De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)


ABOUT US

We Offer Services
It’s a Story About Our Team

Great things are done by a series of small things.


Vraag Nr. 136:

Wat zal iemand doen, nu daar het geld nog nooit als tevoren zo gemakkelijk te verdienen is, maar de prijzen torenhoog zijn? Zal hij alles uitgeven dat hij verdient, of moet hij zich onthouden van zulk een buitensporigheid en alles sparen wat hij kan? En waar zal hij zijn inkomen storten? {ABN5: 59.2}

Antwoord:

Uit ervaringen uit het verleden hebben de wijzen de onverbiddelijkheid geleerd van de levenswet der inflatie en crisis. Zij weten dat het abnormale hoeveelheid geld dat in circulatie is de vraag naar goederen boven wat de markt kan verschaffen doet aanzwellen, waardoor het de prijzen tornhoog doet opstijgen. Zij herkennen hierin een waarschuwende teken van een ophanden zijnde financiële ramp. {ABN5: 59.3}

De verstandigen weten ook dat de wilde orgie van het uitgeven van alles wat zij verdienen, vroeg of laat moet eindigen in een omwenteling van ontberingen, smarten en spijt—het vernietigen van vele gezinnen. Dus ondernemen de wijzen van tevoren stappen om zich veilig te stellen

60

tegen de onvermijdelijke dag van economische uitval. In de tijd van prijsinflatie zullen zij streng de waanzin verloochenen van het nog weelderiger maken van hun huidige levensstandaard. En in deze tijd van versnelde geldcirculatie zullen zij bijleggen, sparen, in plaats van te spenderen. Zij zullen niet vervallen in die zorgeloze houding die alleen de laagste soorten van het dierenleven betaamt—van “feesten vandaag en hongersnood morgen”; noch zullen zij zich voegen bij hen die zeggen: “laat ons eten, drinken en ons verblijden [ons geld uitgeven zo gauw als wij het verdienen] want morgen sterven wij.” {ABN5: 59.4}

Een ieder die nu in de plezierboot instapt op haar vrolijke tocht tot de stroom van de minste weerstand, zal zeker gezogen worden in een onlosmakelijke maalstroom van financiële wanbeleid. Te laat zal hij ondervinden een slachtoffer te zijn van zijn beruchte zorgeloosheid—grove aanmatiging. De verstandelijke gelijkenis van zulk een persoon kan alleen worden vergeleken met dat van een gevoelloze bloedzuiger—dat stomme kleine waterschepsel dat zich lusteloos verhongert wanneer er niets geriefelijks is om zich daaraan te vestigen, en zichzelf dan doodt door teveel te eten wanneer er eindelijk iets zijn kant opkomt. Deze vorm van verkwisting is van het ergste soort want voor zo iemand is er geen “vader’s huis”om daarnaar terug te keren. {ABN5: 60.1}

Als de ervaringsgerichte maatstaf dat de geschiedenis zichzelf herhaalt moet worden erkend, dan moet er uit deze oorlog een overgangsperiode komen met haar onvermijdelijke depressie {crisis}. Een dollar wordt nu makkelijk verdiend; en een dollar die nu wordt gespaard kan twee of drie dollars waard zijn na de oorlog, wanneer geld nog schaarser kan worden gevonden dan het ooit is geweest. Dus is het nu de tijd om zo weinig mogelijk te spenderen en zo veel mogelijk ter zijde te leggen. Nu is de tijd van overvloed waarin er een oogst moet worden geoogst en het op te slaan voor de tijd van nood die voor ons ligt—om het niet te verbruiken aan “alles waarnaar de ziel begeert.” {ABN5: 60.2}

Naast welke noodzakelijke uitgaven en toenemende inhoudingen dan ook die men kan hebben—Inkomstenbelasting, Victory Belasting, Oorlogsobligaties, sociale verzekering, tienden en offers–zal iedere wijze loonverdiener een zeker bedrag terzijde leggen aan spaargeld, ongeacht hoe klein, en vasthoudend vaststellen dat niets hem ervan zal afleiden van dit plan, en dat niets deze fonds zal doen afnemen. Dit zal men echter zeer moeilijk ondervinden te doen, als gevolg van verleidingen tot spenderen, en van bedreven zakenlieden die hun levenlang hebben gestudeerd hoe zij het spaargeld van hun medemens kunnen uitbuiten. De Associatie heeft daarom een speciale Nalatenschapscertificaten bereid, die de houder ervan zal verzekeren van een nestei voor een “regenachtige dag,” of hem veilig te stellen tegen een financiële ongeluk in de dagen van oude leeftijd. {ABN5: 61.1}

De bezige bij bevoorraadt en spaart haar honing op gedurende de zomermaanden. Wanneer dan de winter komt, heeft niet alleen genoeg honing om haar door de moeilijke tijd heen te leiden, maar zij heeft zelfs ook wat over voor opzichter.  Tegenwoordige waarheid gelovigen zouden niet minder wijs moeten zijn dan een kleine onbeduidende bij! Laat het Nalatenschapscertificaat

61

een herinnering voor u zijn dat daar waar de motten niet kunnen binnengaan en waar de dieven niet  kunnen inbreken, de veiligste plaats is om uw schat te storten. En een klein beetje van zulk een vooruitziendheid nu zal het onmetelijk makkelijker maken bij het Vadershuis wanneer de inspannende tijden komen, want dan kunt u putten uit uw eigen reservefonds op uw certificaat. Het kan onmogelijk zijn voor de Associatie om al de ongelukkigen dán te dienen; en zij die geen voorziening treffen in deze korte tijd van ogenschijnlijke voorspoed, kunnen zich dán verlegen voelen. Vanzelfsprekend kunnen niemand anders dan zij die in het bezit zijn van een Lidmaatschaspscertificaat incvesteren in het Nalatenschapscertificaat—deelhebben aan deze door God gewijde spaarsysteem en ingewijde sociale zekerheid. {ABN5: 61.2}



Vraag Nr. 98:

Zullen we onze tienden aan de voorraadschuur betalen als we weten dat het niet op de juiste manier gebruikt wordt?

Antwoord:

Wetende dat onze tiende in Gods voorraadschuur thuishoort, zou onze grootste zorg moeten zijn dat het getrouw daar betaald wordt. Nergens in de Bijbel vinden we dat de Heer op de tienden betaler het toezicht houden van de kanalen waardoor deze fondsen gaan heeft gelegd. {ABN4: 46.2}

De Heer Zijn schatkamer is onder Zijn controle en als Hij Zelf het niet nodig vind om misbruik van het hanteren van Zijn geld te corrigeren, voorzeker wij zullen het ook niet kunnen hoe hard wij het ook zullen proberen. Als wij voorzichtig dat deel van Zijn werk bewaken, waar Hij ons mee toevertrouwd heeft, zal onze enige zorg zijn uit te vinden waar Zijn “voorraadschuur” is en dan getrouw Zijn geld daar storten. Hij heeft ons niet verantwoordelijk gesteld voor het gebruik ervan, dat zal Hij persoonlijk overnemen — zoals Hij nude regering in Zijn eigen handen neemt.” {ABN4: 46.3}

Toen het Beloofde Land verdeeld werd onder de twaalf stammen van Israel, ontving de stam der Levieten geen land als erfenis zoals de andere elf stammen. Daarvoor in de plaats gaf de Heer het decreet dat de tienden van de andere stammen naar de Levieten moesten gaan. Dit was hun erfenis. Het was hun eigendom. En precies zoals zij, als de tienden ontvangers, geen recht hadden aan de anderen, de tienden betalers, te bevelen wat te doen met hun eigen opbrengst nadat er tienden van afgegaan was, evenzo hadden de tienden betalers geen recht om de tienden ontvangers te bevelen wat met de tienden te doen. Elke stam was op zichzelf verantwoordelijk aan de Heer voor datgene waartoe het was toevertrouwd. Zo moet het vandaag de dag ook zijn. {ABN4: 46.4}



Vraag:

“Kan u alstublief uitleg geven van de eerste vruchten offers en  het betalen.van tienden”  {2SC10: 8.2.6}

Antwoord:

Salomon vermaant ons: “ Vereer de Heere met uw goederen en met de eerste vruchten van al uw opbrengsten.” (Spreuk. 3:6) {2SC10: 9.1.1}

‘Gij zult niet uitstellen te offeren de eerste van uw rijpe vruchten, en van uw drank; de eerstgeborene van uw zonen zult gij aan Mij geven.’Ex.22:29 [KJV] {2SC10: 9.1.2}

“En dit nu zal het recht der priesters zijn van het volk, van hen, die een offerande offeren, hetzij een os, of klein vee: … de eerstelingen van uw koren, van uw most en van uw olie, en de eerstelingen van de beschering uwer schapen zult gij Hem geven.” (Deut. 18:3, 4) {2SC10: 9.1.3}

“Zo zult gij nemen van de eerstelingen van alle vrucht des lands, die gij opbrengen zult van uw land, dat u de HEERE, uw God, geeft, en zult ze in een korf leggen; en gij zult heengaan tot de plaats, die de HEERE, uw God, verkoren zal hebben, om Zijn Naam aldaar te doen wonen;” (Deut. 26:2) {2SC10: 9.1.4}

“Gelijk het in de wet geschreven is; …Dat wij ook de eerstelingen onzes lands en de eerstelingen van alle vrucht van al het geboomte, jaar op jaar, zouden brengen ten huize des HEEREN.” (Neh. 10: 36,35) {2SC10: 9.1.5}

Uit deze schriftgedeelten horen we echter niet de verkeerde conclusie te trekken dat alle eerste vruchten door de Heer geëist worden. God heeft alleen een offer nodig van de eerste van de eerste vruchten, zoals bewezen wordt door het feit van de beweegschoof gepresenteerd aan de Heer voordat de persoon zijn gewas van eerste vruchten kan oogsten (Lev. 23:10); dat wil zeggen dat wij naast de tiende een offer verschuldigd zijn, en zouden niet God’s deel moeten achterhouden maar het meteen betalen, voor wij onszelf welk deel dan ook van onze opbrengst toeëigenen. {2SC10: 9.1.6}

 “Ouderlingen van de kerken, doe uw plicht. Werk van huis tot huis, dat de kudde van God niet nalatig zal zijn in deze grote zaak, die zo, een zegen of, zo een vloek met zich brengt…Ieder mens die de boodschap van waarheid naar onze kerken brengt, moet zijn plicht doen door te waarschuwen, onderwijzen, berispen. Iedere verzuim van een plicht welke een diefsal jegens God is, betekent een vloek voor de misdadiger.”—[Getuigenissen voor de Predikanten,] “Testimonies to Ministers,” pp. 306,307. {2SC10: 9.1.7}

“Laat de kerk predikanten en ouderlingen aanstellen die toegewijd zijn aan de Here Jezus, en laat deze mannen erop toezien dat er werkers gekozen worden die trouw het inzamelingswerk van de tienden zullen doen. Indien de predikanten laten zien dat zij niet geschikt zijn voor hun opdracht, als ze te kort schieten om voor de kerk het belang van het teruggeven Zijn eigendom aan God, als zij er niet op toezien dat de bedienaars onder hen trouw zijn en dat de tienden binnengebracht worden, zijn zij in gevaar. Zij verontachtzamen een zaak welke een zegening of een vloek voor de kerk inhoud. Zij zouden ontheven moeten worden van hun verantwoordelijkheid, en andere mannen zouden getoetst en toegelaten worden. De boodschappers van de Heer zouden moeten inzien dat Zijn voorwaarden trouw worden nageleefd door de leden van de kerk,” –Supplement bij “Review and Herald,” Dec.1, 1866.{2SC10: 9.1.8}

Zij die voorgaan als predikanten hebben een plechtige verantwoordelijkheid op hen welke wonderbaarlijk verwaarloosd wordt…Er is grote nood aangaande de instructies betreffende de verplichtingen en werkzaamheden voor God, in het bijzonder wat betreft het betalen van een eerlijke tiende.”—[Getuigenissen voor de Kerk, Deel 9]“Testimonies for the Church,’ Vol. 9, 250. {2SC10: 9.2.1}

In harmony met het bovengenoemd urgent bevel, zijn wij als predikanten van het Evangelie en als hervormers, “die de oude verwoeste plaatsen moeten bouwen…de fundamenten van vele generaties oprichten, en…geroepen worden, Die de bressen toemuurt, hersteller van paden om in te wonen” (Jes. 58:12), zijn plichtsgetrouw in het bijzonder voor het belang van degenen die niet in het bezit zijn van de geschriften van zuster White om de volgende instructies te citeren uit “Getuigenissen voor de Kerk:” {2SC10: 9.2.2}

