De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Mt. Carmel in het Proces van het Herstellen van Alle Dingen zoals in het Begin

 “Door het woord des Heren waren de hemelen gemaakt; en al hun heer door de adem van Zijn mond.” “Want Hij sprak, en het was er; Hij gebood, en het stond vast.” “Hij legde de fundamenten der aarde, dat het voor eeuwig niet zou worden verplaatst.” {Ps. 33:6, 9; 104:5; Jes. 51:13.} {3SC2: 4.1.6}

“Hij Die de met sterren bezaaide werelden in de hoge geplaatst heeft, en met delicate bekwaamheid de bloemen van het veld van kleuren heeft voorzien, Die de aarde en de hemelen gevuld heeft met wonderen van Zijn kracht, heeft, toen Hij kwam om Zijn heerlijk werk te bekronen, door iemand in het midden te plaatsen om als heerser te staan van de mooie aarde, niet gefaald om een wezen te scheppen, waardig aan de hand die hem leven gaf”{3SC2: 4.1.7}

“Toen de mens voortkwam uit de handen van de Schepper, was hij van verheven gestalte en volmaakte symmetrie {(gestroomlijnde) vorm}. Zijn aangezicht droeg de rozige tint van gezondheid, en glansde met het licht des levens en, blijdschap. Adams lengte was veel groter dan de mensen die nu de aarde bevolken. Eva was iets minder in gestalte; toch was haar vorm edel, en vol van schoonheid. {3SC2: 4.1.8}

“Nadat Adam werd geschapen, werd iedere levende schepsel voor hem gesteld om zijn naam te ontvangen; hij zag dat elk van hen een metgezel was gegeven, maar onder hen ‘werd geen hulp voor hem gevonden die bij hem paste.’  Onder alle schepselen die God geschapen had op aarde, was er niet een gelijk aan de mens. En ‘God zei: Het is niet goed dat de mens alleen zijt; Ik zal voor hem een hulp maken die bij hem past.’ De mens werd niet geschapen om in eenzaamheid te leven; hij moest een sociale wezen zijn. Zonder vriendschap, zouden de prachtige taferelen en de werken van verlustiging van Eden gefaald hebben om volmaakt geluk te handhaven. Zelfs omgang met engelen kon zijn verlangen naar sympathie en vriendschap niet hebben bevredigd. Er was niemand van dezelfde aard om lief te hebben, en geliefd te worden. {3SC2: 4.2.6}

“God zelf gaf Adam een metgezel. Hij voorzag in ‘een hulp die bij hem paste,’ – een hulp die overeen kwam met hem, — iemand die gepast was om zijn metgezel te zijn, en die een met hem kon zijn in liefde en genegenheid. Eva was geschapen van een rib genomen van de zijde van Adam, aantonend dat zij hem niet zou overheersen als hoofd, noch onder zijn voeten zou worden vertreden als minderwaardig, maar om aan zijn zijde te staan als een gelijke, om door hem geliefd en beschermd te worden. Een deel van de man, been van zijn gebeente, en vlees van zijn vlees, was zij zijn tweede ik; de nauwe verbondenheid en de liefdevolle band aantonend die zouden moeten bestaan in deze relatie. ‘Want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar voedt en koestert het.’ ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aanhangen; en zij zullen een zijn.’ {3SC2: 5.1.1}

“God vierde het eerste huwelijk. Dus heeft de instelling de Schepper van het universum als de Grondlegger ervan. ‘Het huwelijk zij in ere;’ het was een van de eerste geschenken van God aan de mens, en het is een van de twee instellingen die, na de zondeval, Adam met zich meebracht buiten de poorten van het Paradijs. Wanneer de hemelse grondbeginselen in deze relatie worden erkend en gehoorzaamd, is het huwelijk een zegen; het beschermd de zuiverheid en het geluk van het geslacht, het voorziet in de sociale behoeften van de mens, het verhoogt de lichamelijke, en de intellectuele, en de morele natuur. {3SC2: 5.1.2}

