De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)


ABOUT US

We Offer Services
It’s a Story About Our Team

Great things are done by a series of small things.

1sc1-1200x675.jpg

De Symbolische Code

Nieuws Artikel

Deel Een

Nr. 6

15 december 1934

Los Angeles, California

TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap

            EEN BRIEF VAN BELANG

 

Geliefde Broeder Lysinger:

We hebben uw rondschrijven gedateerd 24 Oct. ontvangen, die ons waarschuwt tegen “De Herdersstaf,” en erbij ingesloten het kleine traktaat: “Een Waarschuwing Tegen Dwaling.” Ik had het kleine traktaat reeds gelezen en ook het boekje: “Een antwoord aan de Herdersstaf.” Ik heb ook reeds gecorrespondeerd met Prof. O.J. Graf, die duidelijk de besturende kracht was in zowel de Pacific Unie Conf. en de Gen. Conf. Comités . Aangezien hij de hoofdauteur is, zo niet de redacteur van beide van deze pamfletten, zal mijn antwoord op dit kleine traktaat gericht zijn aan hem en niet aan u. {1SC6:1.1}

Zonder de wens om uw oprechtheid in twijfel te trekken, en met alle respect tot uw ambt, mag ik u vragen oftewel u persoonlijk onder gebed onderzoek heeft gedaan naar de HStaf boodschap? Of is uw waarschuwing ertegen slechts gebaseerd  op het onderzoek van een ander zoals aangegeven in het kleine traktaat? De reden dat ik dit vraag, is omdat uw voorganger ons ook een waarschuwing toezond tegen de HStaf boodschap, gebaseerd op, zoals hij later bevestigde, niet zijn eigen onderzoek, maar op een waarschuwing die door hem werd ontvangen door iemand in een hoger ambt. {1SC6:1.2}

U zegt, dat “onder de 2175 ingezegende predikanten die wij hebben in het  kerkgenootschap der Z.D.A. er een zekere E.T. Wilson is, die de leerstellingen van de HStaf, heeft geaccepteerd.” Maar is het veilig om dit als bewijs aan te voeren, tegen de HStaf boodschap of om zij die het aanvaarden als ketters te veroordelen? We zullen beter in staat zijn dit te beoordelen, in het licht van de volgende geïnspireerde citaten: “Hebben enigen van heersers van de Farizeeën in Hem geloofd?” Johannes 7: 48. {1SC6:1.3}

“Wees echter voorzichtig datgene te verwerpen wat waarheid is. Het grote gevaar van ons volk is dit geweest, dat zij zich afhankelijk hebben gemaakt van mensen, en hun vertrouwen op de mens hebben gesteld. Zij die niet de gewoonte hebben om de Bijbel voor zichzelf te onderzoeken, of bewijzen te overwegen, hebben vertrouwen in de leiders en aanvaarden de beslissingen die zij maken; en zo zullen velen juist die boodschappen verwerpen die God aan Zijn volk stuurt, in die deze leidinggevende broeders deze boodschappen niet accepteren. {1SC6:1.4}

“Niemand zou moeten opeisen dat hij al het licht bezit dat er voor Gods volk is. De HERE zal hier geen genoegen mee nemen. Hij heeft gezegd: ‘Ik heb een geopende deur gegeven, die niemand kan sluiten.’ (Openb. 3:8.) Zelfs al zouden al onze leiders licht en waarheid weigeren, zal die deur open blijven. De Here zal mannen (of mensen doen opstaan die het volk de boodschap voor deze tijd zullen geven.” (Testimonies to Ministers. 106, 107.) {1SC6:1.5}

In het licht van deze duidelijke positieve waarschuwingen tegen het verwerpen van waarheid, omdat mannen in hoge posities het niet accepteren, moge iedere Zevende Dags Adventisten predikant en leek, zijn eigen hart onderzoeken in het licht van zijn eigen Bijbel, voordat hij “De Herdersstaf,” boodschap veroordeelt als ketterij. Hebben de andere 2174 ingezegende predikanten een ernstig en onderzoek onder gebed gedaan naar “De Herdersstaf,” boodschap zoals ouderling E.T. Wilson dat heeft gedaan? Immers om billijk tegen zichzelf te zijn, eerlijk tegen het volk, en trouw aan God, moeten zo dat doen, voordat ze Hem als ketter brandmerken, en voordat ze Hem van de huizen van het volk weghouden. {1SC6:1.6}

Deze boodschap zal op haar eigen verdiensten staan of vallen, ongeacht wie haar aanvaard of haar verwerpt.  Laat niemand terzijde staan, wachtend dat het op niets uitloopt, totdat zij het onderzocht en bewezen hebben dat het vals is. {1SC6:1.7}

                                                                       (Getekend)   A. E. Johnson

LEER OM HEM TE VERTROUWEN

“Gaat henen, ziet Ik zend u als lammeren in het midden der wolven. Draagt geen buidel, noch male, noch schoenen; en groet niemand op den weg.” (Lukas 10: 3, 4). {1SC6:1.8}

Ter vervulling van de bovenstaande belofte, wens ik een paar ervaringen te  vertellen, die Zijn tedere bewakende toezicht tonen, over het werk en de werkers. Vroeg in het jaar, toen begonnen werd met het werk in Loma Linda, vertelde de eerste broeder die we ter plaatse ontmoeten dat we naar de “vallei der droge beenderen,” waren gekomen. Naarmate de dagen vorderden, realiseerden we ons steeds meer hoe vreselijk waar dit was. Desalniettemin konden we af en toe tekenen van leven zien, en hoewel het op gegeven moment leek alsof we verder moesten trekken, naar een ander veld, gingen we door met werken en bidden, met het resultaat dat God ons beloonde door velen op te wekken als een gedenkteken van eerste vruchten in die omgeving. {1SC6:1.9}

Eens probeerden zij die tegen de boodschap vochten, onze kamer van ons af te pakken, zodat we gedwongen zouden zijn om te vertrekken. Toen dit mislukte, begonnen ze boosaardige verslagen en sprookjes te verspreiden, maar de Heer had de overhand en wij bleven. {1SC6:2.1}

Gedurende deze tijd gingen mijn voedsel en geld op en zagen de dingen er donker uit. In ging in het veld en trok een handvol alfalfa tezamen met een paar mostaard groente, genoot van een goede salade en ging weer aan het werk. Aldus leerde ik waardevolle lessen in vertrouwen in de Heer en van de mogelijkheden van gezondheidshervorming. {1SC6:2.2}

“’De Heer kan een tafel spreiden in de woestijn.’ Onder Zijn leiding zal voedsel lang meegaan. Wanneer we onszelf in de juiste relatie tot Hem plaatsen, zal Hij ons helpen, en het voedsel dat we eten in gehoorzaamheid tot Hem zal ons bevredigen. We kunnen op veel minder blijven bestaan dan we denken dat we kunnen, als Gods zegen op het voedsel is; en als het tot Zijn verheerlijking is, kan Hij het vermeerderen.” – “Counsels on Health,” blz. 495. {1SC6:2.3}

Toen in mijn post de volgende morgen opende, vond ik een biljet van een dollar! De Heer weet welke dingen we nodig hebben, voordat we Hem vragen. “Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans deszelve; gaat gij deszelve niet zeer veel te boven? Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen? En wat zijn gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de leliën des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet, en Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk een van deze. Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen? Daarom zijt niet bezorgd, zeggende Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? (Want al deze dingen zoeken de heidenen).” (Matt. 6: 25-32.) {1SC6:2.4}

Een tijdje later toen ik terugkeerde van een reis, wist ik wederom niet waar mijn volgende maaltijd vandaan zou komen, en toen ik mijn boeken uitpakte, scheen er een bladzijde omlaag gekeerd te zijn in mijn Bijbel. Toen ik het onderzocht, vond ik daar twee biljetten van een dollar! En verscheidene keren vanaf toen, wanneer ik precies op het punt van noodzaak stond, kwamen er brieven die, wanneer ze geopend werden, materiële zekerheid gaven dat God zorgt voor diegene die hun vertrouwen in Hem stellen. {1SC6:2.5}

Bij een recent bezoek aan Loma Linda, lieten wij het kleine gezelschap daar vertrouwend in de Heer en vastbesloten om de “strijd om de poort,” voort te zetten. – M.L. Deater.   {1SC6:2.6}

EEN HERVORMING VAN WAARHEID

Gedurende de afgelopen vier weken die wij doorgebracht hebben onder onze geliefd volk in Virginia, hebben we een verlangen van het hart gezien, naar een kracht die hun zal redden van hun zonden, of deze zonden nu lauwheid zijn, de houding van rijk en verrijkt zijn, verslaving aan sigaretten, liefde voor films, vertoon van juwelen, aansluiting bij loges, God beroven van tiende, of wat dan ook. De boodschap van tegenwoordige waarheid heeft precies dit verlangen vervuld en heeft een nieuw lied op hun lippen gezet, en heeft lofprijzingen voortgebracht tot God. {1SC6:2.7}

Ongeveer twintig kostbare zielen te Meadows of Dan, verheugen zich in de waarheden die de HStaf bevat. Dit aantal omvat de meeste van de kleine kerk hier, en behalve deze, hebben twee in Richmond zichzelf opnieuw verliefd verklaard, met de Drie Engelen boodschap, en weten dat God voor het eerst in hun hele leven, iets voor Zijn volk heeft, dat arme dwalende, ontmoedigde Z.D.A’s, zal redden van hun zonden. Aan God zij alle heerlijkheid, voor wat tot stand is gebracht in dit interessante veld, en zullen we ons niet aansluiten bij deze geliefde kinderen van de Heer in het meest ernstige gebed tot het einde, dat ze gebruikt mogen worden, om Tegenwoordige Waarheid, naar vele anderen in de kerk te brengen, voordat het vernietigende oordeel van de Heer valt op de lauwe belijders daarin? – E.T. Wilson. {1SC6:2.8}

—————————————

LOF AAN HEM

Ik hou van de HStaf boodschap en heb de boeken aan verschillende personen geleend. Ik weet niet hoe welke ware Zevende dags Adventist, tegen zo een boodschap kan zijn, want het ondersteund en verhoogd al de geschriften van Zr. White, waarvan ik hou met heel mijn ziel,… Ik bid oprecht dat allen die tegen de waarheid vechten, geleid mogen worden om hun fouten te zien, voordat het te laat is. –Mw. E.E. Martin, Kinsale, Montserrat, British West Indies. {1SC6:2.9}

Ik heb de geschriften van de HStaf, gelezen, herlezen en bestudeerd en over ze gebeden, en ik ben overtuigd dat God de boodschap heeft gestuurd, om zijn volk in deze tijd te verlichten. {1SC6:3.1}

Ik heb me vaak afgevraagd of onze geliefde Zuster. White ons al het licht gegeven had, dat God voor ons had, maar ik zie nu door haar eigen onderwijzing, dat er veel meer licht te komen staat, en ik dank God werkelijk voor het nieuwe licht, in het ontvouwen van de profetieën. {1SC6:3.2}

Geprezen zij Zijn heilige naam. Nu hou ik van de waarheid, en meer van de mensen  en ik studeer iedere dag. Ik ben 52 jaren een adventist geweest, en heb niet een keer in mijn leven getwijfeld aan de geschriften van Zuster White, maar nu zijn ze nog kostbaarder dan ooit. {1SC6:3.3}

(Getekend) O.O. Callentine

                                                                                   Bozeman, Montana

BEZOEK BRENGEN VAN COLORADO

Aan de Symbolische Code,– aan hen in het ambt, en aan hen buiten in het veld, en aan hen die tussen twee meningen mank gaan— de groeten: {1SC6:3.4}

We kwamen naar Los Angeles van een afstand van 1400 mijlen, met als doel het grondiger onderzoeken van de beweringen  van de HStaf, om er zeker van te zijn dat we niet in dwaling geleid werden, en tegelijkertijd om ons er zeker van te stellen van het niet achter gelaten te worden in duisternis, zoals zij die hun oren gesloten hebben voor de boodschappen in de voorbijgegane eeuwen. {1SC6:3.5}

We vonden Br. Houteff zeer ernstig, oprecht en een diepgaande student, in zowel de Bijbel en de Geest der Profetie. Wanneer hij ondervraagd werd over een Schriftgedeelte, legt hij het of met overtuigende bewijzen uit, of anders zegt hij: “Ik weet het niet.” {1SC6:3.6}

Naast het maken van dit onderzoek uit de eerste hand, heb ik Vol 1. Van de HStaf eenentwintig keren zorgvuldig gelezen, en Vol. 2 ongeveer vijftien keren. Ik heb ook de vier traktaten die nu in circulatie zijn gelezen, en ik kan getuigen dat de verslagen die we tegen hem horen en zijn geschriften, bevonden heb te zijn ongegrond en vals. Mijn onderzoek van de publicaties en de persoon, overtuigen mij zonder twijfel dat God hem een boodschap heeft gegeven voor de Z.D.A. kerk, en ik wil gelijk staan met diegenen die trachten het voor het volk te brengen. {1SC6:3.7}

Ik heb ondervonden dat aan de ene kant zij die de boodschap hebben bestudeerd, overtuigd zijn dat God tot hen spreekt terwijl aan de andere kant, zij die er geen studie van gemaakt hebben, en die denken dat zij “rijk en verrijkt zijn en aan geen ding gebrek hebben,” van zichzelf denken dat ze in staat zijn te weten, zonder te onderzoeken, ondanks het feit dat de Heer tot hen zegt,”Gij weet niet.” Moge God Zijn kracht manifesteren, en Zijn slapende kerk doen ontwaken voor dat het te laat is. {1SC6:3.8}

                                                                                   (Getekend)  Arthur Carver, Cory

 

POGINGEN OM DE SCHAPEN TE BEROVEN

De kerk te Muncie, Indiana, heeft weer jacht gemaakt tegen de leden die de HStaf aan het bestuderen zijn. De eerste twee werden door de president van de Indiana Conferentie gemaakt. Hij kwam naar de kerk onder de indruk dat de totale lidmaatschap op een dwaalspoor werd geleid, en scheen verwonderd, toen hij vernam dat slechts een lid de HStaf bestudeerde. Maar in zijn poging om tegenwoordige waarheid uit te stampen, stelde hij voor dat dit lid 30 dagen gegeven werd waarin hij de HStaf, moest verloochenen. Er werd gestemd en in zijn voordeel uitgevoerd. Echter aan het eind van de “30 dagen,” studeerde degene waar het over ging nog steeds, en belegde de Conferentie president weer een vergadering, en schreef het lid af, op basis van de voorgaande stemmen. {1SC6:3.9}

Desondanks, in plaats van het neerhalen van de HSTaf, gaf het, het juist een goede start. Verschillende bijeenkomsten zijn gehouden, met een goed aantal aanwezigen. Boeken en traktaten zijn verspreid geworden, en er zijn verschillende geïnteresseerden, die de beweringen van de HStaf, afwegen. De ouderling van de kerk, en de diaken bespioneerden, net als de Jezuïeten in de dagen van de Inquisitie, en de Farizeeën vanouds, om te weten te komen wie de HStaf bestudeerden. Ze belegden een andere vergadering, waarbij delen van de Bijbel  en de Getuigenissen werden gelezen door de aanklagers, maar het gelezene had geen effect.  De kerk ambtenaren, trachten de lezingen te verdraaien en ze te gebruiken tegen hen die ze aanklaagden. Ten slotte, deden ze een oproep voor allen die tegen de HStaf waren, om naar een kant van de kamer te verhuizen, en men gaf gehoor aan het bevel. Behalve degene die de HStaf bestudeerde bleven drie anderen zitten, omdat ze voelden dat ze niet op verstandige wijze konden zeggen dat ze tegen iets waren dat ze niet bestudeerd hadden en niets van af wisten. Nochtans werden ze allemaal de gebruikelijke 30 dagen gegeven. {1SC6:3.10}

                                                                                   (Getekend)   R.H. Smith, Muncie. Ind

EEN ANDER BEWIJS VAN HOE DE BOODSCHAP VOORTGAAT EN HOE HET HERVORMD

Het is ongeveer zestien maanden geleden dat ik het eerste Deel van de HStaf, te pakken kreeg. Ik heb verschillende keren het tezamen met de andere publicaties gelezen, en hoe meer ik het lees hoe duidelijker het wordt, en mijn hart is vervult met dankbaarheid tot God voor de wonderbaarlijke waarheden die ik heb gevonden. {1SC6:4.1}

Een zekere familie kwam recentelijk naar Hartfort City. Ik belde ze en ontdekte dat ze nooit van de boodschap gehoord hadden. Dus gaf ik hen de HStaf en de traktaten. Nu verheugen ze zich in de tegenwoordige waarheid en hebben een werkelijke hervorming in hun huis, voor wat betreft  het herstellen van de familie altaar, het naleven den de principes van de gezondheidshervorming, terugkeren naar het systeem van tienden geven, en het op orde brengen van hun conversaties. {1SC6:4.2}

Twee weken geleden stemde de kerk mijn naam af van de boeken, en afgelopen Zaterdagnacht, waren er twee predikanten hier en ze predikten zeker tegen de HSTaf. Op dat moment namen ze van een andere zuster al haar kerkelijke verantwoordelijkheden, omdat ze het boek las, en gaven haar de gebruikelijke 30 dagen om de HStaf te verwerpen. {1SC6:4.3}

Zr. Sebring, van Hartfort City, Indiana, die het bovenvermelde geschreven heeft, en een andere zuster, hielden zich slechts aan de instructies gegeven door de Geest van God, in het volgende bevel: {1SC6:4.4}

“Wanneer een boodschap in de naam van God tot Zijn volk komt, mag niemand zich verontschuldigen om zich te onderwerpen aan een onderzoek van haar eisen. Niemand kan het zich veroorloven zich terug te trekken in een houding van onverschilligheid en zelfvertrouwen, en zeggen: ‘Ik weet wat waarheid is, ik ben tevreden met mijn toestand. Ik heb mijn grenzen bepaald en ik zal niet van mijn standpunt afwijken, wat er ook mag komen. Ik zal niet naar de boodschap van deze boodschapper luisteren; want ik weet dat het géén waarheid kan zijn.’ Het is vanwege het volgen van deze koers dat de populaire kerken in gedeeltelijke duisternis werden achtergelaten, en dat is de reden waarom de boodschap van de hemel hen niet bereikt heeft.” Testimonies on Sabbath school work blz. 65. {1SC6:4.5}

Merk op hoe de bovengenoemde handelingen volstrekt worden terecht gewezen door de Geest der Profetie in de volgende citaten: {1SC6:4.6}

IN HET VOETSPOOR VAN ROMANISME

“Zij die bevolen zijn om de attributen van de Heer Zijn karakter te vertegenwoordigen, stappen van het Bijbelse platform af, en beramen in hun eigen menselijk oordeel, regels en besluiten om de wil aan anderen op te dringen. De bedenksels voor het dwingen van mensen om de voorschriften van andere mensen te volgen, stellen een orde der dingen in, dat de sympathie en tedere medeleven met de voeten treedt; dat de ogen verblindt voor genade, gerechtigheid en de liefde voor God. Morele invloeden en persoonlijke verantwoordelijkheden, worden met de voeten betreden. {1SC6:4.7}

“De gerechtigheid van Christus door geloof is door sommigen genegeerd; want het is in tegenstelling tot hun geest, en hun hele levenservaring. Heers, heers, is hun handelswijze geweest.” – “Testimonies toe Ministers” blz. 363. {1SC6:4.8}

Het is een angstaanjagend ironie om de tirannie van de pausen opnieuw in de wieg gelegd te zien worden, in de schoot van de “Moeder,” van religieuze vrijheid! Toch wordt het door velen betwijfeld dat de dodelijke wonde genezen is! Niet alleen laat dit soort handelingen zulk een dusdanige mogelijkheid van twijfel achter, maar het overtuigd iemand ervan, dat het meer dan een oude vrouwen sprookje is, dat er pauselijke agenten in ons midden zijn, vermomd als engelen des licht (Zevende dags Adventisten predikanten). {1SC6:4.9}

“O Jeruzalem! Maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion!” (Jes. 52:2) {1SC6:4.10}

EEN DROEVIGE MAAR BLIJDE ERVARING

Zr. Knudsen van San Diego vertelt de volgende ervaring:

“Nadat de Zevende dag Adventisten mijn geloof in de profeet Jozef Smith hadden vernietigd, hield ik op te geloven in de leerstelling van de profeten van de Laatste Dagen, en aanvaarde de advent boodschap, hoewel totaal onwetend dat ook zij een profeet hadden. {1SC6:4.11}

“De dag dat ik gedoopt was, sprak een ouderling die te gast was over de Geest der Profetie, bij welke gelegenheid ik voor het eerst leerde dat ze een profetes hadden. Toen deed mijn hart werkelijk pijn en was mijn verstand in de war en weigerde ik gedoopt te worden. Maar toen de evangelist die mijn profeet gedood had dit te weten kwam, werden er meer studies aan mij gegeven, maar ze schoten te kort, om mij te overtuigen dat Zr. White’s geschriften geïnspireerd waren. Ten slotte op de kracht van de Sabbatwaarheid, haalde de evangelist me over om gedoopt te worden, het overlatend om later tot de Geest der Profetie bekeerd te worden. {1SC6:4.12}

“Acht jaren later, nadat ik me toegevoegd had aan de kerk, ging ik naar een bijeenkomst waar de boodschap van de HStaf gepresenteerd werd. In de loop van de studie, werden er feiten uitgebracht, die de inspiratie van Zr. White’s geschriften bewezen, en voor de afsluiting van de studie was ik volledig overtuigd tot de Geest der Profetie, waar ik van toen af aan meer en meer dankbaar ben geweest, niet alleen van de grote zegeningen die daarvan afgeleid zijn, maar ook omdat ik nu weet dat ik een onvervalste Zevende dags Adventist ben. {1SC6:4.13}

Toen ik een niet gelovige was in de Geest der Profetie—dat wat de Zevende dags Adventistenkerk gemaakt had—en een overwegend een Adventist in dag en naam was, behield ik mijn lidmaatschap, maar toen de HStaf me bekeerde tot de Geest der Profetie, en me een ware Zevende dags Adventist maakte, werd mijn lidmaatschap van mij ontnomen! Maar ik dank God voor het voorrecht om uitgeworpen te worden, omwille van de Zoon des mensen.” {1SC6:5.1}

We kunnen geen enkele grotere ironie bedenken, dan dat van de voorgaande ervaring, welke typerend is voor meer dan slechts  een incident in de kerk vandaag. We kunnen eenvoudigweg niet begrijpen hoe onze broeders en zusters zelfvoldaan door kunnen slapen, te midden van zulke onredelijke, schandelijke handelingen. Om iemands lidmaatschap acht jaren te behouden, terwijl diegene slechts half bekeerd is tot haar leerstellingen, en dan deze persoon af te schrijven als lid, wanneer helemaal bekeerd, is de meest verschrikkelijke tegenstrijdigheid denkbaar. En toch is dit het exacte ding waar het omgaat in Gods kerk. {1SC6:5.2}

“Veel te haastig werk wordt gedaan in het toevoegen van namen aan de kerkrol. Serieuze gebreken worden gezien in de karakters van sommigen die zich toevoegen aan de kerk. Zij die ze toelaten zeggen: “We zullen ze eerst in de kerk binnen laten komen, en ze dan hervormen. Maar dit is een fout. Juist het eerste werk dat gedaan moet worden is het werk van hervorming…Laat ze niet toe zich te verenigen met Gods volk in een kerk relatie totdat ze besliste bewijzen geven dat de Geest van God aan hun harten aan het werken is. Velen wiens namen geregistreerd staan in de kerkboeken zijn geen Christenen.”(Mw. E.G. White, in Review and Herald, 21 mei 1901) {1SC6:5.3}

En wanneer ze dan uiteindelijk bekeerd zijn, heeft de kerk berouw dat ze, ze erin hebben gebracht, en gaat meteen over om ze als lidmaat af te schrijven! {1SC6:5.4}

Zuster Palmer van Red Cloud, Nebraska stuurt deze meest hartelijke uitnodiging: “We zijn hier in het midden van oktober gekomen en zouden blij zijn om welke HSaf lid dan ook, bij ons te doen stoppen als hij in de buurt is. {1SC6:5.5}

HEEL BELANGRIJK

Onzorgvuldigheid bij een deel van sommigen heeft hun een heel goed deel gekost, en veel post is verloren gegaan, hetgeen nooit het kantoor heeft bereikt. Ons juist adres is in het verleden gepubliceerd, maar sommigen hebben er geen acht op geslagen. Wilt u er alstublieft aan denken om welk lid van dit kantoor dan ook op de volgende manier te adresseren. {1SC6:5.6}

                                                                       Universele Uitgevers Associatie

                                                                       Station K, Box 68

                                                                       Los Angeles, California

                                                                      Naam van de persoon

Plaats geen geld in gewone post. Stuur liever een  Geldopdracht of een check van de bank. Vergewis u ervan dat uw retour adres op alle post gegeven is. {1SC6:5.7}

VRAGEN EN ANTWOORDEN

WAS CHRISTUS DEZELFDE DAG GEARRESTEERD EN GEKRUISIGD?

Bij het lezen van de Wens der Eeuwen, schijnt het dat Christus op Donderdagnacht, door goddeloze mannen was weggevoerd, en Zijn proces direct haastig werd doorgevoerd, en van wat ik in staat ben te begrijpen, duurde Zijn proces, vanaf de tijd dat Hij in de tuin was weggevoerd tot Zijn kruisiging, ongeveer twaalf uren. Ben ik correct in dit geval?” {1SC6:5.8}

De apostel Marcus, stelt nadrukkelijk dat Christus op het derde uur van de dag werd gekruisigd (Marcus 15: 25), hetgeen slechts drie uren is na zonsopkomst, zoals bewezen in het feit dat de Bijbel met de oude tijdsindeling handelt. Laat de vragensteller nauwkeurig het diagram volgen op bladzijde zes—toegevoegd om het bevattingsvermogen te vergemakkelijken. {1SC6:5.9}

In sommige dagen, en zelf nu, in sommige van die landen, is de tijdsindeling zo geschikt, dat wanneer de zon onder gaat, de klokwijzer naar het twaalfde uur wijst. Het zesde uur in het nacht gedeelte, eindigde altijd om middernacht, en het zesde uur in het dag gedeelte eindigde altijd (twaalf uur) ‘s middags. Aldus verdeelden de joden de dag in twee gelijke delen van elk 12 uren, van zonsondergang tot zonsopkomst, en van zonsopkomst tot zonsondergang. {1SC6:5.10}

Matt. 15: 33 openbaart, dat terwijl Jezus aan het kruis was, duisternis het land bedekte vanaf het zesde uur (‘s middags) tot het negende uur (3 uur ‘s middags), en dat toen Hij stierf, de duisternis verdween. (Matt. 27: 46-50). Dan voegt Lukas toe, dat de Verlosser begraven werd rond het twaalfde uur (zonsondergang), rond welke tijd de sabbat naderde. (Lukas 23: 52-54). Hier zien we dat het  verslag van de gebeurtenissen bewijst dat vanaf de tijd dat Hij gekruisigd was, tot aan de tijd dat Hij begraven was—de uren tussen 3 uur ’s morgens en twaalf uur ’s middags—9 uren in beslag namen. {1SC6:5.11}

Johannes 19: 14 stelt dat rond het zesde uur, Christus in Pilatus zijn gerechtshal was. Dit zesde uur kon niet het zesde uur zijn nadat Hij was gekruisigd, want op dat uur hing Hij aan het kruis. Vandaar dat het dichtstbijzijnde zesde uur voorafgaand aan, Zijn kruisiging die te middernacht was, het aanbreken van de Vrijdag morgen. Zo zien we dat er ten minste 18 uren verslagen zijn, vanaf de tijd dat Christus gebracht werd voor Pilatus tot aan de tijd dat Hij was begraven. Bestudeer het diagram hierin en  u zal overtuigd worden van de onmogelijkheid, voor iemand om een ander gezichtspunt te onderhouden en toch in overeenstemming te zijn met de Bijbelse berekening van de gebeurtenis. {1SC6:6.1}

De voorafgaande feiten bewijzen duidelijk dat de helft van een twaalf uren durende nacht en een hele dag van twaalf uren in beslag werden genomen door het Romeinse Gerechtshof, kruisiging- dood- en begrafenis- van de Verlosser. {1SC6:6.2}

Aangezien het verboden werd door de Joodse wet om iemands ’s nachts te verhoren, en aangezien Christus door het Sanhedrin werd geoordeeld voordat Hij naar Pilatus zijn gerechts-hal werd gebracht, bewijst het dat Jezus, de dag voordat Hij gekruisigd was, voor het Joodse tribunaal stond. Bovendien bewijzen, de woorden van Jezus: “Dat deze nacht,  voordat de haan kraait, zult gij Mij drie maal verloochenen,” (Matt 26: 34), dat Hij ’s nachts uit de tuin werd genomen. Daarom dat vanaf de tijd, dat Christus werd gebracht voor het Sanhedrin, tot de tijd dat Hij begraven was, waren  het 36 uren, want de omstandigheden waren zo dat de Joodse hoogwaardigheidsbekleders, gehaast werden om Hem voor hun hoogste gerecht te dagen, zodra de zon opkwam. Bestudeer de illustratie en u zult zien, hoe accuraat de bovenstaande uitleg bewijst te zijn. {1SC6:6.3}

Was Hij op Vrijdag gekruisigd of op een andere dag?—Marcus zegt: “Het was de voorbereidingsdag; dat is: de dag voor de Sabbat.” (Marcus 15: 42) Het zou foutief van iemand zijn om te concluderen, dat “de Sabbat,” hierboven genoemd, een andere is dan “de zevende Sabbatdag.” Het kon niet de Paasdag zelf zijn geweest—de dag dat het lam werd gegeten (Ex. 12: 3, 6) aan het begin van de zeven dagen van het paasfeest—aangezien de Sabbat genoemd door Marcus kwam nadat Jezus stierf, terwijl op de eerste feestdag (Ex. 12:3, 9; Num. 28: 17), op paasdag zelf, was Jezus nog in leven en vierde het met de twaalf. (Lukas 22: 7-12) {1SC6:6.4}

            We lezen wederom, dat nadat Hij was begraven, “keerden ze weder, bereidden zij specerijen en zalven; en op de Sabbat rustten zij volgens het gebod. (Lukas 23: 56), en niet dat ze terug keerden en het Paaslam aten. Verder was de dag waarop ze rusten, gevolgd door de eerste dag van de week, want Lukas zegt: “En op de eersten dag der week, zeer vroeg in de morgenstond, gingen  zij naar graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden.” Lukas 24:1). {1SC6:6.5}

Dus, was Jezus gearresteerd op Woensdagavond, waarna Hij tweemaal voor de priesters was beproefd, tweemaal voor het Sanhedrin, tweemaal voor Pilatus en eenmaal voor Herodes (WdE. /D.A. 760)—zeven processen in het geheel hetgeen duidt op volmaaktheid. {1SC6:6.6}

Bovendien, met het oog op de uren die in de Bijbel zijn opgetekend, kan alleen een brein totaal verstoken van het gevoel van tijd in het meten van de natuurlijke duur van gebeurtenissen, concluderen nadat getoond is dat de zeven processen, de kruisiging en de begrafenis, allemaal op een dag plaatsvonden. {1SC6:7.1}

Joh. 19: 31 zegt:”Die Sabbatdag, was een hoogtijdag,”omdat het een Sabbat was in de Paasweek—een Sabbat in een van de paasfeesten, die slechts eenmaal per jaar voorkwam. {1SC6:7.2}

Matt. 28: 1, 2 bewijst dat de Heer verrees op de eerste dag van de week, over het algemeen genoemd Zondag, want het wordt in deze verzen gesteld dat: “Aan het einde van de sabbat, als het begon te lichten, tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena en de andere Maria, om het graf te bezien. En ziet er geschiedde een grote aardbeving, want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe en wentelde de steen af van de deur, en zat erop.” Aangezien de vrouwen vlak voor het opgaat van de zon bij het graf kwamen, (Joh. 20:1), en aangezien de “aardbeving” plaatsvond terwijl ze op weg waren naar de plaats, toont het aan dat de engel nederdaalde vanuit de hemel en de steen wegrolde, vlak voordat ze arriveerden. Marcus getuigt ook dat “Jezus, vroeg, op de eerste dag van de week was opgestaan.” (Marcus 16:9) {1SC6:7.3}

Vandaar dat vanaf de tijd dat Jezus gebracht werd voor de priesters tot de tijd dat Hij opstond, waren er precies drie dagen en drie nachten, het Woord vervullend: “Want zoals Jona, die dagen en drie nachten in de buik van de walvis was, alzo al de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart der aarde zijn,” dat is in de hand van zondig klei. (Matt. 12: 40) {1SC6:7.4}

Deze studie bewijst dat Zr. White’s uiteenzetting, van het onderwerp correct is, en het feit dat ze Zijn processen voor de priesters Pilatus en Herodes, heeft opgesomd, toont aan dat ze niet onderwijst dat het allemaal op een dag tot stand kwam, zoals sommigen denken dat haar spraak schijnt te impliceren. {1SC6:7.5}

De uitspraak: “Later diezelfde dag,” (D.A. 722), heeft geen verwijzing naar de dag dat Judas de Heer verraadde, maar eerder de dag toen hij uitriep: “Het is te laat! Het is te laat!” want de uitdrukking van Judas zijn verslagenheid, niet de  gebeurtenis van zijn verraden van de Heer,  is de voorafgaande gebeurtenis  van de uitspraak, “Later die zelfde dag.” {1SC6:7.6}

Verwijzend naar de vraag van: ”hoe we de uitspraak ‘Op de tweede dag van het feest kunnen laten overeenstemmen, werden de eerste vruchten  voor God gepresenteerd,’ (Patriarchs and Prophets, 539), met de uitspraak ‘De schoof offerande… moest geofferd worden voor de Heer, op de morgen na de sabbat,’ (‘De Herderstaf,’ Vol. 2. blz. 20)” antwoorden we als volgt: {1SC6:7.8}

Het feit dat de schrijver zegt: “Op de dag dat het Pascha werd gegeten, was Hij gekruisigd,” bewijst dat ze niet de tweede dag bedoeld, vanaf het feest dat Jezus vierde, maar eerder vanaf het paasfeest op Vrijdag nacht, hetgeen feitelijk valt op de Sabbat, want het Pascha op Vrijdag, voordat Hij gekruisigd was, “de tweede dag van het feest,” zou niet op Zondag vallen, maar veeleer op de Sabbat, en aangezien haar standpunt is dat Christus op Zondag opstond,  op de dag dat de schoof was geofferd (D.A. 785), is het duidelijk dat de uitspraak in “Patriarchs and Prophets,” begrepen moet worden, te verwijzen naar een andere dan de tweede dag vanaf het eerste feest—het werkelijke Pascha. Met andere woorden, als ze datgene bedoelt, wat op het eerste gezicht schijnt te lijken, zou de tweede dag van de feesten, volgens hetgeen ze elders heeft geschreven, vallen op de zevende dag Sabbat, in plaats van op de dag dat de opstanding plaats vond. {1SC6:7.9}

Bladzijde 6, van deze uitgave, in het beantwoorden van een vraag met betrekking tot de tijdslengte, vanaf de tijd dat Jezus het Pascha at tot de kruisiging, bewijst dat Hij het Pascha feest at, met de twaalf op Woensdag nacht en dat Hij verrezen was op Zondag morgen, dat is op de dag dat de schoven voor de Heer gepresenteerd werden. Dit bewijst dat de woorden, “Op de tweede dag van het feest, werden de eerste vruchten van de jaarlijkse oogst gepresenteerd voor God,” (P.P. 539), niet de dag konden bedoelen, nadat Jezus, het Pascha at. We zijn echter, tot zover niet in staat een betere uitleg te geven van P.P. 539; desalniettemin, bewijzen de feiten hierin dat de HStaf, correct is. {1SC6:7.10}

“DE GEEST DER PROFETIE,” OF “DE INZAMELINGSROEP,” –WELKE?

Vanuit Colorado, komt de vraag betreffende de strijd geopend tegen de Geest der Profetie, door de uitgave: “The Gathering Call”/“De Inzamelingsroep.” {1SC6:7.11}

Daar we een aantal van E. S. Ballenger’s traktaten hebben gelezen, zijn wij genoodzaakt te zeggen dat we geen boodschap in geen van hen hebben gevonden.  Hun hoofddoel is ons geloof in de geschriften van Zr. White om ver te werpen. Ze grijpen alles en wat dan ook aan, waar ze een kans kunnen vinden om over te praten. Geen enkele keer hebben we hen welk een van de leerstellingen dan ook die Zr. White onderwijst in haar geschriften, succesvol zien weerleggen, en de middelen die ze aanwenden om haar onderwijzingen te vernietigen zijn zo zwak als een spinnenweb, opgehangen om een arend te vangen. {1SC6:7.12}

We merken op dat op blz. 24 van ons exemplaar van “De Inzamelingsroep,” van sept.-okt,  een artikel geschreven is tegen de waarheid van het heiligdom, zoals onderwezen door Zr. White. Daarin zien we dat het artikel niet haar standpunt tot Bijbelse waarheid ontzenuwd, maar tracht dit te doen door te verhelderen wat er eigenlijk plaatsvond in het aardse heiligdom. De schrijver probeert ons te overtuigen, dat de “heilige plaats,” niet in verband staat met het eerste gedeelte van het heiligdom, en omdat hij dit niet door middel van de Bijbel kan bewijzen, probeert hij dit goed te praten  met zijn verduisterde verstand door volgens de volgende strekking te redeneren: {1SC6:8.1}

De Bijbel zegt: “Gij zult de ram der vulling nemen, en gij zult zijn vlees in de heilige plaats zieden.” Hij trekt haar uitleg in twijfel door te vragen: “Was het eerste gedeelte een keuken om te koken?” Hij citeert wederom: “In Lev. 16: 24, is Aaron geïnstrueerd om nadat hij de zondebok de woestijn heeft ingestuurd, om “zijn vlees te wassen met water in de heilige plaats.’”  Hij denkt dat de heilige plaats hier genoemd, niet het eerste gedeelte kan zijn, en daarom verhelderd hij het wederom door te volgende vraag te stellen: “Was het eerste gedeelte verandert in een badkamer?” Nu citeert hij vanuit Lev. 6: 27: “Wie van zijn bloed op een kleed zal gesprengd hebben, dat waarop hij gesprengd zal hebben, zult gij in de heilige plaats wassen.” Dan vraagt hij: “Waar denkt u dat ze een rek voor wasgoed, gezet hebben in het eerste gedeelte van de tabernakel tempel?” {1SC6:8.2}

Welk bewijs heeft hij ons gegeven dat de heilige plaats niet het eerste gedeelte is? –Niet het geringste. “De Inzamelingsroep,” drukt in het bovenstaande een vleselijk, menselijk verstand die niet in staat is bevatten, dat het ceremoniële systeem met haar dagelijkse offers in ieder aspect symbolische was, en dat het koken van het vlees in de “heilige plaats,” en het wassen van het vlees van de priesters en van zijn heilige klederen, gedaan moest worden in de “heilige plaats,”hoewel in tegenstelling tot menselijke beredenering. {1SC6:8.3}

Mensen zonder goddelijke verlichting, zoals het geval is met “De Inzamelingsroep,” kunnen geen helemaal geen reden  zien voor al die dagelijkse offers, van stieren, geiten, rammen, lammeren, duiven, tortelduiven, waarvan sommigen mannetjes moesten zijn en anderen vrouwtjes, soms een jaar oud en soms drie jaar oud, elk geofferd op een speciale manier door vlees- en drankoffers; en voor de vele nadere rituelen van de Joodse economie.  Als we de gedachten gang van “De Inzamelingsroep,” zouden aannemen, zou onze houding niet die zijn om alleen de dienst in de “heilige plaats” te verhelderen, maar ook het ceremoniële systeem. Menselijk oordeel zou ons dwingen te besluiten dat het gehele ceremoniële systeem, ontworpen was voor niets anders dan het volk te vermoeien, tot armoede te brengen, en hun laten denken dat God een soort wezen was, die bloeddorstig, hongerig voor vlees, en wreed voor dieren was. {1SC6:8.4}

Zouden de verdedigers van de “De Inzamelingsroep,” in Mozes zijn tijd, geleefd hebben, en als ze in de zelfde stemming waren als ze nu zijn, zouden ze duizendmaal betere redenen gevonden hebben om fouten te vinden met betrekking tot wat hij toen onderwees, dan ze nu hebben met betrekking tot het vinden van fouten in de geschriften van Zr. White, en als God nu met ze moest afrekenen, zoals Hij toen met hen afrekende, zou Hij hen net zo snel vernietigen als Hij diegene die fouten vonden bij Mozes had vernietigd. {1SC6:8.5}

Het spijt ons dat we in zulke duidelijke termen moeten spreken, maar daar we beseffen dat we met een probleem van leven en dood te maken hebben, zijn we omwille van Br. Ballenger gedwongen om onszelf zo duidelijk als we maar weten te maken en hopen dat hij zijn gezichtspunt wil heroverwegen. {1SC6:8.6}

We zeggen wederom, dat “De Inzamelingsroep,” geen enkel ding heeft ontzenuwt.  Bijvoorbeeld vragen wij uw aandacht voor hoe het probeert te bewijzen dat Zr. White  verkeerd was in het geloven dat de genadetijd gesloten was in 1844. We citeren van blz. 7: “… Een brief geschreven aan ouderling L. door Mw. White waarin ze zegt: ‘Tezamen met mijn broeders en zusters, nadat de tijd verstreken was in vierenveertig, geloofde ik, dat er geen zondaren meer bekeerd zouden worden.” {1SC6:8.7}

Door de bovengenoemde uitspraak, probeert “De Inzamelingsroep,” te bewijzen dat Zr. White jaren later onderwees, dat de genadetijd gesloten was in 1844 en dat er geen genadetijd meer voor zondaren was na die datum. Maar merk nauwkeurig op wat ze zegt: “Tezamen met mijn broeders en zusters, nadat de tijd verstreken was in … geloofde ik; ”dat betekend ze geloofde datgene wat Wm. Miller onderwees, en toen de gestelde datum voor de komst van Christus, voorbij ging in 1844, geloofde zij met de Millerieten, dat de genadetijd voor allen gesloten was. Maar ze zegt niet dat ze dat onderwees, nadat ze Gods boodschapper werd. Nu vragen wij “De Inzamelingsroep,” om ons te vertellen, als haar geloof in Miller’s boodschap, haar zou diskwalificeren om een profetes te worden, na de teleurstelling, en zou haar geloof voor 1844, de pioniers van de Z.D.A. kerkgenootschap verkeerd maken in hun leerstellingen, nadat ze meer licht hadden? –Helemaal niet. Het bewijst eerder, dat Zr. White gelijk had en “De Inzamelingsroep,” verkeerd voor het gebruiken van zo een zwak argument tegen een bewezen feit. {1SC6:8.8}

In deel Twee van een document getiteld: “De Leerstelling van het Onderzoekend Oordeel,” door W.W. Fletcher, een bondgenoot van “De Inzamelingsroep,” citeert de schrijver van “De Advent Review,” aug. 1850 (waarvan onze pogingen tekort schieten te controleren) waar ouderling James White spreekt, van het oordeel van de goddelozen tijdens het millennium, en Dan. 7: 22  als  zijn bewijs voert, welk Schriftgedeelte van toepassing is op die gebeurtenis. Het artikel miskent zowel ouderling White’s uitspraak en de Schrift, in het trachten ons te laten geloven dat ouderling White leert, dat het onderzoekend oordeel, begint na de tweede komst van Christus. {1SC6:8.9}

Het vraagt dan: “Op welke tijd verwacht u dat het oordeel van Daniel 7 plaats zal vinden?” In antwoord, citeert het van ouderling White’s geschriften deze uitspraak: “Daniel,’ zag in de nachtelijke visioenen dat ‘een oordeel gegeven was aan de heiligen van de Allerheiligste,’ maar niet aan sterfelijke heiligen—niet ‘totdat de Oudste der dagen kwam,’ en de ‘kleine hoorn,’ ophield te heersen, hetgeen niet zal zijn, tot hij vernietigd is door de helderheid van Christus Zijn komst. {1SC6:9.1}

Daar met de bovengenoemde uitspraak ouderling White, niet het onderzoeken oordeel uitlegt, maar eerder de ene gedurende de duizend jaar, en daar het artikel door het citaat, in tegenstelling tot het feit,  tracht uit te maken, dat hij niet geloofde in het onderzoekend oordeel, zoals het nu onderwezen wordt, kan de beschuldiging jammer genoeg slechts een boemerang zijn aan de handen van haar schrijver. {1SC6:9.2}

Wanneer men gedwongen is zijn toevlucht te nemen tot oneerlijke transacties, teneinde de geschriften van Zr. White te weerleggen, of de leerstellingen van het kerkgenootschap, bewijst men alleen dat haar geschriften geïnspireerd zijn en dat haar tegenstanders, zelf het spoor bijster zijn, om wat ze geschreven heeft, eerlijk tegen te spreken. {1SC6:9.3}

Op blz. 8 van “De Inzamelingsroep,” van sept.—okt., verschijnt het volgende citaat van Zr. White’s geschriften: “’ Ik werd in visioen getoond, en ik geloof nog steeds, dat er een gesloten deur was in 1844. Allen die het licht zagen van de eerste en tweede engelen boodschappen en dat licht verworpen hebben, ware in duisternis gelaten.”’  Dan stelt “De Inzamelingsroep,”de vraag: “We zouden willen dat de schrijver van de Review en Herald, welk licht dan ook zou aantonen,  dat gepresenteerd was in de eerste en tweede engelen boodschap.” {1SC6:9.4}

Het probleem licht niet in wat Zr. White onderwijst, maar in de uitermate geestelijke duisternis dat zij die “tegen de schenen schoppen” omringt, want zij zien slechts een sluiting van de genadetijd, terwijl de Bijbel een sluiting van genadetijd leert, na iedere boodschap die God stuurt. Zoals er een sluiting van genadetijd was voor de mensen voor de vloed, voor de inwoners van Sodom en Gomorrah, en voor de Joodse natie, evenzo is er een sluiting van de genadetijd voor iedere persoon, op het moment dat die persoon de boodschap verwerpt. Vandaar dat nadat de eerste en tweede engelen boodschappen aan het volk in die tijd werden gepresenteerd, hun genadetijd sloot en hun lot onveranderlijk was vastgelegd of voor het eeuwige leven of eeuwige dood, zoals het geval was met Saul, koning van Israel. {1SC6:9.5}

De profeet van God informeerde Saul, zeggende: “Omdat gij het Woord des Heeren (boodschap), verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dag gij geen koning zult zijn. (1 Sam. 15:23 ) Hoewel Saul smeekte en “tot Samuel zei: Ik heb gezondigd, omdat ik des Heeren bevel overtreden heb. En Samuel zei tot Saul: Ik zal met u niet wederkeren, omdat gij het Woord des Heeren verworpen hebt, zo heeft u de Heere verworpen, dat gij geen koning over Israëls zult zijn….De Heere heeft heden het koninkrijk van Israel van u afgescheurd…want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou.” (1 Sam 15: 23-26, 28, 29) {1SC6:9.6}

De herdruk van de “Jones’ brief,” bewijst niets, zoals ik het zie. Het zwaarste onderdeel, dat “De Inzamelingsroep” erin heeft, is dat Zr. White de brief niet beantwoord heeft. Hoe waar dat ook mag zijn bewijst het niet dat ze verkeerd is. Ze moeten een hele tijd over die tegenstrijdige punten gediscussieerd hebben, voordat die betreffende brief geschreven was, en God alleen kent het aantal brieven en adviezen, die Jones heeft ontvangen die deze punten benaderden, voordat hij die betreffende brief schreef. Klaarblijkelijk zag ze geen reden waarom ze nog langer haar tijd op een onvoordelige wijze moest verspillen, voor die mannen, als “De Inzamelingsroep,” waren vastbesloten om het geloof van het volk in haar geschriften te vernietigen. De schrijver zelf, heeft vele brieven niet beantwoord, niet omdat ze niet beantwoord konden worden, maar omdat ze zijn tijd niet waard waren. {1SC6:9.7}

Hoewel, als de meningsverschillen tegen de Geest der Profetie het gevolg zijn van verkeer begrijpen en verkeerd beoordelen, is oneerlijkheid in vele gevallen de leidende factor geweest. Het sterkste argument tegen Zr. White geschriften die wij ooit gehoord of gelezen hebben zijn zwakker dan de zwaksten gebruikt tegen de Sabbat waarheid. {1SC6:9.8}

In een brief onder de datum 4 april 1933 aan een zekere zuster, zegt de schrijver van “De Inzamelingsroep” : .. Niemand kan de waarheid uit Gods Woord halen, tenzij hij de inspiratie van Zr. White laat varen. Iemand die haar onderwijzingen volgt, zal altijd in duisternis zijn. {1SC6:9.9}

Vanwege het feit dat “De Inzamelingsroep,” helemaal geen boodschap heeft, hoewel het “haar inspiratie,” heeft laten varen, en aangezien “De Herdersstaf,” vol is van tegenwoordige waarheid, ongeëvenaard licht van uit de Bijbel naar het volk stralend, terwijl ze op dezelfde tijd in volmaakte overeenstemming is met “haar inspiratie”,  bewijst het dat de bewering in de brief van “4 april,” onjuist. {1SC6:9.10}

Blz. 9 van “De Inzamelingsroep” van sept.—okt. zegt: “We zouden willen dat de schrijver van de R&H, welk licht dan ook zou aantonen,  dat gepresenteerd was in de eerste en tweede engelen boodschap.” De eerste engelen boodschap die in tijd onderwezen werd was dat Christus op 22 okt 1844 zou komen, om de heiligen te verlossen en al de goddelozen te vernietigen… Was er enige waarheid daarin? Het was allemaal dwaling.” {1SC6:10.1}

Het is waar dat de Millerieten de gebeurtenis van Christus die tot Zijn tempel in de hemel inkwam, begrepen als te zijn, Zijn laatste komst naar de aarde, “om zijn heiligen te verlossen en de goddelozen te vernietigen.” Desalniettemin, is de uitleg van de 2300 dagen, die verwijzen naar die gebeurtenis in 1844 correct. {1SC6:10.2}

Vandaar dat, als wij de bekendmaking van het onderzoekend oordeel moeten verwerpen, vanwege het feit dat de aard van Zijn komst verkeerd begrepen is, wat voor recht hebben we dan om de boodschap van Johannes de Doper te ontvangen, want Johannes predikte ook dat de Messias in die tijd een aards koninkrijk zou opzetten?Als “De Inzamelingsroep,” bestond in de tijd van Johannes, zou het zeker tegen zijn onderwijzing gerebelleerd hebben, en dus tegen Christus. {1SC6:10.3}

Wie waren bovendien beter voorbereid om de Heer in 1844, te ontmoeten, zij die geloofden dat de Heer toen kwam, of zij die Zijn komst veraf gezet hadden?—Vast en zeker degenen die in heilige verwachting op Zijn kortstondige komst wachten. {1SC6:10.4}

Broeder Ballenger denkt dat hij volstrekt gelijk heeft en dat de Geest der Profetie volstrekt verkeerd is, in dat om een ding, de leiders van het kerkgenootschap zijn argumenten niet succesvol kunnen weerleggen, maar hoewel dit het geval van de zaak mag zijn, betekend het niets, want hoe kan hij verwachten dat een “ellendige en jammerlijke, en arme en blinde en naakte” Laodiceaanse engel hem iets kan tonen? Dit is een oneerlijk voordeel nemen van de “Geest der Profetie,” door het te meten aan de onbewuste blindheid van de engel. Broeder Ballenger moet de Heer op Zijn Woord nemen, wanneer hij zegt van de engel: “Gij weet niet,” en zou moeten vrezen om het licht door de duisternis te oordelen, tenzij hij de toorn van de Heer op de hals wil halen. {1SC6:10.5}

God heeft nog nooit de gehele waarheid aan een enkele persoon geopenbaard. Maar Hij verwacht van ons dat we gelijke tred houden met het altijd toenemende licht, en hoewel ieder vooruitgaand licht bij het eerste aanbreken meer of minder wazig schijnt tot haar werkelijke essentie en omvang, zullen we het meer en meer in haar ware karakter zien, hoe dichterbij wij bij haar komen, want de profetieën van de Bijbel staan als een wegenkaart naar het koninkrijk. {1SC6:10.6}

Laat niemand een ander ontmoedigen in de 1844 beweging. God heeft een verschrikkelijke verassing voorhanden, voor allen die hun tijd misbruiken, in het trachten  de waarheid van de Millerieten en 1844 bewegingen omver te werpen, want “Wij hebben ook het profetische Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnend in een duisters plaats, totdat de dag aanlichtte en de Morgenster opga in uw haren. Dit eerst wetende dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging; Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil van mensen, maar heilige mannen Gods van de Heilige Geest gedreven zijnde hebben ze gesproken.” (2 Petr. 1: 19-21) {1SC6:10.7}

De bovenvermelde verassing zal de Heer in spoedig komende publicaties presenteren. {1SC6:10.8}

“Geven we de boodschap van het 11e uur nu of zal het niet gegeven worden tot na de vervulling van Ezech. 9? Is de engel, die de aarde verlicht met Zijn heerlijkheid (E.W. 277) reeds gekomen?  Als de vragensteller de kaart op blz. 224 van Vol. 2 van de HStaf wil raadplegen, zal hij observeren, dat de engelen van Openb. 7 en 18 voorgesteld zijn als komend op het 11e uur, en daar we in de verzegelingstijd zijn, bewijst het dat we nu in het 11e uur zijn. {1SC6:10.9}

Betreffende de engel van Openb. 18: 1, met wiens heerlijkheid de aarde verlicht moet worden, claimen we niet dat we nu al het licht hebben, nog geloven we dat de aarde op dit moment met Zijn heerlijkheid verlicht is. Maar we houden wel vol dat een groot gedeelte van dat licht, reeds geopenbaard is en dat zodra de 144.000 verzegeld zijn en de kerk gereinigd door de scheiding van de zonderen “uit het midden daarvan,” door de mannen met de slachtwapens zoals beschreven in Ezechiel’s visioen, de aarde dan verlicht zal zijn, daar de 144.000 voortgaan om de boodschap aan al de volkeren te verkondigen. (Jes. 66: 19,20) {1SC6:10.10}

—————————————

Iedere Z.D.A, die verlangt dat de “Symbolische Code, gratis, regelmatig naar hem toegestuurd wordt, vul alstublieft de volgende formulier.

——————————————————–SCHEUR AF——————————————

Plaats alstublieft mijn naam op uw regelmatige postlijst voor u maandelijks blad: “De Symbolische Code.”

Naam—————————————————Straat /Postbus nr.—————————————————

Stad—————————————————-Staat—————————————Land————————

 

 

           

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



(Ter Correctie)

AAN DE ZEVEN GEMEENTEN

(PICTURE)

Het Breken Van De Zeven Zegels

[p.A]

Kopierecht 1947

Door V.T. Houteff

Alle Rechten Voorbehouden

In het belang van het bereiken van naar iedere waarheid zoekende geest die ernaar verlangt om het pad te ontkomen die leidt tot de vernietiging van zowel de lichaam als de ziel, wordt dit traktaat kosteloos verstrekt, zolang deze uitgave beschikbaar is.

TRAKTAAT 15

AAN DE ZEVEN GEMEENTEN

[p.B]

HET BREKEN VAN DE ZEVEN ZEGELS

Door V.T. HOUTEFF

“Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden.” Johannes 12:31.

[p.C]     

INHOUD

De Tekenen Des Tijds…………………………………………………….5

Daniël 7…………………………………………………………………….16

Het Breken van de Zeven Zegels………………………………………35

De Symbolisatie van het Eerste Zegel………………………………….38

De Symbolisatie van het Tweede Zegel……………………………….41

De Symbolisatie van het Derde Zegel………………………………….44

De Symbolisatie van het Vierde Zegel…………………………………49

De Symbolisatie van het Vijfde Zegel………………………………….51

De Symbolisatie van het Zesde Zegel………………………………….53

De Symbolisatie van het Zevende Zegel………………………………63

De Eeuwig Levende Kerk en Haar Vijand……………………………..68

Richtlijn Tot Een Juiste Uitlegging Van De Symbolische Horens en

Koppen………………………………………………………………………72

 

[p.1] WAT BETEKENT DIT VOOR U?

 

Wat voor succes zouden wij hebben bij het colporteren{of grondig onderzoeken} van onze boeken, en wat voor goed zouden zij doen als gegadigde kopers en lezers eerst de predikanten van hun eigen kerkgenootschap zouden raadplegen en hun raad zouden aannemen? Wij kennen allemaal het antwoord – Er zouden geen boeken verkocht en geen boeken gelezen worden.

 

En als wij de predikanten hadden geraadpleegd van onze respectievelijk voormalige kerkgenootschappen en hun raad hadden aangenomen, hoeveel van ons zouden dan Zevende-dags Adventist zijn geworden? Het algemene antwoord luidt: “Niet één van ons.” Dit is het lot geweest van allen die de beslissingen van ongeïnspireerde mensen hebben gevolgd tegenover geïnspireerde mensen van God. Vrome mensen, mensen die diep geworteld zijn in hun godsdienst, zoals de priesters en rabbijnen dat waren in de dagen van Christus, zijn het meest succesvol geweest in het weghouden van het licht van God van God’s volk. Dit is een feit dat niemand zou moeten vergeten of verzuimen het in beschouwing te nemen.

 

Bovendien, aangezien onze persoonlijke rechten van het onderzoeken van waarheden die beweren door God gezonden te zijn, zonder bemoeienis van onze voormalige predikanten, ons uit de kerken hebben gehaald [p.2] die alleen rekening houden met waarheden van het verleden, en ons brachten in de Advent tegenwoordige Waarheid enige jaren geleden, zouden wij dan nu deze rechten overgeven en geestelijk afhankelijk worden van anderen om ons te vertellen wat Waarheid is en wat dwaling? Waarom zouden wij onszelf achten als zijnde geestelijke invaliden in plaats van volgroeide Christenen? Is het niet waar dat indien wij anderen voor ons lieten denken, dat wij bedrogen zouden kunnen worden net zozeer als de Joodse gewone mensen werden bedrogen door de priesters en rabbijnen in de dagen van Christus?

 

Met het oog op de ervaringen van degenen die ons zijn voorgegaan, zijn wij ervan verzekerd, dat u dit boekje zult aannemen dat tot u wordt verzonden, en dat zoveel voor ons betekent en voor duizenden andere Zevende-dag Adventisten over de gehele wereld. Zult u het voor uzelf onderzoeken zoals de edele Bereanen dat deden (Hand.17:10,11), onafhankelijk van de invloed en vooroordelen van anderen? Allen gebed en studie zal [p.3] u behoeden voor dwaling en u inleiden tot God’s wonderbaarlijk licht—

 

“…behoed u voor het verwerpen van datgene wat waarheid is. Het grote gevaar van ons volk is geweest dat zij zich afhankelijk stellen van mensen, en vlees tot hun arm hebben gesteld. Zij die niet de gewoonte hebben beoefend om de Bijbel voor zichzelf te onderzoeken, of bewijzen af te wegen, hebben vertrouwen in de leidinggevende mannen, en nemen de besluiten aan die zij nemen; en aldus zullen velen juist de boodschappen verwerpen die God tot Zijn volk zendt, als deze leidinggevende broeders ze niet aannemen.” –Testimonies to Ministers {Getuigenissen voor Predikanten}, blz.106.

 

“Er zijn nog vele kostbare waarheden om te worden geopenbaard tot het volk in deze tijd van gevaar en duisternis, maar het is Satan’s vastbesloten voornemen om te voorkomen dat het licht der waarheid zal schijnen in de harten der mensen. Als wij het licht zouden willen hebben dat voor ons is voorzien, dan zouden wij onze verlangen ernaar moeten tonen door het woord van God ernstig{of ijverig} te onderzoeken. Kostbare waarheden, die lang verborgen zijn geweest, zullen worden openbaard in een licht dat hun heilige waarde zal aantonen; want God zal Zijn woord verheerlijken, zodat het [p.4] kan verschijnen in een licht zoals wij het nooit tevoren hebben aanschouwd. Maar zij die belijden de waarheid lief te hebben moeten hun krachten aanwenden, zodat zij de diepzinnige dingen van het woord kunnen verstaan, zodat God verheerlijkt kan worden en Zijn volk kan worden gezegend en verlicht. Met nederige harten, onderworpen door de genade van God, zou u tot de plicht moeten komen van het onderzoeken van de Schriften, voorbereid om iedere straal van goddelijk licht aan te nemen, en te wandelen in de weg de heiligheid.”—Counsels on Sabbath School Work{Adviezen over Sabbatschool Werk}, blz. 25.

 

[p.5] DE ZEVEN ZEGELS

— De Tekenen Des Tijds —

 

“De openbaring van Jezus Christus, die God Hem gaf, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die spoedig geschieden moeten; en Hij heeft het gezonden door Zijn engel en te kennen gegeven aan Zijn dienstknecht Johannes; die van het woord Gods heeft getuigd, en van het getuigenis van Jezus Christus, en van al de dingen die hij zag. Zalig is hij, die leest, en zij die horen de woorden van deze profetie, en die bewaren hetgeen daarin geschreven staat; want de tijd is nabij.” Openb.1:1-3{KJV}.

 

Jezus Christus gaf De Openbaring om te tonen aan Zijn dienstknechten “dingen”die spoedig zouden komen (Openb.1:1). Om de weg voor te bereiden voor het gezicht van de “dingen,” introduceerde de Stem het onderwerp met een bijzondere boodschap aan elk van de zeven engelen (leiderschappen) die zorg droegen over zeven kandelaren(gemeenten) respectievelijk. Deze boodschappen staan opgetekend in de hoofdstukken 2 en 3.

 

Vervolgens werd Johannes geleid om te zien de plechtige handelwijzen van de reeks der gebeurtenissen:

 

“Na dezen zag ik, en ziet, een deur was geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik hoorde was als het ware van een bazuin , met mij sprekende, zeggende: Komhierop, en Ik zal u tonen, hetgeen hierna geschieden moet. En terstond was ik in de geest; en ziet, er was een troon gezet in de hemel, en er zat Een op de troon.

“Hij die op de troon zat, was in het aanziende steen jaspis en sardius gelijk; en er was een

 

[p.6] (Picture of the Judgement Scene)

 

regenboog rondom de troon, in het aanzien de steen smaragd gelijk. En rondom de troon waren vier en twintig tronen; en op de tronen zag ik vier en twintig ouderlingen zittende, bekleed met [p.7] witte klederen, en zij hadden gouden kronen op hun hoofden.

 

“En van de troon gingen uit bliksemen, en donderslagen, en stemmen; en zeven vurige lampen waren brandende voor de troon, welke zijn de zeven Geesten Gods.

 

“En voor de troon was er en glazen zee, gelijk kristal. En in het midden van de troon, en rondom de troon, waren vier dieren, zijnde vol ogen van voren en van achteren. En het eerste dier was een leeuw gelijk, en het tweede dier was een kalf gelijk, en het derde dier had het aangezicht van een mens, en het vierde dier was een vliegende arend gelijk.

 

“En de vier dieren hadden elk voor zichzelf zes vleugels rondom, en zij waren vol ogen van binnen; en zij hadden geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig, Die was, en Die is, en Die komen zal.

 

“En wanneer die dieren heerlijkheid en eer en dankzegging gaven aan Hem, Die op de troon zat, Die in alle eeuwigheden leeft; zo vielen de vier en twintig ouderlingen voor Hem, Die op de troon zat, en aanbaden Hem, Die leeft in alle eeuwigheid en wierpen hun kronen voor de troon, zeggende:

 

“Gij zijt waardig, o Here, te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.

 

“En ik zag in de rechterhand van Hem, Die op de troon zat, een boek, beschreven van binnen en van buiten, verzegeld en met zeven zegels.

 

“En ik zag een sterke engel, uitroepende met een grote stem: Wie is waardig het boek te openen, en zijn zegels open te breken? En niemand in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde, kon het boek openen, noch het inzien. En ik weende zeer, omdat niemand [p.8] waardig gevonden was, om het boek te openen, en zijn zegels open te breken.

 

“En een van de ouderlingen zeide tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegels open te breken.

 

“En ik zag, en ziet, in het midden van de troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, stond een Lam, als ware Het geslacht, hebbende zeven horens en zeven ogen, welke zijn de zeven Geesten Gods, uitgezonden over de gehele aarde.

 

“En Hij kwam, en nam het boek uit de rechterhand van Hem, Die op de troon zat. En toen Hij het boek genomen had, vielen de vier dieren en de vier en twintig ouderlingen voor het Lam neer, hebbende elk citers en gouden schalen vol reukwerk, welke zijn de gebeden der heiligen.

 

“En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig het boek te nemen, en zij zegels te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elk geslacht, en taal, en volk, en natie; En gij hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters; en wij zullen heersen op de aarde.

“En ik zag, en ik hoorde de stem van vele engelen rondom de troon, en de dieren, en de vier en twintig ouderlingen; en hun getal was tien duizendmaal tienduizenden, en duizendmaal duizenden; zeggende met een luide stem: Waardig is het Lam, Dat geslacht is, te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en zegening.

 

“En alle schepsel, dat in de hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles, wat daarin is, hoorde ik zeggen: Gezegend, en eer, en heerlijkheid, en [p.9]kracht, zij tot Hem, Die op de troon zit, en tot het Lam, in alle eeuwigheid.

 

“En de vier dieren zeiden: Amen. En de vier en twintig ouderlingen vielen neer en aanbaden Hem, Die leeft in alle eeuwigheid.” Openb.4,5{KJV}.

 

De letterlijke vervulling van deze “dingen” zou hierna geschieden—na Johannes’ visioen; dat betekent, dat in Johannes’dagen deze ernstige gebeurtenissen nog niet hadden plaatsgevonden, noch zouden zij toen plaatsvinden, maar zij zouden plaatsvinden enige tijd na het visioen, na de eerste eeuw. Hoe spoedig of hoe lang daarna echter, was niet aan Johannes geopenbaard.

