De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




“Ga Voorwaarts”

Precies zoals de verzegelingsboodschap is afgesloten met opmerkelijke vooruitgang in elk van haar zeven veelbewogen jaren, zo is het in 1937 afgesloten met de wonderbaarlijke vooruitgang dat alle Mt.Carmel werknemers nu vergoed moeten worden voor hun werk, in plaats van dat zij voor niets werken, en dat Mt.Carmel zorgdraagt voor hun vergoedingen. {4SC1-3: 2.1.1}

Bovendien zijn wij als leiders in dit hervormingswerk nu in staat om voor alle Tegenwoordige Waarheid gelovigen het juiste voorbeeld te stellen voor wat betreft het betalen van tienden en vrijwillige gaven. Dat betekent dat naast het geven van een vrijwillige bijdrage , de inwoners van Mt Carmel nu een dubbele tiende betalen over hun inkomsten, welke gewoonte onze persoonlijke tiende en gaven zal doen verhogen tot tussen de 25% en 30% op al onze persoonlijke “inkomsten”, wat ons  naar de aloude Joodse standaard van weldadigheid verhoogd, welke wordt verklaard in de volgende citaten: {4SC1-3: 2.1.2}

“Terwijl wij spreken van de tiende als de standaard voor de Joodse contributies aan religieuze doeleinden, spreken wij niet begrijpend. De Heer hield Zijn eisen voornaamst, en in bijna ieder artikel werden zij herinnerd aan de Gever doordat er verwacht werd dat zij teruggaven aan Hem. Zij werden geacht een losgeld voor hun eerstgeboren zoon te betalen, voor de eerste vruchten van hun kudde, en voor de eerste inzameling van hun oogst.  Van hun werd verwacht dat zij de hoeken van hun oogstvelden voor de noodlijdenden lieten. Wat er ook uit hun handen viel tijdens het oogsten werd voor de armen gelaten, en eens in iedere zeven jaar werd hun land toegestaan om spontaan voor de behoeftigen te produceren. Dan waren er de offergaven, de schendoffers, de zonde-offers en het kwijtschelden van alle schulden ieder zevende jaar. Er waren ook talrijke uitgaven voor gastvrijheden en giften aan de armen en er waren taxaties op hun eigendommen. {4SC1-3: 2.1.3}

In genoemde perioden werden er om de integriteit van de wet te behouden de mensen ondervraagd of zij wel of niet trouw hun beloften hadden nageleefd. Enkele plichtsgetrouwen gaven terug aan de God van ongeveer een derde van al hun inkomsten ten bate van godsdienstige belangen en voor de armen. Deze opvorderingen waren niet van een bepaalde klasse van mensen maar van allen, de vereisten naar evenredigheid verdeeld volgens het bedrag dat zij in bezit hebben. Naast al deze stelselmatige en regelmatige donaties, waren er speciale onderwerpen die een vrijwillige offerande vereisten, zoals de loofhut gebouwd in de woestijn, en de tempel opgericht te Jeruzalem. Deze ontwerpen waren door God voor het volk voor hun eigen bestwil gemaakt, alsook om Zijn dienst voort te zetten. {4SC1-3: 2.1.4}

Er moet een opwekking(ontwaken)zijn onder ons als een volk betreffende deze zaak. Er zijn slechts weinig mannen die door hun geweten worden aangesproken als zij hun  {4SC1-3: 2.1.5}

plicht in liefdadigheid nalaten. Slechts weinigen voelen gewetenswroeging van hun ziel omdat zij dagelijks de Heer beroven. Als een Christen opzettelijk of per ongelijk zijn buurman onderbetaald of weigert een eerlijke schuld teniet te doen, zal zijn geweten, tenzij het verschroeid is hem lasting vallen; hij kan niet rusten hoewel niemand behalve hij het weet. Er zijn vele nagelaten beloften en onbetaalde verplichtingen, en toch hoe weinigen die zich druk maken over deze zaak; hoe weinigen voelen de schuld van deze overtreding van hun plicht. Wij moeten nieuwe en diepere overtuigingen over dit onderwerp hebben. De gewetens moeten gewekt worden en de zaak ernstiger aandacht krijgen want er moet een verslag gegeven worden aan God in de laatste dag, en Zijn aanspraak moet afgehandeld worden. {4SC1-3: 2.1.5}

