De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Is Onderwijs Schadelijk?

Vraag Nr. 108:

Wat is er verkeerd aan onderwijs{scholing}? Waarom produceert het zoveel mislukkelingen? Neem ik niet een gevaarlijke risico door mijn kinderen naar school te zenden? {ABN5: 5.1}

Antwoord:

Het probleem ligt niet aan het onderwijs zelf, maar eerder aan het soort onderwijs dat men ontvangt. Ja, er zijn twee soorten onderwijs — het menselijke en het Goddelijke, het natuurlijke en het geestelijke, het verkeerde en het juiste. Daar de mens geboren is met het verlangen om het natuurlijke lief te hebben en het geestelijke te haten, dan wordt vanzelfsprekend de menselijke werkwijze van onderwijs in hoge mate beoefend, en de Goddelijke werkwijze in grote mate, indien niet volkomen, verwaarloosd. Dit is dus de oorzaak van “zoveel mislukkelingen.” {ABN5: 5.2}

Het is een erkend feit dat het eerstgenoemde in feite is berekend om de leerling te trainen, niet om te produceren, maar om te consumeren — om inhalig en zelfzuchtig te zijn; terwijl het laatstgenoemde is bedoeld om de leerling te trainen om meer te produceren dan wat hij consumeert — om weldadig en onzelfzuchtig te zijn, te leven voor anderen, niet voor zichzelf. {ABN5: 5.3}

Men moet zich ook nog realiseren dat zelfs indien de scholen het juiste soort training zouden geven, dan zou het worden tegengewerkt door ouders die hun kinderen toestaan om hun tijd te verspillen, in plaats van hen te leren hoe zij iemands lasten kunnen verlichten en de kost kunnen verdienen. Als er dus geen wederzijdse samenwerking is tussen de school en het thuisleven, dan zouden de kinderen, ondanks dat er zelfs een goed onderwijssysteem aanwezig is in de school, niettemin worden getraind om een last te worden voor zichzelf, een blok aan het been voor hun ouders, en een nadeel voor de wereld. {ABN5: 5.4}

In plaats van hun schoolperiode tot een voorbereiding op het leven te maken, maken de meeste studenten het tot een vakantie van het leven. Wanneer dan de dag van het afstuderen aanbreekt, hebben zij daardoor geen idee van wat zij daarna zouden moeten doen! En zelfs wanneer zij wel “een beroep in gedachte hebben, hebben zij vaak jaren nodig om de fundamentele werkgewoonten te verkrijgen op hun terrein.” {ABN5: 6.1}

Het is een onderzocht feit dat gedurende hun schoolperiode, de studenten ervan houden om te parasiteren, iets wat een ondeugd is geworden. En hoe langer zij naar school gaan, hoe sterker deze zelfzuchtige gewoonte lijkt te worden. En dit is de reden waarom “werkgevers niet langer,” verklaart Dr. Henry C. Link, de psycholoog, “met elkaar strijden in hun haast om afgestudeerden van de universiteit aan te nemen. Bovendien worden zij, bij het samenstellen van hun selectie, vaak meer beïnvloed door de buitenschoolse activiteiten van de student en zijn verworvenheden bij het omgaan met zijn medestudenten, dan door zijn succes bij zijn profesoren.” {ABN5: 6.2}

Wat de tegenwoordige generatie het meest moet leren op school is om op te houden te parasiteren en te beginnen met te produceren, juist datgene waar zij in toenemende mate tegen opzien. Kinderen zouden moeten worden geleerd dat de enige manier waarop men per slot van rekening het leven waard kan zijn, is door voornamelijk een producent te zijn, iemand die meer produceert dan dat hij consumeert {verbruikt}, en om bekommerd te zijn, niet om te krijgen, maar om te geven, en om zich te realiseren dat zulk een onzelfzuchtige, weldadige gewoonte juist de poort is tot succes en geluk. {ABN5: 6.3}

Het gebeurde tegen de tijd dat Abraham zijn oprechte, edelmoedige en vriendelijke gastvrijheid ten toon spreidde door de drie vreemdelingen hartelijk uit te nodigen en daarna krachtig te overreden om even hun doorreis te onderbreken om te rusten en een maaltijd te nuttigen, dat de belofte van een zoon, die hem jaren tevoren werd gegeven, een werkelijkheid werd. En het getrouwe dwingen van Lot bij twee van deze zelfde vreemdelingen om hun doorreis te onderbreken en in zijn huis te overnachten, verloste hem van de vurige vernietiging van Sodom. {ABN5: 7.1}

