De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Raadgevingen Aan Ouders – Deel 2

Zich realiserend, met een gewaarwording volgend na die van God, dat het gezin de hoeksteen van de samenleving is, en dat daarom jong geleerd oud gedaan is, heeft Satan in het verre verleden de aanval ingezet om door slechte beïnvloeding van zowel de handen die de wieg vasthouden als die de teugels vasthouden in het gezin, te beheersen; totdat hij tenslotte zo goed geslaagd is in zijn werk, dat het Woord van God de droevige bekentenis moet doen dat “vaak aan kinderen wordt toegegeven vanaf hun babyleeftijd, en dat slechte gewoonten blijvende gewoonten worden” “Testimonies for the Churh,” Vol. 4, p. 468, {“Getuigenissen voor de Kerk,” Deel 4} en dat “Satan bijzonder geslaagd is in zijn plannen.” — “Testimonies for the Churh,” Vol. 4, p. 203. {“Getuigenissen voor de Kerk,” Deel 4.} {3SC7: 6.1.7}

Goed wetend, echter, dat hij nooit succes zou kunnen hebben met zijn duivelse list, tenzij hij ouders verleidt om in de voetstappen van Eva te volgen – weggaan van de wegen van God, om van de verboden vrucht te eten – heeft hij, door als zijn goddeloze spitsvondige kunstgrepen, onophoudelijk gewerkt om het gezin blind te houden voor, of onverschillig tegenover Bijbel princiepen, en vandaar onder zijn beheer. {3SC7: 6.2.6}

Daar hij op die wijze zijn banier in het gezin heeft geplant, zelfs “in gezinnen van hen die belijden Gods uitverkorenen te zijn” (“Testimonies for the Churh,” Vol. 4, p. 200, {“Getuigenissen voor de Kerk,” Deel 4}), is het dan te verbazen dat ouders van vandaag – zij in de Tegenwoordige Waarheid, evenals zij die in de kerk en in de wereld zijn – standvastig verkeerd, en in  zulk een droevige misleiding zijn, “en het niet weten?” {3SC7: 7.1.1}

“O, wanneer zullen ouders wijs zijn? Wanneer zullen zij zien en zich de aard van hun werk realiseren in het eisen van gehoorzaamheid en ontzag overeenkomstig de richtlijnen van Gods woord? (…){3SC7: 7.1.2}

“Deze feiten moeten worden benadrukt bij de ouders; zij moeten opstaan, en hun lang verwaarloosde werk oppakken.”  “Testimonies for the Churh,” Vol. 5, p. 324, 326. {“Getuigenissen voor de Kerk,” Deel 5.} {3SC7: 7.1.3}

“Ouders, pak uw verwaarloosde verantwoordelijkheden op; voed uw kinderen op overeenkomstig Gods plan (…)” — “Testimonies for the Churh,” Vol. 5, p. 324, 326. {“Getuigenissen voor de Kerk,” Deel 5.} {3SC7: 7.1.4}

“Het nalaten van ouders om op gepaste wijze hun kinderen te tuchtigen is een vruchtbare bron van het kwaad geweest in vele gezinnen. De jeugd is niet onderworpen geweest zoals het zou hebben gemoeten. Ouders hebben nagelaten om de richtlijnen van het woord van God op te volgen in deze zaak, en de kinderen hebben de teugels van bestuur in hun eigen handen genomen. Het gevolg is dat zij in het algemeen erin zijn geslaagd om over hun ouders te heersen, in plaats van onder hun gezag te staan. {3SC7: 7.1.5}

“De ouders zijn blind voor de ware toestand van hun kinderen, die erin geslaagd zijn om hun volledig te misleiden. Maar zij die het gezag over hun kinderen hebben verloren zijn niet blij als anderen trachten om gezag over hen uit te oefenen, of hun gebreken aan te geven met als doel hen te corrigeren.” – “Testimonies for the Church,” Vol. 4, pp. 192, 193. {3SC7: 7.1.6}

Hoogstwaarschijnlijk zal Mt. Carmel met geen andere probleem zo vaak en zo hevig te worstelen hebben als dat wat naar voren is gebracht in de slotzin van het laatste citaat. {3SC7: 7.1.7}

