal ik Jezus, die dienst verricht had vóór de ark, waarin de tien geboden zijn, het wierookvat wegwerpen. Hij hief Zijn handen omhoog, en sprak met luider stem,: HET IS VOLBRACHT’.”{SR1: 51.1}

Het is onmiskenbaar duidelijk dat het een engel was met een schrijvers inktkoker en dat zijn werk volbracht was; tevens dat Jezus Zijn werk in het hemels Heiligdom afgelopen was (de genadetijd afgesloten). Omdat deze engel een schrijvers inktkoker aan zijn zijde heeft, net als de man in Ezechiël 9, is geen bewijs dat het dezelfde engel is, want het mag verondersteld worden dat er meer dan een engel kan zijn met zo een instrument. Het kan echter dezelfde verzegelende engel zijn in beide gevallen, maar de gedachte is, dat wanneer de man van Ezechiël 9, de 144.000 verzegeld, zijn werk doorgaat tot aan de oogst tijd.{SR1: 51.2}

De heiligen moeten in deze generatie geteld en verzegeld worden net zoals zij die verzegeld zijn geweest in de vorige eeuwen. Klaarblijkelijk is zijn werk doorgegaan vanaf de zonde intrede deed in de menselijke familie, waarschijnlijk beginnend met Abel, en zal doorgaan tot aan de afsluiting van de genadetijd, in welke tijd zijn werk volbracht zal zijn. {SR1: 51.3}

51

PARAGRAAF 3.

ESAU EN JAKOB

“En Izaäk bad den HEERE zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw; want zij was onvruchtbaar; en de HEERE liet zich van hem verbidden, zodat Rebekka zijn huisvrouw, zwanger werd. En de kinderen stieten zich samen in haar lichaam. Toen zeide zij: Is het zo? Waarom ben ik dus? En zij ging om den HEERE te vragen. En de HEERE zeide tot haar: Twee volken zijn in uw buik, en twee natiën zullen zich uit uw ingewand van een scheiden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de meerdere zal den mindere dienen. Als nu haar dagen vervuld waren om te baren, ziet, zo waren tweelingen in haar buik. En de eerste kwam uit, ros, hij was geheel als een haren kleed; daarom noemden ze zijn naam Esau. En daarna kwam zijn broeder uit, wiens hand Esau’s verzenen hield; daarom noemde men zijn naam Jakob.” Gen. 25: 2126.{SR1: 52.1}

Inspiratie zegt dat Rebekka geen kinderen had en Izaäk bad de HEERE en de HEERE liet zich verbidden en de HEERE gaf hem tweelingen. Als dit het geval was, dan wat het zegel geen ongeluk. De HEERE was erin. Maar als ze slechts om een kind vroeg, waarom gaf Hij haar tweelingen? We veronderstellen niet dat de HEERE haar tweelingen gaf om een heleboel problemen in de familie te veroorzaken zoals het geval was. Waarom streden ze binnenin de moeder? Waarom een rood en harig en de ander wit en glad? En waarom hield de ene de andere zijn enkel vast? Al deze vragen komen in onze gedachten. Wat de reden ook mag zijn, het was goddelijk ontworpen, want Hij gaf haar kinderen. Vanzelfsprekend zal niemand denken dat God dit zonder een doel in zicht heeft gedaan. God Zelf vertelde de moeder dat het een levensles is, want Hij zei aan haar,: Twee volken zijn in uw buik, en twee natiën zullen zich uit uw ingewand van een scheiden, en het ene volk zal sterker zijn dan het andere, en de meerdere zal den minderen dienen.” Het is waar dat het resultaat twee natiën waren aan het begin van het toneel; Edom en Israel, maar waar is de les? {SR1: 52.2}

Wat de les ook mag zijn, het moet voor Gods volk zijn. Het kan niet voor de Oudtestamentische tijd zijn, want ze hebben er toch niets aan gehad.

52

We lezen in Gal. 4: 2225, dat Izaäk, een type was van de Nieuw Testamentische kerk en Ismael de Oude. “Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, één uit de dienstmaagd, en één uit de vrije. Maar gene, die uit de dienstmaagd, was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis. Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sinaí, tot diensbaarheid barende, hetwelk is Hagar. Want dit, namelijk Hagar, is Sinai, een berg in Arabië, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen.”{SR1: 52.3}

Paulus schrijft hier dat Ismaël, Israel naar het vlees vertegenwoordigt. Hagar stelt de kerk voor die op de berg Sinaï was georganiseerd, in de tijd dat Mozes zeventig ouderlingen uitkoos. Zie Patriarchen en Profeten, page 382. Het Sanhedrin bestond uit zeventig mannen daarom het getal “70” een kerkorganisatie voorstellend. Aldus zegt Paulus,”Want dit, namelijk Hagar is Sinaï, [vrouwsymbool van de kerk] een berg in Arabië.” Deze zelfde organisatie, stak de Jordaan over en vestigde zichzelf in Jeruzalem, nadat ze veertig jaren in de woestijn hadden getrokken. “Want dit, namelijk Hagar, is Sinaï, een berg in Arabië, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen.” Hagar, stelt dan de kerk vóór het kruis voor, Jeruzalem van ouds.{SR1: 53.1}

We lezen opnieuw beginnend met het 26 ste vers: “Maar Jeruzalem, dat boven is,[ Het nieuwe Jeruzalem in de hemel nu. Openb. 21] dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, [Sarah]breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, [eenzamewant Sarah ging opzij en gaf haar echtgenoot aan Hagar] dan dergene, die den man [Hagar] heeft. Maar wij broeders, zijn kinderen der belofte, als Izaäk was. Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees [Ismaël] geboren was, vervolgde dengene, die naar den Geest [Izaäk]geboren was, alzo ook nu.” Gal. 4 : 2629. (Want het oude Israel vervolgde de Christenen in de dagen van de apostelen.) Hier zegt Inspiratie dat Sarah Jeruzalem voorstelt, die nu boven in de hemel is. (Openb. 21), en ze is de moeder van ons allen. Paulus in zijn schrijven aan de Nieuw Testamentische kerk

53

(Heidenen) zegt, “Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte als Izaäk was. Paulus bedoelt dat Izaäk de kinderen van het Nieuwe Testament voorstelt en Sarah, is het symbool van de kerk.{SR1: 53.2}

Terugkerend naar ons onderwerp, “Esau en Jakob,”wat de les van deze tweeling ook mag zijn, het kan niet van toepassing zijn op de Oud Testamentische kerk, want als Izaäk hun vader is, en de Nieuw Testamentische kerk voorstelt, dan moet de les van toepassing zijn op de kerk die door hem wordt voorgesteld. Als de vader zestig jaren oud was in de tijd dat Esau en Jakob werden geboren, dan kan de les niet voor het vroege gedeelte van de kerk zijn. Het symbool moet voor een latere periode zijn.{SR1: 54.1}

Symbool Van Strijd

De kinderen streden voordat ze waren verlost. Ook hierin moet een les zijn. Het is bedoeld om de tijd aan te tonen waarvoor de toepassing is gemaakt. Het is bepaald door de leeftijd van de vader dat de les voor een latere periode is. De strijd van de kinderen was voordat ze verlost waren; de les daarom, is voor Gods volk vlak voordat zij verlost worden.{SR1: 54.2}

De Tijd en Kerk

De les kan niet in twee kerken zijn. Waarom? Omdat ze uit één moeder zijn geboren. Ze moeten onder de zelfde boodschap komen. Waarom? Omdat ze door de zelfde vader zijn verwekt. Als dit de generatie is die getuige zal zijn van het einde, en de kerk die verlost en opgenomen zal worden zonder de dood te smaken, dan moet dit de tijd zijn waarop de les van toepassing is. De vraag is nu: In welke kerk zal dit zijn vervulling vinden? Het kan alleen haar vervulling in Gods ware kerk vinden. Als de Protestantse kerken gevallen zijn en Babylon genoemd worden, dan hebben ze part nog deel in deze les. Als de Zevende Dags Advenstisten kerk het ware Israëls is, en een boodschap heeft die geen enkele andere organisatie onderwijst; en als de boodschap die we dragen, de wederkomst van Christus is en het einde van de wereld in deze generatie is, dan is dit de kerk.{SR1: 54.3}

54

Twee Groepen Mensen

De Bijbel zegt dat de tweeling twee groepen mensen voorstelt. Als dit waar is, dan hebben we twee groepen mensen in de kerk. Een groep wordt voorgesteld door Esau, de andere door Jakob. Verwijzend naar Testimonies to Ministers, blz. 46, lezen we: “Er worden voortduren twee tegengestelde invloeden uitgeoefend op de leden van de kerk. Een invloed werkt voor de reiniging van de kerk, en de andere voor de verderving van het volk van God.” Een van de tweelingen was rood en harig, en de andere was glad en wit. Beide zijn zondig. Waarom? Omdat Esau rood was, wat scharlaken is, het teken van de zonde. Jakob was wit, maar de naam verraad de man, want de naam “Jakob” betekent “bedrieger”.{SR1: 55.1}

Symbool Van Geboorterecht

Esau was de ene die het eerst geboren was. Wat er ook door het geboorterecht geërfd zou worden zou van Esau zijn. De wet van de Bijbel is dat de eerstgeborene het recht tot het priesterschap had. Om deze reden, benijde Jakob, Esau’s geboorterecht. Esau, dan stelt een groep van priesterschap voor.{SR1: 55.2}

Symbool Van Haar

Aangezien hij harig was geboren, moet zijn lichaam zwaar behaard zijn geweest, want toen Jakob zijn vader wenste te bedriegen om de zegen te ontvangen, bedekte Rebekka, zijn moeder, zijn nek en handen met de huid van het jonge bokje. Izaäk zijn verdenkingen of het Esau of Jakob was die sprak, dwong hem ertoe de huid van zijn zoon te onderzoeken. Gen. 27: 22, 23: “Toen kwam Jakob bij, tot zijn vader Izaäk, die hem betastte; en hij zeide: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Esau’s handen. Doch hij kende hem niet, omdat zijn handen harig waren, gelijk de handen van zijn broer Esau: en hij zegende hem.” De zware haren mantel over Esau zijn lichaam was onnatuurlijk, en de enige reden waarom God hem zo gemaakt zou hebben was om het karakter van de groep te vertegenwoordigen die hij symboliseerde.{SR1: 55.3}

55

Het haar was een voorstelling van kracht, eer, heerlijkheid en talent (door God gegeven gaven), om hem in staat te stellen om de taken van zijn ambt als priester van de familie uit te voeren. De volgende redenen worden gegeven om dit te geloven: God schiep in het begin man en vrouw. Hij maakte de man tot koning en heerser over Zijn hele schepping, en Hij kroonde hem met eer, heerlijkheid en kracht talenten die nodig zijn om zijn functie uit te oefenen. Aan de man gaf hij de baard en niet aan de vrouw. Samsons haar was een voorstelling van zijn kracht. In 1 Cor. 11: 15 lezen wij: “Maar zo een vrouw lang haar draag, dat het haar een eer is.”{SR1: 56.1}

Symbool van Esau’s Hiel

Bij de geboorte van de tweeling kwam Esau eerst en Jakob hield Esau’s hiel vast, dus werd de jongere door de oudere uitgeleid. Dit kon niet zomaar “gebeurt,” zijn, want het schijnt een wonder te zijn. Dit is de enige keer dat onze aandacht wordt gevraagd voor voorval als deze, daarom moet God het zo bedoeld hebben, en als Hij dat deed, moet er een les in zijn. Het zal niet moeilijk zijn voor iemand om de les geleerd door dit wonder te zien. Jakob werd uitgeleid door de hiel van Esau, daarom moet Esau een groep leiders voorstellen.{SR1: 56.2}

Symbool Van Rood Zijn

Esau was rood geboren, maar Jakob wit en glad. In de regel, worden tweelingen gelijkend gebore, maar in dit geval is het andersom. Er is geen gelijkenis tussen Esau en Jakob als tweelingbroers, in karakter, verschijning, kleur of bedekking. Daarom hebben we een ander wonder. Dit symbool is eenvoudig te begrijpen. Rood is hetzelfde als scharlaken. De Bijbel gebruikt scharlaken als een symbool voor de zonde, zoals in Jes. 1: 18; Openb 17: 3; Openb. 12: 3. Esau stelt een zondige groep mensen voor, evenals Jakob. Maar de groep die Esau voorstelt zijn geweldige voorrechten en gelegenheden gegeven om het goed te maken.{SR1: 56.3}

Symbool Van Esau’s Karakter

Het karakter van Esau’s mannelijkheid openbaart het karakter van het

56

priesterschap welke hij voorstelt. Esau was een machtige jager, een man van het veld. Zijn gehele interesse was in het spel en zijn maag, maar zeer ongeïnteresseerd in zijn positie als priester van de familie. De groep die door hem wordt voorgesteld is veel meer geïnteresseerd in vermaak, winst en de aangelegenheden va de wereld dan dat ze zijn in de God gegeven voorrechten. Esau kon zijn eetlust niet beheersen. Hij dacht meer aan zijn maag dan dat hij deed aan zijn positie (taak van priester). Hij stelt een groep mensen voor wiens god hun maag is. Ze zouden eerder hun begeerlijke eetlust bevredigen dan hun taak uitoefenen en Gods Waarheid onderhouden.{SR1: 56.4}

Esau’s Zegening

Esau had een waardevolle zegening binnen zijn bereik: De onsterfelijke erfenis van het leven. Het was zijn voorrecht om de 12 zonen (stammen) van Israel voort te brengen (te erven). Vanuit Esau zouden profeten, koningen en prinsen voortkomen. Door de lijn van Esau, zou de koning der Koningen, de gezegende Christus komen. Al deze fantastische zegeningen zouden de zijne zijn.{SR1: 57.1}

Er zijn velen die als Esau zijn. Hij stelt een groep voor die een speciale zegening binnen hun bereik heeft. Wat is de zegening? Het is een erfenis de 12 stammen van het ware Israel, de 144.000, die priesters en koningen zullen zijn. Lees Deel 5, blz. 389, 390. Deze groep heeft het voorrecht om de tweede komst van Christus tot stand te brengen, en de kerk over de grenzen van het hemels Kanaän te leiden en in de heerlijkheid van God. Net zoals de lijn van Esau het voorrecht had de eerste komst van Christus tot stand te brengen, en zoals Esau tekort schoot op zijn buurt, evenzo, is deze groep voorgesteld door Esau in gevaar van het tekort schieten hun deel te doen. Denk aan het verlies van de onsterfelijke erfenis, leven dat aanhoudend is als het leven van God, de Schepper van het universum; onmetelijke vreugde, en een eeuwig gewicht van heerlijkheid.{SR1: 57.2}

Maar Esau verlangde naar een favoriete schotel, en offerde zijn geboorterecht op om zijn eetlust te bevredigen, en heel weinig daarvoor te ontvangen, een kom rode soep. Hij stelt deze groep voor die groot licht gegeven is en voorrechten om het goed te maken, maar tekort schoot om zo te doen. Deze groep zal een eeuwig gewicht van heerlijkheid opofferen die geen menselijke lippen kan vertellen. Esau vleide zichzelf dat hij zijn geboorterecht wanneer hij wilde kon wegdoen, en

57

het terug kopen wanneer hij daar plezier in had, maar toen hij het terug wilde kopen, zelf door een groot offer van zijn kant, was hij niet in staat dat te doen. Hij zocht angstvalling naar berouw en onder tranen, maar het was allemaal tevergeefs. Hoe ontzettend is de gedachte om waarheid op te offeren voor werelds gewin ten koste van het eeuwig leven. Lees Deel 2, blz. 38, 39. Het volgende citaat is genomen uit Patriarchen en Profeten, blz. 154: Zoals Esau de dwaasheid van zijn overhaaste beslissing zag toen het te laat was om het verlorene terug te winnen, zo zal het zijn in de dag Gods met diegenen die hun erfrecht op de hemel hebben verkwanseld voor zelfzuchtige bevredigingen. {SR1: 57.3}

Vanwege zijn onverschilligheid, ten opzichte van de goddelijke zegeningen en vereisten, wordt Esau in de Schriften, “een werelds persoon” genoemd. Hij stelt diegene voor die de verlossen voor hen door Christus verkregen licht waarderen, en staan gereed om hun erfrecht tot de hemel op te offeren voor de vergankelijke dingen van deze aarde. Menigten leven voor het heden met geen gedachte of zorg voor de toekomst. Net zoals Esau, roepen ze uit: “Laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij.” Patriarchen en Profeten blz. 154= Patriachs and Prophets p. 182. {SR1: 58.1}

Symbool van Stoofpot

Jakob was een oprechte man die in tenten vertoefde, terwijl Esau jaagde in het veld. “Jakob had een kooksel gekookt,”gemaakt van linzen, en rood gekleurd. We weten niet wat voor soort kleurmiddel Jakob gebruikte om de verleidende kleur te verkrijgen voor dat aantrekkelijke gerecht; blijkbaar kende hij alleen het geheim.{SR1: 58.2}

“En Jakob had een kooksel gekookt; en Esau kwam uit het veld, en was moede. En Esau zeide tot Jakob; Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom. Toen zeide Jakob; Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte. En Esau zeide: Zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte? Toen zeide Jakob; Zweer mij op dezen dag! En hij zwoer hem; en hij verkocht aan Jakob zijn eerstgeboorte. En Jakob gaf aan Esau brood, en het linzenkooksel; en hij at en dronk, en hij stond op en ging heen; alzo verachtte Esau de eerstgeboorte.” Gen. 25: 2934.{SR1: 58.3}

Esau kwam van het veld die dag zonder enig wild. Als hij het huis binnen ging zal hij Jakob het aantrekkelijke voedsel garneren.

58

Meteen riep Esau uit: “Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede.” Esau was niet moe vanwege erge honger, maar hij kon zijn eetlust niet beheersen toen hij het nieuwe voedsel zag. Jakobs antwoord was,: “Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte,” als je iets van deze stoofpot wil. En Esau zei: “Zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte?” Esau stond niet op het punt te sterven van honger of van een fysieke kwaal, want een zieke kan niet eten zoals hij deed. Nog minder was het door een tekort aan voedsel, want hij was in zijn vaders huis, en Izaäk was een rijke man. Het was vanwege zijn begeerte voor de stoofpot, want “hij at en dronk, en hij stond op en ging heen.” Het symbool van de stoofpot is de gezondheidshervorming. “ Vanwege zijn onverschilligheid ten opzichte van Gods zegeningen en eisen wordt van Esau in de Schrift gezegd dat hij ‘onverschillig’ was. Hij vertegenwoordigt hen die de verlossing, welke Christus voor hen kocht licht achten en die bereid zijn hun erfrecht op de hemel op te geven voor de vergankelijke dingen van deze aarde. Velen leven bij de dag, zonder te denken aan of te zorgen voor de toekomst. Evenals Esau roepen ze: “ Laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij.” Patriarchen en Profeten blz. 154= Patriachs and Prophets p. 182.{SR1: 58.4}

“Zoals Esau de dwaasheid van zijn overhaaste beslissing zag toen het te laat was om het verlorene terug te winnen, zo zal het zijn in de dag Gods met diegenen die hun erfrecht op de hemel hebben verkwanseld voor zelfzuchtige bevredigingen.” Blz 154. We moeten onze keus maken terwijl we nog de vrijheid gegeven worden te kiezen voor of de stoofpot of het geboorterecht.{SR1: 59.1}

Edom Een Type

De transactie was gedaan. “En hij verkocht aan Jakob zijn geboorterecht.” Precies toen was zijn naam veranderd, daarom heeft mijn zijn naam “Edom” genoemd. Alzo “verachtte Esau de eerstgeboorte.” De naam “Edom,”betekend “rood,” of scharlaken, het symbool van de zonde. Esua was rood geboren, maar was in eerste instantie niet genoemd naar die naam (Edom). De groep die Esau voorstelt, zijn in gevaar om verloren te gaan, door hun wellustige eetlust (het veronachtzamen van de gezondheidshervorming), daarom worden ze “Edom,” genoemd.

59

Dit is de groep waar de profeet Jesaja naar verwijst in Jes. 63: 1.{SR1: 59.2}

Verandering Van Namen

Beiden Esau en Jakob stellen twee zondige groepen voor; Esau door de kleur van zijn huid en Jakob door zijn naam. Van beiden werden de namen veranderd: Jakob omdat hij iets waardevols begeerde; Esau vanwege begeerte. Jakobs naam betekend “bedrieger,”; de naam “Esau,” (in het Hebreeuws: behaard, hetgeen symbolisch “geëerd,” zou zijn, zoals eerder uitgelegd) betekend “hij die beëindigd.” Let op de opmerkelijke betekenis van de naam, die de groep aanduidt die het voorrecht is gegeven om het werk te beeindigen. In Openb. 3: 1416, lezen we : “En schrijf aan de engel van de gemeente der Laodicenzen: ….Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet: och of gij koud waart of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.” Deel 5, blz. 71: “ Geleerden en mensen op hoge positie werden tot dit grote en ernstige werk geroepen, als zij zichzelf hadden weggecijferd en volledig op de Heer hadden vertrouwd, zou Hij hen hebben vereerd met het voorrecht Zijn vaandel in triomf naar de overwinning te dragen. Zij scheidden zich echter van God af, zwichten voor de invloed van de wereld en de Heer verwierp hen.”{SR1: 60.1}

Verlies En Gewin

Jakob, de jongere tweeling, of de ene die laatst kwam, door Esua’s hiel vast te houden, stelt een groep voor die in de drie engelen boodschap kwam onder leiding van de groep voorgesteld door Esau. Jakob had een oprecht verlangen naar en grote toewijding voor de positie die zijn broer bezette. Hoewel hij de kwalificaties die Esau bezat voor het uitoefenen van de taken van deze functie ontbrak, welke hij begeerde en kocht, maakte hij het toch goed, door zijn grote toewijding en vastberadenheid. De prijs die hij betaalde was voedsel—wat niets waard was; maar dat wat hij ontving was van grote waarde. Ongeacht hoeveel training en talent iemand heeft in een bepaald beroep, hij kan niet succesvol zijn tenzij hij grote toewijding en interesse heeft in die bijzondere lijn. {SR1: 60.2}

60

Esau had heel veel te verliezen, maar zijn verlies was Jakobs gewin. Dat wat Jakob offerde als betaling van Esa’s waardevol bezit was van weinig waarde, vandaar dat wat Esua verdiende, iets meer was dan niets. Het was niet lang nadat Jakob de zegening van zijn vader Izaäk zeker gesteld had dat Esau, vervuld met wroeging, Jakobs leven bedreigde. Beide groepen, voorgesteld door Esau en Jakob kunnen in problemen zijn: De ene vanwege het besef van hun verlies, de ander vanwege de haat tegen hen gericht.{SR1: 61.1}

Jakobs Droom

Op advies van zijn ouders, ging Jakob van huis weg en ging naar PadanAram en op zijn weg, precies de eerste nacht, verscheen God aan hem in een droom. “ En hij droomde en ziet een ladder was gesteld op de aarde, welker opperste aan den hemel raakte, en ziet de engelen Gods klommen daarbij op en neder.” Gen. 28: 12. De ladder stelt Christus voor; God de Vader stond daarboven; Jakob aan de voet ervan. (Vers 13). Deze droom gaf Jakob goede moed en hij maakte een belofte aan God.{SR1: 61.2}

Jakob zou nu de vader van Israel worden ( 12 stammen) door wie vele volkeren gezegend zouden worden; een type van Israel door de belofte, de 12 stammen, de 144.000. De droom die hij in de nacht had was slechts een visioen en voorstelling van een toekomstige gebeurtenis. De betekenis van de droom kan maar een ding zijn. Als de ladder Christus voorstelt, de engelen als boodschappers, God de Vader aan het hoofd, en Jakob aan het voeteinde, betekend het een complete verbinding met de hemel en het ware Israel, de late regen, de luide roep en de drie engelen boodschap. Zie Openb. 18: 1.{SR1: 61.3}

Moeders van Israel

Maar merk op dat Jakob naar PadanAram ging, naar het huis van zijn Bethuel, zijn moeders vader, daar trouwde hij Lea en Rachel, de dochters van Laban. Zilpah en Bilhah, de dienstknechten van Lea en Rachel, werden ook zijn echtgenoten. Zij zijn de moeders waar de 12 stammen vandaan kwamen, maar zij zijn alleen de moeders in type van de werkelijke stammen de 144.000. Lea was de enige officiële vrouw van Jakob; Rachel

61

was haar zuster, Zilpah en Bilhah waren slavinnen. {SR1: 61.4}

Laat Lea de ware kerk van Christus, (de Zevende dags Adventisten) voorstellen; Rachel, een zuster kerk, maar niet de ware (Protestants); Zilpah en Bilhah, de wereld (godsdienstig en niet godsdienstig). Dit zijn de moeders van de 144.000, en de manier waarom ze (144.000) worden verzameld. Maar terwijl de twaalf stammen van vele moeders kwamen, werden zo door dezelfde vader verwekt. Evenzo met de ware de 144.000. Terwijl ze vanuit alle kerken en de wereld worden verzameld, moeten ze gebracht worden in één kerk, in dezelfde periode van de kerkgeschiedenis, door dezelfde boodschap (de drie engelen boodschap).{SR1: 62.1}

Jakob Op De Thuisreis: De Tijd Van Benauwdheid

Aan het einde van de twintig jaren was Jakob op de thuisreis naar het beloofde land en zijn vaders huis met grote bezittingen. Tegen de tijd dat hij bij zijn vaders huis aankwam, had hij zijn twaalf zonen (de hoofden van de twaalf stammen). Voordat Jakob zijn vaders huis inging ging hij door een verschrikkelijke strijd en worstelde met de engel tot het aanbreken van de dag. Gen. 32: 2429. {SR1: 62.2}

Jakobs worsteling met de engel typeert de tijd van “Jakobs benauwdheid” (voor de kerk). We lezen in Eerste Geschriften, blz. 31= Early Writings p. 36, 37: “Er ging een bevel uit, dat de heiligen gedood moesten worden, hetgeen hen dag en nacht om uitkomst deed roepen. Dit was de tijd van benauwdheid voor Jakob.” Zie ook Patriarchen en Profeten, blz. 171a

Type Of Promised Land–Israel In Father’s House

type is van het beloofde hemels Kanaan, dan is het huis van Jakobs vader het type van onze Vadershuis. Evenzo, wanneer Israel (het ware) het ons Vaders huis ingaat in het hemelse Kanaan, zullen de 12 stammen er zijn, de 144.000. De vraag rijst op: Zijn dit allen die gered zullen worden in de drie engelen boodschap? Denk eraan dat toen Jakob zijn vadershuis inging met zijn twaalf zonen, hij veel dienstknechten had, mannelijke en vrouwelijke, die zijn stammen (zonen) vele malen in getal overtroffen. Evenzo met Israel (het ware), die met zich “een grote schare

62

zal hebben die niemand tellen kan.” Openb. 7: 9. (de grote schare kwam door de moeite van de stammen na de vervulling van Ezechiël 9){SR1: 62.4}

Deze studie kan geen andere aangelegenheid passen noch een andere kerk in de gehele geschiedenis van de aarde. Zevende dags Adventisten zijn het enige volk en kerk dat ooit Israel zijn genoemd, die de waarheid van de gezondheidshervorming hebben, en die in gevaar verkeren van het verkopen van hun geboorterecht voor een kom stoofpot. Door dit feit alleen, terwijl er nog vele anderen zijn, mogen we weten dat de Zevende Dags Adventisten kerk Gods kerk is.{SR1: 63.1}

63

Paragraaf IV

WIE IS ISRAEL NAAR DE BELOFTE?

“Deze ervaring van de Israelieten [in het vertrekken uit Egypte] was geschreven ter instructie van hen die zouden leven in de laatste der dagen. Voordat de overspoelende gesel over hen die zich op de aarde bevinden zal komen, roept de Heer allen op die Israëlieten zijn zich inderdaad voor te bereiden op het evenement.” Deel 6, blz. 195. De twaalf stammen van Israel naar het vlees zijn slechts een type van Israel naar de belofte (de 144.000). Zoals er heidenen onder Israel waren (het type), zullen er heidenen in het ware Israel zijn.{SR1: 64.1}

Het vroege gedeelte van de Christelijke kerk (apostolische tijd)kon niet Israel genoemd worden, want de geschiedenis van toen werd getypeerd door Izaäk, volgens Gal. 4: 2231, en zoals uitgelegd op blz…… = blz. 53, 54 (eng). Izaäk werd niet Israel genoemd, want hij was de vader van Jakob, en het was Jakob die Israel werd genoemd, vandaar dat Israel, welk gedeelte van de kerk het is, ergens later moet komen in de geschiedenis van de kerk. Jakob was de vader van de twaalf stammen van Israel, en als Israel naar het vlees een type is van Israel naar de belofte (het ware), laat ons dan het begin van Israel naar het vlees bestuderen, als we Israel naar de belofte, de 144.000 willen lokaliseren of kennen.{SR1: 64.2}

De reis van Israel tot aan Egypte kon geen toeval zijn geweest. Wat dan ook de reden daarvoor was, God was erin. Jozef zei aan zijn broers (Gen. 45: 5): “Maar nu, weest niet bekommers, en de toorn ontsteke niet in uw ogen, omdat gij mij hierheen verkocht hebt; want God heeft mij voor uw aangezicht gezonde, tot behoudenis des levens.” Jozef geeft aan dat God de oorzaak was voor zijn gaan in Egypte. God had ook aan Abraham verteld, dat zijn zaad 430 jaar in een vreemd land zou vertoeven en gekweld worden Maar waarom stuurde God hen naar Egypte? Waarom werd Jozef verkocht op de leeftijd van 17 jaar, nauwelijks een jongeman, in de handen van de wrede Israëlieten, en geleid naar een vreemd land om verkocht te worden als een slaaf? We zouden zeker niet

64

de vergissing maken door te denken dat Jozef onderweg bang werd. Er moet zeker een reden zijn geweest voor deze totale slechte behandeling.{SR1: 64.3}

In Egypte, was Jozef verkocht om te dienen als slaaf, en later was hij enkele jaren in een kerker gegooid. Waarom leidde God Israel in dat vreemde land waar afgoderij overal overheerste? God wist zeker dat ze in dat land slechts voor korte tijd slaven zouden worden. Waarom zou de hemel toelaten dat Gods gekozen volk dienstknechten werden voor een natie waarvan de afgoden hun goden waren? Waarom liet God toe dat de zweepslagen van de Egyptische leermeesters op de ruggen van Zijn volk weden toegepast. Waarom zou goddelijke liefde toelaten dat de kinderen van Abraham(Gods vriend) terwijl ze nog in hun kinderjaren waren, verdronken werden in de rivier de Nijl? Wie kan zeggen dat onze grote God onwetend was van al deze dingen die plaats vonden, of dat hij een vergissing maakte? Het enige antwoord dat geopperd kan worden is dat het allemaal een hemels ontwerp was. Maar waar ging het allemaal om? God moet een speciale reden hebben gehad en een specifiek doel om als levensles onderwezen te worden op een zeker tijdstip. Men kan zeggen, God deed het allemaal om Zijn macht te laten zien, maar zou de alwetende en grote God, vol van liefde en genade, Zijn kinderen vernietigen, om Zijn macht te tonen? Zelf een aardse, sterfelijke menselijke vader, zou niet durven zijn kinderen te vernietigen om zijn macht te tonen. Wie zou durven zeggen dat mensen grotere liefde hebben of een beter oordeel dan de grote God, wiens genade onmetelijk is, wiens liefde het universum vult, wiens wijsheid onnaspeurbaar is, wiens oordeel is rechtvaardigheid?{SR1: 65.1}

Niet alleen Zijn gekozenen leden onder ballingschap en wreedheid, maar ook de Egyptenaren. In de tijd van de Exodus beweging, bij het vertrek uit Israel, kwamen de plagen overal op Egypte, en de natie was bijna vernietigd. Op de nacht van het Pascha, was er dood in ieder verblijf waar er geen bloed op de deurposten was en in iedere dierenstal.{SR1: 65.2}

“ En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven van Farao’s eerstgeborenen af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter den molen is, en alle eerstgeborene van het vee.” Ex. 11: 5. {SR1: 65.3}

65

Israel reisde naar de Rode Zee, en Mozes strekte zijn hand uit over de zee, en de wateren scheiden zich van elkaar. Israel ging de zee in en stak over op droog land. De Egyptenaren achtervolgden hen tot het midden van de zee, en Mozes strekte zijn hand over de zee, de wateren, gingen terug en bedekten de rijtuigen, ruiters en het totale legerschaar van Farao die achter hen aankwam in de zee; er bleef zelf niet een van hen over.”{SR1: 66.1}

Israel kwam in de woestijn waar ze ongeveer 40 jaar rondzwierven. Duizenden van hen kwamen om vanwege ongeloof. Aan het eind van de woestijnreis, stak het volk de Jordaan over. Gedurende de tijd dat Israel weg was uit Kanaan, was het land dik bevolkt door heidense volkeren. Israel was genoodzaakt ze door het zwaard te vernietigen om het land te bezitten. Denk aan het verlies van levens, verdriet, en lijden: Allemaal omdat God Israel in Egypte bracht, en hen terug bracht. God zou zeker niet Zijn onderdanen niet vernietigen, “alleen maar om Zijn macht te tonen.”{SR1: 66.2}

In 1 Cor. 10: 11, 12, sprekend over de ervaring van de kinderen van Israel, lezen we: “En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op de welke de einden der eeuwen gekomen zijn. Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.” Als wij het volk zijn waarop het einde van de wereld gekomen zal zijn, dan zijn hun voorbeelden geschreven voor onze waarschuwing. Dit is de reden waarom God de kinderen van Israel in Egypte heeft geleid en weer terug. Bedenk hoe groot de prijs is om het toonbeeld uit te werken. De lessen die van deze grote voorbeelden moeten worden afgeleid zijn veel groter dan we ooit beseft hebben. Vele duizenden hebben hun leven verloren om dit toonbeeld te vervaardigen, met de intentie dat nog vele duizenden gered zouden worden dan zij die verloren zijn gegaan. Laten we daarom zorgvuldig de lessen bestuderen die bedoeld ware voor onze onderwijzing en vermaning. {SR1: 66.3}

“Farao droomde: En ziet, hij stond aan de rivier. En ziet, uit de rivier kwamen op zeven koeien, schoon van aanzien, en vet van vlees, en zij weidden in het gras. En ziet, zeven andere koeien kwamen na die op uit de rivier, lelijk van aanzien, en dun van vlees;

66

en zij stonden bij de andere koeien aan den oever der rivier. En de koeien die lelijk van aanzien en dun van vlees, aten op die zeven koeien, schoon van aanzien en vet. Toen ontwaakte Farao….En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand die ze aan Farao uitlegde….Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen….En Farao sprak tot Jozef: ik heb een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge: maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort, dat gij hem uitlegt…En Farao,” vertelde de droom aan Jozef. “En Jozef zeide tot Farao….hetgeen God is doende, heeft Hij Farao te kennen gegeven. De zegen schone koeien zijn zeven jaren; ….En de zeven ranke en lelijke koeien, die na gene opkwamen, zijn zeven jaren ….Zie de zeven aankomende jaren, zal er grote overvloed in het ganse land van Egypte zijn. Maar na dezelve zullen er opstaan zeven jaren des hongers; dan zal in het land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal het land verteren….Ook zal de overvloed in het land niet gemerkt worden, vanwege dienzelven honger; die daarna wezen zal, want hij zal zeer zwaar zijn….En het land bracht voort, in de zeven jaren des overvloeds, bij handvollen. En hij vergaderde alle spijze der zeven jaren, die in Egypteland was, en deed de spijze in de steden; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was deed hij daar binnen. Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand der zee, totdat men ophield te tellen; want daarvan was geen getal.” Gen. 41: 149.{SR1: 66.4}

We zullen trachten genoeg bewijs in deze studie aan te voeren om te laten zien dat Israëls ervaring in Egypte een foto is van Israel de ware (de 144.000) in de Zevende dags Adventisten kerk. “Terwijl de Exodus beweging een grootse beweging was, zal de tweede advent beweging nog grootser zijn. God zal een volk, niet uit slechts één natie halen, maar van iedere natie onder de hemel, en Hij zal ze in het hemelse Kanaan leiden. Deze advent beweging, waarvan de Exodus beweging een type was, geloven we is voorzegd in profetie door middel van de volgende bezielende taal: Het zal te dien dage geschieden,

67

dat de Heer weer voor de tweede keer Zijn hand zal uitstrekken om het overblijfsel van Zijn volk, dat overgebleven is te herstellen.’Er zal een gebaande weg voor het overblijfsel van Zijn volk zijn; zoals het was voor Israel in de dagen dat hij uit het land Egypte opkwam.” Review and Herals, Oct. 10, 1929, blz. 4, 5. “De Exodus Beweging is in zekere zin een type [foto] van het afsluitingswerk van God onder de Adventbeweging.” “Iedere beweging doemt op ter vervulling van de profetie van die tijd.” Certanties of the Advent Movement, by W. A. Spicer. Het feit dat Israel naar het vlees een type [foto] is, maakt dat hun ervaringen gekopieerd moeten worden door het ware, anders kan er geen type zijn.{SR1: 67.1}

Jaren Van Overvloed, En Schaarste

God heeft eeHezowel het overvloed als de schaarste toegelaten. Elk draagt het nummer “zeven,” wat betekend, “volmaakt, of “compleet.” Deze twee tijdsperioden kunnen slechts één ding betekenen, wat niets anders is dan de wereldgeschiedenis, in twee grote afdelingen; namelijk vóór Christus en ná Christus, met het kruis als de scheidslijn. De zeven jaren van overvloed stellen de Oud Testamentische periode voor in welke tijd God overvloed gaf, want door Zijn heilige profeten, sloeg Hij het op in de grote voorraadschuur, wat we vandaag de Bijbel noemen. In Matt. 11: 13, lezen wij: “ Want als de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd. Het is om deze reden dat Jezus de bovenvermelde verklaring heeft gemaakt, want we hebben tot dusver geen andere. {SR1: 68.1}

In de zeven jaren van overvloed (v. Chr.), sloeg God Zijn woord op in de Bijbel om de wereld (Egypte) te voeden in de daaropvolgende zeven jaren van schaarste (na Chr.). “God voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken, hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon, Welken Hij gesteld heeft, tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de werelden gemaakt heeft.” Hebr. 1: 1, 2. Het Nieuwe Testament is een vervulling van het Oude.{SR1: 68.2}

Jozef Symbool Van Christus

Jozef symboliseerde Christus. Zie Patriarchen en Profeten, blz. 207 ? = Patriarch and Prophets, pages 239, 240. Onze God sprak in de Oud Testamentische tijd (zeven jaren van overvloed), op verschillende manieren tot Zijn volk door Zijn profeten, en

68

gaf opdracht dat deze dingen opgeschreven werden, met de intentie tot Zijn volk te spreken in deze laatste dagen (Nieuw Testamentische tijd, of zeven jaren van schaarste) tot elk van ons individueel door de stem van Zijn Woord zoals gevonden (opgeslagen) in de Bijbel.{SR1: 68.3}

“Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij. Voorts sprak Farao tot Jozef: Zie, ik heb u over gans Egypteland gesteld. En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen aantrekken, en legde een gouden keten aan zijn hals; En hij deed hem rijden op den tweeden wagen, dien hij had; en zij riepen voor zijn aangezicht: Knielt! Alzo stelde hij hem over gans Egypteland. En Farao zeide tot Jozef: Ik ben Farao! Doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet verheffen in gans Egypteland.” Gen. 41: 4044. Farao kon geen grotere gunst of eer aan Jozef hebben getoond; en al de Egyptenaren bogen neer voor hem. Als we verder in deze studie gaan, zullen we zonder twijfel bewijzen dat Jozef een volmaakt symbool was van Christus.{SR1: 69.1}

Farao, Symbool Van –

Als Jozef Christus symboliseert, en Farao Jozef boven welk mens ooit geëerd is door een koning eerde, en Jozef – en Farao hand in hand werkten, dan moet Farao staan voor enig figuur of symbool. Het zal niet moeilijk zijn om vast te stellen wat Farao voorstelt. Datgene wat Christus vereerde boven alles wat vereerd kan worden op aarde is wat Farao voorstelt.{SR1: 69.2}

De kerk van de apostelen vereerde Christus boven alles dat vereerd kan worden, zozeer dat allen hun leven offerden. Christus heeft geen grotere hulde ontvangen op aarde door welk ander deel in de geschiedenis van Zijn kerk. Hierdoor begrijpen wij dat Farao een voorstelling is van de apostolische kerk, of onze organisatie. De toepassing hier gemaakt zal als we in de studie vorderen op correcte wijze bewezen worden. (Een verdere uitleg van dit onderwerp is gegeven op de laatste bladzijde van dit onderdeel).{SR1: 69.3}

69

Het Begin Van Schaarste

De scheidslijn tussen de zeven jaren van overvloed en zeven jaren van schaarste is het kruis. “ Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd.” Matt. 11: 13. Waar de zeven jaren van overvloed eindigen, beginnen de zeven jaren van schaarste. Het eerste jaar van schaarste is het begin van de kerk van Christus in de tijd van de apostelen. Men kan zich afvragen: Waarom een schaarste aan het begin van de Christelijke kerk? Hadden ze niet genoeg koren (waarheid) gekregen? Ja, maar ze kregen het van de grote voorraadschuur (de Bijbel) op dezelfde wijze als de Egyptenaren hun koren ontvingen in de jaren van schaarste, vanuit de oneindige voorraadschuur uit de handen van Jozef. Zie blz. 15 18 eng. = ….nl.{SR1: 70.1}

Egyptenaren, Symbool van Heidenen

De zeven jaren van schaarste begonnen toen de Egyptenaren naar Farao toekwamen voor brood, en Farao aan zei tot alle Egyptenaren: “Gaat tot Jozef, doe wat hij u zegt…. En zo opende Jozef alles, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren.” Gen. 41: 55,56. “Toen verzamelde Jozef al het geld, dat in Egypteland en in het land Kanaan gevonden werd, voor het koren, dat zij kochten, en Jozef bracht dat geld in Faraos huis. Als nu het geld uit Egypteland en uit het land Kanaan verdaan was, kwamen al de Egyptenaars tot Jozef, zeggende: geef ons brood; want waarom zouden wij in uw tegenwoordigheid sterven? Want het geld ontbreekt…. Toen brachten zij hun vee tot Jozef; en Jozef gaf hun brood voor paarden en voor het vee der schapen, en voor het vee der runderen, en voor ezels, en hij voedde hen met brood, datzelve jaar, voor al hun vee. Toen datzelve jaar voleind was, zo kwamen zij tot hem in het tweede jaar; en zeiden tot hem: Wij zullen het voor mijn heer niet verbergen, alzo het geld verdaan is, en de bezitting der beesten gekomen aan mijn heer, zo is er niets anders overgebleven voor het aangezicht mijns heren, dan ons lichaam en ons land. Waarom zullen wij voor uw ogen sterven, zo wij als ons land? Koop ons en ons land voor brood; zo zullen wij en ons land Farao dienstbaar zijn… Alzo kocht Jozef het gehele land van Egypte

70

voor Farao; want de Egyptenaars verkochten een ieder zijn akker, ….En zij zeiden: Gij hebt ons leven behouden; laat ons genade vinden in de ogen mijns heren, en wij zullen Farao’s knechten zijn.” Gen. 47: 1425.{SR1: 70.2}

Aan het beging van de schaarste, gingen de Egyptenaren naar Farao voor koren in plaats van naar Jozef. Ze waren wel bekend met Jozef, want hij is acht jaar of langer een gouverneur geweest over Egypte. Jozef reed over het gehele land Egypte en iedere Egyptenaar boog zich neer voor hem. Tijdens de jaren van overvloed was het Jozef die het koren van de Egyptenaren kocht en het scheen vreemd dat ze naar Farao zouden gaan. Het moest door goddelijke voorzienigheid zijn geweest dat ze naar hem kwamen. {SR1: 71.1}

Het is uitgelegd dat Farao de kerk organisatie of leiding voorstelt. De Egyptenaren kunnen niets anders voorstellen dan de heidenen in de dagen van de apostelen. De heidenen kwamen in de kerk (Farao) waar ze gezegd werden om naar Jozef (Christus) te gaan. “Doe wat hij u zegt.” Dat is de kerk in haar zuiverheid, zonder één vreemd ding in hun midden, wees de heidenen op Christus als hun leven gever, zoals Farao de Egyptenaren wees op Jozef.{SR1: 71.2}

Egyptenaren Verkochten Zichzelf Aan Farao

“Alzo kocht Jozef het gehele land van Egypte voor Farao, want de Egyptenaars verkochten een ieder zijn akker, dewijl de honger sterk over hen geworden was; zo werd het land Farao’s eigen.” Gen. 47: 20. In de voorafgaande verzen lezen we dat de Egyptenaren al hun geld uitgaven aan koren; en toen het geld op was, gaven ze het vee in de plaats; en toen het vee vergeven was, gaven ze het land, en toen het land vergeven was, verkochten zij zichzelf en werden dienstknechten van Farao. Dit is het type, maar over de vervulling van dit type lezen we in de volgende teksten: “ En der menigte van degenen, die geloofden, was één hart en één ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen. En de apostelen geven met grote kracht getuigenissen van de opstanding van den Heere Jezus, en er was grote genade

71

over hen allen. Want er was ook niemand onder hen, die gebrek had, want zovelen als er bezitters waren van landen of huizen, die verkochten zij en brachten den prijs der verkochte goederen, en legden dien aan de voeten der apostelen…. En Joses, van de apostelen toegenaamd Barnabas …. Een Leviet….had een akker, verkocht dien, en bracht het geld en legde het aan de voeten der apostelen.” Hand. 4: 3237. Aldus verkochten Jood en heiden hun huizen en land en brachten de prijs en legden het aan de voeten van de apostelen en werden dienstknechten van de kerk (Farao).{SR1: 71.3}

We lezen wederom Handelingen 5: 110: “En een zeker man, met name Ananias, met Saffira, zijn vrouw, verkocht een have. En onttrok van den prijs, ook met medeweten zijner vrouw; en bracht een zeker deel, en legde dat aan de voeten der apostelen. En Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt, en onttrekken van den prijs des lands? … En Ananias deze woorden horende, viel neder en gaf den geest.” Vandaar dat een ieder die zich voorgaf te verkopen en een deel van de ontvangen prijs achter hield, in de dagen van de apostelen, stierf, net als zij die niet alles aan Farao in Egypte wilden verkopen. Jezus zegt: “Verkoop alles en volg Mij.” Daardoor type en antitype.{SR1: 72.1}

Jozef Verhuist Mensen Door Heel Egypte

“Alzo kocht Jozef het gehele land van Egypte voor Farao; …en aangaande het volk, dat zette hij over in de steden, van het ene uiterste der palen van Egypte, tot het andere uiterste deszelven.” Gen. 47 een gedeelte van de verzen 20, 21. Dit is het type: volgend is de vervulling van het type: Handelingen 8: 1: “ En Saulus had mede een welbehagen aan zijn [Stefanus] dood. En er werd te dien dage een grote vervolging tegen de Gemeente, die te Jeruzalem was; en zij werden allen verstrooid door de landen van Judea en Samaria, behalve de apostelen.”{SR1: 72.2}

Het zal opgemerkt worden dat de apostelen thuis (Jeruzalem) waren, en er is geen verslag waar de apostelen hun land verkochten. Nu citeren we het type van de laatste: Gen. 47: 22: “ Alleen het land der priesteren kocht hij niet, want de priesters hadden een bescheiden deel van Farao, en zij aten hun bescheiden deel, hetwelk hun Farao gegeven had;

72

daarom verkochten zij hun land niet.” Het is opmerkelijk hoe dit tot in de kleinste detail samenvalt.{SR1: 72.3}

70 Zielen, Type Van Organisatie

Israel kwam in het tweede jaar van schaarste in Egypte aan. Gen. 45: 10, 11: “ En gij zult in het land Gosen wonen, en nabij mij wezen, gij en uw zonen, en de zonen uwer zonen, en uw schapen, en uw runderen, en al wat gij hebt. En ik zal u aldaar onderhouden; want er zullen nog vijf jaren des hongers zijn, opdat gij niet veramrt, gij en uw huis en alles wat gij hebt.” Het arriveren van Israel in Egypte staat voor een of ander symbool waarin er een les moet zijn. Merk op dat deze les niet voor het eerste gedeelte van de Christelijke kerk kan zijn, want Israel kwam in het tweede jaar van schaarste. Als we de waarheid over het incident willen weten en de les die bedoelt is om daarvan afgeleid te worden, moet hier een verwijzing gemaakt worden naar het aantal zielen die Egypte binnenging. “ En de zonen van Jozef, die hem in Egypte geboren zijn, waren twee zielen. Al de zielen van het huis van Jakob, die in Egypte kwamen, waren zeventig.” Gen. 46: 27.{SR1: 73.1}

De Bijbels zegt alle zielen die in Egypte kwamen waren zeventig in getal. Als we op een of andere manier de betekenis van het getal kunnen vinden, dan zullen we de les begrijpen. Toen Mozes, met de kinderen van Israel, naar de Sinaï kwam, organiseerde hij de kerk daar, en in het organiseren daarvan, koos hij zeventig ouderen uit. Jaren later, stak deze zelfde organisatie de Jordaan over en ging het beloofde land in. Daar hadden ze het Sanhedrin, welke bestond uit zeventig mannen. Aldus is het getal “zeventig” een symbool van kerkelijke organisatie. De betekenis dus, is dat er een kerk organisatie zal zijn, ergens in de geschiedenis na Chr. Als dit waar is, dan moet de kerk die Christus met de apostelen georganiseerd had, ontbonden worden, en uit noodzaak gereorganiseerd worden. Dit is waar, omdat de Christelijke kerk in de duistere Middeleeuwen in de tijd van het begin van de pauselijke overheersing was ontregeld. Toen het weer georganiseerd was, zou het gedeeltelijk Joel 2: 32 vervullen: “ En dat bij

73

de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen.” De 2300 dagen of jaren, van de profetie van Daniel, geeft ons in het achtste hoofdstuk de complete waarheid van de kerkgeschiedenis tot aan 1844, tot aan welke tijd er geen oproep tot reorganisatie was. Als het er was geweest, of als deze oproep tot reorganisatie haar vervulling voor 1844 had bereikt, dan zou Daniels profetie dat vermeld hebben. Aangezien de profetie stil is, en er geen profeet van God opgestaan is vanaf de kerk rond 538 tot 1844 na Chr. onder pauselijke macht is gevallen, dan is de waarheid over het symbool nog in de toekomst.{SR1: 73.2}

Daar de profetische periode in 1844 eindigde, is het “Heilige der Heiligen,”in het hemels Heiligdom geopend, waar Christus inging. Als deze gebeurtenis het begin van de verzoening markeerde, zou er geen betere of gunstigere tijdstip zijn geweest, voor een oproep vanuit de hemel, dan aan het einde van de grote profetische periode; aangezien de dag van verzoening de meest plechtige tijd van de kerk is. Zevende dag adventisten werden uit geroepen door een profeet, en zijn in de praktijk het enige volk dat geloofd in de 2300 dagen. We zijn het enige volk dat het hebben verkondigd vanaf 1844, en zijn nu in de verzoening, of de tijd van het oordeel. De tekst hiervoor is hier geciteerd: “En ik zag een anderen engel, vliegende in het midden des hemels, en hij had het eeuwige Evangelie, om te verkondigen dengenen, die op de aarde wonen, en aan alle natie, en geslacht, en taal, en volk; Zeggende met een grote stem: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want de ure Zijns oordeels is gekomen; en aanbidt Hem, Die de hemel, en de aarde, en de ze, en de fonteinen der wateren gemaakt heeft.” Openb. 14: 6, 7. Alleen Zevende dag adventisten kunnen het type vervullen, want precies in die tijd waren ze geroepen door een profeet van God, om een kerkgenootschap tot stand te brengen, en het blijde nieuws te verkondigen: “Dit Evangelie in de gehele wereld in alle eeuwen.” Aldus het symbool, “zeventig,” met haar vervulling in die tijd.{SR1: 74.1}

Nog een andere gedachte over de ervaring van Israel: Toen Jozefs broeders in Egypte kwamen, gingen ze rechtstreeks naar hem toe voor koren. “En Jozefs broederen kwamen, en bogen zich voor hem, met de aangezichten ter aarde.” Gen. 42: 6. De zonen van Jakob waren vreemdelingen in het land en herkenden hun broer niet die gouverneur was. Ze kwamen wonderbaarlijk niet tot Farao, voor koren, zoals de Egyptenaren

74

deden, maar rechtstreeks naar de juiste persoon, Jozef. In tegenstelling hieraan, de Egyptenaren, die beter zouden moeten weten, bekend met de regels in hun eigen land, gingen naar Farao, voor koren, maar hun koning zei aan hen om naar Jozef te “gaan”. Wat hij u zegt te doen, doe het.” De Egyptenaren moeten Jozef gekend hebben, want hij was in die tijd meer dan acht jaren hun gouverneur. In de zeven jaren van overvloed, wat het Jozef aan wie ze het voedsel dat ze bewaard hadden voor de tijd van schaarste verkocht hadden. Jozef reed in Farao rijtuig, door het hele land Egypte, en al de Egyptenaren, bogen naar voor hem, dus zou het onmogelijk voor hen zijn om onwetend over hem te zijn. Omdat dit een symbool is kan het alleen zijn vervulling vinden in het volgende verhaal: {SR1: 74.2}

De Egyptenaren (heidenen) gingen naar Farao (leiders van de apostolische kerk) voor koren. De apostelen verwezen de heidenen (bekeerden) naar Christus zoals Farao de Egyptenaren verwees naar Jozef, zeggend: “ Ga naar Jozef. Wat hij zegt, doet het.” Als dit de betekenis is van de Egyptenaren die naar Farao gaan, dan betekend de belangrijkheid van de zonen van Jakob, die rechtstreeks naar Jozef gaan, dat wanneer die kerk gereorganiseerd is, het volk rechtstreeks naar Christus (Jozef) zal moeten gaan. De les die bedoeld wordt is, dat in het begin van de kerk van 1845, welke geen ware leiderschap (Farao) had, om naar toe te gaan, ze uit noodzaak rechtstreeks naar Christus gingen ( zoals de zonen van Jakob naar Jozef kwamen).{SR1: 75.1}

Jakob Een Type van Jakobus

De Zevende Dags Adventisten kerk die ontstond in 1845 werd Israel (de beweging waar vandaan het ware Israel, de 144.000 gemaakt worden). Het zal opgemerkt worden dat de namen van de vaders naar het vlees, en naar de belofte overeenkomen. De naam van de vader van Israel naar het vlees was: “Jakob,”. Zo is de naam van de vader van Israel door de belofte (Zevende dags Adventisten beweging). Maar men kan zeggen, Het was Jakob in de vorige en Jakobus White later. Dat is zo, maar de namen “Jakob,”en “Jakobus,” zijn hetzelfde. Nogmaals, het allereerste visioen die Zuster White had, was over de 144.000 en het doel van deze kerkgenootschap is geweest om dat nummer te maken. {SR1: 75.2}

75

Het Land Goshen

Het begin van dit kerkgenootschap werd gekarakteriseerd door het binnengaan van Israel in Egypte zoals voorafgaand is uitgelegd. We zullen nu de waarheid van het Goshen in ogenschouw nemen. Jozef bracht Israel in Egypte en gaf hen het deel van het land wat het beste land in het platteland van Egypte was om in te vertoeven, en daar voedde Jozef hen, hun kudde, vee en runderen en alles wat ze hadden. Zie Gen. 45: 10.{SR1: 76.1}

Het land Goshen staat als symbool voor de Verenigde Staten van America waarin de kerk is ontstaan. Terwijl ons land evenals het land Goshen producties is, het rijkste van de wereld, en een Protestantse natie, is het, het beste voor zendingswerk, want het is opgemaakt uit al de volkeren, en daarom als het land Goshen, het meest productieve in Egypte (de wereld).{SR1: 76.2}

Jozef Voedt Israel

Aan het begin van de zeven jaren schaarste verkochten de Egyptenaren alles en werden dienstknechten van Farao, hetgeen verwijst naar de apostolische kerk, en de heidenen toen, die hun huizen en hun land verkochten en alles gemeenschappelijk hadden, zoals eerder uitgelegd. Maar Israel verkocht niets van hun bezittingen, noch betaalden ze voor het voedsel waarmee Jozef hen voedde. Israel toen stelt de kerk nu voor. In het begin van de kerk in 1845, opende Christus (Jozef) de voorraadschuur en gaf ons al de waarheid (koren) die wij mogelijkerwijs konden opnemen. Is het niet een feit dat geen ander volk in welke tijd in de geschiedenis van de kerk zo veel waarheid heeft ontvangen zoals God ons in onze tijd heeft gegeven? Regel op regel, gebod op gebod, aanwijzing op aanwijzing, is ons gegeven, zo dat wij als een volk de wegen van de Heer mogen kennen en begrijpen, Zijn stem gehoorzamen, Zijn bevelen opvolgen, geboden, inzettingen en wetten; zodoende de “kinderen van Abraham worden en erfgenamen volgens de belofte.” Wanneer dit tot stand is gekomen in de harten van mensen,dan zullen ze het bevel door Petrus gegeven vervullen. Petrus zie: “Gij weet dat ik van U hou.” Jezus zei aan hem: “Voedt mijn schapen.” {SR1: 76.3}

76

Herders

“Toen zeide Farao tot zijn broederen [Jozef]: Wat is uw hantering? En zij zeiden tot Farao: Uw knechten zijn schaapherders zo wij als onze vaders.” Gen. 47: 3. Israel waren schaapherders hetgeen een symbool is van zendelingen welke de lammeren van God voeden. In het vroege gedeelte van de kerke, was het bijwoord: “Iedere Zevende dags Adventist is een zendeling, en iedere zendeling een predikant.” Zo hoort het nu nog te zijn. “De grote strijd is niet geweest tussen godsdienst en geen godsdienst; het is tussen Gods godsdienst en godsdienst van de mens.” Review en Herald, 23 jan. 1930.{SR1: 77.1}

Een Andere Farao Stond Op

“Daarna stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had.” Exod. 1: 8. Als de eerste Farao, die Jozef (Christus) verhoogde, de leiders in de dagen van de apostelen voorstelde, dan moet de nieuwe Farao de leider van deze tegenwoordige beweging in de tijd dat dit onderwerp bekend werk voorstellen. Merk op dat deze nieuwe Farao Jozef (Christus) niet kende. De betekenis is dat de leiders van deze organisatie het volgen van hun Meester achterwege lieten, “Christus.” Deel 5, blz. 217: “Er komen smartelijke en aanmatigende zonden onder ons voor. Toch is de algemene opinie dat de kerk floreert en dat vrede en geestelijke voorspoed in al haar gelederen voorkomt. De kerk heeft zich afgewend van het volgen van Christus als Leider en is weer op de terugtocht naar Egypte. Toch zijn enkelen gealarmeerd of verbaasd door hun eigen gebrek aan geestelijke kracht. Twijfel en zelfs ongeloof in de Getuigenissen van de Geest van God doortrekt overal onze gemeenten. Dit is Satans opzet. Predikanten die zichzelf prediken in plaats van Christus willen dat zo. De Getuigenissen worden niet gelezen en niet gewaardeerd. Verder uitleg dat de Faraos typen zijn wordt gegeven op de laatste bladzijde van deze paragraaf.{SR1: 77.2}

Oversten

“Daarna stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef

77

niet gekend had.” En hij zie tot zijn volk: Ziet, het volk der kinderen Israëls is veel, ja machtiger dan wij: ….En zij zetten oversten der schattingen over hetzelve, om het te verdrukken met hun lasten; want men bouwde voor Farao schatsteden, Pitom en Raämses. Maar hoe meer ze het verdrukten, hoe meer het vermeerderde, en hou meer het wies….En de Egyptenaars deden de kinderen Israëls dienen met hardigheid; Zodat zij hun het leven bitter maakten met harden dienst, in leem en in tichelstenen, en met allen dienst op het veld.” Exod.1: 8-13.{SR1: 77.3}

“De kinderen Israëls,” zei Farao,” zijn te sterk en machtiger dan wij. Laat ons wijselijk handelen en hun kracht verminderen.” Dus werden zij (Israëlieten) geworven van de schaapskooi naar de steengroeven, en het veld, maar dit verminderde hun krachten niet. Farao zei:” laten we oversten der schattingen over hen stellen om hun moe te maken.” Let op het gebruik. Farao is de koning, degene die regeert. De oversten konden in dit geval niemand anders zijn dan een groep predikanten waarnaar verwezen wordt in Deel 5, blz. 178= Volume 5, page 217: “Twijfel en zelfs ongeloof in de Getuigenissen van de Geest van God doortrekt overal onze gemeenten. Dit is Satans opzet. Predikanten die zichzelf prediken in plaats van Christus willen dat zo. De Getuigenissen worden niet gelezen en niet gewaardeerd.”{SR1: 78.1}

Het spreekwoord van de Zevende Dags Adventisten is niet langer: “iedere Zevende Dags Adventist een zendeling; iedere zendeling een predikant,” zoals het voorheen was. Maar, hoeveel per hoofd? Of heb je, je budget gehaald? In plaats van Heb je enkele zielen naar Christus gebracht? Zijn je kerkleden dichter bij Hem? Er wordt hier niet bedoeld dat Christenen niet hoeven te geven voor de ondersteuning van de zaak. We horen te geven, en moeten nog blijmoediger geven dan we in het verleden gegeven hebben, maar onze geschenken horen te komen van een gewillig hart, en niet van het resultaat van zweepslagen. Het volk moet gevoed worden met geestelijk voedsel zodat ze de behoefte zouden voelen van geven zonder te zwichten voor het onderwerp.{SR1: 78.2}

Toen Mozes op het punt stond het heiligdom te bouwen in de woestijn, beval God hem zeggende: “Spreek tot de kinderen van Israel, dat ze Mij een hefoffer brengen: Van ieder wiens hart vrijwillig is zult gij het nemen ten hefoffer des Heeren.” Mozes was opdracht gegeven

78

alleen van hen een hefoffer te nemen wiens hart gewillig was te geven. We worden verteld door de Geest der Profetie dat predikanten niet al hun inspanningen en tijd in de kerk moeten steken. Leden moeten niet iedere sabbat een preek verwachten. Predikanten moeten zich eerder bezig houden met het werken voor buitenstaanders. Lees Volume 9, page 140. Hebben we acht geslagen op deze instructies? Bijvoorbeeld: we hebben puntentotalen van predikanten in Los Angeles en directe omgeving, maar hoeveel publiekelijke inspanningen hebben we? Het was een korte tijd geleden bekend gemaakt dat er slechts twee waren. Het is al enige jaren zo geweest. Wat doen deze predikanten dag in dag uit, en week na week? Het schijnt dat ze niets anders doen dan zes dagen per week een preek voorbereiden om op de sabbat te prediken, en dan is het of iets om te verkopen, of een speciaal budget dat moet opgehaald worden.{SR1: 78.3}

Hoeveel preken die gepredikt zijn, die mensen aandringen om geld te geven, of iets te kopen om de zaak te ondersteunen, lezen we over in de Bijbel? Niet één. We hebben het huis van God vervuild met handelswaar zelf of sabbatmorgen, waarvan de uren gewijd zijn als een dag van rust om God te aanbidden. Volume 1, pages 471, 472: “ Een grote fout is gemaakt door sommigen die tegenwoordige waarheid belijden, door het invoeren van handel in vorm van een serie bijeenkomsten, en door met hun handelen de aandacht van het onderwerp van de bijeenkomsten afleidend. Als Christus nu op aarde was, zou Hij deze venters en handelaren uitdrijven, als het nou predikanten of mensen waren, met een gesel van smalle koorden, zoals toen Hij de oude tempel binnenging….Predikanten hebben op de kansel gestaan en de meest plechtige verhandeling gepredikt, en dan door het invoeren van handel, en deel hebben als een verkoper, zelf in het huis van God, hebben ze de gedachten van hun luisteraars, afgeleid van de ontvangen indrukken, en de vruchten van hun werk vernietigd… Hun tijd en kracht zou bespaard moeten worden, zodat hun inspanningen grondig konden zijn in een serie bijeenkomsten. Hun tijd en kracht zouden niet getrokken moeten worden om boeken te verkopen, als ze op gepaste wijze aan het publiek gebracht kunnen worden door hen die niet de last hebben van het prediken van het Woord [colporteur].{SR1: 79.1}

“’Er staat geschreven, Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden, maar

79

u hebt het tot een rovershol gemaakt.’ Deze handelaren zouden als een verontschuldiging aangevoerd hebben, dat de artikelen die ze te koop aanboden ten offer waren. Maar hun doel was om winst te maken, om middelen te verkrijgen, te vergaren.”—Id p. 472.{SR1: 79.2}

Onze Conferentie is niet onwetend betreffende de instructies hier gegeven, en het kwaad dat bedreven wordt in de kerken. Tijdens de herfst vergadering gehouden in Milwaukee, Wisconsen, in 1923, werd het vraagstuk van boekenverkoop op de sabbatdag naar voren gebracht in verband met andere zaken, en het volgende voorstel werd aangenomen en gepubliceerd: “ Dat alle campagnes voor de promotie van tijdschriften of boekverkoop op de sabbatdag uitgesloten worden en dat zij die verantwoordelijk zijn voor de promotie van deze campagnes verwezen worden naar de methode van huis tot huis aanspreken door het bezoeken van comités die in verband staan met campagnes voor literatuur verkoop: {SR1: 80.1}

“Dat we onze uitgevershuizen uitnodigen om voorzichtigheid te betrachten bij het verspreiden van onze mensen ten gunste van het publiceren van projecten aan huis, en om zich te onthouden van het sturen van zaken van functionarissen naar de kerken om gepresenteerd te worden op de sabbat, met voorafgaande maatregelen met de lokale, Unie en Generale Conferentis.”—Milwaukee Autumn Concil, Oct. 917, 1923. Review en Herald van 22 Nov, 1923. Lees Volume 9, blz. 260.{SR1: 80.2}

We lezen in Testimonies to Ministers, blz. 277: “Een vreemd ding is in onze kerken gekomen. Mannen die in verantwoordelijke posities geplaatst zijn, zodat ze wijze helpers voor hun medearbeiders kunnen zijn, zijn tot de slotsom gekomen dat ze als koningen en heersers in de kerken zijn geplaatst om tot een broeder te zeggen: Doe dit; tot een andere : Doe dat en tot nog een andere: Zorg ervoor dat je op zo en zo een manier werkt.” Aldus heeft Farao het volk verdreven na de schaapskooi naar de steengroeve, of het veld. De oversten, die de opdracht heeft gehad het werk te overzien, drijft de stenen (de budgetten) en mat het volk af. Aan de bestaande zonden in de kerk wordt voorbij gegaan en het kan niemand schelen. Zij die de verkeerdheden bestraffen halen zich hun afkeuring op de hals. In Volume 3, blz. 266, pratend over de toestand van de kerk in de tijd van de verzegeling (markering) van de 144.000, en de slachting in de kerk, lezen wij:

80

“Zij die hun deze verkeerdheden hebben verontschuldigd zijn door het volk geleerd om heel beminnelijk en liefdevol te zijn in opstelling, gewoon omdat ze vermeden hebben een ronduit Schriftelijke taak te vervullen. De opdracht was niet in overeenstemming met hun gevoelens, daarom hebben ze het vermeden.”{SR1: 81.1}

Geen Stro Meer Verschaffen

“Daarom beval Farao, ten zelfden dage, aan de aandrijvers onder het volk, en deszelfs ambtlieden, zeggende: Gij zult voortaan aan deze lieden geen stro meer geven, tot het maken der tichelstenen, als gisteren en eergisteren; lat hen zelven heengan, en stro voor zichzelven verzamelen. Toen gingen de aandrijvers des volks uit, en deszelfs ambtlieden, en spraken tot het volk zeggende; Zo zegt Farao: Ik zal ulieden geen stro geven. Gaat gij zelve heen, haalt u stro, waar gij het vindt; doch van uw dienst zal niet verminderd worden.” Ex. 5: 6, 7, 10, 11.{SR1: 81.2}

Farao zal geen stro meer verschaffen: Dat wil zeggen, hij zal geen hulp meer verschaffen, maar het volk moet dezelfde hoeveelheid stenen produceren. In het begin van deze organisatie (Zevende dag Adventisten), waren de instituten van de kerkgenootschap, de sanatoria en de hospitalen gebouwd voor het doel van zorgen voor ons eigen volk (leden van de kerk). Nadat er een diagnose was gesteld over de zaak van de patiënt, de oorzaak bekend was gemaakt, met instrukties, moest er hulp en behandeling gegeven worden. Deze hulp moest gegeven worden of ze nou in staat waren veel, weinig of niets te betalen. Dat is het werk van de goede Samaritaan. {SR1: 81.3}

“In eerdere nummers van Getuigenissen aan de gemeente, heb ik gesproken over het belang van het oprichten van een instituut door de Zevende dags Adventisten ten gunste van de zieken, speciaal voor de lijdende en zieken onder ons. Ik heb gesproken over de mogelijkheid van onze eigen mensen, als punt van middelen om dit te doen, en heb met het oog op het belang van dit onderdeel van het grote voorbereidingswerk om te Heer te ontmoeten, erop aangedrongen… {SR1: 81.4}

“Toen ik hen zag die de leiding hadden, in de gevaren zag lopen die mij getoond waren, waarvan ik ze in het openbaar gewaarschuwd had, en ook in privé gesprekken en brieven, kwam er een verschrikkelijke last over me. Dat wat me getoond was als een plaats waar de lijdende zieken, onder ons geholpen konden worden, was er een waar offer, gastvrijheid, geloof, vroomheid

81

de heersende principes zouden zijn. Maar toen ongekwalificeerde oproepen werden gemaakt voor grote sommen geld, met de bewering dat genomen aandelen grote percentages zouden opbrengen; toen de broeders die functies bekleden in de instituten meer dan gewillig waren om grote beloningen te ontvangen dan hen die tevreden waren met andere en even belangrijke stationen in de grote zaak van waarheid en reformatie; toen ik met pijn vernam dat om het instituut populair te maken bij hen die niet van ons geloof waren, en om hun klandizie te verzekeren, een geest van compromis snel grond verwierf bij het Instituut opgericht bij het gebruiken van Mr.; Mej., en Mevr., in plaats van Bro. en Zuster en in populaire vermaak, waarin iedereen kon deelnemen in een soort van gelijkwaardig onschuld ronddartelen; toen ik deze dingen zag, zei ik: Dit is niet dat wat mij was gewezen als een instituut voor de zieken, welke de buitengewone zegeningen van God zou delen. Dit is een ander ding. En toch werden berekeningen voor nog uitgebreidere gebouwen gemaakt, en werden oproepen gedaan waar aangedrongen werd voor grotere sommen geld. Zoals het toen geleid werd, kon ik het instituut in zijn geheel, als een vloek achten… {SR1: 81.5}

“Velen die als nederige, toegewijde, vertrouwde Christenen naar Battle Creek kwamen, vertrokken als bijna ongelovigen. De algemene invloed van deze dingen veroorzaakte vooroordeel tegen de gezondheidshervorming in heel veel van de meest nederige, de meest toegewijde, en de beste van onze broeders en zusters, en vernietigde het geloof in mijn Getuigenissen en in de tegenwoordige waarheid… {SR1: 82.1}

“De broeders die aan het hoofd stonden van dit werk hebben een verzoek bij onze mensen gedaan voor middelen op grond van de gezondheidshervorming als een deel van het grote werk dat in verband staat met de drie engelen boodschap. Hierin zijn ze juist geweest. Het is een zijtak van het grote, menslievende, vrije,opofferende,liefdadigheids werk van God. Waarom moeten de broeders dan zeggen dat ‘Aandelen in het Gezondheids instituut een groot percentage zal betalen, het is een goede investering, een betalend ding? Waarom niet ook praten over aandelen in de Uitgevers Associatie die een groot percentage betalen? Als dit twee vertakkingen zijn van hetzelfde afsluitingswerk van voorbereiding van de komst van de Zoon des mensen, waarom niet? Of waarom ze niet beiden zaken van vrijheid maken? De pen en de stem

82

die zich richtte tot de vrienden van deze zaak ten gunste van het uitgeversfonds, bevatte niet zulke aansporingen.” Vol. 1, blz 63336.{SR1: 82.2}

Hoe meten onze instituten zich nu aan dit lijnrechte getuigenis? Kunnen we zeggen dat ze, menslievende, vrije, opofferende,liefdadigheids instituten zijn? Luister naar de enorme voordelen die ze maken. Een presentatie is hier gemaakt van het jaarverslag van St. Helena Sanitorium, zoals het verscheen in de Pacific Union Recorder van 25 april 1929. “De nota’s die betaald moesten worden, waren aan het einde van 1925 $60, 044 (de centen zijn hier niet gegeven). In 1926 waren ze gereduceerd naar $49,031; in 1927 naar $36,321; en aan het einde van 1928, waren ze gedaald tot $26,415. Ze waren in drie jaren gedaald van $60,000 tot 33, 629. Inkomsten, vastgelegd en lopend aan het einde van 1928, $371,105. De lasten $45,809. Er is een daling in de lasten van bijna $5, 000. Contanten in handen aan het einde van 1928, $10,749. Huidige waarde, $325,296… Het bruto inkomen, $456,258. Het netto inkomen $437,284. Het gemiddelde dagelijks bezoek van patiënten was 85+ en het inkomen van patiënten bedroeg $261,363. De netto winst $10.439,39.”{SR1: 83.1}

Hoe kan het mogelijk zijn voor een instituut om zelf enig liefdadigheidswerk te doen en toch $111,988 van haar huidige waarde ontvangen in een enkel jaar? Merk op: Huidige waarde $328, 296. Netto inkomsten, $437,284 in 1928. Maar dit is niet het ergste. Onze broeders zijn zo blind geworden dat ze denken dat deze enorme winsten hun tot eer strekken voor hun wijze management, en scheppen erover op, en zeggen dat het sanatorium de zon toelacht. Waarlijk onze God wist wat Hij zei toen Hij zei dat de Laodicenzen blind zijn, ellendig, jammerlijk, en arm en naakt, hoewel ze denken dat ze rijk en verrijkt zijn en aan geen ding gebrek. Bekijk de tegenstelling van opscheppen tussen de Laodicensen en andere instituten waarvan sommige vaak denken dat de duivel hun leider is. Volgend is het jaarverslag van een zending in Los Angeles over het corresponderende jaar, 1928: Deze onderdelen worden gratis gegeven voor de behoeftigen. “Het jaarverslag over het jaar eindigend 31 dec. 1928, toont 527,481 maaltijden opgediend; 137,287 verblijven ingericht; wasserette, 53,334 stuks; kapper,

83

20,394; Bad, 12, 339; kledingstukken uitgedeeld, 32, 541; 1791 schoenen gerepareerd, werkgelegenheid verschaft voor 9, 204 personen; medische hulp verleend aan 3, 117; terwijl het verslag van de kapel toont dat gedurende het jaar 15, 340 personen verlossing beleden in de dagelijkse bijeenkomsten die vanaf 11 uur ‘s morgens tot 11 uur ‘s avonds doorlopend worden verstrekt door groepen van uit de kerken van verschillende kerkgenootschappen.” (Gekopieerd uit een krant uit Los Angeles.){SR1: 83.2}

Is de duivel liefdadiger geworden dan Christus? Waarom zijn we gaan slapen? Zijn het dollars en centen die de Heer wil? Vernietigen deze dingen het vertrouwen niet van het publiek in het volk van God? Voegen deze dingen toe of verminderen ze de vruchten van onze arbeid? Vertegenwoordigen we God en dragen we de drie engelen boodschap aan de stervende wereld? Is Christus onze patroon en voorbeeld? Waarom hebben we de duivel toegestaan ons te verleiden? Is dit niet een oproep om het volk van God tot een Christelijke dienst op te wekken? Hoe lang zullen we in slaap blijven? Het is al slecht genoeg dat Gods volk iemand die niet in het geloof is afwijst van het ontvangen van de liefdadigheid Gods door de hand van Zijn volk, maar het is duizend maal erger om een van Israel af te wijzen, hij die mee gaat doen en opoffert met het volk van God, trouw in het betalen van tienden en offers zoals de Heer heeft voorzien. Als God toestaat dat armoede zo iemand overkomt, door ziekte of ouderdom, wat doen wij met hem? Sturen we ze weg en zeggen we God zegen u? Is de plaatselijke ziekenhuis voor Gods volk en Gods hospitaal voor geld verdienen? Is de plaatselijke boerderij voor Gods volk, daar met de goddelozen, en met het onreine daar op hun tafel, als we geloven vanuit een godsdienstig standpunt, te midden van godslastering, varken en tabak? Is dit het soort plaats voor het kind van God, en de tempel van de Heilige Geest volgens ons geloof? Wat voor soort antwoord zullen we Hem geven wanneer Hij komt?

Zullen we de woorden horen: “Welgedaan, mijn goede en getrouwe diensknecht,” zoals we lezen in Matt. 25: 35, 36? “Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en gij hebt mij geherbergd. Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen.” Zal dit gezegde de onze zijn, of zullen we

84

ons aan de linkerhand bevinden met de verschrikkelijke vloek zoals in de verzen 4143, 46: “Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is. Want ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig gewest, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij niet geherbergd; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed; krank en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht. En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.”{SR1: 84.1}

Citaat Vol 1, blz. 639: Vroeg in 1850 werd deze broeder een sabbat vierder, en vanaf die datum droeg hij vrijgevig bij aan de verschillende ondernemingen die zijn ondernomen om de zaak te doen vooruitgaan, totdat hij in armoede verviel. Maar toch toen de dringende, onvoorwaardelijke oproep kwam voor het Instituut, kocht hij aandelen voor het bedrag van honderd dollar. Bij de bijeenkomst te…. bracht hij de zaak van zijn echtgenote naar voren, die erg zwak is, en die geholpen kan worden, maar zo snel mogelijk geholpen moet worden als dat ooit het geval is. Hij vertelde ook zijn omstandigheden, en zei dat als hij over de honderd dollar kon beschikken die in het Instituut was, hij zijn vrouw daarnaar toe kon sturen om behandelt te worden, maar zoals het nu was, kon hij dat niet. We beantwoorden dat hij nooit één dollar had moeten investeren in het Instituut, dat er een misstand in de kwestie was, waar we niets aan konden doen, en daar hebben we de kwestie laten varen. Ik aarzel niet om te zeggen dat deze zuster behandeld zou moeten worden door het Instituut, op zijn minst een paar weken gratis. Haar echtgenoot is in staat niets minder te doen dan haar reis van en naar Battle Creek betalen.” Hebben we in deze tegenwoordige tijd zulke gevallen? Behandelen we deze mensen zoals sommige boeren met hun paarden handelen? Hij zorgt goed voor het paard wanneer het jong is en zijn werk doet, maar wanneer het beest oud en zwak wordt, jaagt hij het weg in het open veld in het winters weer, juist in de tijd dat het arme paard de beste zorg nodig heeft. Zijn wij niet zoals deze hardvochtige boer die zijn paard in het wintersweer verhongerd, met vorst op de rug van het uitgeputte beest, om te bezuinigen op een paar bundels stro? Wreed is het niet? Het is aan de lezer om te antwoorden op deze vraag. {SR1: 85.1}

85

Vroedvrouwen

“Maar hoe meer ze het verdrukten, hoe meer het vermeerderde, en hoe meer het wies; zodat zij verdrietig waren vanwege de kinderen Israëls….En de koning van Egypte sprak tot de vroedvrouwen, …En hij zeide; Wanneer gij de Hebreïnnen in het baren helpt, en ziet haar op de stoelen; is het een zoon ,zo doodt hem; maar is het een dochter, zo laat haar leven!” Ex. 1: 12, 15, 16. De “vroedvrouwen,” stellen de schoolleraren van de kerk voor, die de kinderen verzorgen in het opvoedingssysteem. U kunt zich afvragen, is het mogelijk dat de duivel zou trachten de onderwijzers te misleiden om de geest van de kinderen te vergiftigen? De duivel laat niet een touwtje los. Er wordt hier een verwijzing gemaakt naar: “the Home and School Journal of Christian Education, van december 1929 uitgegeven door de Generale Conferentie van Zevende dags Adventisten, Washington, D. C. en iedere leraar in het kerkgenootschap wordt verondersteld een abonnee van dit tijdschrift te zijn. Het bovenvermeld nummer is vol kerst verhalen, kers vieren en kerst programma’s en geschenken, welke wij leraren zouden moeten doorgeven aan de kinderen. Aangezien het te lang is om het allemaal te citeren, zijn alleen de laatste zin en de slotwoorden onder hoofdstuk “Wat Kerst Altijd Mag Betekenen,” hier geciteerd; “ En over het algemeen, een doop van de werkelijkheid, eenvoud en oprechtheid in het vieren van ’s werelds belangrijkste geboortedag.” Denk over deze woorden na beste lezer. Een Zevende dag Adventisten krant, uitgegeven door de Generale Conferentie die ’s werelds belangrijkste afgoden dag verhoogt tot de geboorte dag van Christus en het overhandigt aan de leraren van het kerkgenootschap. {SR1: 86.1}

“Doch de vroedvrouwen vreesden God en deden niet, gelijk als de koning van Egypte tot haar gesproken had, maar zij behielden de knechtjes in het leven.” Ex. 1: 17. Hier hebben we een goed symbool en laat ons zeggen Amen voor de leraren. “Ze vreesden God.” Wij moedigen u aan om uw kinderen te zenden naar de school van het kerkgenootschap, want het is de beste plaats voor hen. “ De naam van de een was Sifra, en de naam van de ander was Pua.” Vers 15. De betekenis van deze namen zijn: Schoonheid en pracht.” Zo is het inderdaad. Het zou onmogelijk geweest zijn voor twee vroedvrouwen

86

om de grote schare vrouwen te bedienen, maar het feit is, dat er maar twee waren. De reden hiervoor is om het symbool volmaakt te maken, twee klassen onderwijzers voorstellend, mannen en vrouwen, “schoonheid” en “pracht.”{SR1: 86.2}

Mannelijke Kinderen In De Nijl

“Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed; en dat volk vermeerderde, en het werd zeer machtig. Toen gebood Farao aan al zijn volk zeggende: Alle zonen, die geboren worden, zult gij in de rivier werpen, maar al de dochteren in het leven houden.” Ex. 1: 20, 22. Het hoofddoel van Farao’s complot was niet het verminderen van het volk in getal. Was dit zijn doel geweest, dan zou hij de vrouwen gedood moeten hebben, want in die dagen beoefenden zij polygamie. Had hij de opdracht gegeven om de vrouwelijke kinderen in de rivier te gooien en de mannelijke te behouden, dan zou hij zijn doel bereikt hebben, en ook toegevoegd hebben aan zijn slaven, want het waren de mannen die de stenen produceerden. We lezen in Patriarchen en Profeten, blz. 210 = Patriarchs and Prophets, page 242: “In dit alles was satan de aanstoker. Hij wist dat er een Bevrijder uit Israël zou opstaan, en door de koning ertoe te brengen hun kinderen om te brengen, hoopte hij Gods plant te doen mislukken.” Dit was het onderwerp van de hele affaire. Omdat dit een symbool is zal de toepassing nu gemaakt worden.{SR1: 87.1}

Testimonies to Ministers, page 475, onder het hoofdstuk getiteld: “Laat de hemel leiden.” Lezen wij: “Profetie moet in vervulling gaan. De Heer zegt: ‘Zie, Ik zal u de profeet Elia zenden voordat de grote en vreselijke dag des Heren komt.’ Iemand zal komen in de geest en in de kracht van Elia, en wanneer hij verschijnt, kan men zeggen: ‘U bent te ernstig, u legt de Schriften niet op de juiste wijze uit. Laat mij u vertellen hoe u uw boodschap moet verkondigen.” Geen duidelijkere bewering kan zijn gemaakt dan dezen, dat we moeten uitkijken naar een profeet, of een boodschap in de nabije toekomst. Als dit een geïnspireerde bewering is, dan schijnt het de taak van de wachters op de muren van Sion te zijn, om het volk te onderwijzen en te instrueren dat er een profeet, of een boodschap is waar men naar moet uitkijken. Maar wat hebben we? Integendeel, is de algemene mening van de gehele kerkgenootschap, “ er komt geen

87

profeet, en nog minder is er een boodschap te verwachten. We hebben alle waarheid, en we hebben geen nodig,” is de strijdkreet vanuit het kamp van Israel. Aldus zien we hoe de oude vijand zijn achterbakse misleiding met de kerk in de tegenwoordige tijd heeft herhaald. Evenals Farao niet bewust was van het eigenlijke doel van zijn opdracht, evenzo door de onwetendheid van de leiders, heeft de doortrapte misleider getracht de profeet, of de boodschap tot hervorming voor de tegenwoordige tijd te doen verdrinken. Aldus bewijst het in ieder facet dat de ervaring van Israel in Egypte een foto is van Israel, de werkelijkheid. Als een profeet, of zelf een boodschap zou komen, is de kerk nog niet gereed een van beiden te accepteren. Het resultaat zal het zelfde zijn zoals het was met de Joodse natie en de komst van Christus. Hoe verschrikkelijk de gedachte. “ Terwijl het voor de Egyptenaren in het belang van het koninkrijk scheen om deze mensen in ballingschap te houden, was de werkelijke bedoeling achter dit alles de vastberadenheid van satan, de macht van de draak (Jes. 51: 9), om het volk van Israel in de slavernij van de zonde te houden, en het hervormingswerk te vóórkomen, waartoe God Zijn Hand had gezet, toen de tijd van de profetie naderde.” Review and Herald, 23 januari, 1930.{SR1: 87.2}

Hoe Verdronken

Heeft de duivel enkele van de mannelijke kinderen doen verdrinken in deze tijd in de rivier de Nijl? Waar zijn de mannen in dit kerkgenootschap? Ze moeten in de rivier de Nijl zijn, want het is een symbool van de zonden in de wereld, en dat is waar we over het algemeen de mannen vinden; en de vrouwen in de kerk. De vraag mag gesteld worden, Wat heeft de mannen uitgezeefd? De Geest der Profetie leert dat wij erop moeten toezien dat er werkgelegenheid wordt verzorgd voor nieuwkomers in de kerk, zodat het voor hun mogelijk wordt gemaakt om de Sabbat te houden. Ook om te zorgen voor de zieken en de armen onder ons. Deze opdracht is in het geheel veronachtzaamd, met het resultaat dat de mannen uit de kerk gezeefd worden. Mannen houden evenveel als de waarheid als vrouwen, maar zo gauw als ze de waarheid horen beginnen ze te informeren over dingen. Meteen rijst het probleem op, en de vraag wordt gesteld, Hoe kan ik de Sabbat houden en toch mijn functie houden?Als ik mijn functie laat gaan, kan ik verzekerd zijn van een andere? Zal de kerk

88

me helpen iets te vinden om te doen? Zal de kerk in geval van nood, zoals voedseltekort, kleding of in geval van ziekte, assistentie verlenen? Al deze vragen worden meteen beantwoord met: NEE. Het resultaat is, het besluit wordt gemaakt en de waarheid wordt afgewezen. {SR1: 88.1}

Als de kerk enige bemoediging had bezorgd volgens deze methode, zou deze houding niet zijn genomen door deze nieuw geïnteresseerde partijen, en het resultaat zou zijn geweest dat de mannen evenals de vrouwen in de kerk zouden zijn geweest. Daar mannen de kostwinner zijn, zou de stijging van tienden en offeranden niet berekend worden, en de kleine uitgaven in bijstand, zou slechts in vergelijking een fragment zijn. Een uitzendbureau zou een grote hulp zijn voor het kerkgenootschap. Er zou niet alleen arbeid gewaarborgd zijn voor mensen buiten de organisatie, maar het werk onder Adventisten zou zijn gewaarborgd door Adventisten. Zo worden de mannen “geworpen,” in de wereld (“ Nijl”), maar de vrouwen worden (“in leven”) gelaten in de kerk.{SR1: 89.1}

Mozes Gevonden Door Prinses

Ex. 2: 2, 3 citerend: “En de vrouw werd zwanger en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden. Doch als ze hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij legde het knechtje daarin, en legde het in de biezen, aan den oever der rivier.”Voorzienigheid leidde de Egyptische prinses naar de rivier om zichzelf te wassen, en nadat ze de ark had gezien, stuurde ze de dienstknecht om het te halen. Ze zag dat de baby huilde, en ze had medelijden met hem. De zuster van de baby stapte naar Farao’s dochter toe en zei: “Zal ik heengaan en u een voedstervrouw uit de Hebreïnnen roepen, die dat knechtje voor u zoge?” Toen de moeder van het kind arriveerde, zei Farao’s dochter tot haar: “ Neem dit knechtje heen, en zoog het mij.” En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Faroa’s dochter in de leeftijd van 12jaar en de prinses noemde hem “Mozes.” De les hier is, dat ondanks al de satanische complotten, het onmogelijk zou zijn om het goddelijke doel te verijdelen.{SR1: 89.2}

89

Mozes zijn Keuze

Daar Mozes (het type) de hoogste onderwijzing die het hof van Farao kon bieden had ontvangen, was hij nadat hij volwassen was geworden gedrongen een van de twee dingen te kiezen; of de troon van Egypte, of te kwelling te ondergaan met de kinderen van Israel. Evenzo, ontvangen de moderne Mozes (het antitype) de hoogste onderwijzing die het kerkgenootschap kan bieden; (wanneer volwassen) onderwijzing ten einde, “professor.”{SR1: 90.1}

Moderne Mozes is ook zo gedrongen één van twee dingen te kiezen: Of professor in de wereld (Egypte) met een geweldig inkomen, roem en de plezieren der zonde voor een seizoen; of te werken voor het kerkgenootschap, met een klein salaris en kwelling ondergaan met de kerk (de kinderen van Israel). Daar Mozes (het type), het laatste verkoos, evenzo verkiest Mozes, het antitype te blijven met het kerkgenootschap., “ De grotere rijkdom van de afkeuring van Christus hoger achten dan de schatten van Egypte.” We worden verteld, dat de statistieken tonen dat 90% van de kinderen die naar de scholen van het kerkgenootschap gaan trouw blijven aan de boodschap. Dit bewijst dat de les die hier geleerd is correct is.{SR1: 90.2}

Mozes zijn Misvatting

“En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot geworden was, dat hij uitging tot zijn broederen,….en hij zag, dat een Egyptisch man een Hebreeuwsen man sloeg,….hij versloeg den Egyptenaar en verborg hem in het zand. Des anderen daags ging hij wederom uit en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte; Waarom slaat gij uw naaste? Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood heeft? Toen vreesde Mozes,…doch Mozes vlood voor Farao’s aangezicht, en woonde in het land Midian.” Ex. 2: 1115.{SR1: 90.3}

Mozes, meende dat hij de kinderen van Israel gewapenderhand moest bevrijden, daarom stroopte hij zijn mouwen en vervulde zijn plicht. Mozes zijn misvatting omtrent de methode die gebruikt moest worden in de bevrijding van Israel was niet het enige verkeerde aan de man. Als dat de wijze was waarop hij begreep dat Israel haar vrijheid zou verkrijgen, schoot hij tekort om het plan uit te voeren. Zijn probleem was niet door een tekort aan onderwijs, of training als een generaal in het leger, dat hij faalde om dit

90

project uit te voeren, maar omdat hij te lafhartig was en bang was voor Farao. Als dit niet de oorzaak van zijn tekort schieten was, waarom dan slechts één Egyptenaar doden, hem in het zand begraven en nadat het bekend was gemaakt, vluchten en Israel verlaten om in slavernij onder te gaan? Als zijn voornemen of begrip was om Israel tegen de legers van Egypte te voeren, zou hij de Egyptenaar niet moeten hebben begraven in het zand, maar hem open op de grond hebben gelaten als een voorbeeld om dan achter anderen aan te gaan. Mozes maakte een dubbele fout door te kort te schieten om zijn voorgenomen plan uit te voeren.{SR1: 90.4}

Deze ouden Mozes is een figuurlijke voorstelling van de moderne Mozes (huidige leiderschap). Daar Mozes zijn mislukking niet vanwege een tekort in training was, maar vanwege een verkeerd begrepen idee over de wijze hoe uit te voeren, zo ook met het leiderschap nu. Zoals Mozes faalde om zijn eigen mislukte plan (wat hij veronderstelde dat het een wijs oordeel was)te voltooien, net zo faalt het leiderschap nu op hun beurt. Het doel is geweest, het beëindigen van het werk in deze generatie, welke praktisch voorbij is, en het tempo van de snelheid dat het werk nu gaat, kan het in nog geen 100 jaar beëindigd worden. “We lopen gevaar in het vertrouwen van methoden, organisaties en hoge pressiediensten die op zichzelf genomen, aan het einde, alleen kunnen resulteren in verwarring, ontevredenheid en mislukking.” Review and Herald, Feb., 20, 1930.{SR1: 91.1}

De Toepassing Van Het Type

Als Farao de koning is, degene (het leiderschap) die over het volk heerst, dan is de kerk de “koningen.” Als de kerk de koningin is dan is de school van de kerk, de “prinses.” Egypte is een symbool van de wereld, en de Nijl is een symbool van de zonden van de wereld. Met behulp van de Godvrezende moeder, was Mozes (het type) niet in de rivier de Nijl gegooid. Ook zo met de moderne Mozes, die door de hulp van zijn Christelijke moeder gered is van de rivier de Nijl (de zonde van de wereld), maar wanneer ze hem niet langer kan houden, en hem naar de scholen van het land moet sturen, waar de zonde heerst, vind de schol van de kerk (de “prinses”) hem. En Mozes (het type) ontvangt zijn opvoeding met behulp van de prinses, net zo als de moderne Mozes zijn opvoeding ontvangt door de hulp van de school van de kerk. {SR1: 91.2}

91

Wij hebben, net als Mozes gedacht dat wij Israel door middel van strijd (met behulp man mensen) moeten bevrijden. Net als Mozes, zijn we te lafhartig om iets tot stand te brengen. Het is gezegd door een goede dienaar van God, “Dit is verkeerd in de kerk, en dat is niet goed, en moet gecorrigeerd worden, maar wij kunnen het niet doen.” Waarom? Omdat hij bang is zijn baan kwijt te raken. Maar wat zullen wij doen? Werken voor God en in Hem vertrouwen, of werken voor Farao en vertrouwen in onze baan? {SR1: 91.3}

Citerend uit Deel 5, blz. 7072= Volume 5, pages 8082: “ Maar de dag waarin de kerk gezuiverd wordt, nadert. God zal een rein en getrouw volk hebben. In de grote zifting, die spoedig zal plaatsvinden, zullen wij beter in staat zijn om de kracht van Israel te meten. De tekenen openbaren dat de tijd nabij is waarin de Heer zal laten zien dat Hij de wan in Zijn eigen hand heeft en de dorsvloer grondig zal reinigen…. Zij die vertrouwd hebben op intellect, rede of bekwaamheid, zullen dan niet aan het hoofd van de gelederen staan. Zij hebben geen gelijke tred met het licht gehouden. Dan zal de kudde niet worden toevertrouwd aan hen die ontrouw zijn gebleken. In het laatste ernstige werk zullen weinig groten van naam betrokken worden. Zij zijn verwaand en denken God niet nodig te hebben; God kan hen niet gebruiken. De Heer heeft getrouwe dienaren die in de tijd van beproeving en zifting naar voren zullen komen. Het zijn kostbare zielen, die nu nog verborgen zijn en hun knieën niet voor Baäl gebogen hebben. Zij hebben niet het licht ontvangen dat u zo helder beschenen heeft. Van achter een ruw en onaantrekkelijk uiterlijk kan de zuivere glans van een echt christelijk karakter tevoorschijn komen. …In deze tijd zal in de kerk het goud gescheiden worden van de slakken….Heel wat sterren, die wij om hun schittering bewonderd hebben, zullen dan in duisternis ondergaan….Zij die zwak en aarzelend waren in de kerk, zullen als David zijn—zij zullen bereid zijn en durf hebben….Dan zal de gemeente van Christus verschijnen, “schoon als de maan, stralend als de zon, geducht als krijgsscharen.’….God zal in onze tijd een werk doen dat maar weinigen verwachten. Hij zal onder ons mensen oproepen en verhogen die veeleer hun scholing hebben ontvangen door de zalving van de Heilige Geest, dan door een uiterlijke opleiding van wetenschappelijke instellingen. Deze voorzieningen moeten niet worden veracht of verworpen; zij worden door God verordineerd, maar kunnen alleen voorzien in uiterlijke eigenschappen. God

92

zal laten zien dat Hij niet afhankelijk is van geleerde stervelingen die zichzelf belangrijk vinden.{SR1: 92.1}

Mozes In de Woestijn

“Doch Mozes vlood voor Farao’s aangezicht en woonde in het land Midian…en de priester van Midain gaf Mozes zijn dochter Zipporah tot vrouw….En Mozes hoedde de kudde van Jethro zijn schoonvader, de preister in Midian; en hij leidde de kudde achter de woestijn, en hij kwam aan den berg Gods aan Horeb…. En ziet , het braambos brandde in het vuur, en het braambos werd niet verteerd. En Mozes zeide, Ik zal mij nu daarheen wenden, en bezien dat grote gezicht, waarom het braambos niet verbrandt….God riep tot hem uit het midden van het braambos en zeide; Mozes, Mozes! En hij zeide, Zie, hier ben ik!…En de HEERE zeide: Ik heb zeer wel gezien de verdrukking Mijns volks, het welk in Egypte is….Daarom ben Ik nedergekomen, dat Ik het verlosse uit de hand der Egyptenaren…Zo kom nu, en Ik zal u tot Farao zenden, opdat gij Mijn volk (de kinderen Israëls) uit Egypte voert. Toen zeide Mozes tot God: Wie ben ik, dat ik tot Farao zou gaan…Toen zeide Mozes tot den HEERE: Och Heere! Ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong. ‘Ik ben onrein van lippen, hoe zal Farao naar mij luisteren? En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE? En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren wat gij spreken zult….En de HEERE zeide tot hem: Wat is er in uw hand? En hij zeide: Een staf. En Hij zeide: Werp hem ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang: en Mozes vlood van haar. Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar, en zij wed tot een staf in zijn hand. … Doch hij zeide: Och Heere! Zend toch door de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden. Toen ontstak de toorn des HEEREN over Mozes.” Lees Ex. 2: 15 tot 4:13.{SR1: 93.1}

93

Toepassing van de Les

Deze laatste Mozes is de ongeletterde Mozes. Merk op, hij is zwaar van mond, heeft geen welsprekendheid, is langzaam van tong, en “onrein van lippen” (ongetraind). Hij weet niet hoe Farao te benaderen. Hij deinst terug bij de gedachte te staan voor de grote koning, zoals de kwik daalt door de noordenwind, maar hoewel deze gehandicapt is, durft hij wel; hij is geen lafaard. Hij riskeert zijn leven, want hij werd slechts eenmaal gevraagd om de legendarische slang bij de staart te pakken en hij deed dat. Deze Mozes is geen kroonprins, maar slechts een gewone schaapherder. De herder Mozes is het type man dat een hervorming tot stand zullen brengen en gebruikt zal worden in de “Luide Roep”, die onder de aandacht wordt gebracht in de volgende aanhalingen. Citerend uit Life Sketches, page 245: “God plaatst lasten om minder ervaren schouders. Hij maakt ze geschikt voor zaakwaarneming, te trotseren en ook om risico’s te lopen.” Deel 5, blz. 72: “Hij zal onder ons mensen oproepen en verhogen die veeleer hun scholing hebben ontvangen door de zalving van de Heilige Geest, dan door een uiterlijke opleiding aan wetenschappelijke instellingen.”{SR1: 94.1}

Testimonies to Ministers, page 300: “ Tenzij zij die kunnen helpen in worden geprikkeld tot een besef van hun taak, zullen ze het werk van God niet herkennen, wanneer de luide roep van de derde engel gehoord zal worden. Wanneer licht voortgaat de aarde te verlichten, zullen ze in plaats tot hulp van de Heer te komen, Zijn werk aan banden willen leggen om aan hun bekrompen ideeën te voldoen. Laat mij u vertellen dat de Heer in dit laatste werk zal werken op een manier die verre van de gebruikelijke volgorde van dingen is, en op een wijze die tegengesteld zal zijn aan enige menselijke planning. Er zullen dezulken onder ons zijn die altijd het werk van God willen controleren, om zelf te dicteren welke beweging gemaakt zou moeten worden, wanneer het werk voortgaat onder de leiding van de engel die zich voegt bij de derde engel in de boodschap die gegeven wordt aan de wereld. God zal middelen gebruiken waardoor het gezien zal worden, dat Hij over de eenvoudige middelen die Hij zal gebruiken om Zijn werk van gerechtigheid tot stand te brengen en te volmaken. Zij die tot goede arbeiders worden gerekend zullen nodig dichter tot God moeten gaan, ze zullen de goddelijke aanraking nodig hebben.” Lees ook Jes. 3. “Het zijn

94

geen mannen met geweldige talenten en titels die het meest nodig zijn, zoals het is, maar mannen die groot in geloof, heiligheid, toewijding en liefde zijn. Mannen die groot voor God zijn en groot in eenvoud, getrouwheid, en zelfverloochening, op dezulken Gods boodschap overbrengend, leven en zegeningen voor de mensheid, en voor het vooruitgaan van Zijn koninkrijk in geheel de aarde.” Review and Herald, Feb, 20, 1930.{SR1: 94.2}

De Herdersstaf

De Geest der Profetie zegt in Patriarchen en Profeten, blz. ..= Patriarchs and Profets p. 251, dat de staf van Mozes een symbool was van Gods kracht. De herdersstaf: Kracht van God; de schapen: Gods volk; de herdersstaf is een instrument welke gebruikt wordt om schapen te vangen. De staf in dit geval is een instrument welke gebruikt wordt om mensen te vangen. Wat kan het zijn? Het kan niets anders zijn dan een of andere prachtig, duidelijke helder snijdende Bijbel waarheid die niet kan worden weersproken. Wanneer het is geopenbaard, zal het slangen (mensen) produceren, of bekeerden, door hervorming. Maar de Egyptenaren deden ook hetzelfde, want ze gooien ieder man hun staf neer en ze werden slangen en waarschijnlijk meer in aantal, want iedere man gooide zijn staf neer, maar ze waren vervalst. Symbolen van huichelarij (ontrouwe Christenen(; maar Mozes zijn staf verslond de staf van de Egyptenaren. Een symbool van overwinning voor het ware Israel. Het resultaat is tegenstand, maar het ware Israel wint aan het eind.{SR1: 95.1}

“In Deel 5, blz. 567= Volume 5, p. 696: “Ik werkelijkheid veranderden zij hun staven niet in slangen, maar door hun tovenarij, geholpen door de aartsbedrieger, lieten zij deze op slangen lijken, om zo het werk van God na te bootsen.” Een voorstelling van uiterlijke gelijkenis van Christelijkheid van Zevende Dags Adventisten. Maar men kan zeggen: Wat? Gods volk voorgesteld door een slang? Waarom niet door schapen? Als de nederige en zachtmoedige Christus voorgesteld werd door een koperen slang in de woestijn die Mozes verhoogde voor de kinderen van Israel om naar op te zien, en genezen te worden van de beten van de vurige slangen, dan kan Gods volk ook door slangen voorgesteld worden. Als de staf in een schaap veranderd zou worden zou het, het symbool verpesten, want de 144.000 zullen geen schapen zijn in een schaapskooi waar voor gezorgd wordt door een aardse herder, maar het tegenovergestelde

95

Om deze reden wordt de slang gebruikt als een symbool, hetgeen wijsheid betekend; kan niet bang gemaakt worden (zal niet wegvluchten voor niets; Het tegenovergestelde van schaap). Ze zullen vervuld worden met de Heilige Geest, de boodschap verkondigen en triomfantelijk overwinnen. “En Jakobs overblijfsel, zal zijn in het midden van vele volken, als een dauw van den HEERE, als droppelen op het kruid, dat naar geen man wacht, noch mensenkinderen verbeidt. Ja het overblijfsel van Jakob zal zijn in het midden van vele volken, als een jonge leeuw onder de beesten des wouds, als een jonge leeuw onder de schaapskudden; de welke, wanneer hij doorgaat, zo vertreedt en verscheurt hij dat niemand redde. Micha 5: 7, 8.{SR1: 95.2}

Dood Van De Eerstgeborene

“Verder zeide Mozes: Zo heeft de HEERE gezegd: Omtrent middernacht zal Ik uitgaan door het midden van Egypte; En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao’s eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter den molen is, en alle eerstgeborene van het vee.” Ex. 11: 4, 5. “ En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van den gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten….en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was.” Ex. 12: 29, 30.{SR1: 96.1}

De eerstgeborene, een symbool van een groep van priesterschap, een vertegenwoordiging van Ezechiël 9: 6, laatste gedeelte: “ de oude mannen die voor het huis waren.” “Doodt ouden, jongelingen en maagden, en kinderkens en vrouwen, tot verdervens toe: En zij begonnen van de oude mannen, die voor het huis waren.” “ De eerstgeborenen van het vee” een symbool van Jes. 63: 18 en 64: 1; Num. 26:10.{SR1: 96.2}

In het geval van de zonde van Achan, zei God aan Jozua: “ Ik zal voortaan niet meer met ulieden zijn, tenzij gij den ban uit het midden van ulieden verdelgt.” Hoe staat dit voorbeeld in vergelijking met de koers nagevolgd door hen die hun stem niet willen opheffen tegen zonde en ongerechtigheid, maar wiens

96

genegenheid altijd gevonden worden met hen die het ‘ kamp van Israëls verontrusten met hun zonden? God zei aan Jozua: : Gij kunt niet bestaan voor het aangezicht van uw vijanden, totdat gij de ban uit het midden van u verdelgt.’ Hij sprak de straf uit die zou volgen op de overtreding van Zijn verbond….Toen nam Jozua en gans Israel met hem, Achan, den zoon van Zerah, en het zilver, en het sierlijk overkleed, en de gouden tong, en zijn zonen, en zijn dochteren, en zijn ossen, en zijn ezelen, en zijn vee, en zijn tent en alles wat hij had; en zij voerden ze naar het dal Achor. En Jozua ziede: Hoe hebt gij ons beroerd? De HEERE zal u beroeren te dezen dage! En gans Israel stenigde hem met stenen, en zij verbrandden hen met vuur, en zij overwierpen hen met stenen.” Vol 3, blz. 267268.{SR1: 96.3}

Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Heilig Mij alle eerstgeborenen; wat enige baarmoeder opent onder de kinderen Israëls, van mensen en van beesten dat is Mijn.” Ex. 13: 1,2. Een symbool van een nieuwe priesterschap, en de eerstgeborenen van de beesten een voorstelling zijnde van een ondersteuningssysteem of onderhoud. “ Zou er een geval als Achan onder ons zijn, dan zouden er velen zijn die een deel zouden hebben in het beschuldigen van hen die de rol van Jozua zouden moeten uitvoeren, in het zoeken naar de ongerechtigheid, van het hebben van een slechte, fouten zoekende geest. Met God moet men niet spotten en Zijn waarschuwingen mogen niet ongestraft genegeerd worden door een verdorven volk.” Vol. 3, blz. 270.{SR1: 97.1}

Het Pascha Lam

‘Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan de tiende dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis:…En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden. En zij zullen van het bloed nemen en strijken het aan de beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen….Aldus nu zult gij het eten, uw lenden zullen opgeschort zijn uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand, en gij zult het met haast eten, het is des HEEREN pascha…. En dat bloed zal ulieden wezen tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan; en er zal geen plaag

97

onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.” Ex 12: 313.{SR1: 97.2}

“Al de ceremonieën van het feest waren typen van het werk van Christus. De bevrijding van Israel uit Egypte was een levensles van verlossing, waarvan het de bedoeling was dat het Pascha eraan zou herinneren. Het geslachte lam, de ongezuurde broden, de schoven van eerste vruchten, stelden de Verlosser voor.” Desire of ages, page 77= Wens der eeuwen, blz.: {SR1: 98.1}

Het lam stelt Christus voor. Jes. 53:7.