Laat ons niet vergeten dat de belichaming van deze Goddelijke beginselen de eerste stap is tot iemands bekering tot de godsdienst van Christus. Het over het hoofd zien van deze noodzakelijke vereisten terwijl men poogt een Christen in alle opzichten te worden, is niet minder absurd dan het uitnodigen van een predikant om een huwelijksceremonie te voltrekken zonder een gewillige partner te hebben om mee te trouwen. {ABN5: 7.2}

Over het onderwerp van persoonlijkheid schrijft Dr. Link: “Een gemoed is niet aangeboren, het wordt verkregen door training. Een persoonlijkheid wordt niet aangeboren, het wordt ontwikkeld door oefening. Maar wij hebben geen bibliotheek van wetenschappelijke boeken over het laatstgenoemde. Het grootste en meest geloofwaardige leerboek over persoonlijkheid is nog steeds de Bijbel, en de ontdekkingen die psychologen hebben gedaan zijn geneigd de systematisering van persoonlijkheid die daar wordt gevonden eerder te bevestigen dan tegen te spreken. Psychologie verschilt in dit belangrijk opzicht van alle andere wetenschappen. Terwijl de andere wetenschappen ons hebben geleerd dat onze vorige ideeën en geloofsovertuigingen over de natuur verkeerd waren, bewijst de psychologie dat vele van de vroegere ideeën en voorschriften over het ontwikkelen van een goed karakter en persoonlijkheid het juist hadden. {ABN5: 7.3}

“De hoofdgedachte die door alle elementen en gewoonten van persoonlijkheid die bij dit onderzoek zijn inbegrepen heen loopt, is deze: Het kind ontwikkelt een goede persoonlijkheid of ten minste de fundamenten van zulk een persoonlijkheid, door vele dingen te doen die hij van nature niet doet, en vele dingen waarvan hij feitelijk een afkeer heeft. Eten met mes en vork kan voor hem na verloop van tijd een vanzelfsprekendheid en zelfs plezierig worden, maar pas wanneer zijn ouders vier tot acht jaren van zware inspanning hebben verricht om hem ertoe te brengen om ze op de juiste wijze te gebruiken. Natuurlijk verschillen kinderen in geaardheid en overerving; maar ongeacht hoe goed zij ook zijn, moeten de basisgewoonten door een proces van discipline ingeprent worden. Met het oog op de onvermijdelijke wrevel tegen discipline die kinderen ontwikkelen en hun traagheid in het verwerven van vele wenselijke gewoonten, moet iedere beschikbare invloed, druk, of middel, welke hun verwerving van deze gewoonten zal verhaasten, aangewend worden. De meeste ouders hebben iedere bron van hulp en ondersteuning nodig die beschikbaar is bij dit proces.”—The Return to Religion{De Terugkeer naar Godsdienst}. {ABN5: 8.1}

Noodzakelijkerwijs moet men, ten einde waarlijk succes te boeken in het leven, een overwicht verkrijgen in vaardigheden, een grotere bekwaamheid verkrijgen in een paar, en duidelijk verheven bekwaamheid verkrijgen in één; en ook een hunkerend verlangen om eerst anderen te behagen en te zegenen, en alleen in de tweede plaats zichzelf tevreden te stellen. God heeft de wereld zo liefgehad, dat Hij Zijn enige Zoon gaf. De mens behoort daarom ook vrijgevig te zijn in die mate dat ook zij hun tijd en energie vrijelijk besteden aan het behartigen van de belangen van anderen. Een Verwijzing(en) [sluiten]        [2:4] 1 Kor 10:24; 13:5.

ieder zie niet op het zijne, maar een ieder zie ook op hetgeen der anderen is.” Fil. 2:4. Bij zulk een gelukkige handelwijze zullen zij zichzelf meer van nut zijn dan anderen. “Maar Verwijzing(en) [sluiten][6:33] 1 Kon 3:13. Ps 37:25; 55:23.zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.” Hij die de werking van deze Goddelijke wet ten volle begrijpt, en het zonder aarzelen gehoorzaamt, is de enige die ware succes maakt van het leven. En het feit dat zij die het belang van hun werkgever het voornaamste belang maken in hun leven, de enigen zijn die promotie ontvangen en die hoge en verantwoordelijke posities verkrijgen, toont aan dat deze Goddelijke wet zelfs werkt onder niet-Christenen. {ABN5: 9.1}

