De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Geavanceerde Christelijke Kledingsnormen

VOOR VROUWEN EN MEISJES

Jurken

Materiaal–Zij behoren van goede kwaliteit te zijn, duurzaam, en geschikt voor het klimaat en beroep van de individu. Niets opzichtigs of extreem. Doorzichtige stoffen en grote, opvallende afdrukken zijn taboe (verboden). {2TG38:13.3}

Kleuren–De kleuren behoren betamelijk te zijn voor de individu. Kleurencombinaties moeten harmonieus zijn, en niet opvallend of sportief (of flitsend). {2TG38:13.4}

Mouwen–In het openbaar moeten de mouwen lang genoeg zijn om de elleboog te dekken als de armen gebogen zijn. Zij moeten op een manier ontworpen zijn waardoor de oksels niet zichtbaar zijn als de armen opgeheven worden. {2TG38:14.1}

Roklengte voor vrouwen en pubers.–Rokken die korter zijn dan een halve afstand  tussen de buiging van de knie en de enkel zijn onfatsoenslijk, en daarom ongepast voor een Christelijke dame. {2TG38:14.2}

Roklengte van voor-de-puberteit.— De Rokken behoren de knieën te dekken. Maak ze niet te lang waardoor het kind zich ongemakkelijk voelt of onnodig waardoor zij een mikpunt van belachelijkheid wordt. {2TG38:14.3}

De pasvorm van de kleren— De kleren moeten goed passen, en niet op een slonzige manier hangen. Zij moeten comfortabel en netjes zijn, maar niet zo strak dat de lijnen (of vorm) van het lichaam zichtbaar worden. {2TG38:14.4}

Halslijnen –Halslijnen moeten niet lager dan 2 of 3 centimeter onder de holte van de hals zijn, en moet zodanig passen, dat de borsten niet zichtbaar worden als de persoon voorover leunt. {2TG38:14.5}

Patronen –Jurken moeten met bescheiden vormen ontworpen worden, niet sensueel of extravagant. {2TG38:14.6}

Knopen, Riemen en Garnituur –Deze accessoires moeten conservatief, schoon en netjes zijn, en ook passend bij de jurk. Er zou niets aangedaan moeten worden dat de aandacht trekt tot dat ene ding. {2TG38:14.7}

(Wollen) Truien.

Behalve in het geval van meisjes voor de pubertijd, zijn pull-over truien onfatsoenlijk, als zij gedragen worden zonder een colbertje of jas. Zelfs colbert-achtige truien moeten niet zo behaaglijk passen om de vorm van het lichaam te accentueren. {2TG38:15.1}

Werkbroeken.

Zij behoren niet op openbare plaatsen of op straat gedragen te worden, maar alleen in dergelijke beroepen waarbij het dragen van jurken ongepast en gevaarlijk is. Zelfs dan zouden zij van het soort ontwerp moeten zijn dat alleen voor vrouwen bestemd is, niet voor mannen. Draag broekrokken. Kleine meisjes kunnen overalls (werkpakjes) dragen die voor hen gemaakt zijn. {2TG38:15.2}

“Wisselvallige Klederdrachten”

Het aantal kleren moet beheerst worden door het individuele beroep en het klimaat, niet door de altijd veranderende, wispelturige mode. Behoud zo veel kleding als noodzakelijk is om schoon en netjes te blijven, niet meer en niet minder. {2TG38:15.3}

Korsetten, Gordels, e.d.

Dezen zouden niet aangedaan moeten worden, tenzij op voorschrift van een dokter vanwege een bepaalde aandoening. Kousenbanden (jarretels), die de bloedcirculatie niet verstoren, zijn wel toegestaan. {2TG38:15.4}

Huwelijks Drachten

Sluiers en lange jurken mogen niet afgekeurd worden voor huwelijksaangelegenheden. Sleden  zijn onnodig. {2TG38:16.1}

Badkleding, Zonne-kleding, e.d.

Nooit zou er iets, dat het lichaam blootlegt, gedragen moeten worden in aanwezigheid van mannen en jongens. Gemengde zwemgroepen zijn verboden. {2TG38:16.2}

Hoeden.