 

Hij werd in visioen gevoerd om te zien en te schrijven die gedenkwaardige “dingen” die zouden plaatsvinden tegen de tijd waarop het gerechtelijk gelijkende menigte van Openbaring 4, 5 zich feitelijk zou vergaderen. Betreffende de andere “dingen,”de dingen die volgen als gevolg van de gebeurtenis, verzekerde Hij die de “sleutels van de hel en van de dood” heeft, dat sommigen waren, en sommigen zouden geschieden (Openb.1:19); dat wil zeggen: wanneer deze goddelijke menigte zich bijeen vergadert, dan behoren sommige van de “dingen”die in zicht worden gebracht als gevolg van de gebeurtenis, reeds tot de geschiedenis, terwijl sommigen van hen nog profetisch zijn—sommigen wijzen terug en sommigen wijzen vooruit.

 

De eerste en meest belangrijke zaak die plaatsvindt in deze plechtige samenkomst, is het openen van het boek. Er zou ook eraan gedacht moeten worden, dat het boek is verzegeld met [p.10] zeven zegels (Openb.5:1). Aangezien het zeven delen heeft, elk deel individueel verzegeld, worden er in totaal zeven zegels achtereenvolgend opengebroken, wat toelaat dat elk deel zijn eigen inhoud ontvouwt; Het eerste zegel, of deel van het boek, onthult de dingen van Openbaring 6:2; het tweede, de dingen van vers 4; het derde, de dingen van verzen 5 en 6; het vierde, de dingen van vers 8; het vijfde, de dingen van verzen 9 tot en met 11; het zesde,  de dingen ban de verzen 12 tot en met 17 en van hoofdstuk 7; het zevende, de dingen van hoofdstukken 8 tot en met 22. Dat het zevende zegel de hoofdstukken 8 tot en met 22 bevat, wordt onmiddellijk gezien uit het feit dat elk hoofdstuk wordt verbonden met het voegwoord “en.” Met andere woorden, De Openbaring is, met uitzondering van de eerste vijf hoofdstukken, slechts een reproductie van de dingen die stonden opgetekend binnen de zegels, en die als gevolg van het openbreken van de zegels geïllustreerd werden weergegeven voor de ogen van Johannes.

 

Nu duidt de Waarheid duidelijk aan dat De Openbaring niet is gevormd uit iets wat zijn oorsprong vindt bij Johannes’visioen, maar dat het is gevormd uit de dingen welke het verzegelde boek bevat en die toen bekend werden gemaakt. Aangezien de geschriften van Johannes de dingen optekende die het verzegelde boek openbaarde op het moment dat zijn zegels werden opengebroken, benoemde Inspiratie hen [p.11]“De Openbaring”—de verzegelde dingen ontzegeld, de verborgen dingen geopenbaard.

De basispunten in de hoofdstukken 4 en 5, de hoofdstukken die hiervoor zijn geciteerd, zijn deze:

 

  • Dat de deur was geopend, niet op aarde, maar in de hemel;
  • Dat toen Johannes inkeek, hij “Een” zag, zittend op een troon;
  • Dat er een boek, verzegeld met zeven zegels in Zijn rechterhand was;
  • Dat het boek toen werd ontzegeld, en als gevolg daarvan werd aan Johannes op panoramische wijze haar inhoud getoond, en dat zijn beschrijving van hen ons De Openbaring gaf;
  • Dat er ook andere boeken waren (Openb.20:12); en dat, hoewel zij niet verzegeld waren, Johannes niet ertoe werd geleid te zien wat in hen stond geschreven;
  • Dat er vier en twintig ouderlingen zaten rond de troon;
  • Dat het Lam( ook genoemd de Leeuw) en tien duizendmaal tienduizenden, en duizendmaal duizenden engelen zich rondom de troon bevonden;
  • Dat er vier dieren waren, zeven lampen van vuur(kandelaren), en de glazen zee;
  • Dat de Stem zeer nadrukkelijk aan Johannes had bekend gemaakt dat hij een korte inzage werd gegeven in een profetische gebeurtenis die op een [p.12]latere tijdstip zou plaatsvinden—“hierna” vanaf zijn tijd, enige tijd na de eerste eeuw.

 

Dat het visioen van Johannes een voorspelling is van dezelfde gebeurtenis als die werd geopenbaard aan Daniël (hoofdstuk 7), wordt al snel gezien uit de volgende vergelijking:

 

Daniël’s visioen (Daniël 7) Johannes’ visioen (De Openbaring)
1. “Ik zag, totdat de tronen gezet werden.” Dan.7:9. 1. “En ik zag tronen.”Openb. 20:4.
2. “En de Oude van Dagen zette Zich.” Dan.7:9. 2. “En er zat Een op de troon.” Openb. 4:2.
3. “Een vurige stroom ging van voor Hem uit.” Dan.7:10. 3. “En ik zag als het ware een glazen zee, met vuur gemengd. Openb.15:2.
4. “Een als de Zoon des mensen kwam…tot de Oude van Dagen, en zij deden Hem voor Hem naderen.” Dan.7:13. 4. “In het midden van de troon en van de vier dieren…stond een Lam.” Openb.5:6.
5. “De boeken werden geopend.” Dan.7:10 5. “En de boeken werden geopend.” Openb.20:12.
6. “Duizendmaal duizenden dienden Hem, en tienduizendmaal tienduizenden stonden voor Hem.” Dan.7:10. 6. “Ik hoorde de stem van vele engelen rondom de troon, en de dieren, en de vier en twintig ouderlingen; en hun getal was tien duizendmaal tienduizenden, en duizendmaal duizenden.” Openb.5:11.
[p.13]7. “Het gericht had zich gezet, en de boeken werden geopend.” Dan.7:10{KJV}. 7. “De ure van Zijn oordeel is gekomen.”Openb. 14:7. “En ik zag de doden, klein en groot, staande vóór God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, welke is het boek des levens; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.”Openb.20:12

 

 

Beide zieners verklaren duidelijk dat de gebeurtenis die zij zagen, het “Gericht{Oordeel}” was. Het verschil tussen de twee taferelen is dat Daniël werd geleid om in te kijken in het Heiligdom terwijl de voorbereidingen werden gemaakt om  het Gericht bijeen te roepen; terwijl Johannes werd geleid om in het Heiligdom in te kijken nadat het Gericht was opgezet; in feite, zag Johannes het Gericht niet alleen terwijl het aan de gang was, maar hij zag de gehele voortzetting van het begin tot het einde.

 

Bij voorbeeld: Daniël zag de dingen terwijl de tronen werden “{neer}gezet,” en terwijl de Oude van Dagen zich verplaatste van de Regerende troon (de troon waartop Christus zat aan de rechterhand van de vader—Openb.22:1) naar de Gerechtelijke troon (de troon in het heiligdom). Toen gebeurde het dat de “Een als de Zoon des [p.14]mensen kwam,” “en zij deden Hem naderen voor” de Oude van Dagen (Dan.7:13), niet aan Zijn rechterhand. Maar zij die zouden zitten op de andere “tronen,” zetels, die toen werden “{neer}gezet,” opgezet, waren nog niet gekomen. Toen Johannes echter inkeek, zag hij de vier en twintig ouderlingen reeds zitten op de tronen.

 

Daniël zag de “Een als de Zoon des mensen” terwijl Hij werd geleid nader tot de Oude van Dagen. Maar Johannes zag Hem nadat Hij daar was gebracht.

 

Volgens Johannes was Zijn verschijning als een “lam,” en een van de ouderlingen noemden Hem “de leeuw uit de stam Juda.” (Vanzelfsprekend is Hij “de Zoon des mensen.” de Verlosser, de Koning van Israël—Christus, de Heer.) Naast dezen, zag Johannes ook de vier dieren daarin, de kandelaar, en het boek, terwijl het werd geopend. Ter herhaling, Daniël zag slechts een gedeelte van de voorbereidingen, terwijl Johannes de opening van het Gericht zag, en de gehele voortzetting daarna.

 

Het gerechtelijk tribunaal, zoals Inspiratie bekendmaakt, bestaat uit een rechter—de Oude van Dagen; uit getuigen—de engelen; uit een advocaat—het Lam; uit een jury—de ouderlingen; uit gedaagden—de dieren; en hun heerser—“Leeuw uit de stam Juda.” (Dat de vier dieren een symbolische voorstelling zijn van de heiligen, evenals de dieren van Daniël 7 een voorstelling zijn van de natiën, wordt duidelijk gemaakt door de persoonlijke verklaring van de dieren: “…want gij waart geslacht, [p.15]en hebt ons voor God gekocht door Uw bloed uit elk geslacht, en taal, en volk, en natie.” Openb. 5:9.)

 

De student van vooruitgaande Waarheid zal ook opmerken dat Daniël naar slechts één gerechtelijke sessie verwijst, hoewel hij wel tweemaal een vermelding geeft van het Gericht {Oordeel} —ten eerste in vers 10 van hoofdstuk 7, en ten tweede in vers 22. Dit zal worden gezien uit de volgende acht paragraven:

 

In de eerste veertien verzen, beschrijft Daniël alles wat hij zag terwijl in visioen was.  En in Dan. 7:15 legt hij uit hoe bedroefd en verontrust hij werd nadat hij het schadelijk werk in beschouwing nam, welke het vierde dier verrichtte. Daarna, in Dan.7:16. vertelt hij dat hij de engel benaderde die bij hem stond,  en zijn uitlegging verzocht over de dingen die werden gezien.  Ter beantwoording van dit verzoek, antwoordde de engel:

 

“Deze grote dieren, die vier zijn, zijn vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. Maar de heiligen des Allerhoogsten zullen het koninkrijk overnemen en het bezitten tot in eeuwigheid, namelijk tot in alle eeuwigheden. Dan.7:17, 18. {KJV}.

 

Deze uitermate korte uitlegging stelde Daniël niet in tevredenheid. En omdat hij in het bijzonder geïnteresseerd was in de details weten over de dingen beschreven in Dan.7:7-14 –de waarheid betreffende het Oordeel,- evenals betreffende het vierde dier en zijn kleine hoorn, dat ogen had van een mens, en een mond sprekende grootse dingen – vroeg Daniël [p.16] naar verdere opheldering, wederom uit noodzaak vermeldend het Oordeel. Dienovereenkomstig verklaarde de engel bereidwillig, zijn uitlegging strikt beperkend tot het zinnebeeld van het vierde dier en tot het Oordeel.

 

(Picture of Fourth Beast Daniel 7 in two phases)

 

DANIËL 7

 

“Aldus zei hij: het vierde dier zal het vierde koninkrijk op aarde zijn, dat verschillen zal van alle koninkrijken, en zal de ganse aarde verslinden, en zal het vertreden, en het in stukken verbreken.

 

“En de tien horens uit dit koninkrijk zijn tien koningen die zullen opstaan; en een andere zal na hen opstaan; en hij zal verschillen van de vorige, en hij zal drie koningen onderwerpen.

 

“En hij zal grootse woorden spreken tegen de Allerhoogste, en zal de heiligen des Allerhoogsten vermoeien, en menen tijden en [p.17] wetten te veranderen; en zij zullen in zijn hand overgegeven worden tot een tijd, en tijden, en een halve tijd.

 

“Maar het Gericht zal zitten, en zij zullen zijn heerschappij wegnemen, om het te verteren en te vernietigen tot het einde toe. En het koninkrijk en de heerschappij, en de grootheid van het koninkrijk onder de ganse hemel, zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten, Wiens koninkrijk een eeuwig koninkrijk is, en alle heerschappijen zullen Hem dienen en gehoorzamen.” Dan.7:23-27{KJV}.

 

Het is dan duidelijk, dat Daniël slechts één gerechtelijke zitting zag, maar het tweemaal vermeldde –eerst in verband met wat hij in visioen zag, en de tweede keer in verband met het verkrijgen van de uitlegging van de engel over het visioen.

 

Het Oordeel vindt plaats, zoals de engel verklaarde aan Daniël, nadat de kleine horen opstaat, en voordat de heiligen het koninkrijk in bezit nemen. (Zie Dan.7:8,9,22). {TN15: 17.3}

 

Maar Johannes, aan wie de gehele gerechtelijke voortzetting werd getoond, beschrijft het Oordeel in drie delen, in drie verschillende zittingen; één vóór de stilte van een half uur (Openb.8:1), één daarna, en een derde gedurende de duizend jaren (Openb.20:11,12). Deze waarheid wordt gezien uit de volgende feiten: {TN15: 17.4}

 

Gedurende de periode van de zes zegels, terwijl de eerste sessie van het Oordeel voortgang vindt, rustten de vier dieren dag noch nacht, zeggende: “Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig, Die was, en is, en zal komen.” Openb. 4:8. Maar wanneer het zevende zegel is geopend,

 

[p.18]

 

is er stilte in de hemel (de dieren zwijgen, en ook de “bliksems,”de “donderslagen,”en de “stemmen” houden op –Openb.4:5) “ongeveer een half uur lang.” Openb.8:1. De stilte openbaart duidelijk dat de eerste sessie van de Gerechtelijke voortzettingen ten einde komt, en dat de tweede sessie aanvangt nadat de stilte voorbij is. {TN15: 17.5}

 

De derde sessie, die gedurende de duizend jaren, is bij “de Grote Witte Troon” (Openb.20: 11,12), de troon van Hem voor Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvlieden. Bij deze laatste troon is er geen “glazen zee,” {zijn er} geen “dieren,” geen “Leeuw,” geen “Lam,” en hoewel er kleinere “tronen” zijn (Openb.20:4), zegt Inspiratie niet ronduit wie er op ze zitten. {TN15: 18.1}

 

Nu zal de geaardheid van het Oordeel in elk van de drie gerechtelijke zittingen en de tijd waarop zij werkelijk plaats vinden worden gezien in de volgende ontledende onderzoek:

 

Hoewel de voortzettingen van de eerste twee sessies enigszins verschillen, zijn zij in alle andere opzichten hetzelfde. De derde echter, is geheel anders dan de eerste twee. De verschillen worden hieraan gezien, dat voordat de halfuur stilte plaatsvindt, er bij de troon “een zee van glas, kristal gelijk” (Openb.4:6) is, en niemand staat erop; maar nadat de halfuur stilte voorbij is, verandert het tafereel: De “glazen zee” is “met vuur gemengd; en zij die de overwinning hadden verkregen over het beest, en over [p.19] zijn beeld, en over zijn merkteken, en over het getal van zijn naam, stonden aan de zee van glas, hebbende de citers Gods.”Openb.15:2.{KJV}.

 

Anders gezegd: bij de eerste Gerechtelijke zitting staat er niemand op de zee van glas, en de zee van glas is aan “kristal gelijk”; terwijl bij de tweede zitting de zee gelijkt op een vurige stroom, en de heiligen staan erop.

 

De waarheid dat de eerste twee sessies plaatsvinden voordat de aarde wegvlucht, voordat de huidige staat van het wereldbestaan ten einde komt; en ook de waarheid dat de tweede sessie eindigt met de heiligen die juist in het einde van de tijd leven, de tijd van het beeld van het beest, de tijd vlak voor de aarde weg vlucht;–dat allemaal verschaft onbetwistbaar bewijs dat de eerst twee sessies, die voor het millennium plaatsvinden, de tegenwoordige wereld ten einde brengen; dat het Gericht niets meer of minder is dan het scheiden van het “onkruid” van de “tarwe,” zowel onder de doden als onder de levenden;  dat is het ondervragen van al de gasten, alleen maar om vast te stellen wie wel, en wie niet “het bruiloftskleed” aanheeft – juist dat gene wat bepaalt wie zal achterblijven en wie zal worden weggenomen tot vernietiging wanneer de aarde wegvlucht.

 

Dat de doden worden geoordeeld in de eerste sessie, en de levenden in de tweede, wordt gezien uit de symbolisatie zelf: Zoals tevoren is aangewezen, staat er bij de eerste zitting [p.20] niemand op de zee van glas, en de zee zelf is “helder als kristal.” Maar bij de tweede zitting, staan de heiligen op de zee, en het is gemengd met vuur (een symbool voor leven).

 

Ook nog, wordt de Verlosser bij de eerste twee zittingen voorgesteld als een lam dat geslacht is (Openb.5:6), wat de gebeurtenissen op concrete wijze plaatst gedurende de genadetijd—terwijl het bloed van het Lam ter beschikking is om verzoening te doen voor de zonde van de mens.  En Daniël’s verklaring dat “Gericht werd gegeven aan de heiligen des Allerhoogsten,” waarna “de tijd kwam dat de heiligen het koninkrijk in bezit namen” (Dan.7:22), stelt op solide wijze de tijd van het Oordeel vast voorafgaand op de tijd waarop de heiligen het Koninkrijk ontvangen. Dus, het gewicht der bewijzen komt keer op keer naar voren om aan te tonen dat het Oordeel niets minder of meer is dan een inspectie over de “gasten” die moeten komen tot het huwelijksavondmaal van het Lam, die zich bij de kerk hebben gevoegd. Zij die dan worden gevonden zonder het bruiloftskleed aan, worden uitgeworpen.

 

Ook de waarheden dat uiteindelijk de Tempel is geopend, dat de zeven engelen en de dieren eruit komen, dat het dan vervuld is met rook van de heerlijkheid Gods, zodat niemand in staat is erbinnen te gaan “totdat de zeven plagen van de zeven engelen waren vervuld” (Openb.15:5-8), todat de steden van de natien vallen, totdat iedere eiland wegvliedt, en de bergen verdwijnen (Openb.16:19,20), [p.21] dit alles geven absoluut aan dat bij de tweede zitting de Gerechtelijke samenkomst uiteen gaat, de genadetijd sluit voor allen, de plagen vallen, en de aarde wegvlucht. Dan begint, bij de Grote Witte Troon, het uitvoerende Oordeel van de doden, van degenen die niet opstaan in de eerste opstanding, en van hen die, in plaats van te worden opgenomen, worden gedood bij glans van Zijn komst.

 

Voorafgaand aan deze laatste gebeurtenissen “werd het beest gegrepen, en met hem de valse profeet die de wonderen voor zijn ogen gedaan had, waarmee hij hen verleidde, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en hen die zijn beeld aanbaden. Deze beiden werden levend geworpen in een poel des vuurs, brandende met zwavel.

 

“En de overigen [ de rest van de goddeloze wereld] werden gedood met het zwaard van hem, Die op het paard zat, Wiens zwaard uit Zijn mond kwam; en al de vogels werden verzadigd van hun vlees.” Openb.19:20,21. Toen gebeurde het dat de engel de Duivel bindt, de laatste opstandeling, en de aarde vlucht weg.

 

Aldus begint het millennium, en aldus werpt de engel de Duivel in de bodemloze put – in een plaats waar het onmogelijk is voor welk ander wezen om te bestaan –sluit hem op, en plaatst een zegel op hem, “opdat hij de natiën niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaren zouden zijn voleindigd [tot aan de tweede opstanding]; en [p.22] daarna moet hij voor een korte tijd worden losgelaten. En ik zag tronen, en zij die erop zaten, en het Oordeel werd hun gegeven” gedurende de duizend jaren.

 

“En ik zag een Grote Witte Troon, en Hij die erop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvluchtten; en er werd geen plaats voor hen gevonden. En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, welke is het boek des levens; en de doden werden geoordeeld naar de dingen die in de boeken geschreven waren, naar hun werken.” Openb.20:1-5,11,12.

 

Johannes zag dat nadat deze dingen plaatsvonden, “de zee zijn doden gaf, die daarin waarin; en de dood en de hel gaven de doden die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een ieder naar hun werken. En de dood en de hel werden geworpen in een poel des vuurs. Dit is de tweede dood. En al wie niet geschreven werd gevonden in het boek des levens, werd geworpen in de poel des vuurs.”Openb.20:13-15. {KJV}(Zie ook The Great Controversy, p.480{De Grote Strijd, blz…}).

 

Het is volstrekt Bijbels dat aan het begin van het millennium al de goddelozen worden “gedood met het zwaard van Hem, Die op het paard zat, Wiens zwaard uit Zijn mond kwam; en al de vogels werden verzadigd van hun vlees” (Openb.19:21), en dat de veroordeelden bij de Grote Witte Troon de doden zijn, en ook dat daaruit volgend [p.23] al de veroordeelden worden opgewekt aan het einde van de duizend jaren; dat betekent, zoals Johannes het zegt, toen “de zee zijn doden gaf, die daarin waarin; en de dood en de hel gaven de doden die in hen waren.” Deze feiten bevestigen in geen onzekere termen dat er geen levenden op de aarde zijn gedurende de “duizend jaren,” en dat zij die opstaan bij de tweede opstanding, allen de onheiligen zijn –al degenen die niet opstaan bij “de eerste opstanding (Openb.20:6), allen die onderworpen zijn aan de tweede dood (Openb.20:14).

 

Bovendien, aangezien er slechts één Gerechtelijke zitting is gedurende het millennium, moeten de “tronen” van Openb.20:4 in sessie zijn gezamenlijk met de Grote Witte troon. Verder nog, is het niet aannemelijk dat “de Grote Witte Troon” alleen op zich in sessie zou zijn.

 

Ook nog, omdat de eerste opstanding, de opstanding aan het begin van het millennium, al de heiligen opbrengt, zij die heilig zijn, en geen anderen, dan brengt de opstanding aan het einde van het millennium, al de onheiligen op, met niet één rechtvaardige onder hen.

 

Al deze laatste incidenten in de afsluitende uren van het evangelie, bewijzen keer op keer dat geen van de goddelozen zullen leven gedurende de duizend jaren, de jaren nadat de aarde is weggevlucht, en voordat het [p.24] opnieuw is gemaakt, en dus is er gedurende al die tijd niemand om te worden gered, en niemand om verloren te gaan.

 

Zoals van tevoren is aangetoond, sterven al de goddelozen aan het begin van het millennium; eerst het beest en de valse profeet, daarna het overblijfsel, de rest van de wereld. (Zie Openb.19:20,21). De heiligen echter, zij die leven en zij die worden opgewekt aan het begin van het millennium, zullen allen leven en heersen duizend jaren met Christus, niet Christus met hen. De overigen van de doden, de gehele wereld, leeft niet weer totdat duizend jaren voleindigd zijn. (Openb.20:4,5).

 

“Ik ga heen,” zei Jezus, “om u plaats te bereiden. En wanneer ik heengegaan ben, en u plaats bereid heb, zal Ik weder komen, en u tot Mij nemen; opdat waar Ik ben, gij ook moogt zijn.” Johannes 14:2,3{KJV} Het is duidelijk, dat zij die leven gedurende het millennium, met Christus leven in de woningen daarboven. Daarna, na de duizend jaren, openbaart Johannes, “gaf de zee zijn doden, die daarin waarin; en de dood en de hel gaven de doden die in hen waren; en zij werden [waren] geoordeeld, een ieder naar hun werken.”

 

Aldus worden de goddelozen opgewekt uit de doden wanneer de duizend jaren zijn verstreken, en als gevolg wordt Satan losgelaten uit zijn gevangenis, wat het wederom voor hem mogelijk maakt om degenen te misleiden wiens namen niet werden gevonden in het boek des levens, “Gog en Magog, [p.25] om hen te vergaderen tot de krijg; het getal van hen is als het zand der zee. En zij gingen op over de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur uit de hemel, en heeft hen verslonden.

 

“En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel des vuurs en des zwavels, waar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid. En de dood en de hel werden geworpen in de poel des vuurs. Dit is de tweede dood.” Openb. 20:7-10,14{KJV}. Dit laatste gebeuren in het laatste drama der zonde, luidt de zondeloze eeuwigheid in tot de aarde.

 

Verder nog, omdat zowel de levende als de opgewekte heiligen zijn opgenomen om te “leven en heersen met Christus,”en omdat al degenen die worden geoordeeld bij de Grote Witte Troon worden geoordeeld terwijl zij dood zijn, komt de waarheid steeds duidelijker naar voren dat er geen goddelozen leven gedurende de duizend jaren. Waarlijk niet, want de aarde en de hemel zijn dan weggevlucht (geweken), verplaatst uit hun sfeer, levenloos geworden en ledig (Jes.24:1-6; Jer.4:23-26), een “bodemloze put”(Openb.20:1 {KJV}) waarin niemand kan bestaan. Noodzakelijkerwijs leven en heersen de heiligen, zij die achterblijven, duizend jaren met Christus in de Hemel der hemelen, waar de “vele woningen” zijn. Bij de voleinding van de duizend jaren, daalt de Heilige Stad neer, de woningen, het [p.26] Nieuwe Jeruzalem, en daarmee de heiligen (Openb.21:2). Vanaf die tijd leven de heiligen niet met Christus, maar Hij leeft met hen. (Openb.21:3).

 

 

Zoals eerder werd aangegeven, werd aan Johannes de tijd van het begin van het Oordeel vaag verklaard te zijn “hierna” vanaf zijn tijd, maar aan Daniël werd het duidelijk getoond te beginnen enige tijd nadat het “kleine horen” van het beest opkwam, en voordat de heiligen het Koninkrijk bezitten (Dan.7:8-11). De exacte datum echter, wordt vastgesteld door Daniël 8:14-“Tot Tweeduizend en drie honderd dagen; dan zal het heiligdom gereinigd worden,” het onkruid zal eruit weggehaald worden. Tegen die tijd, terwijl de reiniging plaatsvindt, verkondigt de kerk: “Vrees God, en geef Hem heerlijkheid; want de ure van Zijn oordeel is gekomen.” Openb.14:7{KJV}. (Voor een volledige uitlegging van Daniël 8:14, lees Traktaat Nr.3, Het Oordeel En De Oogst{Tract No.3, The Judgemt AndTthe Harvest}.)

 

Wat het boek, verzegeld met zeven zegels, betreft, het enige boek dat “niemand in de hemel, noch op de aarde(…) in staat was te openen(…)noch daarin te kijken,”behalve de Leeuw van de stam Juda, is het ongetwijfeld het boek waarin de daden van de mensheid zijn opgetekend, zoals de zegels zelf dat bekendmaken.

 

Dit feit bevestigt Inspiratie wederom: “Aldus maakten de Joodse leiders hun keuze. Hun beslissing werd opgetekend in het boek, dat Johannes zag in de hand van Hem, die op de troon zat: het boek [p.27] dat niemand kon openen. Deze beslissing zal hun in al haar helderheid voor ogen worden gehouden wanneer dit boek wordt ontsloten door de Leeuw uit de stam van Juda.” –Christ’s Object Lessons, p.294{ Lessen uit het Leven van Alledag, blz.179}.

 

Wat het boek bevat, wordt nu uiterst duidelijk; het bevat de geschiedenis van de wereld en de daden van alle mensen. En natuurlijk vereist de logica dat bij het openen van het boek, het zou moeten beginnen met het gerechtelijke onderzoek van de daden van het belijdende volk van God, zoals De Openbaring dat zelf bekendmaakt. Bovendien, aangezien zowel de bewoording als het symboliek van De Openbaring enige uitlegging tegenspreken dat anders is dan de die hierin wordt gegeven, staat de waarheid van deze dingen nu vast en zeker.

 

Het heiligdom (de kerk), de plaats welke het volk van God herbergt, is daarom datgene dat zal worden gereinigd. Uiteindelijk echter, zoals er eerder is getoond, zal de gehele mensheid, zelfs de heidenen, voor de Rechterstoel van God moeten komen, voor “de Grote Witte Troon.”

 

Aldus zou de gebeurtenis plaatsvinden “hierna,” vanaf de tijd van Johannes, de tijd waarin de dingen zouden worden onderzocht die plaatsvonden vóór de tijd van Johannes, en de dingen die zouden plaatsvinden na zijn tijd (Openb.1:19)—de daden van de gehele mensheid vanaf het begin tot het einde.

 

Profetisch gesproken, had het Oordeel zich gezet en werden de boeken geopend, maar niemand in het ganse grote universum van God was waardig om [p.28] het verzegelde boek te openen, of zelfs daarin te kijken, behalve het Lam—de Verlosser van de wereld, de Koning der koningen, de Leeuw uit de stam van Juda, onze Koning en Voorspraak, De Alfa en Omega der Schepping, het Begin en het Einde. Aldus is het dat, als onze enige Verdediger, Degene Die onder ons geleefd heeft, Hij de enige is die door persoonlijke ervaring op verstandelijke en sympathieke wijze de verborgenheden van het verleden, van het heden, en van de toekomst kan blootleggen—de enige die waardig is om het boek te openen en het gevallen mensdom te verdedigen.

 

De deur die openging aan het begin van Johannes’ visioen, wijst terug naar de Verzoendag, het type, de enige dag door het gehele jaar heen, waarop de deur tussen het Heilige en het Allerheiligste was geopend, waardoor de twee afdelingen één werden, en tegen dezelfde tijd werd de buitenste deur gesloten. Dus, omdat er aan hem werd getoond het begin van de antitypische Verzoening, zag Johannes de binnenste deur geopend, waardoor de twee afdelingen één werden.

 

In de typische Verzoening was een ieder’s bestemming onder het belijdende volk van God voor altijd vast gesteld—zij die in overeenstemming verkeerden met de vereisten van de wet bleven achter om te leven, en zij die dat niet  waren, werden “afgesneden” van tussen het volk. Aldus met het evenzo zijn in de antitypische Verzoening.

 

“Bij de typische dienst, namen alleen zij die voor God’s aangezicht waren gekomen met belijdenis en berouw, en wiens zonden, door het [p.29] bloed van het zonde-offer, waren overgebracht naar het heiligdom, deel aan de dienst van de dag der verzoening. Zo zal er in de grote dag van de uiteindelijke verzoening en onderzoekend oordeel [het oordeel van de eerste twee zittingen, de tijd om het onkruid van het tarwe te scheiden, de slechte vissen van tussen de goeden, van zowel de doden als de levenden—de oogst], de enige gevallen die in beschouwing genomen zullen worden, dat zijn van het belijdend volk van God” (De Grote Strijd, blz…{The Great Controversy, p. 480}), zij die op een bepaalde tijd de oproep hebben aangenomen en het recht hebben om gekleed te worden met het “bruiloftskleed.” Aldus de vraag: Als het Oordeel “eerst begint bij ons, wat zal het einde zijn van hen die niet gehoorzaam zijn aan het evangelie van God?” 1 Petr. 4:17{KJV}.

 

Wanneer de boeken der verslagen worden geopend in het Oordeel, passeren de levens van allen die het “net”(de kerk) der verlossing ooit heeft gevangen, zowel goede als slechte, de revue voor de ogen van God, om daar gescheiden te worden. Daar wordt de geschiktheid van een ieder onderzocht en vastgesteld. Inderdaad, het Oordeel is de oogst. Ja, elk onkruid dat ooit uitgerukt en terzijde gelegd zal worden ter vernietiging, en elk tarwe dat ooit zal worden geplaatst in de “schuur”(het koninkrijk) ten gebruik voor de Meester, wordt gescheiden op de antitypische dag der Verzoening. Beginnend met degenen die het eerst op aarde leefden, presenteert onze Voorspraak {Advocaat} de gevallen van elk opeenvolgende generatie, en sluit het vóór het millennium voortgaande Oordeel met de levende leden van de kerk.

 

[p.30] De heerlijkheid van God wordt voorgesteld met de gelijkenis van kostbare stenen. En de regenboog boven Zijn Gerechtelijke troon openbaart Zijn nooit falende belofte en grote genade. Dit maakte Hij bekend aan Noach toen Hij aankondigde:

 

“Dit is het teken van het verbond, dat Ik maak tussen Mij en u en elk levens schepsel dat bij u is, voor alle volgende geslachten: Ik stel Mijn boog in de wolken, en het zal zijn tot en teken van een verbond tussen Mij en de aarde…En Ik zal Mijn verbond gedenken, welke is tussen Mij en u en elk levend schepsel van alle vlees; en de wateren zullen niet meer een vloed worden om alle vlees te vernietigen.” Gen.9:12,13,15.{KJV}.

 

De tegenwoordigheid van het Lam voor de troon verzekert ons dat “indien iemand zondigt, hebben wij een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de rechtvaardige.” 1 Johannes 2:1{KJV}.

 

De zeven horens van het Lam betekenen de volledigheid van macht en gezag, waarvan Christus ter verzekering zegt: “Alle macht is Mij gegeven in de hemel en op aarde.” Matt.28:18{KJV}. Zijn onbegrensde macht komt ons te goede, en tot onze beschikking. Hij verkondigt: “Indien gij geloof hebt als een mosterdzaad, dan zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u vanhier daarheen; en het zal zich verplaatsen; en niets zal u onmogelijk zijn.” Matt.17:20{KJV}.

 

De zeven ogen van het Lam geven aan dat alle dingen open en blootgelegd zijn voor Hem.

 

[p.31] “Waarheen,” vraagt de Psalmist, “zal ik gaan voor uw Geest? Of waarheen zal ik vlieden voor uw aangezicht? Als ik opsteeg ten hemel,” verklaart hij, “zijt Gij daar; als ik mijn maak in de hel, zie, Gij zijt daar. Als ik de vleugelen neem van de dageraad, en woon aan het uiterste der zee; zelfs daar zal Uw hand mij leiden, en Uw rechterhand zal mij vasthouden. Als ik zeg; Gewis zal de duisternis mij bedekken; zelfs de nacht zal een licht om mij heen zijn. Ja, de duisternis verbergt niet voor U; maar de nacht schijnt als de dag; de duisternis en het licht zijn beiden gelijk voor U.” Ps.139:7-12{KJV}.

 

Ja, de zeven symbolische “horens”, “ogen,” en “lampen van vuur,” zijn waarlijk “de zeven Geesten Gods,” het werk van de Geest in alle fasen, uitgezonden over de gehele aarde, om de heiligen macht te geven tegen de machten van het kwaad, en ook licht over het Evangelie van Christus, een visie over hun huidige staat en van hun toekomstige heerlijkheid, enzovoort. Vandaar de herverzekering van de Verlosser: “Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen; maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.” Johannes 16:7. “Maar de Trooster, welke is de Heilige Geest, Welke de Vader zenden zal in Mijn naam, Hij zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb. Johannes 14:26. Het is dan duidelijk, dat welke dingen dan ook, die Inspiratie Zelf niet [p.32] onderwijst en uitlegt, niet waardig zijn om te gedenken, te onderwijzen, of zelfs ernaar te luisteren.

 

DE lampen van vuur zijnde zeven in getal, kunnen zij natuurlijk alleen de eeuwig levende kerk voorstellen (Openb.1:20), gekleed met het licht van de gehele Waarheid Gods –haar onderwijzing van tegenwoordige waarheid aan elke opeenvolgende generatie vanaf het begin der wereld, de waarheid waarnaar de werken van elke {generatie} wordt onderzocht en geoordeeld, waaraan een ieder’s gerechtigheid wordt gemeten.

 

Als iemand dan hetzij de macht, het visioen, of het licht van de Geest verwerpt, betekent dat waarlijk zondigen tegen de Heilige Geest, en “het zal hem niet vergeven worden, noch in deze wereld, noch in de toekomende wereld.” Matt.12:32.{KJV}. Bij het oordeel zal zie iemand zeer zeker te licht bevonden worden.

 

Wat de zee van glas betreft, in de woorden van Daniël is het een “vurige stroom, “ terwijl het in de woorden van Johannes is “een zee van glas, gemengd met vuur.” Deze vurige stroom, komende vanuit de tijdelijke gerechtelijke troon, en de Rivier des Levens vanuit de eeuwige regerende troon(Openb.22:1), moet in zeker opzicht iets voorstellen dat gemeenschappelijk is voor beide tronen. En wat zou dat kunnen zijn? –Als de rivier, samen met de Boom des Levens, een voorstelling is van de kern {of het wezen} welke het leven doet voortduren, dan is de zee een voorstelling van het eeuwige bestaan van het leven, want de “zee” is de opslagplaats, de bron van alle wateren—het houdt het stromen van de rivieren in stand.

 

[p.33] “Vuur” is een geschikt symbool voor het leven, en “zee” een geschikt symbool voor de eeuwigheid, aantonend dat deze twee, leven en eeuwigheid, alleen van God’s troon afkomstig zijn.

“Helder als kristal,” geeft natuurlijk vrijheid aan van alle defecten. Deze gaven, zonder welke al het andere verloren is, worden vrijelijk gegeven aan allen wiens zonden zijn gewassen het dierbaar bloed van het Lam, de Verlosser, de Middelaar tussen God en de mens.

 

“En er zal daarin [de stad] niets binnengaan dat verontreinigt, noch iets dat en gruwel doet, of een leugen doet; maar zij die geschreven zijn in het Boek des Levens van het Lam.” Openb.21:27.

 

Vanzelfsprekend, ontvangen allen die de overwinning verkrijgen “over het beest, en over zijn beeld, en over zijn merkteken, en over het getal van zijn naam,” hun loon –“staande op de zee van glas.”

 

Het opeenvolgend openbreken van de zeven zegels en hun individuele inhoud, openbaren respectievelijk dat de geschiedenis van de mensheid is verdeeld in zeven verschillende perioden.

 

Nu openbaart de Waarheid dat met het openbreken van de eerste zegel –bij het openen van de eerste sectie van het boek – het Oordeel begint. Het is ook vanzelfsprekend dat bij het Oordeelstroon van God, in Zijn drie sessies, Apocalyptische (Eindtijd) symbolisme de natiën en volken, heiligen en zondaars, kerken en prelaten, Satan en zijn engelen voorzegt,–het verleden, het heden, en de toekomst. Aldus “ontmoeten en eindigen al de boeken van de Bijbel[p.34] in de Openbaring.” The Acts Of The Apostles, p.585 { Van Jeruzalem Tot Rome, blz…}.

 

En om nu door te gaan met de studie of het onderwerp, zal het goed zijn om in gedachte te houden dat welke uitlegging van de schriften dan ook, welke faalt om op een geschikte wijze een onverwoestbare structuur van waarheid te bouwen en een les te brengen van bijzonder belang voor die tijd, is verkeerde, ongeïnspireerd door de geest der Waarheid—een ijdel ding.

 

Bovendien, aangezien de uitdrukkelijke informatie op deze bladzijden en de redelijke toelichting van de schriftgedeelten die in beschouwing zijn genomen niet genegeerd kunnen worden door allen die eerlijk zijn met zichzelf, dan moet het zijn dat het fundament voor de toepassing van de “dingen” die door Johannes zijn gezien, naar hun tevredenheid, standvastig is vastgesteld.

 

De Schriften, zoals iedere Bijbel student weet, zijn ontworpen om tegenwoordige waarheid te zijn op zekere tijden—“voedsel op zijn tijd,” in het bijzonder aangepast om in de behoeften van de mensen te voorzien. “Al deze dingen nu zijn hen overkomen tot voorbeelden; en zij zijn beschreven tot waarschuwing voor ons, over wie de einden der wereld is gekomen.” 1 Cor. 10:11. Met andere woorden, de Schriften zijn gelijk aan obligaties of aantekeningen op lange termijn, die vervallen op een gegeven tijd. Het is dan vanzelfsprekend, dat de tijd die is bestemd door Inspiratie, de tijd is waarin men hen moet innen, als het ware.

 

Dit is in het bijzonder waar over De Openbaring en aangezien wij zijn gekomen juist tot [p.35] de tijd waarvoor het was geschreven, kunnen wij nu door ervaring van ganser harte en zonder reserves herhalen: “Zalig is hij, die voorleest, en zij die horen de woorden dezer profetie, en die dingen bewaren, die erin geschreven staan; want de tijd is nabij.” Openb.1:3{KJV}.

 

Deze voorafgaande zaken nu doorgenomen hebbende, zou de student van vooruitgaande Waarheid gereed zijn om op verstandelijke wijze De Openbaring te bestuderen van de dingen die de weg zullen bereiden en hem in staat zullen stellen om van ganser harte te weten dat de tijd nu nabij is, dat een kennis van De Openbaring hem in staat zal stellen om stand te houden op “de grote en vreselijke dag des Heren.” Hij zou in staat moeten zijn om te zien dat het nu de tijd is om gebruik te maken van “de dingen” die niet bekend gemaakt konden worden vóór

 

HET OPENBREKEN VAN DE ZEVEN ZEGELS.

 

“En ik zag, toen het Lam een van de zegelen geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als het ware een stem van een donderslag: Kom en zie!  En ik zag, en ziet, een wit paard, en Die daarop zat, had een boog; en Hem was een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en om te overwinnen.

“En toen Hij het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!  En een ander paard ging uit, dat rood was; en dien, die daarop zat, werd macht gegeven de vrede te nemen van de aarde; en dat zij elkander zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven.

“En toen Hij het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en ziet, een zwart paard, en die [p.36] daarop zat, had een weegschaal in zijn hand. En ik hoorde een stem in het midden van de vier dieren, die zeide: Een maatje tarwe voor een penning, en drie maatjes gerst voor een penning; en beschadig de olie en de wijn niet.

“En toen Hij het vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van het vierde dier, die zeide: Kom en zie!  En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde.” Openb.6:1-8.

 

Met het oog op het feit dat de zegels de geschiedenis van de wereld bevatten, schetsen de verschillende kleuren van de vier paarden—wit, rood, zwart en vaal—absoluut vier verschillende toestanden, de een de ander opvolgend.

Ook nog ontsluieren de kroon van de eerste ruiter, en het zwaard van de tweede ruiter, en ook de weegschaal van de derde, en de naam van de dood op de vierde, –alle vier op een zo eenvoudige manier als het Goddelijke zinnebeeld het kan beschrijven, dat door de daden van de mens, de wereld van goed tot slecht is overgegaan, en dan van kwaad tot erger en dat de mens uit zijn brutaliteit geholpen moet worden, moet opnieuw opgevoed worden naar de wil van zijn Schepper. De openbaring van God’s wil, echter, wordt alleen duidelijk naar de mate van iemands gewilligheid om zijn theorieën en eigen wil los te laten{op te geven}.

 

Mozes ondervond dat het duizendmaal gemakkelijker was om het volk uit Egypte te leiden, dan om Egypte uit hen te leiden. Door voordeel te trekken uit hun struikelblok, door

[p.37] PICTURE OF THE FIRST FOUR SEALS ( WHITE, RED,  BLACK, AND PALE HORSE)

 

[p.38] iedere idee en alle eigen wil meteen te laten varen, niet veertig jaren of zelfs veertig dagen in beslag nemend, zien de Kalebs en Jozua’s van vandaag zonder enige twijfel dat door de paarden iets wordt voorgesteld dat door God is geschapen, maar wordt beheerst (bereden) door de mens. En wat anders kan het zijn dan de aarde, welke het gegeven recht was van de mens om daarover te heersen?

Het is dan duidelijk, dat wat dan ook het symbolisme (paarden en ruiters) nog meer kan voorstellen, het voorzeker openbaart dat de afwijking van de mens van het goede zijn karakter heeft verlaagd, hem heeft veroorzaakt zijn door God gegeven kroon te verliezen en daarmee zijn witte paard—zijn rechtvaardige en vreedzame regering; dat betekent, wat eens rein was, “wit”, vlekkeloos, heeft de mens onrein, tiranniek en twistziek, dominerend en moorddadig doen geworden.

 

Naar gelang de zonde zich vermenigvuldigde, werd vloek na vloek toegevoegd, en dus werd het witte paard opgevolgd door de rode, de rode door de zwarte, en de zwarte door de vale.

Om nu de waarheid van de inhoud van elke zegel te onderzoeken, de dingen welke het verzegelde boek onder aandacht brengt van zowel het Gerechtelijke  samenkomst die de troon omringt van de Oude van Dagen, als van ons met een openheid bij het onderzoeken naar reddende waarheid, beginnen wij met

 

De Symbolisatie van het Eerste Zegel.

“En ik zag, toen het Lam een van de zegels geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als het ware een stem van een donderslag: Kom [p.39] en zie!  En ik zag, en ziet, een wit paard, en Die daarop zat, had een boog; en Hem was een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en om te overwinnen.” Openb.6:1,2 {KJV}.

 

PICTURE OF THE FIRST SEAL (WHITE HORSE)

 

Vanzelfsprekend, moet het eerste zegel, het zegel waarmee het Oordeel wordt geopend, de dingen bevatten die juist bij de aanvang zijn van het menselijke ras. Het is dan logisch, dat het witte paard, het eerste in het zinnebeeld, de eerste staat van de wereld aanduidt—rein en zondeloos met een Goddelijk gekroonde regeerder (berijder), die aan het begin geen ander doel had dan de aarde te onderwerpen en het te vervullen met eeuwige, op God gelijkende wezens. De aarde zelf was gewikkeld in een kleed van schoonheid en reinheid, met al de wonderen ter land en ter zee. Er was aan niets gebrek.

 

[p.40] In de Hof van Eden “waren er bomen van allerlei soort, waarvan velen beladen waren met welriekende en heerlijke vruchten. Er waren lieflijke wijnstokken. ..die een meest gracieuze verschijning presenteerden, met hun takken buigend onder hun lading van verleidelijke vruchten, van de meest rijke en verscheidene aanblik.” -Patriarchs and Prophets, p.47{Patriarchen en Profeten, blz..}.

 

De aarde in haar jeugd, vervuld met fijne bloemen, en bedekt met een kleed van levend groen, eroverheen gespannen met de blauwe hemelen, betoonde een natuurlijke schoonheid en elegantie welke geen taal kan beschrijven. Een levend wonder zonder fouten, welke alleen een grote Meester Kunstenaar kon voortbrengen.

 

De ruiter en zijn wit paard (God’s gekroonde koning, Adam, en zijn vreedzame regering, zijn wit paard) zijn daarom de eersten die gewogen zullen worden, de eersten die in overzicht worden gebracht voor de Gerechtelijke Troon. Vandaar dat wij wederom eraan worden herinnerd dat dit karakter- onderzoekende gebeurtenis, het Oordeel, juist datgene is dat zou plaatsvinden “hierna” van de tijd van Johannes, jaren na de eerste eeuw van de Christelijke periode.

 

De kroon van de ruiter en zijn boog brengen in gedachte de bevoegdheid die de mens eerst vervulde op het moment dat God zei: “Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laat hen heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de ganse aarde, en over ieder kruipend gedierte dat kruipt over [p.41] de aarde.” Gen.1:26. En God zegende Adam en Eva, en God zeide tot hen: “Wees vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerp het,” overwin het. Gen.1:28{KJV}.

 

Het is duidelijk dat bij het Troon des Oordeels, het witte paard, de ruiter, en zijn kroon, op figuurlijke wijze Adam kenbaar maken, God’s geschapen koning, en zijn koninkrijk. En als het enige ding welke hij werd opgedragen die te overwinnen de aarde was, door het te vervullen en te onderwerpen, dan wat anders op het gebied van symbolisme kan de “boog,” het werktuig waarmee hij moest overwinnen, logischerwijs voorstellen, dan Eva?

 

De volgende generatie die wordt opgeroepen om rekenschap te geven voor har geloof en getrouwheid, wordt aan het licht gebracht in

 

DE SYMBOLISATIE VAN HET TWEEDE ZEGEL.

 

“En toen Hij het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!  En een ander paard ging uit, dat rood was; en dien, die daarop zat, werd macht gegeven de vrede te nemen van de aarde; en dat zij elkander zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven.” Openb.6:3,4{KJV}.

 

Aangezien het witte paard en zijn gekroonde ruiter de eerste periode van de mensheid voorstellen, dan moeten het tweede paard en zijn moorddadige, vredevernietigende ruiter, de volgende periode voorstellen, de periode waarin moord en oorlog voor het eerst uitbraken.

 

Vanzelfsprekend was Abel het eerste slachtoffer. En als gevolg, werd de gehele wereld van Noach [p.42] vernietigd door de Zondvloed, en “een derde vreselijke vloek rustte erop als gevolg van de zonde.” Patriarchs and Prophets, p.107{ Patriarchen en Profeten, blz..}.

 

PICTURE OF SECOND SEAL (THE RED HORSE)

 

Ondanks deze bestraffing en haar aanschouwelijke les, zo gauw als de bewoners van de aarde zich vermenigvuldigden na de vloed, vermenigvuldigde de zonde zich op gelijke wijze. En hoewel de mensen slechts eerbetoon konden geven aan de correcte voorzegging van Noach over de vloed, wantrouwden zij hem bij zijn volgende voorzegging: de voorzegging dat er geen “vloed” meer zou komen “om de aarde te vernietigen.” Gen.9:11 {KJV}. Zelfs de [p.43] regenboog in de wolken, het teken van de Heer Zelf van Zijn verbond dat Hij de aarde niet een tweede keer zal doen overspoelen, faalde om hen ervan te overtuigen.

 

Wat een mysterie inderdaad, is de zonde! Eerst geloofden zij niet eens in de mogelijkheid van een vloed, en vervolgens geloofden zij niet in de onmogelijkheid daarvan! In feite is de redenering van de ongelovigen even dwaas als de redenering van een plattelandse vrouw die, toen zij voor het eerst een trein zag stilstaan op het spoor, nadrukkelijk verklaarde: “Het zal nooit opstarten!” Toen zij het daarna zag opstarten, verklaarde zij, even nadrukkelijk als tevoren: “Het zal nooit stoppen!” Dus terwijl de geest van ongeloof in het Woord altijd het verstand lam heeft gemaakt en het lichaam onderworpen heeft aan zonde en verderf, zelfs in de dagen toen mensen sterk en langlevend waren, heeft dezelfde geest een nog grotere greep op de mensheid vandaag.

 

In plaats van hen te bevrijden van vrees, zette het Woord van God, door Noach gesproken, de post-diluvianen ertoe aan om te gevoelen dat er een onvermijdelijke noodzaak was om de toren van Babel te bouwen als een verdediging tegen een tweede vloed. Hun ongeloof en valse verontrusting echter niet goedkeurend, toonde de Heer zijn ongenoegen door in te grijpen in hun goddeloze en dwaze project; Hij vernietigde hun toren en verwarde hun taal. Aldus gebeurde het dat de verwarring te Babel (Gen. 11:8,9) de bestaande rassen en talen voortbracht.

 

[p.44] Ten laatste, aangezien de verwarde bouwers zich in groepen verdeelden, begonnen, begonnen de buren met elkaar ruzie te maken. En naargelang zij groeiden tot natiën, mondden hun ruzies uit tot oorlogen. Vandaar dat de historische waarheid dat er voor de eerste keer oorlogen uitbraken na de verwarring van tongen, aantoont dat het rode paard, in bijzonderheid zijn ruiter, de periode beschrijft waarin de toren van Babel werd vernietigd, en waarin vrede plaats gaf voor oorlogen.

 

Bovendien is het gedeelte: “de vrede te nemen van de aarde,” want het geeft vanzelfsprekend aan dat er vrede was voor die tijd.

De gevolgen van Adam’s zonde, echter, eindigden niet met zulk een leven en eigendom vernietigende handeling zoals de oorlog dat is. Het leidde zijn afstammelingen tot grotere ontaarding, zelfs tot afgodenaanbidding, tot het vernietigen van zielen door middel van godsdienst, welke, in het drama der zonde, wordt geopenbaard in

 

DE SYMBOLISATIE VAN HET DERDE ZEGEL.

 

“En toen Hij het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en ziet, een zwart paard, en die [p.36] daarop zat, had een weegschaal in zijn hand. En ik hoorde een stem in het midden van de vier dieren, die zeide: Een maatje tarwe voor een penning, en drie maatjes gerst voor een penning; en beschadig de olie en de wijn niet.” Openb.6:5,6{KJV}.

 

Zoals wij hebben gezien, stelt het witte paard, de regering voor van de aarde door de mens, toen het nog rein en vrij was. En nu, omdat zwart [p.45] het tegengestelde is van wit, moet het zwarte paard de regering van de mens vorstellen in geestelijke duisternis en gevangenschap – een toestand tegengesteld tot datgene voorgesteld door het witte paard.

 

PICTURE OF THE THIRD SEAL (THE BLACK HORSE)

 

Dit wordt bevestigd door de geschiedenis: Zelfs ver terug in de tijd van Abraham, slechts ongeveer drie honderd jaren na de vloed, had afgodenaanbidding de inwoners van de wereld overweldigd. Het was toen dat Abaham Haran verliet, zijn vader’s huis en land (Gen.11:31; 12:1). Zijn afstammeling, Israel, werden uiteindelijk slaven voor Farao, en daarna voor Nebukadnezar, koning van Babylon.

 

[p.46] De weegschaal in de hand van de ruiter zou nog duidelijker de periode moeten aangeven waartoe het zwarte paard en zijn ruiter reikt, en welke zij voorstellen. Zoals wij reeds hebben gezien, stelt de boog van de eerste ruiter het middel voor waarmee Adam de aarde onderwierp (want de gehele menselijke ras kwam uit hem); en het zwaard van de tweede ruiter, het middel waarmee Adam’s afstammelingen vrede wegnamen van de aarde. Op dezelfde wijze, moet de weegschaal van de derde ruiter noodzakelijkerwijs datgene voorstellen wat de mensheid vervolgens introduceerde. En wat anders naast een bepaalde vorm van commercie{handel} kan het symbool afbeelden? Een ieder kan erkennen dat een man met een weegschaal iets te maken moet hebben met kopen en verkopen.

 

In de tijd van Abraham was de commerciële handel tussen natiën onbekend. Maar gedurende de volgende periode, de periode die wordt voorgesteld door het zwarte paard, was het idee geboren. Toen gebeurde het dat Tyrus en Sidon de voornaamste commerciële centra werden. En Inspiratie oppert de vraag: “Wie heeft dit beraadslaagd over Tyrus, die kronende stad, wiens kooplieden vorsten zijn, wiens handelaars de heerlijkste der aarde zijn?”Jes. 23:8{KJV}.

 

Tyrus, de koningin van de Feniciërs, bevond zich slechts op korte afstand van Sidon. “Na verloop van tijd zouden zij hun handelskoloniën over de gehele Middelandse zee verspreiden, en tot [p.47] in andere landen, altijd op zoek naar nieuwe handelsgebieden en commerciële centra. Zij waren de bijen van de vroegere wereld, die het stuifmeel van cultuur overbrachten overal waar zij heengingen. De noodzakelijkheden van het handelen en commercie dreven hen ertoe om een alfabet te volmaken, wat de westerse wereld dus door hun toedoen heeft verkregen. In sommige opzichten waren zij uniek in de vroegere wereld, en dit onderscheid werd met hen begraven. Want zij waren niet geïnteresseerd in veroveringen, behalve die van commerciële aard; zij hadden geen bezwaar tegen het betalen van belastingen aan militaire machten, zo lang die machten niet in de weg stonden van hun recht om te handel te bedrijven. Zij hadden een op de Grieken gelijkende vermogen om tot zich op te nemen al wat Egypte, Babylonië, Assyrië, Perzië, en welke andere fase van beschaving ook te bieden had; maar hun voornaamste kundigheid lag in vindingrijkheid, technische vaardigheden, zakelijke activiteiten, en in het bedrijfsleven{bedrijvigheid, nijverheid}. In het bewerken van ijzer, goud en ivoor, glas, en purperen verfstof, stonden zij in de vroegere wereld zonder een gelijke.

 

“(…)Door hun steden heen stroomde er een hoogst profijtelijke handel uit Arabië en het Oosten: en hun fabrikanten werden bezig gehouden met het bewerken{fabriceren, maken} van hun metalen, glazen en purperen producten. Over zee en ter land reisden zij overal –zendelingen der handel—de meester-onderhandelaars van de Oude Wereld.” –Essentiële Wetenschap, De Feniciërs, Deel 1 {Essential Konwledge, The Phoenicians, Vol.1}, blz. 69,70.

 

Het gebod: “Beschadig de olie en de wijn niet,” kwam uit het midden van de troon, van de Oude van Dagen, niet [p.48] van de ruiter. Vandaar dat de twee (handels)artikelen, olie en wijn, niet alleen iets voorstellen wat God alleen kan scheppen, maar ook datgene waarvan Hij vastbesloten is te bewaren, terwijl goddeloze mensen het zouden willen vernietigen; aldus noodzaakt het Hem ertegen te gebieden dat wie dan ook ze beschadigt. En wat anders zouden zulke geestelijke artikelen zou de olie en de wijn in die tijd in het bijzonder –de tijd van het zwarte paard – voorstellen, dan die producten welke de Bijbel toen voortbracht? Bovendien is het een aangenomen feit door haast alle Bijbelstudenten, dat “olie” symbool staat voor profetische waarheid, waarheid dat licht werpt op de toekomst, dat het pad van de reiziger verlicht (Ps.45:7; Zach.4:12); en dat wijn dat gedeelte van de waarheid voorstelt, wat de ontvanger daarvan blij maakt, hem anders doet handelen dan voorheen (Jes.61:1-3).

 

Samengevat, is het vanzelfsprekend, dat het bevel: “Beschadig de olie en de wijn niet,” de verhindering verbood van het schrijven van de Geschriften, wederom aantonend dat het openbreken van het derde zegel de periode ontsluiert waarin het alfabet werd uitgevonden en waarin commercie{het bedrijfsleven, de handel} was ontstaan; de periode waarin de Bijbel werd geschreven, en waarin de ene natie de ander onderwierp{veroverde}; de periode waarin de Wereldrijken werden geboren{of kwamen te bestaan}.

 

Vandaar dat, terwijl de tijd van het Oude Testament wordt afgesloten met het derde zegel, het begin van het Nieuwe wordt ontvouwd in

[p.49] DE SYMBOLISATIE VAN HET VIERDE ZEGEL.

 

PICTURE OF THE FOURTH SEAL(THE PALE HORSE)

 

“En toen Hij het vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van het vierde dier, die zeide: Kom en zie!  En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met de dood, en door de wilde beesten der aarde.” Openb.6:7,8.

 

Aangezien het vale paard in dezelfde periode valt als het moeilijk te beschrijven beest van Daniel 7:7,8 dat doet (zie pp.16,17), de periode volgend na het derde zegel, gelijken zij dus op elkaar. Inderdaad, omdat zijn kleur vaag{onduidelijk} is, gebrekkig, niet hebbende een specifieke [p.50] of bepaalde tint of karakter, is het paard, per slot van rekening, ook moeilijk te beschrijven. Het is zeer duidelijk dat de ruiter van het vale paard, synoniem (gelijkgesteld) is aan hij die sprak tegen de Allerhoogste, aan hij die de heiligen zou  vermoeien, “en menen tijden en wetten te veranderen.” Dan.7:25. Hij wordt gezien als voorstellende het hoogtepunt van afgoderij. De vroegere Romeinse regering wordt op gepaste wijze gesymboliseerd door het moeilijk te beschrijven beest, omdat haar bestuur in waarheid een mengsel was van burgerlijke en godsdienstige wetten, van Heidense en Christelijke leerstellingen. Niemand kon feitelijk vaststellen of de Romeinse regering nu Heidens of Christelijk, Joods of Heidens{niet-Joods} was.

 

De naam van de ruiter: “dood,” is op volmaakte wijze van toepassing op de vervolgende geest en wreedheden van die tijd van zowel de Joden als de Romeinen. De geschiedenis en de profetie bevestigen op gelijke wijze dat de onderdrukkende Romeinse macht “verslond, verbrijzelde, en het overblijfsel met zijn voeten vertrad.” Dan. 7:19.

 

De waarheid betreffende “het vierde deel der aarde” waarover hen de macht was gegeven “om te doden met zwaard, en met honger, en met de dood, en door de wilde beesten der aarde,” wordt gemakkelijk achterhaald; Door 6000, de jaren vanaf de schepping tot aan de aanvang van het millennium, te verdelen in vier gelijke delen, levert dat op 1500 jaren (“het vierde deel”), waarbij aan het eind van die tijd de macht zou wegkwijnen {verzwakken}. Wederom, omdat het waar is dat het doden van de heiligen begon bij de kruisiging van Christus, begon dit “vierde deel [p.51]van de aarde” daarom in die tijd en eindigde bij de “Confessie van Ausburg,” een document dat was samengesteld door Luther en gepresenteerd op de Rijksdag{of parlementszitting} te Ausburg aan de Keizer, Karel V, in 1530,– precies 1500 jaren na de opstanding van Christus (in beschouwing nemend dat de Christelijke periode 3½  jaren vroeger gedateerd is), de tijd waarin de Romeinse macht wegkwijnde.

 

Deze gevolgtrekkingen worden nog betwijfelbaar in het licht van het historische feit dat het Protestantse conflict tegen tirannie (alleenheersing}, uiteindelijk veroorzaakte dat de vervolgingen ophielden. Aldus is het dat dit gedeelte van de schriften ter discussie, werd vervuld in 1530 door het verzwakken van de Joods-Heidense en Christelijk-Heidense machten, die doodden met het zwaard, honger, de dood, en wilde beesten.

 

(Dit gedeelte van de profetie werpt overigens de verkeerde gedachte omver, dat de aarde meer dan 6000 jaren heeft bestaan.)

 

Op dit moment is het goed om op te merken, dat terwijl het getal van de paarden, vier, de vier hoeken van het kompas voorstellen, geeft het getal der zegels, zeven, de volledigheid van het evangelie, de verzegeling van de heiligen, aan.

 

Hebbende gezien ontvouwd de waarheid van de eerste vier zegels, zullen wij nu onderzoeken

 

DE SYMBOLISATIE VAN HET VIJFDE ZEGEL.

 

“En toen Hij het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis, die zij hadden. En zij riepen met [p.52] grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heer, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen? En aan een ieder van hen werden lange witte klederen gegeven; en hun werd gezegd, dat zij nog een kleine tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden gelijk als zij, zouden zijn vervuld.” Openb.6:9-11{KJV}.

 

PICTURE OF THE FIFTH SEAL(THE ALTAR)

 

De verzekering dat de zielen riepen van onder het altaar, de plats van waaruit Gods waarheid wordt verstrekt, maakt het duidelijk dat zij werden gedood vanwege hun standvastigheid in het Woord van God, en dat er aan hen, wegens hun trouw, witte klederen werden gegeven –zij werden waardig geacht voor de eeuwigheid. Dat zij de martelaren waren van de voorafgaande periode, de periode van het vierde zegel, is [p.53] duidelijk uit het feit dat zij reeds dood waren toen het vijfde zegel geopend werd.

Bovendien duidt een altaar een vernieuwing van het geloof, een hervorming aan. Dat betekende het voor Noach, Abraham, en Jakob in de gevallen toen zij hun altaren bouwden ( Gen.8:20; 12:8; 26:25; 35:14). De zielen zijnde onder het altaar, geeft aan dat zij hun leven hadden geofferd voor een zaak die gelijksoortig is aan de zaak van de martelaren gedurende de Protestantse Reformatie. En de vraag: “Hoelang, o heilige en waarachtige Heer, oordeelt Gij niet?” en ook het antwoord: “dat zij nog een kleine tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden gelijk als zij, zouden zijn vervuld,” bewijst op concrete wijze dat de vervolging en het martelaarschap van het vierde zegel het vijfde zegel zou overlappen, en dat het Oordeel van de doden (de martelaren) niet zou beginnen tot nadat de vervolging was beëindigd, maar dat het daarna zeker zou beginnen.

Deze historische opvolging van gebeurtenissen brengt ons nu tot de tijd van de volgende gebeurtenissen, die zijn onthuld in

 

DE SYMBOLISATIE VAN HET ZESDE ZEGEL.

 

“En ik zag, toen Hij het zesde zegel geopend had, en ziet, er was een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als zij van een grote wind geschud wordt.”Openb.6:12,13 {KJV}.

 

[p.54]  PICTURE OF THE SIXTH SEAL

 

Het is een van de fundamentele geloofspunten van het Kerkgenootschap dat de profetieën van het zesde zegel begonnen te worden vervuld met de grote aardbeving van Lissabon op 1 november 1755. Vervolgend op de aardbeving, op 19 mei 1780, was de zon verduisterd, en de maan verscheen als bloed op de volgende nacht. Daarna kwam het “vallen van de sterren,” de grote meteorenregen van 3 november 1833 (The Great Controversy, pp.304-309, 333, 334{De Grote Strijd, blz…}).

 

Vooruit blikkend op deze hemelse demonstraties (de tekenen des tijds), waarschuwde Jezus van te voren dat zij zouden verschijnen “onmiddellijk [p.55] nadat de verdrukking” was beëindigd (Matt.24:29). Dus, terwijl vrede, oorlogen, commercie, schrift, en vervolging de tekenen des tijds en het kenmerk zijn van de eerste vijf zegels, zijn op gelijke wijze de aardbeving, de duistere dag, en de meteorenregen de tekenen des tijds en het kenmerk van het zesde zegel.

 

Deze wereldwijde verstoringen en hemelse tentoonstellingen tussen de jaren 1755 en 1833, blijken echter, op zichzelf genomen, voorzeggingen te zijn van de dingen die plaatsvinden gedurende de “grote en vreselijke dag des Heren.” Als dit waar is, dan voorschaduwt de aardbeving de komende schudding, zifting, onder de natiën, zoals wordt voorzegd door de profeten:

 

“Ziet, de Naam des Heren komt van verre, brandende met Zijn toorn, en de last daarvan is zwaar; Zijn lippen zijn vol gramschap, en Zijn tong, als een verterend vuur;  En Zijn adem is als een overlopende beek, die tot aan het midden van de hals toe raakt, om de heidenen te schudden met een schudding der ijdelheid; en er zal een toom zijn in de kinnebakken der volken, die hen doet dwalen.” “En de sparrenbomen zullen vreselijk geschud worden.” Jes.30:27,28; Nah.2:3{KJV}.

 

Het verduisteren van de zon, zou getuigen van de afsluiting van het evangelie, het einde van de genadetijd, de waarin de mens “heen en weer zullen snellen om het Woord des Heren te zoeken, en het niet zullen vinden.” “Want zie, duisternis zal de aarde bedekken, en [p.56] grote duisternis het volk.” Amos 8:12; Jes.60:2{KJV}.

 

De maan, gerelateerd met de zon, maakt een gepast symbool voor de kerk, het werktuig waardoor het Woord van God, het licht der wereld, wordt weerspiegeld. Dat de maan als bloed wordt, onmiddellijk volgend op het verduisteren van de zon, weigerend licht te weerspiegelen, zou een passend voorteken zijn dat de kerk haar verlossingswerk heeft volbracht, {en dus} niet langer het Licht van het evangelie behoeft te weerspiegelen. En de kerk zelf is, natuurlijk, tegen die tijd vervuld met het eeuwige leven, verlost van de vernietiging, zoals de eerstgeborenen dat waren in de woonplaatsen waar de deurposten waren beschilderd met het offerbloed op de avond van het Pascha in het land Egypte.

De vallende sterren suggereren over de grote en vreselijke dag des Heren –de dag waarop “de hemelen…voorbijgaan”(2 Petr.3:10), de dag waarop al hun heer wordt ontbonden, en waarop de Duivel en zijn leger, en ook de goddelozen in de kerk en in de wereld, “zullen neervallen, gelijk een blad valt van de wijnstok, en als een vallende vijg uit de vijgenboom.”Jes.34:4{KJV}.

