De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Raadgevingen en Waarschuwingen aan Ouders Deel 4

De erge proporties herkennende, die het altijd aanwezige ouder-kind probleem heeft verworven te midden van  Waarheid gelovigen, laat “De Symbolische Code,” het volgende alarm weerklinken: {4SC10-12: 8.1.1}

Ouders zijn blind voor de ware toestand van hun kinderen, die het gelukt is om hen volledig te misleiden. Maar zij die de controle over hun kinderen hebben verloren zijn niet blij wanneer anderen trachten om hen in de hand te hebben, of trachten hun gebreken aan te geven met het doel om hun te corrigeren.” — “Testimonies for the Church,” Vol. 4, pp. 193. {“Getuigenissen voor de kerk,” Deel 4. Blz. …} {4SC10-12: 8.1.2}

“Mogelijkerwijs zal Mt. Carmel met geen ander probleem zo vaak en zo hevig te worstellen hebben als die naar voren werd gebracht in de slotzin van het laatste citaat.” {4SC10-12: 8.1.3}

Zo gericht en ernstig, echter, als deze waarschuwende opmerking was, werd het tegen dove oren gezegd. Weinigen trokken er voordeel uit, met als resultaat dat vandaag de verhouding tussen ouders, kinderen, en instelling zichzelf als een veel meer ergerlijk en leed berokkenend probleem  voordoet dan toen het voor het eerst onder de aandacht werd gebracht. De zeer is in feite zo gezwollen en geïnfecteerd geworden, waardoor deze het hele lichaam heeft vergiftigd, en zelfs de amputatie van verschillende ongeneeslijk besmette leden  veroorzaakt heeft. Waarom deze ramp? Er is maar één antwoord, en dat is: velen die belijden de Tegenwoordige Waarheid te geloven, geloven en praktiseren niet met geheel hun hart datgene wat in de Code geschreven staat. Naar waarheid gesproken, twijfel en ongeloof in de Code zijn op verschillende niveaus onze gelederen overal aan het doordringen.  En slechts weinigen, “een handvol vergeleken met de stammen,” als het ware, verbinden noemenswaardigheid aan de verheven en ernstige bevestiging van deze “maandelijkse bezoeker” dat het duidelijk eist dat de voorlopers van ‘de grote en vreselijke dag des Heren,’ die onder zijn wettig gezag staan, volstrekt moeten instemmen met al de vereisten, aanwijzingen, en advies die het van tijd tot tijd tot hen brengt, niets toevoegend aan, of afdoen van de boodschap. Het zal hen die zijn hemelse gezag negeren niet aanmoedigen, want de kerk zal het licht der wereld zijn, ‘schoon als de maan, helder als de zon, en geducht als een leger met banieren.’” {4SC10-12: 8.1.4}

Ogenschijnlijk, echter, heeft noch een “zo zegt de Heer” noch een “er staat geschreven” veel uitwerking vandaag aan de dag op Tegenwoordige Waarheid gelovigen en op hun “ideeën en theorieën, gewoonten en praktijken” als dat de sentimenten: “Zij zeggen,” “Ik heb gehoord,” (T.M. 505), “Ik denk,” dat doen. {4SC10-12: 8.1.5}

Ouders en oudersympathisanten, in het bijzonder, leggen de meeste weerstand en ondoordringbare Laodiceïsme bloot in dit opzicht, zij zijn even onontvankelijk {ongevoelig} voor de raadgevingen, waarschuwingen, en dringende verzoeken van de boodschap, als een steen voor water. Bijvoorbeeld, aan u werd herhaaldelijk verteld dat, als ouders, uw wijzen van kinderen onderrichten en tuchtigen niet Gods wegen zijn; dat uw ideeën van liefde en vriendelijkheid vals en noodlottig zijn; dat uw blinde liefde niets anders dan sentimentalisme is, en uw toegeeflijke vriendelijkheid niets anders dan wreedheid is. Maar wie heeft geloofd wat er geschreven staat, en is in vreze en beving grondig aan het werk gegaan om te worden “bekeerd en genezen” van deze verkeerde ideeën en theorieën, gewoonten en praktijken, waarmee Satan de ziel bindt aan de wiel van zijn wagen? Wie, zoals David van ouds, toen tegen hem gezegd werd: “gij zijt de man,” hebben, met diepe, gedreven overtuiging beleden: “Ik heb tegen de Here gezondigd,” en is toen meteen en ernstig eraan begonnen om “vruchten voort te brengen die aan de bekering beantwoorden” door eerst “aan (uw) kinderen, (uw) onverstandige handelwijze in het grootbrengen van hen te belijden” (S.C., Vol. 3, Nrs. 8-10, p. 3), en dan door uw “volste medewerking (aan) de school” te geven? {4SC10-12: 8.1.6}

Hoe veel wijzer, edelen, en gelukkiger zouden u en uw kinderen kunnen zijn om uw zondige opstandigheid naar Gods licht en Zijn werk toe, te belijden, dan voort te gaan met u afzijdig te houden, denkbeeldige of zelf toegediende wonden te verplegen, wrok te koesteren, grieven aan te halen, en stenen te gooien naar alles wat u niet bevalt, en naar iedereen met wie u het niet eens bent in hun pogingen om uw kinderen op te voeden en te redden. {4SC10-12: 8.2.1}