Stijl–Hoeden behoren bescheiden en netjes te zijn, niet met extravagante randen, of als pillendozen. Zij moeten niet onnodig groot of belachelijk klein zijn, maar conservatief en passend. {2TG38:16.3}

Decoratie –Versier de hoed niet met iets dat overdreven aandacht zal trekken. Sluiers en andere versiersels die voor vertoon aanhangen, zijn onpasselijk. De decoraties moeten betamelijk zijn, maar niet opzichtig. {2TG38:16.4}

Kleur.– De kleur van de hoed moet harmonieus zijn met de rest van de kleren, en moet niet flitsend zijn of opvallend blinken. {2TG38:16.5}

Hoofdbedekking bij Godsdienstige aangelegenheden.

De hoofdbedekking moet passend zijn voor de desbetreffende aangelegenheid, met als doel het bedekken van het hoofd, en niet iets zijn dat toevallig is genomen. Het laatste is onbeleefd. Kleine meisjes zouden geleerd moeten worden om hun hoofddeksels te dragen zodra zij het vermogen hebben om de reden daarvoor te begrijpen. {2TG38: 16.6}

Op andere openbare plaatsen –Een hoed is in het openbaar veel beleefd-voorkomender dan het blote hoofd. {2TG38:17.1}

Schoenen

Stijl en kwaliteit.–Schoenen moeten duurzaam en behoudend zijn. Vermijd schoenen waarbij de tenen en hielen onbedekt zijn. Die komen onfatsoenlijk over. Bij de juiste aangelegenheden zijn sandalen wel toegestaan. {2TG38:17.2}

Hoogte der hakken.–Ter bevordering van de gezondheid, moeten de hakken onder de 2 centimeter zijn. Hoge haken zijn ongezond. {2TG38:17.3}

Kleuren–Draag praktische kleuren. Witte schoenen zijn onpraktisch op boerderijen en op dorpen waar de straten niet geplaveid zijn. Zwarte  schoenen zien er langer gekleed uit, en zijn veel meer gepast voor de evangeliewerker dan andere schoenkleuren. {2TG38:17.4}

Decoratie –Versieringen moeten passen bij de schoen en niet opvallend zijn of  bungelen om de aandacht te trekken. {2TG38:17.5}

Sokken

Materiaal en gewicht— sokken kunnen van katoen, zijde, viscose of nylon zijn , wat dan ook het meest praktisch is voor de gelegenheid of het beroep. Doorzichtige sokken zijn afgekeurd. {2TG38:17.6}

Dienstbare kleding dragen{2TG38:18.1}

Onder de knieën gerold –Onfatsoenlijk als het opvalt. De huid moet niet zichtbaar zijn. {2TG38:18.2}

Korte sokken –Verboden als de benen blootgelegd zijn. Zij zijn wel goed voor baby’s, peuters en kleuters als het warm weer is. {2TG38:18.3}

Zonder Panty’s–Verboden, tenzij men blootsvoets is. {2TG38:18.4}

Haarstijl

Opgestoken–Toegestaan als het niet extreem is. {2TG38:18.5}

Op medium lengte loshangend haar–Toegestaan voor meisjes als het netjes verzorgd is. {2TG38:18.6}

Bob-model haar –Verboden voor vrouwen en pubers; wel goed voor baby’s, kleuters, peuters en kleine meisjes indien noodzakelijk, maar het is beter om het haar te laten groeien. {2TG38:18.7}

Natuurlijk golvend of krullend haar –Regel het zo natuurlijk en betamelijk mogelijk. {2TG38:18.8}

Sluik haar –Maak niets extreems van uw haar dat niet Gods bedoeling was. Regel het netjes en passend. {2TG38:18.9}

Permanente golven, vingergolven met haarsetjes, etc.–alle soortgelijke kunstmatigheden zijn verboden. {2TG38:18.10}

Haar rollen met spelden, rollers, e.d. –Toegestaan indien nodig. {2TG38:18.11}

Haargespen–Toegestaan indien noodzakelijk, maar de kleur van de gesp zou indien mogelijk samengaan met de haar kleur. Gebruik niets blinkends of opzichtig om de aandacht te trekken. {2TG38:19.1}