”God’s voorwaarden nemen de eerste plaats in.Wij doen niet Zijn wil als wij aan Hem wijden wat er over is van ons inkomen nadat al onze ingebeelde behoeften voorzien zijn, voordat enig deel van ons inkomen is gebruikt  moeten we eruit halen en aan Hem presenteren dat deel dat Hij eist. In de oude dispensatie werd een voortdurend brandend offer van dankbaarheid op het altaar gehouden, aldus de eindeloze verplichting van de mens aan God tonend. Als wij voorspoed  hebben in onze wereldse zaken, is het omdat God ons zegent. Een deel van dit inkomen moet toegewijd worden aan de armen, en een groot deel aangewend worden aan de zaak van God. Als dat wat God eist aan Hem wordt terug gegeven, zal dat wat overblijft geheiligd en gezegend worden voor ons eigen gebruik

Maar als een man God berooft door dat wat Hij nodig heeft terug te houden, Zijn vloek rust op alles.” (Vol. 4, p. 477.) [Deel 4] {2SC10: 9.2.3}

“Paulus geeft een regel voor het geven aan Gods werk, en vertelt ons wat het resultaat zal zijn, zowel voor ons als voor God, ‘ieder doe, naarmate hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief’ ‘Bedenk dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten.’ ‘God is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij,  opdat gij,in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moog zijn…Hij nu die zaad verschaft aan de zaaier en brood tot spijze, zal u uw zaaisel verschaffen en vermeerderen, en het gewas uwer gerechtigheid doen opschieten, terwijl gij in alles verrijkt wordt tot alle overvloed, welke door onze bemiddelig dankzegging aan God bewerkt.” (Deel 5 pag 597,598) (Vol. 5, p, 735) {2SC10: 9.2.4}

“De tienden moesten uitsluitend gebruikt worden, door de Levieten, de stam die apart gezet was voor de dienst van het heiligdom. Dit was echter niet alles wat aan godsdienstige doelstellingen besteed moest worden. De tabernakel, en later ook de temple, werd opgericht door vrijwillige gaven, en om te voorzien in de noodzakelijke kosten voor herstel en andere uitgaven, had Mozes bevolen dat bij elke volkstelling iedere Israëliet een halve sikkel zou bijdragen voor de dienst van de tabernakel. In de dagen van Nehemia werd jaarlijks een bijdrage gegeven voor dit doel. Van tijd tot tijd werden zondoffers en dankoffers aan God gebracht. Deze werden bij de jaarlijkse feesten in groten getale gebracht. En ook voor de armen werd ruimschoots voorziening getroffen.”—“Patriachen en Profeten 477”—“Patriarch and Prophets,” p. 526. {2SC10: 9.2.5}

“De Hebreeën moesten ruim een vierde deel van hun inkomsten geven voor godsdienstige en liefdadige doeleinden. Men zou verwachten, dat zulk een zware belasting op het bezit van het volk hen tot de bedelstaf brengen zou; maar de getrouwe waarneming van onze geboden was juist één van de voorwaarden voor hun welvaart. Op voorwaarde van hun gehoorzaamheid had God hen beloofd: ‘Dan zal ik u ten goede, de afvreter dreigen, opdat hij de vrucht, van uw land niet verderve en opdat de wijnstok op het veld voor u niet zonder vrucht zij…En alle volken zullen u gelukkig prijzen, omdat gij een land van welbehagen zijt, zegt de Here der heerscharen.’”—idem, p. 477.—Id., p. 527. {2SC10: 10.1.1}

“Hij heeft Zijn volk een plan gegeven om bedragen die voldoende zijn om de onderneming zelfvoorzienend te maken. Gods plan in het tiendensysteem is prachtig in haar eenvoud en gelijkheid. Allen mogen eraan deelnemen in geloof en moed, want het is goddelijk in haar oorsprong. Daar in zijn samengevoegd eenvoud en bruikbaarheid, en het vergt geen diepgang om het te leren begrijpen en het uit te voeren. Allen kunnen voelen dat zij een deel mogen hebben in het voort dragen van het kostbare werk van verlossing. Iedere man, vrouw, en jeugd kan een penningmeester voor de Heer worden en mag een vertegenwoordiger zijn om aan de eisen van het penningmeesterschap te voldoen. De apostel zegt, ‘Laat een iegelijk van u iets bij zichzelven weg, vergaderende een schat, naar dat hij welvaren verkregen heeft.’ {2SC10: 10.1.2}

“Grote dingen worden bereikt door dit systeem. Als elkeen het zou willen accepteren zou een ieder een waakzame en getrouwe rentmeester voor God worden en er zou geen gebrek aan middelen zijn waarmee het grote werk voort moet gaan om de laatste waarschuwingsboodschap voor de wereld te luiden. De schatkamer zal vol zijn als allen dit systeem adopteerden en zij die bijdragen zullen niet armer worden. Vanwege ieder gedane investering zullen zij vertrouwd met de zaak van tegenwoordige waarheid worden. Zij zullen voor zichzelf een goed fundament opzij zetten voor de komende tijd, zodat zij het eeuwige leven mogen beerven’.”—Deel 3–Vol. 3, pp. 388,389. {2SC10: 10.1.3}

Er is een verwaarlozing in de kerken om het plan van systematische liefdadigheid en het resultaat is een verarmde schatkist en een afvallige kerk”—Idem–Id. P. 409 {2SC10: 10.1.4}

“Zodra Gods volk, in iedere periode van de wereld, met een opgewekt en gewillig Zijn plan heeft uitgevoerd in systematisch liefdadigheid en gaven en offers, hebben zij zich de blijvende belofte gerealiseerd dat voorspoed zal zorgen voor al hun arbeid naar verhouding van hun gehoorzaamheid aan Zijn voorschriften. Wanneer zij de vereisten van God erkennen en zich aanpasten aan Zijn voorschriften, Hem erend met hun goederen, waren hun schuren overvloedig gevuld. Maar wanneer zij God bestalen in tienden en in offers, beseften zij dat zij niet alleen Hem bestalen maar zichzelf; want Hij beperkte de zegeningen aan hen, naar de verhouding waarin zijn hun offers aan Hem hadden beperkt.”—Id., p. 395. {2SC10: 10.1.5}

“Systematische liefdadigheid kan er voor u nodeloos lijken; het feit dat het met God, wiens wijsheid feilloos is, is ontstaan ziet u over het hoofd,. Dit plan heeft Hij bestemd om wanorde te voorkomen, om begerigheid, gierigheid, zelfzuchtigheid afgoderij te corrigeren. Dit system moest er voor zorgen dat de last licht zou zijn, hoewel met gepast gewicht voor elkeen. De verlossing van de mens heeft een hoge prijs gekost, zelfs het leven van de God der heerlijkheid, welke Hij vrijelijk opgaf om de mens van ontaarding te verhogen, en hem te verhogen om erfgenaam van de wereld te worden. God heeft zo voorbestemd dat de mens zijn medemens zal helpen in het grote verlossingswerk.”–Vol. 1, p. 545. {2SC10: 10.2.1}

“Totdat allen het plan van systematishe liefdadigheid zullen hebben uitgevoerd, zal er een mislukking zijn om tot de hoogte van de apostolische wet te komen. Zij die bedienen in woord en leer zouden mannen van onderscheiding moeten zijn.” Vol. 3.p 411. {2SC10: 10.2.2}

“De armen die door de wet van de apostelen te volgen en iedere week een klein bedrag gaven, hebben geholpen om de schatkamer te doen groeien, en hun gaven zijn God welgevallig; want zij maken net zulke grote offers en zelfs grotere offers dan hun welgestelde broeders. Het plan van systematische liefdadigheid zal bewijzen een beveiliging te zijn tegen verzoekingen voor iedere familie om middelen te gebruiken voor nodeloze zaken; en in het bijzonder zal het voor de rijken een zegen zijn door hen te behoeden van het koesteren van buitensporigheden.” –Id., p. 412 {2SC10: 10.2.3}

Er moet een opwekking(ontwaken) zijn onder ons als volk betreffende deze zaak. Er zijn slechts weinig mannen die door hun geweten worden aangesproken als zij hun plicht in liefdadigheid nalaten. Slechts weinigen voelen gewetenswroeging van hun ziel omdat zij dagelijks de Heer beroven. Als een Christen opzettelijk of per ongelijk zijn buurman onderbetaald of weigert een eerlijke schuld teniet te doen, zal zijn geweten, tenzij het verschroeid is hem lasting vallen; hij kan niet rusten hoewel niemand behalve hij het weet. Er zijn vele nagelaten beloften en onbetaalde verplichtingen, en toch hoe weinigen die zich druk maken over deze zaak; hoe weinigen voelen de schuld van deze overtreding van hun plicht. Wij moeten nieuwe en diepere overtuigingen over dit onderwerp hebben. De gewetens moeten gewekt worden en de zaak ernstiger aandacht krijgen want er moet een verslag gegeven worden aan God in de laatste dag, en Zijn aanspraak moet afgehandeld worden.—Vol. 4, p. 468.{2SC10: 10.2.4}

“Van al ons inkomen moeten wij de eerste bestemming voor God maken. In het systeem van de weldadigheidsinstelling die de joden genoten, werden zij geacht of naar de Heer de eerste vruchten van al Zijn gaven te brengen, zowel in de overvloed van hun kudde of roedel, of van de opbrengst van hun velden, boomgaarden of wijngaarden of zij moesten het vrijkopen door het met een gelijkwaardige te vervangen. Wat is de gang van zaken toch veranderd in onze dagen! De eisen van de Heer en vereisten, worden indien zij enige aandacht krijgen, tot het laatst gelaten…. De meerderheid van belijdende Christenen doen met veel tegenzin afstand van hun middelen. Velen van hen geven niet een-twintigste van hun inkomen aan God, en velen geven veel minder dan dat; terwijl er een grote klasse is die God beroofd van de kleine tiende en anderen die alleen de tiende willen geven. Als al de tienden van onze mensen in de schatkamer van de Heer vloeiden zoals zij zou moeten, zouden er zulke zegeningen ontvangen worden dat gaven en offers voor heilige doelen tienvoudig vermenigvuldigd zouden worden en zou daardoor het kanaal tussen God en mens open gehouden worden.”—Id., p.474. {2SC10: 10.2.5}

“Niets behalve het absolute onvermogen om te betalen kan iemand rechtvaardigen om niet nauwgezet zijn verplichtingen aan de Heer te voldoen. Onverschilligeheid in deze zaak toont dat u verblind en misleid bent en de naam Christen onwaardig bent. …Laat een ieder zijn verleden nagaan en zien of er onbetaalde onafgeloste beloften zijn verwaarloosd en dan extra krachtinspanningen doen om tot de uiterste duit te betalen; want wij moeten allen ontmoeten en verdragen de laatste aangelegenheid van een rechtzitting waar niets anders de test zal kunnen doorstaan dan integreteit en rechtschapenheid.”—Id., p.476 {2SC1 0: 11.1.1}

“Nu eist God, niet minder, maar grotere gaven dan in welk andere periode van de wereld. De principe zoals opgelegd door Christus is dat gaven en offers in verhouding moeten zijn naar het licht en zegeningen die genoten worden. Hij heeft gezegd, ‘En een iegelijk, wien veel gegeven is, van dien zal veel geeist worden.”—Vol.3, p. 392. {2SC10: 11.1.2}

“Zondoffers, vredeoffers en dankoffers waren ook vereist bovenop de tiende van de inkomsten. …Er is hier een belofte gegeven dat indien al de tienden in de voorraadschuur worden gebracht een zegen van God over de gehoorzame zal worden uitgestort. …Niet minder dan een derde van hun inkomen was toegewijd aan heilige en religieuze doeleinden.” – Vol. 3, p. 394,395. {2SC10: 11.1.3}

 “Wanneer wij spreken van de tiende als de standaard voor de Joodse contributies aan religieuze doeleinden, spreken wij niet begrijpend. De Heer hield Zijn eisen voornaamst, en in bijna ieder artikel werden zij herinnerd aan de Gever doordat er verwacht werd dat zij teruggaven aan Hem. Zij werden geacht een losgeld voor hun eerstgeboren zoon te betalen, voor de eerste vruchten van hun kudde, en voor de eerste inzameling van hun oogst.  Zij werden geacht de hoeken van hun oogstvelden voor de noodlijdenden te laten. …. Dan waren er de offergaven, de schendoffers, de zondoffers en het kwijtschelden van alle schulden ieder zevende jaar. Er waren ook talrijke uitgaven voor gastvrijheden en giften aan de armen en er waren taxaties op hun eigendommen.” –Vol.4. p. 467. {2SC10: 11.1.4}