 

Al deze tekenen staan vast als getrouwe getuigen dat het zesde zegel, de zesde tijdsperiode, de grote dag van God meebrengt, de toorn van het Lam.

 

“En de hemel week weg als een boekrol, dat toegerold wordt; en alle bergen en [p.57]eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen. En de koningen der aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelf in de spelonken, en in de steenrotsen der bergen; En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht van Hem, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams. Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?” Openb.6:14-17{KJV}.

 

In deze verzen worden beschreven het lot, de angst, en het getroffen geweten van allen die niet in staat zijn stand te houden op de dag van het Oordeel van de levenden, de grote en vreselijke dag des Heren –de toorn van het Lam in de grote “tijd der benauwdheid zoals er nooit geweest is”(Dan.12:1), de dag volgend op de verschijning van de antitypische “profeet Elia” (Mal.4:5) –ja, de dag waarin zij die zich niet gekleed hebben met het bruiloftskleed, worden uitgeworpen in de buitenste duisternis, om daar hun tanden te knarsen(Matt.22:11-13).

 

Ook bevestigt de Geest der Waarheid in dit schriftgedeelte (Openb.6:14-17), dat “er twee partijen in zicht worden gebracht. Een partij liet het toe zich laten misleiden, en partij kozen voor degenen waarmee de Heer een conflict heeft. Zij verklaarden {of begrepen} de boodschappen die tot hen waren gezonden verkeerd, en bekleedden zichzelf met klederen van zelfgerechtigheid.”- Testimonies, Vol.9{Getuigenissen, Deel 9}, blz.268.

 

Aldus gebeurde het dat terwijl de eerste vier zegels ons door de periode heen brengen van de dag waarin de werken van de mens worden geopenbaard, [p.58] brengen de laatste drie zegels ons door de dag van God, de dag waarin Zijn Waarheid en Zijn werken worden geopenbaard.

 

Dat er een hoogtepunt van enige aard zou moeten zijn in het Gerechtelijk werk op dit bijzonder punt van de Schriften (Openb.6:14-17), is geen mysterie. Onmdat he bestempeld is bij de gebeurtenissen die de overheersing van de zonde beëindigen, en dat dit wordt gerealiseerd door zelfs de zondaars, is een zeer goede indicatie dat gedurende jet zesde zegel, het Oordeel van de doden afsluit, en de voorbereiding voor het Oordeel van de levenden begint. Het is de “vreselijke dag” voor de goddelozen.

 

Bovendien, zoals de eerste fase van het Oordeel voorbijgaat met het zesde hoofdstuk van Openbaring, begint de tweede fase met het zevende hoofdstuk; dat wil zeggen: het begint met de verzegeling van de levende heiligen, de eerste vruchten. Het is de “grote dag” voor de rechtvaardigen.

 

“En na dezen zag ik vier engelen staan op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde, opdat geen wind zou waaien op de aarde, noch op de zee, noch tegen enige boom.

 

En ik zag een andere engel opkomen uit het oosten, hebbende het zegel van de levende God; en hij riep met een grote stem tot de vier engelen, welke macht gegeven was de aarde en de zee te beschadigen, zeggende: Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten van onze God zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden. En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren: honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten der kinderen Israëls.” Openb.7:1-4{KJV}.

 

[p.59] PICTURE OF THE 144,000

 

Uit de aanduiding dat de vier winden zullen waaien en de vier engelen zullen [p.60] beschadigen zodra de dienstknechten Gods zijn verzegeld, wordt gezien opdoemend de “tijd der benauwdheid” zoals er nooit geweest was(Dan.12:1).

 

Bewegend over de vier hoeken van het kompas, moeten de winden een wereldwijde verstoring van enig soort voorstellen. Het is ook zeer duidelijk, dat het waaien van hen en het beschadigen door de engelen, twee legers in een strijd voorstellen. Het waaien van de winden is natuurlijk, de woede van de natiën tegen de heiligen; en het beschadigen van de engelen is ongetwijfeld het oordeel van de Heer die komt over Zijn vijanden. Met andere woorden, de engelen en de winden samen stellen een benauwdheid voor tussen God en de natiën, waarin zowel de heiligen als de zondaars betrokken zijn. Inderdaad, het is de grote en vreselijke dag des Heren.

 

Het verschil tussen de “grote verdrukking, zoals niet gewest is van het begin de wereld”(Matt.24:21), en de “tijd der benauwdheid, zoals er nooit geweest is sinds er een natie bestond” (Dan.12:1), is dat gedurende de “grote verdrukking” de heiligen worden gedood (Matt.24:21,22), terwijl gedurende de “tijd der benauwdheid,” zij worden verlost (Dan.12:1).

 

Dat het tegenhouden van de winden door de engelen niet aangeeft dat zij de natiën ervan weerhouden om tegen elkaar te strijden, wordt duidelijk gemaakt uit het feit dat de winden niet werden ervan weerhouden om als wind tegen wind te botsen (natie te gen naite0, maar eerder tegen het beschadigen van de aarde, de zee, en de bomen. Bovendien, dat de natiën van het noorden en [p.61] van het zuiden, van het oosten en van het westen betrokken waren in de Eerste Wereldoorlog, en ook in de Tweede Wereldoorlog, hoewel de 144.000 nog niet verzegeld zijn, is een ander onweerlegbaar bewijs dat de benauwdheid die wordt voorzegd door het waaien van de winden en het beschadigen door de engelen, nog in de toekomst ligt. Dat het een wereldwijde verstoring is, wordt wederom gezien uit het feit dat de winden enerzijds, en de engelen anderzijds, zowel de aarde als de zee zullen benauwen.

 

Aangezien het een voorafgaande slotsom is dat Satan tegen de heiligen is, en dat de Heer tegen de waarheid hatende en kwaad bedrijvende menigte is, wordt het onderwerp zo helder als kristal: Wanneer zij worden losgelaten, zullen de winden slaan tegen het getrouwe “overblijfsel,” tegen degenen die achtergebleven zijn nadat de aarde haar mond heeft geopend en de “vloed,” het “onkruid”, heeft verzwolgen (Openb.12:16,17); maar de engelen die klaarstaan om te beschadigen, zullen degenen slaan die strijd voeren tegen het overblijfsel. Degenen wiens namen worden gevonden in het boek, worden “verlost.” Da.12:1. Aangezien de 144.000, de dienstknechten Gods, nog niet verzegeld zijn ( nog niet omsloten, beschermd, bewaakt, en gereed gemaakt om hun standplaats te nemen met het Lam op de berg Zion, maar eerder nog steeds vermengd zijn met het onkruid), worden de engelen opgedragen om de botsing uit te stellen.

 

Dus, wanneer dit verzegelingwerk is voltooid, dan zullen de engelen, die de winden tegenhouden, de winden laten waaien, en de engelen [p.62] die de aarde, de zee en de bomen zullen beschadigen, zullen dan met hun gegeven werk beginnen.  Anders gezegd: Het laten waaien van de winden, betekent het toelaten dat het tweehoornig beest de dekreet uitvaardigt “dat zo velen als hen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden” (Openb.13:15); en het laten beschadigen door de engelen; betekent het toelaten dat het bevel van de Heer zijn beloop laat gaan: “Indien iemand het beeld aanbidt en zijn beeld, en zijn merkteken ontvangt in zijn voorhoofd of in zijn hand, dezelfde zal drinken van de wijn van de toorn Gods, welke ongemengd wordt uitgegoten in de beker van Zijn gramschap; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel in de aanwezigheid van de heilige engelen, en in de aanwezigheid van het Lam.” Openb.14:9,10{KJV}. Deze waarschuwing wordt gevolgd door de voorzegging:

 

“De vier engelen werden losgelaten, welke bereid waren voor een uur, en een dag, en een maand, en een jaar, om het derde deel der mensen te doden.” Openb.9:15{KJV}.

 

Beide decreten zullen van kracht zijn nadat de 144.000 zijn verzegeld.

 

Hier wordt gezien dat er van tussen de eerste vruchten van de oogst de 144.000 voortkomen, de dienstknechten van God, voor het afsluitingswerk van de grote oogst. Dezen zijn de eerste heiligen die ooit zijn verlost geweest van het “onkruid” onder hen.  Maak u gereed, broeder, zuster, want de tijd is nabij.

 

Wij hebben nu gezien dat de eerste zes zegels een fase van waarheid openbaren die de geschiedenis der wereld behelst van Adam’s tijd tot aan [p.63] onze tijd. Deze fase van waarheid openbaart de verzegeling van de eerste en tweede vruchten; Van tussen de eerste vruchten komen de 144.000 voort – 12.000 uit elk van de twaalf stammen van de kinderen Israëls. Door de eeuwen heen zijn zij afstammelingen geweest eerst als Jakobieten, en daarna als Christenen. Na dezen kwamen de tweede vruchten, de grote schare uit “alle natiën.” (Openb.7:9-17).

 

(De bewering dat de levende heiligen bij de komst van de Heer slechts 144.000 in getal zijn, wordt in diskrediet gebracht, door het feit dat het geen kans toelaat dat zelfs één persoon gered kan worden uit een andere natie dan de afstammelingen van Jakob, zelfs niet uit de afstammelingen van Abraham, behalve door middel van Jakob zelf. Bovendien maakt de bewering de term “eerste vruchten” tot een zinloze {of ijdele} zaak, omdat het geen tweede vruchten ondersteunt.)

 

Het overige van de Openbaring, is verwikkeld in

 

DE SYMBOLISATIE VAN DE ZEVENDE ZEGEL.

 

“En toen Hij het zevende zegel opende, kwam er een stilte in de hemel, ongeveer een half uur lang. En ik zag de zeven engelen, die voor God staan, en hun werden zeven bazuinen gegeven.

“En er kwam een andere engel, die stond bij het altaar, hebbende een gouden wierookvat; en hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij het zou offeren met de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar, welke was voor de troon. En de rook van het reukwerk, welk kwam met de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op.

[p.64] “En de engel nam het wierookvat, en vulde dat met het vuur van het altaar, en wierp het op de aarde; en er kwamen stemmen, en donderslagen, en bliksemstralen, en een aardbeving. En de zeven engelen, die de zeven bazuinen hadden, maakten zich gereed om te bazuinen. “Openb.8:1-6.{KJV}.

Na een tijd hielden de Gerechtelijke demonstraties – de stemmen, “zeggende: Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig,” de donderslagen en de bliksemstralen, — voor ongeveer een half uur op, wat zeer duidelijk aangeeft dat het Gerechtelijke tribunaal van de eerste sessie van het Oordeel uiteengaat. {TN15: 64.2}

Hierop volgend, worden aan de zeven engelen de zeven bazuinen gegeven. In de tussentijd biedt de engel die bij het altaar staat, de gebeden van al de heiligen op, neemt het wierookvat, vult het met vuur van het altaar, en werpt het op de aarde. Dan gebeurt het dat het van de hemel afkomstige vuur, de “donderslagen, en bliksemstralen, en stemmen,” waarmee de eerste sessie van het Oordeel opende in het hemels heiligdom (Openb.4:5), naar de aarde neerdalen in omgekeerde volgorde (stemmen, donderslagen, bliksemstralen—Openb.8:5), waarbij er ter toevoeging een aardbeving is. {TN15: 64.3}

Dan bazuinen de zeven bazuinen, de één volgend op de ander. Bij het bazuinen van de zevende bazuin (niet bij het openbreken van de zevende zegel) zijn er “grote stemmen,” zeggende: “De koninkrijken van deze wereld zijn geworden de koninkrijken van onze Here, en van Zijn Christus; en Hij zal heersen in alle eeuwigheid.” Openb.11:15{KJV}.

 

[p.65] De half uur stilte in de hemel doet de stemmen neerdalen tot de aarde, en bij het bazuinen van de zevende bazuin is de geheimenis van God voleindigd (Openb.10:7).  Dan gebeurt het dat “De koninkrijken van deze wereld zijn geworden de koninkrijken van onze Here.” Wat betekent dit allemaal? –Slechts dit: {TN15: 65.1}

 

Zoals wij hebben gezien, verdeelt de stilte de twee Gerechtelijke sessies voor het millennium, de één voor de doden en de ander voor de levenden, en het vuur van het hemelse altaar, de stemmen, bliksemstralen, en donderslagen, dalen neer tot de aarde. Deze feiten, samen met een aantal schriftgedeelten over het onderwerp, naast het overige van de Openbaring, de hoofdstukken na het openbreken van het zevende zegel, bewijzen dat het Oordeel van de levenden, het reinigen van de aardse tempel, iets is dat plaatsvindt op aarde, niet alleen in de hemel! {TN15: 65.2}

“Zie,” verklaart de Heer, “Ik zal Mijn boodschapper zenden, en hij zal de weg voor Mij berei­den; en de Here, Die gij zoekt, zal plotseling tot Zijn tempel komen, …Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en wie zal standhouden, wanneer Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van de smelter en als het loog van de blekers. Mal.3:1,2{KJV}.

Ja, het werk van de tweede Gerechtelijke sessie omvat het aardse heiligdom. Tegen die tijd is het “vuur” van de Heer “in Sion, en Zijn oven in Jeruzalem.” Jes.31:9.

[p.66] “En vele natiën zullen komen en zeggen: Kom, en laat ons opgaan naar de berg des Heren, en tot het huis van de God van Jakob; en Hij zal ons leren van Zijn wegen, en wij zullen in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet voortgaan, en het Woord des Heren uit Jeruzalem.

”En Hij zal gericht oefenen onder vele volken, en sterke natiën van ver af bestraffen; en zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen, en hun speren tot snoeimessen; geen natie zal tegen een andere natie het zwaard opheffen, ook zullen zij geen oorlog meer leren. Maar zij zullen allen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en zijn vijgenboom; en niemand zal hen verschrikken; want de mond des Heren heeft het gesproken.” Mich.4:2-4{KJV}.

 

“(…)dan zal Hij zitten op de troon Zijner heerlijk­heid. En alle natiën zullen voor Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals een herder zijn schapen scheidt van de bokken;  en Hij zal de schapen zetten aan Zijn rechterhand en de bokken aan Zijn linker­hand. Dan zal de Koning tot hen, die aan Zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden Mijns vaders, beërft het Koninkrijk, dat voor u bereid is van de grondlegging der wereld af(…)

 

“(…)Dan zal Hij ook tot hen, die aan Zijn linkerhand zijn zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.” Matt.25:31-34, 41.

 

[p.67] “En het koninkrijk en het heerschappij, en de grootheid van het koninkrijk onder de ganse hemel, zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten, Wiens koninkrijk een eeuwig koninkrijk is, en alle heerschappijen zullen Hem dienen gehoorzamen. Hiertoe is het einde der zaak(…)”Dan.7:27,28{KJV}.

 

Al deze dingen geven duidelijk de tijd aan waarin “een ieder zal wegwerpen zijn afgoden van zilver, en zijn afgoden van goud,” juist datgene wat de val van de “Assyriër” veroorzaakt, de macht die over Jeruzalem regeert in de tijd waarop God Zijn volk verlost (Jes.31:7,8).

 

De waarheid is daarom vrij van problemen: Tussen het Oordeel van de doden en het Oordeel van de levenden staat de half uur stilte, de tijd die in beslag wordt genomen om de eerste Gerechtelijke sessie ten afsluiting te brengen en om voor te bereiden voor de tweede sessie. {TN15:67.3}

 

De overige verzen van hoofdstuk 8, en ook hoofdstukken 9-11, geven een beschrijving van de zeven bazuinen, waarvan een volledige beschouwing wordt gevonden in Traktaat Nr.5, “De Laatste Waarschuwing”{Tract No. 5, “The Final Warning”} .

 

Wij zijn nu gebracht naar hoofdstuk 12 van De Openbaring, welke het onderwerp behandelt van

 

[p.68]

DE EEUWIG LEVENDE KERK EN HAAR VIJAND

 

Het eerste van dezen die in overzicht komt bij de Troon des Oordeels, is de eeuwig levende kerk.

 

“En er verscheen een groot teken in de hemel; een vrouw met de zon bekleed, en de maan onder haar voeten, en een kroon van twaalf sterren op haar hoofd;

 

“En zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren.

 

“En er verscheen een ander teken in de hemel; en zie, een grote rode draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen.

 

“En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden.

 

“En zij baarde een mannelijk kind, die alle natiën zou hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd weggevoerd naar God, en tot Zijn troon.

 

“En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij haar daar twaalfhonderd zestig dagen zouden voeden.” Openb.12:1-6{KJV}.

 

Het is duidelijk dat deze “vrouw” bekleed was met de zon en werd aangevallen door de draak zelfs voordat haar kind, Christus, was geboren; jas, jaren voordat de Christelijke kerk en het evangelie tot stand kwam. Om dan te zeggen, dat zij de Nieuw Testamentische kerk voorstelt met het evangelie van Christus, is inderdaad een even ongegronde en even onlogische theorie als te zeggen dat de kip

 

[p.69] PICTURE OF REVELATION 12, THE WOMAN AND THE DRAGON

 

is uitgebroken voordat het ei is gelegd.

 

“Bekleed met de zon,” is de vrouw, natuurlijk, Gods eeuwig levende kerk, bekleed met het Licht uit de Hemel, de Bijbel. “Uw Woord,”zegt de Psalmist, “is…een licht op mijn pad.” Ps.119:105.

 

De maan is, zoals we weten, het medium waardoor het zonlicht wordt weerspiegeld en de nacht [p.70] verlicht. Zijnde onder de voeten van de vrouw, is het een gepast symbool voor de periode voordat de Bijbel kwam te ontstaan, de periode vanaf de schepping tot Mozes. Deze fase van het symbolisme geeft zeer duidelijk aan dat de vrouw opkwam uit de periode waarin het Woord van God. “de zon,”indirect werd weerspiegeld, werd overgedragen van vader tot zoon, en dat zij binnenging tot de periode waarin zij was gekleed met God’s licht, de Bijbel.

 

Bovendien was zij zwanger{het kind dragende} op de tijd dat zij bekleed was met de zon, en de maan onder haar voeten stond. Dit geeft op zichzelf genomen absoluut weer dat zij vanaf het begin de kerk voorstelt nadat het de belofte had ontvangen de Verlosser der wereld voort te brengen, het “mannelijk kind, Die alle natiën zou hoeden met een ijzeren staf.” Hij “werd weggevoerd naar God, en tot Zijn troon.” Hij is, natuurlijk, Christus, de Heer.

 

De twaalf sterren die de kroon van de vrouw samenstellen, moeten vanzelfsprekend getuigen van God’s bestuur op aarde, het aanvullende gezag van de kerk—dat van de twaalf patriarchen, van de twaalf stammen, van de twaalf apostelen, en van de 12.000 uit elke van de twaalf stammen van Israel (de 144.000).

 

Het zal ook opgemerkt worden dat zij de eeuwig levende kerk van God voorstelt in strijd met de vijand.

 

“En er verscheen een ander teken in de hemel; en zie, een grote rode draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen[p.71] zeven kronen. En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden.” Openb.12:3,4.

 

Als de student van door de hemel geïnspireerde Waarheid de aanschouwelijke les zal weten die wordt onderwezen door dit symbolisme, zou hij nu zorgvuldig moeten bemerken de betekenis welke de kroonloze horens van de draak en zijn gekroonde koppen uitdragen. Als de student der Waarheid ook voordeel zal trekken uit wat de Schriften onderwijzen, zou hij zich volledig moeten realiseren dat er aan de voorafgaande, evenals de volgende Bijbelse en logische beschouwingen, gehoor zou moeten worden gegeven.

 

Om te beginnen, aangezien de horens van de draak een groep van tien zijn, moeten zij al de koningen of koninkrijken voorstellen die toentertijd vertegenwoordigd waren, evanals de tien tenen van het groot beeld van Daniel, hoofdstuk 2, en ook de tien horens van het beest van hoofdstuk 7, de koningen en koninkrijken voorstellen die universeel bestonden in hun opeenvolgende perioden.

 

Ook zou het feit niet over het hoofdgezien moeten worden, dat al de horens, koppen, en kronen, daar gezamenlijk gegroepeerd waren toen de draak gereed stond “om het Kind te verslinden.” Op exacte wijze als het symbolisme {zinnebeeld} openbaart, stellen zij een coalitie van twee gescheiden en verschillende partijen voor {horens en koppen}, die beide bestaan op dezelfde tijd, niet de een volgend op de ander. Het is ook goed te gedenken, dat hoewel horen opgroeien en afvallen, de koppen dat nooit doen.

 

[p.72]

RICHTLIJN TOT EEN JUISTE UITLEGGING VAN DE SYMBOLISCHE HORENS EN KOPPEN

 

Aangezien de horens van de draak kroonloos zijn, moeten zij een soort van heersers afbeelden die gelijk zijn aan degenen die gesymboliseerd worden door de kroonloze horens van het vierde beest van Daniel, van zijn geitenbok en ram,  en van het scharlakenrood beest en tweehoornig beest van Johannes;dat betekent, de kroonloze horens van de draak geven kroonloze gezaghebbers van enig soort aan, evenals de kroonloze horens van welk ander der symbolische beesten dan ook. Bijvoorbeeld: de tien kroonloze horens van het vierde beest van Daniel, legde de engel uit, stellen koningen voor die nog moesten opkomen uit het Romeinse Rijk, die nog hun kronen moesten innemen. Later echter, toen de hoorn-kop haar macht had verloren en de in zich gebrachte koningen hun koninkrijken hadden ontvangen, worden zij daarna voorgesteld door gekroonde horens, door de horens van het luipaardachtig beest. (Openb.13), het symbool van de wereld na de val van Rome.

 

Nogmaals: de tien kroonloze horens van het scharlakenrood beest (Openb.17), het beest fat uiteindelijk volgt op het luipaardachtige, schetst koningen die “nog geen koninkrijk hebben ontvangen; maar die macht ontvangen als koningen op één uur samen met het beest.” Openb.17:12. Met andere woorden, omdat zij geen koninkrijk van zichzelf hebben al de tijd dat Babylon rijdt (heerst over) op het beest voor een “uur,” zijn de horens vanzelfsprekend kroonloos.

 

Aangezien deze tien horens als een kwamen te bestaan, stellen zij daarom regeerders voor uit dezelfde tijd. Wanneer horens machten

 

[p.73] PICTURE

 

voorstellen die bestaan, de volgend op de ander, verzuimt Inspiratie niet om alzo aan te geven door te tonen dat sommige horens opkomen en anderen uitvallen. Bijvoorbeeld, drie

 

[p.74] PICTURE

 

van de horens van het vierde beest van Daniel werden “uitgerukt bij de wortels,” en in hun plaats kwam er op een opmerkelijke horenkop . Op gelijke wijze kwamen er, toen de grote horen [p.75] van de geitenbok afbrak, vier op in zijn plaats, en een vijfde, de uiterste grote horen, volgde daarna (Dan.7 en 8). Ook nog kwamen zelfs de beesten, die in hun opeenvolgende perioden de wereld voorschetsen, uit de zee op, de een volgend na de ander. Aldus vertonen alle Goddelijke zinnebeelden de machten precies zoals de tijd en de gebeurtenissen hen doen verschijnen of doen verdwijnen, wat het geval ook mag zijn.

 

Anders gezegd, wanneer een macht verschilt van een ander, en wanneer zij wel of niet tegelijkertijd bestaan, dan ziet Inspiratie het nooit over het hoofd om het verschil duidelijk te maken. Als Het dat wel over het hoofd zag om dat te doen, gedenk dan hoe onlogisch, onverenigbaar, inconsequent, en onbegrijpelijk Haar onderwijzingen inderdaad zouden zijn, en hoe zinloos het zou zijn voor wie dan ook om zelfs te trachten de exacte waarheid te weten te komen! Menselijke wijsheid heeft haar onkundigheid uit zichzelf om de geheimenissen van God’s Woord te bevatten reeds bewezen, zelfs ondanks zij even volmaakt omlijnd zijn als alleen God Zelf ze kan omlijnen. In feite, hoe langer iemand op eigen initiatief probeert de geheimenissen van God uit te leggen, hoe verder hij wegdrijft van de waarheid.

 

Bovendien is het niet mogelijk dat Inspiratie zo onlogisch zou zijn door twee verschillende elementen (zij die worden voorgesteld door de horens en zij die worden voorgesteld door de koppen) een voorstelling te laten zijn van één vorm van bestuur. Het is ook niet aannemelijk dat Het de horens en de koppen gezamenlijk zou groeperen als beiden niet [p.76] letterlijk in dezelfde tijd bestonden. Nee, Inspiratie zou haar termen niet aldus verwarren, en alsnog verwachten dat wij Haar onderwijzing kunnen verstaan, om te weten hoe Haar symbolen te verklaren en wanneer te verwachten dat de werkelijke gebeurtenissen zullen plaatsvinden. En hoe logisch zou het zijn, als de machten die worden voorgesteld door de horens en de machten die worden voorgesteld door de koppen geen verschil hadden in karakter, evenals echte horens en koppen dat doen?

 

Wat de aanduiding van de koppen betreft, gaan wij, omdat Inspiratie Zelf de enige bron der informatie is, nogmaals naar de profetie van Daniël 7. Daar wordt gezien dat de kleine horen van het vierde beest, hebbende ogen en een mond van een “mens,” in feite een horenkop was—een combinatie van twee gescheiden elementen. En omdat het symbool staat voor de Kerk en Staat regering (een combinatie van burgerlijke en godsdienstige machten gedurende de Middeleeuwen), dan staat het zonder twijfel vast dat terwijl het horengedeelte staat voor de burgerlijke fase, het kopgedeelte staat voor de godsdienstige fase—dat is ook logisch, omdat godsdienst het brein zou moeten zijn achter elke regering. Bovendien werden burgerlijke regeringen oorspronkelijk gefundeerd uit kerkelijke regeringen. Het symbolisme geeft aldus duidelijk aan dat een Atheïstische regering nagenoeg even goed is als elke horen, die gescheiden is van haar kop. Zulk een regering kan zelfs vergeleken worden met een kip waarvan de kop eraf is gehaald: In zijn vlucht, springt de koploze kip met grote kracht, maar het weet niet waar het heengaat, en het leeft slechts een paar minuten.

 

[p.77] Verder, wordt de regering die volgt nadat het burgerlijke gezag was weggerukt van de godsdienstig-politieke samenstelling van de Middeleeuwen, in zicht gebracht in het symbolisme van het luipaardachtig beest (hetgeen opeenvolgend volgt in de lijn van het symbolisme der beesten). Daarin wordt het ontbonden zijn van de godsdienstig-politieke regering aangetoond door een eenvoudige gewonde kop, een godsdientsig systeem zonder burgerlijk gezag, een die lijdt onder een dodelijke slag—vanzelfsprekend van de slag die haar burgerlijke gezag van haar wegrukte.

 

Uit deze beschouwingen is het in het bijzonder opmerkelijk, dat in alle gevallen waar symbolische beesten zowel horens als koppen hebben, de koppen in ieder geval kerkelijke lichamen voorstellen, lichamen die te maken hebben met de dingen van God, die geneigd zijn de heilige zaken van God te vermengen met de alledaagse zaken van de wereld. De naam godslastering over de koppen van het luipaardachtig beest, onthult hen als juist die zonde hebben begaan.

 

En nu, het onderwerp van de draak voortzettend, kan het duidelijk worden gezien, dat ten einde de consequentheid te behouden, de Bijbelse uitlegging van de koppen en horens van de draak, moet zijn dat de eerste godsdienstige lichamen zijn, en de laatste, burgerlijke regeringen. En hoeveel van hen beschrijven de koppen en horens van de draak? –Al de burgerlijke regeringen en al de godsdienstige lichamen van die tijd in het bijzonder. Hoe weten wij dat? –Omdat er tien horen zijn [p.78] en zeven gekroonde koppen, en omdat het Bijbelse getal “tien” universiteit aanduidt, en het getal “zeven” volledigheid aangeeft. (Zie Traktaat Nr.3, Het Oordeel en de Oogst{Tract No.3, The Judgment and the Harvest}, blz.94, 1942 editie.)

 

Uit de vooraf vermelde voorbeelden zien wij reeds dat de tijd is gekomen voor alle getrouwe Bijbelstudenten, onderzoekers naar reddende Waarheid, om zich te realiseren dat inspiratie nooit iets zinloos of onzorgvuldig doet. Zijn werk is altijd nauwkeurig geconstrueerd, altijd betrouwbaar bij de eerste indruk, en nadrukkelijk buiten verbetering.

 

Het is ook een erkend feit, dat kronen altijd staan voor koninklijk gezag. En omdat zij verschijnen op de koppen van de draak, niet op zijn horens, is het in het bijzonder opmerkelijk dat terwijl de draak regeerde over zowel de burgerlijke als de godsdienstige werelden, hij toch de godsdienstige werelden kroonde.

 

Anders gezegd: de kerk hield het scepter in de hand; de kerk zat op de troon van de draak. En het feit dat het getal van de horens van de draak universiteit voorstelt, en het getal van zijn gekroonde koppen volledigheid, gekoppeld aan het feit dat zowel de Joodse kerk als de Romeinen de Heer vervolgden, toont aan dat de draak in zijn geheel een complete Satanisch-kerkelijke wereld voorstelt, dat Satan de wereld gevangen had genomen. Als overwinnaar ervan en gewapend met horens en koppen, bewoog hij Herodus ertoe om de pasgeboren kinderen te doden, zo gauw hij het bericht van de geboorte van Christus had vernomen. Dit deed hij in [p.79] de hoop de Verlosser te vernietigen, het kind te verslinden en daardoor zijn eigen koninkrijk voort te laten gaan. Dit was dus de toestand van de wereld bij de eerste komst van Christus, en aldus was de kerk in staat gesteld om de Heer te kruisigen, Stefanus te stenigen, anderen te onthoofden, en toch te ontkomen aan de vonnissen van de burgerlijke gezagsdragers.

 

Juist om deze reden kwam de Zoon des mensen, de Verlosser der wereld, precies op het moment dat Hij kwam. De draak echter, ten einde zijn Satanische heerschappij te verdedigen, wachtte geduldig en keek zorgvuldig uit naar de komst van de beloofde Verlosser der wereld. Zo gebeurde het dat terwijl de eeuwig levende kerk van God zwanger was, en uitschreeuwde om te baren, de draak met zijn zeven gekroonde koppen en tien horens, klaarstond om het kind te verslinden zodra Hij was geboren.

 

Juist zulk een afvalligheid had de wereld in haar greep ook in de dagen van Noach, en maakte het noodzakelijk voor de Heer om iets te doen om de wereld te redden. Ter wille van de mensheid, zond de Schepper de vloed om een einde te maken aan de goddeloosheid. Op gelijke wijze vereiste de vreselijke afvalligheid van de Joden in de dagen van Christus’ eerste komst, een andere ramp die even grondig vernietigend zou zijn als de vreselijke vloed, ten einde de goddeloosheid wederom weg te wissen. Maar God kon, ware het om geen andere reden dan Zijn nooit falende belofte aan Zijn getrouwe dienstknecht Noach te bewaren, niet aldus de wereld ten tweeden male omverwerpen. En dus zond Hij Zijn Zoon om in de [p.80] plaats van de wereld te sterven. In dit licht, hoe veel helderder dan ooit blinkt uit de missie van de Verlosser! Door Zijn dood heeft Hij waarlijk de wereld gered van de ondergang in die tijd, en door Zijn opstanding heeft Hij het mogelijk gemaakt dat het vandaag kan bestaan.

 

 

“En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden….

 

“En er was oorlog in de hemel; Michael en Zijn engelen streden tegen de draak; en de draak streed met zijn engelen, en hebben niet overmocht; ook werd er geen plaats meer voor hen gevonden in de hemel.

 

“En de grote draak werd uitgeworpen, die oude slang, genaamd de Duivel, en Satan, die de gehele wereld misleidt; hij werd uitgeworpen op de aarde, en zijn engelen werden uitgeworpen met hem.

 

“En toen de draak zag, dat hij was uitgeworpen op de aarde, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijk kind had voortgebracht.” Openb.12:4,7-9,13{KJV}.

 

Hier worden er twee “uitwerpingen” beschreven. Merk op dat in het eerste geval, de draak de engelen met zijn staart sleepte. Maar, vraagt u zich af, waarom niet met zijn klauwen? –Eenvoudigweg omdat dat valselijk zou aangeven dat Satan de Heer had verslagen en dus uit de hemel een derde van de engelen had weggesleurd. Maar aangezien hij hen met zijn staart sleepte, is de ware betekenis duidelijk—dat een derde deel van de engelen hem vrijwillig volgden. Zij klampten zich vast aan zijn staart, terwijl hij de weg leidde. “Zij keerden zich af van [p.81]de Vader en van Zijn Zoon, en verenigden zich met de aanstichter van rebellie {opstandigheid}.”—Testimonies Vol.3{Getuigenissen Deel 3}, blz.115. De draak overtuigde de engelen en zij volgden hem van de hemel tot de aarde, alwaar hij trachtte Christus te verslinden.

 

Deze gebeurtenis van Openb.12:4, het neerslepen van de sterren door de draak, ging vooraf aan de gebeurtenis van Openb.12:9, het neerwerpen van de draak door de Heer. De eerste vond plaats voordat de Heer was geboren en de laatste na Zijn opstanding. Dit wordt duidelijk gemaakt in de volgende paragaven:

 

In de dagen van Job had Satan nog steeds toegang tot de hemel, want er wordt ons verteld dat: “(..)er was een dag, toen de zonen Gods kwamen, om zich voor de Here te stellen, en Satan kwam ook in het midden van hen. En de Here zeide tot Satan: Van waar komt gij? Toen antwoordde Satan en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.” Job 1:6,7.

 

Satan dus, was niet onmiddellijk uit de hemel geworpen nadat hij rebelleerde of zelfs toen hij Adam en Eva veroorzaakte te zondigen. Integendeel, moest het hebben plaatsgevonden na de tijd van Job. Maar om vast te stellen precies wanneer, zullen wij lezen Openb.12:13: “En toen de draak zag, dat hij was neergeworpen op de aarde, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijk kind had voortgebracht.” Daarom werd hij uitgeworpen voordat hij heenging om de kerk te vervolgen. Dit deed hij in de “tijd” waarin “er een grote vervolging was [p.82] tegen de gemeente, die te Jeruzalem was; en zij werden allen verstrooid door de landen van Judea en Samaria, behalve de apostelen.” Handelingen 8:1. Dit feit wordt wederom ondersteund door de Geest der Profetie:

 

Zegevierend werd de Heer weggevoerd tot God en Zijn troon. “(…) allen zijn daar om de Verlosser welkom te heten. Zij verlangen vurig zijn triomf te vieren en hun Koning te verheerlijken.(…) Hij houdt God het beweegoffer voor: hen, die met Hem zijn opgestaan als vertegenwoordigers van die grote schare die bij Zijn wederkomst uit de graven zullen opstaan(…)Gods stem wordt wordt gehoord als Hij verkondigt dat het recht is voldaan. Satan is verslagen. De strijdende, zwoegende kinderen van Christus op aarde zijn “begenadigd in de Geliefde.” Ten aanschouwen van de hemelse engelen en de vertegenwoordigers van de ongevallen werelden worden zij rechtvaardig verklaard.

 

“Satan zag dat zijn vermomming was weggerukt. Zijn werk lag open en bloot voor de ongevallen engelen en voor het hemels universum. Hij had zich geopenbaard als een moordenaar. Door het bloed van Gods Zoon te vergieten, had hij zich beroofd van de sympathie van de hemelse wezens. Voortaan was zijn werk beperkt. Welke houding hij ook mocht aannemen, nooit meer zou hij de engelen kunnen opwachten als zij van de hemelse hoven kwamen, en voor hun ogen de broeders van Christus aanklagen voor het feit dat zij bekleed waren met de gewaden van duisternis en [p.83] de verontreiniging der zonde. De laatste schakel van sympathie tussen Satan en de hemel was verbroken.” The Desire of Ages, pp.833, 834, 761{De Wens der Eeuwen, blz.694,695,636,637}.

 

Inderdaad, zich realiserend dat hij een einde had gemaakt aan het ooit weer kunnen aanklagen van de broeders in de hemel, en wetend dat zelfs zijn verblijf op aarde zeer kort zou zijn,

 

STORTTE SATAN NEER MET GROTE TOORN.

 

Nadat de draak was neergeworpen, zag Johannes een luide stem in de hemel, zeggende:

 

Nu is geworden de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk van onze God, en de macht van Zijn Christus; want de aanklager onzer broederen is neergeworpen, die hen aanklaagde voor onzen God dag en nacht. En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe. Hierom bedrijft vreugde, gij hemelen, en gij, die daarin woont. Wee dengenen, die de aarde en de zee bewonen! Want de duivel is tot u afgekomen, en heeft grote toorn, wetende, dat hij slechts een korte tijd heeft.” Openb.12:10-12{KJV}.`

 

“Satans aanklachten tegen hen die de Here zoeken zijn niet het gevolg van zijn ongenoegen over hun zonden. Hij verheugt zich over de gebreken in hun karakter, want hij weet dat hij alleen macht over hen heeft als ze Gods wet overtreden.” Prophets and Kings, pp.585,586{Profeten en Koningen, blz.358}.

 

Zoals wij zien, bemoedigt Satan de zondaar om onbewust de overtreding te begaan, en aldus zijn veroordeling te verzekeren, niet noodzakelijkerwijs op aarde, maar in de hemel. Voor de rechtvaardige Rechter, beschuldigt Satan de [p.84] overtreder vanzijnde bekleed met de gewaden van duisternis en de verontreiniging der zonde.” Maar wanneer de Geest van God dringt tot berisping, openbaart Het de zonde en bestraft de zondaar door middel van Zijn kerk.

 

Gods volk zou altijd waakzaam moeten zijn voor de stem van de Geest van Christus, evenals behoedzaam zijn om de geest van Satan te onderscheiden. Wanneer de twee tegen elkaar botsen, streeft de ene naar gehoorzaamheid aan Gods Woord, terwijl de ander de zonde verontschuldigt en sympathiseert met de zondaar. Op deze laatste subtiele wijze wint Satan vaak terrein en wint hij de zondaar tot zijn gelederen, want de zondaar heeft van nature zijn zonde lief. De getrouwen echter, overwinnen hem “door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis.” Zij hebben “hun leven niet” lief “tot de dood toe.” Openb.12:11.

 

“En aan de vrouw werden gegeven twee vleugels van een grote arend, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij is gevoed voor een tijd, tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang.” Openb.12:14{KJV}.

 

Aangezien een woestijn het tegengestelde is van een wijngaard, geeft de verklaring: “opdat zij naar de woestijn zou vliegen” nadrukkelijk aan dat zij de wijngaard moet hebben verlaten. En dat is precies wat zij deed: Kort na de opstanding, verliet de kerk (de vrouw) het heilige land (de wijngaard) en ging naar het land van de Heidenen (de woestijn).

 

Naast deze historische feiten, hebben wij ook de Bijbelse betekenis van de wijngaard:

 

[p.85] PICTURE

 

“De wijngaard van de Here der heerscharen is het huis Israels, en de mannen van Juda zijn de planten waarin Hij vreugde heeft.” Jes.5:7.

 

Ongetwijfeld daarom, is de woestijn, waar de vrouw werd gevoed voor een bepaalde tijd, het land van de Heidenen. En dat de vrouw moest vluchten van het [p.86] aangezicht van de slang in haar thuisland, toont aan dat de draak het heilige land tot zijn hoofdkwartier had gemaakt. Niet tevreden echter daarmee, volgde hij haar zelfs na in de woestijn.

 

“En de slang wierp uit zijn bek water als een vloed achter de vrouw, om haar door de vloed te laten wegvoeren.” Openb.12:15{KJV}.

 

In eerste instantie, in de hoop de vrouw te vernietigen, vervolgde de slang haar. Falend echter in het bereiken van zijn doel, keerde hij plotseling zijn werkwijze om. Hij stopte de vervolging en begon in de plaats vriendschap met haar te sluiten. Maar tegen wat een prijs voor de vrouw! Op een listige wijze wierp hij een vloed achter haar, ogenschijnlijk een machtige poging om haar te verfrissen, terwijl het in feite een machtige poging was om haar daardoor te vernietigen.

 

De figuurlijke woorden van Inspiratie verklaren dat het gedwongen Christelijk maken van de Heidenen en het binnenstromen van hen tot de kerk gedurende de vierde eeuw van de Christelijke periode, in werkelijkheid geen vriendschappelijke handeling was. Het was eerder als een verwoestende stroom om de reddende macht van het Christendom te doen verdrinken. Met andere woorden, Inspiratie voorzegde de periode waarin de draak Heidense politici met een mantel van Christelijkheid bekleedde en hen ertoe leidde om de niet Christelijke heidenen te dwingen zich bij de kerk te voegen, zodat zij aldus haar heidens zouden maken, in plaats van dat zij hen Christelijk maakte.

 

Ter bevestiging, citeren wij een gedeeltelijke beschrijving van het werk van Dhr. Gibbon: “Door het bevelschrift van verdraagzaamheid, verwijderde [p.87] hij [Constantijn] de tijdelijke nadelen welke tot dusver de vooruitgang van het Christendom hadden vertraagd; en haar actieve en talrijke bedienaren ontvingen een vrije toestemming, een liberale bemoediging, om de heilzame waarheden van openbaring aan te bevelen door iedere argument welke de denkwijze of vroomheid van de mensheid zou kunnen beïnvloeden. De exacte balans tussen de twee godsdiensten [Christelijk en Heidens] duurde slechts een moment voort…De steden die een voorwaartse ijver kenbaar maakten door de vrijwillige vernietiging van hun tempels [de Heidense] werden onderscheiden door gemeentelijke voorrechten, en beloond met populaire donaties…de verlossing van het gewone volk werd gekocht tegen een goedkope prijs, als het waar was dat, binnen een jaar, twaalf duizend mensen werden gedoopt te Rome, naast een evenredig aantal vrouwen en kinderen, en dat een wit kleed met twintig stukken goud, werd beloofd door de keizer aan iedere bekeerling.” Dit was “een wet van Constantijn, welke vrijheid gaf aan al de slaven die het Christendom zouden moeten omarmen.” –Gibbon’s Rome, Deel 2, blz.273,274.

 

“En de aarde schoot de vrouw te hulp: en de aarde opende haar mond, en verzwolg de stroom op die de draak uit zijn mond had gespuwd.” Openb.12:16{KJV}.

 

De “aarde,” God’s machtige wapen, zal uiteindelijk de vrouw helpen. Het zal de “vloed” verzwelgen; dat betekent, hetzelfde Goddelijke middel welke, volgens de gelijkenis, het onkruid wegneemt en hen verbrandt, neemt op gelijke wijze allen weg die zich bij de [p.88] kerk hebben gevoegd maar die nog steeds heidens van hart zijn. En wat gebeurt er dan? –de Schriften verschaffen het antwoord:

 

“En de draak was woedend op de vrouw en ging weg om strijd te leveren met het overblijfsel van haar nageslacht, die de geboden Gods bewaren, en het getuigenis van Jezus Christus hebben.” Openb.12:17{KJV}.

 

De term “overblijfsel” onthult dat haar zaad is verdeeld in twee delen: de ene is weggenomen, de ander is achtergebleven. Nehemia  bijvoorbeeld verklaart: “De overgeblevenen, die daar in het gewest uit de gevangenschap zijn overgebleven, verkeren in grote rampspoed en smaad.” Neh.1:3. Een “overblijfsel” stelt altijd een deel voor van het geheel, hetzij klein of groot.

 

En merk op dat de draak strijd voert, niet tegen het overblijfsel van de “vloed,” maar tegen het overblijfsel van haar nageslacht{of zaad}. Daar Christus het enige kind is van de vrouw, zijn haar nageslacht daarom de Christenen, zij die geboren worden tot de kerk door de Geest van Christus. Dienovereenkomstig, brengt de handeling van het brengen van de eerste vruchten naar de Berg Zion (Openb.14:1) een situatie tot stand welke tot het overblijfsel maakt degenen die nog overblijven onder de Heidenen. In dit geval daarom zijn zij, de tweede vruchten, het overblijfsel.

 

Laat eraan gedacht worden, dat het nadat de aarde de vloed verzwelgt gebeurt, dat de draak woedend zal zijn op de vrouw, en “strijd” zal “leveren met het overblijfsel van haar nageslacht [niet met haar persoonlijk], die de geboden Gods bewaren, en het getuigenis van Jezus Christus hebben.” Openb.12:16,17{KJV}. Het is dan duidelijk, dat er is geen ontkomen is aan de slotsom [p.89] dat uit de weg ruimen van Satan’s vloed ongetwijfeld de reiniging van de kerk betekent, het vernietigen van hen die zich bij de kerk hebben gevoegd met behulp van de slang. Deze reiniging is juist datgene wat de kerk in staat stelt om als een lichaam de geboden Gods te bewaren en de getuigenis van Jezus Christus te hebben, de levende Geest der Profetie (Openb.19:10), in haar midden. Dit is haar enige hoop, haar enige kracht, haar enige verlossing. In dit licht, blaast Inspiratie nieuw leven in de woorden:

 

“Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion; trek uw pronkgewaden aan, o Jeruzalem, de heilige stad; want van nu aan zal er niet meer in u komen de onbesnedene en de onreine.” Jes.52:1{KJV}.

 

De reiniging van de kerk zal daarom niet de duizendjarige tijd van vrede met zich brengen. Inderdaad niet, maar het zal een einde brengen van de goddelozen in de kerk, en daarmee Satan’s grootste woede tegen het overblijfsel, tegen degenen die, terwijl zij zich nog onder de Heidenen bevinden, het wagen om daarna hun standpunt in te nemen aan de kant van de Heer. Desondanks zullen zij verlost worden als zij, als het ware, hun leven op het spel zetten – als zij hun standpunt innemen aan de kant van de Heer en daardoor hun namen plaatsen in het “boek.” Dan.12:1.

 

De draak kan geen strijd voeren tegen de vrouw, de kerk is gevormd door de eerste vruchten, omdat zij tegen die tijd met het Lam staat op de Berg Sion(Openb.14:1), buiten het bereik van de draak.

 

[p.90] Voor verdere studie over Openbaring 12, lees Traktaat Nr. 12, De Wereld, Gisteren, Vandaag, en Morgen{ Tract No.12, The World Yesterday, Today, Tomorrow}, 1946 editie, blz.45-48. (Hoewel het onderwerp van De Openbaring slechts gedeeltelijk hierin is behandeld, staat de beperkte ruimte in dit traktaat het mij niet toe om verder te gaan).

 

 

—000—

 

[p.91-94]

Schftuurlijke Index

 

—0—

 

“(…)de Geest der waarheid, zal komen, zal Hij u de weg wijzen tot alle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij zal horen, zal Hij spreken; en Hij zal u de toekomende dingen tonen.” Johannes 16:13{KJV}

 

“ Zalig is hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en die dingen bewaren die daarin geschreven staan; want de tijd is nabij.” Openb.1:3{KJV}

 

—0—

 

“Zie, Ik kom spoedig. Zalig is hij, die de woorden der profetie van dit boek bewaart.” Openb.22:7

 

—000—

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



TER CORRECTIE

OORLOGS NIEUWS VOORSPELLING

Barbaren hebben grote naties vernietigd ! Waarom?

Vandaag, Spreekt Gisteren  over Morgen

 

Voorpagina

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OORLOGS NIEUWS VOORSPELLING

 

SAMENVATTING VAN NAHUM’S VOORSPELLING

 

[ p.3 ]

Wanneer de wagens razen door de wijken, wanneer zij zich haasten ginds en weder op de straten: wanneer hun gedaanten zijn als der fakkelen, zij lopen door elkander henen als de bliksemen, op die dag zal een die aan stukken slaat optrekken tegen uw aangezicht, O, Koning van Assyrië. Hij zal u ledig maken, uitgeledigd en uitgeput. Uw hart zal versmelten en uw knieën zullen schudden. Er zal veel smart zijn in uw lendenen en hun aller aangezichten zal betrekken als een pot. Wee der bloedstad die is als Nineve van de dagen dat ze geweest is! Want het is gans vol leugens en verscheuring , de roof houdt niet op. Er is het geklap van de zweep en het geluid der bulderen der raderen van de stampende paarden stampen en van de wagens die opspringen, zijn in haar midden.

 

Ziet op de bergen de voeten desgenen die het goede boodschapt, die vrede doet horen, die zegt vier uw vierdagen of Juda betaal uw geloften, want de Belials man zal voortaan niet meer door u doorgaan hij is gans uitgeroeid. Maar nu zal de Heere het Assyrische juk van u afbreken en zal uw banden verscheuren en u vrij maken.

 

De Heere is lankmoedig, doch van grote kracht. Des Heeren weg is in de wervelwind [ p.4 ] en in de storm. De wolken zijn het stof Zijner voeten. Een ijverig God en een wreker is de Heere, aan Zijn wederpartijders. Hij is ook ter sterkte in de dagen der benauwdheden en Hij kent hen die op Hem betrouwen. Maar Hij zal met een doorgaanden vloed haar plaats te niet maken en duisternis zal Zijn vijanden vervolgen. De benauwdheid zal niet tweemaal oprijzen.

 

 *  *  *

 

Nahum ziet twee grote machten in strijd verwikkeld, weergegeven op een dag wanneer alles zich voortbeweegt op wielen als de “bliksem.” Dan richt hij , bij wijze van scherpe tegenstelling zijn aandacht op één die openlijk loopt op de bergen, niet verborgen in de valleien, en die vrede verkondigt in plaats van oorlog. Hij dringt er bij Judah op aan om trouw te zijn om die vrede te bewerkstelligen, haar verzekerend dat de slechten niet langer in haar midden zullen zijn en dat ze bevrijd zal worden van het Assyrische juk. Tegelijkertijd aanschouwd hij God’s grote macht, Zijn jaloersheid omtrent Zijn volk, en Zijn wraak met betrekking tot hun vijanden.

 

Terwijl hij de macht van deze twee oorlogvoerende krachten visualiseert, ziet Nahum tegelijkertijd de bevrijding van de kerk van het Assyrische juk, vastgelegd in hoofdstuk 1, verzen 12-15 en in hoofdstuk 2, vers 2; en ook de wraak van God vastgelegd in hoofdstuk 1, verzen 1-9. Om het bevattingsvermogen van de lezer te vergemakkelijken met betrekking tot deze drie alles bevattende aspecten van deze voorspelling, handelt dit traktaat met elk (aspect) afzonderlijk.[ p.5 ]

Wel nu, wie zijn precies de spelers in deze gedramatiseerde voorspelling? Nog specifieker, wie kunnen deze twee oorlogvoerenden onder de huidige of toekomstige opstelling van naties, mogelijk zijn. En zijn ze reeds aan de macht gekomen? Zo niet, wanneer zijn ze voorbestemd om dat te doen?

 

Als wij met zekerheid, de antwoorden tot deze onvermijdelijke vragen wensen te weten, zullen we ze vinden in

 

DE SAMENVATTING VOOR DE ANALYSE.

 

Twee machten gezien, verrijzend in hun macht tegen elkander. Inderdaad concentreert de alles omvattende bezorgdheid van het complete boek van Nahum, slechts drie korte hoofdstukken in totaal, zich rond de voorbereiding van dit conflict, het conflict zelf en de titels van de desbetreffende machten.

 

De eerste aanwijzing tot deze oplossing is dat de voorbereiding van de oorlog, plaats vind wanneer rijtuigen met vlammende fakkels, “razen in de straten (…) zij lopen ginds en weder op de straten,”en “ zij lopen door elkander heen als de bliksem.” Nah. 2: 3,4. Het bewijst zich zelf dat deze voorbereidingen gedaan worden wanneer de verkeerswegen van steden en platteland verstopt zijn met autoverkeer.

 

De tweede aanwijzing is dat het conflict zelf, plaats vind wanneer de gemechaniseerde macht in zo een mate ontwikkeld is dat voertuigen gereden worden met een snelheid die bliksemachtig lijkt. [ p.6 ] De oorlog zelf, zal derhalve gevochten worden door gemechaniseerde legers.

 

De derde aanwijzing is dat de ene macht, die “Assyrië” genoemd wordt, een erfelijke titel heet, welke openbaart dat het de moderne tegenhanger is van het eens wijd verspreidde rijk van oud Assyrië, net zoals modern Babylon van Openbaring 17, vers 5, de moderne tegenhanger is van Oud Babylon, en net zoals “geestelijk Egypte” van Openbaring 11, vers 8, de moderne tegenhanger is van Oud Egypte. ( Zie The Great Controversy, pp. 269, 270). Al deze tegenhangers, zijn dan slechts een andere Schriftuurlijke aanduiding  en bevestiging van de eeuwen oude waarheid dat de geschiedenis zichzelf herhaalt en op een veel bredere schaal dan in het origineel.

 

“We staan aan de drempel van grote en plechtige gebeurtenissen. Vele van de profetieën staan op het punt om in snelle opeenvolging in vervulling te gaan. Ieder machtig element staat op het punt om aan  het werk gezet te worden. De geschiedenis uit het verleden zal herhaald worden; oude tegenstrijdigheden zullen tot nieuw leven opgewekt worden en gevaren zullen Gods volk aan iedere zijde omringen. De menselijke familie wordt in de greep gehouden door spanning. Het doordringt alles op aarde.”—Testimonies to Ministers, p. 116.

 

De beslissende omstandigheid is dat de andere macht,

“Hij die aan stukken slaat,” een verworven titel heeft verdient door de deugd van zijn heldendaden. Het karakteriseert , daarom duidelijk een volk dat aan het hoofd een leider van geen [p. 7 ] Koninklijke lijn heeft, maar dat van afwijkend karakter is en ongekende macht, wiens militaire genialiteit allen die hem tegenstaan, verstrooit en vernietigd.

 

Ongeacht of deze vierkantige sleutel deze twee kampen onthuld als zijnde de “Axis” en de  “Verenigde Staten”, vandaag, is onze enige veiligheid van vroeg of laat gevangen en vernietigd worden in dit voorspelde gevecht, nauwkeurig het pad te volgen welke God profetisch voor ons in kaart heeft gebracht.

Inderdaad de profetieën zijn gegeven om geen andere reden dan om de reiziger zijn voetstappen te verlichten naar veiligheid. “ (…) door wetenschap worden de rechtvaardigen bevrijd.” Spreuken 11: 9.

 

Met de sleutel nu in de hand , zullen we in staat zijn het mysterie te ontsluiten, beginnend met

 

HET GEVECHT VAN DE OORLOGVOERENDEN

 

Nahum, Hoofdstuk Een

Verzen 10, 11. “Dewijl zij elkander gevlochten zijn als doornen [verenigd met elkaar om zichzelf te beschermen], en dronken zijn, gelijk zij plegen dronken te zijn[vol theorieën], zo worden zij volkomen verteerd, als een dorre stoppel [ zoals wanneer vuur erdoor heen gaat]. Van u is een uitgegaan[ uit een natie gekarakteriseerd door oud Assyrië] , die kwaad denkt tegen den Heere, een Belialsraadsman.”

 

In het licht van deze passages, wordt het van meet af aan duidelijk, dat hoewel ”Assyrië” bewapend en verenigd is met andere sterke naties (gevlochten zijn als doornen), zal toch noch haar bewapening, [ p.8 ] noch haar bondgenootschap haar redden. Want aangezien ze dronken zijn, gelijk zij plegen dronken te zijn, en daar ze slecht advies heeft ontvangen van een die uit haar is uitgegaan, zal ze volkomen verteerd worden als een dorre stoppel.” “Alzo zegt de Heere: Zijn zij voorspoedig en alzo vele, alzo zullen zij ook geschoren worden, wanneer hij [die aan stukken slaat} zal voorbij gaan.” Vers 12 , eerste gedeelte.

 

Hoofdstuk Twee

 

Vers 1. “Hij die aan stukken slaat trekt tegen uw aangezicht op, bewaar de vesting; bezichtig de weg, sterk de lenden, versterk de kracht zeer.”

 

Van aangezicht tot aangezicht komend met de macht van hem “die aan stukken slaat” wordt Assyrië onstuimig gedreven om zichzelf te versterken. En hoewel  in navolging  op haar versterking de sterkte van haar bondgenoot in aantal groter is dan van hem “die aan stukken slaat”( als hij inderdaad een bondgenootschap is aangegaan), geeft toch juist zijn titel aan dat tegen zijn macht heel Assyrië “ haar vastigheden als vijgebomen zijn met de eerste rijpe vruchten, indien zij geschud worden zo vallen zij dien op de mond die ze eten wil.” Nahum 3 : 12.

 

Vers 3. “De schilden zijner helden zijn rood gemaakt, de kloeke mannen zijn scharlakenvervig, de wagens zijn in het vuur der fakkelen, ten dage als hij zich bereid  en de spiesen worden geschud.”

 

Erg duidelijk is dat deze aanvallende macht, die “aan stukken slaat” zichzelf omgordt  [ p.9 ] voor oorlog in de dagen wanneer de rijtuigen zulke vlammende lichten hebben (krachtige elektrische koplampen), dat ze gelijken op “vlammende fakkels”! In de dagen van dit fenomeen, zullen de “sparbomen [ de grote regeerders van de aarde- Ezech. 31: 1-14] vreselijk geschud worden.”

 

Vers 4. “De wagens razen door de wijken, zij lopen ginds en weder op de straten: hun gedaanten zijn als de fakkelen, zij lopen door elkander henen als de bliksemen.”

 

Wederom ontkomen we niet aan de conclusie dat deze twee machten zich met elkaar in oorlog storten in een tijd wanneer alles wat rijdend is voortgedreven wordt tot ongekende snelheid, en dat hun koortsachtige voorbereidingen voor de strijd daarom een verhevigde toepassing  van hun gevechtskrachten met snel bewegende ”rijtuigen” moet bevatten. Daniel, werd ook verteld dat in “de tijd van het einde, velen het zullen naspeuren en de wetenschap zal vermenigvuldigt worden.”Dan12 : 4.

 

Aangezien het schouwspel van deze dodelijke schermutseling in een dag is van gevorderde mechanisatie, kon het niet de Eerste wereld oorlog zijn, omdat de voorbereidingen voor die vuurzee nog gaande was toen de machinale eeuw nog in haar kinderschoenen was. Zelf toen de oorlog nog gaande was, waren de rijtuigen te weinig, te kwetsbaar en te langzaam om op de wijze voorgesteld door elkander heen te lopen. Om de voorspelling in vervulling te doen gaan, moeten deze twee machten voorbereidingen treffen wanneer de rijtuigen veel en machtig en snel zijn, zoals ze vandaag zijn.

 

[p.10, 11] : foto’s van voertuigen.

 

[p. 12 ]

 

Dit zegt niet dat de vorige Wereld oorlog uitgesloten is van profetie, maar eenvoudigweg dat er een totaal verschillende Schriftuurlijke achtergrond daarvoor gegeven is. De Verlosser Zelf voorspelde met een verschrikkelijke precisie dit angstaanjagende conflict dat haar hoogtepunt  zou bereiken in de  negentiende eeuw van oorlogen en geruchten van oorlogen, toen Hij aankondigde:  “Het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentiën en aardbevingen in verscheidene plaatsen. Doch al die dingen zijn maar een beginsel van smarten.” Matt. 24: 7,8.

 

Inderdaad, dan (1914-`1918) , voor het eerst sinds het aanbreken van de geschiedenis, stonden de natiën en de koninkrijken op tegen elkaar, beslopen hongersnode de door oorlog verwoeste landen, het doodshoofd van pestilentiën volgde daarna en wierpen aardbevingen in snelle opeenvolging overal hun verwoesting  om de rampspoed van de mensheid hoger op te hopen. Al deze calamiteiten leidden slechts naar de Tweede Wereld oorlog, de meest verschrikkelijke aller tijden. Waarlijk, inderdaad de smarten van de Eerste Wereld oorlog, vestigden slechts de aandacht op het begin der smarten!

 

VERZEN 5-8. “Hij zal aan zijn voortreffelijken gedenken, doch zij zullen struikelen in hun tochten [ dat is, hoewel hij hun toejuicht, zullen ook zij niettemin vallen]; zij zullen haasten naar hun muur [ vesting], als het beschutsel [door Assyrië] vaardig zal wezen. De poorten der rivieren [niettemin]zullen geopend worden en het [ Assyrische] paleis zal versmelten.

En Huzab [van Assyrië] zal gevankelijk weggevoerd worden, men zal haar heten voortgaan: en haar maagden [ naties onder haar bestuur] zullen haar [ p. 13 ] geleiden, als met een stem der duiven , trommelende op haar harten. Maar Ninive [ de hoofdstad ] is wel als een watervijver, van de dagen af dat zij geweest is, doch zij [ haar inwoners]  zullen vluchten. Staat, staat! Zal men roepen, maar niemand zal omzien.”

 

In tegenstelling tot stromend of golvend water, staat water in een zwembad stil. Maar in dit geval, vluchten de wateren (mensen) in de hoofdstad van het hedendaagse “Assyrië” in tegenstelling tot alle verwachtingen en hun gevechtstraditie in, weg. En zelf als ze de opdracht horen om te staan, zijn ze nog steeds bezorgd om uit de weg te gaan van hij “die in stukken slaat”, dat ze niet eens durven achterom te kijken.

 

Vandaar, dat aan hem ”die in stukken slaat”, de opdracht gegeven is: Rooft zilver, rooft goud, want er is geen einde des voorraads, der heerlijkheid van allerlei gewenste vaten.” Nah. 2 : 9.

 

Aansluitend aan het geven van deze opdracht tot plundering van Assyrië, keert de Heer zich tot de “bloederige stad” en verkondigt over haar het daaruit voortvloeiende ondergang:

 

VERZEN 10-13. “Ze is geledigd, ja uitgeledigd, uitgeput en haar hart versmelt en de knieën schudden en in al de lenden is smart en hun aller aangezichten betrekken als een pot. Waar is nu de woning der leeuwen [ de paleizen van de koningen], en de weide der jongen leeuwen[het grondgebied van de prinsen],? Alwaar de leeuw de ouden leeuw [ de koning aan het hoofd], en de leeuwenwelp [ de zonen van de koning] wandelde, en er was niemand, die hen verschrikte. De leeuw, die genoeg roofde voor zijn welpen, en worgde voor zijn oude leeuwinnen [ p. 14] [ koninginnen], die zijn holen vervulde met roof, en zijn woningen[ schatkamers ] met het geroofde [ rijkdommen ].

 

“Ziet, Ik ben tegen aan u, spreekt de HEERE der heirscharen, en Ik zal haar wagenen in rook verbranden, en het zwaard zal uw jonge leeuwen verteren, en Ik zal uw roof uitroeien van de aarde, en de stem uwer gezanten zal niet meer gehoord worden.”

Hoofdstuk Drie

 

VERZEN 1-19: “Wee der bloedstad, die gans vol leugen, [en] verscheuring is! de roof houdt niet op. Er is het geklap der zweep, en het geluid van het bulderen der raderen; en de paarden stampen, en de wagens springen op. De ruiter steekt omhoog, zo het vlammende zwaard, als de bliksemende spies, en er zal veelheid der verslagenen zijn, en een zware menigte der dode lichamen; ja, er zal geen einde zijn der lichamen, men zal over hun lichamen struikelen. Om der grote hoererijen wil der zeer bevallige hoer, der meesteres der toverijen, die met haar hoererijen volken verkocht heeft, en geslachten met haar toverijen.

Ziet, Ik [wil] aan u, spreekt de HEERE der heirscharen, en Ik zal uw zomen ontdekken boven uw aangezicht, en Ik zal den heidenen uw naaktheid, en den koninkrijken uw schande wijzen.En Ik zal verfoeilijke dingen op u werpen, en u tot schande maken, en Ik zal u als een spiegel stellen.
En het zal geschieden, dat allen, die u zien, van u wegvlieden zullen en zeggen: Nineve is verstoord, wie zal medelijden met haar hebben? Van waar zal ik u troosters zoeken? Zijt gij beter dan No, de volkrijke, gelegen in de rivieren? die rondom henen water heeft, welker voormuur de zee is, haar muur is van zee. Morenland en Egypte waren haar macht, en er was geen einde; Put [ p. 15] en Lybea waren tot uw hulp. Nog is zij gevankelijk gegaan in de gevangenis; ook zijn haar kinderen op het hoofd van alle straten verpletterd geworden; en over haar geeerden hebben zij het lot geworpen, en al haar groten zijn in boeien gebonden geworden.

Ook zult gij [Assyrië] dronken worden, gij zult u verbergen; ook zult gij een sterkte zoeken vanwege den vijand. Al uw vastigheden zijn vijgebomen met de eerste vruchten; indien zij geschud worden, zo vallen zij dien op den mond, die ze eten wil. Ziet, uw volk zal in het midden van u tot vrouwen worden; de poorten uws lands zullen uw vijanden wijd geopend worden; het vuur zal uw grendelen verteren. Schep u water ter belegering; versterk uw vastigheden; ga in de klei, en treed in het leem; verbeter den ticheloven [ de producerende planten]. Het vuur zal u aldaar verteren; het zwaard zal u uitroeien, het zal u afeten, als de kevers, vermeerder u als sprinkhanen.
Gij hebt meer handelaars, dan er sterren aan den hemel zijn; de kevers zullen invallen, en er van vliegen. Uw gekroonden [onder heren] zijn als de sprinkhanen, en uw krijgsoversten als de grote kevers, die zich in de heiningmuren legeren in de koude der dagen; wanneer de zon opgaat, zo vliegen zij weg, alzo dat hun plaats onbekend is, waar zij geweest zijn[ zij hebben het gemak en het plezier lief]. Uw herders zullen sluimeren, o koning van Assur! uw voortreffelijken zullen zich leggen, uw volk zal zich op de bergen wijd uitbreiden, en niemand zal ze verzamelen. Er is geen samentrekking voor uw breuk, uw plage is smartelijk; allen, die het gerucht van u horen, zullen de handen over u klappen; want over wien is uw boosheid niet geduriglijk gegaan?”

 

Niettemin, “ in een  ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een [ p.16] koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken en verdoen. Maar indien datzelve volk over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen.”Jer. 18: 7,8.

 

We zien dat de Heer op het punt staat om “Assyrië”  voor haar eigen bestwil te vernederen, maar dat Hij het zou willen nalaten als ze zich zou willen bekeren zoals Nineveh van oudsher dat gedaan had bij Jonah zijn waarschuwing, hoogstwaarschijnlijk is deze Voorspelling  gepubliceerd om niet alleen de kerk tot voordeel te zijn, maar “Assyrië” en haar bondgenoten, en zelf haar vijanden.

