De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Raadgevingen en Waarschuwingen aan Ouders- Deel 3

Een van Mt. Carmels’ Grootste Zorgen {5SC6-12: 5.1.3}

Vraag Nr. 198:

“Had Christus niet gezegd: ‘Laat kleine kinderen ondergaan om tot Mij komen, en verbied ze niet; want van zodanigen is het koninkrijk van de hemel’ (Matt. 19:14, KJV)”? Waarom moeten kinderen dan worden getuchtigd om te worden gered?” {5SC6-12: 5.1.4}

Antwoord:

Het voorgaande Schriftgedeelte, hoewel het duidelijk de aard en geest beschrijft die allereerst vereist wordt om een karakter voor het koninkrijk te vormen, is een algemene toevlucht van sentimentele en toegeeflijke ouders, verzorgers, en leraren die er tegen gekant zijn om hun verantwoordelijkheden te onderwerpen aan welke vorm van tucht dan ook dat van de hune afwijkt. Toegeeflijk, laks, zorgeloos, of onverschillig met zichzelf, moeten zij ten koste van alles (hoewel verboden) voor hun beschermelingen dezelfde gemakzuchtige, toegeeflijke, inschikkelijke wijze van aanpak, veilig stellen, zelf een beroep doend op de woorden van Christus als garantie voor hun idee dat de natuurlijke zondige wegen en neigingen van de jongeren geen grote aanleiding voor zorgen en tucht zou moeten zijn,  maar gedoogd en met rust gelaten moeten worden, totdat ze worden “opgegeven” {“men eruit groeit”}! {5SC6-12: 5.1.5}

“Ik heb mensen horen argumenteren dat hun kinderen te jong waren om te worden gecorrigeerd. Zei zeiden: ‘Wanneer de kinderen ouder zijn, zullen zij beschaamd zijn (…) en zullen overwinnen.” – The Signs of the Times, March 16, 1891. {5SC6-12: 5.1.6}

“De valse gedachten op na gehouden door velen, dat het beteugelen van kinderen schadelijk is, vernietigen vele duizenden. Satan zal zeker bezit nemen van de kinderen als u niet op uw hoede bent.” – “Testimonies,” Vol. 5, p. 541 {“Getuigenissen,” Deel 5}. {5SC6-12: 5.1.7}

“Zwakheid in het eisen van gehoorzaamheid, en valse liefde en genegenheid, — de valse opvatting dat toegeven in plaats van in toom te houden wijsheid is, — behelst een systeem van opvoeden dat engelen bedroeft; maar Satan verlustigt zich daarin, want het brengt honderden en duizenden kinderen onder in zijn gelederen. Daarom verblindt hij de ogen van ouders, verdooft hij hun fijngevoeligheid, en verwart hij hun gedachten.” – Id., p. 324. {5SC6-12: 5.2.2}

Toch zichzelf waarmakend, door ieder mogelijke middel, in dit bedrieglijke idee, blijven zij geestdriftig en stevig zich eraan vastklampen, met toenemende schade aan zichzelf en aan hun kinderen nu, en aan de onvermijdelijke ondergang van beiden uiteindelijk. Maar de woorden van Christus die zij als een witte dekmantel gebruiken voor hun kleurloze ideeën, in plaats van rechtvaardiging te zijn om kinderen toe te staan “om slechts natuurlijk op te groeien,” ongeremd en onbeteugeld, is in tegenstelling een krachtige oproep voor volstrekte tucht die, in de laatste analyse {onderzoek}, slechts verlossing is – de hoogste gave, de parel van grote waarde, die Hij aan allen geeft die tot Hem komen. . {5SC6-12: 5.2.3}

“Kom tot Mij,” nodigt Hij op tedere wijze uit; “neem Mijn juk [tucht] op u, en leer van Mij (…) want Mijn juk is makkelijk, en Mijn last is licht.” Matt. 11:28-30 {KJV}. {5SC6-12: 5.2.4}

“Mijn zoon, veracht de kastijding van de Here niet; weest ook niet moe van zijn terechtwijzing: want wie de Here liefheeft wijst Hij terecht; zoals een vader de zoon in wie hij zich verlustigt.” Spr. 3:11, 12 {KJV}. {5SC6-12: 5.2.5}

“Allen die Ik liefheb [red], berisp en kastijd [tuchtig] Ik.” Openb. 3:19 {KJV}.  {5SC6-12: 5.2.6}    

Van zodanigen daarom, zoals die “alles verkopen en de akker kopen;” zoals die “daarom ijverig,” zijn en zich “bekeren;” kortom, zoals die onvoorwaardelijk de tucht, het juk, van Christus, aanvaarden — “van zodanigen is het koninkrijk van de hemel.” {5SC6-12: 5.2.7}