In vele gevallen, wanneer wij genoodzaakt waren om ouders van advies te voorzien, met betrekking tot hun kinderen, en “om hun gebreken aan te geven met het doel om hen te corrigeren,” raakten deze ouders verbitterd en boden weerstand tegen onze pogingen om hen te helpen, ondanks het feit dat de aangewezen veroordeling van zulks een handelwijze, in overeenstemming is met de volgend getuigenissen: {3SC7: 7.1.8}

“Mij werd getoond dat heel veel van de ouders die belijden de ernstige boodschap van deze tijd te geloven, hun kinderen niet voor God hebben opgevoed. Zij hebben zichzelf niet beheerst, en hebben zich aan iedereen geërgerd die hebben gepoogd om hun te beheersen.”“Testimonies for the Church,” Vol. 5, p. 36. {3SC7: 7.1.9}

“In plaats van zich te verenigen met hen die de lasten dragen, om de banier van moralen omhoog te heffen, en met hart en ziel in de vreze des Heren te werken om de verkeerdheden in hun kinderen te corrigeren, sussen vele ouders hun eigen geweten door te zeggen: ‘Mijn kinderen zijn niet slechter dan anderen.’” Zij trachten om de opvallende verkeerdheden te verbergen die God haat, voordat hun kinderen aanstoot nemen, en een of andere wanhopige handelwijze kiezen. Als de geest van opstandigheid in hun harten is, is het veel beter om het nu te onderwerpen dan het toe te laten om grotere vormen aan te nemen en sterker te laten worden door toegeeflijkheid. Als ouders hun plicht zouden doen, zouden wij een andere toestand van zaken zien. Velen van deze ouders zijn van God afgevallen. Zij hebben geen wijsheid van Hem om de misleidingen van Satan gewaar te worden en zijn valstrikken te weerstaan.” – “Testimonies for the Church,” Vol. 4, p. 651. {3SC7: 7.1.10}

“Ouders die deze opvoeding geven [van volstrekte gehoorzaamheid  aan God] zijn niet degenen van wie gezien wordt dat zij de leraar bekritiseren. Zij gevoelen dat zowel het belang van hun kinderen als rechtvaardigheid naar de school toe, zo veel als mogelijk, vereisen dat zij de degene ondersteunen en eren die hun verantwoordelijkheid delen. {3SC7: 7.2.1}

“Vele ouders falen hier, Door hun haastige, ongefundeerde kritiek wordt vaak de invloed van de getrouwe, zelfopofferende leraar zo goed als teniet gedaan. Vele ouders wiens kinderen zijn verpest door toegeeflijkheid, laten aan de leraar de onplezierige taak over om hun nalatigheid te herstellen; en dan maken zij door hun eigen handelwijze de taak bijna hopeloos. De kritiek en afkeuring naar de school leiding toe moedigt ongehoorzaamheid aan in de kinderen, en bevestigen hen in verkeerde gewoonten. {3SC7: 7.2.2}

“Als kritiek of voorstel met betrekking tot het werk van de leraar noodzakelijk wordt, zou het onder vier ogen aan hem moeten worden gericht. Als dit zonder resultaat geeft, laat dan de zaak worden doorverwezen naar degenen die verantwoordelijk zijn voor de leiding van de  school. Niets zou moeten worden gezegd of gedaan dat het ontzag van de kinderen voor degene van wie hun welzijn grotendeels afhangt zou verzwakken. {3SC7: 7.2.3}

“Als de gedegen kennis die de ouders van zowel het karakter als van de fysieke eigenaardigheden of zwakheden van de kinderen bezitten aan de leraar zou worden medegedeeld, zou dat hem tot hulp kunnen zijn. Het is te betreuren dat zovelen in gebreke blijven om dit te realiseren. Er wordt door de meeste ouders weinig belangstelling getoond om zowel zichzelf te informeren over de kwaliteiten van de leraar, als om met hem samen te werken in zijn werk.” – “Education,” pp. 283, 284. {“Karaktervorming,” blz. ….} {3SC7: 7.2.4}  