 

Desondanks, als deze oorlogvoerenden niet vrijwillig willen ontwaken tot het feit dat het Noodlot niet in hun eigen handen is maar in de machtige handen van de Oneindige en Almachtige God, dan zal Hij hun onvrijwillig tot dat besef brengen en slechts hun God vrezende inwoners sparen, zoals Hij verkondigt:

 

“Te dien dage zal er een gebaande weg wezen van Egypte in Assyrië , dat de Assyriërs in Egypte, en de Egyptenaren in Assyrië komen zullen; en de Egyptenaren zullen met de Assyriërs de HEERE dienen. Te dien dage zal Israël de derde wezen met de Egptenaren en met de Assyriërs, een zegen in het midden van het land. Want de HEERE der Heirscharen zal hen zegenen, zeggende: Gezegend zij Mijn volk, de Egyptenaars, en de Assyriërs, het werk Mijnen handen, en Israel, Mijn erfdeel.” Jes. 19: 23-25.

 

Aldus in Zijn Oneindige genade zal de Heer “ de last van Ninevé”  vandaag net zoals Hij deed in de oude dagen opheffen. Inderdaad zal het “tot een zegen zijn in het midden des lands” zelf voor alle volkeren dat Hij zal bewerkstelligen

 

DE BEVRIJDING VAN DE KERK VAN HET “ASSYRISCHE” JUK

 

HOOFDSTUK 1 VERZEN 12, 13. “Alzo zegt de HEERE: Zijn zij voorspoedig, en alzo velen, alzo zullen zij ook geschorren worden en hij zal doorgaan; Ik heb u wel gedrukt, maar Ik zal u niet meer drukken. Maar nu zal Ik mijn juk van u breken, en zal uw banden verscheuren.”

 

Deze persoon (“u”) die de Heer reeds gekastijd heeft, kan duidelijk niet de eerder vermeldde Assyrische koning of natie zijn, want de Heer is deze aan het bevrijden, terwijl Hij de Assyriers aan het slaan is tot aan hun knieën door de handen van hem “die verstrooit”. Wie deze derde persoon (“u) hier geïntroduceerd mag zijn, wordt onmiddellijk vastgesteld door Jesaja in zijn gerelateerde profetie betreffende deze zelfde Assyrië:

 

“En het zal geschieden ten zelfden dage, dat zijn last zal afwijken van uw schouder, en zijn juk van uw hals; en het juk zal verdorven worden, om des Gezalfden wil.” Jes. 10 : 27

 

We zien onmiddellijk dat in het openbarende licht van dit schriftdeel, degene die in beide gevallen bevrijd wordt in de tijd van de ondergang van Assyrië, de kerk (Judah) blijkt te zijn, bevrijd van de overheersing van de Heidenen (Assyriers). Aansluitend, daarom verduidelijkt Jesaja, Nahums profetie als verwijzend naar de bevrijding van de kerk van het Assyrische juk in de laatste dagen. Het feit echter, dat de kerk , zoals Nahum zegt, niet alleen verlicht zal worden van kwelling en bevrijd van slavernij, maar ook veroordeeld zal worden tot de dood (Nah. 1 : 14), schept een tegenstrijdigheid! Inspiratie heldert het echter meteen op wederom door Jesaja. Sprekend over de kerk verklaart hij:

 

“En gijlieden zult uw naam Mijn uitverkorenen tot een vervloeking laten: en de Heere HEERE zal ulieden doden, maar Zijn knechten zal Hij met een anderen naam noemen.” Jes. 65: 15.

 

Het is overduidelijk daarom dat in de tijd wanneer Assyrië ten onder gaat, de Heer een tweevoudig werk zal uitvoeren onder Zijn belijdende volk, waarvan sommigen vrij gemaakt zullen worden vanwege hun getrouwheid en waarvan sommigen geslacht zullen worden vanwege hun slechtheid. De verlosten zullen dan bij een andere naam genoemd worden.

 

De tijd van dit “werk” wordt aangeduid als “oogst.” Matt. 13: 30.

Dus tot aan deze scheiding, maken het onkruid (zij die geslacht gaan worden) en het tarwe (zij die verlost gaan worden) tezamen deel uit van het lidmaatschap van Laodicea (de laatste van de zeven kerken- Openb. 3 : 14-18), de kerk vlak voordat “het onkruid” voor altijd gescheiden wordt van “de tarwe” (Matt. 13 : 30). Heel duidelijk  is dan dat de boetvaardige Laodicensen gescheiden worden van de onboetvaardigen gedurende de val van Assyrië. , en dan bevrijd worden van haar overheersing.

 

VERS 14. “Doch tegen u heeft de HEERE bevolen, dat er van uw naam niemand meer gezaaid zal worden; uit het huis uws gods zal Ik uitroeien de gesneden en gegoten beelden; Ik zal u daar een graf maken, als gij zult veracht zijn geworden.”

 

Aldus vergaat in deze tijd voor altijd de afgodendienaar en zijn afgoden.

 

Een gedetailleerde demonstratie van deze reiniging van de kerk is in Ezechiel’s profetie geprojecteerd. Daar gebied de Heer hem die de geschiedenis van het leven vastlegt, de engel met de schrijvers inktkoker,

om door de stad te gaan en een teken (zegel) te plaatsen op hen die zuchten en weeklagen over de gruwelen die in het midden van dezelve gedaan worden. Dan gaan vijf anderen achter hem aan om te slachten, allen die niet het teken hebben. ( Zie Ezechiel 9: Testimonies to Ministers, p 445; Testimonies, Vol 3, p. 266 en Vol 5, p. 211.)

 

“De stad” is een figuurlijke voorstelling van Judah en Israel, de kerk waarin de 144.000 dienstknechten van God gevonden zullen worden (Testimonies to Ministers, p. 445), zij die genoemd zullen worden bij een andere naam nadat de onwaardige dienstknechten geslacht zijn. En daar de 144.000 de eerste vruchten zijn (Openb. 14: 4) van de oogst, zijn zij de “ontsnapten” van  Jes. 66 : 19 en van Ezechiel 9. Deze scheiding van het tarwe en het onkruid in de kerk is om het begin van de laatste oogst op aarde aan te geven- het einde van de wereld. Dan zal de tijd aangebroken zijn voor het ophouden te bestaan van de naam van de kerkgenootschap, voor al haar afgoden om afgesneden te worden en voor het geven van een nieuwe naam (Jes.  62: 2) aan zij die ontsnappen. Dan zullen deze ontkomenen Gods heerlijkheid en Zijn eer aan de heidenen verkondigen, en zij zullen al uw broeders uit alle heidenen (allen die gered willen worden) tot “het huis des Heren” brengen.” Jes. 66.16, 19, 20.

 

Om zulk een oordeel af te wenden, zal de gehele kerk berouw moeten hebben van haar foute denkwijze, zich ongemakkelijk beginnen te voelen in haar lauwheid, en of koud of heet (ontevreden) worden en geledigd worden van het eigen ik en gevuld worden met de Geest. (Openb. 3 : 14-18).

 

VERS 15.: “ Ziet op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die vrede doet horen, vier uw vierdagen, o Juda betaal uw geloften; want de Belials man zal voortaan niet meer door u doorgaan, hij is gans uitgeroeid.”

 

De aanduiding, ”Judah” is verbonden aan de Christelijke kerk niet alleen vanwege haar antitypische betekenis, maar ook vanwege haar erfelijke

factor. Dit zal gezien worden als we de geschiedenis van Judah overzien:

 

De tien stammen (het koninkrijk van Israel) waren door het oude Assyrië verstrooid over de steden van de Meden , en assimileerden zich met de Heidenen van die dag af, maar het was niet tot jaren daarna dat de twee stammen ( het koninkrijk van Judah) in Babylon werden gebracht, daar verblijvend tot de zeventig jaren waren verlopen van Jeremia’s profetie om dan terug te keren naar hun thuisland. Dus waren het alleen de nakomelingen van het Koninkrijk van Judah die zo ontrouw werden dat ze de Heer verwierpen en kruizigden. Maar de getrouwen tussen hen accepteerden Hem en werden Christenen, de stichtende leden  van de Nieuw testamentische kerk. De kerk zelf is de dochter van het Koninkrijk van Judah. Vandaar dat ze toepasselijke wijze Judah genoemd wordt.

 

Terwijl ze krachtens de deugd van afkomst trouw, en reinheid (geen aanwezigheid van onkruid) het recht heeft om “Judah” genoemd te worden, is zij toch vanwege haar lauwheid in de laatste dagen en de daarvan resulterende infiltratie van “onkruid” in haar lidmaatschap, wordt zij bovendien noodzakelijkerwijs aangeduid als “Laodicea.”

 

Als ze de “ogenzalf” toevoegen (Openb. 3 : 18) zullen ze “ de voeten zien op de bergen van hem die het goede boodschapt, die vrede doet horen!” En door Hem te aanschouwen, zullen ze Zijn boodschap aannemen en de waarheid kennen en de waarheid zal hen vrijmaken, en zal ze redden om uit Zijn mond gespuugd te worden (Openb. 3 : 16).

 

Vandaar dat alleen als ze ontwaken en acht slaan op de stem van de Waarachtige Getuige en hun schreden keren naar de poorten van het Koninkrijk zullen ooit mogen open om deel te hebben aan de plechtige gebeurtenis: “ O Juda! Betaal vier uw feestdagen, betaal uw geloften, want de Belials man zal voortaan niet meer door u doorgaan, hij is gans uitgeroeid.”

 

Hier is in profetische uiting, niet alleen een belofte om de kerk te reinigen wanneer modern Assyrië zal zijn vernietigd, maar ook een suggererende stelling van wat “vlees op zijn tijd” inhoudt, voor de mens heden ten dage en bij welke beweging zij in dienst moeten gaan als ze hun zaligheid zeker willen stellen. Ze worden bevolen om  hun ogen gericht te houden op de voeten van hem die een “goede boodschap” brengt (boodschap van de HEER), die “vrede” (de vrede van het Koninkrijk van Christus) doet horen, en die verkondigt dat terwijl de machten van de aarde betrokken zijn in een gigantische oorlog, de onrechtvaardigen in de kerk afgesneden zullen worden, om niet meer door haar heen te gaan. De profeet vermaand allen specifiek om zich berouwvol te keren naar het huis van Juda ( het Koninkrijk van Juda in de laatste dagen- Micha 4; Ezech. 37: 16-22), de kerk in haar reiniging waarvan verzegeld zullen worden 12.000 uit elk van de 12 stammen, als eerste vruchten.  En hij moedigt de onderdanen van het koninkrijk aan om hun godsdienstige taken uit te voeren en hun beloften aan de Heer te voldoen. In het kort, moedigt hij hen aan om acht te slaan op de boodschap van dit uur – de boodschap die dreiging van de reiniging van de kerk aankondigt, waarna zoals de belofte is, “de onrechtvaardigen niet meer door haar zullen gaan,” want “hij is gans uitgeroeid.” ( Zie ook Matt 13 : 30, 47-50; Jes 66: 16, 19, 20).

 

“Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn en recht en gerechtigheid doen op de aarde. In Zijn dagen zal Juda verlost worden en Israël zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn , waarmede men Hem zal noemen: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID. Daarom ziet de dagen komen spreekt de HEERE, dat zij niet meer zullen zeggen zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israëls uit Egypteland heeft opgevoerd. Maar Zo waarachtig als de HEERE leeft Die het zaad van het huis Israëls heeft opgevoerd en Die het aangebracht heeft uit het land van het noorden, en uit al de landen waarheen Ik ze gedreven had! Want zij zullen wonen in hun land.”Jer. 23 : 5-8.

 

De enige manier voor de “engel” van Laodicea (op wie de veroordeling van ellendig, en jammerlijk en arm en blind en naakt zijn,”is en toch tevreden) om in dit schitterende koninkrijk in te gaan, is om zich zelf vrijwillig te neigen naar de controlerende beteugeling over de kerk, zoals hij de Heer Zelf  hun ziet nemen in Zijn Eigen Handen ( Testimonies to Ministers, p. 300). Waakt op , daarom O “engel” van de Laodicensen, tot de bezielende roep van de Hemel:

 

Waak op, waak op , trek uw sterkte aan, o Zion! Trek uw sierlijke klederen aan o Jeruzalem , gij heilige stad!: want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen. Schud u uit het stof, maak u op , zit neder o Jeruzalem, maak u los van de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Zion. Er is een stem uwer wachters, zij verheffen de stem, zij juichen te zamen want zij zullen oog aan oog zien, als de Heere Zion wederbrengen zal.” Jes. 52: 1,2,8.

 

Als de huidige Wereld Oorlog de ene is die door Nahum voorspelt wordt, en als de verzegeling of van een merkteken voorzien van de “dienstknechten van God” voltooid zal worden zonder dat de engelen hun greep op de winden opnieuw moeten verstevigen (Openb. 7: 1; Early Writings, p. 38) dan is de tijd van het herstel van de verheffing van Jacob en van Israel aangebroken. Ten lange laatste is het uur gekomen van de bevrijding van Zion van de ballingschap van de Heidenen en voor haar kinderen om terug te keren naar het land van hun vaderen (Ezech. 36: 23-38), de wijngaard van de Heer der heerscharen. Dus laat haar gereed en begerig staan, wachtend op de opdracht van de Heeren om derwaarts heen te marcheren.

 

Het is te dien tijde dat Assyrië valt, de reden zijnde:

 

HOOFDSTUK 2, VERS 2  “Want de Heere heeft de hoovaardij Jakobs afgewend, gelijk de hoovaardij Israëls; want de ledigmakers hebben ze ledig gemaakt, en zij hebben hun wijnranken verdorven.”

 

Zijn volk reeds (door de leegmakers) gekastijd hebbende, zal de Heer hun niet meer kastijden, maar zal hun nu vrij maken.

 

Met de natiën de schuld delend van het ontsieren van de ranken van Zijn wijngaard ( Zijn Koninkrijk), moet dit moderne Assyrië nu deel hebben aan deze heilige vergelding, terwijl God Zijn volk terugbrengt naar hun eigen land. Als gevolg daarvan, is de tijd met de val van de “Assyriërs” ( de heidenen in het bezit van het Beloofde Land), “de tijd van de Heidenen” in vervulling gegaan. (Lukas 21 : 24).

 

Vooruitziend naar deze tijd van verlossing, legt de engel uit in Daniël: En te dien tijd zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volk staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal als er niet geweest is. Sinds dat er een volk geweest is tot op dienzelven tijd toe en te dier tijd zal uw volk verlost worden , al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek.” Dan 12 : 1.

 

“ En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen die in het land van Assur verloren zijn , en de heen gedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen de Heere aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem.” Jes. 27: 13

 

Heerlijke belofte! Is uw hart erop gevestigd broeder, zuster ? Geef dan zonder uitstel gehoor aan het heilige gebod: “Bekeert u tot Hem, van welke de kinderen Israëls  diep afgeweken zijn. Want te dien dage zullen zij verwerpen, een ieder zijn zilveren afgoden en zijn gouden afgoden, welke u uws handen tot zonde gemaakt hadden. En Assur zal vallen door het zwaard niet eens mans, en het zwaard niet eens mens zal hem verteren; en hij zal voor het zwaard vlieden en  zijn jongelingen zullen versmelten. En hij zal van vreeze doorgaan naar zijn rotssteen en zijn vorsten zullen voor de banier verschrikken, spreekt de Heere  die te Zion vuur en te Jeruzalem een oven heeft.”Jes. 31: 6-9.

 

“Velen zullen er gereinigd en wit gemaakt en gelouterd worden, doch die goddelozen zullen goddelooslijk handelen en geen van de goddelozen zullen het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan.” Dan 12 : 10.

 

Nahum maakt duidelijk dat in dit conflict God tussen beide komt tegen Assyrië , en dat als gevolg daarvan ze niet bij machte is “hij die aan stukken slaat” te weerstaan. Zichzelf geplaatst om haar te vernederen, versterkt Hij daarom het leger van de vijand. Tengevolge daarvan gaat Assyrië ten onder, niet omdat ze zwak is en klein nog omdat ze talrijker zijn en overtroffen is, maar omdat Gods doel haar ondergang heeft bepaald. Met andere woorden de coalitie die de grotere bronnen en mankrachten heeft  en die uit menselijk oogpunt gezien verzekerd lijkt om te winnen is in dit geval verzekerd van verliezen.

 

Dit is het ironische patroon van de geschiedenis. God bracht altijd het oordeel over verlichte natiën en volken die zo zelfverzekerd en onafhankelijk geworden waren dat hun lichten uitgegaan waren en hun werken slecht en hypocriet. Altijd heeft Hij hun bestraft door het zwaard van de onverlichte en ronduit slechte barbaren. Dit doe Hij om twee redenen: ten eerste, dat ze de dwaasheid mogen inzien van belijden dat ze een rechtvaardig volk zijn terwijl ze in feite slechter dan barbaren zijn en ten tweede dat terwijl deze hypocrieten daardoor geleid worden om zich te bekeren, hun overwinnaars  daardoor geleid mogen worden om te zien dat hun overwinning niet door hun eigen kracht is. Alzo worden beiden de overwinnaar en de overwonnene gebracht naar de plaats waar ze zichzelf aan God overgeven en Hem kunnen verheerlijken.

 

Nadat hij het oude Babylon had overwonnen, ontdekte Cyrus de Barbaar dat zijn overwinning en zelf zijn naam jaren voordat hij geboren in heilige profetieën was vastgelegd. (Jes. 44: 28; 45: 1-4). Waarop “de Heer  de geest van Kores, koning van Perzië verwekte dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk….Zo zegt Kores, koning van Perzië: De HEEre , de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, hetwelk in Juda is. Wie is onder ulieden van al zijn volk? Zijn God zij met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem, dat in Juda is en hij bouwe het huis des HEEREN, de God van Israël, Hij is de God , die te Jeruzalem woont. En al wie achterblijven zou in enige plaatsen, waar hij als vreemdeling verkeert, die zullen de lieden zijn plaats bevorderlijk zijn met zilver, en met goud en met have en met beesten benevens een vrijwillige gave voor het huis Gods die te Jeruzalem woont….

Ook bracht de koning Kores uit, de vaten van het huis des HEEREN, die Nebukadnezar uit Jeruzalem had uitgevoerd en had gesteld in het huis zijn god. En Kores, de koning van Perzië , bracht zo uit door de hand van Mithredath  de schatmeester die ze aan Sesbazar de vorst  van Juda toe telde. En dit is hun getal : dertig gouden bekkens, duizend zilveren bekkens, negen en twintig messen; dertig gouden bekers, vier honderd en tien andere zilveren bekers; andere vaten duizend. Alle vaten wan goud en van zilver waren vijf duizend en vier honderd, deze allen voerde Sesbazar op met degenen die van de gevangenis opgevoerd werden van Babel naar Jeruzalem.” Ezra 1: 1-4, 7-11.

Tegelijkertijd , wisten zij die Kores bevrijd had van de Chaldeense ballingschap dat God hun verlossen tot stand had gebracht. Vandaar dat “de kinderen Israëls , de priesters en de Levieten, en de overige kinderen der gevangenis de inwijding deden van dit huis Gods met vreugde. En zij offerden, ter inwijding van dit huis Gods, honderd runderen, twee honderd rammen, vier honderd lammeren en twaalf  geitenbokken, ten zondoffer voor gans Israël, naar het getal der stammen Israëls. En zij stelden de priesters in hun onderscheidingen en de Levieten in hun verdeling  tot de dienst Gods, die te Jeruzalem is, naar het voorschrift des boeks van Mozes. Ook hielden de kinderen der gevangenis het pascha op de veertiende der eerste maand. Want de priesters en de Levieten hadden zich gereinigd als een enig man, zij waren allen rein; en zij slachten het pascha voor alle kinderen der gevangenis en voor hun broeders, de priesters en voor zich zelfven. Alzo aten de kinderen Israëls die uit de gevangenis wedergekomen waren mitsgaders al wie zich van de onreinigheid der Heidenen des lands tot hen afgezonderd had, om den HEERE ,den God Israëls te zoeken. En zij hielden het feest der ongezuurde broden, zeven dagen met blijdschap; want de HEERE had hen verblijd en het hart des konings van Assur tot hen gewend, om hun handen te sterken in het werk van het huis Gods, des Gods van Israëls.” Ezra 6 : 16-22.

 

Dat “Assyrië”en haar bondgenoten, zich samenvouwden als doornen, mag vandaag de dag dezelfde les geleerd worden, God staat hen toe beroofd en verdorven te worden. Dan zodat ze genezen mogen worden van hun aandoening, geeft de Heer door Jesaja

 

DE ACHTERGROND VAN HUN TOESTAND,

 

EN

 

HET DIETISCHE KUUR.

 

JESAJA, HOOFDSTUK 7, VERZEN 1-16.

“ En het geschiedde nu in de dagen van Achaz, de zoon van Jotham, de zoon van Uzzia, de koning van Juda, dat Rezin, de koning van Syrië en Pekah de zoon van Remalia, de koning van Israël optoog naar Jeruzalem ten oorlog tegen haar; maar hij vermocht met strijden niet tegen haar. Als men den huize Davids boodschapte zeggende: De Syriers rusten op Efraïm , zo bewoog zich zijn hart en het hart zijns volks, gelijk de bomen des wouds bewogen worden van den wind….

 

“Omdat de Syriër kwaad tegen u beraadslaagd heeft, met Efraïm en de zoon van Remalia, zeggende: Laat ons optrekken tegen Jeda, en haar verdriet aandoen en haar onder ons delen en de zoon van Tabeal koning make in het midden van haar. Alzo zegt de Heere HEERE: Het zal niet bestaan en het zal niet geschieden. Maar Damaskus [ niet de hemel] zal het hoofd van Syrië zijn , en Rezin [ niet de Heer] het hoofd van Damaskus; en in nog vijf en zestig jaren zal Efraïm [ het tien-stammen rijk] verbroken worden dat het geen volk zij. Ondertussen zal Samaria[ niet de hemel]  Efraïms hoofd zijn en de zoon van Remalia [ niet de Heer]  het hoofd van Samaria. Indien gijlieden niet gelooft, zekerlijk, gij zult niet bevestigd worden.

 

“En de HEERE voer voort te spreken tot Achaz, zeggende: Eis u een teken  van den HEERE uw God; eis beneden in de diepte, of eis boven uit de hoogte. Doch Achaz zeide : Ik zal het niet eisen, en ik zal den HEERE niet verzoeke. Toen zeide hij: Hoort gijlieden nu, gij huis van David! Is het ulieden te weinig dat gij de mensen moede maakt, dat gij ook mijn God moede maakt? Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden en zij zal een Zoon bare en Zijn naam IMMANUEL heten. Boter en honig zal Hij eten totdat Hij wete te verwerpen het kwade en te verkiezen het goede. Zekerlijk, eer dit knechtje weet te verwerpen het kwade en te verkiezen het goede zal dat land [ Syrië en Israël]  waarover gij verdrietig zijn verlaten zijn van zijn twee koningen [ Rezin en Pekah].

 

HOOFDSTUK 8, VERZEN 1-8. “Verder zeide de HEERE tot mij; Neem u een grote rol, en schrijf daarop met een mensen griffel: Haastende tot den roof, is hij spoedig tot den buit! Toen nam ik mijn getrouwe getuigen, Uria, den priester en Zacharia, den zoon van Jeberechja. En ik was tot de profetesse genaderd, die werd zwanger, en baarde een zoon; en de HEERE zeide tot mij; Noem zijn naam MAHER-SCHALAL, CHAZ-BAZ. Want eer dat knechtje zal kunnen roepen: Mijn vader! Of mijn moeder! Zal men den rijkdom van Damaskus, en den buit van Samaria dragen voor het aangezicht van den koning van Assur.

 

En de HEERE sprak nog verder tot mij zeggende: Dewijl dit volk [Israel]  veracht de wateren van Siloa [ de beschermende gastheer van de hemel] , die zachtjes gaan en er vreugde is bij Rezin en den Zoon van Remalia [ heerlijkheid in hun nationale regering] ; Daarom ziet zo zal de Heere over hen doen opkomen die sterke en geweldige wateren der rivier, de koning van Assyrië en al zijn heerlijkheid; en hij zal opkomen over al zijn stromen en gaan over al zijn oevers.; En hij zal doortrekken in Juda, hij zal het overstromen en er doorgaan, hij zal tot aan den hals reiken en de uitstrekkingen zijner vleugelen zullen vervullen de breedte uws lands, o Immanuel!

 

Dat is, hoewel het oude Judah niet de nederlaag zou lijden door de samenzwering van Israel en Syrië, werd ze niettemin ook gebracht onder het beheer (belasting)  van oud Assyrië. En zoals we zullen zien, eindigde de geest van deze samenzwering niet met dat van oud Israel en Syrië.

 

De hoogte punten van deze bondgenootschap, waarvan sommigen nog steeds in vervulling moeten gaan, vallen aldus in volgorde:

  1. Het omverwerpen van beiden, oud Israel en Syrië door oud Assyrië, als een heilig oordeel specifiek op Israel voor het samen gaan tegen haar eigen broeders, het koninkrijk van Judah (Jes. 7: 2-9).

 

  1. De geboorte van een Zoon (Immanuel) uit een maagd, als een “teken” voor “ het huis van David” ( Jes. 7: 13, 14).

 

  1. De geboorte van een zoon ( Maher-shalal-hash-baz) aan de profeet zelf, “voor tekenen en wonderen” in Israel (Jes. 8: 18).

 

  1. Het omverwerpen van Israel dat zou gebeuren voordat Immanuel het kwade kon leren onderscheiden van het goede, en voordat Maher-shalal-hash-baz zou kunnen zeggen “mijn vader en mijn moeder” (Jes. 7: 16; 8: 4).

 

Ter uitweiding van deze aaneenschakeling van gebeurtenissen, vallen verschillende feiten op in onmiskenbare eigen uitlegging: (1)”Immanuel,”

door de deugd van zijn geboorte uit een maagd en zijn naam, “God met ons” (Matt 1 : 23), kan alleen Christus met ons zijn. (2) Hij was geboren als teken dat de onheilige verbintenis tussen Israel en Syrië op niets zou uitlopen. (3) De landen, Israel en Syrië, welke Judah verafschuwde, zouden verlaten worden door beide hun koningen—overwonnen door de koning van Assyrië—voordat Immanuel in staat was om het slechte te weigeren en het goede te kiezen, en voordat Maher-shalal-hash-baz in staat was om te zeggen “mijn vader en mijn moeder.”

 

Maar het eenvoudige historische feit dat deze twee koninkrijken ten val gebracht werden, eeuwen voordat Immanuel zelf geboren was, geeft een tijdsverschil welke alleen kan worden goed gemaakt door de conclusie dat alle vier naties ( Judah, Israel, Syrië en Assyrië) betrokken bij deze historische handeling, typerend waren voor vier andere die zouden verrijzen een tijd volgend op Immanuel zijn geboorte; want na Zijn geboorte, zouden Israel en Syrië door Assyrië worden overwonnen.

 

Noodzakelijkerwijs, moet er dan in de Christelijke stelsel een afvallige Christelijke macht ( Israel) gevonden worden, die een federatie vormt met een heidense (Syrië), teneinde opgenomen te worden bij of om de orthodoxe Christenen (Judah) te vernietigen. En de enige zo een samenzwering in het Christelijke tijdperk was de onheilige samenvoeging van Kerk en Staat welke regeerde tijdens de Donkere Middeleeuwen, en welke de ondergang  zocht van de “wedergeborenen,” die weigerden om afstand te doen van het Apostolische geloof, en gehoor te geven aan een Christelijke-Heidense ( Israelische-Syrische) federatie.

 

 

Aan Daniel het werk van deze slechte macht voorspellen, verklaarde de engel: “ En het zal woorden spreken tegen de Allerhoogste en het zal de heiligen der hoge plaatsen verstoren en het zal menen de tijden en de wet te veranderen en zij zullen in deszelfs hand overgegeven worden tot een tijd, en tijden en een halve tijd.” Dan. 7 : 25. Als een natuurlijk gevolg, vind het type, het oude Assyrië daarom zijn “dubbele” in de macht die in de Middel Eeuwen de unie tussen kerk en staat verbrak. En aangezien die unie werd ontbonden door de tegenwoordige Protestantse naties, volgt de onvermijdelijke conclusie dat modern Assyrië reikt tot aan onze dagen, zodoende het feit verklarend dat Jesaja’s profetie gerelateerd is aan Nahums profetie.

 

Maar aangezien het oude Assyrië de Israelitisch-Syrische bondgenootschap omver wierp eeuwen voor Immanuël geboren was, en aangezien modern Assyrië de kerk-staat alliantie van de Middel Eeuwen, eeuwen nadat hij geboren was omver wierp, vereist logica dat als Syrië , Judah, Israel en Assyrië typen zijn, evenzo Immanuel dat ook moet zijn. Waardoor de profetie van de geboorte uit een maagd, niet alleen verwijst naar de geboorte van Christus, maar zelf nog belangrijker, naar Zijn volgelingen—de geboorte en ontwikkeling van het Christendom. Aansluitend, moet Maher-shalal-hash-baz symbolisch zijn voor een andere groep in de Christelijke eeuw. En daar hij alleen weet te zeggen “mijn vader en mijn moeder,” terwijl Immanuel (Christus in de persoon van Zijn volk) het kwade weet te weigeren en het goede weet te kiezen, kan Maher-shalal-hash-baz duidelijk niet iemand symboliseren, die leefde voor Immanuel. Verder nog  het feit dat beiden geboren waren in Judah (de kerk) een door de Geest en de ander in het vlees, is afdoende bewijs van hun bestaan, zoals de profeet zegt, voor “wonderen” en als “teken” van twee klassen van kerkleden, levend in dezelfde tijd.

 

In een vorig leven bestaand met Zijn Vader (Heb. 1: 1, 2: John 1: 1, 2) en dan opnieuw geboren zijnde in Bethlehem, vertegenwoordigt Immanuel duidelijk, de “wedergeboren” Christenen (Joh. 3 : 3) ; terwijl nooit vroeger bestaand hebbend, kan Maher-shalal-hash-baz alleen diegene symboliseren die niet “wedergeboren” zijn—dat gedeelte van de kerk lidmaatschap die niet vertegenwoordigt kunnen worden door Immanuel. Een overeenkomst is gevonden in de zinnebeeldige voorstelling van Ishmael en Izaak, de “geborenen naar het vlees” en de “geborenen in de Geest” typeren. – de niet Christelijke Joden en de Christelijke Joden. ( Zie Galaten 4 : 22-31).

 

In een heldere concentratie van deze feiten, komt aan het licht de waarheid dat de “wedergeboren” Christenen die leefden toe Pauselijk Rome viel, en die vertegenwoordigd worden door Immanuel, geestelijk te “jong” waren, niet ver genoeg in de tijd en daarbij behorende Bijbel kennis en geestelijke vooruitgang, om het kwade van het goede te onderscheiden. Dientengevolge, moesten ze deze kennis verkrijgen in de Assyrische (Protestantse) periode, aangezien de bondgenootschap van Israel en Syrië, zoals we ons herinneren, verbroken zou worden door Assyrië nadat Immanuel geboren zou worden, maar voor  Hij “het kwade kon weigeren en het goede kon kiezen” ; en niet slechts nadat Maher-shalal-hash-baz geboren was, maar ook voor hij kon zeggen “mijn vader en mijn moeder.” En het feit de kerk nog steeds onvolmaakt is, toont aan dat zelf de “wedergeboren” Christenen tot aan deze dag niet in staat zijn consequent te kiezen tussen goed en kwaad, en dat die gene die enkel geboren zijn naar het vlees, zo onderontwikkeld zijn om in staat te zijn om zelf een positieve aanspraak te maken op het kennen van hun vader (God) en hun moeder (de kerk).

 

De overduidelijke les is dat tegen de tijd dat iemand bekeerd is (wedergeboren) tot Christus, hij slechts een baby in het Christelijke leven is en heeft de behoefte tot dusver om gevoed te worden, als een nieuw geboren baby met het “zuiver melk van het Woord,” dat hij “daardoor mag groeien.”1 Petr. 2: 2.

 

Door de apostel Paulus, verklaart Inspiratie deze melk te zijn “de eerste principes van de beginselen van God.” Heb. 5 : 12. En door Jesaja, spreekt het: “Wie zou Hij dan de kennis leren, en wie zou Hij het gehoorde te verstaan geven? ” Dan Zijn eigen vragen beantwoordend, verkondigt Het: “Den gespeenden van de melk, den afgetrokkenen van de borsten.”Jes. 28: 9

 

Maar de belangrijkste lessen van Jesaja, hoofdstukken 7 en 8 , leren dat de gezamenlijke kerk , geboren in de eerste eeuw, A.D heden ten dage op het punt staat over te gaan van haar kinderjaren om gevoed te worden met “ vaste spijze” om haar te versterken om het goede te kiezen en het slechte te weigeren.” Want een ieder, die de melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid, want hij is een kind. Maar de volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.”Hebr. 5 : 13, 14. Klaarblijkelijk, als de tijd vordert, zo ook de Waarheid en de Christenen gaan evenredig daaraan vooruit.

 

Zich gevoed hebbende aan “melk” alleen—op de eenvoudige basis openbaringen van het Woord, door de lange jaren van haar kinderjaren en jeugd, is de kerk uiteindelijk beland in de fase waar ze ook “vaste spijze” moet nemen—de gevorderde, laatste dagen openbaringen van het Woord.

 

Dit  wordt nog duidelijker, wanneer we bedenken dat wanneer “Assyrië” in de Middel eeuwen de dodelijke klap uitdeelde aan de kerk-staat unie van die dag, waren nog Maher-shalal-hash-baz, de vlees geboren Christen, nog Immanuel, de Geest geboren Christen volwassen genoeg, zoals we gezien hebben, om “het kwade te weigeren en het goede te kiezen.” Hoewel ze nu tot volledige volwassenheid moeten komen, want niet alleen zijn er velen jaren voorbij gegaan sinds de Assyriërs de klap uitdeelden aan de kerk-staat unie, maar ook is de tijd aangebroken voor Assyrië zelf, om onder te gaan. Behalve dat, is ook de “vaste spijze” reeds hier.

 

Zondermeer is de tijd gekomen voor alle kerkleden om zich te realiseren dat ze voortgaan, van een Christelijke jeugd naar een Christelijke volwassenheid, en zouden daarom, niet langer de gestalte van de volgroeiden proberen te bereiken, door voort te gaan om zich te voeden met het voedsel van de baby’s.  Vandaar dat een ieder, zelf de jongere leden (de geborenen naar het vlees), nu in staat gesteld kunnen worden om hun geestelijke ouder te herkennen, om zo verstandig te kunnen zeggen, “mijn Vader en mijn Moeder” : want om hun God op de juiste wijze te kennen door de Zoon, en om hun kerk op de juiste wijze te kennen door de tijdige Waarheid, is wat het eeuwige leven brengt. En als een ieder de “vaste spijze”, verwerkt zal hij daardoor wijs en sterk worden “om het kwade te weigeren en het goede te kiezen.”

 

Uit noodzaak, daarom is het “speciale werk” voor de kerk, voorspeld in de Grote Strijd, p. 425 verordineerd, om iedere ernstige lid tot Christelijke volwassenheid te brengen.

 

Dienovereenkomstig, moesten de twee voedselsoorten die Immanuel moest eten om “het kwade te weigeren en het goede te kiezen” symbolisch zijn; want boter en honing op zichzelf bezitten geen deugd of doeltreffendheid om moreel onderscheidingsvermogen door te geven, de wil te activeren en het hart te reinigen. Bovendien, at Hij in het algemeen van alle rechtmatige voeding (Matt. 11 : 19). Deze twee punten zijn daarom getuige ervan dat de “boter en de honing” symbolisch zijn voor de ontvouwing van de Schriften, –“voedsel op zijn tijd,” het enige voedsel dat iemand kennis geeft en de wil om het goede te doen in plaats van het kwade. Aldus zei Christus: ‘Ik heb een spijs om te eten, die gij niet weet.” Joh. 4: 32. Vandaar dat de Christen die zijn God waarlijk wil kennen en zijn kerk om geledigd te worden van het kwade en om gevuld te worden met het goede, zich nu moet voeden met de Tegenwoordige Waarheid,–de voortschrijdende Waarheid van het levende Woord, geopenbaard door Inspiratie. (Voor de uitlegging van het restant van Jesaja 7, zie onze traktaat nr. 6)

 

Als men de schacht van de mijn der Waarheid dieper doordringt, vind hij dat wanneer Inspiratie gras figuurlijk maakt voor het volk, het dienovereenkomstig “regen” figuurlijk maakt van haar geestelijke voeding, tijdige Waarheid. Dus wanneer de term gras, tarwe en koren worden toegepast om het volk in het laatste der dagen voor te stellen, dat wordt het geestelijke voedsel dat noodzakelijk is om hen tot hun volledige Christelijke gestalte te brengen gekenmerkt als “late regen” (Zach 10: 1). En om aan te tonen dat het voor de verhoging van de mensheid is, geeft Joel haar verpersoonlijking in de term, “leraar der gerechtigheid” (Joel 2: 23, kantlijn).

 

In dit voortschrijdende licht, zien we dat de late regen (Joel 2 : 23) en de latere Pinksteren (Joel 2: 28) twee, verschillende, gescheiden en succesvolle maar nauw verbonden manifestaties van de Heilige Geest zijn.

 

Het ene geschenk is een speciale waarheid,  een leraar der gerechtigheid,” de kerk verheffend van haar Laodianisme, haar leden geschikt makend voor het slot evangelie werk in de hele wereld. Hun vooraf actief betrokken ziend in dit werk, verkondigt de Geest der Waarheid:  “Alle vrees voor hun familiebetrekkingen was verdwenen, en alleen de waarheid scheen hun verheven toe….. Ik vroeg wat deze grote verandering teweeg had gebracht. Een engel antwoordde, “Het is de spade regen; dit is de verkoeling van het aangezicht des Heren, de luide kreet van de derde engel.”—Eerste Geschriften blz. 326

 

Het andere geschenk is een speciale kracht, die aan iedere ontvanger de  dynamische deugd van een ziener, overdraagt, hun in staat stellend om een speciale waarheid aan de hele wereld te verkondigen. “Ik hoorde degenen die met de wapenrusting bekleed waren, de waarheid met grote kracht verkondigen,” vervolgt de Geest der Profetie. “Het had uitwerking. Velen waren gebonden geweest; sommige vrouwen door hun mans, en kinderen door hun ouders. De oprechten die verhinderd waren geworden van de waarheid te horen, namen die nu begerig aan. “—Ibid.

 

De speciale waarheid, onze kennis van de Schriften, is verkregen als resultaat van gebed, “hongeren en dorsten,” ernaar op de juiste tijd. (Zach. 10: 1). Dan zal “de spade regen,” of verkoeling van het aangezicht des Heren komen om kracht toe te voegen aan de luide kreet van de derde engel.”—Id. p. 86. Dus terwijl de gave van de late regen—de toegevoegde boodschap—kracht en sterkte geeft aan de oude boodschap, geeft de gave van de latere Pinksteren—de toegevoegde kracht van de Geest—dienovereenkomstig kracht  en sterkte aan de boodschappers in de laatste der dagen. Dit wonder werkende kracht, komt bijgevolg niet door het bidden ervoor, maar omdat de boodschappers, door de late regen, aan de voorwaarden hebben voldaan om het te ontvangen.

 

Ongeïnformeerd als wij mensen echter zijn, zijn wij vastbesloten om de speciale kracht te krijgen in plaats van de speciale kennis, welke alleen ons in staat zal stellen om de kracht op de juiste manier te gebruiken. Aldus vinden we mensen on te pas biddend, onwetend en aanmatigend, voor datgene waar ze niet gevraagd zijn om voor te bidden, en niet biddend voor dat wat te pas voor deze tijd is, en waar ze voor vermaand zijn om te bidden!

 

“Licht schijnt voor de rechtvaardigen.” En geen kerk kan vooruitgaan in heiligheid tenzij haar leden ernstig zoeken naar waarheid als naar verborgen schatten.”- De Grote Strijd, p. 522 (eng)

 

Om de Pinkster kracht aan iemand te geven voordat hij tot volledige geestelijke  wasdom is gekomen zou voor God net zo onverstandig als het verlenen van een vergunning aan een arts door een staatsbestuur aan een medische student voordat hij zijn doctorsgraad behaald heeft! En als de Heer ons zou bekleden met de wonder werkende kracht, de ervaring die wij begeren, voordat Hij ons met de wonder werkende kennis van de Schriften begiftigd, die wij nodig hebben, dan zou Hij ons daarmee net zo min een genoegen doen als wanneer een staat aan wie dan ook, alle aanvragers ongeacht hun kwalificaties een rijbewijs zou verstrekken om een auto te besturen. Beiden zijn onverstandige handelingen, en ze zouden vanzelfsprekend, slechts kunnen resulteren in ongevallen bij zichzelf en bij anderen.

 

Dit is  waarom zij die zoeken naar de wonderbaarlijke kracht van de Geest, terwijl zijzelf geen mensen zijn met wonderbaarlijke kennis van de Bijbel, of niets verkrijgen of een fatale vervalsing; terwijl zij die trachten zichzelf te kennen en de Waarheid, vervult worden met kennis boven hun verwachting. En geleerd hebbend, wat zij eigenlijk zijn, en wat ze horen te zijn, zullen ook zij , zoals Jesaja en Paulus ( Jes. 6: 5; Rom. 7: 22, 23), nederig worden in hun eigen schatting, maar krachtige en betrouwbare dienstknechten in de Heer Zijn wijngaard.

 

Vandaar dat met de tijdige ontvouwing van deze eenvoudige doch diepgaande figuren, zou niemand het nu moeten nalaten om de tekenen des tijd te herkennen, en niemand zou zichzelf nu moeten bedriegen van de Waarheid die zij aanbieden. Want, Dat alleen kan de heiligen geschikt maken voor de Pinkster kracht, zoals de Heer zegt: “En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn geest zal uitgieten over alle vlees en uw zonen en dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien,”

 

Wacht niet langer, daarom, maar heden “Begeert van den Heere regen ten tijde des spaden regen, de Heere maakt de weerlichten en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.” Zach. 10 : 1, Joel 2: 28.

 

De dringende les die hier geleerd moet worden is dat zij die steeds vooruitgaan, gelijke tred houden met de mars der Waarheid, de enige echte Christenen zijn. En aangezien zelf van de meest gevorderde van deze, nog niet de hoge standaard hebben bereikt ( de volledige groei) door de Heer voor hun klaargelegd, biedt Inspiratie toch in dit laatste feest van boter en honing (de spade regen), karakter vormend materiaal aan allen aan. Als gevolg hiervan, zullen duizenden getrouwen in het begin (Openb. 7: 3-8; 14: 1,5) en miljoenen ten slotte (Openb.7: 9; Mich. 4: 1-3; Jes. 60: 5,6) uiteindelijk volgroeid voor de oogst, werkelijk de Heer Zijn standaard  bereiken, en komen “tot de eenheid des geloofs en der kennis van de Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus.” Efeze 4 : 13. Wat een overvloedige oogst van volledig gegroeide Christenen om binnengehaald te worden!

 

VERZEN 9, 10. “Vergezelt u te zamen, gij volken! doch wordt verbroken; en neemt ter ore, allen gij die in verre landen zijt, omgordt u , doch wordt verbroken; ….beraadslaagt een raad, doch hij zal vernietigd worden; spreekt een woord, doch het zal niet bestaan; want God is met ons.”

 

De bewering, “God is met ons,” suggereert dat Hij niet met de andere naties is die zich bij elkaar aansluiten voor gezamenlijke bescherming en zullen daarom verbroken worden, terwijl Zijn volgelingen bevrijd zullen worden. Niettemin, voor God “om met ons” te zijn op deze speciale manier, moeten wij vanzelfsprekend een speciale inspanning doen om met Hem te zijn. En om dit te doen moeten wij op een oprechte wijze Zijn wegen bestuderen en vreugde vol in Zijn statige voetstappen volgen, welke ons zal leiden tot een volledige kennis van de profetische verborgenheden, ons in staat stellend om de valkuilen te vermijden, en te blijven staan hoewel alle anderen vallen. Dus, vervolgend, om te kennen de Weg, de Waarheid en het Leven, gaan wij verder met ons onderzoek in de profetie van Jesaja.

 

VERZEN 11-22. “ Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd, met een sterke hand, en Hij onderwees mij van niet te wandelen op en weg dezes volks, zeggende: Gijlieden zult niet zeggen: Een verbintenis, van alles, waar dit volk van zegt; Het is een verbintenis; en vreest gijlieden hun vreze niet en verschrikt niet. Den HEERE der heirscharen, Dien zult gijlieden heiligen en Hij zij uw vreze; En Hij zij uw verschrikking. Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom [ tot de volgelingen van de waarheid] zijn; maar een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israel, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem [net zoals Hij was bij Zijn eerste komst]. En velen [daarom) onder hen zullen struikelen en vallen en verbroken worden en zullen verstrikt en gevangen worden.

 

“Bind de getuigenis toe; verzegel de wet onder mijn leerlingen [volgelingen in waarheid]. Daarom zal ik den Heere verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal Hem verwachten. Ziet [het is nu duidelijk te zien], ik en de kinderen, die mij de Heere gegeven heeft , zijn tot tekenen en tot wondere in Israel van den Heere der heirscharen, Die op de berg Sion woont. Wanneer zij dan tot ulieden [ tot de “verzegelden”] zeggen zullen: Vraagt waarzeggers en duivelskunstenaars, die daar piepen en binnensmonds mompelen; zo zegt Zal niet een volk zijn God vragen? Zal men voor de levenden de doden vragen?  Tot de wet [ Exodus 20: 3-17[ en tot de getuigenis [ Openb. 19: 10], zo zij niet spreken naar dit woord het zal zijn dat er geen licht in hen is. En een ieder van hen [ zij die in duisternis zijn] zal daar doorgaan, hard gedrukt en hongerig; en het zal geschieden, wanneer hem hongert, en hij zeer toornig zal zijn [ door de honger] , dan[ zullen sommigen]  zal hij vloeken op zijn koning en op zijn God, als hij[ sommigen zullen]  opwaarts zal zien. [ en bekeerd worden]. Als hij de aarde aanschouwen zal, ziet er zal benauwdheid en duisternis zijn; hij [de verwerpers van de late regen] zal verduisterd zijn door angst en voortgedreven door donkerheid.”in de dagen van

 

DE MACHT DIE DE SLECHTEN VERNIETIGD EN DE RECHTVAARDIGEN BEVRIJD.

 

NAHUM, HOOFDSTUK 1 VERZEN 1-9:  “ De last van Nineve. Het boek des gezicht van Nahum de Elkosiet. Een ijverig God en een wreker is de HEERE, een wreker is de HEERE en zeer grimmig [ want Zijn vijanden hebben Zijn wijngaard vernietigd] ; een wreker is de HEERE aan zijn wederpartijders en Hij behoudt den toorn zijnen vijanden. De HEERE is lankmoedig, doch van grote kracht en Hij houdt den schuldigen geenszins onschuldig. Des HEREN weg is in wervelwind en in storm [ waar de vliegtuigen van de naties dat niet hebben] en de wolken zijn het stof Zijner voeten. Hij scheidt de zee, en maakt ze droog en Hij verdroogt alle rivieren [maar de mens en haar schepen gaan daarin ten onder om niet meer te verrijzen]; Basan en Karmel kwelen, ook kweelt de bloem van Libanon. De bergen beven voor Hem, en de heuvelen versmelten en de aarde licht zich op voor Zijn aangezicht en de wereld en allen die daarin wonen. Wie zal voor Zijn gramschap staan en wie zal voor de hittigheid Zijns toorns bestaan? Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld. De HEERE is goed , Hij is ter sterkte in den dag der benauwdheid en Hij ken hen die op Hem betrouwen. En met een doorgaanden vloed zal Hij haar plaats[ de plaats van de slechten]  te niet maken en duisternis zal Zijn vijanden vervolgen.

Wat denkt gijlieden tegen des HEERE? Hij zal zelf een voleinding maken; de benauwdheid zal niet tweemaal op rijzen[ want de slechten zullen afgesneden zijn en Zijn koning zal voor eeuwig staan].”

 

*   *   *

 

Vanuit het glorierijke voorraadshuis waar vandaan Immanuel lang geleden boter en honing ontving, is hiermee de Geest der Waarheid te zien, haar ziel-koesterende voeding overvloedig rond strooiend dan ooit te voren. Moge iedereen die het zo vrijelijk ontvangt, niet alleen zijn hart in dank opheffen tot de Grote Gever van alle goede gaven, “de Vader der lichten,” maar evenzo vrijelijk zijn beste inspanningen geven om samen te werken met de Trooster Die is gekomen, om vrijelijk

 

TE GEVEN AAN ALLEN DIE VRAGEN.

 

Ten slotte, om een grotere eetlust te creëren voor meer ‘boter en honing”

(opdat wij niet tekort schieten om de spade regen te herkennen als het in grote druppels om ons heen valt voor de laatste oogst –Testimonies to Ministers, p. 507), of met andere woorden om een grondige studie van deze alom belangrijke openbaring te verwezenlijken, zullen de uitgevers van dit boekje een geschenkenpakket van Tegenwoordige Waarheid publicaties geven aan een ieder die een idee indient, juist of onjuist over welke van de naties het “Assyrië” heden ten dage is en Wie “hij” is die aan stukken slaat;”  alsook wanneer de botsing van deze twee dodelijke vijanden plaats vind. Het pakket bestaat uit een serie van dertien boekjes, een totaal van 1000 bladzijden, bevattende vele lang-verzegelde profetische verborgenheden, die nu ontvouwd zijn- het “vaste voedsel.” Zij die dit dertiendelige pakket reeds hebben, mogen op verzoek gratis een waardevolle nieuwe driedelige set handboeken met speciale Tegenwoordige Waarheid publicaties ontvangen.  “…want boter en honing zal iedereen eten die overgebleven is in het land.” Jes.7 :22.

 

Nu de hemelse wachter zijn deel heeft gedaan, rest het zij die toegesproken worden slechts hun deel te doen— op zich nemen hun

PERSOONLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID.

 

“Mensenkind! Spreek tot de kinderen uws volk, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hen einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen; En hij het zwaard ziet komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk; En een die het geluid der bazuin, hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen; en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op zijn hoofd.  Hij hoorde het geluid der bazuin, maar liet zich niet waarschuwen, zijn bloed is op hem; maar hij die zich laat waarschuwen, behoudt zijn ziel. Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg, die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal ik van de hand des wachters eisen.

 

“Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen en hen van Mijnentwege waarschuwen. Als Ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven en gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. Maar als gij den goddeloze van zijn weg afmaant, dat hij zich van dien bekere, en hij zich van zijn weg niet bekeert, zo zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel bevrijd.” Ezech. 33: 2-9

 

“Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere Heere, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zou gij sterven, o huis Israels. Gij dan om mensenkind! zeg tot de kinderen uws volks: De gerechtigheid des rechtvaardigen zal hem niet redden ten dage zijner overtreding; en aangaande de goddeloosheid des goddelozen, hij zal om dezelve niet vallen, ten dage als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen  leven door dezelve zijn gerechtigheid ten dage als hij zondigt.  Als Ik tot den rechtvaardige zeg, dat hij zekerlijk leven zal, e hij op zijn gerechtigheid vertrouwt, en onrecht doet, zo zullen al zijn gerechtigheden niet gedacht worden, maar in zijn onrecht, dat hij doet, daarin zal hij sterven. Als Ik ook tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven! En hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet: Geeft de goddeloze het pand weder, betaalt hij het geroofde , wandelt hij  in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zekerlijk leven, hij zal niet sterven. Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven.”Ezech. 33 : 11-16.

 

Aan u die acht slaat op deze tijdige waarschuwing, zal de glorierijke  beloning komen: “En het zal geschieden, dat de overgeblevenen in Sion, en de overgelatene in Jeruzalem zal heilig geheten worden, een iegelijk die geschreven is ten leven te Jeruzalem; Als de Here zal afgewassen hebben den drek der dochteren van Sion en de bloedschulden van Jeruzalem zal verdreven hebben uit derzelver midden door den Geest des oordeels, en door den Geest der uitbranding. En de Heere zal over alle woning van den berg Sions en over haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags en een rook en den glans eens vlammenden vuurs des nachts, want over alles wat heerlijk is zal een beschutting wezen. En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht en tot een verberging tegen den vloed en tegen de regen.

 

Maar aan u die geen acht slaat op deze waarschuwing, “uw mannen zullen door het zwaard vallen, en uw helden in den strijd.”Jes. 3 : 25.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TIJD EN GELEGENHEID VERKLAREN VERBORGENHEDEN

 

( Onderwerp: NAHUMS OORSLOG PROFETIE)

 

Tijd en gelegenheid zijn nog steeds de meest betrouwbare getuigen, evenals de beste ontknopingen van verborgenheden. Zij geven nu de antwoorden op de vragen: Welk van de naties is “Assyrië” van vandaag?

Wie is “hij die aan stukken slaat”? Wanneer vind de botsing van deze twee dodelijke vijanden plaats (p. 47,)?

 

Nu er een behoorlijke tijd voorbij is gegaan sinds dit traktaat van de pers afkwam (4 jaren), en aangezien er vele belangrijke gebeurtenissen zichzelf vanaf toen tot volwassenheid hebben gevormd, zijn onze lezers van gevorderde Waarheid ongetwijfeld nu in een veel gunstigere positie om de waarheid zelf nog duidelijker en nog realistischer dan tevoren te zien. Vandaar dat wij ten voordelen van allen deze hoofdstukken toevoegen. Ze geven de visie van het traktaat weer op het onderwerp, daar tijd en gebeurtenissen nu in staat zijn ten toon gesteld te worden.

 

De trend van de Tweede Wereld oorlog, laat geen twijfel over dat het die is die voorzegd wordt in de profetie van Nahum. Dit wordt kenbaar gemaakt door verschillende feiten:

 

Inspiratie maakt duidelijk dat Nahum’s oorlog gevochten wordt in de tijd dat rijtuigen razen door de straten, terwijl ze ginds lopen en weder, terwijl ze zijn als der fakkelen en lopen als bliksemen in onze dagen. (Nah. 2 : 4).

 

De profeet, stelt bovendien dat nadat “hij die aan stukken slaat”(Nah 2:1) opkomt voor Assyrië’s aangezicht, dan is het dat Assyrië haar “lenden sterk maakt,”en “haar krachten zeer versterkt”. (Nah. 2 : 1)-welke zoals de wereld weet, precies is wat plaatsvond toen Hitler tegen de geallieerden kwam. De geallieerden, onvoorbereid om te vechten tegen Hitler, toen hij begon te verstrooien, versterkten hun krachten op machtige wijze nadat de oorlog begon. Al deze feiten, bewijzen dat de Tweede Wereld oorlog, de oorlog is die door Nahum geprofeteerd is en dat Hitler degene is die “aan stukken slaat”.

 

Hoewel Nahum de ”val van Assyrië” in verband met “hij die aan stukken slaat, ” voorspelt, zegt het niet dat hij die aan stukken slaat zelf met Assyrië zal afrekenen, zoals men logischerwijs geneigd zou zijn te concluderen. Hoewel het nu te zien is dat hij die aan stukken slaat, zelf alleen ervoor zorgde dat niet alleen de geallieerde naties, maar ook zijn eigen natie in stukken gebroken werd of zorgde dat er gebroken werd.

In feite zegt de profetie dat “zijn voortreffelijken” (de voortreffelijken van die aan stukken slaat) niet zouden winnen, maar dat ze zouden “struikelen in hun tochten,” struikelen op hun weg naar de overwinning ( Nah. 2 : 5). En wat gebeurde er in Hitler zijn leger ? Ze struikelden terwijl ze trachten Rusland te verslaan.

 

Na Nahum 2: 5 is er geen vermelding meer van hij die aan stukken slaat, tonend dat hij uit de weg is geruimd. Voeg hieraan het feit toe de waarheid dat deze oorlog de gehele wereld heet verdeeld- in het bijzonder alle naties en volkeren- in tegen elkaar strijdende schijfjes van allerlei formaten, en we hebben een solide anker tot het bewijs dat de Tweede Wereld oorlog, Nahums oorlog is, en dat Hitler degene is die inspiratie betiteld als “hij die aan stukken slaat.” Inderdaad verdeelde hij de naties en volkeren zo dat tot nu toe niemand in staat is geweest ze weer aan elkaar te smeden.

 

Voorts, heeft Engeland als uitkomst van de oorlog eigenlijk niet gewonnen. Ja, ze heeft daarbuiten meer verloren, dan wat ze zou hebben verloren als ze Hitler had laten hebben wat hij in eerste instantie wilde, slechts een deel van Polen.

 

Dan, heeft ook de nederlaag van Japan en van Duistland op geen enkele wijze de oorlog geëindigd. Het heeft het alleen de internationale dodelijke wonde dieper gemaakt. Zodoende de mogelijkheid van iedere fase vervullend van de waarheid die traktaat 14 inhoud, die nu helderder zijn dan voorheen. Voor zover het Inspiratie betreft is de Tweede Wereld oorlog nog niet geëindigd.

 

Dit op zich zelf is bewijs genoeg, dat de wereld nu gedurende de periode van internationale onrust, zoals het nooit tevoren had—onrust die veroorzaakt is door ieder bestaande element- geboorte gaat geven aan iets. Voor zover we het nu zien, zijn al de dingen waarover we lezen in traktaat nr. 12  en nr. 14 op weg naar een snelle vervulling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Ter Correctie

De Groeten Van Christus Aan  U

EEN GESCHENK                                                                                                                            [p.3]

 

 

Wees gegroet, trouwe vrienden van God’s Boek!-U, die uzelf zou willen reinigen van de verderfelijke gebruiken van de heidenen. Voor u zijn hier uitgegoten de reinigende tijdingen van de waarheid betreffende geschenken!

Dat zij plaats mogen maken in uw harten voor de zegeningen, die heden aan uw deur wachten, teneinde uw hart, uw leven en uw huizen te vervullen, zoals het nieuwe jaar wacht om de plaats in te nemen van het ouden.

Moge, inderdaad , elke dag uw leven overvloedig zijn met gezondheid, geluk, voorspoed en alle goede dingen voor u en de uwen, terwijl een ieder zich verheugt in de heerlijke verwachting van het Koninkrijk, dat spoedig komt, en dat u zich voorbereid voor een tehuis daarin.

 

Sommige boeken zijn veel groter

En zeggen meer, dat is waar;

Maar geen enkele zou MEER kunnen WENSEN

Dan dit U TOEWENST—

Stromen van zegen

Meteen en voor langere tijd,

Om u op te wekken en te houden

Wijs , gelukkig en sterk,

Vandaag, morgen—door de eeuwigheid heen!

 

[p.5]

De Groeten van Christus

 

EEN GESCHENK AAN GESCHENKGEVERS EN

GESCHENKONTVANGERS.

 

 

“Iedere gave, die goed  en elk geschenk dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij Wie geen verandering is, of zweem van ommekeer.”  Jakobus 1:17

 

Gedurende meer dan negentien eeuwen, is de instelling van Kerst, de populaire dag van geschenkenuitwisseling, door de gehele Christhenheid toegejuicht als een van Gods goede en volmaakte geschenken. En dit sentimenteel gebeuren is verheerlijkt en vereeuwigd tegen het alom bekendstaand feit in, dat Hij in werkelijkheid helemaal niet in december werd geboren, dat de viering van de dag eenvoudigweg een heidens gebruik is , in stand gehouden in bekoorlijke Christelijke schijn en dat het geen geschenk van God is.

 

“De kerstgedachte werd nagegaan in de geschiedenis,”zegt een daarmee verbandhoudend krantenbericht uit Chicago, gedateerd 23 december 1935”, en geidentificeerd als een ‘publieke vijand’ van de eerste orde.

 

“Gebrandmerkt als een heidense vogelvrij verklaarde werd het verbannen uit New England door de Puriteinen in 1659

[p.6]

“Kerstvrolijkheid en feesten, ergerde de plechtige pijlers van de kerk dusdanig, verklaarde prof”. William Warren Sweet van de Universiteit der kerkgeschiedenis te Chicago, dat zij het Algemene Gerechtshof van de leefgemeenschap van Massachussets een wet uitvaardigde, die als volgt luidde’:

 

“Wie dan ook betrapt wordt op het vieren van Kerst of iets dergelijks, zij het door gedoging of praktisering daarvan, gebras of op welke andere wijze dan ook , als een festifiteit, zal met vijf shilling worden beboet.

 

“Slechts tijdens de laatste helft van de eeuw werd de kerstgedachte in Amerika aanvaard en dt zelfs in de kerk , bevestigde prof. Sweet.

 

Met deze alombekende historische feiten voor ogen, behoeft deze fase van het onderwerp geen verdere behandeling, dan de duidelijke waarschuweing van de Heer betreffende:

 

Kerstviering en Kerstgeschenken.

 

Terwijl voor een menigte van kerstvierders Christus nauwelijks meer betekent, dan elke doorsnee mens van faam, is Hij voor een grotere menigte kerstvierders die helemaal geen Christen zijn, slechts een figuur uit verhalen, door wie op die  vrije dag pretmakerij tevoorschijn getoverd wordt. Hoewel zij zonder betekenis Zijn naam mompelen in vormelijke erkenning van de vermoedelijke oorsprong van de religieuze aangelegenheid van het seizoen! Aldus is het voor velen, als een licht in de duisternis, een vaststaand feit, dat kerst, in wezen

 

7

 

niet onderhouden wordt ter ere van de Verlosser, maar ter verheerlijking van een heidens gebruik en ter bevrediging van het vleselijk gezinde hart. Dus kunnen zij die een “in-elk-opzicht-Christen” zijn, daarom niet consequent deelnemen aan de viering van de kerstmythe. Inderdaad, slaat men, door dat te doen, Gods Woord openlijk in de wind, want:

 

“Zo zegt de HERE : gewen u niet aan de weg der heidenen en schrik niet voor de tekenen aan de hemel, omdat de volken daarvoor schrikken. Want de handelwijze der volken, die er zijn, zijn ijdel: want men kapt een boom uit het woud, het werk der handen van de werkman, met de bijl.

 

“Zij versieren het met zilver en goud, met spijkers en hamers maken zij het vast, zodat het niet waggeld. Zij staan rechtop als een palm, maar zij spreken niet’’ zij moeten beslist gedragen worden, want zij kunnen geen stap doen. Vreest voor hen niet, want zij kunnen geen kwaad doen, maar ook goeddoen is er bij hen niet. “(Jer. 10: 2-5, K.J.V)

 

En de traditie van het uitwisselen van geschenken welk part en deel uitmaakt van de gedachte van kerstviering, is een jaloersheidopwekkend gebruik, dat maar al te vaak slechts het hart van de ontvanger aantast en de beurs van de koper ledigt. Terwijl het aldus de ene menigte prikkelt tot het aan de dag leggen van trots, ja, het zelf verlokt tot rivaliteit( wedijveren) , losbandigheid, en immoraliteit( verdorvenheid), zet het de andere menigte , de arme massa, aan tot zowel afgunst of ontmoediging, of beiden, zo ook niet  minder vaak tot wanhoop, en soms tot waanzin. -zelfs tot het plegen van moord en zelfmoord.

 

7

 

De gehele kerstinstelling is dus een soort van heidense aanbidding, die natien demoraliseert. De dienstknechten des Heren zullen altijd het uitwisselen van kerstgeschenken schuwen. Schuw de kwade medewerking aan de aanmatigende geest en valse humaniteit (menslievendheid) van deze aangelegenheid. Christenen kunnen inderdaad niet deelnemen aan het onheilige verkeer van geschenkenhandel en gebras en tegelijkertijd in-alle-opzichten-Christenen” zijn. {TN13: 8.1}

 

“Wie zou U niet vrezen, o Koning der volken? Want U komt het toe (…) Nietig zijn zij, en het werk der dwalingen; in de tijd van hun bezoeking zullen zij teniet gedaan worden. Want de herders [ de geestelijke leiders] zijn verdwaasd (wreed, redeloos of beestachtig) geworden, en hebben de HERE niet gezocht; daarom zullen zij niet voorspoedig zijn, en al hun kudden, zullen verstrooit worden.” Jer. 10:7,15, 21{King James vertaling}.  {TN13: 8.2}

 

Het uitwisselen van kerstgeschenken is echter niet het enige kwaaduitbroedend gebruik. Een ander kwaad , dat niet minder is , is het gebruik van uitwisselen van

 

Verjaardagsgeschenken. {TN13: 8.3}

 

Hoewel geboortedaggeschenken ter ere van de pasgeborene in overeenstemming is met de edele impulsen der mensheid, is de gewoonte van het geven van geschenken aan elkaar op verjaardagen, zoals het daaraan verwante gebruik van het uitwisselen van kerstgeschenken, een gebruik dat trots, buitensporigheid, onbillijkheid of ongemak, ontevredenheid, jaloersheid,

 

8

 

zorgen, en een menigte van soortgelijke boosheden verwekt. Als zijnde verplicht, zijn verjaardagsgeschenken, in de laatste analyse, helemaal geen geschenken, maar louter formele uitwisselingen, die, in de meeste gevallen waardeloos (of onbruikbaar), buitensporig en schadelijk zijn. De volgeling van Christus, die met zijn gehele hart Zijn raadgevingen koesterd, zal dit verderfelijk of kwaadaardig gebruik schuwen of de aangelegenheid nu Kerst, Pasen, verjaardagen of wat dan ook is. Kortweg gezegd hij zal alles schuwen behalve het schenken van

 

Liefdesgeschenken. {TN13: 8.4}

 

Als u een liefdesgeschenk wenst te geven, niet een gelegenheidsgeschenk, laat het iets bruikbaars zijn, nooit een luxe of ijdel geschenk, en niet boven uw mogelijkheden(middelen); laat het gedreven zijn door een onzelfzuchtige en grootmoedige geest in plaats van dwangmatigheid of trots, gewoonte of vergoeding (vergelding). Laat het kortom een oprecht liefdesgeschenk zijn tot eer van de ontvanger, niet ten ere van een gelegenheid, welke niet alleen een vergelding aangeeft, maar het zelfs vereist. Christenen moeten gevers zijn, geen handelaren! {TN13:9.1}

 

Ten slotte, moet dezelfde onzelfzuchtige geest, die Maria bewoog om de “alabaster pot” te breken en de kostbare zalf te gieten ter ere van Hem wiens onvergelijkelijke bloed was gevloeid om allen te reinigen, zowel de gever als de ontvanger drijven en het geschenk moet nu dezelfde uitwerking hebben als de zalf had voor de begrafenis en als het bloed had voor de opstanding. {TN13: 9.2}

 

Niet alleen behoren Christenen op het juiste moment wijze en onzelfzuchtige gevers zijn, maar ook

 

9

 

wijze en dankbare ontvangers. Allicht moeten zij zich verblijden in de glorierijke geschenken van God meer dan in de vergankelijke geschenken van mensen. Zulke christenen zijn gelukkig in het geven van liefdesgeschenken, maar hun grootste vreugde en zegening zal zijn in de naleving van de

 

Heilige Herdenkings- en Eeuwige Rust Geschenk

 

Het grootste tastbare geschenk dat ooit verleent is aan de mensheid is de mooie aarde en de “”volheid daarvan””, gekroond met de Eeuwige Rustdag-de Rust die de nalevers bevestigd in de waarheid, dat de Heere alle dingen in zes dagen schiep en “” ruste op de zevende dag””: daarom zegende Heere de Sabbatdag en heiligde die.””. Dienovereenkomstig, van alle dagen van de week, is deze alleen heilig. Daarom, “” Gedenk de Sabbatdag , om het zo te houden. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen,: maar de zevende dag is de Sabbat van de Here uw God: daarop zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, uw dienstknecht, uw dienstmaagd noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw poorten is, want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde, de zee en al wat daarin is gemaakt, en rustte op de zevende dag”” Exodus 20: 8-11.