De vooruitgaande student moet de theorieën op de proef stellen naar gelang hij voortgaat en voordat hij nieuwe theorieën aanleert. Dat wil zeggen: In plaats van zich alleen maar te voegen bij het navolgen van de kennis, moet hij de kennis die hij heeft verworven toepassen om een bestaan te kunnen leiden. Bovendien, hoe langer iemand beschermd wordt van de werkelijkheden van een werkend leven, hoe minder bekwaam hij wordt om hen tegemoet te treden wanneer hij met de noodzaak daarvan wordt geconfronteerd. Zulk een onderwijs kan alleen maar tot mislukkelingen leiden — sociale parasieten. Maar het ware onderwijs “bereidt de student voor op de vreugde van dienstbaarheid in deze wereld, en op de hogere vreugde van een uitgebreidere dienstbaarheid in de toekomende wereld.” — Education, p. 13 {Karaktervorming, blz. 13}. {ABN5: 9.2}

Vandaar dat ouders die hun kinderen zouden willen helpen om het leven succesvol en de moeite waard te maken, het niet zouden moeten nalaten om de jeugd alzo te trainen. Dan zullen zij duidelijk inzien dat het juiste soort onderwijs niet alleen iets prettigs is, maar dat het alles is wat bijdraagt tot het ontwikkelen van een goed karakter. Niemand kan het zich veroorloven om hun kinderen zonder dit onvervangbare onderwijs achter te laten. Als uw kinderen dus een dergelijke training niet op school ontvangen, dan zouden zij het onvermijdelijk thuis moeten ontvangen. {ABN5: 10.1}

En bij het opnemen van deze verantwoordelijkheid zouden ouders altijd in gedachten moeten houden dat mensen van nature geboren parasieten zijn. Een zuigeling doet niets om zichzelf te behelpen. Alles wat nodig is voor het bestaan ervan wordt gedaan door anderen. En de enige manier om een kind volledig van deze naar binnen gekeerde gewoonten af te helpen, is door zo vroeg mogelijk te beginnen hem te leren hoe zichzelf te behelpen, totdat hij uiteindelijk over al zijn behoeften de baas is geworden. Zodra een vogel uit zijn nest is, leren de ouders het hoe te vliegen en zijn eigen bestaan te leiden. Ouders die verzuimen om aldus hun kinderen te trainen, zijn minder verstandig dan de stomme dieren, en zeer zeker de ergste vijanden van hun kinderen. {ABN5: 10.2}

Een zekere vader faalde erin, zoals Eli de priester van het vroegere Israel dat deed, om deze verantwoordelijkheid op zich te nemen en had daardoor grote moeilijkheden met zijn zeventienjarige zoon. Aan Dr. Link vertrouwde hij zijn situatie toe: {ABN5: 11.1}

“Ik geloof dat mijn zoon goed van verstand is, maar gedurende de laatste paar jaren is zijn werk op school in toenemende mate slecht geworden. Dit semester faalde hij in drie vakken. Maar wat mij zelfs meer zorgen baart dan zijn schoolwerk, is zijn algemene houding ten opzichte van het leven. Hij schijnt te denken dat de wereld en in het bijzonder zijn ouders het hem verschuldigd zijn om in zijn levensonderhoud te voorzien. Het is zo dat wij leven in een welgestelde gemeenschap. Velen van de gezinnen zijn rijker dan wij, en hoewel ik zeer liberaal ben geweest met mijn zoon, door hem een ruime zakgeld en goede kleding te geven, hem het gezinsauto te laten rijden, enz., is hij verre van tevreden. Nu wil hij zijn eigen auto, en blijft hij spreken over de vele jongens in de stad die hun eigen auto hebben. {ABN5: 11.2}