Door uw onverstandig toegeven en uw slecht geïnformeerde genegenheid tonen, uw nalatigheid om te weerhouden en gebrek om te tuchtigen, hebt u reeds onschatbare schade aan uw kinderen toegediend, wat hen hun zielen moet kosten, en mogelijkerwijs u, de uwe, tenzij er een snelle, drastische, en grondige verandering van zaken plaatsvindt, zowel bij u als bij hen – tenzij, in finesse, uw ideeën  en theorieën over godsdienst, over opvoeding, over tuchtiging, over werk, en leefgewoonten en praktijken een onmiddellijke en drastische transformatie ondergaan, die u aan de kant van de Heer zullen plaatsen in de grote strijd tussen goed en kwaad. {4SC10-12: 8.2.2}

Als u, als een Tegenwoordige Waarheid ouder, degene bent die uzelf  en uw kinderen zou willen redden, zult u haast maken om, ten minste geestelijk, uzelf uit de verdoemde steden te begeven, wiens “trots, overvloed van brood, en overvloed van ledigheid,” uiteindelijk, slechts zullen eindigen in droefheid zoals het dat deed met de vrouw van Lot in Sodom van ouds – uw laatste onwerkelijke talmende gestaar in een zoutpilaar veranderend, als het ware. Dan, eenmaal vrij in de geest van de dodelijke handboeien van deze steden, zult u voortaan uw kinderen weghouden van openbare scholen en hen thuis instrueren, “hen opvoedend in de opvoeding en de raad van de Heer,” totdat zij voorbereid zullen zijn te worden ingeschreven de school van de Heer hier te Mt. Carmel. {4SC10-12: 8.2.3}

“Ouders begeven zich in drommen met hun gezinnen naar de steden, omdat zij zich inbeelden dat het daar makkelijker is om in hun levensonderhoud te voorzien dan op het platteland. De kinderen die niets te doen hebben wanneer zij niet op school zijn, krijgen een straatopvoeding. Van kwade slechte vrienden, leren zij gewoonten aan van misdaad en verkwisting. De ouders zien dit alles, maar het zal een offer eisen om hun dwaling te corrigeren, en zij blijven waar zij zijn, totdat Satan volledige overhand over hun kinderen heeft verkregen. Het is beter om welke wereldse overweging dan ook op te offeren, dan de kostbare zielen die aan uw zorg zijn overgelaten in gevaar te brengen. Zij zullen worden overvallen door verzoekingen, en zouden moeten worden geleerd om ze het hoofd te bieden; maar het is uw plicht om iedere invloed af te snijden, om iedere gewoonte op te breken, iedere band op te geven, die u ervan weerhoudt van de meest vrije, open, en hartgrondige overgave van uzelf en uw gezin aan God. {4SC10-12: 9.1.1}

In plaats van de drukbevolkte stad, zoek een rustige omgeven waar uw kinderen zullen zijn, zo veel als mogelijk beschut van verzoeking, en vorm en voed hen daar op om bruikbaar te zijn. De profeet Ezechiël somt aldus de oorzaken op die leidden tot Sodoms’ zonden en vernietiging: ‘Trots, overvloed aan brood, en overvloed aan ledigheid was in haar dochters; ook versterkte zij de handen van de armen en hulpbehoevenden niet.’  Allen die zouden willen ontkomen aan de ondergang van Sodom, moeten de handelwijze schuwen die oordelen van God over die goddeloze stad brachten. {4SC10-12: 9.1.2} 

“Mijn broeders, u misacht de meest heilige eisen van God, door uw nalatigheid om uzelf en uw kinderen aan Hem te wijden. Velen van u rusten in valse zekerheid, in beslag genomen door zelfzuchtige belangen, en aangetrokken door aardse schatten. U vreest geen kwaad. Het gevaar schijnt ver weg te zijn. U zult worden misleid, bedrogen, en dat tot uw eeuwige ondergang, tenzij, u opstaat, en met berouw en diepe vernedering terugkeert tot de Heer. {4SC10-12: 9.1.3}

De dodelijke slaperige toestand {ongeïnteresseerdheid} van de wereld is uw zinnen aan het verlammen. Zonde lijkt niet langer afstotend, omdat u verblind bent door Satan. De oordelen van God zullen spoedig over de aarden worden uitgestort. ‘Vlucht voor uw leven,’ is de waarschuwing van de engelen van God. Andere stemmen worden gehoord die zeggen: ‘raak niet opgewonden; er is geen oorzaak voor bijzondere zorgen.’ Zij die op hun gemak zijn in Sion roepen vrede en veiligheid, terwijl de hemel verklaart dat snelle vernietiging op het punt staat over de overtreders te komen. De jongere, de lichtzinnige, de liefhebber van genot beschouwen deze waarschuwingen als ledige sprookjes, en keren zich met een grap vanaf. Ouders zijn geneigd te denken dat hun kinderen gelijk hebben in deze zaak, en allen slapen op hun gemak voort. Zo was het bij de verwoesting van de oude wereld, en toen Sodom en Gomora door vuur werden verteerd. Lot werd uitgelachen om zijn zorgen en waarschuwingen. Maar het waren deze spotters die omkwamen in de vlammen. Diezelfde nacht werd de genadedeur voor altijd gesloten voor de goddeloze, onverschillige inwoners van Sodom. {4SC10-12: 9.1.4}