Het lam geroosterd door vuur, de Geest van God. Gen. 15:17; Hand. 2: 3; Lev.9: 24.

Het eten van het vlees: Christus is ons leven, want” in Hem leven en bewegen wij, en hebben we ons bestaan.” Joh. 6: 53.

De lendenen omgord: De waarheid van God, het Woord. Ef. 6: 14.

De schoenen aan de voeten: De voorbereiding van het evangelie. Ef.6: 15.

De staf in het hand: Het zwaard van de Geest. Ef. 6:17.

Gij zult het met haast eten: Aarzel niet; wees gereed; snelle verlossing. Ex 12: 11.

Ex 12: 34, “ En het volk nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen gebonden in hun klederen op hun schouderen.”

Hun deegklompen is de Bijbel. Ef. 6: 13.

Het deeg is het woord van God dat het bevat. Ezech. 44:30 (het type).

Gedesemd: Onvervalste woord van God en het moet ook zo gehouden worden. Open 22: 18.{SR1: 98.2}

De deegklompen op hun schouderen: Betekend zorg ervoor dat je het gehele Woord van God constant bij je hebt. Zo zult u uit Egypte vertrekken. Ef. 6: 13. “ De gevangenschap in Egypte stelt de gevangenschap van zonde voor.De beloften van verlossing zijn de beloften van het evangelie. De kracht geopenbaard in de oordelen op de goden van Egypte toont de mate van kracht aan die verschaft werd voor de bevrijding van de harde dienst van ‘de god van deze wereld’.” Review and Herald. Jan. 23, 1930.{SR1: 98.3}

Het bloed op de deurposten is het symbool van het “ zegel”, Openbaring. 7; “

98

merkteken.” Ezech. 9 (Open. 7 en Ezech. 9, is hetzelfde merkteken of zegel). Zie Testimonies to Ministers, blz. 445.{SR1: 98.4}

Het bloed aangebracht op de deurposten is om te kennen te geven dat , dat het zegel, of merkteken waardoor de 144.000 verzegeld zullen worden, zichtbaar zal zijn. {SR1: 99.1}

De “deurpost” en het “voorhoofd” hebben beiden dezelfde betekenis. We bedoelen niet te zeggen dat het een bepaald zichtbaar brandmerk is, of merkteken op hun voorhoofden, maar een “zegel” van karakter, principe , of regel; het standaard zijnde van het zuivere Woord van God. Dus brengen ze het bloed aan op de deurposten, en hun broeders in de kerk zouden bewust moeten worden van een verandering.{SR1: 99.2}

De enigen die het zegel kunnen hebben zijn zij die zuchten en kermen over al de overtredingen (zonden) die gedaan worden in de kerk. Maar als sommigen deel nemen en een mantel proberen te gooien over het bestaande kwaad in de kerk, zullen ze zonder het zegel gelaten worden. Lees Volume 5, bladzijden 20712= Deel 5, bladzijden 170174; Volume 3, bladzijde 266.{SR1: 99.3}

De Rode Zee

De Rode Zee is een voorstelling van Jesaja 63. Edom betekend “rood”. “Edom” is Ezau, de tweelingbroer van Jakob. Zijn naam was veranderd naar Edom omdat hij zijn geboorterecht voor een kommetje “rode linzen” had verkocht, en Ezau zelf was rood vandaar dat we de Rode Zee hebben, rode man, rode linzen. Lees Ezau en Jakob, hoofdstuk 3.{SR1: 99.4}

De “zee” is een voorstelling van “mensen”. Openb 17:15.{SR1: 99.5}

Farao en zijn leger: de hoofdaanstichters tegen hervorming.“Egypte had een complexe pauselijke organisatie ontwikkeld. Het was trots op haar godsdienstige instituten: het verachte dit volk Israel, die niet aanbad volgens de populaire godsdienst, en die nu, onder de boodschap van hervorming gepredikt door Mozes, nog duidelijker hun standpunt innamen om de waarheid en de wet van Jehovah te vertegenwoordigen. Review and Herald, Jan. 23, 1930.{SR1: 99.6}

Bozrah: schaapskooi (de kerk). Micha 2:12: Jes. 34:6.{SR1: 99.7}

Edomieten: Zij die hun geboorterecht verkochten om hun eetlust te bevredigen. Zij maken hun maag tot hun god; overtreders van gezondheidshervorming. Voor verdere uitleg zie blz. 156 onder het kopje “ Gekweld omwille van

99

Zijn volk”. “ De gevangenschap in Egypte stelt de gevangenschap van zonde voor. De beloften van verlossing zijn de beloften van het evangelie. De kracht geopenbaard in de oordelen op de goden van Egypte toont de mate van kracht aan die verschaft werd voor de bevrijding van de harde dienst van “de god van deze wereld.” De roemrijke overwinning aan de Rode Zee, is een voorafschaduwing van de overwinning die verzekerd is aan ieder vertrouwend kind van God. Review and Herald. Jan. 23, 1930.{SR1: 99.8}

De Berg Sinai

“In de derde maand, na het uittrekken der kinderen Israëls uit Egypteland, ten zelfden dage kwamen zij in de woestijn Sinai.”… “Toen sprak God al deze woorden zeggende: Ik ben de HEERE, uw God , Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb. Gij zult geen andere goden voor, Mijn aangezicht hebben.” Ex. 19:1; 20:13. Hier is waar de 430 jaren eindigden, beginnend met Abraham die uit Ur ging, Patriachs and Prophets, page 760. Hier is waar Mozes een kerk organiseerde, toen hij zeventig oudsten aanstelde en waar God Zelf toe het volk sprak. De ervaring van Sinai is een symbool van reorganisatie van de kerk, God zelf neemt de leiding over de kudde. We lezen in Volume 5, page 80 = Deel 5, bladzijde 70: “ We zijn geneigd te denken dat waar er geen getrouwe predikanten zijn, er ook geen ware christenen kunnen zijn, maar dit is niet het geval. God heeft beloofd dat waar de herders ontrouw zijn Hij de kudde zelf zal leiden. God heeft de kudde nooit geheel afhankelijk gemaakt van mensen. Maar de dag waarin de kerk gezuiverd wordt; nadert. God zal een rein en getrouw volk hebben. In de grote zifting, die spoedig zal plaatsvinden, zullen wij beter in staat zijn om de kracht van Israel te meten.” {SR1: 100.1}

Een Nieuwe Naam Gegeven Aan De Kerk

“En schrijf aan de engel van de Gemeente der Laodicenzen: … Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt noch heet; och, of gij koud waart, of heet! Zo dan omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal uit Mijn mond spuwen. Openb. 3: 1416.

100

Merk op dat het bestaan van de huidige naam—“ Zevende dags Adventisten” , voorwaardelijk is, anders zal de naam uit Zijn mond gespuwd worden. “ En de heidenen zullen uw gerechtigheid zien, en alle koningen uw heerlijkheid; en gij zult met een nieuwen naam genoemd worden, welken des HEEREN mond uitdrukkelijk noemen zal. Jes. 62:2. “ En gijlieden zult uw naam Mijns uitverkorenen[ 144.000] tot een vervloeking laten; en de Heere HEERE zal ulieden doden, maar Zijn knechten zal Hij met een anderen naam noemen. Jes. 65: 15. Lees Testimonies to Ministers , page 300.{SR1: 100.2}

Dit is waar Jesaja’s profetie in hoofdstuk 52: 1, zal worden vervult: “ Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! Trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen.” Lees ook Jes. 4. Zef. 3:13: “ De overgeblevenen van Israel zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen en niemand zal hen verschrikken.”{SR1: 101.1}

“ De overgeblevenen van Israel zullen geen onrecht doen.” Deze profetie heeft nog nooit eerder haar vervulling gevonden in de geschiedenis van de kerk, want er zijn altijd onreinen in haar midden geweest; maar laat ons God danken voor zijn edelmoedige belofte. De boekrol ontvouwt zich. Zullen we tot God bidden dat wij niet van de weg afvallen wanneer we de draai maken? “Gekleed met de wapenrusting van Christus gerechtigheid, nadert de kerk de laatste strijd. Schoon als de blanke maan, stralend als de zon en verschrikkelijk als een leger met banieren, gaat zij voort in de wereld, overwinnende en overwinnend.” Profeten en Koningen, page 725.{SR1: 101.2}

Wat Is Het Getal Van Israel ?

Het is duidelijk geweest dat Israel naar het vlees een foto is van Israel naar de belofte. In de Exodus beweging, gingen alle stammen uit Egypte. Als dit een foto is van Israel door de belofte, dan moeten nu al de stammen evenzo ook eruit komen. Twaalf stammen moeten aan de vernietiging van Ezechiël 9 (dood van de eerstgeborene) ontkomen, en Jesaja 63 (De Rode Zee). Het getal van hen is gezegd te zijn 12000 uit iedere stam, het een totaal makend van 144.000. Om de reden dat

101

ze door dezelfde ervaring gegaan zijn als het oude Israel, zingen zij (144.000) een nieuw lied van Mozes en het Lam. “ Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijner kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heiligen Geest in het midden van hen stelde? Die den arm Zijner heerlijkheid heeft doen gaan aan de rechterhand van Mozes; Die de wateren voor hunlieder aangezichten kliefde opdat Hij Zich een eeuwigen Naam maakte? Die hen leidde door de afgronden; als een paard in de woestijn, struikelden zij niet? Gelijk een beest, dat afgaat in de valleien, heeft hun de Geest des Heeren, rust gegeven. Alzo hebt Gij uw volk geleid, opdat Gij u een heerlijken Naam zoudt maken.” Jes. 63: 1114. Dit schriftgedeelte kan niet naar een ander gezelschap verwijzen dan die ene waar we over spreken.{SR1: 101.3}

Wat Vormt Het Overblijfsel ?

De definitie van “overblijfsel” is: Dat wat overgebleven is na de scheiding, verwijdering , of vernietiging van een deel. (Standaard Woordenboek). Het begin van de kerk van Christus in de dagen van de apostelen was niet een grote “onverschrokken”?????” net begonnen zicht te ontvouwende, kleiner en kleiner wordend door de eeuwen heen, en nu , aan het eind van de geschiedenis van de kerk zijnde, het kleinste deel zijn, of dat wat ervan over is. Maar in tegendeel, begon de kerk toen net te lopen, en had maar een heel klein begin. Het volgde elkaar steeds op en nam steeds toe door de eeuwen heen, en precies het einde, van de geschiedenis van de kerk is in geen geval een overblijfsel. “Overblijfsel” betekend een heel klein deel, een fragment, of een klein beetje. De Meester zei de oogst is aan het eind van de wereld; de engelen zijn de maaiers. Dan is er een maaiwerk dat gedaan moet worden. “ Oogst” betekend een samenstelling van gewassen; te verzamelen, opslaan, of vergaren. In navolging hiervan is de oogst in geen geval een overblijfsel, maar juist het tegenovergestelde, want bij de oogst, halen we het meeste binnen.{SR1: 102.1}

Het overblijfsel van Israel moet iets anders zijn dat wat we geleerd hebben dat het zou moeten zijn, want “ overblijfsel” is een klein gedeelte, deel dat overgebleven is na de vernietiging. De vernietiging is de machtige schudding, ziftende tijd welke de afscheiding is van de twee klassen in de kerk (de verzegeling van de 144.000) zoals geprofeteerd in Ezechiël 9, en Jesaja 63. Zij die ontsnappen zijn het “overblijfsel”. De Bijbel geeft geen andere

102

definitie van “overblijfsel” dan die hier gegeven is. Zie Lev. 5:13; 2 Kon19:4; Jes 37:4; Ezra9:8; Jes. 1:9;11:11;15:14; Jer. 44:28; Eze. 6:8; Joel2:32; Rom.11:5; Openb.11:13.{SR1: 102.2}

In het elfde hoofdstuk van Jesaja, is hetzelfde voorval dat we hier proberen uit te leggen vastgelegd. In het elfde vers lezen we van het overblijfsel waar we van spreken: “ Want het zal geschieden te dien dage, dat de Heere ten anderen male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het overblijfsel Zijns volks, hetwelk overgebleven zal zijn.” Jes. 11:11. Eerste Geschriften, blz. …..= Early Writings , page 270 :” Ik vroeg de betekenis van de schudding, die ik gezien had, en mij werd getoond, dat die veroorzaakt zou worden door het rondborstige getuigenis, dat uitgelokt wordt door de raad van de Waarachtige Getuige, aan de Laodicensen gegeven. Dit zal zij uitwerking hebben op het hart van degene, die het aanneemt, en zal er hem toe brengen om de standaard omhoog te heffen, en de naakte waarheid te spreken. Sommigen zullen dit direkte getuigenis niet kunnen verdragen. Zij zullen er zich tegen verzetten, en dit zal een schudding onder Gods volk veroorzaken.{SR1: 103.1}

Jes. 11: 12, het eerste deel: “ En Hij zal een banier oprichten onder de heidenen.” We lezen wederom in Jes. 66:19: “ En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen .” Het 63ste hoofdstuk heeft dezelfde verwijzing als Jesaja 59, een gedeelte van vers 19, is hier geciteerd:” Dan zullen zij den Naam des HEEREN vrezen van den nedergang en Zijn heerlijkheid van den opgang der zon.” Het “teken” is uitgestrekt van het oosten tot het westen, en heeft een betekenis voor de gehele wereld. De “vernietiging” is het “teken” en voorbeeld voor de volkeren, en het “overblijfsel”, zijn zij die overgebleven zijn (de 144.000). Vervolgens hebben we de “Luide Roep” (de oogst): “ Zij die op ieder punt overkomen, en iedere test doorstaan, en overwinnen, wat de prijs ook mag zijn, hebben acht geslagen op het advies van de Ware Getuige, en zij zullen de late regen ontvangen, en zodoende geschikt gemaakt voor omvorming.” Vol 1, blz. 187. “ Maar hij zeide: Neen, opdat gij het onkruid vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe niet uittrekt. Laat ze beiden samen opwassen tot de oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert, eerst dat onkruid, en bindt het in bossen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.” Matt. 13: 29, 30.{SR1: 103.2}

Dezelfde gedachte wordt ook ondersteund in Patriarchen en Profeten,

103

blz. 493 = Patriarchs and Prophets, page 541: “ Het Loofhuttenfeest was niet alleen een gedachtenis, maar zag ook naar de toekomst. Niet alleen herinnerde het aan de woestijnreis, maar als een oogstfeest herdacht het ook de inzameling van de vruchten der aarde, en wees heen naar die grote dag, wanneer de Heer van de oogst zijn maaiers zal uitzenden om het onkruid te binden en te verbranden, terwijl de tarwe in zijn schuur wordt gebracht. In die tijd zullen de goddelozen worden verdelgd.” (Zij die buiten de kerk zijn.) {SR1: 103.4}

Merk op dat de scheiding plaats vind vlak voor het begin van de oogst: tevens dat het onkruid eerst ingezameld wordt. De scheiding kenmerkt het begin van de oogst. De oogst is de luide roep van de drie engelen boodschap. (Openb. 18: 1) In deze tijd van de oogst wordt de grote schare (van Openb.7:9) met palmen in hun handen verzameld. Terwijl deze grote schare wordt samengesteld en verzameld wordt in Zijn schuur, binden de maaiers de goddelozen in bundels (gescheiden of apart gehouden van de kerk) voor de toorn van God. Zie Openb. 14: 19. {SR1: 104.1}

Wolk Des Dags—Vuur Bij Nacht

“ En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat HIJ hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voor te gaan dag en nacht. Hij nam de wolkkolom des daags noch de vuurkolom des nachts niet weg voor het aangezicht des volks.” [Het was niet Mozes die Israel uit Egypte leidde, maar de wolkkolom die voor het volk ging.] “ En de HEERE toog voor hun aangezicht….dat Hij hen op den weg leidde, ….om voort te gaan dag en nacht. Hij nam de wolkkolom ….niet weg van het aangezicht des volks.” Ex. 13: 21,22. Volgens 1 Cor. 10 :4. was Christus Zelf in deze wolkkollom des daags en de vuurkolom des nachts: “ en allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke Steenrots, die volgde; en de Steenrots was Christus.” Aldus zien we dat de Heer Zelf Israel uitleidde en niet Mozes. Het volk evenals Mozes volde de wolk. Alles wat Mozes deed was de woorden en de instructies die hij van de Heer ontving bekend maken aan het volk. {SR1: 104.2}

104

Dit is de ervaring van Israel naar het vlees, hetwelke wij noemen een foto van Israel door de belofte. Als dit waar is, dan moeten de 144.000 hetzelfde ervaren in het zich afscheiden van de wereldlingen (Egypte). Deel 5, blz.70 = Vol 5 , page 80: “ God heeft beloofd dat waar de herders ontrouw zijn, Hij de kudde zelf zal leiden.” Patriarchen en Profeten, blz. 246247 = Patriarchs and Prophets, page 283: “ In een van de mooiste en meest vertroostende gedeelten van de profetieen van Jesaja wordt verwezen naar de wolk en vuurkolom om Gods zorg voor zijn volk voor te stellen in de laatste strijd met de machten van het kwaad: Dan zal de Here over het gehele gebied van de berg Sion en over de samenkomsten die daar gehouden worden, des daags een wolk scheppen en des nachts een schijnsel van vlammend vuur, want over al wat heerlijk is zal een beschutting zijn. En er zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een schuilplaats en een toevlucht tegen stortbui en regen’.” Op deze wijze wordt de gedachte van Israel die een foto is ondersteund door beide de Bijbel en de Geest der Profetie.{SR1: 105.1}

Jozef, Type Van Christus

Jozef staat als een volmaakte type van Christus. Ten eerste betekend de naam “Jozef” : “ hij zal toevoegen”. Christus voegde dus de menselijke familie aan de hemelse. Als er een zonde tegen Jozef was vastgelegd dan zou het, het type verpesten, want Christus is geen zondaar. Jozef was geliefd door zijn vader boven al zijn broeders. Van Christus lezen we in Hebr. 1: 9: ” Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie der vreugde boven U medegenoten.{SR1: 105.2}

Jozef was heengezonden in Egypte om het leven van zijn broeders in de zeven jaren van schaarste te behouden. Evenzo daalde Christus neder om het leven van Zijn broeders in deze wereld van zonde te behouden, in het jaar des Heren. {SR1: 105.3}

Jozef was verkocht aan de Ismaelieten, die de afstammelingen waren van Ismael, Abrahams zaad naar het vlees. Evenzo was Christus verkocht aan de priesters, de afstammelingen van Abraham, (Israel naar het vlees).{SR1: 105.4}

Jozef was een bestuurder, en geen mens kon hand of voet opheffen, in het gehele land Egypte, zonder medeweten van Jozef. Evenzo,

105

is Christus een bestuurder van de wereld (Egypte) en geen mens kan hand of voet opheffen zonder medeweten van Christus. {SR1: 105.5}

Zoals er maar een boven Jozef was, namelijk Farao, evenzo is er maar een boven Christus; God de Vader.{SR1: 106.1}

Jozef was 30 jaren oud toen hij bestuurder werd; Christus was 30 jaren oud toen Hij gezalfd werd. {SR1: 106.2}

Zoals Jozef de dochter van een afgodenaanbiddende priester was, evenzo trouwde Christus Zijn kerk welke opgemaakt is uit afgodenaanbiddende volkeren.{SR1: 106.3}

Zoals Jozef het graan verzamelde in de zeven jaren van overvloed, in de schatkamer om de wereld te voeden in de zeven jaren van schaarste, evenzo verzameld Christus het Woord van God in de Oud Testamentische tijd in de grote schatkamer (de Bijbel) om de wereld in de Nieuwtestamentische tijd te voeden. Men kan zeggen, Het Nieuwe Testament kwam in de tijd des Heren. Dat is waar, maar Het Nieuwe Testament is slechts de vervulling van het Oude.{SR1: 106.4}

Was Jozef geen bestuurder van Egypte geworden voor de zeven jaren van overvloed, dan zou het de belangrijkheid hebben verpest en het type zou dan niet hebben aangeduid dat Christus heerste voor dat de wereldgeschiedenis begon. {SR1: 106.5}

Farao, Type van Leiders

De Farao die Jozef verhoogde, is een volmaakte type van het aardse hoof van de kerk van de apostelen. Als Farao geen Egyptenaar was geweest zou het , de type hebben verpest. Egypte een symbool van de wereld, betekend een aardse leiderschap genomen uit de wereld. Als Farao Jozef niet had geeerd boven welk mens dan ook in Egypte , of als hij niet de Egyptenaren niet had bevolen om naar Jozef te gaan voor graan, zou het, het symbool van de kerkleiderschap in de dagen van de apostelen verpest hebben, want ze verhoogden en eerden Christus boven welk mens dan ook in de gehele wereld, en adviseerden de heidenen ook Christus aan als hun leven gever.{SR1: 106.6}

Als de eerste Farao een volmaakt type maakt van de kerkleiderschap in de dagen van de apostelen, dan moeten we de laatste Farao ook aanvaarden die Jozef niet kende, als een volmaakt type van de kerkleiderschap die zich gekeerde hebben van het volgen van Christus hun Leider. Deel 5, blz …. = Vol 5, page

106

217: “ De kerk heeft zich afgewend van het volgen van Christus als Leider en is weer op de terugtocht naar Egypte.” Aldus, werd het ware Israel (de 144.000) slaven onder Egyptische ballingschap (de zonden in de wereld).” De ballingschap in Egypte stelt de ballingschap van zonde voor.” Review and Herals, 23 jan 1930. “ En harpen en luiten, trommelen en pijpen, en wijn zijn in hun maaltijden maar zij aanschouwen het werk des HEEREN niet, en zij zien niet op het maaksel Zijner handen. Daarom zal mijn volk gevankelijk weggevoerd worden, omdat het geen wetenschap heeft; en deszelfs heerlijken zullen honger lijden en hun menigte zal verdorren van dorst.” Jes. 5: 12, 13.{SR1: 106.7}

Dat Israel een type is van deze Adventbeweging is geen nieuw idee, dat net bedacht is in deze les. De gehele kerkgenootschap geloofd het zo te zijn, want we lezen in de Review and Herald van 10 okt. 1929, de volgende stellingen: “ Hoewel de exodus beweging een grote bewegeging was, zal de tweede Advent beweging een nog grotere zijn. God zal een volk uitnemen, niet uit slechts een natie, maar van iedere natie onder de hemel, en Hij zal ze in het hemelse Kanaan leiden. Deze Adventbeweging, waar de exodus beweging een type van was, was zoals we geloven voorzegd in profetie, in de volgende bezielende taal : ‘ Want het zal geschieden te dien dage, dat de Heere ten anderen male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het overblijfsel Zijns volks, hetwelk overgebleven zal zijn’ ‘ En er zal een gebaande weg zijn voor het overblijfsel Zijns volks, ; gelijk als Israel geschiedden ten dage, toen het uit Egypteland optoog.’ Jes. 11: 16.”{SR1: 107.1}

Het woord “ type” betekent hetzelfde als het woord “ foto”. De eerste foto die uitgevonden werd werd “ tintype” genoemd. Zo hebben we de bevestiging van het kerkgenootschap dat “ Israel naar het vlees” een foto is van Israel door de belofte ( de 144.000). Zoals God Israel in de oude tijden uit Egypte riep, precies zo roept God Zijn kerk nu uit van wereldlingen en wereldgezindheid, om een apart bijzonder volk te zijn, tot Zijn eer en heerlijkheid. Dit betekent niet een andere beweging, maar het betekend wel dat God met het gehele lichaam zal afhandelen en zij die ontkomen zijn Israel de 144.000.{SR1: 107.2}

Review en Herald van 1 mei 1930 citerend : Iedere kwaad ding

107

moet uit de beweging geschud worden. Zo was het in de exodus beweging. Wanneer er een zonde was onder het volk, gaf de Heer de beweging niet op die Hij uit Egypte had gebracht om een andere te beginnen. Hij riep de gelovigen niet eruit, maar Hij schudden de ongelovigen uit de beweging [ door vernietiging, hun dood veroorzakend]. Hij reinigde het door daarvan ieder element aan de kant te zetten die niet hoorde bij de beweging die Hij leidde volgens Zijn belofte. Onder een of ander voorwendsel, werden ongeloof en wanorde, er uit gezet terwijl de beweging zelf verder marcheerde.”{SR1: 107.3}

Als de exodus beweging een foto is van de ware, dan moet de 430 jarige periode die verband houdt met het oude Israel nu met die ene in overweging genomen worden.{SR1: 108.1}

De 430 Jaren van Oponthoud En Kwelling

De 430 jarige periode van oponthoud en kwelling met Abraham, Izaäk en Israel, welke dateert met Abraham die uit Ur gaat komt overeen met onze tijd van Reformatie door Luther, tot aan de verzegeling van Israel door de belofte (de 144.000). Citerend uit Patriarchen en Profeten= Patriarchs and Prophets, page 760: “ De eigenlijke tijd in Egypte doorgebracht kon slechts 215 jaren geweest zijn. De Bijbels zegt dat ‘ het verblijven van de kinderen van Israel 430 jaren was. Abraham, Izaäk en Jakob, de voorouders van de Israelieten, waren vertoevers in Kanaaan. De periode van 430 jaren dateert van de belofte gegeven aan Abraham toen hij opgedragen werd om Ur der Chaldeen te verlaten. De 400 jaren van Gen. 15: 13 dateren van een latere periode. Merk op dat de periode van 400 jaren niet alleen een tijd van verblijven is, maar van kwelling. Dit moet volgens de Schriften vanaf dertig jaren later gerekend worden, ongeveer rond de tijd toen Ismael, ‘ hij die naar het vlees geboren was, hem (Izaäk) vervolgde, die geboren was naar de Geest.’ Gal. 4: 29.{SR1: 108.2}

Paulus zegt in Gal. 3: 1517, dat vanaf het maken van het verbond met Abraham tot aan het geven van de wet op de Sinai 430 jaren was. We moeten dan niet van deze Schriftgedeelten verstaan dat de Israelieten 400 jaar in Egypte waren. Zie Ex. 12: 40. Volgens dit [gedeelte] begonnen de 430 jaren met Abraham die uit Ur ging en eindigde met

108

De Berg Sinai. Als gevolg hiervan moeten we de gehele periode in ogenschouw nemen beginnend met Abraham, die een definitieve tijd aangeeft van zekere bestaande omstandigheden. Aan het begin van de 430 jaren overheerste afgoderij overal : Abraham allen was geroepen. Zo was de geestelijke toestand die het begin van de profetische periode in haar type kenmerkte. Evenzo moet het begin van de tijd van het duplicaat of antitype gekenmerkt worden met een tijd van lage geestelijke toestand. In de tijd van Martin Luther hebben we de exacte reproductie van Abrahams ervaring, want in Luther zijn tijd overheerste geestelijke duisternis en afgoderij overal. Abraham is een passende figuurlijke voorstelling van Luther.{SR1: 108.3}

Abraham was geroepen door God door het gesproken woord. Luther door het geschrevene. Abraham is de vader van het geloof, evenals Luther. De leerstelling onderwezen door Luther was : “de rechtvaardige zal door het geloof leven.” Als dit waar is dan begon de 430 jaren in onze tijd met Luther. Ongeveer 1500 jaren in het jaar onzes Heren ontdekte Luther in de bibliotheek van de Universiteit van Urfurt, een Latijnse Bijbel, en vond tot zijn niet klein genoegen dat het meer dan de samenvattingen bevatte die in het algemeen gebruikt werden. Aldus riep God door Zijn Woord Luther uit het Pauselijk Rome. {SR1: 109.1}

We hebben eerst een periode van 400 jaren, en dan was het verlengd tot 430 jaren. We hebben daarom eerst met nog een periode van 30 jaren te doen. Het is gesteld geworden dat de 30 jaren eindigden rond de tijd dat Ismael, Izaäk vervolgde. Volgens dit gegeven, rond het jaar 1530 in het jaar onzes Heren, moet er iets voortgebracht zijn geweest. Wat vond plaats in 1530? De Augsburg Bekentenis: Een document samengesteld door Luther die aan de Protestanten aan de Diet van Augsburg aan Keizer Karel de V en de Diet was gepresenteerd en die ondertekend was door de protestantse staten die als een decreet was aangenomen, en die protesteerden tegen de paus. Dit valt samen met Sarah die protesteerde tegen Hagar en Ismael toen ze vertrokken van het huis van Abraham en de verzekering van de verbondsbelofte dat gemaakt werd aan Izaäk. Zoals Sara protesteerde tegen Hagar en Ismael, zo protesteerde de Protestanten tegen de pauselijke overheersing. Dit is precies wat plaats zou hebben gevonden in 1530 het jaar onzes Heren om het voorval van de profetie te laten passen.{SR1: 109.2}

Tegen de tijd dat Izaäk werd vervolgd door Ismael was hij (Izaäk)

109

vijf jaar oud, en tegen de tijd dat Jakob werd geboren was Izaäk 60 jaar ; daarom voegen we 55 jaar toe aan de 1530 jaren welke ons dan brengt tot 1585 in het jaar onzes Heren. Een uitleg over deze periode zal later gegeven worden. Vanaf de geboorte van Jakob tot aan de tijd dat Israel , Egypte inging was 130 jaren. Dit getal toevoegend aan 1585 geeft ons 1715 in het jaar onzes Heren. De uitleg van deze periode zal ook later gegeven worden. Vanaf de tijd dat Israel, Egypte binnenging tot de geboorte van Mozes was 135 jaren. Dit toevoegend aan 1715 brengt het totaal op 1850 in het jaar onzes Heren. Deze periode wordt gekenmerkt door de geboorte van Mozes, welke de hoop was, een verlosser voor Israel. {SR1: 109.3}

Wat vond plaats in 1850? De eerste getuigenis werd geschreven aan de kerk en getiteld: “ Aan Hen Die Het Zegel Van De Levende God Ontvangen.” Getekend E. G. White. Aldus komt de geboorte van Mozes, de hoop van Israel naar het vlees, overeen met de geboorte van de eerste getuigenis voor de kerk, de hoop van Israle door de belofte , de 144.000. Zo zien we een volmaakte harmonie in het type met het antitype.Zie Origin and Progress of Seventhday Adventists, page 749.{SR1: 110.1}

Mozes trachtte op 40 jarige leeftijd Israel te verlossen, en faalde.Veertig jaar toevoegend aan 1850, hebben we 1890 in het jaar onzes Heren. Wat gebeurde op dit tijdstip? De volgende bewering wad gemaakt door Zuster White in 1893: “ Als het volk van God aan het werk was gegaan zoals het hoorde te gaan gelijk na de Minneapolis bijeenkomst in 1888, zou de wereld gewaarschuwd worden binnen twee jaar en de Heer zou zijn gekomen.” General Conference Bulletin, 1892. ( Deze referentie was aan ons gegeven door een predikant der Zevende dags Adventisten van Los Angeles, Calif.) Rond dezelfde tijd (1890) werd door het kerkgenootschap Nationale Godsdienst Vrijheid georganiseerd. Aldus de poging en het falen van Mozes’ ervaring om Israel vrij te stellen van Egyptische ballingschap, die overeenkomt met het organiseren van godsdienstvrijheid en Gods volk die tekortschoot in het doen van hun taak. “ Nationale Godsdienst Vrijheid Associatie georganiseerd 21 Juli 1889.” Origin en Progress of S.D.A., page 752.{SR1: 110.2}

Veertig jaren later was Mozes geroepen en terug gestuurd naar Egypte en bevrijdde Israel toen wel van Egyptische ballingschap.Veertig jaar toevoegend aan 1890 maakt een totaal van 1930. Deze periode zou gekenmerkt moeten worden door een reformatie en reiniging van de kerk, Maleachi 3 en

110

Ezechiël 9 vervullend. “ Want het zal gescheiden te dien dage, dat de Heere ten anderen male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het overblijfsel Zijns volks, hetwelk overgebleven zal zijn.” Jes. 11: 11. {SR1: 110.3}

De twee perioden, 1585 en 1715, zullen nu uitgelegd worden. 1585 correspondeert met de geboorte van Jakob en 1715 correspondeert met het neergaan van Israel naar Egypte. Het ingaan in Egypte met zeventig zielen, typeert de geboorte van Zevende dags Adventisten, zoals uitgelegd op blze. 734, maar Zevende dags Adventisme was niet geboren tot 1845. Om de waarheid omtrent deze twee perioden te verkrijgen moeten we terug tellen tot de geboorte van Jakob, want het is een geboorte waar we mee te maken hebben. We hebben 130 jaren vanaf het ingaan in Egypte tot de geboorte van Jakob en 85 jaren vanaf de geboorte van Jakob tot Abrahams vertrek uit Ur. Daarom moeten we terug gaan en de eerste 85 jarige periode aftrekken ( vanaf het gaan uit Ur tot de geboorte van Jakob) van 1930 en we hebben 1845. Aldus verkrijgen we de geboorte van Zevende dags Adventisten. Mejuffrouw Ellen Harmon had toen haar eerste visioen en het was over de 144.000 (Israel door de belofte) en het eerste dagblad toen uitgegeven over de waarheid van de Sabbat was getiteld “ The Hope of Israel”. Zie Origin and Progress of Seventh Day Advenstists, page 749.{SR1: 111.1}

Trek nu de 130 jarige periode (vanaf de geboorte van Jakob tot aan het ingaan in Egypte) af van 1845 en we hebben 1715 in de jaren des Heren, het jaar dat gekenmerkt was door het ingaan van Israel in Egypte. Dus wordt 1715 de scheidslijn tussen Voor Christus en Na Christus. Merk op hoe het overeenstemt op de kaart. Als deze overeenkomstigheden door Goddelijke voorzienigheid zijn ontworpen dan moeten het begin en het einde van de profetie zoals op de hiernavolgende kaart correct zijn. {SR1: 111.2}

111

shepherds-rod-volume-one-coincident_a

112

shepherds-rod-volume-one-coincident_b

113

Dit is de reden waarom we 1500 na Christus hebben als het beginpunt van deze profetie en als deze overeenkomsten goddelijk ontworpen waren, dan zouden het begin en het einde van de profetie zoals op deze kaart, correct zijn. Zei kaart over Ezechiëls profetie op pagina 133.{SR1: 113.1}

HOOFDSTUK V.

DE PROFETIE VAN EZECHIËL VIER

(Wat Plaatsvindt Binnen de 390 Dagen)

“ Want Ik heb u gegeven de jaren hunner ongerechtigheid, naar het getal der dagen, driehonderd en negentig dagen, dat gij de ongerechtigheid van het huis Israëls dragen zult. Als gij nu deze voleinden zult, lig ten anderen male neder op uw rechterzijde en gij zult de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen veertig dagen. Ik heb u gegeven elken dag voor een jaar.” Ezech. 4: 5, 6. De profetie van het vierde hoofdstuk van Ezechiël vind haar vervulling in onze dagen. Deze profetie kan niet mogelijkerwijs verwijzen naar Israel naar het vlees, hoewel het handelt over een periode van 430 jaren op ongeveer dezelfde wijze als de profetie gemaakt aan Abraham.” Toen zeide Hij tot Abram: Weet voorzeker, dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd jaren.” Gen. 15: 13. Maar Exod. 12:40 zegt: “ De tijd nu der woning, dien de kinderen Israëls in Egypte gewoond hebben is vierhonderd jaren en dertig jaren.” Dus was de profetie gemaakt aan Abraham in twee delen gemaakt, eerst zijnde 400 jaren, en dan tot 430 jaren. Ezechiëls profetie is op precies dezelfde wijze gemaakt, in twee delen, maar niet het zelfde getal in ieder deel. In plaats van de 400 jaren hebben we 390 en in plaats van de 30 jaren hebben we 40, het zelfde totaal makend van 430 jaren in elke kwestie. Als deze profetie een verwijzing had naar de profetie van Abraham, zou het hetzelfde aantal jaren geweest zijn in ieder deel, maar daar het niet hetzelfde is, moet het een andere tijdsperiode zijn.{SR1: 114.1}

Nogmaals de profetie van Israel naar het vlees is dat ze 430 jaren zouden zwerven en worden verdrukt, maar deze profetie van Ezechiël zegt in vers 13: “En de Heere zeide: Alzo zullen de kinderen Israëls hun brood onrein eten onder de heidenen, waarheen Ik hen verdrijven zal.” Daarom is het duidelijk dat deze profetie verwijst naar een andere periode in de tijd en ervaring dan dat van de ervaring van Israel in Egypte. De profetie gemaakt aan Abraham van 430 jaren eindigde in de

114

tijd dat de kinderen van Israel uit Egypte gingen, hetgeen is volgens de Bijbelse chronologie (King James version) 1491 v. Chr. Volgens dezelfde chronologie was de 430 jarige periode van de kinderen van Israel 896 jaren eerder voordat Ezechiël zelf een visioen van zijn profetie was gegeven geëindigd, en hij plaatste de profetie in de toekomst, want hij gebruikt de toekomende tijd. “ Alzo zullen de kinderen Israëls hun brood onrein eten.” Dus is het alles tezamen onmogelijk voor iemand om een conclusie te vormen dat deze twee profetieën handelen over dezelfde periode en ervaring van Israel daar in Egypte. {SR1: 114.2}

Deze periode (door Ezechiël) had geen verwijzing naar Israel naar het vlees in Ezechiëls tijd, want de Heer zei (Ezech. 4: 5): “Want Ik heb u gegeven de jaren hunner ongerechtigheid, naar het getal der dagen, drie honderd en negentig dagen dat gij de ongerechtigheden van het huis Israëls dragen zult.” In dit vers zegt de Heer dat de 390 dagen (of jaren) voor de ongerechtigheid van het huis van Israel zijn, maar in het volgende vers heeft de 40 jarige periode een verwijzing naar Juda. “Als gij nu deze voleinden zult, lig ten anderen male neder op uw rechterzijde en gij zult de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen, veertig dagen.” Daarom wordt er naar Israel en Juda verwezen.{SR1: 115.1}

Het koninkrijk van de twaalf stammen van Israel was verdeeld in twee delen in hun vroege jaren namelijk: Israel en Juda. Maar tegen de tijd dat Ezechiël dit visioen had was er slechts een deel, want de tien stammen waren veroverd en weggevoerd in 721 v.Chr. , 126 jaar voordat deze profetie werd gemaakt, volgens dezelfde chronologie. Omdat het in de toekomst was, kon de profetie dan, geen verwijzing hebben naar Israel naar het vlees. Deze 430 jarige periode is nog nooit eerder toegepast op enige tijd, of volk in het verleden, en is daarom nooit uitgelegd even als vele andere profetieën, die nooit begrepen waren totdat ze hun vervulling vonden. Alleen dan wanneer tijd van haar vervulling is aangebroken, zullen we deze voorspelling begrijpen.{SR1: 115.2}

We beginnen met het vierde vers en verder (we zullen later de eerste drie, en laatste twee verzen nemen). Israel naar het vlees was een type van Israel naar de belofte (144.000), zoals uitgelegd op bladzijden 64-113. De ervaringen van de kinderen van Israel in Egypte was een foto van onze kerkgenootschap,

115

dus wordt hun ervaring weergegeven in iedere detail met dit volk, en als er 430 jaren verbonden zijn met Israel naar het vlees, dan moet dezelfde tijdsperiode verbonden worden met het ware. De 430 jarige periode (door Abraham) had niet alleen met het oude Israel te maken, maar met Abraham, Izaäk en ook Jakob. De profetie aan Abraham, van de 430 jaren, begon met de oproep om uit Ur te gaan, en eindigde bij de berg Siani; maar deze 430 jaren die eindigden bij de berg Sinai waren een type zoals uitgelegd op bladzijden 108-109.{SR1: 115.3}

De 430 jaren in type geprofeteerd aan Abraham begon in werkelijkheid (onze tijd) met Martin Luther, zoals uitgelegd op bladzijden 108111, daarom verwijzen beide profetieën, die aan Abraham en die aan Ezechiël naar dezelfde periode in onze tijd. We mogen veronderstellen dat de 390 jarige periode begon ongeveer rond 1500 AD., (toen Luther de Bijbel vond), en eindigde in 1890 AD., waar de 40 jarige periode begon, die zou eindigen in 1930. We kunnen echter niet de exacte dag of maand aanwijzen, of zelf het jaar, omdat (1) we niet de exacte dag van de roep van Luther kennen; (2) profetie werkt met het Joodse of misschien het Hebreeuwse jaar, daarom is het een kwestie van maanden die we niet kunnen vaststellen. Het kan rijken tot aan 1931, of zelf daarna, als de overeenkomsten zoals ze worden uitgelegd op de kaart, blz. 112, 113, niet op goddelijke wijze waren ontworpen om dit feit aan te tonen. De vraag kan gesteld worden: Waarom zou God een dubbele profetie maken voor het zelfde ding? – omdat de oude profetie (het type) slechts de details van het begin van de derde engel boodschap tot aan de vervulling van Ezechiël 9. De profetie van Ezechiël geeft de informatie in detail vanaf het begin van Luthers reformatie tot aan Ezechiël 9, het kenmerken van de 144.000 en het ontvouwen van de boekrol. (“Niet alles met betrekking tot deze materie is tot nog toe begrepen, noch zal het begrepen worden totdat de boekrol zal zijn ontvouwd.” Volume 6 bladzijde 17.){SR1: 116.1}

Het maakt het duidelijk dat er een 430 jarige periode is vanaf de reformatie door Luther, tot aan de reiniging van de kerk, zoals we zullen trachten te bewijzen door Ezechiëls profetie die we hier citeren: “ Lig gij ook neder op uw linderzijde en leg daarop de ongerechtigheid van het huis

116

Israëls, naar het getal der dagen, dat gij daarop zult liggen, zult gij hun ongerechtigheid dragen. Want Ik heb u gegeven de jaren hunner ongerechtigheid, naar het getal der dagen, driehonderd en negentig dagen, dat gij de ongerechtigheid van het huis Israëls dragen zult. Als gij nu deze voleindigen zult, lig ten anderen male neder op uw rechterzijde en gij zult de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen veertig dagen; Ik heb u gegeven elken dag voor elk jaar…. En neemt gij voor u tarwe, en gerst, en bonen en linzen en gierst, en spelt en doe die in een vat, en maak die u tot brood, naar het getal der dagen, die gij op uw zijde nederliggen zult, driehonderd en negentig dagen, zult gij dat eten. Uw spijze nu, die gij eten zult, zal in gewicht zijn twintig sikkelen daags, van tijd tot tijd zult gij die eten. Gij zult ook water naar zekere maat drinken, het zesde deel van een hin, van tijd tot tijd zult gij het drinken.”Ezech. 4: 46, 911.{SR1: 116.2}

Ezechiël was opgedragen om op zijn linkerzijde te liggen 390 dagen lang, gedurende welke tijd hij moest eten en drinken. Nadat de 390 dagen beëindigd waren, moest hij op zijn rechterzijde keren en veertig dagen, liggen, maar gedurende deze tijd moest hij niet eten. De 390 dagen zijn letterlijke jaren volgens het laatste deel van Ezechiël 4: 6. Zoals we dit toegepast hebben, de 390 jaren begonnen met Luther en eindigden in 1890. Gedurende deze tijdsperiode was Ezechiël verteld te eten en drinken terwijl hij op zijn linkerzijde lag. Wat werd hem gezegd te eten? –zes verschillende soorten voedsel, nl: tarwe, gerst, bonen, linzen, gierst en spelt (kantlijn). We moeten deze zes verschillende voedselsoorten verstaan als zijnde werkelijk voedsel om het fysieke leven te onderhouden, maar als symbolen van geestelijk voedsel (leerstellingen) van zes soorten om geestelijk leven te onderhouden. Waren dit geen symbolen van waarheid geweest, dan zou de Heer niet aan Ezechiël gevraagd hebben om een specifiek aantal granen te nemen, en dat hij ze in een vat moest plaatsen, en ze bakken tot een soort koek, en ze eten op een specifiek tijdstip, op een bepaalde wijze, met een vaste hoeveelheid water. Deze zes leerstellingen voorgesteld worden door ze stappen opwaarts (Reformatie, een poging om de kerk tot haar staat van reinheid te brengen.){SR1: 117.1}

117

Tarwe, Zinnebeeld van Geloof

De eerste hoeveelheid geestelijke voedsel of waarheid die wij moesten ontvangen, voorgesteld door de tarwe, was “geloof”, zoals geleerd door Luther, daar zijn leerstelling was: “De rechtvaardige zal door geloof leven.” De tarwe, welke de leerstelling symboliseerde die Luther ons gaf moest op zichzelf volmaakt zijn om een volmaakt zinnebeeld te zijn van die leerstelling. Merk de waarheid op van de tarwe: Het is altijd gebruikt door alle generaties, en iedereen gebruikt het en het is moeilijk om er omheen te gaan. Daarom dus dat iedereen de leerstelling van “geloof” moet hebben. “Zonder geloof is het onmogelijk om hem te dienen” zoals de Bijbel zegt. Niet alleen Christenen, maar andere godsdiensten moeten evenals geloof ook tarwe hebben. Zelf de heiden en de atheïst moeten geloof betrachten in wat ze ook mogen geloven. We kunnen zien dat inspiratie het juiste soort zinnebeeld gebruikt om de leerstelling van “geloof’ voor te stellen.{SR1: 118.1}

Gerst, Zinnebeeld van de Geest

Het tweede voedsel deel, of waarheid die wij moesten verkrijgen was voorgesteld door gerst. John Knox was de volgende man die de tweede stap maakte door de leerstelling te onderwijzen die voorgesteld werd door gerst, welke de waarheid van de “Heilige Geest” was. Gerst wordt niet zo in het algemeen en wijdverspreid gebruikt als tarwe. In feite, zouden slechts weinig mensen het gebruiken, en dan ook nog, heel zelden. Veel mensen weten niet wat gerst is; net als de leerstelling van de “Heilige Geest”. Hoewel de leerstelling van de Heilige Geest geloofd wordt door sommige Christenen, wordt het niet geloofd door anderen. Sommigen begrijpen niet wat de waarheid van de Geest is, net zo als sommigen niet weten wat gerst is; dus is het zinnebeeld dat de tweede leerstelling voorstelt volmaakt, net als de eerste. Gideons ervaring met de Midianitische droom van de gerstekoek, die de tent omwoelde bewijst hetzelfde. Lees Richteren 7: 13,14.{SR1: 118.2}

Bonen, Zinnebeeld van Genade

Bonen worden even wijdverspreid en gemeenschappelijk gebruikt door alle mensen en alle generaties net als tarwe John Wesley, de derde man

118

die ten tonele verschijnt als een grote hervormer, deed de derde stap opwaarts door de leerstelling van “Genade,”te leren, welke voorgesteld werd door de bonen. Iedereen gelooft in genade. Zelf zo veel dat de mens God niet meer vreest en Zijn wet ongeldig heeft verklaart. Hij is te genadig, te barmhartig, zeggen ze en wij zijn onder de genade, God zal geen goed doen noch enig kwaad. Zo hebben Christenen dezer dagen haar ware betekenis verdraaid, zoals ze allen van bonen houden, en de juiste name hebben verdraaid door ze “varken en bonen,” te noemen. Welke meer toepasselijke zinnebeeld kon gekozen worden om de leerstelling van genade voor te stellen dan die God heeft uitgekozen?{SR1: 118.3}

Linzen, Type Of Leerstelling Van De Doop Door Onderdompeling

Linzen worden gebruikt om het vierde onderdeel van de waarheid voor te stellen. Alexander Campbell wordt toegeschreven voor het maken van de vierde stap opwaarts door de leerstelling van de doop door onderdompeling te leren, voorgesteld door de linzen. De variëteit (linzen) die de vierde leerstelling (doop door onderdompeling) voorstelt is niet bekend of wordt niet zo gebruikt als gerst: net als de waarheid van onderdompeling. Doop door onderdompeling op de ouderwetse manier wordt niet over het algemeen uitgeoefend, net zoals linzen niet over het algemeen gebruikt worden. Wederom heeft God het juiste zinnebeeld gebruikt om dit onderdeel van waarheid voor te stellen.{SR1: 119.1}

Gierst, Zinnebeeld Van 2300 Dagen

Het vijfde deel van de waarheid wordt voorgesteld door gierst, en de vijfde hervormer was William Miller. Hij onderwees de profetie van Daniel 8: 14, hetgeen de leerstelling van de 2300 dagen was. Gierst is nauwelijks bekend en zij die wel weten wat het is, zeggen dat het van weinig waarde is, slechts een wilde grassoort met nauwelijks enige waarde tot verbouwen, en niet gewenst door wie dan ook. Desalniettemin is het een goede graan. Net zoals met de leerstelling onderwezen door Miller. Niemand heeft het echt nodig en Zevende Dags Adventisten zijn praktisch de enige mensen die het onderwijzen. Zij die deze leerstelling niet aanvaarden zeggen dat het nergens goed voor is en beschuldigen Miller van een valse profeet te zijn. Hoewel het een schitterende profetie is en een grote waarheid openbaart, willen mensen het toch niet accepteren. “Het is nergens goed

119

voor, zonder enige geestelijke waarde en we hebben het niet nodig, “ is de kreet. Opnieuw wordt de vraag gesteld: Kon een beter zinnebeeld dan gierst gevonden worden om de leerstelling van de 2300 dagen voor te stellen?{SR1: 119.2}

Spelt, Zinnebeeld Van De Sabbat In Relatie Met Het Heiligdom

Het laatste graan genoemd in Ezechiëls profetie is spelt, hetgeen de zesde waarheid of leerstelling voorstelt welke de Sabbat waarheid is in het licht gegeven door Zuster E. G. White, in relatie tot het hemels Heiligdom. De definitie van “spelt”( zoals in de kantlijn) volgens de Standard Dictionary is als volgt: “Een graan liggend tussen tarwe en gerst…. Het was het hooft graan van het oude Egypte, waarschijnlijk de rogge in de tijd van Mozes, maar nu voornamelijk verbouwd in Zwitserland, ZuidDuitsland en het noorden van Spanje.”{SR1: 120.1}

Spelt is een oud graan, gebruikt in oud Egypte in de dagen van Mozes, en het was de rogge in de dagen van Jozef. Zo is de Sabbat een oude waarheid die in de Tuin van Eden begon de laatst vastgelegde handeling was van de Schepping. Het was de waarheid in de dagen van Mozes, de eerste man in de Bijbel die het houden van de Sabbat instelde. Spelt is een beetje beter bekend als gierst, en heeft een waarde te verbouwen, maar slechts in zekere delen van de aardbol, evenals de Sabbat beter bekend is dan de 2300 dagen. Zou iemand durven zeggen dat deze niet allen volmaakte zinnebeelden zijn, of dat het slechts een zekere mens zijn uitlegging is en slechts een toeval, of slechts gebeurd is en toch zo volmaakt passend? Maar tot dusver is slechts een fase uitgelegd.{SR1: 120.2}

Allen In Een Vat

De Heer zei aan de profeet Ezechiël: “Doe ze in een vat” (Ezech. 4: 9). Het zal nu overwogen worden of hij echt al deze leerstellingen in een vat heeft gedaan. Luther geloofde in de leerstelling die hij onderwees, maar de grote vijand overspoelde de kerk met misleiding. Niet door de waarheid te beredeneren. Nee, nee. Maar door het volk te laten geloven dat ze nu de hele waarheid hebben en dat ze zeker gelijk hadden,

120

en zodoende hun hart verhardend tegen meer licht. Spoedig kwam er toegevoegde waarheid, maar Satan had reeds de kerk overspoeld met zijn agenten en vooroordeel werd opgewekt tegen het nieuw licht. Het resultaat was dat de meerderheid de waarheid afwees. Enkelen zagen het licht en zoals het over het algemeen het geval is, werden ze uit de kerk gestemd. Noodzaak gaf geboorte aan een nieuwe beweging, of kerkgenootschap. Zo was de ervaring met de kerk in iedere opmars van waarheid tot aan de lijn van onze tijd.{SR1: 120.3}

Op gelijke wijze, werd de waarheid voorgesteld door de gerst (Geest) afgewezen door hen die de leerstelling die gesymboliseerd werd door de tarwe (geloof) hadden aanvaard. Knox geloofde in de gehele waarheid die hij had en ook de gehele waarheid die Luther onderwees. Aldus waren de tarwe en de gerst in een vat en werden meegenomen naar de tweede stap. {SR1: 121.1}

Vervolgens hebben we de waarheid gesymboliseerd door de bonen (genade) en gepresenteerd door Wesley, die ook geloofde in de waarheden voorheen onderwezen door Luther en Knox, die voorgesteld werden door de tarwe en de gerst. De derde stap was gedaan, en de tarwe, gerst en bonen waren in een vat. De vierde waarheid was voorgesteld door linzen (doop door onderdompeling) en onderwezen door Campbell, die geloofde in de leerstellingen van Luther, Knox en Wesley. Zodoende werden, de tarwe, gerst, bonen en linzen gebracht naar de vierde stap, en in een vat. De vijfde waarheid (2300) werd voorgesteld door gierst, en deze stap opwaarts, was gedaan door William Miller die geloofde in al de waarheden gesymboliseerd door tarwe, gerst, bonen, en linzen. De vijfde stap was gedaan en de vijf voedselsoorten, of waarheid werden in een vat gebracht.{SR1: 121.2}

We komen nu bij de laatste soort granen: “spelt” (Sabbat), in relatie met het oordeel. Is het niet een feit dat de Zevende Dags Adventisten kerkgenootschap geloofd in al deze waarheden: De tarwe (geloof); gerst ( Heilige Geest); bonen (genade); linzen (onderdompeling); gierst (2300 dagen); spelt (Sabbat in relatie met de waarheid van het heiligdom)? Het zal opgemerkt worden dat de Heer zei: “Doe ze allen in een vat.” Hij zei niet in twee of meer, maar in een. Er zijn geen andere mensen behalve Zevende Dags Adventisten die geloven in de 2300 dagen ( reiniging van het heiligdom) en het is dit kerkgenootschap (vat)

121

die al deze zes leerstellingen onderwijst zoals voorgesteld door de zes voedselsoorten. Zo vind de profetie haar vervulling in onze dagen en we zijn verbijsterd, met de moeilijkheid om de grote wijsheid van de Heer onze God te bevatten.{SR1: 121.3}

Gerstekoek

De Heer zei aan Ezechiël: “En gij zult een gerstekoek eten.”Ezech. 4: 12. Waarom worden de tarwe, bonen, linzen, gierst en spelt gemaakt als gerstekoek? Waarom niet als tarwekoek, of koek of een van de andere granen? De waarheid van de Heilige Geest was voorgesteld door de gerst, zoals uitgelegd op bladzijde 118. Om deze reden werd Ezechiël gezegd om het in een gerstekoek te maken, hetgeen betekend dat de waarheid kwam door de kracht van de Heilige Geest, en niet door de hulp van de mens.{SR1: 122.1}

“Ik Zal Touwen Aan U Leggen”

Ezechiël 4:8 citerend: “En ziet, Ik zal dikke touwen aan u leggen, dat gij u niet omkeert van uw ene zijde tot uw andere zijde, totdat gij de dagen uwer belegering voleind hebt.” De profeet moest 390 dagen op zijn linkerzijde liggen. Gedurende deze tijd moest hij de voedselsoorten eten. Maar waarom op de linkerzijde? Waarom niet aan de rechter? Omdat het zinnebeeld niet volmaakt geweest zou zijn als hij op zijn rechterzijde had gelegen terwijl hij at. De maag van een mens is ongeveer gevormd als een halve maan, met een smalle nek naar rechts als een uitlaat. Als een mens op zijn linkerzijde ligt, is de uitlaat naar boven gericht, tegen de zwaartekracht in, en als gevolg daarvan zou het moeilijk zijn zichzelf te ledigen, wat ervoor zou zorgen dat de voeding erin bleef. Was het niet omwille van de touwen die de Heer om Ezechiël had gezet, hij zou zich gekeerd hebben op zijn rechterzijde, en zo het zinnebeeld verpesten. De betekenis is dat hoewel de grote vijand, iedere waarheid door vooroordeel en aantijgingen probeert uit te bannen, en door hen die deze nieuwe waarheden onderwijzen uit de kerk te verbannen, zoals het in iedere geval in het verleden is geweest, toch zag God erop toe dat iedere waarheid zou standhouden totdat Hij ze in het ene vat had geplaatst, en zo is het.{SR1: 122.2}

“Gij Zult Ook Water Drinken”

“Gij zult ook water naar zekere maat drinken, het zesde deel van een

122

hin; van tijd tot tijd zult gij het drinken.”Ezech. 4: 11. Water, wanneer het ingenomen wordt, geeft leven, zonder water, zou het bestaan onmogelijk zijn. Christus pratend tot de vrouw aan de bron ze: “Maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.”Joh. 4: 14. Christus verwees naar “water”als een zinnebeeld van eeuwig leven. De betekenis van het zinnebeeld van het drinken van het water met de gerstekoek is dat zielen gered zouden worden door iedere nieuwe waarheid (de Geest van leven).{SR1: 122.3}

Spijze Naar Gewicht—Water Met Mate

Ezech. 4: 10,11—“Uw spijze nu, die gij eten zult, zal in gewicht zijn …Gij zult ook water naar zekere maat drinken.” Het “gewicht”en de “maat” zijn zinnebeelden die betekenen dat God alleen waarheid geeft met mate, elke keer een beetje. Zoals de profetie leest van tijd tot tijd zult gij eten en drinken, en zo heeft God iedere keer een beetje licht gegeven, zodat we het zouden kunnen bevatten. Het is in haar volmaakte Bijbelse volgorde gekomen: Geloof, Geest, Genade, Doop, Eindtijd, en de Sabbat (Rust).{SR1: 123.1}

Abraham, de vader van de Getrouwen, is het zinnebeeld van Geloof,; Izaäk, het zinnebeeld van de Geest van waarheid (daar de Bijbels zegt dat hij geboren was naar de Geest); Jakob het zinnebeeld van genade ( want hij was een zondige man, was het niet door de genade van God, hij zou niet gezegevierd hebben.) De Exodus beweging is het zinnebeeld van de doop, want we lezen in 1 Cor. 10 : 2 : “ En  allen in Mozes gedoopt werden in de wolk en in de zee.” Het leven in de woestijn is het zinnebeeld van het heiligdoms vraagstuk aan het einde van de 2300 dagen; het was in de woestijn dat het hemels heiligdom werd beschreven door het aardse. “Het beloofde land”is een zinnebeeld van de Sabbatsrust. In het beloofde land zouden ze rusten, als ze de heidenen hadden verdreven, maar vanwege nationale trots en ongeloof, schoten ze tekort om de beloofde rust te verkrijgen. De ongehoorzaamheid van Israel in het beloofde land is een zinnebeeld van ons tekort schieten om God te gehoorzamen in de tegenwoordige tijd.{SR1: 123.2}

Uitleg van Ezechiël 4: 12, 14, 15

Hoe wonderbaarlijk als deze profetie is, zal het droevige gedeelte nu verteld worden.

123

Het Schriftgedeelte dat nu geciteerd gaat worden, is waarschijnlijk nooit in het openbaar gelezen of in literatuur uitgegeven, maar als het niet bestudeerd moest worden, in het openbaar gelezen, of uitgegeven, zou God het nooit in de Bijbel geplaatst hebben. Desalniettemin, is het daar, ongetwijfeld met een doel, en moet in ogenschouw genomen worden. Het citaat zoals gevonden in Ezech. 4: 12, 14, 15 leest als volgt: “En dien zult gij met drek van des mensen afgang bakken, voor hun ogen…. Toen zeide ik: Ach Heere, Heere zie mijn ziel is niet verontreinigd geweest; want ik heb van mijn jeugd af tot nu toe geen dood aas, noch dat verscheurd is gegeten en geen verfoeilijk vlees is in mijn mond gekomen. En Hij zeide tot mij: Zie, Ik heb u rundermest gegeven voor mensendrek, zo zult gij uw brood daarmede bereiden.”{SR1: 123.3}

De profeet werd verteld dat hij geen hout kon gebruiken, of kolen om de koek erop te bakken, maar dat hij “drek dat uit de mensen kwam,” moest gebruiken. Voor Ezechiël was het te walgelijk en hij smeekte om vrijgesteld te worden. De Heer bracht een verlichting, niet onder dwang, maar alleen omwille van Ezechiël, door Ezechiël te vertellen om het op “drek van runderen,” te bakken. Het 13e vers geeft als volgt een verklaring van het zinnebeeld: “En de HEERE zeide: Alzo zullen de kinderen Israëls hun brood onrein eten onder de heidenen, waarhenen Ik hen verdrijven zal.” Het zinnebeeld is: Ieder onderdeel van waarheid dat tot zo ver is gekomen, is vervuilt geworden, met inbegrip van de laatste (Sabbat), ondanks al de instructies aan ons gegeven, gebod op gebod, regel op regel. Het plaatje vertelt het verhaal; symbolen liegen niet. In plaats van beledigd te zijn omdat we op onze tekortkomen gewezen worden, zouden we alleen God moeten prijzen dat in Zijn genade Hij een oproep tot reformatie heeft gedaan, dat we niet gelaten worden om in onze zonden te sterven, maar een gelegenheid gegeven worden te kiezen wie we zullen dienen.{SR1: 124.1}

De vraag mag gesteld worden: Hoe hebben we Gods waarheid vervuild?

Slechts een van de vele verwijzingen zal hier geciteerd worden: Vol 1, bladzijden 471, 472: “ Een grote fout is gemaakt door sommigen die de tegenwoordige waarheid aanhangen, door het introduceren van handel in loop van een serie bijeenkomsten,… Predikanten hebben op het kansel gestaan en hebben de meest heilige voordracht gepredikt, en dan door het introduceren van handel en zich gedragen als een verkoper, zelf in het huis van God…. De

124

last van het verkopen van onze publicaties moet niet rusten op de predikanten die werken volgens woord en leerstelling.”Volume 8, bladzijde 250: “ Ik zag onze Instructeur [Christus] wijzen naar de klederen van zogenaamde gerechtigheid. Ze uitkledend, legde Hij de ontheiliging eronder bloot. Toen zei Hij aan mij: ‘Kun je niet zien hoe ze aanmatigend hun ontheiligde en verdorven karakter hebben bedekt? “Hoe is de trouwe stad een hoer geworden?” Mijn Vaders huis is tot een huis van handel gemaakt, een plaats waar de heilige aanwezigheid en heerlijkheid is verdwenen! Om deze reden is er zwakheid en ontbreekt er kracht.’ “ Zo hebben we het bewijs dat iedere waarheid tot nu toe vervuild is geworden, met inbegrip van de Sabbat.{SR1: 124.2}

De 40 Dagen En Wat Daarin Plaatsvindt

Tot zover, zijn de 390 jaren uitgelegd, en we zullen nu de 40 dagen behandelen, of jaren. Nadat Ezechiël de 390 jaren had voltooid, werd hij verteld om nu op zijn rechterzijde te keren en 40 dagen erop te liggen. In tegenstelling tot de 390 dagen at hij niets, maar vastte de volle veertig dagen, en gedurende deze tijdsperiode moest hij op zijn rechterzijde liggen. Zoals we eerder uitgelegd hebben, als iemand op zijn linkerkant zou liggen zou de maag zichzelf niet kunnen ledigen, maar nu moest hij op zijn rechterzijde liggen. Deze houding zou de maag een kans geven om zichzelf te ledigen. Als de maag leeg zou worden en geen ander voedsel in zou nemen, zou hij vanzelfsprekend hongerig worden (zinnebeeld van geestelijke honger).{SR1: 125.1}

Het zinnebeeld is dat de kerk veertig jaren in een geestelijk verval was geen nieuw geestelijk voedsel gehad heeft om zich te voeden. Sommigen zullen zeggen: We hebben de Bijbel en de Getuigenissen en we voeden ons door hen.” Het is waar we hebben ze gehad, maar ze zijn gesloten voor ons, want we hebben er geen juist gebruik gemaakt van de waarheid die we hebben gehad, en het is een feit dat de kerk geen nieuw licht op de schriften heeft gehad die veertig jaar geleden niet begrepen werden.{SR1: 125.2}

De veertig jarige periode begon in 1890 volgens de kaart op bladzijde 112-113, in welke tijd de 390 jaren eindigde. Die tijd is ongeveer voorbij, en nu moeten we voedsel hebben anders zullen we sterven en God in

125

Zijn genade heeft aan Zijn volk gedacht en stuurt hen een uitnodiging om dichterbij te komen voor een ander goed feest.{SR1: 125.3}

Broeders en Zusters, zou dichterbij willen komen voor een groot avondmaal? Of zult u een verontschuldiging hebben? Zult u zeggen, “Ik heb een stuk akker gekocht en ik moet het gaan bekijken. Ik verzoek u houd mij voor verontschuldigd.”Of zal uw antwoord zijn: Ik heb vijf juk ossen gekocht en ik ga heen om die te beproeven.” Of zal het zijn dat u “een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen.” Onthoudt dat de arme, de verminkte, de kreupelen en de blinden van de straten en wijken niet zullen aarzelen, het huis zal gevuld worden. Want Ik zeg ulieden dat iemand van die mannen die genood waren, mijn avondmaal smaken zal.” Lukas 14: 1624.{SR1: 126.1}

Zeven—Volmaakt Getal

In deze profetie vinden we dat er maar zes delen zijn, en er zijn slechts zes stappen gemaakt. Luther, Knox, Wesley, Campbell, Miller, en White. Het getal zes is geen volmaakt getal. Het is dan duidelijk, dat er nog een ander deel moet volgen, en een stap te beklimmen. “Zeven,”is het volmaakte Bijbelse getal. De vraag is: waarom is het zevende deel niet in deze profetie inbegrepen? Omdat de zes vervuild waren; ontheiligd door menselijke voorbereidingen, menselijke gedachten en plannen zijn toegevoegd en opgevolgd die in Gods ogen als “drek,” zijn. Het mag niet zo zijn met het zevende, want het is het laatste, het moet rein zijn. Dit laatste deel, rein en niet ontheiligd, wordt voorgesteld door de engel van Openb. 18: 1: “En na dezen zag ik een anderen engel afkomen uit den hemel hebbende grote macht en de aarde is verlicht geworden van zijn heerlijkheid.” Het is in deze tijd dat Jesaja’s profetie vervuld zal worden. Jes. 52: 1,2: Waak op, waak op trek uw sterkte aan o Sion! Trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad, want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen. Schudt u uit het stof, maak u op zit neder o Jeruzalem! Maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion! [Gods reine kerk].”{SR1: 126.2}

Merk het laatste deel van het eerste vers op: “Voortaan zal geen onbesnedene

126

noch onreine meer komen.” In de kerk en haar gehele geschiedenis zijn er altijd de onbesnedene, de onreine en de onbekeerden geweest, maar hier verklaard de profetie dat ze er “niet meer,” zullen zijn. Laten we onze God dankzeggen voor deze kostbare belofte, en voor de openbaring van Zijn Woord. Zefanja verkondigd ook: “ De overgeblevenen van Israel zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken en in hun mond zal geen bedrieglijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen en niemand zal hen verschrikken.” In Profeten en Koningen, bladzijde 445 – bladzijde 725 Eng, lezen we: “ Gekleed in de wapenrusting van Christus gerechtigheid is de gemeente gereed voor haar laatste strijd, ‘Schoon als de blanke maan, stralend als de gloeiende zon, geducht als krijgsscharen,’ is ze gereed om de wereld in te gaan overwinnende om te overwinnen.”{SR1: 126.3}

Het zou uitgelegd kunnen worden dat dit ons breng naar het openen van het zevende zegel van Openb. 8: 1. De kerk op de zevende stap, onder de zevende zegel, en tijdens de zevende bazuin. Hierdoor weten we dat we op de grens staan van de Eeuwigheid. Zouden de lippen van een van ons de woorden uiten: “De oost is voorbij, de zomer is ten einde en wij zijn niet gered?” Maar hoe zullen we deze volmaaktheid verkrijgen? Het zal niet gemakkelijk zijn. Tenzij we moeite doen zullen we nooit het kenmerk bereiken, want de vijand laat nooit een draadje los. Hij heeft zich de hele weg ermee bemoeid, elke stap en ieder deel van de waarheid, en zijn plannen zijn nu sterker dan ooit te voren. Desondanks verkondigt profetie dat de 144.000 hun knie niet voor Baal hebben gebogen, “En in hun mond is geen bedrog gevonden; want zij zijn onberispelijk voor de troon van God.” Op dit moment heeft het kerkgenootschap ongeveer 10.000 evangelie werkers in dienst, maar wat zal het zijn wanneer 144.000 zonder bedrog, vlek of rimpel of niets van dien aard, vervult met de Geest van God, de aarde passeren? Zo is het begin van de zevende stap. Geen wonder dat de profeet verkondigd: “de onbesnedene en de onreine zullen niet meer tot u komen.” En Ik zal haar tot een machtig volk maken.” Micha 4: 7.{SR1: 127.1}

Terwijl de profetie van de 430 jaren haar begin vindt met de Reformatie door Luther en anderen, is de les voor deze tijd en het

127

volk in deze eeuw. Nooit eerder is deze profetie begrepen, en tot nu toe heeft niemand ooit veel ervan ontvangen, maar wanneer de tijd vol is, maakt God het bekend. Zo heeft Hij zijn volk steeds geleid. De verzen die niet besproken zijn zullen nu overwogen worden.{SR1: 127.2}

De belegering

“En gij mensenkind, neem u een tichelsteen en leg dien voor uw aangezicht en bewerp daarop de stad Jeruzalem.” Ezech. 4: 1. De Hebreeuwse vertaling leest: “Graveer,”erop een stad; namelijk “Jeruzalem,”( de stad: Een zinnebeeld van het kerklidmaatschap). Ezechiël werd gezegd om een stad te graveren en het Jeruzalem te noemen, en het moest gegraveerd worden op een tichelsteen. Papier of een vel kwamen niet in aanmerking, want het zou niet zo duurzaam zijn als steen Als het gegraveerd is op een steen kan het niet uitgewist worden. De gedachte is dat de profetie zeer zeker tot stand zal komen, en nadat het eens geschiedenis is geworden, kan men de dingen uitgebeeld niet uitwissen, ze zijn daar voor altijd door alle eeuwen heen. (De steen hier genoemd is niet gefabriceerd. Het is een natuurlijke lichtgevende steen, en gedolven in grote van zichzelf van elkaar gescheiden plakken, die in bepaalde delen van dat land in grote overvloed wordt gevonden. Het is overvloedig of uitsluitend gebruikt voor dakbedekking en het maken van vloeren).{SR1: 128.1}

Ezech. 4: 2: “En maak een belegering tegen haar en bouw tegen haar sterkten en werp tegen haar een wal op en stel legers tegen haar en zet tegen haar stormrammen rondom.” “Maak een belegering tegen haar,” : dat is, val de stad (de kerk) binnen door een leger om haar overgave af te dwingen; tracht de stad in bezit te nemen, de kerk. “En bouw tegen haar sterkten,”: Een fort rondom een stad maakt het veilig, dus “tegen haar sterkten bouwen,” betekent het zeker stellen dat niemand ontsnapt. “ En werp tegen haar een wal op”: het woord “wal,” in het Grieks vertaald, is overgebracht (Proho’mata), betekenend: “ gordel,” hetgeen een dijk is rondom het fort, zo alle moeite en voorzorgsmaatregelen treffend om de stad te beveiligen. “En stel legers tegen haar”: dat is maak tijdelijke logeerplaatsen. De gedachte is, maak voorbereidingen om daar te blijven totdat je de stad hebt overwonnen. “En zet tegen haar stormrammen rondom”: Of zoals in de kantlijn, “hoofdleiders,” : Wat betekend een instrument

128

waarmee men kan rammen of aanvallen. “Een Ram,” is een mannelijk schaap, wat gebruikt wordt als een zinnebeeld voor Gods mannen, en ze moeten rondom zich slaan tot dat de stad is ingenomen. Het instrument waarmee ze slaan is een helder, snijdende en overtuigende Bijbel Waarheid.{SR1: 128.2}

De “stad” (Jeruzalem) is Gods kerk: te weten de Zevende Dags Adventisten (Israel). God Zelf heeft deze kerk ingesteld door een profeet, en er is een groot verschil tussen deze kerk en de kerken tijdens de Reformatie van Luthers tijd en verder. God heeft toegestaan dat Zijn volk door de meerderheid uit de kerk gestemd werd, en ze werden gedwongen om een andere beweging te beginnen totdat ze de volgende stap konden maken en zo verder. In dit geval zal God optreden tegen het lichaam in zijn geheel. Zij die zuchten en weeklagen over de gruwelen die gedaan worden in de kerk zullen verzegeld worden door de man met de schrijversinktkoker. Zij die vastbesloten zijn om het kwade te doen, dat is, het tegengestelde te doen dan de regels die door de Geest van God dor de Getuigenissen voor de kerk zijn neergelegd, zullen vernietigd worden door de vijf mannen met de slachtwapens van Ezechiël 9. Niemand kan ontsnappen, want de stad is belegerd, versterkt en zeker gesteld. Het is in feite, dat in iedere eeuw waar God Zijn waarheid en doelstelling in duidelijke lijnen heeft gedemonstreerd, na verworpen te zijn, dat de mensen de toorn van een Almachtige en Grote God ondergaan. Bijvoorbeeld, de mensen voor vloed, de stad Sodom, Egypte, de Kanaanieten, Babylon, en het oude Jeruzalem. {SR1: 129.1}

Een Principiële Scheiding

“Verder, neem gij u een ijzeren pan, en stel ze tot een ijzeren muur tussen u en tussen de stad; en richt uw aangezicht tegen haar, dat zij in belegering kome, en gij zult ze belegeren. Dit zij den huize Israëls een teken.”Ezech. 4: 3. “ Neem gij u een ijzeren pan, en stel ze tot een ijzeren muur tussen u en tussen de stad [kerk]”. Een zinnebeeld van een onneembare scheiding tussen twee klassen. Dit betekend niet dat ze elkaar niet zien, of niet tot elkaar spreken, maar een principiële scheiding, een regel, of gids. “En richt uw aangezicht tegen haar”: Zoals een generaal van een leger zijn gezicht stelt tegen een andere natie met de bedoeling het te veroveren. “Dit is den huize Israëls een teken”: Het teken

129

is voor hen die gekenmerkt zijn of verzegeld; namelijk de 144.000, want zij zijn Het Ware Israel.{SR1: 129.2}

De Tijd Van Geestelijke Honger

“Bovendien zeide Hij tot mij: Gij mensenkind, zie, Ik breek den staf des broods in Jeruzalem en zij zullen het brood met gewicht en met kommer eten, en het water met zekere maat en met verbaasdheid drinken. Opdat zij des broods en des waters gebrek hebben, en de een met den ander verbaasd worden, en in hun ongerechtigheid uitteren.” Ezech.4: 16,17. Het 13e vers betreft de tijd van de 390 jaren; Ezech. 4:16, 17 betreft de tijd van de veertig jaren. Het begin van het 16e vers toont aan dat er een breuk is in de profetie, want we lezen: “Bovendien zeide Hij tot mij” dat is tevens of voorts. “Ik breek den staf des broods in Jeruzalem” (Ik zal het verminderen, of zal het laten afnemen). “En zij zullen het brood met gewicht en met kommer eten, en het water met zekere maat en met verbaasdheid drinken”: Dat is, spaarzaam, totdat hun broodvoorraad op is geraakt en ze hongerig zijn geworden. “Als In Nood” (verbaasdheid): Dat is, we zullen zeggen dat we de waarheid hebben, of dat we Gods volk zijn, maar we begrijpen niet waarom, met als gevolg; dat kracht ontbreekt en er iets niet juist is.{SR1: 130.1}

Het 17e vers is de vervulling van de profetie vervat in Ezech. 4: 16. De Douay versie, schijnt het duidelijker te maken, waar we Ezech. 4: 17 hier citeren: “Zodat wanneer brood en water ontbreken iedere man zijn broeder zal afvallen, en ze in hun ongerechtigheid mogen wegkwijnen.”Het begin van het vers in het Grieks, en Bulgaars, zijn het zelfde met de uitzondering van het woord: “volk” wordt gebruikt in plaats van “broeder”. De Hebreeuwse vertaling brengt over:” Zodat ze brood en water willen en teleurgesteld zijn over elkander en in hun ongerechtigheid wegkwijnen.” “Zodat wanneer brood en water ontbreken iedere man zijn broeder zal afvallen” (Douay): Dat betekend, in de tijd van de veertig jarige periode, zullen ze hun voorraad brood en water (geestelijk) uitputten en werkelijk hongerig worden zodat ze hun fouten zullen ontdekken. Testimonies to Ministers = Getuigenissen voor Predikanten, bladzijde 419 citerend: “God vereist zekere zaken van Zijn volk, als ze zeggen, Ik zal

130

mijn hart niet geven op deze dingen te doen, laat de Heer ze verder gaan in hun vermeende wijze oordelen zonder hemelse wijsheid, totdat dit schriftdeel (Jes. 28: 13) is vervult. U mag niet zeggen, Ik zal de Heer Zijn leiding volgen tot een zeker punt dat in overeenstemming is met mijn oordeel, en dan vast houden aan je eigen ideeën, weigerend om gevormd te worden naar de gelijkenis van de Heer. Laat de vraag gesteld worden: Is dit de wil van de Heer? Niet is dit de mening of het oordeel van ……….?” “Zo zal hun het woord des HEEREN zijn: gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken en verstrikt en gevangen worden.” Jes. 28: 13.{SR1: 130.2}

Testimonies to Ministers = Getuigenissen voor Predikanten, bladzijde 105107: “We moeten niet denken zoals de Joden dat deden, dat onze eigen ideeën en meningen onfeilbaar zijn; noch zoals de paus gezindten dat zekere personen de unieke beschermers van waarheid en kennis zijn, dat de mens geen recht heeft om de Schriften voor zichzelf te onderzoeken, maar de uitleggingen gegeven door de Vaders van de Kerk moeten aanvaarden…. Zij die toestaan dat vooroordeel het verstand belemmerd tegen het ontvangen van waarheid kunnen de heilige opheldering niet ontvangen. Doch, wanneer een visie van de Schriften gepresenteerd wordt vragen velen niet Is het waar, in overeenstemming met Gods Woord? Maar door wie wordt het aanbevolen? En tenzij het door precies die kanaal komt die hun behaagd, aanvaarden zij het niet. Zo door en door tevreden zijn ze met hun eigen ideeën, dat ze de Schriftuurlijke bewijzen niet willen onderzoeken, met een verlangen te leren, maar weigeren om geïnteresseerd te zijn, puur vanwege hun vooroordelen.{SR1: 131.1}

“De Heer werkt vaak waar we Hem het minst verwachten; Hij verrast ons door Zijn macht te openbaren, door instrumenten van Zijn eigen keuze, terwijl Hij voorbij gaat aan de mannen waar wij naar gekeken hebben als degene waardoor licht zou moeten komen. God verlangt van ons om de waarheid te ontvangen vanwege haar eigen verdiensten, omdat het waarheid is…. Maar kijk uit om dat wat waarheid is te verwerpen. Het grote gevaar van ons volk is dat ze op mensen hebben vertrouwd en vlees tot hun arm stellen. Zij die het niet tot een gewoonte hebben gemaakt van de Bijbel voor zichzelf te onderzoeken, of bewijzen afwegen, hebben vertrouwen in de leidende mannen en aanvaarden de beslissingen die

131

zij maken; en zodoende verwerpen velen juist de boodschap de God voor Zijn volk zend, als deze leidende broeders hen niet aanvaarden.{SR1: 131.2}

“Niemand mag beweren dat hij alle licht heeft dat er is voor Gods volk. De Heer zal dat niet tolereren. Hij heeft gezegd,’ Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten.’ Zelf als al de leidende mannen licht en waarheid zouden weigeren, zal die deur toch open blijven. De Heer zal mannen doen opstaan die de mensen de boodschap van deze tijd zullen geven… Veronderstel dat een broeder een visie heeft die verschilt van jou, en hij zou naar u toekomen, een voorstel doend dat u met hem zou zitten en een onderzoek doen over dat punt in de Schriften, zou u dan moeten opstaan, vervult met vooroordeel en zijn ideeën afkeuren, terwijl u weigert om hem een openhartig verhoor te geven? De enige juiste wijze zou zijn om als Christenen te zitten, en het gepresenteerde standpunt onderzoeken, in het licht van Gods Woord, welke de waarheid zal openbaren en dwaling zal ontmaskeren. Om zijn ideeën belachelijk te maken zou zijn standpunt niet in het minst verzwakken als het vals was, of zijn standpunt versterken als het waar was. Als de pilaren van ons geloof de toets van onderzoek niet kunnen doorstaan, is het de tijd dat we het weten. Er moet geen geest van Farizeïsme onder ons gekoesterd worden.”Hoewel men koppig de directe toepassing van de hier geciteerde Schriften kan betwisten, zal niemand zeker de lessen geleerd in deze uitgave betwijfelen en toch beweren in eensgezind te zijn met de beweging.{SR1: 132.1}

