De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Leg Niet Opnieuw het Fundament van Berouw

Aan allen die ontevreden zijn met hun tegenwoordige geestelijke toestand, en zo doende niet langer “lauw” zijn, komt deze hemelse uitdaging: “Daarom het principe van de leer van Christus achterlatend [of zoals de kantlijn vertaling zegt: “Het woord van het begin van Christus ” – de eerste grondbeginselen], Laat ons voortgaan tot volmaaktheid; Niet het fundament van berouw van dode werken opnieuw leggend, en van geloof in God.” Heb. 6:1 {KJV} {9 SC.1-12:7.1.7}

Vergewis u ervan dat voortgaan tot volmaaktheid  echt is, niet denkbeeldig. Glijd niet terug in Laodiceisme. Deze dringende noodzaak aan ons gericht als boodschap dragers kan niet te veel worden benadrukt. {9 SC.1-12:7.1.8}

Laten wij, als een Davidiaanse groep, in gedachten houden dat wij geroepen zijn tot het verheven ambt van conservators {bewaarders} van het evangelie, herstellers van de oude paden, repareerders van de bres {breuk in de muur}. Wij zijn geroepen als de eersten van de “eerste vruchten” van Laodicea, en dat wij zullen dienen als “verlossers” {“redders”} naar en van Laodicea (Obadja 17, 21). Vandaar, klaarblijkelijk, dat voordat wij onze broeders en zusters van de noodlottige, schadelijke ziekte van Laodiceisme kunnen redden, wij eerst onszelf daarvan moeten redden. En om dit te kunnen doen, moeten wij nu en voor altijd stoppen met het bestrijden van symptomen, en in plaats daarvan de oorzaak aanpakken; stoppen onszelf eerst voor dit, dan voor dat te doseren, maar daarvoor in de plaats op de juiste en afdoende wijze de hoofdmedicijn toedienen, totdat een volledig herstel is bewerkstelligd. {9 SC.1-12:7.2.6}

Daarmee in overeenstemming, is hij die het waarlijk meent om deel uit te maken van, en geschikt bevonden te worden voor het snel naderende Koninkrijk van God, bezig de hemelse grondbeginselen en wetten van de wetenschap van verlossing,  volhardend te onderzoekend en toe te passen. Hij legt beslag op de kracht die tot alles in staat stelt van Goddelijke genade om alles te kunnen doen waar de Waarheid hem toe opdraagt, zaken die om voorrang vragen als eerste, en alle dingen “keurig op orde” (1 Kor. 14:40), niet alles afjassend wanneer de tijd dringt. {9 SC.1-12:8.1.1}

Het is dit roekeloos, onverschillig, sporadisch, doelloos, onregelmatig soort van pogen om “de grondbeginselen van de leer van Christus” na te leven, dat door de jaren heen geresulteerd heeft in het steeds weer opnieuw leggen van “het fundament van berouw van dode werken.” Terwijl wij onszelf vol van ijver wanen “overeenkomstig de kennis,” zijn wij allen, als Zevende-dags Adventisten, steeds lauwer geworden, wegzakkend in een eentonige, voorgeprogrammeerde opvoering van de waarheid, wat onvermijdelijk moet maken dat allen die daarin volharden zullen worden uitgespuwd. {9 SC.1-12:8.1.2}

De Davidiaan die vastberaden is om te ontkomen aan dit vreselijk einde, en die daarom de kuur toepast tegen Laodiceisme, verandert dienovereenkomstig zijn vroegere denkmethode, hij is voortdurend op strenge wijze zichzelf aan het disciplineren, dag in dag uit. Hij heeft “regelmatige uren van opstaan, van bidden, en voor te eten” (“Testimonies, Vol. 5, p. 181; “Getuigenissen, Deel 5, blz …..) inderdaad, hij bewaakt jaloers zijn uren van gebed, Bijbelstudie, en zelfonderzoek. (Zie “Gospel Workers,” p. 100.) Hij staat op tijd op, eet op tijd, gaat op tijd aan het werk, gaat op tijd naar bed, en bovenal is hij altijd op tijd, nooit laat, voor kerkdiensten. Hij is een Christen die zich aan de tijd houdt; en niet slechts een voorbeeld van nauwgezetheid, maar ook een voorbeeld van eerlijkheid in alles. {9 SC.1-12:8.1.3}