 “De verantwoordelijkheden van de Christelijke zakenman, hoe groot of klein zijn kapitaal ook mag zijn, zal in juiste verhouding tot zijn gaven aan God zijn. De bedriegelijkheid van rijkdommen heeft duizenden en tienduizenden vernietigd.  Deze welgestelde mannen vergeten dat zij rentmeesters zijn, en dat de dag snel nadert wanneer eraan hen gezegd gaat worden. ‘Geef  een  verslag van uw rentmeesterschap.’ Zoals getoond door de gelijkenis van de talenten, is iedere man verwantwoordelijk voor het wijze gebruik van de verleende giften. De arme man in de gelijkenis voelde zich het minst verantwoordelijk omdat hij de minste talenten had.en maakte geen gebruik van de aan hem toevertrouwde talent; daarom werd hij uitgeworpen in de buitenste duisternis. {4SC1-3: 2.2.1}

“Christus zei, ‘ Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen!’ en Zijn discipelen werden verbaasd  over deze Zijn leer (doctrine). Wanneer een predikant die met succes gewerkt heeft in het verkrijgen van zielen voor Jezus Christus, zijn gezegend werk in de steek laat om tijdelijke winst te verkrijgen wordt hij een afvallige genoemd en zal hij aansprakelijk gehouden worden voor God voor de talenten die hij verkeerd heeft toegepast. Wanneer zakenlui, landbouwers, werktuigkundigen, ondernemers, raadsmannen, enz., lid worden van de kerk, worden zij dienaren van Christus; en hoewel hun talenten totaal verschillen is hun verantwoordelijkheid om de zaak van God te bevorderen door persoonlijke inspanning en met hun middelen, niet minder dan die welke bij de predikant ligt. De wee welke zal vallen op de predikant als hij niet het evangelie predikt zal zeker ook op de zakenman vallen, als hij met zijn verchillende talenten geen medewerker met Christus wil zijn in het bereiken van dezelfde resultaten. Wanneer deze boodschap bij de persoon wordt overgebracht, zullen sommigen zeggen, “Dat is een harde leer;” nochtans is het waar, hoewel het voortdurend wordt tegengesproken door mannen die belijden volgelingen van Christus te zijn {4SC1-3: 2.2.}

God heeft voorzien in brood voor Zijn volk in de woestijn door een wonder van genade en Hij had in al het nodige kunnen voorzien voor religieuze diensten; maar dat heeft hij niet gedaan, omdat Hij in Zijn oneindige wijsheid zag dat de morele discipline (tucht) van Zijn volk afhing van hun samenwerking met Hem, dat elk van hen iets doet. Zolang de waarheid progressief is, rusten de aanspraken van God op mensen om datgene te geven welke Hij heeft toevertrouwd aan hen voor deze zelfde reden. God, de Schepper van mensen, heeft door het plan van systematische liefdadigheid in te stellen, ervoor gezorgd dat het werk door allen op gelijke wijze gedragen wordt overeenkomstig hun verschillende vaardigheden. Een ieder moet  zijn eigen taxateur zijn en is geacht te geven zoals hij in zijn hart overeenkomt. Maar er zijn er die schuldig van dezelfde zonde als Ananias en Saphira, denkend dat als zij een deel van wat God vraagt in het tiendensysteem achterhouden de broeders het nooit zullen weten. Alzo dacht het schuldige paar wiens voorbeeld ons als een waarschuwing is gegeven. God bewijst in dit geval dat Hij het hart onderzoekt. De motieven en doelen van de mens kunnen voor Hem niet verborgen worden. Hij heeft een eeuwigdurende waarschuwing aan Christenen van alle leeftijden gelaten zodat zij bewust zijn van de zonde waartoe het hart der mensen voortdurend geneigd is. {4SC1-3: 2.2.3}