 

Door een getrouwe Sabbat naleving nu, zal ieder ware christen zijn waardering tonen, voor deze compleet wijze en liefdevolle voorziening voor de fysieke, mentale en geestelijke welzijn van de mensdheid en daarbij zijn geloof in zijn Schpper, zodat hij het voorrecht toegekend mag worden van

 

Het houden van het Sabbat geschenk in eeuwigheid.

 

“” Want ziet , die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen als mestkalveren. En gij zuld de goddelozen vertreden want zij zullen als worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen.”” Mal 4 : 1-3

Gedenk [ allen die getuige zullen zijn van de vernietiging van de slechten hierboven beschreven] de wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israel, der inzettinen en rechten. Vers 4

Dit gebod om de wet welke Mozes ontving in Horeb te houden, is volgens de Schriften,voor allen die zullen leven in de groote en geduchte dag des Heren – levend wanneer God naar de wereld Zijn laatste profeet stuurt, de antitypische Eliah: Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia eer dat de grote en die vreselijke dg des HEEREN komen zal.”” Vers 5

 

Duidelijk is het dat wij Zijn Heilige Gave (gift) van de wet van Mozes moeten gedenken, niet alleen voor de beloofde profeet arriveert en terwijl hij de grote en vreselijke dag des HEEREN verkondigt, maar zelf voor eeuwig:

“” Want gelijk als die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen staan, spreekde de HEERE, alzo zal ook ulieder zaad en ulieder naam staan.En het zal geschieden , dat van de ene nieuwe maan ot de andere, en van den enen sabbat tot den anderen, aale vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.En zij zullen henen uitgaan en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen”” . Jes 66: 22-24.

 

Doch bidt , verzoekt de Here, vooruitkijkend naar de tijd van de grote verdrukking,  dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat””. Matt 24:20.

Dus moeten we niet alleen het sabbat geschenk koesteren, maar tevens ernstig bidden dat de omstandigheden zichzelf zo voordoen dat we niet een sabbat-brekende(ontheiligende) toestand over ons halen, waar er geen ontsnapping van is. Want de sabbat  gemaakt zijnde voor de mens en niet de mens voor de sabbat, maakt het klaarblijkelijk (duidelijk)een zegen voor hen , niet hen tot een zegen ervoor.

 

Christenen weten uit ervaring dat Satan harder probeert de mens van het sabbatgeschenk te beroven dan ieder ander geschenk van God, zelf door het beest te inspireren om voor hem te spreken tegen De Almachtige God en te trachten de “”tijden en wetten”” te veranderen. Dan 7 : 25  Wordt dus niet een navolger van het beest, maar weest volgers van Christus en door uw goed gedrag, “”bevestigd de wet””. Romeinen 3 : 31.

En onthou, dit Heilige Geschenk , de sabbat , is een Geschenk, niet alleen voor de kinderen van Jacob, maar

 

Een Geschenk voor “”Alle Vlees””.

 

Welgelukzalig is de mens, die zulks doet en des mensen kind, dat daaraan vasthoudt; die den sabbat houdt, zodat gijdien niet ontheiligt en die zijn hand bewaart van enig kwaag te doen. En de vreemde, die zich tot den HEERE, gevoegd heeft, spreke niet zeggende: De HEERE heeft mij gans en al van Zijn volk gescheiden en de gesnedene zegge niet Ziet ik ben een dorre boom. Want alzo zedt de HEERE van de gesnedenen, die Mijn sabbatten houden en verkiezen hetgeen, waartoe Ik lust heb en vasthouden aan Mijn verbond; Ik zal hen ook in Mijn huis en binnen  Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan der zonen en dan der dochteren; een eeuwigen naam zal Ik een ieder van hen geven, die niet uitgeroeid zal worden. En de vreemden die zich tot den HEERE voegen, om Hem te dienen en om den Naam des HEEREN lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn; al wie den sabbat houdt, dat hij dien niet ontheilige en die aan Mijn verbond vasthouden; Die zal Ik ook brengen tot Mijn heiligen berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aangenaam ween oop Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken. Jes 56:2-7

 

Een juiste beoordeling van dit Eeuwige Rust Geschenk, zal  de juiste beoordeling verzekeren van

 

Andere  Kostbare Geschenken.

 

Een ware Sabbat-houder zal geen ondankbare zijn. Hij zal eerder dankbaar zijn in alles, de Heer dank betuigende voor het geschenk vanovervloed, zo ook  voor het geschenk van gebrek; en zij het in voor – of tegenspoed, zal hij vanuit het hart met Paulus zeggen: Niet dat ik zeg, als zou ik gebrek lijden; want ik heb geleerd met de omstandigheden, waarin ik verkeer genoegen te nemen. Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk

Opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden, zowel in overvloed als in gebrek.Fil. 4 : 11,12

 

Aldus zal elke goede Christen, bij slecht of bij goed weer leren om anderen tot  Christus te leiden, in gedachte houdend, dat “”alles zijn bestemde tijd heeft”” en alle voornemen onder de hemel heeft zijn tijd. Er is een tijd om geboren te worden en er is een tijd om te sterven; een tijd om te planten en een tijd om het geplante uit te roeien; een tijd om te doden en een tijd om te genezen; een tijd om af te breken en een tijd om te bouwen; een tijd  om te wenen en een tijd om te lachen een tijd om te kermen en een tijd om op te springen; een tijd om stenen weg te werpen, en een tijd om stenen te vergaren; een tijd om te omhelzen en een tijd verre te zijn van omhelzen; een tijd om te zoeken en een tijd om verloren te laten gaan; een tijd om te bewaren en een tijd om weg te werpen; een tijd om te scheuren en een tijd om te naaien; een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken; een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten; een tijd van oorlog en een tijd van vrede. Pred 3 : 1-8 (SV)

 

Trouw aan zijn geloof, zal de trouwe volgeling van Christus, in eerbiedige waardering en dankbaarheid, dank zeggen voor het geschenk van elke tijd en gelegenheid, voor het geschenk van overvloed en voor het geschenk van gebrek,ook voor het geschenk van een tehuis en voor ;het geschenk van de dierbaren – een echtgenoot, een echtgenote en kinderen; een vader en een moeder, verwanten en vrienden. En hij zal dankbaar het gebod des Heren eren:

 

“” Mannen hebt uw vrouw lief, gelijk ook Christus de gemeente heeft liefgehad, en Zichzelf voor haar heeft overgegeven; om haar te heiligen, haar  reinigende door eht waterbad door het Woord en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatssen, stralen, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zodat zij heilig is en onbesmet. Zo zijn de mannen [ook] verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw lief heeft, heeft zichzelf lief; want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het, zoals Christut de gemeente, omdat wij leden zijn van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente. Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich verenigen met zijn vrouw en die twee zulen tot een vlees zijn . Ef. 5 : 25-31 KJV

 

Vrouwen weest aan uw man onderdanig als aan de HERE, want de man is het hoofd van Zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is van de gemeente; Hij is de verlosser van het lichaam. Daarom zoals de gemeente onderworpen is aan Christus, laten ook zo de vrouwen onderworpen zijn aan hun eigen mannen in alles. “” Verzen 22-24.KJV Want de vrouw die een echtgenoot heeft is door de wet gebonden aan haar echtgenoot, zolang  hij leeft; maar als de echtgenoot dood is , is zij ontslagen van de wet van haar man. “” Rom. 7:2 KJV

 

Doch ik zeg den ongetrouwden en den weduwen: Het is hun goed, indien zij blijven gelijk als ik. Maar indien zij zich niet kunnen onthouden, dat zij trouwen; want het is beter te trouwen dan te branden.

 

Doch den getrouwden gebiede niet ik, maar de Heere, dat de vrouw van den man niet scheide. En indien zij ook scheidt, dat zij ongetrouwd blijve, of met den man verzoene; en dat de man de vrouw niet verlate.Maar den anderen zeg ik, niet de Heere:

 

Indien enig broeder een ongelovige vrouw heeft en dezelve tevreden is bij hem te woen, dat hij ze niet verlate

En een vrouw, die een ongelovigen man heeft, en hij tevreden is bij haar te wonen, dat zij hem niet verlate. Went de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door den man; wnat anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig. Maar indien de ongelovige scheidt dat hij scheide. De broeder of zuster wordt in zodanige gevallen niet dienstbaar gemaakt; maar God heeft ons tot vrede geroepen. Want wat weet gij, vrouw of gij den man zult zalig maken? Of wat weet gij man of gij de vrouw zult zalig maken?

 

Een iegelijk blijve in die beroeping daar hij in geroepen is. Zijt gij een dienstknecht zijnde geroepen, laat u dat niet bekommeren; maar indien gij ook kunt vrij worden, gebruik dat liever. Want die in den Heere geroepen is , een  dienstknecht zijnde, die is een vrij gelatene des Heeren, desgelijks ook die vrij zijnde geroepen is, die is een dienstknecht van Christus. Gij zijt duur gekocht, wordt geen dienstknechten van mensen. Een iegelijk waarin hij geroepen is broeders, die blijve in hetzelfve bij God.

 

Aangaande de magden nu, ;heb ik geen bevel des Heeren, maar ik zeg mijn gevoelen, als de barmhartigheid van den Heere gekregen, heb  om getrouw te zijn. Ik houde dan dit goed te zijn om den aanstaanden nood, dat het , zeg ik den mens goed is alzo te zijn.

 

Zijn gij aan een vrouw verbonden, zoek geen ontbinding, zijt gij ongebonden van een vrouw, zoek geen vrouw.

Maar indien gij ook trouwt, gij zondigt niet en indien een maagd trouwt, zij zondigt niet. Doch dezulken zullen verdrukking hebben in het vlees; en ik spare ulieden.

 

Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is [het koninkrijk komt spoedig] , opdat ook die [nu] vrouwen hebben zouden zijn als niet hebbende, en die wenen als niet wenende en die blijde zijn als niet blijde zijnde, en die kopen als niet bezittende; en die deze wereld gebruiken als  niet misbruikende, want de gedaante dezer wereld gaat voorbij [ en er komt een Koninkrijk van God, waarin allen gelijk zijn]. En ik wil, dat gij zonder bekommernis zijt, [ laat de dingen dezer wereld u niet bedroeven’;zij zijn slechts voor een seizoen ( van tijdelijke aard) ; terwijl het koninkrijk voor eeuwig is].

 

De ongetrouwde bekommert zich met de dingen des Heeren, hoe hij den Heere als behagen; Maar die getrouwd is bekommert zich met de dingen der wereld, hoe hij zijn vrouw zal behagen. Een vrouw en een maagd zijn onderscheiden. De ongetrouwde bekommert zich met de dingen des Heeren, opdat zij heilig zij, beide aan lichaam en geest; maar die getrouwd is bekommert zich met de dingen der wereld, hoe zij den man zal behagen.: 1 Cor 7 : 8-16, 20-34. Daarom zijn de ongetrouwden minder belemmerd.

 

“” Zo iemand tot eens opzieners ambt lust heeft, die begeert een treffelijk werk. Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker,matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren. Niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker; maarbescheiden geen vechter, niet geldgierig. Die zijn eigen huis regeert, zijn kenderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid. ( Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?) Geen nieuweling opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle. En hij moetook een goede getuigenis hebben van degenen die buiten zijn opdat hij niet valle in smaadheid eninden strik des duivels.

 

De diakenen insgelijks moeten eerbaar zijn, niet tweetongig,niet die zich tot veel wijns begeve, geen vuil-gewinzoekers; houdende de verborgenheid des geloofs in een rein geweten. En dat deze ook eerst beproefd wordenen dat zij daarne dienen zo zij onbestraffelijk zijn. De vrouwen insgelijks moeten eerbaar zijn, geen lasteraarster, wakker , getrouw in alles. Dat de diakenen ener vrouwe mannen zijn, die hun kinderen en hun eigen huizen wel regeren. Want die wel gediend hebben, verkrijgen zichzelven een goeden opgang, en vele vrijmoedigheid in het geloof , hetwelk is in Christus Jezus.

 

Deze dingen schrijf ik u , hopende zeer haast tot u te komen; Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid. “” 1 Tim3 : 1-15

 

“”Die zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe. Die zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en geen ergernis in in hem. Maar die zijn broeder haat  is in de duisternis en wandelt in de duisternis en weet niet waar hij henengaat want de duisternis heeft zijn ogen verblind.

 

Ik schrijf u kinderkens want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil.

 

Ik schrijf u , vaders want gij hebt Hem gekend , Die van den beginne is.

 

Ik schrijf u jongelingen, want gij hebt den boze overwonnen.

 

Ik schrijf u kinderen want gij hebt den Vader gekend.

 

Ik heb u geschreven vaders! Want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is,

 

Ik heb u geschreven , jongelingen want gij zijt sterk, en het Woord Gods blijft in u en gij hebt den boze overwonnen. Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is, zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijkde begeerlijheid des vleses en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens is niet van den Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeerlijkheid maar die den wil van God doet blijft in der eeuwigheid. Kinderkens, het is de laatste ure en gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden, waaruit wij kennen, dat het de laatste ure is. 1 Joh. 2 : 9-18.

 

“” Ziet hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd worden. Daarom kent ons de wereld niet omdat zij Hem niet kent.Geliefden nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn wij Hem zullen gelijk wezen, want wij zullen Hem zien gelijk Hij is. En een iegelijk die deze hoop op Hem heeft die reinigt zichzelven gelijk Hij rein is. Een iegelijk die de zonde doet, die doet de ongerechtigheid want de zonde is de ongerechtigheid. En gij weet dat Hij geopenbaard is opdat Hij onze zonden zou wegnemen en geen zonde is in Hem. 1 Joh 3 : 1-5

 

Ten slotte geliefden geef meer ernstige aandacht aan:

 

DE GAVE VAN DE HEILIGE SCHRIFTEN OP TAFELS VAN STEEN

 

I

Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

II

Gij zult u geen gesneden beeld , noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemelis, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen want Ik de HEERE, uw God ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kindern , aan het derde en aan het vierde lid dergenen die Mij haten.;en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden.

III

Gij zult den Naam des HEEREN uws God niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden die Zijn Naam ijdellijk gebruikt.

IV

Gedenk den sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods, dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling die in uw poorten is. Want in zes dagen heeft de HEERE den ;hemel en de aarde gemaak, de zee en al wat daarin is , en Hij rustte ten zevenden dage ; daarom zegende de HEERE den sabbatdag en heiligde denzelven.

V

Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de HEERE ue God geeft.

VI

Gij zult niet doodslaan

VII

Gij zult niet echtbreken

VIII

Gij zult niet stelen

IX

Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste

X

Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd,noch zijn os, noch zijn ezel noch iets dat uws naasten is. Exodus 20 : 3-17

 

“”En Hij gaf aan Mozes , als Hij met hem op den berg Sinai te spreken geeindigd had de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.”” Exodus 31:18

 

 

Deze ultieme en universele wet, de Decaloog, oorspronkelijk geschreven door God Zelf op twee stenen tafelen, is gegeven aan de gewilligen ter behoud (bewaring)  van hun kostbare geschenken; hun geloof, hun huizen en hun eigen leven, de huizen en levens van hun familie, hun eigendommen, hun steden, hun natien; en vrede en welwillendheid voor de mensheid.

“”En Jezus zeide to hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede daaraan gelijk is : Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden [een op elke tafel van steen] hangt de ganse wet en de profeten.”” Matt 22: 37-40

Want wie de gehele wet zal houden, en in een zal struikelen,die is schuldig geworden aan alle.Want Die gezegd heeft: Gij zult geen onverspel doen, Die heeft ook gezegd Gij zult niet doden. Indien gij nu geen overspel zult doen maar zult doden, zo zijt gij een overtreder der wet geworden. Spreekt alzo en doet alzo als die door de wet der vrijheid zult geoordeeld worden.”” Jakobus 2: 10-12.”” Die daar zegt; Ik ken Hem , en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet.”” 1 Johannes 2 “:4.

 

“” Geeft  het heilige de honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden en zich omkerende u verscheuren.”” Matt 7:6.En u die geen paarlen hebt om te werpen, tracht niet diegene die wel hebben , hun (paarlen) te doen verliezen, maar koester en behoed juist op afgunstige wijze

 

Het Geschenk van Godsdienst Vrijheid.

 

Dengene nu, die zwak is in het geloof, neemt aan, maar niet tot twistige samensprekingen. Rom 14:1 . Wees menslievend. De een gelooft wel dat men alles eten mag maar die zwak is eet moeskruiden. De daar een, verachte hem niet, die niet eet, oordele hem niet , die daar eet. Want God heeft hem aangenomen. Wie zijt gij die eens anderen  huisknecht oordeelt? Hij staat of hij valt zijn eigen heer’; doch hij zal vastgesteld worden , want God is machtig hem vast te stellen. (Rom 14 :2-4) , maar geen mens kan wie dan ook doen vast stellen.

 

De een acht wel den enen dag boven den anderen dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd. Die den dag waarneem, die neemt hem waar den Heere; en die den dag niet waarneemt, die neemt hem niet waar den Heere. Die daar eet, die eet zulks den Heere, want hij dankt God; en die niet eet die eet zulks den HEERE niet ,en hij dankt God.Verzen 5 ,6. Wees voortaan niet bezorgd omtrent deze zaken.

Zowel hij die gelooft en hij die niet gelooft, moeten niet bemoeien in elkanders zaken. Zij moeten hun tongen in bedwang houden en moeten liefdevol zijn naar elkaar toe. Laat een ieder vrede houden met alle mensen. Vooral de gelovigen moeten dit doen ten opzichte van hen die tot het huishouden der geloof behoren.

Verbiedende te huwelijke, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging voor de gelovigen en die de waarheid hebben bekend. Want alle schepsel Gods is goed en er in niets verwerpelijk met dankzegging genomen zijnde; Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed.1 Tim 4:3-5

U die de Waarheid kent mag elke dag van alles eten waarvoor u met een verlicht geweten dank kunt zeggen , want alleen zulke dingen zijn geheiligd door het Woord van God en gebed.

Als gij deze dingen den broederen voorsteld, zo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden des geloofs en der goede leer, welke gij achtervolgd hebt. Maar verwerp de ongoddelijke en onwijfse fabelen en oefen uzelven tot godzaligheid. Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens. Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig. Versen 6-9.

Wees niet als Diotrefes, die onder hen zoekt de eerste te zijn, ons niet aanneemt….zo verhindert degene die het willen doen en werpt ze uit de Gemeente. “” 3 Joh. 9,10.

Als u eruit geworpen wordt omwille van de Waarheid, wordt niet boos of ontmoedigd, maar verblijd u in de heilige vertroosting: “” Hoort des HEEREN woord, gij die voor Zijn woord beeft! Uw broeders die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil, zeggen: Dat de HEERE heerlijk worde! Doch Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.”” Jes 66:5

Dring niets aan iemand op wat hij niet wil, onthoud ook niet van hem iets wat van hem mocht zijn. En sta nooit tussen hem en zijn God, aan Wie allen hij dient te beantwoorden en Welke alleen alle zaken oplost: “”… de HEERE zal met vuur komen en  Zijn wagenen als een wervelwind; om met grimmigheid Zijn toorn hiertoe te wenden en Zijn schelding met vuurvlammen. Want met vuur en met Zijn zwaard zal de HEERE in het recht treden met alle vlees en de verslagenen des HEEREN zullen vermenigvuldigd zijn. Die zichzelven heiligen en zichzelven reinigen in de hoven achter een in het midden derzelve die zwijnenvlees eten en verfoeisel en muizen; te zamen zullen zij verteerd woren spreekt de HEERE.”” Jes. 66: 15-17

 

Weerhoud en ontmoedig niemand van een onderzoek naar ogenschijnlijke waarheid, maar help hen om “”alle dingen te beproeven”” en om “”het goede te behouden”” 1 Thess 5:21.Probeer geen invalieden van hen te maken of een dwaas van jezelf, door van hun te verwachten dat- wat- jij- zegt te accepteren . Spoor ze aan om voor zichzelf te zien en hun eigen verantwoordelijkheden te dragen.

Want “” kostbaar licht zal voortschijnen van het Woord van God en laat niemand veronderstellen te dicteren wat wel en wat niet gebracht moet worden voor de mensen in de verlichtingsboodschappen die Hij zal zenden. En zodoende de Geest van God blussen. Wat ook zijn positie of gezag mag zijn , niemand heeft het recht om het licht af te scheiden van de mensen. Wanneer een boodschap in de naam van de HEER komt tot Zijn volk, mag niemand zich verontschuldigen van een onderzoek  naar haar beweringen. Niemand kan het zich veroorloven om in een houding van onverschilligheid en zelfvertrouwen afstand te houden  en zeggen : Ik weet wat waarheid is. Ik ben tevreden met mijn positie. Ik heb mijn grenzen bepaald en zal niet van mijn positie afgehaald worden. , wat er ook mag komen. Ik wil niet luisteren naar de boodschap van deze boodschapper want ik weet dat het geen waarheid kan zijn.  Het was door het najagen van deze zelfde koers dat de populaire kerken in gedeeltelijke waarheid werden gelaten en dat is waarom de boodschappen van de hemel hun niet hebben bereikt. Test. on Sabbath school work. P.65, Consuls on Sabbath school work p.28.

 

Onthoud, dat iedereen het recht heeft te geloven zoals hij wil en dat hij/zij rekenschap van zichzelf aan de Heer alleen moet geven, niet aan jou. Gun iederen de vrijheid van religie zoals jij wil dat ze jou gunnen. En alhoewel een Christen nooit zijn principes moet opofferen, toch zal hij altijd zo hoffelijk mogelijk zijn tegen diegene die niet met hem instemmen en zij die met hem intstemmen.

 

“Alle dingen dan die gij wilt dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo want dat is de wet en de profeten.” Matt 7:12.  Ja , alzo is de lering van beiden. En zo om al deze heilige geschenken te ontvangen moet u

 

Verzaken Eigenwaan, Zelf vertrouwen, Eigendunk, Vooroordelen.

 

God roept diegenen in verantwoordelijke posities in Sabbatschoolwerk, om alle eigenwaan, alle zelfvertrouwen, en eigendunk aan de kant te zetten. ; als een boodschap gebracht wordt die u niet begrijpt, doe moeite dat u de beredenering mag horen die de boodschapper geeft, schrift met schrift vergelijkende, zodat u kunt weten of het gebaseerd is op het Woord van God of niet. Als u gelooft dat de genomen standpunten niet het Woord van God als hun fundament hebben, als het standpunt dat u inneemt op dit onderwerp niet bestreden kan worden, produceer dan uw strerke beredeneringen; want uw standpunt zal niet aan wankelen gebracht worden door in contact te komen met dwaling. Er is geen deugd of mannelijkheid in het onderhouden van een constante oorlog in de duisternis, uw ogen sluiten voor het geval u zou zien,uw oren sluiten voor het geval u zou horen, uw hart verharden in onwetendheid en ongeloof voor het geval u zichzelf zou moeten vernederen en toegeven dat u licht heeft ontvangen op sommige punten van de waarheid.

Jezelf onverschillig af te houden van een onderzoek van waarheid is niet de manier waarop het uitdrukkelijk bevel van de Verlosser om “”de Schriften te onderzoeken”” wordt uitgevoerd. Is het graven naar verborgen schatten om de resultaten van iemands werk een hoop troep te noemen, en geen kritisch onderzoek te doen om te zien of er wel of niet kostbare juwelen van waarheid in de gedachten collectie welke u veroordeelt voorkomen?

Zullen zij die bijna alles te leren hebben, zichzelf afgescheiden houden van elke bijeenkomst waar er een mogelijkheid is om de boodschap die tot de mensen kwam  te onderzoeken, eenvoudigweg omdat ze zich voorstellen dat de meningen (gezichtspunten) die erop na gehouden worden door de leraren  van de waarheid niet in harmonie zijn met wat zei ontvangen hebben als waarheid. Dat was wat de Joden deden in de dagen van Christus, en wij worden gewaarschuwd niet te doen als zij deden en zodoende geleid worden om duisternis in plaats van licht te kiezen door  afstand te nemen van de levende God en er in hun een boos, ongelovig hart was.

Geen van hen die denken het allemaal te weten is te oud of te intelligent om te leren van de nederigste der boodschappers van de levende God. – Test. on Sabbatschol work pp. 65,66; Counsels on Sabbath school work pp 28-30.

Verder is de Heer alleen verantwoordelijk voor onze verlossing, en aan Hem alleen zijn wij verschuldigd voor onze zonden. Houd u af  hierna van de mens wiens adem in zijn neus is, want waarin is hij te achten.Jes 2 : 22. Wordt geen invalide door anderen voor u te laten denken, maar

 

Maak Gebruik van het Geschenk van Verstand en  Redenering.

 

Allen moeten voorzichtig zijn met het presenteren van nieuwe gezichtspunten van de Schriften, voordat ze deze punten  aan een grondige studie hebben onderworpen, en tenvolle bereid zijn ze te onderleggen vanuit de Bijbel. Introduceer niets wat een meningsverschil kan veroorzaken, zonder duidelijk bewijs dat God hierin een duidelijke boodschap voor deze tijd geeft.

Maar pas ervoor op  om dat wat waarheid is te verstoten. Het grote gevaar met ons volk is dat van vertrouwen op mensen en vlees tot hun arm stellen. Zij die het niet tot een gewoonte gemaakt hebben , om de Bijbel voor zichzelf te bestuderen, of bewijs te overwegen, hebben vertrouwen in de leiders, en accepteren de beslissingen die zij nemen, en zodoende zullen velen juist de boodschap van God gezonden voor Zijn volken verwerpen als deze leidende broeders het niet accepteren.

Niemand moet  beweren dat hij al het licht heeft voor Gods volk. De Here zal dit niet tolereren. Hij heeft gezegd, Ik heb een openduur voor u gesteld , die niemand kan sluiten. Zelf als al onze leiders het licht en de waarheid zouden verwerpen, zal die door nog steeds open blijven. De Heer zal mannen doen opstaan die de mensen de boodschap voor deze tijd zullen geven. Test. to Min pp 106,107.

Een waarheid zoekende Christen zal niet alleen de vooraf genoemde geschenken van God waarderen, maar tevens evenredig eerbied tonen voor

 

Het Geschenk van Gouvernement (Bestuur)

 

“”Alle ziel zij den machten over haar gesteld onderworpen; want er is geen macht dan van God , en de machten, die er zijn die zijn van God geordineerd.Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan zullen over zichzelven een oordeel halen. “”Rom 13: 1-2

[Aangezien]Gods gezag verheven en absoluut is, zullen ware Christenen de voorkeur geven eerbetoon te geven aan de Koning van de hemenl en aarde, terwijl ze trouw trachten te tonen aan “”den keizer, dat des keizers is, en Gode dat Gods is.Lukas 20:25””

“” Zo geeft dan een iegelijk, wat gij schuldig zijt; schatting, die gij de schatting , tot, dien gij den tol, vreze dien gij de vreze , eer, dien gij de eer schuldig zijt.”” Rom 13: 7

Dezulken “” zullen niemand iets schuldig zijn, zolang de eisen en vereisten van hun schuldenaren niet in strijd zijn met Gods wetten en geboden. Als ware Christenen zullen ze zo oprecht zijn naar God en naar de mens als Daniel was en als Jozef.

Toen zochten de vorsten en de stadhouders gelegenheid te vinden tegen Daniel vanwege het koninkrijk…zij konden geen gelegenheid noch misdaad vinden. Dan 6 : 5. Aangezien ze geen fouten bij hem konden vinden, beraadslaagden zijn vijanden tezamen om een koninklijk statuut (wet) in te stellen en een streng decreet te maken, dat wie dan ook gedurende 30 dagen een verzoek (gebed) tot welke god of mens zou  (zenden) vragen ,behalve dan aan de koning gegooid zal worden  in de leeuwenkooi. Vers 7.

Door het decreet te verzegelen door de handtekening van de koning, trachten ze een situatie te creeeren, dat onvermijdelijk Daniel zou betrekken in een  opstandige handeling tegen de koning. Ze wisten dat alhoewel hij de intensie had om onwankelbare getrouwheid  te tonen aan de koning, hij dit niet zou doen ten koste van het ontrouw zijn aan zijn God. En aldus als hij doorging met het aanbidden van zijn God zoals hij gewend was te doen, werd hij gegooid in de leeuwenkooi. Maar Diegene tot wie hij bad, redde zijn leven van de uitgehongerde beesten.

En temidden van de slaven van het oude Egypte, doemt het majestueuze gestalte van Jozef op, de grootste bevoorrader die de wereld ooit had gezien.  Aanschouw hem in vastberaden getrouwheid aan zijn bestuur(ders), stijgend in eer tot (het) hem gegeven wordt de zelfde troom van farao zelf te delen.!

Van deze en andere bijbelvoorbeelden, is het duidelijk dat iemands getrouwheid aan zijn bestuur(ders) -een groet aan haar vlag, zijn gelofte van getrouwheid daaraan is.

In alle opzichten, daarom, zien wij dat terwijl enerzijds de ontrouwheid van een mens aan het heilige bestuur een zonde is tegen God, anderzijds de ontrouwheid aan zijn regering een zonde daartegen is, en ook indirect tegen  God, want ontrouwheid aan het bestuur is ongehoorzaamheid aan Gods uitgesproken gebod: Vermaan hen dat zij aan de overheden en machten onderdanig ijzn dat zij hun gehoorzaam zijn, dat zij tot alle goed werk bereid zijn  Tit 3:1

Zijt dan alle menselijke ordening onderdanig om des Heeren wil, hetzij den koning als de opperste macht hebbende, hetzij den stadhouderen, als die van hem gezonden woren tot straf wel der kwaaddoenders, maar tot straf wel der kwaaddoeners, maar tot prijs dergenen die goed doen. 1 Pet 2: 13,14

Daar de vlag van een natie niet een afgod is of een fetisj maar een symbool een standaard  evenzo is de groet geen afgodenaanbidding zoals sommigen denken, maar meer een publieke getuigenis van iemands getrouwheid aan het bestuur van die natie, net zoals de doop iemands getuigenis is van getrouwheid aan het bestuur van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

In goddelijke opdracht  maakten de Israelieten , standaarden (vlaggen) naar hun stammen, voor twee doelen , ter herkenning en als embleem voor hun loyaliteit tot datgene waar hun standaard voor stond ( Zie Numerie 2).

Het is dus duidelijk dat het toewijzen van afgoderij aan iemand die de vlag van zijn volk, (natie) groet , zou zijn als het beschuldigen van God van het opdringen van afgoderij niet alleen aan Zijn Oude volk, maar door hun voorbeeld ook aan de getrouwen sinds alle tijden.

Dus iedere Christen die gehoorzaam zou willen zijn aan Gods geboden, moet loyatiteit betonen  aan het land waar hij in woont. Daarom als Christenen in America, gewijd aan God, en dientengevolge getrouw aan het ware pricipe van dit vrij bestuur under God , wijden wij ons hart, ons verstand , onze handen , onze alles , eert aan de vlag van God´s eeuwige koninkrijk en aan het Godsrijk waar het voor staat , een volk samengesteld uit alle naties en verbonden door de koorden van eeuwige liefde, vrijheid , reinheid en gerechtigheid, vrede, vreugde, licht en leven voor een ieder ; en ten tweede  als Amerikanen , aan de Verenigde staten van America en aan de Republiek waar het voor staat, een natie, ondeelbaar, met vrijheid en gerechtigheid voor allen.

En zolang Oude Heerlijkheid zichzelf ontrafeld als het embleem van de ongeschonden principes van de Grondwet van dit land van vrije mensdom, zolang is onze toewijding van trouw eraan een ongeschonden zaak.

En laat ons nu luisteren naar :

 

 

De Conclusie ( de som van het geheel)

 

Aan een ieder die waarlijk deze geschenken waardeerd, die ernstig vasthoud aan dat wat hij heeft, dat niemand zijn kroon afpakt (Openbaring 3 : 11),weerklinken de vrolijke tijden:

En zie , Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden gelijk zijn werk zal zijn. Openbaring 22: 12

Die overwint,Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.

Die overwint, zal van den tweeden dood niet beschadigd worden….Zijt getrouw tot den dood , en Ik zal u geven de kroon des levens.

Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna, dat verborgen is en Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.

En die overwint, en die Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen; en hij zal ze hoeden met een ijzeren staf, zij zullen als pottenbakkersvaten vermoarzeld worden; gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen heb. En ik zal hem de morgenster geven .

Die overwint , die zal bekleed worden met witte klederen, en Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempen Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan en Ik zal op hem schrijven den Naam Mijns Gods en de naam der stad Mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God afdaald en ook Mijn nieuwen Naam.

Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.

Zie Ik sta aan de deur en Ik klop indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal met hem avondmaal houden en hij met Mij.

Die oren heeft , die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

Openbaring 2: 7, 11, 10, 17, 26_28; 3:5, 12, 21, 20, 22.

 

En tenslotte, als u voelt dat u Hem nodig hebt, en gretig bent om al de geschenken door Hem te ontvangen, zelf de gave van de Geest om u te leiden in de volle Waarheid (Johannes 14 : 17; 16: 13), dan mag u  in het besef dat alleen het gebed van een rechtvaardige veel vermag, eerbiedig neerknielen terwijl u leest en de Alom rechtvaardige u te laten brengen naar hemelse zegeningen in

 

Zijn Gebed.

Onze Vader , Die in de hemelen zijn

Uw Naam worde geheiligd

Uw Koninkrijk kome

Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde

Geef ons heden ons dagelijks brood .

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren

En leid ons niet in verzoeking , maar verlos ons van den boze

Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht en de heerlijkhedi, in der eeuwigheid

Amen.

Matt 6: 9  13

 

 

FEITEN OVER DE BIJBEL

De Bijbel bevat  3566480 letters ,773693 woorden , 31102 verzen, 1189 hoofdstukken en

66 boeken. Het langste hoofdstuk is de 119e Psalm: de kortste en middelste hoofdstuk is de 117e Psalm. Het middelste vers is de 8ste van de 118e Psalm. De langste naam is in het 8ste hoofdstuk van Jesaja. Het woord  `en`  komt  46277 keer voor; het woord `Heer` 7698 keer.

Het 37ste hoofdstuk van Jesaja en het 19e hoofdstuk van 2 Koningen zijn identiek. De langste vers is de 9e van het 8ste hoofdstuk van Ester, en de kortste vers is de 35ste  van  het 11e hoofdstuk van Johannes. Elke letter van het alfabet behalve de ´j´ wordt gevonden in de 21ste vers van Ezra 7. “God”  wordt niet genoemd in het boek Ester.

 

——0–0–0——-

 

“De Bijbel is een aanbeeld dat vele hamers heeft versleten.”

 

DE STAD NEW YORK EN HET NIEUWE JERUZALEM

 

Neem voor een moment de stad New York in ogenschouw, de hoogheid onder de Westelijke wereldsteden!

 

Haar huidige bevolking telt 7454995 en haar totale omtrek is 327.5 vierkante mijlen, inclusief water oppervlakten; terwijl landvlakten alleen 285 vierkante mijlen.

 

Haar hoogste bouwwerk is de Empire State Building, de hoogste van de wereld. Het is ter bewondering voor de oog van de mens, en een uitdaging voor hun ontzag. Haar majestieuze toren rijst in eenvoudige schoonheid tot nooit tevoren bereikte hoogten door sterfelijke bouwers-103 etages, of 1250 voet, ongeveer een kwart mijl in verticale afstand! Deze hoogverhevene boven alle menselijke bouwwerken, is wederom half zo hoog alsde Woolworth Building, en overheerst de top van het Chrysler Building door 204 voet en overschaduwd de Eiffel toren door 266 voet.

 

Maar bekijk de bekroonde horizon van deze stad en de strucurele pracht van haar trotste dwergachtige bouwwerk kwijnt weg, wanneer het oog het Nieuwe Jeruzalem aanschouwt, de stad van God, zich opwaarts en zijwaarts spreidend boven het menselijke denken uit, in on-beschrijfelijk, wonderbaarlijk, verbijsterende proporties en weelde in onuitgesproken heerlijkheid!–

 

“En de stad ligt vierkant , en de lengte is zo groot als de hoogte:…. twaalf duizend stadieën.” Openbaring  21: 16{K.J.V.}.

.

De stad is 375 mijlen aan iedere kant een volmaakte vierkant makend. Haar omtrek daarom is 140.625 vierkante mijlen, of 90.000.000 hectare, of 3.920.400.000.000 vierkante voet- bij benadering 430 maal groter dan de omtrek van de stad New York! 100 vierkante voet toekennend ( aan ruimte ) voor ieder persoon, of een ruimte van 10 vierkante voet. de stad kan 39204.000.000 personen bevatten, of ongeveer 20 maal de bevolking van de aarde.

 

“En de lengte en de breedte en de hoogte ervan zijn gelijk” (Openb. 21 : 16)

–375 mijlen aan elke kant en 375 mijlen hoog, haar verheven majesteit rijzend tot hoogten, nooit van gedroomd door het sterfelijke intellect!

 

En haar muren (“een honderd en vierenveertig cubieten,” of 216 voet hoog) zijn gemaakt van jasper (kwarts) en de stad van “puur goud, gelijkend op helder glas.” Haar twaalf poorten zijn “twaalf paarlen: iedere ander poort …..van een parelsoort.” “En daarop is geschreven de namen van de twaalf stammen van de kinderen Israels. En de straten van de stad zijn van puur goud als ware het helder glas.”

 

Het fundament van de muur van de stad is “versierd met allerlei waardevolle gesteenten.”

 

Waarlijk de taal is te armoedig om de Heilige Stad te beschrijven. Waarlijk, “wat het oog niet heeft gezien, en oren niet hebben gehoord, nog in het mensenhart is opgekomen, de dingen die God heeft voorbereid voor hen die Hem liefhebben.” 1 Kor. 2: 9.

 

 

VOORBEELDIGE HANDELINGEN EN GEBEURTENISSEN IN DE GESCHIEDENIS VAN DE ADVENTBEWEGING.

 

1831 Eerste zondag in augustus, William Miller predikt zijn eerste preek over de komst van Christus.
   
   
1840 maart, William Miller gaf zijn eerste serie lessen in Portland, Maine. Ze werden  bezocht door Ellen G. Harmon, later Mw. E.G. White.
1844 Zevende daagse Sabbat voor het eerst onder de aandacht gebracht van het Advent volk te Washington, New Hampshire, door Mw. Rachel D. Preston, een Zevende daags Baptist, uit de staat New York
   
1845 Ellen  G. Harmon werd haar eerst visioen gegeven over de `Reizen van het Advent volk naar de Heilige Stad`.
   
1846 James White getrouwd met Ellen Gould Harmon,  30 augustus. Een twee pagina lange folder getiteld `Aan het overal verspreidde overblijfsel ` uitgegeven.
   
1848 Eerste algemene vergadering van Sabbathouders, gehouden te Rocky Hill , Connecticut, 20, 21 april. Mw. White had een visioen met betrekking tot het uitgeverswerk.
   
1849 De eerste vier nummers van de publicatie getiteld : Tegenwoordige waarheid, geprint te Middletown, Connecticut, Eerste getuigenis voor de Kerk, geaddresseerd `Aan hen die het Zegel van de Levende God zullen ontvangen`, Getekend E.G. White.
   
1852 Eerste nummer van de Advent Review and Sabbath Herald uitgegeven te Rochester New York. James White voorzag de eerste drukkerij met geld ontvangen uit donaties. Donaties ten bedrage van $ 655.84. De kosten voor benodigdheden bedroegen $ 652.95. De eerste drukmachine was een Washington handdruk. Het eerste nummer van de Youth´s Instructor verscheen in augustus
   
1853 Eerste Algemene Sabbath school georganizeerd in Rochester en Buck´s Bridge NY.
   
1854 Eerste tentlezing gebracht door J.N. Loughborough en M.D. Cornell te Battle Creek Michigan, 10-12 juni
   
1860 Naam Zevende dags Adventisten toegekend aan de denominatie 1 oktober.
   
1861 Zevende dags Adventisten Uitgevers Associatie (nu Review and Herald Publishing Association) NV, 1 mei. Kerken voor het eerst officieel georganiseerd.
   
1863 Generale Conferentie georganiseerd  tijdens een vergadering gehouden in Battle Creek, Michigan, 20-23 mei. John Byington, gekozen tot eerste president van de Generale Conferentie.
   
1865 Eerste publicatie over gezondheid,  `Hoe te leven`uitgegeven. Geschreven en bewerkt door Mw. E. G. White.
   
1866 Gezondheidshervormingsinstituut (Battle Creek Sanitarium) geopend voor patienten, 5 september
   
1872 Eerst gemeenschapsschool geopend, 3 juni te Battle Cree, Michigan. G. H. Bell  als verantwoordelijke
   
1874 Zevende dag adventisten Opvoedingsgemeenschap NV. 11 maart. Eerste nummer van de Signs of the times uitgegeven.  J.N. Andrews, eerste buitenlandse missionaris  zeilde vanaf Boston, 15 september
   
1881 James White overlijd te Battle Creek, Michigan 6 augustus (geboren 4 augustus 1821)
   
1888  De  boodschap van Gerechtigheid door Geloof gebracht aan de Minneapolis Conferentie en verworpen.
   
1889 De Nationale Religieuze Vrijheids Associatie  tot stand gekomen  21 juli
   
1900 De boodschap van Gerechtigheid door het Geloof uiteindelijk verworpen door zowel de leiders als de leken.
   
1903 Het hoofdkwartier van de Generale Conferentie verhuist naar Washington DC , 10 augustus
   
1915 Mw. Ellen G. White overleed 16 juli, te St. Helena, California. (geboren 26 november 1837)

 

 

CHRONOLOGISCHE TABEL VAN DE OPKOMST EN VOORUITGANG VAN DE DAVIDIAN ZEVENDE DAGS ADVENTISTEN.

 

1929 Eerst studie over de tegenwoordige waarheid gegeven (Jes. 54 ) 6 januari
   
1930 De waarheid van de 144.000 geopenbaard. 1 februari. De Sheperd´s Rod Vol 1 manuscript, 33 copieen geleverd aan leidende broeders van de ZDA gemeenschap in juni.  De Sheperd´s Rod Vol 1 , 5000 kopieen gepubliceerd 4 december.
   
1931 De eerste Sheperd´s Rod aanhanger, uitgeschreven uit de ZDA kerk.  Eerste ZDA arts accepteert de boodschap in juli. Eerste tiende toezending ontvangen op 9 september
   
1932 Eerst reis gemaakt in belang van de boodschap , oktober. De Shepherd´s Rod Vol 2 . 5000 kopieen gepubliceerd , 2 oktober Eerste vergadering gehouden in een openbare  hal, 12 november
   
1933 Eerste gelover die de boodschap verraad Eerste arbeider gezonden in het veld, 14 februari Tract no 1 , eerst editie , 3000 kopieen, gepubliceerd 24 augustus Eerste ZDA voorganger, accepteerd boodschap , 15 december Tract no 2, eerste editie, 3000 kopieen , gepubliceerd 29 december
   
1934 Conferentie onderzoekscommittee  ontmoet  V.T. Houteff, 25 februari Eerste bijeenkomst gehouden 25 februari tot 12 maart Tract no 3, eerste editie, 5000 kopieen, gepubliceerd 24 mei. Eerste editie van de Symbolic Code , gepubliceerd 15 juli  Tract no 4. , eerste editie, 6000 kopieen, gepubliceerd 28 augustus
   
1935 Tract no 5, eerste editie, 6000 kopieen gepubliceerd 16 mei Hoofdkantoor geherhuisvest in Waco Texas, 24 mei
   
1936 Waco, Texas, ZDA kerk gelsoten voor Sheperd´s Rod aanhangers in maart Tract no 6 . eerste editie, 6000 kopieen , gepubliceerd 8 juni Tract no 7, eerste editie, 6000 kopieen, gepubliceerd 8 juni
   
1937 Grondwet en Bij regels van de Shepherd´s Rod ZDA geschreven Tract no 8, eerste editie, 6000 kopieen , gepubliceerd  15 november
   
1938 Eerste Europese reis gemaakt, 21 mei
   
1940 Tract no 9, eerste editie, 15000 kopieen, gepubliceerd 31 januari Tract no 10, eerste editie, 6000 kopieen, gepubliceerd 27 augustus. Tract no 11, eerste editie, 6000 kopieen, gepubliceerd 23 augustus
   
1941 Eerste Sabbatschool lessen voor volwassenen gepost.  De vlag van Christus Koninkrijk ontworpen in november Tract no 13, eerste editie, 25.000 kopieen, gepubliceerd 10 december.
   
1942 Correspondentie cursus voor Bijbel leraren begonnen Catalogus-syllabus en handleiding voor regels 5070 kopieen gepubliceerd 28 november
1943 De organisatie  benoemd tot  : De Generale Associatie van Davidian Zevende daags Adventisten De Leviticus ( Grondwet en bij regels) van de Davidian Zevende dags adventisten , 5075 kopieen , gepubliceerd 12 februari. Eerste  Davidian Sabbatschool lessen voor kinderen gepost ( Kleuterschool & lagere en tussen divisie) Fundamentele geloofspunten en richtlijnen van de DSDA , 5100 kopieen, gepubliceerd 4 maart.  Tract no 14, eerste editie, 35.095 kopieen, gepubliceerd 30 april. Eerste geloofscertificaten ontstaan, samen met Ministeriele diploma´s , juni. Voorzien in de eerste Nalatenschapscertificaten , september
   
1944 De Beantwoorder, Boek 1, 29.760 kopieën, gepubliceerd in mei. De  Beantwoorder, Boek 2, 29.564 kopieën, gepubliceerd in juni. De Beantwoorder, Boek 3, 29.815 kopieën, gepubliceerd in juli. De Beantwoorder, Boek 4, 30.000 kopieën, gepubliceerd in augustus. De Beantwoorder, Boek 5, 30.000 kopieën, gepubliceerd in december.

 

 

  1. CARMEL’S ONTWIKKELING

 

1935 Locatie  aangekocht, 15 maart Herhuisvesting van het kantoor van Los Angeles 17 mei Aankomst van eerste nieuwkomers, 24 mei Eerste gebouw bewoond in september Eerste dode , 2 december Eerste kantoorgebouw opgericht. Eerste studentenhuis opgericht ( Gebouw nr . 4)
1936 Internationaal Handelsassociatie, opgericht , Maart Telefoonsysteem geinstalleerd, juni Mt. Carmel Academie geopend, september Dam Nr. 1 gebouwd.
   
1937 Eerste huwelijk ingezegend, 1 januari Fundament gelegd voor het indammen van Meer Meribah ( Dam Nr. 2) , 7 april . Perzik tuin nr 1 geplant, februari en maart Wateropslag tank voltooid, november Waterpomp en windmolen geinstalleerd
   
1938 Bank van Palestina opgericht, 1 januari Stads electriciteitscentrale geleverd, 10 september Mt. Carmel geschriften in de omloop gebracht, februari Eerste dubbele huwelijksceremonie volbracht, 27 mei Kings highway, aangelegd
   
1939 Eerste herdenking van jaarlijkse historische terugblik, 25 oktober- de Dag der Dagen Eerste kind geboren, 26 oktober
   
1940 Administratie gebouw voltooit en kantoor daar verwijdert, 21 januari Geluidssysteem geinstalleerd Kantine service geinstalleerd, 10 april
   
1941 Openbare toiletten en douches aangebracht
   
1942 Wegen door Bergen van Mt. Carmel heen aangelegd.
   
1943 De naam Davidische Levitisch Instituut vastgelegd Huishoudelijk Wetenschappelijk Gebouw begonnen
   
1944 Eerste sanitarium eenheid gebouwd {Tankvul}station geinstalleerd.Eerste editie van interne organen, The Trumpeter, verspreid  7 april

 

 

 

 

TOT MUNT SLAAN VAN DAGLICHT IN DOLLARS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

plaatje

 

 

 

 

 

 

 

 

Bedenk eens wat het betekend om de hand des tijds voor 1 uur vooruit te zetten over een geheel continent! Dat is precies wat Oom Sam deed om 2 uur in de ochtend op de 2e maandag in februari , 1942.  En ziedaar! Als bij toverslag, veranderde onze gehele grote natie van om en bij 132.000000 mensen, de regelmaat van hun leven. Misschien vond u het een beetje zwaar soms om een uur eerder op te staan dan gewoonlijk, maar denk er eens aan om , beginnend op een zekere dag  een groot gedeelte van 132.000000 mensen  1 uur eerder uit bed te krijgen . Dit is precies wat onze regering deed met haar Daglicht besparende Wet in 1918 en opnieuw in 1942. Zonder blikken, zonder de minste verwarring of verstoring, begon het hele mechanisme des leven en ondernemingen te bewegen volgens een nieuw schema, en (begon) letterlijk munt te slaan van daglicht  in dollars. Het was vooraf uitgevonden dat de beperking, in opdracht van de regering, om het gebruik van elektrische reclameborden tot een bepaald aantal uren, leidde tot een besparing van 8000 ton kool per maand of meer dan 400000 ton per jaar. Onder de daglicht besparende wet, betekende het verminderde gebruik van kunstlicht in huizen en openbare gelegenheden een jaarlijkse besparing van slechts kool  alleen van vele miljoenen tonnen , terwijl de economie, inclusief de besparing van olie gebruikt in lampen en de verwerking tot gas in 1918 geschat was door de President van de Amerikaanse Associatie voor de vooruitgang van Wetenschap op $ 25.000.000 . De wet besloeg de 6 maanden van Maart tot Oktober. Tegenstand van de boeren die het onpraktisch vonden in verband met hun boerderijen, hielp mee aan haar herhaling in 1919

_ Overgenomen van `The New student´s Reference Work`-

 

TOT MUNT SLAAN VAN DAGLICHT IN DOLLARS

(voortzetting)

Hier wordt gezien wat nationale organisatie en economie kunnen doen voor het volk collectief en individueel. Op dezelfde voorzichtige wijze kunnen huishoudelijke organisaties en economie hetzelfde doen voor het huisgezin en voor ieder lid daarvan. Organiseren en alle lekgaten dichten.! Verspil Gods geschenken niet- uw tijd , uw energie, uw middelen

Laat ieder onvergeeflijk moment 60 seconden waard geven aan afstanden afgelegd, ieder moment ten volle bereikt, en iedere cent het beste goed.

 

Maak het allerbeste van iedere kans en gelegenheid, en onthoud dat de verspreide kruimels wanneer bijeengebracht een mand vol maken.

`Die zijn land bouwt, zal met brood  verzadigd worden, maar die ijdele mensen volgt zal met armoede verzadigd worden Spreuken 28 -19.

 

Ga tot de mier…. Ziet haar wegen en wordt wijs, Dewelke geen overste, ambtman nog heerser hebbende haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst… een weinig slapen, een weinig sluimeren een weinig handvouwen, al neerliggende, zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar en uw gebrek als een gewapend man.

 

OOM SAM EN ZIJN STANDAARD TIJD

 

 

 

 

 

 

 

 

plaatje

 

 

 

 

 

 

 

De foto laat zien hoe de Regering mensen over geheel het land en op schepen op de zee,  helpt om hun klokken en horloges gelijk te houden .De officiële klokken te Washington worden geregeld door observaties genomen iedere heldere avond , van de positie van bepaalde sterren en op de volgende dag des avonds wordt de tijd door deze klokken uitgezonden.

–     The New Student´s Reference Work.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Plaatje

 

 

 

 

 

 

Zoals u kunt zien van het diagram, is  avond of 12 uur , gelijk onder de zon, volgend de Zonnetijd, maar als de tijd van de dag , was overgelaten aan het individueel oordeel van mensen, ten oosten of ten westen van deze punten, zou er heel veel verwarring zijn, welke vaak zou leiden tot rampen zoals het gaan van spoortreinen.  Daarom verdeelt Oom Sam het land in 4 secties en  regelt respectievelijk   hoe ver aan iedere kant van de gegeven meridiaan de gegeven tijd  door de Zon op die betreffende meridiaan zal rijken. Bijvoorbeeld, de sectie aan de Westkust neemt zijn tijd van de 120ste meridiaan, de sectie van de Rocky Mountain Staten, van de 90ste meridiaan , de Oosterse staten van de 75ste meridiaan. Dit wordt genoemd de Standaard tijd en verschilt van de Zonne tijd van alle punten ten oosten en ten westen van deze tot-stand-gebrachte meridianen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kaart

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Plaatje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DINGEN DIE HET WETEN WAARD ZIJN

 

 

De langste rivier in de wereld, de Mississippi -Missouri, is 4200 mijl lang.

De rivier de Nijl is de tweede -4000 mijl lang

Mount Everest, de HOOGSTE PIEK in de wereld, rijst tot een hoogte van 29.000 voet boven de zeespiegel, een afstand van ongeveer 5 en een halve mijl. Het is gelokaliseerd in de Himalaya gebied op de grensovergang van Tibet en Nepal, ten noorden van Brits India.

 

Licht heeft een snelheid van 186.000 mijl per seconde.

 

Geluid, varieert,  is in vloeistof sneller dan in gassen en is nog sneller in vaste stof.

Lucht geleid geluid naar een snelheid van ongeveer 1.100 voet per seconde, maar varieert lichtelijk met de temperatuur van de atmosfeer. Geluid doorgegeven door warm water heeft een snelheid van tussen 4.700 en 4.800 voet per seconde. Door het medium glas, staal of ijzer , is de snelheid van geluid tot ongeveer 16.500 voet per seconde.

 

Bij de evenaar is de omtrek van de aarde 3963399 mijl , bij de polen 3949993 mijl, een verschil van 13407 mijl.

 

De juiste  afstand van de aarde naar de zon is 92.9000000 mijl.

 

De juiste afstand van de aarde naar de maan is 238.854 mijl.

 

Aan het begin van de Tweede wereld oorlog, waren er 30 regeringsleiders, regerend in hun eigen land. In Mei 1944 waren er slechts 18 in hun actueel bestuur over in eigen land, niet verbannen of onder de invloed van andere naties. (Zie tract nr. 12 The world yesterday, today, tomorrow, p. 66)

 

De Eerste Wereld oorlog begon op 28 juli 1914 en eindigde met een wapenstilstand op11 november 1918,  1567 dagen durend.

 

De Tweede Wereld oorlog begon op 1 september 1939, passeerde haar 1567e  dag op 15 december 1943 en begon aan haar 1889e dag op 1 november 1944. Zodoende werd de Tweede Wereld oorlog de langste in de geschiedenis en heeft al meer gekost in bloed en menselijke misère en nationaal welzijn, dat de catastrofe van 1914-1918.

 

 

 

 

ZAKELIJKE WETTEN

 

Directeuren zij verantwoordelijk voor de handelingen van hun agenten.

 

Geschreven contracten met betrekking tot land moeten van een zegel zijn voorzien.

 

Rekeningen zijn niet van belang  tenzij het erop is aangegeven.

 

Als een rekening verloren  of gestolen is, wordt de maker ervan niet vrijgegeven als de

beschikking en bedrag bewezen kunnen worden.

 

Schuld brieven worden betaald wanneer ze getoond worden, zonder genade  en dragen officiële rente na de eis , als niet anders geschreven staat.

 

Die een schuldbrief gireert, kan dat slechts voor een beperkte tijdsperiode, variërend in verschillende staten.

 

Om onderhandelbaar te zijn, moet een rekening of betaalbaar gemaakt worden aan de drager, of op de juiste wijze betaalbaar gemaakt aan de persoon in wiens opdracht het is gemaakt.

 

Als de girant verantwoordelijkheden wenst te voorkomen, kan hij betaling opeisen zonder

Regres(weet niet wat dit betekent hoor).

 

Rekeningen die op zondag betaald moeten zijn  of op een officiële vrije dag zijn naar de regel betaalbaar op de dag daaropvolgend.

 

Als een rekening op wat voor manier dan ook veranderd is door de houder is het niet geldig

 

Een rekening gemaakt door een minderjarige is niet geldig in sommige staten en is geldig bij justitieel besluit in andere staten.

 

Een contract gesloten met een minderjarige of een gek is niet geldig.

 

Als een rekening niet binnen de juiste termijn betaald is, moet de eiser, als die er is officieel op de hoogte gesteld worden.

 

Een rekening verkregen door fraude of gegeven door een verslaafd iemand kan niet geïnd worden.

 

Het is fraude om fraude te bedekken.

 

Handtekeningen met een loden potlood zijn officieel in de wet.

 

De handelingen van een partner binden de andere.

 

Elke individu in een partnerschap is verantwoordelijk voor de schulden van de firma, behalve in een geval van speciaal partnerschap

 

Het woordt Begrensd in verband met firma name geeft een begrenzing van verantwoordelijkheden aan voor ieder lid.

 

Een overeenkomst zonder overweging van de waarde is niet geldig.

 

WAARDE ONTVANGEN  moet geschreven staan in een rekening, maar is niet nodig. Als het er niet staat wordt het aangenomen door de wet of mag aangetoond worden als bewijs.

 

Een observatie is niet genoeg bij de wet als het illegaal is van nature.

 

Een eiser van een rekening is vrijgesteld van verantwoordelijkheid als het niet ingediend worde met een opmerking van oneer binnen 24 uur van niet betaling

 

Een ontvangstbewijs voor geld is niet officieel afdoend.

 

 

DAT UW VREUGDE COMPLEET MAG ZIJN.

 

En nu, als u heeft genoten, gewaardeerd en uw voordeel gehaald heeft uit dit Geschenk, en als uw wens is om gelijke tred te houden met de vooruitgang van de Waarheid, zullen de uitgevers van dit boekje als een Christelijke dienst u toezenden- een serie van Tegenwoordige waarheid publicaties, bestaande uit 21 boekjes en in totaal 1682 pagina’s tellend, helemaal geïllustreerd. Het schrijft slechts een vereiste voor—de verplichting van de ziel om zelf alle dingen te onderzoeken en datgene vast te houden wat goed is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



    TER CORRECTIE

DE WERELD GISTEREN, VANDAAG, MORGEN

 

 

De Wereld Gisteren, Vandaag, Morgen

Zal Duitsland of Engeland Winnen?

Aangezien wij leven in een tijd waarin we alles kunnen verwachten, maar zeker kunnen zijn van niets, zullen daarom allen gelijk, staatsmannen, diplomaten en militaristen meegerekend, ongetwijfeld verbaasd zijn over wat zal voortvloeien uit het huidige Europese conflict.

 

Op dit moment (1941) vervolgen Hitler’s gevreesde legioenen hun onverbiddelijke aanval op werelds “Meesteres van de Zeeën,”en tot nu toe is niets in staat geweest om de woede van haar hevige aanval te weerstaan, met als gevolg dat Europa in angstaanjagende verwondering staat, en de hele wereld in gealarmeerde verwondering over is over wat hun te wachten staat, gewillig zoals Nebukadnessar in zijn dagen om bijna alles te willen geven om te weten, maar

God Alleen Kent de Toekomst

 

De wijze mannen heden ten dage kunnen nog minder de toekomst voorspellen dan de wijze mannen konden in de tijd van de profeet Daniel (Dan. 2). Als u denkt dat dit een overdreven bewering is, ga dan de uitdaging aan : “Brengt uw twistzaak, zegt de Heer; breng uw vaste bewijsredenen bij, zegt de Koning van Jakob. Laat hen voortbrengen en ons verkondigen de dingen, die gebeuren zullen, verkondigt de vorige dingen, welke die geweest zijn, opdat wij het ter harte nemen en het einde daarvan weten of doet ons de toekomende dingend horen. Verkondigt dingen die hierna komen zullen, opdat wij weten, dat gij goden zijt.” Jes. 41: 21-23.

 

Hij Die de opkomst en de val van Babylon voorzegde en van de naties die haar opvolgden, is de enige die weet wat de uitkomst zal zijn van het huidige “ tegenspoed der naties.” Voor licht, dan op deze gewichtige vraag nu hoogst belangrijk in ieder redelijk verstand, keren we tot de God van de profeten, Die ons gelast om te kijken naar de geschriften van Zijn zieners van ouds. Daar zijn als de gebeurtenissen van de wereld betreffende Zijn “zonen” (Jes.45: 11 )

Voorzegd op Geïllustreerde Wijze.

 

De wereldgeschiedenis in profetie is eerst vastgelegd in letterlijke termen, ten tweede in parabolische termen, ten derde in typische termen; en ten vierde in geïllustreerde termen. Omwille van de beknoptheid en in het belang van het bevorderen van het bevattingsvermogen, de mogelijkheid van zijsporen uitsluitend, presenteert deze stille boodschapper, haar boodschap op de geïllustreerde wijze.

De koninkrijken die neer zijn gegaan, de koninkrijken die nog steeds bestaan en de koninkrijken die nog tot stand moeten komen, wiens wetgeving God’s volk bij betrekt, zijn chronologisch geïllustreerd door beiden, Daniel en Johannes de Openbaarder.

Zodat nu zelf het meest sceptische en ongelovige verstand kan worden overtuigd, wordt het onderwerp van dit traktaat geïntroduceerd met de symbolen waarvan het profetische belang reeds geschiedenis is geworden.

Een Leeuw, Een Beer, Een Luipaard en een Niet te Beschrijven Beest.

 

“Daniel antwoordde en zeide: Ik zag in mijn gezicht bij nacht, en ziet, de vier winden des hemels braken voort op de grote zee.
En er klommen vier grote dieren op uit de zee, het ene van het andere verscheiden. Het eerste was als een leeuw, en het had arendsvleugelen; ik zag toe, totdat zijn vleugelen uitgeplukt waren, en het werd van de aarde opgeheven, en op de voeten gesteld, als een mens, en aan hetzelve werd eens mensen hart gegeven.


“Daarna, ziet, het andere dier, het tweede, was gelijk een beer, en stelde zich aan de ene zijde, en het had drie ribben in zijn muil tussen zijn tanden; en men zeide aldus tot hetzelve: Sta op, eet veel vlees.


“Daarna zag ik, en ziet, er was een ander [dier], gelijk een luipaard, en het had vier vleugels eens vogels op zijn rug; ook had hetzelve dier vier hoofden, en aan hetzelve werd de heerschappij gegeven.


“Daarna zag ik in de nachtgezichten, en ziet, het vierde dier was schrikkelijk en gruwelijk, en zeer sterk; en het had grote ijzeren tanden, het at, en verbrijzelde, en vertrad het overige met zijn voeten; en het was verscheiden van al de dieren, die voor hetzelve geweest waren; en het had tien hoornen.
Ik nam acht op de hoornen, en ziet, een andere kleine hoorn kwam op tussen dezelve, en drie uit de vorige hoornen werden uitgerukt voor denzelven; en ziet, in dienzelven hoorn waren ogen als mensenogen, en een mond, grote dingen sprekende. Dan. 7 : 2-8

 

 

 

 

 

 

Deze vier grote dieren, zegt de engel,” zijn vier koningen, die uit de aarde opstaan zullen.” Dan.7: 17.

 

Voorafgaand aan Daniel’s visioen van deze dieren, was aan Nebukadnessar, de koning van het oude Babylon terwijl hij  in onzekerheid was over de duur van zijn koninkrijk, in een droom , een groot beeld getoond bestaande uit vier metalen. Het hoofd was van “goud; haar borst en armen waren van “zilver” ; haar lendenen van “koper”; haar been van “ijzer” en haar voeten van “ijzer gemend met leem.” De droom uitleggend zei Daniel aan de koning:

 

“Gij zijt dat gouden hoofd. En na u zal een ander koninkrijk opstaan, lager dan het uwe; daarna een ander, het derde koninkrijk van koper, hetwelk heersen zal over de gehele aarde.
En het vierde koninkrijk zal hard zijn, gelijk ijzer; … En dat gij gezien hebt de voeten en de tenen, ten dele van pottenbakkersleem, en ten dele van ijzer, dat zal een gedeeld koninkrijk zijn, doch daar zal van des ijzers vastigheid in zijn, ten welken aanzien gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem.


“En de tenen der voeten, ten dele ijzer, en ten dele leem; dat koninkrijk zal ten dele hard zijn, en ten dele broos. En dat gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem, zij zullen zich [wel] door menselijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan den ander niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt.

 

“Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan.” Dan. 2 : 38-44.

 

 

Zonder meer symboliseren de vier metalen van het grote beeld, zoals de vier beesten dat doen een opeenvolging van vier koningen in hun respectievelijke perioden. De voeten (rechts en links) van ijzer en klei vertegenwoordigen duidelijk twee afdelingen van koningen (conservatieven en radicalen) in een vijfde periode- de tijd waarin de God van de Hemel “ een koninkrijk zal opzetten die nooit vernietigd zal worden.” De tenen van de voeten, duiden vanzelfsprekend een veelvoud van koningen bij beide partijen, de conservatieven en de radicalen.

 

In een andere symboliek, een ram en een geitenbok in drie-fasen, zag Daniel dat de geitenbok in haar eerste fase ( dat van de ‘grote hoorn”—de koning van “Griekenland”), het ram (“Meden  en Persen”) vertrad, en dat nadat de grote hoorn afbrak (overlijden van Alexander), vier hoorns in haar plaats opkwamen ( het koninkrijk verdeeld in vier delen) en dat uiteindelijk van een van de vier, een vijfde voortkwam, “de uitermate grote hoorn” (Rome). (Zie Daniel 8: 9, 20, 21-23.)

