De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Geen Bedrog In Hun Mond

Onze enige veiligheid, word ons aangemaand, is om alleen over die “dingen” te spreken “die gezonde leer zijn geworden” (Tit. 2:1) en om “van niemand kwaad te spreken.” Tit. 3:2. Dat wil zeggen, spreek de waarheid en niets anders dan de waarheid, en spreek altijd goed van iedereen. {9 SC1-12:8.1.6}

Nooit was deze ernstige plicht zo bindend op Christenen dan op Davidianen, Tegenwoordige Waarheid gelovigen vandaag aan de dag, omdat nooit tevoren Gods volk zo werd blootgesteld en onderworpen aan ongezond en kwaadspreken tegelijk, terwijl zoveel afhing van hun onderwijzen van waarheid, de volstrekte waarheid, en van hun alleen volstrekt goed spreken van alle mensen; geen geroddel. {9 SC1-12:8.1.7}

Het laatste uur, het elfde – de meest belangrijke in de geschiedenis  — staat op het punt om te slaan, wanneer de miljarden der aarde de laatste evangelieroep, en de afscheidsroep van genade aan onboetvaardige zondaars gericht, zullen horen. Van de reinheid van deze laatste boodschap en de nadruk die nu eraan word gegeven in de verzegelingstijd van de eerste vruchten, hangt het lot van de kerk en de wereld af. Als het voortgaat vergezeld van gekoesterde theorieën en fanatieke ideeën (ongezonde leerstellingen), met het zoeken naar fouten, achterklap {of klikken}, rapporteren, roddelen,  en laster {of kwaadspreken}, hoe kunnen wij {dan} denken dat dit het oor zal bekoren en het hart in de richting van Sion zal keren? {9 SC1-12:8.2.7}

Hoe, o hoe, dan, kan een inluider van het Koninkrijk de zwakheden en fouten, zwakke kanten. Falen, en zonden van anderen rondbazuinen? Zeker niet, als de liefde van Christus in zijn hart verblijft voor de duizenden in Laodicea en de miljoenen in Babylon, wiens zielen op weg zijn naar het oordeel. Met verlossing in de weegschaal, zal hij een verbond met de Heer sluiten om hen alleen deze bijzondere boodschap mede te delen, vrij van door mensen vervaardigde ideeën en theorieën. {9 SC1-12:9.1.1}

“Het doet mij zeer om te moeten zeggen dat er onhandelbare tongen onder [Tegenwoordige Waarheid] leden zijn. Er zijn valse tongen, die zich voeden met onrust {of kwaad}. Er zijn sluwe {geniepige of geslepen}, fluisterende tongen. Er is geklik, ongepaste bemoeizucht, behendige ondervraging. Onder de liefhebbers van geroddel, worden sommigen gedreven door nieuwsgierigheid, anderen door jaloezie, velen door haat tegen hen door wie God hen heeft berispt. Al deze dissonerende {of strijdige} elementen zijn werkzaam. Sommigen verbergen hun ware gevoelens, terwijl anderen ernaar verlangen alles te publiceren wat zij weten, of zelfs vermoeden, van het kwaad tegen een ander. {9 SC1-12:9.1.2}

“Ik zag dat de geest van meineed,  die waarheid in leugen, goed in kwaad, en onschuld in misdaad zou veranderen, nu werkzaam is. Satan verheugd zich over de toestand van Gods volk. Terwijl velen hun eigen ziel verwaarlozen, kijken zij gretig uit naar een gelegenheid om anderen te bekritiseren in te veroordelen. Allen hebben karaktergebreken, en het is niet moeilijk om iets te vinden die jaloezie kan verklaren tot hun schade.” ‘nu,’ zeggen deze aangestelde rechters, ‘wij hebben feiten. Wij zullen een beschuldigen aan hen bevestigen waarvan zij zich niet kunnen bevrijden.’ Zij wachten op een geschikte gelegenheid, en dan voeren zij hun pakket van laster aan, en brengen {dan} hun pikante nieuwigheid voort. {9 SC1-12:9.1.3}