“Vele vaders en moeders blijven in gebreke om de pogingen van de getrouwe leraar te ondersteunen. Jeugd en kinderen, met hun onvolmaakte begrip en onontwikkelde oordeel, zijn niet altijd in staat om al de plannen en methoden van de leraar te begrijpen. Toch worden, wanneer zij verslag doen van wat er gezegd en gedaan is op school, deze zaken besproken door de ouders in het gezin, en wordt de handelwijze van de leraar zonder beperking bekritiseerd. Hier leren de kinderen lessen die niet makkelijk worden afgeleerd. Wanneer dan ook zij worden onderworpen aan zelfbeheersing waar zij niet aan gewend zijn, of worden geadviseerd om zichzelf te onderwerpen aan harde studie, doen zij een beroep op hun onoordeelkundige ouders voor genegenheid en toegeeflijkheid. Zo wordt een geest van onrust en ontevredenheid aangemoedigd, lijdt de school als geheel onder de demoraliserende invloed, en wordt er veroorzaakt dat de last van de leraar veel zwaarder wordt. Maar het grootste verlies wordt geleden door de slachtoffers van ouderlijke wanbeleid. Karaktergebreken die een juiste opvoeding zou hebben gecorrigeerd, worden gelaten om met het verstrijken der jaren sterker te worden, om de bruikbaarheid van hun bezitters te vernielen en hoogstwaarschijnlijk te vernietigen. {3SC7: 7.2.5}

“Als regel zal worden ontdekt dat studenten die het snelst geneigd zijn om te klagen over schooldiscipline degenen zijn die een oppervlakkige opvoeding hebben genoten. Aan hen werd nooit de noodzaak van grondigheid geleerd, zij beschouwen het met afkeer. Ouders hebben nagelaten om hun zonen en dochters op te voeden om getrouw huishoudelijke plichten uit te voeren. Kinderen worden toegestaan om hun uren met spel door te brengen, terwijl vaders en moeders onnodig zwoegen. Weinig jongen mensen voelen dat het hun plicht is om een deel van de last van het gezin te dragen. Aan hun wordt niet geleerd dat toegeeflijkheid aan de eetlust, of voortgaan in gemakzucht en plezier, niet het grote doel van het leven is.” – “Fundamentals of Christian Education,” pp. 64-65. {“Grondbeginselen van Christelijke Opvoeding,”} {3SC7: 8.1.1}

“Beter, veel beter kunnen uw kinderen lijden, beter in het graf gelegd worden, dan worden geleerd om lichtvaardig om te gaan met de grondbeginselen die juist ten grondslag liggen aan getrouw te zijn aan de waarheid, aan hun medemensen, en aan God. {3SC7: 8.1.2}

“In gevallen van problemen degenen die hen onder hun hoede hebben, ga direct naar hen toe die gezag hebben en vergewis u van de waarheid. Houd in gedachte dat de leidinggevenden van de verschillende afdelingen veel beter begrijp wat voor regelingen noodzakelijk zijn dan anderen dat kunnen. Leer uw kinderen om degenen aan wie God respect en eer getoond heeft door hen in een positie van vertrouwen te plaatsen, te respecteren en te eren. {3SC7: 8.1.3}

“Op geen enkele manier kunnen leden van de kerk op doeltreffender wijze de pogingen van de leidinggevenden in onze instellingen ondersteunen dan in hun eigen gezinnen een voorbeeld van juiste orde en tucht te geven. (…) Laat er geen aanmoediging tot zonde zijn, geen kwaadspreken of boze vermoedens.” – “Testimonies for the Church,” Vol. 7, pp. 185-186. {“Getuigenissen voor de kerk,” Deel 7. Blz. …} {3SC7: 8.1.4}

“Satan heeft veel macht gehad over het verstand van ouders door hun ongetuchtigde kinderen. De zonde van ouderlijke nalatigheid staat duidelijk tegenover vele Sabbatvierende ouders.  De geest van kwaadspreken en roddelen is een van Satans bijzondere werktuigen om onenigheid en strijd te zaaien, om vrienden te scheiden, en het geloof van velen te ondermijnen in de waarheidsgetrouwheid van onze posities {of stellingen}. Broeders en zuster zijn te gereed om te praten over de fouten en dwalingen waarvan zij denken dat zij in anderen te vinden zijn, en in het bijzonder in hen die op vastberaden wijze de berispende en waarschuwende boodschappen brengen die hen van God gegeven zijn. {3SC7: 8.1.5}