“Er zijn slechts weinigen die de bindende eisen in acht nemen die God op hun heeft om het hun eerste zaak te maken om te voldoen aan de verplichting van Zijn zaak en hun eigen wensen als laatste te laten gelden. Er zijn slecht weinigen die investeren in de zaak van God naar verhouding tot hun middelen.” –Vol 3, p. 398. {2SC10: 11.2.1}

“De Heer zal Zijn zegen terugnemen waar zelfzuchtige interesses worden gekoesterd in iedere fase van het werk; maar Hij zal Zijn volk in bezittingen van goederen brengen door de hele wereld, als zij het willen gebruiken voor de verheffing van de mensheid. De ervaring uit apostolische dagen zullen wij hebben wanneer wij hartgrondig Gods principe van weldadigheid accepteren,–instemmen om in alle dingen de leiding van Zijn Helige Geest te gehoorzamen.”—Vol. 7, p. 146. {2SC10: 11.2.2}

“Een vloed van licht schijnt vanuit het woord van God, en moet een ontwaken uit nagelaten mogelijkheden zijn. Wanneer allen trouw zijn in het teruggeven van de tienden aan God, Zijn eigen tienden en offers, zal de weg voor de wereld geopend worden om de boodschap voor deze tijd te horen. Als de harten van Gods volk gevuld waren met liefde voor Christus; als iedere kerklid volledig doordrengt was met de Geest van zelfopoffering;  als allen volledige oprechtheid verkondigden, zou er geen tekort aan middelen zijn voor huizen of buitenlandse missies. Onze bronnen zouden vermenigvuldigd worden; duizend nuttige deuren zouden geopend worden en wij zouden gevraagd worden om binnen te gaan. Indien het doel van God was uitgevoerd door Zijn volk in het geven van de boodschap van genade aan de wereld, was Christus al naar de aarde gekomen en hadden de heiligen hun welkom in de stad van God ontvangen.”—Vol 6, p. 450. {2SC10: 11.2.3}

“Alle dingen zijn gereed, maar de kerk is klaarblijkelijk op betoverde grond. Wanneer zij zullen ontwaken en hun gebeden en rijkdom en al hun energie en bronnen aan de voeten van Jezus leggen, zal de zaak van waarheid zegevieren. Engelen zijn verbaasd dat Christenen zo weinig doen terwijl er zo een voorbeeld aan hen is gegeven door Jezus, die zichzelf niet eens de dood ontzegde.”—Vol. 4, p. 475 {2SC10: 11.2.4}

“Het is tijd voor ons om acht te slaan op de leer van Gods woord. Al Zijn bevelen zijn voor onze bestwil gegeven, om de ziel te bekeren van zonde tot gerechtigheid. Iedere bekeerde tot de waarheid, zou geinstrueerd moeten worden betreffende de vereisten van de Heer over tienden en offers. …Degenen die waarlijk bekeerd zijn, zijn geroepen tot een werk dat geld en toewijding vereist. De vereisten die ons verplichten om onze namen in de kerkboeken te behouden houdt ons verantwoordelijk om voor God te werken tot het uiterste van onze mogelijkheden. Hij vraagt om onverdeelde dienst, voor de algehele toewijding van het hart, de ziel, het verstand, en kracht. … Dit is waar voor zowel tijdelijke als geestelijke dingen. De Heer komt niet naar deze wereld met goud en zilver om Zijn werk te bevorderen. Hij voorziet de mens met middelen zodat door hun gaven en offers zij Zijn werk kunnen blijven bevorderen.  Het ene doel boven alle anderen waarvoor Gods gaven gebruikt moeten worden is het ondersteunen van werkers in het grote oogstveld. En als zowel mannen als vrouwen kanalen van zegen voor andere zielen willen worden, zal de Heer de kanalen voorradig houden. Het is het niet teruggeven aan God wat van Hem is dat de mens arm maakt; het is het achterhouden dat leidt tot armoede.” –Vol. 6, p. 447, 449.{2SC10: 11.2.5}

“Sommigen zijn ontevreden geweest en hebben gezegd ‘Ik zal niet langer mijn tiende betalen; want ik heb geen vertrouwen in de manier waarop dingen worden beheerd bij het hart van het werk.’ Maar zal u God bestelen omdat u denkt dat de beheerder van het werk niet goed is? Doe uw klacht duidelijk en openlijk met de juiste geest, bij de juiste werkers. Stuur uw verzoeken in voor dingen die aangepast en recht gezet moeten worden; maar trek u niet terug van het werk van God en zo uw ontrouw tonend omdat anderen hun werk niet goed doen.” –Vol. 9, p. 249. {2SC10: 12.1.1}

“De laatste Jaren van de genadetijd sluiten snel. De grote dag de Heren is nabij. Wij zouden nu iedere poging moeten doen om onze mensen wakker te maken. Laat de woorden van de profeet Maleachi bij iedere ziel aangedragen worden.” –Vol. 6, p. 446. {2SC10: 12.1.2}

“Gebeden hoe vaak en hoe oprecht ook opgezonden zullen nooit geaccepteerd worden door God in de plaats van onze tiende. Gebed zal onze schulden aan God niet betalen.” –“Boodschappen voor de Jeugd,” p. – “Messages to Young People,” p. 248. [Boodschappen voor Jonge Mensen, 233] {2SC10: 12.1.3}



Precies zoals de verzegelingsboodschap is afgesloten met opmerkelijke vooruitgang in elk van haar zeven veelbewogen jaren, zo is het in 1937 afgesloten met de wonderbaarlijke vooruitgang dat alle Mt.Carmel werknemers nu vergoed moeten worden voor hun werk, in plaats van dat zij voor niets werken, en dat Mt.Carmel zorgdraagt voor hun vergoedingen. {4SC1-3: 2.1.1}

Bovendien zijn wij als leiders in dit hervormingswerk nu in staat om voor alle Tegenwoordige Waarheid gelovigen het juiste voorbeeld te stellen voor wat betreft het betalen van tienden en vrijwillige gaven. Dat betekent dat naast het geven van een vrijwillige bijdrage , de inwoners van Mt Carmel nu een dubbele tiende betalen over hun inkomsten, welke gewoonte onze persoonlijke tiende en gaven zal doen verhogen tot tussen de 25% en 30% op al onze persoonlijke “inkomsten”, wat ons  naar de aloude Joodse standaard van weldadigheid verhoogd, welke wordt verklaard in de volgende citaten: {4SC1-3: 2.1.2}

“Terwijl wij spreken van de tiende als de standaard voor de Joodse contributies aan religieuze doeleinden, spreken wij niet begrijpend. De Heer hield Zijn eisen voornaamst, en in bijna ieder artikel werden zij herinnerd aan de Gever doordat er verwacht werd dat zij teruggaven aan Hem. Zij werden geacht een losgeld voor hun eerstgeboren zoon te betalen, voor de eerste vruchten van hun kudde, en voor de eerste inzameling van hun oogst.  Van hun werd verwacht dat zij de hoeken van hun oogstvelden voor de noodlijdenden lieten. Wat er ook uit hun handen viel tijdens het oogsten werd voor de armen gelaten, en eens in iedere zeven jaar werd hun land toegestaan om spontaan voor de behoeftigen te produceren. Dan waren er de offergaven, de schendoffers, de zonde-offers en het kwijtschelden van alle schulden ieder zevende jaar. Er waren ook talrijke uitgaven voor gastvrijheden en giften aan de armen en er waren taxaties op hun eigendommen. {4SC1-3: 2.1.3}

In genoemde perioden werden er om de integriteit van de wet te behouden de mensen ondervraagd of zij wel of niet trouw hun beloften hadden nageleefd. Enkele plichtsgetrouwen gaven terug aan de God van ongeveer een derde van al hun inkomsten ten bate van godsdienstige belangen en voor de armen. Deze opvorderingen waren niet van een bepaalde klasse van mensen maar van allen, de vereisten naar evenredigheid verdeeld volgens het bedrag dat zij in bezit hebben. Naast al deze stelselmatige en regelmatige donaties, waren er speciale onderwerpen die een vrijwillige offerande vereisten, zoals de loofhut gebouwd in de woestijn, en de tempel opgericht te Jeruzalem. Deze ontwerpen waren door God voor het volk voor hun eigen bestwil gemaakt, alsook om Zijn dienst voort te zetten. {4SC1-3: 2.1.4}

Er moet een opwekking(ontwaken)zijn onder ons als een volk betreffende deze zaak. Er zijn slechts weinig mannen die door hun geweten worden aangesproken als zij hun  {4SC1-3: 2.1.5}

plicht in liefdadigheid nalaten. Slechts weinigen voelen gewetenswroeging van hun ziel omdat zij dagelijks de Heer beroven. Als een Christen opzettelijk of per ongelijk zijn buurman onderbetaald of weigert een eerlijke schuld teniet te doen, zal zijn geweten, tenzij het verschroeid is hem lasting vallen; hij kan niet rusten hoewel niemand behalve hij het weet. Er zijn vele nagelaten beloften en onbetaalde verplichtingen, en toch hoe weinigen die zich druk maken over deze zaak; hoe weinigen voelen de schuld van deze overtreding van hun plicht. Wij moeten nieuwe en diepere overtuigingen over dit onderwerp hebben. De gewetens moeten gewekt worden en de zaak ernstiger aandacht krijgen want er moet een verslag gegeven worden aan God in de laatste dag, en Zijn aanspraak moet afgehandeld worden. {4SC1-3: 2.1.5}

 “De verantwoordelijkheden van de Christelijke zakenman, hoe groot of klein zijn kapitaal ook mag zijn, zal in juiste verhouding tot zijn gaven aan God zijn. De bedriegelijkheid van rijkdommen heeft duizenden en tienduizenden vernietigd.  Deze welgestelde mannen vergeten dat zij rentmeesters zijn, en dat de dag snel nadert wanneer eraan hen gezegd gaat worden. ‘Geef  een  verslag van uw rentmeesterschap.’ Zoals getoond door de gelijkenis van de talenten, is iedere man verwantwoordelijk voor het wijze gebruik van de verleende giften. De arme man in de gelijkenis voelde zich het minst verantwoordelijk omdat hij de minste talenten had.en maakte geen gebruik van de aan hem toevertrouwde talent; daarom werd hij uitgeworpen in de buitenste duisternis. {4SC1-3: 2.2.1}

“Christus zei, ‘ Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen!’ en Zijn discipelen werden verbaasd  over deze Zijn leer (doctrine). Wanneer een predikant die met succes gewerkt heeft in het verkrijgen van zielen voor Jezus Christus, zijn gezegend werk in de steek laat om tijdelijke winst te verkrijgen wordt hij een afvallige genoemd en zal hij aansprakelijk gehouden worden voor God voor de talenten die hij verkeerd heeft toegepast. Wanneer zakenlui, landbouwers, werktuigkundigen, ondernemers, raadsmannen, enz., lid worden van de kerk, worden zij dienaren van Christus; en hoewel hun talenten totaal verschillen is hun verantwoordelijkheid om de zaak van God te bevorderen door persoonlijke inspanning en met hun middelen, niet minder dan die welke bij de predikant ligt. De wee welke zal vallen op de predikant als hij niet het evangelie predikt zal zeker ook op de zakenman vallen, als hij met zijn verchillende talenten geen medewerker met Christus wil zijn in het bereiken van dezelfde resultaten. Wanneer deze boodschap bij de persoon wordt overgebracht, zullen sommigen zeggen, “Dat is een harde leer;” nochtans is het waar, hoewel het voortdurend wordt tegengesproken door mannen die belijden volgelingen van Christus te zijn {4SC1-3: 2.2.}

God heeft voorzien in brood voor Zijn volk in de woestijn door een wonder van genade en Hij had in al het nodige kunnen voorzien voor religieuze diensten; maar dat heeft hij niet gedaan, omdat Hij in Zijn oneindige wijsheid zag dat de morele discipline (tucht) van Zijn volk afhing van hun samenwerking met Hem, dat elk van hen iets doet. Zolang de waarheid progressief is, rusten de aanspraken van God op mensen om datgene te geven welke Hij heeft toevertrouwd aan hen voor deze zelfde reden. God, de Schepper van mensen, heeft door het plan van systematische liefdadigheid in te stellen, ervoor gezorgd dat het werk door allen op gelijke wijze gedragen wordt overeenkomstig hun verschillende vaardigheden. Een ieder moet  zijn eigen taxateur zijn en is geacht te geven zoals hij in zijn hart overeenkomt. Maar er zijn er die schuldig van dezelfde zonde als Ananias en Saphira, denkend dat als zij een deel van wat God vraagt in het tiendensysteem achterhouden de broeders het nooit zullen weten. Alzo dacht het schuldige paar wiens voorbeeld ons als een waarschuwing is gegeven. God bewijst in dit geval dat Hij het hart onderzoekt. De motieven en doelen van de mens kunnen voor Hem niet verborgen worden. Hij heeft een eeuwigdurende waarschuwing aan Christenen van alle leeftijden gelaten zodat zij bewust zijn van de zonde waartoe het hart der mensen voortdurend geneigd is. {4SC1-3: 2.2.3}