“Het is God die het lot van zielen in Zijn handen houdt. Hij zal niet altijd met Zich laten spotten; Hij zal Zich niet altijd lichtzinnig laten behandelen. Zijn oordelen zijn reeds in het land. Woeste en vreselijke stormen laten verwoesting en dood achter op hun spoor. Het verslindend vuur legt het verlaten bos en de drukbevolkte stad plat. Storm en schipbreuk wacht hen op die reizen over de diepte. Ongevallen en rampen bedreigen allen die over land reizen. Orkanen, aardbevingen, zwaard en hongersnood, volgen elkaar snel op. Toch zijn de harten der mensen verhard. Zij herkennen de waarschuwende stem van God niet. Zij zullen niet vluchten naar de enige toevlucht oord tegen de naderende storm. {4SC10-12: 9.2.1}

Velen die op de muren van Sion geplaats zijn geweest, om met arendsogen voor het naderen van gevaar, en de waarschuwende stem te verheffen, zijn zelf slapende.’ Juist degenen die meest actief en waakzaam zouden moeten zijn in dit uur van gevaar, verwaarlozen hun plicht, en brengen over zich het bloed van zielen. {4SC10-12: 9.2.2}

“Mijn broeders weest op uw hoede voor het boos hart van ongeloof. Het woord van God is duidelijk en nauwgezet in haar restricties {beperkingen}; het komt tussen beiden bij uw toegeeflijkheden; daarom geeft u er geen gehoor aan. De getuigenissen van Zijn Geest vestigen uw aandacht op de Schriften, geven uw karaktergebreken aan, en berispen uw zonden; daarom geeft u er geen gehoor aan. En om uw vleselijk gezinde, van gemak houdende wijze van handelen te rechtvaardigen, begint u te twijfelen als de getuigenissen wel van God zijn of niet. Als u hun leringen zou willen gehoorzamen, zou u ervan verzekerd zijn dat zij van hemelse oorsprong zijn. Onthoudt, uw ongeloof beïnvloeden hun waarheidsgetrouwheid niet.” – “Testimonies for the Church,” Vol. 5, pp. 232-234. {“Getuigenissen voor de Kerk,” Deel 5. …} {4SC10-12: 9.2.3}

“Elkeen van de kinderen van de Hebreeërs die gevonden werd in een Egyptische woonplaats, werd vernietigd. {4SC10-12: 9.2.4}

“Deze ervaring van de Israëlieten werd opgetekend om hen te instrueren die in de laatste dagen zouden leven. Voordat de overvloeiende gesel over de bewoners der aarde zal komen {Jes. 28:15, 18}, roept de Heer allen op die inderdaad Israëlieten zijn om zich voor te bereiden op die gebeurtenis. Aan ouders zendt Hij de waarschuwende roep: Verzamel uw kinderen in uw eigen huizen; verzamel hen weg van hen die de geboden van God misachten, die het kwade leren en beoefenen. Gaat zo snel mogelijk uit de grote steden weg. Richt kerkscholen op. Geeft u kinderen het woord van God als het fundament van al hun onderricht. Dit is vol van prachtige lessen, en als leerlingen het tot hun studieonderwerp maken in hun lagere klas  beneden, zullen zijn voorbereid zijn voor de hogere klas boven. (…){4SC10-12: 9.2.5}

“Waar zijn uw kinderen? Voedt u hen op om ‘de verderfelijkheden die in de wereld zijn door wellust,’ {2 Pet. 1:4} te onderscheiden en te vermeiden? Tracht u om hun zielen te redden, of bent u, door uw nalatigheid, aan het helpen in hun vernietiging?”—“Testimonies for the Church,” Vol. 6, p. 195. {“Getuigenissen voor de Kerk,” Deel 6} {4SC10-12: 10.1.1}  

Moeder en vader, broeder en zuster, is het echt uw bedoeling om te ontkomen aan “de overvloeiende gesel?”    Als u dat doet, dan zult u geen moment langer maar één lichtstraal negeren of veronachtzamen, maar zult u grondig de Codes opnieuw bestuderen en snel de ernstige lessen, voorschriften, uitdrukkelijke bevelen, berispingen, en waarschuwingen in werking doen treden, waar niet naar geluisterd werd zoals zij van tijd tot tijd gekomen zijn. Op die manier, en alleen op die manier, zult u uw gezinnen en levens ordenen {leiden} dat u en uw kinderen deel mogen hebben aan het bouwen van het “kamp” van de Heer en het vergaderen van de naties, en om  dan tenslotte de onuitsprekelijke en alles overtreffende vreugde te ervaren om in te gaan in de heerlijke ‘rust die nog rest voor het volk van God!’ {Heb. 4:9} {4SC10-12: 10.1.2}