“Wanneer ik hem vraag om te zorgen voor de oven of de laan, of om enige andere werkzaamheden te verrichten, vertelt hij mij dat de andere jongens dit soort dingen niet hoeven te doen. Hoewel ik hem soms wel zover krijg om een taak uit te voeren, kan ik er nooit op rekenen dat hij het op de juiste wijze uitvoert. Hij heeft geen gevoel voor verantwoordelijkheid of verplichting, maar hij acht zijn familie verantwoordelijk voor het mogelijk maken van alles wat hij wil doen. In feite is zijn hoofddoel in het leven om plezier te hebben, en zijn idee van een leuke tijd hebben, voor zover ik dat kan beoordelen, houdt in te doen wat hij wil, wanneer hij dat wil, ongeacht wat iemand anders daarvan vindt. Ik ben vreselijk bezorgd dat hij een karakter aan het ontwikkelen is dat hem ongeschikt zal maken voor de wereld; net zoals het hem reeds ongeschikt heeft gemaakt voor zijn studies.” {ABN5: 11.3}

Er zijn duizenden van dergelijke ongelukkigen van verschillende leeftijden, wiens falen in het leven terug te vinden is bij hun ouders. Door in het geheel teveel te doen voor hun kinderen, beroven zij hen van de gelegenheid om gewoonten van zelfvoorziening te verkrijgen. In plaats daarvan hebben zij het denkbeeld gekregen dat of hun eigen of andermans ouders het hen verschuldigd zijn om hen van levensonderhoud, een opleiding te voorzien, en van weelde, die zij ernstig als een noodzakelijkheid achten. {ABN5: 12.1}

Hoewel materiële voordelen eraan meewerken om iemands leven te vergemakkelijken, verzwakken zij zijn karakter. Het onbeteugelde verlangen van de ouders om aan hun kinderen goed te doen, plus de middelen om dat te doen, brengen aan hen onherstelbare schade toe. En aldus worden de zonden van de dwaasheid van de vader en zijn onverstandig geleide voorspoed bezocht aan de kinderen. In dit verband wordt steeds meer de waarheid gezien in de Goddelijke terechtwijzing: “Zie, dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: in trots, overdaad en zorgeloze rust leefde zij met haar dochters zonder de ellendige en de arme te ondersteunen.” Ezech. 16:49. {ABN5: 12.2}

Het is een welbekend feit dat de meest geleerde mensen over het algemeen het meest aarzelend zijn om het evangelie van Christus aan te nemen, en dat zij zich onder de laatsten bevinden die gelijke tred houden met de Waarheid. In dit verband is meer dan in enig ander het spreekwoord van toepassing: “Zalig, gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.” Lukas 6:20. {ABN5: 12.3}

Ouders kunnen hun kinderen alleen maar van het verlangen afhelpen om in het bezit te geraken van rijkdommen die door anderen zijn verdiend, als zij zeer vroeg in het leven van het kind beginnen met het ontwortelen van zijn naar binnen gekeerde gewoonten en daarvoor in de plaats naar buiten gerichte gewoonten inprenten. In de strijd voor karakter, persoonlijkheid en bruikbaarheid, hebben de kinderen van arme ouders het voordeel over die van rijke ouders. {ABN5: 13.1}

 De meest eerbare en meest belangrijke mannen en vrouwen van de wereld, die de wereld iets waardevols hebben nagelaten, kwamen uit arme gezinnen. Als voorbeeld zullen wij de lezer slechts een paar van zulke persoonlijkheden ter herinnering brengen:  {ABN5: 13.2}

Jack London’s kinderjaren was bestempeld door armoede en ontberingen, en toch werd hij, geobsedeerd door een gedreven ambitie om een grote schrijver te worden, de beroemde schrijver van eenenvijftig boeken, evenals van ontelbare verhalen. Zijn jaarlijks inkomen werd tweemaal zoveel als die van de president van de Verenigde Staten. {ABN5: 13.3}

En Helen Jepson, die eens zo arm was dat ze geen muzieklessen kon nemen, werd een van onze grootste zangers. {ABN5: 13.4}

Andrew Carnegie begon te werken voor twee cent per uur, en hij verwierf vierhonderd miljoen dollars. {ABN5: 13.5}

De laatst overleden John D. Rockefeller, die waarschijnlijk het grootste fortuin in de gehele geschiedenis heeft vergaard, begon in het leven met het schoffelen van aardappelen onder de kokendhete zon voor vier cent per uur. {ABN5: 14.1}