Lintjes.–Toegestaan voor kleine meisjes om het haar op zijn plaats te houden.{2TG38: 19.2}

Sieraden

(Pols)Horloges.–In de volste zin van het woord, is een polshorloge een armband met een klok erin, en zou niet op straat of in het openbaar gedragen moeten worden. {2TG38: 19.3}

Kleding spelden–Toegestaan, als zij een functie hebben, en niet opvallend of luxueus zijn. Decoratieve sierspelden zijn afgekeurd. {2TG38:19.4}

Veelsoortige Sieraden–Halskettingen, halsbanden, medaillons, armbanden, oorbellen, ringen, e.d. zijn allemaal afgekeurd. {2TG38: 19.5}

Cosmetica

Gezichtspoeder, douchepoeder, lotion, krimpmiddel, verkoelings-crème zijn toegestaan indien noodzakelijk, en als het niet extravagant wordt gekocht. Maar rouge, lippenstift, wenkbrauwpotlood, mascara, parfum, nagellak, nagelwitter, e.d. zijn afgekeurd. {2TG38: 19.6}

 

Persoonlijke Hygiëne

Deodoranten, haar verwijderaars kunnen toegestaan worden, indien het absoluut  nodig is, en als er niets schadelijks wordt gebruikt. Antitranspiratie middelen zijn ongezond. {2TG38:19.7}

GEAVANCEERDE CHRISTELIJKE  KLEDINGSNORMEN

VOOR MANNEN EN JONGENS

Kostuums

Stijl–Kostuums moeten conservatief bewerkt zijn–niet extreem of opvallend. In het bijzonder de kostuums die gedragen worden voor op het kansel moeten netjes en behoudend zijn. Zorg ervoor dat het kostuum goed past en niet op een slecht passende manier eruit ziet. {2TG38:20.1}

Materiaal–De kwaliteit van het kostuum moet duurzaam zijn, en samengaan met het klimaat en het beroep. {2TG38:20.2}

Kleuren–Er zouden praktische, niet flitsende kleuren gebruikt moeten worden. Als de jas van een kleur moet zijn en de broek van een andere kleur, ziet erop toe dat de kleuren goed bij elkaar passen, en niet nonchalant overkomen. In het geheel zouden zulke combinaties vermeden moeten worden. Zij zouden nooit op het kansel gedragen moeten worden. {2TG38:20.3}

Hemden

Sporthemden met Open Kraag–Sporthemden met een open kraag kunnen gedragen worden bij het uitgaan op het platteland of soortgelijke gelegenheden. In de kerk of op straat zijn zij echter niet op hun plaats. Kragen zouden nooit lager dan de eerste knoop open gedragen moeten worden. {2TG38:20.4}

Mouwen–Voor op het kansel en officiële gelegenheden, moeten de mouwen in de volle lengte gedragen worden. Opgerolde of korte mouwen kunnen gedragen worden als de gelegenheid (of situatie) voor het gemak dat vereist. Mouwloze hemden zijn verboden in het openbaar. {2TG38:21.1}

Hemden Over De Broek Dragen.–Hemden die buiten de broek zijn gedragen kenmerken de drager als zijnde slordig of proberende opvallend of iets dergelijks te zijn–zij weten niet wat het precies is. Zij dwingen geen respect af. {2TG38:21.2}

Zonder Hemd– In het openbaar of in aanwezigheid van vrouwen en meisjes, moeten de mannen altijd een hemd dragen. Leer de jongens ook hetzelfde te doen. {2TG38:21.3}

Dassen

Stijl–Zowel de boog-das als de vier-in-hand das kan gedragen worden–wat er ook bij het kostuum of de gelegenheid past. Draag niets extreems. {2TG38:21.4}

Kleuren en Patronen— De das moet niet sportief of blinkend (opvallend) zijn, maar het moet wel aantrekkelijk zijn en  harmoniseren met het kostuum en betamelijk (passend) bij de drager. Luide kleuren en opzichtige patronen behoren niet overwogen te worden. {2TG38:21.5}