132

133

shepherds-rod-volume-one-ezekiel-grains

134

HOOFDSTUK VI

OVERZICHT VAN JESAJA, HOOFDSTUKKEN 5466 INBEGREPEN

Deze oproep tot reformatie zoals hier uiteengezet is het directe resultaat van de studie van de dertien hoofdstukken in het boek van Jesaja, zoals bedacht door de Zevende Dags Adventisten kerkgenootschap en gepresenteerd aan de kerken in de gehele organisatie de wereld rond. Deze lessen zijn onderwezen in de Sabbat School departement gedurende januari, februari en maart van het jaar 1929, en beginnend met het 54ste hoofdstuk, eindigend met het 66ste. We geloven dat Gods hand leidde, en dat deze bijzondere lessen op een aangewezen tijd onder goddelijke leiding kwamen, met de bedoeling Zijn volk tot actie op te wekken vanuit de lauwe Laodiceaanse conditie en geestelijke zwakheid.{SR1: 135.1}

In Volume 3, bladzijde 492 lezen wij: “De Generale Conferentie, welke de hoogste autoriteit is die God op aarde heeft.” (“Generale Conferentie” waar hier over gesproken wordt is niet de mening van een man, maar een Generale Conferentie van broeders samengekomen van alle delen van het veld, zoals beschreven in Gospel Workers, bladzijde 489: “Maar wanneer in een Generale Conferentie, het oordeel van broeders, samengekomen van al de delen van het veld wordt uitgeoefend. Eigen onafhankelijkheid en eigen oordeel, moet niet koppig worden gehandhaafd, maar onderworpen worden”). Om deze reden, eerde God de Generale Conferentie en zond de lessen door dat kanaal, met de bedoeling om een reformatie voort te brengen, in het gehele kerkgenootschap in een enkel kwartaal van Sabbat School studies.{SR1: 135.2}

Deze dertien hoofdstukken van Jesaja zijn een doorlopende brief geschreven aan de kerk. Hoewel ze vele eeuwen in de Bijbel zijn geweest, waren ze voor ons bedoeld in deze tegenwoordige tijd, en staan ze als een directe zendbrief voor de kerk nu. Het 54ste hoofdstuk is het begin van de brief, en het eindigt met het 66ste. De volgende redenen worden gegeven om zodanig te geloven.{SR1: 135.3}

Jesaja 54—Het Begin Van De Brief “De God Van Troost”

“Zing vrolijk, gij onvruchtbare die niet gebaard hebt! Maak geschal met vrolijk gezang ,

135

en juich die geen barensnood gehad hebt! Want de kinderen der eenzame zijn meer dan de kinderen der getrouwde, zegt de HEERE.” Jes. 54: 1. Hoofdstuk vier van Galaten zegt dat de vrouw waar hier over gesproken wordt, de “onvruchtbare,” “Zij die geen barensnood gehad heeft.” “eenzaam” Sarah is. De andere, de getrouwde vrouw genoemd is Hagar. Sarah is eenzaam, want ze maakte plaats en gaf haar echtgenoot aan Hagar daarom is Hagar de getrouwde vrouw. Sarah was onvruchtbaar, zonder kind, terwijl Hagar, Ishmael kreeg.{SR1: 135.4}

“Want er is geschreven, Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft.” Gal. 4: 25, zegt Hagar stelt de Oud Testamentische kerk of Jeruzalem in Palestina voor. “ Want dit, namelijk Hagar is Sinai, een berg in Arabie, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen.” “Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is onder aller moeder. Zo dan, broeders wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije.” Gal. 4: 26, 31. Zo is Sarah (de vrije) het zinnebeeld van Jeruzalem dat boven is, of de kerk van het Nieuwe Testament.{SR1: 136.1}

Ishmael stelt de kinderen van de Oud Testamentische kerk voor, maar Izaäk, de kinderen van de Nieuw Testamentische (Christelijke) kerk. “ Maar wij broeders, zijn kinderen der belofte, als Izaäk was. Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde dengene, dien aar den Geest geboren was, alzo ook nu.” Gal. 4: 28,29. Zoals Abrahamde dienstmaagd (Hagar) en haar zoon (Ishmael) uitgeworpen heeft, evenzo heeft God de Oud Testamentische kerk, of Jeruzalem welke nu is, uitgeworpen. Gal. 4: 30: “Maar zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije.” De Schrift maakt het onderwerp overduidelijk om verkeerd begrepen te worden. Sara is het zinnebeeld van de Christelijke kerk en Hagar, van de Joodse kerk.{SR1: 136.2}

Terugkerend naar het 54ste hoofdstuk van Jesaja, zal het opgemerkt worden, dat dit hoofdstuk gericht is aan de onvruchtbare, kinderloze, eenzame vrouw, Sara, die het zinnebeeld is van de Christelijke kerk. De Geest der Profetie

136

zegt als commentaar op dit hoofdstuk, dat de profetie voor het evangelie kerk is in deze tijd. We lezen in Profeten en Koningen, bladzijde 230, = Prophets and Kings, pages 374,375: “ Toen hij nog verder in de toekomst zag, aanschouwde de profeet de letterlijke vervulling van deze heerlijke beloften. Hij zag de brengers van het blijde nieuws van de zaligheid gaan tot de einden van de aarde, tot elk geslacht en elk volk. Hij hoorde de Here spreken over de evangelie gemeente: Zie, Ik doe haar de vrede toestromen als een rivier en de heerlijkheid der volken als een overvolle beek; en hij hoorde de opdracht Maak de plaats voor uw tent wijd, en men spanne de kleden uwer woningen uit, wees er niet karig mee, maak uw touwen lang en sla uw pinnen vast. Want naar rechts en links zult gij uitbreiden en uw nageslacht zal de volken in bezit nemen? De Here zei tot de profeet dat Hij zijn getuigen zou zenden, naar de volken, naar Tarsis, Pul en Lud….. naar Tubel en Jawan, de verre kustlanden.’ De profeet hoorde de stem van God, die zijn gemeente opriep tot het haar aangewezen werk, zodat de weg toebereid zou worden voor de komst van zijn eeuwig koninkrijk.”{SR1: 136.3}

De profetie kon niet voor het vroege gedeelte van de Christelijke kerk zijn geweest, want we lezen in vers 17: “ Alle instrument, dat tegen u bereid wordt zal niet gelukken, en alle tong, die in het gericht tegen u opstaat, zult gij verdoemen; dit is de erve der knechten des HEEREN, en hun gerechtigheid is uit Mij spreekt de HEERE.” “Alle instrument, dat tegen u bereidt wordt zal niet gelukken”: Als dit Schriftgedeelte een verwijzing had naar het vroege gedeelte van de kerk of voor de Donkere Middeleeuwen, dan zou God gefaald hebben om Zijn belofte uit te voeren. Merk op dat vanaf het begin van de Christelijke kerk, de stenen, zwaarden, kruizen, touwen, vlammen en vele andere wrede instrumenten die gevormd werden tegen de kerk gelukten, en voortgingen te gelukken tot ongeveer het midden van de 18e eeuw, daarom kon de profeet niet verwijzen naar het vroegere gedeelte van de kerk. Het volgende citaat zal de tijd waar het Schriftgedeelte van toepassing op is bewijzen: “ Valt men u heftig aan, dan gaat dat van Mij niet uit, wie u aanvalt, zal over u vallen…..Elk wapen dat tegen u gesmeed wordt, zal niets uitrichten, en elke tong die zich voor het gericht tegen u keert, zult gij

137

in het ongelijk stellen.’…Gekleed in de wapenrusting van Christus gerechtigheid, is de gemeente gereed voor haar laatste strijd.’Schoon als de blanke maan, stralend als de gloeiende zon, geducht als krijgsscharen,… Het donkerste moment van de strijd van de kerk met de machten va het kwaad gaat vooraf vlak aan haar verlossing. Niemand die op God vertrouw, behoeft echter te vrezen: want het briessen der geweldenaars is als een stortbui tegen een muur; dan zal God ‘een schuilplaats’ zijn tegen de stortbui’”. Profeten en Koningen, bladzijde 445 = Prophets and Kings, page 725.{SR1: 137.1}

We lezen weer in Early Writings, pages 284, 285: “Toen de heiligen de steden en dorpen verlieten, werden ze achtervolgd door de goddelozen, die zochten hen te doden. Maar de zwaarden die opgeheven werden om Gods volk te doden, braken en vielen krachteloos als een riet. Engelen van God beschermden de heiligen. Omdat ze dag en nacht huilden voor verlossing, kwam hun smeekbede voor de Heere.” Zo hebben we bewijs dat het hoofdstuk geschreven was voor het volk van God, dat zal leven in de tijd van het einde. De bedoeling van dit artikel is niet om alles uit te leggen wat het hoofdstuk bevat, maar om de tijd aan te geven waar het voor bestemd was, met een paar leerzame opmerkingen. In een andere studie zullen we al deze hoofdstukken behandelen gescheiden van elkaar, vers na vers.{SR1: 138.1}

In de verzen 14 en15 is er een grote bemoediging voor het volk van God, en het zou ons geloof moeten versterken. “Gij zult door gerechtigheid bevestigd worden; wees verre van verdrukking …zij zullen zich zekerlijk vergaderen, doch niet uit Mij: wie zich tegen u vergaderen zal, die zal om uwentwil vallen.” De tijd van de vervulling van deze verzen is goed uitgebeeld in Early Writings, pages 282, 283: “Ik zag de heiligen de steden en dorpen verlaten en samen in groepen verenigen en in de meest afgelegen plaatsen wonen. Engelen voorzagen voor hen in voedsel en water, terwijl de goddelozen van honger en dorst omkwamen. Toen zag ik de vooraanstaande mannen van de aarde met elkaar overleggen, en satan en zijn engelen waren bezig om hen heen. Ik zag een document, waarvan kopieën in verschillende delen van het land waren verspreid, waarin opdracht werd gegeven dat tenzij de heiligen hun eigenaardig geloof zouden opgeven, de Sabbat opgeven, en de eerste dag van de week onderhouden, het volk na een zekere tijd, de vrijheid kreeg om hen te

138

doden… maar engelen in de vorm van soldaten, vochten voor hen. Satan wenste het voorrecht te hebben tot het vernietigen van de heiligen van de Meest Verhevene; maar Jezus gaf Zijn engelen de opdracht over hen te waken… Daarna kwam de menigte van vijandige goddelozen, en daarna een massa boze engelen, de goddelozen haastend o, de heiligen te doden. Maar voordat ze Gods volk konden naderen, moesten de goddelozen eerst dit gezelschap van machtige heilige engelen voorbij gaan. Dit was onmogelijk. De engelen van God zorgden ervoor dat ze terug weken en veroorzaakten ook dat de boze engelen die om hen aanspoorden wezenloos neer vielen.”{SR1: 138.2}

De verzen 11, 12, bevat een andere schitterende belofte en toont de reinheid en heiligheid van Gods volk: “ Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten. En uw glasvensters zal ik kristallijnen maken en uw poorten van robijnstenen en uw landpale van aangename stenen.” Dit Schriftgedeelte kan haast niet verwijzen naar het Nieuwe Jeruzalem, de Heilige Stad, want er is geen verwijzing gemaakt van de muren van de stad, die ramen hebben, noch zou er enige noodzaak voor ze zijn, want er worden slechts12 poorten vermeld. Verder zijn de poorten van een grote parel gemaakt en niet van robijnstenen. ( “En de twaalf poorten waren twaalf paarlen: iedere poort was elk uit een parel.” Openb. 21: 21) De verzen die op dit moment worden behandeld, verwijzen naar een geestelijk huis waar Salomo’s tempen een zinnebeeld was. Naar dit geestelijk huis wordt verwezen, door Paulus in Efeze 2: 2022: “Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen. Op Welken het gehele gebouw bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere. Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.”{SR1: 139.1}

Merk op dat dit geestelijk huis, fundamenten heeft, ramen, poorten en landpalen (omheining). De fundamenten verwijzen naar de apostelen, Jezus Christus Zelf is de Hoeksteen. Zie Ef. 2: 20. De ramen van een huis worden gebruikt om licht te geven. Dit verwijst naar de profeten die dingen in vooruitzien en het licht doorgeven aan de onderdaan zoals in 1 Sam. 9: 9 (“ Eertijds zeide een ieder aldus in Israel, als hij ging

139

om God te vragen: Komt en laat ons gaan tot den ziener, want die heden een profeet genoemd wordt,die werd eertijds een ziener genoemd.”) De “poorten” van een huis hebben als doel om hen die het recht hebben binnen te laten en alle anderen buiten te houden. Dit kan geen andere betekenis hebben dan de wachters op de muren van Sion (de bediening). De “landpalen” (of omheining) betekent de kerkleden, de “levende stenen.” 1 Petr. 2:5, “Zo wordt gij ook zelven als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden ,die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.” {SR1: 139.2}

Merk op de soort en de kwaliteit van het materiaal dat hier gebruikt is in dit geestelijk huis. Het is het meest kostbare wat bekend is bij de mensheid“Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen,”(Jes. 54: 11). Fundamenten van saffieren, ramen van kristal, poorten van robijnen en landpalen van aangename stenen. Denk aan Jezus als de kostbare hoeksteen; de apostelen, die hun leven opgeofferd hebben, als de schitterende fundamenten, de profeten (waarvan velen door wreedaardigheid gedood zijn, zelf in de mate van door midden gezaagd te worden tussen twee blokken), als een raam dat licht geeft aan dit prachtige huis; en hen in de kerk gedurende de donkere middeleeuwen, die leden en werden gemarteld door wrede vervolgers, om landpalen van dit meest glorierijke, geestelijk huis te versieren.{SR1: 140.1}

Laat ieder zichzelf afvragen: Ben ik geschikt om gebruikt te worden in deze geestelijke structuur waarvan de stenen van schone kleuren zijn? Ben ik gewillig om op God te vertrouwen en te lijden voor Hem, wat Hij ook mag toelaten ten gunste van mij? Of wil ik de wereld en de hemel ook? Kunnen we God dienen en de Mammon? Kunnen we op wat voor manier dan ook de instructies verwerpen die ons gegeven worden door de Geest van God, en verwachten geschikt te zijn onder hen die liever zouden sterven, dan ongehoorzaam te zijn aan een van de kleinste van Zijn geboden? Hoe angstaanjagend de gedachte. Kan de kerk de aanwijzingen van God vervangen met wijze plannen van de mens? {SR1: 140.2}

God Roept Op Om Terug Te Keren—Het Woord Dat Verandert

Jesaja 55

“O, alle gij dorstigen! Komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wij en melk !

140

Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan? Hoort aandachtiglijk naar Mij, en eet het goede en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen.” Het woord “O” betekent “wie dan ook of “iedereen die wil horen”. Zo was het niet in de Oud Testamentische tijd, want toen dachten de Joden dat de Bijbel alleen voor de afstammelingen van Abraham was.{SR1: 140.3}

“Komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt.” Water is het meest belangrijke artikel om het leven te onderhouden; beiden, menselijke, dierlijke en vegetatie. Het is de meest overvloedige substantie, en zonder water is het leven onmogelijk. In dit vers is het bedoeld om geestelijk leven voor te stellen, wat verplicht is voor de Eeuwigheid. Jezus, pratend tot de vrouw aan de bron, zei; “Maar zo wie gedronken zal hebben va het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten, maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwig leven.” Joh. 4: 14.{SR1: 141.1}

Water is samengesteld uit twee stoffen; nl. zuurstof en waterstof. Zonder waterstof kan er geen leven bestaan en zonder zuurstof, zou het leven ophouden in minder dan vijftien minuten. Water wordt nooit verkocht, het is gratis. De prijs die we betalen is niet voor het water, maar voor de dienst verleent in het brengen van deze noodzakelijkheid naar ons voor ons dagelijks gebruik. Het is ook niet te koop in de Schriften, maar wordt gratis aangeboden. Er kan geen prijs vastgesteld worden voor eeuwig leven. Als het verkocht werd, zou niemand het kunnen kopen, daarom is het zinnebeeld hier gebruikt volmaakt. Het zou onmogelijk zijn om welk ander aards artikel dan ook te vervangen om het geestelijk leven voor te stellen.{SR1: 141.2}

Wijn

“Ja komt, koop zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk.” Hoewel het water gratis is, worden de wijn en de melk verkocht, maar er is geen prijs erop gezet, nog minder wordt de ruil gedaan met geld. Er moet iets gegeven worden al ruil om de transactie te doen. Wat moet het zijn? Het antwoord wordt gevonden in het zevende vers, als volgt: “ De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten: en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.” Wij

141

moeten onze wegen en onze gedachten verlaten, en daarvoor in de plaats Gods gedachten nemen en Zijn wegen volgen. Jes. 55: 8: ”Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen spreekt de HEERE.” Niet tot nadat deze transactie is gemaakt, kan men God welgevalig zijn, dienen, of verstaan, noch de hemel binnen gaan. Wanneer deze transactie gemaakt is, zijn de gedachten de wegen, de begeerten, de handelingen en de gehele mens verandert. Hoe verkrijgen we Gods gedachten? Ze kunnen slechts op een manier verkregen worden. Gods gedachten en wegen worden in Zijn Woord (de Bijbel) gevonden. De man die de volledige instructies door de Geest van God wil volgen is in een hemelse atmosfeer, en wandelt met God zoals Henoch van ouds.{SR1: 141.3}

Wat is de wijn en de melk? We zullen eerst praten over de wijn. Terwijl het water rijk is aan zuurstof, is de wijn rijk aan ijzer. Met de afwezigheid van ijzer in het lichaam, zou zuurstof van geen essentiële waarde zijn voor het lichaam, want ijzer is de trein waardoor zuurstof door de gehele menselijke anatomie wordt vervoerd. Zodra zuurstof de longen binnengaat, neemt de vertegenwoordiger ijzer het stof en draagt het door het hele systeem. Dus wat ook de wijn voorstelt, zonder dit, zou het water (leven) geen belang hebben, evenals het water zonder de wijn (als zinnebeeld) totaal waardeloos zo zijn. De wijn stelt het bloed van Christus voor. Daarom wordt de wijn in verband met het Heilig Avondmaal gebruikt, een symbool van het verspilde bloed van Christus. Als u het eeuwig leven (water) moet hebben, moet u ook het bloed of Christus (de wijn) hebben, want de een zou waardeloos zijn zonder de ander. Wederom zien we dat geen ander aards artikel, substantie of stof gebruikt kan worden om het bloed van Christus voor te stellen.{SR1: 142.1}

De Melk

Het volgende symbool genoemd is de melk, en ook dit moet op zichzelf volmaakt zijn om de waarheid zoals bedoelt door de Geest van God aan te tonen. Het menselijk lichaam is opgemaakt uit zestien verschillend stoffen. Als wij onze voorraad van een van deze stoffen zouden uit putten, en het leven niet meteen zou ophouden (afhankelijk van het ontbrekende stof), zou er een probleem ergens in het menselijk systeem zijn. Als melk

142

al de vereiste stoffen bevatte om het menselijk lichaam te behouden, zou de betekenis van het symbool aantonen dat de twee eerste symbolen, of leerstellingen van geen groot belang zijn. Aangezien melk iet al de benodigde stoffen bevat, betekent het dat de leerstelling voorgesteld door de melk alleen niet voldoende is. “De hoeveelheid ijzer gevonden in tien liters melk kan in de hoek van iemands oog geplaatst worden.”) Dat wat niet in de melk gevonden wordt, is door de wijn toegevoegd. Daarom kunnen de 3 leerstellingen hier onderwezen niet van elkaar gescheiden worden.{SR1: 142.2}

Wat is de leerstelling onderwezen door de melk? Dit symbool is eenvoudig te begrijpen. De melk stelt het Woord van God zoals gevonden in de Bijbel voor. 1 Petr. 2: 2: “En als nieuwgeborene kinderkens zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk opdat gij door dezelfde moogt opwassen.” Gods Woord is volmaakt en het zal van al de leerstellingen (stoffen) voorzien die nodig zijn voor het menselijk hart om het volmaakt te maken, maar zonder het vloeien van het bloed van Christus, zou het ons helemaal niet tot nut zijn. Nog minder zou het Woord en het bloed ons erg helpen als er geen leven was in de Zoon van God. Dus worden het water, de wijn en de melk samengevoegd, en kunnen niet van elkaar gescheiden worden en toch eeuwig leven onderhouden. Zijn ze niet volmaakte symbolen?{SR1: 143.1}

Veronderstel dat je een stof toevoegt aan de melk, zou het niet een vreemde zijn? En als het vreemd zou zijn bij de melk, zou het niet een vreemde zijn voor het menselijk stelsel? Als dit waar is, moeten we concluderen dat het vergif zou zijn voor het menselijk lichaam. “ Maar,” zegt u, “veronderstel dat ik de stof ijzer toevoeg, zou het dan niet vergif zijn.” Door een andere stof toe te voegen, zou het de melk uit haar balans halen, en zou het niet langer melk zijn. Het is onmogelijk dat menselijke wijsheid, Gods werk verbetert. Evenzo is het onmogelijk voor ons om een van Gods Woorden te negeren en toch geestelijk leven te behouden, nog minder kunnen we toevoegen, hoewel het ding goed kan zijn, zoals wij het mogen zien. Het zou het Woord uit haar balans gooien, en het zou Gods Woord niet langer meer zijn, net als de melk niet langer melk zou zijn. Gods Woord moet gehouden worden in het menselijk

143

hart, puur en onvervalst, als we ernaar moeten leven. “Dit kleed, geweven in de hemelse gewesten heeft in haar niet een draad van menselijk verzinsel.” Christ’s Object Lessons, page 311.{SR1: 143.2}

(Men kan zeggen, als melk geen gebalanceerd dieet is, hoe kan dan een baby gevoed worden door melk en toch volmaakt gezond zijn? God die de melk gemaakt heeft, wist wat de baby nodig had voor haar groei, en wat de melk kon verschaffen, dus heeft Hij voorzien voordat de baby geboren is. In het gedeelte tussen de maag en de dunne darm, wordt in dat gedeelte van de darm een grote “bult” gevonden. Deze “bult” is daar geplaatst om het ijzer te erschaffen. De opening van de dunne darm, evenals de maag, is te klein voor de “bult” om doorheen te gaan. Dus is het gedwongen om daar te blijven. Elke keer als voeding daar langs gaat, neemt het een deel van het ijzer op; zo wordt de stof toegevoegd, en ondervind de baby geen tekort. Als de baby ouder wordt, wordt de “bult” geleidelijk kleiner in omvang. Zoals het is met de menselijke baby, zo is het met het dierlijk leven.) Werkelijk onze God is zonder feilloos en wie kan Zijn wijsheid bevatten?{SR1: 144.1}

Waarom Geld Uitgeven Voor Dat Wat Geen Brood Is?

“Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan? Hoort aandachtiglijk naar Mij, en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen.” Jes. 55: 2. Wanneer we ons geld uitgeven voor voedsel welke niet de vereiste stoffen bevatten, of als het van een ongebalanceerde omvang is, dan is het niet zoals de Schepper het gemaakt heeft. In zulk een geval hebben we ons geld uitgegeven voor dat wat geen “brood” is.{SR1: 144.2}

Wanneer we voedsel kopen, moeten we zorgvuldig zijn in onze keus en er zeker van zijn dat het vrij is van vervalsing, of afwijkende fabricage processen. In zulke voeding worden de stoffen vereist om het fysieke leven te onderhouden niet gevonden. Het zou geld verspillen zijn om dit voedsel te kopen. De ergste schade die wordt berokkend door het gebruik van deze minderwaardige producten is niet alleen in de portemonnee, maar aan de gezondheid, door het afnemen van de fysieke krachten. Het onderhouden van het menselijk lichaam is afhankelijk van voedselvoorziening die wij het geven.{SR1: 144.3}

144

Zegeningen Voor De Jood En HeidenBlinde Wachters

Jesaja 56

Aan het begin van dit hoofdstuk vraagt God aan Zijn volk: “ Bewaart het recht en doet gerechtigheid”. De reden die gegeven wordt is dat Zijn heil nabij is om te komen en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden. De gedachte is dat de boekrol spoedig een keer zal maken en de tegenwoordige gang van dingen veranderd moet worden. Als de wachters tot wie Gods spreekt niet willen aanvangen met een algemene huisschoonmaak, zal God wachters moeten halen die hun stemmen willen opheffen als een bazuin en Zijn volk” hun overtredingen bekendmaken, en het huis van Jakob hun zonden”. God vraagt in dit hoofdstuk Zijn volk voor een strikte inachtneming van de Sabbat, ongeacht wie ze zijn, zonder aanzien van klasse, ras of volk. Zo zullen ze de belofte van Zijn verbond hebben, en hun geschenken, en offerande zullen op Zijn altaar aanvaard worden.{SR1: 145.1}

Er is een ernstige beschuldiging tegen Zijn wachters vanwege hun tekort schieten om af te rekenen met de zonden in de kerk en het resultaat is dat Zijn volk door de vijand wordt verslonden. “Zijn wachters zijn blind: zij weten niet: zij allen zijn stomme honden, zij kunnen niet bassen.” {SR1: 145.2}

Jes. 56: 10. De fase “stomme honden” is niet om hen te vernederen, maar is hier als een zinnebeeld gebruikt. Van alle dieren is een hond de beste vriend van de mens, en het is een hond zijn zaak om zijn meester te beschermen, of hem te waarschuwen van het gevaar door het geluid van zijn blaffen. Maar als de hond stom wordt en te kort schiet om het geluid te geven, dan is hij niet alleen waardeloos voor zijn meester, maar ook gevaarlijk, want er kan niet op hem gerekend worden. Aldus is een “hond” een volmaakt zinnebeeld van een wachter over Gods volk. Een goede rechtvaardige predikant is de beste vriend van de mens, door hem te waarschuwen van het gevaar dat gepaard gaat met zonde, maar als die predikant niet het alarm wil laten klinken en een waarschuwing geven, dan is hij een “stomme hond,” geworden. Niet alleen waardeloos maar gevaarlijk, want daardoor worden de schapen verslonden door de vijand. De wachters worden niet alleen beschuldigd met tekort schieten om op gepaste wijze te handelen met bestaande zonden in de kerk, maar ze zijn ook nog hebzuchtig. “Komt herwaarts, zeggen zij: Ik zal wijn halen, en wij zullen sterken drank zuipen.” Jes. 56: 12. Dit verwijst naar dezelfde wachters als in Matt. 24: 4850, die gulzig zijn, de gezondheidshervorming links laten

145

liggen, en het gevaar niet zien. Lees: “Isaiah the Gospel Prophet,” bladzijde 25, eerste alinea. De wachters genoemd door de profeet zijn niet hen in Babylon (populaire kerken), maar “Zijn wachters” in Zijn ware kerk. Volgens Testimonies to Ministers, page 445, is Ezechiël 9 de verzegeling van de 144.000. We lezen, pratend over Ezechiël’s profetie in Deel 5, blz. 211: “De oudsten, zij aan wie God groot licht gegeven had en die als wachters voor het geestelijk welzijn van het volk hadden gestaan, hadden hun plicht verzaakt. Zij waren van mening dat wij niet naar wonderen en bijzondere tekenen van Gods macht behoefden uit te zien zoals in de dagen van ouds. De tijden zijn veranderd. Deze woorden versterkten hun ongeloof, en zij zeggen: De Heer zal niets goeds maar ook niets kwaads doen. Hij is te genadig om Zijn volk met een oordeel te bezoeken.’ Aldus is ‘vrede en veiligheid’ de roep van mannen die nooit meer hun stem als een bazuin zullen verheffen om Gods volk hun overtredingen te tonen en het huis Jakobs hun zonden. Deze stomme honden die niet wilden blaffen zijn degenen die de rechtvaardige wraak van een beledigde God voelen. Mannen, meisjes, kleine kinderen allen komen zij tezamen om.”{SR1: 145.3}

De Rechtvaardigen En de Goddelozen In De Tijd Van Benauwdheid

Jesaja 57

Het gehele 57ste hoofdstuk handelt over afgoderij in Gods kerk. Gods volk was geroepen om uit Babylon te komen. De reden waarom we eruit geroepen worden, is dat we ons moeten afkeren van de gewoonten van Babylon. Dit hoofdstuk openbaart de waarheid. Hoewel we eruit gingen, brachten we de gewoonten van afgoderij in het huis van God. Het kwaad waarvan gesproken wordt in dit hoofdstuk is kerstviering, en het geven van Kerstgeschenken aan elkaar. Het 9e vers zegt: we hebben de koning ( de duivel) geëerd door dit te doen, en hebben onszelf “verdorven” zelf “tot aan de hel toe.” Dit is zeker waar. Wij als volk geven de Heer Zijn geld uit door de mensen te vertellen dat Kerst niet de geboorte dag van Christus is, en keren ons dan om en doen hetzelfde wat de wereld doet. Door zulke methoden wijzen we op de hoogste vorm van huichelarij.{SR1: 146.1}

Jes 57: 4, 5 en 6 vertellen van de boze praktijken van Israel van ouds en

146

zijn in dit hoofdstuk geschreven om een vergelijking te maken met het volk van nu, waarin hij wil zeggen dat we hetzelfde doen als hen toen en niet beter zijn. Deel 1, bladzijde 129 citerend: “Ik zag dat velen die de waarheid voor deze laatste dagen belijden, het vreemd vonden dat de kinderen van Israel, murmureerden toen ze op reis waren; dat na de schitterende handelingen van God met hen, ze zo ondankbaar waren om te vergeten wat Hij voor hen had gedaan. De engel zegt: ‘Gij hebt erger dan hen gedaan.’” Om het hele hoofdstuk uit te leggen, moet het vers na vers genomen worden, maar omdat het te lang is, kan het op dit moment niet gedaan worden.{SR1: 146.2}

Het Ware Vasten—De Sabbat Hersteld

Jesaja 58

Jes. 58: 1—“Roep luidkeels, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding en het huis Jakobs haar zonden.” God vraagt aan Zijn wachters om luidkeels te roepen en niet een ding ongedaan te laten; hun stemmen te verheffen als een bazuin, niet te vrezen hoe ver het geluid mag reiken; om de overtredingen en de zonden aan Zijn volk te tonen dor een algemene huisschoonmaak, “want Zijn verlossing is nabij, en Zijn gerechtigheid om geopenbaard te worden.” Citerend uit Testimonies to Ministers, bladzijde 427, lezen wij: “Reinig het kamp van deze morele zwendel, ook al vereist het de hoogste mannen in de hoogste posities. God laat niet met Zich spotten.”{SR1: 147.1}

Het tweede vers beschrijft de mensen waar Hij tegen wenst te praten. Het eerste deel van het derde vers verteld over bezwaren die Zijn volk maken. “Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel en Gij weet het niet.” Hij slaat geen acht op hen is hun weeklaag. Het laatste deel van het vers verteld waar het probleem ligt: “Ziet ten dage wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust, en gij eist strengelijk al uw arbeid.” Dit vasten kan geen vasten van voedsel zijn, want wanneer men vast van voedsel is men toegestaan om plezier te hebben, en zijn arbeid te eisen. In feite moet men zoals gewoonlijk zijn dagelijkse bezigheden doen, zodat hij geen uiterlijke vertoning toont van vasten. Onze Verlosser vereist dat deze taak uitgevoerd word in oprechtheid, en niet in huichelarij, ter verheerlijking van God, en niet om aandacht en uiterlijk vertoon van mensen.

147

Jezus zei: “En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben. Maar gij als gij vast, zalf uw hoofd, en was uw aangezicht. Opdat het van de mensen niet gezien worde als gij vast, maar van uw Vader Die in het verborgen is; en uw Vader Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.” Matt. 6: 1618.{SR1: 147.2}

Terugkerend naar Jesaja 58, vers 13 verteld het soort vasten dat dit is. “Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worden die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt.” Daarom is het vasten hier genoemd niet een vasten van voedsel, maar van plezier, arbeid en onze eigen wegen en gedachten, en dat we God moeten eren en Zijn Sabbat heilig houden. De beschuldiging is, dat we al onze arbeid verplaatsen naar de Sabbat dag. Als volk zijn we de ware betekenis van het houden van de Sabbat vergeten. We zijn er van uit gegaan dat alles wat min of meer betrekking heeft tot godsdienst toegestaan is op Gods heilige dag. Er wordt gezegd: Het is het werk van de Heer. Maar God heeft nooit ergens in de Schriften gezegd dat Zijn volk de vrijheid heeft om allerlei soorten werk (wat betrekking heeft op godsdienst) op de Sabbat te doen. Werk dat gedaan kan worden op een andere dag dan de Sabbat is geen werk voor de Sabbat. “Zeg dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen: Maar de zevende dag is de Sabbat van de Heer uw God: Dan zult gij geen werk doen.” {SR1: 148.1}

Merk op hoe het gebod leest: “geen werk”. God bedoelt niet dat we ons werk in de zeg dagen kunnen doen en Zijn op de Sabbat. Hij zegt het is een dag van rust: Niet fysiek, maar geestelijke rust. Bijvoorbeeld, het zou verkeerd zijn voor iemand om goede godsdienstige boeken op de Sabbat te verkopen, zelf als hij al de opbrengsten aan de kerk geeft. Het zou verkeerd zijn voor een chirurg om een chirurgische operatie op patiënten te doen op de Sabbatdag, als het op een andere tijd gedaan kan worden. Het zou verkeerd zijn als een verpleegster behandelingen aan patiënten geeft op de Sabbatdag, als het niet absoluut noodzakelijk was. Lees Deel 7, bladzijde

148

106. Het zou verkeerd zijn voor een kerkbestuur om op de Sabbat bijeen te komen en kerkzaken te bespreken, of plannen te maken van welke soort dan ook. Het zou verkeerd zijn dat een Sabbathouder, zichzelf overlaadt met evangelische aankondigingen over een serie bijeenkomsten, en ze van huis tot huis verspreid op de Sabbat dag. Al dit soort werk kan gedaan worden op een andere dag dan de Sabbat.{SR1: 148.2}

Wanneer we dit soort werk op de Sabbat doen, doen wij het om onszelf een uur of zo te besparen van de volgende dag, zo beroven we God van Zijn tijd en voegen het toe aan onze werelds plezier. Als het verkeerd is voor iemand om op de Sabbat goede godsdienstige boeken te gaan verkopen, hoewel hij al de opbrengsten aan de Kerk teruggeeft, is het dubbel zo verkeerd om dezelfde boeken in het huis van God op de Sabbatdag te verkopen, ongeacht wat er gedaan wordt met de inkomsten. Als dit alles waar is, dan zou het verkeerd zijn om met Oogst Inzamelingsdocumenten uit te gaan en contributies voor missies op de Sabbat te ontvangen. Het is tijd dat God onze aandacht voor deze dingen vraagt.{SR1: 149.1}

Citerend uit Patriarchen en Profeten, bladzijde 287.= Patriarchs and Prophets, pages 313, 314: “’Gij zult daarom de Sabbat houden, want het is u heilig…. Wie dan ook enig werk daarop doet, die ziel zal afgesneden worden van zijn volk.’ Opdracht werden juist gegeven voor de onmiddellijke oprichting van de tabernakel voor de dienst aan God; en nu mochten de mensen concluderen dat omdat het onderwerp de heerlijkheid van God als doel had, en ook vanwege hun grote behoefte voor een plaats van aanbidding, dat ze gerechtvaardigd waren om op de Sabbat eraan te werken. Om hen te behoeden van deze dwaling, werd de waarschuwing gegeven. Zelf de heiligheid en urgentie van dit speciale werk voor God moest hen niet leiden tot overtreden van Zijn heilige rust dag.”{SR1: 149.2}

De rode draad van hoofdstuk 58, leert ons dat we voor onze armen en zieken moeten zorgen, in plaats van hen naar een landelijk hoeve te zenden, of een ziekenhuis, als we ons willen verlustigen in de Heer. Er zijn vele lessen die we kunnen halen uit de diensten van oud Israel. God gaf hen de zevende Sabbatdag als een dag van rust voor aanbidding en dankzegging. Hoewel de offerdienst een heilige was, een religieuze dienst, die veel werk vereiste, waren ze niet toegestaan om het op de zevende Sabbatdag te doen.

149

Om deze reden gaf God hen de maandelijkse Sabbat waarop ze dat heilige werk konden doen. Als God niet ieder soort godsdienstig werk toestond om toen op de zevende Sabbatdag uitgevoerd te worden, zou Hij dat nu dan doen? “Ik de Heere verander niet.” Lees Lev. 23.{SR1: 149.3}

Een Verlosser Beloofd Aan Een Volk Boetend Volk

Jesaja 59

Jesaja 59: 28 verteld hoe verschrikkelijk en bedroevend onze zonden zijn in Gods oog. Het eerste vers bevat de schitterende belofte: “Ziet, de hand des HEEREN is niet verkort, dat zij niet zou kunnen verlossen en Zijn oor si niet zwaar geworden, dat het niet zou kunnen horen.” Als we onzen zonden zouden belijden en ons tot Hem zouden keren onder vasten en bidden, zal Hij medelijden met ons hebben en onze gebeden horen. Hoewel onzen zonden onuitsprekelijk groot zijn, is Jes. 59: 913 een goed verslag. Sommige mensen zijn het zich bewust en belijden hun zonden. In Jes. 59: 1619. is een profetie die te treurig is om van te spreken. Het is van toepassing op hen op wie de verantwoordelijkheid ruste om een hervorming tot stand te brengen, door de lessen van de kerk in haar ware licht te presenteren, iedere zonde bij zijn ware naam noemend in plaats van het toe te schrijven aan een ander volk en tijd, en daardoor de bedoelde aanwijzingen voor de kerk afwentelen. De waarschuwingen in de Schriften werden over het hoofd gezien en niet in acht genomen, en wat God verwachte van Zijn volk gedurende de eerste drie maanden van 1929, was niet tot stand gekomen, eenvoudig weg omdat zij die in verantwoordelijke posities waren, te kort schoten om zich aan hun taak te kwijten.{SR1: 150.1}

Jes. 59: 16, het eerste deel: “ Dewijl Hij zag, dat er niemand was, zo ontzette Hij Zich, omdat er geen voorbidder was.” God “was verbaasd”. Mozes en Aaron “stonden tussen de doden en de levenden.” Num. 16: 48. God gebruikte Elia op de berg Carmel. 1 Kon. 18. In de crisis hier onder ogen gebracht, vindt God niemand (Ezech. 22: 30), dus kwam Hij Zelf ertussen.{SR1: 150.2}

Jes. 59: 1618: “Daarom bracht Hem Zijn arm heil aan, en Zijn gerechtigheid ondersteunde Hem. Want Hij trok gerechtigheid aan als een pantser, en den helm des heils zette Hij op Zijn hoofd, en de klederen der wraak trok Hij aan tot kleding, en Hij deed den ijver aan als een mantel. Even naar de werken, even daarnaar zal Hij vergelden, grimmigheid aan

150

Zijn wederpartijders, vergelding aan Zijn vijanden, den eilanden zal Hij het loon vergelden.” God kleed Zichzelf met Zijn eigen kenmerken, en gaat voort om dingen recht te zetten. Als er een man was geweest, zou God de man het werk laten doen, maar daar er geen was, deed Hij het Zelf. Dit openbaart een van Gods werkende principes. Hij zal een man, of een volk gebruik om een ander te corrigeren of te straffen. Wanneer dat niet gedaan kan worden, bemoeid God zich ermee. Terwijl God met wraak tot sommigen komt, komt Hij met verlossing tot anderen. Jes. 59: 20: “En er zal een Verlosser tot Sion komen.” Dit verwijst niet naar de tweede komst van Christus op de wolken, want het vindt plaats voordat de genade sluit. Hij komt niet met wraak naar de goddelozen in de wereld, maar naar de kerk. En wanneer Hij komt, zal Hij het werk doen dat genoemd wordt in Mal. 3: 13.{SR1: 150.3}

Jes. 59: 19: “ Dan zullen zij den Naam des HEEREN vrezen van den nedergang en Zijn heerlijkheid van den opgang der zon.” God zal deze komst als een voorbeeld voor de volkeren maken net zoals Hij deed met Sodom en Gomorrah. Jes. 59: 19 laatste deel: “Als de vijand zal komen gelijk een stroom, zal de Geest des HEEREN de banier tegen hen oprichten.’ Johannes in Openb. 12: 15 verwijst naar dit incident. “En de slang wierp uit haar mond achter de vrouw water als een rivier, opdat hij haar door de rivier zou doen wegvoeren.” De vrouw die hier genoemd wordt is Gods kerk (Zevende Dags Adventisten) “die de geboden Gods bewaren en de Getuigenis van Jezus Christus hebben.” De “vloed” is niet de Zondagswet, of enige vervolging in het verleden. De Zondagswet was een andere gebeurtenis en is beschreven in Openbaring 13, als een vervolgende macht om het merkteken van het beest te bekrachtigen.{SR1: 151.1}

“Vloed” is hetzelfde als “water”, hetgeen onbekeerde mensen (in de kerk) betekend, die Satan gebruikt om de kerk op een stille wijze gebruikt te laten afvallen, zodat niemand bedacht is op deze grote misleiding. Op deze wijze tracht hij de uitverkorenen (de 144.000) te misleiden, indien dat mogelijk was. Omdat het onmogelijk is komt Christus Zelf tussen beide en verlost Zijn volk ( zij die zuchten en weeklagen over de gruwelen in de kerk) en maakt zo een voorbeeld voor de anderen.

151

Openb. 12: 16: “En de aarde kwam de vrouw te hulp en de aarde opende haar mond, en verzwolg de rivier, welke de draak uit zijn mond had geworpen.” De betekenis is dat ze dood gaan, begraven zijnde in de aarde, zoals in Num. 16: 32: “ En de aarde opende haar mond en versland hen met hun huizen en alle mensen die Korach toebehoorden en al de have.” Zo zal “de Geest des HEEREN de banier tegen hen oprichten.”Jes. 59: 19, laatste gedeelte. Dit zal Matt. 13: 29, 30 in vervulling laten gaan: “ Laat ze beiden de tarwe en het onkruid opgroeien tot de oogst.” De scheiding zal het begin van de oogst kenmerken, welke de Luide Roep van de derde engelen boodschap is van Openb. 18: 1. De Geest van God is uitgestort op Zijn volk ( zij die ontkomen aan de vernietiging), en de belofte is, dat het nooit van ze zal wijken. Jes. 59: 21: “Mij aangaande, dit is Mijn Verbond met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden, die Ik in Uw mond gelegd heb, die zullen van Uw mond niet wijken, noch van den mond van Uw zaad, noch van den mond van het zaad Uws zaads, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid toe.” Lees “Isaiah the Gospel Prophet,” Volume 3, pages 4349.{SR1: 151.2}

Zodra de scheiding is beëindigd, en Satan met zijn misleidende plannen verloren heeft, bevindt de kerk zich in een grote strijd met de vijand. Openb. 12: 17: “En de draak vergrimde op de vrouw en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, [ zij die overgebleven zijn]die de geboden Gods bewaren en de getuigenis van Jezus Christus hebben.(De oorlog tegen de vrouw is de Zondagswet.){SR1: 152.1}

De Laatste Overwinning Van de Rechtvaardigen

Jesaja 60

Dit hoofdstuk begint met de woorden: “Maak u op, wordt verlicht, want uw Licht komt en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op.” De Late Regen, De Geest van God, en de heerlijkheid van Zijn kracht. Het hoofdstuk verteld over de inzameling in de tijd van de oogst. Een grote menigte bestaande uit alle volkeren, en soorten mensen, rijken en armen gelijk, van alle levenswandel; koningen en heersers onder hen en ook de rijken van de heidenen zullen naar de kerk komen. De volken en

152

de koninkrijken die hen (de kerk) niet willen dienen zullen verloren gaan. De hier verzamelde menigte zijn degene met de palmtakken in hun handen. Openb. 7: 9.{SR1: 152.2}

Jes. 60: 19, 20 verteld van de reinheid van Gods kerk en Zijn zorg voor Zijn volk. Jes. 60 :21 zegt: “ En uw volk zullen allen te zamen rechtvaardigen zijn.” De onreine en de onbekeerde zal niet in de kerk toegelaten worden. “Waak op, Waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! Trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad, want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen.” Jes. 52: 1. “ De overgeblevenen van Israel zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden, maar zij zullen weiden en nederliggen en niemand zal hen verschrikken.” Zeph. 3: 13. Vers 22 van Jesaja 60 vermeld hun succes in het winnen van zielen tot Christus.{SR1: 153.1}

Bouwers Van De Oude Verwoeste Plaatsen

Jesaja 61

Het eerste vers en een gedeelte van de tweede zijn van toepassing op Christus Zelf aan het begin van Zijn bediening. De Geest der Profetie zegt dat het zichzelf zal herhalen met het volk van God. Dit zal haar vervulling vinden in de tijd van de oogst, met de 144.000 (zij de ontkomen aan de vernietiging van Jesaja 59 en 63), door wiens moeite de grote schare van Openb. 7: 9, is tot stand gebracht.{SR1: 153.2}

Jes. 61: 2: “Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods.” Het jaar van welbehagen kan geen profetische tijd zijn, want het zou 365 jaren betekenen. Het moet een letterlijk jaar van twaalf maanden zijn. Er is een goede reden om te geloven dat dit het jaar moet zijn waarin de lessen kwamen, en de waarheid in hen bekend werd gemaakt. Was dit niet het profetische jaar geweest, dan was de oproep niet gekomen, want God houdt nauwkeurig de tijd bij. Aan Nineve gaf God veertig dagen om berouw te tonen. Aan Zijn volk geeft Hij nu een jaar om het goed te maken, anders zal Hij ze moeten uitspuwen uit Zijn mond, en dit is van toepassing op diegenen waar de verantwoordelijkheid op rust. “En schrijf aan de engel van de gemeente der Laodicenzen:… Ik weet uw

153

werken, dat gij noch koud zijt, noch heet,och of gij koud waart of heet. Zo dan omdat gij lauw zijt en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.” Openb. 3: 1416. “De oproep voor dit grote en plechtige werk was gepresenteerd aan mannen die geleerd waren en posities bekleden; als ze klein in hun eigen ogen waren geweest en volledig vertrouwd hadden op de Heer, zou Hij ze geëerd hebben door Zijn standaard zegevierend naar de overwinning te dragen. Maar ze scheiden zich af van God, neigden naar de invloeden van de wereld en de Heer verwierp hen.” Volume 5, page 82.{SR1: 153.3}

De dag der wraak in Jes. 61: 2, volgt na het jaar. De dag kan profetisch zijn, wat in dat geval, een letterlijk jaar zou betekenen. Aldus zou het in elk geval een jaar betekenen. Dit jaar van wraak is niet de zeven laatste plagen, noch is het de vernietiging van de goddelozen bij de tweede komst van Christus. Het vindt plaats voor de afsluiting van de genadetijd, want in Jes. 61: 4 lezen we: “ En zij zullen de oude verwoeste plaatsen bouwen, de vorige verstoringen weder oprichten en de verwoeste steden vernieuwen, die verstoord waren van geslacht tot geslacht.” De betekenis van dit vers is om de waarheid van God te herstellen, die vele generaties met de voet getreden was. De 144.000—het ware Israel van God – zijn de bouwers. Dus zien we dat na de dag der wraak, Gods waarheid hersteld en geopenbaard zal zijn aan het volk. Daarom moet het voor de afsluiting van de genadetijd zijn. De slotsom van het hoofdstuk bevestigt dezelfde gedachte.{SR1: 154.1}

De “dag der wraak” is hetzelfde als in Ezechiël 9; Jesaja 63; en Jesaja 61; zoals eerder uitgelegd. Jes. 61: 6, de 144.000 bedoelend, zeggen ze zijn priesters, zoals uitgelegd op bladzijde 37, 38.{SR1: 154.2}

Het Heilig VolkDe Verlosten Van De Heer

Jesaja 62

In Deel 3, bladzijde 65 van “Isaiah the Gospel Prophet,” lezen wij: “Ik zal niet rusten.” God is aan het woord. Hij heeft vastgesteld dat de rechtvaardigen van Zijn volk duidelijk zullen worden, en Hij niet zal rusten totdat dat is volbracht. De woorden stellen niet alleen vastberadenheid vast, maar ook dat er een vertraging is geweest, dat nu de crisis is gekomen

154

en dat God immens ernstig is om het werk beëindigd te zien. God is van plan Zijn volk aan de wereld te tonen. Hij wil demonstreren wat gedaan kan worden in het menselijk vlees; en Hij zal niet tevreden rusten totdat Zijn volk volledig Zijn beeld weerspiegeld. Wanneer dat gedaan is, zal de aarde verlicht worden met de heerlijkheids Gods. Openb. 18: 1”{SR1: 154.3}

Jes. 62: 2: “Een nieuwe naam.” Duidend op de nieuwe ervaring waar ze doorheen zijn gegaan, wat de scheiding, of zifting is zoals uitgelegd. God Zelf geeft met Zijn eigen mond de naam zodat het niet kan worden vervalst. De tijd dat de naam is ontvangen is aan het einde van de 430 jarige periode zoals uitgelegd op de kaart op bladzijde 112113. Dus is de kerk gereorganiseerd onder een nieuwe naam. De oude naam, die vervuild was, kon niet langer worden behouden. Er is niemand die onder de oude naam kan gaan, want diegene die het niet waard waren om de nieuwe naam hebben, zijn vernietigd bij de verschijning van de vijf mannen met slachtwapens van Ezechiël 9. De naam blijft alleen maar als een vloek. In Jes. 65: 15 lezen wij: “En gijlieden zult uw naam Mijn uitverkorenen tot een vervloeking laten: en de Heere HEERE zal ulieden doden, maar Zijn knechten zal Hij met een anderen naam noemen.” De oude gang van zaken zij verandert. De wachters die ontrouw waren zijn om het leven gekomen.{SR1: 155.1}

“Ik heb wachters op u muren besteld, die geduriglijk al den dag en al den nacht niet zullen zwijgen. O gij, die des HEEREN doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij ulieden wezen.” Jes. 62: 6. (Dit zijn de wachters onder de nieuwe naam). Jes. 62: 8 en 9 openbaren Gods zorg en bescherming over Zijn gemeente. In het 10e vers is Gods bevel voor Zijn volk: “Gaat door, gaat door, door de poorten, bereidt den weg des volks; verhoogt, verhoogt een baan, ruimt de stenen weg, steekt een banier omhoog tot de volken.” In het 11e vers zegt God Hij heeft verkondigt aan het volk dat zal leven aan het einde van de wereld: “Ziet, de HEERE heeft doen horen, tot aan het einde der aarde: zegt der dochter van Sion: Zie uw Heil komt, zie Zijn loon is met Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.{SR1: 155.2}

155

Gekweld Omwille Van Zijn Volk

Jesaja 63

Jes. 63: 13: “Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen. Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad, en Uw klederen als van een, die in de wijnpers treedt? Ik heb de pers alleen getreden en er was niemand van de volken met Mij en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid en hun kracht is gesprengd op Mijn klederen en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.”{SR1: 156.1}

Het laatste deel van het voorgaande hoofdstuk spreekt over “het heilige volk, de verlosten van de Heer.” Het eerste deel van dit hoofdstuk betreft hen die de Heer hebben afgewezen (zij die de naam tot een vloek laten). Over hen is de dag des toorn gekomen. Het plaatje is geen plezierige om naar te kijken, maar het is waar. Het is Gods “vreemd werk”. Edom is een andere naam voor Ezau. Zie Gen. 25: 30. Ezau’s naam is veranderd omdat hij zijn geboorterecht verkocht voor een kom soep. De groep hier wordt Edom genoemd omdat ze hun geboorterecht hebben verkocht voor zelfvoldoening om hun begeerte te bevredigen, de god van eetlust (veronachtzaming van gezondheidshervorming), zoals uitgelegd op bladzijden 59, 60. “Bosrah,” is de naam van de stad. De naam betekent “schaapskooi,”een zinnebeeld van de kerk.{SR1: 156.2}

Jes. 63: 4: “Want de dag der wraak is in Mijn hart, en het jaar Mijner verlosten is gekomen.” Merk op; “De dag der wraak” zegt de Heer is in Zijn “hart,” maar het “jaar van Zijn verlosten is gekomen.” Let op het werkwoord “gekomen” is in de tegenwoordige tijd, net als in Openb. 14: 7: “Zeggen met een luide stem: Vrees God en geeft Hem eer, want de ure van Zijn oordeel is gekomen.” Wij als volk, beseffen dat het werkwoord “gekomen” geschreven is in de tegenwoordige tijd, omdat het oordeel in de hemel plaats vond ( aan het einde van de 2300 dagen van Daniels profetie) in 1844, maar het werd pas nadat de Profetische periode verstreken was begrepen, daarom was Gods niet van plan om het oordeel bekend te maken,

156

tot na dat het uur gekomen was. Om deze reden schreef Inspiratie de gebeurtenis in de tegenwoordige tijd, “is gekomen,” met de bedoeling om grammaticaal correct te zijn. Zo maakte William Miller, de fout dat de gebeurtenis aan het einde van de 2300 dagen zou plaatsvinden; namelijk de waarheid van het heiligdom, Jezus die het Heilige der Heilige inging, en het begin van het oordeel.{SR1: 156.3}

Als het voorgaande Schriftgedeelte waar is, dan is de ene in Jes. 63: 4 als geen andere even betrouwbaar. Dit hoofdstuk, of de gebeurtenis erin vastgelegd, is nooit begrepen, daarom moet God de profetie voor een gegeven tijdstip hebben bewaard. Nu de profetie begrepen is en daar het in de tegenwoordige tijd is, dan, moeten we geloven dat “het jaar van Zijn verlosten is gekomen.” Als men de uitlegging gegeven niet zou geloven, betekend dat hij bedoeld te zeggen dat God een fout heeft gemaakt in het schrijven van het vers in de tegenwoordige tijd. Dit kan gezegd worden, zij het niet door woorden, dan door daden.{SR1: 157.1}

Zijn Verlosten

Wat wordt bedoeld met “Zijn Verlosten”? “Want de dag der wraak is in Mijn hart, en het jaar Mijner verlosten is gekomen.”Jes. 63: 4. U wordt hier verwezen naar Exod. 15: 13, welke het lied is dat Mozes en de kinderen van Israel zongen nadat ze bevrijd waren uit Egypte en de Rode Zee. “Gij leiddet door Uw weldadigheid dit volk, dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uwer heiligheid.” Exod. 15: 13. Inspiratie gebruikt hetzelfde woord ”verlosten” in het lied van bevrijding. De ervaring van Israel, die een type is van het ware Israel (de 144.000), en een kopie van de kerk nu, zoals uitgelegd in Deel 4, moeten wij ook evenals zij verlost worden. Om deze reden, gebruikt de profeet de zin ”het jaar van Mijn verlosten is gekomen.” Volgens de Schriften, moet dit het jaar (waarin de les kwam—1929) zijn, toen God Zijn volk begon te bevrijden van de corruptie in de kerk. Dit is waarom ze het lied van Mozes en het Lam zingen. Was dit niet het profetische jaar geweest, dan zou de oproep niet gekomen zijn, want God houdt de tijd nauwkeurig bij. {SR1: 157.2}

Exod. 15:1416 citerend: “De volken hebben het gehoord, zij zullen sidderen, weedom heeft de ingezetenen van Palestina bevangen. Dan zullen

157

de vorsten van Edom verbaasd wezen beving zal de machtigen der Moabieten bevangen al de ingezetenen van Kanaan zullen versmelten! Verschrikking en vrees zal op hen vallen; door de grootheid van Uw arm zullen zij verstommen als een steen, totdat Uw volk HEERE henen doorkome totdat dit volk henen doorkome dat Gij verworven hebt.” Het land van Kanaan stelt het land voor waarin de kerk in deze tegenwoordige tijd tot ontstaan kwam; namelijk de Verenigde Staten va America. De naam ‘Palestina’ betekent “land van vreemdelingen”. De Verenigde Staten bestaat uit vreemdelingen; volken van vele naties en rassen.”Vorsten van Edom” verwijst naar dezelfde groep als die genoemd in Jes. 63: 1, zoals voorheen uitgelegd. De naam “Moab” betekent “progeni”of voorvaderen.{SR1: 157.3}

Jes. 63: 5 citerend: “En Ik zag toe, en er was niemand die hielp, en Ik ontzette Mij en er was niemand die ondersteunde, daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund.” Dit gedeelte van de profetie heeft zeker haar vervulling bereikt. De lessen kwamen tot de Gemeente door het juiste kanaal, en werden gepresenteerd door de Sabbatschool departement, maar men haastte zich erdoor heen. De genoemde zonden werden toegepast op andere mensen, er werden geen correcties op welke manier dan ook gedaan en bedoelde les ging verloren. Het hele voorval is vergeten en het kan niemand schelen, vandaar: “er was niemand die hielp.” God “verbaasde zich dat er niemand was die ondersteunde.” Wij verbazen ons ook. De Schrift is duidelijk en in de bijdragen aan de les werd toegegeven dat de slachting in de kerk is voor de tweede komst van Christus op de wolken. Lees: “Isaiah the Gospel Prophet,” bladzijde 49, 7073; tevens het kwartaalboekje van dezelfde les. Als een boodschap als deze de mensen niet zou prikkelen, dan mag de vraag gesteld worden: Wat zou het anders kunnen doen? Dus “verbaasde,’ de hemel zich. Inderdaad de mensen hebben in hun hart gezegd: “ De Heer heeft de aarde vergeten, en de HEER ziet niet: Hij doet geen goed noch kwaad.”{SR1: 158.1}

Jes. 63: 6: “En Ik heb de volken vertreden in Mijn toorn, en Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn grimmigheid; en Ik heb hun kracht ter aarde doen nederdalen.” A.R.V. ,????? “hun levensbloed vergoten.” Jes. 63: 79, spreekt van de Heer zijn goedheden, barmhartigheden en menigten van goedertierenheid.{SR1: 158.2}

158

“In al hun benauwdheden was Hij benauwd.” Deze verzen tonen de schitterende en gezegende gedachten van Gods lijden met Zijn volk. Jes. 63: 10, brengt een vergelijking naar voren wanneer we rebelleren tegen God, dan verandert Hij in onze vijand. Vanaf het 11e vers en verder, met inbegrip van hoofdstuk 64, is een gebed van een van Gods kinderen. Ziende het kwaad naderen, heeft hij zijn hart uitgestort tot God in gebed, om Zijn volk te redden, Gods handelen gedenkend met Zijn gekozen volk en de schitterende verlossen van Israel uit Egypte, degene die het gebed offert begrijpt blijkbaar de situatie.{SR1: 159.1}

De ervaring van Israel in Egypte is een kopie en het verzoek is voor mannen als Mozes. Jes. 63: 1113: “Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk, maar nu waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijner kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heiligen Geest in het Midden van hen stelde? Die den arm Zijner heerlijkheid heeft doen gaan aan de rechterhand van Mozes; Die de wateren voor hunlieder aangezichten kliefde opdat Hij Zich een eeuwigen Naam maakte? Die hen leidde door de afgronden als een paard in de woestijn struikelden zij niet?”{SR1: 159.2}

Jes. 63: 16: “Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet en Israel kent ons niet; Gij, o HEERE! Zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam.” De taal gebruikt in dit vers bewijst zonder twijfel dat de persoon geen Israeliet (Jood) is, naar het vlees. Het volk dat hier in problemen is, is niet van de stam van Abraham: “want Abraham weet van ons niet en Israel kent ons niet.” Het zou onmogelijk zijn geweest voor de profeet Jesaja, of ieder ander van zijn natie om de woorden te uiten, terwijl ze roemden over het feit dat ze Israel waren, de stam van Abraham, wat voor hen een grote eer was.{SR1: 159.3}

Jes. 63: 17: “HEERE waarom doet Gij ons van Uw wegen dwalen, waarom verstokt Gij ons hart, dat wij U niet vrezen? Keer weder om Uwer knechen wil, de stammen uws erfdeel?” Dit vers openbaart de reden van Gods ergernis over Zijn volk: Dwaling; hardheid des harten, niet God vrezend. “ Waarom doet Gij ons dwalen?” Dit is geen beschuldiging tegen God dat Hij hen heeft doen zondigen, maar meer een wens dat God zelf nog hardere bestraffingen mocht hebben gebruikt om hen weer tot hun zinnen te brengen.{SR1: 159.4}

159

Jes. 63: 18: “Uw heilig volk heeft het maar een weinig tijds bezeten; onze wederpartijders hebben Uw heiligdom vetreden.” Hun “wederpartijders” : Jes. 59: 18 verteld dat hun tegenstanders de tegenstanders van de Heer zijn. Zij hebben het heiligdom met de voet getreden met de massa van handel, gelach, gefluister, alledaags gepraat, manicuren en andere vormen van afgoderij om God in Zijn aangezicht (in Zijn kerk)te onteren. Jes. 63:19: “Wij zijn geworden als die, over welke Gij van ouds niet hebt geheerst, en die naar Uw Naam niet zijn genoemd.” Ze hebben Gods aanwijzingen niet gevolgd. Hoewel ze zichzelf identificeren met het volk van God in Zijn gebedshuis, worden ze in werkelijkheid niet naar Zijn naam genoemd.{SR1: 160.1}

“Isaiah the Gospel Prophet,” bladzijde 73 (Lessons for today) zegt vers 16 becommentarierend: “ Deze verzen zouden ernstige gedachten voor iedere ziel moeten brengen. Er is geen verschrikkelijker plaatje in heel de Bijbel dan dat dit fragment presenteert De persoon van God die voort strijd om de wijnpers van Zijn woede te betreden is een vreselijke. Toch is het waar. Ezau had al de gelegenheden die wie dan ook kon hebben om het goede te onderscheiden van het kwade. Hij koos moedwillig het verkeerde en werd een vervolger van het ware volk van God. We nemen aan dat er niemand anders is op wie Gods woede nog vollediger zal worden bezocht dan op hen die de waarheid gekend hebben, als het ware, heel nauw verbonden eraan zijn geweest, en toch zich ervan gekeerd hebben om vervolgers te worden van hen die recht doen. Net zoals het een gezegend ding is om de waarheid te aanvaarden, zo is het een vreselijk ding om het te verwerpen. En verwerpen hoeft niet de hele waarheid te behelzen. Om een deel te verwerpen kan net zo fataal zijn als het geheel verwerpen. Dus moeten allen gewaarschuwd zijn.” Lees Deel 5, bladzijde 492; Deel 8, bladzijde 248250; Deel 1, bladzijde 190; Deel 1, bladzijden 471472; Deel 5, bladzijden 207216; Testimonies to Ministers, bladzijde 380; Deel 2, bladzijde 708; Testimonies to Ministers, bladzijden 206, 407, 408.{SR1: 160.2}

Een Volk Voorbereid Op Een Nieuwe Hemel En Een Nieuwe Aarde

Jesaja 65

Jes. 65: 1: “Vers 1: “Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden, Ik ben gevonden van degenen, die niet zochten tot een volk dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd,

160

ziet hier ben Ik ,ziet hier ben Ik.” Het taalgebruik in dit vers is in de verleden tijd. Er is echter een waarschijnlijkheid tot een argument of het in de verleden tijd of in de tegenwoordige tijd is,zoals het vertaald is in de ‘King James’ versie. Het volgende , wat geheel in de verleden tijd is, is geciteerd uit de Hebreeuwse vertaling door Isaak Lesser. “Ik heb mijzelf toegestaan gezocht te worden door hen die niet vroegen; Ik heb mezelf laten vinden door hen die mij niet zochten: Ik zei, hier ben Ik, tegen een volk dat zichzelf niet bij mijn Naam liet noemen.” Het Grieks en ook het Bulgaars zijn in de verleden tijd, maar laten we hetzelfde vers citeren welke door Paulus aan de Romeinen was geciteerd zoals het in de ‘King James versie’ is. Rom. 10: 20: “En Jesaja verstout zich en zegt: Ik was gevonden door hen die Mij niet zochten: Ik was openbaar gemaakt dengenen die naar mij niet vroegen.”{SR1: 160.3}

Vanzelfsprekend kan niemand de taal gebruikt door Paulus betwisten, want hij was goed geschoold in zowel de Hebreeuwse als de Latijnse taal. Verder vertaalde Paulus onder inspiratie van de Heilige Geest, daarom moeten we dit Schriftgedeelte geloven zoals het vertaald is door hem. – vanuit het Hebreeuws naar het Grieks—in de verleden tijd. We zullen praten over vers 2 en dan terugkeren met de overdenking. “ Ik heb Mijn handen uitgebreid den gansen dag tot een wederstrevig volk, die wandelen op een weg, die niet goed is naar hun eigen gedachten.” Merk op dat terwijl het eerste vers in de verleden tijd is, het tweede in de tegenwoordige tijd is. Paulus past het eerste vers toe op de heidenen in zijn tijd, maar het tweede op Israel naar het vlees. Hier is een gelegenheid voor concentratie van gedachten op het onderwerp. Paulus past het Schriftgedeelte toe in de verleden tijd tot de tegenwoordige tijd in zijn dagen, maar het Schriftgedeelten in de tegenwoordige tijd past hij toe op een volk in het verleden. De manier waarop de toepassing gemaakt is, klinkt zeker grammaticaal niet correct, maar we kunnen niet zeggen dat Paulus een fout maakte. De toepassing en vertaling moeten juist zijn, evenals grammaticaal correct.{SR1: 161.1}

De wijsheid gebruikt voor dit vers is verbazingwekkend, en het zou moeten zorgen dat we God de eer geven. Paulus onder de Geest van Inspiratie, maakte de toepassing, om de Schriftgedeelte te verduidelijken van de ogenschijnlijke moeilijkheid. Het hoofdstuk was niet geschreven voor Israel, noch voor de heidenen in de dagen van Paulus, maar rechtstreeks voor de kerk in de tegenwoordige

161

tijd. Als dit bewezen kan worden moeten wij het aanvaarden als tegenwoordige waarheid rechtstreeks van God. Dit Schriftgedeelte dat grammaticaal incorrect is op de toepassing toont aan dat de tijd voor dit hoofdstuk nog niet rijp was, net als andere Schriftgedeelten en profetieën. Het kon niet begrepen worden, noch correct toegepast, tot de aangewezen tijd. Dan openbaart God Zijn Woord aan Zijn volk op de manier welke Hij kiest, maar het kan op een onverwachte wijze komen.{SR1: 161.2}

Het eerste vers is op juiste wijze van toepassing op de heidenen, het tweede was van toepassing op Israel naar het vlees, welke een type is van Israel naar de belofte (144.000 de kerk in deze tegenwoordige tijd; namelijk de Zevende dags Adventisten). Om deze reden moest Paulus het Schriftgedeelte toepassen op het type, want het ware was bestond nog niet. Nu de tijd rijp is, is het Schriftgedeelte grammaticaal correct, het eerste vers in de verleden tijd voor de heidenen in Paulus zijn tijd, het tweede voor de kerk in deze tegenwoordige tijd, in de tegenwoordige tijd. Zo hebben we het bevestigend bewijs van de toepasselijkheid en de tijd waarvoor dit Schriftgedeelte van toepassing is. Dit moet ons hart naar God keren, en ervoor zorgen dat we ijverig de profetie die dit hoofdstuk bevat onderzoeken.{SR1: 162.1}

Ruimte laat niet toe dat alles wat dit hoofdstuk bevat hier gepresenteerd wordt. Slechts een uittreksel van sommigen van de dingen zal gegeven worden. De beschuldiging tegen de kerk is geen plezierige, maar het zou geen van ons mogen ontmoedigen, want onze God is barmhartig en gewillig ons te vergeven als we slechts gewillig zijn onze schuld toe te geven. Was dat niet zo dan zou Hij de boodschap niet gestuurd hebben. Het laatste deel van vers 3 wordt hier geciteerd: ” In hoven offerende en rokende op tichelstenen.” We moeten begrijpen dat dit symbolen zijn, maar ze zijn niet moeilijk te ontcijferen. Was het moeilijk geweest te verstaan, dan zou niemand er baat bij hebben, dan zou het symbool niet gebruikt zijn in dit hoofdstuk. “Tuinen” worden gebruikt om ten toon te stellen. “Offerande” is hetzelfde als geschenk. “Wierook”, volgens Openb. 8: 3, 4 is de wijze waarop geboden aan God worden gepresenteerd. Nergens in de Bijbel kunnen we lezen over God volk die altaren van tichelstenen bouwen. Altaren voor God werden altijd gebouwd met stenen.{SR1: 162.2}

Het verschil tussen tichelstenen en stenen zal nu in overweging genomen worden.

162

Tichelstenen is het product van mensen, maar steen is de vakkundigheid van God. Laten we nu de les die hier bedoeld is in overweging nemen. “Tuinen”: vertoon; “Offerande”: geschenk; “Wierook”: gebeden: “Tichelstenen”: door mensen gemaakte beweringen. De beschuldiging is: we offeren voor vertoon, we offeren onze gebeden aan God (op altaren van tichelsteen); we volgen de mens in plaats van Gods zuivere Woord als aan de kerk gegeven. {SR1: 162.3}

Vers 4: “Zittende bij de graven, zo verwachten zij bij degenen die bewaard worden, etende zwijnenvlees en er is sop van gruwelijke dingen in hun vaten.” “Bij de graven”;” bij die bewaard worden”, betekenend door mensen gemaakte voorwerpen waar er geen opstanding va is. “Zwijnenvlees”, “sop van gruwelijke dingen”: Betekend veronachtzaming van de gezondheidshervorming; de mens eet wat zijn begeerlijke eetlust maar naar verlangd.{SR1: 163.1}

Vers 5: ”Die daar zeggen houdt u tot uzelven en genaak tot mij niet want ik ben heiliger dan gij. Terwijl deze groep de waarheid niet naleeft, toch denken ze dat ze beter zijn dan anderen en zo hoogmoedig over hun handelingen zeggen ze, “wij zijn heiliger dan gij.” In het zesde vers zegt God: “vergelden in hun boezem.” De lezer kan door de reeds gegeven informatie de betekenis van het zevende vers vaststellen.{SR1: 163.2}

Vers 8:”Alzo zegt de HEERE: Gelijk wanneer men most in een bos druiven vind men zegt: Verderf ze niet want er is een zegen in, alzo zal Ik het om Mijner knechten doen, dat Ik hen niet allen verderve.” “Een Bos”: bestaat uit vele druiven, en is een symbolische voorstelling van de kerk als een lichaam. De Heer zegt Hij zal ze niet allemaal vernietigen. De “wijn” in de bos is een voorstelling van het bloed van Christus, en om deze reden, worden niet allen vernietigd. Het tiende vers praat over de belofte aan hen die zullen ontkomen. Het elfde en twaalfde vers praat over de groep die zal vernietigd worden. De slachting hier is dezelfde als dat van Ezechiël 9. Jes. 65: 12 citerend,“Ik zal ulieden ook ten zwaarde tellen, dat gij allen u ter slachting zult krommen, opdat Ik geroepen heb maar gij hebt niet geantwoord, Ik gesproken heb maar gij hebt niet gehoord, maar hebt gedaan wat kwaad was in Mijn ogen en hebt verkoren hetgeen waarin Ik geen lust {SR1: 163.3}

Vers 13 en 14 toont Gods zorg over Zijn volk en het lijden van de andere groep. Vers 15: “En gijlieden zult uw naam Mijn

163

uitverkorenen tot een vervloeking laten, en de Heere HEERE zal u doden, maar Zijn knechten zal Hij met een andere naam noemen.” Dit vers is voorheen uitgelegd in verband met het 62ste hoofdstuk van Jesaja, bladzijde 155 de groep die hier genoemd wordt is dezelfde als in Deel 5, bladzijde 82: “Geleerden en mensen op hoge posities werden tot dit grote en ernstige werk geroepen, als zij zichzelf hadden weggecijferd en volledig op de Heer hadden vertrouwd, zou Hij hen hebben vereerd met het voorrecht Zijn vaandel in triomf naar de overwinning te dragen, Zij scheidden zich echter van God af, zwichten voor de invloed van de wereld en de Heer verwierp hen.” {SR1: 163.4}

Vers 16: “Zodat wie zich zegenen zal op aarde die zal zich zegenen in den God der waarheid; wie zal zweren op aarde, die zal zweren bij den God der waarheid,omdat de vorige benauwdheden zullen vergeten zijn en omdat zij voor Mijn ogen verborgen zijn.” “Zegenen bij de God der waarheid”: vele mensen zullen zichzelf zegenen, maar niet in de God der waarheid. Dat betekend ze vergaren rijkdom, of een of andere zegening, maar niet door eerlijkheid. Sommigen “zweren”, maar niet bij de God van waarheid. Dat wil zeggen, ze zullen valsheid vertellen, maar nadat God Zijn kerk reinigt zullen al deze dingen voorbij gaan en vergeten zijn. {SR1: 164.1}

Vers 1719 praat over de nieuwe aarde. Vers 20 is hier geciteerd van de Hebreeuwse vertaling door Izaäk Lesser. “Vandaar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen, noch een oud man die zijn dagen niet zal vervullen; want een jongeling zal sterven honderd jaren oud zijnde maar een zondaar honderd jaren oud zijnde zal vervloekt (gedood) worden.” Het lijkt alsof deze vertaling de betekenis van dit vers net iets duidelijker maakt dan de King James’. Het Schriftgedeelte spreekt van de tijd van het einde van de 1000 jaren (millennium) na de opstanding van de goddelozen. In die tijd zal er geen geboorte zijn van zuigelingen. “Er zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen.” De les is daarom niet zo moeilijk om te begrijpen. Al de goddelozen worden opgewekt in de tweede opstanding, of ze nou oud of jong zijn (tegen de tijd dat ze dood gingen). Allen komen tegelijkertijd op. Dit uur wordt de geboorte van al de goddelozen in het tweede leven. Er zal geen natuurlijke of onnatuurlijke dood zijn, want allen moeten leven tot de tijd van de tweede dood, welke zal zijn door “vuur dat van God komt uit de hemel en hen zal verteren.”

164

Lees Openb. 20: 710. “En een zondaar honderd jaren oud zijnde zal vervloekt (gedood) worden.” Dit Schriftgedeelte voorspelt de levensspanne van de goddelozen nadat ze zijn opgewekt als 100 jarige. “Want een jongeling zal sterven honderd jaren oud zijnde; en een zondaar honderd jaren oud zijnde zal vervloekt (gedood) worden.” Gedurende deze 100 jarige periode, maken de zondaren voorbereidingen om de heilige stad aan te vallen. Lees Openb. 20: 8, 9.{SR1: 164.2}

Vers 2125 spreekt over de heiligen op de nieuwe aarde. Hier is een ander bewijs dat het hoofdstuk bedoeld is voor het volk in de eindtijd, want de slotverzen praten over de nieuwe aarde.{SR1: 165.1}

De Inzameling Van De Heidenen: Aanbidding Op De Nieuwe Aarde

Jesaja 66

Vers 1: “Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten, waar zou dat huis zijn dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust?” Het huis hier genoemd is een geestelijk huis zoals in Efez. 2:2022, waarvan de tempel van Salomo een symbolische weerspiegeling is. Het volgende citaat wordt gevonden in Profeten en Koningen, bladzijden … , …. =Prophets and Kings, pages 35, 36: “Alzo als het gebouw op de berg Moriah geruisloos was opgetrokken, met ‘stenen die gereed gemaakt waren voordat ze daarheen gebracht waren: Zodat er noch hamer noch beitel noch enig ander ijzergereedschap gehoord werd in het huis, terwijl het gebouwd werd’, de prachtige passtukken werden geperfectioneerd volgens het patroon dat David toevertrouwd had aan zijn zoon.{SR1: 165.2}

De les hier bedoeld is dat de geestelijke stenen ( de leden van de kerk) gereed gemaakt moeten worden voordat ze daarheen gebracht worden. Waarom dan worden kandidaten zo vaak toegestaan tot de doop en lidmaatschap in de kerk zonder te zijn geïnstrueerd in gehele adventwaarheid? Het is verrassend om het grote aantal van zogenaamde Zevende dags adventisten te kennen die niet geloven in de geschriften van de Geest der Profetie, en totaal onwetend zijn van de waarheid in de gezondheidshervorming. Zijn dit niet de fundamentele geloofspunten van de kerk? Is de gezondheidshervorming niet de rechterhand en arm van de drie engelen

165

boodschap? Heeft niet deze voortdurende praktijk de kerk in de wereld laten afglijden?{SR1: 165.3}

Die prachtige tempel openbaart Gods wens voor Zijn kerk. Om deze reden, heeft God zoveel weelde overladen op dit hemels constructie op de berg Moriah. Volgens schattingen gegeven in de maandelijkse bulletin van de Illinois vereniging van architecten, bereikt het, het ontzagwekkende totaal van meer dan zevenentachtig biljoen dollar. De verschillende schatting tonen aan dat de totale kosten $87.212.210.840 zijn geweest. Dit totaal stelt het welzijn van een natie voor. De vraag is, hoe is Israel ooit tot zo een enorme som geld gekomen om een enkele constructie te overladen? God vraagt ons nooit iets te doen tenzij Hij Zelf het mogelijk maakt. {SR1: 166.1}

Het ontzagwekkende hoeveelheid weelde besteed aan deze luisterrijke tempel toont Gods zorg en liefde aan voor Zijn volk, evenals de heerlijkheid van de kerk. Salomo erkende dat deze tempel slechts een symbolische voorstelling was van een tempel die hij niet in staat was te bouwen. In 2 Kron. 2:6, lezen wij: “Doch wie zou de kracht hebben, om voor Hem een huis te bouwen, dewijl de hemelen, ja de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden? En wie ben ik , dat ik voor Hem een huis zou bouwen, ten ware om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken?” God vraagt Zijn volk in deze tegenwoordige tijd, “ Waar zou dat huis zijn , dat gijlieden Mij zoudt bouwen?” (Jes. 66: 1) . Douay’s versie leest” “Dat gij voor Mij wil bouwen?” De Hebreeuwse vertaling leest: ” Een huis dat gij voor Mij kan bouwen?”{SR1: 166.2}

“ De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten.” Dit schiftgedeelte toont de onmogelijkheid aan voor een menselijk wezen, om iets te doen voor God, behalve als Hij het door hem doet. Hoe beledigend moet het zijn voor de hemel, wanneer we zeggen dat we Gods werk in deze generatie moeten afsluiten, of trachten Hem een huis te bouwen door de plannen van mensen. We hebben het gezegd, en hebben ernaar gehandeld, maar we hebben gefaald. Nu vraagt God ons: “ Waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen?” Men kan zeggen: kijk deze grote kerkgemeenschap die wij gebouwd hebben. Als er enige grootheid hierover is, is het niets de verdienste van de mens. Hoewel we veel hebben opgeschept over onze pogingen, laat God ons doorgaan volgens onze zogenaamde wijze oordelen totdat we vallen onze fouten ontdekken. Het is waar, het is een grote

166

kerkgenootschap, maar God ziet het niet op de manier welke wij het zien. Gezien de snelheid waarmee we gaan zou het ons honderden jaren kosten om het werk te beëindigen, en in feite kunnen we het nooit. Bovendien, zo groot als het kerkgenootschap is, is het nog niet gereed voor de overzetting, daarom kunnen we onszelf afvragen: Waar is het huis dat we gebouwd hebben? Het dertiende hoofdstuk van Ezechiël is geschreven voor de kerk in deze tegenwoordige tijd, waarvan we vers 5 citeren: “Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israëls om in den strijd te staan ten dage des Heren.” {SR1: 166.3}

“En waar is de plaats Mijner rust?” We noemen onszelf Sabbathouders, en scheppen erg op over het houden van de geboden van God, maar hier worden we gevraagd, “waar is de plaats Mijner rust?” We hebben Gods heilige dag vervuild, en de Sabbat ontheiligd met handel, zoals eerder uitgelegd op bladzijde 1478. Zie ook bladzijde 124. Een goede bediener van God, zie nadat hij ondervraagd was over de bevoegdheid om publicaties op de Sabbatdag te verkopen in het huis van God:” het is de vraag hoeveel van onze publicaties verkocht worden op de Sabbat.” De strijd in het verstand van deze bediener werd beantwoord in drie korte woorden: “niets daar van.” Maar dit antwoord, bevredigde de man in de heilige functie niet en hij zei: “Het oude Israëls dode de lammeren en offerde ze op de Sabbat. Daarom kunnen we onze boeken verkopen.” Het antwoord gegeven was dit: ” Als Israel het lam op de Sabbatdag offerde was het hun gezegd dat zo te doen, maar aan jou is gezegd dat niet te doen en dat is het verschil.” In feite gaf God niet de zevende Sabbatdag aan oud Israel als offer, maar als een dag van rust. De maandelijkse Sabbatten werden toegevoegd voor de offerdiensten. Lees Leviticus 23.`{SR1: 167.1}

In het tweede vers van Jes.66 zegt God ons dat al deze dingen waar we over opscheppen, dat Hij ze heeft gemaakt en dat al deze dingen zijn geweest, “maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene [boetvaardige] van geest, en die voor Mijn woord beeft.” Vers 3: “Wie een os slacht, slaat een man, wie een lam offert, breekt een hond den hals; wie spijsoffer offert, is als die zwijnenbloed offert, wie wierook brandt ten gedenkoffer, is als die een afgod zegent. Dezen verkiezen ook

167

hun wegen, en hun ziel heeft lust aan hun verfoeiselen.” Het Schriftgedeelte is feilloos duidelijk dat onze offers, offerande en gebeden en welke vorm van godsdienst we ook mogen hebben, niet alleen een walgelijkheid is voor Hem, maar het is het meest beledigende. “Dezen verkiezen ook hun wegen, en hun ziel heeft lust aan hun verfoeiselen.”{SR1: 167.2}

Vers 4: “Ik zal ook verkiezen het loon hunner handelingen, en hun vrezen zal Ik over hen doen komen, omdat Ik geroepen heb en niemand antwoordde, Ik gesproken heb en zij niet hoorden, maar deden dat kwaad is in Mijn ogen, en verkoren hetgeen waartoe Ik geen lust had.” God riep inderdaad door deze lessen, toen ze tot de kerk kwamen door de Sabbat school departement, maar ze kwamen en gingen en zijn vergeten. Zo dan, omdat ze hun eigen wegen hebben gekozen, en kwaad deden voor God, in zich niet verlustigen in het opvolgen van de instructies gegeven aan de kerk, nu, zegt Hij zal Hij hun verkiezen het loon hunner handelingen, en hun vrezen over hen doen komen. Het is angstaanjagend om niet te luisteren naar de stem van God. Terwijl dit vers spreekt over een groep die vastbesloten is om hun eigen keuze te volgen, liever dan Gods weg, spreekt het volgende vers van een groep die God wel vreest, en durft Hem te dienen. Dus is het overduidelijk dat er twee groepen mensen in de kerk zijn.{SR1: 168.1}

Vers 5: “Hoort des HEEREN woord, gij die voor Zijn woord beeft! Uw broeders, die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil, zeggen: Dat de HEERE heerlijk worde! Doch Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.” Dit vers toont aan dat hoewel de oproep in de lessen was afgewezen door hen in verantwoordelijke posities, Gods Woord nooit ledig tot Hem wederkeert, want de groep in dit vers vreest God, en beeft voor Zijn Woord, en het resultaat is dat er scheiding is in de kerk. De groep die in oppositie is tegen God zijn of de meerderheid, of, zij die een sterkere invloed hebben om de leden van de kerk, want het vers zegt dat ze hun broeders (de Godvrezende groep) uitwerpen, om Zijns Naams wil. De groep die Gods volk uitwerpt, denkt dat ze Zijn dienst doen, want het Schriftgedeelte leest: [zij]”Zeggen : Dat de HEERE heerlijk worde.”{SR1: 168.2}

Het is al erg genoeg dat iemand God Woord afwijst, maar het is

168

veel erger, wanneer zo iemand zo verblind is, dat door de hemelse oproep af te wijzen, denkt dat hij Gods een dienst doet. Het vers bevat een bemoedigende belofte voor de Godvrezenden, want het zegt: Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde, “ en wanneer de Heer Zijn belofte vervult, zullen de onderdrukkers van God: “beschaamd worden.” Het is een van Satans streken door de geschiedenis van de kerk geweest om haar te overvloeien met zijn agenten en onbekeerden, zodat wanneer de waarheid tot de kerk komt, zo gauw als Gods volk acht slaat op de oproep, hij daar gereed staat om ze weg te stemmen door de meerderheid van zijn volgelingen. Het resultaat is geweest dat noodzaak een nieuwe beweging of kerkgenootschap deed ontstaan, maar volgens de verzen 4 en 6, handelt God totaal verschillend in dit geval. De reden daarvoor is dat God Zelf dit kerkgenootschap heeft georganiseerd, door een profeet, en ons speciaal licht van tegenwoordige waarheid heeft gegeven. Dus laat het ons zonder verontschuldiging en God handelt als gevolg daarvan met het volk. {SR1: 168.3}

Citerend uit Deel 3, blz. 265: “Maar als de zonden van het volk over het hoofd worden gezien door hen in verantwoordelijke posities, zal Zijn toorn op hen zijn en het volk van God als een geheel, zal verantwoordelijk gehouden worden voor die zonden. In Zijn omgang met Zijn volk in het verleden, toont de Heer de noodzaak aan om de kerk te zuiveren van deze verkeerdheden.” Het “geluid van lawaai”, het zesde vers, verwijst naar de groep die hun eigen weg hebben gekozen, in plaats van de weg des Here, die Hij Zijn vijanden noemt.{SR1: 169.1}

Vers 7 en 8: “Eer zij barensnood had, heeft ze gebaard, eer haar smart overkwam, zo is zij van een knechtje verlost. Wie heeft ooit zulks gehoord? Wie heeft dergelijks gezien? Zou een land kunnen geboren worden op een enigen dag? Zou een volk kunnen geboren worden op een enige reize? Maar Sion heeft weeën gekregen en zij heeft haar zonen gebaard.” In deze twee verzen wordt een vergelijking gemaakt met de kerk bij de eerste komst van Christus (Joods) en de kerk vlak voor Zijn tweede komst. “Ze baarde…..eer zij barensnood had.” Dit verwijst naar de kerk in de tijd dat Christus kwam. Ze verwachte Hem niet (geen barensnood) noch voelde ze of wist ze wanneer Hij kwam. Hoewel ze het niet waard was, beviel ze van een knechtje.”{SR1: 169.2}

De kerk waarnaar verwezen wordt in het achtste hoofdstuk is het tegenovergestelde van de

169

ene in het zevende vers. De tijd is rijp voor een machtige beweging waarin duizenden in een dag bekeerd zullen worden. Dit is de kerk in de tijd van de late regen, de luide roep van de drie engelen boodschap. De kerk is door en door ernstig geworden. Zodra er een werkelijke barensnood is voor zuiverheid van zondaren, is het werk beëindigd, bijna meteen. “Zou een land kunnen geboren worden op een enigen dag? Zou een volk kunnen geboren worden op een enige reize?Maar Sion heeft weeën gekregen en zij heeft haar zonen gebaard.”{SR1: 169.3}

Het negende vers toont aan dat God Degene is die het werk doet. Het tiende vers zegt dat zij die van haar ( de kerk) houden, en die nu over haar treuren zich zullen verheugen en verblijd zullen zijn. Het elfde vers laat zien waarom ze zich zullen verheugen en verblijd zijn: “Vanwege waarheid en licht in Gods Woord, welke tot de kerk zal komen voorgesteld door melk.” Opdat gij moogt zuigen, en verzadigd worden van de borsten harer vertroosting; opdat gij moogt uitzuigen, en u verlusten met den glans harer heerlijkheid.” Jes. 66: 11. De verzen 1214 vertellen over Gods zorg over Zijn volk, en de liefde van de kerk voor haar leden, de genegenheid van de Heer ten opzichte van zijn dienstknechten, en gramschap tegen Zijn vijanden.{SR1: 170.1}

Verzen 1517: “Want ziet, de HEERE zal met vuur komen, en Zijn wagenen als een wervelwind; om met grimmigheid Zijn toorn hiertoe te wenden, en Zijn scheiding met vuurvlammen. Want met vuur en met Zijn zwaard zal de HEERE in het recht treden met alle vlees, en de verslagenen des HEEREN zullen vermenigvuldigd zijn. Die zichzelven heiligen en zichzelven reinigen in de hoven, achter een, in het midden derzelve, die zwijnenvlees eten, en verfoeisel en muizen, tezamen zullen zij verteerd worden spreekt de HEERE.” De komst van de Heer “met vuur….. om met grimmigheid Zijn toorn hiertoe te wenden,” is niet de komst van Christus op de wolken om Zijn volk te ontvangen. Het is voor de afsluiting van de genadetijd, en in de tijd van de reiniging van de kerk. Zie Mal. 3: 13. Hij komt met vergelding voor hen die Zijn naam opeisen, maar mensen volgen in plaats van Christus, en het resultaat is dat, zij Zijn waarheid niet houden. ( De groep die niet voor zichzelf onderzoekt, maar de besluiten van anderen aanvaarden die achter mensen aanlopen en in de klauwen van de duivel zijn) {SR1: 170.2}

“Achter een boom” De voetnoot zegt, “de een na de ander.” De

170

voorlezing hier rechtvaardigt de vertaling: ” De leider volgen.” Dat wil zeggen mensen zijn geneigd een man te volgen in een hoge positie in plaats van zelf in het Woord te zoeken en een “zo zegt de Heer ,” te eisen. “In de hoven achter een boom”: Dit zinsdeel stelt ook de “boom van kennis en goed en kwaad.” Het deel hebben van de verboden vrucht in de tuin van Eden, bracht zonde tot stand. De beschuldiging hier is gelijk , alleen erger. De mens heeft gekozen voor hun voeding, de dingen die God verboden heeft, en “geven geld uit voor datgene wat geen brood is.” “Met Zijn zwaard zal de HEERE in het recht treden met alle vlees.” Dit heeft geen verwijzing naar hen die buiten de kerk zijn, want we lezen in het negentiende vers, : “ En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen die het ontkomen zullen zijn zal Ik zenden tot de heidenen.” Laatste gedeelte: “en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.” Het is hier duidelijk dat zij die aan de verwoesting ontkomen, God zal zenden naar de heidenen, en Zijn Heerlijkheid aan de heidenen verkondigen. Daarom moet het alleen in de kerk zijn, en enige tijd voor de afsluiting van de genadetijd. De “volkeren”genoemd in dit vers, is eenvoudigweg, om de grootheid van het te overdekken territorium van Zijn dienstknechten ( in alle volkeren){SR1: 170.3}

De vernietiging genoemd in de verzen 1517 en Jesaja 63, zijn hetzelfde. Alzo maakt God ze tot een voorbeeld, of teken voor alle volkeren, want we lezen in het laatste gedeelte van het achttiende vers, en het eerste gedeelte van het negentiende: “Het komt , dat Ik vergaderen zal alle heidenen en tongen en zij zullen komen en zij zullen Mijn heerlijkheid zien. En Ik zal een teken aan hen zetten.”{SR1: 171.1}

Vers 20 : “En zij zullen al uw broeders uit alle heidenen den HEERE ten spijsoffer brengen, op paarden en op wagenen, en op rosbaren, en op muildieren, en op snelle lopers, naar Mijn heiligen berg toe, naar Jeruzalem, zegt de HEERE, gelijk als de kinderen Israëls het spijsoffer in een rein vat brengen ten huize des HEEREN.” Dit vers toont de vergadering van de heidenen uit de kerk door Zijn dienstknechten ( de 144.000). ”Zijn heilige berg”betekend Zijn kerkgenootschap; Jeruzalem betekend het gedeelte dat de leiding heeft. {SR1: 171.2}

Vers 21: “En ook zal Ik uit dezelve enigen tot priesters en tot Levieten nemen, zegt de HEERE.” We hebben eerder uitgelegd dat de

171

144.000 priesters en Levieten zullen zijn, maar in dit vers zegt dee Heer dat Hij ook uit de heidenen “enigen tot priesters en tot Levieten zal nemen.” De reden hiervoor wordt gegeven in de volgende twee verzen. Vers 23: “ En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.” Er zal een systeem van aanbidden moeten zijn, daarom ook een noodzaak voor priesters en Levieten. {SR1: 171.3}

Vers 24: “En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben, want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen.” “Want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitgeblust worden:” Het lichaam van de mens, wordt door wormen opgegeten, en de betekenis is dat deze consumerende wormen niet zullen sterven totdat het lichaam tot stof is vergaan. Noch zal het vuur uitgeblust worden totdat het geraamte tot as zijn vergaan. De reden waarom de word en het vuur hier genoemd worden wordt verteld in het zestiende vers: “ Want met vuur en met Zijn zwaard zal de HEERE in het recht treden met alle vlees.” De vernietiging wordt door beiden bewerkstelligt en waar het zwaard is gebruikt, zal de worm haar werk doen. “De worm zal niet sterven….het vuur zal niet uitgeblust worden, betekend dat de profetie vast is, en de vernietiging voorspelt uitgevoerd zal worden.”{SR1: 172.1}

172

Hoofdstuk VII.

WAT IS DE BETEKENIS VAN HET VIERDE HOOFDSTUK VAN MICHA?