“Hoewel er nu geen zichtbaar teken van God’s misnoegen bij de herhaling van de zonde van Ananias en Saphira volgt, is de zonde toch net zo weerzinwekkend in Gods aangezicht en zal de overtreder er even zeker door getroffen worden op de dag des oordeels en velen zullen de vloek van God zelfs in dit leven voelen. Als er een belofte gedaan is voor de zaak, is het een eed die gemaakt is met God en zou heilig nagevolgd moeten worden. In Gods ogen is het niet anders als heiligschennis om ons toe te eigenen dat wat eens was toegezegd om Zijn heilig werk vooruit te helpen. {4SC1-3: 3.1.1}

Als er een mondelinge of schriftelijke gelofte is gemaakt in aanwezigheid van onze broeders om een bepaald bedrag te geven, zijn zij de zichtbare getuigen van een contract dat gemaakt is tussen ons zelf en God. De gelofte is niet gemaakt met de mens maar met God en is als een geschreven aantekening(notitie) voor een buurman. Geen wettelijke waardepapier is meer bindend voor de Christen voor het betalen van geld, dan een gelofte gemaakt aan God. {4SC1-3: 3.1.2}

Personen die zo deze gelofte maken met hun medemens denken er over het algemeen niet over na om van hun geloften ontheven te worden. Een eed(toezegging) gemaakt met God, de gever van alle zegeningen(voorrechten), is van nog grotere belangrijkheid; waarom zullen wij dan ernaar streven om van onze gelofte met God ontheven te worden? Zal de mens zijn belofte minder bindend achten omdat het met God gemaakt is? Is zijn eed minder waard omdat het niet tot een proces in de rechtzaal is gebracht? Zal een man die beweerd dat hij gered is door het bloed van het oneindige offer van Jezus Christus, ‘God bestelen’? Worden zijn toezeggingen en daden niet gewogen in de weegschaal van gerechtigheid in de hemelse zalen? {4SC1-3: 3.1.3}

Elk van ons heeft een nog onbesliste zaak in de hemels gerechtszaal. Zal onze manier van handelen de overwicht tegen het bewijs tegen ons hebben? Het geval van Ananias en Saphira was één met de meest belastende  karaktereigenschap. Door een deel van de prijs achter te houden, logen zij tegen de Heilige Geest. Evenzo ligt het schuldgevoel bij iedere individu in verhouding met de overtredingen. Wanneer de harten van mensen verzacht zijn door de aanwezighed van de Geest van God, zijn zij gevoeliger voor de indrukken van de Heilige Geest, en neemt men voor om de eigen ik te verloochenen en te offeren voor de zaak van God. Het is wanneer licht met ongewone helderheid en macht in de kamers van het verstand schijnt dat de gevoelens van de natuurlijke mens overwonnen worden, dat zelfzucht zijn macht verliest op het hart en dat verlangens worden opgewekt om het Patroon, Jezus Christus te imiteren, in het beoefenen van zelfverloochening en weldadigheid. De mentaliteit van de van nature zelfzuchtige man wordt dan vriendelijk en erbarmelijk jegens verloren zondaars en hij maakt een plechtige gelofte aan God, zoals Abraham en Jacob deden. Hemelse engelen zijn aanwezig bij zulke gelegenheden. De liefde voor God en liefde voor zielen zegeviert boven zelfzuchtigheid en wereldse liefde. In het bijzonder is dit het geval wanneer de spreker in de Geest en macht van God, het verlossingsplan toont zoals vastgelegd door de Majesteit van de Hemel in het offer aan het kruis. Door de volgende bijbelteksten kunnen wij zien hoe God het onderwerp van toezeggingen (geloften) beschouwd.  {4SC1-3: 3.1.4}

“ ‘En Mozes sprak tot de hoofden van de stammen aangaande de kinderen Israëls, zeggende: Dit is de zaak die de HEERE geboden heeft. Wanneer een man de HEERE een gelofte zal beloofd, of een eed zal gezworen hebben, zijn ziel met een verbintenis verbindende, zijn woord zal hij niet ontheiligen; naar alles, wat uit zijn mond gegaan is zal hij doen.’ (Num. 30:1-2)  ‘Laat uw mond niet toe, dat hij uw vlees zou doen zondigen; en zeg niet voor het aangezicht des engels, dat het een dwaling was; waarom zou God grotelijks toornen, om uwer stemme wille, en verderven het werk uwer handen?’  Pred. 5:5 ‘Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen, Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was.’ Ps. 66:13,14. ‘Het is een strik des mensen, dat hij het heilige verslindt, en na gedane geloften, onderzoek te doen’ Spreuken 20:25, ‘Wanneer gij den HEERE, uw God, een gelofte zult beloofd hebben, gij zult niet verslappen die te betalen; want de HEERE, uw God, zal ze zekerlijk van u eisen, en zonde zou in u zijn. Maar als gij nalaat te beloven, zo zal het geen zonde in u zijn.Wat uit uw lippen gaat, zult gij houden en doen; gelijk als gij den HEERE, uw God, een vrijwillig offer beloofd hebt, dat gij met uw mond gesproken hebt. Deut. 23:21-23. [KJV] {4SC1-3: 3.2.1}

“ ‘Doet geloften en betaalt ze den HEERE, uw God, gij allen, die rondom Hem zijt! Laat hen Dien, Die te vrezen is, geschenken brengen;’ Ps 76:12. ‘Maar gij ontheiligt dien, als gij zegt: Des HEEREN tafel is ontreinigd, en haar inkomen, haar spijs is verachtelijk.Nog zegt gij: Ziet, wat een vermoeidheid! maar gij zoudt het kunnen wegblazen, zegt de HEERE der heirscharen; gij brengt ook hetgeen geroofd is, en dat kreupel en krank is; gij brengt ook spijsoffer; zou Mij zulks aangenaam zijn van uw hand? zegt de HEERE.Ja, vervloekt zij de bedrieger, die een mannetje in zijn kudde heeft, en den Heere belooft, en offert, dat verdorven is! want Ik ben een groot Koning, zegt de HEERE der heirscharen, en Mijn Naam is vreselijk onder de heidenen’.Mal.1:12-14”–Getuigenissen voor de Kerk deel 4 (Testimonies for the Church, Vol. 4, pp 467-471) {4SC1-3: 3.2.2

Verder betaalt  Mt. Carmel salarissen niet alleen aan al haar vaste arbeiders, maar ook aan al haar studenten, wat hen in staat stelt om een deel van hun onkosten, welk voorrecht van zelf redzaamheid niet alleen de lasten van hun ouders vermindert  maar telijkertijd ook, de studenten leert om verantwoordelijkheden te dragen en zelfvoorzienend te worden, hetgene zowel de ouders als de scholen gefaald hebben te doen, met het beklagenswaardige resultaat dat nadat de jeugd de schoolleeftijd gepasseerd is, zij niet alleen niet in staat zijn om geld te verdienen voor een huis, maar ook om zelf de eigen kost te verdienen en een vloek voor de wereld zijn; terwijl zij een zegen zouden moeten zijn voor allen,  {4SC1-3: 4.1.1}

Dit vergoedingssysteem van 1938 is van toepassing op alle kinderen van vier jaar en daarboven, zoals uiteengezet in de volgende aanvullende verordening bij de wet en regelgeving van de Generale Associatie van de Herders’ Staf Zevende-dag Adventisten: {4SC1-3: 4.1.2}

“ Deze Associatie zal bestaan uit onzelfstandige en zelfstandige afdelingen” {4SC1-3: 4.1.3}

“DE  ONZELFSTANDIGE AFDELINGEN zullen worden: de Educatieve , de Bediening, Liefdadigheid en het Algemeen Kantoor.  {4SC1-3: 4.1.4}

  “Voor het onderhouden van de educatieve afdeling zal er een offer van 5% van het netto inkomen vereist zijn van alle Tegenwoordige Waarheid gelovigen. Dit offer van anderen dan diegenen op Mt. Carmel zal special gebruikt worden voor het onderhoud van de kinderen op school, van wie de ouders financieel niet in staat zijn om dat te doen en voor het onderhoud van de schoolgebouwen.  {4SC1-3: 4.1.5}

“Het schoolbestuur zal geen studenten meer aannemen totdat er aan extra ruimten is voorzien om voor hen te zorgen en totdat tegenwoordige waarheid gelovigen beantwoorden aan hun plicht en de studenten op school houden.  {4SC1-3: 4.1.6}

“De Bedienings Afdeling – werkers en Tegenwoordige Waarheid publicaties—zullen onderhouden worden door de eerste tiende. Naast al deze uitgaven van deze afdeling, zullen ze gebruikt worden voor het aanschaffen van constructie materiaal voor het bouwen van institutionele gebouwen op Mt. Carmel Center. {4SC1-3: 4.1.7}

 De Liefdadigheids-Afdeling zal onderhouden worden door de tweede tiende, waarvan de 5% van schoolcontributies een deel is, en al de offers die niet voor een specifieke fonds bestemd zijn. De financiën van deze afdeling zullen moeten zorgen voor alle eerzame weldadige gevallen. {4SC1-3: 4.1.8}

 “DE ZELFSTANDIGE AFDELINGEN zijn de Handel, de Boerderij, Pachtgoed(eigendomsgrond) , Culinaire, Wasserij en Medische. {4SC1-3: 4.1.9}

Onderhoud van de Educatieve Afdeling

Er zijn een aantal kinderen van wie de ouders financieel niet in staat zijn om hen op school te houden en aangezien Mt. Carmel, hun geestelijke moeder, verlangt om al haar kinderen te redden, heeft zij hen geadopteerd. Maar aangezien haar ondersteuning van alle Tegenwoordige Waarheid gelovigen moet komen, maakt zij hierbij aan allen haar behoeften voor deze kinderen bekend. {4SC1-3: 5.2.1}

Er is een schatting dat de gemiddelde offers die ontvangen worden van Tegenwoordige Waarheid gelovigen ongeveer 2% van hun “opbrengst” bedraagt en dat er tussen 5 en 8% nodig is om de school in stand te houden. Vandaar dat Mt. Carmel in niet mis te verstane woorden verzoekt dat alle Tegenwoordige Waarheid gelovigen niet minder dan 5% van hun opbrengst bijdragen aan dit noodzakelijke fonds. Met andere woorden, als iemands inkomen $ 15 per week is, zal zijn eerste tiende $1.50 bedragen voor de 10 procent tiende en 68ct voor de 5% van het in stand houden van de school welke in total $ 2.18 zal bedragen. {4SC1-3: 5.2.2}

Als alle Tegenwoordige Waarheid gelovigen aan deze dringende en eerzame oproep gehoor geven, dan zal het probleem om de school in stand te houden en een Christelijk onderwijs voor de kinderen te waarborgen voor altijd opgelost zijn. Maar dat het bekend mag zijn, Broeder, Zuster, dat als u faalt uw falen Mt. Carmel zal beletten dat te doen voor uw kinderen wat de Heer van haar verwacht te doen en wat gedaan moet worden indien zij gered moeten worden. Deze manier van verzaken nu, zal verderf brengen voor zowel oud en jong. {4SC1-3: 5.2.3}



Vraag Nr. 97:

Is het Bijbels voor iemand om vast te houden en persoonlijk gebruik te maken van zijn tienden en offers om het evangelie werk voortgang te doen vinden in zijn eigen buurt (of wijk), naar zijn eigen plannen. {ABN4: 44.3}

Antwoord:

Nergens in de Geschriften vinden we toestemming om de Heer Zijn geld naar onze eigen inzicht {beleid} te gebruiken. De enige rechtvaardiging om zo te handelen zou puur ombekwaamheid/onmacht zijn om een of andere reden om het naar de Heer zijn voorraadschuur te sturen. Zou iemand dus vrijwillig zulke praktijken op na houden, dan zou hij/zij het verkeerde voorbeeld aan anderen geven. En als zijn leiding na gevolgd wordt, zullen anderen hetzelfde recht op zich nemen en hun koers moet onvermijdelijk leiden tot het op ernstige wijze mismaken van de Heer zijn werk, Zijn schatkamer laten doodbloeden en omverwerpen en zodoende Zijn werk ontregelen en de kerk tot slechts een schelp verminderen, terwijl haar leden zichzelf in dienst nemen als werkers in de Heer Zijn wijngaard, zichzelf helpend aan de Heer Zijn geld en gaan zonder te zijn gezonden. Wat een Babylon zal dat zijn! {ABN4: 44.4}

Hoewel de Heer gebiedt: “Brengt al de tienden naar mijn voorraadkamer” (Mal. 3:10), zegt Hij niet: “brengt al de offerande.” Zodoende geeft Hij aan dat als wij deel zullen hebben aan persoonlijke liefdadigheid of zendingsactiviteiten, wij het zouden moeten halen uit offeranden, niet van de tienden. {ABN4: 45.1}

“Engelen houden een getrouw register bij van een ieders werk en als het oordeel gaat over het Huis van God, zal het vonnis van een ieder opgetekend staan bij zijn naam, en de engel is opgedragen om de ontrouwe dienstknecht niet te sparen, maar ze neer te slaan tijdens de slachtperiode(….) En de kronen die ze hadden mogen dragen, als ze getrouw waren geweest, worden gezet op de hoofden van hen die gered zijn door de trouwe dienstknechten.”— Testimonies, Vol. 1, p. 198{“Getuigenissen voor de Kerk, Deel 1, blz. 198 {ABN4: 45.2}



“Gezondheidshervorming” betekent in  goede verhouding staan met God en de mens, met uzelf en met al uw gewoonten. De meeste mensen zijn voorzichtiger met overwerken dan dat zij dat zijn met zichzelf doden door onmatig eten, en hoewel zij zich voorgeven dit te doen ten behoeve van hun gezondheid, zal deze klasse mensen bij observatie blijken roekeloos om te gaan met hun lichaam door zondige vermaken en hun gezondheid op te offeren door een verdorven eetlust. Ja, zij riskeren hun gezondheid voor een beetje zondig vemaak van haast ieder soort, en wanneer zij worden berispt, dan zijn zij grotelijks verstoord en zouden liever, ten koste van wat dan ook, willen voortgaan met een ongezonde gewoonte, aangemoedigd door het toegeven aan enig zondig vermaak, dan dat zij het zichzelf ontzeggen door hun kwade handelwijze te verbeteren. Dus is hun vrees voor overwerken een vrees voor het werk dat hun verdorven verlangen doorsnijdt, “de genade onzes Gods veranderend in ontuchtigheid.” (Judas 4.) Zij zijn bevreesd  voor het overwerken maar zijn niet bevreesd voor teveel niets doen, wat uiteindelijk resulteert tot het verliezen van hun fysieke vermogens—zij worden haast zo zwak als een strohalm, zo stijf als een komkommer, en zo onvast als een pannekoek. {2SC2: 9.5}

Er is niets in Gods schepping dat stilstaat—alles is te allen tijde iets aan het doen—en wat dan ook stopt met bewegen, neemt Hij weg. Als het hart stopt met kloppen, neemt Hij het leven weg, en het stof van het lichaam keert weer terug tot klei. Als een boom stopt met groeien, dan sterft het. Water dat stilstaat wordt traag. God’s “handwerk “ beweegt niet alleen onophoudelijk op zijn eigen baan, maar het gaat nooit achteruit noch vooruit—het bewaart voor altijd de volmaakte tijd. Als een vliegtuig stopt met vliegen dan valt het naar beneden. Wanneer een auto stopt met rijden dan wordt het waardeloos voor de eigenaar. Alles wat tekortschiet aan de geregelde maatstaf ervan door zijn maker wordt niet alleen waardeloos, maar wordt ook een overlast. {2SC2:10.1}

Er zijn duizenden die hun gezondheid en geluk opofferen door gebrek aan beweging. Sommigen verontschuldigen zich om te werken om de schoonheid van hun handen te behouden, zich niet realiserend dat zij het gehele lichaam vernietigen door niets te doen! Anderen trachten hun schoonheid te behouden door de stralen van de zon te vermijden, terwijl niemand erzonder de volledige lengte van zijn tijd kan leven en lang gelukkig kan blijven zolang hij leeft. {2SC2:10.2}

De bij die gedurende de gehele zomer getrouw arbeidt, heeft voldoende te eten wanneer de winter aanbreekt en heeft nog wat over voor een hongerig mens die geen honing voor zichzelf kan maken, terwijl de sprinkhaan door de gehele zomer lang zijn tijd te verspillen honger lijdt tijdens de winter in de kou. De plant die in de schaduw opgroeit is zwak en bleek en als het te laat wordt blootgesteld aan de zon zal het, in plaats van haar nartuurlijke schoonheid ontvangen, verdorren. Zij die verkeerd leven beginnen, wanneer zij hun gewoonten beginnen te veranderen, hetzelfde effect te voelen, maar in plaats van voort te gaan op de goede weg, verontschuldigen zij zich van hervormen en gaan terug naar het bewandelen van dezelfde oude kromme weg. {2SC2:10.3}

“Armoede en schande treffen hem die de tucht in de wind slaat, maar wie de terechtwijzing in acht neemt, wordt geëerd.” (Spreuken 13:18.) “Kracht en eer is haar gewaad, de komende dag lacht zij toe. Met wijsheid opent zij haar mond, en de wet der vriendelijkheid ligt op haar tong. Zij houdt toezicht op de gang van haar huishouding, het brood der ijdelheid eet zij niet. Haar kinderen staan op en prijzen haar gelukkig, ook haar man roemt haar.” (Spr. 31:25-28, KJV.) “Ga tot de mier, gij luiaard; beschouw haar wegen, en wees wijs. Hoewel zij geen gids, geen toezichthouder of heerser heft, bereidt zij in de zomer haar brood, verzamelt zij in de oogst haar spijs. Hoe lang, o luiaard, zult gij neerliggen? Wanneer zult gij opstaan uit uw slaap? Nog even slapen, nog even sluimeren, nog even liggen met gevouwen handen—daar komt uw armoede over u als een reiziger, en uw gebrek als een gewapend man.”(Spr. 6:6-11, KJV.) “Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.” (Ex. 20:9.) {2SC2:10.4}

“In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert. (Gen. 3:19.) {2SC2:10.5}

Abraham werd een vriend van God omdat hij niet alleen geloofde, maar omdat hij getrouw zijn taken uitvoerde en dat door “des morgens vroeg” op te staan (Gen.22:3), en door de dingen “op diezelfde dag” te doen. (Gen. 17:26.) {2SC2:10.6}.

Toen God het leger selecteerde waarmee Gideon de Midianieten zou verslaan, gebood Hij Gideon om degenen die “bang en bevreesd” waren en die een ruime tijd in beslag namen voordat zij iets begonnen te doen, te scheiden van hen die, wegens haast, zelfs niet lang genoeg stopten om te drinken, maar die, door het water met hun handpalmen te scheppen, dronken terwijl zij onderweg renden. Richt. 7:2-7. Als Gods volk nú niet wakker wordt, dan zullen zij dat nooit doen, want de tijd is te kort en het werk te groot, en de besten van ons kunnen niet te vaardig of te actief zijn om betrokken te zijn bij de strijd die tegenover ons staat. {2SC2:10.7}

(Wordt Vervolgd)

 

 



Wij kunnen geen “geboden-bewarend volk” worden genoemd tenzij wij al ons werk doen en dat op tijd doen, want één van de geboden luidt: “zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.” Als wij een moment van onze tijd verspillen, behalve wanneer het gaat om een of ander onvermogen, dan zouden wij niet geschikt zijn om onszelf “geboden-bewaarders” te noemen. Vandaar dat wij moeten arbeiden; en dat met een glimlach, en getrouw, zes volle dagen van de week. Wij kunnen het werk ook niet iedere dag achter laten blijven en tegelijk beweren dat wij God’s geboden bewaren. Aangezien het werk dat God aan een ieder heeft toegewezen noch teveel noch te weinig is, dan zouden wij, als wij zes dagen getrouw arbeiden en al ons werk doen, geen ijdele tijd vinden gedurende de week, noch zouden wij iets ongedaan vinden aan het einde van de week. {2SC3, 4:13.1.4}

Zij die teveel tijd en niet genoeg werk hebben, laten hetzij onwetend of opzettelijk hun werk ongedaan, en zij die teveel werk en niet genoeg tijd hebben, zijn hetzij bezig de onnodige dingen in het leven te doen, te lui, of zij zijn onbekwaam en onsystematisch bezig. Als God iets ongedaan zou laten in Zijn scheppingswerk, dan zou dat geschapen ding tot een ramp uitlopen, en als Hij het niet op tijd doet zal de gehele schepping eronder lijden. {2SC3, 4:13.2.1}

Zij die zullen worden veranderd{opgenomen} zullen als God zijn (Zach. 12:8)—volmaakt in al wat zij doen. Verander daarom uw wegen, en weest gij “volmaakt, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.” (Matt. 5:48.) {2SC3, 4:13.2.2}

Onderzoek wat uw werk is, sta dan vroeg op en doe het getrouw “op diezelfde dag” met een glimlach. Werk en zonlicht zullen u niet alleen veel goed doen, maar zij zullen u ook ervoor behoeden om een langzame zelfmoord te plegen, want zonder beweging, frisse lucht en zonlicht kunt u uw volledige leeftijd niet uitleven, en de tijd waarin u uw leven leidt zal onaangenaam zijn voor uzelf en lastig voor anderen. {2SC3:13.2.3}

“Zo zegt de Here: Laten uw handen sterk zijn, gij die in deze dagen uit de mond der profeten deze woorden hoort, uit de tijd toen het huis van de Here der heerscharen gegrondvest werd, opdat de tempel kon worden gebouwd.” (Zach. 8:9, KJV.) {2SC3:13.2.4}

“ God onderzoekt de daden van ieder mens. Ze worden opgetekend als ze goed zijn, maar ook als ze slecht zijn. Naast elke naam wordt elk verkeerd woord, elke zelfzuchtige daad, elk plichtsverzuim, elke verborgen zonde en alle huichelarij met buitengewone nauwkeurigheid in de boeken des hemels opgeschreven. De engel die de boeken bijhoudt, noteert alle waarschuwingen en berispingen van de hemel die niet ter harte zijn genomen en ook de verspilde tijd, de kansen die men heeft laten voorbijgaan, de positieve of negatieve invloed die men heeft uitgeoefend en alle vèrstrekkende gevolgen daarvan.” –“De Grote Strijd, blz. 445.{“The Great Controversy,” p. 482) {2SC3, 4:13.2.5}

Bedrieg Niet Opdat U Niet Tekort Schiet

Daar het menselijk mechanisme is geconstrueerd uit zestien verschillende elementen, en daar zij uitgeput geraken door het dagelijks gebruik van het lichaam, en daar deze noodzakelijke elementen op geen andere wijze kunnen worden bijgevuld dan alleen door onze dagelijkse voedselconsumptie, dan is het van hoogst belang dat het voedsel dat het voedsel waarvan wij gebruik maken dusdanig is dat het elk van de elementen bevat, als wij onze supermenselijke structuur in goede conditie willen behouden. {2SC3, 4:13.2.6}

Laat het door allen worden begrepen dat door het verzuimen om het menselijk organisme te voorzien van de bovenvermelde bouwmaterialen waardoor de uitgeputte weefsels en spieren worden hersteld, en die de conditie van de beenderen e.d. behouden, de schuldige daardoor, hetzij door onwetendheid of iets anders, zijn gezondheid schade zal doen lijden, en als zijn fout geen plostelinge dood zal teweegbrengen, zal het veel pijn, verdriet, en spijt veroorzaken en ten laatste een ontijdige begrafenisstoet vereisen. {2SC3, 4:14.1.1}

Zij die ernaar verlangen gezond te blijven zullen deze ene eenvoudige zaak gedenken; dat is: vervaardigde geraffineerde voedselproducten, van haast welke aard zij ook mogen zijn, zijn niet alleen volledig gebrekkig aan sommige van de elementen, maar zelfs de elementen die zij bevatten zijn uit de zorgvuldige en onveranderlijke chemische combinatie van de Schepper gehaald, waardoor zelfs de elementen die aanwezig zijn geen echte waarde kunnen hebben voor het systeem, en in sommige gevallen zijn zij zelfs een hindernis ervoor, want de afwezigheid van een element verandert de geaardheid van de ander, zoals de toevoeging van een vreemde {element} dat doet, welke handeling wordt aangetoond als volgt: {2SC3, 4:14.1.2}