“‘En de Here God plantte een tuin ten oostwaarts in Eden; en daar plaatste Hij de mens die Hij geformeerd had.’ Alles wat God gemaakt had was van volmaakte schoonheid, en niets scheen te ontbreken dat zou kunnen bijdragen aan het geluk van het heilig paar; toch gaf de Schepper hen toch een ander teken van Zijn liefde, door een tuin te bereiden, speciaal voor hun tehuis. In deze tuin waren bomen van elke soort, en vele bomen waren beladen met geurig en heerlijk fruit.er waren rechtop groeiende wijnranken, die een lust vormden voor het oog en die gebukt gingen onder het gewicht van hun kostelijke vruchten. Het was de taak van Adam en Eva om de wijnranken te vormen tot prieeltjes, waardoor ze een dak kregen van bladeren, met rijke vruchten. Welriekende bloemen van allerlei kleur en soort waren een lust voor het oog. In het midden van de tuin stond de boom des levens, die in schoonheid alle andere bomen overtrof. De vruchten ervan zagen eruit als gouden en zilveren appels, en bezaten de eigenschap het leven te verlengen. {3SC2: 5.1.3}

“De schepping was nu voltooid. ‘De hemel en de aarde en al hun heer werden voltooid’. ‘En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed’. ‘Eden bloeide op aarde. Adam en Eva hadden vrije toegang tot de boom des levens. Geen spoor van zonde en schaduw van de dood mismaakte de fraaie schepping. ‘De morgensterren juichten tezamen, en al de zonen Gods jubelden’. {3SC2: 5.2.1}

“De grote Jehova had de grondslagen van de aarde gelegd. Hij had heel de wereld gekleed in het gewaad van schoonheid, en had de aarde gevuld met dingen die de mens kon gebruiken; alle wonderen van land en zee had Hij geschapen. In zes dagen was het grote scheppingswerk voltooid. En God ‘rustte op de zevende dag van al het werk dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat Hij scheppende tot stand had gebracht.’ God zag met voldoening neer op het werk Zijner handen. Alles was volkomen, en waardig aan de Maker ervan, en Hij rustte, niet als iemand die vermoeid is, maar als Iemand die Zich verlustigt over de resultaten van Zijn wijsheid en goedheid, en de manifestatie  van Zijn heerlijkheid. {3SC2: 5.2.2}

“Na de rust van de zevende dag heiligde God deze dag, of zette hem apart als rustdag voor de mens. Naar het voorbeeld van de Schepper zou de mens op deze geheiligde dag rusten, zodat hij, bij het zien op de hemelen en de aarde, kon nadenken over Gods grote scheppingswerk; en bij het zien van al deze blijken van Gods wijsheid en goedheid, zou zijn hart vervuld worden met liefde en eerbied voor zijn Maker.” – “Patriarchen en Profeten”, blz. 19-22.  {”Patriarchs and Prophets,” pp. 44-47.}  {3SC2: 5.2.3}

De voorgaande alinea maakt het duidelijk dat de enige heilige instellingen die voortgebracht waren van het prachtige Eden, zijn de instelling van het huwelijk en de instelling van de Sabbat – thuis en rust. Daar de eerstgenoemde als eerste van de twee werd ingesteld, en louter voor het gebruik en ten voordele van de mens, toont duidelijk aan dat, ‘de Sabbat,’ zoals Christus aan de Farizeeërs verklaarde, ‘gemaakt was om de mens, en niet de mens om de Sabbat.’ (Mk. 2:27.) {3SC2: 5.2.4}

Onze ouders van Eden hebben, door het vieren van de Sabbat, niet slechts het compleet maken door God van de hele schepping herdacht, maar ook hun eigen huwelijk. {3SC2: 5.2.5}

Toen Adam en Eva in zonde vielen, hun prachtige klederen van licht verloren, verloren zij “heerschappij over de vissen der zee, en over de vogelen des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over alle kruipend gedierte dat over de aarde kruipt,” naast het bezit van hun huis in Eden, en toegang tot de boom des levens. (Gen. 1:26; 3:24 {KJV}) Aldus verloor Adam, toen hij zondigde, zijn heerschappij, alles aan Satan overgevend; waarop God tot de vrouw zei: {3SC2: 5.2.6}