“ Maar in het laatste der dagen zal het geschieden dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevluchten.” Micha 4:1. Dit Schriftgedeelte is onmiskenbaar duidelijk ; dat het bedoelt was voor de laatste dagen, want het leest:” Maar in de laatste dagen zal het geschieden.” Het is ook waar dat dit Schriftgedeelte vervult zal worden, want het zegt: “het zal geschieden.”{SR1: 173.1}

Het is een geaccepteerd feit dat haast alle Bijb el studenten het er over eens zijn dat de “berg” waar over gesproken wordt in dit hoofdstuk een symbool is van Gods kerk (kerkgenootschap), waar de tempel gebouwd op de berg Moriah een type was. De profeet verkondigt dat Gods kerk vastgesteld zal worden op de top van de bergen (kerkgenootschappen), en het zal verheven worden boven de heuvelen (sekten, of organisaties). Verheven, niet door de wereld maar door de Geest van God in kracht, waarheid en gerechtigheid en volken zullen tot hem toevluchten. God heeft dit gesproken door Zijn heilige profeet, daarom zou het dwaas en bedrieglijk zijn als men hierover discussieert of probeert de betekenis van het heilige woord wegberedeneerd. {SR1: 173.2}

Dezelfde profetie is ook beschreven in het tweede hoofdstuk van Jesaja waar we uit citeren: “De hoge ogen der mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal neder gebogen worden , en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn. “ Jes. 2: 11. Als alles wat menselijk is vernederd en neder gebogen zal worden en de Heer alleen verhoogd in die dagen kan men duidelijk zien dat de profetie aar vervulling tegemoet treed, want de Heer is verheven in Zijn kerk zoals de profeet Jesaja illustreerd. “En gij zult een sierlijke kroon zijn in de hand des HEEREN, en een Koninklijke hoed in de hand uws Gods. Tot u zal niet meer gezegd worden : de verlatene en tot uw land zal niet meer gezegd worden: het verwoeste maar gij zult genoemd worden : Mijn lust is aan haar en uw land : het getrouwde want de HEERE heeft een lust aan u en uw land zal getrouwd worden.” Jes.

173

62 : 3,4.Wanneer de berg van de Heer alzo is “vastgesteld op de top van de berg, en verheven boven alle heuvelen,” dan zullen ongetwijfeld “volken ernaar toevluchten.”{SR1: 173.3}

Deze schitterende tijd waar de profeet Micha over spreekt is geen ander dan de Luide roep van de drie engelen boodschap. Het 60ste hoofdstuk van Jesaja is een profetie van de kerk in de tijd van de “late regen”, waar we van citeren: “Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op. Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken, en donkerheid de volken, doch over u zal de HEERE opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. En de heidenen zullen tot uw licht gaan, en koningen tot den glans, die u is opgegaan. Hef uw ogen rondom op, en zie die allen zijn vergaderd zij komen tot u uw zonen zullen van verre komen en uw dochteren zullen aan uw zijde gevoedsterd worden. Jes. 60: 14.{SR1: 174.1}

“En na dezen zag ik een anderen engel afkomen uit den hemel hebbende grote macht, en de aarde is verlicht geworden van zijn heerlijkheid.” Openb. 18: 1. “ De overgeblevenen van Israel zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedrieglijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen en niemand zal hen verschrikken.” Zef. 3: 13. “Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken, en donkerheid de volken, doch over u zal de HEERE opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.” Jes. 60:2. Zulk een schitterende tijd is in het vooruitzicht voor Gods kerk.{SR1: 174.2}

Vers 2 eerste gedeelte: “En vele volken zullen heengaan en zeggen : komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN , tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden.” De woorden hier geciteerd worden gesproken door de volken. Wanneer de kerk van God gereinigd is en vervult met de Heilige Geest, “ Gekleed in de wapenrusting” is ze gereed om de wereld in te gaan, overwinnende om te overwinnen.”Profeten en Koningen blz.:445= Prophets and Kings, page 725. {SR1: 174.3}

Inderdaad zullen mensen zich afvragen en anderen uitnodigen zeggend: Komt laat ons opgaan tot den berg des HEEEN en tot het

174

huis van den God Jakobs.” En uw poorten zullen steeds openstaan, zij zullen des daags of des nachts niet toegesloten worden, opdat men tot u inbrenge het heir(kantlijn, welzijn) der heidenen, en hun koningen tot u geleid worden… en Ik zal de plaats Mijner voeten heerlijk maken. Ook zullen zich buigende tot u komen de kinderen dergenen die u onderdrukt hebben en allen die u gelasterd hebben zullen zich nederbuigen aan de planten uwer voeten en zij zullen u noemen de stad des HEEREN, het Sion van den Heiligen Israëls.” Jes. 60: 11, 13, 14. Inderdaad dit is de tijd van de oogst waar de profeten van gesproken hebben, en de grote inzameling van alle volkeren. “Het huis van den God Jakobs” betekend de kerk waar de !44.000 in verzegeld zijn, het ware Israel.{SR1: 174.4}

Vers 2, laatste gedeelte: “Want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.” Wanneer de wet des HEEREN verkondigt is door Zijn kerk , kan je duidelijk zien wat bedoeld wordt met een rechtvaardige kerk: Rechtvaardige mensen die de stem van de HEER zullen gehoorzamen . Zefanja die door de eeuwen heen keek met het profetische ook, voorzag deze verheerlijkte kerk. “De overgeblevenen van Israel zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden, maar zij zullen weiden en nederliggen en niemand zal hen verschrikken. Zefanja 3:13. Niemand hoeft dit Schriftgedeelte te misvatten. Het zal vervult worden zoals het geschreven is. Hoewel sommigen kunnen denken dat deze profetie loos gepraat is omdat de volken zeggen,” komt laat ons opgaan naar de berg des HEEREN.”{SR1: 175.1}

We lezen in Counsels to Teachers:”Maar dit is het verbond , dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn , en zij zullen Mij tot een volk zijn. En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende : Kent den HEERE want zij zullen Mij allen kennen van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. Jer. 31: 33,34.{SR1: 175.2}

“En vele volken zullen heengaan en zeggen : komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN , tot het huis van den God Jakobs,

175

opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden.Want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.’ Micha 4:2. ” Counsels to teachers, bladzijden 454,455. Merk op dat de Geest der Profetie Micha $: 2 toepast als een onbetwistbare profetie dat zal geschieden en haar vervulling zal vinden met het volk van God, door het vers met Jes.54: 1114; Jer. 31:33,34 te verbinden; welk Schriftgedeelte haar vervulling vind in de tijd van de “Luide Roep van de Derde Engel Boodschap.”{SR1: 175.3}

Vers 3: En Hij zal onder grote volken richten, en machtige heidenen straffen, tot verre toe, en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen, het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen den krijg niet meer leren.” “ En Hij zal onder grote volken richten, en machtige heidenen straffen, tot verre toe.” In Jes. 60: 10, 12 hebben we de verklaring van de tekst.” En de vreemden zullen uw muren bouwen, en hun koningen zullen u dienen:… Want het volk en het koninkrijk welke u niet zullen dienen, die zullen vergaan, en die volken zullen gans verwoest worden.”{SR1: 176.1}

“ En zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen, het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen den krijg niet meer leren.” Dit vers, verhaalt precies het tegenovergestelde van Joel 3:10: “ Slaat uw spaden tot zwaarden, en uw sikkelen tot spiesen, de zwakke zegge: Ik ben sterk.”{SR1: 176.2}

Deze Schriftgedeelten openbaren twee groepen mensen. Een groep zal in grote aantallen de kerk binnenstromen: Koningen en leiders van grote legers die vernietigende wapens hebben gebouwd en zich voorbereiden op de oorlog. Nu heeft het evangelie hen overwonnen. Terwijl ze zich aan de kerk toevoegen, verzamelen ze oorlogsgereedschappen en slaan ze tot spaden en sikkelen. “Er zal geen geweld meer gehoord worden in uw land, verstoring noch verbreking in uw landpale, maar uw muren zult gij Heil heten en uw poorten Lof.” Jes. 60: 18. De andere groep, buiten de kerk bereid zich voor op oorlog, hun spaden slaand tot zwaarden en hun sikkelen tot spiesen. Een volk is zich aan het voorbereiden voor de overzetting, terwijl de ander zich gereed maakt voor verovering. Daarom lopen beide Schriftgedeelten parallel en zullen

176

tegelijkertijd vervult worden. Aldus zal de wereld verdeelt worden in twee grote duidelijk gescheiden groepen: Het koren van het kaf gescheiden, de bokken van de schapen.{SR1: 176.3}

Vers 4: “Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke, want de mond des HEEREN der heirscharen heeft het gesproken. De betekenis van dit vers is dat Gods kerk in een verzekerde beveiliging is en niemand hoeft te vrezen. Onthoudt dat de 144.000 voor deze tijd verzekerd zijn, en hun leven is verzekerd; niemand kan hen kwaad doen nog hun huidige leven aanroeren, of het toekomstige leven, want ze zijn levende heiligen, die overgezet zullen worden. Deze verzekering hebbende, kan niemand hen bevreesd maken en ze zullen jubelen/ triomferen in overwinning. Het laatste gedeelte van Jesaja 60 : 17 en 18 citerend: “En zal uw opzieners vreedzaam maken, en uw drijvers rechtvaardigen. Er zal geen geweld meer gehoord worden in uw land, verstoring noch verbreking in uw landpale, maar uw muren zult gij Heil heten, en uw poorten Lof.”{SR1: 177.1}

Vers 5: “Want alle volken zullen wandelen, elk in den naam zijns gods, maar wij zullen wandelen in den Naam des HEEREN, onzes Gods, eeuwiglijk en altoos.” Het vers is onmiskenbaar duidelijk dat de wereld in twee grote en gescheiden groepen verdeelt zal worden. Gods volk zal niets gemeen hebben met de heidenen en zullen zeggen: “alle volken zullen wandelen, elk in den naam zijns gods. Maar “wij zullen wandelen in den Naam des HEEREN, onzes Gods, eeuwiglijk en altoos.”{SR1: 177.2}

Vers 6: “ Te dien dage, spreekt de Heere, zal Ik haar , die hinkende was, verzamelen, en haar die verdreven was vergaderen, en die Ik geplaagd had, hetgeen betekend de kerk nu in haar huidige toestand. “Ik zal haar tot een overblijfsel maken,: Dat is na de scheiding (zuivering), zij die overgebleven zijn, de !44.000, zijnde het overblijfsel. De kwelling is de tijd van zuivering.{SR1: 177.3}

Vers 7: “En Ik zal haar, die hinkende was, maken tot een overblijfsel, en haar die verre henen verstoten was, tot een machtig volk, en de HEERE zal Koning over hen zijn op den berg Sions, van nu aan tot in eeuwigheid.” “En haar die verre henen verstoten was”, de kerk in deze huidige tijd, was “verstoten”of zoals het leest in Openb. 3 : 16: “Ik zal u uit mijn mond spuwen,” hetgeen betekend de huidige Laodiceaanse conditie. Maar in Zijn genade zal

177

hij het overblijfsel verzamelen ( zij die overgebleven zijn) en de kerk een”machtig volk”maken door de inzameling van de heidenen in de boodschap. Een groot leger van !44.000 vervult van de Heilige Geest zal zonder angst de boodschap in de hele wereld verkondigen, voortgaand overwinnend en om te overwinnen. “ De kleinste zal tot duizend worden en de minste tot een machtig volk. Ik de Heere zal zulks te zijner tijd snellijk doen komen.” Jes. 60:22.” En de Heer zal over hen regeren voor eeuwig en altoos.” Christus Zelf neemt de leiding over de kudde voor eens en voor altijd. “ God heeft beloofd dat waar de herders ontrouw zijn. Hij de kudde zelf zal leiden.” Deel 5, blz 80 = Volume 5, page 80. {SR1: 177.4}

Vers 8: “ En Gij,Schaapstoren, gij Ofel der dochter Sions! Tot u zal komen, ja daar zal komen de vorige heerschappij, het koninkrijk der dochteren van Jeruzalem.” Dit vers is iedereen bekend. Een profetie van Christus, Schaapstoren…..ja daar zal komen de vorige heerschappij.” De vorige heerschappij” is het koninkrijk dat Adam verloor. De belofte is dat Christus het geheel zal herstellen, en op haar beurt, zal het door overerving naar de kerk komen (Zijn volk). “ Het koninkrijk zal komen naar der dochteren van Jeruzalem .” {SR1: 178.1}

Vers 9: “ Nu, waarom zoudt gij zo groot geschrei maken? Is er geen Koning, onder u? Is uw Raadgever vergaan, dat u smart, als van een barende vrouw, heeft aangegrepen?” Deze tijd van geschrei en smart, kan geen andere zijn dan de tijd die vlak voor ons ligt, de tijd van zuivering. “ Ziet, Ik zende Mijn engel, die voor Mijn aangezicht den weg bereiden zal: en snellijk zal tot Zijn tempel komen die Heere, Dien gijlieden zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Denwelken gij lust heb: ziet Hij komt, zegt de HEERE der heirscharen. Maar wie zal den dag Zijner toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers.” Mal. 3: 13. {SR1: 178.2}

Dit zuiverend proces zal geen makkelijke zaak zijn voor het deel van de zondaren, want” vuur van de goudsmid en zeep der vollers “ wordt gebruikt en wanneer God met dit wassende proces afrekend, zal Hij een volk rein en schoon hebben. Dan zal er een heerlijke tijd zijn met vreugde en vrolijkheid in de Heere, zoals het is met een vrouw in barensnood, maar wanneer een

178

zoon is geboren is er grote vreugde. Maar de vraag wordt gesteld: “ Waarom zou gij zoveel geschrei maken? Is er geen Koning, onder u? Is uw Raadgever vergaan?” Hoewel het pijnlijk mag lijken hoeft niemand te vrezen, want Gods kerk heeft een Koning en een Raadgever, die nog “ sluimert nog slaapt.” De oven wordt nauwkeurig gadegeslagen. De zondaar zal vergaan, maar de goddelijke zal behouden worden.{SR1: 178.3}

Vers 10: “ Lijd smart en arbeid om voort te brengen, o dochter Sions! Als een barende vrouw ; want nu zult gij wel uit de stad henen uitgaan, en op het veld wonen, en tot in Babel komen, maar aldaar zult gij gered worden; aldaar zal u de HEERE verlossen uit de hand uwer vijanden.” Dit vers toont dat na de zuivering de kerk niet meteen overgebracht wordt naar het Nieuwe Jeruzalem in de hemel, maar is gelaten om haar toegewezen werk hier op aarde te doen. “ Want nu zult gij wel uit de stad henen uitgaan, en op het veld wonen, en tot in Babel komen, maar aldaar zult gij gered worden; aldaar zal u de HEERE verlossen uit de hand uwer vijanden.”{SR1: 179.1}

“ Lijd smart en arbeid om voort te brengen, o dochter Sions! Als een barende vrouw .” De uitleg van dit Schriftgedeelte wordt gevonden in Jes. ^^: 7,8. We citeren vers 7: “ Eer zij barensnood had, heeft zij gebaard, eer haar smart overkwam, zo is zij van een knechtje verlost.” Deze vrouw bracht voort voordat ze barensnood had.; voordat haar smart overkwam is zij verlost van een knechtje.” De vrouw is de Oud Testamentische kerk in de dagen van Christus. Christus is het mannelijk kind die ze voortbracht, maar ze had geen barensnood, noch heeft ze smart geleden. Dat wil zeggen, ze kende Hem niet, ze voelde geen pijn van verlossing. Zoals het een wonder zou zijn dat een vrouw op deze wijze verlost werd van een kind, zo was het ook een wonder dat Christus geboren werd uit die waardeloze moeder (Joodse kerk): want ze was afvallig geworden. Het 8ste vers citerend” Wie heeft ooit zulks gehoord? Wie heeft dergelijks gezien? Zou een land kunnen geboren worden op een enigen dag? Zou een volk kunnen geboren worden op een enige reize? Maar Sion heeft weeen gekregen en zij heet haar zonen gebaard.” Terwijl het een wonder was voor de Joodse kerk om Christus te baren; is het een groter wonder met de kerk genoemd

179

in dit vers, want terwijl de laatste in barensnood was, bracht zij haar kinderen voort. Het zou een wonder moeten zijn voor zoiets, aangezien het onmogelijk is voor de aarde om binnen 1 dag te baren, of voor een natie om meteen geboren te worden. Niettegenstaande zal dit geschieden, “ Maar Sion heeft weeen gekregen en zij heeft haar zonen gebaard.”{SR1: 179.2}

Menselijkerwijs gesproken, om het evangeliewerk in deze generatie af te sluiten, (de generatie die bijna voorbij is) zou een onmogelijkheid zijn; maar profetie verklaart, dat onmogelijkheden zullen worden bewerkstelligd. De kerk die in barensnood was en haar kinderen in de kerk voortbracht in de tijd van de luide roep van de derde engel boodschap. Er zal een grote inzameling tot stand worden gebracht in een korte tijd. “ En na dezen zag ik een anderen engel afkomen uit den hemel, hebbende grote macht en de aarde is verlicht geworden van zijn heerlijkheid.” Openb. 18: 1. “ En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den Gods Jakob.” {SR1: 180.1}

Vers 11: “ Nu zijn wel vele heidenen tegen u verzamels, die daar zeggen: Laat ze ontheiligd worden, en laat ons oog schouwen aan Sion.” Zodra Gods kerk als geheel ( niet als individuen) aan de klauwen van de vijand ontsnapt (want het onreine zal niet ingaan), en ernstig wordt, vervult met de Geest van God, zal de wraak van de oude vijand aangewakkerd worden, en zal de vervulling van Openb. 12: 17 tot stand gebracht worden. “ En de draak vergrimde op de vrouw en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en de getuigenis van Jezus Christus hebben.” {SR1: 180.2}

Deze tijd van benauwdheid is ook beschreven door de Geest der Profetie.Eerste Geschriften blz. 27=Early Writings pages 33, 34: ” En bij het begin van de tijd der benauwdheid werden wij vervuld met de Heilige Geest en gingen wij uit en verkondigden de Sabbat meer in het bijzonder.…De goddelozen dachten, dat wij de oordelen over hen gebracht hadden, en zij maakten zich op en beraadslaagden, tezamen om de aarde van ons te bevrijden, denkende dat het kwaad dan gekeerd zou worden. In de tijd der benauwdheid vloden wij allen uit de steden en dorpen, maar werden door de goddelozen achtervolgd, die de huizen van de heiligen binnendrongen met het zwaard.” Ook bladzijden 337, 338=282, 283. “ Ik zag de heiligen de steden en dorpen verlaten,

180

en gezelschappen vormen, en op de meest afgelegen plaatsen leven. Engelen verschaften hun voedsel en water,terwijl de goddelozen honger en dorst leden. Toen zag ik de voornamen van de aarde tezamen raad nemen, en Satan en zijn engelen waren zeer bezig rondom hen. Ik zag een geschrift, afschriften waarvan over de verschillende delen van het land verspreid werden, en waarin last gegeven werd, dat, tenzij de heiligen hun eigenaardig geloof wilden verzaken, de Sabbat opgeven, en de eerste dat van de week houden, het de mensen na een zekere tijd vrij zou staan om hen te doden.” Jeremia beschrijft deze benauwende tijd ook. “ Maar er zullen herders tot haar komen met hun kudden, zij zullen tenten rondom tegen haar opslaan; zij zullen een iegelijk zijn ruimte afweiden.” {SR1: 180.3}

Vers 12: “ Maar zij weten de gedachten des HEEREN niet, en verstaan Zijn raadslag niet; dat Hij hen vergaderd heeft als garven tot den dorsvloer.” De goddelozen kunnen God niet verstaan. Terwijl zij zoeken om zijn volk te vernietigen, richten zij de galgen op om zichzelf aan op te hangen. Zoals de goddeloze Haman de galg voorbereidde om het leven van Mordecai de Jood te nemen, alleen erin slaagde om er zijn eigen nek in te hangen, evenzo zullen de goddelozen verward zijn op de dag van God, want ze kennen de gedachten van de HEER niet. {SR1: 181.1}

Vers 13: “Maak u op en dors, o dochter Sions! Want Ik zal uw hoorn ijzer maken, en uw klauwen koper maken, en gij zult vele volken verpletteren; en Ik zal hunlieder gewin den HEERE verbannen, en hun vermogen den Heere der ganse aarde.” Gods kerk zal dorsen, vergaren,in bundels binen, branden en vernietigen. De goddeloze zal vergaan en het zal zijn alsof ze er nooit waren.”Want het volk en het koninkrijk welke u niet zullen dienen, die zullen vergaan; en die volken zullen gans verwoest worden.” Jes. 60:12.{SR1: 181.2}

181

SAMENVATTING VAN LESSEN VAN REFORMATIE

WAT MAAKT ONGELOVIGEN?

De vraag wordt gesteld: Wat is het dat ongelovigen maakt? Allereerst zullen we het woord definiëren. “Ongelovige”: –“een persoon die geen godsdienstig geloof heeft.” Standard Dictionary. Als dit waar is, dan is iemand die een godsdienst heeft, wat voor soort het ook mag zijn, geen ongelovige. Het is een geaccepteerd feit dat zij die zich in een of ander donker deel van de wereld bevinden, weg van de beschaving of Christendom, geen ongodsdienstige mensen zijn, dat wil zeggen, als regel geloven ze in een of ander verheven wezen, of bovennatuurlijke kracht. Als dit zo is, moeten we toegeven dat het heidendom niet bijdraagt aan deze grote verbastering die zo snel de volkeren overstelpt. Ongelovigheid heet zijn oorsprong in beschaafde landen. Een poging zal hier gedaan worden om aan te tonen wie direct verantwoordelijk is voor dit wij dverspreid kwaad, die als kanker de zeden van de volkeren wegvreet. {SR1: 182.1}

            Het volgende vraagstuk werd recentelijk voorgelegd aan het publiek in een zekere wereldstad, door een man die was gekleed in een Indiaans kostuum en die beweerde dat hij een halfbloed Indiaan was. Deze man zei: “Onze aarde draait een keer in vierentwintig uur om haar as, gedurende de  dag staan we op de aarde met de zon over ons hoofd, maar ‘s nachts staan we onder de aarde, hangend aan onze voeten met de maan en de sterren onder ons in de ruimte. Als je een Christen midden op de dag ontmoet, vervolgt de Indiaan, en je vraagt hem waar hij naar toe gaat, zal hij je zeggen dat hij naar de hemel gaat. Als je hem vraagt: Waar is de hemel? Zal hij opwaarts wijzen naar de zon en zeggen ‘Daar is de hemel’. Maar ontmoet je hem twaalf uren later, te middernacht, wanneer hij onder de aarde is en hem dan vraagt waar de hemel is, zal hij deze keer opwaarts wijzen naar de sterren, denkend dat hij in dezelfde richting wijst als toen hij ’s middags deed  en zeggen ‘daar is de hemel’.{SR1: 182.2}

       Toen voegde hij eraan toe: “Christenen weten niet waar de hemel is, nog minder weten ze de weg die ze gaan. Ongeacht wat voor tijd van de dag of nacht het is, ze wijzen altijd recht omhoog. Verder

182

hebben astronauten zonnen en planeten velen jaren gefotografeerd. Sommige van deze zonnen zijn zo ver in de ruimte dat het miljoenen lichtjaren zou kosten om daar te komen, maar ze hebben de hemel nog niet gefotografeerd [waar de troon van God is], dus als er een hemel is , moet het zo ver weg zijn dat als deze Christenen zo snel als het licht zouden reizen, (186.000 mijl per seconde) het hun miljoenen en miljoenen jaren zou kosten om daar te komen. Dit zou onmogelijk zijn aangezien de menselijke levensjaren maar tot een paar jaren begrensd zijn.”{SR1: 182.3}

            Wat deze Indiaan gezegd heeft is waar, voor zover het zijn bezwaar betreft, en de onmogelijkheid voor iemand om de hemel te bereiken menselijkerwijs gesproken. Het zou een redelijk goede Bijbel student moeten vereisen om een bevredigend antwoord te geven aan dit soort ongelovige, maar de gedachte hier bedoeld is dat het contact van de Christen met de Indiaan, hem (de Indiaan) tot een ongelovige maakte in plaats van een Christen. Het kwaad eindigde niet daar, op zijn buurt, maakt deze Indiaan nu honderden  en duizenden ongelovigen van mensen door het gebruik van het zogenaamde licht dat hij ontvangen heeft van een zogenaamde Christen. De ervaring van deze Indiaan leert, dat een ieder die de naam van Christus beleid, zijn manier van handelen en spreken wanneer hij in contact was met de wereld, heeft een vastbesloten invloed ten goede of ten kwade, en als gevolg daarvan, als de golven van de zee, volgt de ene golf op de andere, en weer een andere. “Gooi een keisteen in de meer en een golf wordt gevormd en een andere en een andere, en wanneer ze zijn toegenomen verbreed de cirkel zich tot het de oever bereikt. Evenzo met onze invloed, buiten onze kennis of invloedssfeer zegt het zich voort aan anderen in zegeningen of in vloek. “Lessen uit het leven van alledag, blz. ….. [COL, pages, 343, 344] .{SR1: 183.1}

       Uiteindelijk zijn er maar twee groepen Christenen. Een groep maakt discipelen voor Christus, terwijl de andere groep bijdraagt aan ongelovigen tegen Christus. We mogen onszelf zeker afvragen: Tot welke groep behoor ik ? 2 Cor. 13:5: “Onderzoek uzelven, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven. Of kent gij uzelven niet, dat Jezus Christus in u is? Tenzij dat gij enigszins verwerpelijk zijt.” 2 Tim. 2: 15 citerend: “Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” Dit gebod is evengoed als wel Bijbel gebod. Het moet evengoed

183

zijn als het vijfde gebod van de Decaloog: Eer uw vader en uw moeder: zodat uw dagen verlengd mogen worden in het land dat de HERE uw God u geven zal.” Ex. 20:12.{SR1: 183.2}

            Als een vader zijn zoon opdraagt om een zeker ding te doen, en die zoon weigert te gehoorzamen, dan heeft hij zijn aardse vader onteert, en is een overtreder van het vijfde gebod. Maar wanneer iemand gevraagd wordt een zeker ding te doen voor zijn Hemelse Vader en zou weigeren gehoor te geven aan die oproep, dan heeft zo’n persoon zijn hemelse Vader onteert, en is een overtreder geworden van het eerste gebod. “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.” In feiten, overtreed hij de eerste vier geboden, welke eerbied aan God geven, terwijl de laatste zes liefde voor de mens zijn..”Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.” Jak. 2 : 10.{SR1: 184.1}

            Het eerste gedeelte van 1 Petr. 3: 15 citerend: “Maar heiligt God den HERE in uw harten.” De bedoeling is dat God alleen in het hart zal vertoeven en niets anders ertussen moet komen. Het is mogelijk voor iemand om het gebod in 2 Tim. 2: 15 te gehoorzamen, zoals eerder geciteerd, maar zonder de heiliging van zijn hart aan de HERE God, als hij een korte tijd zou besteden aan studeren, zou het tevergeefs zijn waar het geestelijke dingen betreft, waar we over praten. Daartegen over staat dat als iemand deze twee geboden zou gehoorzamen, (1 Petr. 3: 15 en 2 Tim. 2: 15), hij in staat moet zijn om een antwoord te geven aan iedereen die een reden vraagt van de hoop die in je is met zachtmoedigheid en eerbied.”1 Petr. 3: 15. Het soort antwoord dat we geven aan iedereen zal bewijzen of we Gods geboden gehoorzamen of niet. Als ons antwoordt is als de bovenvermeldde Christen, dan weten ook wij niet waar de hemel is nog minder weten we waar we gaan. Onze invloed zal zodanig zijn dat we ongelovigen maken tegen Christus in plaats van discipelen voor Christus.  De Christen die de Heer God geheiligd heeft in zijn hart kan een beter antwoord geven aan de boven genoemde Indiaan dan een zogenaamde Christen.{SR1: 184.2}

 Jes. 14:13 citerend: “En zeidet in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen, en ik zal mij zetten op den berg der samenkomst aan de zijden van het

184

noorden. Lucifer wilde opklimmen aan de zijde van het noorden omdat dat is waar Gods troon is, en waar de troon van God is, daar is de hemel ook. Had deze Christen gewezen naar het noorden in het midden van de dag, net als de kompas, en in de zelfde richting te middernacht of wat voor tijd dan ook, dan zouden de uiteinden van alle lijnen op het zelfde punt bijeenkomen. Dit antwoord zou juist evenals leerrijk zijn. De heisa tegen de hemel evenals de verwarring zou voorkomen zijn, en de hoeveelheid goeds dat van een wijs antwoord kon worden afgeleid zou onschatbaar zijn. Een antwoord aan deze Indiaan en de verwijzingen naar de hemel worden gegeven aan het einde van dit hoofdstuk.{SR1: 184.3}

            Lucifer zei hij zal opklimmen naar de zeide van het noorden. Hij kon opklimmen als hij de geboden van de Heer had gehoorzaamd. Maar nee, Lucifer dacht dat hij beter wist dan zijn God, en wilde een verbetering aanbrengen in de hemel. Oprecht in zijn misleiding, probeerde hij de onmogelijke opdracht. In Jes. 14: 15, lezen we:  “Ja, in de hel zult gij neder gestoten worden, aan de zijden van de kuil.” Het resultaat was in plaats van opklimmen aan de zijde van het noorden, waar hij wenste te gaan, hij neder ging aan de kant van de kuil( in de tegenovergestelde richting). Evenzo, denken vele Christenen nu, net als Lucifer dat ze zullen opklimmen aan de zijde van het noorden (Hemel), maar op hun eigen manier, verlangend om de wijsheid van de Levende God te verbeteren. Ze zijn meer geïnteresseerd om naar de hemel te gaan dan dat ze studeren en de exacte instructies gegeven door hen in het Woord van God gehoorzamen. Hoewel oprecht in hun misvattingen van de hemelse bewegwijzering, zullen ze zichzelf beneden aan de kant van de kuil (hel) vinden. De teleurstelling van zo iemand zal groter zijn dan wij kunnen beseffen.  De ervaring alleen kan de zorgen en het verdriet op zo een tijd weergeven. Deze groep Christenen zijn niet alleen een schade voor zichzelf, maar ze zijn een kwetsend  voor anderen, en zijn degenen aan wie onze Heer zegt: “Gij zij uit den  vader de duivel, en wilt de begeerten uws vader doen.” Joh. 8: 44. {SR1: 185.1}

2 Cor. 13: 5 citerend: “Onderzoek uzelven, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven. Of kent gij uzelven niet, dat Jezus Christus in u is? Tenzij dat gij enigszins verwerpelijk zijt.”  Wij als Zevende-dags Adventisten, zouden de hemel geen geweld aandoen nog onrecht

185

aan onszelf als we  een verslag zouden bekijken van onze Christelijke ervaring zodat we in staat zouden zijn om te zeggen waar we naar toe gaan. Wij als een volk, zijn vereert door de hemel met een speciale boodschap voor de wereld in deze generatie. We noemen deze boodschap de “Derde Engel Boodschap” hetgeen een combinatie is van de eerste, tweede en derde engel boodschap van Openb. 14:6-12. De inhoud van de boodschap die wij ondersteunen kan onderverdeeld worden in vijf onderdelen: (1) de tijd van het einde; (2) het oordeel; (3) de tweede komst van Christus in deze generatie; (4) het herstel van de ware Sabbat; (5) Gods volk uit Babylon (afgoderij) roepen, welke we definiëren als Zondag, Pasen en het houden van Kerstmis, etc. Omdat ze geweigerd hebben om te erkennen en het afwijzen van het praktiseren van deze zogenaamde Christelijke instellingen of festivals is de hoofdoorzaak van de neergang van Babylon. De oproep is om ons te verwijderen van deze afgoden praktijken tot de ware aanbidding van Jehova.{SR1: 185.2}

            We onderwijzen het geven van tienden voor de ondersteuning van het evangelie. We beweren dat wij het volk zijn die de geboden van God houden en de getuigenis van Jezus hebben, het laatste is de gave van de Geest der Profetie; ook de leerstelling van de gezondheidshervorming, kledinghervorming etc. Het belangrijkste en enige doel van deze leerstellingen is om ons voor te bereiden om een merkwaardig volk te zijn, tot Gods eigen glorie en eer; een volk dat de Heer zal ontmoeten zonder de dood te smaken of om op te staan in de speciale opstanding van Daniel 12. “Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zou verkondigen de deugden Degene, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.” 1 Petr. 2:9.{SR1: 186.1}

       Deze boodschap moet doordringen tot in de uiterste delen van de aarde, want daardoor zal de wereld geoordeeld worden. Verweerders zullen veroordeeld worden tot de dood, het is een veel meer vreesaanjagende boodschap dan we kunnen beseffen. Dit is de samenstelling van het onderwerp van de boodschap die we dragen tot ieder geslacht, taal en volk en haar presentatie voor het publiek in al haar wonderen heeft een groot effect. De mensen luisteren met aandachtige interesse en geven hun onverdeelde aandacht, begerig om iedere gedachte die uitgedrukt wordt te bevatten. Geïnteresseerd geraakt in de waarheid, beginnen ze dieper te zoeken

186

in het Woord. Ze voorzien zichzelf met de boeken van de Geest der Profetie, en met grote interesse gaan ze voort om door de heilige bladzijden te zoeken.{SR1: 186.2}

            Gelovend zoals ze geleerd hebben dat dit de dag des oordeels is, verwachten ze te zien dat Gods volk zichzelf ontdoet van alle zonden door gehoorzaamheid aan Zijn Goddelijk Woord, en speciaal aan de aanwijzingen gegeven aan de kerk door Zijn boodschapper in deze generatie. Als ze de geschriften van de Geest der Profetie doorzoeken, komen ze vanzelfsprekend de volgende bladzijden tegen: Adviezen voor Voeding, blz… [Counsels on Health, page 277]: “Onze ideeën voor het bouwen en inrichten van onze instituten moeten gevormd en gemodelleerd door een ware , praktische kennis van wat het betekend om nederig met God te wandelen . Nooit moet het nodig geacht worden om een voorkomen van rijkdom te geven. Nooit moet men vertrouwen op uiterlijk als een middel van succes. Dat is een misleiding. Het verlangen om een voorkomen te maken die niet in elk opzicht gepast is bij het werk dat God ons gegeven heeft te doen, een voorkomen die alleen behouden kan worden door grote sommen geld uit te geven, is een onbarmhartige tiran. Het is als een kanker die voortdurend ’t essentiële opeet.{SR1: 187.1}

            “Mensen met gezond verstand waarderen behaaglijkheid boven elegantie en uiterlijk vertoon. Het is een fout te veronderstellen dat door het in stand houden van een verschijning, meer geduld en daardoor meer middelen, verkregen zullen worden. Maar zelf als deze wijze een toename van klandizie zou brengen, zouden we niet  toestemmen olm onze sanatoria volgens de luxueuze ideeën van deze eeuw in te richten.”{SR1: 187.2}

       Deel 5, blz….  [Volume 5, page 188[, pratend over Abraham, Izaak en Jakob: “Ze leefden alleen voor Gods heerlijkheid, en verklaarden duidelijk dat ze vreemdelingen en pelgrims op aarde waren, zoekend naar een beter land, dat is een hemelse. Hun gedrag verkondigde hun geloof…. Maar hoe handhaven de belijdende volken van God vandaag de eer van Zijn Naam? Hoe zou de wereld kunnen afleiden dat ze een merkwaardig volk zijn ? Wat voor bewijs geven ze van het burgerschap in de Hemel? … Toen uw gang aan mij werd getoond, werd ik gewezen op de woonplaatsen die recentelijk werden opgericht door ons volk in de stad. Deze gebouwen zijn zo vele monumenten van uw ongeloof, van de leerstellingen die u belijdt

187

te onderhouden. Ze prediken preken veel effectiever dan ooit vanaf het kansel geleverd wordt.  Ik zag wereldlingen schertsend en spottend naar hen wijzen als een ontkenning van hun geloof. Ze verkondigen datgene wat de eigenaren in hun harten zeggen,– ‘Mijn Heer vertoeft te komen’.”{SR1: 187.3}

            Deel 7, blz…= Volume 7, pages 59, 91, 92: “De Heer heeft mij opgedragen diegene te waarschuwen, die in de toekomst sanatoria willen oprichten in nieuwe plaatsen, om hun werk in nederigheid, te beginnen, hun mogelijkheden aan Zijn dienst toe te wijden.  De gebouwen die opgericht worden moeten niet groot en duur zijn.  Kleine plaatselijke sanatoria moeten opgericht worden  in verband met onze trainingsscholen.”… We moeten ook onthouden dat ons werk moet corresponderen met ons geloof. We geloven dat de Heer spoedig komt, en zou ons geloof niet vertegenwoordigd moeten worden in de gebouwen die we oprichten? Zouden we een grote gelduitgave stoppen in een gebouw dat spoedig verteerd zal worden in de grote vuurzee? Ons geld betekend zielen, en het moet gebruikt worden om kennis van de waarheid te brengen aan hen, die vanwege de zonde onder de veroordeling van God zijn.”{SR1: 188.1}

            Deel 9, blz… [Volume 9, page 71]: “ Gods opzet is dat we lessen zullen leren van de fouten uit het verleden. Het doet Hem geen plezier als er schulden rusten op Zijn instituten. We hebben de tijd bereikt waar we karakter moeten geven aan het werk door te weigeren om grote en kostbare gebouwen op te richten. We moeten de fouten van het verleden niet nabootsen en meer en meer betrokken raken in schulden.”{SR1: 188.2}

       Het is het voorrecht van de lezer om te informeren bij Gods volk, waarom de aanwijzingen gegeven door iemand van wie we geloven de profeet van God te zijn voor de tegenwoordige tijd, niet zijn uitgevoerd. Nu worden we van aangezicht tot aangezicht geconfronteerd met onze tekst, : “En zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hoop , die in u is , met zachtmoedigheid en vreze. “1 Petr. 3: 15. Welk antwoord kunnen we geven dat zachtmoedigheid en vreze zal vertonen in de harten van Zijn volk?  Zal ons antwoord een karakter geven aan Gods werk en Zijn volk?  Zal dat antwoord het vertrouwen van de ondervrager bevestigen in de boodschap en het volk dat deze grote verantwoordelijkheid draagt?  Wat zullen we zeggen? Of het nou door woorden is of door te zwijgen, dat

188

kan alleen zijn: “Ja dat is wat de profeet zegt, maar het is niet wat we doen.”  Zou zo een antwoord iemand de indruk geven dat we geloven dat dit de Verzoendag is, en dat ieder mens zijn zonden moet belijden? Zou deze persoon nu de waarheid aannemen en een Christen zijn? Of zou hij, met de vooraf genoemde Indiaan een ongelovige worden? Hoogstwaarschijnlijk zou het laatste aangenomen worden en de waarheid verworpen. Maar dat is niet waar het kwaad eindigt.{SR1: 188.3}

            Een ander komt met de volgende vraag: “U predikt dat Kerstmis niet de ware geboortedag van Christus is; dat het de geboortedag van een bedrieger, een dag van heidense afkomst, en afgoden aanbidding. U heeft ons gezegd dat Christenen daar geen deel aan moeten hebben, en om deze reden verondersteld worden uit het gevallen Babylon te komen. Waarom doet u den hetzelfde als zij die in Babylon zijn? U geeft en ontvangt geschenken, u verzendt en ontvangt Kersgroeten net zoals zij die het verschil niet kennen.” Welk antwoord zullen we geven aan deze tweede ondervrager zodat zijn geloof in wat wij geloven bevestigd kan worden? {SR1: 189.1}

            Of we de vraag beantwoorden of niet, onze werken hebben verklaard: “Ja dat is wat we prediken, maar dat is niet wat we doen.” Is dit niet huichelarij van de hoogste vorm. Heeft ons antwoord deze arme ziel gedrongen de waarheid te aanvaarden of te verwerpen? Hoogstwaarschijnlijk zal hij de waarheid verwerpen en zich nu voegen bij de gelederen van de ongelovigen als nooit te voren. Wat waar is van Kerstmis, is eveneens waar van Pasen, etc. maar de stroom stopt niet hier.{SR1: 189.2}

       De derde persoon in de rij komt met de volgende  paragrafen: Volume 6, pages 215, 216 [Deel 6,]: “Onze conferenties kijken naar de scholen voor opgeleide en goed getrainde arbeiders, en zij zouden de scholen een meest hartelijke en verstandige ondersteuning geven. Er is duidelijk licht gegeven dat zij die dienst doen in onze scholen, het Woord van God onderwijzend, de Schriften uitleggend, de studenten onderwijzend in de dingen van God, moeten worden ondersteund door het geld van de tienden (…). Dezelfde principes zouden, als ze opgevolgd worden, succes en zegeningen brengen voor onze  trainingsscholen en colleges en zouden onze plannen en werk voor de kerkscholen moeten bepalen.” Deze profeet, waarvan u zegt dat het een profeet van God is, zegt

189

dus zo.  Waarom betaald u dan de onderwijzers van uw school niet door middel van de tienden zoals God dat heeft geboden? Waarom onteerd u de sabbat door het salaris van de onderwijzers te verhogen tijdens het uur van aanbidding? Als dit een profeet van God is, waarom acht u de instructies die gegeven zijn, lichtelijk? Vreest u God niet?  Wat kan er nu tegen deze man gezegd worden? We mogen niets zeggen. Maar dat zal het kwaad niet verhullen, want onze werken hebben het volgende geheim geopenbaard: “Ja, dat is wat God door Zijn profeet heeft gezegd, maar dat is niet wat we doen.”{SR1: 189.3}

            Hoeveel tienden denk je dat deze man zou betalen, nadat hij weet dat we het misbruikt hebben?  Zouden zulke praktijken zijn vertrouwen in de boodschap en in de mensen vestigen?  Zou hij nu een dag in de week opofferen en een tiende van zijn inkomen en misschien zijn functie?  Zijn ziel staat op het spel, en van wie zal het opgeëist worden? Beangstigend is het nietwaar?  {SR1: 190.1}

       De vierde arriveert met Volume 1, pages 471, 471: “Een grote fout is gemaakt door sommigen die tegenwoordige waarheid belijden, door het introduceren van handel in de loop van serie bijeenkomsten, en door hun handel, leiden ze het verstand van het onderwerp van de bijeenkomsten af. Als Christus nu op aarde was , zou Hij net zoals hij de tempel vroeger binnen ging,  deze  venters en handelaren of ze nou dienaren of mensen waren, uitdrijven met een zweep van smalle koorden (…). ’En zegt aan hen: Er staat geschreven; Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden, maar gij hebt het tot een rovershol gemaakt,’” Deze handelaren zullen ter verontschuldiging gepleit hebben dat de artikelen die ze te koop hielden voor heilige offerdiensten waren. Maar hun doel was om winst te maken, om in middelen te voorzien, om op te slaan….Predikanten hebben op het kansel gestaan en de meest plechtige voordracht gepredikt, en dan door het introduceren van handel, en een deel hebben als een verkoper, zelf in het huis van God, hebben ze de aandacht van hun gehoor afgeleid van de ontvangen indrukken, en de vruchten van hun arbeid vernietigd…. Hun tijd en kracht zou bewaard moeten worden zodat hun pogingen nauwkeurig mogen zijn in een serie bijeenkomsten. Hun tijd en kracht zou niet moeten getrokken tot het verkopen van onze boeken, wanneer ze op een juiste wijze aan het publiek gebracht kunnen worden  door hen die niet de last van het prediken van het Woord op zich hebben.” {SR1: 190.2}

190

           Deze nieuw belangstellende persoon stelt de vraag: “Waarom verkoopt u uw publicaties in de kerk? Waarom onteert u de Sabbat met uw handel? Zijn de ochtend uren van de Sabbat niet heilig en alleen voor aanbidding? U heeft me verteld dat dit de profeet van God was voor deze generatie. Waarom heeft u dan de waarschuwing veronachtzaamt?  Is dit boek niet geschreven door die profeet in wie u beweert te geloven?” Wat zullen we deze man vertellen? Is er iets wat we kunnen zeggen wat ons van deze schuld zal vrijpleiten? Als we het nu door woorden doen of door te zwijgen, onze werken hebben de volgende handelingen aangetoond: “Ja we geloven wat het de profeet van God heeft gezegd, maar dat is niet wat we doen.”We hebben ons lied gezongen, maar hoe zit het met de ziel van deze man?{SR1: 191.1}

            De volgende persoon komt met Volume 8 pages 141, 142: “Diegenen die onwankelbaar zijn in de waarheid, zullen niet aan de kant gezet worden voor wereldlingen. Prijzen moeten niet om huidige hoge uitgaven te voldoen, zo hoog geplaatst worden dat de armen, in grote mate, uitgesloten worden van de voordelen van het Sanatorium.”{SR1: 191.2}

            “Dit boek waarvan beweerd wordt dat het, het geïnspireerde Woord van God is en waarvan gezegd wordt dat het alle instructies  voor de kerk in deze huidige tijd bevat, zegt dat de kerkelijke instituten hun prijzen niet zo hoog moeten zetten om aan huidige (lopende) uitgaven te voldoen.  Het laatste rapport volgens de Generale Conferentie Bulletin in 1930 is: “Het kerkgenootschap heeft  een netto inkomen van de somma van $ 116.000.000 in vier jaren van deze instituten . Als deze profeet van God heeft gezegd: “U moet u prijzen niet zo hoog zetten zodat u aan uw huidige uitgaven kunt voldoen,” hoe heeft u dan al deze miljoenen dollars in maar vier korte jaren gemaakt? Waarom heeft u niet de instructies gevolgd? Meent uw God niet wat Hij zegt?”{SR1: 191.3}

       Wat zal ons antwoord deze keer zijn? Zullen we zeggen dat het beter is te offeren dan te gehoorzamen? Is het dat wat we onderwijzen? Of zullen we zeggen God is verandert en het kan hem  niet schelen of we Zijn Woord eerbiedigen of niet? Zullen we het “wel gedaan”horen voor het kwijt raken van de schaap en het brengen van dollars? Staat Hij meer achter het goud dan de schaap? Wat zullen we zegen? Zullen we zeggen dat onze instituten geconfronteerd worden

191

met zonneschijn en onze oordelen beter zijn dan van God? We zeggen dit misschien niet door woorden, maar onze werken hebben geopenbaard dat wat in ons harten is. Maar hoe zit het nu met deze arme ziel? Zal hij kiezen voor het volk van God of zal hij zich voegen bij de gelederen van de ongelovigen? Oh! Wie zal de prijs betalen voor zijn bloed? {SR1: 191.4}

            De rij heeft zijn einde nog niet bereikt, want een andere geïnteresseerde komt met een groot aantal referenties, uit zowel de Bijbel en de Geest der Profetie, met de wens te informeren naar de aanwijzingen voor de kerk met betrekking tot het respecteren van de gezondheidshervorming. Deze boeken, waarvan het beweerd wordt dat ze geschreven zijn voor het volk van God in deze laatste eeuw, onderwijzen een strikte gezondheidshervorming. Deze profeet heeft de kerk de opdracht gegeven om overal gezondheidsinstituten te vestigen, bestaande uit het produceren van gezond voedsel, gezonde voedingswinkels, gezondheidscafetaria’s, scholen en onderwijzers met de kunst van het koken, tevens dat de leden van de kerk zich moeten onthouden van voeding die door de gezondheidsdeskundigen als ongezond worden beschouwd. {SR1: 192.1}

            Gezondheidshervorming moet overal teweeg worden gebracht, en het ziet ernaar uit dat deze profeet het juist heeft in dit geval. De profeet beweert ook dat zij die de gezondheidsprincipes veronachtzamen niet door de paarlen poorten van de Heilige Stad, kunnen ingaan, volgens de volgende bewering uit Deel 5, blz. … [Volume 5, page 197]: “In plaats van te zitten aan een tafel waar volwaardig voedsel wordt verschaft, zal hij restaurants beschermen, omdat hij daar zonder beperking zich kan verlustigen in zijn eetlust…. Die man aanbidt de grafkuil van een bedorven eetlust.  Hij is een afgodendienaar. De krachten die, indien geheiligd en nobel gemaakt, ingezet konden worden om God te eren, worden verzwakt en tot weinig dienstbaarheid gemaakt. Een geïrriteerd temperament, een verward verstand, en ongecontroleerde zenuwen zijn onder andere het resultaat van zijn misachten van de natuurwetten. Hij is inefficiënt , onbetrouwbaar…..Aldus wordt de God van Israël  onteert, terwijl naar Satans kracht wordt gewezen en verhoogd.”{SR1: 192.2}

       Volume 2, page 69: “Een verkeerde wijze van eten of drinken vernietigd de gezondheid, en daarmee de  heerlijkheid van het leven (…). Duizenden hebben hun verkeerde eetlust de vrije loop gegeven, hebben een goede maaltijd gegeten, zoals zij het noemden, en als resultaat daarvan, hebben ze koorts, of een andere acute ziekte en een

192

dood over zichzelf gebracht. Dat was genot, verkregen tegen een onmetelijke prijs. Toch hebben velen dit gedaan en deze zelfmoordenaars zijn door hun vrienden en de predikant door een lofrede rechtstreeks naar de Hemel gedragen na hun dood. Wat een gedachte!  Zwelgers (veelvraten) in de hemel! Nee, nee; dezulken zullen nimmer de paarlen poorten van de gouden stad van God ingaan”{SR1: 192.3}

            “Als deze dingen geschreven zijn door de profeet van God, zoals beweerd, waarom heeft u het advies van de Heer zo lichtelijk geacht? Waarom eten veel van uw mensen vleesvoeding? De profeet schrijft dat Gods volk vleesvoeding met rust moet laten. Als deze dingen zo zijn, hoe verwacht u dan toegang te verkrijgen door de paarlen poorten? Bedoeld Uw God niet wat Hij zegt?”Hebben onze daden niet reeds antwoord gegeven aan deze oprechte ziel? “Ja, dat is wat de profeet zegt, maar dat is niet wat we doen.” Iemand kan zeggen: Het is de taak van de predikant om de mensen in de kerk te instrueren, en wat ik niet weet , daar kan ik niet verantwoordelijk voor zijn. Ten gunste van zo iemand, citeren we het volgende Schriftgedeelte : “Gij nu , o mensenzoon! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israël s; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen. Als ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! En gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.” Ezech. 33: 7, 8.{SR1: 193.1}

            De zevende, volgend in de rij met een groot aantal verwijzingen van zowel de Bijbel en de Getuigenissen, wenst te informeren over bepaalde dingen die vraagtekens bij hem oproepen. “Leren deze verwijzingen niet duidelijk dat Gods volk de modellen van de wereld niet  kunnen en moeten  volgen en dat versieringen door de leden van de kerk afgewezen moeten worden?” Volume 1, page 270: “De profetie van Jesaja 3, werd aan mij getoond, als van toepassing zijnd op deze laatste dagen, en de terechtwijzingen worden gegeven aan de dochters van Zion die alleen hebben gedacht aan vertoning en  demonstratie. Lees vers 25: “Uw mannen zullen door het zwaard vallen, en uw helden in den strijd.’ Mij werd getoond dat dit Schriftgedeelte strikt zal worden vervuld.  Jonge mannen en vrouwen

193

die beweren Christenen te zijn, maar helemaal geen Christelijke ervaring hebben, en geen lasten gedragen hebben en geen persoonlijke verantwoordelijkheid gevoelt hebben, zullen worden beproefd. Ze zullen laag in het stof gebracht worden en zullen verlangen naar een ervaring met de dingen van God, die ze te kort zijn geschoten te verkrijgen.”{SR1: 193.2}

            Jes. 3: 16-24: “Verder zegt de HERE: Daarom dat de dochteren van Sion zich verheffen, en gaan met uitgestreken hals, en lonken met de ogen, al gaande en trippelende daarhenen treden, en alsof haar voeten gebonden waren. Zo zal de HERE den schedel der dochteren van Son schrurftig maken, en de HERE zal haar schaamte ontbloten. Ten zelfden dage zal de HERE wegnemen het sieraad der kousebanden, en de netjes en de maantjes. De reukdoosjes, en de kleine ketentjes, en de glinsterende kledingen. De hoofdkroning, en de armversierselen, en de bindselen, en de reukballetjes, end e oorringen. De ringen en de voorhoofdsierselen. De wisselklederen, en de manteltjes, en de hoedjes en de buidels. De spiegels, en de fijn-linnen deksels, en de hulledoeken en de sluiers. En het zal geschieden, dat er voor specerij stank zal zijn en lossigheid voor een gordel, en kaalheid in plaats van haarvlechten, en omgording eens zaks in plaats van een wijden rok, en verbranding in plaats van schoonheid.”{SR1: 194.1}

            “Waarom dragen de leden van uw kerkgenootschap deze dingen dan, en worden toegestaan om een actief deel te nemen in de kerkgebeurtenissen in de mate dat ze een taak vervullen  en ook deel zijn van uw kerkbestuur? De instructies van uw profeet zijn dat het kerklid in het  kleden van  hun kinderen de kleding gelijkmatig verspreid moet hebben , alle de nodige delen van het lichaam bedekkend.” Deze profeet beweerd dat deze aanwijzingen op de voet nagevolgd moeten worden om de gezondheid en de ontplooiing van uw kinderen te beschermen. U beweerd dat dit een profeet van God is en deze getuigenissen bevatten de aanwijzingen voor de kerk voor deze generatie. Waarom heeft u het advies van uw profeet licht geacht? Gelooft u niet in deze geschriften, of denkt u dat deze aanwijzingen niet goed zijn? Als het welzijn van uw kinderen u niet kan schelen, vreest u God dan niet?”{SR1: 194.2}

Verscheidene vragen zijn gesteld geworden, maar laat ons ze op

194

de volgende wijze beantwoorden: Wanneer uw God verschijnt met wraak voor de slechten, en als Hij u met al de voorgaande vragen zou ondervragen, wat zou u Hem beantwoorden? Matt. 22:12-14 zal hier geciteerd worden: “En zeide tot Hem: Vriend hoe zijt gij hier ingekomen geen bruiloftskleed aanhebbende? En hij verstomde.  Toen zeide de koning tot de dienaars; Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg en werpt hem uit in de buitenste duisternis, daar zal zijn wening en knersing der tanden. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.”{SR1: 194.3}

            Nog een ander wenst de waarheid te vinden en presenteert ernstig zijn vraag deze keer vanuit de Testimonies to Ministers 475 [Getuigenissen aan Predikanten]: “Profetie moet vervuld worden. De Heer zegt: ’Zie , ik stuur u Elia de profeet voor dat de grote en geduchte dag van de Heer komt.’ Iemand zal komen in de geest en de kracht van Elia en wanneer hij komt, zal men zeggen: ‘Je bent te ernstig, laat mij je vertellen hoe je jou boodschap moet onderwijzen.’?” “Deze profeet waarvan u zegt dat het een profeet van God is, beweert dat een andere profeet, of een boodschap tot de kerk zal komen, maar u zegt dat u alle waarheid heeft en dat u geen waarheid of profeten meer nodig heeft. Waarom heet u uw mensen niet onderwezen om een boodschap te verwachten voor het einde? Vreest u niet dat het resultaat nu het zelfde zal zijn als in de tijd van Christus met de Joden?” Dit antwoord zal beantwoord worden door het volgende Schriftgedeelte: We citeren Christus pratend met de Joden: “Aldus getuigt gij tegen uzelf, dat gij kinderen zijt degene, die de profeten gedood hebben. Gij dan ook, vervult de mate uwer vaderen.” Matt. 23:31, 32.{SR1: 195.1}

Nadat al deze vragen zijn gesteld, zonder een juist antwoord te ontvangen, hebben we ons gehouden aan de tekst: “zijt altijd gereed om een antwoord te geven aan een ieder die vraagt naar de hoop die in u is met zachtmoedigheid en vreze’?  We moeten ons niet verbazen als de ondervrager zijn persoonlijke mening uit op de volgende manier: “Jullie mensen leren een ding en doen iets anders. Jullie zijn afgeweken van de fundamenten van jullie leerstellingen. Jullie leerstellingen zoals ze geschreven staan in jullie boeken zijn prachtig en in harmonie met de wet en

195

de getuigenissen, maar jullie persoonlijke getuigenissen en praktijken zijn in tegenstelling tot alles wat gedrukt staat in jullie boeken.” Ongetwijfeld zijn dit sommige van de redenen waarom uit de 104.000 gedoopten in de laatste vier jaren ongeveer twee en vijftig zoveel duizend de waarheid hebben verlaten, en maar acht en veertig zoveel duizend in de kerk gebleven zijn. Merk op dat een groter aantal van hen wegging dan zij die bleven. Dit zijn sommige van de oorzaken die geneigd zijn ongelovigen te maken.{SR1: 195.2}

GOD OPENBAARD GEHEIMEN AAN ZIJN PROFETEN

            Als de Getuigenissen voor de kerk enig verband hebben met de Geest van God, en als de dingen geschreven in dit artikel waar zijn, dan moeten we geloven dat God dit ding kenbaar heeft gemaakt aan Zijn dienstknechtde profeet ( de grondlegger van deze kerkgenootschap). De volgende visie is geciteerd uit Testimonies to Ministers, page 469: “Terwijl de Geest des Heren op mij rustte, scheen ik aanwezig te zijn in een van uw vergaderingen. Een uit uw aantal stond op; zijn manier van doen was beslist en ernstig als hij een krant voor me hield. Ik kon duidelijk de koppen in de krant lezen; het was de American Sentinel. Kritiek werd geleverd op deze krant en het karakter van de artikelen daarin gepubliceerd. Zij die in de vergadering waren, wezen op bepaalde passages, verkondigend dat dit moest worden verwijderd, en dat, dat moest worden verandert. Sterke woorden werden in kritiek geuit, over de methode van het schrijven, en een sterke Onchristelijke geest overheerste. De stemmen waren beslist en provocerend. Mijn begeleider gaf me waarschuwende en vermanende woorden om te spreken tot hen die deelnamen aan deze handelingen, die niet schroomden om hun beschuldigingen en veroordelingen te uiten. Samenvattend was dit de vermaning die gegeven werd: De Heer heeft geen zitting genomen in deze vergadering, en er is een geest van strijd onder de leden van de vergadering. De gedachten en harten van deze mannen zijn niet onder de beheersende invloed van de Geest van God.” {SR1: 196.1}

       De American Sentinel was een van de bladen van het kerkgenootschap in de vroege dagen van de beweging. De veranderingen die werden voorgesteld betekenden niet dat de dingen die dat betreffende blad bevatte, noodzakelijkerwijs moesten worden verandert of weggelaten. We moeten onthouden dat het slechts een visioen was, en het kan ieder blad van het kerkgenootschap bedoelen

196

dat Gods waarheid bevat. We lezen aan de top van deze zelfde bladzijde waar dit visioen uit geciteerd is: “Denk niet dat u als vaten ter ere gevonden zal worden in de tijd van de late regen, om de heerlijkheid van God te ontvangen, als u uw zielen verhoogd tot ijdelheid, perverse dingen sprekend, wortelen van bitterheid in het geheim koesterend.” Hierdoor is het duidelijk dat de visioen de tijd net voor de later regen raakt.{SR1: 196.2}

            De profetie in dit visioen heeft haar vervulling bereikt, en wie zou de echtheid van de Geest van God in twijfel durven trekken? Wie zou een openlijke overtreding van heilige dingen durven ondersteunen, en zichzelf geweld aandoen? God heeft Zijn hand uitgestoken om Zijn volk te verlossen. Farao en zijn gevolg kunnen niet over de Almachtige God heersen. “ Want het zal geschieden te dien dage, dat de HERE ten anderen male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het overblijfsel Zijns volks, hetwelk overgebleven zal zijn van Assyrie, en van Egypte en van Pathros, en van Morenland en van Elam en van Sinear en van Hamath en van de eilanden der zee. Ook zal de HERE, den inham der zee van Egypte verbannen en Hij zal Zijn hand bewegen tegen de rivier, door de sterkte van Zijn wind; en Hij zal dezelve slaan in de zeven stromen, en Hij zal maken dat men met schoenen daardoor zal gaan. En er zal een gebaande weg zijn voor het overblijfsel van Zijn volk, dat overgebleven zal zijn van Assur, gelijk als Israël geschiedden ten dage, toen het uit Egypteland uittoog.” Jes. 11:11, 15. 16. {SR1: 197.1}

            God zal toch een rein volk en een zuivere kerk hebben, en de poorten van de hel zullen het niet overheersen. “Waak op, Waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! Trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad, want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen.” Jes. 52: 1. “De overgeblevenen van Israël  zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedrieglijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen, en niemand zal hen verschrikken.” Zef. 3: 13.{SR1: 197.2}

GODS WET, — HOE VERBROKEN?

       Als een aardse vader zijn zoon zou vragen om iets te doen, en die zoon zou weigeren om dat te doen, heeft hij het

197

vijfde gebod overtreden, en de zoon, door zijn ongehoorzaamheid aan het verzoek, heeft zijn vader onteert. “Eert uw vader en uw moeder, zodat uw dagen verlengd worden in het land dat de Heer uw God uw geven zal.” Ex. 20:12. Maar als onze Hemelse Vader ons gevraagd heeft om iets te doen, en we weigeren te gehoorzamen, hebben we Hem onteert, en zijn overtreders geworden van het eerste gebod. In feite, zouden we de eerste vier geboden overtreden die ter ere van God zijn. De gehoorzamen aan deze voorschriften zijn zij die van God houden en Zijn geboden houden. “Gij zult geen andere goden voor mij hebben.” Ex 20:3. “En waarom noemt gij mij HERE, HERE en doet niet de dingen die Ik zeg? ”Lukas 6:46. “Niet een ieder die tegen mij zegt, Here God, zal het koninkrijk van de hemel ingaan; maar hij die de wil van Mijn Vader die in de hemelen is doet.” Matt. 7:21.{SR1: 197.3}

IS DE KERK IN EEN UITSTEKENDE CONDITIE?

            In de Generale Conferentie Bulletin nr. 2 , van 1930, wordt de bewering gemaakt dat we ons in een fantastische conditie bevinden. De toename van leden en financiën wordt als reden gegeven om de bewering te ondersteunen.  Wie echter deze veronderstelling gelooft zegt in zijn hart, dat de volgende citaten vals zijn: Volume 3, pages 252-257, 260: “De boodschap van de kerk aan de Laodicenzen  is een verbijsterende beschuldiging, en is toepasselijk op het volk van God in deze tegenwoordige tijd (…). Het volk van God wordt in de boodschap voorgesteld als te zijn Laodicenzen, als in een toestand van vleselijke zekerheid. Ze voelen zich op hun gemak, gelovend van zichzelf dat ze in een verhoogde toestand van geestelijke verworvenheid verkeren. ‘Want gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt geworden en heb aan geen ding gebrek; en gij weet niet dat gij zijt ellendig en jammerlijk en arm, en blind en naakt.’{SR1: 198.1}

            “Welke grotere misleiding kan het menselijke verstand overkomen dan een het vertrouwen dat ze gelijk hebben, terwijl ze allemaal verkeerd zijn! Ze weten niet dat hun toestand

198

beklagenswaardig is in Gods ogen. Terwijl zij die aangesproken worden zichzelf vleien dat ze in een verhoogde geestelijke toestand verkeren, verbreekt de boodschap van de Ware Getuige hun zekerheid , door de verbazingwekkende beschuldiging van hun ware toestand van geestelijke blindheid, armoede, en ellendigheid. De getuigenis zo doordringend en ernstig, kan geen vergissing zijn, want het is de Ware Getuige die spreekt, en Zijn Getuigenis moet correct zijn.{SR1: 198.2}

            “Het is moeilijk voor hen die zich veilig voelen in verworvenheden, en die van zichzelf geloven dat ze rijk zijn in geestelijke kennis, om de boodschap te ontvangen die verkondigt dat ze misleid zijn en alle geestelijke genade nodig hebben. Het ongeheiligde hart is ‘bedrieglijk, meer dan enig ding en dodelijk .’ Mij werd getoond dat velen zichzelf vleien dat ze goede Christenen zijn die geel straal van licht van Jezus hebben. Ze hebben van zichzelf geen levende ervaring in het geheiligde leven. Ze hebben een diep en grondig werk van zelfvernedering voor God nodig, voordat ze hun ware behoefte  zullen voelen van ernstige aanhoudende pogingen om de dierbare genade van de Geest veilig te stellen…. Ze denken dat de getuigenis van de Geest van God in terechtwijzing onnodig is, of dat het niet op hen betrekking heeft. Zulke mensen zijn in de grootste nood van genade bij God en geestelijk onderscheidingsvermogen, zodat ze hun gebrek van geestelijke kennis mogen ontdekken ….Maar de boodschap van de Ware Getuige openbaart het feit, dat een verschrikkelijke misleiding op ons volk rust, hetgeen het noodzakelijk maakt om met waarschuwingen tot hen te komen, om hun geestelijke sluimering te verbreken, en ze op te wekken tot besliste handelingen… Ongeloof sluit hun ogen, zodat ze onwetend zijn over hun werkelijke toestand. De Ware Getuige beschrijft hun blindheid zo: ‘En gij weet niet dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm en blind en naakt.’{SR1: 199.1}

       “Het geloof in het spoedig verschijnen van Christus is aan het afnemen. ‘Mijn Heer vertraagd Zijn komst,’wordt niet alleen in het hart gezegd, maar uitgedrukt in woorden, en zeer zeker in werken. In deze waakzame tijden verzegeld onbenulligheid de zintuigen van Gods volk voor de tekenen der tijden. De verschrikkelijke onrechtvaardigheid die overvloedig is  roept op tot de grootste ijver

199

en voor de levende getuige, om zonde uit de kerk te houden (…). Zij die de waarschuwing verachten, zullen in blindheid gelaten worden om zelf misleid te worden. Maar zij die er acht op slaat en ijverig aan het werk gaan om hun zonden van zich te scheiden, om de nodige genade te ontvangen zullen de deuren van hun harten openen  zodat de liefdevolle Verlosser erin kan komen en met hen vertoeven. Deze groep zal je altijd vinden in volmaakte harmonie met de getuigenis van de Geest van God. Predikanten die de tegenwoordige waarheid prediken, moeten de plechtige boodschap van de Laodicenzen niet negeren…. De Ware Getuige verkondigt dat wanneer je verondersteld dat je werkelijk in een goede toestand verkeerd van welvaart, je alles nodig hebt.{SR1: 199.2}

            “ Het volk van God moet hun verkeerdheden zien en opgewekt worden tot ijverige berouw, en het weg doen van die zonden die hun in zo een beklagenswaardige toestand van armoede, blindheid en ellendigheid en een angstaanjagende misleiding hebben gebracht.”{SR1: 200.1}

            Het feit dat onze broeders en zusters denken dat we in een geweldige toestand verkeren bewijst dat Inspiratie de waarheid verteld. We denken dat we juist zijn terwijl we allemaal verkeerd zijn. Citerend uit Volume 3, pages 270, 271: “Zij die in de vreze van God werken om de kerk van hindernissen te bevrijden, en smartende verkeerdheden corrigeren, zodat het volk van God de noodzaak mag zien van zonde verafschuwen, en in reinheid mag gedijen, en dat de naam van God verheerlijkt mag worden, zal altijd invloeden van weerstand ontmoeten van de niet toegewijden. Zefanja beschrijft zo de ware toestand van deze groep en de verschrikkelijke oordelen die over hen zullen komen. “Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het , en buiten mij is geen meer, hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.” Zef. 2:15.{SR1: 200.2}

       “Wee der ijselijke, en der bevlekte, der verdrukkende stad! Zij hoort naar de stem niet! Zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HERE, tot haar God nadert zij niet. Haar vorsten zijn brullende leeuwen in het midden van haar, haar rechters zijn avondwolven, die de beenderen niet breken tot aan den morgen. Haar profeten zijn lichtvaardig , gans trouweloze mannen, haar priesters verontreinigen het heilige, zij doen der

200

wet geweld aan. De rechtvaardige HERE is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht, allen morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; doch de verkeerde weet van geen schaamte.” Zef. 3:15.{SR1: 200.3}

Wat Is Bereikt Gedurende De Laatste Vier Jaar?

Bij de Generale Conferentie van 1930 , gehouden in San Francisco, California, zijn de volgende statistieken met groot enthousiasme en grootspraak over de geweldigheid van het groot kerkgenootschap, gerapporteerd. Het gehele lidmaatschap over de hele wereld was jaren geleden 250.988. De laatste rapporten verkregen in 1930, tijdens de San Francisco Conferentie vergadering, zeggen dat het ledental is verhoogd tot 299,555. De toename is 48.567 in de vier jaar vanaf de laatste Generale Conferentie gehouden in Milwaukee, Wisconsin. Review and Herald, 1 juni 1930, blz 39-41. De broeders en zusters denken dat dit een enorme toename is ledental, en daarom zijn we in een fantastische toestand, is de roep. {SR1: 201.1}

            Het verhaal van een zekere kleine boeren dochter, wordt verteld hoe ze een paar pond kersen verkocht aan een vreemdeling voor een paar stuivers. Ze dacht dat het wijs zou zijn om haar gouden armband in de tas te zetten zodat het haar een beter gewicht zou geven en ze daardoor meer geld zou ontvangen. Het kind was overdonderd met haar zogenaamde wijze transactie, rende het huis binnen, en vertelde blij aan haar moeder dat ze meer geld had ontvangen dan het normale bedrag voor haar kersen door de gouden armband in te zetten met de kersen . Aan de kant van het kind was het een grote toename en een wijs oordeel, maar de moeders kennis van  het dure sieraad, dat praktisch weggegeven was, was een grote teleurstelling.{SR1: 201.2}

       Het opscheppen over een zogenaamde enorme groei in leden, is net zo waar als de veronderstelde toename in prijs van de kersen verkocht door een klein meisje.  We zullen trachten te bewijzen, dat de kinderen geboren in dit kerkgenootschap in de afgelopen vier jaar (als ze gered waren tot de kerk), het toename in leden van iets meer dan 48.000 meer dan het dubbele zou zijn geweest, hoewel er niet een van buiten de kerk zou zijn toegevoegd. Als dit waar is,

201

dan zijn meer dan de helft van de kinderen geboren in dit kerkgenootschap verloren in de wereld,  zelf als de totale aanwinst van nieuwe leden nakomelingen van de kerk waren. Maar als deze toename niet geheel vanuit de kerk is, dan zijn de meeste van alle kinderen uit het kerkgenootschap verloren, en dat zou betekenen dat we onze sieraden (kinderen) hebben verwisseld voor een paar bekeerden, van de heidense landen, zoals het kleine meisje haar gouden armband verwisselden voor het gewicht van de kersen.{SR1: 201.3}

            Hoe verschrikkelijk is de gedachte om je eigen kinderen te verliezen voor het getal van meer dan 97.000, en een besteding van bijna 165.000, allemaal in vier jaren tijd om slechts een paar kinderen van de wereld te brengen. Als het terecht wordt overdacht, is het verdriet zwaarder dan men kan dragen. Overdenk zo een enorm verlies van het leven, offerande  en arbeid binnen de vier jaar. Maar het ergste is dat we opscheppen in plaats dat we huilen, en daarom is er maar weinig hoop om de grote wond te genezen. Is het niet waar dat Laodicenzen blind en in slaap zijn terwijl ze denken dat ze rijk en verrijkt met goederen zijn? Nu zullen we het bewijs aanvoeren dat de aanklacht hier gedaan is waar is. {SR1: 202.1}

            De toename in ledental is in de laatste vier jaar net iets over de 19%. Dit zou betekenen dat een kerk van 200 leden iets minder dan tien kinderen per jaar, of ongeveer 39 elk vier jaar zou moeten voortbrengen. Voor een kerk die meestal uit vrouwen is opgemaakt, zoals het in de Zevende-dags Adventisten kerk is, is deze verwachting erg laag. Bijvoorbeeld, we zullen de kerk Exposition Park te Los Angeles, Cal. bekijken. Het huidige ledental van desbetreffende kerk is bij benadering 230. Ongeveer 30 leden zijn geïsoleerd en bezoeken nauwelijks kerkdiensten op de Sabbat, dus zullen we maar rekening houden met de 200 leden die de Sabbat diensten bezoeken. {SR1: 202.2}

       De toename van leden van het kerkgenootschap in de laatste vier jaren is iets meer dan 19%, daarom zou een kerk met de grootte hierboven gesteld, ongeveer 39 kinderen moeten voortbrengen in vier jaar of ongeveer 39 kinderen moeten hebben tussen twee en zes jaar om de toename te bereiken die wij hebben gemaakt. De kinderafdeling in de Sabbat Schol van de genoemde kerk vangt de kinderen van twee tot zeven jaren op. Het verschil in tijd is vijf jaar in plaats van vier. {SR1: 202.3}

202

            De cijfers om de toename in leden te bereiken is minder dan tien per jaar op een vastgestelde leeftijd, daarom zal in de tijdsspanne van vijf jaar het aantal kinderen op die leeftijd de 49 niet overschrijden in de kinderafdeling van de Sabbat School, als ieder kind van die leeftijd de genoemde afdeling van dit instituut bezocht. In deze kerk in het bijzonder, bezoekt ongeveer slechts de helft van de kerkleden de Sabbat School, maar de andere helft kan slechts aanwezig zijn voor het preek gedeelte en waar de kinderen absent zijn, zijn ook de kinderen absent. Daarom moet minder dan de helft van de kinderen tussen de leeftijd van twee tot zeven jaar aanwezig zijn in de kinderafdeling van de Sabbat school. De andere helft van de kinderen in sw leeftijd van de kinderafdeling, moet minder dan vijfentwintig bedragen om het toegenomen percentage van leden te bereiken in de vier jaren. Het aantal van de kinderen in genoemd instituut die de kinderafdeling van de Sabbat School bezoeken is ongeveer 35. Het vereiste getal om de bewering van minder dan 25 bereiken; daarin 10 boven het verwachte getal. Deze getallen bewijzen dat het percentage kinderen dat elke vier jaar geboren wordt binnen dit kerkgenootschap niet minder is dan 35% van het ledental. Vandaar, dat als al de kinderen geboren binnen het kerkgenootschap telkens in vier jaar, gered werden tot de kerk, zonder enige evangelische moeite voor bekeerlingen buiten, de toename in de afgelopen vier jaar 35% zou zijn in plaats van 19%. Maar het feit is dat het percentage geboortes in de Verenigde Staten veel kleiner is dan in vreemde landen. Waar er één kind in een Amerikaans gezin is, zijn er drie of meer in een huis van sommige vreemde landen, daarom zijn de kinderen binnen dit kerkgenootschap om de vier jaar veel meer dan tweemaal de totale toename van leden over dezelfde tijdsperiode.{SR1: 203.1}

       Waar we een toename van 48.567 nieuwe leden hebben, zouden de kinderen geboren in dit kerkgenootschap ver boven de 97.000 zijn overschreden, en dat boven het getal zou die door de dood zijn opgeëist, hebben vereffend en nog zou er over zijn. (Het is geschat dat zij die door de dood zijn opgeëist, in precies de vier jaar, maar ongeveer 3500 zijn). Zo hebben we het bewijs dat de “Lammeren,” die God aan dit volk heeft gegeven om voor Hem op te voeden in de wereld verloren gaan (verslonden door de vijand) en het kan niemand

203

schelen. Er is nog moeite of verdriet in het kamp van Israël , maar in plaats daarvan, is er feesten en vrolijkheid en opschepperij met blindheid. {SR1: 203.2}

            “Waar is de kudden, die u gegeven was, de schapen uwer heerlijkheid? Wat zult gij zeggen, wanneer Hij bezoeking over u doen zal, daar gij hen geleerd hebt tot vorsten, tot een hoofd over u te zijn; zullen u de smarten niet aangrijpen als een barende vrouw?” Jer. 13:20,21.

“De levende de levende, die zal U loven, gelijk ik heden doe, de vader zal den kinderen Uw waarheid bekend maken.” Jes. 38:19. Opdat het navolgende geslacht die weten zou, de kinderen ,die geboren zouden worden en zouden opstaan en vertellen ze hun kinderen.” Psalm 78:6. “Die verzadigt waren, hebben zich verhuurd om brood, en die hongerig waren, zijn het niet meer; totdat de onvruchtbare zeven heeft gebaard, en die vele kinderen had krachteloos is geworden.” 1 Sam. 2:5. Moge God Zijn volk helpen in deze grote dag van verleiding waar de slimme vijand tracht zelf de uitverkorenen te verleiden.{SR1: 204.1}

Antwoord Op Het Argument Van De Indiaan Op Bladzijden ….-

“Benaarstig u, om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der Waarheid recht snijdt.” 2 Tim. 2:15. “Maar heiligt God den Heren in uw harten, en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk die u rekenschap afeist van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.” 1 Pet. 3 :15. Het gebod in de Bijbel is dat een Christen moet studeren en dat hij ook een antwoord moet geven aan ieder mens. Volgens de Schriften moet er een manier zijn om aan deze Indiaan die een van de “ieder” is, en het is de taak van de Christen om hem met zachtmoedigheid en vreze een antwoord te geven. {SR1: 204.2}

       “En zeide in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen, en ik zal mij zetten op den berg der samenkomst aan de zijden van het noorden.” Jes. 14:13. Lucifer wenste op te klimmen aan de zijden van het noorden omdat Gods troon daar is. De Psalmist zegt: “Schoon van gelegenheid, een vreugde

204

der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad des groten Konings. Ps. 48:2.{SR1: 204.3}

            Gods troon is in het noorden.  Men kan op ieder moment naar het noorden wijzen vanuit elk deel van de aarde , en de uiterste einden van elke lijn ontmoeten elkaar op het zelfde punt. Had de zogenaamde Christen naar het noorden gewezen, dan zou het antwoord juist zijn en in overeenstemming met de Bijbel; en zowel de verwarring en het opzwepen zou zijn voorkomen. Naar het noorden wijzen wil niet zeggen dat de hemel daar ergens in de noordelijke hoek van het hemelse uitgestrektheid van het sterrenlichamen is, want we begrijpen dat God troon in het midden van het universum is. {SR1: 205.1}

            De as van de aarde draait in een kantelende richting in relatie tot haar baan. Als we in een andere richting wijzen dan het noorden of zuiden, op welk moment dan ook, zou het of het oosten of het westen zijn. Gedurende de dag, wijzend in welke richting dan ook, (behalve met de as van de aarde) wijzen we naar het oosten, (de zon) en bij nacht naar het westen, met geen specifieke richting in de ruimte. Naar de zon wijzen houdt het oosten in; de tegenovergestelde richting van de zon is het westen, als we alleen ons zonnestelsel in beschouwing nemen, maar de richting van het noorden heeft te maken met het midden van het heelal.{SR1: 205.2}

            Zoiets als boven en onder bestaat niet in de ruimte. Het enige wat boven zou inhouden is het middelpunt van aantrekking (Gods troon): Beneden (of zuid) is de tegenovergestelde richting van Gods troon, (de grote hemelse uitgestrektheid). Het middelpunt van aantrekking is omgeven door een eilandachtige heelal. De as in ieder eiland heelal (of zon, planeet en werelden) wijzen allen naar een centrum van aantrekking (Gods troon). Dit groot en meest verheven heersende centrum staat als de hoogste piek van een grote berg waarom alle schepping zich verplaatst, elk opgehangen aan een onzichtbare kracht (keten) verbonden aan haar noordelijke as, gelijk aan de slinger die hangt aan een grote klok.{SR1: 205.3}

Hoe Kunnen Christenen Naar De Hemel Gaan Als De Afstand Zo Groot Is?

De grootste snelheid op aarde die bekend is bij de moderne wetenschap in deze huidige tijd is het licht, welke een snelheid van 186.264 mijlen per

205

seconde aflegt. Als men een vlucht zou nemen op de vleugels van het licht naar de grote nebula Orion, zou het hen 600 jaren in beslag nemen om dit ver afgelegen wonder in de hemelen te bereiken die serieus de aandacht van de moderne wetenschap tot zich heeft getrokken. Citerend van Eerste Geschriften, blz…. [Early Writings, page 41], lezen we: De atmosfeer deelde zich rolde zich op; toen konden we door de open ruimte kijken in Orion, waar de stem van God vandaan kwam. De heilige stad zal door die open ruimte neerdalen. Als de heilige stad door die open ruimte zal komen, mogen we wel degelijk veronderstellen dat die schitterende open ruimte in de Orion de toegangspoort naar de lang doorgaande snelweg naar de hemel (Gods troon) is. Maar bedenk de grote afstand naar deze meest fantastische toegangspoort. Als het 600 licht jaren in beslag zou nemen om de ingang van deze ver gelegen snelweg te bereiken, dan vragen we onszelf af, Hoeveel lichtjaren zal het kosten om het ander einde van die hemelse snelweg te bereiken, naar de stad van de Grote Koning ter zijde van het noorden? {SR1: 205.4}

            Wij sterfelijke mensen kunnen geen direct antwoord geven op deze geweldige vraag, door slechts te zeggen dat de afstand van de aarde tot het middelpunt van het heelal (Gods troon) zo  uitgestrekt is dat wij eindige wezens slechts met ontzag vervuld kunnen staan. We zijn stomverbaasd door de moeilijkheid om de kilometers te berekenen of zelf lichtjaren. Maar als de afstand zo enorm  buiten menselijke bevattingsvermogen is, dan stellen wij net als de eerder genoemde Indiaan de vraag: Hoe zouden de Christenen ooit naar de hemel gaan? Stel je dat grote wonder (trein) eens voor dat, de verlosten met de enorme snelheid van het licht zou voortbewegen, 186.000 mijlen per seconde zou reizen, dan zou het een aardig deel van de eeuwigheid kosten om de stad van de Grote Koning (hemel) te bereiken.{SR1: 206.1}

       Hier zullen we zien dat we een geweldige snelheid moeten overwegen. De hemel acht het zeer sloom. We zullen bijvoorbeeld Jezus na de opstanding bekijken. Het was Maria die Hem eerst ontmoete. Toen ze naar Hem uitreikte, zei Jezus tot haar: “Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader .” Joh.20:17. Acht dagen later verscheen Jezus weer aan Zijn discipelen. “Toen zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, … en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig maar gelovig.” Vers 27. Als Jezus, Maria niet toestond om hem aan te raken omdat Hij nog niet naar Zijn Vader was gegaan nadat

206

Hij opgestaan was, mogen we niet veronderstellen dat Hij Thomas zou toelaten zijn vinger in Zijn zijde te zetten, tenzij Hij naar de hemel was geweest naar Zijn Vader. Jezus maakte in week of minder dan dat, een rondreis van de aarde naar de hemel. {SR1: 206.2}

            Stel dat deze Indiaan naar de hemel wenste te gaan en een rit op de vleugelen van het licht zou kiezen. De zelfde dag beginnend als Christus uit het graf opstond, door de ruimte doorzwaaiend met een snelheid van 186.000 mijl per seconde, dan zou hij nog steeds onderweg zijn. Bovendien, is de nebular –, waar wij een deel van zijn, meer dan 300.000 lichtjaren in diameter. Hij zou daarom nog steeds binnen de stadsgrenzen van onze eigen nebula zijn. Een zekere schrijver die sprak over het middelpunt van het heelal (Gods troon), heeft de afstand in de volgende woorden beschreven: “Maar de uitkomst van het mysterie van de afstand om het middelpunt der middelpunten te bereiken — naar het verafgelegen punt in de ruimte welke het midden van de zwaartekracht is van al de tienduizenden melkweg stelsels is — zal moeten wachten op de afronding van ons rapport van de nebular, wat tien tot vijftien jaren of meer in beslag zal nemen, en het kan ook nooit opgelost worden.”{SR1: 207.1}

       De lichtsnelheid is alles samengenomen een veel te langzame snelheid voor hemelse wezens om het onmetelijke heelal van God te omvatten.  Daniel voelde zijn nood en offerde een gebed aan God welke in Dan. 9: 4-19 is opgetekend. Dit kort gebed van slechts vijftien verzen kan in minder dan vijf minuten gelezen worden, maar we mogen aannemen dat hij zeer zorgvuldig was in zijn gebed en zijn tijd nam: Misschien tien of zelf twintig minuten. Daniels eigen verslag citerend: “Als ik nog sprak, en bad….kwam Gabriel dien ik in het begin in een gezicht gezien had (…) snel aangevlogen en raakte mij aan, (…). En zeide Daniel (…). In het begin van uwer smekingen is het Woord uitgegaan en ik ben gekomen om u dat te kennen te geven.” Dan. 9:20-23. Hier is een verslag van een snelheidstempo dat helemaal buiten menselijke bevattingsvermogen is. Het gebed naar de hemel en de engel naar de aarde waren in minder dan twintig minuten vervult. De hemel alleen weet hoe een engel deze enorme onuitsprekelijke afstand in slechts een maar minuten kan maken. Er zou geen probleem,

207

moeilijkheid of enige vertraging zijn op deze meest heerlijke reis nadat de Christenen eenmaal op weg beginnen te gaan. Maar we zijn wel zeker langzaam om te beginnen, en dat is ons enige probleem, dat we moeten oplossen met betrekking tot de afstand, en de reis van de aarde naar de hemel.{SR1: 207.2}

208

SAMENVATTIEN VAN DE 144.000

De Dodelijke Wonde Is Genezen

“En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele wereld verwonderde zich achter het beest.” Openb. 13: 3.Onder Zevende-dags Adventisten is het een algemeen begrip dat vanaf de Italiaanse overheid de civiele macht aan de paus gaf op de 11e februari, 1929, dat, dat de gebeurtenis van de profetische vervulling was, en wij zullen toegeven dat de uitleg juist is en de “dodelijke wonde”, genezen was. Merk op dat het werkwoord, “was”,  en “genezen”, beiden in de verleden tijd zijn. Als dit zo is, is het  duidelijk dat deze bepaalde profetie volledig moet worden verstaan na haar vervulling (met betrekking tot wanneer en hoe tot stand gekomen).{SR1: 209.1}

            Als de gebeurtenis van de bovengenoemde datum de profetie in vervulling deed gaan, dan begaan we geen vergissing als we veronderstellen dat het laatste gedeelte van het vers reeds haar vervulling heeft ondergaan. “En de gehele wereld verwonderde zich achter het beest.” Citerend van Volume 6, page 14: De profetie van de Openbaring wordt vervult, dat ‘de gehele wereld zich verwonderde achter het beest’ Openb. 13:3.” De wereld die in deze tegenwoordige tijd is, is in geen betere geestelijke toestand, maar erger, we mogen dus concluderen dat de Schrift haar vervulling volledig heeft bereikt. De wond is “genezen” evenals dat de wereld, “zich achter het beest verwonderde.”{SR1: 209.2}

            We hoeven niet ervan uit te gaan dat de wereld het ledental van het volk moet belichamen om de profetie in vervulling te doen gaan. Merk op dat de wereld zich niet achter het gewonde hoofd verwonderde, maar achter het beest. De Schrift handelt in dat opzicht met geestelijke zaken. Wederom citerend van Volume 6, page 15: “Dit afgoden aanbidding werd geopenbaard aan hem [Johannes] en het scheen hem alsof de hele wereld op het punt stond om verloren te gaan.” De wereld  heeft deelgenomen aan de geest van het beest, alzo de goddelijke voorspelling vervullend.{SR1: 209.3}

       “En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen, en op zijn hoornen waren tien Koninklijke hoeden

209

shepherds-rod-volume-one-leopard-like-beast

210

en op zijn hoofden was een naam van godslastering.” Openb. 13: 1. Merk op dat dit beest zeven hoofden heeft en tien hoornen. Om een volledig begrip te krijgen van deze profetie, moeten we vanaf de wortel beginnen. (Want de eerste keer dat deze tien koningen (hoornen) door de Schriften, gevonden in Dan. 2:41, 42 onder onze aandacht worden gebracht, {worden ze} voorgesteld door de tien tenen van het grote beeld in de droom van Nebukadnessar). Na het openbaren van het gouden koninkrijk aan de koning voorgesteld door het hoofd van goud, en verder langs de tijdstroom naar de tweede komst van Christus, zegt Daniel: “ En in de dagen van die koningen zal de God van de hemel een koninkrijk oprichten dat in de eeuwigheid niet vernietigd zal worden.” Dan. 2:44.{SR1: 209.4}

            In Daniel 7, wordt deze zelfde profetie van de wereldgeschiedenis herhaald in symbolen van beesten. De koningen voorgesteld door de tenen van het grote beeld worden deze keer voorgesteld door de tien hoornen van het “vierde”, en “niet te beschrijven” beest in vers 7. De reden voor deze duplicatie is om de waarheid over de kleine hoorn (pauselijke macht, vers 8) te brengen. De tien hoornen (koningen) worden weer herhaald in Openb. 13: 1, om de tijd aan te geven van profetie zoals uitgelegd door Daniel,–“in de dagen van deze koningen zal de God van de hemel, een koninkrijk oprichten.”  {SR1: 211.1}

            Merk op dat dit (luipaardachtig) beest van Openb. 13: 1-3, vanuit de zee opkomt, op dezelfde wijze als de vier beesten van Daniel 7, daarom is het proces dat dit beest ten tonele brengt hetzelfde als die Babylon, Medo-Persie, Griekenland en Rome voorstelt. Als de tien hoornen van dit beest de koningen voorstellen die nu bestaan, de tijd waarin ”de God van de hemel een Koninkrijk zal oprichten” (de woorden van Daniel citerend) dan stelt het beest zelf de periode die  na Rome volgt voor, daar het opbreken van het Romeinse rijk het bestaan van deze koningen te weeg bracht. Het wordt ook genoemd “Rome in haar verbroken staat” voorgesteld door het grote beeld van Dan. 2: 42, de voeten en tenen die zijn samengesteld uit ijzer en klei. IJzer is het metaal dat Rome voorstelt, het klei de verbrokkelde delen.{SR1: 211.2}

       “En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen, en op zijn hoornen, en op zijn hoornen waren tien Koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van godslastering.” Openb. 13:1.