Vandaar dat het Schriftgedeelte: “Laat kleine kinderen ondergaan om tot Mij te komen, en verbied hen niet: want van dezulken is het koninkrijk van de hemel” (Matt. 19:14 {KJV}), eerder dan de geringste ondersteuning te geven aan de valse leer van natuurlijk gedrag, integendeel de tweeling leerstellingen leert van volstrekte tucht en volmaaktheid: want dezulken die het koninkrijk van de hemel zullen samenstellen, zullen hebben toegestaan dat de tucht van de hemel iedere gedachte (van hen) “in gevangenschap” brengt “aan de gehoorzaamheid van Christus,” en aldus de gezindheid van Hem hebbende, “als God” zullen “zijn.” (Zach. 12:8), — volmaakt. {5SC6-12: 5.1.1}

Het is dan duidelijk, om waarlijk kinderen te *laten ondergaan tot Christus te komen, en hen niet te verbieden, is, hen te tuchtigen door voorschrift en voorbeeld tot trouwe gehoorzaamheid aan Gods vereisten, — “aan ieder woord dat uit Zijn mond gaat,” – “totdat wij allen in de eenheid van het geloof, en van de kennis van de zoon van God, een volmaakt man, naar de mate van het beeld van de volheid van Christus, komen.” Ef. 4:13 {KJV}. {5SC6-12: 5.1.2}

 “Ouders kunnen niet goed slagen in het heerschappij uitoefenen over hun kinderen totdat zij eerst volmaakte beheersing over zichzelf hebben.  Zij moeten eerst leren om zichzelf te beheersen, dan kunnen zij succesvoller hun kinderen beheersen.” – “Testimonies,” Vol. 1, pp. 399, 398. {“Getuigenissen,” Deel 1} {5SC6-12: 5.1.3}

Met zowel ouders als kinderen aldus getrouw wandelend in het licht en gedegen werkend volgens de richtlijnen van Christus, — hun ideeën en theorieën, gewoonten en praktijken veranderend, voor hetgeen geschreven staat; zichzelf tuchtigend door zelf wegcijfering, zelfbeheersing, en zelfverloochening, — met allen die aldus streven, kan de boodschap spoedig de kerk bereiken, kan de luide Roep beginnen, kan het koninkrijk worden opgezet, en kunnen de eindeloze eeuwen van vreugde, vrede en geluk worden ingeluid. {5SC6-12: 5.1.4}

“Met een dergelijk leger van werkers,” zegt “De Geest der Profetie,” “zoals onze jeugd op de juiste wijze geoefend, kan leveren, hoe spoedig kan dan de boodschap van een gekruisigde, verrezen, en spoedig komende Verlosser worden gebracht aan de gehele wereld! Hoe spoedig kan dan het einde komen, — het einde van lijden en verdriet en zonde! Hoe spoedig, in plaats van een bezit hier, met haar aantasting van zonde en pijn, kunnen onze kinderen hun erfenis ontvangen waar ‘de rechtvaardigen het land zullen bezitten, en voor eeuwig daarin wonen,’ {Ps. 37:29; Jes. 60:21} waar ‘de inwoner niet zal zeggen: Ik ben ziek,’ {Jes. 33:24} en ‘de stem van geween niet  meer zal worden gehoord.’ {Jes. 65:19}” – “Education,” p. 271. {“Karaktervorming,” blz. …} {5SC6-12: 5.1.5}

Met een dergelijke onuitsprekelijk opwindende heerlijke vooruitzicht voor hen, zullen ouders dan voortgaan in zichzelf en hun kinderen toe te staan met het getij mee te gaan? Zullen zij voortgaan om compromissen te sluiten met de wereld en te debatteren met God over goed en kwaad en plicht? Zullen zij nu, terwijl gelegenheid zich nog een korte tijd voordoet, gezelschap delen met familieleden, vrienden, en bekenden, die de wereld liefhebben, en radicaal stoppen met hun oude wijze van leven en denken? Zullen zij, in het bijzonder, ophouden met het verpesten en vernietigen van hun kinderen door hen te verwennen, te vertroetelen, en aan hen toe te geven; met sentimenteel geprijs en aardig vinden; met trotse praal in wereldse bekendheid en modekledij; met zelfzuchtige, afgunstige, jaloers dingen naar gunst; met aftroggelen door gevlij, oplichting, vleierig overhalen. Wuiven, en omkopen tot gehoorzaamheid; en dan, het meest wrede van allen, door met hen mee te gaan in hun grieven tegen hen die het wagen hun stem of hand te verheffen tegen hun roekeloze, moedwillige, vastbesloten levenswijze? Zullen ouders, in het kort, in een ernstig vergelijk met de grote verantwoordelijkheid dat rust op het ouderschap, tot God uitroepen om te worden gered van de noodlottige misleiding van ouderlijk wanbeleid in al haar vele vormen en fasen, en in al haar vertakkingen?  {5SC6-12: 5.1.6}