“De kinderen van deze klagers luisteren met open oren, en ontvangen het vergif van ongenoegen. Ouders sluiten aldus blindelings de wegen af waardoor de harten van de kinderen konden worden bereikt. Hoeveel ouders kruiden hun dagelijkse maaltijden met twijfel en vraagstellingen. Zij ontleden de karakters van hun vrienden, en dienen het op als een lekker nagerecht. Een kostbaar beetje van lasterpraat gaat rond de tafel, waarop commentaar wordt gegeven, niet alleen door volwassenen, maar door kinderen. Hierin wordt God onteerd. Jezus zegt: ‘In zoverre gij het aan een van de minste van dezen van Mijn broeders hebt gedaan, hebt gij het aan Mij gedaan.’ Daarom wordt Christus opzij gezet en mishandeld door hen die kwaadspreken over zijn dienstknechten. {3SC7: 8.1.6}

“De namen van Gods uitverkoren dienstknechten zijn zonder ontzag behandeld, en in sommige gevallen met volkomen misachting, bij bepaalde mensen wiens plicht het is om hen hoog te houden. De kinderen zijn niet in gebreke gebleven om de ontzag loze opmerkingen te horen van hun ouders met betrekking tot de ernstige berispingen en waarschuwingen van Gods dienstknechten. Zij hebben de spottende grappen en afkeurende gesprekken begrepen die van tijd tot tijd hun oren hebben bereikt, en de neiging is geweest om heilige en eeuwige belangen, in hun verstand, op een niveau te brengen met gewone zaken van de wereld. Wat voor een werk zijn deze ouders aan het doen door ongelovigen van hun kinderen te maken, zelfs in hun kinderjaren! Dit is de manier waarop kinderen worden geleerd om oneerbiedig te zijn, en om in opstand te komen tegen het berispen van zonde door de Hemel.”– “Testimonies for the Church,” Vol. 4, pp. 194, 195. {“Getuigenissen voor de kerk,” Deel 4. Blz. …} {3SC7: 8.2.1}

“Hun kinderen hebben heerlijkheid geschept in hun vrijheid om te doen zoals het hun behaagt. Zij zijn gevrijwaard van verantwoordelijkheden thuis en hebben tucht misacht. Een leven van bruikbaarheid scheen hen een leven van sleur toe Lakse bestuur thuis hebben hen ongeschikt gemaakt voor welke positie dan ook, en, als een natuurlijk gevolg, zijn zij in opstand gekomen tegen schoolgezag. Hun geklaag is ontvangen en goedgekeurd door hun ouders, die, door mee te voelen met hun denkbeeldige problemen, hebben hun kinderen aangemoedigd in verkeerd handelen. Deze ouders hebben, in vele gevallen, duidelijke onwaarheden geloofd die hun misleidde kinderen hen op de mouw hebben gespeld. Enkele gevallen van zulke ongehoorzame en huichelachtige kinderen zouden veel doen om alle gezag af te breken in de school, en om de jonge mensen van onze kerk te demoraliseren. {3SC7: 8.2.2}

“Er is volmaakte orde in de Hemel, volmaakte overeenstemming en overeenkomst. Als ouders aldus nalaten om hun kinderen onder het juiste gezag te brengen hier, hoe kunnen zij dan hopen om als geschikte gezelschap beschouwd te worden voor de heilige engelen in een wereld van vrede en harmonie? Toegeeflijke ouders, die hun kinderen rechtvaardigen in hun verkeerd handelen, scheppen daardoor een beginsel dat wanklank in de maatschappij zal teweegbrengen, en het gezag van zowel de school als van de kerk zal ondermijnen. {3SC7: 8.2.3}