211

De symbolen die door Inspiratie zijn gegeven zijn volkomen in staat om de waarheid zonder enige twijfel te openbaren. Iedere uitleg van de profetie die niet strookt met de exacte specificatie voorgesteld door de symbolen is niet het soort waar men op kan vertrouwen, en vroeg of laat zal dat ontzenuwt worden.{SR1: 211.3}

            Het is erkend dat de tien hoornen de tien koninkrijken voorstellen waarin Rome was onderverdeeld. Deze uitleg is waar, want u zult opmerken dat deze tien hoornen, hoornen zijn met kronen. De kronen betekenen dat deze koningen hun koninkrijken hebben ontvangen, maar merk nauwkeurig op dat de hoofden zonder kronen zijn, daarom kunnen deze zeven hoofden geen koninkrijken of civiele overheden voorstellen. Het zou dus onverstandig en misleidend zijn om zelf even te denken dat de hoofden civiele overheden in het verleden of in de toekomst kunnen voorstellen. {SR1: 212.1}

            Alle zeven hoofden zijn hetzelfde zonder onderscheid van elkaar. Als het hoofd dat gewond is een godsdienstig systeem voorstelt, dan moeten we concluderen dat de zes godsdienstige lichamen voorstellen. Hun getal is het Bijbelse getal “zeven”, dat betekend, “helemaal”, of  “compleet.”{SR1: 212.2}

            Als de hoofden na elkaar opkwamen zoals de beesten van Daniel 7, en de kleine hoorn nadat de drie waren “uitgerukt”, zou het een opeenvolgende vorm van systemen voorstellen. Aangezien allen tegelijkertijd bestonden, openbaart het symbool dat alle zeven systemen gedurende dezelfde periode moeten regeren. {SR1: 212.3}

       Deze zeven hoofden kunnen niets anders voorstellen in geen enkele tijd voor de val van het Romeinse rijk, want dat wat een voorstelling is van wat plaats vond voor de val van Rome wordt gesymboliseerd  in de samenstelling van het beest, de zeven hoofden en tien hoornen uitsluitend (zoals voorgesteld in het tweede vers). Het luipaardachtig deel stelt Griekenland voor (Dan. 7:6); de voeten van een beer, Medo-Persie (vers 5); en de muil van een leeuw stelt Babylon voor (vers 4).  De samenstelling van het beest in Openb. 13:1,2  in zijn opmaak, is het bewijs, dat hij ten tonele komt na de vier grote universele rijken, namelijk Babylon, Medo-Persië, Griekenland en Rome. Zo wordt hij het vijfde beest, de periode voorstellend die volgt na de val van Rome. De tien hoornen

212

van beide beesten, Dan. 7:7, en Openb. 13:1, evenals de tien tenen van Dan. 2:42, stellen dezelfde  tien koninkrijken voor waarin Rome was onderverdeeld. Deze tien koningen personifiëren de beschaving in de vijfde periode, of die Rome opvolgde tot aan onze tijd, en tot aan de tweede komst van Christus, volgens Dan. 2:44. “ En in de dagen van deze koningen zal de God van de hemel een Koninkrijk oprichten dat in de eeuwigheid niet vernietigd zal worden.”{SR1: 212.4}

            Merk verder op dat de tien hoornen op het niet te beschrijven beest van Dan. 7:7, zonder kronen zijn, maar die op het luipaardachtig beest van Openb. 13:1 hebben kronen. Het symbool openbaart dat de hoornen op beide beesten dezelfde koningen voorstellen: Zonder kronen op het eerste beest omdat die tien koningen (hoornen) voor de val van Rome nog geen koninkrijk hadden. Het feit dat het luipaardachtig beest de gekroonde hoofden heeft is omdat hij ten tonele komt na de val van Rome, de tijd waarin deze koningen hun koninkrijken ontvingen.{SR1: 213.1}

            De kleine hoorn van het beest van Dan. 7:8 die daarna te midden van de tien kwam, en waarvoor in de plaats drie vielen, zijn uitgelegd als zijnde het pauselijke hoofd, van 538 AD tot 1798, en welke gewond raakte in de vijftiende eeuw. De dodelijk wonde, bracht de splitsing tot stand en vermenigvuldigde de hoofden zoals geïllustreerd in Openb. 13: 1. De zes hoofden stellen het Protestantisme voor, en die gewond was geraakt, het Katholicisme. De zes Protestantse en het ene Katholieke hoofd vormen het Bijbelse getal “zeven”, hetgeen “volledig” (alles) betekent. De tien hoornen stellen deze huidige beschaving voor onder civiele macht; de hoofden staan symbool voor de gehele Christendom.{SR1: 213.2}

            Deze profetie illustreert de gehele beschaving die opkwam door de vier universele koninkrijken  door de val van Rome. Maar het kan geen andere natiën en volkeren behelsen, want de opmaak van het beest is alleen samengesteld uit Babylon, Medo-Persië, Griekenland en Rome, zoals eerder uitgelegd. Was het getal van de hoornen “zeven” geweest, dan zou het de Bijbelse betekenis (alles) hebben, maar daar het getal “tien” is gebruikt, zijn alle anderen uitgesloten.{SR1: 213.3}

       De natiën en volkeren die echter door het symbool “tien”, worden  uitgesloten , en ook door de samenstelling van het beest, zijn niet totaal

213

buiten gesloten, want de val van de drie hoornen op het beest van Dan. 7:8, heeft een evenwicht van het Bijbelse getal “zeven”, nagelaten. Zo gaf de val van de drie koningen; namelijk: Heruli, Ostrogoths en de Vandalen het teken voor de huidige aaneengesloten eenheid met de gehele wereld door moderne uitvindingen. Vandaar dat de invloed van de westerse beschaving, zowel civiel als godsdienstig (voorgesteld door de symbolen, — horens en koppen) de totale huidige beschaving met zich meebracht. Aldus vond de symbolische profetie haar vervulling. {SR1: 213.4}

            De profetie van Openb. 13:3: “En de hele wereld verwonderde zich achter het beest”, openbaart een grote afval. Het Bijbelse getal ”zeven”, houdt alles in wat door de hoofden (rijdend op het beest en aan het hoofd de duivel) wordt voorgesteld. Merk op dat de naam godslastering op alle zeven hoofden staat, — symbolen van religieuze leiders die niet vroom zijn, die de persoonlijkheid en het gezag van God bespotten, onder de mantel van Christelijkheid. De bedoeling van het totale satanische plan is om de gehele wereld te misleiden. De bewering door Christus gemaakt is waar, dat hij (Satan), zal proberen “indien mogelijk, zelf de uitverkorenen zal proberen (de 144.000) te misleiden.” De Geest der Profetie, pratend over dit Schriftgedeelte zegt: “Deze afgodenaanbidding was aan hem (Johannes) geopenbaard, en het kwam op hem over alsof de hele wereld aan de rand van de afgrond stond om verloren te gaan. Maar als hij met diepe belangstelling, zag hij het gezelschap van Gods geboden bewarende volk.” Volume 6, page 15.{SR1: 214.1}

We moeten ons niet verbazen als we tot hiertoe de ware betekenis van het genezingsproces nog niet helemaal hebben begrepen. We herhalen de betekenis van de werkwoorden die in de verleden tijd zijn: “ Als tot de dood gewond, en zijn dodelijke wonde was genezen, en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest.” Het is belangrijk dat Inspiratie voorzag dat het niet duidelijk begrepen zou worden totdat de heilige voorspelling was vervult. De Geest der Profetie getuigt daarvan door te zeggen: “Het merkteken van het beest is precies wat het verkondigt te zijn. Niet alles met betrekking tot deze zaak is nog begrepen, noch zal het begrepen worden tot dat de boekrol zich heeft ontvouwt.” Volume 6, page 17. Alleen dan als de boekrol een ommekeer heeft gemaakt, mogen we  verwachten dat de waarheid de Schrift zal ontmaskeren. {SR1: 214.2}

214

De verbanning van paus Pius VI, in 1798 en zijn dood op Valance, Frankrijk, 19 augustus 1799 is niet het ontvangen van de wond, nog minder dan de dood van welke andere paus ervoor of erna. Het vervulde slechts Openb. 13:10,– “Indien iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in de gevangenis.” Ook de grote profetische periode van de 1260 jaren van Dan. 7:25. Nog minder was de verkiezing van een andere paus de genezing van de wonde. Het was slechts een teken van de dodelijke klap die tot stand was gekomen. Evenzo met het terug geven van de civiel macht aan de paus in 1929, niet datgene is wat de wonde genas, maar slechts een teken dat het was genezen.{SR1: 215.1}

            Merk nauwkeurig op dat de dodelijke wonde niet door een van de tien hoornen was toegebracht ( zoals de kleine hoorn van Dan. 7:8, die waarna drie vielen). Als een van de hoornen de wond had veroorzaakt, zou het aantonen dat het door een burgerlijke macht was zou worden geleverd (zo zou het leveren van de klap aan Berthier toegeschreven worden). Maar aangezien de hoornen niets met de hoofden te maken hadden, is het duidelijk dat het toebrengen van de wonde binnen de hoofden kwam, daarom is Luther de enige aan wie het  leveren van de klap toegeschreven kan worden.{SR1: 215.2}

            De verbanning van de paus in 1798, was slechts een teken van de materiële kant van de wonde, aantonend dat de klap was geleverd, maar de geestelijke kant van de waarheid was helemaal aan voorbij gegaan. Als het hoofd de dodelijke wonde niet door Martin Luther had ontvangen, dan zou de paus niet door Berthier, of welke generaal dan ook, in de gevangenis zijn gezet, want voordat het zwaard werd geleverd, heerste de paus oppermachtig. Maar de klap van Luther, verzwakte zijn macht, zo begon de opeenvolgende verwonding het “hoofd”, te irriteren. Deze irritatie zette zich voort tot 1870, toen uiteindelijk de tijdelijke macht van de paus werd weggenomen. Daar dat de laatste irritatie van het “hoofd”, was, toont het aan dat het overgelaten werd om zijn “dodelijke wonde”, te genezen. Het idee door Uriah Smith in “Daniel en de Openbaring”, tot stand gebracht is juist voor zover het de materiële kant betreft. {SR1: 215.3}

       De verkiezing van een nieuwe paus (de materiële) gaf het teken dat de dodelijke wonde genezen was geworden. Waar wij het meest naar geïnteresseerd zijn is het geestelijke gedeelte van de les, hetgeen we op dit moment kort zullen proberen te weergeven. De reden waarom deze profetie onder onze

215

aandacht wordt gebracht in dit hoofdstuk is om de waarheid van het hoofd welke de dodelijke wonde ontving te openbaren. Merk op dat het beest “zeven”, hoofden heeft; “één” was gewond, maar “zes” zijn dat niet. Het hoofd dat de wond ontving wordt voorgesteld als het pauselijke hoofd, verwond door “Martin Luther.” De klap werd geleverd door de ware Bijbelse leerstelling onderwezen door Luther, het resultaat was dat het Protestantisme ten tonele kwam in tegenstelling tot het “hoofd”. Dit is wat de “wond” veroorzaakte. Als deze bewering waar is, dan zal net zo lang als het Protestantisme loyaal blijft aan Bijbelse principes, en het hoofd bestaat,  de pijnlijke (wond) open blijven. Maar als het Protestantisme zal afvallen van haar eed van “de Bijbel en de Bijbel alleen”, of nieuw licht verwerpen, zal de wond genezen, en de wereld zal zich achter het beest verwonderen (afvalligheid). {SR1: 215.4}

            Het hoofd dat verwond was, was niet erg in problemen gebracht omdat een paus onder de zoden was gevallen, nog minder zal het dat ooit zijn, als een andere zijn plaats kan invullen. Het enige dat het hoofd zorgen gaf, en het beest irriteerde was ware Protestantisme. De duivel weet het en het hoofd weet het, maar Gods volk heeft toegestaan dat de oude draak haar voor de gek hield. Sta op, broeder! Sta op zuster! Laat de oude listige vijand je niet misleiden van de kroon des levens ten elfder ure!{SR1: 216.1}

            Is de dood van de paus veel belangrijker dan de geboorte van Protestantisme? Is de verbanning van de paus van grotere eer dan de opsluiting in Wartburg Castle? Is Berthier een grotere held vanwege het open trekken van de poorten van de gevangenis dan de nederige monnik die ze open gooide om de eens verhoogde katholieke leider erin te gooien? Heeft het standvastige karakter, en doelbewustheid met geloof in God in de hemelse boodschapper dit allemaal mogelijk gemaakt? Als Luther de grootste is en zijn handeling veel schitterender, waarom zou Inspiratie dan een profetie neerschrijven voor de verbanning en dood van de paus, in plaats van de handeling van Luther ? {SR1: 216.2}

       Waarom zou Inspiratie het wegnemen of herstellen van de tijdelijke macht van de paus opmerken, in plaats van het opeisen van de Bijbel, en het verwerpen van de duisternis? Heeft God niet door de handen van Luther de deuren van de duisternis ver weg geworpen, en veroorzaakt dat licht kon schijnen op

216

Zijn geschreven Woord? Heet het geloof en de moeite van deze hemelse boodschapper de verschrikkelijke vervolging en bloedvergieten van de heiligen van de Meest Heilige beëindigd. Het enige juiste antwoord op al deze verschillende vragen is: Luther zijn klap bezorgde de wonde aan het hoofd, en alleen ware Protestantisme kan die wonde open houden.{SR1: 216.3}

            In 1844, toen de aankondiging werd gedaan van de val van het moderne Babylon, door de prediking van de tweede engel boodschap van Openb. 14: 8, zou de wonde genezen worden, want Babylon was gevallen, en zou de vervulling van —“en de hele wereld verwonderde zich achter het beest” tot stand hebben gebracht. Maar “Zevende-dags Advenstisten” , kwamen ten tonele, zodoende de doorn in de wonde houdend door te verkondigen de enige ware Protestanten te zijn vanaf die tijd. Als dit zo is, dan kan de wonde niet genezen, zolang Zevende-dag Adventisten, (als lichaam) trouw blijven aan de principes en leerstellingen, die deze grote beweging opbouwde, en kan er nog minder gezegd worden “de hele, wereld verwonderde zich achter het beest.”{SR1: 217.1}

            Daar we afgeweken zijn van de fundamenten, — volstrekte gehoorzaamheid aan Gods Woord, waardoor we Zijn geboden alleen kunnen houden als ware Adventisten,–dan hebben we het goddelijk fundament verlaten en verwonderen we ons achter het beest. Als de wond is genezen, dan hebben wij als een volk, deelgenomen aan de geest van het beest (wereld).  Zoals de verbanning van de paus een teken was van de verwonding die was bereikt, evenzo is de burgerlijke macht die aan de paus in 1929 werd het toegestaan, een teken dat het ware Protestantisme haar kracht heeft verloren, dus verwonderd de wereld zich achter het beest. {SR1: 217.2}

       Deze uitverkoop van afvalligheid die door zichzelf misleidende leiders wordt geleid, kan niet zijn na de reiniging van Gods kerk, want die tijd is de tijd van de oogst in welke tijd de heidenen van Jesaja 60, zouden worden bekeerd tot de kerk. Pratend over de heerlijke oogsttijd, zegt de profeet: “En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden, en de HERE alleen zal in die dag verheven zijn.” Jes. 2:17. Gods kerk zal verheven worden zoals geprofeteerd in zowel Jes. 2 en Micha 4; lees bladzijden 173-81. Daarom kan de oogsttijd niet een tijd van afvalligheid zijn voor de kerk van God. Als dat zo was zou God geen kerk hebben. {SR1: 217.3}

217

            De profeet Jesaja, naar deze tijd van geestelijke duisternis verwijzend, zegt: “En te dien dage zullen zeven vrouwen een man aangrijpen, zeggende: “Ons brood zullen wij eten, en met onze klederen zullen wij bekleed zijn, laat ons alleenlijk naar uw naam genoemd worden, neem onze smaadheid weg.” Het is een toegegeven feit dat de vrouwen waar hier van gesproken wordt, kerken voorstellen. Het Bijbelse getal “zeven”, wordt gebruikt als een symbool, wat “allemaal”, betekend, daarom sluit het symbool, enkelen niet uit, maar betekent “allemaal”. De Geest der Profetie getuigt hiervan door te zeggen dat het getal “zeven”, volmaaktheid betekent. Acts of the Apostles, page 585. Vanzelfsprekend houdt het ook Zevende-dag Adventisten in anders zou het niet “allemaal” zijn. Hoewel deze vrouwen de aanwijzingen van Christus door Zijn woord en Zijn gerechtigheid weigeren, voorgesteld door het brood en de klederen, wensen ze bij Zijn Naam (Christenen) genoemd te worden, maar terwijl de wereld op het punt staat verloren te gaan, gaat God meteen aan het werk, en stelt zaken op orde, zoals het tweede vers voorzegt.{SR1: 218.1}

            “Te dien dage zal des HEREN SPRUIT zijn tot sieraad en heerlijkheid, en de Vrucht der aarde tot voortreffelijkheid en tot versiering voor degenen, die het ontkomen zullen in Israël. Jes. 4:2. Merk op dat deze schitterende belofte voor hen is die zullen ontkomen ( Israël  — de 144.000). Dit verwijst niet naar de mensen in de wereld, maar naar hen in Gods kerk, want het derde vers zegt: “dat de overgeblevene in Sion, en de overgebleven in Jeruzalem, heilig zullen heten”.  Het vierde vers geeft ons heel beslist de tijd, dat is de tijd van de reiniging van Zijn kerk, want het zegt: “Als de Here zal afgewassen hebben het vuil der dochters van Sion, en de bloedschuld van Jeruzalem zal verdreven hebben uit haar midden, door de Geest des oordeels, en door de Geest van verbranding.” {SR1: 218.2}

       Hoewel de wereld zich achter het beest verwonderde, heeft God 144.000, die “hun knieën niet voor Baal hebben gebogen.” Hoewel het schijnt alsof ze verloren zijn zonder herder, waakt de arm van Alomtegenwoordigheid over hen. In de eerder geciteerde bewering van Volume 6, blz. 15 sprekend over de vreselijke afvalligheid die overal heerste in die tijd, ( in de zin dat de wereld zich achter het beest verwonderde), zegt het: “Maar als hij [ Johannes] met grote belangstelling keek, zag hij het gezelschap van

218

Gods geboden houdende volk [de 144.000]. Ze hadden op hun voorhoofden het zegel van de levende God, en het geloof van Jezus (…). En ik hoorde een stem vanuit de hemel die aan mij zei: “Schrijf, Gezegend zijn de doden die sterven in de Heer van nu af aan.” Merk op dat na de verzegeling van de 144.000 er sommigen zullen zijn die in de Heer (gered) zullen sterven, want de Schrift leest” van nu af aan”, hetgeen betekend vanaf de tijd dat dit gezelschap was verzegeld.{SR1: 218.3}

            De 144.000 zijn levende heiligen, om overgezet te worden zonder de dood te smaken. “De Heer heeft hen ingesloten. Hun bestemming is ingesneden—GOD,  HET NIEUWE JERUZALEM.” Testimonies to Ministers, page 446. Daarom moeten zij die “in de Heer”, sterven , behoren tot zij die gered zijn, na de scheiding (in de tijd van de oogst) waaronder Jes. 52:1 en Zef. 3:13 zijn vervult. Zij die in die tijd sterven, zijn waarschijnlijk zij die niet kunnen standhouden onder de moeilijkheden terwijl het oordeel van God op het land vallen in de tijd van de plagen. Terwijl God de weg effent voor de laatste zeven plagen door sommige van Zijn volk te laten slapen in het graf,  heeft Hij hetzelfde gedaan bij de gebeurtenis die plaats zou vinden in 1931 ( als die datum juist is). Want we lezen in Jes. 57:1” De rechtvaardige komt om, en er is niemand die het ter harte neemt en de weldadige lieden worden weggenomen, zonder dat er iemand op let dat de rechtvaardige weggenomen wordt voor het kwaad.”{SR1: 219.1}

            We vragen wederom uw aandacht voor de verleden- en toekomende tijd van het Schriftgedeelte: terwijl Openb. 14:13 in de toekomende tijd is, is Jes. 57:1 in het verleden Omdat dit tegenwoordige waarheid is, is het makkelijk te zien dat wij in deze huidige tijd, tussen deze twee Schriftgedeelten in staan. De voorzegde gebeurtenis voor de reiniging van Gods kerk is in geen geval een klein iets. Zij die de beproeving niet kunnen ondergaan worden in hun graf gelegd, terwijl 144.000 zullen overblijven en ontkomen, maar het overblijfsel in de kerk (nu) zal verloren gaan in de vernietiging. Moge God Zijn volk helpen. {SR1: 219.2}

      Aan de profeet Jesaja, werd de grote afvalligheid, aangemoedigd door blinde geestelijke gidsen, geopenbaard, hetgeen hij beschrijft in de volgende Schriftgedeelten: “Dewijl Hij zag, dat er niemand was, zo ontzette Hij Zich, omdat er geen voorbidder was; daarom bracht Hem Zijn arm heil aan, en Zijn gerechtigheid ondersteunde Hem.” Jes. 59:16. “En Ik

219

 zag toe, en er was niemand die hielp, en Ik ontzette Mij, en er was niemand die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mijn ondersteund.” Jes. 63:5. Micha die vooruit keek naar deze uitverkoop van misleiding zegt: “ Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamste vriend.” Micha 7:5.{SR1: 219.3}

            Er is vanaf het begin van de wereld, nooit zo veel licht gegeven op geen enkel profetische gebeurtenis, als de Heer gegeven heeft op dit bijzonder onderwerp dat is in deze publicatie (de verzegeling van de 144.000 en de slachting in de kerk in verband met de oogst, hoewel het niet allemaal is uitgegeven) is uiteengezet. Daarom zal het de mensen zonder verontschuldiging laten. Hij die zal nalaten om de nodige voorbereidingen te treffen voor deze meest plechtige gebeurtenis zal een onvergefelijke zonde begaan. Voor dezulken is die dag een angstaanjagende. “ Daarom zal Ik u alzo doen, o Israël omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israël om uw God te ontmoeten.” Amos 4:12.{SR1: 220.1}

            “Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion, trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem (…). Schud u uit het stof, maak u op zit neder (…) maak u lost van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion.” Jes. 52:1, 2.{SR1: 220.2}

            Het is belangrijk op te merken hoe volmaakt God onze wereld door symbolen heeft geïllustreerd. Terwijl de zes Protestantse en het ene Katholieke hoofd het Bijbelse getal, “zeven” maken, hetgeen het hele Christendom betekend, bevestigd God dezelfde profetie door de profeet Ezechiël en voert het uit door de hervormers vanaf Luther zijn tijd namelijk Knox, Wesley, Campbel, Miller en Zuster White. Deze Godsmannen offerden alles op in een poging om Gods kerk terug te leiden naar haar standaard van reinheid. Maar daar de listige vijand erin slaagde om de eerste omlaag te trekken, ging hij voort dezelfde methode te gebruiken tot de laatste. Deze zes grote hervormers aan de kant van het Protestantisme brachten de zes grote kerkgenootschappen tot stand, voorgesteld door de zes hoofden, en de Katholieke kerk ( de moeder van het Protestantisme),  de zevende , zo de gehele Christendom voorstellend in haar vervuilde staat. Om deze reden gaf Inspiratie het Bijbels getal “zeven”. (Zie de profetie van Ezechiël op blz. 114-32.) We hebben ook de “zeven”, kerken van Openbaring 2, en 3,

220

shepherds-rod-volume-one-deadly-wound

221

beginnend met de kerk van Efeze en verder de eeuwen door tot onze tijd ( Laodicea). Dit Bijbels getal, “zeven” houd in de gehele kerkgeschiedenis in de anti-typische periode tot de tijd van de scheiding van het onkruid en de tarwe, zoals voorzegd door Christus in Matt. 13:30. Het getal, “zeven” wordt gebruikt om het geheel, aan te geven of tot aan het einde van het onkruid. Zie kaart, blz, 224.{SR1: 220.3}

Hoewel zo een grote afvalligheid en godslastering de wereld in haar greep heeft, heeft Gods kerk, 144.000 in getal, zonder herder, verspreid over de lengte en breedte van de aarde haar knieën niet gebogen voor de Baal. Terwijl Laodicenzen worden uitgeschud (gespuugd) door vernieling, neemt God Zelf, de kudden onder Zijn hoede. Zo zullen de kerk en de boodschap naar hun overwinning triomferen. Zie Volume 6, page 427;  Testimonies to Ministers, page 300.{SR1: 222.1}

            Hoewel de 430 jarige periode die te maken had met Israël in Egypte, en de 430 jaren van Ezechiël, 4:5,6, gelijk lopen met onze tijd, toont deze kaart ( Zijn Dodelijke Wonde Is Genezen), dat de een de ander overlapt. Want de veertig dagen( jaren) de tijd waarin Ezechiël moest vasten terwijl hij op zijn rechterkant lag, geestelijke honger aantoont, (zoals uitgelegd op bladzijde 125, en de kaart op bladzijde 133), begon in 1890, en eindigde in 1929. De toepassing is juist bewezen door de gebeurtenis die plaats vond op 11 februari 1929 ( de genezing van de wond), een teken dat de profetische periode geëindigd was. Het is ook bewezen door de waarheid die gekomen was, want aan het eind van de veertig dagen moest Ezechiël opstaan en eten, en vrij zijn. Als de profetische veertig dagen jaren niet geëindigd waren, zouden we de waarheid gepubliceerd in dit boek niet kunnen hebben ontvangen, maar het feit is dat de waarheid is gekomen. Trek daarom van 1930, de veertig profetische jaren af en je hebt 1890, de tijd waarin de kerk zich begon af te keren. Zie de kaart op bladzijde 221.{SR1: 222.2}

222

SAMENVATTINGS KAART

Uitleg van Typen

            De intentie en doel van deze kaart (op de volgende bladzijde) is om beide lessen op te sommen (hervorming en de 144.000). Door deze kaart zien we een volmaakte harmonie van wat in deze publicatie is geleerd. Het stelt ons ook in staat om deze meest levendige onderwerpen na te trekken. God Die zo specifiek is ten goede van Zijn kerk om Zijn waarheid aan Zijn volk te openbaren, heeft de meest fantastische illustraties van historische gebeurtenissen uitgewerkt. Het bewijs van eeuwig durende liefde voor Israël, Zijn gekozene, de eerste vruchten van Zijn oogst. “De God van Jakob”, heeft duizenden jaren tevoren Zijn plannen klaargelegd om aan Zijn volk de kunst van goddelijke aanraking in de schoonheid van volmaaktheid te presenteren.{SR1: 223.1}

            De psalmist zegt: “De God der goden, de HERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang. Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende. Onze God zal komen en zal niet zwijgen; een vuur voor Zijn aangezicht zal verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen. Hij zal roepen tot den hemel van boven en tot de aarde, om Zijn volk te richten. Verzamelt Mij Mijn gunstgenoten, die Mijn verbond maken met offerande! En de hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, want God Zelf is Rechter, Sela.

Hoort, Mijn volk! En Ik zal spreken; Israël en Ik zal onder u betuigen; Ik God, ben uw God.” Psalm 50:1-7.{SR1: 223.2}

Het Oude Testament (Deel Twee)

            Als we praten over deel twee in de samenvatting kaart, getiteld: “Patriarchale typen”, is het, het onderdeel dat geboorte gaf aan de Patriarchen, (om deze reden gaven we het die titel), die God verordineerd heeft om te zijn als monumenten en wegwijzers als het ware, en voorbeelden voor Zijn kerk in hun aangewezen tijd, om het goddelijke doel te vervullen. Monumenten? Ja meer dan monumenten. Hun stemmen donderen door te weergalmen en het  opnieuw weergalmen, steeds door de eeuwen heen, en in onze tijd worden ze het luidst gehoord. {SR1: 223.3}

223

shepherds-rod-volume-one-summary-chart-types

224

Onderdeel nummer drie, getiteld: “Ceremoniële Typen”, is het deel waar we door de Tabernakel dienst in verband met het Heiligdom, ons symbolen zijn gegeven van feilloze, nauwkeurige lessen. Hoewel ze vele eeuwen geleden ontstonden, heeft hun heerlijke melodie van verlossing van de Vadersliefde, voorwaarts door de wegen van het menselijk ras, onze tijd bereikt zonder het verloren gaan van een enkele klinkende noot. Deze goddelijk toegewezen symbolen waren om de Liefde van de Schrijver te openbaren aan de menselijke familie in alle eeuwen. {SR1: 225.1}

            Het is waar, we hebben een eeuw van grote kennis bereikt, maar het schijnt alleen van minder belang te zijn, en heel weinig in de kennis van Hem waar alle zegeningen vandaan komen; in wijsheid, kennis en gezondheid en de kracht om grote dingen te bereiken. Als het volk van God niet gevallen was in een duizelige, slaperige vloek, dan zouden vele van deze oude symbolen en typen, met hun ware betekenis van groot belang voor Gods kerk, lang geleden geopenbaard zijn geworden. Er zou veel ten goede zijn bereikt en de zegeningen verkregen door zulke kennis kan niet geschat worden. Hoewel de wereld snel vooruitgang boekt in menselijke wijsheid en wrede apparaten, heeft Gods volk geen grote vooruitgangen ten goede gemaakt in welk opzicht dan ook. Jarenlang trekken we ons terug van Hem die de Bron is van alle ware wijsheid.{SR1: 225.2}

Het Oude Testament (Deel Drie)

       Het type toegepast in deel twee begon meteen met haar vervulling als anti-type  zodra de exodus beweging de weg baande voor deel drie. De avond van het Pascha bracht de geboorte van dit onderdeel ( van ceremoniële types). Hagar ( het type) ontmoete haar anti-type hetgeen gevierd en opgedragen werd met grote demonstraties, tekenen en wonderen. Paulus zegt in Galaten 4 :25: “Want dit, namelijk Hagar, is Sinaï, een berg in Arabië.” Zo werd Hagar de symbolische moeder van die kerk, met Abraham de vader naar het vlees, en Ismael, het symbool van de kinderen van de voorraad van Abraham. De moeder, de vader en de kinderen zijn typen van Israël naar het vlees ( zijn ze geen volmaakte symbolen? ) Zo ontmoeten drie van de typen van onderdeel nummer twee hun anti-typen in onderdeel drie. {SR1: 225.3}

225

Terwijl het Pascha Lam de weg baande voor Hagar, (symbool van de kerk onder de Joodse economie), vierde het ook de aanvang van het ceremoniële systeem, dus werd onderdeel nummer drie de moeder van de ceremoniële typen.  De typen zelf zijn niet het ware object, net zo min als een foto dat is, maar het is een representatie die een feilloos bewijs afbeeld, het onderwerp in beeld. Het pascha lam is een volmaakt type van het “Lam Gods, dat de zonder der wereld wegneemt.” (Johannes 1:29).{SR1: 226.1}

            Zoals het ceremoniële deel (nummer drie) ingeleid werd door het typische Pascha Lam, eindigde het ook met het anti-typische. Zoals type, anti-type ontmoette, zegt de apostel: “Want ook ons Pascha, is voor ons geslacht, namelijk Christus” ( 1 Cor. 5: 7), zo eindigde het bestuur van Hagar als een symbool van de kerk in type ( Israël naar het vlees) aan het kruis van Calvarie {Golgotha}. Het wegdoen van de Oudtestamentische kerk en haar kinderen, is evengoed gesymboliseerd door onderdeel nummer twee. Galaten 4:29-31 citerend: “Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde degene, die naar den Geest geboren was, alzoook nu. Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije. Zo dan broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar den vrije.”{SR1: 226.2}

            Het is duidelijk dat Verlossing zowel in type wordt gepredikt als door het Woord. Er is een type voor iedere kerkgebeurtenis en transactie in verband met het evangelie van Christus. De beëindiging van deze typen, sloot het typische af, en leidde de anti-typische periode in, waarin iedere type haar anti-type moet ontmoeten.{SR1: 226.3}

       Terwijl het ouderschap van de Oudtestamentische kerk, “naar het vlees is”, is de Nieuwe naar de Geest, daardoor werd Sarah het symbool van de gehele anti-typische periode. Paulus, schrijvend aan de kerk zei: “Want er is geschreven, Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame, zijn veel meer dan degenen, die de man heeft.” Abraham is de man, en een aardse geestelijke in plaats van een vleselijke vader. Aangezien er drie symbolische onderdelen zijn vóór Christus, zijn er ook drie na

226

Christus. De kinderen van Abraham met Sarah, (Izaäk en Jakob), geboren door de belofte, zijn passende symbolen voor de Nieuwtestamentische kerk. {SR1: 226.4}

Het Nieuwe Testament (Deel Een )

Daar Izaäk de eerstgeborene “naar de Geest” was, moet hij vanzelfsprekend het eerste gedeelte, beginnend na het kruis van Christus voorstellen. De woorden van Paulus citerend, zet hij: “ Maar wij broeders, zijn kinderen der belofte, als Izaäk was.” Gal.4:28. Izaäk, stelt dan dat gedeelte vanaf het kruis tot 1844 voor, daar er eerder geen andere oproep was. De aanvang van ieder voorgaand deel, evenals hun vervolmaking, werd gekenmerkt door een belangrijke gebeurtenis; net zo als de beëindiging van het deel voorgesteld door Izaäk. 1844, is de enige passende tijd voor dat gedeelte om voorbij te gaan en het tweede in te leiden, de tijd waarin het oordeel in het hemelse Heiligdom begon. Duidelijk is dat de boekrol een ommekeer moest maken en wederom ontmoette type en anti-type elkaar.{SR1: 227.1}

Het Nieuwe Testament (Deel Twee)

Jakob, die de zoon van Izaäk is, komt vanzelfsprekend als volgt. Jakob is dan het symbool van het tweede deel na Christus (zoals getoond op de kaart) beginnend in 1844. Het doel van de kerk vanaf die tijd is geweest om de 144.000 te maken. Daar Jakob de vader van de twaalf stammen van Israël was, — het type, evenzo is hij de vader in type van de anti-type (de 144.000, de ware). Het deel voorgesteld door Jakob is de enige passende symbolische periode die geboorte gaf aan de 144.000. Zodra dit nummer is bereikt en verzegeld, zal dit betreffende deel voorbij gaan en de volgende inleiden. {SR1: 227.2}

       Aangezien er een belangrijke gebeurtenis was bij elk volgend deel, (bij het beëindigen van de ene en het begin van de ander), moet er iets, met niet minder gevolgen zijn wat de verandering moet maken met dit onderdeel waarmee we onszelf identificeren. Deze belangrijke gebeurtenis is niets anders dan de reiniging van Gods kerk en de scheiding van het onkruid en de tarwe. Jezus zegt: “Laat ze beiden samen opgroeien tot de oogst.” De scheiding markeert de oogst. Merk het woord: “tot ” op, hetgeen betekend “tot aan”. Deze meest plechtige tijd

227

voor de ene groep (het onkruid) en schitterende tijd voor de andere (de 144.000), stuwt het deel voorgesteld door Jakob aan,en zet het andere voort.{SR1: 227.3}

Het Nieuwe Testament (Deel Drie)

Jezus zegt: “In de tijd van de oogst zal Ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden.” Het onkruid, wordt dus vlak voor de oogst verzameld en verbrand in de tijd van de oogst. (let op het voorvoegsel: in).  “Maar brengt de tarwe samen in Mijn schuur.” Matt. 13:30.  Het tarwe stelt de 144.000 voor; de “schuur,” is een symbool van veiligheid. Dit prachtige gezelschap is verlost en beschermd. Satan kan ze geen kwaad doen. Ze zullen worden overgebracht zonder de dood te zien. Johannes beschrijft ze als “zijnde de eerste vruchten [ van de oogst] voor God en voor het Lam.”{SR1: 228.1}

            Het onkruid wordt weggebracht door de vijf mannen met de slachtwapens van Ezechiëls visioen. Dit is de gebeurtenis die de verandering maakt, en God kerk terecht brengt in het laatste deel van de genadetijd (Israël) zoals aangegeven op de kaart. {SR1: 228.2}

            Het was Jakob, de vader van de twaalf stammen, wiens naam verandert werd in Israël.  Jakobs nieuwe naam is een passend symbool van het gedeelte genaamd: “Israël,” Wederom ontmoeten type en anti-type elkaar. {SR1: 228.3}

             Het was Jakob die in de nacht op weg naar Padan-Aram de droom kreeg van de grote ladder, die vanaf de aarde tot aan de hemel reikte, en “de engelen Gods klommen daarbij op en neder,” Dit visioen was een voorstelling van de “Late Regen,” en de “Luide Roep,” “van de derde engel boodschap in de tijd van de oogst. De ladder, die Christus voorstelt; de engelen, de boodschappers ; God de Vader aan het ene einde, en Jakob aan het andere, hetgeen betekend een volmaakte verbinding met hemel en aarde.{SR1: 228.4}

       Hoewel de tijdsduur van dit laatste gedeelte van de genade tijd ( getiteld Israël) korter is dan iedere periode ervoor, is het de meest schitterende tijd van Gods kerk. De profeet Jesaja, die voorruit keek naar deze tijd, zegt: “Waak op, Waak op, trek uw

228

trek uw sterkte aan, o Sion trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad, want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen.” Gods kerk is nooit eerder dan met deze tijd in het vooruitzicht, geheel vrij gehouden van de onbesnedene en de onbekeerde (onkruid: onbesnedene en onreine) in haar midden, maar nu is de tijd aangebroken waar Hij Zijn kerk moet zuiveren, en haar als zodanig houden. Zefanja, verwijzend naar deze tijd zegt: “Het overblijfsel van Israël  zal geen onrecht doen, nog leugens spreken.” Zefanja 3: 13.{SR1: 228.5}

            Gedurende de tijd van de “oogst,”( de Luide Roep), zal de drie engelen boodschap, tot de meest afgelegen delen van deze met de zonde vervloekte wereld doordringen. Johannes verwijzend naar deze meest schitterende oogst van inzameling zegt: “Zag ik, en ziet een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten en volken, en talen staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed  zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen.” Openb. 7: 9. Want God”voleind een zaak en snijdt ze af in rechtvaardigheid.” Rom. 9: 28. Zo zal Gods kerk gereed gemaakt worden om haar Heer te ontmoeten. Jesaja vooruitkijkend naar deze kerk die  “het Goddelijke” weerspiegeld zegt: “En gij zult een sierlijke kroon zijn in de hand des HEREN, en een Koninklijke hoed in de hand uws Gods.”Jes. 62: 3. Gods kerk is Schitterend in de dag van de HEER.{SR1: 229.1}

            Johannes, die in visioen het afsluiten van het werk van de kerk zag, het einde van de genadetijd, en het oordeel van God in de zeven laatste platen, zegt: “En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden.” Openb. 20: 11.{SR1: 229.2}

Het Oude Testament (Deel Een) Melchizedek, Koning van Salem

       We hebben het eerste hoofdgedeelte op de kaart getiteld “Melchizedek,” tot nu voor uitleg gereserveerd. Let op de volgende twee gedeelten getiteld “Hagar,” en “Sara,” die de gedeelten zijn van de kerkgeschiedenis met aardse ouderschap, de eerste die is, “naar het vlees,” en de tweede, “naar de Geest,”, daarom zijn Hagar en Sara,

229

passende symbolen voor deze twee hoofd delen, met Abraham als de vader. {SR1: 229.3}

Om de goddelijke standaard van volmaaktheid voor de gehele geschiedenis van Gods kerk te bereiken, zowel in symbolen als in figuren, moet Hij voorzien in een passend symbool voor dit betreffende deel zoals Hij voor de twee volgende delen heeft voorzien. Wat het symbool ook is, het moet het soort zijn dat kerkgeschiedenis aantoont zonder aards ouderschap. {SR1: 230.1}

            Paulus geeft ons de informatie voor het geschikte symbool voor dit deel in Hebr. 7:1-3: “Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester der Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende. Aan welken ook Abraham van alles tienden deelde, die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes. Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. Hoewel wij stervelingen het bestaan van deze man “Melchizedek, Koning van Salem,” niet kunnen bevatten, moet het waar zijn dat hij “zonder vader, zonder moeder zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens,” is, zo een volmaakt geschikt symbool van dit deel voor Gods kerk makend. Wederom zien we Gods volmaaktheid in volmaakte symbolen voor de gehele geschiedenis van Zijn kerk.{SR1: 230.2}

            Zo gauw als zonde binnenkwam in het begin met de ouders van de menselijke familie, en voordat ze verdreven werden uit hun thuis in Eden, waren de plannen reeds ontworpen de terugkeer naar hun originele thuis van eeuwige verblijf, aan hun bekend gemaakt even als aan de slang. Deze voorbestemde plannen van God worden beter begrepen door het bestuderen van Zijn wonderlijke goddelijke omgang met de menselijke familie voorwaarts door de eeuwen heen zoals geïllustreerd op deze kaart. {SR1: 230.3}

       Onze God heeft Zijn voorbeschikte plannen zonder verandering zelf tot in de kleinste detail uitgevoerd. Jezus zegt: “Dit zijn de

230

woorden die Ik tot u sprak als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten en Psalmen.” Lucas 24:44. De Geest van God leidde de Psalmist om de woorden te schrijven: “De HERE zal den scepter Uwer sterkte zenden uit Sion, zeggende: Heers in het midden uwer vijanden. De HERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.” Psalm 119:2, 4.{SR1: 230.4}

            Hoewel we zo een oneindige wijsheid niet kunnen bevatten, geeft het ons een beter begrip van Gods liefde voor zondaren, en onze misvattingen of zogenaamde menselijke kennis van dingen.  Voor de eeuwige “IK BEN,” die de eeuwigheid bewoond, voor wie de duisternis licht is, en de verst afgelegen grenzen in de ruimte Zijn voetenbank zijn, die het einde ziet vanaf het begin, en voor wie duizend jaren is als slechts gisteren, alle dingen zijn open en naakt voor Hem.{SR1: 231.1}

            De Psalmist zegt: “Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht? Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar. Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee; Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mijn houden. Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken, dan is de nacht een licht om mij . Ook verduisterd de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht. De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog ik ken er niet bij.” Psalm 139:7-12, 6. De wijsheid en kennis van de Oneindige is buiten het bevattingsvermogen van de eindige. De wonderen die wij aanschouwen, en de gebeurtenissen die de geschiedenis van onze wereld maken, zijn slechts afschriften van de originelen in de hemel. {SR1: 231.2}

Hoe De Gepresenteerde Inhoud Te Controleren, Als Ze Authentiek Zijn.

“Want wie van u, willende een toren bouwen, zit niet eerst neder, en overrekent de kosten, of hij ook heeft, hetgeen tot volmaking nodig is? Opdat niet misschien, als hij het fondament gelegd heeft, en niet kan voleindigen, allen die het zien hem beginnen te bespotten.” Lukas 14:28, 29.  De

231

les die van dit Schriftgedeelte afgeleid kan worden, is dat hij die zijn plannen en berekeningen niet controleert, geen wijs man is, daarom zou het niet verkeerd van ons zijn, dat Jezus wil dat wij de Bijbel waarheden controleren voordat we ze als zodanig aanvaarden. {SR1: 231.3}

Daar God onfeilbaar is, spellen al Zijn werken, “volmaaktheid,” zelf tot aan “een jota of een titel.” Als deze bewering waar is, dan moet Hij een manier hebben voorzien, waarmee wij Zijn waarheid kunnen controleren en zeker stellen. Deze kaart ( blz. 224) die de samenvatting is van de boodschap die deze publicatie uitdraagt, moet in staat zijn te vertellen of het juist is of verkeerd. Als de inhoud 100% waar bewijst te zijn, moeten we het aanvaarden als Gods waarheid. Door alle Bijbel studenten, worden de getallen, “drie,” en “zeven,” aanvaard als te zijn de Bijbelse getallen om Schriftuurlijke waarheden te verzekeren. De Geest der Profetie getuigt net als de Bijbel ook hiervan. “Want Drie zijn er , Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord, en de Heilige Geest, en deze Drie zijn één. En drie zijn er, die getuigen op de aarde, de Geest, en het water, en het bloed, en die drie zijn tot één.” 1 Joh. 5:7, 8.{SR1: 232.1}

“In de openbaring aan hem gegeven werd tafereel na tafereel van spannende belangstelling van de ervaringen van Gods volk, en de geschiedenis van de kerk zoals voorzegt tot aan de afsluiting van de tijd, voor hem ontvouwt. In berekeningen en symbolen, werden onderwerpen van enorme belangrijkheid aan Johannes gepresenteerd, welke hij moest vastleggen, zodat het volk van God dat leefde in zijn tijd, en in de toekomende eeuwen, een verstandige begrip zou kunnen hebben van de gevaren en conflicten voor hen.” Van Jeruzalem tot Rome, blz. … [Acts of the Apostles, page 583]. Daar dit zo is, zullen we de toets van de inhoud van dit boek, toepassen, zoals het geïllustreerd is op de kaart.{SR1: 232.2}

Merk op dat er “drie,” hoofddelen zijn in de samenvattingskaart, namelijk: (1)Melchizedek, de priester van de Allerhoogste God; (2) Hagar; (3) Sara. (1) Melchizedek, priester van de Allerhoogste God; (II) Het Levitische Priesterschap; (III) Het Priesterschap naar de orde van Melchizedek. Daardoor is de ene Priesterschap aan de andere verbonden. Tel nu de onder afdelingen van de genadetijd, zowel voor en na het kruis. In elke afdeling hebben we “drie,” onder afdelingen.Tel weer, al de afdelingen voor en na het kruis, met

232

inbegrip van de plagen, en we hebben het getal, “zeven” hetgeen het einde van de wereld betekend. {SR1: 232.3}

Sta ons toe om deze derde keer uw aandacht te vragen voor de types. I. De ouderlijke typen; namelijk Abraham ( de vader); Hagar en Sara ( de moeders) die het getal “3” vormen. II. De kinderen; — Ismael, Izaäk en Jakob, die het getal “3” vormen. III. Jakob’s naam verandert in Israël, Hagar en Ismael weggezonden, wederom het getal “3” vormend. Er is een vierde lijn van figuren waar we uw aandacht op vestigen. De naam “Abraham” bevat “zeven” letters, hetgeen volmaakt betekent, of een vader voor de gehele toekomstige geschiedenis van de kerk. Ismael bestaat ook uit “7” letters; gesloten of beëindigd; hetgeen betekend dat hij afgerond is; er zijn geen van zijn afstammelingen die hem opvolgen.{SR1: 233.1}

Abrahams naam in de tijd dat hij uit Ur geroepen werd (voordat God de twee extra letters  – H en A toevoegde) werd gespeld met vijf letters; (Abram). Zijn zoon, Izaak en zijn vrouwen hebben allemaal dezelfde aantallen letters in hun namen. Natuurlijk rijst de vraag, waarom vijf? Waarom niet drie of zeven? Als hun namen meer of minder dan “vijf” letters had zou het plaatje verpest zijn. Waarom? Omdat de “7” letters van Abraham en de “5” van Hagar  in totaal “12” vormen, — een symbool van de twaalf stammen van Israël naar het vlees. Hetzelfde is waar voor Izaäk en Jakob, wat ook betekent opeenvolgend, (de een zal de ander opvolgen).{SR1: 233.2}

       Israël wordt gespeld met zes letters. Was deze naam meer of minder geweest dan zou het ’t plaatje verpesten. Waarom? Omdat de zes letters het zesde deel aangeven. Het ware Israël  ( de  144.000) worden verzegeld aan het einde van het vijfde deel. Als de naam uit zeven letters had bestaan, dan zou het, het “einde van de genadetijd” betekenen, in plaats van “het begin van de oogst.” Israël  in de tijd van de oogst, zal een nieuwe naam ontvangen bij monde van de Heer. Lees Jes. 62: 2. Wat de naam ook mag zijn, we zijn ervan verzekerd dat het perfect zal zijn, om het plaatje van de genade tijd af te sluiten, evenals om  het einde van al de verlosten, of het einde van de genadetijd aan te tonen. Wee over hen die mag denken dat deze fantastische ontwerpen in de schoonheid

233

van volmaaktheid slechts toevallig zijn of een voorval. Zo iemand ontkent de Meester Werktuigkundige van de hele schepping. Hij bewijst eer aan evolutie (toeval). Zie de kaart op blz. 224.{SR1: 233.3}

            Het tweede systeem om de waarheid te controleren is gegeven in Jesaja, de profeet. “Tot de wet en tot de getuigenis: als ze niet spreken naar dit woord is er geen licht in hen.”. Jes. 8:20. De inhoud in deze uitgave zijn niet alleen in volmaakte harmonie met de tekst, maar het “verhoogt,’ de wet en de getuigenis evenals de geschriften van de Geest der Profetie.{SR1: 234.1}

            Ten derde: — De boodschap hier gepresenteerd brengt geen enkele nieuwe leerstelling of spreekt dat wat we hebben tegen, maar het vergroot ze door hun ware grootheid en belangrijkheid te tonen. Het roept niet op tot een nieuwe beweging, maar bewijst dat deze zelfde beweging tot een grotere zal overgaan. {SR1: 234.2}

             Omdat God al de bewegingen voorzag, die ertegen of voor Zijn kerk zouden opstaan, zou Hij deze boodschap als of vals of waar aangetoond hebben.  Hij voorzag dat er een beweging zou opstaan die zou beweren dat de kerk “Babylon,” is, dus gaf hij ons de waarschuwing dat het vals was. Lees Testimonies to Ministers, pages 49, 53. Nogmaals, God voorzag dat sommigen zouden komen en de bediening “priesterlijke hekserij” zouden noemen, en waarschuwde vooraf dat ze niet van Hem zijn gezonden. Lees Testimonies to Ministers, page 51.  Hij voorzag ook dat sommigen “de dag en het uur van de tweede komst van Christus,” zouden aankondigen, etc. aan te tonen. Zo heeft God de kerk altijd vooraf gewaarschuwd. Nergens vinden we enige profetie in tegenspraak tegen de boodschap gepresenteerd in dit boek. Het is onmogelijk om tegenstand te vinden, aangezien de gehele boodschap is afgeleid uit de Bijbel en de Getuigenissen, en voorspeld door beiden.{SR1: 234.3}

       Als er iemand zal denken dat deze reformatieboodschap vals is, hoewel hij geen profetie kan vinden die ertegen is, zou hij zeggen dat God het gevaar over het hoofd heeft gezien en heeft gefaald om het plan te ontmaskeren. Daarom zou zo iemand proberen te zeggen dat God maar weinig weet van het voorspellen van de toekomst. Maar feit is dat God het allemaal weet van het

234

begin tot het einde. Hij is in staat geweest om een waarschuwingsboodschap zoals deze te presenteren voor Zijn volk, die duizenden jaren vooraf is gegrift.{SR1: 234.4}

235

MICHA ZES EN ZEVEN

Profetie Van Het Boek, De Tijd Gereed Voor Publicatie

            De studies die dit deel bevatten waren eerst in manuscript vorm in een boek getypt, die getiteld was : “The Sherpherds Rod.” Drie en dertig van zulke kopieën  waren aan de leidinggevende mannen (Predikanten Associatie) van het kerkgenootschap der Zevende-Dags Adventisten gegeven, — broeders met ervaring, predikanten en Conferentie presidenten. Dit werd gedaan om in overeenstemming te zijn met de aanwijzingen gegeven aan de kerk door de Geest van God.  We citeren Deel 5, blz. … [Volume 5, page 293[: “Er zijn duizenden  vermomde verleidingen voorbereid voor hen die het licht op de waarheid hebben; en de enige veiligheid voor ieder van ons is in het niet ontvangen, van nieuwe leerstellingen, geen nieuwe uitleggingen van de Schriften, zonder het eerst aan broeders met ervaring voor te leggen. Leg het hen voor in een nederige, leergierige geest, onder ernstig gebed; en als ze er geen licht in zien, neig naar hun oordeel; want ‘in de veelheid van adviseurs is er veiligheid’.” {SR1: 236.1}

            Hoewel de inhoud van dit boek geen nieuwe leerstellingen of nieuwe uitleggingen van de Schriften introduceert, die aanvaard zijn door het kerkgenootschap en goddelijk geaccepteerd zijn, dachten we dat het, het beste was om dit licht eerst aan de bediening op te sturen.{SR1: 236.2}

            Deze studies werden in manuscript vorm aan de leiders van deze grote beweging gepresenteerd zodat zij het konden onderzoeken terwijl ze bijeengekomen waren in een Generale Conferentie vergadering in San Francisco, Calif. van 1930. Het ging gepaard met een ernstig verzoek van de schrijver van het genoemde document. Onze dierbare broeders werden verzocht om de inhoud van het genoemde artikel aan een hecht, nauwkeurig onderzoek, ernstig gebed en geloof in Hem die barmhartig en gewilliger is dat wij de waarheid van onze zaligheid zouden wegen dan wij zelf; die Zijn Woord aan al Zijn kinderen zou willen openbaren en dwaling ten goede van beide kanten zou ontmaskeren. {SR1: 236.3}

       Deze oproep werd aan Gods dienstknechten gedaan met het verzoek dat zij het nieuwe licht  door middel van Gods Boek van alle waarheden zouden zeker stellen en wat hun bevindingen of bedoeling met het artikel ook zou zijn, ze op een

236

broederlijke manier en als onderzoekers van het licht naar ons te schrijven. Dit beloofden ze zo snel als het hen uitkwam te doen, ervan verzekerd dat welke waarheid of dwaling zij zouden kunnen bewijzen, door of de Bijbel of de Geest der Profetie, wij gereed waren te aanvaarden. We voelden ons verzekerd dat zij, als herders van de kudde, ernstig zouden zijn in het doen van het juiste in de vreze des Heren. Als ze dachten dat we in dwaling waren geleid, zouden we het van hen aanvaarden als zijnde bewaarders van Gods erfenis om tot onze hulp te komen door het Woord van God.{SR1: 236.4}

            Vanaf het document in hun handen was geplaatst en tegen de tijd dat deze publicatie naar de drukker ging, zijn vijf maanden verstreken. We vinden dat ze genoeg tijd hebben gehad om tenminste te schrijven en ons enige informatie te geven met betrekking tot het manuscript en hun bedoelingen. Het voorbij gaan van de tijd is een bewijs dat onze broeders gefaald hebben hun belofte uit te voeren evenals hun taal. Klaarblijkelijk hebben deze bedienaren Gods en leiders van dit grote kerkgenootschap de aanwijzingen betreffende aangelegenheden zoals deze die door de Geest der Profetie aan hen gegeven is, over het hoofd gezien. “Als een broeder, dwaling leert, dienen zij die verantwoordelijke posities bekleden het te weten, en als hij waarheid leert, dienen zij aan zijn kant staan. We horen allemaal te weten wat onder ons geleerd wordt, want als het waarheid is, moeten we het te weten.” Testimonies to Ministers, page 110.{SR1: 237.1}

            Als zij zich geschikt hebben aan de bovenstaande vereisten, door ernstig onderzoeken in het document aan hen gepresenteerd, en dwaling hebben gevonden, is het hun taak, als vertegenwoordigers van Hem die de negenennegentig achterliet en op zoek ging naar het ene verloren schaap, om de schrijver te roepen en persoonlijk of door correspondentie trachten om verzoening te zoeken voor de dwalende. Volume 6, pages. 21, 22 citerend: “Een ziel is van meer waarde voor de hemel, dan een hele wereld van eigendom, huizen, land en geld.” {SR1: 237.2}

       Maar daar tegenover staat dat als ze dwaling gevonden hadden en weigeren hun bedoeling bekend te maken, zelf na het doen van de tweede en de derde oproep aan onze plaatselijke Conferentie, dan is het misschien omdat ze de volgende profetie gevonden in Testimonies to Ministers, page 106, 107 wensen te vervullen. “Maar behoed u ervoor om dat wat waarheid is te verwerpen. Het

237

grote gevaar met ons volk is dat van vertrouwen om mensen en hun arm tot vlees maken. Zij die niet de gewoonte hebben om de Bijbel voor zichzelf te bestuderen, of het zoeken naar bewijs, hebben vertrouwen in de leidinggevende mannen, en aanvaarden de beslissingen die zij nemen; en zodoende zullen velen juist die boodschappen die God voor Zijn volk stuurt verwerpen, als deze leidinggevende broeders ze niet aanvaarden. {SR1: 237.3}

            “Niemand kan beweren dat hij al het mogelijke licht heeft dat beschikbaar is voor Gods volk. De Heer zal dat niet toestaan. Hij heeft gezegd: ‘Ik heb voor u een open deur geplaatst, en geen mens kan het sluiten.’ Ook al zouden al onze leidinggevende mannen licht en waarheid verwerpen, dan nog zal de deur open blijven staan. De Heer zal mannen doen opstaan die het volk de boodschap van deze tijd zullen geven (…). {SR1: 238.1}

            “Stel dat een broeder een visie heeft die verschilt van de uwe, en hij zou naar u toekomen, en voorstellen dat u met hem zou zitten en een onderzoek doen naar dat punt in de Schriften; zou u dan op staan vol van vooroordeel, en zijn ideeën veroordelen, op deze wijze weigeren hem een oprechte gehoor te geven? De enige juiste wijze zou zijn om te gaan zitten als Christenen, en de gepresenteerde positie onderzoeken, in het licht van Gods Woord, welke waarheid zal openbaren en dwaling zal ontmaskeren. Zijn ideeën bespotten zal zijn positie in geen enkel opzicht verzwakken als het vals was, of jou positie versterken als het waar was. Als de pilaren van ons geloof de toets van onderzoek niet kunnen doorstaan, is het tijd dat we het wisten. Er moet geen geest van Farizeïsme onder ons gekoesterd worden.”{SR1: 238.2}

            We betreuren het tengerste dat wij deze grote weigering aan de kant van onze broeders bekend moeten maken, en hun desinteresse in de dingen van God. In feite is het van onze kant onze taak, en door de liefde voor onze broeders, en de kerk van God, dat we geen oplossing vonden waardoor de publiciteit van de dingen geschreven in dit hoofdstuk konden voorkomen, en toch ons beschermen tegen het misvatten van onze houding  in het uitgeven van dit boek. Niet dat we kritiek  tegen ons willen ontvluchten, maar ter verzekering van Gods kerk en de wens om hen te verdedigen die blootgesteld zijn aan aanvallen van vitterige critici. We citeren wederom uit Testimonies to Ministers, page 300: {SR1: 238.3}

       “Tenzij zij die kunnen helpen in ——-  opgewekt worden tot een

238

gevoel voor verantwoordelijkheid, zullen ze het werk van God wanneer de luide roep van de derde engel gehoord zal worden, niet herkennen. Wanneer licht voortgaat om de aarde te verlichten, zullen ze in plaats van tot de Heer te gaan voor hulp, Zijn werk willen vastbinden om aan hun eigen kortzichtige ideeën te voldoen. Laat mij u vertellen dat de Heer in dit laatste werk op een manier zal werken die ver afwijkt van de algemene gang van zaken van dingen, en op een manier die tegengesteld is aan welke menselijke planning dan ook. Er zullen onder ons dezulken zijn, die altijd het werk van God willen beheersen, om zelf te willen commanderen, welke bewegingen gemaakt zullen worden wanneer het werk voortgaat onder de leiding van de engel die zich toevoegt aan de derde engel in de boodschap die gegeven wordt aan de wereld. God zal manieren en middelen gebruiken waardoor het te zien is dat Hij het bestuur in Zijn eigen handen neemt. De arbeiders zullen versteld staan van de eenvoudige middelen die Hij zal gebruiken om Zijn werk van gerechtigheid tot stand te brengen en te vervolmaken. Zij die tot de goede werkers gerekend worden, zullen dichter tot God moeten gaan, ze zullen de goddelijke aanraking nodig hebben.”{SR1: 238.4}

            Als we het gevaar zagen naderen zoals geopenbaard in “De Herder’s Staf,” hebben we al die maanden angstig gewacht met de vrees dat we te lang zouden kunnen wachten, en daardoor te kort zouden schieten om alarm te slaan evenals met voortgaan om de bazuin te laten klinken voordat we van onze broeders hoorden. Terwijl we aan het wachten en bidden waren, werd een zeker Schriftgedeelte, gevonden in Micha 6, aan ons geopenbaard, welke we nu naar voren brengen om te bewijzen dat God tot Zijn volk heeft gesproken door het geschreven Woord, ons de opdracht gevend om zonder uitstel voort te gaan en de bazuin die zekere klank te geven.{SR1: 239.1}

       Hoewel het boek van deze kleinere profeet vele eeuwen geleden was geschreven, was het bedoeld voor de kerk van vandaag, precies in deze tijd. Het werd in de Bijbel (boekrol) geplaatst, in de dagen van het oude Israël, geschreven op zo een manier, dat zij ook daar enig voordeel uit konden halen op  dezelfde manier als andere delen van de Schriften die direct geschreven waren voor de oude natie, en geplaatst in de zelfde boekrol voor onze onderwijzing en bemoediging zoals uitgedrukt in  1 Cor 10:11, door de grote apostel van de heidenen. Maar hoewel bepaalde delen van de Schriften geschreven waren als

239

zendbrief voor het oude Israël, zouden ze ook indirect naar ons verwijzen, daar deze advent organisatie een kopie is van die oude beweging. Desalniettemin is het boek van Micha direct geschreven voor de kerk in deze huidige tijd.{SR1: 239.2}

            Micha 6:1 citerend: “Hoort gij. Wat de HERE zegt: Maak u op, twist met de bergen, en laat de heuvelen uw stem horen.” Het is een feit dat de profetie van dit hoofdstuk nooit eerder in geen enkele tijd begrepen is, en niemand heeft er zijn voordeel mee kunnen halen, alleen dat er welke andere les dan ook, van een zekere passage ervan afgeleid kon worden in verband met een andere studie. De vraag mag gesteld worden: Waarom is het niet begrepen? Is het dat niemand geprobeerd heeft om dit deel van de Schriften te bestuderen? Ongetwijfeld hebben vele godvrezende, ernstige studenten vele waardevolle tijden doorgebracht , zonder enig resultaat met betrekking tot het openbaren van de waarheid van dit hoofdstuk.{SR1: 240.1}

            De reden voor hun falen om de profetie te onthullen is omdat het tegenwoordige waarheid is. “Hoort nu, wat de Heer zegt; Maak u op, twist met de bergen, en laat de heuvelen uw stem horen.” Door dit feit weten we, dat Inspiratie niet verwachte dat het voor de  bedoelde tijd geopenbaard zou worden, anders zou het grammaticaal onjuist zijn. Op dezelfde wijze als Openb. 14:7: “Vrees God, en geef Hem de eer, want de ure van Zijn oordeel is gekomen.” Als dit Schriftgedeelte in de toekomende tijd was geweest, dan zou William Miller niet de fout hebben gemaakt die leidde tot de gebeurtenis in 1844. Dezelfde regel moet in acht genomen worden in alle Bijbel waarheden om op gezaghebbende een bepaalde profetische tijd vast te stellen.{SR1: 240.2}

       We hebben vooraf gesteld dat deze waarheid door de Sabbat School afdeling kwam in 1929, in de lessen van het eerste kwartaal van het jaar, beginnend met Jesaja 54, tot en met het 66ste  hoofdstuk. Het 54ste wat het eerste (hoofdstuk) dat openbaarde dat deze hoofdstukken direkt geschreven waren voor de kerk in deze tijd zoals uitgelegd op blz. 136-140. In Jes. 58:1, leerden we dat God de bestaande zonden in de

240

kerk zal openbaren, en daarbij oproepen tot hervorming. We citeren het vers: “ Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis Jakobs hun zonden.”{SR1: 240.3}

            Dit Schriftgedeelte heeft nu haar vervulling bereikt. Nadat deze bestaande zonden waren geopenbaard, werden deze studies op papier gezet, het document werd getiteld: “De Herder’s Staf,” en in de handen geplaatst van de leidende mannen van deze beweging. Zo werd de “Roep,” als een “bazuin” geluid. Het bewijs van de bestaande zonden die bekend (getoond) werden gemaakt aan Gods volk en aan het huis van Jakob, toonde ook aan dat de Laodicenzen de uitnodiging van de Ware Getuige hebben veracht, daarom werd de schande van onze naaktheid geopenbaard. “Ik raad u aan dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen opdat gij moogt bekleed worden en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde, en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.” Openb. 3: 18.{SR1: 241.1}

             Nu citeren we Jes. 60:1: “Staat op, schijnt {voort}, want uw Licht is gekomen, en de heerlijkheid des HEREN is over u opgegaan {KJV}.” Merk op dat het werkwoord, “komen” in de tegenwoordige tijd is. “Licht” is waarheid. Ook dit Schriftgedeelte heeft haar vervulling bereikt. Denk aan het fantastische licht dat door die studies zoals verzameld in deze publicatie is gekomen. Merk op dat het de waarheid die de kerk reeds heeft niet tegenspreekt, maar het openbaart de ware draagwijdte en belangrijkheid van de boodschap. Maar dit is slechts een deel van het licht dat door deze waardevolle hoofdstukken is gekomen. Er zal spoedig meer licht volgen in een andere publicatie. {SR1: 241.1}

       De oproep is: “Staat op, schijnt {voort}. Want de heerlijkheid des HEREN is over u op opgegaan.” Het is aan de lezer overgelaten om deze heerlijke ervaring toe te staan om eerst in zijn eigen leven binnen te komen, en ernstig op te staan en {voort} te schijnen; wees gereed om de tegenstand van binnenuit en van buitenaf te ontmoeten. “Gods ongenoegen rust op Zijn volk, en Hij zal Zijn kracht niet in hun midden manifesteren, terwijl er zonden onder hen bestaan, en worden gepleegd door diegene in verantwoordelijke posities. Zij die in de vreze van God werken, om de kerk van hindernissen te ontdoen, en om smartelijke verkeerdheden te corrigeren, zodat het volk van God de noodzaak mag zien van het verafschuwen van zonde, en voorspoedig mag zijn in

241

zuiverheid, zodat de naam van God verheerlijkt mag worden, zullen altijd tegenwerkende invloeden van de niet toegewijde ontmoeten.” Volume 3, pages 270, 271.{SR1: 241.3}

            Terug gaand naar Micha 6: 1: “Hoort nu wat de HERE zegt.” Merk op dat het werkwoord “hoort” in de tegenwoordige tijd is, en daarom tegenwoordige waarheid. Maar wat moeten we horen? “Maak u op, twist met de bergen, en laat de heuvelen uw stem horen.” “De bergen,” betekenen hetzelfde als in Micha 4:1, eerste gedeelte. Het enige verschil tussen de twee is dat de laatste in enkelvoud is en de eerste meervoud. De “berg,” in hoofdstuk 4, betekend Gods kerk (kerkgenootschap) zoals uitgelegd op bladzijde 173, maar de “bergen en heuvelen,” zoals in hoofdstuk 4:1 (laatste gedeelte) en 6:1, die in meervoud zijn zouden kerken en organisaties betekenen. In dit geval kan het niet verwijzen naar Gods kerk, want Hij erkend maar een kerk als de Zijne. Zo ook de “bergen,” in het meervoud, betekenen sekten of kleinere bewegingen, etc. {SR1: 242.1}

            “Laat ze Uw stem horen.” De gedachte die hiervan afgeleid kan worden is dit: Onze leidinggevende mannen nemen of te veel tijd of misschien zijn ze niet van plan ooit iets te doen met het nieuwe licht dat aan hun gepresenteerd is in “De Herder’s Staf,” daarom wacht niet langer, : “Maak u nu op, twist met de bergen  en laat de heuvelen uw stem horen”(maak het bekend). Omdat dit zo is waren we genoodzaakt het boek zonder uitstel te publiceren en uit te geven. {SR1: 242.2}

            Maar wat moeten de bergen horen? Waar wil Hij over twisten? Het antwoord wordt gegeven in het tweede vers. “Hoort gij bergen! Den twist des HEREN, mitsgaders gij sterke fondamenten der aarde! Want de HERE heeft een twist met Zijn volk, en Hij  zal Zich met Israël in recht begeven.” Merk op dat ze moeten horen dat de HEER een twist heeft met Zijn volk, en Hij zal Zich met Israël  ( de 144.000 het ware Israël ) in recht begeven. Mar wat moeten ze horen? Wat zijn de middelen om de stem in de bergen en de heuvelen te brengen? Het antwoord wordt gevonden in het negende vers.{SR1: 242.3}

            “De stem des HEREN, roept tot de stad want Uw Naam ziet het wezen: Hoort de roede en wie ze besteld heeft” Michah 6:9. Merk op dat het de stem van de Heer is. De stem roept in de

242

“stad.” ( De stad of Jeruzalem, zijn symbolen voor Gods kerk net als “berg,” het verschil tussen de symbolen is dat “berg,” de hele kerkgenootschap betekend, maar “stad,” betekend het leidinggevende deel van het lichaam). Op welke wijze roept de stem des HEREN tot de stad (kerk)? Het laatste deel van het vers beantwoordt de vraag: “Hoort de roede.” Om een roede te horen, moet het, het soort zijn dat spreekt.{SR1: 242.4}

            De enige roede die ooit aan Gods volk gevraagd is om naar te luisteren is dit, “de Herder’s Staf.” In de tijd dat we de naam aan dit boek gaven, wisten we niest van de profetie van het boek van Micha af, nog minder wisten we dat dit hoofdstuk daar was. Wat we bedoelen te zeggen is dat het niet door enige kennis van die bepaalde Schriftgedeelte kwam dat we ons gedrongen voelde om het boek die titel te geven, maar we ervaren dat het gedaan werd door de zelfde goddelijke voorzienigheid die de gehele waarheid tot stand bracht, om het Schrift te vervullen. Zie ook uitleg op blz. 95 onder het kopje “De Herder’s Staf.”{SR1: 243.1}

             Merk wederom op “want heilzaam is het uw Naam te vrezen.” De wijsheid hier genoemd is niet dat wat de wereld kan geven, maar de hemelse wijsheid. Douay’s versie leest als volgt: “En verlossing [wijsheid] zal voor hen zijn die Uw naam vrezen [zien]: hoor  O gij stammen.” Dezelfde gedachte wordt overgebracht in het zevende hoofdstuk, vers 14. “ Gij dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde uwer erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land, laat ze weiden, in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.” “Weidt uw volk met de staf”: het werkwoord “weidt” moet begrepen worden als geestelijk voedsel, en dat voedsel (waarheid) wordt gevonden in de “Staf”, daarom hebben we weer de opdracht het boek uit te geven (“Weidt gij [Gods] volk). Carmel, Bashan en Gilead worden gebruikt als symbolen van een goed geestelijke weiland. Deze zijn plaatsen waar Israël hun overwinningen had. De berg Carmel is waar Elia zijn ervaring had met het afvallige Israël  in de dagen van Achab. Het was in Carmel waar hij (Elia) het vuur van de hemel bracht, wat het offer op het altaar verteerde, waarna hij de profeten van Baal slachtte.{SR1: 243.2}

We citeren vers 15: Ik zal haar wonderen doen zien, als in de dagen toen

243

gij uit Egypteland uittoogt.” Merk op dat ook Micha, net als Jesaja, verkondigt dat Gods volk, (geestelijk Israël ) een ervaring zal hebben gelijk aan dat van de Exodus beweging, zoals uitgelegd in Deel 4. Merk weer op dat er een uitvoering is van de Exodus beweging, God zei aan Mozes: “Neem dan dezen staf in uw hand, waarmede gij die tekenen doen zult….en Mozes nam den staf Gods in zijn hand.” Ex. 4:17, 20. Het was door de kracht in de “staf Gods” dat Israël uit Egypte kwam. Daar deze advent beweging een kopie is van de ene in Egypte, en van de Exodus beweging, hebben we weer “de staf Gods.”{SR1: 243.3}

            Het is fantastisch om de inspiratie in de Schriften op te merken. Ze zijn volmaakt wanneer de hun aangewezen tijd is aangebroken. Slechts in zo een geval zijn de Schriften grammaticaal juist. We kunnen niet het gehele hoofdstuk op dit moment in beslag nemen, maar met de reeds verstrekte informatie kan men de betekenis van ieder vers met een beetje leergierige moeite van uw kant bemerken. Lees het zesde en zevende hoofdstuk en merk op dat verleden, heden en toekomende tijd in volmaakte grammaticale orde zijn, wanneer de gebeurtenissen op de juiste wijze begrepen worden. Dezelfde regel is te observeren in Micha hoofdstuk vier zoals uitgelegd op bladzijde 173-81. Dit is een van de regels om tegenwoordige waarheid op te sporen. Het zou voor ons onmogelijk zijn om in dit deel al het licht dat tot ons gekomen is te publiceren door deze studies, maar we hopen ze spoedig in een ander deel te hebben.{SR1: 244.1}

244

De Plicht — Wie Ontvangt De Waarheid

Het is duidelijk, dat de boodschap gepresenteerd in deze publicatie, niet een boodschap is om een nieuwe beweging te scheppen, maar een boodschap voor een verandering in ware godsvrucht. Gods volk terug roepen naar Zijn voorschriften, geboden en statuten door strikte gehoorzaamheid aan Zijn Woord om ons voor te bereiden om onze God te ontmoeten en te ontsnappen aan de ondergang.{SR1: 245.1}

            In de dagen van oud Israël , week Gods volk enkele keren af van Zijn Goddelijk plan, hetgeen het  voor Hem noodzakelijk maakte, om waarschuwingsboodschappen door Zijn dienstknechten, de profeten te zenden. Op deze plechtige waarschuwingen werd nauwelijks acht geslagen door de oude natie. Desalniettemin, voerden trouwe dienstknechten van God hun plicht met grote zorg uit. Hoewel hun leven op het spel stond, hun boodschap van liefde niet gewaardeerd, werden ze wreed misbruikt door het eens uitverkoren volk. Die trouwe dienstknechten van God waagden het niet om een eigen beweging te beginnen. Hun plicht was om de boodschap te bezorgen, en de resultaten met Hem te laten Die in staat is om de situatie af te handelen. Zo zal het nu zijn.“Er zal een reeks gebeurtenissen zijn, die openbaren dat God, meester is over de situatie.” Volume 9, page 96.{SR1: 245.2}

            Zij die deze boodschap ontvangen moeten opstaan uit hun geestelijke zwakheid naar ware goddelijke berouw. Ze moeten stil opstaan, maar openlijk, om de waarheid te presenteren aan hun broeders en zusters in de kerk, ijverig en ernstig in de vreze des Here, aan niets twijfelend, de resultaten in Gods handen laten.{SR1: 245.3}

       “Als ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! En gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen, die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. Maar als gij de goddeloze van zijn weg afmaant, dat hij zich van die bekeert, en hij zich van zijn weg niet bekeert, zo zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel bevrijd. Daarom mensenzoon! Zeg tot het huis Israëls: Gijlieden spreekt aldus zeggende: Terwijl onze overtredingen en onze zonden op ons zijn, en wij in dezelve versmachten, hoe zouden wij dan leven?” Ezech. 33:8-10. {SR1: 245.4}

245

           De Geest der Profetie, sprekend met het oog op de gebeurtenissen die zijn voorzegd in deze publicatie, zegt: “Zij die in het licht wandelen, zullen tekenen van het naderende gevaar zien; maar ze moeten niet zitten in een rustige onbezorgde verwachting op de ondergang, zichzelf troostend met het vertrouwen dat God Zijn volk zal behoeden in de dag van zijn bezoeking. Verre daarvan. Ze moeten beseffen dat het hun plicht is om ijverig te werken om anderen te redden, met een sterk geloof naar God opziend voor hulp.” Volume 5, page 209. {SR1: 246.1}

            “Roep luidkeels, houdt niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding en het huis Jakobs hun zonden.” Jes. 58:1.{SR1: 246.2}

Bezwaren Die Kunnen Opkomen

Aangezien allen die een boodschap van waarheid hadden, in voorgaande eeuwen vervolging moesten ondergaan, moet het nu ook verwacht worden. De vijand van alle gerechtigheid is Gods waarheid op iedere stap van de weg tegen gegaan, door het menselijke instrument in de vorm van godsdienst. De dood van Abel door de wrede handen van zijn broer Kain, was een teken voor alle volgelingen van de waarheid, dat er vervolging tegen hen zou verrijzen door hun eigen broeders in de kerk. Zo is het tot aan onze eigen dagen geweest.{SR1: 246.3}

De listige vijand is te wijs om waarheden en leerstellingen tegen te gaan, die reeds als waarheid zijn aanvaard, maar hij zal mannen ertoe leiden om de principes, waarop deze waarheid is vastgesteld te veronachtzamen, en stap voor stap het tekort aanvullen met menselijke wijsheid, zodoende de kerk in geestelijke duisternis leidend. Predikanten in deze staat van geestelijke toestand kunnen de belangrijkheid van strikte gehoorzaamheid aan Gods Woord niet onderscheiden. Hun gemeente wordt het gevoel gegeven dat hun Christelijke ervaring uitstekend is, en het volk wordt geleid te vertrouwen in menselijke wijsheid (hun beslissingen accepteren), in plaats van zelf naar waarheid te zoeken, met geloof in God. “Zo zegt de HERE; Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van de HERE afwijkt.” Jer. 17:5.{SR1: 246.4}

Aan bijna iedereen die de wens heeft om zich bij de kerk te voegen wordt het lidmaatschap verleend, met maar heel weinig onderzoek naar hun geloof, en acceptatie van de gehele waarheid. Zo, sluipen de niet toegewijde harten in de kerk

246

en leiden anderen door hun invloeden in de zonde. Deze voortdurende praktijk laat het getal van de ontrouwen snel toenemen, terwijl de toegewijde volgelingen van Christus steeds minder en minder worden. Wanneer licht of waarheid komt, en een oproep tot hervorming, verrijzen de leiders, verblind door geestelijke duisternis, tegen de hemelse oproep. Verkondigend dat ze alle waarheid hebben, en niets anders nodig hebben, hoewel ze diep in hun hart weten dat het Gods waarheid is, veroordelen ze de boodschap en de boodschapper zoals Israël van ouds, omdat het hun goddeloze daden terecht wijst. De onbekeerden van hart, kan het onderzoeken voor zichzelf niet schelen, maar ze accepteren de beslissingen van de leiders. Het resultaat is dat de weinige getrouwen,  door de meerderheid van stemmen, worden uitgeworpen, terwijl de oude duivel in overwinning triomfeert.  Dit is speciaal waar in onze tijd, beginnend met de Lutheraanse kerk, en de lijn op. William Miller en Mejuffrouw Harmon werden op gelijke wijze behandeld. God stond deze voortdurende praktijk van Gods volk beroven van hun kerkeigendommen toe, en hun ertoe dwingen een nieuwe beweging te starten, maar Hij zal het nu niet toelaten.{SR1: 246.5}

Sprekend over de tegenstand die Luther gedwongen werd te ontmoeten, zegt de Geest der Profetie: “In de kracht van de Heilige Geest, schreeuwde hij het uit tegen de bestaande zonden van de leiders van de kerk; en als hij de storm van tegenstand van de priesters het hoofd bood, nam zijn moed niet af,; want hij rekende onwankelbaar op de sterke arm van God, en vertrouwde overtuigd in Hem voor de overwinning.” Early Writings, page 223. “Als te tegenstand naar fellere hoogten verrees, waren de dienstknechten van God wederom verbluft; want het leek erop alsof zij de crisis tot stand gebracht hadden. Maar het geweten en het Woord van God verzekerde hen dat hun koers juist is; en hoewel de beproevingen voortduurden, worden ze versterkt om ze te dragen.” Grote Strijd blz. … [Great Controversy, page 610]. Jezus zei: “Zalig zijt gij als de mensen u smaden en  vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.” Matt. 5 :11, 12. Merk op dat de profeten werden vervolgd en niet de priesters.{SR1: 247.1}

Wanneer de waarheid in heldere lijnen wordt verteld, zal het zonde openbaren en

247

het schuldige geweten van de zondaar veroordelen.  Hoewel de boodschapper, die blootgesteld is aan vervolging en bespotting, zelf zijn leven in gevaar brengt, de waarheid met liefde om te redden verkondigt, zal de zondaar vaak tegen de vriend van zijn ziel opstaan. De profeet zegt: “Maar als gij de  goddeloze van zijn weg afmaant, dat hij zich van die bekeert, en hij zich van zijn weg niet bekeert, zo zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel bevrijd.” Ezech. 33:9.{SR1: 247.2}

De volgende beschuldigingen mogen opkomen en worden verwacht zich voor te doen. Sommigen kunnen zeggen: U spreekt kwaad, zoekt naar fouten, en brengt beschuldigingen. Maar het feit is dat hij die een boodschap van de hemel naar een schuldige zondaar brengt, niet met een van de bovengenoemde beschuldigingen, aangevallen mag worden. De verantwoordelijkheid is niet van hem die de boodschap draagt, maar van God, die de boodschap stuurt. Hij die kwaad spreekt tegen de boodschapper , spreekt kwaad tegen God tot zijn eigen beschadiging.{SR1: 248.1}

            Sommigen zullen zeggen: Je bent niet ingezegend als predikant, en het is jou zaak niet, maar Hij die een boodschap heeft hoeft niet ingezegend te worden door mensen handen om een boodschap te brengen, even min als Amos dat was. Hij die de boodschap stuurt is groter dan hij die ingezegend is door mensen handen. Amos was slechts een herder, maar toen God hem riep, en hem overlaadde met een boodschap te bezorgen aan koningen en priesters van het oude Israël, wees hij het niet af, maar gehoorzaamde de stem van God en bezorgde de boodschap. (Amos 1: 1). Is God gebonden door de touwen van mensen?  Jeremia was slechts een kind toen God hem riep. Hoewel hij van zichzelf dacht dat hij niet in staat was de verantwoordelijkheid te dragen, zei de HEER: “Zeg niet ik ben jong; want overal waarheen Ik u zenden zal, zult gij gaan, en alles wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken.” Jer. 1:7.{SR1: 248.2}

            Mensen die denken dat hun functie hun in de plaats zet van Mozes en Aaron, begaan een grote fout. Zulke mensen kunnen geen van beide zijn. Niemand kan de plaats van Mozes innemen, want hij is nog dood nog stom. De Bijbel is Mozes. Jezus zegt: “Laat ze horen naar Mozes en de profeten.” Aaron is een type van Christus, daarom werpt hij die denkt dat hij in de plaats van deze twee grote leiders is, de macht van de Bijbel,aan een kant  en Christus de Priester. Hij die zo

248

een macht zou opeisen, plaatst zichzelf in de positie van Korach. Zie Numeri 16; en 26: 10. En het einde daarvan zal een bitter einde zijn. {SR1: 248.3}

            Geliefde broeders en zusters: — We smeken u in de naam van Christus onze Verlosser, om net zo trouw aan God te zijn, als Zijn grote mannen in de voorgaande eeuwen. We vragen uw aandacht voor Daniel, Shadrach, Meshach en Abednego. Denk aan hoe standvastig deze mannen stonden voor ware godsdienstige principes om God te behagen. Ze riskeerden hun leven, maar weigerden te buigen voor afgoderij. Zoals God ze beloonde voor hun geloof, zo zal Hij u ook belonen met een leven dat afgemeten is aan het leven van God. Weiger te struikelen over de struikelblokken van anderen. We verwijzen u naar de ervaring van naamchristenen in de vroege advent beweging, zoals vastgelegd in de geschriften van de Geest der Profetie. We citeren uit Grote strijd, blz. … [Great Controversy, page 380]: {SR1: 249.1}

“Maar de kerken hebben over het algemeen de waarschuwing verworpen. Hun predikanten zouden als wachters, ‘over het huis Israëls, de eersten moeten zijn geweest, om de tekenen van Christus’ wederkomst te onderscheiden, maar ze hadden de waarheid noch door het getuigenis der profeten, noch door de tekenen des tijds leren kennen. Naarmate wereldse verwachtingen en ambities hun harten hadden vervuld, waren de liefde voor God en het geloof in zijn Woord verkoeld. Toen de Advent boodschap werd verkondigd, wekte dat slechts hun vooroordeel en ongeloof op. Het feit dat de boodschap grotendeels door leken werd verkondig, werd als een argument ertegen beschouwd. Zoals vroeger werd ondanks het duidelijke getuigenis van Gods Woord de vraag gesteld: “Heeft soms één van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën?” Toen ze inzagen hoe moeilijk het was om de argumenten die op de profetische tijdrekening waren gebaseerd te weerleggen, werkten velen het onderzoek van de profetieën tegen en beweerden ze dat de profetische boeken verzegeld waren en niet konden worden begrepen. Zeer veel mensen stelden een blind vertrouwen in hun predikanten en weigerden naar de waarschuwingen te luisteren. Anderen waren wel van de waarheid overtuigd, maar durfden er niet openlijk voor uit te komen uit vrees dat ze “uit de synagoge zouden worden gebannen.” De boodschap die God had gezonden om zijn gemeente te louteren en te reinigen, bewees heel duidelijk dat er velen waren die hun hart aan deze wereld hadden verpand in plaat van het aan Christus te geven. De banden waarmee

249

ze aan de aarde waren gebonden, waren sterker dan de aantrekkingskracht van boven. Zij gaven er de voorkeur aan te luisteren naar de stem van de wereldse wijsheid en keerden zich af van de boodschap der waarheid, die het hart doorzoekt.”{SR1: 249.2}

            Jezus zei: “denk aan de vrouw van Lot.” Red uw leven, want de elementen gebruikt in Sodom zullen gebruikt worden in deze wrede wereld in de huidige tijd. Vergelijk deze boodschap met de Bijbel en de Getuigenissen. Stem niet in met de beslissingen van anderen, maar studeer zelf. “Wanneer een boodschap van God wordt gepresenteerd, moeten ze niet in opstaan ertegen, ze moeten naar de Bijbel gaan, het vergelijken met de wet en de getuigenissen, en als het de test niet doorstaat, is het niet waar.” Testimonies to Ministers, page 119. {SR1: 250.1}

            Niemand moet vrezen of achter blijven om deze boodschap vlak van af het kansel der Zevende-dag Adventisten te verkondigen, want het is zuivere Zevende-dag Adventisten leerstelling, die Gods volk terug roept naar de principes waarop deze grote kerkgenootschap was vastgesteld. Sommigen zullen tegenspreken en proberen het te stoppen, terwijl ze de Schriften niet op een andere manier kunnen uitleggen. Maar hij die de last op zich neemt om de boodschap te dragen, moet volhouden en trouw zijn om zijn studies te leiden.{SR1: 250.2}

            In de dagen van Christus stonden zijn discipelen standvastig op hun recht en verkondigden de opgestane Verlosser in de tempel. De geestelijkenblinde leiders wierpen hen eruit, maar ze gingen terug, keer op keer werd dit herhaald, totdat de onvrome Farizeeën hun in de gevangenis gooiden. Door een wonder werden ze vrijgelaten en meteen keerden ze terug naar de tempel, en wederom predikten ze de veronderstelde vreemde leerstelling ongeacht de tegenstand. Zulk een vastberadenheid als deze om hun broeders en zusters te redden van de aanstaande onheil wordt door de vijanden van Christus “rebellie” genoemd, zelf gebruik makend van Schriftgedeelten om hun beschuldiging waar te noemen. Maar het feit is juist dat hij die vasthoudend is om zijn plicht voor God te doen, ten goede van zijn broeders en zusters, in niet de schuldige. Hij die de boodschap van de hemel verwerpt, is een rebel in de ogen van de grote God. De functie of positie van zo iemand stelt hem niet vrij nog minder dan dat het de trotse Farizeeën vrijstelde onder het Rabbijnse dekmantel. Hoewel iemand zou willen verwijzen naar zijn eigen functie of autoriteit, zal het hem niet vrijstellen, en nog minder zal het de boodschapper van God veroordelen. Vele

250

andere verontschuldigingen en beschuldigingen zullen gepresenteerd worden, maar hij die de dienst doet van de Meest Heilige, hoeft op geen enkelen wijze afgeleid te worden, maar moet voorwaarts gaan in zijn plicht met geloof in God om zijn broeders en zusters te redden van de aankomende ondergang. De Geest der Profetie zegt, met het oog op deze boodschap: “Zou er een geval als van Achan onder ons zijn, dan zouden er velen zijn die hen,  die de rol van Jozua in het uitzoeken van het verkeerde zou spelen, zouden veroordelen van het hebben van een wrede, fouten zoekende geest.” Volume 3, page 270. {SR1: 250.3}

            Voor het geval, iemands naam uit de kerk boeken zou worden gehaald voor het brengen van de boodschap, wees op geen enkele wijze ontmoedigd, maar ga voorwaarts alsof er niets is gebeurd. Betaal uw oprechte tiende en offerande aan uw kerk en voel u alsof “Het uw Vaders huis IS. Vervolg uw werk om te hervormen met zoveel mogelijk als u kunt interesseren. Uw lidmaatschap in de kerkboeken is slechts een kerkverslag en het enige verlies of schade die u kunt lijden van het ontbreken van uw naam in zo een verslag is dat hij niet kan dienen als een functionaris, of dat hij iets te zeggen heeft in de zaken van de kerk. Zij die uitkijken naar het spoedig terug keren van Christus hebben niet de wens om te dienen in functie, als hun dienst niet gewenst is door de kerk. Zij die zichzelf opdringen om zo een positie te verwerven, tonen aan dat hun motieven verkeerd zijn, en dat hun hart niet recht is met God. Uw naam behouden in de kerkboeken ten koste van principes zal u niet naar de hemel brengen, nog minder dan dat het ontbreken in zo een verslag u uit de Heilige Stad zal weren. {SR1: 251.1}

            “Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van hem, die goede berichten brengt, die vrede publiceert; die goede berichten brengt van het goede, die verlossing publiceert; die tot Sion zegt: Uw God regeert!” Jes. 52:7 {KJV}. {SR1: 251.2}

            “Velen worden verleid met betrekking tot ons werk, en trekken het in twijfel. Sommigen in hun verleide toestand, vallen de problemen en beproevingen van het volk van God aan, door de getuigenissen van terechtwijzing die wij ze gegeven hebben. Ze denken dat de onrust komt door diegene die de waarschuwingsboodschap dragen; die de zonden van het volk aanwijzen en hun fouten corrigeren. Velen worden misleid door de vijand van

251

zielen (…). Ze denken dat het volk van God geen behoefte heeft aan duidelijk handelen en aan terechtwijzing, maar dat God met hen is (…). Wat een indruk  zullen deze maken van de boodschap van de Ware Getuige aan de Laodicenzen? Er kan geen misleiding hier zijn. Deze boodschap moet gedragen worden naar een lauwe kerk door Gods dienstknechten. Het moet Zijn volk opwekken van uit hun zekerheid en gevaarlijke misleiding met betrekking tot hun ware aanzien voor God. Als dit getuigenis ontvangen wordt, zal het tot handelen opwekken en leiden tot zelfvernedering en belijden van zonden (…). {SR1: 251.3}

            “Het volk van God moet hun verkeerdheden zien, en opstaan tot ijverige bekering, en het wegdoen van die zonden die hun in zo een betreurenswaardige toestand van armoede, blindheid, ellende, en angstaanjagende misleiding hebben gebracht. Mij werd getoond dat de aangewezen getuigenis moet leven in de kerk. Alleen dit zal beantwoorden aan de boodschap aan de Laodicenzen. Verkeerdheden moeten terecht gewezen worden, zonde moet zonde genoemd worden, en ongerechtigheid moet direct en beslist tegemoet getreden worden, en weggedaan worden van ons als een volk.” Volume 3, pages 258-260.{SR1: 252.1}

“Staat op, en schijnt voort;

Want uw Licht is gekomen,

En de heerlijkheid des HEREN

Is over u opgegaan.”

Jes. 60:1 {KJV}.

————————

Een Moeders Smeekbede

Door Mevr. E Hermanson.

            “Maar zo die kwade dienstknecht in zijn hart zou zeggen: Mijn heer vertoeft te komen; En zou beginnen zijn mededienstknechten te slaan, en te eten en te drinken met de dronkaards; Zo zal de heer van deze dienstknecht komen op een dag dat hij hem niet verwacht, op een uur, dat hij niet weet; En zal hem afscheiden, en zijn deel zetten met de huichelaars; daar zal geween zijn en knarsing der tanden.” Matt. 24:48-51.{SR1: 252.2}

            Als Adventisten, worden we geleerd door de bovengenoemde tekst dat het niet alleen verwijst naar dronken zijn door wijn, maar ook naar feesten. We kunnen ook dronken gemaakt worden door de zorgen van dit leven. Zie Lukas 21:34. Deze laatstgenoemde tekst verteld ons dat we moeten opletten voordat in zekere tijd

252

ons hart overbelast is van verzadiging, en we daardoor de “kwade dienstknecht worden, die in zijn hart zegt: Mijn heer vertoeft te komen.”{SR1: 252.3}

            Als lid van de Zevende-dag Adventisten kerkgenootschap, en moeder van drie kinderen, is het mijn vastberadenheid geweest om deze kinderen die God mij gegeven heeft op te voeden op een zodanige wijze dat ze trouw aan God en Zijn waarheid konden zijn. Het is een grote beproeving om ze te weerhouden van deel te nemen aan de zogenaamde pleziertjes van de wereld en daarmee van de geest van de wereld, zodat ze niet misleid kunnen worden in hun begrip van wat God van ons verwacht als Zijn trouwe kinderen. De opdracht is geen makkelijke, en de verantwoordelijkheid nog minder. Het wordt op geen enkele wijze verminderd door deel te hebben met zij die in de wereld zijn. {SR1: 253.1}

            Met het oog op de waarschuwing aan ons gegeven in de Schriften, lijkt het daarom niet verenigbaar dat zulke programma’s als de volgende gesponsord worden door de faculteit, als we onze kinderen en jonge mensen, willen interesseren in de duidelijke aangewezen leerstellingen van onze Verlosser. Jonge geesten bevatten van nature, de ernstige kant van het leven niet, en met de verscheidene data en gebeurtenissen, die altijd op deze wijze voor hen gehouden worden, maakt het, het moeilijk voor hen om geïnteresseerd te zijn in het streven “om in de enge poort in te gaan.” Lukas 13:24; Matt. 7:13.{SR1: 253.2}

            Het volgende zijn sommige van de gebeurtenissen gekopieerd uit: “Wekelijkse Bulletin,” onder de data van 14 Nov. en 21 Nov., 1930, en uitgegeven door een van onze leidinggevende instituten in Los Angeles.

Nieuws uit de Vereniging

            De Inter-schoolse Faculteit-Alumni Zwemmers Ontmoeten elkaar: (…). Het grote trekpleister van de avond was de duik voorstelling door Georgia Coleman, nationaal kampioen duiken voor vrouwen (…). {SR1: 253.3}

            November Super Club: Dit beloofd weer een andere verwenning te worden. Een trio en lezer van de Meisjes Glee Club van U.S.C. zal een groot trekpleister zin. Bill Hunter, Directeur van de Atleten van U.S.C zal een korte gesprek voeren over sportiviteit. Haal uw kaarten op tijd. {SR1: 253.4}

Aanstaande Gebeurtenissen

            24 nov. : Super Club.

            25 nov. : Junioren vs. Werknemers Baseball wedstrijd.

253

            28 nov. : Wedstrijd Speel Golf Toernooi te Montebello Park.

              2 dec. : Faculteit vs. Werknemers Baseball wedstrijd

            9 dec.: Faculteit vs. Junioren Baseball Spel, 7.00.

                       Werknemers 1e team vs. Werknemers 2e team, 5.00.

            16 dec.: Senioren vs. Junioren Baseball wedstrijd.

            21-26 dec.: Holiday Cabin Feest, Big Bear Lake.

            Gezondheidslezing, Y.M.C.A. ……… vrijdag, 8.00 PM.

            Faculteits-Inter-Schoolse Wedstrijd Golf spel toernooi: vrijdagmorgen, 28 november…..

            Het resultaat van de faculteitssenioren baseball van afgelopen dinsdag had een score van 3-13. Dit vertegenwoordigt echter niet op juiste wijze de spanning van de strijd zoals vergeleken met voorgaande verbondenheden.

Nog een paar wedstrijden en de faculteit zal haar eigen houden, gesteld echter , H—, S— en W— niet teveel homeruns slaan. H— heeft de hoogste score tot zover,….{SR1: 254.1}

            De Geest der Profetie, die commentaar geeft op baseball, etc., zegt: “Ik werd verteld door mijn Gids: ‘Ziet, en aanschouw, de afgoderij in het midden van mijn volk, tot wie Ik heb gesproken, vroeg opstaand en hun, hun gevaren presenterend. Ik keek ernaar uit dat ze vruchten zouden dragen.’ Er waren anderen die streefden naar heerschappij, elk van hen trachtte de andere te overtreffen in het behendig voortbewegen van hun fietsen. Er was een geest van wedijver en rivaliteit onder hen, wie het geweldigste zou zijn. De geest was gelijk aan dat wat in de baseball wedstrijden op de college gronden gemanifesteerd werd. Mijn Gids zei: ‘deze dingen zijn een strafbaar feit voor God. Zowel dichtbij en veraf, vergaan zielen voor het brood des levens en het water van verlossing’.” Volume 8, page 52.{SR1: 254.2}

            Waarom worden de jeugdigen op vrijdagavond naar de Y.M.C.A. gebracht om hun een gezondheidslezing te geven? Kan het niet in onze eigen gebouwen gegeven worden? Waarom dit toernooi van de Golf club op vrijdag morgen? Worden we niet door de Schriften verteld dat vrijdag de voorbereiding dag voor de sabbat is in plaats van een dag van plezier? Als men de juiste voorbereidingen maakt, als regel, dan is er niet veel tijd te verliezen.{SR1: 254.3}

            Er mag geen bezwaar zijn m.b.t. zwemmen, maar wat voor invloed zullen de vaardigheid van de kampioen en het atletische directeurs praatje over “sportiviteit,”

254

hebben op de jeugd? Zal het een groter verlangen hebben om Christus te dienen? {SR1: 254.4}

            Hoe kunnen wij als moeder onze kinderen van de wereld weghouden als de faculteit hen meeneemt naar deze wereldse instituten, waar ze hen kennis laten maken met alleelementen? Volgen we de principes waarop deze kerkgenootschap gefundeerd was? “Want gij zijt de tempel van de levende God; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn. Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de HERE.” 2 Cor. 6:16, 17.{SR1: 255.1}

            Met het oog deze voort haastende stortvloed van afgoderij geleid door misleide geestelijke gidsen, heeft naar mijn schatting het luipaardachtige beest van Openb. 13:1-3, de meest treffende vervulling van symbolische profetie bereikt — “de gehele wereld verwonderde zich achter het beest.” Over het algemeen is de wereld altijd al achter het beest geweest. Om deze reden heeft de wereld behoefte aan het evangelie, maar wanneer God stelt dat “de GEHELE wereld verwonderde zich achter het beest”, dan moet het zijn dat diegene aan wie God groot licht heeft gegeven, aan deze geest van de wereld hebben deelgenomen, op deze wijze de profetie vervullend. {SR1: 255.2}

            Onze plicht in gedachten houdend, naar de wereld en de derde engel boodschap die is werkelijk de last op mijn hart voor de kinderen en jonge mensen een hele zware. Ik doe een beroep op iedere trouwe Zevende-dag Adventist op te staan in gebed en vasten tegen deze zogenaamde pleziertjes van de eeuw, om onze kinderen te redden, terwijl de duivel zelf juist de uitverkorenen tracht te misleiden.{SR1: 255.3}

255

— 000 —

“Aldus is het te zien, dat wanneer de tijd komt dat de kerk de toestand beschreven door de Heer (Ezech. 3-9) heeft bereikt, het mysterie van de visioen geopenbaard is en de boodschap naar de kerk is gebracht. En dat de kerk reeds deze tijd en toestand heeft bereikt is afdoend bewijs door het driedelige feit dat het eerste deel van dit “ meest verbijsterende openbaring”(hierin uiteengezet) in december 1930 gepubliceerd was in een boek van 255 pagina’s, getiteld; The Herder’s Staf, Deel 1; dat het tweede deel gepubliceerd werd in de maand september 1932, in een boek van 304 pagina’s getiteld: De Herder’s Staf , deel 2; en dat het derde deel—de serie traktaten (waar dit het eerste van is) die vanaf 1933 dateert in totaal zo een 898 pagina’s – waar uit deel drie bestaat.” Traktaat nr. 1, blz. 37.