 

Sommigen denken dat de “uitnemend grote hoorn”—het vijfde—Antiochus symboliseert, die een van de vier divisies regeerde, maar dit kan niet zo zijn, want de uitnemend grote hoornen, komend uit een van de vier, symboliseert een vijfde koninkrijk, niet een van de vier uitgebreid. Bovendien verwijst de term “uitnemend groot” in tegenstelling tot de term “groot” naar een groter koninkrijk dan dat van Alexander. En aangezien het koninkrijk van Antiochus in haar grootheid

half niet zo groot was als dat van Alexander is de theorie ongeloofwaardig.

Het Romeinse Keizerrijk is die ene die veel groter was dan dat van Alexander en daarom alleen het antwoord tot deze symboliek. Door tegen het zuiden te gaan, dan tegen het oosten, dan tegen het sierlijke land, het westen (Palestina), ging het per definitie naar de vier winden van de kompas, wat precies is wat Rome deed.

Daniel 8: 9 zegt dat de “uitnemend grote hoorn” kwam uit een van de vier hoornen van de geitenbok, maar zegt niet uit welke. Daniel 11: 5, echter, verklaart dat “een van de vorsten” van het koninkrijk van het zuiden een grote heerschappij zou hebben. Deze vorst, is daarom gesymboliseerd door een uitnemend grote hoorn, en laat zien dat het kwam van de hoorn welke de Ptolomeische dynastie symboliseerde—de zuidelijke divisie. Hier is getoond dat de geschiedenis nalaat de oorsprong van Heidens Rome te boek te stellen .

We zien nu dat hoewel in Daniel 2 en 7 de namen van de koningen niet bekend zijn gemaakt, ze geopenbaard worden in Daniel 8. En daar Daniel 2 en 8, Daniel 7 ondersteunen, volgt het dat de vier metalen van het grote beeld, en de vier grote dieren, symbolisch zijn voor de vier oude keizerrijken; respectievelijk Babylon, Medo-Persië, Griekenland en Heidens Rome.

De volgende vier mappen tonen aan dat de geschiedenis de profetie ondersteunt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

p.14-17 kaarten

 

p.17 onder  kaart 4

 

De voeten en tenen van het beeld (Dan.2), een mengsel zijnde van ijzer en leem, voorspellen een keizerrijk dat niet samenkleeft. De klei veroorzaakt dat het aan stukken uit elkaar valt—in gescheiden koninkrijken; sommige groter, sommige kleiner, “gedeeltelijk sterk, en gedeeltelijk gebroken.”

 

Dit schriftgedeelte beschrijft duidelijk de tegenwoordige familie koningen in hun onderling getrouwde staat (vermengd “met de zaad van mensen:”). Voortkomend als een resultaat van het afbrokkelen van Heidens Rome, maken zij een vijfde en meerdelig keizerrijk. Aldus voorzegd deze profetische illustratie duidelijk dat de heerser van vandaag, niet in staat zijnde met elkaar aan te kleven (Dan2: 42,43) gedoemd zijn tot continue scheuringen en vijandigheden onder elkaar.

 

Kaart 5 toont de moderne divisies aan, voorafgaand aan de Tweede Wereld oorlog van de oude wereld.

 

  1. 18 helft van de pagina kaart 5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het vierde twee fasen beest— één met tien horens, de ander met zeven horens samen met de “kleine hoorn” (Dan.7: 7,8) portretteert  zoals wijd en zijd geaccepteerd is, eerst Heidens Rome en dan Pauselijk Rome , en de “kleine hoorn”( het hoorn hoofd), de kracht die toen regeerde, was religieus politiek.

Deze vier dieren zijn identiek aan respectievelijk het “goud”, “zilver,”koper” en “ijzer” van het “grote beeld.”

In deze profetische vier-dieren symboliek, tezamen met haar historische vervulling, zien we de voorbijgaande politieke gebeurtenissen en de als gevolg daarvan veranderende politieke status van de wereld van de tijd van het oude Babylon door tot de tijd van Christelijk Rome.

Het grote beeld echter brengt ons door naar het heden, de tijd waarin we onszelf geregeerd vinden door haar tenen-koningen. Maar zoals Daniels serie van dieren slechts een deel van de wereld geschiedenis omlijnd, is een andere serie nodig om het compleet te maken. Het enige andere van zulk een serie is in Openbaring, het eerste symbool waarin is

 

HET LUIPAARDACHTIG BEEST.

 

 

 

“En ik zag uit de zee een beest opkomen , hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van Godslastering. En het beest, dat ik zag, was een paard gelijk en zijn voeten als een beers voeten, en zijn mond als de mond van een leeuw, en de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht.

“En ik zal een van zijn hoofden als tot de dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen ; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest. En zij aanbaden de draak, die het beest macht gegeven had en zij aanbaden het beest zeggende: Wie is dit beest gelijk? Wie kan krijg voeren tegen het zelve ?

“En hetzelve werd een mond gegeven, om grote dingen en Godslasteringen te spreken; en hetzelve werd macht gegeven om zulks te doen, twee en veertig maanden. En het opende zijn mond tot lastering tegen God , om zijn naam te lasteren en zijn tabernakel en die in den hemel wonen. En hetzelve werd macht gegeven om de heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; en hetzelve werd macht gegeven over alle geslacht en taal en volk. En allen dei op de aarde wonen zullen het aanbidden, welke namen niet zijn geschreven in het boek des levens, van het Lam, dat geslacht is van de grondlegging der wereld.

“Indien iemand oren heeft, die hoore. Indien iemand in de gevangenis leidt die gaat zelf in de gevangenis; indien iemand met het zwaard zal dode, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen.” Openb. 13: 1-10.

 

  1. 21 plaatje

   

  1. 21 de helft van de pagina onder het plaatje.

 

De samengestelde opmaak van dit beest—mond van een leeuw, voeten van een beer, lichaam van een luipaard, en tien hoornen—is een trouwe getuige dat hij een afstammeling van Babylon (leeuw) , Medo-Persië (beer) , Griekenland (luipaard) en Heidens Rome( tien hoornen) is. Vandaar dat dit beest een smeltkroes is van de vier oude wereld-rijken en moet tezamen met haar zeven hoofden en tien gekroonde hoornen, de wereld van vandaag karakteriseren.

De twee en veertig maanden periode van het beest, valt in de tijd van Pauselijk Rome –het keizerrijk na Heidens Rome; terwijl haar gewonde staat ( Openb. 13: 3), de Protestantse periode symboliseert. Bovendien vertegenwoordigt het beest drie perioden—(1) de periode voor haar gewonde staat; (2) de periode gedurende haar gewonde staat; en (3) de periode waarin haar wond is genezen. Veder tonen deze symbolisering dat Inspiratie de Protestantse wereld nog steeds tot een Romeinse wereld toerekent. Dit weten we vanuit verschillende oogpunten, het eerste daarvan is in het feit dat de periode van twee en veertig maanden van het beest gelijk staat aan dat van de “tijd” van de kleine hoorn ( 12 maanden), “tijden,” (24 maanden), “en een halve tijd” ( 6 maanden). Het werk tegen God en Zijn volk in beide verslagen is twee en veertig maanden lang.

 

De hoornen van het niet te beschrijven beest hebbende geen kronen en de hoornen van het luipaardachtige beest hebbende wel kronen, wijzen aan dat de laatste de wereld symboliseert nadat de kroonloze hoornen (koningen die zouden moeten opstaan- Dan7: 24) van het vorige beest gekroond waren.

 

Zoals we nu gezien hebben, is het duidelijk dat Pauselijk Rome (de tweede fase van het niet te beschrijven beest) een gecombineerde kerk en staat macht was (een hoornen-hoofd, hebbende “de ogen van een mens en de mond die grote dingen sprak”–Dan. 7: 8), en dat de Protestantse Reformatie de scheiding van die twee veroorzaakte. Dus terwijl de opkomst en regering van Pauselijk Rome vooraf voorgesteld zijn door een niet te beschrijven beest, zijn hoorn hoofd, wordt haar ondergang afgebeeld door het gewonde gangbare hoofd van het luipaardachtige beest—het hoornen gedeelte (de burgerlijke macht) zijnde weggenomen. De kerk was beroofd van de overheersende kracht waarmee de staat haar had bekleed, met het resultaat dat de overheden onafhankelijk zijn van de kerk en de kerk ondergeschikt is aan de overheden.

 

Als het waar is dat het gewonde hoofd een godsdienstig lichaam symboliseert, en dat er geen onderscheid is in verschijning tussen het gewonde hoofd en de zes niet gewonde hoofden, dan is de fundamentele waarheid dat ze allen voorstellingen zijn van godsdienstige lichamen. Bovendien aangezien deze profetische symbolen betrekking hebben op de Westerse Beschaving, de geboortegrond van de Christenheid, karakteriseren de hoofden beslist de Christelijke genootschapen, evenals de “zeven kerken van Azië, “(Openb. 2, 3) het ene verschil zijnde dat de kerken van Azië waarschijnlijk een langere tijdsperiode beslaan dan de hoofden dat doen.

Verder, terwijl het beest haar dodelijke wonde ontvangen hebbende een voorstelling is van Christelijk Rome vernederd tot de dood (beroofd van burgerlijke macht), is haar herstel van de wonde een voorstelling van haar verhoging tot leven( haar burgerlijke macht weer verkregen hebbende). En daar de wond was toegediend door de hand van de Reformatie, kon het nooit hersteld zijn als de hand doorgegaan was met het scherpe twee snijdende zwaard voor haar te hanteren. Het herstel is daarom een levendige afbeelding van

 

De Val van het Protestantisme

en

de Opkomst van Despotisme (Tirannie).

Hoewel er slechts één ware uitlegging is van elke Bijbel leerstelling, zijn er toch een massa’s van tegenstrijdige uitleggingen in de hedendaagse Christelijke wereld, met het resultaat dat het opgesplitst is en vele sekten en afscheidingen (hoofden), met geen twee die hetzelfde geloven. Daarin ligt beslist bewijs dat deze kerken verstoken zijn van de Heilige Geest en voort rennen in complete duisternis. Omdat zij belijden de Waarheid te onderwijzen, maar in plaats daarvan leren ze leerstellingen en geboden van mensen, ze worden berispt door “de naam godslastering” geschreven te hebben op hun hoofden (Openb. 13 : 1).

Zelf nu, in de afsluitingsuren van de evangelie periode, zegt de kerk: Ik ben rijk en verrijkt geworden en heb aan geen ding gebrek,”—noch waarheid noch profeten,–hoewel in feite ze ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt is (Openb. 3 : 16, 17) , en op het punt staat uitgespuwd te worden als ze nu tekort schiet haar ogen te zalven met deze frisse extra olie. En zorgeloos zijnde over haar ellendige conditie, is ze nu gereed niet alleen om de laatste boodschap die tot haar komt met waarschuwingen en berispingen, vlak voor de vreselijke ten geduchte dag des Heren komt (Mal. 4: 5) te verwerpen, maar ook om de Verlosser opnieuw te kruisigen, als Hij in persoon zou komen om haar te bestraffen, daarbij haar opstandigheid van oudsher herhalend, als een symbool van Mozes die de “rots” tweemaal sloeg (Num. 20: 11).

Detail na detail, zijn wij tot zo ver instaat gesteld om de zien dat het genezen van de wond, niet alleen beduidend is van het te kort schieten van de kerk om de Protestantse Reformatie te voleindigen, maar ook van het spoedig terugkeren tot de tirannieke principes van de Duistere Middeleeuwen van de wereldse regeringen—tot de regels die geldig waren voordat de wonde werd toegediend. Deze herhaling van het verleden zal tot stand gebracht worden door

 

Het Twee-Hoornig Beest.

 

“En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams [hoornen] gelijk, en het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was. En het doet grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen.En verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en [weder] leefde, een beeld zouden maken.

“En hetzelve werd [macht] gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden; En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams.

“Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig.”

Openb. 13: 11-18.

De macht die door dit twee-hoornig beest wordt vertegenwoordigt, zal zichzelf  identificeren met “de valse profeet,” want tezamen worden ze “geworpen in de poel des vuurs.” Openb. 19 : 20.

Hieruit is het duidelijk te zien dat de wonderen welke het beest doet in de tegenwoordigheid van de mensen, en door welke hij hen misleid “die op de aarde wonen”( Openb. 13: 13,14), door de valse profeet gedaan worden (Openb. 19: 20) “in de tegenwoordigheid van het beest.” Openb. 13: 14.

Duidelijk is dan de burgerlijke autoriteit van het beest, gecombineerd met de bovennatuurlijke krachten van de profeet, verwijzen naar een verbond tussen het beest en de profeet—een verwantschap van vertegenwoordigers van staat en van de kerk.

Slechts twee hoornen hebbend, niet tien, beeld het beest daarom een lokale  en niet een universele regering af, desondanks zal hij heel de Christenheid beïnvloeden om “een beeld van het beest te maken, welke de wonde had toegebracht door een zwaard en dat leefde”; dat wil zeggen, hij zal een wereldwijd regeringsstructuur bewerkstelligen, en de principes van de kerk-staat regel van Pauselijk Rome op de troon zetten. De hersteller van deze principes zijnde, samen met de profeet, zal hij de werelds hoofd dictator worden en niet alleen de politieke en religieuze belangen van de regering vorm geven, maar ook de wereld handel. Hij zal een decreet uitvaardigen”dat niemand mag kopen of verkopen, tenzij hij het merkteken of de naam van het beest heeft, of het nummer van zijn naam.” Openb. 13: 17.

 

Dit beest is een vertegenwoordiging van een man die staat aan het hoofd van een natie en wiens invloed ver en wijd gaat onder de koningen van de aarde. Hij wordt verder geïdentificeerd door een nummer—het mystieke nummer “zeshonderd zes en zestig.” Openb. 13: 18.

Het overheersende geloof dat het nummer “666” de numerieke identificatie is van een of andere macht is het broedsel van de Prins der Duisternis en is berekend om waar mogelijk de identiteit van dit twee hoornig beest

geheim te houden. Inspiratie plaats het nummer op het twee hoornig beest en daar moeten we het laten. Wanneer het nummer uiteindelijk is opgemaakt, zullen de dienstknechten des Heren in staat zijn al de “wijzen” te overtuigen van wie precies het beest symboliseert. We zien nu echter, dat niemand wie het woord van God bestudeert, misleid hoeft te worden wanneer deze macht ten tonele zal verschijnen. Toch, ondanks Gods waarschuwingen tegen het geven van loyaliteit aan het beest, faalt de wereld hier acht op te slaan met het resultaat dat zelf nadat zijn nummer is opgemaakt,” het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken wordt gegeven aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden.”Openb. 13: 16.

De passage, “ Indien iemand het beest aanbidt en zijn beeld, en ontvangt het merkteken aan zijn voorhoofd, of aan zijn hand,”geeft aan dat allen die na de waarheid gehoord te hebben door gaan met op godsdienstige of wereldse wijze hulde te brengen aan het beeld, “ zal drinken uit den wijn des toorn Gods, die ongemengd ingeschonken is, in den drinkbeker Zijns toorn.” Openb. 14: 9, 10.

Een volledig besef van de glorierijke beloning die de mensheid te wachten staat zal ze zelf nu er toe dringen te juichen van vreugde ! En een gelijke besef van de vreselijke straf dat allen te wachten staat die tekort schieten om God tot hun toevlucht te maken, zal hen ertoe brengen zelf nu hun tanden te knarsen. Dat allen zich realiserend deze alternatieve vooruitzichten mogen inzien, en daarbij gedrongen worden tot berouw, de Heer is in opperste kwellingen geweest, niet alleen om een treffende beschrijving vast te leggen van het kwaad dat door de tussenkomst van het beest, Satan heeft bepaald voor de hele wereld, maar ook vooraf van een gelijkvormig kwaad te maken een volmaakt

 

Type van “Het beeld van het Beest.”

 

Dit type schoot wortel toen—

“De koning Nebukadnezar maakte een beeld van goud, welks hoogte was zestig ellen, zijn breedte zes ellen; hij richtte het op in het dal Dura, in het landschap van Babel. En de koning Nebukadnezar zond henen, om te verzamelen, de stadhouders, de overheden, en de landvoogden, de wethouders, de schatmeesters, de raadsheren, de ambtlieden, en al de heerschappers der landschappen, dat zij komen zouden tot de inwijding van het beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar had opgericht…

 

“Toen verzamelden zich de stadhouders, de overheden, de landvoogden, de wethouders, de schatmeesters, de raadsheren, de ambtlieden, en al de heerschappers der landschappen, tot inwijding van het beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar had opgericht; en zij stonden voor het beeld, dat Nebukadnezar had opgericht. En een heraut riep met kracht: Men zegt u aan, gij volken, gij natien, en tongen! Ten tijde als gij horen zult het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, des akkoordgezangs, en allerlei soorten van muziek, zo zult gijlieden nedervallen, en aanbidden het gouden beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar heeft opgericht; En wie

niet nedervalt en aanbidt, die zal te dierzelfder ure in het midden van den oven des brandenden vuurs geworpen worden.” Daniel 3 : 1-6.

 

In de uitwerking van dit drastische en onrechtvaardige decreet, zijn er drie opmerkelijke aspecten: De eerste openbaart waarschuwend de wijze waarop het beest al de naties en volkeren binnen zijn domein zal verplichten, om hem en het beeld dat hij zal maken te aanbidden; de tweede beloofd aanhoudend dat net zoals in de dagen van Nebukadnezar, Michael zij die weigerden het gouden beeld te aanbidden, bevrijde en bevorderde (Dan. 3: 12-30), evenzo zal Hij vandaag bevrijden en bevorderen allen die weigeren het beest en zijn beeld te aanbidden; en de derde openbaard verheerlijkend dat net zoals allen die toen trouw stonden , een menigte van zowel hoog en laag leiden om te Hem te erkennen als de Meest Hoge God, zo zullen allen die gehoor geven aan de waarschuwing, niet het beest en zijn beeld te aanbidden, “ blinken als het helderheid van het uitspansel; en die er velen rechtvaardigen , gelijk als de sterren, altoos een eeuwiglijk.” Dan. 12: 1-3.

Hand in hand met de geschiedenis, het zekere woord der profetie,”ons symbool na symbool geleid hebbend, tot door de keizerrijken beginnend met het oude Babylon, en tot de tegenwoordige door de staat geregeerde sektarisch wereld, zal ons zeker door leiden tot het einde der tijden. Wij zijn daarom geconfronteerd, met de logische noodzaak van een ander beest-symbool, een die de godsdienstige-poitieke wereld van morgen voorspeld.

Zonder een symboliek om ons voorbij de wereld van vandaag te dragen, zou het profetische Woord van God niet compleet zijn. Dus omwille van logica, continuïteit en volledigheid, moet deze opeenvolging van beest-symboliek een ander beest bevatten, een die in het bijzonder De Wereld van Morgen zal ontsluieren. Het enige dergelijke symbool dat overblijft is

 

Het Scharlaken-Rood Beest, Bereden Door Babylon De Grote.

 

 “En een uit de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, kwam en sprak met mij, en zeide tot mij: Kom herwaarts, ik zal u tonen het oordeel der grote hoer, die daar zit op vele wateren;  Met welke de koningen der aarde gehoereerd hebben, en die de aarde bewonen zijn dronken geworden van den wijn harer hoererij.

En hij bracht mij weg in een woestijn, in den geest, en ik zag een vrouw, zittende op een scharlaken rood beest, dat vol was van namen der [gods] lastering, en had zeven hoofden en tien hoornen. En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en paarlen, en had in hare hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinigheid harer hoererij. En op haar voorhoofd was een naam geschreven, [namelijk] Verborgenheid; het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde. En ik zag, dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verwonderde mij, als ik haar zag, met grote verwondering.

En de engel zeide tot mij: Waarom verwondert gij u? Ik zal u zeggen de verborgenheid der vrouw en van het beest, dat haar draagt, hetwelk de zeven hoofden heeft en de tien hoornen.

Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit den afgrond, en ten verderve gaan; en die op de aarde wonen, zullen verwonderd zijn (welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld), ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het is.

“ Hier is het verstand, dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit.  En het zijn [ook] zeven koningen; de vijf zijn gevallen, en de een is, en de ander is nog niet gekomen, en wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig [tijds] blijven.  En het beest, dat was en niet is, die is ook de achtste [koning], en is uit de zeven en gaat ten verderve.  En de tien hoornen, die gij gezien hebt, zijn tien koningen, die het koninkrijk nog niet hebben ontvangen, maar als koningen macht ontvangen op een ure met het beest. Dezen hebben enerlei mening, en zullen hun kracht en macht het beest overgeven. Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Heere der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.

En hij zeide tot mij: De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natien, en tongen. En de tien hoornen, die gij gezien hebt op het beest, die zullen de hoer haten, en zullen haar woest maken, en naakt; en zij zullen haar vlees eten, en zullen haar met vuur verbranden. Want God heeft [hun] in hun harten gegeven, dat zij Zijn mening doen, en dat zij enerlei mening doen, en dat zij hun koninkrijk het beest geven, totdat de woorden Gods voleindigd zullen zijn. En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad, die het

 

Plaatje Blz. 32 Babylon de grote en haar domein, moeder der hoeren.

 

 

koninkrijk heeft over de koningen der aarde.” Openb. 17.

Voor de zichtbare overeenkomst tussen het luipaardachtig-beest en het scharlakenrood beest, moet men erkennen dat de laatste het beeld is van de vorige, zijn dodelijke wonde geheeld zijnde en zijn hoornen ontkroond. De kroonloze hoornen van de laatste tonen aan dat hij de wereld vertegenwoordigd in een tijd waarin er geen gekroonde koningen zijn, maar dat in plaats daarvan de wereld geregeerd wordt door een pauselijk hoofd—de vrouw die het beest berijd.

Bovendien, beduid de bewering, “de tien hoornen… zijn tien koningen, die het koninkrijk nog niet hebben ontvangen, maar als koningen macht ontvangen op een ure met het beest” (Openb. 17: 12) bevestigend , dat de gekroonde koninkrijken van vandaag, die voortvloeiden uit het gevallen Rome, en welke vertegenwoordigd worden door de gekroonde hoornen van het luipaardachtige beest, ontkroond zullen worden, van de troon gehaald.

De kroonloze hoornen van het scharlakenrood beest, bovendien “hebben enigerlei mening” en “zullen hun kracht en macht aan het beest overgeven,” (vers 13) terwijl de vrouw koninkrijk heeft over de koningen der aarde,” Vers 18.

Haar zitten op de hoofden (vers 9), geeft aan dat ze de kerken onder haar controle heeft; en haar berijden van het beest geeft aan dat ze de heerser van de wereld is. Dit systeem van aanbidden en regeren is niet een nieuw ding onder de zon, want “in haar  is gevonden het bloed der profeten en der heiligen en al degenen die gedood zijn op de aarde.” Openb. 18 : 24.  Ze wordt daarom terecht genoemd Babylon, de naam van het oudste, het eerste keizerrijk—de type.

Deze antitypische Babylon, waaruit Gods volk in deze tijd zullen worden uitgeroepen, is evenzo de wereld handel monopoliseren, zoals duidelijk is geopenbaard in de voorspelling dat wanneer haar regering eindigt, dan zal—

 

 “… de kooplieden der aarde… wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waren meer koopt; Waren van goud, en van zilver, en van kostelijk gesteente, en van paarlen, en van fijn lijnwaad, en van purper, en van zijde, en van scharlaken; en allerlei welriekend hout, en allerlei ivoren vaten, en allerlei vaten van het kostelijkste hout, en van koper, en van ijzer, en van marmersteen; En kaneel, en reukwerk, en welriekende zalf, en wierook, en wijn, en olie, en meelbloem, en tarwe, en lastbeesten, en schapen; en van paarden, en van koetswagens, en van lichamen, en de zielen der mensen…

“De kooplieden dezer dingen, die rijk geworden waren van haar, zullen van verre staan uit vreze van haar pijniging, wenende en rouw makende; En zeggende: Wee, wee, de grote stad, die bekleed was met fijn lijnwaad, en purper, en scharlaken, en versierd met goud, en [met] kostelijk gesteente, en [met] paarlen;

“Want in een ure is zo grote rijkdom verwoest.  En alle stuurlieden, en al het volk op de schepen, en bootsgezellen, en allen, die ter zee handelen, stonden van verre; 18 En riepen, ziende den rook van haar brand, [en] zeggende: Wat [stad] was deze grote stad gelijk? En zij wierpen stof op hun hoofden, en riepen, wenende en rouw bedrijvende, zeggende: Wee, wee, de grote stad, in dewelke allen, die schepen in de zee hadden, van haar kostelijkheid rijk geworden zijn; want zij is in een ure verwoest geworden.”Openb. 18: 11-13, 15-19.

Aldus, kort nadat het is opgezet, zal deze federatie van kerk en staat hals over kop in vergetelheid duiken, net als een grote “molensteen” dat in de zee wordt gegooid (vers 21). En het gehuil van haar klagers zal zijn: In een ure is zo grote rijkdom verwoest geworden.”Openb. 17: 12;  18: 10, 17. Dit uur dat de doods worsteling brengt van Babylon, kan geen andere zijn dan datgene welke volgens de parabel van Jezus (Matt. 20: 11-16) het laatste parabolische uur (periode) van de dag (genade tijd) is; dat is, dat van de elfde uur roep voor arbeiders (de laatste boodschap aan de wereld- Mal. 4 : 5)tot het twaalfde uur ( zonsondergang, oude tijdsaanduiding), het einde van de dag—het afsluiten van de evangelie periode ( Matt. 24: 14), het afsluiten van de oogst (Jer. 8: 20), het sluiten van de genade (Openb. 22: 11).

 

De “tien hoornen”van het scharlakenrood beest (de leiders die zij een uur overheerst), “ zullen haar” uiteindelijk “ woest maken en naakt  en zui zullen haar vlees eten en zullen haar met vuur verbranden.” Openb. 17 : 16. Dus ten slotte zullen ze haar voor altijd afwerpen en het systeem dat ze symboliseert, het “beeld van het beest” zal  worden vernield. Bij deze weergalmende neerstorting van Babylon, zullen “de koningen der aarde…haar bewenen en rouw over haar bedrijven, … van verre staande uit vrees  van hare pijniging zeggende  Wee, wee de grote stad  Babylon, de sterke stad. Openb. 18 : 9, 10

De klaagliederen van de “koningen” tonen aan dat ze meevoelen met haar , terwijl de hoornen haar haten. De “koningen,” kunnen daarom niet diegene zijn die gesymboliseerd worden door de kroonloze hoornen van het beest, maar eerder zij die  gesymboliseerd worden door de gekroonde hoornen van het luipaardachtige beest.  Zij zijn de gekroonde koningen die verrezen na de val van Heidens Rome, en die nu haastig in ballingschap gaan.

De identiteit van Babylon zijnde een vaak aangesneden onderwerp onder studenten van de Openbaring, doet daarom de noodzaak optreden tot vaststellen:

 

Wie Is de Verpersoonlijking  van Babylon ?

 

Nu het licht volkomen de duisternis verjaagd heeft die lang dit onderwerp heeft omhult, kan de student van profetie duidelijk zien van de symboliek dat in de eerste plaats Babylon het aanstaande pauselijk-politiek-economisch systeem van de naties belichaamd, niet een of ander instituut of organisatie, ten tweede dat de het beest dat ze berijd een voorstelling is van haar grondgebied, en ten derde, dat het zal voorbijgaan van profetie naar geschiedenis–, inderdaad, reeds begonnen is om op te doemen uit nevel, zoals de kust van America voor Christoffer Columbus en zijn kameraden als ze het grote Westerse Continent naderden.

Het beest dat bereden wordt door de vrouw, Babylon, openbaart duidelijk drie belangrijke waarheden: ten eerste, dat de oproep van Gods volk om uit Babylon te komen (Openb. 18: 4) een roep is voor hun om tussen uit de naties te komen die gesymboliseerd worden door het beest dat ze berijd (overheerst); ten tweede dat de geroepenen uit haar met zonden gevulde grondgebied moeten komen, omdat het vernietigd gaat worden door de plagen; en ten derde hun uitgaan maakt het noodzakelijk dat zij ingaan tot een  plaats  waar de zonde niet bestaat en waar er geen gevaar is van het vallen van de plagen. Aldus moet hun uitkomen uit haar grondgebied hun inkomen in Gods Koninkrijk zijn. De waarschuwing voor het ontvangen van het merkteken, dan (Openb. 14 : 9-11) tezamen met de oproep om uit (haar) te komen, zal herhaald worden meteen buitengewone luide roep door Babylons grondgebied heen.

Zowel zij die zich in haar grondgebied bevinden en zij die zich daarbuiten bevinden, moeten dan meteen beslissen om de zegel van God te ontvangen in plaats van het merkteken van het beest, als ze willen ontsnappen aan de toorn van God. Om dit te doen moet de vorige klasse uit haar komen, en de laatste klas moet in haar blijven.  Ondanks de doodstraf voor het inmen van zo een stadpunt (Openb. 13: 15) moet er geen aarzeling of besluiteloosheid zijn aan de kant van welke klasse dan ook.

Zij die in Babylon zijn moeten acht geven op de Stem die zegt: “Gaat uit haar , Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt, en opdat gij van hare plagen niet ontvangt.” Openb. 18: 4. En zij die uit zijn moeten nauwkeurig acht geven op de waarschuwing: “Indien iemand het beest aanbidt en zijn beeld, en ontvangt het merkteken aan zijn voorhoofd of aan zijn hand, die zal ook drinken uit den wijn des toorns Gods die ongemend ingeschonken is in de drinkbeker zijn toorn en hij zal gepijnigd worden met vuur en sulfer voor de heilige engelen en voor het Lam.” Openb. 14: 9, 10.

Het licht op dit onderwerp zal zich verspreiden als vuur in stoppels, totdat het uiteindelijk de hele aarde verlicht (Openb. 18 : 1) en allen die in haar felle gloed wandelen, zullen hun namen geplaatst hebben in het Boek des Levens van het Lam. Zij zullen bevrijding vinden van de laatste besliste poging van de Vijand om de wereld te doen duiken in een bodemloze put van eeuwige ondergang. Voor hun zegt de engel, “zal Michael opstaan, de grote Vorst, die voor de kinderen uws volks staat…en in die tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek.” Dan. 12 : 1.

De symboliek,leidt nu tot

 

DE EINDFASE VAN DE BEESTEN.

 

PLAATJE : DE GESCHIEDENIS VAN DE WERELD IN PROFETISCHE SYMBOLEN ( de helft van p. 38)

 

 

De beesten van Daniel 7 en het luipaardachtig beest van Openbaring 13, kwamen op uit de zee, maar het twee-hoornig beest kwam op uit de aarde ( vers 11), en het scharlakenrood beest stond in de wildernis (Openb. 17: 3). Om dus de geografische locatie te vinden van elk regerend beest, is het noodzakelijk om eerst de symbolische betekenis van de “zee,” de “aarde,”en de “woestijn” vast te stellen.

 

“De Zee”

 

Lokaliseert het Territorium van de Vijf Beesten.

 

Aangezien in het rijk van de natuur, de zee de voorraadschuur, (thuis) van de wateren is, moet de “zee”,  daarom in het rijk der symbolen, de geboorteplaats zijn van de naties- het Oude Land. De vijf beesten (de leeuw, beer, luipaard, en het niet te beschrijven beest, tezamen met het luipaardachtige beest) komend uit de zee, geeft aan dat ze koninkrijken vertegenwoordigen die verrezen zijn uit het Oude land, precies zoals de geschiedenis bevestigd.

 

Aangezien de zee het grondgebied van deze beesten lokaliseert, lokaliseert vanzelfsprekend, dan

 

“De Aarde”

 

Het Domein van het Twee-Hoornig Beest.

 

Daar de geboorteplaats van de naties is gesymboliseerd door de zee, dan lokaliseert de “aarde” het tegenovergestelde van de “zee” het domein van het twee-hoornig beest, weg van het Oude Land. Maar om precies erachter te komen voor welk van de regeringen van de Nieuwe landen het staat, moeten we de kenmerkende eigenschappen van het beest zelf overwegen.

 

Zijn twee kroonloze hoornen tonen twee niet Koninklijke heersers aan, terwijl hun lam-achtige voorkomen, jeugdige onschuldigheid voorspeld. En zijn hebben van de macht om te commanderen, wie zal kopen en wie niet zal kopen, toont aan dat hij een natie vertegenwoordigt dat voorgaat(leid) in het beheersen van het welzijn en de industrie van de wereld.

 

De Verenigde Staten van America is de enige regering in de wereld dat aan als deze voorwaarden voldoet. Het is ontstaan in een nieuwe wereld ( “de aarde”), niet in de grondgebieden van de oude wereld (“de zee”). Het is de enige regering die lam-achtig is—jeugdig en Christelijk, gevestigd op de onschuldige principes van vrede en vrijheid, hebbend twee niet –Koninklijke regerende partijen (kroonloze hoornen), de Republikeinen en de Democraten.

 

Aangezien de symbolische “zee”en “aarde” gelijk met de kenmerkende eigenschapen van de beesten, perfect het verblijf van elk beest lokaliseren, evenzo lokaliseert

 

“De Woestijn”

Het Domein van het Scharlaken Rood Beest.

 

Tegenover elkaar stellend , is een woestijn het tegenovergestelde van een wijngaard. En aangezien een wijngaard figuurlijk het huis van Gods volk is ( Jes. 5), kan de woestijn alleen het huis van de heidenen vertegenwoordigen. Het zijn van het beest in de woestijn, geeft aan dat tegen de tijd dat het komt te ontstaan, er een wijngaard is. Vanzelfsprekend, zou het overbodig zijn om “een woestijn” aan te geven, als de hele wereld een woestijn is.

 

(Voor volledige details, met betrekking tot deze symbolische beesten, lees De Herderstaf, deel 2.)

 

De zekerheid dat beiden de wijngaard en de woestijn tegelijkertijd bestaan, toont ten eerste aan dat Babylon, rijdend (heersend) op het beest, alleen regeert over de woestijn (Heidense wereld) ; en ten tweede dat van daaruit Gods volk geroepen worden om in de wijngaard te gaan ( het Koninkrijk hersteld), waar er geen zonden zijn en waar er geen angst is voor hun voor het ontvangen van de plagen. Van dit Koninkrijk van veiligheid schrijft de profeet Daniel:

 

“Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk verwekken, dat in deer eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen en te niet doen maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan.” Dan. 2 : 44.

Het onderwerp van de wijngaard, nu maakt de analyse noodzakelijk van

 

DE VROUW GEKROOND MET TWAALF STERREN EN HAAR OVERBLIJFSEL.

 

Plaatje blz. 42 (een ware kerk in alle eeuwen)

 

 

Het bewijst zichzelf dat de vrouw Babylon de vervalsing is van de “vrouw” die de Zoon van God voortbracht (Openb. 12: 1), van wie de Schriften zeggen:

 

“ En toen de draak zag, dat hij op de aarde geworpen was, zo heeft hij de vrouw vervolgd, die het manneke gebaard had. En aan de vrouw zijn gegeven twee vleugelen van een grote arend, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht der slang.” Openb. 12 : 13,14.

Om te beginnen, zien we van dit schriftgedeelte dat de vrouw haar wijngaard verliet (vaderland-Palestina) en de Heidense wereld inging nadat haar kind was geboren; dat is in haar Christelijke periode, toe de draak haar vervolgde door de tussenkomst van de Joden (Hand. 8: 1; 13: 46, 50,51). Vervolgens zien we dat nadat ze voor een tijdje daar was, de omstandigheden zo werden dat ze haar verhinderden om verder zichzelf te voeden, en dat het daardoor nodig was dat ze gevoed werd door iemand “een tijd, tijden en een halve tijd.”

Drie en een half jaar na Christus zijn opstanding, verliet de kerk Palestina ( de wijngaard, en terwijl ze in de heidense wereld (de woestijn) was, “wierp de slang uit haar mond water als een rivier achter de vrouw, (dwong de heiden om gedoopt te worden in de Christelijkheid en zich bij de kerk te voegen),  opdat zij haar door de rivier zou doen wegvoeren (ongelovig maken).” Vers 15.

Terwijl ze overstroomd was, moest ze gevoed (onderhouden) worden door de Heer, want vele van haar volgelingen waren ongelovig gemaakt geworden, en haast allen van hen die dat niet waren, werden ter dood gebracht door de “overstroming.” Dus als Hij haar niet gevoed had (in leven gehouden had), door een wonder, zou de Kerk gedurende deze Duistere eeuwen van godsdienst zijn vergaan. Het is waar, ze is in staat geweest om zichzelf te voeden sinds de Reformatie, maar de onbekeerden (rivier) zij nog steeds in haar midden. Ze heeft echter, de belofte van redding:

 

“En de aarde kwam de vrouw te hulp en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier, welke de draak uit zijn mond had geworpen.” Vers 16

 

Of letterlijk gesteld, de onbekeerden die nu temidden van de kerk zijn, zullen geslacht en begraven worden. De bekeerden zullen dan gebracht worden in het Koninkrijk. Dan zal de draak “vergrimmen op de vrouw en… krijg voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren en de getuigenis van Jezus Christus hebben.” Vers 17.

 

Aangewakkerd tot razernij over haar zuivering, zal de draak oorlog voeren “met het overblijfsel van haar zaad.” Tegen haar persoonlijk, zal hij echter geen oorlog voeren, want haar zegsmannen, de 144.000 (de eerste vruchten—Openb. 7: 3-8; 14: 4), zij die het eerst in het koninkrijk gaan, staan met het Lam, de Koning, op de berg Zion (Openb. 14 : 1), Zijn Paleis terrein. Omdat zij de heersers van de stammen zijn, worden zij gesymboliseerd door de gekroonde vrouw. En daar ze in hun eigen land zijn, worden ze beschermd tegen de draak die derhalve alleen het “overblijfsel”, vervolgt,  zij die achtergelaten zijn, die nog steeds in Babylon zijn, maar die uiteindelijk uit haar worden geroepen. (Openb. 18: 4) ( Voor meer bijzonderheden over Openbaring 12, lees The Shepherd’s Rod, Vol. 2, pp 64-82.)

 

De eerste vruchten van het koninkrijk komen als resultaat van de schudding, de scheiding in de kerk, zoals is aangetoond door de gelijkenissen van het net en van het veld: De goede vissen worden verwijderd vanuit het net (de kerk), en geplaatst in vaten ( het koninkrijk—Matt. 13 : 48), en het tarwe wordt gehaald tussen het onkruid uit, en wordt geplaatst in de schuur ( het koninkrijk—vers 30). Als slechte vissen worden ze weggegooid; als onkruid, worden ze verbrand. (Voor een gedetailleerde studie over de oogst, lees traktaat no. 3, Het oordeel en de oogst.)

 

De tweede vruchten, echter, zij die nog steeds in Babylon zijn na de zuivering, worden gehaald tussen de slechten, (Openb. 18 : 4), in plaats van de slechten tussen de goeden uit (Matt. 13 : 49).

 

Het oorlog voeren van de draak tegen hen is veroorzaakt doordat zij het Getuigenis van Jezus hebben, de Geest der Profetie ( Openb. 19: 10), door geboden-houders te zijn geworden, in plaats van aanbidders van het beest en zijn beeld. Het doel van de draak is om hem te weerhouden van uit Babylon te komen en dus van in te gaan in het snel groeiende Koninkrijk. Dan is het echter, dat de wereld al Gods volk zal aanschouwen komend

 

Uit Babylons Grondgebied In Haar Eigen Land.

 

 

Nu de waarheid duidelijk vastgesteld is dat het scharlaken rood beest het symbool is van het grondgebied waarover “Babylon de grote, de moeder der hoeren,” regeert volgt het dat haar grenzen zich zo ver zullen uitbreiden als de grenzen van de naties die neerbuigen voor haar macht. Vandaar dat de roep “Komt uit haar Mijn volk, dat u geen geel hebt aan haar zonden en dat u niet ontvangt van haar plagen” (Openb. 18: 4) een roep is voor hen om uit haar grondgebied te gaan, dat ze niet haar zonden delen, noch ontvangen van her plagen. Zij die gehoor geven aan De Heer zijn bevelen, moeten vanzelfsprekend, een zonde vrije plaats hebben om heen te gaan, waar ze “veilig” mogen “verblijven” hoewel er “geen muur noch grendel” eromheen zijn (Ezech. 38: 11). Naar deze haven zullen ze “vergaderd worden uit vele volken en zullen zij allemaal zeker wonen.” Ezech. 38: 8. “En al uw kinderen zullen van den Here geleerd zijn, en de vrede van uw kinderen zal groot zijn.”

Jes. 54: 13. Gods volk kan in die tijd de Heer niet meer dienen in “Babylon” en in “Egypte” dan ze konden in de dagen van Ezra of van Mozes, want wanneer de plagen worden uitgegoten op Babylon, zoals het “vuur en zwavel”

werd uitgegoten over Sodom en Gomorrah, als ze nog zouden leven temidden van de wereldlingen, zouden ze niet meer kunnen ontsnappen aan de schade van de plagen dan dat Lot het vuur zou kunnen overleven, als hij was gebleven in Sodom. “En het zal” daarom “geschieden in de laatste der dagen, dat de berg van het huis des Heren zal vastgesteld zijn op de top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen en tot dezelve zullen alle Heidenen toe vloeien. En vele volken zullen heengaan en zeggen; Komt, laat ons opgaan tot de berg des Heren, tot het huis van de God van Jakob,opdat Hij ons lere, van zijn wegen, en dat wij wandelen in zijn paden; want uit Zion zal de wet uitgaan, en des Heren woord uit Jeruzalem. En Hij zal rechten onder de heidenen en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.”Jes. 2: 2-4. ( Lees ook Jes.11: 11, 12, 15, 16.)

“…Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israels halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land; En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israels; en zij zullen allen te samen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn. En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn. En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te samen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen. En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid. En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid. En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, Die Israel heilige, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid” Ezech. 37: 21-28.

Ter bevestiging van de waarheid dat Gods volk weer een koninkrijk gaan worden profeteert Ezechiel van

 

Een Nieuwe Verdeling van het Land.

 De profeet presenteert een verdeling van het land totaal verschillend van dat van de tijd van Josua (Josua 17); Van het oosten tot het westen zal het in stroken. Dan zal het eerste gedeelte hebben in het noorden en Gad het laatste gedeelte in het zuiden. Tussen de grenzen van deze twee zullen de gedeelten van de rest van de stammen zijn Het heiligdom zal zijn in het midden van het land en aangrenzend zal de stad zijn. (Zie Ezech. 48.)

Het feit dat zo een verdeling van het beloofde land nooit gemaakt is geworden, toont aan dat het nog in de toekomst ligt. Ook het feit dat het heiligdom daar zal zijn, terwijl het niet op de nieuwe aarde zal zijn ( Openb. 21: 22) bewijst bevestigend dat deze unieke opstelling voor de duizend jaar is. Het tweevoudige feit, bovendien, dat de naam van de stad “De Heer is daar ,”is en dat haar locatie, volgens de verdeling van het land, noodzakelijkerwijs anders moet zijn als dat van het oude Jeruzalem, toont aan dat het huidige Jeruzalem, niet die stad is. Bovendien wijzen de Schriften duidelijk dat

 

DE HEIDENEN UIT HET HEILIGE LAND ZULLEN WORDEN UITGEDREVEN.

 

“En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen. En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben. En de HEERE toonde mij vier smeden. Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien. Zach. 1 : 18-21.

 

Hier zien wij, eerst dat de heidense krachten in hun verstrooiing van Gods oude volk, vertegenwoordigt worden door vier hoornen, en later in hun uitwerping van de heidenen, ze vertegenwoordigt worden door vier timmermannen. Aldus is het ook geïllustreerd voorspeld, “Jeruzalem zal van de heidenen [alleen] vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn.” Lukas 21 : 24.

 

(Lees Ezechiel 36 en 37; Jeremiah 30 en 31.)

 

Alhoewel onze eerste vraag zou moeten zijn, “ Wat zullen we doen om het geven van loyaliteit aan de vijanden van God te voorkomen, om zodoende waardig geacht bevonden te worden voor een plaats in Zijn koninkrijk, wanneer deze kwade tijd zal komen?” maakt de meerderheid toch nog tot zijn eerste vraag,

 

Wie is Gog ?

Iemand die probeert op zijn eigen krachten uit te leggen wie Gog is, probeert het onmogelijke te doen.–onderneming die alleen in teleurstelling zal resulteren. Dit wordt gezien in het feit dat alhoewel de Bijbel duidelijk stelt dat de plaats voor dorpen zonder muren in de bergen van Israel is,–het eigen land van Israel (Palestina), waar de vaderen van de Israelitische naties vertoefden, heeft de mens toch gepoogd ons te vertellen dat het in Amerika

is !

 

Daarom is het dat in hun eigen kunstigheid

 

DE HEER DE NATIES ZAL BESCHADIGEN EN OORDELEN.

 

“En de inwoners van de steden van Israel zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren; zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken ; en zij zullen beroven degenen die hun beroofd hadden en plunderen die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere, Heere.

“En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israel zal geven, et dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen, en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte en zullen het noemen; Het dal van Gogs menigte. Het huis Israels nu al hen begraven om het land te reinigen zeven maanden lang. Ja, al het volk des lands zal begraven en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere Heere.

“ Daarom zo zegt de Heere Heere; Nu zal Ik Jakobs gevangenen wederbrengen en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israels, en Ik zal ijveren over mijnen heilige naam; Als zij hun schande zullen gedragen hebben en al hun overtreding met welke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was die hun verschrikte. Als Ik hen zal hebben weder gebracht uit de volken en hen vergadert zal hebben uit de landen hunner vijanden en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele Heidenen; dan zullen zij weten dat Ik de Heere hun God ben, terwijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weer verzameld in hun land en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten. En Ik zal mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik min Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere, Heere.” Ezech. 39: 9-13, 25-29.

 

“Want ziet, in die dagen en te dien tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden; dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege mijn volk en mijn erfdeel Israel, dat zij onder de heidenen hebben verstrooid en mijn land gedeeld.

“Roept dit uit onder de heidenen, heiligt  een krijg wekt de helden op , laat naderen, laat optrekken alle krijgslieden. Slaat uw spaden tot zwaarden en uw sikkelen tot spiesen; de zwakke zegge: Ik ben een held. Rot te hoop, en komt aan alle gij volken van rondom, en vergadert u! O Heere, doe uwe helden derwaarts nederdalen. De heidenen zullen zich opmaken, en optrekken naar het dal van Josafat; maar aldaar zal Ik zitten, om te richten alle heidenen van rondom.” Joel 3 : 1, 2, 9-12.

“En voor hem zullen al de volken vergaderd worden en hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt. En hij zal de schapen tot zijn rechterhand zetten, maar de bokken tot zijn linkerhand. Alsdan zal de Koning zegen tot degene die tot zijn rechterhand zijn Komt ge gezegenden mijns Vaders! Beërft dat koninkrijk hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.” Matt. 25 : 32-34.

 

Maar aan hun die aan Zijn linkerhand zijn zal Hij zeggen: “En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.”Matt 25 ; 46.

( Voor een volledige studie van het Koninkrijk lees traktaat nr. 8. De berg Zion omstreeks het elfde uur en traktaat nr. 9. Zie Ik maak alle dingen nieuw. p. 40-64)

Dit zijn een paar van de toekomstige gebeurtenissen die spoedig zullen volgen in een snelle opeenvolging bij het inluiden van het koninkrijk. Dan volgt het sluiten van de genadetijd, en het uitgieten van de zeven laatste plagen, welke zullen vallen op hen die figuurlijk staan aan Zijn linkerhand—zij die buiten Palestina zijn. Dan zal terwijl de plagen vallen, het machtigste van alle gevechten gevochten worden, “ de strijd van de grote dag van de Almachtige God, “—het lang verwachte einde van de wereld, –de Armageddon (Openb. 16 : 12-16).

Terugkerend naar onze tegenwoordige wereldcrisis, aangezien, zoals eerder genoemd, de gekroonde koningen van vandaag (Openb. 13) reeds tot een handje vol zijn afgenomen, en aangezien de kerken in hun roep voor vrede en veiligheid, trachten elkaars handen vast te grijpen, zouden wij er wijs aan doen om nu een onderzoek in te stellen in

 

HUIDIGE GEBEURTENISSEN DIE MOGELIJK PROFETIE IN VERVULLING DOEN GAAN.

Om dat de twistappel onder de kwade naties van vandaag, de wereldmarkt is, en omdat de kerken bedreigd worden door de totalitaire regeringen, en zodoende ertoe gedreven worden om zich bij elkaar te voegen om het Christendom te behouden, is het feit hierbij bewezen, dat de tijd nabij is voor het arriveren van de voorspelde wereldwijde godsdienstig – politiek – commercieel keizerrijk, het veronderstelde remedie voor de ziekten van de wereld.

Nu wordt gezien dat de profetie van Openbaring 17 en 18, de slotscène in het drama gespeeld door de naties, zal worden opgevoerd.

De oorlog voerende naties zijn reeds verdeelt in twee aparte ideologische kampen: Aan de ene kant zijn de democratische regeringen, terwijl aan de andere kant de niet-democraten zijn. Als de laatstgenoemden succesvol voortgaan om hun meedogenloze verovering voor wereld heerschappij en onafhankelijkheid te vervolgen, zal de enige zegevierende uitweg voor de Christelijke naties, als ze menselijkerwijs hun toestand aanschouwen, zijn om hun macht aan de kerk over te geven. Want om katholiek tegen katholiek te plaatsen, en Protestant tegen Protestant, in een dodelijk gevecht, zullen zij in doodsangst geïnspireerd worden om het beest te zadelen, en de kerk als haar berijder te herbevestigen, om zodoende zichzelf te bevrijden van de ketenen van de niet-democraten, en om het Christendom veilig te stellen. Ze zullen de overwinning zien in deze strategie, als het hun in de oorlog niet gegeven is, om de meest duidelijke reden dat vele van de miljoenen communicanten van deze kerken, in ieder leger van de bondgenoten van de totalitaire staten in het conflict, de bevelen van de kerken zullen eren, boven die van hun respectievelijke regeringen.

 

Zulk een combinatie van omstandigheden zal resulteren in een reproductie van de internationale kerk-en-staat regel van de Donkere Middeleeuwen, en zal bijdragen aan de schroot hoop van ’s werelds fijnste instrumenten van menselijke vrijheid- de goddelijke geïnspireerde Grondwet van de Verenigde Staten van Amerika. Aangezien deze ontwikkeling de ziekten van de wereld erger zal maken, zal het opvallen dat de vier engelen, de winden hebben los gelaten, en dat de 144.000 Israelieten verzegeld zijn. (Openb. 7: 3-8).

En meer nog, een systeem dat op straffe van de dood van non conformiteit, een vorm van aanbidding in schending van het geweten zal afdwingen, is alles behalve Democratisch en Christelijk. Opgedrongen godsdienst is niets minder dan een bevel om onderdanen te doen kruipen, in plaats van een bevel tot vrijwillige leerlingen.

De snel vallende gekroonde koningen van de naties (gesymboliseerd door de gekroonde hoornen van het luipaardachtige beest) in tegenstelling tot de stijgende kroonloze leiders van de naties ( gesymboliseerd door de kroonloze hoornen van het scharlaken rood beest) , tonen aan dat de wereld voortgaat uit de periode van de Koninklijk  gezindte regeringen in de periode van de niet Koninklijk gezindte regeringen.

Een ten val brengen van de democraten door de niet-democraten zal de voortzetting van een nationalistische Christendom in gevaar brengen. Om deze storm te weerstaan, zullen de Christelijke regeringen spoedig op het beest zitten, de voorspelde koningin van de wereld—Babylon de Grote. Dan zal ze in haar hart zeggen: “ Ik zit als een koningin, en ben geen weduwe en zal geen rouw zien.”Openb. 18: 7.

Deze eenheid van kerk en staat zal een “tijd der benauwdheid brengen zoals er nooit een geweest was, sinds er een natie was.” Dan. 12.1  Desondanks, “wie zijn leven zal willen behouden (beschermen)”, door de waarheid op te offeren, “zal het verliezen,”zegt Christus, “en wie zijn leven verliezen zal (riskeren), om Mijnentwil” door standvastig te staan voor de waarheid, “ die zal het vinden.”Matt. 16: 25. En de profeet verklaart dat “Te dien tijd , zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volk staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is , tot op dezelfde tijd toe; en te dien tijd zal uw volk verlost worden al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek…..Velen zullen er gereinigd en wit gemaakt  en gelouterd worden, doch de goddelozen zullen goddelooslijk handelen en geen van de goddelozen zullen het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan.”Dan. 12 1, 10.

 

Zonder Christus kan geen enkel systeem de knoop van de wereld ontraffelen, maar kan de knoop alleen maar erger maken. Babylon de grote, kan het daarom dus slechts een korte tijd volhouden, –een symbolisch “uur”—and dan zal ze weggevaagd worden door de kroonloze hoornen (Openb. 17: 16), de resulterende tijd der benauwdheid uiteindelijk zijn hoogte punt doen bereiken in het beëindigen van de genadetijd en in de overwinning en kroning van de “KONING DER KONINGEN EN DE HEER DER HEREN” (Openb. 19: 16) Wiens recht het is om te regeren.

 

Zo zal het zijn dat “in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk verwekken dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden,” maar “het zal in alle eeuwigheid bestaan.”Dan. 2 : 44.

“Voorwaar ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.”Matt 24: 34. Dan en pas dan mag de wereld vrede verwachten.

Aldus verklaart ”het zekere woord der profetie, “ die nooit tekort schiet om de waarheid te vertellen dat noch Engeland, noch Duitsland, maar eerder Babylon de Grote, ( het beeld van het beest) uiteindelijk, voor een korte tijd, voordeel hebben aan de oorlog. Niemand anders dan Gods volk zal echter voor altijd voordeel hieruit halen. Ze zullen vrij gemaakt worden door “een koninkrijk” te worden, welke nooit vernietigd zal worden” of “aan een ander volk overgelaten worden.” Dan 2: 44.

 

Hoe noodzakelijk is het dan dat we het licht dat tot zover in ons verstand is geschenen door het nooit falende Woord der Profetie en haar historische vervulling vast houden, zodat wij niet alleen mogen afwijken van het pad dat tot vernietiging leidt, maar ook mogen wandelen op het pad van eeuwige zekerheid. In het verlengde hiervan, laten wij een hoofdstuk van de Bijbel in beschouwing nemen, welke altijd studenten van de profetie heeft verbijsterd, maar welke nu in het licht van de Tegenwoordige Waarheid, een van de meest eenvoudige en begrijpelijke Bijbelse profetieën, is geworden:

 

DANIEL ELF—DE SAMENVATTING.

“Datgene wat opgetekend staat in de Geschriften.”

 

“En nu, ik zul u de waarheid te kennen geven; ziet er zullen nog drie koningen in Perzië staan, en de vierde zal verrijkt worden met grote rijkdom, meer dan al de anderen; en nadat hij zich in zijn rijkdom zal versterkt hebben, zal hij ze allen verwekken tegen het koninkrijk Griekenland. Daarna zal er een geweldig koning opstaan, die met grote heerschappij heersen zal en hij zal doen naar zijn welgevallen. En als hij zal staan zal zijn rijk gebroken  en in de vier winden des hemels verdeeld worden maar niet aan zijn nakomelingen, ook niet naar zijn  heerschappij, waarmee hij heerste, want zijn rijk zal uitgerukt worden en dat voor anderen dan deze.”Verzen 2-4.

 

Kaart 6 p. 58 in het midden.

 

Het is duidelijk van deze verzen dat het Medo-Perzische Keizerrijk, ondergeschikt was gemaakt aan de “machtige koning” van Griekenland (Alexander de Grote), en aansluitend verdeeld te worden in vier delen (naar het zuiden, naar het noorden, naar het oosten en naar het westen), “uitgerukt , en dat voor anderen.” Zo was het dat na Alexander’s dood, het rijk opgesplitst werd, “en een deel toegewezen werd aan elk van de vier generaals die deel uitmaakten van de divisie. Eerst nam Ptolemy de Koninklijke macht over in Egypte; ten tweede, Selecus in Syrie en Noordelijk Azie; ten derde Lysimachus in Thrace en Klein Azie tot aan Taurus; en ten vierde nam Cassander als zijn deel Macedonie.”—Universal History, p. 100.

 

Het is juist om te gedenken dat naast het vaststellen van de geografische locaties van de vier Griekse divisies, het profetisch verslag van de gehele opeenvolging van gebeurtenissen is toegewijd aan de koning van het Zuiden en de koning van het Noorden. De handelingen van de koning van het Noorden echter, zijn speciaal benadrukt, tonend dat de gehele profetische weergave in het bijzonder is gegeven om het zich inlaten met heilige dingen bloot te leggen. Dientengevolge volgt een opsomming van sommige van

De Identificerende Handelingen van de Koning van het Noorden.

 

  • Hij verslaat de Koning van het Zuiden, en pakt zijn koninkrijk af

      (verzen15, 16), waarna hij staat in het “sieraad land” (vers 16)

 

  • In de heerlijkheid van het koninkrijk, zal een geldeiser opstaan

           (vers 20).

 

  • Zijn koninkrijk is “overstroomd”met een overstroming van voor

      zijn aangezicht (vers 22), en hij raakt Egypte en Palestina kwijt.

 

  • Daarna pleegt hij bedrog en wordt gesterkt met een weinig volk

(vers 23).

 

  • Hij vleit hen die goddeloos handelen voor hun goddeloosheid

( vers 32).

 

  • Hij verdeelt het land voor gewin (vers 39).

 

  • Hij wordt wederom sterk, de tweede keer, doch wordt verslagen door

de Koning van het Zuiden (verzen 25, 29, 30).

 

  • Beide koningen spreken leugens aan een tafel (vers 27)

 

  • Wederom sterk geworden de tweede keer, en verwikkeld geraakt in

oorlogen die niet succesvol waren, met de koning van het Zuiden, richt hij zijn hart nu tegen het heilig verbond (vers 28).

 

  • Hij ontheiligd het heiligdom van sterkte en neemt het gedurige offer

weg (vers 31)

 

  • Hij geeft geen acht op de goden van zijn vaderen (vers 37), erkent een

een vreemde god (vers 39) en geeft geen acht op de begeerte van vrouwen (vers 37).

 

     (12)En op het de tijd van het einde , zal hij de koning van het Zuiden     

           opnieuw verslaan, en in het land gaan, ze overstromen en 

           doortrekken, (vers 40); en wederom staan in het sieraad land. Dit 

           volgend zullen Edom en Moab en de eerstelingen van Ammon uit

           zijn hand ontkomen (ver 41); en Lybie en de Mooren zullen in zijn

           gangen wezen. (vers 43).

 

      (13)Geruchten uit het oosten en uit het Noorden zullen hem

            verschrikken; daarom zal hij uittrekken met grote grimmigheid om 

           velen te verdelgen en te verbannen (vers 44).

 

       (14) Hij zal de tenten van zijn paleis, planten tussen de zeeën aan de

              berg der heiligen sieraad; en hij zal tot zijn einde komen  en zal

              geen helper hebben.

Beginnend met het oude Medo-Perzische Rijk (verzen 2, 3), reikt de opeenvolging van deze profetie tot aan de tijd dat de “koning van het Noorden de tenten van zijn paleis plant tussen de zeeën aan de berg der heiligen sieraad” (vers 45), en bereikt zijn hoogtepunt, zoals de engel verklaart met de gebeurtenissen van Daniel 12: “En te dien tijd zal Michael opstaan , die grote vorst die voor de kinderen uws volk staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal als er niet geweest is, tot op deze tijd toe, en te dien tijd zal uw volk verlost worden al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek.” Dan 12: 1

De heerschappij van de koningen wiens geschiedenis te boek is gesteld in deze profetieën, die zo een lange tijdsperiode beslaat, vele eeuwen, is duidelijk voorbij gegaan onder

 

Een Aantal Regimenten.

 

Als we zien dat geen mens voortleeft door de eeuwen heen, is het overduidelijk dat de titels, “koning van het zuiden” en “koning van het noorden,” toepasbaar zijn op twee lijnen van heersers. Als we zien dat ook geen regering of koninkrijk ongeschonden heeft gestaan door de eeuwen heen, is het eveneens duidelijk dat deze twee lijnen vele vervangingen van vorsten hebben ondergaan –vele regimenten. Om deze reden, onderscheid de Bijbel ze door hun lineair – geografische titels. Het is nu duidelijk door de Geschriften, dat de Griekse divisie ten zuiden van de Mediterranen , de Ptolomeïsche eerst de titel, “koning van het zuiden,” ontvangt, terwijl de divisie ten noorden van de Mediterranen, de Lysimachiaanse, eerst de titel “koning van het noorden,” ontvangt. Met betrekking tot de grondgebieden van deze twee lijnen van heersers, wordt de Mediterranen daarom het punt van de kompas waarvan daar ze beschouwd moeten worden.

In 281 BC., voegde Lysimachus, Cassander’s grondgebied tot de zijne; dan in 279 BC., versloeg Seleucus, Lysimachus en pakte zijn koninkrijk af, waarop de oostelijke, de noordelijke en de westerse divisie een werden, terwijl Ptolemy zijn eigen, de zuidelijke divisie behield. De Seleucische dynastie, overheerste daarom in de tweede noordelijke regiment, terwijl de Ptolomeishe dynastie voortging om de eerste zuidelijke regiment te zijn.

Tot dit punt, is het profetische visioen open geweest voor allen, maar van hieruit is het gesloten geweest, hoewel velen getracht hebben het te openen. Om een gesloten deur te openen zonder een sleutel, betekend vanzelfsprekend de deur openbreken. Maar aangezien het onbreekbaar is, is het onmogelijk de gesloten deur der Profetie te openen zonder

 

De Sleutel.

 

De eenvoudige en positieve manier om niet het zicht op de identiteit van deze twee koningen kwijt te raken is, om de pen der Profetie op de kaart van de geschiedenis de opeenvolgende heersers van Egypte en Palestina te traceren. Want de titels van de koningen die deze oude landen overwonnen en kwijtraakten zijn te boek gesteld in dit profetische hoofdstuk om de identiteit te bewaren en de kwade bedoelingen bloot te leggen, van beide, de koning van het zuiden en de koning van het noorden.

Onthoud nu, om te beginnen, dat de koning van het zuiden het “sieraad land”, Palestina regeert, tezamen met Egypte en de koning van het noorden neemt het sieraad land twee keer in bezit (verzen 16, 41). Als hij het twee maal neemt dan moet hij het een keer kwijt zijn geraakt. Derhalve hebben beide koningen het twee maal geregeerd en twee maal kwijtgeraakt. Maar de koning van het noorden, die het het laatst regeerde, regeerde het “in de tijd van het einde,” de tijd dat velen zullen naspeuren en de wetenschap zal vermenigvuldigt worden (Dan 12: 4)—onze tijd. Noteer dit nauwkeurig , want deze afwikkelingen van het land bieden de sleutel tot de identiteit van deze koningen van de tijd van Alexander’s dood tot onze tijd.

De engel verklaart nadrukkelijk dat de koningen die Palestina zullen regeren, tezamen met Egypte, als volgt zouden zijn: Eerst de koning van het zuiden (Ptolomy); ten tweede de koning van het noorden ( Heidens Rome); ten derde, de koning van het zuiden (Turkije) en ten vierde de koning van het noorden (Engeland). Hier in de volgende vijf en twintig bladzijden, zijn de details van profetie in verband gebracht met de geschiedenis.

In het licht van deze voorgaande fundamentele feiten, zouden wij nu in staat moeten zijn om op de juiste wijze het uitvouwen van de boekrol te evalueren, en om verstandelijk de bladzijde van profetie te vergelijken met de bladzijde van de geschiedenis als wij voorbij gaan aan de tijd van het eerste noordelijke regiment, dat van de Lysimachianen, en voorbij de tijd van het tweede noordelijke regimenten, dat van de overwinnende Seleucidaeanen, die de Lysimachiaanse dynasty onderwierp en verder tot aan de tijd van het derde noordelijke regiment, dat van Rome de macht die het Seleucidaense koninkrijk omver wierp. En aangezien de profetische beschouwing gegeven was om het werk van de koning van het noorden gedurende het derde regiment bloot te leggen, worden we daarom geleid, om de daarvoor genummerde groep van profetische handelingen zoals aangetoond in bladzijden 59-61 te onderzoeken.

 

                                                          (1)

Noord Verslaat Zuid—Neemt Egypte en Palestina Over.

 

“ En de koning van het Noorden zal komen en een wal opwerpen, en vaste steden innemen; en de armen van het Zuiden zullen niet bestaan, noch zijn uitgelezen volk, ja er zal geen kracht zijn om te bestaan. Maar hij, die tegen hem komt zal doen naar zijn welgevallen, en niemand zal voor zijn aangezicht bestaan; hij zal ook staan in het land des sieraads, en de verderving zal in zijn hand wezen.” Verzen 15, 16.

Dit schriftgedeelte brengt ons absoluut naar de tijd van het derde regime in het koninkrijk van het noorden, dat van Heidens Rome, welke het eerste regime van de koning van het zuiden, dat van de Ptlomaische dynasty  totaal omver wierp. Egypte en Palestina gingen toen van de handen van de koning van het zuiden (Ptolomy) in de handen van de koning van het noorden (Rome): “In het jaar 63 B.C. marcheerde de Romeinse generaal Pompey….. tegen Jeruzalem…… Syrië ….was een Romeins ding geworden.”—The Battleground, door Helaire Belloc. En in 31 B. C. “ werd Egypte  een Romeinse Provincie.”—New Student’s Reference Book.

 

Aangezien de macht die de Ptolemaische dynasty omver wierp en Egypte en Palestina nam, door de engel geïdentificeerd is  als de koning van het noorden, en aangezien Heidens Rome die macht was, volgt het dat de titel ,”koning van het noorden,” nadat het van Lysimachus ging (die regeerde over het eerste noordelijke regime), naar Selecus (die regeerde over het tweede noordelijke regime), en viel op de Romeinse keizers ( die regeerden over het derde noordelijke regime). Zie Kaart 4, p. 17.

 

Met deze opeenvolgingen van regimes, worden we teruggebracht naar ongeveer 31 B.C. te welke tijd Rome niet alleen regeerde over het grondgebied van Lysimachus, Selecus en Ptolemy, maar ook over het grondgebied van Cassander—Alexander’s totale keizerrijk.

 

(2)

 

In de Heerlijkheid van het Koninkrijk

 

“En in zijn staat zal er een opstaan doende een geldeiser doortrekken in Koninklijke heerlijkheid.” Vers 20.