“Ik zal zeer vermeerderen uw smart en uw zwangerschap; in smart zult gij kinderen baren; en uw verlangen zal naar uw man uitgaan, en hij zal over u heersen. En tot Adam zeide Hij: Omdat gij naar de stem van uw vrouw hebt geluisterd, en van de boom hebt gegeten, waarvan Ik u geboden heb, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; vervloekt is de aardbodem om uwent wil; in smart zult gij daarvan eten al de dagen van uw leven; dorens en distels zal het u voortbrengen; en gij zult het kruid des velds eten; in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de grond terugkeert; want daaruit zijt gij genomen; want stof zijt gij, en tot stof zult gij wederkeren.” (Gen. 16-19 {KJV}.) {3SC2: 6.1.1}

Nu rijst de vraag: “Wanneer en hoe zal de eerste heerschappij worden hersteld?” Waarop de Schriften antwoorden: {3SC2: 6.1.2}

“Zie, Ik zal u de profeet Elia zenden voor de komst van de grote en vreselijke dag des Heren; en hij zal het hart der vaderen tot de kinderen keren, en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en de aarde sla met een vloek (Mal. 4:5, 6 {KJV}).” {3SC2: 6.1.2}

En Jezus zegt: “Elia komt zeker eerst, en herstelt alle dingen.” (Mk. 9:12 {KJV}) Vandaar, dat de komst van Elia moet vooraf gaan aan zowel de grote en vreselijke dag des Heren als Zijn wederkomst; en wanneer Hij komt, moet hij alle dingen herstellen. {3SC2: 6.1.3}

De verklaring van Jezus die in Markus 9:12 wordt gevonden, bewijst dat, voordat Hij de tweede keer verschijnt, iemand – anti-typische Elia – “eerst komt, en alles herstelt.” Vandaar, dat de heerschappij en al hetgeen verloren was moet worden hersteld in de tijd van Elia’s boodschap, ja, zelfs de vloek van de aarde moet worden verwijderd: “In die dag,” zegt de Here, “zal Ik een verbond sluiten voor hen met de beesten des velds, en met de vogelen des hemels, en met het kruipend gedierte van de grond; en Ik zal verbreken de boog en het zwaard en de strijd der aarde, en maken dat zij veilig neerliggen. En Ik zal u voor eeuwig tot mij trekken; ja, Ik zal u tot Mij trekken in gerechtigheid, en in oordeel, en in lieflijke vriendelijkheid, en in genadegaven. (Hos. 2:18, 19 {KJV}.)” {3SC2: 6.1.4}

“Ook de wolf zal bij het lam verkeren, en de luipaard zal neerliggen met het bokje, en het kalf en de jonge leeuw en het mestvee tezamen; en een klein kind zal hen leiden. En de koe en de beer zullen voeden; hun jongen zullen samen neerliggen; en de leeuw zal stro eten zoals de os. De zuigeling zal spelen bij het hol van een adder, en het gespeend kind zal haar hand leggen op het hol van de giftige slang. Zij zullen geen kwaad doen noch verstoren op mijn heilige berg; want zij zullen vol zijn van de kennis des Heren, zoals de wateren de zee bedekken.” (Jes. 11:6-9 {KJV}.) {3SC2: 6.1.6}

“Hij zal dood verzwelgen in overwinning; en de Here God zal tranen van alle ogen afwissen; en de berisping van Zijn volk zal Hij wegnemen van de gehele oppervlakte der aarde; want de Here heeft het gesproken. En te dien dage zal gezegd worden: Zie, dit is onze God; wij hebben op Hem gewacht, wij zullen blij zijn en ons verheugen in Zijn verlossing.” (Jes. 25:8, 9 {KJV}.) {3SC2: 6.1.7}