“In hun pogingen om een aandachtspunt naar voren te brengen, zijn mensen die van nature een sterke fantasie hebben, in gevaar om zichzelf en anderen te misleiden. Zij verzamelen onvoorzichtige uitlatingen van een ander, niet in beschouwing nemend dat woorden in haast kunnen worden uitgesproken, en vandaar niet de waren gevoelens van de spreker behoeven weer te geven. Maar die onvoorbedachte opmerkingen, vaak zo onbeduidend om daar aandacht aan te besteden, worden door Satans’ vergrootglas bekeken, overpeinsd, en herhaald, totdat molshopen bergen worden. Afgescheiden van God worden deze boze vermoeders een speelbal van verzoeking. Zij kennen nauwelijks de kracht van hun gevoelens of de uitwerking van hun woorden. Terwijl zij de dwalingen van anderen veroordelen, geven zij zelf aan veel grotere dwalingen toe. ‘Consistentie {of geslaagdheid} is een juweel.’ {9 SC1-12:9.1.4}

“Is er geen wet van vriendelijkheid om te onderhouden? Zijn Christen door God gemachtigd om elkaar te bekritiseren en te veroordelen? Is het eerbaar, of zelfs eerlijk, om geheimen te onttrekken van de lippen van een ander die aan hem zijn toevertrouwd, onder de vermomming van vriendschap, en de aldus verkregen kennis tot zijn schade tegen hem te keren? Is het Christelijke liefde om iedere zwevend verslag te verzamelen, om alles te ontwortelen dat verdachtmaking zal veroorzaken op het karakter van een ander, en zich dan erin te verlustigen door het te gebruiken om hem te schaden? Satan is blij wanneer hij een volgeling van Christus kan belasteren of verwonden. Hij is de ‘aanklager van de broederen.’ Zullen Christenen hem helpen in zijn werk? {9 SC1-12:9.1.5}

“Gods alziend oog neemt notitie van de gebreken van allen, en de overheersende hartstochten van een ieder; toch heeft Hij geduld met onze fouten, en heeft medelijden met onze zwakheid. Hij verzoekt Zijn volk dezelfde geest  van tederheid en verdraagzaamheid te koesteren. Ware Christen zullen zich niet verheugen in het blootleggen van de fouten en gebreken van anderen. Zij zullen zich afkeren van gemeenheid en gebrekkigheid, om hun gedachten te richten op datgene wat aantrekkelijk en lieflijk is. Voor de Christen is iedere handeling van zoeken naar fouten, ieder woord van afkeuring of veroordeling, pijnlijk.  {9 SC1-12:9.2.1}

“Ware het dat alle belijdende Christenen hun kracht om te onderzoeken aanwenden om te zien wat voor kwaadheden bij henzelf moeten worden rechtgetrokken, in plaats van over verkeerdheden van anderen te praten, zou er een gezondere toestand (…) [Tegenwoordige Waarheid gelovigen] heersen vandaag.” – Testimonies, Vol. 5, pp. 94-96 {Getuigenissen, Deel 5}. {9 SC1-12:9.2.2}

“Wat een wereld van roddelen zou worden vermeden, als een ieder in gedachte zou houden dat zij die hem de fouten van anderen vertellen, even vrijelijk zijn fouten zou publiceren bij iedere gunstige gelegenheid. Wij zouden moeten pogen om goed te denken van alle mensen, in het bijzonder van onze broeders en zusters, totdat wij genoodzaakt zijn anders te denken. Wij zullen niet gehaast onze goedkeuring geven aan kwade berichten. Deze zijn vaak de resultaten van afgunst of wanbegrip, of zij kunnen voortkomen uit overdrijving of een gedeeltelijke onthulling van feiten. Jaloezie en verdachtmaking, eenmaal een plek gegeven, zullen zich verspreiden, als distelpluis.” – Idem., p. 58. {9 SC1-12:9.2.3}