DEEL DRIE

Zakboek formaat TRAKTATEN van nummer een tot vijftien, en veelsoortige TRAKTATEN.

TIJDIGE GROETEN, Deel een, nummers een tot tweeënvijftig.

TIJDIGE GROETEN, Deel twee, nummers een tot zesenveertig.

(Deze herdruk is een kopie van de originele afdruk, die voor het eerst in het jaar 1930 was gedrukt.)

Herder’s Staf boek, Deel 1 blz.256

*****


SR2-1200x675.jpg

___________________________________________________________________

___________________________________________________________________

DE HERDER’S STAF

DEEL 2

Door V. T. HOUTEFF.

“Daarom is iedere Schriftgeleerde, die een

discipel geworden is van het Koninkrijk

der hemelen, gelijk aan een heer des hui-

zes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude

dingen te voorschijn brengt.”

Matt. 13:52.

_____________________________________________________________________

_____________________________________________________________________

Kopierecht , 1932

Door V.T. HOUTEFF

ILLUSTRATIES

DRIE DAGEN EN DRIE NACHTEN IN HET HART DER AAR­DE 22
HET BEELD VAN DANIEL 2 29
DE VIER BEESTEN VAN DANIEL 7 31
DE LEEUW VAN DANIEL 7 35
DE BEER VAN DANIEL 7 37
DE LUIPAARD VAN DANIEL 7 39
VLEUGELS VAN DE LEEUW UITGERUKT, MENSEN AAN HEM GEGEVEN  

44

DE GEITENBOK EN DE RAM VAN DANIEL 7 51
HET MOEILIJK-TE-BESCHRIJVEN BEEST IN ZIJN EERSTE FASE. DANIEL 7  

57

HET MOEILIJK-TE-BESCHRIJVEN BEEST IN ZIJN TWEEDE FASE DANIEL 7:8  

59

DE VROUW EN DE DRAAK VAN OPENBARING 12 64
DE VROUW MET DE ADELAARS VLEUGELS VAN OPENBARING 12 74
DE BEESTEN VAN DANIEL EN DE OPENBARING 84
DE WERELDGESCHIEDENIS IN SYMBOLEN VAN EEN RAM EN EEN GEITENBOK  

128

DE VERNIETIGING VAN HET BEEST, DE OOGST EN DE PLAGEN 150
DE ZEVEN ZEGELS EN HET OORDEEL 204
DE GESCHIEDENIS VAN HET EVANGELIE, OPROEP VAN HET ELFDE UUR, MATTHEUS 20. GESCHIEDENIS VAN HET EVANGELIE  

224

DE ZONDVLOED – TYPE EN ANTI-TYPE 250
DE TWEE TEMPELS IN TYPE EN ANTI-TYPE 270
DE MACHTIGE RIVIER VAN EZECHIEL 294

INHOUDSOPGAVE.

Introductie 9
OP WELKE MANIER WERDEN DE SCHRIFTEN GEGE­VEN? 12
Wat Is Zondigen Tegen de Heilige Geest? 13
VOORSTELLING VAN CHRISTUS, ONZE VERLOSSER

De Drie Dagen en Drie Nachten in het Hart der Aarde

 

17

Voorbereiding Van het Pa­scha 20
Tijdtabel Vanaf het Pascha Tot Aan de Verrijze­nis 23
DE PROFETIEEN VAN DANIEL EN DE OPENBARING VAN JOHANNES BEVATTEN DE WERELDGESCHIEDENIS  

27

De Symbolen van de Vleugels en de Ribben 33
“Sta Op, Verslind Veel Vlees” 42
De Vleugels Van de Leeuw Uitgerukt 42
Een Mensenhart Aan Hem Gegeven 45
DE BEER EN DE LUIPAARD 50
De Ram en de Geitenbok 53
Het Koninkrijk Van Koper Heerst Over de Wereld 53
HET MOEILIJK-TE-BESCHRIJVEN BEEST. DAN. 7 56
Poging Om een Kerkelijke Regering te Vormen 56
DE RODE DRAAK. Openb. 12:3 65
Oorlog In de Hemel 66
Tijd Van Uitwerping 66
De Horens en de Koppen Van de Draak 68
De Kronen Van de Draak 69
De Aanklager Van de Broeders 69
DE KERK VAN GOD ALS SYMBOOL VAN EEN VROUW. Openb. 12 71
DE KROON VAN TWAALF STERREN IN DE

NIEUWTESTAMENTISCHE PERIODE

76
HET LUIPAARDACHTIG BEEST. Openb. 13:1-10 85
De Kronen en de Horens 87
Horens en Koppen, Allen Aanwezig 88
Het Symbool van de Koppen 88
Een Kop Dodelijk Gewond 96
Zijn Dodelijke Wonde Was Genezen 97
De Gehele Wereld Verwonderde Zich Achter het Beest 98
De Naam van Godslastering 98
Scheiding Tussen het Onkruid en de Tarwe 101
Vertrouwen in de Mens Is Satans Zekere Valstri 103
Een Beknopt Overzicht van het Luipaardachtig Beest 106
HET Tweehoornig BEEST. Openb. 13:11-18 108
HET SCHARLAKENROOD BEEST VAN Openb. 17 111
DE VROUW RIJDEND OP DE “BEESTEN”, “KOPPEN” EN “WATEREN”. Openb. 17 121
Wie is de Vrouw, Rijdend op het Beest? 121
Hoe Lang Bestaat de Vrouw Reeds? 121
DE UITERST GROTE HOREN VAN DANIEL 8:9 126
De Macht van Rome Niet van Zichzelf; Duistere Zinnen Verstaand 127
De Horen Openbaart Datgene Wat het Beest niet Onthult 129
Het Heer en de Sterren Ter Aarde Werpend 129
Het Dagelijkse en het Heiligdom Ter Aarde Werpend 130
Hoe Werd de Kerk Heidens Gemaakt? 134
Hoe Afgodenaanbidding de Kerk Binnensloop 136
SAMENVATTING — De Horen “Heerst Over de Ganse Aarde” 139
De Sabbat Slechts Eenmaal Vertreden 141
Dubbele Aanbidding in Alle Eeuwen 142
HET BEEST (666), DE VALSE PROFEET, DE MOEDER DER HOEREN, EN DE MENS DER WETTELOOSHEID, WIE ZIJN ZIJ 148
De Vernietiging van het Beest en de Vals Profeet 152
De Vernietiging van de “Mens der Wetteloosheid” 153
De Moeder der Hoeren Niet het Bee 153
De Tijd van Vernietiging van de Vrouw 154
Wie is de Valse Profeet? 157
De Vrouw Zittend op de Koppen 157
De Vrouw Zittend op het Beest 158
De Beker, de Juwelen, en de Felle Kleuren 159
SAMENVATTING 160

8

INTRODUCTIE

Dit boek is niet gepubliceerd om uitleg of commentaar te ver­strek­ken over waarheden, die vooraf geopenbaard zijn geweest en reeds als waar­heid werden aangenomen, maar om waarheden te openba­ren, die God door vele genera­ties heen heeft bewaard, niet alleen om te voorkomen dat ze zouden worden teniet gedaan, maar ook om te beletten dat hun beteke­nis zou worden ontdekt door wijze mannen. Zo is dan Hij, die toezicht oefent over de Schriften, bekwaam om tegenwoordige waarheid aan Zijn volk te open­baren op de gepaste tijd. Daarom, hoewel zulke waarheden oorspronke­lijk profe­tisch zijn, worden ze nieuw, en zijn als een recht­streekse brief van God aan de mensen op de geopenbaarde tijd. “Zo zegt God, de HERE, (…) Het vroege­re, zie het is gekomen, en nieuwe dingen kondig Ik u aan; voordat zij uitsprui­ten, doe Ik ze u horen.” (Jes. 42:5, 9.) Vandaar dat het bewijs zal wor­den geleverd dat de inhoud van deze publicatie nieuw is, interes­sant, leerzaam, inspi­re­rend en beke­rend. De bood­schap welke het met zich meedraagt wordt uitge­legd door zinnebeel­den en typen, verdui­de­lijkt op kaarten, zodat alles eenvoudig wordt en dat allen die naar waarheid zoeken, met het doel om zichzelf geschikt te maken voor de hemelse graan­schuur, het gemakke­lijk kunnen begrijpen. {SR2:9.1}

Van het boek “Openbaring” wordt er gezegd, dat het een geslo­ten boek is, vol zinnebeeldige mysteries, die onbegrijpe­lijk zijn voor menselijke wezens. Dit geldt voor alle profetische waarhe­den. Wie dit feit betreffende het boek “Openbaring” erkent, belijdt automa­tisch dat hij de Bijbel niet begrijpt, want al de boeken van de Heilige Schrift ontmoeten elkaar en eindigen in de “Openbaring.” Vandaar, dat wanneer men dat boek begrijpt, men ook de Bijbel begrijpt. “Hij, Die deze verbor­gen­heden aan Johannes openbaar­de, zal aan de ijve­rige zoeker naar waarheid een voor­smaak van hemelse dingen schenken. Zij wiens harten openstaan om de waarheid te ontvangen, zullen in staat zijn haar leer­stellingen te ver­staan, en zullen de zege­ningen ont­van­gen die beloofd zijn aan hen die de woor­den van deze profetie horen, en goed bewaren de dingen die hierin be­schreven zijn.” (“AA.”, pp. 584, 585/­”JR.”, blz. 426.) Wanneer dus de Openba­ring begrepen wordt, zal het de grote Voor­raad­schuur ontslui­ten, en al de profeti­sche geheimen die erin liggen opge­slagen aan het licht bren­gen. {SR2:9.1}

De boodschap in dit boekdeel werd pro­fe­tisch vastgesteld door de gelijkenis van de “Heer des huizes,” die arbeiders uitzond in Zijn “wijn­gaard.” (Matt. 20:1-16.) Dit bewijst de “op­roep” te zijn van het “elfde uur” – de laatste oproep, en op het juiste moment. Het feit dat deze wonder­lij­ke openba­ring van de Schriften niet kan worden tegen­gespro­ken, is het bewijs dat de boodschap juist en geïnspi­reerd is. Deze profeti­sche oproep is geba­seerd op de profe­tieën van Daniël, en zijn uitleg wordt duidelijk gemaakt

9

door het boek de Openbaring. Aldus wordt het symbolisch uitge­legd. Deze profetische zinnebeelden van beesten, vleugels, horens, koppen, kronen, enz., leveren het bewijs dat zij volmaakte symbolen zijn, doordat ze waar­heid openbaren die door hen wordt voorgesteld. En als ze op een juiste manier worden toegepast, dan is het zeker dat hun beteke­nis zeker niet verkeerd kan worden uitge­legd. {SR2:9.3}

Aangezien de hedendaagse verwarring en het verkeerd be­grijpen van de Schriften binnen de christenheid worden bewezen door vele sekten, is het duidelijk dat de kerken in de toe­stand van Laodicea verkeren: “ellen­dig, jammer­lijk, arm, blind en naakt.” En het ontkennen van de beschuldi­ging van deze duidelijke verkla­ring bewijst dat de woorden van de “Ware Getui­ge,” waar Hij zegt: “En gij weet het niet,” juist zijn. terwijl zij denken dat zij het bij het rechte eind hebben, verklaart de “Ware Getuige”: “Gij zijt allen ver­keerd.” Bestaat er een grotere misleiding dan deze? (Lees Op. 3:14-18.) Aange­zien de Bijbel duidelijk zegt dat het de “waarheid” is die ons “vrij” zal maken, kunnen wij onszelf en de dingen waarin wij geloven, niet nauwkeu­rig genoeg on­derzoeken, want, als er geen twee worden gevonden onder dit veelvul­dig sektarisch christendom, die hetzelfde geloven, dan is het duide­lijk dat de meesten, om niet te zeggen allen, blind zijn. Daar de Bijbel gelijk heeft met de woorden: “In­dien een blinde een blinde leidt, zo zullen zij beiden in een put val­len,” dan zou het nutte­loos zijn de waarheid te betwis­ten – de wereld begeeft zich naar de “put.” Zou deze onbetwistba­re verklaring Gods belij­dend volk niet wakker moeten schudden uit hun sluimeren en slapen? Vroegere bevin­dingen bewij­zen dat velen zullen zeggen: “Ik ben het niet.” Wetende dat deze mislei­ding zou ontstaan in de laatste dagen, heeft God deze geïllustreerde voor­stelling van waarheid ontwor­pen, waardoor Hij instaat is Zijn kerk te verlichten en Zijn volk uit te roepen. {SR2:10.1}

Terwijl de vijand erin geslaagd is het geschreven Woord te verwar­ren, verlicht God de aarde met Zijn heerlijkheid door middel van deze zinne­beel­dige openbaringen; en waardoor Hij de gehele waarheid ontsluit en de valstrikken van de duivel bloot­legt! Dus door typen en symbolen schenkt Hij de eenvoudi­gen wijsheid en beschaamt Hij de wijzen door aan te tonen dat daar, waar er geen type is, er geen waarheid is. {SR2:10.2}

Dit boekdeel bevat een volledige zinnebeeldige openbaring van de gehele wereldgeschiedenis, zowel op burgerlijk als op godsdien­stig vlak. Dezelfde reden waarom deze wonderen voorgesteld werden door symbo­len, was de oorzaak dat Christus in gelijkenissen onder­wees. “En de discipe­len kwamen en zeiden tot Hem [Christus]: ‘Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenis­sen?’ Hij ant­woordde hun en zeide: ‘Omdat het u gegeven is de geheime­nissen van het koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gege­ven.'” (Matt. 13:10, 11.) “Maar de godde­lozen zullen goddeloos handelen, en geen der goddelozen zal het verstaan, maar de ver­standigen zullen het ver­staan.” (Dan. 12:10.) “Het hoofddoel van onderwijzing door gelijke­nissen is, dat de waar­heid moge geopen­baard worden aan Gods kinde­ren en tegelijkertijd verbor­gen blijft voor Zijn vijanden (…) Om diezelfde reden moesten de profe­tieën die de grote

10

anti-christe­lijke machten en hun werk, tot aan het einde der tijd beschrijven, worden omhuld met symboli­sche en parabolische taal, om zo hun instandhouding veilig te stellen.” (“Sabbat School Lesson Quarterly,” p. 33. Second Quarter, 1932.) “Chris­tus was het Fundament van het Joodse stel­sel. Het gehele systeem van typen en symbolen was een aaneengesloten profetie van het evangelie, een voorstelling waarin waren samengevat de beloften der verlos­sing.” (“AA.” p. 14/”JR.” blz. 12.) {SR2:10.3}

Elk van deze onderwerpen zou nog uitgebreider kunnen behandeld worden, maar indien wij zo te werk gegaan waren, zou dit boek te omvang­rijk geworden zijn, en ook minder begrijpe­lijk. Dus hebben wij veel bijzon­der­he­den weggela­ten. {SR2:11.1}

(Al het vetgedrukte is ons werk.)

DE SCHRIJVER.

11

OP WELKE MANIER WERDEN DE SCHRIFTEN GEGEVEN?

De Wijze Waarop God Tot Ons Spreekt.

“Nadat God eertijds vele malen en op verschillende wijzen tot de vaderen gesproken had door de profe­ten, heeft Hij nu in de laatste dagen tot ons gesproken door Zijn Zoon.” (Hebr. 1:1, “King James.” vert.) Met Zijn stem riep God Abraham. Hij sprak ook met hem door enge­len en door dromen. (Gen. 12:1; 15:12, 13; 17:1-6; 18:1-22.) Jakob had dezelfde ervaring. (Zie Gen. 28:12; 32:1, 2.) De grote IK BEN sprak tot Mozes, Zijn dienst­knecht, vanuit de bran­dende braam­struik. (Ex.3:1-10.) Israël hoorde de stem van God vanuit de wolk op de berg Sinaï. (Ex.20:18, 19.) De tien geboden werden “geschreven met de vingers Gods.” (Ex. 31:18.) Aan Farao, de koning van Egypte en aan Nebu­kadnezar, koning van Baby­lon, werden dromen gegeven, maar door Jozef en Daniël open­baarde Gods Geest de geheimen. (Gen. 41:28-36; Dan. 2:19.) David en Salomo schreven de Psalmen en de Spreu­ken, niet door visioe­nen, dromen of engelen, maar door de stille stem van Gods Geest, ingeprent in het verstand van Zijn dienstknechten. God sprak tot Ester en Ruth door de bevindingen van goddelijke voorzienigheid. Johannes ontving de “Openbaring” door visioenen. God spreekt tot ons door typen en anti-typen – door de ceremoniële wet, door de patriar­chen en door de ervaringen van het oude Israël. (Zie “Shepperd’s Rod”, Vol. 1, pp. 223-235.) {SR2:12.1}

God gebruikte het onbezielde en het bezielde, de dieren des velds, de vogels in de lucht, de vissen der zee, het land en het water, zon, maan en sterren, om Zijn Goddelijk plan te openbaren en om zijn dienstknechten te ondersteunen, enz. (Zie Gen. 16:7, 9; 1 Sam. 6:7-15; Num.­22:30; 1 Kon. 17:4-6; Jona 2:10; Matt.­17:27; Num.16:32; Matt. 24:29.) God heeft duizenden midde­len waarmede Hij ogenblikkelijk hulp kan ver­strekken. Inderdaad, wat kan de Goddelijke liefde nog meer doen voor gevallen menselijke wezens? {SR2:12.2}

Hoe Worden de Schriften Geopenbaard, en Behoorlijk Uitgelegd?

Een ontleding van de oude en de moderne geschiedenis, zowel op gewijde als op wereldse vlak, bewijst dat verzegelde, of profeti­sche waar­heid nooit geopenbaard geweest is door het opvoedkundig systeem van de wereld, of door menselijke wijsheid, maar alleen door de kracht Gods. Als er iets waar is, dan is het wel dit ene. Jezus zegt: “Doch wanneer Hij komt, de Geest der Waar­heid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waar­heid.” (Joh. 16:­13.) Christus ver­klaart duidelijk, dat wij in de waarheid geleid worden, niet door menselijke wijsheid, maar, door Gods Geest. Niet in een of andere waarheid, maar in alle

12

waar­heid.

Wanneer God waarheid openbaart, is Hij bekwaam Zij dienstknech­ten te leiden in de volle waarheid, en Hij laat niet toe aan zulke instrumenten, Zijn waarheid met dwaling te vermengen. Hoewel ze mis­schien niet alles begrij­pen, is de boodschap die zij met zich mee­dragen de waarheid, en niets anders dan de waarheid. Daarom worden zulke waarheden oorspronkelijk alleen door inspiratie geopenbaard. Wanneer de door God aangeduide tijd vervuld is, roept God dienst­knechten op van Zijn Eigen keuze, en door de Geest der Waarheid openbaart Hij aan hen een gedeelte van Zijn Woord. Ge­woonlijk is dit in de vorm van een boodschap die ze eerst aan de kerk moeten bren­gen. {SR2:12.3}

Door dezelfde Kracht heeft God ingewerkt op Zijn talrijke dienst­knech­ten, de profeten, waardoor ieder van hen een deel van Bijbel schreef; en toen die delen verzameld werden vormden zij een volledig boek, handelend over één hoofdonderwerp — verlossing door Christus. Hoewel sommigen van deze schrij­vers honderden jaren van elkaar ge­schei­den leefden, komt toch iedere gedeelte van de Schrift op volmaakte wijze met elkaar overeen, — het ene werpt licht op het andere. Aldus wordt bewezen dat God toezicht hield over de Schrif­ten en dat Hij op een grondige manier Zijn dienst­knechten geleid heeft in de volle waar­heid. {SR2:12.4}

Wat Is Zondigen Tegen de Heilige Geest?

Aangezien de Bijbel vrij is van dwaling, zo moet zijn uitleg, onder dezelf­de Geest van Inspiratie, juist zijn. Daarom is de uitleg van de Bijbel alleen maar waar als ze geopenbaard wordt door een kanaal van inspiratie. Op geen enkel andere wijze kan God Zijn volk in de volle (of alle) waarheid leiden. Alles minder dan dit, ongeacht de eenvoud ervan, kan Bijbelse waarheid niet ontsluiten. De engel sprak tot Daniël en zei: “Nochtans zal ik u medede­len wat geschreven staat in het boek der waarheid. – En niet één staat mij vastbera­den tegen hen ter zijde, behalve uw Vorst Michaël.” (Dan. 10:21.) Een van de gaven voor de kerk in de chris­telijke bedeling, bestaat uit “profe­ten.” “En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven.” (Ef. 4:11.) {SR2:13.1}

Paulus verklaart nogmaals van de Schriften in zijn tijd en daarna: “Dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, Zijn apostelen en profeten.” (Ef. 3:5.) Als de waarheid van de Schriften aangebo­den wordt door Gods dienstknechten, kan “de letter” begre­pen worden door allen die het bestuderen; maar dezelfde Geest wordt vereist om te verzegelen, het hart te veranderen, en de schreden te richten naar een nieuw leven. Deze veranderende kracht wordt alleen verleend, als de ontvan­ger van de waarheid nederig berouw heeft van zijn zonden, aan de wereld verzaakt, en Christus aanvaart. Zij die gekant zijn tegen de bood­schapper en zich verzet­ten tegen de waar­heid, verwerpen de Geest, en zondi­gen tegen Hem. De Geest in een boodschap is de enige Tussenpersoon om het geweten wakker te maken. Wanneer hij ertegen in opstand komt, snijdt de zondaar zich af van het Middel waar­door God in verbin­ding staat met de mens. “Daarom

13

zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen verge­ven worden, maar de lastering tegen de Heilige Geest zal de mensen niet vergeven worden. Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven wor­den; maar spreekt iemand tegen de Heilige Geest, het zal niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toeko­mende.” (Matt. 12:31, 32.) {SR2:13.2}

De wereld van voor de zondvloed zondigde tegen de Heilige Geest, omdat ze niet geloofden in de boodschap van waarheid tot hen gezonden om hen te redden van de verschrikkelijke vloed. Daarom kwamen ze om in een zonde die hun nooit zal vergeven worden. In iedere generatie geldt hetzelfde wanneer men in opstand komt tegen de Goddelijke boodschap. De mensen worden niet veroor­deeld omdat ze gezondigd hebben, maar zij worden veroor­deeld wanneer zij doof blijven voor de goddelijke oproep, bedoeld om hen te redden van hun zonden. {SR2:14.1}

Aangezien al de profetische waarheden op de gepaste tijd geopen­baard worden, is het duidelijk dat niets, hoe eenvoudig ook, geopen­baard kan worden door menselijke wijsheid. Wanneer God een deel van Zijn heilig Woord openbaard door één van Zijn uitverkoren instrumen­ten, bewijst een ontleding van de geschiedenis dat ze nooit in dwaling verkeerden, voor zover het de boodschap, die zij afleveren, aangaat. Het is ook waar dat diegenen die in dwaling verkeerden in hun zogenaamde boodschap van waarheid, geen waar­heid bezaten. Aldus verklaart de grote apostel: “Want ons heeft God het geopen­baard door Zijn Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, ja zelfs de diepten Gods. Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods. Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. Hiervan spreken wij ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke verge­lijken. Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.” (1 Kor. 2:10-14.) Daarom, wanneer er een boodschap verkondigd wordt, is het of geheel waar, of geheel on­waar, met uitzondering van de citaten van de profeten. {SR2:14.2} ***

“toch heeft het feit, dat God Zijn wil door Zijn Woord aan de mensen geopen­baard heeft, de voortdurende tegenwoordigheid en leiding van de Heilige Geest niet onnodig gemaakt. Integendeel, de Geest werd door onze Heiland beloofd, om het Woord voor Zijn dienstknechten te openen ter verheldering en toepassing van haar onderricht. En aangezien het Gods Geest is Die de Bijbel heeft ingegeven, is het onmogelijk, dat de onder­richt van de Geest ooit in tegenspraak met dat van het woord zou zijn.” – “The Great Controver­sy”, p.VII / “De Grote Strijd”, blz. 11. {SR2:14.3}

14

Zij die geneigd zijn de bekwaamheid van God om iemand in alle waarheid te leiden, in twijfel te trekken, verloochenen niet alleen de getrouw­heid van Zijn Woord, maar herleiden ook, door hun handelwijze, Zijn kracht tot een minimum, en hebben op die wijze “de Heilige Israëls beperkt.” (Ps. 78:41, KJV.) {SR2:15.1}

“De Geest is niet gegeven — en kan nooit worden gegeven — ter vervan­ging van de Bijbel, want de Schrift zegt uitdrukkelijk dat het woord van God de maatstaf is waaraan elke leer en elke erva­ring moet worden getoetst. De apostel Johannes zegt: ‘Vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitge­gaan.’ (Joh. 4:1, KJV.) En Jesaja zegt: ‘Tot de wet en tot de getuigenis! Indien zij niet spreken overeenkomstig dit woord, is het omdat er geen licht in hen is.’ (Jes. 8:20, KJV.)” “G.C”. p.VII /”G.S”., blz. 11. {SR2:15.2}

“De term ‘profeet’ zoals het in de Bijbel wordt gebruikt, (…) wordt aange­wend om mannen en vrouwen aan te duiden, die zich hebben verbon­den in een uitgestrekt veld van dienstbaarheid, in verband met Gods werk. Sommi­gen van dezen hebben nooit een profetie uitgesproken op de wijze waarop dit woord in het algemeen wordt begrepen, (…) sommigen werden gebruikt voor een bijzondere gelegenheid, anderen voor vele achtereenvol­gende jaren. Sommigen schreven de boodschap op die God aan hen openbaar­de, en anderen gaven ze mondeling door. Aan sommigen, zoal in het geval van Daniël en anderen, werden profetieën toevertrouwd, reikend tot in de verre toekomst; gedeelten ervan zijn nog steeds niet vervuld. {SR2:15.3}

“Sommigen waren Gods boodschappers, opgewekt in perioden van grote crisis, om de kerk en de wereld te waarschuwen voor dreigen­de oorde­len en mensen terug te roepen tot getrouwheid aan God. Dezulken waren Samuël, Elia, Johannes de Doper en anderen. Johannes legde geen beslag op de titel van profeet, maar beweerde eerder dat hij een stem of een boodschapper van God was, gezonden om de weg des Heren voor te bereiden door Israël tot bekering op te roepen. Maar als Gods bood­schapper verklaarde Christus dat hij een profeet was, en ‘zelfs méér dan een profeet.’ (Lukas 7:26.) ‘Voorzeker, de Here HERE doet geen ding, of Hij openbaart Zijn raad aan Zijn knechten, de profeten.’ (Amos 3:7.)” (‘The Present Truth”, Vol. 5, No. 72.) {SR2:15.4}

“In de hoogste zin was de profeet iemand die sprak door recht­streekse inspiratie, die de mensen de door hem van God ontvangen boodschappen overbracht. Maar de naam werd ook gegeven aan hen die, hoewel niet zo direkt geïnspireerd, door de hemel werden aangewezen om de mensen in de werken en de wegen Gods te onder­richten.” ‘Karak­ter­vorming’, blz. 44, 45 [‘Educa­tion’, p. 46]. {SR2:15.5}

Gewoonlijk waren deze hemelse boodschappers mannen en vrouwen met een nederig karakter. Sommigen konden niet lezen of schrijven. Hoewel ze de voordelen niet bezaten van geleerde mensen, waren deze instru­menten in de handen van de Almachtige, de oorzaak, dat menselijke kennis en wereldse grootheid in het niets verzonken. Op deze manier

15

trachtte God Zijn herscheppende macht in het mense­lijke organisme te openbaren, zowel verstandelijk, als op het gebied van het karak­ter. In opstand komen tegen Gods uitverkoren instrumenten, betekent dat men aan Zijn macht verzaakt om het mense­lijke te verkiezen, zodat het eindige boven de Oneindige wordt geplaatst, Die meer kennis kan doorgeven in een ogenblik, dan dat de mens het gedurende zijn gehele leven kan doen. {SR2:15.6}

Hoewel waarheden geopenbaard zijn door geïnspireerde kanalen, heeft het instrument van ongerechtigheid ze dikwijls vermengd met dwaling. Zulke werkers van ongerechtigheid nemen vaak hun toe­vlucht tot het gebruik van gedeelten van goddelijke openbaring, hen op onwettige wijze gebruikend als een binnendringer om dwaling door te geven en om aldus de eenvoudigen te misleiden. Laat niemand zichzelf vleien met de gedach­te, dat ze aan de klauwen van de duivel kunnen ontkomen door de ijverige studieïnspanning van een ander. Iedereen moet voor zichzelf studeren om zijn eigen toe­stand te begrijpen en met een oprechte geest klaarstaan om naar alles te luisteren met de gewillige gezindheid van een kind, dat zich laat onderwijzen. “Voor­waar, Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnen­gaan.” (Markus 10:15.) Vooroordelen hebben meer zielen misleid en tegronde gericht dan menig andere valstrik die ooit is uitgevonden door de grote misleider. Wie weigert te luisteren naar de door iemand anders aange­ge­ven redenen, bewijst het meest onwetend te zijn. Zulk een persoon is gewoon­lijk bevooroordeeld omdat het voorge­stelde argument niet strookt met zijn stand­punt betreffen­de het onderwerp, of het is ook mogelijk dat hij zichzelf als meer intelek­tueel of van een hogere sociale klasse beschouwd. Anderen willen de waarheid niet aanhoren omdat het hun zondig geweten kwetst en uit vrees dat zij afstand moeten doen van een of andere zelf­zuchtige begeerte. Deze klasse staat onder de macht van de duivel en is op weg naar eeuwig verderf — de zonde tegen de Heilige Geest bedrij­vende. Zij die oprecht zijn in hun dwalingen, zijn juist dezen die men vindt op de bodem van de kidnap­perszak van de duivel. Deze klasse is het moeilijkst te overtuigen dat zij opweg is naar de hel. {SR2:16.1}

16

VOORSTELLING VAN CHRISTUS, ONZE VERLOSSER.

Drie Dagen en Drie Nachten In het Hart Der Aarde.

Hoelang Christus in het graf verbleef, en op welke dag Hij begra­ven werd en uit het graf verrees, zijn vragen waarover even breedvoerig werd gerede­twist, als menig ander Bijbels onderwerp. Een aantal theorieën is naar voren gebracht geweest en onge­twijfeld werd er veel kostbare tijd verspild. De verwarring omtrent dit onderwerp is echter niet verminderd, maar eerder toegenomen. {SR2:17.1}

Iemand stelde eens de vraag: “Wat heeft dat met onze ver­lossing te ma­ken?” Misschien heeft het niet veel te maken met de verlos­sing van sommigen, maar wat anderen betreft, schijnt het een groot deel uit te maken. Een zekere zuster zei: “Ik geloof alles wat de Z— kerk onderwijst, maar ik kan niet akkoord gaan met het standpunt van zuster W— over het onder­werp van Christus’ begrave­nis en opstan­ding. Ik weet dat Chris­tus drie dagen en drie nachten in het graf was, maar zuster W— ver­klaart dat Hij op vrijdagavond begraven werd en op zondagmorgen opstond. Daarom kan ik niet in al haar geschriften geloven, en om die reden ben ik geen lid geworden van uw kerk, en zal ik het ook niet worden.” {SR2:17.2}

Het verkeerd begrijpen van dit vraagstuk heeft deze zuster ervan weer­hou­den zich bij de kerk aan te sluiten. Indien nu dit bijzon­dere kerkge­nootschap de waarheid voor de wereld van tegenwoordig heeft, en het verkeerd begrip van de zuster haar ervan heeft weerhouden om het te aanvaar­den, dan moeten wij toegeven dat dit breedvoerig besproken onderwerp, op z’n minst gespro­ken, wél iets te maken heeft met de redding van sommige mensen. {SR2:17.3}

Jezus zei: “Vraagt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden: Want een ieder die vraagt, ontvangt; en hij die zoekt, vindt; en voor hem die klopt zal openge­daan worden.” (Matt. 7:7, 8, K.J. vert.) {SR2:17.4}

Er kan voor God niets aangenamer zijn, dan dat één van Zijn kinderen, in geloof, de weg naar de waarheid vraagt. Indien er kracht is in de woor­den van Jezus, is het zeker dat hij die verlangt de waarheid te weten en gewillig is haar te gehoorzamen, hoewel het kan eisen dat men alles zou moeten verko­pen om aan de armen te geven, aan de wereld en al haar verlokkingen te verzaken, dan zal het onmogelijk zijn voor die ziel in duisternis te blijven. Laat de speurder naar waar­heid zulk een gelofte aan God doen om op die manier Zijn kracht en nooit falende beloften,

17

door de woorden van Zijn Zoon op de proef te stellen. Maar hoewel het mogelijk is om de mens te misleiden, kunnen wij God nooit bedrie­gen, want Hij weet wat in het hart is. {SR2:17.5}

Een van de voornaamste redenen waarom er verwarring ont­staat onder bijbelstudenten is, omdat ze niet volledig steu­nen op de woor­den zoals ze in de Bijbel gedrukt staan. Ze denken dat ze zelfs wijzer zijn dan de profeten die waren geïnspireerd met de Geest van God, en willen zij op die wijze de woorden en de betekenis van de Heilige Bijbel verbeteren! Vandaar dat eindige stervelin­gen hebben gepoogd de Oneindige recht te zetten en te verbeteren, Wiens wijs­heid, macht en inzicht ondoorgrondelijk zijn! Hoewel zij weten dat hun uitleg van een tekst niet helemaal in harmonie is met de gehele inhoud van het Wetboek, zien ze er geen kwaad in en vrezen God niet. Als dit feit aan het licht komt, weigeren ze de dwaling te verwisse­len voor waarheid, omdat hun valse theologie wordt tegengesproken. Wij doen een ernstig beroep op de aandacht van de lezer met betrek­king tot dit onderwerp, en dat hij aandacht schenkt aan de wonderbaarlijke harmonie van de Schrif­ten en de grote wijsheid die werd toegepast om ze te schrijven. {SR2:18.1}

Aan de zuster werd gevraagd: “Waar is uw bewijs dat Chris­tus drie dagen en drie nachten in het graf was?” “Mijn ant­woord is te vinden in Mattheüs 12:40,” zei ze: “Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in het buik van het zeemon­ster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nach­ten.” Opnieuw werd haar ge­vraagd: “Op welke dag denkt u dat Chris­tus stierf?” Zij antwoordde: “Jo­hannes 19:31 heeft het antwoord: “De joden dan, daar het Voorbe­reiding was en de lichamen niet op Sabbat aan het kruis mochten blijven — want de dag van die Sabbat was groot — vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij wegge­nomen zouden worden.” Hier legt ze uit dat het niet de voorberei­ding van de Zevende-dag Sabbat kon zijn geweest, want die Sabbat was een “Verheven” feestdag (in het Engels is er sprake van, an “High” day), dus was het de voorbereiding voor het Pacha — woens­dag. Toen begon ze te tellen: “Donder­dag (1), vrijdag (2), zater­dag (3); woensdagnacht (1), don­der­dagnacht (2), vrijdag­nacht (3). Zo zijn er dus drie dagen en drie nach­ten.” {SR2:18.2}

Volgens haar redenering denkt deze zuster dat haar uitleg onbe­twist­baar juist is. Maar let op het feit dat Christus op het negende uur stierf, juist drie uur voor het einde van de dag (Matt. 27:46-50) en werd begraven bij zonson­dergang — 12 uur. (Lukas 23:52-56.) {SR2:18.3}

Indien Hij op de woensdag werd begraven, dan zou Hij drie volle dagen en vier volle nachten in het graf moeten hebben gelegen, want de Bijbel ver­klaart duidelijk: “Laat na de Sabbat, toen het licht begon te worden [bij het aanbreken van de dag] op de eerste dag der week, [zon­dagmorgen] ging Maria Magdalena en de andere Maria het graf bezien.” (Matt. 28:1, KJV.) Wij citeren opnieuw, Markus 16:9: “Toen

18

Jezus nu vroeg op de eerste dag der week opgestaan was, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena.” {SR2:18.4}

Laten wij de theorie vanuit een ander gezichtshoek bekij­ken. Jezus zei: “Gij weet dat het over twee dagen Paasfeest is, en dan wordt de Zoon des mensen overgeleverd om gekrui­sigd te worden.” (Matt. 26:2.) “Toen [na twee dagen] kwamen de overpriesters en de oudsten van het volk bijeen in het paleis van de hogepriester, (…) en zij beraamden een plan om Jezus door list in handen te krijgen en te doden.” (Matt. 26:3, 4.) Het tijdstip waarop Jezus de woorden uitsprak: “Gij weet, dat het over twee dagen het Paasfeest is,” kon niet later geweest zijn dan het begin van de dinsdag, als het Paasfeest op een donder­dag was. Dan moest alles wat plaatsvond in verband met Zijn veroor­de­ling, kruisi­ging, dood en begrave­nis, tot stand gebracht zijn vanaf de late dinsdag­mor­gen, tot aan de zonson­dergang op woensdag, wat onmoge­lijk zou zou zijn geweest volgens de Bijbelse tijd­tabel zoals wij zullen pogen aan te duiden. {SR2:19.1}

Let op het volgend Schriftgedeelte: “Op de eerste dag van het feest der ongezuurde broden, kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden: Waar wilt Gij, dat wij toebereidselen maken voor U om het Pascha te eten?” Dit was de voorbereidingsdag van het Paasfeest. “Hij zeide: gaat naar de stad tot die-en-die en zegt tot hem: de meester zegt: Mijn tijd is nabij; bij u houd Ik met Mijn discipelen het Pascha. En de discipelen deden zoals Jezus hun had opgedra­gen, en zij maakten het Pascha gereed. Toen het avond geworden was, lag Hij aan met de twaalven. En terwijl zij aten, Zeide Hij: ‘Voor­waar, Ik zeg u, dat één van u Mij verraden zal.” (Matt. 26:17-21.) Het Paas­feest kan slechts gehouden worden na zonsonder­gang bij het begin van de eerste dag der ongezuurde broden: “In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avond­schemering, is het Pascha voor de HERE.” (Leviti­cus 23:5.) Dit is de laatste dag van voorbe­reiding voor het pascha. Daarom, was Jezus nog niet in handen van de pries­ters op de voorbe­rei­ding van het Paasfeest, en nog veel minder gekruisigd. Boven­dien is Mattheüs volkomen duidelijk over dit onderwerp en laat geen ruimte voor discussie: “En terwijl zij [het Pascha] aten, zeide Hij: ‘Voorwaar, Ik zeg u, dat één van u Mij verraden zal.” (Matt. 26:21.) Hoe kon Jezus het Pascha eten met de twaalven indien Hij gekruisigd was en begra­ven? Wij zijn bereid waarheid te aanvaar­den, maar als de theorie tegen­ge­sproken wordt door de Schriften, dan moeten wij ons niet onder­werpen aan verkeerde gevolgtrekkingen, want, hij die een leugen geloofd is een gruwel voor God. {SR2:19.2}

Sta ons toe om de strijd op te helderen door feiten, die de proef kunnen doorstaan. De lezer moet niet vergeten dat het Pascha een zeven-dagen-aangelegenheid is, en dat het “de paasweek” ge­noemd wordt. Wij citeren Lev. 23:4-8: “Dit zijn de feesten des HEREN, heilige samenkom­sten, die gij uitroe­pen zult op de daarvoor bepaalde tijd. In de eeste maand,

19

op de veertiende der maand, in de avondsche­mering, is het Pascha voor de HERE. En op de vijftien­de dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de HERE, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten. Op de eerste dag zult gij een heilige samenkomst hebben; dan zult gij generlei slaafse arbeid verrichten. Gij zult de HERE een vuuroffer brengen gedurende zeven dagen; op de zevende dag zal er een heilige samenkomst zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten.” {SR2:19.3}

Let op het feit, dat de Sabbat van de zevende dag der week afhan­kelijk is van de wekelijkse cyclus, en het Pascha van de maandelijkse kalender. Daarom is er een zevende-dag Sabbat in iedere Paasweek, en het kan vallen op elk van de zeven pa­scha-dagen. Merk wederom op, dat de veer­tiende dag, “Pascha” (in het Engels, “Passover” day) genoemd wordt, maar dat de vijf­tiende het “Paas­feest” (Engels, Passover “Feast”) genoemd wordt. (Zie Numerie 28:17; Jozua 5:11.) De zevende-dag Sabbat wordt “De Sabbat” ge­noemd. Het garveoffer bestond uit de eerstelingen (eerste vruch­ten) van de oogst en moest voor de Heer geofferd worden op de morgen na de Sabbat; dat is op de eerste dag der week, gewoonlijk zondag genoemd. (Zie leviticus 23:11.) Het garveoffer was een type (zinnebeeld) van de ver­rijzenis — de eerste­lingen. De apostel zei: “Maar nu is Christus verrezen uit de dood, en is geworden de Eersteling van hen die (ont)slie­pen” — zij, die Hij opwekte. (1 Korinthe 15:20, “K.J.” vert.; zie ook Matt. 27:52, 53.) {SR2:20.1}

Zo heeft Christus “de gevangenschap gevan­gen geno­men” (of, “Krijgsge­vangenen meegevoerd.”) (Ps. 68:19; Ef. 4:6) juist op de dag, waar het type naar verwees. {SR2:20.2}

DE VOORBEREIDING VAN HET PA­SCHA.

Het Pascha is een feest van zeven dagen; daarom vereiste de voorberei­ding van de week meer dan één dag. Wij halen Exodus 12:3, 6 aan: “Op de tiende van deze maand [de eerste maand dus] zal ieder voor zicht een lam nemen (…) en gij zult het bewaren tot de veertiende dag van deze maand.” Aan het volk werd opgedragen op de tiende dag van de maand met de voorbe­reidingen te beginnen. Op de veertiende dag, voor zons­ondergang, moest alle zuurdezem uit hun huizen worden wegge­daan. Dan brak de vijftiende dag, die de eerste dag van de ongezuurde broden was, aan, en de paasweek begon met het slachten van het paaslam. “Zeven dagen zult gij onge­zuur­de broden eten; dadelijk op de eerste dag zult gij het zuurd­ezem uit uw huizen verwijderen.” (Ex. 12:15.) Daarom was de veertiende dag de laatste voorberei­dingsdag, de vijftiende, of de eerste dag van het feest, was een heilige samen­komst, en zij mochten daarop geen dienst­werk verrichten. Mattheüs 26:17, heeft betrekking op de dag zelf waarop Jezus het Pascha at met de twaalven. (Zie Matt. 26:20, 21.) {SR2:20.3}

De enige mogelijke dagen voor het paasweek zouden zich als volg

21

shepherds-rod-volume-two-passover-chart

22

voor­doen: In dat jaar viel de veertiende dag van de eerste maand op een woens­dag, en de dag eindigde bij zonson­dergang (avond). De eerste dag van het paasfeest (de 15e dag van de maand) viel op don­der­dag; de tweede, op vrijdag; de derde, op zaterdag (Sab­bat); de vierde, op zondag; de vijfde, op maandag; de zesde, op dinsdag; de zevende tevens de laatste dag van het feest, viel op woensdag de 21e dag van de maand. (volg de kaart op blz. 22.) {SR2:20.4}

Tijdtabel Vanaf het Pascha tot aan de verrijzenis.

Volgens de richtlijnen, gegeven in het nu volgend Schrift­ge­deel­te: “Dan zal de gehele vergadering der gemeente van Israël het [het lam] slachten in de avondschemering,” (Ex. 12:6), kon het lam niet ge­slacht worden voor de avond van de veertiende dag, en “het Paaslam” of “Pascha” genoemd worden. veronderstel dat alles gereed stond en het lam geslacht werd zodra de zon onder­ging. Het zou ongeveer vijf­tien minuten duren voordat het geslacht was; de vacht moest dan nog worden verwijderd. Hier komt nog bij, dat elk deel ervan, nadat het was schoongemaakt en gewassen, in het offer moest worden teruggelegd, waarna de opening moest worden dichtge­naaid, want geen enkel deel ervan moest worden weggegooid, behalve het afval. Daarom zou de voor­bereiding van het offer niet mínder dan één uur in beslag nemen. Dus lezen wij: “Rauw of gaar gekookt in water zult gij het niet eten, slechts op het vuur gebraden met kop, schenkel en ingewan­den.” (Ex. 12:9.) {SR2:23.1}

De oude methode van roosteren vereiste meer tijd dan onze moderne manier. Er werd een braadspit door het offer heen gesto­ken, het werd dan boven brandende kolen gelegd, en men liet het voortdu­rend draaien met behulp van het braadspit. Deze methode van rooste­ren zou ongeveer vier uur in beslag nemen. Het eten van het Pascha, het instellen van de Maal­tijd des Heren en de voetwassing, dan het zingen van een lofzang, zouden nog ander­half uur erbij gevoegd hebben. Daarna gingen naar de Olijfberg. (Zie Markus 14:26.) De berg ligt ongeveer een halve mijl ten oosten van de derde muur van de stad. Vandaar, dat hij op enige afstand lag van de plaats waar het Pascha werd gevierd. Aldus zou het hen om-en-bij een half uur hebben gekost om daar te voet te geraken; waarna Jezus de drie (dis­cipelen) meenam naar de hof van Getsémané. {SR2:23.2}

Er kon niet minder dan anderhalf uur zijn besteed op de berg en in de hof terwijl Jezus bad; waarna er tot de aposte­len werd gezegt dat zij rustig konden inslapen; want Jezus is driemaal uitge­gaan om te bidden, en bij Zijn terugkeer, vond Hij hen twee­maal slapende: “En Hij kwam bij de discipelen en vond hen slapen­de, en Hij zeide tot Petrus: ‘Waart gijlieden zo weinig bij machte één uur met Mij te waken?” (Matt. 26:40.) Wij mogen veronderstel­len

23

dat zij tenminste één uur slapende hebben doorge­bracht, anders zouden de woorden van de Meester, toen Hij de derde maal terug­kwam: “Slaapt nu maar en rust” (Matt. 26:45), tevergeefs gesproken zijn. Na deze ervarin­gen kwam Judas aan met de menigte en er werd weinig tijd besteed om Jezus gevangen te nemen. En tegen de tijd dat zij Hem tot voor de priesters leidden, moesten er tenmin­ste twee uren verstreken zijn. Volgens deze tijdre­ke­ning, kon het totaal aantal uren, doorge­bracht vanaf woens­dagavond zonson­dergang (het begin van het Pascha voor het slachten van het lam) tot aan de tijd dat Jezus werd voorge­leid, niet minder dan twaalf uren geweest zijn. {SR2:23.3}

De ontleding van het voorgaande tijdschema bewijst, dat toen Jezus voor Kajafas, de hogepriester geleid werd, het ongeveer het twaalfde uur was, of kort voordat het licht werd op de donderdagmorgen. En na Zijn verhoor voor de hogepriester, “brachten zij Jezus van Kajafas naar het gerechtsge­bouw. En het was vroeg in de morgen.” (Joh. 18:28.) “En het was Voorbe­reiding voor het Pascha, ongeveer het zesde uur, en hij [Pila­tus] zeide tot de joden: ‘Zie uw Ko­ning!'” (Joh. 19:14.) Aange­zien Johannes verklaart dat het vroeg was toen zij Jezus van Kajafas naar het gerechtsgebouw leidden, en aangezien hij ook beves­tigt dat het ongeveer het zesde uur was (ofwel middag ofwel midder­nacht volgens de oude tijdrekening), dan moest het kort na midder­nacht geweest zijn (ongeveer het zesde uur) toen Pilatus tot de joden zei: “Zie uw Koning,” want Johannes zou de middag niet “vroeg” noemen. Daar­om, nadat Hij door het Sanhedrin berecht was, riepen zij Pilatus en begaven zich naar het gerechtsge­bouw. Dit gebeurde op de morgen van de volgende dag, nadat zij Jezus hadden gevangen geno­men in de hof — vrijdagmorgen vroeg. {SR2:24.1}

Johannes vermelt: “En het was de voorbereiding van het Pascha.” Wij hebben reeds eerder uitgelegd dat de voorberei­ding voor het paaslam niet één dag duurde, maar dat het eerder een vierdaagse aangelegenheid was. {SR2:24.2}

Bovendien verklaart Mattheüs duidelijk: “Zij maakten het Pascha gereed. Toen het avond geworden was, zat Hij [Christus] neer met de twaalf [discipe­len]. En (…) zij aten.” (Matt. 26:19-21.) Daarom kan de voorberei­ding voor het Pascha, door Johannes vermeld, niet de voorbereiding voor het paaslam zijn, maar eerder de voorbe­rei­ding voor de Paassabbat (de zevende dag), de voorbereiding van het Pascha genoemd, omdat het in de week van het Pascha viel, zoals het slechts eenmaal per jaar gebeurde. Dus, wordt dan de vrijdag “de voorberei­ding van het Pascha” genoemd. Aldus wordt de zevende-dag Sabbat in de paasweek een “Verhe­ven Feestdag” (Eng., a “High Day”) genoemd, omdat het een Sabbat in een Sabbat was — de groot­ste feestdag van het jaar. {SR2:24.3}

Volgens de tijdrekening, werd Jezus vanaf donderdagmorgen twaalf uur, tot ongeveer zes uur vrijdagmorgen (vroegere tijd), door de joodse regeerders beproefd. Negen uur later — op het derde uur (vrij­dag), werd Jezus gekrui­sigd. (Zie Markus 15:25.) Nadat

24

Hij drie uur aan het kruis gehangen had, werd de zon verduisterd (om zes uur — ‘smiddags. Zie Markus 15:33). Drie uur later stierf Jezus en begon de zon opnieuw licht te geven. (Zie Matt. 27:45-50.) In de drie reste­rende uren voor zonsonder­gang, werd er snel voorberei­ding getroffen en werd de Heiland in het graf van Jozef gelegd net voordat de zevende-dag Sabbat aanving. Wij citeren Lukas 23:53-56: “En na het te hebben afgenomen, wikkelde hij het in linnen en legde Hem in een rotsgraf, waarin nog nooit iemand gelegd was. En het was de dag der voorbe­rei­ding en de Sabbat brak aan. En de vrou­wen die met Hem uit Galilea gekomen waren, volgden en zij bezagen het graf en hoe Zijn lichaam gelegd werd; en toen zij terugge­keerd waren, maakten zij specerijen en mirre gereed. En op de Sabbat rust­ten zij naar het gebod.” Dus Jezus verbleef vanaf vrijdagavond twaalf uur, tot onge­veer twaalf uur zondagmorgen in het graf. Dit wordt ook bewezen door Markus 16:9: “Toen Jezus nu vroeg op de eerste dag der week opge­staan was.” Daarom verliep er een totaal van ongeveer zesender­tig uur in het graf, en een globaal totaal van vierentachtig uur vanaf het begin van het Pascha tot aan de verrijzenis. {SR2:24.4}

Merk nu op, dat vanaf het tijdstip waarop de joden Christus gevangen namen (donderdag het 12e uur) tot aan Zijn verrijze­nis (zondag het 12e uur), er precies tweeënzeventig uur of wel drie dagen en drie nachten verliepen. Alzo worden Jezus woor­den ver­vuld: “Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten.” (Matt. 12:40.) Het denk­beeld dat “in het hart der aarde” in het graf betekent, is een menselijke veronder­stelling, zonder bijbelse grondslag. Indien de Heiland Zijn bevindingen in het graf bedoeld had, zou Hij het gezegd hebben. Indien Zijn graf in het middel­punt van de aarde was — ongeveer 4000 mijlen onder het aardop­pervlak (het hart der aarde) dan zou men kunnen veronderstel­len dat Hij het middelpunt van de aarde bedoelde. Jezus gebruikte deze uitdrukking om aan te tonen dat Hij drie dagen en drie nachten in de handen van zondaars en in het graf zou zijn. Waarom worden zondaars “in het hart der aarde” genoemd? Omdat de mens hieruit geschapen werd volgens Genesis 3:19, “Want stof zijt gij en tot stof zult gij wederke­ren.” {SR2:25.1}

Nu vestigen wij de aandacht van de lezer op de afbeelding op blz. 22. Let op de oneindige wijsheid, gebruikt om een afbeelding uit te denken voor het groot offer (het kruis) voor menselijke wezens, hetgeen een bewijs is van onbegrensde Goddelijke liefde. Merk op dat elke gebeurtenis met drie uur tussenruimte plaatsvond (3×9 en 6×12), het kruis vormend. {SR2:25.2}

Merk dat de stand van het kruis zoals het op de wijzerplaat is weergegeven,­ niet de juiste verhouding weergeeft. maar als de lezer het

25

diagram als het ware ondersteboven draait, waar­door de vroegere manier waarop de klok de tijd aanduidde zou worden aange­toond — die tijd werd bepaald door zonsonder­gang om twaalf uur, dan ver­schijnt het kruis in zijn vol­maakte vorm. Zo hebben wij een ander uitzicht van goddelijke volmaakt­heid. {SR2:25.3}

De lijn die dwars over de wijzerplaat loopt tussen vier en vijf uur, tien en elf uur — onderscheiden door Noord- en Zuidpool, geeft de juiste positie van de aardbol aan als ze haar jaarlijkse (vaste) baan (om de zon) beschrijft. Kijk nu uiterst rechts naar de zon, zoals ze toen was, in haar juiste verhouding tot de aarde, toen ze verduisterd werd van het zesde tot het negende uur, en we zien dat de zon in de juiste positie stond ten opzichte van de uren die in duisternis gehuld bleven! Is deze afbeelding, en dat zonder twijfel, niet volmaakt ? Zo ja, zou een verstandig wezen zich dan kunnen voorstellen dat dit allemaal door toeval gebeurde? Is dit geen onmiskenbaar bewijs dat God dit alles voorbe­schikt heeft, en dat door Zijn machti­ge kracht de tijd gekomen is dat Hij Zijn plan en de hen aangeboden redding, aan Zijn kinderen leren wil? Paulus zegt: “En toch waren de werken van de grondlegging der wereld af gereed.” (Hebr. 4:3.) Johannes verklaart dat het Lam geslacht was vanaf de grondlegging der wereld. (Zie Openb. 13:8.) Zondaar, “Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt!” (Joh. 1:29.) {SR2:26.1}

Hoewel het Pascha de kruisiging van Jezus voorstelde, was het niet de bedoeling dat Hij op dezelfde dag zou geofferd worden waarop het lam geslacht werd. Dit is een vanzelfspre­kend feit, want het lam werd ‘s avonds geslacht en Christus werd ‘s morgens gekrui­sigd — drie uur na zonsop­gang, — en stierf drie uur voor­dat het avond werd. {SR2:26.2}

26

DE PROFETIEEN VAN DANIEL EN DE OPENBARING BEVATTEN DE WERELDGESCHIEDENIS.

“Zalig is hij, die leest, en zij, die horen de woorden van deze profetie, en die dingen die daarin beschreven staan bewaren, want de tijd is nabij.” (Openb. 1:3, “K.J.” vert.) {SR2:27.1}

“Laat niemand denken dat het zinloos is dit boek te bestuderen, omdat niet elk symbool in de Openbaring verklaard kan worden. Hij Die deze verborgenheden aan Johannes openbaarde, zal aan de ijverige zoeker naar waarheid een voorsmaak van hemelse dingen schenken. Wie zijn hart opent om de waarheid te ontvangen, zal in staat zijn haar leerstellingen te verstaan, en zal de zegeningen ontvangen die beloofd zijn aan hen die de ‘woorden van deze profetie horen, en bewaren de dingen die hierin geschreven zijn.'” — “The Acts of the Apostles”, p. 584 / “Van Jeruzalem tot Rome”, blz. 426. {SR2:27.2}

“Alle boeken van de Bijbel komen samen en eindigen in de Openbaring. Hier is de aanvulling op het boek Daniël. Het ene boek is een profetie, het andere is een openbaring. Het boek dat verzegeld was, is niet de Openbaring, maar dat gedeelte van het boek Daniël dat betrekking heeft op de laatste dagen. De engel gebood: ‘Maar gij, Daniël, houd de woorden verborgen, en verzegel het boek, tot de eindtijd.’ (Dan. 12:4a)” — Idem, p. 585/Ned., blz. 426. {SR2:27.3}

“Het getal zeven duidt volmaaktheid aan, (…) terwijl de gebruikte symbolen de toestand van de kerk openbaren tijdens verschillende perioden in de wereldgeschiedenis.” — Idem. p. 585/Ned., blz. 426. {SR2:27.4}

“Beperkte mensen zouden moeten oppassen, met hun pogingen tot het bedwingen van hun medemensen, aldus de plaats innemend die aan de Heilige Geest toegewezen is. Laat de mensen niet het gevoel hebben dat het hun voorrecht is om datgene aan de wereld mee te geven waarvan zij denken dat het waarheid moet zijn, en alles weigeren dat zou worden meegegeven in tegenspraak tot hun ideeën. Dit is niet hun werk. Vele dingen zullen duidelijk blijken waarheid te zijn, die niet aanvaardbaar zullen zijn voor hen die denken dat hun eigen verklaring van de Schriften altijd juist is. Zeer besliste veranderingen zullen moeten plaatsvinden met betrekking tot opvattingen die sommigen als zijnde feilloos hebben geaccepteerd.” — “Testimonies to Ministers”, p. 76. {SR2:27.5}

Een groot deel van de christenheid is er mee eens dat wij in de laatste dagen van deze wereldgeschiedenis leven. Toen Jezus’ discipelen Hem vroegen naar de tekenen van Zijn terugkeer naar de aarde en van het einde van de wereld, was één van de vele tekenen die Hij gaf: “Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan,

27

(wie leest, laat hem verstaan:).” (Matt. 24:15, KJV) De woorden van de Meester geven het bewijs dat het boek Daniël informatie bevat betreffende de tekenen der tijden en het einde van de wereld. De profetieën van Daniël waren van weinig betekenis voor de discipelen en de vroege christelijke kerk, want Daniël zegt dat het boek verzegeld was tot de eindtijd. (Dan. 12:4.) En aangezien het boek nu geopend is, zien wij het bewijs dat wij in de eindtijd leven. (Openb. 22:6-10.) Maar het boek zou open zijn voor een bepaalde klasse van mensen en gesloten voor een andere, want hij voegt er aan toe: “Velen zullen zich laten reinigen en zuiveren en louteren, maar de goddelozen zullen goddeloos handelen, en geen der goddelozen zal het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan.” (Dan. 12:10.) Daarom, is het belangrijk dat wij vrij zouden moeten zijn van alle goddeloosheid en gehoorzaam aan de goddelijke vereisten, indien wij de zegeningen, die in het boek besloten zijn, zouden willen verstaan en ontvangen. {SR2:27.6}

Deze publicatie heeft niet tot doel de symbolen uit te leggen die voorheen reeds breedvoerig, in verscheidene publicaties, zijn uitgelegd, en tot nu toe het bewijs geleverd hebben in de algemene zin juist te zijn, maar het is ons voornemen bepaalde bijzonderheden te verklaren, die de Geest van God voor een tijd verborgen gehouden heeft. De uitzonderlijke symbolen waarmee de bijbelstudenten vertrouwd zijn zullen in het kort zichtbaar worden gemaakt, wat alleen zal volstaan door de gedachten te bepalen bij de symbolen die zullen worden uitgelegd. Wij zullen trachten te bewijzen dat de symbolen van de boeken Daniël en de Openbaring de gehele wereldgeschiedenis omvatten, vanaf de schepping tot aan de verlossing, zowel op burgerlijk als op godsdienstig vlak. {SR2:28.1}

In het tweede hoofdstuk van Daniël, beginnend met het eerste wereldrijk (Babylon) na de zondvloed, hebben wij de wereldgeschiedenis van toen af tot de tweede komst van Christus of tot het einde van de tegenwoordige wereld, weergegeven in een groot metalen beeld. “Gij, o koning, had een gezicht, en zie, er was een groot beeld! Dit beeld was hoog, en de glans ervan was buitengewoon; het stond voor u, en de aanblik ervan was schrikwekkend. Het hoofd van het beeld was van gedegen (massief) goud, zijn borst en armen waren van zilver, zijn buik en lendenen van koper, zijn benen van ijzer, zijn voeten deels van ijzer deels van leem. Gij bleef toezien totdat er zonder handen een steen werd uitgehouwen die het beeld trof aan de voeten van ijzer en leem en deze verbrijzelde (…) En in de dagen van die koningen zal de god des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal worden vernietigd: en het koninkrijk zal niet aan andere volkeren worden overgegeven, maar het zal al deze koninkrijken verbreken en verteren, en zal voor eeuwig standhouden. Juist zoals gij gezien hebt, dat de steen zonder handen werd uitgehouwen, en dat het het ijzer, het koper, de klei, het zilver en het goud verbrijzelde: De De grote God heeft aan de koning bekend gemaakt wat

28

shepherds-rod-volume-two-daniel-two-great-image

29

de droom is waarachtig, en de uitleg ervan is betrouwbaar.” (Dan. 2:31-34, 44, 45, “King James” vert.) {SR2:28.2}

Van het goud, zilver, koper en het ijzer is verklaard geweest dat zij een voorstelling zijn van Babylon, Medo-Perzië Griekenland en Rome. Het mengsel van ijzer en leem — de voeten en de tenen — de tegenwoordige koninkrijken na de val van Rome. Het is een Wonderlijke profetie, zo eenvoudig en zo waarachtig. Maar dit groot beeld openbaart slechts, als het ware, de structuur van onze wereldgeschiedenis. {SR2:30.1}

In het zevende hoofdstuk van Daniël vinden we dezelfde chronologische samenstelling in de symbolen van de verschillende beesten. de reden voor de duplicatie (herhaling) is om de gebeurtenissen die zouden plaatsvinden in de structuur van het historische groot beeld in details weer te geven. “Daniël hief aan en zeide: Ik had in de nacht een gezicht, en zie, de vier winden des hemels brachten de grote zee in beroering, en vier grote beesten stegen uit de zee op, het ene verschillend van het andere. Het eerste beest geleek op een leeuw, en het had adelaarsvleugels. Terwijl ik bleef toezien, werden het de vleugels uitgerukt, en werd het van de grond opgeheven en op twee voeten overeind gezet als een mens, en werd het een mensenhart gegeven. En zie, een ander beest, het tweede, geleek op een beer; het richtte zich op de ene zijde op, en drie ribben waren in zijn muil tussen zijn tanden; en men sprak tegen hem aldus: sta op, verslind veel vlees. Daarna zag ik, en zie, een ander beest, gelijk een luipaard (of panter); het had vier vogelvleugels op zijn rug en vier koppen. En aan hem werd heerschappij gegeven. Daarna zag ik in de nachtgezichten, en zie, een vierde beest, vreselijk, schrikwekkend en geweldig sterk; het had grote ijzeren tanden: het at en vermaalde, en wat overbleef, vertrad het met zijn poten; en dit beest verschilde van alle vorige, en het had tien horens. Terwijl ik op die horen lette, zie, daartussen verhief zich een andere kleine horen, en drie van de vorige horens werden daarvoor uitgerukt; en zie, in die horens waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.” (Dan. 7:2-8, “K.J.” vert.) {SR2:30.2}

De Leeuw, de beer, de luipaard en het moeilijk-te-beschrijven beest, beelden dezelfde koninkrijken uit als het goud, het zilver, het koper en het ijzer. De onnatuurlijke en specifieke symbolen in verband met de beesten, namelijk, de vleugels, ribben, horens en koppen, dragen ertoe bij om de mysteries van de geschiedkundige gebeurtenissen, die zouden plaatsvinden gedurende de grote profetische periode, te onthullen. Het meest wonderbaarlijke aan deze profetische symbolen is dat zij volmaakt in staat zijn om de waarheid te openbaren, en eenmaal goed begrepen, kunnen zij niet meer worden tegengesproken. Er moet op geen enkele uitleg van symbolische profetieën die niet past bij de gegeven verklaring worden vertrouwd. De uitleg van zulke symbolen moet niet

30

31

shepherds-rod-volume-two-world-history-beasts

32

alleen in harmonie zijn met de algehele strekking van Gods Wetboek, maar het moet een belangrijke les aanduiden aan Gods volk. En wanneer zulk een uitleg wordt afgeleid uit de Schriften, pas dan kunnen wij zeggen dat het de waarheid gaat. {SR2:30.3}

Terwijl het gouden hoofd van het grote beeld het Babylonische koninkrijk op het hoogtepunt van zijn glorie voorstelde, beslaat de leeuw een grotere periode volgens Genesis 10:8-10: “En Kus verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op aarde. Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des Heren; daarom zegt men: Zoals Nimrod, de machtige jager voor het aangezicht des Heren. En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erek, akkad, en Kalne, in het land Sinear.” Het begin van Nimrods koninkrijk was “Babel”, of zoal in het Grieks: “Babylon”. Zijn heerschappij strekte zich uit over de vier steden van de vlakte, namelijk: Babylon, Erek, Akkad en Kalne. Indien de lezer Genesis 10:8-10 raadpleegt en zorgvuldig de personen telt, geboren uit Noachs familie, nadat ze na de zondvloed uit de ark gingen, tot aan de geboorte van Nimrod, dan zal hij kunnen vaststellen dat Nimrod de 26e persoon is, geboren na de zondvloed. De stad was gelegen in het land Sinear, volgens Genesis 11:2: “Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden.” {SR2:33.1}

De naam Babel (Babylon in het Grieks) onstond in de tijd dat de toren van Babel in aanbouw was, waarna God de menigte verwarde door verschillende talen te doen ontstaan. Volgens Daniël, stond de hoofstad van Babylon in dezelfde vlakte: “En de Here gaf Jojakim, de koning van Juda, in zijn macht [de koning van Babylon], (…) welke hij naar het land Sinear bracht.” (Dan. 1:2.) Daarom werd Babylon onmiddelijk na de zondvloed opgericht, waarschijnlijk ergens tussen 2400 en 2300 voor Christus, en bereikte haar hoogtepunt als wereldrijk tussen 400 en 500 v. Chr. Babylon besloeg om tot ontwikkeling te komen een periode van ongeveer 1800 jaar, of zelfs meer. Zeker zal niemand denken dat Babylon de oude wereld in een hoog tempo veroverde. {SR2:33.2}

De Symbolen van de Vleugels en de Ribben.

Wij kunnen ons nu afvragen wat de betekenis is van de vleugels van de leeuw en van de luipaard; zo ook van de ribben in de muil van de beer. De vleugels van de leeuw kunnen zeker geen snelheid voorstellen, zoals sommigen hebben onderwezen. Indien vleugels snelheid moesten voorstellen, zouden ze op de beer moeten geweest zijn, want Kores en Darius veroverden het oude Babylon ‘s nachts. Bovendien, als vleugels snelheid voorstellen op het ene dier, moeten zij hetzelfde voorstellen op het ander dier. Kunnen zij snelheid voorstellen op de luipaard? Zeker niet. Een zorgvuldig onderzoek van de symbolen

33

toont aan dat de luipaard niets te maken had met Alexanders verovering van Medo-Perzië. De luipaard steld het koninkrijk voor na de voltooiing van de verovering. De vier koppen zijn de vier Griekse divisies (verdelingen) na de dood van Alexander, namelijk: “Cassander, Lysimachus, Ptolomeüs en Seleucus.” {SR2:33.3}

De strijd en verovering tussen Medo-Perzië en Griekenland wordt ons onder de aandacht gebracht in Daniël 8:5-7: “Maar terwijl ik nauwkeurig acht gaf, zie, daar kwam een geitebok vanuit het westen over de gehele aarde zonder de aarde aan te raken; en de bok had een opvallende horen tussen zijn ogen. En hij kwam tot de ram met de twee horens, die ik voor de stroom had zien staan, en rende op hem toe in zijn grimmige kracht; ik zag, dat hij tot vlak bij de ram kwam; verbitterd stiet hij de ram, brak zijn beide horens, en er was geen kracht in de ram om tegen hem stand te houden; hij wierp hem ter aarde en vertrad hem, en er was niemand die de ram uit zijn macht redden kon.” {SR2:34.1}

In de verzen 20 en 21, deelde de engel aan Daniël mede dat de geitebok “Griekenland is,” de ram “Medo-Perzië,” en de grote horen tussen zijn ogen is “de eerste koning.” Daarom wordt Alexanders’ snelle verovering voorgesteld door de “geitebok” die de aarde niet aanraakte. Indien de vleugels snelheid moesten voorstellen, zouden ze op de geitebok geweest moeten zijn en niet op de luipaard. Aangezien de waarheid over hetgeen dat gezegd is, niet kan geloochend worden, en aangezien de gedachte die sommigen hebben geïntroduceerd in tegenspraak is met de symbolen, moeten wij dan ergens anders zoeken naar de toepassing van de “vleugels.” Wij denken dat het veel veiliger, wijzer en aanvaardbaarder is dat iemand zijn fout weet te bekennen — daar wij stervelingen geneigd zijn veel fouten te maken — eerder dan betrokken te worden in tegenstrijdige interpretaties (uitleggingen) van Gods Woord. {SR2:34.2}

Wij moeten vooral begrijpen, dat Inspiratie door middel van deze symbolen de gehele wereldgeschiedenis vastlegt. Laat ons niet vergeten dat er een wereld was voor de zondvloed. Indien één van ons deze wonderlijke bouwkundige prestatie zou wagen, om een tekening of kaart te ontwerpen, van deze wereldgeschiedenis, zouden wij zeker een volledig verslag van al haar delen in aanmerking nemen. God, oneindig in wijsheid en kracht, zou zeker niet Zijn wereld van voor de zondvloed over het hoofd zien of gedachteloos veronachtzamen in Zijn grote kaart van historische gebeurtenissen. {SR2:34.3}

Een verslag van goddelijk onderzoek over de geschiedenis van deze wereld vanaf de schepping tot aan de verlossing, zou van groot belang zijn in deze tijd. In een tijdperk van ontrouw, atheïsme en huichelarij, hebben mensen die die beweren wijs te zijn in zowel wereldse als godsdienstige zaken, de Bron van ware wijsheid uit het oog verloren. “Immers, hoewel zij God kenden hebben zij Hem niet als God verheerlijkt

34

of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwazen geworden.” (Rom. 1:21, 22, K.J. vert.) Zelfs zij, die beweren leraren der gerechtigheid te zijn, hebben hun geloof in de bijbelse beschouwing van de schepping verbeurd verklaard (opgegeven). Daar God de tegenwoordige bedriegelijke toestand van verloochening van Zijn Woord kent, heeft Hij een gedegen profetisch plan uitgedacht, bestaande uit symbolen van beesten, vleugels, ribben, horens, koppen, kronen enz., waardoor hij in dit profetisch panorama op de feiten wijst met een overtuigingskracht die de mensen nederig zou moeten maken en hun volkomen onwetendheid in gebrek aan kennis aantoont. {SR2:34.4}

Volgens de bijbelse berekening vond de zondvloed meer dan 1600 jaar na de schepping plaats. God bracht de mensen door Adam en Eva tot stand. Daarom was er één volk, één ras, één taal en natie vanaf de

35

shepherds-rod-volume-two-daniel-seven-lion

36

37

shepherds-rod-volume-two-daniel-seven-bear

38

39

shepherds-rod-volume-two-daniel-seven-leopard

40

schepping tot aan de zondvloed. De heerschappij die aan Adam gegeven werd, noemen wij het eerste Adamische wereldrijk. Babylon was het tweede; Medo-Perzië het derde; Griekenland het vierde; Rome het vijfde; de verbrokkelde staat van Rome (gesymboliseerd door de voeten en de tenen van het grote beeld van Daniël 2, dat de tegenwoordige onstabiele beschaving voorstelt) is het zesde. En vanaf het einde van het millennium (de periode van duizend jaar) na de opstanding van de goddelozen tot aan de tweede dood, is het zevende en laatste. Zo stelt het getal zeven, zoals altijd trouwens, volheid voor. Daarom openbaren zeven wereldrijken de volledige geschiedenis van de wereld, en betekenen het einde van de zonde en haar heerschappij. {SR2: 41.1}

Indien wij stervelingen zulk een kaart moesten ontwerpen, met symbolen en beesten, is het zeker dat wij genoeg verstand zouden hebben om elk beest in volgorde te nummeren. Wij mogen niet veronderstellen dat God minder bedachtzaam is in Zijn wonderlijke volmaaktheid. Daarom, heeft Hij elk beest genummerd. Wij moeten eerst de beesten in acht nemen die de tijd van het Oude Testament voorstellen, door het grote metalen beeld, namelijk: het goud — Babylon; het zilver, Medo-Perzië; het koper, Griekenland. Goud is het edelste metaal dat als nummer één zou moeten staan. Zilver volgt na goud, en is daarom nummer twee; koper staat als derde metaal tegenover goud, en is dus nummer drie. De leeuw is de koning of hoofd der dieren, daarom is hij nummer één, en stemt hij overeen met het goud. De beer volgt na de leeuw, daarom wordt hij nummer twee, en stemt hij overeen met het zilver. De luipaard staat als derde tegenover de leeuw zodat hij nummer drie wordt, in overeenstemming met het koper. {SR2: 41.2}

Dit brengt ons terug naar ons onderwerp van de betekenis van de vleugels op de leeuw en op de luipaard, en de ribben in de muil van de beer. God zou zeker niet de wereldgeschiedenis ingedeeld hebben vanaf de zondvloed tot aan het einde,

41

zonder rekening gehouden te hebben met al haar onderdelen. Er moeten op deze kaart historische gebeurtenissen te vinden zijn die te kennen geven dat God, voor de zondvloed, een wereld had, zoals reeds eerder werd uitgelegd. Dat eerste rijk, komt natuurlijk als nummer één; Babylon als nummer twee; Medo-Perzië, nummer drie; en Griekenland, als nummer vier. Als deze bewering juist is, dan moeten wij dit stel nummers terug vinden op de leeuw, de beer en de luipaard. {SR2: 41.3}

De vleugels op de leeuw duiden rijk nummer twee aan. De leeuw is van nature eerste — eerste vanaf de zondvloed, maar (vanzelfsprekend) door zijn vleugels, tweede vanaf de schepping. De ribben in de muil van de beer duiden rijk nummer drie aan. De beer is uiteraard de tweede vanaf de zondvloed, maar (vanzelfsprekend), is hij door de drie ribben het derde vanaf de schepping. Er worden ribben gebruikt, want vleugels zijn steeds per twee. De vier vleugels op de luipaard wijzen erop dat Griekenland het vierde wereldrijk is. De luipaard is uiteraard het derde vanaf de zondvloed, maar (vanzelfsprekend), door de vleugels, het vierde na de schepping. De geschiedenis vliegt, daarom zijn vleugels een volmaakt symbool. {SR2: 42.1}

“Sta Op, Verslind Veel Vlees.”

“Sta op, verslind veel vlees,” zeiden de ribben tot de beer. (Dan. 7:5, “K.J.” vert.) De Medo-Perzen openden de weg voor keizerlijke oorlogen, vandaar: “Sta op, verslind veel vlees.” Zo waren rijk na rijk gedompeld in bloedige oorlogen. De ribben in de muil van de beer kunnen geen naties betekenen, zoals sommigen onderwezen hebben, aangezien naties door horens worden gesymboliseerd en niet door ribben. Zij kunnen ook geen aanduiding zijn voor bepaalde provincies, die Medo-Perzië niet kon veroverd hebben, want hij heeft hen in zijn muil, en het zou tegenstrijdig zijn om te veronderstellen dat de Perzen bepaalde staten meer zouden verdrukt hebben dan andere. Als dat zo geweest was, dan zou de beer hen vertrapt hebben, zoals het moeilijk-te-beschrijven beest te werk ging. (Dan. 7:7.) Het symbool toont eerder het tegenovergestelde aan, en er is voor een dergelijke theorie geen bewijs, noch een les die men uit leren kan. {SR2: 42.2}

De Vleugels van de Leeuw Uitgerukt.

Terugkerend tot de leeuw, symbool van Babylon, zegt Daniël: “Het eerste geleek op een leeuw, en had adelaarsvleugels. Terwijl ik bleef toezien werden het de vleugels uitgerukt, en werd het van de grond opgeheven en op twee voeten overeind gezet als een mens, en werd het een mensenhart gegeven.” (Dan. 7:4.) “Zijn vleugels werden uitgerukt.” Dit symbool betekent hetzelfde als het uitrukken van de drie horens van het moeilijk-te-beschrijven beest. (Dan. 7:8.) Indien het uitrukken van de horens betekent dat hun koninkrijk van hen weggenomen werd, dan betekent het uitrukken van vleugels dat Babylon, als wereldrijk nummer twee zou verdwijnen, als vervulling van Daniëls uitleg van

42

43

shepherds-rod-volume-two-daniel-seven-lion-wings

44

het handschrift op de muur: “Dit is de uitlegging van de woorden: Mene; God heeft uw koningschap geteld en er een einde aan gemaakt.” (Dan. 5:26.) Daarom viel Babylon in de handen van de Medo-Perzische koningen. Aldus “werden” zijn vleugels “uitgerukt,” en volgde het Medo-Perzische rijk, nummer drie, de leeuw, nummer twee op. {SR2: 42.3}

Het Werd een Mensenhart Gegeven.

Nadat de twee vleugels van de leeuw uitgerukt waren, zegt Daniël: “Hij werd op beide voeten overeind gezet als een mens, en werd het een mensenhart gegeven.” Wat er ook bedoeld wordt met de positie van het beest en de verandering van het hart, de toepassing ervan gebeurt nadat Babylon gevallen is onder de Medo-Perzische regering, want hij stond overeind als een mens, nadat zijn vleugels uitgerukt waren. Als wij het symbool willen begrijpen, moeten wij eerst de functie van het hart in acht nemen, want het symbool zelf moet volmaakt zijn, anders kan de waarheid niet vastgesteld worden. {SR2: 45.1}

De functie van het hart is om de levenskracht in het lichaam in stand te houden. Laat het hart tot stilstand komen en alles gaat verloren. Deze hoogst belangrijke levensorgaan is de beheerser van het lichaam. Zoals een rijk uit talrijke mensen bestaat, met hun behoeften, zo is ook het levende lichaam samengesteld uit zeer vele levenscellen, en alles wat erbij hoort. Zoals het de plicht is van een koning de levenskracht in zijn koninkrijk te behouden en ook het kwade te bestraffen of uit te roeien en toezicht te houden op het goede, zo gebeurt dit ook met het hart. Door samen te trekken en uit te zetten, oefent het kontrole uit en levert het stromende, levende energie in de vorm van zuiver bloed. Het bewijs dat tot dusver verzameld is, toont aan dat het hart een passend symbool is voor een koning. Wij moeten echter een onderscheid maken tussen een mensenhart en een beestenhart. Daniël 4:16, sprekend van de straf die koning zou ondergaan alvorens hij van zijn troon werd verstoten naar het veld bij de beesten, zegt: “Zijn hart worde veranderd zodat het niet meer een mensenhart is; een beestenhart worde hem gegeven; en zeven tijden zullen over hem voorbijgaan.” Nadat het hart van de koning veranderd was, verloor hij zijn verstand en in natuur werd hij gelijk een rund. “Op hetzelfde ogenblik ging dat woord aan Nebukadnessar in vervulling, en hij werd uit de gemeenschap der mensen verstoten en at gras als de runderen, en door de dauw des hemels werd zijn lichaam bevochtigd, totdat zijn haar lang werd als arendsveren, en zijn nagels als vogelklauwen.” (Dan. 4:33, “KJ.” vert.) {SR2: 45.2}

Het menselijk verstand bestaat niet in het uiterlijk beeld van de mensheid, maar is eerder in het menselijk hart aanwezig. Deze gedachte wordt met nadruk door de Schriften ondersteund: “Want uit de overvloed des harten spreekt de mond.” (Matt. 12:34.) Daarom kan het symbool (mensenhart) verstand betekenen. In elk geval kan het symbool niets te maken hebben met menselijke visies, maar eerder een juist

45

begrip van God, want de Bijbel zegt: “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.” (Ps. 53:2.) Het verkrijgen van een duidelijk beeld van de onbeperkte macht van de Oneindige, is wat God ware karaktervorming noemt. De kern van het symbool ligt hierin, dat Babylon gedwongen werd de macht van de Allerhoogste te erkennen door het wegnemen van een koning (beestenhart) en een ander (mensenhart) voor in de plaats te geven. {SR2: 45.3}

Eenmaal duidelijk gemaakt wat het symbool schijnt aan te tonen, moeten wij een beknopt onderzoek doen over de vorige monarchie om te zien of deze uitleg tenvolle kan ondersteund worden door het symbolisch hart. Aangezien het blijvend voorbeeld dat gegeven werd door de zondvloed voor de toekomstige generaties erin gefaald heeft om aan de Chaldeeën een les te geven van Gods bestaan en macht, leverde de Schepper van het mensdom, in Zijn genade, geduld en langdurige verdraagzaamheid, omdat Hij wil dat niemand verloren gaat, een uiterste inspanning om deze natie te redden. “De Heer is niet traag aangaande Zijn belofte, terwijl sommigen het voor traagheid aanzien; maar is langdurig verdraagzaam ten behoeve van ons, niet willende dat iemand van ons verloren zou gaan, maar dat een ieder tot berouw zou komen.” (2 Petrus 3:9, “KJ.” vert.) {SR2: 46.1}

Toen aan Nebukadnessar de droom van het grote beeld gegeven werd, was het onderwerp uit zijn geheugen gewist, maar de indruk, in zijn geest achtergelaten, was sterk toegenomen. Nadat de dringende eis tot de wijzen gericht er niet in geslaagd was de konings droom te openbaren, ontmaskerde Daniël, door goddelijke openbaring, de geheimzinnige verschijnselen door de droom uit te leggen. Dit verbazingwekkend wonder zou de koning en al de wijzen van Babylon tot de Hebreeuwse eredienst bekeerd moeten hebben, want door de God van Daniël waren zij aan de doodstraf ontsnapt; maar er kwam geen verandering ten goede. Hoewel de koning God met zijn lippen vereerde, was zijn hart ver van Hem. De koning vernietigde de afgoden van het land niet, maar in zijn blindheid kwam hij ertoe grotere op te stellen; want korte tijd na de uitleg van de droom eiste hij van al zijn onderdanen de aanbidding van het “gouden beeld” dat hij in de vlakte van Dura had opgesteld. (Lees het derd hoofdstuk van Daniël.) {SR2: 46.2}

De weigering van de drie Hebreeuwse mannen om de afgod te aanbidden, en het wonder waardoor ze gered werden uit de brandende oven, had een diepe indruk gemaakt op de bestuurders, maar ook dit slaagde er niet in het hart van de koning te veranderen. Opnieuw eerde hij de God der goden met zijn lippen, maar niet met zijn daden. De goddeloze daden van de koning maakte een bovennatuurlijke straf noodzakelijk. Vandaar dat er een geweldige inspanning nodig was, om hem bewust te maken van zijn afhankelijkheid van de Schepper. De droom die hem gegeven werd (in hoofdstuk vier) van de grote boom — een symbool van zichzelf — en haar uitleg door Daniël, had de hardnekkige vorst overtuigd van de waarheid die erin lag en van het oordeel dat over hem zou komen, tenzij hij berouw toonde. Daniël zei: “Daarom, o koning, laat mijn raad u welgevallig zijn: doe uw zonden teniet door rechtvaardigheid,

46

en uw ongerechtigheid door erbarming jegens ellendigen — of er misschien verlenging van uw rust wezen moge (…) Na verloop van twaalf maanden, toen hij aan het wandelen was op het koninklijk paleis in Babel (…) Op hetzelfde ogenblik ging het woord aan nebukadnessar in vervulling, en hij werd uit de gemeenschap der mensen verstoten en at gras als de runderen, en door de dauw des hemels werd zijn lichaam bevochtigd, totdat zijn haar lang werd als de veren der arenden en zijn nagels als de klauwen der vogels.” (Hfst. 4:27, 29, 33, “KJ.” vert.) {SR2: 46.3}

Aan het eind van de pijnlijke ervaring, zei de koning: “Nu roem, verhef en verheerlijk ik, Nebukadnessar, de Koning des hemels, Wiens werken alle waarheid en Wiens paden recht zijn, en Die hen die in hoogmoed wandelen, vermag te vernederen.” (Dan. 4:37.) Hoewel hij de kracht van de Eeuwige herkende, Hem aanbad en woorden van lof uitsprak met een zeer verheven uitdrukking, kwam de koning er niet toe zijn heidens hart op te geven en te verzaken aan het heidens gebruik van aanbidding. Hij verzuimde om het grote belang van de kennis van de HERE aan zijn nageslacht mede te delen tot rust en instandhouding van zijn koninkrijk. {SR2: 47.1}

De bijzondere ondervindingen moesten dienen als praktische les voor toekomstige koningen. Niet lang na de vervulling van de droom, besteeg de kleinzoon van de koning de troon. Met zijn heidense gewoonte waagde hij het, de God der goden en Koning der koningen, Die bekwaam is om koningen tot ossen, ossen tot koningen en slaven tot heersers te maken, uit te dagen. “Want het verhogen komt niet van oost of van west, noch uit de woestijn — maar God is Rechter, Hij vernedert deze en verhoogt gene.” (Ps. 75:7, 8.) {SR2: 47.2}

Voordien was het heilige drinkgerei nooit eerder door een koning bedoezeld geweest, zoal op Belsassars dronkaardsfeest. God zal verdraagzaamheid betrachten, totdat de mens de grenslijn overschrijdt. Dit deed Belsassar, door het heilige drinkgerei te brengen voor zijn machthebbers, bijvrouwen, en heidense goden. Bij het verschijnen van de hand, schrijvend op de wand, werd zijn schuldig geweten ontsteld, zijn heupen werden los, en zijn knieën stootten tegen elkaar. Net als zijn vader, negeerde Belsassar Daniël en bracht de wijzen van Babylon bijeen om het schrift te ontcijferen; niettegenstaande het feit dat hij op de hoogte zou moeten zijn van hun onkunde om het geheim te onthullen. Uiteindelijk werd Daniël geroepen en bij zijn aankomst zij hij: “Dit is de uitleg van de woorden: Mene: God heeft uw koningschap geteld en er een einde aan gemaakt; Tekel: gij zijt in de weegschaal gewogen en te licht bevonden; Peres: uw koninkrijk is verdeeld en aan de Meden en de Perzen gegeven.” (Dan. 5:26-28, “KJ.” vert.) De onschatbare ondervindingen van zijn vader die in zijn bereik lagen, zouden tot eeuwige zegeningen kunnen hebben gediend, maar door Gods macht te negeren, verdraaide de koning de voordelen tot een vloek, en bracht uiteindelijk zijn koninkrijk tot een definitief einde. Elk middel om de leeuw (Babylon) te doen staan als een mens onder de regering van de koningen der Chaldeeën was uitgeput, en iedere inspanning mislukte.

47

Daarom was de tijd aangebroken voor de Here om het laatste geneesmiddel toe te passen op het koninkrijk van de leeuw. {SR2: 47.3}

Kores (of Cyrus), van wie God vele jaren te voren door Zijn profeet gesproken had, werd toegestaan de hoofdstad van de Chaldeeën binnen te dringen. (Zie Jes. 45:1.) Babylon verdween als rijk nummer twee, en het symbool van de “uitgerukte” vleugels ging in vervulling. “In diezelfde nacht werd Belsassar, de koning der Chaldeeën, gedood.” (Dan. 5:30.) Het Leeuwenhart is een symbool van de heidense koning — Belsassar die gedood werd — en werd dus zo het beestenhart weggenomen. De mens wikt (overdenkt), maar dikwijls is er een andere macht waarover hij geen controle heeft, die beschikt. {SR2: 48.1}

Daniël werd aangesteld als eerste rijksbestuurder over de 120 vorsten omdat er een voortreffelijke geest in hem was. Zowel Cyrus als darius bekeerden zich tot de aanbidding van de ware God. Daarom stelde de eeuwige Arm, Die tussen beide komt in de zaken van het mensdom, een koning aan naar Zijn Eigen keuze. {SR2: 48.2}

Op deze wijze gingen de symbolen in vervulling en de leeuw “werd van de grond opgeheven, en op twee voeten neer gezet als een mens, en het werd een mensenhart gegeven.” (Dan. 7:4.) {SR2: 48.3}

Het hart een passende kenmerkendheid van de heerser van een natie. De tegenstelling tussen een godvruchtige en een goddeloze koning is groot en is zo verschillend als tussen het mensenhart en het beestenhart. Het hart is de levengevende energiebron in het menselijk lichaam, net zoal een koning het hoofd is van een natie. {SR2: 48.4}

Nadat er vrijheid was verleend aan de joden, zei Kores, in zijn oproep: “Zo zegt Kores, koning van Perzië: De HERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven; en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, dat in Judea is. Wie is onder u van al Zijn volk? Zijn God zij met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem, dat in Judea is, en hij bouwe het huis van de HERE, de God van Israël; (Hij is de God,) Die te Jeruzalem woont.” (Ezra 1:2, 3 / Eng., vers 1, 2, “KJ.” vert.) Deze goddelijke invloed van de koningen van Medo-Perzië raakte pas jaren later uitgeput. Het dekreet (verordening of bevel) dat Kores uitvaardigde was geschreven op een rol en geplaatst in Achmetha, in een paleis dat zich in de provincie van de Meden bevindt. Jaren later, toen de rol door Daruis ontdekt werd, werd het edikt (besluit) onmiddelijk uitgevoerd. Kores had bepaald dat allen een vrijwillig offer zouden geven, en de koning zelf zou bijdragen zonder beperking. Hij zei: “Tevens is door mij bevel gegeven aangaande hetgeen gij doen zult aan deze oudsten der Judeeërs bij de bouw van het huis Gods: uit de koninklijke inkomsten, uit de schatting van het gebied over de rivier, zal nauwkeurig en zonder uitstel uitbetaling aan de mannen worden gedaan.” (Ezra 6:8.) Voorts vaardigde hij uit dat al de benodigdheden voor de instandhouding van de offerdiensten “hun dag aan dag volledig ter beschikking moest worden gesteld.” Toen voegde hij eraan toe: “Opdat zij de God des hemels

48

welriekende offers kunnen brengen, en bidden voor het leven van de koning en zijn zonen.” (Ezra 6:10.) Nebukadnessar beleed bekering na zijn wonderbaarlijke bevinding met de God des hemels, en verklaarde: “Hij doet naar Zijn wil met het heer des hemels en de inwoners der aarde, en er is niemand die Zijn hand afslaan, of tot Hem zeggen kan: Wat doet Gij? Ter zelfder tijd kwam mijn verstand weer in mij; en mijn raadsheren en mijn geweldigen zochten mij, en ik werd in mijn koninkrijk bevestigd; en mij werd groter heerlijkheid toegevoegd. Nu prijs ik, Nebukadnessar, en verhoog, en verheerlijk ik de Koning des hemels, omdat al Zijn werken waarheid, en Zijn paden gerichten zijn; en Hij is machtig te vernederen hen, die in hoogmoed wandelen.” (Dan. 4:35-37.) {SR2: 48.5}

Ofschoon deze sublieme (zeer verheven) woorden door de koning van de Chaldeeën uitgesproken een verandering van het hart schenen te openbaren, bewezen zijn werken dat hij faalde in de uitvoering van hetgeen zijn lippen verkondigden. Wat een tegenstelling tussen de Babylonische vorst en de Medo-Perzische koning! Nebukadnessar weigerde Gods volk vrij te laten; hij weigerde de gewijde vaten terug te geven aan de Koning des hemels; hij gaf geen bevel voor de herbouw van het huis van God; niet één gift gaf hij aan de Koning der koningen; hij deelde de kennis van de HERE niet mede aan zijn volk; hij liet toe dat zijn kinderen en zijn huisgezin de goden van hout en steen aanbaden; hij spande zich niet in om God de eer te geven, behalve met zijn lippen. {SR2: 49.1}

Ofschoon wij dit levend voorbeeld voor ons hebben, hoe dikwijls laten wij het recht zegevieren met onze lippen, en maken geen aanstalten om de uitgestrekte Arm van goddelijke liefde vast te pakken. Menigten apen de standaard na, opgesteld door de oude vorst. “Dit volk naderd tot Mij met hun mond, en eren Mij met hun lippen; maar hun hart is verre van Mij.” (Matt. 15:8, “KJ.” vert.) {SR2: 49.2}

Ofschoon Nebukadnessar deze heilige dingen niet tot uitvoer bracht, heeft God in Zijn grote genade de koning toch gered. God had lang geduld gehad met de Babylonische koning, maar “de eens zo trotse vorst was een nederig kind van God geworden; de heerszuchtige, onverdraagzame heerser, een verstandig kind en medelevende koning. Hij die de God des hemels had uitgedaagd en gelasterd, erkende nu de macht van de Allerhoogste, en zocht oprecht de vreze des HEREN en het geluk van zijn onderdanen te bevorderen. Onder de bestraffende hand van Hem, Die Koning der koningen en Heer der heren is, had Nebukadnessar eindelijk de les geleerd die alle regeerders moeten leren.” — “Prophets and Kings”, p. 521 / “Profeten en Koningen”, blz. 318. {SR2: 49.3}

49

DE BEER EN DE LUIPAARD.