“En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en er zal geen dood meer zijn, noch verdriet, nog geween, ook zal er geen pijn meer zijn; want de vroegere dingen zijn voorbij gegaan.” (Openb. 21:4 {KJV}) {3SC2: 6.2.1}

“Want zoals de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mij zal blijven bestaan, zegt de Here, zo zal uw zaad en uw naam blijven bestaan. En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot een andere, en van een Sabbat tot een andere, zal alle vlees komen en voor Mij aanbidden, zegt de Here.” (Jes. 66:22, 23 {KJV}.) {3SC2: 6.2.2}

“En Hij toonde mij een zuivere rivier van levend water, helder als Kristal, voortkomend uit de troon van God en het Lam. In het midden van haar straat, en aan beide zijden van de rivier, was er de boom des levens, die twaalf soorten vruchten draagt, en haar vrucht iedere maand vasthoudt; en de bladeren van de boom waren tot genezing van de volkeren. En er zal geen vloek meer zijn; maar de troon van God en het Lam zal daarin zijn; en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen; en zij zullen Zijn aangezicht zien; en Zijn naam zal op hun voorhoofden staan.” (Openb. 22:1-4{KJV}.) {3SC2: 6.2.3}

De passages die vooraf gegaan zijn tonen aan dat de boodschap door anti-typische Elia opnieuw de heerschappij zal terugbrengen die Adam verloor, en, voor zoverre het de hierboven genoemde profetieën betreft, schijnt de enige instelling die ogenschijnlijk in duisternis blijft gehuld voor wat haar voortzetting betreft en herstel in haar heiligheid, de instelling van het huwelijk te zijn. Maar hoe kon God mogelijkerwijs Zichzelf toestaan, juist gedurende de tijd waarin alle dingen moeten worden hersteld, om voor alles de instelling af te schaffen die Hij, in eigen Persoon, instelde – de bekronende handeling in de week van de schepping, en ten gunste waarvan Hij zegt: “het is niet goed dat de mens alleen zou zijn”? {3SC2: 6.2.4}

Bovendien, hoe kon het Woord zeggen dat Elija alle dingen moet herstellen als hij ook niet de instelling van het huwelijk gaat herstellen? Verder, als God zag dat het oorspronkelijk niet goed was voor de mens om alleen te zijn in de hof van Eden, waarom zou het dan goed zijn voor hem wanneer hij terug keert naar Eden? Of zullen wij nu allen, in de tijd van vergaderen, en van het ontvangen het de erfdeel van de eerste heerschappij, scheiden van onze vrouwen? {3SC2: 6.2.5}

Als de verlossing van de heiligen echtscheiding voor hen moet betekenen, waarom zou God dan het koninkrijk uit beide geslachten samenstellen? Zou Adam, die eerder de dood verkoos dan van Eva te scheiden, van het leven genieten, als hij terug keert naar zijn huis in Eden, zijn vrouw zou moeten missen, of als hij in het echt van haar zou moeten scheiden? {3SC2: 6.2.6}

De Schriften zeggen bovendien van Elia, dat “hij het hart der vaderen tot de kinderen zal keren, en het hart der kinderen tot hun vaderen.” (Mal. 4:6.) vandaar, dat zowel het voorgaande Schriftgedeelte, en Joel 2:16, dat zegt: “Vergader het volk, heilig de gemeente, vergader de oudsten, verzamel de kinderen, en zij die van de borst drinken”, bewijzen dat de boodschap van Elija gezinnen zal verenigen, en  hen niet zal scheiden. {3SC2: 7.1.1}

De Geest van God openbaarde aan Paulus dat in de laatste dagen boze geesten zouden pogen om Gods plannen voor Zijn volk omver te werpen: “Nu spreekt de Geest uitdrukkelijk, dat in de latere tijden sommigen zullen scheiden van het geloof, gehoor gevende aan boze geesten, en leerstellingen van duivels; (…) verbieden om te huwen.” (1 Tim. 4:1, 3 {KJV}) {3SC2: 7.1.2}