“Hoewel er nu geen zichtbaar teken van God’s misnoegen bij de herhaling van de zonde van Ananias en Saphira volgt, is de zonde toch net zo weerzinwekkend in Gods aangezicht en zal de overtreder er even zeker door getroffen worden op de dag des oordeels en velen zullen de vloek van God zelfs in dit leven voelen. Als er een belofte gedaan is voor de zaak, is het een eed die gemaakt is met God en zou heilig nagevolgd moeten worden. In Gods ogen is het niet anders als heiligschennis om ons toe te eigenen dat wat eens was toegezegd om Zijn heilig werk vooruit te helpen. {4SC1-3: 3.1.1}

Als er een mondelinge of schriftelijke gelofte is gemaakt in aanwezigheid van onze broeders om een bepaald bedrag te geven, zijn zij de zichtbare getuigen van een contract dat gemaakt is tussen ons zelf en God. De gelofte is niet gemaakt met de mens maar met God en is als een geschreven aantekening(notitie) voor een buurman. Geen wettelijke waardepapier is meer bindend voor de Christen voor het betalen van geld, dan een gelofte gemaakt aan God. {4SC1-3: 3.1.2}

Personen die zo deze gelofte maken met hun medemens denken er over het algemeen niet over na om van hun geloften ontheven te worden. Een eed(toezegging) gemaakt met God, de gever van alle zegeningen(voorrechten), is van nog grotere belangrijkheid; waarom zullen wij dan ernaar streven om van onze gelofte met God ontheven te worden? Zal de mens zijn belofte minder bindend achten omdat het met God gemaakt is? Is zijn eed minder waard omdat het niet tot een proces in de rechtzaal is gebracht? Zal een man die beweerd dat hij gered is door het bloed van het oneindige offer van Jezus Christus, ‘God bestelen’? Worden zijn toezeggingen en daden niet gewogen in de weegschaal van gerechtigheid in de hemelse zalen? {4SC1-3: 3.1.3}

Elk van ons heeft een nog onbesliste zaak in de hemels gerechtszaal. Zal onze manier van handelen de overwicht tegen het bewijs tegen ons hebben? Het geval van Ananias en Saphira was één met de meest belastende  karaktereigenschap. Door een deel van de prijs achter te houden, logen zij tegen de Heilige Geest. Evenzo ligt het schuldgevoel bij iedere individu in verhouding met de overtredingen. Wanneer de harten van mensen verzacht zijn door de aanwezighed van de Geest van God, zijn zij gevoeliger voor de indrukken van de Heilige Geest, en neemt men voor om de eigen ik te verloochenen en te offeren voor de zaak van God. Het is wanneer licht met ongewone helderheid en macht in de kamers van het verstand schijnt dat de gevoelens van de natuurlijke mens overwonnen worden, dat zelfzucht zijn macht verliest op het hart en dat verlangens worden opgewekt om het Patroon, Jezus Christus te imiteren, in het beoefenen van zelfverloochening en weldadigheid. De mentaliteit van de van nature zelfzuchtige man wordt dan vriendelijk en erbarmelijk jegens verloren zondaars en hij maakt een plechtige gelofte aan God, zoals Abraham en Jacob deden. Hemelse engelen zijn aanwezig bij zulke gelegenheden. De liefde voor God en liefde voor zielen zegeviert boven zelfzuchtigheid en wereldse liefde. In het bijzonder is dit het geval wanneer de spreker in de Geest en macht van God, het verlossingsplan toont zoals vastgelegd door de Majesteit van de Hemel in het offer aan het kruis. Door de volgende bijbelteksten kunnen wij zien hoe God het onderwerp van toezeggingen (geloften) beschouwd.  {4SC1-3: 3.1.4}