Als er een chemische synthese{samenstelling} wordt uitgevoerd op melk door, indien mogelijk, het element ijzer in zijn organische vorm eraan toe te voegen, dan zal het ijzer de melk doen stollen{stremmen}—het veranderen tot kaas.  Als wij stikstof, waterstof en zuurstof zouden combineren, dan zouden wij huishoud-ammonia verkrijgen; en de chemische kunststoffen tonen aan dat als wij de stikstof scheiden van de zuurstof en de waterstof nadat het is gecombineerd, het (de stikstof) kooldioxide-gas wordt in plaats van weer stikstof te worden. Sta ons nogmaals toe om de bovenstaande feiten te illustreren: {2SC3, 4: 14.1.3}

Laten wij ons voorstellen dat de maag een kok is en laten wij de elementen waarmee het organisme het lichaam voedt ons voorstellen als brood. De kunst van het brood maken vereist bloem, water, vet, zout en gist. Veronderstel dat wij de kok al de ingredienten geven behalve één; zou hij dan niet verhinderd zijn in het maken van het brood wat betreft het belang van het onderdeel? Als de bloem wordt weggelaten, zou hij helemaal geen brood kunnen maken; als het water wordt weggelaten, zou hij in een even erge netelige situatie verkeren; indien zonder zout, dan zou het zonder smaak zijn; indien zonder gist, dan zou het te zwaar zijn. Nogmaals, zou niet, door de afwezigheid van een of meer van de onderdelen, de percentage  van de bloem, of van het water, van het zout of van het gist toenemen, afhankelijk van welk van hen ontbreekt? Zo ja, wat voor soort brood zou de keukenkok dan in staat zijn te maken en ons daarmee te voeden, als sommige van de benodigdheden waren weggelaten, en hoe zouden wij het vinden? Zou niet hetzelfde beginsel het voedsel in het menselijk systeem moeten beheren zoals het dat doet in de keuken? Dit is wat vervaardigde voedselproducten iedere dag doen voor hen die ze gebruiken en toch verwachten zij hun menselijk supersysteem in goede conditie te behouden, zich goed te voelen en gelukkig te zijn!{2SC3, 4: 14.1.4}

Niemand behoeft een biochemicus of fysioloog te zijn om te weten hoe men moet leven. Zelfs de meest eenvoudige analfabeet behoeft niet te dwalen in de wetenschap van gezondheid als hij de volgende regels onderhoudt: {2SC3, 4: 14.2.1}

Gebruik geen voeding dat verboden is zoals de vrucht van de boom dat was, welke de Heer had geplant in het midden van de hof: “Onrein is het voor u.” Bestudeer Leviticus Elf, Deutoronomium Veertien, en Jesaja 66:17. {2SC3, 4: 14.2.2}

Nadat al deze dingen terzijde zijn gelegd, ga dan een stap verder met ons als u een soortgelijk werk verwacht te doen als dat van Johannes de Doper en als u ernaar verlangt om opgenomen te worden tot uw Edense thuis; dat betekent: reikt vooruit naar God’s oorspronkelijk dieet waarin Hij heeft voorzien voor het menselijk geslacht. Want aangezien wij nu gaan naar ons oorspronkelijk tehuis, dan zouden wij onszelf moeten gewennen aan ons oorspronkelijk dieet. “En God zeide: Ziet, Ik heb u al het zaaddragende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, waarin de vrucht van een zaadzaaiende boom is; het zij u tot spijs.” (Gen. 1:29.{KJV}) {2SC3, 4: 14.2.3}

Laat alle vervaardigde commerciële producten worden vervangen door voedsel dat in zijn oorspronkelijke staat verkeert—neem geen kansen. Zelfs de volkorenmeel en de maismeel die in de winkel wordt verkocht is in de meeste gevallen óf vervalst óf gedemineraliseerd. {2SC3, 4: 14.2.4}

Als u het soort materiaal kon zien wat uw gemeenschapsbakker gebruikt om uw brood te maken wat u bij uw kruidenier koopt, gesneden en verpakt in een meest aantrekkelijke verpakking, in het bijzonder in de zomertijd, dan zou u het niet eten. Er zijn slechts weinig uitzonderingen wat betreft andere commerciёle voeding. Bovendien betaalt u vele malen meer voor uw voedselproducten dan wanneer u ze zelf zou bereiden. {2SC3, 4:14.2.5}

Het brood-onderdeel alleen zou u niet alleen vele, vele dollars elk jaar besparen als u het zelf zou maken van eigengeteelde meel, maar het zou ook de gezondheid van uw gezin in slechts korte tijd verbeteren, en uw juk verzachten door uw huishoudelijke uitgaven te hebben verminderd. Koop het volle graan van tarwe, mais en rogge, enz., en maak uw eigen meel. U kunt een molen voor eigen gebruik kopen vanaf $2,75 en hoger. Dus, naast het gezond blijven, kunt u de kosten voor uw levensonderhoud vele malen verminderen dan wat het nu is, en u zou niet haast iedere dag per jaar als een paard behoeven te werken om in uw levensonderhoud te voorzien. Ook zou u uw vitaliteit niet verspillen door een dagelijkse bezorgdheid, maar u zou in plaats daarvan de Heer dienen door de sterke banden van de vijand los te maken van de nek van anderen. Snijd u los, laat de wereld met rust, want wij gaan naar huis! {2SC3, 4:14.2.6}

Gedenk dat u, naast uw dieet, frisse lucht, zonlicht, en beweging in de buitenlucht nodig heeft. De beste en meest winstgevende manier om alle drie tegelijkertijd te verkrijgen is door een tuin te maken in uw achtererf, als er geen andere plaats is, en dagelijks wat arbeid daarin te verrichten. Zodoende zult u niet alleen uw gezondheid verbeteren en verse groenten hebben voor uw eettafel, maar ook uw kruidenierskosten verminderen. Voordat u echter uw tuin maakt, en voordat u de gelegenheid heeft om erin te werken, beroof uzelf niet van een dagelijkse stevige wandeling, en nadat u al de ramen van uw slaapkamer ‘s avonds heeft geopend, slaap niet met uw neus bedekt. {2SC3, 4:15.1.1}

“Moeders, er bestaat niets dat tot zulke kwaadheden leidt dan de lasten van uw dochters weg te nemen, en hen niets byzonders te geven om te doen, en hun eigen bezigheid te laten verkiezen, misschien wat haakwerk of een ander buitensporig werk om zichzelf bezig te houden. Laat hen de ledematen en spieren bewegen. Als het hen moe maakt, wat dan? Raakt u niet vermoeid bij uw werk? Zal vermoeidheid, tenzij overwerkt, schadelijk zijn voor uw kinderen, meer dan dat het schadelijk is voor u? Volstrekt niet. Zij kunnen herstellen van hun vermoeidheid door een goede nachtrust, en voorbereid zijn om de volgende dag met arbeid bezig te zijn. Het is een zonde om hen te laten opgroeien in ijdelheid. De zonde en ondergang van Sodom was overvloed aan brood en ijdelheid.”—Testimonies for the Church, Vol. 2{Getuigenissen voor de Gemeente, Deel 2}, p. 371. {2SC3, 4:15.1.2}

LEERZAAM

De hedendaagse gebakjes zijn veel erger dan “de spijs des konings” welke Daniёl weigerde te eten, en zijn ongeschikt om in de maag te zetten, waardeloos voor het systeem, onnodig de spijsverteringsorganen vermoeiend, schadelijk voor het lichaam, en een verspilling van iemands kostbare tijd tijdens het maken ervan. Verder is zelfs het juiste sort gebakje niet de tijd waard die eraan wordt bested om het te maken, en wanneer het wordt gebruikt als een nagerecht dan loopt het uit op overeaten; maar als u één keer in de zoveel tijd een gebak moet hebben, geeft broeder Deeter, de kok van Mt. Carmel, het volgende recept: {2SC3, 4:15.1.3}

1 ¾ kop gezeefde volkoren tarwemeel; 3 eieren; 1 kop bruine of rauwe suiker; 1 ¾ kop zuivere honing; 1/3 kop water; ¼ theelepel zout; kies uw favoriete smaak{aroma}. Gebruik nooit bakpoeder, soda of wijnsteenpoeder bij geen van uw kookkunsten. {2SC3, 4:15.1.4}

U kunt een gebakskopje of bakblikken gebruiken die eerst zijn ingesmeerd met vegetarisch vet en dan met bloem voordat u het recept begint te mengen. {2SC3, 4:15.1.5}

Voor succes, volg de INSTRUCTRIES nauwgezet. Als u twee schalen heeft, elk van bijna een liter inhoud, schenk dan het eigeel van de eieren in de één en het eiwit in de ander. Voeg olie, honing, water, suiker, aroma en zout toe aan het eigeel, terwijl u het klopt zoals u dat zou doen voor mayonnaise. Zet deze schaal aan een kant en neem de schaal met het eiwit en klop het tot het tamelijk stijf is. Neem nu de schaal die het eigeelmensel bevat. Voeg de meel eraan toe en meng het goed, en giet dan dit beslag over het geklopte eiwit (niet het eiwit over het beslag), langzaam in een kleine stroom, terwijl u met een lepel het beslag in het eiwit vouwt. Aldus wordt, zonder de lucht te verliezen dat zich in het geklopte wit van de eieren bevindt, het opgenomen in het beslag. {2SC3, 4:15.1.6}

Bak dit ongeveer 15 minuten in een middelhete oven. {2SC3, 4:15.2.1}

———–

 



 Vraag Nr. 261:

Vodoet men niet aan de volledige vereisten van “gezondheidshervorming” wanneer men uit zijn/haar dieet alle voedselproducten weglaat die door de Bijbel als onrein zijn verklaard? {8SC1-12:21.2.2}

Antwoord:

De term “gezondheidshervorming” betekent meer dan het zich onthouden van het gebruik van dergelijk voedsel welke de Heer als onrein heeft verklaard voor menselijke consumptie (Lev. 11; Jes. 66:16). Onthouding van verboden voeding is slechts de negatieve fase van de wetenschap. Het is de verboden boom in de hedendaagse tuin. In haar positieve en belangrijkere fase, onderwijst het een verstandige selectie van voedsel—de reine of verboden voedselproducten die het meest voedzaam zijn, die het beste met ons lichaam stroken, en die ons de meeste voeding zullen geven die wij nodig hebben. {8SC1-12:21.2.3}

Niemand kan echter een dieet voorschrijven die in de verschillende behoeften van allen kan voorzien; want zoals de gezichten van personen verschillen, zo ook hun lichaamsgestellen. Vandaar dat wat nuttig kan zijn voor de één, schadelijk kan zijn voor de ander, wat in het bijzonder het geval is in deze door-zonde-achteruitgegane generatie; bijvoorbeeld: een persoon wiens systeem teveel zoutzuur bevat, zou wat water bij zijn maaltijden moeten drinken, om enigszins de overmatige zuurstroom te neutraliseren, terwijl iemand, in tegenstelling,  wiens systeem te weinig zoutzuur bevat, geen water zou moeten drinken bij zijn maaltijden, anders zal hij de kracht van het zuur nog meer verzwakken door verdunning. Wanneer iemands gestel echter normaal is, kan er water worden gedronken ongeveer twee uren na de maaltijden. {8SC1-12:21.2.4}

In een ander geval, als iemands stofwisseling te snel werkt, kan het langzaam verteren van het voedsel worden toegepast om normaliteit te verkrijgen, maar als iemands stofwisseling traag en langzaam is, kan het langzaam verteren van voedsel zijn conditie verergeren. {8SC1-12:21.2.5}

Op gelijke wijze geldt, dat indien de maag die in een verzwakte conditie verkeert, geen ruwe volkoren graanproducten aankan, dan zouden zij plaats moeten maken voor geraffineerde of semi-geraffineerde producten. Het zou echter altijd in gedachten moeten worden gehouden, dat een geraffineerd product tekort schiet, zowel in voedzaamheid als in ruwvoer{vezel}, en dat het tekort op enig ander manier moet worden gecompenseerd. Men kan bijvoorbeeld het laxeertekort, veroorzaakt door onvoldoende ruwvoer, verhelpen door dadels, vijgen, pruimen en dergelijke te gebruiken, en men kan het voedingstekort verhelpen door het water van geweekte zemelen of van een ander geweekte graansoort te drinken, of door groentebouillon en in het bijzonder groentesappen in te nemen. Deze annvullende voedselartikelen verschaffen, hoewel zij niet volledig de voeding bij een juiste inname van volwaardige voedselproducten goedmaken, wél de maximale compensatie. {8SC1-12:21.2.6}