Accessoires

In de Buitenste Borstzak–Het dragen van een zakdoek of pen en penseel in de buitenste borstzak kan geen ander doel hebben dan om de aandacht te trekken, om trots te ondersteunen. Minacht dus alzo uw karakter niet, maar plaats ze in de binnenzakken, waar ze thuishoren. {2TG38:21.6}

Polshorloges– In de volste zin van het woord, is een polshorloge een armband met een klok erin, en zou niet op straat of in het openbaar gedragen moeten worden. Als u het noodzakelijk vindt om een horloge te dragen, gebruik dan een zakhorloge. {2TG38:22.1}

Dasspelden en Dasklemmen– Dasspelden zijn verboden. Als het noodzakelijk is om een das klem te dragen, gebruik dan een die verborgen kan worden tussen de vouwen van de das. Draag niets voor vertoon. {2TG38:22.2}

Horlogekettingen–Zichtbare horlogekettingen zijn net zo ongepast als een dasspeld, ring, of armband. Houd het verborgen van het oog. {2TG38:22.3}

Veelsoortigheid

Ringen, etc.–Ringen en andere sieraden zijn afgekeurd. {2TG38:22.4}

Armbanden om de Mouwen op te houden–Armbanden zijn ongezond als zij zo strak gedragen worden dat zij de bloedcirculatie verstoren. Als het noodzakelijk is om ze te dragen, gebruik dan niets opvallends. Het is echter beter uw mouwen te verkorten. {2TG38:22.5}

Sjaals– Draag nooit sjaals alleen voor vertoon. Kies voor kleuren die harmoniseren met de rest van de kleding–niets pronkerigs. {2TG38:22.6}

Omlaag Gerolde Sokken–Sokken moeten netjes ondersteund worden, anders komen zij onfatsoenlijk en slordig over. {2TG38:22.7}

Schoenen— Zoek schoenen uit van duurzame kwaliteit en die praktisch zijn qua stijl en kleur. Witte schoenen zijn onpraktisch op boerderijen en in dorpen waar de straten niet geplaveid zijn. Zij komen niet behoudend over op het kansel, en zij trekken onnodig aandacht tot de voeten. Zwarte schoenen zien er langer (beter) gekleed uit, en zijn veel geschikter voor de evangeliewerker dan andere schoenkleuren. {2TG38:23.1}

Badkleding en Zwembroeken–Dezen zijn wel toegestaan bij de juiste gelegenheden, maar gemengde zwemgroepen zijn verboden. {2TG38:23.2}

Haar–Regel het haar zo natuurlijk en netjes mogelijk, onthoud u van alle soorten kunstmatigheden als permanente golven, e.d. Als het haar droog is, gebruik olie dat niet teveel ruikt, iets dat het haar ten goede komt en niet alleen voor de “geur.” {2TG38:23.3}

Algemeen Voorkomen–Verval niet in slordige gewoontes: Houd het haar geknipt, het gezicht geschoren (als u geen baard draagt), en de kleding zo netjes en schoon mogelijk als het beroep het toelaat. God vereist van Zijn vertegenwoordigers dat zij zich zodanig kleden dat hun godsdienst voor zowel de hoogstaanden als de laagstaanden, voor de rijken en de armen, een aanbeveling moet zijn. Kleed u noch extravagant noch slonzig. Blijf op het midden van de weg onder alle omstandigheden. {2TG38:23.4}

Opmerking

Dit zijn de huidige kledingsnormen, en alle Davidianen zouden ze moeten aanhouden. Tenzij het gaat om niet hierin vermelde redenen, zal elke afwijking van deze normen, zoals zij onbetwistbaar vermeld staan, de overtreder classificeren met de huichelaars. {2TG38:24.1}

EENVOUD IN KLEDEN

“In Zijn rede op de berg, vermaant Christus zijn volgelingen om niet toe te staan dat hun gedachten verzonken raken in aardse dingen. Duidelijk zegt Hij: ‘Gij kunt niet God dienen en de Mammon. Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? ‘En wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de leliën des velds, hoe zij groeien; zij arbeiden niet, en spinnen niet; En Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk aan deze.’ {2TG38:24.2}