Zes dagen verricht hij arbeid en doet al zijn werk. Hij is even zorgzaam om zijn huis op orden te hebben als zichzelf. Hij heeft een plek voor alles en houdt alles op z’n plaats, en bestiert zijn huis naar Bijbelse richtlijnen. {9 SC.1-12:8.1.4}

Al deze dingen doet een Christen die op het Koninkrijk gericht is, dag in en dag uit. Om te voorkomen dat hij bijna, maar niet geheel een ware Christen is, past hij vooraleerst, op meest gebiedende wijze, de gouden regel toe. Hij heeft, klagen, kritiek leveren, kwaadspreken, en roddelen achterwege gelaten, en is door de genade van alles verdragende genade, nooit falende liefde {hulpvaardigheid}, een vredestichter geworden. {9 SC.1-12:8.1.5}

Om zo’n man of vrouw te zijn, een “in elk opzicht” Christen, een ware Davidiaan, betekent op opmerkelijke en volstrekte wijze gehoorzaam zijn aan de hemelse inzicht, even opmerkelijk als Abraham, Jozef, Daniël, en Paulus dat waren. Wanneer de kerk de staat van een dergelijke volmaaktheid heeft bereikt, “zal dan de Assyriër ten val komen met het zwaard, niet van een held; en niet het zwaard van een gemene man zal hem verteren; maar hij zal wegvlucht van het zwaard, en zijn jonge mannen zullen in verlegenheid gebracht worden. En hij zal overgaan naar de vesting uit angst, en zijn vorsten zullen bevreesd zijn voor de banier {vlag of vaandel}, zegt de Here, Wiens vuur in Sion is, en Zijn oven in Jeruzalem.” Jes. 31:8 , 9 {KJV}. {9 SC.1-12:8.2.1}

“En daar zal een hoofdweg zijn voor het overblijfsel van Zijn volk, die zal zijn overgebleven, van Assyriër; zoals het voor Israël was in de dag dat hij uit het land Egypte kwam.” Jes. 11:16 {KJV}. (Zie onze Traktaat Nr. 14, “Oorlog Nieuws Voorzegging”) {9 SC.1-12:8.2.2}

Want Ik zal u,” zegt de Here, “te midden van de heidenen weghalen, en u uit alle landen verzamelen, en zal u naar uw eigen land brengen. Dan zal Ik rein water over u sprenkelen, en u zult rein zijn: van al uw vuilheid, en van al uw afgoden, zal Ik u reinigen (…) en Ik zal Mijn geest in u leggen, en maken dat u in Mijn inzettingen wandelt, en u zult Mijn verordeningen onderhouden, en ze doen. En gij zult in het land wonen dat Ik aan uw vaderen gegeven heb; en gij zult Mijn volk zijn, en Ik zal uw God zijn.” Ez. 36:24, 25, 27, 28. {9 SC.1-12:8.2.3}

Laat ons daarom die blijde dag verhaasten, op iedere manier die wij kunnen, door geen enkel moment te verspillen van de kostbare tijd waaruit het leven bestaat. Laten wij ons christelijk leven afstemmen op de zeer toegenomen tempo waar de hedendaagse activiteiten om vragen. {9 SC.1-12:8.2.4}

Dat “de laatste bewegingen snelle zullen zijn” gezien mag worden in onze geestelijke vooruitgang, even zeer als in de sociale en politieke bewegingen die dagelijks de wereld, met adembenemende snelheid en verreikende gevolgen, in slaap sussen. {9 SC.1-12:8.2.5}

Wij kunnen het ons op dit late uur, niet veroorloven, indien wij dat ooit tevoren konden, toe te staan dat de ontwikkelingen van één dag ons “onopgemerkt” overvallen. {9 SC.1-12:8.2.6}