Verder ingaand op de genezende zijde van het onderwerp, kunnen sommigen het gebruik van schadelijke laxeringsmedicijnen vermijden door wei{poeder} te gebruiken, sommigen door zuurkoolsap te gebruiken, anderen geondenseerde melk of lemonade, en nog anderen de natuurlijke hydrogels (zoals agar, psylliumzaad en dergelijke), terwijl de meerderheid resultaten kan bereiken door elk van dezen te gebruiken. {8SC1-12:22.1.1}

De som van de gehele zaak is dan, dat een ware gezondheidshervormer eet, drinkt en zichzelf kleedt tot een betere gezondheid, “tot sterkte en niet tot dronkenschap” (Pred. 10:17). Hij onderzoekt voortdurend hoe hij kan leven tot betere geschiktheid en dus tot een efficiëntere dienst in de wijngaard des Heren, en niet tot genotzucht en uit eigenbelang. {8SC1-12:22.1.2}

De zaak van gezondheidshervorming is grotelijks schade toegebracht geweest, en haar vooruitgang haast een halt toegeroepen, door amateurs enerzijds en door vraatzuchtigen anderzijds. En mogelijkerwijs hebben de eerstgenoemden van de twee grotere schade toegebracht. Laat ons daarom bidden voor genade en wijsheid om tot een balans te komen tussen deze twee extremen. {8SC1-12:22.1.3}

De noodzaak voor gezondheidshervorming in haar juiste perspectief wordt dubbel zo urgent voor ons wanneer we ons realiseren dat de belangrijkheid van het juiste gebruik van onze tijd nergens anders  grotere voordeel aantoont dan bij onze maaltijdperioden. Het schrokken van ons voedsel bij iedere gelegenheid, onder de druk van tijdbesparing, is een valse besparing. En het gewoontegetrouw toegeven aan deze verleiding is een teken van onbeheerste eetlust, een voortdurende toegeeflijkheid welke uiteindelijk de sterkste gesteldheid op fysiek, mentaal en zedelijk gebied, moet vernietigen. Men kan simpelweg geen tijd besparen ten koste van zijn gezondheid, en geen hoge zeden ontwikkelen door toe te geven aan onmatig eten. Wanneer er maar enkele momenten beschikbaar zijn voor het middageten,  zijn een paar hapjes voedsel dat grondig wordt gekouwd nuttig, terwijl een volledige hoeveelheid dat op een wolfachtige wijze naar binnen wordt geschrokt niet alleen absoluut beestachtig, maar ook absoluut schadelijk is. {8SC1-12:22.1.4}

Op gelijke wijze is het niets minder dan mishandeling als wij eten onder mentale stress of nerveuze spanning. Alleen wanneer het verstand vrij is van ongerustheid en omgeven is met een atmosfeer van opgewektheid, kan men het volledige voordeel van een maaltijd beseffen en geen schadelijke uitwerking ondergaan. {8SC1-12:22.1.5}

Verbijsterend inderdaad zijn de verwrongen mentale processen van het zondig menselijk verstand! Bijvoorbeeld: wanneer men zich moet haasten, doet hij dat niet; en wanneer hij zich niet moet haasten, doet hij dat wel! Ironisch genoeg is het eerstgenoemde kwaad vreemd bij het werken, en het laatstgenoemde aan de eettafel—het hart der gezondheid. Over dit laatste kwaad maken wij ons hier bezorgd. Hervorming daarin zal iemand noodzaken om evenveel belang te hechten aan het kauwen van zijn voedsel als aan het verteren ervan, en hij zal zijn mond dus niet meer beroven van de vereiste tijd om te kauwen, dan dat de natuur de maag zou beroven van de vereiste tijd voor vertering. Het is inderdaad dringend noodzakelijk dat beiden op de juiste wijze in stand worden gehouden. Hoe essentieel is het dan, dat zowel het kauwen als de vertering zonder problemen verloopt. {8SC1-12:22.1.6}

De tijd die wordt besteed aan het kauwen zou moeten worden beheerst door de vloeiing van het speeksel. Laat het voedsel grondig van speeksel zijn voorzien, want zoals we hebben gezien, is het gevolg van het dwingen van de maag om het zonder speeksel af te handelen: een slechte vertering. Dus betekent het snel eten bij maaltijden het beroven van de maag van haar juiste chemische handeling. Dit gevoelig evenwicht wordt gemakkelijk verstoord wanneer het voedsel niet de juiste hoeveelheid speeksel ontvangt om zich op volmaakte wijze samen te voegen bij de maag-sappen. Het negeren van dit beginsel zal een vicieuze crikel veroorzaken, en een overwicht van zoutzuur, en op zijn beurt een lange reeks van jammerlijke gevolgen teweeg brengen: gisting, irritatie, obstipatie {verstopping}, buikstoornissen, gasoprispingen, slechte adem, maagzweren, ondervoeding—slechte gezondheid. {8SC1-12:22.2.1}

“De maaltijd moet een tijd zijn van gezelligheid en verkwikking. Alles wat de ziel bezwaart of irriteert, moet gemeden worden. Vertrouwen, vriendelijkheid en dankbaarheid tegenover de Gever van alle goede dingen moeten gekoesterd worden en de conversatie moet opgewekt zijn met aangename gedachten, die verheffen zonder te vermoeien.” –Karaktervorming, blz. 207, 208/ Education, p. 206. {8SC1-12:22.2.2}

Nogmaals: de tijd die wordt besteed aan het lukraak inhalen van een paar hapjes hier en daar tussen de maaltijden, is erger dan verspild. {8SC1-12:22.2.3}

Sommigen zullen meer dan de gemiddelde wilskracht moeten opbrengen, en bovennatuurlijke hulp moeten aanroepen, om de overwinning te behalen op dit gebied, en allen moeten voortdurend bidden voor dit doel. Niemand kan volmaakte gezondheid genieten en maximale geluk ervaren door alleen maar van gekookt voedsel te leven. Om de meest volledige vreugde uit het leven te verkrijgen, moet men de meest volledige ontwikkeling hebben van de fysieke krachten, en om dit verlangen te verwerven, kan men het belang van het dagelijks gebruik van rauw voedsel niet buiten beschouwing laten, in het byzonder van bladgroenten en andere groenten. Fruit kan de plaats van groenten niet innemen. {8SC1-12:22.2.4}

Het menselijk geslacht van deze huidige generatie lijdt steeds meer aan een slechte gezondheid in directe vehouding tot haar afnemend gebruik van de rauwe groenten. Sommigen zijn reeds zover gegaan in deze vekeerde manier van leven dat, al zouden zij nu volledig hervormen en al de groenten beginnen te ten die zij kunnen eten, zij slechts met de grootste moeilijkheid het voedingsverlies zouden kunnen compenseren. Het beste wat zij mogelijkerwijs zouden kunnen doen in dat geval zou zijn om deze verwaarloosde elementen in hun meest geconcentreerde vorm te gebruiken. Dit kunnen zij het beste doen door gebruik te maken van de rauwe groentesappen. De Gezondheidspagina van de volgende uitgave van de Code zal enige kenmerkende recepten bevatten voor het gemakkelijk, goedkoop thuis vervaardigen van deze smaakvolle en noodzakelijke vloeistoffen. {8SC1-12:22.2.5}

Kijkt ernaar uit! {8SC1-12:22.2.6}

 



————–

Wees geen extremisten

—————

Een van de meest voorkomende gevaren die wij zeker ver van moeten blijven, en waarin velen de weg kwijtraken, is dat van een extreme positie innemen. Er zijn menigten die niet “in het midden van de weg,” blijven. Zij laten Satan hun leiden naar de rand van de Christelijke weg, en daar het voor hem weinig verschil uitmaakt, aan welke kant van de weg hij hen doet struikelen, laat hij hen de kant van de weg kiezen dat hun het aantrekkelijkst schijnt; vandaar dat sommigen extreem rechts gaan terwijl anderen verkeerd gaan. {2 SC 12:11.1.1}

Sommige leraren van de verzegelende boodschap nemen met betrekking tot gezondheidshervorming, kledinghervorming, huwelijk etc. een extreme houding aan en daarom verzoeken wij dat alle Tegenwoordige Waarheid volgelingen zich onthouden van het onderwijzen van wat dan ook meer of minder gepubliceerd is in de Code, de boeken, en de traktaten. De boodschappen zijn op zichzelf duidelijk, en u hoeft ze niet op welk punt dan ook te vergroten, maar eerder uzelf ervan zeker stellen, dat u zelf in het licht wandelt, slechts zover als het licht van Tegenwoordige Waarheid u leidt, het licht en vooruitgang op de Christelijke weg, waar uzelf, en diegene die u onderwijst, verantwoordelijk zijn. Aldus door voorschrift en voorbeeld, zult u al de valkuilen vermijden, of ze in gezondheidshervorming, kledinghervorming of andere leerstellingen zijn, en u zal uzelf redden van de verlegenheid, van het moeten uitzetten van de vonken van uw eigen aanmaakhout, die slechts branden, verwonden en verkeerd leiden in plaats van licht en warmte te geven. De Geest der Profetie zegt: {2 SC 12:11.1.2}

“Hij die doordrongen is met de geest die Daniel dreef, zal niet bekrompen of verwaand zijn, maar hij zal standvastig en beslist zijn in het staan voor wat juist is. In al zijn contacten, of het met zijn broeders en zusters is, of met anderen, zal hij niet van zijn principes afwijken, terwijl tegelijkertijd, hij niet zal tekort schieten om een nobel Christelijk geduld ten toon te spreiden. Wanneer zij die hygiënische hervorming verdedigen, de zaak tot het extreme uitdragen, zijn de mensen niet schuldig als zij afkerig worden. Maar al te vaak wordt ons godsdienstig geloof op deze wijze in diskrediet gebracht, en in vele gevallen, kunnen diegene die getuige zijn van zulke vertoningen van inconsistentie, daarna nooit ertoe gebracht worden om te denken dat  er ook maar iets goeds is aan hervorming. Deze extremisten brengen meer schade aan in een paar maanden dan zij in een heel leven kunnen ongedaan maken. Zij zijn betrokken in een werk dat Satan graag ziet voortgaan.”—“Counsels on Health,” pp., 153,154. {2 SC 12:11.1.3}

“Niet allen die pretenderen te geloven in voedingsleerhervorming, zijn werkelijk hervormers. Bij veel personen bestaat de hervorming nagenoeg uit het weglaten van bepaalde ongezonde voeding. Zij begrijpen niet duidelijk de principes van gezondheid, en hun tafelen, nog steeds overladen met schadelijke lekkernijen, zijn verre van een voorbeeld zijn van Christelijke zelfbeheersing en matigheid. {2 SC 12:11.2.1}

“Een andere groep, gaat de tegenovergestelde extreme kant op, in hun wens om een goed voorbeeld te stellen. Sommigen zijn niet in staat niet de meest gewenste voedingsartikelen te verkrijgen en in plaats van zulke dingen te gebruiken, die dat tekort het best voorzien, passen zij een verarmd dieet toe. Hun voedsel bevat niet de noodzakelijke elementen om goed bloed te maken. Hun gezondheid lijdt eronder, hun bruikbaarheid is gehandicapt, en hun voorbeeld, spreekt tegen hun in plaats van dat het in het voordeel van een hervormd dieet spreekt. {2 SC 12:11.2.2}

“Anderen denken dat aangezien gezondheid een eenvoudig dieet vereist, er weinig zorg nodig is in de selectie of voorbereiding van voeding. Sommigen beperken zichzelf tot een zeer mager dieet, zodoende, niet voldoende verscheidenheid hebbend om de noden van het systeem te voorzien, en zij lijden als gevolg daarvan. {2 SC 12:11.2.3}

“Diegene die slechts een gedeeltelijke begrip hebben van de principes van hervorming zijn meestal de meest stijven, niet alleen in het zelf uitvoeren van hun gezichtspunten, maar in het daarvan opdringen aan hun families en hun buren. Het gevold van deze verkeerd opgevatte hervorming, zoals gezien in hun eigen zieke gezondheid, en hun pogingen hun gezichtspunten aan anderen op te dringen, geven velen een verkeerd idee van dieethervorming, en leiden hen ertoe, het in het geheel te verwerpen. {2 SC 12:11.2.4}

“Diegene die de wetten van gezondheid begrijpen, en die door principes bestuurd worden, zullen extremen vermijden, zowel van mateloosheid en van beperking. Hun dieet is gekozen, niet slechts om de eetlust te bevredigen, maar voor het opbouwen van het lichaam. Zij trachten iedere kracht in de beste toestand  voor hogere diensten aan God en mens te behouden.  De eetlust is onder controle van verstand en geweten, en zij worden beloond met gezondheid van lichaam en geest. Hoewel zij hun gezichtspunten niet aanvallend aan anderen opdringen, is hun voorbeeld een getuigenis in voordeel van juiste principes. Deze personen hebben een wijde invloed die ten goede is. {2 SC 12:11.2.5}

“Er is een werkelijk logisch verstand in dieet hervorming. Het onderwerp moet breedvoerig en diep bestudeerd worden, en niemand moet de ander bekritiseren omdat hun toepassing, niet in alle dingen, in overeenstemming is met hun eigen…{2 SC 12:11.2.6}

 



“Dat gij voorspoedig en gezond moogt zijn.”