Het voorbeeld van de Babylonische vorsten zou een praktische les moeten bevatten voor alle troonopvolgers. De goddelijke invloed van Cyrus (Kores) zou ook hebben kunnen voortgeduurd, maar de koningen van Medo-Perzië zagen, zoals de Chaldeeën, uit naar aardse glorie, zonder vrees (ontzag) voor Hem, Die koninkrijken oprichten en koningen afzetten kan. {SR2: 50.1}

De onschatbare les voortvloeiende uit de straf van de Chaldeese koningen, zou hen tot zegen moeten geweest zijn, maar in hun ijdele verbeelding verlieten zij de Gesel van ware wijsheid en kracht Die nooit tekort schiet. Zo werd datgene dat tot een zegen bedoeld was een veroordeling. Daarom, werden de koningen van Medo-Perzië slechter dan de koningen van Griekenland die afgoden aanbaden, en wiens leven alleen maar beheerst werden door een verdorven eetlust. Zo was nogmaals de tijd gekomen dat de ribben in de muil van de beer spraken: “Sta op, verslind veel vlees.” Daarom werd de almachtige Arm aan de Medo-Perzische koning onttrokken, en begaf Alexander zich, met de snelheid van een arend, naar zijn prooi. Zo opende Medo-Perzië de poort voor de bloedigste oorlogen van onze wereldgeschiedenis. Op deze wijze gingen de woorden: “Sta op, verslind veel vlees,” in vervulling. {SR2: 50.2}

Daniël zegt: “Maar terwijl ik nauwkeurig acht gaf, zie, daar kwam een geitebok vanuit het westen over de gehele aarde zonder de aarde aan te raken; en de bok had een opvallende horen tussen zijn ogen. En hij kwam tot de ram met de twee horens, die ik voor de stroom had zien staan, en rende op hem toe in zijn grimmige kracht; ik zag, dat hij tot vlak voor de ram kwam; verbitterd stiet hij de ram, brak zijn beide horens, en er was geen kracht in de ram om tegen hem stand te houden; hij wierp hem ter aarde en vertrad hem, en er was niemand die de ram uit zijn hand kon redden. (…) De ram die gij gezien hebt, met de twee horens, doelt op de koning der Meden en Perzen, en de harige geitebok op de koning van Griekenland, en de grote horen die tussen zijn ogen stond, dat is de eerste koning.” (Dan. 8:5-7, 20, 21.) Daarom was Alexander, wiens liefde voor veroveringen onbeperkt was, de eerste die sucses had in het leiden (aanvoeren) van het Westen tegen het Oosten. {SR2: 50.3}

Maar nauwelijks had Alexander het rijk veroverd, of hij gaf zich over aan een losbandige dronkenschap en stierf op een jeugdige leeftijd. Zo werd de horen die tussen de ogen van de “geitebok” was, afgebroken: “En vier opvallende horens rezen in diens plaats op, naar

50

shepherds-rod-volume-two-daniel-ram-goat

51

52

de vier windstreken des hemels.” (Dan. 8:4b.) Daar Alexander geen troonopvolger had, werd het rijk verdeelt tussen zijn vier generaals, namelijk: Cassander, Lysimachus, Ptolomeüs, en Seleucus. Zo zorgde de tijd en de voorzienigheid ervoor dat de vierkoppige luipaard ontstond. {SR2: 50.4}

De Ram en de Geitebok.

De volledige strijd tussen de natiën wordt voorgesteld door de ram en de geitebok, met de verschillende opkomende en afbrekende horens. Waarom een ram en een geitebok? Waarom geen andere diersoorten? Jezus geeft het antwoord: “En al de volken zullen voor Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder zijn schapen van de bokken scheidt: En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhad zetten, maar de bokken aan de linker.” ( Matt. 25:32, 33, “K.J.” vert.) {SR2: 53.1}

Door deze huisdieren drukt Inspiratie de gedachte uit dat de

bewoners van de aarde slechts schapen en bokken zijn — ware en valse godsdienst. Het duidt ook aan dat oorlogen een strijd zijn tussen goed en kwaad. Maar waarom Medo-Perzië door een ram en Griekenland door een geitebok? Waarom niet het omgekeerde? De Medo-Perzische koningen geloofden in de ware God, zoals voorheen reeds werd uitgelegd; zij hadden principen die strijdig waren met die van Griekenland. Om die reden werd Medo-Perzië voorgesteld door een ram en Griekenland door een geitebok. Wonderbaarlijk is het om op te merken hoe volmaakt en doordacht de grote wijsheid van de Oneindige was, zoals (het werd) aangewend bij het uitkienen van deze symbolen. Almacht alleen kan zulk een volmaakte profetische kunst uitdenken, om historische gebeurtenissen te voorzeggen. {SR2: 53.2}

Koninkrijk van Koper Heerst over de Wereld.

Er werd reeds eerder uitgelegd dat de leeuw, de beer en de luipaard door God genummerd zijn. De luipaard is het vierde wereldrijk vanaf de schepping, en aangezien de nummers op deze wijze met hem ophouden, zou men zich natuurlijker wijs de vraag kunnen stellen: Waarom wordt er niet doorgegaan met het nummeren van de beesten die De luipaard opvolgen? Er zijn verschillende redenen voor de verandering bij dat bijzonder beest. Aangezien Rome langzaam vanbinnenuit het Griekse rijk ontstond, slorpte hij uiteindelijk het laatste Griekse distrikt op, en de laatste dynasty (het vorstenhuis) van Ptolomeüs werd een provincie van de Romeinse staat rond 27 v. Chr. Zo sloot het Oude Testament af met Griekenland en begon het Nieuwe met Rome. Daarom ligt de Scheidingslijn tussen Griekenland en Rome. Het is ook opmerkelijk dat de beesten die het Oude Testament voorstellen geen horens dragen, maar dat die in het Nieuwe Testament wel horens dragen. Dit alles betekent het einde van de typische en het begin van de anti-typische periode. {SR2: 53.3}

53

De getallen in de Bijbel zijn als mijnaders van kostbare metalen onder het aardoppervlak. Duizenden wandelen over deze ongekende schatten totdat een onzichtbare macht ze aan de oppervlakte brengt. Wij weten dat de Drieëenheid het beste uitgedrukt wordt door de termen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Zo drukken wij ook Gods eigenschappen uit in drie termen: Alomtegenwoordigheid, Alwetendheid en Almacht. Hierover zou veel meer gezegd kunnen worden. {SR2: 54.1}

Als drie het symbool is van de Drieënige HERE, dan moet vier een aanduiding zijn van datgene wat uit Hem voortkomt, zoals geopenbaard in de schepping. De cherubijnen bestaan uit vier levende schepsels, die elk respektievelijk het aangezicht hebben van een leeuw, een kalf, een mens (of man) en een arend. Er zijn vier windstreken op de aarde: Het Oosten, het Noorden, het Zuiden en het Westen, die de volheid van de richting uitdrukken; zoals: De Winter, de Lente, de Zomer en de Herfst een komplete cyclus van de jaargetijden omvat. Wij hebben reeds opgemerkt dat er vier wereldrijken waren in de geschiedenis van de wereld vanaf de schepping tot aan de kruisiging. In verband met dit onderwerp kunnen wij ook dit opmerken, dat er een verband bestaat tussen het drievoudige en het viervoudige zoals duidelijk te zien is in het scheppingswerk, waarin de eerste vier dagen gebruikt waren om de sfeer te vormen, en de andere drie voor de schepping van de levende wezens, om een hoogtepunt te bereiken in de Sabbatsrust. Op de vierde dag was de materiële toestand van de schepping voltooid, en op de vijfde en zesde dag, werd de aarde bevolkt. In het boek de Openbaring in het hoofdstuk van de zeven zegels, zien wij dat de eerste vier zegels duidelijk gescheiden werden van de laatste drie door de symbolen van de vier paarden. Dus blijkt het dat de viervoudige maat in ieder geval de drievoudige voorgaat, zoals in de volgorde van de schepping; elk deel bereikt dan een hoogtepunt in de zeven van de volmaaktheid. Daarom zijn er vier gedeelten in de verdeling van het grote beeld van Daniël 2, vier beesten in Daniëls visioen, vier vleugels en vier koppen op de luipaard, bij wie het nummeren op die wijze ophield. Het is duidelijk dat het Oude Testament eindigt met het symbolisch getal 4 (de vierkoppige luipaard). Dit toont aan dat al de noodzakelijke voorzieningen voor de redding van het mensdom voleindigd werden onder de dispensatie (bedeling) van dit getal bij uitstek, “vier”, toen het eindigde omstreeks de tijd van de kruisiging. Zo wordt dit getal gebruikt om wereldwijde gebeurtenissen aan te duiden. {SR2: 54.2}

54

“Blaast de bazuin in Sion en maak alarm op Mijn heilige berg! Laat alle inwoners des lands sidderen; want de dag des HEREN komt; want het is nabij.” (Joël 2:1, “KJ.” vert.)

55

HET MOEILIJK-TE-BESCHRIJVEN BEEST (DANIEL 7:7.)

Het moeilijk-te-beschrijven beest van Daniël 7:7, het vierde universele rijk na de zondvloed voorstellend maar het vijfde vanaf de schepping, volgt de vierkoppige luipaard op. Rome wordt voorgesteld door een verschrikkelijker symbool dan de koninkrijken die voorafgingen. Er moet een speciale reden zijn waarom het Romeinse rijk wordt voorgesteld door een moeilijk te beschrijven beest. Het symbool duidt aan dat het Romeinse regeringssysteem een inrichting of ordening was dat moeilijk kon worden beschreven. De meeste juiste uitdrukking voor een korrekte benaming is de term — Moeilijk-te-beschrijven. {SR2: 56.1}

Wij zullen nu zijn regeringsbestuur in ogenschouw nemen. — De kruisiging van Christus en het martelaarschap van de christenen laat blijken dat het Romeinse uitvoerend gezag gevestigd was in het heidendom, dat in strijd was met het christendom. Aangezien deze christenen ter dood gebracht werden wegens het feit dat zij weigerden de goden van het volk te aanbidden, is het duidelijk dat de joden de burgelijke arm van Rome gebruikten om hun eigen godsdienstgebruiken uit te proberen en op te dringen. Jezus is daar een voorbeeld van, want Hij werd gekruisigd als gevolg van religieuze strijd. In de eerste eeuw vervolgde Rome de christenen, maar na het christendom aangenomen te hebben, mishandelde hij de heidenen door hen te verplichten zich aan te sluiten bij de zogenaamde christelijke kerk. Volgens de verzamelde bewijzen, is hetduidelijk te zien dat het Romeinse rijk een werktuig was van zowel heidenen, als van christenen; afwisselend in het voordeel van de ene, als dat van de andere. Aangezien het karakter van de Romeinse imperialistische rechtspraak niet kon bepaald worden als zijnde heidens, joods, of christen, is “moeilijk-te-beschrijven” het enig passende symbool. Van Constantijn wordt gezegd dat bij zijn dood, zijn onderdanen niet wisten wat voor een soort van begrafenis zij hem moesten geven, aangezien hij een belijdend christen, maar in zijn hart een heiden was. Wellicht zijn er vele naties zowel vele belijdende christenen in deze tijd moeilijk te beschrijven zoals de Romeinen. Want de apostel heeft hun toestand aldus beschreven: “Want de tijd zal komen dat zij (de mensen) de gezonde leer niet meer zullen verdragen; maar omdat hun oor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels ( of fabels) keren.” (2 Tim. 4:3, 4, K.J. vert.) {SR2: 56.2}

Pogingen Om Kerkelijke Regeringen te Vestigen.

De vraag kan opkomen: Wat belette Satan een kerkelijk rijk te vestigen voor de sluitingsperiode van

56

shepherds-rod-volume-two-daniel-nondescript-beast

57

58

shepherds-rod-volume-two-daniel-nondescript-beast-horn-head

59

60

het Oude Testament? Het enige antwoord dat kan worden gegeven, is, dat de joodse natie hem toeliet hun de ogen te verblinden. Er werd hen gezegd geen verbond aan te gaan met de wereld, maar dit bevel niet in acht nemend sloten zij een verbond met de Romeinen, en dat was het, wat Satan hielp om zijn komplot te volvoeren. {SR2: 56.3}

Hetgeen nu volgt zal aanduiden dat de grote vijand van de mensheid dezelfde procedure aanwendde ten tijde van Babylon: “Koning Nebukadnessar maakte een gouden beeld, waarvan de hoogte zestig en de breedte zes el (ongeveer 30×3 meter) bedroeg. Hij stelde het op de vlakte van Dura in het gewest Babel. En een heraut riep met luider stem: Aldus wordt u bevolen, gij volken, natieën en talen: (…) gij zult u ter aarde werpen en het gouden beeld aanbidden, dat de koning Nebukadnessar heeft opgericht; en ieder die zich niet ter aarde werpt en aanbidt, zal ogenblikkelijk in de brandende vuuroven geworpen worden. Derhalve wierpen alle volken, natieën en tongen zich ter aarde, (…) en aanbaden het gouden beeld.” (Dan. 3:1, 4-7.) Maar er werden drie

Hebreeuwen gevonden die in opstand kwamen tegen het bevel van de koning en weigerden neder te buigen voor de afgod. “Toen antwoordden Sadrach, Mesach en Abednego de koning Nebukadnessar: Wij achten het niet nodig u hierop enig antwoord te geven. Indien het zo is, onze God Die wij dienen is bij machte ons te redden uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons verlossen uit uw hand, o koning. Maar zelfs indien niet, hetzij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren, noch het gouden beeld aanbidden dat gij hebt opgericht (…) En aan enige mannen, de sterksten uit zijn leger, gaf hij bevel Sadrach, Mesach en Abednego te binden en in de brandende vuuroven te werpen (…) Omdat nu het bevel des konings streng was en de oven bovenmatig was opgestookt, doodde de vlam van het vuur de mannen die Sadrach, Mesach en Abednego naar boven gebracht hadden. En die drie mannen, Sadrach, Mesach en Abednego, vielen gebonden in de brandende vuuroven (…) Toen zei Nebukadnessar:(…) Zie, ik zie vier mannen vrij wandelen in het vuur, en zij hebben geen letsel, en het uiterlijk van de vierde gelijkt op dat van de Zoon van God! Toen trad Nebukadnessar op de deur van de brandende vuuroven toe; hij nam het woord en zeide: Sadrach, Mesach en Abednego, gij dienaars van de allerhoogste God, Treedt naar buiten en komt hier!” (Dan. 3: 16-18, 20, 22-26.) {SR2: 61.1}

Toen kwamen deze mannen ongedeerd naar voren. Het is wonderbaarlijk wat God aanrichtte met drie slaven tegen een wereldrijk. Deze mannen met het geloof in God, verbraken de list van Satan, verbraken de vestiging van een kerkelijke regering en herleidden het dekreet van de koning tot nul. {SR2: 61.2}

Satan verzon een gelijksoortig komplot in de Medo-Perzische regering met plannen die uitgewerkt werden door intriges waar

61

de koning niets van afwist. Ondanks het feit dat Daniël in de leeuwenkuil geworpen werd, kwam ook hij ongedeerd eruit, maar zijn vijanden kwamen om zoals zij die de drie Hebreeuwen in de vuuroven wierpen. Zo werd Satans macht in beide oude rijken verbroken. Waren er zulke mannen geweest toen het Romeinse rijk gesticht werd, of bij de afsluiting van de oud-testamentische geschiedenis en gedurende het begin van de nieuwe, dan zouden de voorwaarden geheel anders zijn geweest. De wereld heeft nu een dringende behoefte aan mannen als deze drie Hebreeuwen, die eerder hun huidige leven zouden prijsgeven dan dat zij zouden zondigen tegen hun God — mannen zoals Daniël, die met een sterk geloof opzag naar de Heer en die zonder fouten was in zijn godsdienstige en wereldlijke plichten. Door zulke mannen is de wereld gezegend geweest met eeuwige voordelen en beloningen die menselijke lippen niet kunnen beschrijven. {SR2: 61.3}

“Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die het goede boodschapt, die vrede aankondigt; die goede boodschapt brengt van het goede, die verlossing verkondigt; die tot Sion zegt: Uw God regeert! Uw wachters zullen de stem verheffen; met de stemmen tezamen zullen zij zingen; want van aangezicht tot aangezicht zullen zij zien, wanneer de Heer Sion terug zal brengen.” (Jes. 52:7, 8, “King James” vert.) {SR2: 62.1}

62

63

shepherds-rod-volume-two-church-dragon

64

DE RODE DRAAK – OPENB. 12:3

“En er werd een groot teken in de hemel gezien: een vrouw, met de zon bekleed, en de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd; en zij was zwanger en schreeuwde in haar pijn om te baren. En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rode draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen. En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, die te verslinden. En zij baarde een zoon, een mannelijk kind, die alle heide­nen zal hoeden met een ijzeren staf, en haar kind werd plotse­ling weggevoerd naar God en Zijn troon. En de vrouw vluchtte de woestijn in, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij haar daar twaalfhonderd zestig dagen zouden voeden.” (Openb. 12:1-6, KJV.) {SR2: 65.1}

Aangezien de talrijke beesten van een onverbreekbare keten van wereld rijken vormen, kan de draak niet tussen geschoven worden als het symbool van een afgescheiden aardse systeem; vandaar dat hij juist datgene voorstelt wat de Schrift zegt: “De Duivel, en Satan.” De voorstelling is gegeven om Satan’s list op een bepaalde tijd van de wereld geschiedenis te openbaren. {SR2: 65.2}

Van de “vrouw bekleed met de zon” is begrepen dat het God’s kerk is. Het kind die zij baarde was Christus. De twaalf sterren waar de kroon van de vrouw uit bestaat waren oorspronkelijke symbolen van de twaalf patriarchen. Dit zal in een andere studie worden duidelijk gemaakt. Wij zullen daarom trachten duidelijk te maken de tijd van de draak en zijn werk. Er zal worden opgemerkt dat de draak gereed stond om het kind (Christus) te verslinden zodra Hij werd geboren. Het is duidelijk, dat de oude slang zichzelf bewapende met zeven koppen en tien horens voor de geboorte van Christus. {SR2: 65.3}

En zijn staart sleepte een derde deel van de sterren van de Hemel mee.Het Schriftgedeelte legt zichzelf uit wat betreft de betekenis van de sterren, want Inspiratie zegt: “Hij werd uitgeworpen op de aarde, en zijn engelen werden met hem uitgeworpen.” {SR2: 65.4}

Daarom, stellen het “derde deel van de sterren” de engelen voor die werden misleid door Satan’s strijd. “Getuigenissen voor de Kerk,” [“Testimonies for the Church,” Vol. 3, p. 115] aanhalend: “In zijn opstand,

65

nam Satan een derde deel van de engelen mee. Zij keerden zich van de Vader en van de Zoon, en verenigden zich met de aanstichter van opstand.” De vraag kan opkomen: Waarom trok hij hen met zijn staart en niet op een andere manier? Het symbool is volmaakt instaat om de manier aan te tonen waarop Satan hen naar de aarde trok. Was dat met zijn klauwen gebeurd, dan zou het aanduiden dat Satan Michael (Christus) had verslagen, en met geweld een derde deel van de engelen had meegesleept. Maar aangezien hij hen met zijn staat meetrok, laat het zien dat zij hem vrijwillig volgden. Dus kon Christus niets voor hen doen. {SR2: 65.5}

Oorlog In de Hemel

“En er was oorlog in de hemel; Michael en Zijn engelen vochten tegen de draak, en de draak vocht en zijn engelen, en overwonnen niet; noch werd er ooit weer plaats gevonden in de hemel.” (Openb. 12:7, 8.) De strijd was in de hemel. De naam ‘Michael’ betekent wie is gelijk God; vandaar dat het een van de vele titels van Christus is. Daniel noemt Hem “Michael, de grote Vorst Die voor de kinderen van uw volk staat.” (Dan. 12:1.) Christus heeft talloze titels, elk een betekenis dragend van een bepaalde fase, of aard van Zijn werk. De engel zei tot Jozef: “Gij zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk redden van hun zonden.” Hij wordt ook “Emanuel” genoemd, wat “God met ons” betekent. Enz. {SR2: 66.1}

De Tijd van Uitwerping

Satan kon niet meteen uit meteen uit de hemel zijn geworpen nadat hij had gezondigd, of toen hij Adam en Evan verleidde, want in Job 1:6, 7 lezen wij: “Nu was er een dag waarop de zonen Gods kwamen om zich voor God te presenteren, en Satan kwam ook onder hen. En de Heren zei tot Satan: vanwaar komt gij? Toen antwoorde Satan de Here en zei: van een zwerftocht over de aarde die ik doorkruist heb.” “De zonen Gods” zijn de vertegenwoordigers van de ongevallen werelden, gelijk aan Adam voordat hij zondigde, geschapen door de hand van God, en vertegenwoordigers in dezelfde hoedanigheid als Adam had kunnen zijn indien hij niet van zijn troon gevallen was door de zonde. Citerend uit de Geest der Profetie: “De leiders van de engelscharen, de zonen Gods de vertegenwoordigers van de ongevallen werelden, zijn vergaderd. De hemelse raad waarvoor Lucifer God en Zijn Zoon had beschuldigd, de vertegenwoordigers van de zondeloze koninkrijken waarover

66

Satan had gedacht zijn heerschappij op te richten.” – “De Wens der Eeuwen,” blz. … [“The Desire of the Ages, ” p. 834]. {SR2: 66.2}

Satan had nog steeds toegang tot de hemel in de tijd van Job. Daarom moest hij op een later tijdstip zijn uitgeworpen. Johannes zegt: “En toen de draak zag dat hij op de aarde geworpen was, vervolgde hij de vrouw die het mannelijk kind gebaard had.” (Openb. 12:13.) De volgende noodzakelijke stap is om uit te vinden wanneer de draak voor het eerst de “vrouw” (De Christelijke Kerk) vervolgde; dan zullen we de waarheid hebben van de tijd wanneer Satan werd uitgeworpen. Die tijd van vervolging staat opgetekend in Hand. 7:60-8:1 {Eng. 8:1}: “En Saulus stemde in met zijn [Stefanus’] terechtstelling {*dood}. En er ontstond te dien dage een zware vervolging tegen de gemeente te Jeruzalem; en allen werden verstrooid over de streken van Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen {NBG}.” De grote {*zware} vervolging tegen de kerk was dus rond 34 na Christus. Het is waar dat Satan voor die tijd Christus vervolgde, maar Christus is niet de “vrouw.” Hij is het “Kind” Welke Satan wenste te “verslinden.” Daarom, werd Satan onmiddellijk uitgeworpen nadat Christus ten hemel voer. De Geest der Profetie die over deze aangelegenheid spreekt zegt: {SR2: 67.1}

“Allen zijn daar om de Verlosser te verwelkomen. Zij smachten ernaar om Zijn overwinning te vieren en om hun Koning te verheerlijken (…) Hij biedt God de beweeggarve aan, zij die met Hem zijn opgestaan als vertegenwoordigers van die grote schare die zal tevoorschijn komen uit het graf bij Zijn wederkomst (…). De stem van God word gehoord dat rechtvaardigheid is geschied. Satan is verslagen. Zij die op aarde zwoegen en strijden voor Christus zijn ‘aanvaard in de Geliefde.’ Voor de hemelse engelen en de vertegenwoordigers van de ongevallen werelden, zijn zij gerechtvaardigd verklaard. {SR2: 67.2}

“Satan zag dat zijn vermomming was weggescheurd. Zijn bestuur werd opengelegd voor de ongevallen engelen en voor het hemelse universum. Hij had zichzelf geopenbaard als een moordenaar. Door het bloed van de Zoon van God te vergieten, had hij zichzelf ontworteld van de genegenheden van de hemelse wezens. Voortaan was zijn werk beperkt. Wat voor houding hij ook mocht aannemen, hij kon niet langer de engelen opwachten wanneer zij van de hemelse hoven afkwamen, en voor hen de broeders van Christus beschuldigen van te zijn bekleed met de klederen van duisternis en de verontreiniging van zonde. De laatste schakel van genegenheid tussen Satan en de hemelse wereld was verbroken.” – “De wens der Eeuwen,” blz. … … …[“The Desire of Ages,” pp. 833, 834, 761]. {SR2: 67.3}

De tijd toen hij een derde deel van de sterren (engelen) meetrok van de hemel, en de tijd van de oorlog in de hemel, waren twee verschillende aangelegenheden. Hij trok de engelen toen zij hem volgden van de hemel naar de aarde en trachten om Christus te verslinden. “En toen de draak zag dat hij uitgeworpen was op de aarde;” dat wil zeggen toen Christus werd gekruisigd, werd Satan toen hij terugkeerde naar de hemel

67

de toegang geweigerd. Toen “zag” hij – begreep hij, dat hij was uitgeworpen. Toen vervolgde hij de kerk. {SR2: 67.4}

De Horens en koppen van de Draak

De enige mogelijke tijd voor de toepassing van de symbolische horens, koppen, en kronen, zou bij de afsluiting van de oude bedeling, en bij de aanvang van de Nieuwe moeten zijn. Want de draak verscheen in die vorm toen Christus op het punt stond om te worden geboren. De horens stellen hetzelfde voor als zij dat doen bij elke symbolische beest. Daar zij tien in aantal zijn, toont het symbool aan dat de uitwerking van zijn listige plan wereldwijd werd gevoeld. Het toont ook aan dat Satan volledige beheersing had verkregen over de natiën die werden voorgesteld door de tien horens van het moeilijk-te-beschrijven beest van Daniel 7; en aldus zette hij Herodes aan om de kinderen te doden tijdens de geboorte van Christus, in de hoop om de Verlosser te vernietigen – het “Kind” te verslinden. {SR2: 68.1}

Laten wij het feit niet over het hoofd zien dat al de horens, koppen, en kronen, aanwezig waren toen hij gereed stond “om haar Kind te verslinden.” Dus, wat de betekenis van deze symbolen ook is, allen moeten zij op hetzelfde moment bestaan. Als dit niet zo was geweest, dan zouden de symbolen van koppen en horens zodanig zijn aangeduid door elkaar op te volgen, zoals bij de beesten, en ook als bij de horens van de ram en de Geitenbok van Daniel 8. Hetzelfde is waar bij het moeilijk-te-beschrijven beest van Daniel 7:7, van welke drie van de tien horens werden “uitgerukt tot aan de wortels.” Waar systemen en regeringen niet allen op dezelfde tijd bestaan, verschijnen de symbolen na elkaar in hun juiste volgorde. Aldus zien wij dat Inspiratie in elk opzicht volmaakt is, en foutloos in het openbaren van de waarheid die bedoeld wordt. Het zou daarom inconsequent zijn dat men zou concluderen dat de “horens,” zowel de “koppen” een volgorde van systemen zouden kunnen voortellen, zolang zij allen in een groep verschijnen, en in eenheid met het beest dat hen draagt. {SR2: 68.2}

Het is ook mogelijk dat zowel horens als koppen burgerregeringen, of koningen zouden kunnen voorstellen. Als de horens staan voor politieke systemen, dan kunnen de koppen dat niet zijn. Als de gewonde kop op het luipaard-achtig beest van Openbaring 13:1-3 een godsdienstige organisatie voorstelt, dan moeten al de koppen staan voor godsdienstige systemen. Er is echter een uitzondering bij de vierkoppige luipaard van Daniel 7:6, want hij heeft geen horens en zijn koppen bewijzen burgerlijk te zijn door de vier horens van de geitenbok. Het is een foutloos feit dat de symbolen bedoeld zijn om burgerlijke en godsdienstige fasen voor te stellen tijden de periode voorgesteld door het moeilijk-te-beschrijven beest in zijn stadia – keizerlijk en pauselijk Rome. {SR2: 68.3}

Zoals kronen burgerlijk gezag voorstellen en zoals zij verschijnen op de koppen in plaats van op horens, dan is het duidelijk dat de kerk in

68

die periode dictatoriale macht aan het gebruiken was om haar leerstellingen te propageren. Aldus zijn de lessen die die in deze symbolen belichaamd zijn veel groter dan wij in een moment kunnen bevatten. Aangezien de feiten die naar voren zijn gebracht betreffende de aard van de symbolen niet in twijfel kunnen worden getrokken, hebben wij een duidelijke fundament voor hun toepassing. {SR2: 68.4}

De draak met zijn zeven koppen en tien horens, met de kronen op de koppen, verscheen bij de geboorte van Christus zoals eerder werd uitgelegd, en bezet de periode gelijk lopend met het moeilijk-te-beschrijven beest. De koppen worden voorgesteld door het Bijbelse getal “zeven,” hetgeen “volledigheid” betekent, en omvatten iedere godsdienstige systeem in de dagen van Christus. Daar de draak de duivel voorstelt die de koppen beheerst, stelt het symbool onweerlegbaar een volledige afval voor. Het is niet bedoeld om aan te tonen dat het heidense systeem van aanbidding werd geleid door de duivel, want het is nooit anders geweest. Het was de Joodse kerk die afvallig was geworden, en dat is wat het Bijbelse getal “zeven koppen” maakte. Juist zulks een afval had de wereld in haar greep in de dagen van Noach; en de goddeloosheid ervan maakte de voortzetting van de wereld onmogelijk. Daarom bracht noodzaak, ten goede van de mensheid, de zondvloed tot stand. De vreselijke afval van de Joden maakte een soortgelijke ramp als de vreselijke overstroming onvermijdelijk. Aangezien God de wereld niet voor een tweede maal kon verwoesten met water, en toch Zijn nooit falende belofte aan zijn getrouwe dienstknecht Noach blijven handhaven, zond Hij Zijn Zoon om in de plaats van de wereld te sterven. Daarom ging de wereld niet ten onder, vanwege het meest verheven offer van de Zoon van God; en de wereld bestaat vandaag, omdat Christus opstond uit de dood. {SR2: 69.1}

De Kronen van de Draak

Vervolgens merken wij de kronen en hun betekenis op. Er werd uitgelegd dat de kronen burgerlijk gezag voorstellen. Daar de koppen gekroond zijn, toont het aan dat de kerken van die tijd de burgerlijke arm van de staat inschakelden. Was dit niet waar geweest, dan konden de Joden de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd; ook zouden zij Stefanus niet hebben kunnen stenigen, of de anderen onthoofd en gedood. Het was de burgerarm van Rome, met de draak aan het hoofd, door welke de Joden deze vreselijke misdaden pleegden; hetgeen resulteerde in hun eigen vernietiging. {SR2: 69.2}

De Aanklager Van De Broeders

Nadat de draak uit de hemel was geworpen, overeenkomstig het visioen van Johannes: “En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen verlossing, en sterkte, en het koninkrijk van onze God, en de macht van Zijn Christus; want de aanklager van onze broeders is neergeworpen, die hen dag en nacht aanklaagt voor onze God.” (Openb. 12:10.) “Satan’s beschuldigingen tegen hen die

69

De Heer zoeken worden niet aangewakkerd door ongenoegen over hun zonden. Hij verlustigt zich in hun gebrekkige karakters; want hij weet dat slechts door hun overtreding van God’s wet hij macht over hen kan verkrijgen.”—Prophets and Kings, pp. 585, 586 [Profeten en Koningen, … …]. Wanneer de Geest van God aandringt om te berispen, zal Hij zonde openbaren en de zondaar berispen. Maar Satan, bemoedigt de zondaar om onbewust zichzelf in zonde te begeven, dan beschuldigt hij hem voor de grote Rechter in de Hemel, als “zijnde bekleed met de klederen van duisternis en de verontreiniging van zonde.” Om zo zijn veroordeling zeker te stellen. God’s volk moet de stem van de Geest van Christus leren waarnemen, zo ook de geest van Satan. Wanneer de twee botsen, zal de Ene strijden voor gehoorzaamheid aan God’s woord, maar de anderen zal de zonde verontschuldigen en sympathiseren met de zondaar. Op deze manier wint Satan terrein, want de zondaar heeft zijn zonde lief. {SR2: 69.3}

70

DE KERK VAN GOD GESYMBOLISEERD DOOR EEN VROUW.

OPENBARING 12.

“En er werd een groot teken in de hemel gezien: een vrouw, met de zon bekleed, en de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd; en zij was zwanger en schreeuwde in haar pijn om te baren. En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rode draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen. En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, die te verslinden. En zij baarde een zoon, een mannelijk kind, die alle heide­nen zal hoeden met een ijzeren staf, en haar kind werd plotse­ling weggevoerd naar God en Zijn troon. En de vrouw vluchtte de woestijn in, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij haar daar twaalfhonderd zestig dagen zouden voeden.” (Openb. 12:1-6, KJV.) {SR2: 71.1}

Merk op dat de zaken, die getoond werden, in de hemel getoond werden, niet op aarde. Daarom, wat deze symbolen ook mogen inhou­den, zij moeten van hemelse oorsprong zijn. Merk nogmaals op dat haar enige kleding de zon is, en dat haar kroon is samengesteld uit enkel “twaalf sterren.” Neem en acht dat zij niet op de “maan” staat, want de Open­baarder zegt, dat zij de maan onder haar voeten had.” Wij moeten het karakter van deze symbolen zorgvuldig bestuderen, want alleen dan kunnen wij hun betekenis leren. Merk ook op dat zij een mannelijk kind moest baren, en dat “het kind werd opgenomen tot God en tot Zijn troon.” {SR2: 71.2}

Het is een erkend feit dat het kind Christus was, Die na Zijn verrijze­nis ten hemel opvoer. (Mark. 16:19.) Aangezien het symbool van hemelse oorsprong is, Kan de “vrouw” niet Maria, de moeder van Christus, voorstellen, maar zij duidt de kerk (de “vrouw”) aan die zou voortbren­gen, of waarin Christus zou worden geboren. {SR2: 71.3}

Sommigen hebben onderwezen dat de “vrouw” een symbool is van de christelijke kerk, en dat de maan onder haar voeten de Mozaïsche bedeling of het ceremoniële offersysteem voorstelt dat voorbij gegaan is, en bekleed zijnde met de zon, de glorie van het evangelie in de nieuwe bedeling is. Overeenkomstig hetgeen nu volgt, wordt bewezen dat deze beweren onjuist is. {SR2: 71.4}

71

Indien de “vrouw” de christelijke kerk voorstelt, hoe kon dan dezelfde kerk (de vrouw) in barensnood zijn met Christus, door Wie de kerk dertig jaar later gegrondvest werd? Als wij zeggen dat zij de joodse kerk voorstelt, hoe kon zij dan in de christelijke bedeling naar de woestijn vliegen en daar verblijven van 538 tot 1798? Als de “maan” onder haar voeten het einde van het Mozaïsche offersysteem voorstelt, waarom eindigde het dan niet voor de geboorte van Christus, aangezien de maan onder haar voeten stond voordat Hij geboren werd. Indien het in die tijd geëindigd was, zou het dan een symbool van de dood van Christus kunnen zijn geweest? Als haar kleed van zonlicht een symbool is van het evangelie in de christelijke bedeling, hoe kon de kerk (de vrouw) ermee bekleed zijn jaren voordat de evangeliebedeling begon, ermee bekleed geweest zijnde voordat het Kind was geboren? Welke van de twee kerken bracht Christus ter wereld, de joodse of de christelijke? Indien het de joodse kerk was, hoe kon dan het licht waarmede zij bekleed was toegepast worden op de christelijke kerk? Als deze vragen niet beant­woord kunnen worden, dan zijn wij verplicht dieper op het onderwerp in te gaan. {SR2: 72.1}

Het wijd verbreide idee dat de “vrouw” alleen van de christelijke kerk een symbool is, en de “maan” een symbool van het joodse ceremoniële systeem, is onjuist. De christelijke kerk werd ongeveer 31 n. Chr., of niet eerder dan 27 n. Chr. gegrondvest, de tijd waarin Christus begon te prediken, op de leeftijd van ongeveer dertig jaar. Dus wijst het symbool tenminste eenendertig jaar voordat de christelijke kerk begon terug, want de “vrouw” (de kerk) “was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren.” {SR2: 72.2}

Het was dus de joodse kerk die de Zoon van God “ter wereld bracht” en niet de christelijke. “Zij [de joodse kerk] die zwanger was, en schreeuwde, in haar weeën, en pijn om te baren,” is daarom de belofte die aan Israël gedaan werd dat de Messias uit die natie zou geboren worden door die bijzondere kerk (de “vrouw”). De oude draak, het kanaal kennend waardoor het “Kind” zou komen, wachtte zorgvuldig met de bedoeling om de Beloofde, zodra Hij geboren was, te vernietigen. Het was toen, dat de draak door de hand van Herodes, “al de kinderen in Bethlehem en het gehele gebied daarvan doodde,” in de hoop de komende Koning weg te doen. (Zie Matt. 2:16.) {SR2: 72.3}

Het bewijsstuk toont aan dat het symbool van de “vrouw” beide perioden, voor Christus en na Christus, omvat. Daarom, aangezien de maan voor de geboorte van Christus onder haar voeten was, moet het een symbool van de periode zijn die aan de joodse kerk voorafging. Aangezien de “vrouw bekleed met de zon” was voordat zij het “Kind” baarde, is het duide­lijk dat het symbool, “bekleed met de zon,” voor de geboorte van Christus werd vervuld. Als de maan symbolisch is,

72

73

shepherds-rod-volume-two-living-church

74

dan moet het symbool van de “zon” het hoofd­on­derwerp zijn, want, de maan is van het licht van zon afhankelijk, en de “vrouw” was ermee bekleed. Aldus, moeten “zon” en “maan”, in beschouwing genomen worden. In Genesis 1:16 wordt ons verteld dat de zon en de maan heerschappij voeren over de dag en de nacht. Daarom moet de “zon” een periode aanduiden waarin er groot licht aan Gods kerk was gegeven, en de “maan” moet een symbool van een daaraan voorafgegane periode zijn. Het grote licht kan niet het evangelie van Christus zijn in de Nieuwe Testament. De “maan” kan ook niet het ceremoniële systeem tijdens het joodse stelsel voorstellen, want de “vrouw” was met de “zon” bekleed, en de “maan was onder haar voeten” terwijl het ceremoniële systeem nog van kracht was, want het Kind werd geboren nadat de “vrouw” met de “zon” bekleed was. Bij het eten van het Pascha vlak voor Zijn kruisiging, bevestigde Christus Zelf het feit dat de ceremoniële Wet 34 jaar na Zijn geboorte nog steeds van kracht was. (Zie Matt. 26:18-21.) {SR2: 72.4}

Als de bovengenoemde verklaring juist is, dan moeten wij twee soortgelijke perioden vinden die perfekt bij het symbool passen. De eerste is die periode voordat de Bijbel tot stand kwam, en de tweede is die met de Bijbel — “bekleed met Licht” — het geschreven Woord van God. Dus moet symbolisch gezien, de eerste periode gerege

erd door de “maan”, nacht, en de tweede periode geregeerd door de “zon”, dag worden genoemd. Daarom is de “vrouw bekleed met de zon”, en “verkerende in barensnood”, de periode nadat Israël uit Egypte vertrok, en in die tijd was de periode zonder de Bijbel, “de maan”, voorbij. {SR2: 75.1}

Wij zullen een ander voorbeeld geven vanuit een ander invalshoek, waardoor de zienswijze, dat de “vrouw” beide perioden voorstelt — voor en na Christus — dubbel zeker gemaakt wordt. Openbaring 12:14 bevestigt: “En aan de vrouw werden twee grote vleugels van een grote arend gegeven, zodat zij de woestijn in kon vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd.” (KJV.) Merk op dat haar twee vleugels van een grote arend werden gegeven. Als de vleugels niet symbolisch waren, wat voor een doel hebben zij dan? Als de vleugels van de leeuw en van de vierkoppige luipaard van Daniël 7 perioden voorstellen, zoals reeds eerder op blz. 33 en 34 is uitgelegd, dan moeten de twee grote vleugels twee grote perioden van de kerkgeschiedenis voorstellen. Aangezien de arend de koning der vogels is, en aangezien er wordt bena­drukt dat de vleugels van een “grote arend” zijn, is het duidelijk dat het symbool iedere periode moet bevatten vanaf haar begin. Dus neemt één van de vleugels de hele geschiedenis van de kerk vanaf de val van Adam tot de kruisiging van Christus voor haar rekening, en de andere van Zijn kruisiging tot het einde van deze tegenwoordige wereld (Zijn tweede komst). Zo wordt er bewezen dat er maar één ware kerk is in alle tijden. {SR2: 75.2}

Haar kroon van twaalf sterren stellen oorspronkelijk de twaalf

76

patriar­chen voor en later de twaalf stammen nadat zij uit Egypte vertrokken, ten tijde dat het wonderlijk licht schijnend van het Woord van God (de Bijbel), de kerk (de vrouw) bekleedde toen zij in barendsnood verkeerde van het “Kind” (de belofte van de Messias). Maar de twaalf sterren stellen in de periode van het Nieuwe Testament de twaalf apostelen voor. Het getal twaalf is een symbool van bestuur. Jezus zei tot hen: “Gij zult op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.” (Matt. 19:20.) Dit feit wordt bewezen door het type (de twaalf stammen). Het zal opvallen dat bij het tellen van de stammen van het geestelijk Israël (de 144.000), er bij het type (Israël naar het vlees) zoals beschreven in Openbaring 7:5-8, de stam van Dan ontbreekt, en dat er in zijn plaats de stam van Manasse, de eerstgebo­ren zoon van Jozef voorkomt. Het type komt op volmaakte wijze overeen met anti-type, want Judas Iskariot, een van de “twaalf apostelen” van wie Dan een zinne­beeld is, werd opzij gezet. En in zijn plaats werd Paulus van Tarsus, waar Manasse een zinnebeeld van is, toegevoegd. Daarom zien wij een perfekte harmonie tussen het type en het anti-type. De les in dit geval gegeven door deze onmiskenbare symbolen, leert ons dat God maar één kerk heeft, één waarheid en één weg tot redding voor alle generaties. Hetzelfde wordt ook uitgedrukt in de woorden van Paulus: “Eén lichaam is het, en één Geest, gelijk gij ook geroe­pen zijt tot één hoop uwer roeping; één HERE, één geloof, één doop, één God en Vader van allen.” (Ef. 4:4-6.) {SR2: 75.3}

Gods kerk is ook gesymboliseerd geweest door aardse voorwerpen; wij spreken van symbolen door middel van vrouwen; namelijk Hagar, en Sara. De eerstgenoemde is een symbool van de joodse en de andere een symbool van de christelijke kerk. (Zie “Shepherd’s Rod”, dl. 1, blz. 136.) Deze aardse symbo­len duiden Gods kerk in verschillende onderdelen en toestanden aan. Maar de “vrouw bekleed met de zon” en haar “arendsvleugels” van hemelse oor­sprong, duidt Gods ware kerk (waarheid) aan in één doorlopende lijn, en haar Kind, onze enige Heiland en Verlosser in beide perioden – voor en na Christus. {SR2: 76.1}

De Kroon van Twaalf Sterren in de Periode van het Nieuwe Testament.

Het visioen van Johannes in het twaalfde hoofdstuk van de Openba­ring, handelt over twee hoofdonderwerpen; namelijk, de “vrouw bekleed met de zon,” en de “rode draak.” De laatstgenoemde werd reeds uitgelegd. (Zie blz. 65-69.) Het symbool van de “vrouw” in de tijd van het Nieuwe Testament beslaat drie onderverdelingen: 1, de apostolische periode; 2, haar afwezig­heid uit de bescha­ving (in de woestijn) gedurende 1260 dagen (de jaren van de pauselijke vervolging, Openb. 12: 6 en 14); 3, de laatste periode van de kerk terwijl zij in strijd is met de draak. (Vers 15-17.) De eerste en tweede periode zullen in verband met een andere

77

studie worden uitgelegd. Een uitleg van de derde periode wordt gegeven in “The Shepherd’s Rod,” deel 1, blz. 151, 152. {SR2: 76.2}

Daarom is het onze bedoeling in dit hoofdstuk in het kort de lessen voor de geest te halen, onderwezen door haar “kroon van twaalf sterren.” Wij stellen onszelf de vraag: Wie stelde deze tegenwoordige zichzelf-noemende apostolische gezagdragers aan? Er wordt gezegd dat nadat de apostelen er niet meer waren, een andere ploeg van hetzelfde aantal het recht heeft om apostelen te zijn. Veronderstel dat de bewering waar is; er zijn honderden kerken, en als ieder van hen twaalf apostelen had, dan zouden er vele duizen­den van hen tegelijkertijd zijn, en als dit zich in iedere eeuw zou herhalen, dan zou er een ontelbaren menigte apostelen bij de wederkomst van Christus zijn. Het nu volgende Schriftgedeelte maakt duidelijk dat indien er duizenden apostelen geweest zijn, zij niet als apostelen de stad Gods binnen zullen gaan, want Inspiratie zegt: “En de muur der stad had twaalf fundamenten, en daarop de namen der twaalf apostelen van het Lam.” (Openb. 21:14.) {SR2: 77.1}

Wat is het verschil tussen een apostel en een prediker van het evange­lie? Indien er geen verschil is, dan zouden er meer dan twaalf apostelen in de eerste gemeente geweest moeten zijn, want er waren meer dan twaalf aange­steld in het predikambt. Christus had twaalf aangesteld, maar Judas werd niet meer meegeteld, zodat er maar elf overbleven. Nadat Christus ten hemel opgevaren was, kwamen de elven overeen om een ander aan te stellen in de plaats van Judas: “En het lot viel op Matthias; en hij werd bij de (overige) elf apostelen gerekend.” (Hand. 1:26, K.J. vert.) Daarom maakten zij het getal vol. Indien nu Matthias de plaats van Judas innam, dan moesten er dertien man zijn volgens Rom. 1:1: “Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, geroepen om een apostel te zijn, afgezonderd voor het evangelie van God. (KJV.) {SR2: 77.2}

Let wel dat de kroon van de “vrouw” maar twaalf sterren heeft, en in de fundamenten van de stad staan slechts de namen van de twaalf apostelen vermeld. Welke van de twee is niet erkend door Hem, die de grondvesten van de stad heeft gelegd, Matthias of Paulus? Als wij zeggen dat het Paulus is, dan maken wij hem tot een leugenaar. Zeggen wij Matthias, dan had zijn aanstelling door de elven geen invloed op het aanduiden van een apostel. In Handelingen 1:26 is het de eerste en tevens de laatste keer dat wij van Matthias horen, maar met Paulus is dit niet het geval. Indien Matthias de apostel is, dan is hij zeker niet zo waardevol als Paulus. Welke van de aanstellingen zou het meest waardevol zijn? Is het die van Paulus door Christus persoonlijk toen Hij hem ontmoette op de weg naar Damaskus, of die van Matthias door de apostelen tot stand gebracht? {SR2: 77.3}

De kwestie is duidelijk. Geen mensenhand is bevoegd om een apostel aan te stellen, ongeacht zijn hoge positie met betrekking tot het evangelie. Alleen de heilige handen van Christus en Zijn persoonlijke tegenwoordigheid kunnen iemand voor zulk een bediening aanstellen. Dit is een onbetwistbaar

77

bewijs, want de “vrouw” heeft een kroon van slechts “twaalf sterren.” Wie heeft daarom de macht om een ander aan te stellen waardoor de “sterren” worden verveelvoudigd? {SR2: 77.4}

Wat is een apostel? Antwoord: Iemand die is “afgezonderd voor het evangelie van God.” Maar als dat alleen de betekenis van de titel is, dan moeten allen die zich ten dienste gesteld hebben in de verkondiging van het evangelie, die afgezonderd zijn, apostel zijn. Het is daarom dat het woord “apostel” een speciale betekenis en een diepere zin heeft dan eenvoudigweg afgezonderd zijn voor het evangelie van God. De apostel Paulus was geroe­pen om een apostel voor de heidenen te zijn. Dus werd hij, met de elven de aardse grondleggers van de kerk der heidenen, en Christus het goddelijk Hoofd. Als wij het over de gaven van de kerk hebben, worden apostelen het eerst ge­noemd, want zonder een oprichter kan er geen organisatie zijn, aldus volgt de rest van de gaven. (Zie 1 Kor. 12:28.) {SR2: 78.1}

De kroon is haar heerlijkheid, en de sterren (de twaalf apostelen) zijn haar enige aardse gezag. Hier is een treffend bewijs dat de zogenaamde tegenwoor­dige apostelen vals zijn. Een profeet kan als profeet gezag opei­sen, maar nooit als een apostel. Er is echter een verschil tussen de profeten van het Oude en die van het Nieuwe Testament. De laatstgenoemde staat onder gezag van de eerste. Met andere woorden, hij kan een verklaarder of een openbaar­der van de Bijbel zijn: “Want al de profeten en de Wet (de ceremoniële — in type) hebben geprofeteerd tot Johannes toe.” (Matt. 11:13.) Uitleg is alleen juist wanneer hij door dezelfde Geest is geïnspireerd, zo worden uitspraken op de juiste tijd geopenbaard. Dit wordt niet alleen door de geschiedenisboe­ken bewezen, maar de Bijbel benadrukt dit onderwerp ten zeerste, want het zegt duidelijk dat wij zijn: “Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus zelf de voornaamste Hoek­steen is.” (Ef. 2:20, KJV.) Verder lezen wij: “Doch wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, Zal Hij u in de volle Waarheid leiden; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken; maar al wat Hij zal horen, dat zal Hij spreken; en Hij zal u toekomstige dingen tonen.” (Joh. 16:13, KJV.) Waar zijn zulke apostelen nodig? Zijn de woorden van de apostelen niet in de Bijbel? Indien wij zulk een stel mannen moesten aanstellen, zouden wij dan niet de “vrouw” met haar “kroon van twaalf sterren” aan de kant zetten? Als wij de kroon aan de kant zetten door een willekeurige verkiezing van apostelen, wat zullen wij dan doen met de door Christus aangestelde aposte­len die aan de kerk zijn toevertrouwd? Hoor het gazag uitgeoefend door de kroon van sterren: “Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, [u] een ander evangelie verkon­digen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: Indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen u ontvangen hebt, die zij vervloekt!” (Gal. 1:8, 9.) “Want zulke lieden zijn schijn-apostelen,

79

bedrie­glij­ke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus.” (2 Kor. 11:13.) De wereld is vol met zogenaamde apostelen en allerlei soorten van sekten, niet waar? Het is nu de tijd dat Gods volk op haar knieën valt voor haar Schep­per, en dat zij de Schriften voor zichzelf bestudeert, opdat zij kan weten wat waarheid is. Waarom zou men de beslissing van een ander aannemen? Door dat te doen worden wij van onze eigen ervaringen beroofd. Indien dat het geval is, kunnen wij de vraag, hoe de wereld in de toekomst eruit zal zien, niet stellen. Niemand wordt gered omdat hij de bewijzen van de waarheid erkent, of omdat hij tot de ware kerk, of geloofsovertuiging behoort. Het is alleen door zijn eigen ervaring, gebaseerd op bewijzen van de waarheid, in het hart ontvangen, die de geest kan vernieuwen en de ziel kan herscheppen, opdat hij in nieuw­heid des levens kan wandelen. Het is ten enemale onmoge­lijk om het konink­rijk van Christus binnen te gaan zonder een persoonlijke aanra­king van de heerlijkheid Gods. Jezus zei: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemant wederom geboren wordt, kan hij het koninkrijk Gods niet zien.” (Joh. 3:3.) Het volgende Schriftgedeelte geeft dezelfde getuigenis: “Want niet hij is een jood, die het uiterlijk is, en niet dat is besnijdenis, wat uiterlijk, aan het vlees, geschied; maar hij is een jood, die het innerlijk is, en de besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, en niet naar de letter; wiens lof is niet van de mensen, maar van God.” (Rom. 2:28, 29, KJV.) {SR2: 78.2}

” Besnijdenis betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets, maar het houden van Gods geboden.” (1 Kor. 7:19, KJV.) “En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot de HERE, uw God: want genadig en vol medelijden is Hij, langzaam tot toornen, zeer vriendelijk, en berouw hebben­den over het kwade.” (Joël 2:13, KJV.) “Want dezulken dienen niet onze Here Jezus Christus, maar hun eigen buik; en misleiden door hun schoon­klinkende en vrome taal de harten van de eenvoudigen.” (Rom. 16:8, KJV.) {SR2: 79.1}

Terugkerend naar onze oorspronkelijke gedachte: De elven werden toegelaten om de inwijding van Matthias te verwezelijken, zodat dit een les zou zijn voor de tegenwoordige tijd met haar moderne godsdienst, aantonend dat God aan niemand apostolische gezag toevertrouwd heeft — met uitzonde­ring van de twaalf. De opdracht aan de predikers zijn: “Gaat gij dan henen, en onderwijs alle natieën, hen dopende in de naam des Vaders, en van de Zoon, en van de Heilige Geest; hen lerende te onderhouden alles wat ik u opgedragen heb; en zie, ik ben met u al de dagen, ja zelfs tot aan het einde der wereld.” (Matt. 28:19, 20, KJV.) “Gij nu, o mensenkind, u heb Ik tot wachter over het huis Israëls aangesteld; daarom zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen voor Mij waarschuwen. Wanneer Ik tot de godde­loze zeg: O goddeloze, gij zult voorzeker sterven; indien gij niet spreekt om de godde­loze te waarschuwen van zijn goddeloze weg, zal die goddeloze in zijn onge­rechtigheid sterven; maar zijn bloed zal Ik van Uw hand eisen.” (Ez. 33:7, 8, KJV.) {SR2: 79.2}

In werkelijkheid stellen de twaalf “sterren” op de “kroon” van

79

de “vrouw” de twaalf patriarchen voor; later de twaalf stammen Israëls naar het vlees; daarna de twaalf apostelen; en tenslotten de twaalf stammen van het Geeste­lijk Israël (de 144.000). Dit bewijst opnieuw dat het cijfer “vier” een belang­rijk cijfer is, en dat deze vier perioden door de “vrouw” worden voorgesteld. {SR2: 79.3}

God, die de zelfzucht van de mens voorzag, beval aan de profeet het volgende op te schrijven: “Het vet eet gij, met de wol kleed gij u; maar de kudde weidt gij niet. De zwakken hebt gij niet gesterkt, noch hebt gij dat wat ziek was genezen, noch hebt gij datgene verbonden dat gebroken was, noch hebt gij datgene teruggebracht dat afgedwaald was, noch hebt gij opgezocht datgene wat verloren was; maar met geweld en met wreedheid hebt gij over hen geheerst. Zij waren verstrooid omdat er geen herder was; en zij werden voedsel voor al het gedierte des velds, toen zij verstrooid werden. Mijn schapen dwaalden rond door al de bergen, en op iedere hoge heuvel; ja zelfs over de gehele aarde dwaalde Mijn kudde rond, en niemand zocht of vroeg naar haar. Daarom, gij herders, hoort het Woord des HEREN; zo waar Ik leef, zegt de HERE, omdat Mijn kudde tot een prooi geworden is, en Mijn kudde tot voedsel geworden is voor al het gedierte des velds, omdat er geen herder was, noch zochten Mijn herders naar Mijn kudde, maar de herders weidden zichzelf, en weidden Mijn kudde niet; daarom, gij herders, hoort het Woord des HEREN; zo zegt de Here HERE: Ik ben tegen de herders! En Ik zal Mijn kudde van hun hand eisen, en zal hen met het weiden van de kudde doen ophouden; de herders zullen zichzelf nooit meer weiden; want Ik zal Mijn kudde uit hun mond redden, zodat zij hun niet meer tot voedsel zal zijn. Want zo zegt de Here HERE: Ik, ja Ik zal Mijn schapen zowel zoeken, als hen opsporen.” (Ezech. 34:3-11; KJV.) {SR2: 80.1}

Ter vergelijking heeft de Geest van God een letterlijk beeld gegeven van de kudde schapen en de herders; Gods volk als de kudde, en de predikers als de herders. Het ware volk van God zal het voorbeeld van de schapen navol­gen, en Zijn wachters zullen dat van de goede Herder navolgen Die goed zorg draagt voor Zijn schapen. Alles minder dan dit is een gruwel in Gods oog. Als wij de bedoelde les willen leren moeten wij een duidelijk begrip verwerven van het type (de herders en de kudde), want, aan het anti-type (predikers en kerkleden) wordt gevraagd het voorbeeld na te volgen. {SR2: 80.2}

Het beeld is genomen van de oude methode om kudden te hoeden. De open weide van de bergen en heuvels vergt van de herder een bestendige zorg voor de schapen. Het uitgestrekte gebied verwijdert de schapen en de herders ver van huis, en het zich bestendig verplaatsen in het land­schap maakt het onmogelijk een blijvende beschutting van welke aard dan ook te verwer­ven voor de schapen of voor de

80

herders. Dus, was er andere hulp nodig. Iedere herder had een bepaald aantal honden, afhankelijk van de grootte van de kudde, ter bescherming van de schapen tegen mens en dier. Aangezien het ene het andere ondersteunt, werd een ezel gebruikt om de benodigde voorra­den aan te brengen voor de schapen, honden en herders. Deze voorraden bestonden uit kleding, nachtbedekkingen, voedsel voor de herders als ook voor de honden, medicijnen, verband, enz. Het trouwe dier droeg overal, iedere dag van het jaar de vracht op zijn rug. Aan het einde van de dag telde de herder zijn shapen. Als er één ontbrak, ging hij onmiddelijk ernaar zoeken, aangezien het veilig was voor een schaap om afgezonderd van de kudde rond te dwalen. {SR2: 80.3}

De uitstekende toestand van de schapen was een bewijs van de herders trouw en dat hij zijn loon waard was. Hij moest niet alleen opzoek gaan naar goede weiland, maar trad ook op als veearts. Dikwijls gebeurde het dat een schaap zijn poot brak, en dan was het de plicht van de herder om op handige wijze de poot te spalken en de wonde te verbinden. {SR2: 81.1}

Als een lam, of zelfs een schaap ziek en te zwak was om de kudde te volgen, was het de plicht van de herder ervoor te zorgen en het te dragen. zou hij een lam op de arm hebben, dan is het moederdier voortdurend aan zijn zijde om toezicht te houden, en spreekt er tegen. Deze edele dieren verzor­gen, voeden, en houden hun lammeren vlekkeloos schoon. Moeders, doet u ook zoveel voor uw kinderen? Herders (predikanten) van de kudde van God, doet u alles wat de herder van vroeger voor zijn schapen deed? Of zorgt u meer voor uzelf dan voor de kudde van God? Bent u uw loon waard? {SR2: 81.2}

De herder van vroeger moest volle rekenschap geven van de kudde, zelfs tot in de kleinste details. Denkt u dat God minder van u zal eisen? Zijn Zijn schapen niet meer waard? David riskeerde zijn leven voor een lam, maar God bevrijdde hem van de leeuw en de beer. Om de eer van God, en voor de veiligheid van Zijn volk, riskeerde David Zijn leven, en trad hij de reus Goliath tegemoet, maar God gaf de Filistijnen over in Davids handen en maakte David koning over Zijn natie. Denkt u dat Hij minder voor u zal doen? {SR2: 81.3}

Jezus zei: “Ik ben de goede Herder; de goede Herder

81

geeft Zijn leven voor de schapen. Maar die een huurling is, en niet de Herder, wiens eigen­dom de schapen niet zijn, ziet de wolf komen en laat de schapen in de steek, en vlucht; en de wolf grijpt ze en verstrooit de schapen. De huurling vlucht, omdat hij een huurling is, en niet om de schapen geeft. Ik ben de goede Herder en ken Mijn schapen en wordt door de Mijne gekend. Zoals de Vader Mij kent, ken ook Ik de Vader; en Ik leg Mijn leven neer voor de schapen.” (Joh. 10:11-15, KJV.) {SR2: 81.4}

De profeet Jesaja die vooruitzag op de toestanden van deze tijd zegt: “Ja, zij zijn vraatzuchtige honden die nooit genoeg kunnen hebben, en zij zijn herders die niet kunnen begrijpen; zij keren zich allen naar hun eigen weg, ieder­een naar zijn gewin, van zijn aandeel.” (Jes. 56:11, KJV.) {SR2: 82.1}

82

83

Beast-chart

84

HET LUIPAARDACHTIG BEEST

OPENB. 13:1-10.

Het moeilijk-te-beschrijven beest van Daniël 7, dat Rome in zijn eerste fase voorstelt, toont door zijn tien horens profetisch aan dat er tien koningen uit Rome zouden opstaan. In zijn tweede fase wordt er aange­toond dat het pausdom zou ontstaan, drie koningen moest onderwerpen, en de heiligen van de Allerhoogste zou afmatten gedurende een periode van 1260 jaar. Maar het vertelt niets over de val van de Romeinse monarchie of het pausdom. Het zwijgt over de roformatie die voor of na 1798 na Christus onstond. Daarom, moet de informatie die niet door de symbolen van dit beest wordt gegeven, ergens anders in Gods Woord worden gevonden. Dit moet gezocht worden in het boek de Openbaring, want het is de aanvulling op de profetieën van Daniël. {SR2: 85.1}

Het luipaardachtig beest van Openbaring 13:1-10 is de enige symboli­sche profetie die spreekt van de val van het Romeinse vorstendom, de kroning van de tien koningen, de wonde van het pausdom, de reformatie en opkomst van het protestantisme, en van de gevangeneming van de paus. {SR2: 85.2}

“En ik stond op het zand van de zee, en zag uit de zee een beest opkomen, hebbende tien koppen en tien horens, en op zijn horens tien kronen, en op zijn koppen de naam van godslastering.” (Openb. 13:1, K.J.V.) Merk op dat dit beest hetzelfde aantal horens heeft als het “moei­lijk-te-beschrijven beest” in zijn eerste fase (het keizerlijk Rome). Daniël zegt dat de tien horens op het beest dat Rome voorstelt “tien koningen zijn die zullen opstaan.” (Dan. 7:24.) De horen die de Romeinse wereld voor­stellen in haar keizerlijke staat, wezen ook vooruit naar de tijd waarin het koninkrijk in tien delen of konink­rijken verdeeld zou zijn. Met andere woorden, terwijl de horens oorspronke­lijk de Romeinse wereld in haar keizerlijke staat voorstelden, stellen zij in de tweede plaats de tegenwoor­dige wereld voor in haar verdeelde staat sedert de val van Rome — in overeenstemming met de tien tenen aan het grote beeld van Daniël 2. {SR2: 85.3}

Het moeilijk-te-beschrijven beest heeft in zijn eerste fase tien horens. Als in zijn tweede fase de kleine horen opkomt en drie van de tien tot de wortels worden uitgerukt, wil dat zeggen dat zij niet meer geherinstalleerd kunnen worden als koningen. Dat de horens gereduceerd werden tot het bijbelse cijfer zeven, betekent dat het pausdom volledig heerschappij zou hebben over de gehele wereld voor zover het de christelijke kerk betrof. Daarom, kunnen de tien horens op het luipaardachtig beest van Openba­ring 13:1 niet aandui­den dat de drie uitgerukte horens hun macht voor de tweede maal hebben ontvan­gen. {SR2: 85.4}

Aangezien er op ieder opeenvolgend beest hetzelfde aantal horens ver­schijnt, namelijk, op het moeilijk-te-beschrijven beest (Dan. 7:7); op het

85

luipaardachtig beest (Openb. 13:1); en het scharlakenrood beest (Op. 17:3.); de gehele Nieuw-testamentische tijdperk voorstellend, dan is het volgens de verzamelde feiten duidelijk dat het aantal horens is bedoeld om het universe­le aan te duiden. Aangezien zij niet te vinden zijn op het beest van Openb. 13:11-18, wordt het feit bevestigd dat het tweehoornig beest een lokaal systeem aanduidt. Daarom, is het ongetwijfeld duidelijk dat het vastgestelde getal van de horens (tien) bestemd is om universeel het volk en de regering aan te duiden. (Volg de kaart op pagina 84.) {SR2: 85.5}

Aangezien de leeuw, de beer, de vierkoppig luipaard en het moeilijk-te-beschrijven beest (de symbolen van Babylon, Medo-perzië, Griekenland en Rome) met elkaar verbonden zijn, maakt de onverbreekbare keten van beesten het onmogelijk voor een ander universeel beest (systeem) om deze volgorde te doorsnijden. Dus moet het luipaardachtig beest van Openba­ring 13:1-9 het moeilijk-te-beschrijven beest (Rome) opvolgen. {SR2: 86.1}

Openb. 13:2, 3: “Het beest wat gij zag, was een luipaard gelijk, en zijn poten als van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw; en de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon, en grote macht. En ik zag één van zijn koppen als ten dode gewond, en zijn dodelijke wonde was genezen; en de gehele wereld verwonderde zich achter het beest.” (K.J.V. = “King James” vertaling.) De samen­stelling van het beest openbaart het feit dat het een afstammeling is van de vier beesten die aan hem voorafgingen. De muil van de leeuw, de poten van de beer, het lichaam van de luipaard, en het aantal horens, alles verwijst terug naar zijn overgeërfde karakteristieken (= kenmer­ken) die afkom­stig zijn van Baby­lon, Medo-Perzië, Griekenland en Rome. Dit onbetwistbaar feit bewijst dat dit luipaard­achtig beest het vijfde universele beest is. {SR2: 86.2}

Het luipaardachtig beest komt op dezelfde wijze op uit de zee als de vier vorige beesten. (Dan. 7:3.) Daarom is het beest van Openbaring 13:1-9 ontstaan als resultaat van oorlog en opschudding onder de volkeren, op dezelfde manier als Babylon, Medo-Perzië, Griekenland en Rome. Aange­zien de bewijzen geopenbaard door het symbool niet in twijfel getrokken kunnen worden, beslaat het luipaardachtig beest de periode na de val van het keizer­lijk Rome, in overeenkomst met de voeten en tenen — ijzer en leem van het grote beeld van Daniël 2. Met andere woorden, het luipaard­achtig beest arriveert bij de sluitingsperiode voorgesteld door de eerste fase van het moeilijk-te-beschrijven beest, terwijl de tweede fase van het laatstgenoemde (pauselijk Rome) voortduurt tot 1798. Dus overlapt het ontwikkelingsproces van het ene de naar benedengaande koers van het andere. Het luipaardachtig beest werd niet in zijn ontwikkelingsfase getoond, maar eerder in zijn slotop­treden, want hij (Johannes) zegt: “En zijn dodelijke wonde was genezen.” Hij zag het beest in visioen nadat zijn dodelijke wonde genezen was, want hij gebruikt de verledentijd, “was.” Maar in Daniëls visioen lag het werk van het moeilijk-te-beschrijven beest

86

in de toekomst. De profeet zegt: “En hij zal grote woorden spreken tegen de Allerhoogste, en zal de heiligen van de Allerhoogste afmatten, en menen tijden en wetten te kunnen veranderen; en zij zullen in zijn hand gegeven worden voor een tijd en tijden en een halve tijd.” (Dan. 7:25, K.J.V.) Daniël blikte in visioen vooruit in de toekomst, op de ge­schiedenis voorgesteld door de beesten; terwijl Johannes terugblikte; of met andere woorden, Daniël zal wat het beest zou doen, terwijl aan Johannes getoond werd wat het beest had gedaan. {SR2: 86.3}

De Kronen en de Horens.

Van het beest “met zeven koppen en tien horens, en op zijn horens tien kronen” zegt Johannes: “En ik zag één van zijn koppen als ten dode gewond.” De gewonde kop stelt het pausdom voor, gewond door Maarten Luther, (het pausdom) die oorpronkelijk gesymboliseerd werd door de horen-kop van het moei­lijk-te-beschrijven beest dat slechts de pauselijke macht en zijn gezag aanduidt. Maar het “luipaardachtig beest” toont ons het pausdom in zijn gewonde staat, en de gevangeneming van de paus. Dus overlappen de twee beesten (het moeilijk-te-beschrijven en het luipaard­achtig beest) elkaar, van de val van het keizerlijk Rome tot 1798. Daarom, terwijl het moeilijk-te-beschrijven beest in zijn tweede fase het pausdom voorstelt, wordt het in de tweede plaats door het luipaardachtig beest “aangeduidt.” Het ene openbaart zijn tiranieke macht, en het andere beschrijft zijn val. Want de kleine horen had macht en richtte de heiligen van de Allerhoogste tegronde gedurende 1260 jaren (Dan. 7:25.) Maar ook het luipaardachtig beest “opende zijn mond tot godslaste­ring,” en hem werd macht gegeven “gedurende tweeënveertig maanden.” (Openb. 13:6, 7.) Het aantal maanden is gelijkwaardig aan “tijd en tijden en een halve tijd” — 1260 dagen (jaren), 30 dagen voor één maand rekenend. {SR2: 87.1}

Met de gevangeneming van paus Pius VI, en bij zijn dood op 19 augus­tus, 1799, vond er een soort overdracht plaats tussen het moeilijk-te-beschrijven beest en het luipaardachtig beest. De kop en de horens werden als het ware verplaats van het ene naar het andere. Door deze verandering werd de kleine horen “hebbende ogen van een mens en een mond vol grootspraak,” omgezet van horen-kop in een gewone gewonde kop, daarmee aantonend dat het pausdom zijn kerkelijk gezag verloren had, en niet langer voorgesteld werd door een horen-kop (kerk en staat kombinatie). {SR2: 87.2}

Aangezien die gebeurtenis een einde bracht aan de periode van de 1260 jaren van Daniël 7:25 en Openbaring 13:5, kroonde zij volledig de horens van het luipaardachtig beest, hetgeen betekent dat de staat nu onafhanke­lijk is van de kerk. De kronen op zijn horens duiden de val aan van de Romeinse monar­chie, wat aantoont dat de tien koningen, die door de tien horens van het moeilijk-te-beschrijven beest gesymboliseerd werden, hun koninkrijk hebben ontvangen. {SR2: 87.3}

88

Horens en Koppen Volledig Aanwezig.

“Ik, Johannes, zag het beest hebbende zeven koppen in tien horens, en op zijn horens tien kronen.” Laat ons het feit niet over het hoofd zien dat alle horens, kronen en koppen aanwezig zijn op het beest. Wat voor betekenis er daarom ook verkregen is door het symbool, allen moeten bestaan op het ogenblik dat zijn dodelijke wonde genezen was. Indien het niet zo geweest was, zouden de symbolen van koppen en horens elkaar opgevolgd hebben zoals dat het geval was met de kleine horen en de overige drie die “uitgerukt” werden van het moeilijk-te-beschrijven beest van Daniël 7:7. Een soortgelijke methode wordt waargenomen bij de “geitebok.” Nadat de opmerkelijke horen (Alexander) afgebroken was, kwamen er vier voor in de plaats (de vier griekse divisies), en na dezen kwam de uiterst grote horen op die oorspronke­lijk Rome voorstelde. (Dan. 8:8, 9.) {SR2: 88.1}

Daar waar systemen en regeringen niet tegelijkertijd bestaan, tonen de symbolen hun opeenvolging. Er is nog een ander faktor die in acht moet worden genomen namelijk, dat iedere symbool van de hele reeks van beesten feiten uitbeeld die zouden plaatsvinden binnen de periode voorge­steld door ieder beest, en niet één van hen verwijst naar iets uit het verleden, behalve de erfelijke voorouderlijke karakteristieken. {SR2: 88.2}

Daarom verwijzen horens of koppen naar geen enkel ding van voor of na de periode voorgesteld door het beest. Het is daarom onnatuurlijk voor koppen (delen van het beest) om te bestaan voor of na het beest zelf. Het zou daarom onredelijk zijn te concluderen dat de horens zowel de koppen een opeenvolging van systemen zouden kunnen aanduiden zolang als zij allen verschijnen ten tijde van het laatste optreden van het beest. Het luipaardach­tig beest in zijn gewonde staat moet bedoeld zijn om profetisch de bestaande toestand van de huidige samenleving aan te tonen. {SR2: 88.3}

Het Symbool van de Koppen.

Het is onmogelijk dat zowel horens als koppen een voorstelling kunnen zijn van burgerregeringen of koningen. Als de horens de politieke zijde voorstellen, dan kunnen de koppen dat niet. Johannes zei het volgende over het luipaardachtig beest: “Ik zag één van zijn koppen als ten dode gewond.” Als de “kop” dat “gewond” was een godsdienstig systeem voorstelt, dan moeten alle zeven godsdienstige organisaties voorstellen, want alle koppen zijn gelijk, behalve de gewonde. Het is dus een onmiskenbaar feit dat de symbolen zijn bedoeld om zowel de burgelijke als de godsdienstige kant van de tegenwoordi­ge wereld aan te tonen. {SR2: 88.4}

De kronen stellen, zoals reeds eerder werd aangetoond, burgerlijk gezag voor. Waren zij op de koppen geweest zoals op de draak van Open­baring 12:3, dan zou het aanduiden dat de kerken gebruik maken van de

88

burgerarm van de staat om hun dogma (leer) te verbreiden zoals in de dagen van het keizer­lijk en pauselijk Rome, voorgesteld door de draak. Maar aangezien de horens zich op de kronen bevinden en de staat van de kerk onafhankelijk is, bewijst het dat de symbolen die worden voorgesteld door de kronen juist zijn. Aangezien de naar voren gebrachte feiten met betrekking tot de aard van de symbolen niet in twijfel kunnen worden getrokken, is het duidelijk dat wij een vaste fundament hebben voor hun toepassing. {SR2: 88.5}

Het luipaardachtig beest is een afstammeling van de vier vroegere wereld­rijken. Daarom stelt hij de wereld voor, maar in het bijzonder de gehele westerse samenleving, met hun burgerlijke en godsdienstige syste­men. De koppen stellen dus alleen het christendom voor. Johannes zei: “Het beest hebbende zeven koppen en tien horens en op zijn horens tien kronen, en op zijn koppen de naam van godslastering.” Het feit dat er een naam van godslastering op de koppen is bewijst des te meer dat zij alleen godsdienstige organisaties kunnen voorstellen, want godslastering staat gelijk aan huichela­rij (schijnheiligheid), en huichelarij wil zeggen dat men poogt het heilige met het gewone te vermengen. Maar de Heer zegt: “Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij joden (christenen) zijn, en het niet zijn, maar een synagoge des satans zijn.” (Openb. 2:9, K.J.V.) “Onder wie is Hymeneüs en Alexan­der, die Ik de satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet meer te laste­ren.” (1 Tim. 1:20, K.J.V.) “Daar­om, mensenkind, spreek tot het huis Israëls, en zeg tot hen: also zegt de Here HERE: Hiermee nog hebben uw vaderen Mij gesmaad, dat zij in overtreding tegen Mij overtreden hebben.” (Ez. 20:27, K.J.V.) “Uw ongerechtigheden en de ongerechtigheden van uw vaderen tezamen, zegt de HERE, welke wierook hebben gebrand op de bergen, en op de heuvels Mij hebben gehoond; daarom zal ik hun vorig werk in hun schoot toeme­ten.” (Jes. 65:7, K.J.V.) Ongehoorzaamheid aan het woord van god is godslastering. {SR2: 89.1}

Natuurlijk rijst de vraag op, wie deze godslasterende gezindten zouden kunnen zijn. Zij kunnen zeker talrijk zijn; kijk maar naar de menigten van sekten. Het profetisch woord van god, van deze tijd sprekend, zegt: “Dit in de eerste plaats wetende, dat er in de laatste der dagen spotters zullen komen, wandelend naar hun eigen begeerten.” (2 petrus 3:3, K.J.V.) “Want de tijd zal komen wanneer zij (de mensen) de gezonde leer niet meer zullen verdra­gen; maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeen halen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels (of fabels) wenden.” (2 Tim. 4:3, 4, K.J.V.) {SR2: 89.2}

Wat heeft de verwarring van tegenwoordig teweeggebracht? Omdat zij afgeweken zijn van de tegenwoordige Bijbelwaarheid, is het enige antwoord dat kan worden gegeven. Is het mogelijk dat allen gelijk kunnen hebben indien er niet eens twee zijn die hetzelfde geloven, met slechts één Bijbel, één evangelie, één Heer, één hel te schuwen en één hemel te winnen?

89

Jezus zegt: “En andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden, en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden één kudden, en één herder.” (Joh. 10:16, K.J.V.) {SR2: 89.3}

Zulk een satanische verwarring als die van tegenwoordig dreigde te onstaan in de dagen van Paulus. Toen de Geest van God hem drong, uitte hij met een strenge besrisping de volgende woorden: “Maar ik smeek u, broeders, door de naam van onze Here Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn; maar dat gij volmaakt samengevoegd zijt één van gedachte en één van oordeel. Want mij is van u bekend gemaakt, mijn broeders, door die van het huisgezin van Chloe zijn, dat er twisten onder u zijn. En dit zeg ik, dat een ieder van u zegt: ‘Ik ben van Paulus, en ik ben van Apollos, en ik van Cefas, en ik van Christus.’ Is Christus gedeeld? Is Paulus voor u gekruisigd? Of zijt gij in Paulus naam gedoopt?” (1 Kor. 1:10-13.) Hoe groot is het onderscheid door de positie ingenomen door de met de Geest vervulde dienaar van God en de huidige zichzelf noemende apostelen. {SR2: 90.1}

Jezus zei: “En deze dingen zullen zij u doen, omdat zij de Vader niet gekend hebben, noch Mij.” (Joh. 16:3.) Waren al deze zogenaamde christe­lijke leider geleid geweest door de Geest van God, dan zouden zij het voor­beeld naar voren gebracht door de profeten en de apostelen hebben nage­volgd; dan kon er geen verdeeldheid in de bijbelse waarheid geweest zijn. De toestand van de tegenwoordige tijd is inderdaad godslaste­ring en vervult de woorden van de Meester: “Want er zullen valse christus­sen en valse profeten opstaan, en zij zullen grote tekenen en wonderen doen; zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden.” (Matt. 24:24.) {SR2: 90.2}

Ten aanzien van deze grote verwarring is het schijnbaar moeilijk om onmiddelijk te bepalen wie goed bezig is en wie verkeerd is. Jezus zei: “Wederom, [voorwaar] Ik zeg u, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van Mijn Vader, die in de hemelen is.” (Matt. 18:19.) Er kan niets aangenamer zijn voor God dan dat één van Zijn kinderen in oprechtheid vraagt naar het pad der waarheid;

daarom zal zo iemand niet in duisternis achtergelaten worden: “Vraagt, en het zal u gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt, en het zal u geopend wor­den.” (Matt. 7:7, K.J.V.) {SR2: 90.3}

Als het volk zich de moeite getroost om de waarheid te vinden, dan kan dit gemakkelijk verwezenlijkt worden. Maar het probleem ligt in het feit dat zij er niet om geven. Het volk laat zich nog liever misleiden dan dat zij aan God zouden vragen aan hen Zijn waarheid te tonen. Ja, zij bidden wel, maar hun gebeden worden niet verhoord, want: “Die zijn oor afwendt om de wet te horen, diens gebed zelfs zal een gruwel zijn.” (Spreuken 28:9, K.J.V.) De zogenaamde christenen van tegenwoordig, zeggen: “Dat Schrift

­90

gedeelte staat in het Oude Testament en is alleen voor de joden bestemd.” Voor meer licht op dit onderwerp gaan wij naar het Nieuwe Testament: “Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het koninkrijk der hemelen.” (Matt. 5:19.) De oprechten van hart horen, met verbazing, naar de woorden van goddelo­ze spotters in onze dagen: “Dat is niet de bedoeling van de wet van God; het gaat om het gebod van Jezus: ‘Gij zult u naaste liefhebben als uzelf.'” Dit is waar, maar welke van de tien geboden kunt u overtreden en tegelij­kertijd de geboden van Jezus vervullen? En als u uw naaste liefhebt, zult u dan God onteren? Worden niet de eerste vier onderhouden om God te eren; en de laatste zes om onze liefde voor onze medemensen op de proef te stellen? {SR2: 90.4}

Jezus zei: “Aan deze twee geboden hangt de gehele wet en de profeten.” (Matt. 22:40.) Werkt de geboren Zoon van God in tegenstelling met Zijn Vader? “De Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gaf, om aan Zijn dienstknechten dingen te tonen die spoedig moeten geschieden; en welke Hij door de zending van een engel aan Zijn dienstknecht Johannes heeft te kennen gegeven.” (Openb. 1:1, K.J.V.) “Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij die de geboden van God bewaren, en het geloof van Jezus.” (Openb. 14:12.) Heeft Jezus niet gezegd dat Zijn heiligen de geboden van God onderhouden? De vleselijk gezinde geest maakt weer bezwaar: “Zij onderhouden de geboden van God, maar niet de wet.” Maar de Geest ver­klaart: “Doch indien gij met aanzien des persoons handelt, doet gij zonde, en wordt gij door de wet overtuigd van overtreding. Want wie de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig gewor­den aan alle geboden. Want Hij, Die gezegd heeft: ‘Gij zult niet echtbre­ken,’ heeft ook gezegd: ‘ Gij zult niet doodslaan.’ Indien gij nu geen echtbreuk pleegt, maar wel doodslag, zijt gij toch een overtreder van de wet geworden. Spreekt zo en handelt zo als (mensen past), die door de wet der vrijheid zullen geoordeeld worden.” (Jak. 2:9-12.) “Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens, en door de poorten ingaan in de stad.” (Openb. 22:14, K.J.V.) {SR2: 91.1}

Het onderhouden van Zijn geboden is het toegangsbewijs tot de hemel. “Tot de wet en tot de getuigenis; indien zij niet spreken naar dit woord, komt het omdat er geen licht in hen is.” (Jes. 8:20, K.J.V.) “Want het vleselijke gezinde is vijandschap tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet van God; trouwens, het kan het ook niet.” (Rom. 8:7, K.J.V.) “Wie zegt: ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet.” (1 Joh. 2:4.) Na het ene duivelskijkgat ontweken te hebben, hecht de vleselijk gezinde zich vast aan een andere; vastbesloten de duivel te dienen en zichzelf te misleiden, en met zijn neus in de lucht uit hij de volgende woorden: “Wij moeten de wet niet houden naar de letter

91

maar naar de Geest. ‘Want de letter doodt maar de Geest geeft leven.'” Zijn verkeer­de opvatting over wat wat waarheid is, leidt hem ertoe te geloven dat het onderhouden van de wet naar de geest hem toelaat het geschreven Woord van God te veronachtzamen, en de Wet van God te onderhouden volgens zijn eigen zienswijze, en overeenkomstig zijn eigen gezindheid. Zo wordt Gods eigen geschreven Woord krachteloos gemaakt (zie Ex. 31:18), zo verheffen zij het eindige boven het Oneindige! Kan er een grotere godslas­tering bedreven worden dan deze? Wij geven nu een korte uitleg van het onderwerp. {SR2: 91.2}

De wet onderhouden naar de letter betekent er een muur omheen bouwen zoals de trotse farizeeërs deden. Wij halen 1 Joh.3:15 aan: “Een ieder die zijn broeder haat, is een mensenmoorder.” Daarom, ofschoon wij niet doden en toch onze broeder haten, dan hebben wij de wet onberispe­lijk onderhouden naar de letter, maar niet overeenkomstig de Geest. Het onderhouden van de wet naar de Geest heeft een bredere betekenis dan de vleselijke gezindheid kan vatten. Indien ik de gehele wet moet onderhou­den, moet ik het gehele Woord van God in elk opzicht onderhouden, anders zou ik Hem onteren, en zou ik een overtreder worden van de wet zoals een ongehoorzame zoon zijn aardse vader onteert, en mij schuldig maken aan het vijfde gebod van de wet. {SR2: 92.1}

“Worden wij gered door de wet?” Neen, zeker niet! Wij worden geoor­deeld door de wet. Dus als wij moedwillig ongehoorzaam zijn aan het woord van God, vallen wij onder de veroordeling van de wet. “Want indien wij moedwillig zondigen nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, blijft er geen offer meer over voor zonden.” (Heb. 10:26, K.J.V.) Maar als wij de gerechtigheid van God liefhebben zoals zij in Zijn wet uitgedrukt wordt, en vastbesloten zijn om Zijn Heilig Woord te gehoorza­men waar het ook te vinden is (in de Bijbel of in de Geest der Profetie) volgens de openba­ring door Zijn Geest, dan ontvangen wij de macht die ons in staat stelt om de goddelijke doeleinden te vervullen, en daarbij worden onze zonden uitgewist door het bloed van Christus, en worden wij aldus vrijgemaakt van de wet en haar veroordeling — geplaats onder de goddelijke genade. {SR2: 92.2}

Het is waar dat het volk er van houdt bedrogen te worden, zichzelf vleiend dat zij op de weg zijn die naar de hemel leidt, terwijl Satan goed­keurend knipoogt naar hun onwetendheid. Het woord van God zegt: “En velen zullen hun verderfelijke wegen navolgen; zodat door hun schuld de weg der waarheid gelasterd zal worden (…) Zij daarentegen, als wilde beesten, van nature voortgebracht om verdelgd te worden, spreken kwaad van de dingen die zij niet begrijpen; en zullen ten enemale omkomen in hun eigen verdorvenheid.” (2 Pet. 2:2, 12, K.J.V.) Dit bewijst ons hoe sektarisme ontstaan is. {SR2: 92.3}

Aangezien het bewezen geworden en algemeen aanvaard is dat de “zeven kerken” van Openbaring, hoofdstuk twee en drie, de geschiedenis weergeven van de christelijke bedeling, dan is het duidelijk dat de kerk verdeeld was in zeven onderdelen. Laodicea, die de laatste is, loopt ook

92

gevaar om te vallen volgens het getuigenis van de waarachtige Getui­ge: “Zo dan omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.” (Openb. 3:16.) God heeft boodschap na boodschap ge­stuurd om licht te werpen op Zijn geschreven Woord. Zij waren bedoeld om dwaling recht te zetten, zonden te berispen en de zondaar te waarschu­wen; maar de leiders van iedere afdeling verwierpen de boodschappen, en de weinigen die gewillig waren om alles op te offeren voor de waarheid werden gedwon­gen de kerken te verlaten en voorwaarts te gaan met het licht. Waren de leiders bereid geweest hun dwalingen recht te zetten en de kerk te reini­gen, dan zou er maar één afdeling geweest zijn. Door het verloochenen van de waarheid, sneed iedere afdeling zich af van de machtige arm van God. Aldus heeft niet één van deze afdelingen aanvul­lend licht verkregen over de Schriften, méér dan wat medegedeeld werd aan hen door de stichters van iedere beweging. Dit feit bewijst dat het profetisch Woord van God juist is, en hoe ouder de afdeling is, hoe groter de veroordeling. Daarom worden deze kerken voorgesteld door de “kop­pen.” De godslastering aangaande hen duidt hun val aan. Indien zij zouden weigeren gehoor te geven aan deze Laatste oproep, dan zou de openbaring van deze feiten tegen hen getuigen, en hun uiteindelijke onder­gang teweeg brengen. {SR2: 92.4}

De boodschap betreffende de 144.000 en de oproep tot reformatie aange­boden aan de Zevende-dags Adventisten in 1930 werd op diezelfde manier verworpen. Daarom, aangezien de leiders van de kerken in geen enkele tijd een boodschap geaccepteerd hebben, vervullen zij zeker de volgende profetie: “De wijzen zijn beschaamd, zij zijn verslagen en gevan­gen; zie, het woord des HEREN hebben zij verworpen; wat voor wijsheid is dan in hen? (…) Want de herders zijn beestachtig geworden, en hebben de HERE niet gezocht; daarom zullen zij niet voorspoedig zijn, en al hun kudden zullen verstrooid worden.” (Jer. 8:9; 10:21, K.J.V.) {SR2: 93.1}

De “zeven koppen” van het “luipaardachtig beest” stellen deze geheime­-

nis van goddeloosheid en veinzerij voor, aantonend hoe ieder van hen in de val terecht kwam toen zij het naderden. Het is daarom dat God, sedert de tijd van Luther en verder, toeliet dat Zijn volk uitgeworpen werd door Satans vloed (de onbekeerden). Aldus heeft Hij Zijn kerk geroepen van de ene beweging naar een andere. {SR2: 93.2}

Daarom zijn zij, die de standaard verlagen, en weigeren tot hervorming over te gaan bij het klinken van de bazuin, de veroorzakers van scheiding in de kerk van God! “Thans smeek ik u broeders, houdt hen in het oog die scheiding en ergernissen veroorzaken in tegenstelling tot de leer die gij hebt ontvangen; en vermijdt hen. Want zij die zo zijn dienen niet onze Here Jezus Christus, maar hun eigen buik; en misleiden door hun schoon­klinkende woorden en mooie toespraken de harten van de eenvoudigen.” (Rom. 16:17, 18, K.J.V.) {SR2: 93.3}

Aangezien de geschiedenis van de kerk zo verlopen is en de laatste

93

afdeling (Laodicea) in een slechtere toestand verkeert en onder een grotere veroordeling valt dan enig andere die aan haar vooraf ging, en aangezien er geen tijd meer overblijft om een nieuwe uit te roepen, dan is een boodschap van overweldigend licht en strenge berisping door het Woord van God, met manifestaties van goddelijke oordelen, het enige geneesmiddel dat ware bekering en reformatie kan teweegbrengen. Dus om een kerk voor te bereiden om stand te houden, “zonder vlek, rimpel of iets dergelijks,” een kerk waarvan alleen maar kan gezegd worden: “En de draak werd toornig op de vrouw [de kerk als een lichaam] en ging heen om oorlog te voeren tegen het overblijfsel van haar zaad, welke de geboden gods bewaren, en het getuigenis van Jezus Christus hebben.” (Openb. 12:17, K.J.V.) Het is de reinheid van de kerk die de wraak van de draak oproept. {SR2: 93.4}

Deze “zeven kerken” werden ook gesymboliseerd door “zeven kandela­ren,” en de leiders van dezelfde kerken, door “zeven engelen.” Dus lezen wij: “De verborgenheid der zeven sterren die gij gezien hebt in Mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren; de zeven sterren zijn de engelen van de zeven kerken; en de zeven kandelaren welke gij gezien hebt zijn de zeven kerken.” (Openb. 1:20.) “En schrijf aan de engel der gemeente te Laodicea.” (Openb.3:14.) Merk op dat de boodschap is geadresseerd aan de engel (de leiders), en niet aan de kandelaar (de kerk als een lichaam). Daarom is de veroordeling niet gericht aan de kandelaar, maar aan de engel. “Omdat gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt met goederen, en heb aan niets gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammer­lijk, en arm, en blind, en naakt.” (Open. 3:17, K.J.V.) Mijn broeders, dit is niet tot u gericht, want het is Christus Die voor u gestorven is Die tot u spreekt, maar het zal wel zo zijn, als u uw gedragslijn niet verandert. {SR2: 94.1}

Als Christus door het bijeenbrengen van deze zeven kerken in een

groep van zeven kandelaren en daarbij het somberste relaas aan de laatste geeft, Laodicea niet Babylon noemt, dan doet de uitleg van de “koppen” dat ook niet. Het is niet omdat de Laodicenzen beter zijn dat zij niet Babylon ge­noemd worden, want hun toestand is slechter, maar het is om aan te tonen dat vanwege hun toegenomen licht, Hij anders met hen moet om­gaan. Het is om te bewijzen dat als de “engel” (de leiders) van de kerk van Laodicea de boodschap zouden verwerpen van de “Getrouwe Getuige,” Hij de 144.000 niet kan uitroepen uit haar midden tot een andere beweging door de oproep van Openbaring 18: “komt uit haar, Mijn volk, opdat gij geen deel hebt aan haar zonden, en opdat gij niet van haar plagen ont­vangt,” (vers 4, K.J.V.), maar eerder door de boodschap van Openbaring 7 en Ezechiël 9. Aldus zal Hij spoedig Zijn volk bevrijden, en snel “het werk voleindigen, en het in gerech­tigheid afsluiten; want de HERE zal een kort werk doen op aarde.” (Rom. 9:28.) {SR2: 94.2}

Ongehoorzaamheid aan het Woord van God is godslastering, en godslaste­ring

94

is schijnheiligheid; dat wil zeggen, dat zij niet dat zijn wat zij belijden te zijn. Schijnheiligheid dekt de hemeltergende zonden onder de schijn van deugd. Deze zonde van schijnheiligheid is moeilijk te genezen omdat de mens haar niet zo gemakkelijk ontdekt. Wij kunnen de harten van anderen niet begrijpen noch een onderscheid maken tussen de dekman­tel van schijnheilig­heid en het leven van heiligheid. Een geestelijke mislei­ding vindt haar oor­sprong bij een wezen dat anders is dan menselijk. Daarom is het komplot zo sluw dat het niet bespeurd kan worden door beperkte observatie. Deze soort van bedrog kan alleen herkend worden door een nauwkeurig onderzoek van het Woord van God en met behulp van Zijn Geest. {SR2: 94.3}

“Het doelmatig middel om een dergelijk goed-gesmede bedrieglijk plan tegen te gaan is een standvastig geloof dat er een alziend oog van God is; die de zonde ziet waar zij ook is, en haar in het oordeel zal brengen. Een schijn­heilig mens kan zijn zonden verbergen voor de ogen van anderen en soms voor zijn eigen geweten, maar kan zich nooit aan God opdringen.” Paulus, vooruitblikkend op een tijd als deze, zegt: “Want de tijd zal komen dat zij (de mensen) de gezonde leer niet meer zullen verdragen; maar omdat hun oor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraren zullen bijeenha­len, dat zij hun oren van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdicht­sels (of fabels) keren.” (2 Tim. 4:3, 4, K.J.V.) “Gij daarom die een ander leert, leert gij uzelf niet? Gij die predikt, dat men niet stelen zal, steelt gij? Gij die zegt, dat men geen overspel plegen zal, pleegt gij overspel? Gij die afgoden veraf­schuwt, pleegt gij heiligschen­nis? Gij die u op de wet beroemt, onteert gij God door overtre­ding van de wet?” (Rom. 2:21-23, K.J.V.) Tot de zorgelo­zen en onverschilligen spreekt Job als volgt: “Het onheil zal de sterkte van zijn huid verteren, de eerstgebore­ne des doods zal zijn kracht verslinden.” (Job. 18:13, K.J.V.) {SR2: 95.1}

De zeven koppen zijn er om symbolisch de “hoge plaatsen” aan te geven bestuurd door onheilige leiders, die gepoogd hebben het heilige te mengen met het gewone, en die weigeren te luisteren naar het Woord van God. Het bijbels getal “zeven,” dat volheid betekent, omvat natuurlijk het gehele christendom in de tijd dat de profetische waarheid bekend gemaakt wordt. Zulk een afval is geen vreemd iets in de geschiedenis van Gods volk, want keer op keer is de kerk gevallen onder de satanische vloed. In Luthers’ dagen was de kerk even slecht als toen de kerk Christus kruisigde. Als deze genera­tie goddelozer is dan allen die eraan voorafgingen, wat zou de kerk dan onvatbaar kunnen maken voor juist zo’n afval? Het is door de meeste bijbel­studenten geaccepteerd dat profetieën van deze aard alleen begrepen worden wanneer het profetisch onderwerp dat in het vooruitzicht ligt tenvolle ontwik­keld is. Daarom is deze de tijd waar de symbolen van spreken. Er is echter ten opzichte hiervan een ander invalshoek vanwaaruit wij zullen bewijzen dat de voorgestelde feiten waar zijn. {SR2: 95.2}

95

Een Kop Als ten Dode Gewond.