Terwijl wij geen leerstelling nodig hebben die het huwelijk zou verbieden, moeten wij weten waarom wij trouwen, en hoe te leven. Vandaar, dat wij een grondige hervorming nodig hebben, “een verandering in ideeën en theorieën, gewoonten en gebruiken.” – “Christ Our Rightreousness,” p. 154. {3SC2: 7.1.3}

“Ook kwamen de Farizeeën tot Hem, Hem verzoekende, en zeiden tot Hem: Is het wettig dat een man zijn vrouw wegdoet voor elke oorzaak? En Hij antwoordde en zei tot hen: Hebt gij niet gelezen, dat Hij Die hen vanaf het begin gemaakt heeft, hen man en vrouw gemaakt heeft, en zei: Om deze zaak zal een man zijn vader en moeder verlaten, en zijn vrouw aanhangen; en zij beiden zullen een vlees zijn? Vandaar dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees. Wat God daarom heeft samengebracht, laat geen mens dat scheiden.” (Matt. 19:3-9 {KJV}) {3SC2: 7.1.4}

Juist zoals Satan de Sabbat dag heeft verdorven, zo heeft hij ook de huwelijksrelatie verdorven, en daarom wordt er, zelfs door de meeste Christenen, naar het huwelijk gekeken als iets waar vraagtekens achter moet worden geplaatst, en zelfs op een manier als iets dat kwaadaardigs en zondig is, alhoewel, met enkele uitzonderingen, zij allen trouwen. Vandaar dat, hoewel het Woord zegt: “Wie een vrouw vindt, vindt iets goeds, en ontvangt de gunst van de Heer” (Spr. 18:22 {KJV}), veel huwelijken een vloek blijken te zijn. Vandaar,  “hoe minder huwelijken worden gesloten, hoe beter voor allen, zowel voor mannen als vrouwen.” (“Testimonies for the Church,” Vol. 5, p. 366.) In feite, de enige huwelijken die God kan eren, zijn de huwelijken die gesloten worden nadat beide partijen  Hem hebben geraadpleegd en Zijn goedkeuring hebben ontvangen. {3SC2: 7.1.5}

“Het Huwelijk beïnvloed het latere leven, zowel in deze wereld als in de toemomstige wereld. Een oprecht Christen kan geen plannen maken die God niet kan goedkeuren.” – “Ministry of Healing,” p. 359. {3SC2: 7.1.6}

“De gezinsband is de innigste, de meest tedere en heilige, van alle op aarde. Het was bestemd om een zegen voor de  mensheid te zijn. En het is een zegen waar dan ook het huwelijks verbond op verstandige wijze wordt aangegaan, in de vreze van God, en met de juiste overweging met betrekking tot haar verantwoordelijkheden” – Idem., pp. 356, 357. {3SC2: 7.1.7}

Dus, “Het huwelijk is eerbaar in allen, en het bed onbezoedeld; maar hoereerders en echtbrekers zal God oordelen” (Hebr. 13:4 {KJV})  {3SC2: 7.2.1}

“Een opziener dan moet zijn onbesproken, de echtgenoot van een vrouw, paraat, nuchter, van goed gedrag, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen, niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, niet gierig naar oneerlijke geldgewin; maar geduldig, geen ruziemaker, niet begerig; iemand die zijn eigen huis goed bestiert, die met alle waardigheid zijn kinderen onder de tucht houdt.” (1Tim. 3:2-4 {KJV}.) {3SC2: 7.2.2}

Hoe dan ook, zoals met de instelling van de Sabbat, moet God aldus dat van het huwelijk herstellen. De woorden van Christus: “Want in de opstanding huwen zij niet, noch worden zij ten huwelijk gegeven, maar zijn als de engelen van God in de Hemel” (Matt. 22:30 {KJV}), openbaren dat wij het oog hebben verloren op de ware instelling van het huwelijk. En aangezien God nog niet volledig de toestand van het toekomstig leven heeft bekend gemaakt, zijn wij, juist nu, niet in staat volledig zowel het huwelijk als de gezinsrelatie na de opstanding te bevatten. {3SC2: 7.2.3}