Augustus Caesar, de Romeinse keizer, is degene die belasting oplegde aan de wereld:

“En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er geen gebod uitging van den keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden. Deze eerste beschrijving geschiedde als Cyrenius over Syrië stadhouder was. En zij gingen allen om beschreven te worden een ieder naar zijn eigen stad. En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth naar Judea tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt omdat hij uit het huis en geslacht van David was.” Lukas 2 : 1-4.

Daar deze geldeiser zou staan als het koninkrijk in haar heerlijkheid was, verondersteld de bewering dat haar heerlijkheid zou afnemen.

 

(3)

 

Overstroomd met een overstroming—Raakt Egypte en Palestina Kwijt

 

“En de armen der overstroming zullen overstroomd worden van voor zijn aangezicht, en zij zullen gebroken worden en ook de vorst des verbonds.” Vers 22.

Hier wordt het opbreken van het Romeinse rijk getoond, door handen van de barbaarse horden, die het weg vaagden en als een overstroming overvloeiden. Zie kaart 8.

 

(4)

 

Wederom Opstijgen naar de Macht

 

“En na de vereniging met hem zal hij bedrog plegen en hij zal optrekken en hij zal met weinig volks gestrekt worden.” Vers 23

In deze profetische bewering zien wij dat Rome vanuit haar vernietiging

 

Kaart 8 blz. 68.

 

 

 en vernedering zou verrijzen, en opnieuw sterk zou worden, maar deze keer door bedrog en met een “weinig volk.” In deze keten van profetie, wordt Rome dan getoond in twee verschillende fasen, Heidens en Pauselijk, precies zoals

(blz. 69)

het getoond is door het vierde symbolische beest van Daniel 7. Aldus is het dat nadat Heidens Rome zichzelf overheerst en vernederd zag tot aan de grond toe, mislukt, zo gezegd, bedacht het een bedrog waardoor het zichzelf weer aan de macht kon krijgen. Het complot, resulteerde in een pauselijke code van wetten, de naleving welke werd uitgeoefend met een “weinig volk”- de zogenoemde Christenen.

Het riep niet op tot het onttronen van de koningen, maar meer voor het Christelijk maken van hen. Op vredige wijze slaagde aldus de koning van het noorden in het overbrengen van dit complot om te regeren als geestelijke koning der koningen in de naam van de God van de Christenen. Eerst heerste het over naties, ten tweede over de koningen van de naties.

Deze historische en Bijbelse feiten, tonen aan dat de naties die tot het Christendom waren verandert, onder één geestelijk hoofd, Rome’s tweede fase vertegenwoordigde, en Inspiratie gaf hem de titel “koning van het noorden.” Tot deze troon, bogen, koningen en boeren gelijk, binnen de ver-strekkende grenzen van Christelijk Rome, in totale onderdanigheid en aanbidding. Door scherpzinnigheid, werd hij alzo weer sterk, zoals de volgende hoofdstukken van de geschiedenis bevestigen.

 

(5)

Het Historische Verslag van Vleierij en Gedwongen Christelijkheid.

 

“De bisschoppen of toezichthouders van de Christelijke kerken, vernederden zichzelf in het begin in de zachtmoedige geest van de grondlegger van hun godsdienst. Maar tenslotte zochten ze tijdelijke macht en wereldse voordelen.

De bisschoppen van de grote steden wenden hun zeggenschap aan over die van de landen in de omgeving; en Rome, Constantinopel, Alexandrië en Jeruzalem werden de zetelen van pauselijke macht; en van hun bisschoppen,  mag gezegd worden dat ze een oligarchie in de kerk vertegenwoordigden…, Rome werd door de duistere Middeleeuwen heen  een koning der koningen; nee meer dan dat- Hij werd verondersteld om in de plaats van God te staan. “Universal HIstory, blz 198, 199.

 

 “Bij de kroning van Charlemagne, groette Paus Leo III nadat hij de kroon op zijn hoofd had geplaatst hem met de titel van keizer van de Romeinen. Hij had de barbaarse naties van Europa onderworpen, met uitzondering van de Denen, oftewel de Normandieers, en zijn koninkrijk bestond uit Frankrijk, Duitsland, Italië en het noorden van Spanje. Vanuit het oosten, zocht Irene, keizerrin van Constantinopel zijn vriendschap, en zelf de kalief van Bagdad, de prinsgezinde Haroun al Rachid, begon een correspondentie met hem, en stuurde hem de sleutels van de heilige grafkelder van Jeruzalem. Charlemagne echter een barbaar die in eerste instantie zijn eigen naam niet kon schrijven, maar zijn verdragen ondertekende met de handgreep van zijn zwaard, en het bekrachtigde met de punt ervan, had toch groot aanzien bij de geleerde mannen… —-Id,. p 203.

 

“…WITIKIND, de meest heldhaftige en beroemde van hun leiders, omarmde uiteindelijk het Christendom en legde zijn wapenen af. Charlemagne verplichte toen de Saxische bevolking onder de doodstraf om de doop te ontvangen. Hij overviel en overwon de Hunnen en Slovaken.”—Id., p. 202.

“…Charles, niet in staat om de overvallers af te weren, stond de provincie van Nuestria aan hen af, daarna Normandië genoemd, en gaf aan Rollo, zijn dochter om te trouwen. De Normandische leider, echter, moest aan Charles hulde geve, door te knielen en de Koninklijke teen te kussen…Id., p. 202.

“Alfred [koning van Engeland]verleende de Denen toestemming om in Northumberland en Oost Engeland neer te strijken, op voorwaarde dat zij geregeerd zouden worden door zijn wetten en het Christendom zouden omarmen. Ze werden dienovereenkomstig gedoopt; en de koning zelf stond in als peetvader voor GUTHRUM hun leider…..”—Id., p. 209.

“Hij vond een voorwendsel om het koninkrijk van Lombardije binnen te vallen, in de vijandigheden van DESIDERIUS tegen de paus. Charlemagne trok over de grote St. Bernard van Genéve en nam succesvol Pavia en Verona over. Lombardije was gauw tot onderdanigheid gebracht en de koning werd gevangen genomen. Charlemagne’s bezocht vervolgens Rome, waar hij werd ontvangen door paus Adrian I., met alle vreugdevolle demonstratie en onthalingals de bevrijder van de kerk. Hij maakte dat hijzelf werd gekroond als koning van Lombardije.”—Id., p. 201.

Op deze subtiele wijze kwam de koning van het noorden en verkreeg “ het koninkrijk door vleierijen” (vers 21) en door “de god van de machten,”te eren zoals geprofeteerd in verzen 24, 38 en 39.

 

(6)

 

De Geschiedenis Verklaart Zijn Verdeling van het Land voor Gewin.

 

“Het FEODALE SYSTEEM, is een term gebruikt om de manier uit te drukken waarop de leiders, die door de hulp van hun legers overwonnen hadden en zich in de overwonnen landen hadden gevestigd, de landen verdeelden onder hun opvolgers; en de wettelijke verplichtingen en privileges verder strekten dan deze divisies. Toen de hoofdman, of koning het gehele onverdeelde staatsgebied aan de ene kant zag en de kern van zijn volgelingen die het wensten te koloniseren aan de andere kant, rees de vraag vanzelfsprekend, hoe zou hij het moeten verdelen. De ongekoloniseerde staat van de wereld moest overwogen worden. Als hij het verdeelde onder zijn volk, zonder een oorlogachtige houding te bewaren, zouden zij de prooi worden  van sommigen van de bewapende meute, die nog aan het rondzwerven waren, op zoek waren naar vestigingsplaatsen. Daarom dat de leider, nadat hij vastgehouden had wat hij had gekozen, gaf het land uit in grote delen aan zijn hoofd-kapiteinen,–op voorwaarde van hun hulde aan hem, het betalen van een zekere som geld, en in het veld verschijnen met een zeker aantal volgelingen, telkens wanneer hij om hun hulp riep. Deze hoofd officieren, nadat zij behouden hadden wat zij zelf wensten voor hun eigen gebruik, verdeelden het restant van het land dat aan hun toegewezen was aan hun

eigen favorieten; die hun moesten voorzien van geld en soldaten, zoals zij dat moesten doen aan de koning. De veroverde inwoners die achter bleven, werden slaven, en werden verplaatsbaar tussen de landen. Deze koningen verrezen door hun eigen kracht; maar bij het vaststellen van hun natie, werd het koningschap doorgaans eerst gekozen in hun familie, dan erfelijk.” Universal History, p. 200.

 

(7)

Het Tweede Regiment van het Zuiden, Verslaat het Vierde Regiment van het Noorden

 

“ En hij zal zijn kracht en zijn hart verwekken tegen de koning van het Zuiden, met een grote heirkracht, en de koning van het Zuiden zal zich in de strijd mengen met een grote en zeer machtige heirkracht; doch hij zal niet bestaan, want zij zullen gedachten tegen hem denken. En die de stukken zijner spijze zullen eten , zullen hem breken, en de heirkracht deszelve zal overstromen, en vele verslagenen zullen vallen. En hij zal in zijn land wederkeren met groot goed, en zijn hart zal zijn tegen het heilig verbond; en hij zal het doen en wederkeren in zijn land. Te bestemder tijd zal hij wederkeren, en tegen het Zuiden komen, doch het zal niet zijn gelijk de eerste, nog gelijk de laatste reis. Want er zullen schepen van Chittim tegen hem komen, doch het zal wederkeren, en gram worden tegen het heilig verbond, en hij zal het doen; want wederkerende zal hij acht geven op de verlaters des heiligen verbonds.” Verzen 25, 26, 28-30.

 

We hebben reeds gezien van de profetie en ook van de geschiedenis, dat het eerste regiment van het zuiden (de Ptolomeaanse) omver werd geworpen door het derde regiment van het noorden (dat van Heidens Rome). En aangezien Heidens Rome nooit oorlog voerde tegen geen enkele andere macht van het zuiden, springen er twee punten duidelijk uit: Ten eerste, als we het Ptolomeaanse regiment volgen, moet een andere koning van het zuiden zijn verrezen; en ten tweede de oorlog tegen deze koning van het zuiden, was gevoerd door het regiment aansluitend op Heidens Rome, dat van het gekerstende Rome, het vierde regiment van het noorden. Het “verwekte zijn kracht op en zijn hart tegen de koning van het zuiden.”

 

Het enige regiment dat uit het zuiden is verrezen vanaf de Ptolomeische dynasty ten onder ging, en dat  Egypte en Palestina geregeerd heeft, is dat van de Moren; “een Mohammedaans, Arabisch sprekend ras van gemengde afkomst, dat een deel van de bevolking vormde van de Barbaren, en die hun naam afleiden van de Mauri, de oude bewoners van Mauretamië, wiens zuivere lineare afstammelingen echter de Amazirgh zijn, een zijtak van de Berbers. De moderne Moren stammen af van een verbond van de oude inwoners van deze regio met hun Arabische overheersers, die verschenen in de 7e eeuw. Aangezien de Mohammedaanse overheersers  van de Visigoths in Spanje (711-713) vanuit Noord-Africa kwamen, werd de naam Moor ook op hen toegepast door de Spaanse kroniekschrijvers en in dat verband is het een synoniem aan Arabier en Saraceen. Deze Moren drongen noordwaarts Frankrijk binnen tot aan hun terugdrijving door Charles Martel tijdens de grote strijd  van Tours in 732, waarna ze zichzelf praktisch beperkten tot Zuid-Spanje aan de Ebro en de Sierra Guadarrama…. De verdreven Moren vestigden zich in het noorden van Africa, stichten steden waar vandaan ze de Spaanse kustvlakten teisterden, en uiteindelijk zich ontwikkelden in de piraten staten van Barbaren, wiens plunderingen een bron van ergernis waren voor de beschaafde Christelijke machten zelf tot aan huidige eeuw.”—Twentieth Century Cyclopaedia, Vol VI, p. 24.

De conflicten tussen het zuiden en het noorden, volgend op de Grieks-Romeinse oorlogen, waren tussen de Mohammedanen en de Christenen. In die tijd, daarom, terwijl de titel, “koning van het noorden,” van toepassing is op de heersers van het Gekerstende Rome, is de titel “koning van het zuiden,” op de Mohammedaanse heersers.

 

Omdat de Saracenen, Moren, Arabieren en Turken—de Moslims—de opvolgers zijn van het Mohammedaanse rijk in verschillende regimenten, zullen we voor de beknoptheid de naam Mohammedanen gebruiken voor allemaal, alsof ze één regiment waren.)

Deze profetische en historisch vastgelegde gebeurtenissen, maken het onmogelijk om de titels verkeerd toe te passen, of om de machten verkeerd te interpreteren.

Bovendien, geven de verzen (verzen 25, 26, 28-30) waar wij ons nu op concentreren de overwinning aan de koning van het zuiden en de geschiedenis toont aan dat, precies op de tijd dat de geschriften uitwijzen, de Mohammedanen verrezen vanuit Africa, en ook de Christelijke naties binnenvielen, ten noorden van het Middelandse Zeegebied. Toen was het dat Rome, Egypte en Palestina verloor. In deze verzen zijn de persoonsvoornaamwoorden van deze twee tegenstanders, “koning van het zuiden,”en “koning van het noorden,” niet terug te voeren door grammaticale wetten, maar alleen door de logische opeenvolging van gebeurtenissen:

“En hij [ de koning van het noorden] zal zijn kracht en zijn hart verwekken tegen de koning van het Zuiden, met een grote heirkracht, en de koning van het Zuiden zal zich in de strijd mengen met een grote en zeer machtige heirkracht; doch hij [ de koning van het noorden] zal niet bestaan, want zij zullen gedachten tegen hem denken. En die de stukken zijner spijze[ de spijze van de koning van het noorden]  zullen zij eten, zullen hem[ de koning van het noorden] breken, en de heirkracht deszelve[ de koning van het zuiden] zal overstromen, en vele verslagenen zullen vallen….Dan [overwonnen] zal hij [ de koning van het noorden] in zijn land wederkeren met groot goed, en zijn hart zal zijn tegen het heilig verbond; en hij [de koning van het noorden] zal het doen en wederkeren in zijn land. Te bestemder tijd zal hij wederkeren, en tegen het Zuiden komen, doch het zal niet zijn gelijk de eerste, nog gelijk de laatste reis.” Verzen 25, 26, 28 en 29.

Hoewel de “hij” van vers 28 terug keert naar “zijn land met groot goed,” heeft hij ze niet als buit meegenomen van de koning van het zuiden, wiens leger hem overstroomde en maakte dat “vele verslagenen zullen vallen,” om niet weder op te staan (vers 26), maar hij moet ze ontvangen hebben van de vele bekeerden tot zijn geloof. Zij die de stukken zijner spijze aten (vers 26), zijn dienstknechten, en die hem later breken, in het begin, de Protestanten.

De “hij” van vers 29 keert weer te bestemder tijd en komt tegen het zuiden, “hij” is daarom de koning van het noorden die weer opgaat voor een andere strijd. Dit zijn de bijzonderheden die de geschiedenis bevestigd en zodoende is het duidelijk dat de tussen identificatie van het voornaamwoord tussen haakjes juist is.

De westerse invasie van de Mohammedanen begon “in 639 A.D.” toen ze “het land binnenvielen en Egypte een Mohammedaanse provincie werd.”—The New Student’s Reference Book.

Aldus de Ptolomeanen volgend, kwamen de Mohammedanen wiens regering het tweede zuidelijke regiment was aan de titel, “koning van het zuiden.”

Rond 814 A.D. had Rome (de koning van het noorden) reeds Egypte en Palestina aan de Mohammedanen (koning van het zuiden) overgedragen.

Gewetens-overheersende Christenen van het noorden en gewetens-overheersende Mohammedanen van het zuiden zijn sinds dien in territoriale en godsdienstige conflicten geweest. En om het even welke een stuk van de andere zijn grondgebeid nam, dwong op straffe des doods voor non-conformiteit van zijn godsdienstige geloofspunten aan zijn gevangenen.

 

(8)

 

Beiden spraken leugens

 

“En het hart van beide deze koningen zal wezen om kwaad te doen, en aan een tafel zullen zij leugen spreken; en het zal niet gelukken, want het zal nog een einde hebben ter bestemder tijd.” Vers 27.

 

De ene tafel waaraan beide koningen spreken is natuurlijk figuurlijk; dat is Pauselijk Rome verklaarde aan haar gevangenen dat de Romeinse godsdienst een vooraf schaduwing was van de engel Gabriels aankondiging aan Maria dat ze een zoon zou dragen, de Verlosser van de wereld; evenzo verklaarden vervolgens de Mohammedanen, aan hetzelfde volk (aan dezelfde tafel), toen ze hun gevangenen werden, dat de engel Gabriel aan Mohammed was verschenen en hem de godsdienst had gegeven welke alle volkeren van de wereld moesten hebben.

 

Hoewel de verklaring van Rome met betrekking tot wat Gabriel aan Maria zei, gebaseerd is op feiten, was Rome’s ware godsdienst slechts bedekt met een laag Christelijkheid, niet de godsdienst van de Ene Wiens geboorte Gabriel voorsprak. Voor wat betreft Mohammed die de godsdienst ontving van Gabriel, hij heeft het nooit ontvangen. Aldus spraken beiden, de Mohammedaanse officieren en de Christelijke heren, leugens aan een tafel—tot de bevolking.

 

Maar “het zal niet gelukken,” verklaard de engel, “want het zal nog een einde hebben ter bestemder tijd”: dat wil zeggen hun valse godsdienst zal tot een einde komen op de daarvoor bestemde tijd: ze zullen niet altijd bestaan.

 

Kaart 9 toont het uiteindelijke resultaat—de naties die permanent gekerstend zijn en de naties die permanent Mohammedaans zijn.

 

Blz. 79 kaart 9.

 

(9)

 

Tegen het Heilig Verbond

 

De noodzaak ziend van een compromis sluiten met de heidenen om een makkelijke prooi van hen te maken, was daarom de koning van het noorden zijn hart tegen het “heilige verbond” ( verzen 28, 30, 32); hij liet de Sabbat van de schepping ( Ex. 20: 8-11) vallen van de Christelijke geloofsbelijdenis, welke de Heer “gezegend en geheiligd” heeft als een gedenkteken van Zijn werken, “een eeuwig verbond.” Ex. 31: 16, 17.

 

Het hebben van intellectueel contact van de koning van het noorden slechts met hen die “het heilige verbond verzaakten,” verduidelijkt twee punten: ten eerste, dat niet allen de Sabbat verzaakten; ten tweede dat de kleine hulp waarmee hij sterk werd, niet de trouwe volgelingen van Christus waren, maar de ontrouwen.

 

“En die goddelooslijk handelen tegen het verbond zal hij doen huichelen door vleierijen; maar het volk die hun God kennen zullen zij grijpen en zullen het doen.” Vers 32

 

Dit vers openbaart het karakter van elke klas: ten eerste van de ontrouwe; en ten tweede van de getrouwen. Met betrekking tot het lot van de getrouwen, lezen wij:

 

“En de leraars des volks zullen er velen onderwijzen, en zij zullen vallen door het zwaard en door vlam, door gevangenis endoor beroving vele dagen.”

 

“Als zij nu zullen vallen, zullen zij met een kleine hulp geholpen worden, doch velen zullen zich door vleierijen tot hen vervoegen.” Verzen 33, 34.

 

Deze verzen, voorspellen naast de vooraf schaduwing van het martelaarsschap van de trouwe volgelingen van Christus, de Reformatie, de “kleine hulp,” en voorzegd dat haar huidige gevallen staat veroorzaakt is door “vleierijen.”

 

(10)

 

Ontheiligt het Heiligdom, Pakt het Dagelijkse Af

 

“En er zullen armen uit hem ontstaan en zij zullen het heiligdom ontheiligen, en de sterke, en zij zullen het gedurige offer wegnemen, en een verwoestenden gruwel stellen.” Vers 31.

 

Dat deze drie schakels van Waarheden (de ontheiliging van het heiligdom, het wegnemen van het dagelijkse, en het plaatsen van een gruwel) in de profetische keten van gebeurtenissen, ons vele eeuwen brengen in de Christelijke eeuw, wordt concluderend bevestigd door Christus zijn verwijzing naar hen als in de toekomst, vanaf de tijd dat Hij het gebod uitsprak:

 

“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniel, de profeet, staande in de heilige plaats, ( die het leest, die merke daarop) . Dat alsdan die in Judea zijn, vlieden op de bergen.”Matt. 24 : 15, 16.

 

Een heidens heiligdom is reeds onrein, en kan daarom niet vervuilt worden. Het is daarom overduidelijk dat het heiligdom van kracht ( niet de heidense), ontheiligd werd door het erin brengen van een heidense priesterschap en onbekeerde heidenen. Het “heiligdom” is de Christelijke kerk, want gedurende de tijd dat de ontheiliging plaatsvond, was er geen heiligdom in Jeruzalem. ( Betreffende het “dagelijkse,” lees traktaat nr. 3. Het Oordeel en de Oogst, p. 38, 39)

 

(11)

 

Negeren (Veronachtzamen) van een God en de Begeerte van Vrouwen

 

“En op de goden zijner vaders zal hij geen acht geven, noch op de begeerte der vrouwen; hij zal ook op geen god acht geven, maar hij zal zich boven alles groot maken. En hij zal de vastigheden der sterkten maken met den vreemden god; degenen die hij kennen zal zal hij de eer vermenigvuldigen,en hij zal ze doen heersen over velen ,hij zal het land uitdelen in prijs.” Verzen 37, 39.

 

Geen enkele natie dan gekerstend Rome vervult deze profetie, want zij is de enige die de god van haar vaderen negeert ( de Heidense god), en een vreemde god ( de God van de Christenen) erkend.

En alhoewel ze beweert de Christelijke God hartgrondig te hebben geaccepteerd, ontmaskerd dit geschrift de valsheid van haar verklaring.

 

“Zal hij ook geen acht geven…de begeerte der vrouwen” Vers 37.

 

De begeerte van een vrouw is een thuis ( Gen. 3 : 16)

–een behoefte die de Heer in haar hart geplaatst heeft. De Romeinse instelling van kloosters, is daarom niet in de wil van God.

 

(12)

 

Het Vijfde Regiment van het Noorden

Verslaat het Tweede Regiment van het Zuiden

“En op de tijd van het einde zal de koning van het zuiden  tegen hem stoten…..de koning van het noorden.” Vers 40.

De engel die Daniels geschriften dicteerde, verklaart dat in de tijd van het einde deze profetieën geopenbaard zouden worden, en dat in die tijd “velen zullen naspeuren en de wetenschap zal vermenigvuldigd worden.” Dan.12: 4.

Moderne uitvindingen, in het bijzonder in de sfeer van vervoer en communicatie, worden erkend als de vervulling van de voorspelde toename van wetenschap. De huidige toename van wetenschap, laat daarom zien dat we nu leven in de tijd van het einde. Aan het begin ervan verklaart Inspiratie, ( in de achttiende eeuw)zal de koning van het zuiden “stoten tegen” de koning van het noorden—de tijd waarin de koning van het noorden zal—

“….zal tegen hem (tegen de koning van het zuiden) aanstormen, met wagens en met ruiters en met vele schepen; en hij zal in de landen komen en hij zal ze overstromen en doortrekken. En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter neder geworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen. Edom en Moab en de eerstelingen der kinderen Ammons. En hij zal zijn hand aan de landen leggen, ook zal het land van Egypte niet ontkomen. En hij zal heersen over de verborgen schatten des Gouds en des zilvers, en over al de gewenste dingen van Egypte en die van Libië en de Moren zullen in zijn gangen wezen.” Verzen 40-43.

 

Voorbijgaand aan de profetische declaraties van de Mohammedaanse overwinningen, en komend aan “de tijd van het einde,” in de negentiende eeuw, bemerken we dat de gekerstende koning van het noorden in zijn vijfde regiment (de Christelijke regeringen onafhankelijk van de kerk) op het punt staat de koning van het zuiden ( het Mohammedaanse rijk) te overschrijden, en uiteindelijk Egypte en Palestina over te nemen en nog vele andere landen naast deze twee die deel uitmaakten van het Mohammedaanse rijk.

 

Kaart 10 benadrukt het Turkse Rijk en haar grootheid en geeft ook de data aan dat de verschillende provincies vielen. Volgens de kaart, volgde de ondergang van het rijk in 1699 (tegen de tijd van het einde—Dan. 12: 4).

Blz. 85 kaart 10

“ Tot 1915, toen Engeland de Turkse overheersing tot een einde verklaarde en een protectoraat instelde, was Egypte bij uitstek een Turks gebiedsdeel. Maar vanaf 1883, Rabiës officieren opstand volgend, is Egypte voornamelijk geregeerd door Groot-Brittannië onder een consulaat-generaal.”—The New Student’s Reference Book.

“Palestina [het sieraad land], lange jaren het tehuis van het Hebreeuwse ras, was onder het bewind van Rome in de tijd van Christus. In de zevende eeuw ging het onder de Moslim macht en vanaf 1516 tot 1919 was het in de handen van de Turken en een deel van het Turkse rijk.”—The World Book.

Edom, Moab en de eerste kinderen van Ammon (die van Jordanië) kwamen dan onder het mandaat van Groot-Brittannië. ( Zie kaart 5, p. 18). Het Woord echter, zegt zij ”zullen uit zijn hand ontsnappen,”tonend dat hoewel hij ze nu heeft, hij ze zal verliezen.

En “de Libiërs en de Ethiopiërs zullen in zijn gangen wezen” ; waarschijnlijk zullen ze hem volgen- hem aanhangen.

Om de waarheid in ons verstand vast te leggen, voordat we gaan van vervulde profetie naar onvervulde profetie is het passend om aandacht te besteden aan de volgende

 

                                      Terugblik:

 

Na de verdeling van Alexander’s grondgebied, werden Egypte en Palestina zoals eerder gezien eerst geregeerd door de Ptolomeën ; ten tweede door Heidens Rome (verzen 15, 16) , ten derde door de Mohammedanen bij de ondergang van gekerstend Rome (vers 22) en ten vierde, opnieuw door de Christenen – in het bijzonder door Groot-Brittannië ( vers 41).

Dit zijn de enige historische en profetisch opgeslagen vervangingen, die betrekking hebben op de oude landen van Egypte en Palestina. De overgave van deze landen door een profetische koning aan de andere, identificeert onmiskenbaar “de koning van het noorden”en “de koning van het zuiden”vanaf de tijd van het verdelen van Alexander’s rijk tot de tegenwoordige tijd en laat geen ruimte voor twijfel en voor discussie.

Het  voor de tweede keer ingaan van Rome( koning van het noorden ) in “het sierraad land” ( vers 41) toont aan dat hoewel , zoals eerder  vermeld het eens het land overnam van de Ptolomeen (vers 16) het later in 633 A.D. verloor aan de Turken en in 1919 – “in de tijd van het einde” – het helemaal  terug won.

Hier is eenvoudig bewijs dat in de moderne tijd de Mohammedaanse heersers in profetie de “koning van het zuiden” genoemd worden, terwijl de koning van Engeland, tezamen met de ontwrichte families van gekerstende koningen, waarvan de profetie zegt dat ze elkaar niet zullen aankleven, ( Dan. 2 : 43) de “koning van het noorden”genoemd wordt.

In haar Heidense periode , wordt Rome door de twee benen van ijzer gesymboliseerd door het grote beeld en in haar gekerstende periode, door haar voeten en tenen van ijzer gemengd met klei.

Dat de “koning van het noorden”( Dan 11: 7) en de kleine-hoorn-macht (ogen hebbend van een man en een mond vol groot spraak—Dan. 7: 25)één en dezelfde macht zijn, wordt wederom getoond door, het feit dat “tijd, tijden en een halve tijd,” de tijd gegeven is in beide gevallen. Zie Daniel 12: 7. ( Het twaalfde hoofdstuk is een voortzetting van het elfde).

Het is nu duidelijk te zien dat het overgaan van Egypte en Palestina van de handen van een volk tot een ander de sleutel is welke het mysterie van Daniel 11 heeft ontsloten. En de waarheid voort schijnend met zulk een schittering maakt het overduidelijk dat de populaire leerstellingen dat Turkije “de koning van het noorden”is , en dat Engeland het te verschijnen koninkrijk van Israel is , worden door de geest  van dwaling gerekend, om zo Gods volk totaal het zicht te laten verliezen van de waarheid en hun standpunt , waar weten ze niet in te nemen.

 

(13)

Verklaart de Oorlog, Maar Niet Tegen de Koning van het Zuiden

 

In deze keten van gebeurtenissen is tot zover iedere schakel profetisch vervult, maar de verzen die wij vervolgens zullen overwegen, bevatten de schakels naar onvervulde profetie. Door het oog van geloof zullen we daarom een blik werpen in de toekomst:

 

“Maar de geruchten van het Oosten en van het Noorden zullen hem verschrikken; daarom zal hij uittrekken met grote grimmigheid om velen te verdelgen en te verbannen.” Vers 44.

De koning zijn laatste verschrikking zal niet opstijgen van het stoten van de koning van het zuiden tegen hem, maar van “geruchten uit het oosten en uit het noorden, “aantonend dat hij getrokken wordt in zijn laatste strijd voor de overheersing, niet door het verklaren van oorlog aan hem door wie dan ook, maar doordat hij oorlog verklaart aan velen, omdat geruchten uit het oosten en uit het noorden hem hebben verschrikt.

Als Duitsland agressieve activiteiten in het noorden van de Middellandse en de Japanners ten oosten daarvan de geruchten zijn die Engeland ertoe geleid hebben oorlog tegen velen te voeren en daar is geen twijfel aan, dan zal deze tweede wereld oorlog leiden tot de vervulling van het complete hoofdstuk onder beschouwing.

 

(14)

Zijn Laatste Handeling

 

“En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeën aan de berg des heiligen sieraad en hij zal tot zijn einde komen en zal geen helper hebben.” Vers 45.

Het is vanzelfsprekend dat het planten van “de tenten van zijn paleis” niet het planten van zijn capitool kan betekenen. De tenten, kunnen een zijtak van zijn paleis aangeven. En zijn keuze om ze te planten “aan de berg des heiligen sierraad,” geeft aan dat de plaats bedoelt is om zijn tenten te verbinden aan de heiligheid van de God van de Christenen. De tenten van zijn paleis investeren met zo’n heiligheid, kan alleen betekenen dat het het hoofdkwartier zal huisvesten in de spoedig komende Pauselijke Wereld regering, die we reeds in beschouwing hebben genomen. Maar één locatie, waarschijnlijk de Berg Sinaï is “tussen de zeeën”—De Rode Zee en de Middellandse Zee. Dat hij dit kiest in de plaats van Jeruzalem, suggereert, dat het is omdat zowel Palestina, evenals Edom, Moab en Ammon zullen “uit zijn hand ontkomen.”

De verklaring,”hij zal tot zijn einde komen en zal geen helper hebben” toont aan dat hij daarvoor geholpen werd door een andere macht, en dat hij niet lang daarna zal voortgaan, en hoogstwaarschijnlijk betekend dat zijn pauselijkheid zal worden omver geworpen door de hoornen van het scharlaken rood beest. (Openb. 17: 16)

Het wordt nu duidelijk dat “de tenten van zijn paleis” verondersteld worden om heiligheid voor te stellen, en dat de vrouw rijdend op het beest (Openb. 17: 3), de wereld haar sociaal, economische, politieke en religieuze problemen regelt, de waarheid is duidelijk dat de huidige Christelijke regeringen gereorganiseerd en geregeerd moeten worden door een pauselijk hoofd—niet door Hitler.

Ons gebed is dat allen zich ervan zeker stellen dat hun namen in het Boek des levens van Michael zijn, want zij wiens namen daar niet zijn, zullen uit gesloten worden om voor eeuwig vernietigd te worden.

Als scheidende verzekering dat we nu leven in de tijd van het einde, en aangezien die tijd zal overgaan in de eeuwigheid, citeren we de engel zijn heilige woorden:

“En te dier tijd zal Michael opstaan, die grote vorst die voor de kinderen uws volks staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op dien zelven tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek. En velen van die , die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken dezen ter eeuwigen leven en genen tot versmaadheden en tot eeuwige afgrijzen.” Dan. 12 : 1,2

 

Conclusie

 

Aangezien de profetieën die hierin behandelt zijn, vele eeuwen van de geschiedenis aan een schakelen, zijn we binnen het bestek van deze traktaat maar kort in staat geweest om de betreffende geschiedenis te behandelen, speciale aandacht gevend aan het deel waardoor de Heer de voeten van iedereen gaat leiden die begerig is om het kruis op te nemen en Hem veilig te volgen over de bodemloze put, waarin alle andere levenden spoedig zullen vallen. De waarheid die hier aan het licht is gebracht, schijnend zo helder als het doet, zou al de oprechten moeten overtuigen en bekeren die aan het op handen zijnde noodlot willen ontsnappen. Daarom, mogen allen

 

Het ter harte nemen en voordeel halen.

Als een reddingslijn om de trouwe volgelingen van Christus ervan te beschermen om door de godsdienst van welke macht , heeft God de profetische keten van gebeurtenissen hierin onder de aandacht gebracht.

Zij die verwachten geleid en gered te worden door het Woord der Waarheid, alsook om verlost te worden van de tijd der benauwdheid, het opstaan van Michael ( Dan. 12: 1)welke zorgt voor de tegenwoordige verwarring van de naties met zich zal voortbrengt, zou nu niet moeten aarzelen om nu hun standpunt in te nemen aan de zijde van rechtvaardigheid en waarheid. Om deze reden, broeder, zuster schijnt dit licht nu voort op uw pad.

 

Aan hun die de Heer Zijn waarschuwing ter harte nemen en die aan Zijn zijde staan, is de belofte gedaan: “ De leraars nu zullen blinken, als de glans der uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwiglijk.” Dan 12 : 3

 

“Velen zullen er gereiningd en wit gemaakt en gelouterd worden; doch de goddelozen zullen goddelooslijk handelen en geen van de goddelozen zullen verstaan , maar de verstandigen zullen het verstaan.” Dan 12 : 10

 

“Van alles wat gehoord is, is het einde van de zaak,: Vrees God en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen.” Prediker 12:13. Staat nu op en wordt verlicht, maak dat de Psalmist u zelf prijst: zeggende ,”O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen.” O Heer, Gij zijt mijn God; U zal ik verhogen, Uw naam zal ik loven, want U heeft wonderlijke dingen gedaan; Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastigheid.” Psalm 71: 17; Jes. 12: 1.

 

Kaarten

 

Nummers 1-4, 6 en 7 zijn aanpassingen vanuit de mappen in Empires of the bible, door A.T. Jones.

Nummer 5 is aangepast van de mappen die voorkomen in The Dallas morning News gedurende 1941.

Nummer 8 is aangepast van een van de serie mappen in Myers’ Ancient HIstory revised edition.

Nummer 9 en 10 zij een reproductie van de mappen in The New World Problems in Political Geography.

 

 

Illustraties

 

Voorpagina: bovenste door Knott in  The Dallas Morning News; de onderste door Sakren.

 

Al het schuin gedrukte de onze



De Symbolische Code

Nieuws Artikel

                             Deel Een                            

                                                                                                   Nr. 16  

                                                                                      15 Oktober 1935

 Waco, Texas

TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap  

CARMEL NU GEEERD MET EEN THUIS VOOR HET HOOFDKWARTIER

Wij zijn verheugd bekend te maken, dat het kantoor van het hoofdkwartier van de verzegelende boodschap, verhuist is van Waco naar Mt. Carmel Centrum op 29 september naar haar nieuwe en permanente thuis locatie, voor de verkondiging van de boodschap van de “Ware Getuige aan de Laodicieanen.” “Testimonies fort he Church.” Vol. 3, p. 253. Wij verzoeken daarom dat al de broeders en zusters in tegenwoordige waarheid, de troon van genade benaderen met dankzegging en lofprijzing aan onze hemelse Vader, voor Zijn genadige vriendelijkheid en vele zegeningen. Moge wij trouw zijn aan hetgeen ons toevertrouwd is, zodat onze geliefde broeders en zusters, die in de ‘treurige’ Laodiceaanse ‘misleiding’ zijn, (Vol.3, pp. 252, 253) naar het licht getrokken mogen worden van tegenwoordige waarheid, voordat het te laat is, want zo zegt de Heer. Als de wachter “het zwaard ziet komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk, en een, die het geluid der bazuin hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen, en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op zijn hoofd. Hij hoorde het geluid der bazuin, maar liet zich niet waarschuwen, zijn bloed is op hem, maar hij, die zich laat waarschuwen, behoudt zijn ziel. Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd, en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg, die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hands des wachters eisen. Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls, zo zult gij het woord uit Mijn mond horen en hen van Mijnentwege waarschuwen. Als Ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! En gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.” (Ezechiël 33: 3-8) {1SC16:1.1}

De gebouwen, die onder constructie waren zijn afgemaakt en gereed zijnde voor in betrekking nemen hebben een grote opluchting voor ons allen gebracht, en op de 16e van deze maand zijn zij ingenomen, Mt. Carmels onderdanen, die van uit andere staten zijn geïmmigreerd, zullen op deze heilige berg wonen. {1SC16:1.2}

Wij leggen nu het fundament voor een training school gebouw, voor diegene die zichzelf wensen voor te bereiden voor de verkondiging van deze laatste waarschuwing aan Gods dierbare kerk, en onze gebeden zijn, dat dit gebouw zonder oponthoud beëindigd zal worden, want dit is een gigantische hoeveelheid werk, die toch gedaan moet worden, voordat wij in staat zullen zijn om te zorgen voor de steeds toenemende behoefte van de uitrusting, die nodig is in de verkondiging van de elfde uur oproep. {1SC16:1.3}

De noodzakelijkheden die nu meteen nodig zijn, zijn: woonhuizen voor de arbeiders, toiletten voor jongens en meisjes, werk winkel, wasruimte, keuken en eetkamer, kinder- en bejaarden opvang, garages, etc. etc. Vandaar dat wij erop vertrouwen, dat de vrienden van tegenwoordige waarheid, niet zullen tekort schieten in hun deel te doen tenzij, zij vervloekt willen zijn, met de vloek van Meroz. “Vloekt Meroz, zegt de Engel des HEEREN, vloekt haar inwoners geduriglijk, omdat zij niet gekomen zijn tot de hulp des HEEREN met de helden.” (Richt.: 5:23) Laat ons ernaar streven om een beloning te verkrijgen als dat van Jael.  Water eiste hij, melk gaf zij; in een herenschaal bracht zij boter. Haar hand sloeg zij aan den nagel, en haar rechterhand aan den hamer der arbeidslieden en zij klopte Sisera; zij streek zijn hoofd af, als zij zijn slaap had doornageld en doordrongen. gezegend zij ze boven de vrouwen in de tent! (verzen 24-26) {1SC16:1.4}

Laten deze dingen “het hele verstand bevatten, onze algehele aandacht..”  Eerste Geschriften blz. … /Early Writings, 118: “Wij hebben slechts een korte tijd over waarin wij gereed moeten zijn en wij moeten nu niet vertragen, maar juist verhaasten. Sommige van onze broeders en zusters die te ijverig waren in hun doelen behalen voor de voortgang van de Derde Engel Boodschap aan de heiden, voordat het licht van tegenwoordige waarheid hen vond, zijn nu in de voortgang van de Derde Engel Boodschap in haar “luide roep,” aan hun eigen broeders en zusters, een vakantie aan het nemen! Doet u, broeder, doet u Zuster, zoveel als u kan voor het “afsluitingswerk voor de kerk,” zoals u was toen u in slaap was in uw Laodiceaanse “treurige misleiding” ?  Als niet, vraag uzelf af, Waarom niet? Behoort u tot de groep die aan de profeet wordt getoond, waarvan de Heer zegt: “En gij mensenkind, de kinderen uws volk, spreken steeds van u bij de wanden en  in de deuren der huizen, en de een spreekt met den ander, een iegelijk met zijn broeder, zeggende: Komt tot en hoort, wat het woord zij, dat van den HEERE voortkomt. En zij komen tot u,   gelijk het volk pleegt te komen, en zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen zij niet, want zij maken liefkozingen met hun mond maar hun hart wandelt hun gierigheid na. En ziet, gij zijt hun als een lied der minnen, als een die schoon van stem is, of die wel speelt, daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet. Maar als dat komt (zie het zal komen!) dan zullen zij weten, dat er een profeet in het midden van hen geweest is.” (Ezech. 33: 30-33). {1SC16:1.5}

HET LICHT DAT DOOR DE DUISTERNIS DOORDRINGT

 

Uit Zuid Afrika:

Dierbare Broeders en Zusters:

Ik schrijf u dit om u te informeren hoe blij ik ben met de Symbolische Code nieuws berichten… Ik heb geen manier om mijn blijdschap voor deze Codes te benadrukken. {1SC16:2.1}

Meer dan tien jaar geleden was ik gelukkig in de waarheid, maar later, toen ik de kerk van God van haar fundamentele principes zag afkeren, voelde ik dat de Heer iets voor ons zou doen. Vanaf ik een exemplaar van de HStaf heb ontvangen, was er een lichtstraal in mijn geestelijke ogen, op zo een manier, dat ik dit prachtige boek vele keren kon lezen… omdat ik een wens had, de 144.000 te begrijpen… {1SC16:2.2}

Ik nodig u uit in verenigde gebeden voor mij en de mensen van Zuid Afrika, en ik ben blij dat vandaag mijn hart vervult is met vreugde en Zijn heerlijke Geest, en ik wil deze prachtige boodschap aan mijn broeders en zusters in onze kerken verkondigen. {1SC16:2.3}

———————————-

Uit Georgia

Dierbare Broeders en Zusters:

De H.Staf boodschap heeft mij op wonderbaarlijke wijze hervormd vanaf de afgelopen maand. Ik heb mijn eetgewoonten en conversatie veranderd en heb een groetere liefde verkregen voor mijn broeders en zusters. Ja, het maakt mij verdrietig dat slechts een paar geïnteresseerd zijn in hun zaligheid om de waarheid voor zichzelf te bestuderen. Te veel vergeten dat God rechtvaardig is en genadig. {1SC16:2.4}

                                                                            (Getekend) P.

—————————————

Uit Washington

Dierbare Broeder:

Toen ik de laatste Symbolische Code las, heeft het betalen van de tiende indruk op mij gemaakt. Wij zijn heel laks geweest in het betalen ervan… Vandaar dat na het lezen van de Code, ik het meteen nu volledig ga betalen. {1SC16:2.5}

Dankzij de HStaf is mijn geloof in de geschriften van Zr. White versterkt en nu heb ik een vurig  verlangen naar “Getuigenissen,’ en ik ga de volledige set kopen. Vanaf het lezen van sommige van haar boeken en de vele citaten, die de HStaf bevatten, kan ik het niet helpen, te voelend dat zij een profeet is. {1SC16:2.6}

                                                                            (Getekend) H.

———————————————–

VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vr.: “HStaf, Dl. 2 p. 257 zegt dat de vroege regen de Geest der Profetie is, maar ‘ De wens der eeuwen, ‘827; ‘Getuigenissen voor de kerk,’ dl 8, p. 21 ; en ‘ de Grote Strijd ‘611 zeggen dat de uitstorting van de Gees in apostolische dagen was. Wilt u dit alstublieft in overeenstemming brengen.” {1SC16:2.7}

Antw.: De vragenstellen zal het antwoord op het bovenstaande vinden in Code nr. 5, blzdn. 5, 6. {1SC16:2.8}

Vr.: “HStaf, Dl. 2, p. 47 zegt dat Nebukadnessar zijn heidense hart niet neigde naar God en blz. 49 zegt God in Zijn genade redde de koning. “Hij werd een nederig, kind van God.’ Ik ben niet in staat de overeenstemming te zien in deze twee beweringen. {1SC16:2.9}

Antw.: God “in Zijn genade redde de koning,” en niet vanwege Nebukadnessars goede daden. {1SC16:2.10}

Vr.: HStaf. Dl. 2 p. 240, legt uit dat Judas 14&15 verwijzen naar de komt van de Heer tot Zijn tempel, maar ‘Testimonies for the Church, ‘Dl. 6, p. 392 past het toe op de tweede komst van Christus. Hoe brengt u deze in overeenstemming en Mal. 3:1-3? {1SC16:2.11}

Antw. Judas 14 & 15 worden uitgelegd in HStaf, Dl. 2, p. 162, 241. Wij mogen echter toevoegen dat: de volmaakte vervulling van dit Schriftgedeelte een tijdsperiode bevat, waarin drie gerechtelijke gebeurtenissen zullen verlopen nl: eerst het onderzoekend oordeel voor de doden, daar Hij naar Zijn hemelse tempel kwam in 1844, ten tweede het onderzoekend oordeel voor de levenden, dat spoedig zal plaats vinden; ten derde Christus Zijn tweede komst en het oordeel gedurende de duizend jaren, en ten slotte de laatste uitoefening van Zijn oordeel na de duizend jaren. Al deze gebeurtenissen moeten plaats vinden om deze woorden volledig te vervullen: “Om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben en vanwege  al de harde woorden die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.” (Judas 15) {1SC16:2.12}

Maleachi Drie is eerst als type van toepassing op de reiniging van de aardse tempen in de dagen van Christus (Joh. 2: 14,15), maar de directe toepassing vind haar vervulling in het antitype, dat is, in de reiniging van de kerk, wanneer Hij komt om Zijn aardse tempel (kerk) te reinigen, de zonen van Levi ( de bediening, — de 144.000). Hierna komt Hij voor het onderzoekend oordeel van de levende tot Zijn hemelse tempel, m hun zonden uit te wissen. Zie “De Herdersstaf, ‘Dl. 2, blz. 240-246, 214-221. {1SC16:3.1}

Vr. : “Zullen de 144.000 nadat zij verzegeld zijn, gaan en al de andere in de Z.D.A. kerk doden, die te kort schoten om het zegel te ontvangen? {1SC16:3.2}

Antw.: De slachting van het onkruid in de kerk is duidelijk voorzegt, dat dit werk niet de taak van de mens is om uit te voeren. De profeet Ezechiël, werd in visioen getoond, dat de engelen, die de slachtwapens dragen diegene zijn die de Heer opgedragen heeft te “volledig te slachten ouden en jongelingen, maagden en kindekens en vrouwen,… maar genaakt aan niemand op dewelken het teken is.” (Ezech. 9:6)  De Heer maakt de vernietiging van het ‘onkruid,” steeds duidelijker door Zijn parabolische illustratie, zeggende: {1SC16:3.3}

“ Laat ze beiden tezamen opwassen tot de oogst, en in de tijd van de oogst zal Ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in bundels, om het te verbranden, maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.” {1SC16:3.4}

“Alzo zal het in de voleinding der eeuwen wezen, de engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden van de rechtvaardigen afscheiden.” (Matt. 13: 30, 49) {1SC16:3.5}

Vr.: Wilt u alstublieft, de laatste verzen van Openbaring Zes uitleggen. Als het zevende zegel, de reiniging is, wat vind plaats onder het zesde zegel, dat veroorzaakt dat koningen, kapiteins en iedere overste van duizend en de machtigen vrezen voor de toorn van het Lam in zoverre, dat zij zichzelf verbergen in de holen en in de steenrotsen?” {1SC16:3.6}

Antw.: Het antwoord op het bovenstaande wordt gevonden in de HStaf, Dl. 2. blz. 175-180. {1SC16:3.7}

Vr.: “Als Jer. 25:31 plaatvind bij de tweede komst van Christus, hoe kan Hij dan pleiten met alle vlees?” {1SC16:3.8}

Antw.: De vraag wordt beantwoord door Jes. 66:16, want er wordt gesteld dat Hij zal ‘pleiten met alle vlees,” en de september uitgave van de Code, blz. 7 bewijst dat de Heer begint te pleiten met alle vlees, door de verkondiging van de verzegelende boodschap en de vervulling van Ezechiël Negen in de kerk en zal eindigen met de genade tijd wanneer de Drie Engelen Boodschap verkondigt zal zijn geweest, in de gehele wereld, tot een getuigenis voor alle natiën. Vandaar dat door de manifestatie van Gods oordelen, en door de uitvoering van de boodschap in de tijd van de Luide Roep, “in de gehele wereld tot een getuigenis voor alle natiën,” Hij “met alle vlees pleit.” {1SC16:3.9}

Vr.: Wat adviseert u ons met betrekking tot de opvoeding van onze kinderen, in het bijzonder, wanneer de school van der kerk voor hen gesloten is? {1SC16:3.10}

Antw.: Als de kinderen geweigerd worden door de school van de kerk, dan aangezien er niets anders is wat men kan doen, is het beste om hen naar een openbare school te sturen, totdat de Heer ons verder licht geeft over dit onderwerp. Zij die echter de verantwoordelijkheid nemen om een kind te weren van een school, alleen omdat het kind, volgens zijn geweten, eerder God wil gehoorzamen dan de traditionele mens, zegt de Heer: “Het zoude hem nuttiger zijn dat een molensteen om zijn hals gedaan ware en hij in de zee geworpen, dan dat hij een van deze kleinen zou ergeren. {1SC16:3.11}

Vr.: “Enkele keren hebben de Z.D.A. predikanten de Staf geciteerd, zeggende dat na de slachting, de ‘Stafgelovigen’ denken dat het kerkgenootschap in bezit zullen hebben—met inbegrip van de kerken, instituten, etc. Ik heb niets definitiefs gezien hierover en ben altijd van mening geweest, dat de 144.000 eenvoudigweg de waarheden en de boodschap zullen erven. Het lijkt ongebruikelijk dat de wet zou toelaten dat zij die overblijven, iets van de materiele dingen zouden hebben, aangezien de meeste van hen als lidmaat afgeschreven zijn, en zouden wij hen willen? Heeft u iets definitiefs hierover?” {1SC16:3.12}

Antw.: Deze instituten behoren wettelijk aan de leden van de Z.D.A. kerkgenootschap en daarom, wanneer zij die het zegel van God niet ontvangen aan hun voorhoofden, onder de slachtwapens van de engelen vakken, zullen natuurlijk diegene die overgebleven zijn, de wettelijke bezitters zijn van al eigendommen van het kerkgenootschap, een aangezien alleen zij die het zegel hebben, overgebleven zullen zijn, zal er geen strijd zijn over de wettelijke erfenis van de instituten. Hoewel velen als lidmaat afgeschreven zullen zijn, zal dit geen verband houden, zolang wij maar met het kerkgenootschap blijven, als zij ons erkennen als leden of niet. Deze toestand zal bewijzen dat het lidmaatschap in delen is opgedeeld, en als een deel voorbij gaat, zal het andere deel dat overblijft, natuurlijk het kerkgenootschap uitmaken en alle instituten beheren. Bovendien heeft de bedienende groep, noch wettelijk recht noch religieuze grond waarop zij geen van ons als lidmaat afschrijven, want wij hebben niets gedaan, om  hen het recht te geven om ons uit te werpen. Als wij zelf nu naar het gerecht gaan, kunnen wij ons lidmaatschap terug winnen, want wij staan trouw op de fundamentele principes, waarop het instituten opgericht zijn, en het kerkgenootschap gefundeerd is, maar daar zij afgeweken zijn ervan en weigeren terug te keren, zullen zij aan de ene kant, door hun gedrag, aan de wettelijke autoriteiten bewijzen, dat zij onwettelijk bezit nemen van het kerkgenootschap, terwijl aan de andere kant, wij door ons goed gedrag, zullen bewijzen, de wettelijke eigenaren ervan te zijn. Vandaar, dat door ons lidmaatschap te weigeren, zonder enige wettelijke of religieuze grond, hun niet rechtvaardig maakt en ons verkeerd. {1SC16:3.13}

Vr: Verwijst “deze bewering” “Een andere waarschuwende boodschap en instructie moest gegeven worden aan de kerk,” (The Great Controversy, p. 424) niet” naar de Luide Roep—Openbaring 18? {1SC16:4.1}

Antw.: Deze “waarschuwing en instructie,” volgens het hoofdstuk dat volgt, is in verband met de reiniging van de kerk en het zijn deze waarschuwing en instructies, die de Luide Roep brengen—Openbaring 18. {1SC16:4.2}

Vr.: “Openb. 8:3, zegt dat de engel wierook offerde, ‘met de gebeden van alle heiligen,” maar de HStaf zegt: ‘Merk op dat de gebeden worden geofferd voor alle heiligen.” Waarom voor? Wat het niet de gebeden van alle heiligen in plaats van voor alle heiligen. {1SC16:4.3}

Antw.: De HStaf tracht uit te leggen dat de Engel de gebeden van de heiligen offerde met de wierook; dat is Hij neemt de gebeden van de heiligen en ten gunste van hen, offert Hij ze met de wierook voor de troon. Aldus worden de gebeden van de heiligen geofferd (gebracht) door de Engel voor de troon, “voor,” al de heiligen en niet dat de Engel Zelf bad voor al de heiligen. {1SC16:4.4}

Vr.: ‘Betaald Br. Houteff voor iedere bekeerde die tot de HStaf gebracht wordt vanuit het Z.D.A. kerkgenootschap? {1SC16:4.5}

Antw.: Ja, br. Houteff betaald voor iedere bekeerling, maar niet zoals beweert wordt. Het kost wat om dit werk om de mensen te bereiken, uit te voeren, en daarom betaald br. Houteff iets om dit grote werk tot stand te brengen. Als de vragen steller echter wil weten of br. Houteff teveel betaald per hoofd, aan iedereen die een bekeerling binnen brengt, zeggen wij Nee. Zij die aan het werk gaan, door studies te geven en interesse creëren, helpt hij met hun uitgaven, naar gelang het succes dat zij hebben. Vandaar dat dit goddelijke principe, iedereen de gelegenheid geeft, om in de Heer Zijn wijngaard aan het werk te gaan. Deze regel, laat iedereen zonder verontschuldiging, die in staat is aan het werk te gaan, voorziet in “de beloning,’ voor iedere waardige arbeider en zift diegene uit, die aan het volgen zijn, voor de “broden en de vissen.” Vind snel uw plaats, mijn broeder en mijn zuster, want de dag is ver gevorderd en “de nacht komt, “ wanneer niemand kan werken.” {1SC16:4.6}

Vr.: “In de studie van “Opgenomen en de ander Achtergelaten,” Matt. 13:49 wordt door sommigen begrepen, ook van toepassing te zijn op de letterlijke komst van Christus. Als dit zo is, hoe moeten wij dan de bewering van blz. 24 van traktaat nr., 1 toepassen, ‘The Dardenelles of the Bible,’, die zegt: ‘deze scheiding is ook van toepassing op de kerk, want de slechten, werden weggenomen te midden van de rechtvaardigen, en niet de rechtvaardigen uit het midden van de slechten. De slechte die in het net (de kerk) waren werden uitgeworpen, en de rechtvaardigen achter gelaten. {1SC16:4.7}

Antw.: Het maakt geen dubbele toepassing, maar wordt genoemd vanwege wat er gezegd is op blz. 23 van traktaat nr. 1, en toont slechts aan dat de twee gelijkenissen verwijzen naar dezelfde gebeurtenis,– de reiniging van de kerk, welke nog duidelijker beschreven wordt op blz. 25. Er zijn geen slechten te midden van de rechtvaardigen in de tijd dat Christus terugkomt op de wolken, want de heiligen zijn dan in gezelschappen, gescheiden van alle wereldlingen. Zie. “Eerste Geschriften.”282, 283. {1SC16:4.8}

Vr.: “Betaald br. Houteff voor het land op Mt. Carmel van de tiende? Vanuit de opmerkingen uitgegeven over dit onderwerp in de Code van augustus, blz. 2-7, in antwoord op de aanval tegen hem, schijnt het dat hij het niet ontkende, maar juist  in stemde, en het is niet mijn bedoeling te zeggen dat hij verkeerd is, maar ik wil de waarheid in deze zaak weten.” {1SC16:4.9}

Antw.: Het stuk land waarop Mt. Carmel Centrum staat, werd afgelopen April gekocht en moet gebruikt worden in het werk van het brengen van de verzegelende boodschap bij de inzameling van de 144.000—de “eerste vruchten,” en het mag ook gebruikt worden voor het inzamelen van de ‘grote schare”—de tweede vruchten, en voor het zorgdragen van de waardige armen, bejaarden en invaliden, die niet alleen de boodschap van de Ware Getuigen aan Laodicea, hebben aanvaard, maar die ook wandelen in haar doordringende licht zoals door de HStaf is geopenbaard. {1SC16:5.1}

 Het financiële doel van deze meest noodzakelijke onderneming is mogelijk gemaakt door het gebruik van al  het geld dat voortkomt uit de verkoop van de HStaf delen, winsten en principes vanaf zij gepubliceerd zijn, tevens van de tiende, met het restant dat geleend is. {1SC16:5.2}

De vragensteller heeft ongetwijfeld, vele sprookjes over de HStaf en haar grote werk gehoord, want wij merken dat de meeste mensen, zelf zij die beweren te geloven dat de leerstellingen van de HStaf geïnspireerd zijn, geneigd zijn te twijfelen, te bekritiseren en fouten te vinden, in plaats van te helpen om dit liefdadig instituut een geschikte plaats te maken voor Gods aanwezigheid en voor een zegen voor Zijn volk—‘de armen, de verminkten, de invaliden , de blinden” van de “straten en bijwegen van de stad.”—en het is jammer te zeggen, dat zij die het minst gedaan hebben om ons te helpen, met hun geld, de eerste zijn om fouten te vinden en het ijverigst dat hun plannen en ideeën, gevolgd zouden moeten worden in dit “afsluitend werk voor de kerk,”—het leggen van het fundament voor de afsluiting van het grote afsluitingswerk voor de gehele wereld. {1SC16:5.3}

Zij zeggen door hun handelingen, : “Laat mij u vertellen hoe u uw boodschap moet brengen.” (“Testimonies to Ministers,” 476), ondanks dat de Geest van God hun vooraf waarschuwt in de volgende duidelijke woorden: “ Er zullen dezulken onder ons zijn, die altijd het werk van God willen beheersen, om aan te geven, zelf welke beweging gemaakt zal worden wanneer het werk voortgaat onder leiding van de engel, die zich toevoegt aan de derde engel in de boodschap die gegeven moet worden aan de wereld. “Testimonies to Ministers,” 300. {1SC16:5.4}

Zij de in deze verzoeking en trots zijn op hun eigen mening, vervullen Lukas 19:14. Deze keer wanneer Christus “het bestuur in Zijn eigen handen neemt,” sturen zij door hun handelingen een boodschap naar Hem zeggende: ‘Wij willen niet dat deze man over ons heerst.’ {1SC16:5.5}

Wij willen onze vrienden niet in duisternis houden betreffende ons werk, en om hen te bevrijden van hun verstand over te belasten, zeggen wij: Dit is het beste wat wij hebben. Het heeft hen niets gekost, en als dat niet datgene is waar zij naar op zoek zijn, hoeven zij hun verstand niet over te belasten, hoe dit grote werk voort zal gaan en of het voorspoedig zal zijn en zal vallen, want zij kunnen het noch in stand houden, noch afbreken—het zal of staan of vallen door haar eigen verdienste—en wij zullen noch iets doen, noch wat dan ook zeggen om hen schade aan te doen, als zij zouden kiezen om zich van ons af te scheiden en niet meer met ons te wandelen. {1SC16:5.6}

———————————-

Deel 2                                                     “Dat Gij Welvaart en Gezond Zijt”

                                          (Voortzetting van de uitgave van september) {1SC16:5.7}

Een van de meest voorkomende oorzaken van verschillende ziekten is constipatie. Zij die gezond wensen te blijven, moeten geen dag voorbij laten gaan, met minder dan twee behoorlijke ontlastingen. Het is beter om wat voor medicinale laxans te nemen, dan het systeem toe te staan om vervult te raken met gifstoffen. Met moet echter geen schadelijke medicijnen tot zich nemen, wanneer men over een  geneesmiddel kan beschikken wat praktisch onschadelijk zal zijn. Bij een noodgeval is een klysma een goede manier voor uitscheiding vanuit de colon. {1SC16:5.8}

Zoals een gebrekkige afscheiding gecorrigeerd kan worden door een gepast dieet en buigende oefeningen, is er geen reden waarom, ten minste in de meeste gevallen, de normale functies van de darmen, niet hersteld zou kunnen worden. Het dagelijks gebruik van een beetje fruit bijna van wat voor soort dan ook, of het droog of vers is, zal helpen om de toestand te verlichten.  Het ene soort fruit, kan voor de ene persoon een effectieve hulpmiddel zijn, terwijl het voor de andere dat niet is. Daarom moet de individu zijn eigen oordeel gebruiken door persoonlijke ervaring met betrekking tot wat voor soort fruit hij zal gebruiken. {1SC16:5.9}

“Sommige voedingsmiddelen die aangepast zijn voor gebruik in één seizoen of in één klimaat zijn niet geschikt voor een ander. Evenzo zijn er verschillende voedingsmiddelen die het beste geschikt zijn voor personen in verschillende beroepen. ‘Ministry of healing.” 297. {1SC16:5.10}

Wanneer fruit niet beschikbaar of te hoog geprijsd is, mag rauwe groente zoals fijn gesneden, kool, wortelen, koopraap, mais, etc., die indien mogelijk door een keukenmachine gehaald zijn, hun plaats innemen. Gekookte en rauwe bladgroente zijn ook voedzaam. Verschillende glazen, verse of aangelengde blikken melk, zal het gewenste resultaat brengen voor sommige mensen. Alle witte bloem producten, gebakken en zoetigheid, moeten weloverwogen gemeden worden. Honig mag de plaats van zoetigheid innemen. Het gebruik van zemelen zal in eerste instantie een goeie afscheider zijn, maar het heeft de neiging  om verslavend te worden en ten slotte niet effectief te worden, en zo de individu te laten in een slechtere toestand dan in het begin; en daarbij een gevoelige maag kan hier niet tegen. Zachte, plakkerige “prakken,” die als ontbijtvoeding gegeten worden, mogen slechts spaarzaam gebruikt worden, wanneer genoeg ruwvoer tegelijk ermee genomen wordt, en wanneer gebrekkige afscheiding niet overheerst. {1SC16:5.11}

Hoewel bijna alle schaalvruchten in meerdere of mindere mate hardlijvig maken, kunnen zij op verstandige wijze,  wanneer een goed beoordelingsvermogen wordt uitgeoefend, succesvol gebruikt worden en vegetariërs zullen ze zo essentieel vinden dat het haast onmogelijk is om de gezondheid zonder hen te onderhouden. Desalniettemin, omdat zij zeer hoog geconcentreerde voeding zijn, is het heel gemakkelijk om teveel ervan te eten, en zo dus meer schade aan het systeem toe te brengen, dan door een evenredige overconsumptie van omvangrijke artikelen, die minder voedingswaarde hebben. Bijvoorbeeld, als walnoten bij iedere maaltijd gebruikt worden, zijn twee goede formaten theelepels, alles wat de doorsnee persoon kan verdragen. Wanneer men pindakaas gebruikt, zijn twee afgestreken theelepels genoeg. Als deze schaalvruchten slechts eenmaal per dag gebruikt worden, is de helft van de bovenstaande dagelijkse portie, alles wat het systeem succesvol kan verdragen. Dit hangt vanzelfsprekend natuurlijk af van de rijkheid en de voedingswaarde, die de maaltijd bevat. Voor sommige mensen, is zelf deze hoeveelheid teveel en zal hoofdpijn of andere onaangename effecten veroorzaken, welke de natuur gebruikt als een waarschuwing tegen zulke overtredingen. {1SC16:6.1}

Het is niet veilig voor iemand om de gezondheid te willen behouden, door de bovenvermelde artikelen te gebruiken, zonder [het gebruik van] peulvruchten zoals bonen, erwten, linzen, etc. behalve als zij vervangen worden, indien noodzakelijk door een vervanger. Zuivelproducten zouden helemaal niet gebruikt moeten worden, met uitzondering van voorlopig: melk, crème, en  kwark (huttenkaas of boerenkaas). Eieren zijn schadelijk voor kinderen en voor de jeugd, maar mogen spaarzaam gebruikt worden door anderen wanneer het nodig is. Dit moet niet begrepen worden, dat eieren, wanneer zij zo nu en dan in voedsel als bakplaat gebakjes, (niet gewone pannenkoeken) rijst, etc., niet door kinderen en jeugdigen gegeten mogen worden. {1SC16:6.2}

Wij moeten niet vergeten, dat de menselijke machine een glijmiddel nodig heeft om haar dagelijkse taak uit te voeren. Vegetariërs moeten dit constant in gedachten houden, en moeten een klein beetje olijf olie in bijna alle voeding gebruiken. Olijf olie is het beste. Er kunnen echter ook andere goede oliën  gebruikt worden. Wij zijn nog niet helemaal uit over katoen zaden oliën, en  imitatie boter vetten (margarines). Het is het beste om ze te vermijden. Het is niet noodzakelijk om boter bestreken over brood te gebruiken, maar zij die, die gewoonte hebben om dat te doen, en die denken dat zij er niet zonder kunnen, kunnen dikke crème gebruiken. Puur brood is echter veel gezonder. {1SC16:6.3}

Een van de heersende stoornissen van onze dagen is gastritis, [maagslijmvliesontsteking], speciaal onder Z.D.A. ’s. Deze ziekte, evenals vele anderen, is een waarschuwing,  voor Gods volk dat het, het resultaat is van het negeren te leven naar de principes van gezondheidshervorming, en dat vanaf de tijd dat dit licht op dit onderwerp tot ons kwam, als volk, er een vloek op ons rust. {1SC16:6.4}

Deze maagstoornis gangbaar in alle eeuwen, en wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een verkeerd dieet—te veel eten, verkeerde combinaties, slecht koken, bedorven voedsel, etc. Maaltijden opvolgend bestaande uit fruit, zoals appel, druiven, sinaasappels, watermeloen, etc., zonder ander voedsel die enige vorm van glijmiddel bevatten, wanneer dit enige tijd voortgezet wordt, zal deze toestand teweeg brengen, ook rauwe wortel achtige groenten, zullen hetzelfde effect bezorgen, maar een beetje pindakaas met elke maaltijd zal in de meeste gevallen het kwaad tegengaan. {1SC16:6.5}