“ ‘En Mozes sprak tot de hoofden van de stammen aangaande de kinderen Israëls, zeggende: Dit is de zaak die de HEERE geboden heeft. Wanneer een man de HEERE een gelofte zal beloofd, of een eed zal gezworen hebben, zijn ziel met een verbintenis verbindende, zijn woord zal hij niet ontheiligen; naar alles, wat uit zijn mond gegaan is zal hij doen.’ (Num. 30:1-2)  ‘Laat uw mond niet toe, dat hij uw vlees zou doen zondigen; en zeg niet voor het aangezicht des engels, dat het een dwaling was; waarom zou God grotelijks toornen, om uwer stemme wille, en verderven het werk uwer handen?’  Pred. 5:5 ‘Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen, Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was.’ Ps. 66:13,14. ‘Het is een strik des mensen, dat hij het heilige verslindt, en na gedane geloften, onderzoek te doen’ Spreuken 20:25, ‘Wanneer gij den HEERE, uw God, een gelofte zult beloofd hebben, gij zult niet verslappen die te betalen; want de HEERE, uw God, zal ze zekerlijk van u eisen, en zonde zou in u zijn. Maar als gij nalaat te beloven, zo zal het geen zonde in u zijn.Wat uit uw lippen gaat, zult gij houden en doen; gelijk als gij den HEERE, uw God, een vrijwillig offer beloofd hebt, dat gij met uw mond gesproken hebt. Deut. 23:21-23. [KJV] {4SC1-3: 3.2.1}

“ ‘Doet geloften en betaalt ze den HEERE, uw God, gij allen, die rondom Hem zijt! Laat hen Dien, Die te vrezen is, geschenken brengen;’ Ps 76:12. ‘Maar gij ontheiligt dien, als gij zegt: Des HEEREN tafel is ontreinigd, en haar inkomen, haar spijs is verachtelijk.Nog zegt gij: Ziet, wat een vermoeidheid! maar gij zoudt het kunnen wegblazen, zegt de HEERE der heirscharen; gij brengt ook hetgeen geroofd is, en dat kreupel en krank is; gij brengt ook spijsoffer; zou Mij zulks aangenaam zijn van uw hand? zegt de HEERE.Ja, vervloekt zij de bedrieger, die een mannetje in zijn kudde heeft, en den Heere belooft, en offert, dat verdorven is! want Ik ben een groot Koning, zegt de HEERE der heirscharen, en Mijn Naam is vreselijk onder de heidenen’.Mal.1:12-14”–Getuigenissen voor de Kerk deel 4 (Testimonies for the Church, Vol. 4, pp 467-471) {4SC1-3: 3.2.2

Verder betaalt  Mt. Carmel salarissen niet alleen aan al haar vaste arbeiders, maar ook aan al haar studenten, wat hen in staat stelt om een deel van hun onkosten, welk voorrecht van zelf redzaamheid niet alleen de lasten van hun ouders vermindert  maar telijkertijd ook, de studenten leert om verantwoordelijkheden te dragen en zelfvoorzienend te worden, hetgene zowel de ouders als de scholen gefaald hebben te doen, met het beklagenswaardige resultaat dat nadat de jeugd de schoolleeftijd gepasseerd is, zij niet alleen niet in staat zijn om geld te verdienen voor een huis, maar ook om zelf de eigen kost te verdienen en een vloek voor de wereld zijn; terwijl zij een zegen zouden moeten zijn voor allen,  {4SC1-3: 4.1.1}

Dit vergoedingssysteem van 1938 is van toepassing op alle kinderen van vier jaar en daarboven, zoals uiteengezet in de volgende aanvullende verordening bij de wet en regelgeving van de Generale Associatie van de Herders’ Staf Zevende-dag Adventisten: {4SC1-3: 4.1.2}