Bij de gelegenheid van de Farizeeen die Christus ondervroegen, overeenkomstige hun typische gewoonte, voor wat betreft de heilige instelling van het huwelijk, “verwees Jezus de toehoorders terug naar de (…) instelling zoals die bepaald was bij de schepping (…) Hij verwees hun naar de gezegende dagen van Eden, toen God alle dingen ’zeer goed’ verklaarde. Het huwelijk en de Sabbat, de tweeling instellingen voor de heerlijkheid van God ter voordele van de mensheid. Toen, zoals de Heer de handen van het heilig paar samen voegde in het huwelijk, zeggende: ‘Een man zal zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aanklampen; en zij zullen een zijn,’ [Gen. 2:24 {KJV}], sprak Hij de wet van het huwelijk duidelijk uit voor al de kinderen van Adam tot het einde der tijd. Dat wat de eeuwige Vader in Eigen Persoon goed verklaard had, was de wet van de hoogste zegen en ontwikkeling voor de mens.” —  “Mount of Blessing,” pp. 99, 100 {“Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. … ”}. Bovendien, toont het feit dat een leerstelling die huwelijken verbiedt een leerstelling van duivels is (1 Tim. 4:1-3), niet alleen aan dat het huwelijk een eeuwige instelling is, maar ook dat in de tijd van het herstellen van allen dingen, het van grote betekenis is, want als het niet zo was, dan zouden de duivels geen moment verspillen om het aan te vallen.   {3SC2:7.2.4}

Maar, “vanaf de aanvang van de grote strijd, was het Satan’s” “weloverwogen poging om de instelling van het huwelijk te verderven, om de verplichtingen ervan te verzwakken, en de heiligheid ervan te verminderen; want op geen zekere manier zou hij het beeld van God in de mens kunnen uitwissen, en de weg van ellende en misdaad kunnen openen.” – “Patriarchs and Prophets,” p. 338. {Patriarchen en Profeten,” blz. …}. {3SC2: 7.2.5}

“Het huwelijk was volgens Gods voorschrift, het was een van de eerste instellingen die Hij vaststelde. Hij gaf bijzondere richtlijnen betreffende deze verordening, en bekleedde het met heiligheid en schoonheid; maar de richtlijnen werden vergeten, en het huwelijk werd verdorven, en werd ten dienste gesteld van hartstocht. Een soortgelijke  toestand van dingen bestaat nu.” – Iedem., p. 101. {Patriarchen en Profeten,” blz. …}. {3SC2: 7.2.6}

“Gelijk ieder andere goede geschenken van God die werden toevertrouwd om de mensheid in stand te houden, werd het huwelijk verdorven door de zonde, maar het is de bedoeling van het evangelie om de zuiverheid en schoonheid ervan te herstellen. – “Mount of Blessings,” p. 100. {3SC2: 8.1.1}

Inspiratie zegt verder: “En hij antwoorde en zei tot hen: Elia komt zeker eerst, en herstelt alle dingen.” (Mar. 9:12. {KJV}.) in de tijd van het einde zal elke hemelse instelling worden hersteld.” – “Prophets and Kings,” p. 678. {“Profeten en Koningen,” blz. …} {3SC2: 8.1.2}

De vooraf gaande passage maakt ten minste drie hoofdfeiten duidelijk; namelijk:  {3SC2: 8.1.3}

  1. Dat de eerste instelling die God op aarde bevolen en vastgesteld had, die van het huwelijk was; en dat de tweede die van de Sabbat was. {3SC2: 8.1.4}
  2. Dat het de bedoeling van God was dat beide van deze instellingen intact zouden blijven, maar dat Satan ze beiden heeft verdorven, totdat zij vandaag slechts weinig van hun oorspronkelijke zuiverheid behouden hebben. {3SC2: 8.1.5}
  3. Dat daardoor, in de tijd van het einde, God de profeet Elia zal zenden om niet alleen deze twee, maar ook alle overige ontheiligde, hemelse instellingen te herstellen. {3SC2: 8.1.6}