“Kinderen hebben zich verlustigd in hun vrijheid om te doen zoals het hun behaagt. Zij zijn bevrijd geweest van verantwoordelijkheden thuis en hebben beperking misacht. Een leven van bruikbaarheid schijnt hun een leven vol sleur toe. Lakse leiding thuis heeft hen ongeschikt gemaakt voor welke positie dan ook, en, als een natuurlijk gevolg, zijn zij in opstand gekomen tegen tucht op school. Hun geklaag is ontvangen en goedgekeurd door hun ouders, die, door te sympathiseren met hun denkbeeldige moeilijkheden, hun kinderen hebben aangemoedigd in verkeerd handelen. Deze ouders hebben, in vele instanties, duidelijke onwaarheden geloofd die hen zijn aangesmeerd door hun misleidde kinderen. Enkele van zulke gevallen van onhandelbare en huichelachtige kinderen zouden veel bijdragen in het afbreken van alle gezag in de school, en demoraliseren van de jongeren van onze kerk. (…){5SC6-12: 5.2.1}

“Toegeeflijke ouders, die hun kinderen rechtvaardigen in hun verkeerd handelen, creëren daardoor een beginsel dat wanklank {twist} in de samenleving zal brengen, en het gezag van zowel de school als de kerk zal ondermijnen.(…) {5SC6-12: 5.2.2}

“De vreselijke toestand van de jeugd van deze tijd vormt een van de sterkste tekenen dat wij in de laatste dagen leven; maar de vernietiging van velen kan rechtstreeks worden herleid naar de verkeerde leiding van de ouders. De geest van mopperen tegen berisping heeft voet aan de grond gekregen en draagt haar vrucht van opstandigheid. Terwijl de ouders niet blij zijn met het karakter dat hun kinderen aan het ontwikkelen zijn, falen zij in het zien van de dwalingen dat van hen maakt wat zij zijn.” — “Testimonies, Vol. 4, p. 199. {5SC6-12: 5.2.3}

“De vloek van God zal zeker rusten op ongetrouwe ouders. Zij planten niet alleen dorens die hen hier zullen verwonden, maar zij moeten hun eigen ongetrouwheid onder ogen zien wanneer het oordeel zal neerzitten. Velen kinderen zullen opstaan in het oordeel en hun ouders veroordelen, vanwege het feit dat zij hen niet beteugeld hebben, en hen de schuld geven voor hun vernietiging. De valse genegenheid en blinde liefde van ouders maken dat zij de fouten van hun kinderen verontschuldigen en gaan aan hen voorbij zonder bestraffing, en hun kinderen zijn als gevolg daarvan verloren, en het bloed van hun zielen zal op de ongetrouwe ouders rusten.” – Vol. 1, p. 219. {5SC6-12: 5.2.4}

Och, waarom willen ouders voortgaan in hun trotse, sentimentele, overdreven liefde, toegeeflijke, dwaze wegen om ongelovigen en criminelen van hun kinderen te maken, met hun voeten gewend met de weg naar de hel – slachtoffers van een verkeerde thuisopvoeding? {5SC6-12: 7.1.1}

Met het oog op deze hemelse uitdrukkelijke bevelen en vereisten, dat het voortaan aan allen bekend mag zijn dat Mt. Carmel Academie voortaan niemand zal aanvaarden, behalve zij die naar tevredenheid kunnen aantonen dat zij thuis geleerd hebben het juk van Christus te dragen – geleerd om gehoorzaam te zijn, getrouw, eerlijk, zelf beheersend, zelf verloochenend, respectvol voor de rechten van anderen, respectvol naar ouders toe, respectvol naar ouderen toe, en, boven alles, eerbied hebben voor God, eerbied voor het Woord van God, en eerbied voor Zijn huis; — Die, uiteindelijk, het fundament heeft gelegd van een goed karakter. {5SC6-12: 7.1.2}

“Geen enkel gezin is gerechtvaardigd om kinderen naar (…) [Mt. Carmel] te brengen die niet in de hand kunnen worden gehouden door hun ouders. Indien hun ouders het woord van God hebben misacht in de zin van het instrueren en opvoeden van hun kinderen (…) [Mt. Carmel] is geen plaats voor hen. Zij zullen allen maar het middel zijn om de jonge mensen van (…) [deze] plaats te demoraliseren, en zullen wanklank (twist) brengen waar vrede en voorspoed zouden moeten heersen. Laten zulke ouders het nagelaten werk van het beteugelen en tuchtigen van hun kinderen oppakken, voordat zij het wagen hen aan (…) [Mt. Carmel] op te dringen.” — “Testimonies,” Vol. 4, p. 204. {5SC6-12: 7.1.3}

Voorts, zal de instelling alleen hen aanvaarden die, voordat zij van huis vertrekken, van tevoren op de Bank van Palestina, Mt. Carmel Center, $20.00 hebben gestort, voor de verzorging van de maand, met als toevoeging het bedrag voor de terugreis naar huis, als mag blijken dat na twee maanden hier te zijn verbleven, om wat voor reden dan ook het niet aan te raden is dat zij hier langer verblijven. {5SC6-12: 7.1.4}

Ouders, God laat niet langer met Zich spotten, en zij die voortaan een plaats in Zijn school zouden willen hebben, moeten eerst aantonen dat zij zich gedragen als goed geoefende paarden, in plaats van als wilde zebra’s, en dat zij bouwers, en geen slopers {verwoesters} zijn. {5SC6-12: 7.1.5}