Thomas A. Edison, die de meest bekwame burger van de wereld wordt genoemd, begon zijn carrière als een krantenjongen op de Grand Trunk Railway. Zijn eerste laboratorium werd opgericht in een compartiment van een bagagewagen. {ABN5: 14.2}

Benjamin Franklin was een man die zich op haast ieder terrein van inspanning onderscheidde. Uitvinder, wetenschapper, schrijver, staatsman, filosoof, drukker, diplomaat, humorist – voorzeker zijn er weinig andere mensen die zich aan zoveel carrières gewaagd en ze zo succesvol uitgewerkt hebben. Toch was hij geboren in een arm gezin van een kaarsenmaker, en had hij geen bijzondere voordelen als kind. {ABN5: 14.3}

Luther Burbank, die genoemd wordt de “Plantentovenaar,” was niet in staat verder te gaan op school dan het stadsacademie, en toen hij jong was begon hij te werken in een fabriek. {ABN5: 14.4}

Het leven en de geschiedenis van Dr. G.W. Carver brengt ook het feit sterk naar voren dat ten einde het karakter te vormen, een opleiding te verwerven, en een waar succes te maken van het leven, het noodzakelijk is dat men vanaf nul begint, zichzelf behelpt, en door de schooltijd heen zelf de kosten betaalt. {ABN5: 14.5}

Wij citeren uit een korte biografische beschrijving van deze grote wetenschapper, zoals het werd gepubliceerd in The Reader’s Digest, december 1942, net voor zijn dood: {ABN5: 14.6}

”Geboren in Missouri rond 1864, heeft Dr. Carver zijn vader en moeder nooit gekend—zij werden weggevoerd door slavendrijvers toen hij een zuigeling was. Een blanke plantage-eigenaar, Moses Carver, voedde het kind op, gaf hem zijn naam, en vanwege de slechte gezondheid van de jongen, liet hij hem vrouwenwerk doen: koken, kleren naaien en wassen. {ABN5: 15.1}

Maar er brandde een vreemd vuur{verlangen} in hem. Het enige boek dat hij zich kan herinneren dat er in het huis van de Carvers was, was Webster’s Speller. Hij leerde het uit het hoofd. Daar zij zelf door moeilijke tijden werden overvallen, waren de Carvers niet in staat om hem naar school te sturen. Hij ging uit zichzelf; hij sliep in schuren en hooischuren; werkte voor zijn voedsel bij welke baan dan ook dat hij tegenkwam, nam al de lessen die het een-kamer-grote schoolhuis te bieden had. “Het wassen van witte mensen kleding” zorgde ervoor dat hij zijn middelbare school kon betalen. {ABN5: 15.2}

Hij werd per schrift toegelaten tot de Universiteit van Iowa, alleen om te worden afgewezen toen hij daar aankwam, omdat hij een neger was. Als gevolg daarvan opende hij een kleine wasserette en had aan het eind van een jaar genoeg fondsen verworven om toelating te verkrijgen tot Simpson College te Incrianola, Iowa. Door de drie jaren heen op die school waste, boende hij en maakte hij schoon en ging door om vier jaren af te ronden van landbouwkundige studies te Iowa State College. Daar verwierf zijn bekwaamheid met grondsoorten en planten hem, bij de diploma-uitreiking, een plaats op de school.  {ABN5: 15.3}

Rond die tijd, in het centrum van Alabama, droomde Booker T. Washington—oprichter en voorzitter van Tuskegee Institute — van een economische onafhankelijkheid voor de negride boer. De droom had een man nodig. Washington koos voor de jonge Carver. {ABN5: 15.4}

Toen Carver te Tuskegee aankwam in 1896, scheen er maar weinig te zijn waarop hij kon werken en niets waarmee hij kon werken. Washington wilde een agrarische laboratorium; er was noch apparatuur noch geld aanwezig. Hij wilde een boerderijschool; de grond was armoedig. Hij wilde gras op het Tuskegee terrein; er was alleen maar zand. {ABN5: 15.5}

Vandaag de dag bevindt zich in een glazen kast in het museum het materiaal waarmee Carver zijn eerste laboratorium maakte. Ter verwarming verstelde hij een tweedehandse schuurlantaarn. Zijn mortier was een zware keukenmok; hij gebruikte een plat stuk ijzer als vijzel. Bekers {of buizen} werden gemaakt door de kop van oude flessen af te snijden, die werden gehaald uit het schoolafval. Hij veranderde een inktfles in een alcohollamp en maakte zijn eigen kous daarvoor. {ABN5: 16.1}