Vandaar, aangezien alle dingen moeten worden hersteld, en aangezien Elia hun herstel moet uitwerken, volgt daaruit, zoals de gemeenschappelijke instellingen van de het huwelijk en de Sabbat de eerste waren om te worden ingesteld, en de eerste om te worden verdorven en verlaagd, moeten zij, daarom, de eersten zijn om te worden hersteld{3SC2: 8.1.7}

Bovendien, aangezien er geen waarheid is waar er geen type is, de uitwerking van hemelse ontwerp, in bepaling en bevestiging, op vrijdag, de zesde dag van de schepping, de instelling van het huwelijk, en op de zevende dag, de Sabbat, wordt aldus type gegeven aan deze instellingen in zowel hun herbevestiging als in hun herstel in de heiligheid en schoonheid van hun eerst status. En daar wij de Sabbat op de zevende dag van de week moeten onderhouden, behoren wij gelijkerwijs het huwelijk op vrijdag te voltrekken, de zesde dag van de week. {3SC2: 8.1.8}

Voorts, aangezien God voorzag dat in de afsluitingsuren van genade, de volgorde van gebeurtenissen bijzonder abnormaal en onnatuurlijk zouden zijn, heeft Hij op genadevolle wijze ons aldus vooraf gewaarschuwd in de volgende bekende verklaringen: {3SC2: 8.1.9}

“Laat mij u vertellen dat de Heer in dit laatste werk heel veel anders zal werken dan op de normale wijze, en op een manier die tegengesteld is aan welke menselijk plan dan ook.” – “Testimonies to Ministers,” p. 300. {“Getuigenissen aan Predikanten.”}  Vandaar,  dat men, bij degene die in de geest, en de kracht van Elia komt, fouten zal vinden en zeggen: “’U bent te ernstig, u legt de Schriften niet op de juiste manier uit. Laat mij u vertellen hoe u uw boodschap moet leren.’” – Idem., pp. 475, 376. {3SC2: 8.1.10} 

Niettemin, zijn wij, als vertegenwoordigers van de Elia boodschap, geroepen om voor te gaan in voorschrift en voorbeeld in het herstellen van alle dingen, in het bijzonder het huwelijk en de Sabbat instellingen, want de ene vertegenwoordigt het gezin, en de andere het gedenkteken van de schepping ervan. Daarom, moeten wij, voordat “wij voortgaan om de Sabbat vollediger te verkondigen,” eerst het huwelijk verhogen, de eerste instelling, vanuit de verachtelijke diepten waarin Satan het geworpen heeft. {3SC2: 8.1.11}

Dan, zullen de vele vrienden van “De Herdersstaf,” zich goed herinneren hoe, vanaf het prille begin dat hemelse leiding, zo vreemd voor menselijk plannen, de vooruitgang van de verzegelingsboodschap gevormd en gekarakteriseerd heeft, en zullen opnieuw zeer verbaasd staan en verheugd zijn om de vaak vervulde voorzeggingen te zien die steeds meer bewijs zullen leveren aan de waarheid van de boodschap, door opnieuw zichzelf te vervullen met opmerkelijke stiptheid en nauwkeurigheid, deze keer in een gebeurtenis, in de eenmalige ongeplande aanblik waarvan “de wijze mens” meer dan louter toevallige omstandigheid “zal zien.” {3SC2: 8.2.1}

Precies bij de afsluiting van het zevende jaar van de verzegelingsboodschap, en, zoals bij onze vader Adam, op vrijdag, de zesde dag van de week, 1 januari, de uitwerking van doel en ontwerp van Voorzienigheid, type en anti-type herstellend, verenigden zich in het huwelijk Broeder V.T. Houteff en Mevrouw Florece Hermanson, die verbonden was geweest met de boodschap van Tegenwoordige Waarheid vanaf haar begin, en die, gedurende de afgelopen drie jaar, in actieve dienst voor de zaak is geweest. De plechtigheid, voltrokken door Oudste E.T. Wilson,  was eenvoudig, ernstig, en onvergetelijk, prachtig passend bij de aangelegenheid. Het was verder het eerste huwelijk op Mt. Carmel, het tehuis van de Elia boodschap, die nu in werking is om “iedere hemelse instelling” te herstellen. {3SC2: 8.2.2}