“Als nooit tevoren hebben kinderen waakzame zorg en leiding nodig; want Satan is aan het streven om de overhand te hebben over hun verstand en harten, en om de Geest van God uit te bannen. De vreselijke toestand van de jeugd van deze tijd vormt een van de sterkte tekenen dat wij in de laatste dagen leven; Maar de ondergang van velen kan rechtstreeks toegeschreven worden aan de verkeerde begeleiding van ouders. De geest van morren tegen berisping heeft wortel geschoten en brengt zijn vruchten voort van ongehoorzaamheid. Terwijl de ouders niet blij zijn met de eigenschappen die hun kinderen aan het ontwikkelen zijn, blijven zij in gebreke om te zien om de dwalingen onder ogen te zien die van hen maken wat zij zijn.” — – “Testimonies for the Church,” Vol. 4, pp. 199. {“Getuigenissen voor de kerk,” Deel 4. Blz. …} {3SC7: 8.2.4}

“Onze broeders en zusters die verspreid zijn zouden het als hun plicht moeten beschouwen om deze instelling te ondersteunen die God heeft bedacht. Sommige van de studenten keren huiswaarts met gemor en klachten, en ouders en leden van de kerk geven een aandachtig oor aan hun overdreven, eenzijdige verklaringen. Zij doen er goed aan om in beschouwing te nemen dat er twee kanten aan het verhaal zijn; maar, in plaat daarvan, staan zij deze verdraaide verslagen toe om een hindernis op te werpen tussen hen en het College. Zij beginnen dan angsten, vragen, en verdachtmakingen te uiten met betrekking tot de manier waarop het College wordt bestuurd. Zulk een invloed richt veel kwaad aan. De woorden van ontevredenheid verspreide zich als een besmettelijke ziekte, en de indruk dat in de gedachten wordt achtergelaten moeilijk uit te wissen. Het verhaal neemt bij iedere herhaling grotere vormen aan, totdat het een reusachtige omvang heeft aangenomen, terwijl onderzoek het feit zou onthullen dat de leraren of professoren niet fout bezig waren. Zij deden eenvoudigweg hun plicht om de regels van de school te bekrachtigen, die uitgevoerd moeten worden, anders zal de school gedemoraliseerd worden. {3SC7: 9.1.1}

“Ouders reageren niet altijd verstandig. Velen zijn heel veeleisend in hun wens om anderen hun ideeën te laten overnemen, en worden ongeduldig en dominant als zij dit niet kunnen doen; maar wanneer van hun eigen kinderen verwacht wordt zich te houden aan de regels en voorschriften op school, en deze kinderen zich ergeren onder de noodzakelijke tucht, sluiten hun ouders, die belijden liefde en ontzag voor God te hebben, zich bij hun kinderen aan in plaats van hen te berispen en hun fouten te corrigeren. Dit toont vaak het keerpunt in het karakter van hun kinderen aan. Regels en orde worden neergehaald, en tucht wordt met voeten vertreden. De kinderen misachten zelfbeheersing, en worden toegestaan om minachtend te spreken over de instellingen te [Mt. Carmel]. Als ouders slechts zouden nadenken, dan zouden zij de kwade resultaten zien van de verkeerde handelwijze die zij aan het voortzetten zijn.”“Testimonies for the Church,” Vol. 4, pp. 428. {“Getuigenissen voor de kerk,” Deel 4. Blz. …} {3SC7: 9.1.2}

“Ik wens dat mijn standpunt duidelijk begrepen wordt. Ik deel niet in de handelwijze die is gevolgd naar Broeder – toe. De vijand heeft gevoelens van haat aangemoedigd in de harten van velen. De dwalingen door hem begaan zijn gerapporteerd geweest van de ene persoon naar de andere, voortdurend in omvang toenemend, zoals bezige, roddelende tongen brandstof toevoegen aan het vuur. Ouders die nooit de zorg hebben gevoeld die zij zouden moeten voelen voor de zielen van hun kinderen, en die hen nooit de juiste zelfbeheersing en raad hebben bijgebracht, zijn juist degenen die de meest bittere tegenstand aan de dag leggen wanneer hun kinderen worden bedwongen, berispt, of terechtgewezen op school. Sommige van deze kinderen zijn een schande voor de kerk, en een schande voor de naam van Adventisten. {3SC7: 9.1.3}