Deel 3. – Hoe Gezondheid te Handhaven.

Allen moeten in gedachte houden dat onze lichamen opgebouwd zijn uit zestien elementen. Als een van dezen ontbreekt, welke van hen dan ook, zal het hem zijn gezondheid kosten en problemen veroorzaken, zoals het ontbreken van brandstof, olie, smeer(olie), water, zuurstof, of het ontbreken van elektriciteit bij een auto dat zal doen – de bruikbaarheid ervan opgeven. Laat on daarom niet minder zorgzaam zijn om onze lichamen te onderhouden dan dat wij dat doen voor onze voertuigen die makkelijk vervangen kunnen worden door anderen die geschikter zijn, want hoewel wij een nieuwe auto kunnen kopen, kunnen wij onze door God gegeven lichamen niet vervangen. {1SC17: 7.4 (144)}

Er bestaat geen drugs, medicijn, of welke gefabriceerd product dan ook die deze leven gevende elementen zal bevoorraden. Onze Schepper heeft de benodigdheden in het voedsel en in de lucht geplaatst die Hij voor ons geschapen heeft om te gebruiken, en als deze lichaam opbouwende materialen opraken door dagelijks energie te verstrekken aan het altijd bewegende organisme, dan moeten zij dagelijks worden aangevuld om leven en gezondheid te handhaven in ons wezen en de bruikbaarheid van ons meest tere en duurzame mechanisme. Vandaar dat, voor de instandhouding van de onophoudelijke behoefte van ons lichaam, God gezegd heeft: “Ik heb u alle kruid dragende zaad gegeven, dat over de gehele aarde is, en iedere boom, waaraan de vrucht van een boom houdende* {*voortbrengende} zaad is; voor u zal het tot spijze dienen.” (Gen. 1:29 {KJV}) {1 SC 17:7.5 (144)}

(3) Dus, niemand kan al deze elementen verkrijgen door het gebruik van een soort of beperkte verscheidenheid aan voedsel. Mocht de Schepper alle bruikbare zaken in het leven op een plek of locatie gebied van de aarde geplaatst, dan zou de mensheid zich op die ene plek hebben gevestigd, zoals de mensen van na de zondvloed dat gepoogd hadden te doen, en zeiden: “Welaan, laten wij ons een stad en een toren bouwen, waarvan de top tot aan de hemel reikt; en laat ons naam maken, voordat wij over de gehele aarde verspreid worden.” (Gen. 11:4 {KJV}) {1 SC 17:7.6}

De natuurlijke neiging en verlangen van een aardse wezen is altijd het tegenovergestelde van Gods bedoeling. Maar aangezien het Zijn bedoeling was dat de mens de aarde” zou “bevolken en onderwerpen” (Gen. 1:28), heeft Hij die dingen over de aarde verspreid die noodzakelijk zijn voor het leven en plezierig voor het oog over de aarde; dat wil zeggen dat wij niet alles op een plaats kunnen vinden. Aldus worden wij genoodzaakt bijna overal naar hen te zoeken – om aldus Zijn bedoeling ten gunste van ons te verwezenlijken. Op gelijke wijze heeft Hij die leven gevende elementen over een grote verscheidenheid van voedsel verspreid – zo noodzaakt Hij ons om gebruik te maken van Zijn gehele schepping! {1SC17:7.7}

(5) Wij kunnen dus geen goede gezondheid handhaven door slechts een soort of variatie van voedsel te gebruiken – wij moeten vele gebruiken. Zoals elektrische stroom en brandstof – de ene te verkrijgen uit de lucht, de andere van de grond – zijn twee van de eerste en meest belangrijke producten bij de werking van een gasoline motor, zo is het ook met de machine van de mens – zonder zuurstof en ijzer – de ene uit de lucht en de andere van de grond – zou het leven in minder dan vijf minuten ophouden zoals de afwezigheid van brandstof en vonk stilstand veroorzaakt bij iedere bewegende deel in een gasoline motor. {1SC17:8.1}

In het begin, blies God in de “neusgaten” van de mens “de adem des levens; en werd de mens een levende ziel.” (Gen. 2:7) Daarom, is zuurstof het meest noodzakelijke bestanddeel in ons levende organisme, en hoewel het niets kost, en hoewel het verkrijgbaar is in iedere kubieke centimeter van de omgeving van de aarde, verlangt het hele menselijk geslacht ernaar! {1SC17:8.2}

De Geest der Profetie zegt: “De uitwerkingen voortgebracht door te leven in gesloten, slecht geventileerde kamers zijn deze: het lichaam wordt zwak en ongezond, de bloedsomloop wordt onderdrukt, het bloed stroomt traag door het lichaam omdat het niet wordt gereinigd en geventileerd door de zuivere, verkwikkende lucht van de hemel. De geest wordt bedrukt en duister, terwijl het gehele lichaam wordt verzwakt; koorts en andere acute ziekten krijgen de kans om te worden verwekt. Uw zorgvuldige uitsluiting van buitenlucht, en vrees voor beschikbare ventilatie, laat toe dat u de bedorven, ongezonde lucht inademt die wordt uitgeademd door de longen van hen die in deze kamers verblijven, en die giftig is, ongeschikt voor het ondersteunen van het leven. Het lichaam wordt slap, de huid wordt bleek; spijsvertering wordt vertraagd, en het lichaam wordt bijzonder gevoelig voor de invloed van kou. Een lichtelijke blootstelling veroorzaakt ernstige ziekten. Grote zorg moet in acht worden genomen om niet in een tochtige of koude kamer te zitten wanneer men vermoeid of bezweet is. U moet uzelf zodanig aan de lucht gewennen, zodat u niet genoodzaakt zult zijn de thermostaat hoger dan 18° Celsius te hebben.” – Testimonies for the Church, Vol. 1, pp. 702, 703. { Getuigenissen voor de Kerk, Deel 1} {1SC17:8.3}

“Lucht, lucht, voordeel van de Hemel, dat allen mogen hebben, zal u zegenen met haar verkwikkende invloed, als u haar de toegang niet weigert. Heet haar welkom, koester een liefde voor haar, en het zal aantonen een kostbare kalmeerster voor de zenuwen te zijn. Lucht moet voortdurend circuleren om zuiver te blijven. De invloed van zuivere frisse lucht zal er voor zorgen dat het bloed op gezonde wijze door het lichaam circuleert. Het verkwikt het lichaam, en is er op berekend om het sterk en gezond te maken, terwijl tegelijkertijd haar invloed duidelijk wordt gevoeld in het verstand, een mate van kalmte en rust {of helderheid} toebedelend. Het wekt de eetlust op, en maakt de spijsvertering perfecter verloopt, en brengt een gezonde en heerlijke nachtrust teweeg.” — “Testimonies for the Church,” Vol. 1, p. 702. {1SC17: 8.4}

De hoofdreden, als die niet de enige is, waarom velen invaliden worden, is dat het bloed niet vrijelijk circuleert, en de veranderingen in de levensvloeistof, die noodzakelijke zijn voor het leven en de gezondheid, niet plaatsvinden niet. Zij hebben geen beweging aan hun lichamen noch voedsel aan hun longen gegeven, hetgeen zuivere, frisse lucht is; vandaar dat het onmogelijk is dat het bloed verlevendigd wordt, en het zet zijn weg traag voort door het lichaam. (…) {1SC17: 8.5}

“Het meest gevreesde seizoen door degene die zich onder deze invaliden bevindt, is de winter. Het is inderdaad niet alleen buiten, maar ook binnen winter voor hen die genoodzaakt zijn in hetzelfde huis te leven en in dezelfde kamer te slapen. Deze slachtoffers van een zieke voorstellingsvermogen sluiten zich in huis op en sluiten de ramen; vanwege de lucht die hun longen en hun hoofden beïnvloed. Verbeelding is actief; zij verwachten kou te vatten, en het zal hen ook overkomen. Geen enkele redevoering kan hen aan het verstand brengen dat zij de filosofie van de hele zaak niet begrijpen.” — “Testimonies for the Church,” Vol. 2, p. 525, paragraphs 2 and 1. {1SC17: 8.6}

Zoals eerder werd aangehaald, vestigen wij de aandacht van de lezer opnieuw op het feit dat de gedachten en ideeën van de mens over het leven altijd tegenovergesteld aan die van God zijn. Wij smeken iedere volgeling van Christus om alles achterwege te laten wat hij niet van het Woord van God ontvangen heeft, waardoor zijn leven kan worden geleid! Dan zal hij een ware bekeerling tot Christus zijn – geheel van Hem. {1SC17: 8.7}

“Hoor, o dochter, en zie, en neig uw oor, vergeet uw volk en het huis van uw vader, laat de koning uw schoonheid begeren, want hij is uw heer; buig u dus voor hem neder.” “Waak op, waak op, bekleed u met sterkte, Sion; bekleed u met uw pronkgewaden, Jeruzalem, heilige stad. Want geen onbesnedene of onreine zal meer in u komen.” “Denk niet dat Ik gekomen ben om vrede op de aarde te zenden; Ik ben niet gekomen om vrede te zenden, maar een zwaard. Want Ik ben gekomen om onenigheid te brengen tussen een man en zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. En de vijanden van een man zullen zij zijn van zijn eigen huishouden. Hij die vader en moeder meer dan Mij liefheeft is Mij niet waardig; en hij die zoon of dochter meer dan Mij liefheeft is Mij niet waardig.” (Ps. 45:10, 11; Jes. 52:1; Matt. 10:34-37.) {1SC17: 8.8}

Vanzelfsprekend, is de tegenwoordige wijze van leven, ten minste in grote mate, tegengesteld aan goede gezondheid, en geestelijk leven; dat wil zeggen, dat de onzichtbare kwade macht die in de mens de zondige natuur geplant heeft, die wegen en middelen heeft bedacht, aangepast en gepolijst op een dusdanige wijze om de ogen van de mens te behagen in zijn zondige staat en om te beantwoorden aan de verlangens van zijn zondig hart – hem, met een glimlach op zijn gezicht, steeds verder weg van God en naar de eeuwige ondergang geleid! O, wat voor een verrassing zal het zijn wanneer zij hun bestemming hebben bereikt! {1SC17: 9.1}

“De Heer staat op om te richten {pleiten}, en staat om het volk te oordelen.” (Jes. 3:13, KJV) “Laat de goddeloze zijn weg verlaten, en de onrechtvaardige mens zijn gedachten; en laat hem terugkeren naar de Heer, en Hij zal genade over hem hebben; en tot onze God, want Hij zal overvloedig vergeven.” (Jes. 55:7, KJV.) {1SC17: 9.2}

Daarom, mijn broeders, verander uw methoden en leer hoe te leven. Maak het uw vastberaden voornemen door onophoudelijk pogen om goed te leven – adem goed en eet matig, werk actief, rust zorgeloos, slaap voldoende – wees systematisch met stiptheid – nooit laat om aan te vangen, nooit laat om te stoppen, wees als God (Zach. 12:8), en wat u ook doet, doe het ter eren van God. Verspil uw tijd niet voor de spiegel of in zogenaamde huisplichten of satanische pleziertjes {genoegens}. {1SC17: 9.3}

Tracht nooit om gelukkig te leven zonder zonlicht en lichaamsbeweging buitens huis of in een slecht doorluchte kamer, en vergeet niet al uw ramen in uw slaapkamer te openen voordat u naar bed gaat. {1SC17: 9.4}

U bent uw geld en uw tijd aan het verspillen, zo ook uw levenskracht door goede, voortreffelijke, kostbare voedingsmiddelen te bereiden als u geen zuivere lucht inademt, want het ijzer in uw volwaardige voedsel zal u slecht van weinig nut zijn zonder de zuurstof. {1SC17: 9.5}