“De tong die zich verlustigt in het kwade, van de kletsende tong die zegt: Verslag, en ik zal verslag doen, wordt door de apostel Jacobus gezegd dat die door de hel in brand wordt gestoken. Het verspreidt overal vuurhaarden.”  — Idem., p. 57. Inderdaad is het “een vuur, een wereld van ongerechtig; zo is de tong onder onze leden dat het gehele lichaam verontreinigt, en steekt de gehele loop van de natuur in brand; en het wordt door de hel in brand gestoken.” Jak. 3:6. De man die het onder controle heeft, “die man is volmaakt, en is ook in staat het gehele lichaam in toom te houden.” Jak. 3:2.  {9 SC1-12:9.2.4}

“Ik zag dat het hoogst belangrijk is voor hen die de waarheid verkondigen om verfijnd te worden in hun manieren om eigenaardigheden en zonderlijkheden te vermijden, en de waarheid te presenteren in haar zuiverheid en helderheid.” – Testimonies, Vol. 1, p. 415. {Getuigenissen, Deel 1} . {9 SC1-12:9.2.5}

“Ik zag de noodzaak van de boodschappers, in het bijzonder, wakend, en alle fanatisme nagaand, waar dan ook het mag opkomen. Satan dringt zich van iedere kant op, en tenzij wij op onze hoede zijn voor hem, en onze ogen open hebben voor zijn listen en valstrikken, en de gehele wapenrusting Gods aanhebben, zullen de vurige pijlen van de goddeloze ons raken. Er zijn vele kostbare waarheden verborgen in het woord van God, maar het is ‘tegenwoordige waarheid’ die de kudde nu nodig heeft. Ik heb het gevaar gezien dat de boodschappers wegrennen van de belangrijke punten van de tegenwoordige waarheid, om zich bezig te houden met onderwerpen die niet erop berekend zijn om de kudde te verenigen en de ziel te heiligen. Satan zal iedere voordeel hieruit halen dat mogelijk is om de zaak schade te berokkenen.” – Early Writings, p. 63 {Eerste Geschriften, blz….} . {9 SC1-12:9.2.6}

 “’Gezonde leer’ is Bijbel waarheid – waarheid die vroomheid en toewijding zal bevorderen, Gods volk bevestigend in het geloof. Gezonde leer betekent veel voor de ontvanger; en het betekent ook veel voor de leraar, de bedienaar {of prediker} van gerechtigheid; want waar dan ook het evangelie gepredikt wordt, is iedere arbeider, in wat voor tak van dienst ook werkzaam, of trouw of ontrouw aan zijn verantwoording als de boodschapper van de Heer (…) {9 SC1-12:9.2.7}

“Een toegewijde, geestelijke werker zal theoretische verschillen die van minder belang zijn vermijden, en zal zijn energie wijden aan het verkondigen van de grote toetsende waarheden die aan de wereld moeten worden gegeven.” – Gospel Workers, 311, 312, 313. {Evangelie Werkers} {9 SC1-12:10.1.1}

“O, dat onze broeders en zusters de waarheid naar juiste waarde mogen schatten! O, dat zij erdoor geheiligd mogen worden! O, dat zij zich mogen realiseren dat op hen de verantwoordelijkheid rust om deze waarheid aan anderen mee te delen!” En, voor altijd afstand te nemen van het kwaadspreken.” – Testimonies, Vol. 8, p. 151. {Getuigenissen, Deel 8,} {9 SC1-12:10.1.2}

“Onchristelijke harten zullen denken dat zij grote verkeerdheden in anderen kunnen waarnemen waar niets bestaat, en zij zullen stilstaan bij kleine zaken, totdat zij zeer groot lijken.” — Testimonies, Vol. 4, p. 610. {Getuigenissen, Deel 4,} {9 SC1-12:10.2.1}