De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Is Het Mijn Taak De Heer Zijn Schatkamer Recht Te Zetten?

Vraag Nr. 98:

Zullen we onze tienden aan de voorraadschuur betalen als we weten dat het niet op de juiste manier gebruikt wordt?

Antwoord:

Wetende dat onze tiende in Gods voorraadschuur thuishoort, zou onze grootste zorg moeten zijn dat het getrouw daar betaald wordt. Nergens in de Bijbel vinden we dat de Heer op de tienden betaler het toezicht houden van de kanalen waardoor deze fondsen gaan heeft gelegd. {ABN4: 46.2}

De Heer Zijn schatkamer is onder Zijn controle en als Hij Zelf het niet nodig vind om misbruik van het hanteren van Zijn geld te corrigeren, voorzeker wij zullen het ook niet kunnen hoe hard wij het ook zullen proberen. Als wij voorzichtig dat deel van Zijn werk bewaken, waar Hij ons mee toevertrouwd heeft, zal onze enige zorg zijn uit te vinden waar Zijn “voorraadschuur” is en dan getrouw Zijn geld daar storten. Hij heeft ons niet verantwoordelijk gesteld voor het gebruik ervan, dat zal Hij persoonlijk overnemen — zoals Hij nude regering in Zijn eigen handen neemt.” {ABN4: 46.3}

Toen het Beloofde Land verdeeld werd onder de twaalf stammen van Israel, ontving de stam der Levieten geen land als erfenis zoals de andere elf stammen. Daarvoor in de plaats gaf de Heer het decreet dat de tienden van de andere stammen naar de Levieten moesten gaan. Dit was hun erfenis. Het was hun eigendom. En precies zoals zij, als de tienden ontvangers, geen recht hadden aan de anderen, de tienden betalers, te bevelen wat te doen met hun eigen opbrengst nadat er tienden van afgegaan was, evenzo hadden de tienden betalers geen recht om de tienden ontvangers te bevelen wat met de tienden te doen. Elke stam was op zichzelf verantwoordelijk aan de Heer voor datgene waartoe het was toevertrouwd. Zo moet het vandaag de dag ook zijn. {ABN4: 46.4}