De grond op zijn 16 acres {ongeveer 6,48 hectare} grote “experimentele boerderij” was zanderig, geërodeerd en verarmd. Hij zond zijn leerlingen naar de zwampen en de bossen, bewapend met manden en emmers. Dagelijks brachten zij modder en droge bladeren, en zij bedekten de grond daarmee. Op die hectaren grond toonde hij aan dat het slechtste soort grond kan worden gemaakt om iets voort te brengen—niet een, maar twee oogsten van zoete aardappelen per jaar. Daar oogstte hij ook een van Alabama’s eerste baal-per-hectare oogstopbrengst van katoen. {ABN5: 16.2}

“Iedereen vertelde mij,” zegt hij, “dat het grond onvruchtbaar was. Maar het was het enige soort grond dat ik had. Het was niet onvruchtbaar. Het was alleen maar ongebruikt.” {ABN5: 16.3}

Hij vond andere functies ervoor. Van de meervoudig gekleurde klei van Macon County maakte hij aardewerk, inkt voor muurbehang, kleursel voor siercementstenen. Daar hij een verstokte vijand is van afval, maakte hij van maïs-, katoen-, en sorghumstengels isolatieplaten; hij produceerde papier van de takken van wistaria, zonnebloemen en de wilde hibiscus; weefde decoratieve tafelmatjes van zwampkattenstaart;  maakte tafellopers door heldere kleikleurstof als kleur te gebruiken, van voeder- en zaadzakken. {ABN5: 16.4}

Om zijn Groene Weiden Evangelie aan de boer te brengen veranderde hij een tweedehandse buggy in een mobiele agrarische school, beladen met bewijsstukken, leende een paard, en maakte regelmatig tochten over het platteland. Dit was de eerste der “mobiele scholen” die vandaag, behuisd in vrachtwagens en aanhangwagens, en ondersteund door de Afdeling Landbouwkunde van de VS, over geheel Alabama doortrekken. {ABN5: 16.5}

Toen groeide er in Macon County, zoals het meeste van het Zuiden, naast katoen weinig andere gewassen. Om het grond te sparen [p. 17] en het inkomen van de boerderij te vergroten, ondersteunde Carver het planten van zoete aardappelen en pinda. Vandaag de dag is de zoete aardappel een stempeldrager van de zuidelijke boerderij; en onze pindaboeren van het zuiden zullen dit jaar bijna $70,000,000 vergaren voor hun oogstopbrengst. Dr. Carver heeft meer dan welk ander persoon dan ook bijgedragen aan het verbreken van het katoenstempel van de zuidelijke landbouw. {ABN5: 16.6}

Tijdens zijn pionierswerk in Macon County, vond hij haast geen groentetuinen, weinig varkens, kippen of koeien. Pellagra-veroorzaakt door een ongebalanceerd dieet—was wijd verspreid. Daarom predikte hij over keukentuinen en werkte recepten uit die aantonen hoe men groenten kan bereiden en bewaren. Vandaag de dag is er, volgens het plaatselijke landbouwbureau, haast geen boerderij van een neger zonder een groentetuin, varkens, kippen, en tenminste één koe. De ziekte Pellagra is feitelijk verdwenen. {ABN5: 17.1}

Dr. Carver houdt standvastig aan dat de begin-waar-je-bent-formule overal zal werken. Enige jaren geleden sprak hij bij een Negride organisatie in Tulsa, Oklahoma. Om materiaal ter illustratie te verzamelen bracht hij een vroege morgen door te Sand Pipe Hill, dichtbij Tulsa. Hij kwam terug met 27 planten, die allemaal geneeskrachtige eigenschappen bevatten. {ABN5: 17.2}

“Toen,” zei hij, “ging ik naar Ferguson’s Drugstore en kocht zeven patente medicijnen die bepaalde elementen bevatten die in die planten worden gevonden. De medicijnen zijn per schip overgebracht vanuit New York. Zij zouden van Sand Pipe Hill vandaan moeten komen. ‘Waar er geen visioen{gezicht} is, komt het volk om.’” {ABN5: 17.3}