“En nu, aan deze twee getrouwen, die, vanaf de aanvang van de verzegelingsboodschap, zo onvermoeibaar in het belang van Gods volk hebben gearbeid, wenst de Symbolic Code Gods zegen toe op hun reis samen naar ons lang onbewoonde en verlaten tehuis in Eden.” M. J. B. {3SC2: 8.2.3}

Nadat de instellingen van het huwelijk en de Sabbat voor Adam en Eva waren bepaald, “zegende God hen, en God zei tot hen: Wees vruchtbaar, en vermenigvuldig u, en bevolk de aarde, en onderwerp haar; en heb heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over alle kruipend gedierte dat zich over de aarde beweegt.”  {3SC2: 8.2.4}

“En de Here God plantte een hof ten oosten, in Eden; en daar plaatste Hij de mens, die Hij geformeerd had. En uit de grond liet de Here God iedere boom groeien die plezierig is om te zien, en goed voor voedsel; ook de boom des levens in het midden van de hof, en de boom van kennis van goed en kwaad. En een rivier ging voort uit Eden om de hof van water te voorzien; en van daaruit werd het verdeeld, en werd in vier hoofdrichtingen.” (Gen. 2:8, 10 {KJV}.) {3SC2: 8.2.5}

“God bereidde een prachtige tuin voor Adam en Eva. Hij voorzag voor hen in alles wat hun behoeften vereisten. Hij plantte voor hen vruchtdragende bomen van elke variatie. Met een gulle hand omringde Hij hen met Zijn overvloedigheden. De bomen voor bruikbaarheid en schoonheid, en de mooie bloemen, die spontaan uitsproten, en in rijke overvloed om hen heen bloeiden, moesten niets weten van verval. Adam en Eva waren inderdaad rijk. Zij bezaten Eden. Adam was heer in zijn mooie domein. Niemand kan het feit in twijfel trekken dat rijk was. Maar God wist dat Adam niet gelukkig kon zijn tenzij hij werk had. Daarom gaf Hij hem iets om te doen; hij moest de hof aankleden.” – “Fundamentals of Christian Education,” p. 38. {3SC2: 8.2.6}

Aldus, in de volgorde van gebeurtenissen, is het zelfs nu. God geeft Mt. Carmel en haar inwoners een voorsmaak van het prachtige Eden. Moeder Natuur, in gehoorzaamheid aan Gods wetten, is, zo vroeg als in het midden van februari, begonnen om veld, grasperk en bosbodem te strelen met haar voorjaars vormen, door haar wonderlijke aanraking, kleurrijke veldbloesems, tere eiken- en essenbladeren, en delicate, heerlijke geurende bloesems van wilde pruimen. Op gelijke wijze zijn de inwoners van Mt. Carmel ook aan het werk gegaan om hun deel te doen door een rozentuin en een broeikast, aan te leggen, door de bomen op te richten, en door het planten van een vroege lentetuin, een wijngaard van verschillende variaties,  en een fruitgaarde van ongeveer negenhonderd bomen, zodat zij al hun vrienden, niet alleen met manna van de Hemel, kunnen zegenen, “voedsel op z’n tijd,” maar ook met het fruit van de aarde, zoals peren, perziken, appels, vijgen, moerbeien, en dadelpruimen, en met een drank van de vrucht van de wijnstok. Voorts, zoals “een rivier voortkwam van Eden om de hof van water te voorzien,” zo heeft Mt. Carmel ook nu de kans om dorstige zielen tevreden te stellen met goed stromend water. Aldus, door het geloof, hebben wij een voorsmaak van het prachtige Eden.  {3SC2: 9.1.1}