“De ouders zelf misachten berisping, en misachten de berisping die aan hun kinderen wordt gegeven, en waren niet zorgvuldig om dit voor hen te verbergen. De zonde van de ouders begint met hun verkeerd beleid thuis. De zielen van sommige van deze kinderen zullen verloren gaan, omdat zij geen raadgevingen vanuit Gods woord hadden ontvangen, en thuis geen Christenen zijn geworden. In plaats van aan de kant van hun kinderen te staan in een verdorven handelwijze, zouden de ouders hen moeten hebben berispt, en de getrouwe leraar hebben ondersteund. Deze ouders waren zelf niet met Christus verbonden, en dit is de reden van hun vreselijke plichtsverzuim. Dat wat zij hebben gezaaid, zullen zij ook oogsten. Zij zijn verzekerd van de oogst. {3SC7: 9.2.1}

“In de school, is broeder – niet slechts verbrand door de verkeerde handelwijze van de kinderen, maar door het onoordeelkundig beleid van de ouders, dat afschuw voor zelfbeheersing voortbracht en koesterde.” {3SC7: 9.2.2}

“Ik durf niet langer stil te blijven. Ik spreek tot u en de kerk te [Mount Carmel]. U hebt een grote fout begaan. U hebt iemand onrechtvaardig behandeld aan wie u en uw kinderen dankbaarheid verschuldigd zijn, die u zich niet realiseert. U bent verantwoordelijk voor de invloed die u hebt uitgeoefend op de [School]. (…) U hebt een geest van kritiek in de studenten aangemoedigd, die de Geest van God heeft getracht in toom te houden. U hebt hen geleid om het vertrouwen te beschamen. Er bevinden zich niet weinig jonge mensen onder ons die dank verschuldigd zijn voor de meest waardevolle karaktertrekken met betrekking tot de kennis en grondbeginselen ontvangen van broeder —. Aan zijn opvoeding hebben velen veel van hun bruikbaarheid, niet alleen in de Sabbatschool, maar in vele andere takken van ons werk, te danken. Toch heeft uw invloed ondankbaarheid aangemoedigd, en heeft studenten ertoe geleid de dingen te misachten die zij zouden moeten koesteren. (…){3SC7: 9.2.3}

“Broeder — is een ernstige zoeker naar kennis geweest. Hij heeft getracht bij de studenten de nadruk te leggen dat zij verantwoordelijk zijn voor hun tijd, hun talenten, hun kansen. Het is onmogelijk voor een mens om zoveel zorg op zich te hebben, en zulke zware verantwoordelijkheden te dragen, zonder gehaast, vermoeid, en nerveus te worden. Zij die weigeren om lasten te aanvaarden die hun kracht tot het uiterste zal belasten, weten niets van de druk die aan de dag wordt gelegd bij hen die deze lasten moeten dragen. {3SC7: 9.2.4}

“Er zijn sommigen in de [boodschap] die slechts gekeken hebben naar wat onprettig  en afkeurenswaardig was in hun bekend zijn met broeder —. Deze mensen hebben niet die edelmoedige, op Christus gelijkende geest, die geen kwaad denkt. Zij hebben het beste gemaakt van ieder ongewenst woord of handeling, en hebben zich dezen herinnerd in een tijd toen afgunst, vooroordeel, jaloezie, werkzaam waren in onchristelijke harten. (…) – “Testimonies for the Church,” Vol. 5, pp. 51-55. {“Getuigenissen voor de kerk,” Deel 5. Blz. …} {3SC7: 9.2.5}

“Enkele weken geleden, werd ik in een droom gebracht in een van uw bijeenkomsten voor onderzoek. Ik hoorde de getuigenissen die werden gegeven door studenten tegen broeder —. Juist die studenten hadden grote voordeel ontvangen van zijn grondige, getrouwe aanwijzingen. Eens konden zij nauwelijks genoeg zeggen om hem te bedanken. Toen was het geaccepteerd om hem te waarderen. Maar nu was het tij gekeerd. Deze mensen hebben hun ware aard gevormd. Ik zag een engel met een open zwaarwichtig boek, waarin hij alle getuigenissen opschreef die gegeven werden. Tegenover iedere getuigenis werden de zonden, gebreken, en dwalingen van degene die uitdroeg, getraceerd. Toen werd het grote voordeel opgetekend dat deze individuen hadden ontvangen van broeder — arbeid. {3SC7: 10.1.1}