* * *

Hij werd genoemd – deze man wiens ouders negerslaven waren –“ de eerste en grootste chemurgist.” Er zijn miljoenen dollar zaken {bedrijven} opgericht, die geheel of gedeeltelijk voortvloeien uit zijn ontdekkingen –waarvan de grootste onder hen een $ 200,000,000 per jaar opbrengende pinda-industrie is. Zijn oogstopbrengst-pionierswerk brengt ieder jaar vele miljoenen op voor de zuidelijke boeren. {ABN5: 17.4}

Hij is overspoeld geweest met oorkondes. Thomas Edison nodigde hem uit om zich bij zijn personeel aan te sluiten voor $50,000 per jaar. Henry Ford heeft hem een laboratorium geschonken voor onderzoeken over voedsel in oorlogstijd.  Jongstleden in juni gaf “The Progressive Farmer” hem haar jaarlijkse prijsuitreiking voor “uitnemende dienstverlening tot de zuidelijke landbouw.” Het Theodore Roosevelt Medaille kwam hem tegemoet in 1939 als “een bevrijder van mensen zowel van de blanke als van de zwarte ras.” {ABN5: 18.1}

“Welk ander mens van onze tijd,” vroeg de New York Times, “heeft zoveel gedaan voor de landbouw in het Zuiden?” {ABN5: 18.2}

De wereld die aldus vraagt naar Dr. George Washington Carver, vindt hem nog steeds in het wetenschappelijke instituut waar hij 46 jaren lang heeft gewerkt: Macon County, Alabama, en het terrein van het Tuskegee Institute,  de befaamde negerschool. {ABN5: 18.3}

Het is zijn eigen filosofie dat hem daar houdt; hij gelooft dat er geen groenere weiden zijn die dichtbij zijn. Wetenschapshalve heeft hij die overtuiging gereduceerd tot een formule: “Begin waar je bent, met wat je hebt, maak daar iets van, wees nooit tevreden.” Nu hij bijna de 80 bereikt, laat hij die formule nog steeds voor zich werken. {ABN5: 18.4}

Hij gaf mij recentelijk een rondleiding door de George Washington Carver Museum te Tuskegee—gebouwd met zijn spaargeld om de resultaten van zijn dichtbijzijnde verkenningstochten en ontdekkingen te behuizen. Hij draagt nog steeds de bekende gehavende pet en de gerafelde grijze dikke trui. Zijn stem is zacht{zwak} en zijn schouders gebogen. Maar er zijn geen tekenen van zwakheid aan zijn verstand en geest. {ABN5: 18.5}

Op een kleine veld achter het museum wees hij naar een halve honderd stroken aan grenenhout planken, die aan de zon waren blootgesteld. Zij waren pas geverfd: helder blauw, geel, rood, groen getint. {ABN5: 18.6}

“De reden waarom de boeren hier hun huizen niet schilderen,” zei hij, “is niet dat zij lui of onverschillig zijn. Het komt doordat zij geen contant geld hebben om verf te kopen. De verf dat aan het verweren is op deze planken kost haast niets. De kleur komt van de kleilagen die vlak hier in Macon County zijn. De basis is gebruikte motorolie.” {ABN5: 18.7}

Deze inlandse verf, gemaakt en getest door Dr. Carver te Tuskegee, wordt nu gebruikt door de Tenessee Valley Authority bij een demonstratie van de plattelandse huisverfraaiing in 14 TVA locaties. {ABN5: 19.1}

Dr. Carver was de eerste en is nog steeds de grootste vertegenwoordiger voor het gebruik van de braakgelegen landerijen en afvalproducten van het Zuiden ten einde het dieet van de zuidelijke boerderijen te balanceren. Dit vereiste meer dan landbouwkundige kennis, dus leerde hij hoe een gespecialiseerde diëtist en kok te zijn. Zijn “43 Manieren om De Wilde Pruimen Oogstopbrengst te Redden” is een verzameling van door Carver geverifieerde recepten: marmelade, stroop, azijn, soep, kroketten. {ABN5: 19.2}