“ Deze Associatie zal bestaan uit onzelfstandige en zelfstandige afdelingen” {4SC1-3: 4.1.3}

“DE  ONZELFSTANDIGE AFDELINGEN zullen worden: de Educatieve , de Bediening, Liefdadigheid en het Algemeen Kantoor.  {4SC1-3: 4.1.4}

  “Voor het onderhouden van de educatieve afdeling zal er een offer van 5% van het netto inkomen vereist zijn van alle Tegenwoordige Waarheid gelovigen. Dit offer van anderen dan diegenen op Mt. Carmel zal special gebruikt worden voor het onderhoud van de kinderen op school, van wie de ouders financieel niet in staat zijn om dat te doen en voor het onderhoud van de schoolgebouwen.  {4SC1-3: 4.1.5}

“Het schoolbestuur zal geen studenten meer aannemen totdat er aan extra ruimten is voorzien om voor hen te zorgen en totdat tegenwoordige waarheid gelovigen beantwoorden aan hun plicht en de studenten op school houden.  {4SC1-3: 4.1.6}

“De Bedienings Afdeling – werkers en Tegenwoordige Waarheid publicaties—zullen onderhouden worden door de eerste tiende. Naast al deze uitgaven van deze afdeling, zullen ze gebruikt worden voor het aanschaffen van constructie materiaal voor het bouwen van institutionele gebouwen op Mt. Carmel Center. {4SC1-3: 4.1.7}

 De Liefdadigheids-Afdeling zal onderhouden worden door de tweede tiende, waarvan de 5% van schoolcontributies een deel is, en al de offers die niet voor een specifieke fonds bestemd zijn. De financiën van deze afdeling zullen moeten zorgen voor alle eerzame weldadige gevallen. {4SC1-3: 4.1.8}

 “DE ZELFSTANDIGE AFDELINGEN zijn de Handel, de Boerderij, Pachtgoed(eigendomsgrond) , Culinaire, Wasserij en Medische. {4SC1-3: 4.1.9}

Onderhoud van de Educatieve Afdeling

Er zijn een aantal kinderen van wie de ouders financieel niet in staat zijn om hen op school te houden en aangezien Mt. Carmel, hun geestelijke moeder, verlangt om al haar kinderen te redden, heeft zij hen geadopteerd. Maar aangezien haar ondersteuning van alle Tegenwoordige Waarheid gelovigen moet komen, maakt zij hierbij aan allen haar behoeften voor deze kinderen bekend. {4SC1-3: 5.2.1}

Er is een schatting dat de gemiddelde offers die ontvangen worden van Tegenwoordige Waarheid gelovigen ongeveer 2% van hun “opbrengst” bedraagt en dat er tussen 5 en 8% nodig is om de school in stand te houden. Vandaar dat Mt. Carmel in niet mis te verstane woorden verzoekt dat alle Tegenwoordige Waarheid gelovigen niet minder dan 5% van hun opbrengst bijdragen aan dit noodzakelijke fonds. Met andere woorden, als iemands inkomen $ 15 per week is, zal zijn eerste tiende $1.50 bedragen voor de 10 procent tiende en 68ct voor de 5% van het in stand houden van de school welke in total $ 2.18 zal bedragen. {4SC1-3: 5.2.2}

Als alle Tegenwoordige Waarheid gelovigen aan deze dringende en eerzame oproep gehoor geven, dan zal het probleem om de school in stand te houden en een Christelijk onderwijs voor de kinderen te waarborgen voor altijd opgelost zijn. Maar dat het bekend mag zijn, Broeder, Zuster, dat als u faalt uw falen Mt. Carmel zal beletten dat te doen voor uw kinderen wat de Heer van haar verwacht te doen en wat gedaan moet worden indien zij gered moeten worden. Deze manier van verzaken nu, zal verderf brengen voor zowel oud en jong. {4SC1-3: 5.2.3}