“Wij, als een volk, zijn de vruchten aan het oogsten van broeders — zware arbeid. Er is geen mens onder ons die meer tijd en denkwerk heeft gewijd aan zijn werk, dan broeder —. Hij heeft het gevoel gehad dat hij niemand had om hem te ondersteunen, en was dankbaar voor welke bemoediging dan ook.”“Testimonies for the Church,” Vol. 5, pp. 59. {“Getuigenissen voor de kerk,” Deel 5. Blz. …} {3SC7: 10.1.2}

“De Heer keurde de algemene handelwijze van broeder — goed, zoals hij het fundament legde voor de school die nu in werking is. (…) Onder de druk van overwerk, heeft hij enige fouten gemaakt, die echter half niet zo erg waren, als die van personen die bitterheid tegen hem hebben gekoesterd. In zijn contact met de jeugd, moest hij die geest tegemoet treden van opstandigheid en tegenspraak waarvan de apostel verklaart een van de tekenen van de laatste dagen te zijn.”– “Testimonies for the Church,” Vol. 5, pp. 91. {“Getuigenissen voor de kerk,” Deel 5. Blz. …} {3SC7: 10.1.3}

Alhoewel sommigen van de voorgaande getuigenissen waren gericht aan de gelovigen te Battle Creek, “zijn dezelfde grondbeginselen die van toepassing zijn op het werk in onze instellingen te Battle Creek, ook grotendeels van toepassing op  dat van in het veld.” — “Testimonies for the Church,” Vol. 5, pp. 566. {“Getuigenissen voor de kerk,” Deel 5. Blz. …} {3SC7: 10.1.4}

“Als ouders zichzelf zouden willen plaatsen in de plaats van de leraren, en zien hoe moeilijk het noodzakelijkerwijs moet zijn om een school te leiden en te disciplineren (…) van studenten van iedere gradatie en klasse van denken, dan mochten zij, bij nadere beschouwing, anders tegen zaken aankijken. Zij zouden menen dat sommige kinderen thuis nooit tucht is bijgebracht.  Daar altijd aan hen toegegeven is en zij nooit opgevoed zijn om te gehoorzamen, zou het grotendeels in het voordeel van hun zijn om verwijderd te worden van hun onoordeelkundige ouders, en geplaats te worden onder even strenge regels als oefening, zoals soldaten in een leger. Tenzij er iets zal worden gedaan voor deze kinderen die op zo droevige wijze zijn verwaarloosd door hun ongetrouwe ouders, zullen zij nooit door Jezus worden aanvaard; tenzij over hen enige heersende macht aan de dag zal worden gelegd, zullen zij waardeloos zijn in dit leven, en zullen geen deel hebben aan het toekomstige leven.”“Testimonies for the Church,” Vol. 4, pp. 429. {“Getuigenissen voor de kerk,” Deel 4. Blz. …} {3SC7: 10.1.5}

“Hele gezinnen hebben een grondige transformatie nodig in hun gewoonten en ideeën voordat zij ware vertegenwoordigers van Jezus Christus kunnen zijn. En in grote mate zullen kinderen die een opleiding moeten volgen op onze scholen, veel meer vooruitgang boeken als zij worden afgescheiden van de familiekring waar zij een verkeerde opvoeding hebben genoten. Het kan noodzakelijk zijn voor sommige gezinnen om te wonen waar zij hun kinderen kunnen plaatsen en kosten besparen, maar in vele gevallen zou het meer een hindernis dan een zegen blijken te zijn voor hun kinderen.” – “Fundamentals of Christian Education,” p. 313. {“Grondbeginselen van Christelijke Opvoeding.”}  {3SC7: 10.2.1}

Echter, “Geen enkele gezin is gerechtvaardigd om kinderen naar [Mt. Carmel] te brengen die niet onder controle van hun ouders zijn. Als hun ouders de woorden van God hebben misacht in de zin van het instrueren en opvoeden van hun kinderen, is [Mt. Carmel] geen plaats voor hen. Zij zouden slecht het middel zijn om het moraal van de jonge mensen van [deze] plaats naar beneden te brengen, en onenigheid brengen waar vrede en voorspoed zouden moeten regeren.” — “Testimonies for the Church,” Vol. 4, pp. 204. {“Getuigenissen voor de kerk,” Deel 4. Blz. …} {3SC7: 10.2.2}