Johannes zegt: “Ik zag één van zijn koppen als ten dode gewond.” Evenals de gewonde kop verwijst naar de slag door Luther aagebracht aan het paus­dom, zo was de verbanning van de paus in 1798 een teken dan de wonde haar volheid bereikt had en de profetische periode beëindigd was. Aldus worden de volgende woorden vervuld: “Hij die in gevangenschap leidt zal in gevangen­schap gaan.” (Openb. 13:10, K.J.V.) Had het pausdom de dodelijke wonden niet ontvangen van Luther, dan kon de paus niet in gevangenschap geleid zijn geweest door de Franse generaal, want voor het pauselijk gezag Luthers’ zwaard ontving, regeerde de paus oppermachtig. Maar de slag verzwakte zijn macht, en het resultaat was dat het protestan­tisme op de voorgrond trad. Deze aanhoudende kwelling begon de “kop,” te kwetsen, totdat de paus tenslotte in gevangenschap terecht kwam. De kwelling duurde voort tot 1870, toen tenslotte de tijdelijke macht van de paus weggenomen werd. Dit feit, dat de laatste kwelling was van de “kop,” laat zien dat het achtergelaten werd zodat zijn “dodelijke wonde” kon genezen. {SR2: 96.1}

Wij halen de woorden aan van Luther die uitleggen hoe het pausdom gewond werd: “Ik heb Gods Woord op de voorgrond gesteld; ik heb gepre­dikt en geschreven — dat is alles wat ik deed. En toch terwijl ik lag te slapen, (…) velde het woord, dat ik gepredikt had, de macht van het pausdom ter aarde, méér dan ooit vorst of keizer die had kunnen scha­den. Ik echter heb niets gedaan; het Woord alleen heeft alles gewrocht (tot stand gebracht).” (“De Grote Strijd,” oude druk, blz. 217; nieuwe druk, blz. 174; Engels, p. 190.) “Ik ben dit werk in Gods naam begonnen; het zal zonder mij en door Zijn macht voleindigd worden.” (Idem, o.d. blz. 163; n.d. blz. 121; Eng. p. 142.) Laat niemand de volgende verklaring misver­staan, want dezelfde schrijver heeft ze beiden neergeschre­ven. Het zou daarom onjuist zijn de ene uitspraak ver­keerd uit te leggen, want door dat te doen zouden wij de andere uit haar evenwicht halen. Spre­kend van de 1260 jaren, lezen wij: “In dat jaar werd de paus door het Franse leger gevangen genomen, ontving het pausdom “de dodelijke wonde” en ging de profetie: ‘Hij die in gevangenschap leidt, zal in gevangenschap gaan,’ in vervulling!'” (GS., blz. 409; Eng., p. 439.) Merk op dat het niet het doel is van de schrijver om te vertellen hoe de wonde werd toegediend, maar om aan te tonen dat de profetische periode eindigde met de gevange­neming van de paus, hetgeen niet de woorden, “en ik zag één van zijn koppen als ten dode gewond” (Openb. 13:3), in vervulling deed gaan, maar eerder de aangehaalde bijbeltekst: “Hij die in gevangenschap leidt, zal in gevangen­schap gaan.” (vers 10.) Zullen wij God en Zijn Geest veronacht­za­men en de eer aan Bertheir geven, om aldus dwaasheid te rechtvaardi­gen? {SR2: 96.2}

Zijn Dodelijke Wonde Was genezen.

“En ik zag één van zijn koppen als ten dode gewond; en zijn dodelijke

96

wonde was genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest.” (Openb. 13:3, K.J.V.) William Miller verkondigde de profeti­sche periode voor het jaar 1844. Deze wonderbaarlijke profetie werd met grote macht overgebracht aan het christendom door de Geest van God. Hoewel de leiders van de naam-kerken de waarheid voorgesteld door Miller niet konden tegenspreken, wendden zij toch een doof oor naar de leerstelling door hem onderwezen. {SR2: 96.3}

Maar toen de teleurstelling kwam in 1844 door het misverstand van hetgeen moest gebeuren aan het einde van de profetische periode, kwam de beweging door Miller tot stand gebracht, aan haar einde. De boodschap van de tweede Engel van Openbaring 14:8, had aangekondigd dat Babylon (de kerken van vóór 1844) was gevallen. Dat betekent dat God géén licht meer wilde laten schijnen door deze gevallen kerken. Had God geen andere Protestantse beweging opgeroepen, dan zou de dodelijke wonde in die tijd zijn genezen. {SR2: 97.1}

Door deze van Godswege opgeroepen beweging, en geholpen door de geschriften van de “Geest der Profetie,” lag het in Gods bedoeling dat de “kop” de “dodelijke wonde” bleef behouden. Maar het profetisch Woord van God zegt: “Zijn dodelijke wonde was genezen.” Aangezien Gods heilig Woord verklaart dat de wonde genezen was, en aangezien de profetie niet verbroken kan worden, is het zéker dat de wond “genezen” is. {SR2: 97.2}

Maar indien protestantisme, door gehoorzaamheid aan Gods Woord, de wonde heeft veroorzaakt, dan kan alléén ware protestantisme deze pijnlijke wonde op de kop behouden. Als dan de wonde genezen is, dan is het duidelijk dat zij aan wie God de boodschap voor een tenondergaande wereld heeft toevertrouwd, op diezelfde wijze verslagen zijn als iedere beweging sedert het begin van de wereld. Het is zeer verwonderlijk om vast te stellen hoe de oude vijand erin geslaagd is de kerk in alle tijden te verontreinigen door haar leiders. Het hoogste menselijke intellekt is voortdurend in verwarring ge­bracht en heeft aldus Satan gediend tot hun eigen ondergang. Zal Gods volk dan nooit lering trekken uit deze historische en bijbelse feiten? Zijn deze dingen niet geschreven tot waarschu­wing voor ons over wie het einde der wereld gekomen is? God beveelt door Zijn Heilig Woord het volgend: “Laat dan af van de mens, wiens adem in zijn neus is, want wat is hij te achten? (Jes. 2:22.) {SR2: 97.3}

Als er is aangenomen dat de verbanning van de paus in 1798 een teken was dat de toediening van de wonde was volbracht, zo wordt er dan door het terugwinnen van zijn tijdelijke macht verder bewezen dat de dodelijke wonde genezen is. Deze feiten kunnen niet worden ontkend, want men heeft aange­nomen dat de gebeurtenis van 1798 waar is; daarom kan die van 1929 niet weerlegd worden. Als dit zo is, dan is deze de tijd waar het profetisch symbool over spreekt: “Zijn dodelijke wonde was genezen.” Lees maar hierover in “De Herdersstaf” deel 1, want het hele boek handelt over dit onderwerp. {SR2: 97.4}

97

De Gehele Aarde Verwonderde Zich Achter het Beest.

“Zijn dodelijke wonde was genezen,” zegt Johannes, “en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest.” Denk eraan dat de aarde verwonderd achter het beest aanliep en niet achter de kop. Daarom kan het niet beteke­nen dat de wereld noodzakelijkerwijs moet ingelijfd zijn in het lidmaat­schap van het systeem voorgesteld door de kop. Het betekent dat de gehele aarde deelgenomen heeft aan de geest van het beest, — wereldsgezindheid. De wereld is in het algemeen nooit anders geweest. Er kon niet gezegd zijn dat “de gehele aarde zich achter het beest verwonder­de” indien het volk aan wie God het evangelie toevertrouwd heeft vrij was van de geest van het beest. Maar het moet eerder zo zijn, dat zij hun plicht hebben verzaakt, en dat zij deelgeno­men hebben aan zijn geest. Waar is het verschil tussen de kerk en de wereld! {SR2: 98.1}

De Naam van Godslastering.

“En op zijn koppen de naam van godslastering.” Dat wil zeggen, weer­stand tegen bekende waarheid, een uitdrukking van tartende goddeloosheid en oneerbiedigheid tegenover God, of tegenover geheiligde dingen, door te spotten met Gods Persoonlijkheid en gezag. De profeet Jesaja, vooruitblik­kend op deze tijd van grootschalige afval, geleid door zogenaamde geeste­lijke leiders, zegt: “En te dien dagen zullen zeven vrouwen één man aangrijpen, zeggende: ‘Wij zullen ons eigen brood eten, en ons eigen kleed dragen; laat ons alleen naar Uw naam genoemd worden, om onze schande weg te doen.'” (Jes. 4:1, K.J.V.) {SR2: 98.2}

Het is onder bijbelstudenten een bekend feit dat kerken worden voorge­steld door “vrouwen.” Een reine vrouw stelt een reine kerk voor, zoals staat in Jeremia 6:2; Openbaring 12:1. Een slechte vrouw stelt een verdorven kerk voor, als in Openbaring 17:4, 5. Jesaja zegt, dat er “zeven” vrouwen zijn. Dit getal omvat dezelfde kerken. Zij zeggen: “Wij zullen ons eigen brood eten.” Dat wil zeggen, dat zij hun eigen weg willen gaan; zij geven niets om Gods weg (Woord). “Wij zullen ons eigen kleed dragen;” dat wil zeggen dat zij hun eigen plannen verkiezen boven Gods plannen of boven Zijn gerechtigheid. Daarbij komt nog dat zij zich bekleden met zelfgerechtigheid. Hun doel is om genoemd te worden naar de naam van één man; dit is naar de naam van Christus (Christenen) om hun smaad weg te nemen. De mensen zijn begonnen te veronderstellen dat zij ongestraft van alles kunnen doen onder de dekman­tel van het christendom. God zal hun laten doorgaan met hun manier van leven totdat zij, zoals Belsazar, de grenslijn van de goddelijke genade over­schreden hebben, en dan zal Hij hen ter verantwoording roepen. {SR2: 98.3}

“En zij aanbaden de draak die macht gegeven had aan het beest; en zij aanbaden het beest, zeggende: “Wie is aan het beest gelijk? Wie is instaat oorlog te voeren tegen het beest?” (Openb. 13:4, K.J.V.) Men kan zichzelf

98

de vraag stellen: Hoe kunnen belijdende christenen de draak aanbidden? Het antwoord is eenvoudig, en de aanbidding van de draak kan duidelijk gezien worden. Het hedendaagse systeem van aanbidding door de zoge­naamde christelijke instellingen is ontegenzeglijk heidens. Het onder­hou­den van de zondag, kerstmis, pasen enz., is afkomstig uit het oude Babylon, van de oude heidense godsdienst ter ere van de zonnegod. In deze moderne tijd geven christenen voor de Allerhoogste God te eren door middel van heidense gewoonten door ze “christelijke leerstellingen” te noemen. Het protestantisme heeft zich vastgezet op deze heidense feeste­lijkheden zoals een bloedzuiger op het menselijk lichaam. Zoals de luiaard het bloed onopgemerkt uitzuigt, zodat zijn voldoening hem tot vernietiging voert, zo gaat het met de protes­tanten en hun heidense gedenkenissen, die zij zelfs naar de naam van Christus durven te noemen. Dit is inderdaad godslaste­ring! Iedere student van de oude geschiedenis weet dat dit waar is; zoals iedere bijbelstudent weet dat deze zogenaamde christelijke feestelijkheden onbijbels zowel onchristelijk zijn. Indien deze instellingen christelijk of bijbels waren, zou er zeker over hen gesproken zijn in de Bijbel. Maar aangezien zij niet in het Woord van God worden gevonden, doen christenen er beter aan ze te laten voor wat ze zijn om zodoende niet het risico te lopen de draak te aanbidden. {SR2: 98.4}

Jeremia, die vooruitblikte op deze tijd van afval, zegt: “Zo zegt de HERE: ‘leert de weg van de heidenen niet, en ontzet u niet voor de tekenen des hemels; want de heidenen ontzetten zich voor hen. Want de gewoonten van het volk zijn ijdel; want men velt een boom uit het bos, het werk der handen van de arbeider, met de bijl. Zij versieren het met zilver en met goud; zij bevestigen het met spijkers en met hamers, zodat het niet wankelt.'” (Jer. 10:2-4, k.J. vert.) Hoewel het Woord verklaart: “Leert de weg der heidenen niet,” zijn er toch belijdende predikers van het evangelie die een boom zullen kappen uit het bos en hem bedekken met zilver en goud, dan durven zij hem naar de naam van Christus te noemen — Kerst­boom. Kan men een grotere godslastering plegen? Zijn de predikanten en de godsdienstleraren onwetend aangaande deze dingen? Jezus zei: “God is Geest; en zij die Hem aanbidden , moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid.” (Joh. 4:24, K.J.V.) {SR2: 99.1}

Johannes hoort de mens God uitdagen, zeggende: “Wie is aan het beest gelijk? Wie is in staat om oorlog tegen hem te voeren?” Dat wil zeggen, wie kan dit heidens systeem van aanbidding afschaffen; is er iemand? Zij tarten Gods gezag. Het wordt misschien niet in woorden uitgedrukt, maar het wordt zeer uitdrukkelijk weergegeven in daden. Het onderscheidingsvermo­gen van de mens is verduisterd door de zonde, en wanneer er een poging gedaan wordt om het gewijde met het gewone of met het heidense te verenigen, zien zij er geen kwaad in. Alhoewel het Woord van God ver­klaart: “Maar wij als dienaren van God, maken onszelf in alles aangenaam, in veel verdraagzaam­heid, in verdrukking, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenissen, in beroeringen, in arbeid, in waken, in vasten; door reinheid, door kennis, door lankmoedigheid, door goedertierenheid

99

door vriendelijkheid, door de Heilige Geest, door ongeveinsde liefde, door het woord der waarheid, door de kracht van God, door de wapenen der gerechtigheid aan de rechterhand en aan de linkerhand, door eer en smaad, door kwaad gerucht en door goed gerucht; als verleiders, en toch betrouwbaar; als niet bekend, en toch wel bekend; als stervend en zie, wij leven; als getuchtigd, maar niet ten dode; als bedroefd, maar altijd blijde; als arm, maar velen rijk makend; als niets hebbend, en toch alles bezittend. O gij Korinthiërs, onze mond is geopend tot u, ons hart is verruimd (…) Vormt u geen ongelijk span tezamen met ongelo­vigen; want wat heeft gerechtigheid gemeen met ongerechtigheid? En wat voor gemeen­schap heeft het licht met de duisternis? En wat voor gemeen­schap heeft Christus met Belial, of welk deel heeft hij die gelooft samen met een ongelovige? En welke overeenstemming heeft de tempel van God met afgoden? Want gij zijt de tempel van de levende God, gelijk God gespro­ken heeft: ‘Ik zal in hen wonen en wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mijn volk zijn. Daarom gaat weg uit hun midden, en scheidt u af, zegt de Here, De Almachtige.” (2 Kor. 6:4-11, 14-18, K.J.V.) {SR2: 99.2}

Het is openlijke ongehoorzaamheid aan het duidelijke “zo zegt de Here” dat verwarring en ongenade heeft teweeggebracht in de christelijke wereld van tegenwoordig. Het is waar dat de hervormers niet al deze dwalingen zagen, en zij waren niet verantwoordelijk, want zij hadden geen licht dat hierop scheen. Als God stapsgewijs licht geeft op Zijn Woord, wat het mogelijk maakt de waarheid te bevatten, verwacht Hij van ons dat wij het aannemen, en leidt Hij ons op die wijze naar de overwinnen. {SR2: 100.1}

Maar men kan zeggen, als God anderen met minder licht kon redden, waarom zou Hij aan ons dan meer licht geven? Van de vele redenen zullen wij slechts twee aanhalen. Door vermeerderd licht over het Woord,is God in staat een menigte te redden inplaats van weinigen. De tweede reden is, aangezien het laatste deel van de kerk levend zal worden opgeno­men inplaats van opgewekt, hebben wij voldoende licht nodig om ons voor te bereiden God en onsterfelij­ke wezens te ontmoeten. {SR2: 100.2}

Juist zulk een onwetendheid van Gods Woord leidde in de dagen van Noach de wereld naar haar vernietiging door middel van het water. Een soortgelijke toestand herleidde de steden Sodom en Gomorra tot as. Indien in de dagen van Christus juist zulk een huichelarij, onder de schijn van deugd, het leven van de Zoon van God eiste om de wereld voor ondergang te behoe­den, wat zou dan de uitkomst kunnen zijn in deze tijd? God kan de wereld niet vernietigen, want Hij heeft nog een menigte te redden. Hij heeft geen andere Zoon om als Gift voor de kerk te dienen, want Christus is de “enigge­boren” Zoon van God. Als het Gods ideaal is om de wereld te zegenen door bemiddeling van Zijn kerk op aarde, en als zij aan wie het

100

evangelie voor de wereld toevertrouwd is de schapen in de steek hebben gelaten en de duivel dienen, in zichzelf, waar is dan de hoop van de wereld? Het enige antwoord dat kan worden gegeven is, wee de zondaar in Sion. God zal Zijn schapen vergaderen, Hij zal een kerk hebben; Maar wat zal het loon zijn van hen die opgedragen werden de lammeren te voeden en zichzelf voeden? Christus, Die al vanaf het begin het einde ziet, en met Zijn alziend oog de aandacht vestigde op de hedendaagse toestand, heeft gezegd: “Wie is dan de getrouwe en verstandige dienstknecht, die door zijn heer over zijn dienstvolk gesteld is, om hun optijd hun voedsel te geven? Zalig die dienstknecht, die zijn heer bij zijn komst zo bezig zal vinden. Voorwaar Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezit zal stellen. Maar als die slechte dienstknecht in zijn hart zal zeggen: Mijn heer heeft zijn komst uitgesteld; en hij zal zijn mededienstknechten beginnen te slaan en beginnen te eten en te drinken met de dronkaards, dan zal de heer van die slaaf komen op een dag, dat hij hem niet verwacht, en op een uur, dat hij het niet weet, en hij zal hem folteren en hem in het lot der huichelaars doen delen [met de koppen van de beesten]. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars.” (Matt. 24:45-51, K.J.V.) {SR2: 100.3}

Het Scheiden van het Onkruid van de Tarwe.

Petrus zag een tijd wanneer God de kerk zal oordelen: “Want de tijd is gekomen dat het oordeel moet beginnen bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal dan het einde zijn van hen die niet gehoorzaam zijn aan het evangelie?” (1 Petr. 4:17, K.J.V.) Wat zou het einde zijn van hem die de ark van veiligheid niet binnengaat, maar de weg voor anderen durft te versperren? Toen de profeet de dag van wraak zag op de zondaars in Sion, en toen de Heer terugkeerde van de slachting, vroeg hij: “Wie is Deze, Die van Edom komt, met geverfde kleren van Bozra? Deze Die versierd is in Zijn gewaad, voorttrekkend in de grootheid van Zijn sterkte? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, machtig om te verlossen (…) want de dag der wraak is in Mijn hart, en het jaar van Mijn verlosten is geko­men. En Ik keek, en er was niemand die hielp; en het verwonderde Mij dat er niemand was om te onder­steunen; daarom heeft Mijn eigen arm Mij heil beschikt; en Mijn grimmig­heid, het ondersteunde Mij. En Ik zal het volk vertreden in Mijn toorn, en het dronken maken in Mijn grimmigheid, en Ik zal hun sterkte ter aarde doen nederdalen.” (Jes. 63:1, 4-6, K.J.V.) {SR2: 101.1}

Beangstigend is de dag die spoedig de wachters op de muren van Sion zal overvallen, want alleen de rechtvaardige zal behoed worden. “Zij die eerder zouden willen sterven dan een verkeerde daad te doen zijn de enigen, die ge­trouw bevonden zullen worden.” — 5 Test. p. 53. De scheiding van de reinen van de onreinen wordt duidelijk beschreven door Ezechiël.

101

Zij die waardig zijn te ontsnappen aan de ondergang zullen gemerkt worden door de man met de schrijversinktkoker, achter wie de vijf mannen met de slachtwapens de klasse die zonder merkteken zijn achterge­laten zullen doden. De Heer zegt: “‘ Trek achter hem aan door de stad en slaat neer. Ontziet niet en hebt geen deernis (medelijden). Grijsaards, jongelin­gen en jonge meisjes, kleine kinderen en vrouwen, moet gij doden en verdelgen; maar niemand die het teken draagt, moogt gij aanraken; bij Mijn heiligdom moet gij beginnen.’ Toen begonnen zij bij de mannen, de oudsten, die zich voor de tempel bevonden. en Hij zeide tot hen: ‘Veront­reinigt de tempel en vult de voorho­ven met gedoden. Gaat heen en slaat neer in de stad.'” (Ez. 9:5-7.) Het is dan, dat het onkruid van de tarwe gescheiden wordt overeenkomstig de woorden van Christus: “Laat beiden samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: “Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar breng het koren bijeen in mijn schuur.'” (Matt. 13:30.) {SR2: 101.2}

De reiniging van Gods kerk duidt de oogst of de “Luide roep” aan van de Derde-engel Boodschap, want de Heer van de oogst verklaart: “Laat beiden samen opgroeien tot de oogst.” De tarwe, verzameld bij het begin van de oogst en bij de afscheiding van het onkruid in de kerk, wordt de vrucht van de oogst genoemd. Toen Johannes het gezelschap aanschouwde hoorde hij een melodie van vreugde, onuitsprekelijk voor mensenlippen: ” En zij zongen als het ware een nieuw lied voor de troon, en voor de vier dieren, en de oudsten; en niemand kon dat lied leren behalve de honderd­vierenveertigduizend, die van de aarde verlost waren. Dezen zijn het die niet met vrouwen bevlekt waren; want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Hij ook heengaat. Dezen werden verlost uit de mensen, zij zijn de eerstelingen (eerste vruchten) voor God en het Lam.” (Openb. 14:3, 4, K.J.V.) “En niemand kan het lied leren.” Ervaring alleen kan de vreugde in iemands hart beschrijven, op het moment dat men ont­snapt aan de eeuwige ondergang, en eeuwig leven verworven heeft zonder de dood te smaken — opgaand in de nooit-ophoudende eeuwen van de eeuwigheid! — een leven dat te meten is met het leven van God. {SR2: 102.1}

Vertrouwen in de Mens is Satans’ Zekere Valstrik.

Wij mogen zover in het verleden terugkeren als wij maar wensen, en het is zeker dat wij tot onze verbazing en droefheid zullen ontdekken dat de leiders van de kerk zo grotelijks misleid geweest is, dat zij in iedere periode gefaald hebben de zich ontvouwende boekrol te herkennen. En toen de verblinde menigte de zijde koos van de verdorven leiders tegen de geopen­baarde waarheid, verdeelden zij Gods kerk in ontelbare afdelingen. Door op die wijze de vooraanstaanden te overmeesteren, is Satan in staat geweest hen zover te krijgen om voor hem te werken, en daardoor is het hem gelukt de kerk als lichaam ten val te brengen. Om de nauwkeurigheid

102

van de voorgaan­de bewering te verzekeren zou het noodzakelijk moeten zijn kommentaar uit te brengen naast feiten die aan de eerste advent van Christus voorafgingen. Daarom volgt hier een korte overzicht van de christelijke tijdperk. {SR2: 102.2}

Satan heeft de “smeerborstel” geveegd over de ogen van het hoogste menselijke intellect aan het einde van de oud-testamentische bedeling. Hun geestelijk oog was op Zo’n bedreven wijze bepleisterd, dat zij een heldere lichtflits zo fel als de zon in de donkerste nacht niet konden onderscheiden. De vervulling van de profetie, de wonderen rond de geboor­te van Christus, Zijn vlekkeloos karakter, Zijn onzelfzuchtige arbeid en Zijn wonderen bij iedere schrede, Zijn aanraking, blik en optreden, vervulde Zijn omgeving met goddelijke liefde. Mensen die vanaf hun geboorte verstoken waren van het gezichtsvermogen, gevoelden de gene­zende kracht van de Oneindige. De blinden zagen de Heer der heerlijkheid en prezen God, maar de godsdienstige leraren van Israël waren niet aangedaan door de macht die zelfs levenloze voorwerpen deed bewegen. De aarde beefde; en de zon werd verduisterd, de rotsen scheurden en de graven openden zich; de doden verrezen en aan­schouwden de Zoon van God. Maar de trotse farizeeërs, priesters en rabbi’s, die aangezien werden alsof zij nooit konden dwalen, waren niet in staat te voelen, te zien, of te horen. Er is geen groter wonder dan dat, beschreven door de handelingen van de blinde leiders van die tijd. Johannes zegt van deze bevindingen het volgende: “In Hem was leven en het leven was het licht der mensen. En het licht scheen in de duisternis; en de duisternis heeft het niet gevat.” (Joh. 1:4, 5, K.J.V.) {SR2: 103.1}

Iedere mogelijke lichtstraal, verwijzend naar de komst van het “Lam Gods” was gegeven geweest aan het volk dat eens uitverkoren was; maar het volk trok er geen voordeel uit. Jezus zei: “Indien het licht dat in u is duister is, wat is die duisternis dan groot!” (Matt. 6:23, K.J.V.) Dat deze bevindin­gen de leiders en het volk in onze tijd toch eens mochten wakker­schud­den uit hun zelfvertrou­wen en schijn-veiligheid om tot een ernstig onderzoek van de positieve bijbelwaarheden te komen. {SR2: 103.2}

De eerste christengemeente werd op dezelfde wijze de duistere eeuwen binnengesleept. Zodra de apostelen er niet meer waren stelde Satan zijn agenten in de kerk op, mannen van naam. De reeds verblinde leiders legden hun handen op mannen, niet uit het oogpunt van toewijding, maar wegens de manier waarop ze zich onderscheidden, en ze stelden ze aldus aan tot herders van de kudde. In het donkerste uur van de christelijke kerk, vestigde God, door de hand van Luther, de aandacht van de menigte op het verschrikkelijke bedrog, maar er waren weinigen die bereid waren te luisteren naar de nederi­ge monnik. Men zou zich kunnen inbeelden dat de grootste intellectuelen de eerste zouden zijn om het licht te onderscheiden als het duidelijke “zo zegt de HERE.” Luther stichtte met veel strijd, en met gevaar voor zijn leven de Lutherse kerk. Maar toen hij stierf, werd ook deze beweging op dezelfde manier verdorven en verhard tegen nieuw licht dat op het Woord van God scheen. {SR2: 103.3}

103

Toen John Knox kwam met aanvullende waarheid, weigerden de leiders van de kerk er zich voor te interesseren, zodat de noodzaak ontstond tot het stichten van de Presbyteriaanse Kerk. Deze bevindingen hebben zich herhaald met Wesley, Campbell, Miller, en White. (Zie “The Shepherd’s Rod,” deel 1, pp. 32-114.) Wij hebben veel meer van binnenin te vrezen dan van buitenaf. De hinderpalen voor kracht en sucses zijn veel groter vanuit de kerk zelf dan van uit de wereld.” — Review and Herald, 22 maart, 1887. Als het gevaar voor de kerk in alle tijden van binnen is geweest door het vertrouwen in de zelfbedro­gen leiders, wat zou dan in deze tijd de dingen moeten veranderen? {SR2: 104.1}

De feiten in verband met de zekere valstrikken van Satan weergalmen en herhalen zich met de luidste jammerklacht om de slapenden wakker te maken in deze bijzondere tijd. Hoort hoe de bazuinen klinken: “Schud u uit het stof; maak u op, zit neder, o Jeruzalem; maak u los van de banden van uw hals, gij gevangen dochter van Sion!” (Jes. 52:2, K.J.V.) Vooroordeel, met afhan­kelijkheid van mensen, met de overtuiging de gehele waarheid te bezitten en dat men aan niets gebrek heeft, heeft meer zielen verslonden dan welke valstrik ooit verzonnen, door de vijand van de mensheid. De klasse die de beslissingen van anderen aanvaarden zonder voor zichzelf te onderzoeken, en weigeren geïnteresseerd te zijn in het luisteren naar de redeneringen van de Schriften, zijn, voor wat de tegenwoordige waarheid betreft, in alle tijden bedrogen geweest. “Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God; want er staat geschreven: ‘Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid.’ En weer: ‘De HERE kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel (vruchte­loos) zijn.'” (1 Kor. 3:19, 20, K.J.V.) {SR2: 104.2}

Mensen die groot geacht worden door de wereld, kan God zelden gebrui­ken. Over het algemeen zijn de grote opvoeders van deze tijd vleselijk gezind, daarom is het produkt uit de scholen der mensen vijand­schap tegen God. “Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de Wet van God; trouwens, het kan het ook niet.” (Rom. 8:7.) Als God hun zou willen gebruiken, moeten zij eerst, met de grote apostel, zichzelf verloochenen. Paulus zei: “Om het evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde. Want er staat geschreven: ‘Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen.'” (1 Kor. 1:17, 19.) “Ook ben ik, toen ik tot u kwam, broeders, niet met schittering van woorden of wijsheid u het getuigenis van God komen brengen. Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en Die gekruisigd. En ik was bij u in zwakheid, en in vreze en beven. Mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van menselijke wijsheid, maar met betoon van de Geest en met kracht.” (1 Kor. 2:1-4, K.J.V.) {SR2: 104.3}

God voerde Mozes naar de woestijn en onder Zijn toezicht leidde

104

Hij hem daar op gedurende veertig jaar — toen Mozes alles afge­leerd had wat hij in de scholen van Egypte had geleerd, pas toen, kon God hem gebrui­ken als een instrument van Zijn machtige arm. Toen Mozes zichzelf in staat voelde om Israël van de egyptische slavernij te verlossen faalde hij hierin; maar toen hij zichzelf hulpeloos beschouwde, toen was hij sterk. Als God groot licht moest schenken aan een mens die hoog aange­schreven staat in eigen ogen, en aldus beschouwd wordt door de wereld, dan zou de mens zichzelf verheerlijken en God van Zijn heerlijkheid beroven. “Te dien tijde hief Jezus aan en zeide: ‘Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens hebt geopen­baard.” (Matt. 11:25.) God openbaart Zich door instrumenten en op manie­ren die de mensen het minst vermoe­den. Zo volbrengt Hij een wonder door onmogelijkheden mogelijk te maken, door Zijn macht te openbaren en door de slapende op te wekken met licht met en Zijn goddelijke stem. Mensen van aanzien hebben zelden enig licht aangenomen in het Woord van God, eenvou­digweg om de waarheid die het bevat. Deze mensen aanvaarden de bijbelse waarheid nadat het populair geworden is en zij gepredikt wordt door mannen van hogere aanzien dan zijzelf. {SR2: 104.4}

De profeet zegt: “Laat gijlieden dan af van de mens, wiens adem in zijn neus is, want waarin is hij te achten?” (Jes. 2:22.) “Het is beter tot de HERE toevlucht te nemen, dan op de mens te vertrouwen.” (Ps. 118:8.) De profeet Micha, vooruitblikkend op deze tijd van vleselijke zekerheid, zegt: “Geloof niet in een vriend, stelt geen vertrouwen in een leider.” (Micha 7:5, K.J.V.) Gods volk moet leren naar Hem alleen op te zien, en zich alleen afhankelijk weten van de duidelijke “zo zegt de HERE.” Hij kan het menselij­ke instru­ment gebruiken om licht mede te delen, of het zal op het nooit falende Woord van God schijnen. Zulk licht zal de zonde verdrijven en de zondaar berispen, Christus verhogen, God verheerlijken, en de mens verlagen. “De trotse blikken der mensen worden vernederd en de hooghar­tigheid der mensen zal worden neergebogen, en alleen de HERE zal te dien dage verheven zijn. Want de dag van de HERE der heerscharen zal tegen een ieder zijn die hoogmoedig en trots is, en tegen een ieder die zich verheft; en hij zal vernederd worden.” (Jes. 2:11, 12, K.J.V.) {SR2: 105.1}

Satan weet hoe te verleiden, zodat hij niet gemakkelijk kan worden ontdekt. Hij bestudeert de neigingen van het volk, en hetgeen het meest aantrekt zet hij neer als een valstrik. Omdat de generatie vertrouwen stelt in menselijke intellect en graag heeft dat anderen voor haar denkt, zal de duivel aan deze klasse de meest begoochelende persoonlijkheid voorstel­len, die de wereld ooit aanschouwd heeft. De apostel zei: “En het is geen wonder; want Satan zelf is veranderd in een engel des lichts.” (2 Kor. 11:14, K.J.V.) {SR2: 105.2}

Gods instrumenten, die het licht dat schijnt op Zijn Woord mededelen, zullen het tegenovergestelde zijn van die van Satan. Jezus zei: “Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, want Gij hebt deze dingen verborgen

105

gehouden voor de wijzen en verstandigen, en hebt hen geopen­baard aan de kinderkens.” (Matt. 11:25, K.J.V.) Aan de profeet Jesaja werd geopen­baard dat God nederige mensen zal gebruiken om de trotsen te vernederen: “Voor­waar, zie, de Here, de HERE der heerscharen, neemt steun en staf uit Jeruzalem weg, elke steun van brood en elke steun van water; held en krijgsman, rechter en profeet, en de verstandige, en de oudste, de hoofd­man over vijftig en de aanzienlijke, raadsheer, en de oudste, de hoofdman over vijftig en de aanzienlijke, raadsheer en kundig handwerksman, en de welbe­spraakte redenaar. En Ik zal jongelingen stellen tot hun vorsten, en kinderen zullen over hen heersen. En het volk zal gedrongen worden, de een tegen de ander, en een ieder tegen zijn naaste; de jongeling zal zich hoogmoedig gedragen tegen de oude, en de snode (= oneerbare) tegen de eerbare.” (Jes. 3:1-5, K.J.V.) Jezus zei: “Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk der heme­len. En een ieder, die zulk een kind ontvangt in Mijn naam, ontvangt Mij.” (Matt. 18:4, 5.) {SR2: 105.3}

Een Korte Samenvatting van het Luipaardachtig Beest.

Er is vooraf reeds aangetoond dat het luipaardachtig beest door zijn zeven koppen en zijn tien horens, een voorstelling is van een universeel systeem. De vier beesten van Daniël 7; namelijk de leeuw, de beer, de luipaard, en het moeilijk-te-beschrijven beest werden in het visioen ge­toond als vier universele rijken die elkaar opvolgden, de een na de ander. Aldus bewijzen profetie zowel geschiedenis dat Babylon, Medo-Perzië, Griekenland en Rome elkaar opvolgden. Deze onverbrekelijke keten van vier schakels maakt het onmoge­lijk om één van de vier beesten te doorsnij­den met een universeel systeem. Daarom moet het luipaardachtig beest in de lijn volgen na het vierde beest. Terwijl de “tien horens” van het moeilijk-te-beschrijven beest “tien koningen” voorstellen die zouden opstaan uit de Romeinse monarchie, bewijzen de “kronen op de horens” dat het luipaardachtig beest de periode na de val van de Romeinse monarchie voorstelt, ten tijde dat de “tien koningen” hun koninkrijk ontvingen. Aangezien hij ook “uit de zee opkwam,” is het duidelijk dat ook hij zou onstaan als het gevolg van oorlogen. Aldus schonk de val van het Romeinse vorstendom het leven aan een vijfde beest. Dat hij de muil van een leeuw, de poten van een beer, de romp van een luipaard, en tien horens heeft, toont aan dat hij een afstammeling van Babylon, Medo-Perzië, Grie­ken­land, en Rome is. {SR2: 106.1}

Aangezien hij zijn mond opende tot lastering gedurende tweeënveertig maanden, of 1260 jaren, is het ontegensprekelijk, dat hij de pauselijke periode van 538 n. Chr. tot 1798 n. Chr. voorstelt — de tijd waarin de pauselij­ke kop zijn dodelijke wonde ontving. Maar aangezien zijn wonde enig tijd na 1798 zou genezen, is het duidelijk dat hij ook de wereldge­schiedenis voorstelt na de gevangenneming van paus Pius VI tot aan de tijd waarin zijn “dodelijke wonde was genezen.” Deze perioden schonken het leven aan het katholicisme en het protestantisme. {SR2: 106.2}

107

Het zou onwijs en nutteloos geweest zijn dit profetisch beest uit te denken als de symbolen zouden falen om het protestantisme te openbaren zoals zij dat doen bij het katholicisme. Voordat de 1260 jaren eindigden in 1798, beston­den de vier protestantse kerkgenootschappen reeds; namelijk, de Lutheranen, de Presbyterianen, de Methodisten, en de Christenen [= Baptis­ten]. Maar na 1798 kwamen de Eerste-dag Adventis­ten; en de Zevende-dag Adventisten maakten in 1844 tot 1929 zijn zeven koppen compleet. Aangezien het protes­tantisme viel door de verklaring van de Tweede-engel Boodschap na 1844, en aangezien het symbool van Openba­ring 13 in 1930 openbaarde dat de Zeven­de-dag Adventisten “zich verwon­derden achter het beest” (de wereld), zorgden deze twee incidenten ervoor dat de wonde werd genezen, en trok de lastering over ál de zeven koppen. Aldus openbaart de complete vervulling van deze symbolische profetie de waarheid aangaande het beest. Terwijl alle overige sekten slechts zijtakken (of vertakkingen) zijn van deze zeven licha­men, omvatten de koppen het gehele christendom tot aan 1930. Als het profetisch woord van God zegt: “De gehele aarde verwonderde zich achter het beest” (wereldgezindheid), en niet achter de kop (het pausdom), betekent het dat zij de wereld achterna liepen en niet het katholicisme. Uit deze grote afval zal de boodschap van Openbaring 7:1-8, 144.000 heiligen uit de S.D.A. kerk verzegelen die nooit de dood zullen smaken. Maar de boodschap voorge­steld door de engel van Openbaring 18, met wiens heerlijkheid de aarde zal worden verlicht, zal de “grote schare” van Openbaring 7:9 uit de wereld roepen. {SR2: 107.1}

God, Die zeer nauwkeurig is in het openbaren van Zijn waarheid aan Zijn volk, en dat voor het welzijn van Zijn kerk, heeft aan ons bijzondere voorstel­lingen van historische gebeurtenissen gepresenteerd; gebeurtenis­sen die een bewijs zijn van Zijn eeuwige liefde voor Israël, Zijn uitverkore­ne — de eerstelingen (of eerste vruchten) van de oogst. Zo heeft “de God van Jacob,” gedurende duizenden jaren van vooruitgang, Zijn plan klaarge­legd om aan Zijn volk een werk van profetische kunst met een goddelijke aanraking te presenteren. {SR2: 107.2}

107

HET TWEEHOORNIG BEEST.

OPENBARING 13:11-18.

Terwijl Johannes met intense interesse het visioen aanschouwde, werd zijn aandacht gericht op een ander opvallend schouwspel: “En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen; en hij had twee horens als een lam, en hij sprak als een draak.” (Vers 11, K.J.V.) Precies rond het tijdstip dat de tweede en laatste fase van het moeilijk-te-beschrijven beest eindigde, verscheen er, volgens het visioen, een andere aardse macht op het toneel. Het is wonder­baarlijk om te mogen vaststellen hoe nauwkeurig de symbo­len zijn, allen op hun juiste tijd en in de juiste volgorde. Het beest met de lams horens (hetgeen de belofte van groei inhoudt) is een onmiskenbaar symbool van natiën “die langzaam verrijzen als van een kleine instelling tot een machtig rijk. “Als een lam,” is de beschrijving van de regering die in 1776 n. Chr. ontstond. (Zie “De Grote Strijd,” blz. 408-410; Eng., pp. 439-441.) {SR2: 108.1}

Dit beest is geaccepteerd als een symbool van de Verenigde Staten. Het is daarom niet onze bedoeling feiten naar voren te brengen die de toepasse­lijk­heid hiervan aangeven. Ons doel is, zoals er vooraf reeds werd bevestigd, om in het kort het ene beest met het andere in verband te brengen door licht te werpen op de symbolen die niet zijn begrepen geweest. {SR2: 108.2}

Er zal worden vastgesteld dat ieder beest die de tijd van het Niewe Testament voorstelt tien horen heeft, behalve dit beest. Wij geven opnieuw aan dat tien horens staan als een symbool van universele (= wereldwijde) systemen. Dit feit bewijst dat het tweehoornig beest een lokale (= plaatse­lijke) regering voorstelt. Aangezien burgerlijke machten of regeringen door horens worden voorgesteld, dit beest heeft er twee, is het duidelijk dat de natiën die door dit symbool worden voorgesteld, een dubbele regeringsvorm zullen hebben. Zoals Johannes zei: “Het beest sprak als een draak,” open­baart het duidelijk dat het zijn grondwet zal verwerpen en dat het zijn onderdanen de door God gegeven vrijheid zal ontnemen. Volgens vers 12, zal deze macht het beest “voor hem” nabootsen (de pauselijke maatstaf of heerschappij): “En het oefent alle macht uit van het eerste beest voor hem, en maakt dat de aarde en hen die daarop wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was.” Als deze grote natie misbruik zou maken van het geweten van zijn onderdanen door wetgeving, door te bepalen hoe zij wel of niet mogen aanbidden, dan zou dat in tegenspraak zijn met de bepalingen van zijn grondwet — aldus spreken als een draak. Een aanhaling uit de statuten van de Verenigde Staten, de eerste grondwetsbepaling betref­fende godsdienstzaken, luidt als volgt: “Het Congres zal geen wet uitvaardi­gen die een godsdienstige instelling of vrije uitoefening daarvan verbiedt.” Als dit land dit artikel zou verwerpen, dan zal het volledig beantwoorden aan de symbolische bijzonderheden. {SR2: 108.3}

108

De nu volgende verzen ontsluiten het feit dat de oude draak zijn macht zal uitoefenen om er zoveel mogelijk te verleiden: “En hij doet grote teke­nen, zo­dat hij vuur uit de hemel doet nederdalen op de aarde voor de ogen der mensen, en verleidt hen die op de aarde wonen door middel van die wonderen die hij bij machte was te doen voor de ogen van het beest; zeggende tot degenen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest, die de wonde van het zwaard had, en leefde, een beeld zouden maken.” (Openb. 13:13, 14, K.J.V.) Hij zal zowel vervolging uitoefenen als wonderen verrichten. {SR2: 109.1}

Aangezien het Woord deze grote misleiding onthult, zou men kunnen denken dat de wereld haar ogen zou openen en weigeren om te worden betoverd door zulke satanische wonderen. Maar Satan weet dat het volk het Woord van God niet in acht neemt, en dat hun emoties gemakkelijk beïnvloed worden door bovennatuurlijke wonderlijke gebeurtenissen en de welsprekend­heid van mensen. Daarom, zal hij de list vervolmaken en velen zullen er achteloos in vallen. De menselijke geest kan deze mysterieuze en onweer­staanbare macht niet begrijpen die spoedig haar verschrikkelijke schaduw over de inwoners van de aarde zal werpen. Geen sterveling kan standhouden tegen dat bovennatuurlijke, burgerlijke en religieus systeem. Zij die het Woord bestuderen, die zonder voorbehoud op God vertrouwen, en aldus met de Heilige Geest vervuld zullen zijn, zullen ontkomen aan deze verschrikkelijke val. {SR2: 109.2}

“Zij die liever zouden sterven dan een verkeerde daad te verrichten zijn de enigen die getrouw zullen bevonden worden.” — 5 Testimonies, p. 53. Hun enige veiligheid zal zijn: “Zo zegt de HERE.” Zij moeten naar God opzien als hun enige Bevrijder, zoals Daniël in de leeuwenkuil. Wat de gevolgen ook mogen zijn, Gods volk kan alleen maar beschutting vinden door de houding aan te nemen van Sadrach, Mesach, en Abednego, toen zij aan de koning: “Wij achten het niet nodig u hierop enig antwoord te geven. Indien onze God, Die wij vereren, in staat is ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden. Maar indien niet, dan zij het u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen dienen, noch het gouden beeld welke gij opgericht hebt aanbidden.” (Dan. 3:16-18, K.J.V.) {SR2: 109.3}

Gods volk zal ten tijde van hun uitredding, met Daniël, in staat zijn te zeggen: “Mijn God heeft Zijn engel gezonden, en de muil der leeuwen toegesloten, zodat zij mij geen kwaad hebben gedaan; aangezien er in Zijn ogen onschuld in mij gevonden werd; en ook voor u, o koning, heb ik niets kwetsend gedaan.” (Dan. 6:23, KJV.) In zulk een tijd van beproeving zal duidelijk gezien worden wie God zal dienen en wie dat niet zal doen. Die tijd van beproeving zal de inwoners der aarde in twee gescheiden en verschillende klassen verdelen, zoals schapen en bokken. {SR2: 109.4}

109

“En hij had macht om leven te geven aan het beeld van het beest, zodat het beeld van het beest zowel kon spreken, als maken dat allen, die het beeld van het beest niet wilden aanbidden, zouden worden gedood. En hij maakt dat allen, zowel de kleinen als de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken ontvangen op hun rechterhand, of op hun voor­hoofd; en dat niemand mocht kopen of verkopen, behalve hij die het merkteken had, of de naam van het beest, of het getal van zijn naam.” (Openb. 13:15-17, KJV.) {SR2: 110.1}

Dit drastische decreet van het tweehoornig beest zal door alle natiën van de wereld worden aangenomen, en het beeld van het beest, dat gehoorzaam­heid zal opeisen aan een kerkelijke vorm van aanbidding, zal internationaal opgesteld worden. Het merkteken van het beest is de zondag viering. Onder één of andere voorwendsel zullen de zorgelozen het beeld van het beest aanbid­den, en het merkteken ontvangen. Alleen zij die zichzelf versterkt hebben met het geloof in God, de kennis van Zijn Woord, en gehoorzaamheid aan de goddelijke voorschriften door heiligmaking van het hart door de macht van de Heilige Geest, zullen in staat zijn om te ontsnappen aan de klauwen van de duivel. Wanneer Gods volk beperkt wordt in het kopen en verkopen, zal hun enige voedselbron komen door middel van goddelijke voorzienigheid. Op de een of andere manier zal God, voor die korte tijd, voorzien en zorgen voor Zijn volk. Maar het kan gebeuren in gelijkwaardige omstandigheden als gedurende de reis door de woestijn. {SR2: 110.2}

“De tijd is niet meer veraf, dat wij, gelijk de eerste discipelen, gedwongen zullen zijn om een schuilplaats te zoeken in verlaten en eenzame plaatsen. Zoals de bezetting van Jeruzalem door de Romeinse legers het teken was voor de christenen in Judea, zo zal de machtsovername aan de kant van onze natie, in het decreet dat de pauselijke sabbat zal opleggen, voor ons een waarschuwing zijn. Het zal dan tijd zijn om de grote steden te verlaten, voorafgaande aan het verlaten van de kleinere om terecht te komen in afgelegen huizen in afgezonderde plaatsen in de bergen.” — 5 Testimonies pp. 464, 465. Het 18de vers van Openbaring 13 zal in een andere studie worden uitgelegd. {SR2: 110.3}

110

HET SCHARLAKENROOD BEEST.

OPENBARING 17.

“En hij voerde mij in de geest weg naar de woestijn; en ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol was van godslasterlijke namen, en het had zeven koppen en tien horens.” (Openb. 17:3.) Dit bijzon­der beest kan geen symbool zijn van Rome zoals sommigen gedacht hebben. De eerste reden hiervan is, dat het moeilijk-te-beschrijven beest van Daniël 7, zoals reeds eerder is uitgelegd, een symbool is van Rome, en dat het gezien werd opkomende uit de zee; maar van het scharlakenrood beest, zegt Johannes, dat het in de woestijn was. Daarom zijn de machten die het scharlakenrood beest, ten tonele deden verschijnen het tegenover­gestelde van hetgeen het moeilijk-te-beschrijven beest voortbracht. {SR2: 111.1}

De tweede reden is, dat toen de engel op het punt stond het visioen aan Johannes te tonen, hij tot hem zei: “Kom hierheen, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer, die daar zit op vele wateren.” (Vers 1.) Toen werd Johannes meegevoerd naar in de woestijn en daar zag hij de vrouw rijdend op het beest. De reden waarom het visioen gegeven wordt is om hem het oordeel van de vrouw te tonen. Maar zij werd niet geoordeeld in de dagen van Rome; haar oordeel ligt nog in de toekomst, en zal worden uitgevoerd onder de engel van de “Luide Roep” van Openbaring 18. (Zie de verzen 8, 10.) Het rijden op het beest is haar laatste handeling. Daarom, moet het beest de periode voorstellen waarin zij geoordeeld wordt. En dan is er nog een derde reden waarom het beest niet een symbool van Rome kan zijn. Het boek Daniël, en het boek Openbaring werden speciaal geschreven voor de genera­tie die in de eindtijd leeft, en niet zo zeer voor de Romeinse wereld. (Zie Dan. 12:4.) Zij hadden geen begrip van de geschriften die betrekking hadden op de laatste dagen, dus konden zij geen profijt van hebben. Daarom, zou het ongepast en onwijs van de kant van God zijn om al de beesten toe te passen op Rome, en om de periode waar de boeken toebehoren zonder symbolische voorstelling te laten. {SR2: 111.2}

Wij geloven dat er meer volledige symbolische informatie moet zijn voor deze tegenwoordige generatie dan menigeen die eraan voorafging. Het is dus zeer onlogisch en onredelijk van hen die het “luipaardachtig beest” van Openbaring 13, en het “scharlakenrood beest” van Openbaring 17, ter aanvul­ling van het “Moeilijk-te-beschrijven beest van Daniël 7, toepassen als symbolen van Rome. Waarom zoveel symbolen voor Rome en geen van de periode waarvoor het boek geschreven werd? Er zijn bovendien geen feiten om zulke beweringen te ondersteunen. De grootste afkeuring die aan zulke beweringen kan worden toegeschreven is dat zij dezelfde les afleiden van het ene beest als dat zij het doen van het andere. Indien er

111

geen bijzondere les in ieder van hen zit, waarom zijn zij dan gegeven? Het feit dat zij zowel de koppen als de horens toepassen als symbolen van regeringen, toont aan, dat zij geen licht bezitten dat afkomstig is van de grote en alwijze God. Als met iedere uitdrukking een regering bedoeld wordt, waarom gebruikte Inspiratie ­dan zowel horens als koppen? {SR2: 111.3}

Merk op hoe onredelijk het is om de vrouw die op het beest rijdt, of op de koppen zit, toe te passen op het katholicisme in de nieuw-testamentische tijd, en de koppen op de zeven opeenvolgende vormen van regeringen in de oud-testamentische periode. De engel zei: “De zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw gezeten is.” (Openb. 17: 9.) Als de pauselijke kerk in 508 n. Chr. tot stand kwam, hoe kon zij dan eeuwen tevoren op regeringen “zitten”? Nogmaals, als de koppen elkaar opvolgen, waar is dan het bewijs? Zijn zij niet allen aanwezig op het beest en de vrouw zitten op hen? Aange­zien het scharlakenrood beest door zijn tien horens en zeven koppen univer­seel bewijst te zijn, maakt de opeenvolgende reeks (de leeuw, de beer, de vierkop­pige luipaard, het moeilijk-te-beschrijven beest en het luipaardachtig beest) het onmogelijk voor een ander universeel beest, om deze onverbreke­lijke keten bestaande uit vijf schakels te doorsnijden. Een dergelijke hande­ling zou een poging zijn om de profetie, en de geschiedenis omver te werpen. Daarom zou de enige periode die het mogelijkerwijs kan voorstellen, die periode kunnen zijn nadat de “dodelijke wonde” van het luipaardachtig beest is genezen — aldus een zesde universeel beest uitmakend. {SR2: 112.1}

Aangezien het “scharlakenrood beest” het laatste is in de symbolische reeks van beesten, moet het alle karaktertrekken bezitten van zijn voorou­ders. De tien horens van het moeilijk-te-beschrijven beest, de zeven koppen van het luipaardachtig beest en zijn eigen ongeschonden koppen, tonen aan dat het ten tonele verschijnt nadat de dodelijke wonde genezen was. Zijn scharla­kenrode kleur duidt vervloeking aan, zoals dit het geval is bij de draak (de duivel) in Openbaring 12:3, en de woorden: “Gaat ten verderve,” (Openb. 17:11), onthullen dat het deze wereld tot een einde zal voeren door een vloek die uitlopen zal in een “volledige ondergang; algehele vernietiging; toekomsti­ge ellende of eeuwige dood.” — “Standard Dictionary.” {SR2: 112.2}

Daarom, als dit beest onze wereld in de tegenwoordige tijd voorstelt, zou het dan niet onwijs zijn van de kant van God, indien Hij zou hebben nagela­ten de vele sekten van tegen­woordig en de grote verwarring onder het Christendom te voorzien, als de symbolen door dit beest falen om de ware toestand van de kerken te openba­ren? Zoals het moeilijk-te-beschrijven beest de val van de kerk weergeeft in de periode die hij voorstelt, zo moet ook dit het geval zijn met het scharlaken­rood beest. In feite is deze de voornaamste reden waarom deze profetische beesten worden voorgesteld. {SR2: 112.3}

Het scharlakenrood beest is het laatste symbolisch beest in de onafgebro­ken keten van geschiedkundige gebeurtenissen. Dit beest komt niet op uit de zee zoals de beesten die aan hem voorafgingen, maar werd in de woestijn gezien. Daarom werd het scharlakenrood beest geschapen door een historisch

112

incident, anders dan het beest ervoor. Het symbool duidt aan dat het niet de strijd en oorlogen tussen de naties zijn die dit beest ten tonele doen verschij­nen, maar eerder een principe dat het tegenovergestelde is van het symbool — de in beroering gebrachte zee. {SR2: 112.4}

Het heeft tien horens en zeven koppen, zoals het luipaardachtig beest van Openbaring 13:1-3. Het enige verschil tussen de koppen van de twee beesten is de dodelijke wonde op het luipaardachtig beest. Aangezien zijn “wonde was genezen,” is het duidelijk dat het “scharlakenrood beest” een voorzetting is van het “luipaardachtig beest.” Johannes zegt: “En zijn dodelij­ke wonde was genezen.” {SR2: 113.1}

Aldus heeft het scharlakenrood beest zeven ongeschonden koppen. De koppen stellen, zoals dat het geval is bij het luipaarachtig beest, het chris­ten­dom voor, maar het is in het symbool van het scharlakenrood beest dat zij Babylon worden genoemd. Dat het vol is van namen en godslastering, bevel­stigt het feit dat het een uitzonderlijke zondige periode voorstelt. “Vol van namen,” houdt een periode in van een grote menigte van zogenaamde christelijke sekten; “en godslastering,” vanwege het verwerpen van tegen­woor­dige waarheid, (weigeren om rechtgezet te worden) en toch zichzelf naar de naam van Christus (christenen) durven noemen. {SR2: 113.2}

De “tien” horens betekenen hetzelfde als op het beest ervoor, hetgeen een universeel systeem voorstelt. Als de koppen van het luipaardachtig beest godsdienstige organisaties voorstellen, dan omvat het scharlakenrood beest de gehele tegenwoordige samenleving, zowel burgerlijk als godsdienstig (horens en koppen). Merk op dat de draak van Openbaring 12:3 de kronen op zijn koppen heeft, niet op zijn horens. Er is reeds eerder uitgelegd dat wanneer de kronen op de koppen verschijnen, er sprake is van een godsdien­stig-politiek systeem. Maar als zij op de horens verschijnen openbaart het dat de staat onafhankelijk is van de kerk. {SR2: 113.3}

Er zal worden opgemerkt dat het scharlakenrood beest kroonloos is, zoals het moeilijk-te-beschrijven beest van Daniël 7:7,8. De tien horens van het moeilijk-te-beschrijven beest in zijn eerste fase, het keizerlijk Rome voorstellend, hadden geen kronen omdat zij tot dan toe geen koninkrijk ontvangen hadden. Maar in zijn tweede fase (na de val van het keizerlijk Rome) zouden zij in werkelijkheid gekroond moeten geweest zijn. De “kleine horen” hebhbende “ogen als van een mens en een mond vol grootspraak” (een kombinatie van een horen-kop — vereniging van kerk en staat — het pausdom) die oppermachtig was, waardoor de horens geen kronen konden hebben, toont aan dat het pausdom over de koningen heerste. Het scharla­kenrood beest wordt ook beheerst door de vrouw rijdend op zijn rug (kerk en staat). Dus betekent het dat zij het gezag uitmaakt, of de kroon, want zij heerst over het beest. Dit is één van de redenen waarom de kronen niet aanwezig zijn op dit beest. Het laatste is een beeld van het eerste, hetgeen het feit bekrachtigt dat het scharlakenrood beest de periode van het “beeld van het beest” voor­stelt, de vervulling van Openbaring 13:12,15: “En het oefent al de macht uit van het eerste beest voor hem, en maakt dat

113

de aarde en zij, die daarop wonen, het eerste beest zullen aanbidden, welks dodelijke wonde genezen was. En het had macht om leven te geven aan het beeld van het beest, zodat het beeld van het beest kon spreken, en maken, dat allen die het beeld van het beest niet wilden aanbidden gedood zouden worden.” (K.J.V.) Het verschil tussen de twee drastische (krachtdadige) systemen wordt geopenbaard door de twee symbolen (horen-kop op het ene, en de vrouw rijdend op het andere). {SR2: 113.4}

Het moeilijk-te-beschrijven beest heeft slechts één “horen-kop” — een symbool van een enkelvoudig-sektarisch systeem door de vereniging van burgerlijke macht met godsdienstige belijdenis. Maar het scharlakenrood beest heeft zeven koppen, die een meervoudige kombinatie van sekten voorstelt onder een oppermachtige godsdienstig-politieke rechtsmacht (de vrouw). Het stelt onze wereld voor aan haar einde, met haar hoogste gezag en theoretische theologie onder de heerschappij van de “vrouw.” {SR2: 114.1}

De periode voorgesteld door het scharlakenrood beest begon in 1929, ten tijde dat de dodelijke wonde genezen was. Maar zijn loopbaan zal pas volledig tot ontwikkeling gekomen zijn wanneer de “vrouw” op zijn rug gezeten zal zijn. {SR2: 114.2}

Het begin van die gebeurtenis zal opgemerkt worden wanneer de volgen­de voorspelling volledig gerealiseerd is: “Wanneer het protestantisme de hand zal uitstrekken over de afgrond om de hand te grijpen van de Romeinse macht, wanneer zij over de afgrond zal stappen om de hand te reiken aan het spiritisme, wanneer onder de invloed van deze drievoudige eenheid, ons land [Amerika] als een protestants en republikeins gouvernement iedere principe van zijn grondwet zal verwerpen, en maatregelen zal nemen om de pause­lijke dwalingen en bedriegerijen te propageren, dan mogen wij weten dat de tijd gekomen is voor de wonderwerkende kracht van Satan, en dat het einde nabij is.” — “5 Testimonies,” p. 451. {SR2: 114.3}

Openbaring 17:8: ” Het beest dat gij zag, was, en is niet; en zij die op de aarde wonen, wiens namen niet geschre­ven waren in het boek des levens vanaf de grondlegging der wereld, zullen zich verbazen, wanneer zij het beest zien dat was, en niet is, en toch is.” Zoals reeds eerder is uitgelegd, verscheen het beest eerst op het historisch toneel in 1929. Daarom stelt het woord, “was,” de periode van de hierboven aangeduide datum voor tot aan de tijd wanneer het “niet” meer zal zijn. {SR2: 114.4}

De periode voorgesteld door het woord “niet,” is de duizend jaar van Satans gevangenschap — het millenium: “En hij greep de draak, die oude slang, welke is de duivel, en Satan, en bond hem duizend jaren, en wierp hem in de bodemloze put, en sloot hem op, en verzegelde hem, zodat hij de naties niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geëindigd

114

zijn; en daarna moet hij voor een korte tijd worden losgelaten.” (Openb. 20:2, 3, K.J.V.) {SR2: 114.5}

Deze periode begint met de tweede komst van Christus en het einde van deze wereld. Op dat tijdstip zal het schriftgedeelte van Openb. 20:6 in vervul­ling gaan: “Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstan­ding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen [die] duizend jaren.” Als de rechtvaardige doden opgestaan zijn en zich verenigd hebben met de levenden, dan zal de profetie van Jeremia volledig werkelijkheid worden: ” Ik zag, en zie, het vruchtbare land was als een woestijn, en al zijn steden waren afgebroken door de verschijning van de Here, en vanwege Zijn felle toorn. Want zo zegt de Here: ‘Het ganse land zal een woestenij zijn; toch zal Ik geen volledig einde maken.'” (Jer. 4:26, 27, K.J.V.) {SR2: 115.1}

Wanneer de steden met de grond gelijk gemaakt zijn en het land ver­woest is, dan zal de hoop van de verlosten verwezenlijkt worden: “Want de Here Zelf zal uit de hemel nederdalen met een roep, met de stem van de Aardsen­gel, en met de bazuin Gods, en de doden in Christus zullen het eerst opstaan: Dan zullen wij, levenden, die achtergebleven zijn, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd bij de Here wezen.” (1 Tess. 4:16, 17, K.J.V.) Op dat glorieuze tijdstip wanneer de heiligen opvaren, zal de aarde in duisternis achtergelaten worden zoals beschreven door Jeremia: “Hierom zal de aarde treuren, en de hemel boven zwart zijn: omdat Ik het gesproken heb, Ik het besloten heb, en Ik er geen berouw van zal hebben, en er niet van zal terug­komen. De gehele stad zal vluchten voor het rumoer van de ruiters en boogschutters; zij zullen in de kreupelbossen gaan en bovenop de rotsen klimmen: iedere stad zal verlaten zijn, en niemand vertoeft er.” (Jer. 4:28, 29, K.J.V.) {SR2: 115.2}

Dan zal, als de heiligen de paarlen poorten binnengaan, het visioen van Johannes in vervulling gaan: “En ik zag tronen, en zij zaten op hen; en het oordeel werd hun gegeven: en ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus, en om het Woord van God, en die noch het beest, noch zijn beeld hadden aangebeden, noch zijn merkteken op hun voorhoofden of op hun handen ontvangen hadden; en zij leefden en heersten met Christus, duizend jaren lang.” (Openb. 20:4, K.J.V.) De rechtvaardigen zullen duizend jaren besteden aan het oordelen van de goddeloze doden. Voor verdere studie van het millennium zie “Patriarchen en Profeten,” blz. 71, 72 (Eng., p.103); “De Grote Strijd,” blz.301, 302, 611 (Eng., 321, 662). {SR2: 115.3}

“Maar de overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding (…) En ik zag de doden, de kleinen en de groten, staande voor God; en de boeken werden geopend: en een ander boek werd geopend, welke is het boek des levens: en de daden werden geoordeeld naar hetgeen

115

in de boeken geschreven was, naar hun werken.” (Openb. 5:12, K.J.V.)

De boeken bevatten de verslagen van de goddelozen; het boek des levens wordt geopend en nagezien door de heiligen, en daarin zien zij alleen de namen van de rechtvaardigen. De namen van sommigen die er eens in stonden waren uitgewist, terwijl de namen van anderen nooit haar bladzijden hadden betreden. {SR2: 115.4}

Terugkomend op ons onderwerp: “Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en zal opkomen uit de afgrond.” Tot hiertoe hebben wij het eerste deel van het schriftgedeelte (was en is niet) uitgelegd. Nu slaan wij acht op de woorden: “En het zal opkomen uit de afgrond.” In de periode van het millen­nium zullen de goddelozen geoordeeld worden; en bij de afsluiting ervan, zullen Christus en de heiligen terugkeren naar de aarde. Johannes getuigt hiervan: “En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neder­dalen van God uit de hemel, toebereid als een bruid die voor haar man versierd is.” (Openb. 21:2.) Als Christus met de heiligen en de stad nederda­len, dan zal het volgende schriftgedeelte in vervulling gaan: “En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en het dodenrijk stonden de doden af die in hen waren: en zij werden geoordeeld, een ieder naar hun werken.” (Openb. 20:13, K.J.V.) Merk op dat het woord, werden, dat in de verleden tijd staat, aantoont dat zij geoordeeld werden voordat zij werden opgewekt. Bij de opstanding van de goddelozen zal Satan voor een “kleine” (of “korte”) tijd losgelaten worden vanuit zijn gevangenis. (Zie Openb. 20:3.) Op deze wijze zal het beest (de wereld) “uit de afgrond opkomen.” {SR2: 116.1}

Maar de engel zegt ook, dat het beest “ten verderve gaat;” dat gebeurt nadat het opgekomen is. Satan wordt slechts voor een korte tijd losgelaten. (“The Shepherd’s Rod”, deel 1, blz. 164, 165.) De Bijbel zegt dat aan het einde van de honderd jaren “dood en hel geworpen worden in de poel des vuurs. Dit is de tweede dood. En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.” (Openb. 20:14, 15.) De tweede dood van de goddelozen is een eeuwige dood, “en zij zullen zijn alsof zij er nooit geweest waren.” (Obadja 16.) Sprekend over de vernietiging van Satan, zegt de profeet: “Allen, die u kennen onder de volken zullen ontzet zijn over u: gij zult een verschrikking zijn, en gij zult er nooit meer zijn tot in eeuwigheid.” (Ez. 28:19. K.J.V.) {SR2: 116.2}

“Want ziet, de dag komt, die zal branden als een oven; en al de hoog­moe­digen, ja, en al wie goddeloosheid doet, zal een stoppel zijn: en de toekomsti­ge dag zal hen opbranden, zegt de HERE der heerscharen, die hun wortel noch tak laten zal.” (Mal. 4:1, K.J.V.) Op deze manier zal het beest ten verderve gaan. (Websters definitie van het woord verderf is: “Volledige vernietiging; algehele verlies van de ziel of van het geluk in een toekomstige staat.”) {SR2: 116.3}

Wij kunnen als volgt samenvatten: Het beest dat “was” beslaat de

116

periode voor het millennium; en, “is niet”, beslaat de periode gedurende het millenni­um; en “zal opkomen uit de bodemloze put” (of “de afgrond”) geschiedt na de periode van het millennium, wanneer al de goddelozen zullen worden opge­wekt en ten verderve gaan; dat wil zeggen, dat aan het einde van de honderd jaren, de goddelozen, Satan en zijn engelen door vuur zullen worden ver­teerd. {SR2: 116.4}

“En zij, die op de aarde wonen, wier namen niet geschreven zijn in het boek des levens van de grondlegging der wereld af, zullen zich verbazen, wanneer zij het beest aanschouwen dat was, en niet is, en toch is.” (Openb. 17:8.) Wat een verrassing zal het zijn voor de goddelozen, wanneer zij er getuigen van zullen zijn dat de grote menigte, als het zand der zee in getal, plotseling tot leven komt. Het zal iets zijn dat nooit in hun gedachten is opgekomen. Let op de zin: “Van de grondlegging der wereld af.” Deze uitdrukking omvat de goddelozen vanaf het ontstaan van de wereld en bewijst stellig dat deze uitleg juist is. {SR2: 117.1}

Vers 9: “En hier is het verstand dat wijsheid heeft. Deze koppen zijn zeven bergen waarop de vrouw zit.” Dat al de koppen aanwezig zijn op het beest, en dat de vrouw op hen zit, bewijst dat alle zeven “bergen” tegelijker­tijd moeten bestaan. Zij kunnen elkaar niet opvolgen want de vrouw zit op alle­maal, hetgeen een grote aaneenvoeging van de koppen betekent door de tussen­komst van de vrouw. Zij worden “bergen” genoemd, zoals Gods kerk “berg” wordt genoemd, in Jes. 2:2, en in Micha 4:1. De “berg” (enkelvoud) stelt Gods kerk voor, maar de “bergen” (meervoud in Jesaja en Micha) hebben betrek­king op dezelfde kerken voorgesteld door de koppen op het beest. Dus “de zeven koppen zijn zeven bergen.” {SR2: 117.2}

Vers 10: “En er zijn zeven koningen: vijf zijn gevallen, en één is, en de andere is nog niet gekomen; en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven.” (K.J.V.) Merk op dat er niet staat: “zij zijn,” maar, “er zijn.” Daarom kunnen de koppen geen symbolen van koningen zijn. De koningen regeren in volgorde, want, vijf zijn gevallen, en één is, en de andere is nog niet gekomen. Neem het bijbelse getal “zeven” in acht, hetgeen volheid betekent. Aangezien het beest ook de goddelozen voorstelt die uit de doden zullen opstaan aan de andere zijde van het millennium, en als allen die vanaf Kain tot aan het einde van deze huidige generatie geleefd hebben zullen worden opgewekt, dan moeten de zeven koningen in verband met het beest toegepast worden op de gehele wereldgeschiedenis vanaf de schepping tot het einde. “Wie heeft het gewrocht en tot stand gebracht, de geslachten van aanvang af geroepen? Ik, de HERE, bij het eerste en het laatste (geslacht); ben Ik Degene.” (Jes. 41:4, K.J.V.)

{SR2: 117.3}

Als de uitleg van de symbolische profetie voor het eerst begrepen wordt in deze tijd, en als profetieën slechts op de juiste tijd worden geopenbaard, en de les die erin besloten ligt deze generatie aangaat,

117

dan is de voor­spel­ling tegenwoordige waarheid. Daarom moeten wij letten op het gebruik van de bijbelse verledentijd en tegenwoordige tijd. Deze gramaticale regel wordt in de Bijbel aangehouden, en het is een manier om tegenwoordige waarheid te herkennen. Laat de vijand u niet vangen op dit punt door ijdele filosofie en theologie. De Schriften zijn volmaakt in zichzelf. De King James vertaling is even betrouwbaar als ieder andere “goede” vertaling. Pas op verklaringen van vertalingen die u zelf niet begrijpt. Vertrouw niemand. {SR2: 117.4}

“En er zijn zeven koningen: vijf zijn gevallen, en één is, en de andere is nog niet gekomen; en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven.” (Openb. 17:10, K.J.V.) De koning die “is,” moet degene zijn die in deze tijd zijn bestaan heeft, en de andere die “nog niet gekomen” is, moet in de toekomst zijn. Dus moeten de vijf die “gevallen” zijn, in het verleden te vinden zijn. Dit zou het enige geoorloofde standpunt moeten zijn dat men inneemt zonder schade te berokkenen aan het heilig Woord van God. Aange­zien het betrekking heeft op de hele wereldgeschiedenis onder de zonde, moeten wij het getal van de universele rijken, of de perioden, inachtnemen, sedert de wereld begon. Er is één voor de zondvloed, zoals reeds eerder werd uitgelegd; de tweede is Babylon; de derde, Medo-Perzië; de vierde Grieken­land; en de vijfde is de Romeinse monarchie. Deze vijf zijn geval­len. De koning die “is,” stelt de tegenwoordige samenleving voor vanaf de val van Rome onder het symbool van het “luipaardachtig beest” en het “scharlaken­rood” beest, tot aan het begin van het millennium. Deze periode wordt voorgesteld als Rome in zijn verbrokkelde staat, voorgesteld door de voeten en de tenen van het grote beeld van Daniël 2. Deze zijn de zes koningen. “Vijf zijn gevallen” en de een “is,” De andere die “nog niet geko­men” is, moet de periode zijn na het millennium, hetgeen overeenkomt met het beest dat zal opkomen uit de afgrond. {SR2: 118.1}

Het is wonderbaarlijk vast te stellen hoe God onze wereldgeschiedenis heeft uitgebeeld met zulke volmaakte symbolen, bij ieder geval gebruikma­kend van getallen die volheid voorstellen. Zo wordt Zijn goddelijk plan, maatstaf, en leiding voor Zijn volk, geopenbaard van geslacht tot geslacht. Sprekend van de zevende koning, die van na het millennium, zegt de tekst: “Wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven” (Openb. 17:10), hetgeen overeenkomt met de tekst van Openbaring 20:3: “En daarna moet hij [Satan] voor een korte tijd worden losgelaten.” {SR2: 118.2}

Openbaring 17:11: “En het beest dat was, en niet is, juist hij is de acht­ste, en is uit de zeven, en gaat ten verderve.” (K.J.V.) Om deze schijnba­re geheimenis te ontmaskeren moeten alleen maar de profetische beesten die de perioden en de naties voorstellen worden nageteld. Als wij met het eerste beest beginnen en met de laatste eindigen, moet hij “de achtste” en “toch uit de zeven” zijn. De leeuw (Babylon) is de eerste; de beer (Medo-Perzië) is de tweede; het vierkoppige-luipaard (griekenland) is de derde; het moeilijk-te-beschrijven beest (Rome)

118

is de vierde; het luipaard­achtig beest (van de val van Rome tot 1929) is de vijfde; het beest met de lamachtige horens (de Verenigde Staten) is de zesde; het scharlakenrood beest (van 1929 tot het einde van deze wereld) is de zevende; hetzelfde “scharlakenrood” beest dat zal opkomen uit de afgrond en ten verderve gaat (van de opstanding der goddelozen tot hun tweede dood), is de achtste: “En het beest dat was, en niet is, is zelf ook de achtste, en is uit de zeven, en gaat ten verderve.” Hij is de “achtste,” maar is “van de zeven,” omdat: “Hij was en is niet, en toch is.” Dat wil zeggen, dat het scharlakenrood beest voor de tweede maal ten tonele verschijnt (eerst, voor het millennium en de tweede maal, na het millennium, bij de tweede opstanding). Daarom is het de achtste, maar is uit de zeven: “En gaat ten verderve” (de tweede dood van de goddelozen). Eenvoudig zoals het is, toch meest volmaakt, vertelt het de waarheid en corrigeert het dwaling. Hier zien wij een ander stel nummers die de hele keten van beesten insluit. De rode draak van Openbaring 12:3, kan niet meegeteld worden met de talrijke beesten want het is geen symbool van een bepaalde natie of regering. Hij stelt Satan voor met zijn listen in een bepaalde tijdspanne, want hij wordt “genoemd de duivel, en Satan.” (Openb. 12:9.) {SR2: 118.3}

Vers 12: “De tien horens, die gij gezien hebt, zijn tien koningen, die nog geen koninkrijk ontvangen hebben, maar één uur ontvangen zij macht als koningen, met het beest.” De tien horens tonen precies hetzelfde aan als op het moeilijk-te-beschrijven beest. Zoals de tegenwoordige samenleving belichaamd werd in dat beest (de Romeinse monarchie) en gesymboliseerd werd door de horens, zo wordt ook de goddeloze menigte aan de andere kant van het millennium belichaamd in het sharlakenrood beest én wordt zij door de horens gesymboliseerd. Daarom “hebben” zij “nog geen koninkrijk ontvan­gen.” “Maar ontvangen één uur macht als koningen, met het beest.” De laatste zin (één uur met het beest) zal volledig worden uitgelegd in verband met een andere studie. {SR2: 119.1}

Vers 13: “Dezen zijn één van zin, en geven hun kracht en macht aan het beest.” De koningen die van de Romeinse monarchie afstammen zijn in een voortdurende strijd verwikkeld en zullen dat tot het einde zijn. De profeet zegt: “Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem.” (Dan. 2:43.) Maar het zal zo niet zijn met de ontelbare menigte aan de andere kant van het mellennium: “Dezen zijn één van zin, en zullen hun kracht en macht aan het beest geven.” (Openb. 17:13.) {SR2: 119.2}

Vers 14: “Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, en het Lam zal hen overwinnen: want Hij is Heer der heren, en Koning der koningen: en zij, die met Hem zijn, zijn geroepen, en uitverkoren, en getrouw.” (K.J.V.) Satan zal de grote menigte verzamelen en

119

nog eens misleiden. Hij zal de legers van de naties aan het einde van de honderd jaren aanvoeren tegen de heilige stad — het Nieuw Jeruzalem, aldus oorlog voerend tegen het Lam: “En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal Satan uit zijn gevangenis worden losgela­ten, en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen. En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en vuur daalde van God neder uit de hemel en verslond hen. En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden.” (Openb. 20:7-10, K.J.V.) {SR2: 119.3}

“Dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.” Merk op dat er niet wordt gezegd pijnigen, maar “Gepijnigd”; dat wil zeggen, zij zijn eens en voor altijd gestraft. “Dag en nacht,” betekent, dat zij op dezelfde wijze zullen worden gestraft en vernietigd als de antediluvianen (de mensen van vóór de zond­vloed) — toen het “dag en nacht” regende, — in het eerste geval was het water, en bij het tweede door vuur. {SR2: 120.1}

De kleur van het beest (scharlakenrood) openbaart dat Gods volk zal zijn uitgeroepen door de boodschap van de “luide roep,” en op die wijze geschei­den en onderscheiden zijn van de wereld. Aldus het beest “scharlakenrood” achterlatend (afgeroomd-gescheiden), een teken van onder de vloek staan, zonder verontschuldiging achtergelaten — klaar om te worden vernietigd. “Vol van namen en godslastering,” duidt een veelheid van sekten en huiche­larij aan. de balans van het hoofdstuk zal in een andere studie worden uitgelegd. {SR2: 120.2}

120

HET GROTE BABYLON DE VROUW, RIJDEND OP HET BEEST, DE “KOPPEN” EN DE “WATEREN.”

[OPENBARING 17.]

“En één van de zeven engelen, die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij, zeggende: kom hier, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer, die op vele wateren zit.” (vers 1, K.J.V.) De engel, die tot Johannes sprak is één van de zeven die de zeven schalen hadden van de zeven laatste plagen. (Zie, Openb. 15:7; 16:1.) Er moet worden opgemerkt, dat hij de schaal van de plaag gereed had, maar het was nog niet uitgegoten op het moment dat hij tot Johannes zei: “Kom hier; ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer.” Volgens de gegeven informatie, is het zeker dat de voorspel­de gebeurtenis door het symbool, de vrouw zittend op het beest, geschied kort voordat de plagen uitgegoten worden en in de tijd wanneer de vrouw geoor­deeld moet worden. {SR2: 121.1}

Wie Is de Vrouw, Rijdend Op het Beest?

De reden waarom het visioen aan Johannes getoond werd, is duidelijk gemaakt door de engel: “Kom hier; ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer, die op vele wateren zit.” De uitleg van de engel over de “wateren” wordt in vers 15 gegeven: “Volkeren, menigten, natieën, en tongen.” De vrouw, zittend op hen, toont aan dat de inwoners (wateren) in haar mislei­den­de valstrik waren gevallen (zittend op hen). {SR2: 121.2}

“En de vrouw was gehuld in purper en scharlaken en rijk versierd met goud, edelgesteente en paarlen, en zij had in haar hand een gouden beker, vol gruwelen, en de onreinheden van haar hoererij.” (Openb. 17:4.) De vrouw is een symbool van een vals religiëus systeem. Zij schenkt vanuit haar beker valse leerstellingen. Omdat het van goud is, heeft het een schijn van uitnodi­gende schittering. Haar dure klederen bestaande uit opzichtige kleuren en kostbare versierselen, beelden levendig de pracht en koninklijke praal uit van deze meest verachtelijke vrouw, en haar vergankelijke glorie. Door de macht van haar aantrekkingskracht, die zo onweerstaanbaar is voor het menselijk oog, heeft zij de mensen met de meest sterke intellekt veroverd — “Met wie de koningen der aarde gehoereerd hebben.” Miljoenen met sterke mentale vermogens, mannen die als reuzen schenen temidden van de bewo­ners der aarde, zijn als hulpeloze slachtoffers gevallen in haar val. De

121

koningen der aarde zijn schuldig aan geestelijke overspel met de “vrouw” (dronken van de valse leerstellingen), daarbij verstrikt geraakt in haar misleidende valstrik­ken. {SR2: 121.3}

Iedere zogenaamde christelijke organisatie die valse leerstellingen verspreidt onder de schijn van deugd, wordt duidelijk bestuurd door de macht van de “vrouw.” Zulke bedrieglijke onderrichtingen kunnen worden terugge­vonden in de gouden beker. De engel zei: “De zeven koppen zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit.” Er is reeds eerder uitgelegd geweest, dat de koppen symbolen zijn van zogenaamde christelijke kerken, en als zij op hen allen zit, is er sprake van een vereniging van kerken onder één hoofd — “de vrouw.” Het bijbelse getal “zeven” bevat al zulke organisaties. {SR2: 122.1}

Indien al de kerken in deze tegenwoordige tijd door de Heilige Geest werden geleid, dan zou er geen verwarring zijn onder de zogenaamde christe­lijke sekten. Aangezien het onmogelijk is dat allen de juiste zijn, terwijl er niet twee hetzelfde geloven, is het aannemelijk te zeggen dat zij die de wijn drinken uit de “beker harer hoererij,” niet weinig zijn, want Inspiratie zegt: “En de bewoners der aarde zijn dronken gevoerd met de wijn harer hoere­rij.” (Openb. 17:2 b, K.J.V.) {SR2: 122.2}

Merk op dat de “vrouw” op de “wateren” zit, zo ook op de “koppen,” en op het “beest.” (Zie Openb. 17:1, 3, 9.) Aangezien het onmogelijk is dat één persoon tegelijkertijd op al de drie voorwerpen zit, openbaren de profetische symbolen een geestelijk bedrog in drie verschillende perioden. Dus verklaart Johannes: “Ik zag een vrouw zittend op een scharlakenrood beest.” Niet op de “wateren,” noch op de “koppen.” Voordat hij haar zag, zei de engel: De vrouw “zittend op vele wateren.” Het was ook de engel die eraan toevoegde: “De zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit.” (Zie de verzen 1 en 9.) Dus, zag Johannes alleen haar laatste verrichting (zittend op het beest). Ontegensprekelijk is, volgens het visioen, het symbool, zittend op de “wate­ren” haar eerste handeling. {SR2: 122.3}

Daarom moet haar eerste prestatie (“zittend op de wateren”), in het verleden worden gezocht voordat de tijd begint, waarop het profetisch symbool geopenbaard wordt. Vandaar dat het zitten op de koppen haar tweede daad wordt, en het zitten op het beest de laatste; de tijd waarin zij wordt geoordeeld. {SR2: 122.4}

Aangezien de protestantse kerken worden voorgesteld door de koppen, kon zij niet op hen gezeten hebben vóór de reformatie, want toen bestonden zij nog niet. Aangezien de koppen waarop de “vrouw zit” ongeschonden zijn, is het duidelijk dat het profetisch symbool in vervulling zal gaan ergens nadat de dodelijke wonde van het luipaardachtig beest van Openbaring 13:3 genezen is. Het

122

symbool, zittend op de koppen, wijst op de vereniging van kerken, want zij zit op hen. {SR2: 122.5}

Daarom, wanneer het katholicisme, het protestantisme, en het spiritisme de handen in elkaar slaan door de bemiddeling van een bondgenootschap, zou er gezegd kunnen worden dat, “de vrouw op de koppen zit.” {SR2: 123.1}

Het symbool van de “vrouw, zittend op het beest,” zal in vervulling gaan wanneer die godsdienstige verenigde lichamen een verbond zullen aangaan met de machten van de wereld. Een dergelijke handeling zal de vrouw volledige controle geven over het gehele beest, horens en koppen — de wereld. In die tijd zal het volgende schriftgedeelte in vervulling gaan: “En het maakt, dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voor­hoofd, en dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkte­ken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft.” (Openb. 13:16, 17.) {SR2: 123.2}

Dus het symbool van de “vrouw” zittend op de “wateren,” stelt de periode voor van voor de reformatie. Dit was waar gedurende de periode van de pauselijke overheersing, want in die tijd heerste het pausdom over de Ro­meinse wereld — “volkeren, en menigten, en natiën, en tongen.” Dus zat de “vrouw” op de “wateren” gedurende de 1260 profetische jaren van Daniël 7:25, maar nu moet zij op de “koppen,” en op het “beest” zitten. Had zij op het moeilijk-te-beschrijven beest gezeten inplaats van op de “wateren,” dan zou het verkeerd zijn voorgesteld, want, de “vrouw” heeft niet door middel van het katholicisme over de gehele wereld (het beest) geregeerd, maar over vele “volkeren, en menigten, en natiën, en tongen” (vele wateren). Daarom is het symbool, “zittend op het scharlakenrood beest,” een voorstelling van een in­ternationale godsdienstig-politiek systeem. {SR2: 123.3}

Hoelang Bestaat de Vrouw Reeds?

Deze vraag kan worden beantwoord door het volgende schriftgedeel­te: “En ik zag de vrouw dronken met het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verbaasde mij, toen ik haar zag, met grote verba­zing.” (Openb. 17:6.) Dit kan werkelijk gezegd worden van de Roomse kerk, want zij vervolgde de christenen en martelde hen. Daarom is zij dronken van hun bloed. Het is waar dat de Roomse kerk een onwettige verbin­tenis had met de “vrouw;” aldus was en is zij dronken van de wijn harer hoererij. {SR2: 123.4}

De “vrouw” ontstond niet met de Roomse kerk, maar eerder bracht zij die kerk tot stand. Daarom, moeten wij haar ont­staan plaatsen vóór het ontstaan van het pausdom. Openbaring 18:24, werpt licht op dit onderwerp: “En in haar werd gevonden het bloed van de profeten, en van de heiligen, en van allen, die geslacht zijn op de aarde.” Het heilig Woord van God ver­klaart dat de “vrouw”

123

schul­dig is aan het bloed van de martelaren in alle eeuwen. Het is daarom dat de “vrouw” dronken is van bloed van Abel, en dus het bloed van “al” de martelaren in haar gevonden is; hetgeen een bewijs is dat Kaïn haar eerste klant was door het aanbieden van een vals offer (valse leerstel­ling), en door zijn broeder te doden. {SR2: 123.5}

Er zijn vele zogenaamde christenen, die, zoals Kaïn, zeggen: “Het maakt geen verschil uit; het ene is even goed als het andere.” Maar God aanvaardt geen namaak en geen menselijke godsdienst. Hetgeen menselijke wijsheid heeft uitgedacht, is menselijke gerechtigheid, en niet de gerechtigheid van Christus. Daarom is het een gruwel in Gods oog. Aangezien de menselijke aard van gehoorzaamheid aan de goddelijke vereisten verzwakt, en de zondige neigingen van geslacht tot geslacht verterkt zijn, kan de geaardheid van de mens in deze tijd niet beter zijn dan toen de discipelen aan Jezus vroegen: “Weet Gij, dat de Farizeeën, toen zij dit woord hoorden , er aanstoot aan namen?” Zogenaamde christenen, zoals de Farizeeën, raken geërgerd, wanneer zij op hun dwalingen gewezen worden, en wanneer zij berispt worden wegens hun zonden. “Maar Hij antwoordde en zeide: ‘Elke plant, die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal worden uitgeroeid. Laat hen gaan; zij zijn blinde leiders der blinden. En als de blinde de blinde leidt, zullen beiden in de put vallen.” (Matt. 15:12-14, K.J.V.) {SR2: 124.1}

“en op haar voorhoofd was een naam geschreven: Verborgenheid, het Grote Babylon, de Moeder der Hoeren en Gruwelen der Aarde.” (O­penb. 17:5.) De vrouw, rijdend op het beest is de moeder. De zeven koppen op het beest zijn de symbolen van haar dochters (hoeren). Het katholicisme is haar eerste dochter in dit symbool, en aangezien het protestantisme voortkwam uit het katholicisme, dan maakt het afvallige protestantisme in de veelheid van sekten, ook deel uit van haar dochters. Of er mag ook gezegd worden, dat de “vrouw” de moeder is van het katholicisme, en dat het katholicisme de moeder is van het protestantisme. De openbaarder zegt: “Ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol was van godslas­terlijke namen.” (Openb. 17:3.) Dus omvatten het aantal “koppen,” en “vol van namen,” alle zijtakken van het protestantisme en het katholicisme. Was er geen melding gemaakt geweest van het “vol van namen” zijn, meer dan zeven dus, en van het “scharlakenrood” zijn, hetgeen aanduidt dat Gods volk eruit geroepen is, “scharlaken” — afgeroomd — onder de vloek, gereed om te vergaan, dan zou het bijbelse getal, “zeven koppen,” allen hebben inbegrepen die Gods bood­schap uitdragen zoals in de periode van het luipaardachtig beest van Openba­ring 13:1, ten tijde dat zijn dodelijke wonde genezen was. Er zou daarom geen verzachtende omstandigheid zijn voor de kerk, die “de geboden van God houdt, en het geloof van Jezus heeft,” en zou het dus de volgende bijbeltekst tegenspreken: “En de draak werd toornig op de vrouw [Gods kerk], en ging heen om oorlog te voeren met het over­blijfsel van haar

124

zaad [het ware Israël — de 144.000], die de geboden van God bewaren, en het getuigenis van Jezus hebben.” (Openb. 12:17.) {SR2: 124.2}

God heeft nóóit in dezelfde tijd meer dan één kerk gehad en het kan ook nu niet anders zijn, want Christus kan niet verdeeld zijn. (Zie 1 Kor. 1:13.) Gods kerk wordt in iedere generatie duidelijk gekenmerkt door gehoorzaam­heid aan de tegenwoordige waarheid. Het feit op zichzelf toont aan dat de bewering waar is, aangezien er slechts één kerk in de periode van het beest is, die de “Geest der Profetie” en alle geboden heeft zoals ze geschreven zijn door de vinger van God. Jezus zei: “Want wie dan één van deze minste geboden zal overtreden, en de mensen zo zal leren, die zal het minste genoemd worden in het koninkrijk der hemelen.” (Matt. 5:19, K.J.V.) Het is dit goddelijke principe dat de wereld in twee klassen zal verdelen — de geboden van God en de tradities van de mens. “En voor Hem zullen alle natiën vergaderd worden: en Hij zal hen van elkander scheiden, zoals de herder zijn schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand.” (Matt. 25:32, 33, K.J.V.) {SR2: 125.1}

125

DE UITERST GROTE HOREN VAN DANIEL 8:9.

“Toen ik mijn ogen opsloeg, zag ik, en zie, een ram stond voor de stroom; hij had twee horens, en die horens waren hoog, de een echter was hoger dan de ander, en de hoogste rees het laatst op. Ik zag de ram stoten naar het westen, naar het noorden en naar het zuiden, en geen enkel dier kon tegen hem standhouden; er was niemand die redden kon uit zijn macht, en hij deed naar zijn welgevallen en maakte zich groot. Maar terwijl ik nauwkeurig acht gaf, zie, daar kwam een geitebok vanuit het westen over de gehele aarde zonder de aarde aan te raken; en de bok had een opvallende horen tussen zijn ogen. En hij kwam tot de ram met de twee horens, die ik voor de stroom had zien staan, en rende op hem toe in zijn grimmige kracht; ik zag, dat hij tot vlak bij de ram kwam; verbitterd stootte hij de ram, brak zijn beide horens, en er was geen kracht in de ram om tegen hem stand te houden; hij wierp hem ter aarde en vertrad hem, en er was niemand die de ram uit zijn macht redde. De geitebok nu maakte zich bovenmate groot, maar toen hij machtig werd, brak de grote horen af, en vier opvallende horens rezen in diens plaats op, naar de vier windstreken des hemels. En uit één daarvan kwam weer een horen voort, die klein begon, maar die uiterst groot werd tegen het zuiden, tegen het oosten en tegen het aangename land.” (Dan. 8:3-9, K.J.V.) {SR2: 126.1}

De engel die de uitleg geeft, zegt: “De ram die gij gezien hebt, met de twee horen, doelt op de koningen der Meden en Perzen, en de harige geite­bok op de koning van Griekenland, en de grote horen die tussen zijn ogen stond, dat is de eerste koning. En dat die afbrak en er vier in zijn plaats kwamen te staan: vier koninkrijken zullen uit het volk ontstaan, doch zonder zijn kracht. En in het laatst van hun koningschap, als de overtreders de maat hebben volgemaakt, zal er een koning opstaan, hard van aangezicht, en duistere zinnen verstaand.” (Dan. 8:20-23, K.J.V.) {SR2: 126.2}

En in het laatst van hun koningschap [de vier Griekse verdelingen], zal er een koning, hard van aangezicht (…) opstaan.” Dit schriftgedeelte is van toepassing op de Romeinse heerschappij, want deze koning moet heersen aan het einde van de regering van de koningen van Griekenland. De Ptolo­meeën was de laatste van de vier Griekse verdelingen die onder de heer­schappij van Rome zou vallen. Met de nederlaag van Antonius en de dood van Kleopatra, ongeveer 27 v. Chr., kwam de beroemde dynastie van Ptolo­meüs aan haar einde, en werd Egypte een provincie van de

126

Romeinse staat. Hij zou opstaan “als de overtreders de maat hebben volgemaakt.” De Grie­ken zijn nooit wat anders dan overtreders geweest; daarom kan de verwijzing alleen van toepas­sing zijn op de Joodse natie, ten tijde dat het eens begunstigde volk van God elke voorgaande record van zowel morele als geestelijke corruptie zou hebben overtroffen. De Joodse natie bereikte die toestand ten tijde van de overheer­sende invloed van Rome, en bij de eerste komst van Christus. Daarom is de koning die “hard van aangezicht” is, de Romeinse heerschappij, nadat de “overtreders” (de Joden) de “maat vol” hadden gemaakt. {SR2: 126.3}

De Macht van Rome Niet van Zichzelf; Duistere Zinnen Verstaand.

“En zijn kracht zal sterk zijn — maar niet door eigen kracht — en op ontstellende wijze zal hij verderf brengen, en wat hij onderneemt zal hem gelukken; machtigen zal hij verderven, ook het volk der heiligen. En door zijn sluwheid zal hij het bedrog dat hij aanwendt, doen gelukken; hij zal zich in zijn hart verheffen, en onverhoeds velen verderven. Ook tegen de Vorst der vorsten zal hij optreden, doch zonder (toedoen van) mensenhanden zal hij vernietigd worden.” (Dan. 8:24, 25, K.J.V.) {SR2: 127.1}

“Hij zal duistere zinnen verstaan,” en “zijn kracht zal sterk zijn, maar niet door eigen kracht.” Zijn voorspoed wordt volbracht door vrede. Als het door vrede is, kan de Schrift niet verwijzen naar grootse veroveringen van grond­gebied. Zijn kracht zou gericht zijn tegen het heilig volk (de christe­nen). “Ook tegen de Vorst der vorsten (Christus) zal hij optreden.” {SR2: 127.2}

Om duis