Zijn beroemde experimenten met de pinda leidde tot de productie van meer dan 300 bruikbare artikelen. Onder dezen worden nu op commerciële basis vervaardigd zijn pindakaas en pindabloem, naast verscheidene oliën en {kunst}mest. Wijdverspreid wordt gebruikt een pamflet voor de vrouw van de boer: “105 Manieren Hoe de Pinda te Bereiden voor Tafelgebruik,” inclusief recepten voor pindasoep, brood, pasteitjes, pasteikorst, doughnuts{soort oliebol}, kaas. Met zulk een wijdverspreid gebruik nam de pinda oogstopbrengst toe van 700 miljoen pond in 1921 tot 1400 miljoen in 1941. {ABN5: 19.3}

Afgelopen maart publiceerde Dr. Carver zijn eigen Victory Garden bulletin: “De Tuin van de Natuur voor Overwinning en Vrede.” De Voorpagina ervan citeert uit Genesis: “Zie, Ik heb u gegeven iedere kruid(…) het zal u tot spijze dienen.” Daarin bevindt zich een lijst van meer dan 100 grassoorten, onkruid en wilde bloemen die kunnen worden gebruikt als voedsel, en recepten die aantonen hoe ze te gebruiken. Daarin inbegrepen zijn: cichoreikoffie—“sommigen hebben een voorkeur ervoor dan voor echte koffie”—gebak “gelijkvormig aan appel of rabarber” gemaakt van zuurgras; “aspergetopjes” van de stengels van zijde-onkruid; wilde klaver “voor lekkere en luxe salades”; grassalade broodjes, die een aanzienlijke populariteit hebben op het Tuskegee universiteitsterrein. {ABN5: 19.4}

* * *

De Bijbel, vertelde Dr. Carver mij, is even belangrijk in zijn werk als zijn laboratorium dat is. Hij heeft twee [p. 20] favoriete Bijbelteksten. Een van hen noemt hij zijn “licht” passage. Het is Spreuken 3:6 : “Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden rechtmaken.” De ander is zijn “kracht” passage. Het is Filippenzen 4:13 : “Ik vermag alle dingen door Christus Die mij kracht geeft.” {ABN5: 19.5}

“Dit is de enige vraag die gekleurde mensen moeten beantwoorden,” hoorde ik hem zeggen tot een groep negride predikanten: “Hebben wij datgene wat de wereld wilt hebben?” Hij vertelde over het vernemen van een groep blanke mannen die op zoek waren naar een man die olie kon opsporen. “Zij waren vergeten te zeggen of zij een blanke man, een rode man, een gele of zwarte man wilden; zij zeiden alleen maar dat zij een man wilden die olie kon opsporen. {ABN5: 20.1}

“Ga niet op zoek naar Nabot’s wijngaard,” zei hij. Een ieder van u heeft ongetwijfeld al de wijngaarden die hij nodig heeft {binnen zijn bereik}.”{ABN5: 20.2}

Laten ouders nu deze toepasselijke vraag beantwoorden: Wat maakte Dr. Carver tot een geweldige wetenschapper, en zijn onmisbare prestaties mogelijk? Was het niet datgene wat verarmde omstandigheden hem leerden en wat zijn alles in beslag nemende verlangen om de mensheid te zegenen bij hem erop aandrong te doen? {ABN5: 20.3}

Het is duidelijk dat kinderen vanaf het prille begin van hun training {opvoeding} de waarde van tijd en de waarde van een dollar geleerd zouden moeten worden, en zelfs ertoe gedwongen zouden moeten worden, indien noodzakelijk, zichzelf te behelpen en de rechten van het eigendom van anderen te respecteren—om opbouwers te zijn, geen afbrekers, geen klaplopers, verspillers of verkwisters. Slordige werkgewoonten hebben als resultaat een slechte persoonlijkheid. {ABN5: 20.4}

In het licht van de tien geboden zouden deze beginselen meer dan welke anderen ook, dag aan dag moeten worden ingeprent in het verstand van de jeugd. {ABN5: 20.5}

“Maar gij zult deze Mijn woorden in uw hart en in uw ziel leggen,” gebiedt de Heer, “gij zult ze tot een teken op uw hand binden en zij zullen een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. Gij zult ze uw kinderen leren en daarover spreken, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat; gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten, opdat gij en uw kinderen in het land, waarvan de Here uw vaderen gezworen heeft, dat Hij het hun zou geven, zó lang leeft, als de hemel boven de aarde staat.” Deut. 11:18-21. {ABN5: 21.1}