“Deze woorden zijn vol van betekenis. Zij waren van toepassing in de dagen van Christus, en zij zijn van toepassing in onze tijd. Jezus vergelijkt de natuurlijke eenvoud van de bloemen in het veld met de kunstmatige versiering van kleding. Hij verklaart dat de heerlijkheid van Salomo van geen gelijkenis kon zijn met een van de bloemen in hun natuurlijke liefelijkheid. Hier is een les voor een ieder die ernaar verlangen om Gods wil te doen. Jezus had de zorg en toewijding opgemerkt dat aan kleding werd geschonken, en heeft ons gewaarschuwd, ja, ons opgedragen, om niet teveel tijd eraan te besteden. Het is belangrijk dat wij zorgvuldig aandacht schenken aan Zijn woord. Salomo was zo ingenomen door gedachten over uiterlijk vertoon, dat hij naliet om zijn verstand te verheffen tot een voortdurende verbinding met de God der wijsheid. Volmaaktheid en schoonheid van karakter werden over het hoofd gezien in zijn poging om uiterlijke schoonheid te verkrijgen. Hij verkocht zijn eer en integriteit van karakter in het streven om zichzelf voor de wereld te verheerlijken, en werd uiteindelijk een dictator, zijn extravagantie ondersteunend door een onderdrukkend belastingsysteem op het volk te leggen. Hij werd eerst verdorven in zijn hart, daarna werd hij afvallig van God, en uiteindelijk werd hij een aanbidder van afgoden. {2TG38:24.3}

“Wij geraken verontrust, als wij zien dat onze zusters de eenvoud in het kleden nalaten, en een liefde ontwikkelen voor de mode van de wereld. Door stappen in deze richting te ondernemen, scheiden zij zichzelf af van God en verwaarlozen zij de innerlijke versiering. Zij moeten zich niet vrij voelen om hun door God gegeven tijd te besteden aan onnodige versiering van hun kleding. Hoeveel beter kan het besteed worden aan het onderzoeken van de Schriften, om aldus een grondige kennis van de profetieën te verkrijgen en van de praktische lessen van Christus. {2TG38:25.1}

“Christus is ons voorbeeld. Wij moeten het Voorbeeld voortdurend voor ogen houden, en het oneindige offer overdenken dat is gedaan om ons te verlossen van de slavernij der zonde. Als wij onszelf veroordeeld achten wanneer wij in de spiegel kijken, laat ons dan niet een kans nemen door in de overtreding voort te zetten, maar het recht voor ogen zien, en onze kleren van karakter in het bloed van het Lam wassen, opdat zij vlekkeloos mogen zijn. Laat ons net als David uitroepen: ‘Opent Gij mijn ogen, opdat ik uit Uw wet wonderbare dingen kan aanschouwen.’ Degenen aan wie God tijd en middelen heeft toevertrouwd opdat zij en zegen kunnen zijn tot de mensheid, maar die deze gaven onnodig verspild hebben aan zichzelf en hun kinderen, zullen een vreselijke rekenschap ontmoeten bij de grens van God. {2TG38:25.2}

“Degenen onder de Sabbat vierenden die hebben toegegeven aan de invloed van de wereld, zullen beproefd worden. De gevaren van de laatste dagen zijn over ons gekomen, en er staat het belijdend volk van God een beproeving te wachten, waarop  velen niet hebben gerekend. De oprechtheid van hun geloof zal aangetoond worden. Velen hebben zich verenigd met wereldlingen in trots, ijdelheid, en het zoeken naar plezier, en zij vleien zichzelf dat zij dit kunnen doen terwijl zij Christenen zijn. Maar het zijn dergelijke toegeeflijkheden die hen van God scheiden, en hen tot kinderen van de wereld maken. Christus heeft ons niet een dergelijk voorbeeld gegeven. Alleen degenen die het eigen-ik verloochenen, en een leven van nuchterheid, nederigheid en heiligheid leven, zijn ware volgelingen van Jezus; en dezulken kunnen geen genot hebben aan de gemeenschap van de liefhebbers van de wereld.”–Testimonies for the Church, Vol.4( Getuigenissen voor de Kerk, Deel 4), blz. 628,629,632,633. {2TG38: 26.1}