Deze ziekte wordt vaak tot stand gebracht door uithongering door onregelmatigheid, dat is als de maag constant probeert te malen of het voedsel te verteren door dat de ene muur tegen de ander werkt, wanneer het  enige tijd leeg is, of een aantal keren nu en dan, zal de constante wrijving, irritatie aan de wanden en ontsteking veroorzaken, pijn bezorgen, zieke gevoelens, oprispen en gassen, etc. Spoedig na een maaltijd is er een verlichting, maar bij gebrek aan maagsappen en de abnormale of geïnfecteerde toestand van de maag het verteringsproces vertraagd, ontstaat gisting en het probleem begint opnieuw. Als en wanneer het voedsel en de gassen de maag verlaten, moet er verlichting ontstaan, maar juist dan begint deze uitputtingsslag opnieuw, tussen de geïnfecteerde wanden en in plaats van zich beter te voelen en te herstellen, wordt het probleem erger als er geen voedsel ingenomen wordt. Soms wordt deze toestand tot stand gebracht door een overvloedige stroom van maagsappen, geproduceerd door over gestimuleerde schildklieren, die op een lege maag werken. {1SC16:6.6}

Vandaar dat het enige geneesmiddel voor deze ziekte een is, die de wanden zal genezen, en de enige maatstaf die dit zal doen is een de ene kant, de maag niet leeg te laten en aan de andere kant, makkelijk te verteren, voedzame voedsel te eten, die zal dienen als glijmiddel om verdere irritatie te voorkomen in het geval van uitputting, en de toevoer van zuur te verminderen, in geval van abnormale schildklier uitscheiding. {1SC16:6.7}

Onder deze omstandigheden is een van de beste artikelen die men kan innemen een halve liter of minder warme cream (niet heet) waaraan een beetje melk is toegevoegd en losgeklopt geel van een ei, met een beetje zout indien gewenst. Dit zal werken als een genezende zalf, en tegelijkertijd voorzien in de benodigde mineralen, en elementen voor het onderhoud van het lichaam. {1SC16:7.1}

Als de toestand van de maag heel erg slecht is, zal zelf dit makkelijk te verteren en verzachtende voedsel niet goed vallen. Daar er echter, op dit moment niets beters is dat wij kunnen voorschrijven, en daar de maag niet leeg gelaten moet worden, om door te gaan zichzelf te vermoeien, mag de patiënt per keer, minder van deze vloeibare voeding innemen, maar voorzorgsmaatregelen moeten uitgeoefend worden, dat zo gauw als het de maag verlaat (niet ervoor, en niet lang erna), meer van deze vloeistof ingenomen wordt. Wanneer de spijsverteringsorganen in staat zijn om dit voedingsartikel te verdragen, mogen een of twee sneetjes brood, goed en langzaam getoast maar niet gebrand, toegevoegd worden. Goed gebruind beschuit beschikt geen voedingswaarde. Kwark gemaakt van cream is ook uitstekend. Botermelk, yoghurt en zure melk zijn ook goed. Nadat het stadium bereikt is waar er voeding goed verteerd wordt, is het raadzaam een glas vruchten sappen half om half voor maaltijden te proberen. {1SC16:7.2}

Zodra vooruitgang wordt geboekt, mogen andere voedingsmiddelen geleidelijk aan, aan dit basis dieet worden toegevoegd, maar zo moeten zo zijn dat zij het oude probleem niet opwekken, en van hele kleine hoeveelheden, totdat er bewijs is dat het systeem, deze artikelen in normale hoeveelheden kan verdragen. {1SC16:7.3}

Zij die dit probleem hebben, informeer ons alstublieft van de resultaten, nadat u deze behandeling een eerlijke kans heeft gegeven. Maar onthoudt, dat een verkeerde combinatie, een verkeerd eten, zal of helemaal of gedeeltelijk dit oude probleem terugbrengen; daarom moet er grote zorg worden uitgeoefend, met betrekking tot wanneer, wat, hoe en hoeveel men zal eten. Neem nooit een kans. Verlaat altijd de tafel, terwijl u nog hongerig bent. {1SC16:7.4}

Daar maagstoornissen, door verschillende oorzaken tot stand gebracht worden, algemene overtredingen, is het onmogelijk om elke toestand of een geneesmiddel voor te schrijven voor iedere oorzaak. Daarom moet iedereen proberen zijn gewoonten te corrigeren, en datgene eten wat het beste met hem overeenkomt. {1SC16:7.5}

Om de goede verkregen resultaten te behouden, ga niet wandelen over de oude paden van zorgeloze gewoonten. Een klein beetje pindakaas, waaraan een evenredige hoeveelheid honing is toegevoegd is gewenst, op een sneetje volkoren tarwebrood bij elke maaltijd, in het bijzonder wanneer de maaltijd bestaat uit fruit of rauwe groente, zal helpen deze maagslijmvlies problemen te voorkomen van terug te komen. Gebruik nooit geroosterde pindakaas, als u de rauwe kan verkrijgen, welke u nog heerlijker en gezond zal vinden. {1SC16:7.6}

Pindakaas gekookt met granen of geroosterd, maakt de voeding te rijk en te zwaar. Daarom is het goed om zulke voedselcombinaties te voorkomen. De beste voeding zijn die van het land zijn, en die komen met het seizoen van het jaar. {1SC16:7.7}

Voor hen die geteisterd worden met overvloedige maagsappen, zal één of twee volle glazen genomen, voor de maaltijd, zeer goed helpen; maar in gevallen waar dit spijsverteringssap ontbreekt, is het, het beste niet te drinken, tot een uur na de maaltijd. Door te experimenteren, kunt u uw eigen zaak vaststellen. {1SC16:7.8}

“Het is onmogelijk om een afdoende regel te maken voor de gewoonten van een ieder, en niemand moet denken zichzelf als criterium te zien voor iedereen. Niet iedereen kan dezelfde dingen eten. Voedsel dat smaakvol en gezond is voor een persoon, kan onsmakelijk en zelf schadelijk zijn voor een ander. Sommigen kunnen geen melk gebruiken, terwijl anderen ervan opbloeien. Sommige mensen kunnen geen bonen en erwten verdragen; anderen vinden ze gezond. Voor sommigen zijn de grovere graan bereidingen goede voeding, terwijl anderen ze niet kunnen gebruiken. {1SC16:7.9}

Zij die in nieuwe landen wonen, of door armoede geslagen districten, waar voedsel en fruit schaars zijn, moeten zich niet haasten om melk en eieren uit hun dieet te halen. {1SC16:7.10}

“Sommigen zijn constant angstig dat hun voedsel, hoe eenvoudig en gezond ook, hun zal schaden. Aan deze zal ik zeggen: Denk niet dat uw voeding u zal schaden; denk er helemaal niet aan. Eet volgens uw beste oordeel, en wanneer u de Heer heeft gevraagd, om het eten te zegenen voor versterking van uw lichaam, geloof dat Hij uw gebeden heeft verhoort, en weest gerust.” “Ministry of Healing,” blz. 319,320,321. {1SC16:7.11}

Vergeet niet dat uw tanden in uw mond zijn en niet in uw maag. Denk niet dat u maag de emmer hoeveelheid maaltijden kan hanteren, onthoud dat het minder dan een  kwart kan bevatten, en een beetje ruimte moet hebben om de peristaltiek (darmbeweging) te onderhouden. Verwacht niet van uw systeem, dat het zal functioneren, zonder op te breken, als u nalaat het schoon te houden en soepel. Het is absurd het idee te onderhouden, dat uw gevoelige mechanisme door kan gaan met werken op substanties die geen energie bevatten. Laat het niet uitdrogen—nee genoeg vers water in, tenzij u het door het te laten stagneren de atmosfeer vervuilt. Voor een plezierige omgang met uw vrienden, zal de zuivere sap van twee citroenen eens per week genomen op een lege maag uw lichaam aan de binnenkant boenen, en een emmer vol heet water en zeep zal het boenen aan de buitenkant. Zuivere citroen sap zal in eerste instantie dezelfde ongemak  brengen als wanneer het op een open wonde wordt aangebracht, daarom moet de eerste keer slechts een beetje in water genomen worden, voordat met de hele dosis toepast. {1SC16:7.12}

Wanneer u onwel voelt door gassen, kan verlichting verkregen worden misschien binnen een uur door op uw maag te gaan liggen. {1SC16:8.1}

Poets uw tanden na iedere maaltijd en verwijder al het voedstel tussen uw tanden om een slechte adem en verrotting tegen te gaan, want voedsel fermenteert, in feite, in minder dan vier uren begint fermentatie, en het zuur dat daardoor gemaakt wordt, begint meteen het glazuur aan te tasten. Vuile geelachtig ogende tanden, bedekt met tandsteen, vertegenwoordigen zeker niet de “Koning der Koningen en de Heer der Heren,” Wiens klederen  witter dan sneeuw zijn.  Puimsteen poeder, gemengd met zeep en tandpasta zal uw tanden laten glimmen, of u mag naar een tandarts gaan en ze schoon laten maken. Als u uw eigen tanden schoon maakt, gebruik geen puimsteen poeder, tenzij dat noodzakelijk is, want het is hard voor het glazuur. Ontsmet uw tandenborstel ten minste een keer per week, als u geen tandinfectie wil oplopen. Zout besprenkeld over de tandenborstel, is een van de beste ontsmettingsmiddelen. Laat uw tandenborstel altijd buiten in de open lucht hangen. {1SC16:8.2}

Houdt altijd uw handen en vingernagels schoon. {1SC16:8.3}

Maak schoon broeder! Maak schoon zuster! Want wij gaan naar huis! {1SC16:8.4}

Zij die verzuimen om zich te onderwerpen aan deze gezondheidsprincipes, hoeven niet te denken, dat als zij ziek zijn, of als zij ziek worden, dat God een wonder zal doen om hun tot gezondheid te herstellen, en moeten ons niet vragen om voor hen te bidden. Als Hij hen zou genezen, zouden de meeste mensen het als bewijs nemen, dat Hij hun overtredingen goedkeurt, tegen de natuur. {1SC16:8.5}

(Wordt vervolgd)

———————-

Het Gevecht Tegen Eetlust

Wil je met Jezus op vurige wagens rijden,

Zet dan je voeten op jou menselijke trots,

Dan mag je zitten als een koning aan Zijn zij,

Het lied van Mozes en het Lam leren en zingen. {1SC16:8.6}

 

Toen Joshua de hardnekkige vijanden overwon,

Toen hij Kanaän inging, gaat het verhaal rond,

Zei hij, zet je voeten op de nek van de vijand,

Want God zal je helpen hun koninkrijk te vernietigen. {1SC16:8.7}

 

Daarom, wij die de “Herdersstaf,” geloven,

De kracht van de levende God moeten geloven,

Willen wij al de vijanden die wij ontmoeten overwinnen,

Moeten wij rechte paden maken met onze kreupele voeten. {1SC16:8.8}

 

Laat ons niet vergeten, trots veroorzaakte Lucifers val

Hij zal proberen te hinderen, zij die acht slaan op de 11e uur roep

Want hij weet heel goed wie die vacante plek zal invullen

’t zullen mannen en vrouwen zijn gered door genade {1SC16:8.9}

 

Wij zullen nu ons moeilijkste gevecht ondergaan

Om onze verdorven eetlust te overwinnen

Dus laten wij de hele wapenrusting van God aandoen

Als wij niet willen slapen onder de zoden. {1SC16:8.10}

 

Als wij niet voor onze lichamen de juiste zorg dragen

Dan kan God onze gebeden niet horen of antwoorden

Hij die zich afkeert van de wet van fysieke verlossing

Kan geen kanaal zijn van goddelijke openbaring. {1SC16:8.11}

 

Want alleen door ons eten en drinken voor Gods eer

Zullen wij toegestaan worden om de laatste evangelie boodschap te vertellen

En dus bewijzen als oprechten die in God geloven

Dat wij de waarheid hebben gevonden in “de Herdersstaf.” {1SC16:8.12}

 

Want als wij in iedere handeling onze Verlosser en God verheerlijken

Zal Hij ons verheerlijken als boodschappers van “De Herdersstaf.” {1SC16:9.1}

 

                                                                                 H. W. Jones

“Pedestrian Post,”

Geschreven om te lezen op Sabbat, 5 okt. 1935

Te Mount Carmel Center waar de Waarheid kan ingaan.. {1SC16:9.2}

———————————

BELANGRIJKE OPMERKINGEN

Als er iemand is van onze broeders en zusters die iets wensen te doen voor Mt. Carmel, maar die vanwege tekort aan andere middelen gedacht hebben landbouw producten te doneren, zoals bonen, linzen, erwten etc., wensen wij hen te informeren, dat wij blij zijn om wat voor houdbare voedingsmiddelen dan ook te ontvangen. {1SC16:9.3}

—————————-

Omdat sommige van onze broeders en zusters schrijven over een derde deel van “De Herdersstaf,”, maken wij hierbij bekend dat het derde deel, uitgegeven wordt in de vorm van traktaten en gratis naar alle Z.D.A. ’s worden gezonden. Tot dusver zijn er vijf van zulke traktaten. Wij verwachten echter een zesde aan het eind van het jaar. {1SC16:9.4}

———————————–

Wij trachten de nieuwe onderwerpen in de Code zo nauwkeurig mogelijk te hebben, maar dit kan niet gedaan worden zonder de medewerking van al diegene die nieuwsverslagen en ervaringen etc insturen.  Breng zo gedetailleerd mogelijk als de Engelse taal het toelaat, verslag van het betreffende onderwerp. {1SC16:9.5}

————————————-

Diegene die met ons corresponderen, ontvangen literatuur, als zij verhuizen van hun huidige locatie, informeer alstublieft dit kantoor meteen, van uw nieuwe adres. De veldwerkers, moeten dit niet nalaten, nog te kort schieten hun gezelschap te herinneren dit te doen. {1SC16:9.6}

——————————–

Alle post aan Mt. Carmel, zou gericht moeten zijn aan De Universele Uitgevers Associatie. Alle geldzaken—tienden en offerande—wanneer ze per post worden verzonden, moeten verstuurd worden aan Mw. F. Charboneau, en denk eraan, dat het HStaf hoofdkwartier, huis adres, niet langer in California is, maar Mt. Carmel Center, Waco, Texas. {1SC16:9.7}

———————————

Laten alle nieuw bekeerden tot de HStaf, ons informeren, hoe de boodschap hen vond. Hoewel dit voor u van weinig belang mag schijnen, zal het voor ons die met heel veel kantoor problemen moeten kampen, het beschouwen als een grote gunst. Dank u. {1SC16:9.8}

—————————————

Onze verenigde gebeden op Vrijdag middag (5 p.m. Pacific Standaard tijd; 6 p.m. Mountain Standaard tijd; 7 p.m. Central Standaard tijd,; 8 p.m. Eastern Standaard tijd) ten gunste van onze broeders en zusters die in duisternis zijn met betrekking tot tegenwoordige waarheid, moet trouw nageleefd worden door alle betrokkenen. {1SC16:9.9}

 

Iedere Z.D.A., die de ‘Symbolische Code,” gratis, regelmatig naar hem gezonden wenst te hebben, vul alstublieft, het volgende blanco formulier in. {1SC16:9.10}

___________________________ SCHEUR HIER AF_______________________________

Plaatst u alstublieft mijn naam op uw reguliere verzendlijst voor u maandelijks blad, ” De Symbolische Code.”

Straat

Straatnaam________________________Postbus nr.________________________________

Stad________________________Staat_________________Country___________________

De Universele Uitgevers Associatie

Afdeling Symbolische Code

Mt. Carmel Center  Waco Texas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code

Nieuws Artikel

Deel Een

Nr. 15

15 september 1935

Waco Texas

TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap

                                           NIEUWSBREKENDE GOLVEN VANUIT MOUNT CARMEL

 

“Terug naar de Oude Paden”

In de Symbolische Code voor de maand van augustus, deden wij verslag van de vooruitgang op Mt. Carmel, voor zover het, het bouwprogramma en de bevolkingstoename betrof, en wij zijn niets nieuws gestart in dit opzicht, behalve het afronden van de gebouwen, die toen onder constructie waren, wij zullen niet meer daarover op dit moment zeggen. Wij zijn echter verheugd verslag te doen van de gemaakte vooruitgang in geestelijk opzicht; dat ia, in kleding en gezondheidshervorming, welke stap ons dichter bij de Heer heeft getrokken en wij voelen Zijn zegeningen op ons rusten, waar wij heel dankbaar voor zijn.{1SC15:1.1}

Wij voelen ons verzekerd dat al de vrienden van de zaak voor hervorming, tevreden zullen zijn om het gehele gezelschap in volmaakte harmonie met onze belijdenis zullen zien, zoals het vanaf de dagen van de apostelen nog nooit getuige van is geweest. Wij zeggen dit niet om op te scheppen, want wij weten dat er veel gedaan moet worden, voor een ieder van ons voordat onze karakters verandert worden in Zijn glorierijk beeld, en voordat wij waardig zullen zijn om “Zijn heilig volk, De verlosten van de Heer” genoemd te worden, door hen die de Derde Engel Boodschap zullen omarmen, na de verzegeling van de 144.000. (Jes. 62:12) {1SC15:1.2}

Wij zijn verzekerd, dat deze voorwaartse stap op Mt. Carmel, groter is dan iedere vorige, en als het voortgezet wordt, zegt de Heer: “Uw licht,” zal “ voort breken als de dageraad, en uw genezing zal snel uitspruiten, en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des Heeren zal uw achterhoede wezen. Dan zult gij roepen en de Heere zal antwoorden, gij zult schreeuwen en Hij zal zegen: Ziet hier ben Ik.” (Jes. 58: 8, 9). {1SC15:1.3}

Hoewel het hard is om van sommige van de dingen te scheiden die wij bij de geboorte hebben geërfd, en die wij jaren hebben beoefend, en omdat wij ze uitgeoefend hebben terwijl wij lidmaatschap hielden  in het Z.D.A. kerkgenootschap, en omdat de kerk velen heeft die denken dat God hen een soort volmacht heeft gegeven om de gewoonte, van de wereld voort te zetten, heeft Mt Carmel zichzelf toch ontdaan van buidels;  gekunstelde versieringen, van de “ sluiers” en de “hoofdkronen,” lage decolleté, hoge rokken, okselmouwen, omlaag gerolde sokken, hoge hakken, en al de ijdele gewoonten van de afgoden van het land, en heeft ze eeuwige woestenij. Aldus haar inwoners bevrijdend – mannen, vrouwen en kinderen— van al deze ijzeren banden! {1SC15:1.4}

Het is verrassend te weten te komen dat velen van onze mensen die “in het licht van tegenwoordige waarheid staan” en die zelf deel nemen aan de verkondiging van de hervormingsboodschap gefaald hebben om zichzelf te hervormen! Daarom wordt het onder de aandacht van iedere gelovige in tegenwoordige waarheid gebracht, om de boodschap van de HStaf en de “Getuigenissen van de Kerk opnieuw te bestuderen, en snel, zonder een moment vertraging, al de veranderingen aan te brengen. Dit is uw laatste waarschuwing. {1SC15:1.5}

Sta uw kinderen niet toe, nog uzelf, om schaars gekleed op straat te gaan, of zonder sokken behalve wanneer je blootsvoets gaat. De mouwen van de jurk moeten onder de elle boog zijn, terwijl de lengte van de rok geregeld moet worden door aantal centimeters in tweeën te delen van de buiging van de knie naar de vloer. Met andere woorden, als uw ledemaat vanaf de knie tot de vloer 30 centimeters meet, moet uw rok niet hoger dan 10 centimeter van de vloer zijn. Voor kinderen onder 12 jaar, mag het aantal centimeters vanaf de buiging  van de knie tot aan de vloer in drie verdeeld worden, en laat de rok een derde onder de knie zijn, of twee derde boven de vloer. Als u, wenst uw respect te behouden en bescheidenheid, en het moraal van uw kinderen en het zegel van God op uw voorhoofden ontvangen, sta uzelf niet toe, of uw kinderen om hun naakte lichamen aan mensen en jongens te vertonen. {1SC15:1.6}

Ga niet tot het extreme over. Kleed uzelf en uw kinderen op zo een manier dat u speciale aandacht en onbescheidenheid voorkomt, toch schoon en netjes, en hoewel niet duur, mag het materiaal van duurzame kwaliteit zijn. {1SC15:1.7}

“Ik werd getoond dat het volk van God, niet de gebruiken van de wereld moet nabootsen. Sommigen hebben dit gedaan, en verliezen snel het speciale, heilig karakter, dat hen zal onderscheiden als Gods volk. Ik werd  terug gewezen op Gods oude volk, en was geleid hun kleding te vergelijken met de manier van kleden in deze laatste dagen. Wat een verschil! {1SC15:1.8}

Wat een verandering! Toen waren de vrouwen niet zo moedig als nu. Als ze onder de mensen gingen, bedekten zij hun gezichten met een sluier. In deze laatste dagen, is mode een schande en onbescheiden. Zij zijn genoemd in profetie. Zij werden eerst ingebracht door een groep waarover Satan geheel controle had, die zonder gevoel, zich volledig overgegeven hebben in wellust, om alle onreinheid met gierigheid uit te voeren.’ Als Gods belijdende volk niet op grootste wijze van Hem was afgedwaald, zou er nu een merkbaar verschil zijn tussen hun kleding en dat van de wereld. De kleine hoofdkronen, die hun gezicht en hoofd laten zien, tonen een tekort aan bescheidenheid… De inwoners van de aarde worden steeds corrupter, en de onderscheidingslijn tussen hen en het Israël van God moet duidelijker zijn, of de vloek die op wereldlingen zal vallen, zal op Gods belijdende volk vallen. {1SC15:2.1}

“Jong en oud, God test u nu. U beslist uw eigen eeuwige lot. Uw trots, uw liefde om de gebruiken van de wereld te volgen, uw ijdele en lege conversaties, uw zelfzuchtigheid, worden allemaal gewogen, en het gewicht van t kwaad is angstaanjagend tegen u… En ik zag dat de Heer zwaard in de hemel aan het slijpen was, om af te snijden. Oh dat iedere lauwe belijder, het schone werk kon beseffen dat God op het punt staat te doen onder Zijn belijdende volk! Geliefde vrienden, misleid uzelf niet, betreffende uw toestand. U kunt God niet misleiden.”—Getuigenissen voor de Kerk,” Vol 1, pp. 188,189,190. Lees het derde hoofdstuk van Jesaja, verzen 16-26. {1SC15:2.2}

Vermijd witte bloem en geraffineerde suiker producten en eet geen fruit met groente in dezelfde maaltijd. De gemiddelde maag  zal minder dan een kwart houden. Pleeg geen zelfmoord door het over te belasten. Beperk uzelf niet tot een dieet van een paar artikelen. Laat uw tafel bekleed zijn met voedsel waar God in voorziet voor uw gebruik, ieder seizoen van het jaar, op een eenvoudige manier bereid, en op zo een natuurlijke manier als mogelijk. Probeer niet gezond te blijven op alleen gekookt voedsel. Koffie, thee , cacao, en chocolade moeten geen plaats vinden in een huis van een Z.D.A. {1SC15:2.3}

“Waarom weegt gij geld uit voor wat geen brood is, en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan? Hoort aandachtig naar Mij, en eet het goede en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen. Ik zal met u een eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse weldadigheden van David.” {1SC15:2.4}

“Die zichzelf heiligen, en zichzelf reinigen in de bossen, de een na de ander in het midden ervan, die zwijnenvlees eten en verfoeisel en muizen; tezamen zullen zij verteerd worden, spreekt de HEERE.” {1SC15:2.5}

“Dat onder u niet zij een man, of vrouw. of huisgezin of stam die zijn hart heden afwendt van de HEERE, onze god om te gaan dienen de goden van deze volken; dat onder u niet zij een wortel die gal en alsem draagt. En het geschiedde, als hij de woorden van deze vloek hoort, dat hij zichzelf zegene in zijn hart, zeggende Ik zal vrede hebben, wanneer ik ook naar het goeddunken van mijn hart zal wandelen, om de dronkene te doen tot de dorstige. De Heere zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal de toorn des Heeren en Zijn naijver roken over die man en al de vloek die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen en de Heer zal zijn naam van onder de hemel uitdelgen. En de Heere zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen Israëls naar alle vloeken van het verbond, dat in het boek van deze wet geschreven is.” ( Jes. 55:2,3; 66:17; Deut. 29:18-21) {1SC15:2.6}

“Vertrekt, Vertrekt, gaat uit van daar, raakt het onreine niet aan, gaat uit het midden van hen, reinigt u gij die de vaten des Heren draagt.” (Jes. 52:11) {1SC15:2.7}

Geen twee personen moeten in één bed slapen tenzij het om een noodsituatie is. Zij die deze gezondheidsprincipe negeren, zaaien het zaad van zorg in plaats van gezondheid en vreugde. {1SC15:2.8}

Als u naar bijeenkomsten gaat, of het in de Z.D.A. kerken is of waar tegenwoordige waarheid onderwezen wordt, onteer God niet door te praten, te fluisteren of lachen. Handen schudden met anderen in de kerk van God, moedigt alledaagse gesprekken aan, leidt anderen af van het onderwerp van de bijeenkomst, en leidt in het kwaad. Elkaar groeten bij de kerk zou gedaan moeten worden aan het einde van de dienst buiten het gebouw, maar als de bijeenkomst in een plattelandshuisje is, is het toegestaan het binnen te doen, nadat de bijeenkomst is afgelopen. “Zwijg alle vlees voor het aangezicht des Heeren, want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning.” (Zach. 2: 15) {1SC15:2.9}

Onze aandacht wordt geroepen tot aan andere grote verzuim dat Gods volk ten deel is. De Heilige Geest zegt: “ Doch ik wil dat gij weet, dat Christus het Hoofd is  van iedere man, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus. (1 Cor. 11:3)  Merk op dat de keten van goddelijkheid, menselijkheid linkt-God, Christus, de man, de vrouw. “Iedere man die bidt of profeteert, hebbende iets op het hoofd, die onteert zijn eigen hoofd. Maar iedere vrouw die bidt of profeteert met ongedekten hoofde, onteert haar eigen hoofd, want het is een en hetzelfde alsof haar het haar afgesneden was. Want indien een vrouw niet gedekt is, dat zij ook geschoren worden, maar indien het lelijk is voor een vrouw geschoren te zijn, of het haar afgesneden te hebben, dat zij zich dekke. Want de man moet het hoofd niet dekken aangezien hij het beeld en de heerlijkheid Gods is, maar de vrouw is de heerlijkheid van de man. Want de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw is uit de man. Want ook is de man niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man.”(verzen 4-9). {1SC15:2.10}

Het bovenstaande Schriftgedeelte leert, dat een man zijn hoed af moet nemen wanneer hij bidt of profeteert (het Schrift onderwijst), terwijl de vrouw van haar opdoet. Waarom? Omdat het hoofd van de man God is, maar het hoofd van de vrouw is de man. Als de man het hoofd bedekt, onteert hij God. Vandaar dat als de vrouw haar hoofd ontbloot, wanneer zij bidt, onteert zij haar hoofd–, de man, en door de man te onteren, onteert zij God, want de man is het “beeld van de heerlijkheid van God. Bovendien, plaatst het bedekken van de vrouw van haar hoofd wanneer zij God benadert, symbolisch de man—( haar hoofd) aan de kant en komt dus voor God. {1SC15:3.1}

Concludeer niet door vers 15 te lezen dat het haar van de vrouw haar, de bedekking is die hier boven vereist is, want als dat geval is, dan zou de man zijn hoofd moeten scheren, om het onderscheid te maken tussen de twee, en aangezien wij weten, dat van de man nooit vereist is geweest, zijn hoofd te scheren, bewijst het dat de bedekking van de vrouw wanneer zij bidt, niet haar haar is, maar haar hoed, of een of andere hoofdbedekking. Wederom als de Geest van God onderwijst, dat het haar van de vrouw, de bedekking is die boven vereist is, waarom zeggen: Wanneer “zij bidt of profeteert?”  Hoe kan ze haar haar (bedekking)  afnemen, wanneer zij niet bidt, tenzij zij een pruik draagt? Kan zij haar natuurlijke haar tij en ontij op zetten en afnemen?  Verder, aangezien vrouwen nooit hun haar in een bob kapsel hadden in de tijd van Paulus, zou het onnodig zijn hun te vragen het op te laten, en wederom zegt hij: “Als de vrouw niet bedekt is, laat haar ook dan geschoren worden. Deze woorden leggen de regel vast, dat als de vrouw niet geschoren is, laat haar dan bedekt zijn.” In deze verzen wordt gesteld dat de “vrouw die lang haar heeft, het tot haar eer is.” Daarom dat de bedekking van het haar ook betekend vernedering voor God of als het ware aan het kant zetten van haar heerlijkheid. {1SC15:3.2}

Wanneer de zegen gevraagd wordt bij de maaltijden, is het niet noodzakelijk om deze regel te volgen, maar het is zeker essentieel wanneer er onderwezen of aanbeden wordt, of het nou thuis is of in de kerk. {1SC15:3.4}

“God leidt Zijn volk, stap voor stap. Hij  brengt hun op verschillende punten, die berekend zijn om kenbaar te maken wat er in hun hart is. Sommigen houden stand op een punt, maar vallen af bij de volgende.  Bij ieder toenemend punt, wordt het hart een beetje dichterbij getest en beproefd. Als het belijdende volk van God, hun harten in tegenstelling vinden tot dit rechte werk, moet het hun overtuigen dat zij een werk te doen hebben om te overwinnen, als zij niet uitgespuwd willen worden uit de mond van de Heer. De Engel zegt: God zal Zijn werk dichter en dichter brengen om getest te worden en iedereen van zijn volk zal beproefd worden. Sommigen zijn gewillig om een punt aan te nemen, maar wanneer God hun naar een ander beproevend punt brengt, krimpen zij ervoor in en deinzen terug, omdat zij vinden dat het indruist tegen een of ander gekoesterde afgod. Hier hebben zij de gelegenheid te zien wat in hun harten is dat Jezus uitsluit. Zij prijzen iets anders hoger aan dan de waarheid, en hun harten zijn niet bereid om Jezus te ontvangen. Individuen worden een bepaalde lange tijd getest en beproefd, om te zien of zij hun afgoden zullen opofferen en aan het advies van de Ware Getuige zullen gehoor geven. Als wie dan ook niet gereinigd wil worden, door de waarheid te gehoorzamen, en hun zelfzuchtigheid, hun trots en kwade lusten  wil overwinnen, hebben de engelen van God de opdracht: “ Zij zijn verknocht aan hun afgoden, laat hen met rust, en zij gaan verder om hun werk te doen, deze mensen overlatend onder de controle van de slechte engelen, met hun zondige handelingen niet onderworpen.  Zij die opkomen tot ieder punt, en iedere test doorstaan, en overwinnen, wat de prijs ook mag zijn, hebben acht geslagen op het advies van de Ware Getuige, en zij zullen de late regen ontvangen, en aldus geschikt gemaakt voor overzetting.” “Testimonies for the Church, “ Vol. 1, p. 187. {1SC15:3.5}

Mt. Carmel Center heeft het voorbeeld gesteld en laten al onze broeders en zusters, nauwkeurig volgen door in overeenstemming te zijn met al Gods vereisten, als zij wensen zich af te keren van de zonden van de wereld, het zegel van God ontvangen en ontsnappen aan de vernietiging. Allen moeten de noodzakelijke aanpassingen maken voor de volgende uitgave van dit blad en aan God tonen dat u verheugd bent al Zijn rechtvaardige vereisten te gehoorzamen, en door uw opoffering demonstreren dat uw liefde voor de verlossing van Zijn volk, dat zij niet over uw zonden mogen struikelen, maar tot Hem getrokken mogen worden, door uw goede voorbeeld, en tevens trouw mag bewijzen aan de waarheid die wij uitdragen. Zij die weigeren om nauwkeurig te voldoen aan de getuigenis van de Ware Getuige, in deze hervorming, zullen zonder verontschuldiging gelaten worden, en wanneer gevraagd wordt: “Vriend, hoe komt gij her zonder het bruiloftskleed?  Zullen zij sprakeloos zijn. (Matt. 22:12) {1SC15:3.6}

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief gelijk ook Christus de Gemeente lief gehad heeft, en Zich zelven voor haar heeft overgegeven. Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord. Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk. Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft die heeft zichzelven lief. Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Here de Gemeente. Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen. Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen.” (Ef. 5: 25:31) {1SC15:4.1}

“Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar. Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is den Heere welbehagelijk. Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.” (Col. 3: 19-21)

En maakt uw lichamen niet tot een vertoning, horloge kettingen, en andere ijdele snuisterijen, want zij werpen een weerspiegeling op uw karakters en maken uw lichamen – het beeld van God, goedkoop. {1SC15:4.2}

 

WIE ZULLEN WIJ BESCHULDIGEN? HET LICHAAM OF DE “ZIJTAKKEN?”

De “Geest der Waarheid maakt het duidelijk, dat geen enkele omstandigheid, hoe moeilijk het ook mag zijn, ons zal rechtvaardigen om af te wijken van de onvervalste weg van verplichting. Paulus verkondigde dat niets hem zou laten ”wankelen,” en dat hij gewillig was te sterven als dat nodig was, alleen maar dat zijn Heer verheerlijkt kon worden in zijn leven en zijn volk gered. {1SC15:4.3}

De Geest der Profetie zegt: “ Om te staan in verdediging van de waarheid en gerechtigheid, wanneer de meerderheid ons veracht, om de strijd des Heren te vechten, wanneer kampioenen weinig zijn,– dit zal onze test zijn. Op deze momenten moeten wij warmte vergaren uit de koudheid van anderen, moed uit hun lafheid, en trouw uit hun verraad. “ “Testimonies for the Church,” Vol. 5 p. 136 {1SC15:4.4}

De oude landpalen verlatend, is duidelijk bewezen uit het volgende, dat niet beperkt is tot de zijtakken, die van tijd tot tijd door de jaren heen ontstaan zijn. Wij  zijn afgeweken van de oude landpalen. Laat ons terug keren. Als de Here God is, dien Hem, alf Baal, dien hem. Aan welke kant zult gij zijn?”—“Testimonies for the Church,” Vol. 5, p.137 {1SC15:4.5}

“De kerk heeft zich afgekeerd van het volgen van Christus haar Leider, en is gestadig terug aan het keren naar Egypte. Toch zijn weinigen gealarmeerd of verbaast voor hun noodzaak tot geestelijke kracht.” id. 217. “Ik zag onze instructeur wijzend naar hun klederen van zogenaamde gerechtigheid. Ze afscheurend, legde Hij de vuilheid eronder bloot. Toen zei Hij aan mij: “Kun je niet zien hoe zij aanmatigend hun vuilheid en verdorvenheid van karakter hebben bedekt? “Hoe is de trouwe stad een hoer geworden?” Mijns Vadershuis is tot een rovershol gemaakt, een plaats waar de goddelijke aanwezigheid en heerlijkheid is afgeweken! Om deze reden is er zwakheid, en ontbreekt er kracht.”—“Testimonies for the Church,” Vol. 8, p. 250. {1SC15:4.6}

“Als Jezus de toestand van Zijn belijdende volgelingen vandaag bekijkt, ziet Hij onedele ondankbaarheid, lege vormendienst, huichelarij, oneerlijkheid, Farizeïsche trots en hoererij.” “Testimonies for the Church.” Vol. 5, p. 72. {1SC15:4.7}

De bovenstaande citaten, waarschuwen ons duidelijk dat de kerk als een lichaam, “zich afgekeerd heeft van het volgen van Christus haar Leider,” en dat  “hoererij” juist is onder Zijn “belijdende kerk,” in zoverre dat de “goddelijke tegenwoordigheid en heerlijkheid zijn afgeweken,” van uit de kerk. Deze feiten zouden moeten veroorzaken dat  een ieder van ons, met vreze en beven, “zuchten en weeklagen,” over al de gruwelen die gedaan worden in haar midden,” tenzij wij onze tanden willen knarsen met berouw in de eeuwige vernietiging. Zullen wij niet even ontvankelijk zijn als de Ninevieten van ouds of zullen wij de verschrikkelijke prijs betalen? {1SC15:4.8}

Sprekend over diegene die zich verlustigen in het bekritiseren van hen die berispen bij de poort, lezen wij:” Zij zullen alles in twijfel trekken en bekritiseren wat opkomt bij het ontvouwen van waarheid, kritiek leveren op het werk en de positie van anderen, ieder onderdeel van het werk bekritiseren, waarin zijzelf geen deel hebben. Zij zullen zich voeden op de tekortkomingen, zwakheden en fouten van anderen, ‘totdat,’ zegt de engel, ‘ de Heer Jezus zal opstaan van Zijn bemiddelend werk in het hemels heiligdom, en Zichzelf zal kleden, met de klederen der wrake, en hun verassen bij hun onheilig feest; en zij zullen zichzelf onvoorbereid vinden voor het bruiloftsmaal van het Lam.’ Hun smaak is zo verdorven, dat zij geneigd zouden zijn om zelf de tafel van de Heer in Zijn koninkrijk te bekritiseren.” – “Testimonies for the Church.” Vol. 5. p. 690. {1SC15:4.9}

Het bovenstaande is duidelijk dat de ware leider van de kerk zal “opstaan van Zijn bemiddelingswerk in het hemels heiligdom,” en voor altijd tot een afsluiting brengen, “ onheilige feesten, niet na de afsluiting van de genade tijd, maar “in de ontvouwing van de waarheid.” {1SC15:5.1}

Met het oog op deze vreesachtige afvalligheid, veroorzaakt door “twijfel en zelf ongeloof van de getuigenissen van de Geest van God,” (Testimonies for the Church, Vol. 5. p. 217), door zowel predikant en leek, en net zoals “de oude mannen, hen aan wie God groot licht heeft gegeven…hetgeen aan hun toevertrouwd is” (Testimonies for the Church, Vol. p. 211) en nu alles aan het bekritiseren zijn, dat opkomt in het ontvouwen van waarheid,” omdat het hen berispt, zullen wij niet des te meer trouw zijn in het ons “toevertrouwde,” om onze dierbare broeders en zusters te waarschuwen voordat het te laat is? Maar laat ons het doen met de zelfde geest van Christus, eerst acht slaand op onszelf, zodat wij die beweren, “in het licht te staan,” niet in dezelfde valstrik vallen die door de vijand is geplaatst en afvallig worden, door de fouten te herhalen van de citaten in dit hoofdstuk en tevens de volgende profetie vervullen: {1SC15:5.2}

“Er zullen onder ons diegene zijn, die altijd het werk van God willen beheersen, door zelf te dicteren,  welke beweging gemaakt moet worden, wanneer het werk voortgaat, onder de leiding van de engel, die zich voegt aan de derde engel  in de boodschap die gegeven moet worden aan de wereld. God zal omstandigheden en middelen gebruiken, waardoor het te zien zal zijn dat Hij de macht in eigen handen neemt. De arbeiders zullen verrast zijn door de eenvoudige middelen, die Hij zal gebruiken om Zijn werk van gerechtigheid te vervolmaken.” “Testimonies to Ministers,” p. 300. {1SC15:5.3}

————————————

GERED IN PLAATS VAN “UITGESPUWD”

Ik ben meer dan gelukkig, gewoon ontzettend gelukkig; de boodschap van de HStaf heeft een warme plaats gevonden in mijn hart. Ik hou van mijn Verlosser en voel dat Hij mij gunstig is geweest, door mij een tweede kans te geven en een gelegenheid om mijn liefde te bewijzen in het aanvaarden van verwijten van broeders en zusters, die heel ontstemd zijn, tegen degene die de boodschap van Openb. 18:1 hebben gebracht, waar zij onwetend over zijn en hun huizen en harten sluiten  tegen het licht dat Zr. White voorspeld heeft dat het zou komen. (Testimonies to Ministers, p. 100). {1SC15:5.4}

“Testimonies on Sabbath School Work,” pp. 62-66, heeft krachtig een indruk op mij gemaakt, dat ik mijn eigen kopie heb gekocht, ook “Testimonies to Ministers,” en wat ik daarin heb gelezen, is genoeg om mij te overtuigen, dat de vijand in de kerk is gekropen vanaf 1844 n Chr., en door zijn misleidende kunsten een web van dwaling heeft gesponnen, waardoor hij al Gods kinderen “in valstrikken,” heeft “ingegraven,” en indien mogelijk zal hij hen allen misleiden, maar wij moeten hen helpen. {1SC15:5.5}

Ik voel dat mijn hemelse Vader Zijn Woord, zo groot gemaakt heeft aan mij, dat ik duidelijk kan zien, waarom Hij, “Zijn vreemde handeling,” van Ezechiël negen, tot stand moet brengen. Juist nu is de boodschap: “Roep luidkeels, houd niet in, verkondig Mijn volk hun overtredingen, en het huis Jakobs hun zonden, en ook de de roep: “bereid u voor om uw God te ontmoeten, oh Israël, verschuldigd aan de kerk. Waarlijk de Heer is constant mijn metgezel geweest, en ik ben beter bekend geworden met Hem, in de paar afgelopen maanden dan in al de twintig jaren of meer, dat ik een Adventist ben geweest! {1SC15:5.6}

Ik ben verzekerd, dat tot voor een korte tijd geleden, ik een 100% Laodicea was—tevreden in mijn blindheid—maar ik heb “het goed beproefd in het vuur,” gekocht en ben meer dan ooit vastbesloten om een overwinnaar te worden, en door Zijn genade en hulp aan allen die mij willen toestaan, zal ik trachten hen het woord en voorbeeld van de ware weg te tonen, die naar huis leidt. Ik wil een deel hebben in de Luide Roep en dat ik mag meedoen in het zingen van het lied van “Mozes en het Lam.” {1SC15:5.7}

Mag ik een plaats vinden op uw gebedslijst? Ik wens mijn familie van zeven kinderen in het hemels Kanaän te hebben. Deze boodschap alleen kan deze belofte waarmaken. “De gewilligen en gehoorzamen zullen het goede van het land eten.” {1SC15:5.8}

                            De Uwe om velen tot gerechtigheid te keren.

                                                         (Getekend)  Mw. Emma Spencer

                                                                            Denver, Colo.

———————————————-

VADER VERGEEF HEN WANT ZIJ WETEN NIET WAT ZIJ DOEN

Het schijnt bijna ongeloofwaardig te denken dat mannen en vrouwen, die belijden de Drie Engelen Boodschap te geloven, de laatste boodschap van genade aan een stervende wereld, zo volledig de controle over zichzelf zouden verliezen, in het huis van God, dat zij werkelijk de handen geslagen hebben aan een van de moeders van Israël en haar uit het gebouw gegooid hebben, alleen omdat zij haar zien als een ketter, en onwaardig om in het huis te zitten dat gewijd is aan aanbidding van God, maar dat is het geval, zoals de volgende woorden van een brief gericht aan het kantoor zal aangeven: {1SC15:5.9}

“Toen de Sabbat School leider, mijn in de kerk zag zitten, veranderde haar gezichtsuitdrukking en zij kwam terug met de secretaris van de zending en zij zeiden beide: ‘ Sommige mensen hebben meer lef dan verstand!—“ De ouderling en de secretaris van de zending kwamen en tilden mij uit mijn stoel en ik trok mijzelf omlaag. Toen trokken zij mij eruit en scheurden mijn mouw, en duwden mij de deur uit. Wat een verschrikkelijke geest! De joden dachten dat zij God een dienst deden door Christus te kruisigen. Waarlijk, wanneer wij licht verwerpen, is duisternis alles wat wij over hebben.” {1SC15:6.1}

Zullen wij niet ernstig bidden dat God ons de Geest van Christus zal helpen ten toon spreiden, zelf wanneer onze geliefde broeders en zusters hun zelfbeheersing verliezen en zichzelf in zulke mate zoals hierboven is getoond? {1SC15:6.2}

————————————

“OM NIET HEBT GIJ ONTVANGEN,GEEFT HET OM NIET”

Ik ben zo dankbaar dat de boodschap van tegenwoordige waarheid mij vond. Mijn vastberadenheid is te leven zoals ik geïnstrueerd ben door het Woord, en het is mijn wens om de boodschap aan anderen te geven, zodat zij hun ware toestand mogen inzien, en zich samen met mij in de prachtige waarheid mogen verheugen. {1SC15:6.3}

                                                         (Getekend) Mw. Millie Freeman

                                                                                     Denver, Colo

————————————-

EEN “NATANAEL “ VAN VANDAAG

 

Geliefde broeders en zusters in het geloof eens aan de Vaderen gebracht:

Ik wil u eerst bedanken voor de twee boekjes die u een paar dagen geleden naar mij heeft toegestuurd…en ik heb nu verschillende van de eerste nummers van de Symbolische Code gelezen, die u naar mijn adres heeft gestuurd. {1SC15:6.4}

Ik lees alles wat tot mij komt. Het kan mij niet schelen van welk kerkgenootschap het komt, ik ben niet bevooroordeeld tegen welke dan ook. Weet u Paulus zegt ons om “alles te beproeven, vast te houden wat goed is,” en “de profetieën niet te verachten” (1 Thess. 5:21, 20) Ik geloof dat als wij onze Bijbel en de boeken van Zuster White ijverig bestuderen, wij niet misleid kunnen worden, ongeacht wat wij lezen. {1SC15:6.5}

Ik ben vanaf 14 mei 1921 een Adventist geweest. Ik was toen gedoopt, maar ik onderhield de Sabbat en andere waarheden zo goed als ik ze kende vanaf de 10e december het jaar daarvoor.  Ik kwam uit de Lutherse kerk. Ik wist heel lang dat onze leiderschap niet leefde naar wat zij predikten, maar wist niet waar anders te gaan, want de andere kerken zijn erger. Maar als iemand mij gezegd zou hebben dat de Z.D.A. ’s broeders en zusters uit de kerk hebben gezet, zelf door kracht en lichamelijk, zou ik hen leugenaars genoemd hebben. Ik bedoel als de leden geen enkel ander kwaad gedaan hadden dan de toegevoegde waarheid te aanvaarden vanuit de Bijbel en de Geest der Profetie. {1SC15:6.6}

Ik heb mij vaak afgevraagd hoe het mogelijk zou zijn, om gereed te zijn voor overzetting in deze generatie, aangezien het zo dichtbij het einde is. Want wij moeten zonder fouten zijn voor de troon van God. De kerk in haar huidige toestand zou ons niet voorbereid kunnen krijgen voor die gebeurtenis, tenzij wij voor de leiders uitlopen zoals wij hebben. {1SC15:6.7}

Naar aanleiding van de brieven gepubliceerd in de Symbolische Code, (die ik in geen enkel geval in twijfel trek), zijn onze kerken verandert in geheime genootschappen met hun gesloten deuren voor hen die ook van hetzelfde geloof zijn. Jezus waste Judas zijn voeten en liet hem deelnemen aan het laatste avondmaal, hoewel Hij wist dat zijn hart niet recht was en dat hij Hem een paar uren later zou verraden. Jezus wist ook dat Petrus Hem voor de ochtend zou verraden, toch behandelde Hij beide als broeders, en noemde Judas zelf “Vriend.” ( Matt. 26:50) Jezus heeft nooit iemand uit de synagoge gezet, behalve zij die daar kochten en verkochten. Als Jezus dat vandaag zou doen, zouden er weinig in de synagoge (kerk) overblijven. {1SC15:6.8}

Wilt u alstublieft doorgaan met mij de Symbolische Code iedere maand te sturen. {1SC15:6.9}

                                                                            (Getekend) E.A.P.

 

 

VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vraag: “U maakt de opmerking in de Code van juli, dat ‘ als de individu niet op het moment dat hij is overtuigd is van de waarheid hervormd, zal hij later ook niet hervormen.’ Als  dat waar is dan ben ik een verloren man. Ik geloof de boodschap die u naar de kerk brengt, hoewel ik het nu nog niet helemaal begrijp, maar ik weet dat ik dingen heb gedaan, die als wat u zegt waar is, ik verloren ben.” {1SC15:7.1}

Antw.: “De code bedoelt niet met het woord “hervorming,” dat men in een keer volmaakt moet zijn, want volmaaktheid wordt verkregen door voort te gaan in de waarheid en stap voor stap te klimmen.  “Testimonies for the Church, “ Vol. 1, p. 187. Een ware Christen, sleept niet achteraan, maar zoals het koren op het veld, volmaakt is in haar stadium, zo is hij ook zonder smet, voor zover het licht hem voortbrengt. Vandaar dat, als u een begin heeft gemaakt en nog steeds in de renbaan rent, is er geen reden waarom u verloren zou zijn— “Want een rechtvaardig man valt zeken maal en staat weer op.” (Spreuk. 24: 16) “En als iemand gezondigd heeft, hebben wij voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de gerechtige.”( 1 Joh. 2:1) {1SC15:7.2}

De groep die niet hervormd, volgens de Code, zijn zij die niet aan de ren beginnen, wanneer zij overtuigd zijn van de waarheid, maar net als Agrippa, zullen zeggen: “Gij beweegt mij bijna een Christen te worden.” (Handelingen 26: 28), en verontschuldigen zichzelf zoals Felix dat deed: Voor dit maal, ga heen, als ik gelegen tijd zal hebben bekomen, zo zal ik u tot mij roepen (Handelingen. 24:25). Het feit dat u ernaar streeft zonde te overwinnen door in het licht te wandelen, is voldoende bewijs, dat u niet verloren bent, en als u zo doorgaat, zal u gered zijn, anders zijn wij allemaal verloren. {1SC15:7.3}

De vijand zou ons op de een of andere manier graan willen misleiden, het maakt hem niet uit op welke manier, en wij moeten hem geen gelegenheid geven. Paulus zegt: “Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen, de loopbaan, die ons voorgesteld is. Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus Dewelke voor de vreugde die Hem voorgesteld, was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons van God.” (Heb. 12:1, 2) {1SC15:7.4}

Vraag: Ik ben uw traktaten aan het lezen en ben diep onder de indruk. Ik vraag mij af of u mij kunt helpen met enkele Schriftgedeelten, die ik niet begrijp. Ik heb tweemaal geschreven naar W.G. Wirth van de Signs, maar ontving geen antwoord in de Signs of door correspondentie. Te teksten waar ik moeite mee heb zijn Jes. 65:20, Johannes 3: 13 (Hoe staat het met Henoch en Eliah?), 1 Tim 4:3, 4. (Waarom zegt Zr. White om ons van vlees te onthouden?) Ik zal het zeer waarderen, als u ze kunt uitleggen en Jesaja 66: 20.” {1SC15:7.5}

Antw. : Jes. 66: 20 wordt uitgelegd door vers 16 en 19. In het 16e vers komt de beschrijving van de slachting die door de Heer uitgevoerd wordt voor en in het 19e lezen wij deze woorden: “En Ik zal hen, die ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen… naar de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben, en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.” {1SC15:7.6}

De bovenstaande vraag maakt het duidelijk, dat hoewel de slachting plaat heeft gevonden, het de heidenen niet beschadigt heeft, want zij die ontkomen uit de slachting van de Heer, zoals beschreven in vers 16, werden gezonden naar alle natiën. En daar zij Zijn heerlijkheid moesten verkondigen onder de heidenen, die nog niet van Zijn gerucht gehoord hadden, is het duidelijk, dat de slachting onder Gods belijdend volk plaatsvond, want zij die ontkomen werden gezonden om Zijn heerlijkheid te verkondigen onder de heidenen. Vandaar dat zij die gezonden werden, geen heidenen konden zijn maar eerder Christenen die Zijn gerucht kenden en Zijn heerlijkheid. {1SC15:7.7}

Bovendien zoals gezegd is in het 20ste vers dat zij die ontkomen aan de slachting “al hun broeders als een offerande zullen brengen voor de Heer uit al de natiën… tot Mijn heilige berg Jeruzalem, zegt de HEERE, gelijk als de kinderen Israëls het spijsoffer in een rein vat brengen ten huize des HEEREN, bewijst het dat de slachting plaats vond voor de afsluiting van de genade tijd en voor de boodschap naar al de natiën was gebracht en dat Gods kerk gereinigd is erdoor, want zij brachten hun broeders “ in een rein vat.”  Vandaar dat de slachting van Jes. 66:16 en van Ezech. 9: 5-7, Testimonies for the Church, Vol 5, p. 211, Vol 3. p. 267 dezelfde zijn—de reiniging van de kerk (Testimonies for  the Church, Vol. 5, p. 80) na de verzegeling van de 144.000 (Testimonies to Ministers, 445) op welke tijd het gezegd kan worden: “Gekleed in de wapenrusting van Christus gerechtigheid, is de gemeente gereed voor haar laatste strijd, Schoon als de blanke maan, stralend als de gloeiende zon, geducht als krijgsscharen, is ze gereed om de wereld in te gaan, winnende om te overwinnen.” “Prophets and Kings,” p. 725, blz 445. {1SC15:7.8}

Johannes 3:13: “En niemand is opgevaren in de hemel, dan Die uit de hemel neder gekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is.” {1SC15:8.1}

Zoals het vers hierboven geciteerd, zichzelf niet uitlegt, en als zij zullen trachten het geïsoleerd van haar context uit te leggen, is het zeker dat wij fout zullen gaan in onze conclusie.  Daarom, door de voorgaande verzen te bestuderen, vinden wij dat Jezus geestelijke dingen aan Nicodemus aan het uitleggen is, door het gebruik van materiele onderwerpen, en daar Nicodemus te kort schoot om de betekenis te begrijpen, probeerde de Meester hem te tonen hoe dwaas hij was, door te zeggen: “Als Ik u aardse dingen vertelde en gij geloofd niet, hoe zult gij geloven als Ik u hemelse dingen vertel? En niemand is opgevaren in de hemel, dan Die uit de hemel neder gekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is (verzen 12 , 13). Dat is niet dat geen mens, ooit naar de hemel is opgevaren, want Henoch en Elia zijn wel opgevaren, maar eerder dat geen mens ooit is opgevaren en de dingen van de hemel heeft geleerd en dan neder gekomen is naar de aarde om het allemaal te vertellen, behalve Hij Die uit de hemel neder gekomen is, namelijk de Zoon des mensen,” dat is Christus is de enige die in de hemel is geweest, en die neder gekomen is en die de dingen van de hemel, kon uitleggen. {1SC15:8.2}

1 Tim. 4: 3-5: “Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging voor de gelovigen en die de waarheid hebben bekend. Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde. Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed.” {1SC15:8.2}

Het is niet Bijbels te concluderen van dit Schriftgedeelte dat wij vrij zijn alles te eten wat God geschapen heeft, maar eerder datgene dat “geheiligd is door het Woord van God.” Merk nauwkeurig op wat de Geest zegt: U bevelend om u van vlees te onthouden, welke God geschapen heeft om te ontvangen.” Deze woorden leggen ons duidelijk uit dat sommigen, ons zullen vertellen, op hun eigen verantwoordelijkheid, u zullen bevelen van zulk vlees dat God geheiligd heeft, maar welke Hij heeft geschapen om te ontvangen voor dankzegging. Dat wil zeggen, geen mens heeft het recht de anderen te verbieden van de dingen die God ons toegestaan heeft te eten, en welke wij alleen door “dankzegging,” kunnen ontvangen, want niemand die de waarheid kent, zal durven Gd dank te vragen voor het eten van de dingen die Hij verboden heeft. {1SC15:8.3}

Desalniettemin, is het Gods goed recht om weg te nemen of een speciaal dieet te geven aan Zijn dienstknechten op welk moment dan ook dat Hij geschikt acht. Bijvoorbeeld, Hij verbood het gebruik van vleesvoedsel aan het oude Israel, tijdens de veertig jaren van vertoeven in de woestijn; de vrucht van de wijnstok aan Samson; en aan Johannes de Doper schreef Hij: broodvrucht en wilde honing,” voor. Hoewel het verkeerd was van Samson en Johannes om de vrucht van de wijnstok te eten, wat het wel juist voor anderen en Christus Zelf, maakte er gebruik van. Zo is het heden ten dage. Als God ons een speciaal dieet geeft, moeten wij niet rebelleren ertegen, maar verheugd zijn en ons er aan houden. Het kan bewezen worden door de Bijbel dat Gods dienstknechten in deze tijd, net zoals de bovengenoemde voorbeelden, vegetariërs moeten zijn. {1SC15:8.4}

Tot nu toe zijn de enige mensen die bekend zijn bij ons en die volmaakt deze profetie van 1 Tim. 4:3, 4 vervullen, de Romeinen en de Griekse Katholieken, in het bijzonder de Romeinen die de priesters en de nonnen verbieden te trouwen, en hun bevelen om op Woensdag en Vrijdag zich te onthouden van vlees, en vasten dagen, die God nooit aan Zijn profeten heeft opgedragen. {1SC15:8.5}

Het is waar, Zr. White verdedigt een vegetarisch dieet maar ze verbied niet te trouwen. Daarom vervult zij niet de beschrijving van de profetie. Bovendien, is het gebod om “te onthouden van vlees,”  en verbieden te “trouwen,” niet waar de zonde licht, maar meer dat zij “zich van het geloof [waarheid] zullen afkeren, gehoor gevend aan verleidende geesten, en leerstellingen van duivelen; leugens sprekend in huichelarij; hun geweten toegeschroefd hebbende met een heet ijzer.” Verzen 1, 2). Onze aandacht wordt geroepen tot de handeling van verbieden van “vlees,” en “te huwen” om ons in staat te stellen om die mensen te identificeren, die van het geloof zijn afgevallen en dat wij onszelf niet met hen zullen verbinden, hoewel zij belijden Christenen te zijn. {1SC15:8.6}

Vraag: “Als de 144.000 een lied zingen dat geen enkel ander gezelschap kan, omdat het een lied van hun ervaringen is, waarom kan de grote schare dit lied van ervaringen ook niet zingen, als zij ook door de zeven laatste plagen heen hebben geleefd en worde overgezet? {1SC15:8.7}

Antw.: Het zal opgemerkt worden, dat de HStaf, dit stelt van de 144.000 in vergelijking met de doden, en niet met de “grote schare.” Hoewel de 144.000 de ervaring van Ezechiël negen hebben, die de grote schare niet bezit, en dit is het verschil. Maar het wordt gesteld, dat als de “harpspelers,” zongen, geen mens dat lied kon leren, dan de 144.000, “die verlost waren,” (Openb. 14:3). Het wordt duidelijk gemaakt dat dit gezelschap verlost was, en dat is de reden waarom alleen zij het lied konden zingen; dat is op dat gegeven moment. Het zegt niet dat de grote schare, die toen nog niet verlost waren, niet dat lied zouden kunnen leren, nadat zij verlost waren, want wij lezen in Openbaring 15: 2, 3 dat allen die  “de overwinning over het beest hadden verkregen, en over zijn beeld, en over zijn merkteken, en over het getal van zijn naam, … het lied van Mozes .. en het lied van het Lam zingen. {1SC15:8.8}

Vraag: “Wordt de slachting van Ezechiël negen niet vervuld in de zeven laatste plagen?” {1SC15:9.1}

Antw.:  De profetische vernietiging zoals beschreven in Ezechiëls profetie is direct toepasbaar op de kerk van God alleen—“Het Huis van Israël en Juda.” (Ezech. 9:9) Vandaar dat deze vernietiging slecht indirect van toepassing kan zijn op de laatste plagen. {1SC15:9.2}

De vernietiging van het kerkgenootschap der Z.D.A.—“Israël en Juda,” (waar de 144.000 zijn—de twaalf stammen) is niet de tijd van de plagen, want door de stem van de hemel, “wordt Gods volk verzocht uit al de plaatsen te komen waar er zonde is en zich bij de gereinigde kerk van God aan te sluiten, waar er geen zonde is, zodat zij, “geen deel  hebben aan haar zonden, en dat zij “niet ontvangen van haar plagen.” (Openb. 18:4) Als dit niet zo was, dan zou hun uit haar komen, hun geen speciaal voordeel brengen, vanwege het feit dat de plagen overal waar zonde is zullen vallen. Vandaar, dat Gods kerk gereinigd moer worden en vrij van zonde en zondaars gemaakt moet worden om dit mogelijk te maken, welk feit profetisch bekend wordt gemaakt door Ezechiëls profetie, en in het navolgende legt de Geest der profetie verder uit, zeggende: {1SC15:9.3}

“Allen zij die in de kracht van de Almachtige beproeving hebben weerstaan en overwonnen zullen toegestaan worden een deel te hebben in het verkondigen van deze boodschap die zal uitzwellen tot de Luide Roep.” “Review and Herald,” 19 nov. 1908. {1SC15:9.4}

Het bovenstaande stelt duidelijk dat alleen diegene die zich trouw aan God hebben bewezen, deel zullen hebben aan de verkondiging van de Drie Engelen Boodschap in haar Luide Roep. Maar in “Testimonies for the Church,” Vol. 5, p. 211, sprekend over de tijd wanneer de slachting van Ezechiël Negen zal plaatsvinden lezen wij: “De oude mannen, hen aan wie God groot licht gegeven heeft, en die stonden als beschermers van de geestelijke belangen van het volk hebben hetgeen hun toevertrouwd is beschaamd.” {1SC15:9.5}

Aangezien beide citaten in het bovenstaande correct moeten zijn, bewijst het dat de slachting van Ezechiël Negen plaats vind voor de aanvang van de Luide Roep. Deze zelfde waarheid kan bewezen worden door de Bijbel vanuit verschillende invalshoeken. {1SC15:9.6}

Vraag: “Zullen allen behalve de 144.000 van de huidige Z.D.A. kerkgenootschap werkelijk geslacht worden in de scheiding? {1SC15:9.7}

Antw.: Allen behalve zij niet het teken of het zegel ontvangen, oud of jong, man of vrouw, zullen vallen onder de slachtwapens van de engelen. (Ezech. 9:6) Alleen zij die zuchten en weeklagen over al de gruwelen, die in haar midden gedaan worden zullen het merkteken ontvangen. (vers 4). Als er anderen binnen het kerkgenootschap der Z.D.A. zijn, die zullen ontkomen, behalve de 144.000, is ons niet bekend. {1SC15:9.8}

————————————–

Aan Hen die in het Licht Staan: {1SC15:9.9}

Er zijn klachten tot ons gekomen dat sommige van onze mensen, in hun ijver om de boodschap te verspreiden, tegenwoordige waarheid literatuur binnen in de Z.D.A. kerken aan het verspreiden zijn geweest, pratend tot kerkleden tijdens de preek… etc., en dus afleiden en verstoren. {1SC15:9.10}

Onze ervaringen in het verleden hebben ons geleerd, niet alles te geloven wat wij horen. Desalniettemin, waarschuwen wij vooraf de vrienden van tegenwoordige waarheid, om heel voorzichtig te zijn, want het is mogelijk om smaad op Christus te werpen, door smaad op de boodschap te werpen, en ook veroorzaken dat anderen struikelen over onze onwijze oordelen. Daarom vragen wij allen die geïnteresseerd zijn, in het verspreiden van tegenwoordige waarheid om te stoppen met het uitdelen van wat voor literatuur dan ook, op het kerkterrein of praten tijdens de preek. Het trottoir behoort aan het publiek, u kunt uw vrienden daar ontmoeten. {1SC15:9.11}

Niemand is gewild op Mt. Carmel, die de boodschap van de HStaf,  niet door en door heeft bestudeerd; die niet volledig overtuigd is van ieder punt van haar leerstelling; die niet wandelt in haar doordringende licht; en die niet gewillig is zich te onderwerpen aan de goddelijke regels en principes die de bewoners op deze berg van “groene weiden,” bestuurd, tenzij zij slechts voor een bezoek komen. {1SC15:9.12}

Anderen behalve bezoekers, moeten eerst, voordat zij komen met het Mt.Carmel informatiebureau contact opnemen {1SC15:9.13}

 “Dat Gij Welvaart en Gezond zijt.”

Een van de meest noodzakelijke stappen voor hervorming in deze door zonden vervloekte eeuw is: “gezondheidshervorming,” in het bijzonder in de grote commerciële centra van de aarde, de zogenaamde geciviliseerde woonplaatsen, vanwege het feit dat, het daar is, waar op de verkoop gerichte voedingsproducten, die niet de benodigde elementen en vitaminen bevatten, om de menselijke machine in een fitte toestand te houden voor haar wonderbaarlijke dagelijkse prestatie hun oorsprong hebben. {1SC15:10.1}

Laat het door allen begrepen worden, dat ons bestaan afhankelijk is van vier onmisbare fundamentele feiten, die elk weer onderverdeeld zijn in drie onbetwistbare factoren{1SC15:10.2}

  1. De eerste van deze grondbeginselen, is de inwoning van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en “Zo wie beleden zal hebben, dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem en hij in God….want drie zijn er, die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord, en de Heilige Geest, en deze drie zijn één.” ( 1 Joh. 4;15; 5;7)
  2. Evenzo in het tweede grondbeginsel, welke het medium is voor het verkrijgen van de eerste groep factoren, “zijn er drie, die getuigen op aarde, de Geest, het water en het bloed, en deze drie zijn één.” (1 Joh. 5:8)
  3. Het derde fundamentele feit omarmt: voeding, lucht en water.
  4. Het vierde fundamentele feit bestaat uit zonlicht, beweging en rust. Aangezien de twee eerste grondbeginselen geestelijk zijn, zijn de laatste twee materieel—het zienlijke en het onzienlijke. {1SC15:10.3}

Deze vier groepen van onschatbare geschenken, maken ons volmaakt in Gods schepping, net zoals de vier richtingen van het kompas, de vier seizoenen van het jaar, de vier tijdsperioden (vooravond, middag, voor middernacht , na middernacht) het mechanisme van de aarde volmaakt maken. Voor een tijdje, kan men bestaan uit het materiele terwijl men verstoken is van het geestelijke (het licht), maar hij kan zijn leven niet langer handhaven, dan de bloemen op het veld dat kunnen—zij bloeien, zij dragen bloemen, en verwelken, zo doet ook het geestelijke wanneer het verstoken is van het materiele. Vandaar dat alleen diegene die al deze door God gegeven geschenken bezit, volmaakt is in Gods schepping, en hoewel hij mag verscheiden (overlijden) in het vlees, zoals Christus deed, zal hij “verkwikt worden door de Geest,” die in Hem was. (1 Petr. 3 : 18) {1SC15:10.4}

“En dit is de wil desgenen, die mij gezonden heeft, dat een ieder die dan Zoon aanschouwt, en in hem gelooft, het eeuwige leven hebbe, en ik zal hem opwekken ten uiterste dagen.” (Joh. 6: 40) Als gevolg hiervan is degene die tracht in leven te blijven op een verarmd dieet, als een zogenaamde Christen die niet de hele waarheid aanvaard, zoals het is in Christus, en die hoopt het eeuwige leven te erven, maar tekort schiet, net als degene die probeert de menselijke machine in een fitte toestand te houden voor haar dagelijkse taken op een dieet verstoken van de noodzakelijke elementen en vitaminen, zal falen in zijn pogingen. {1SC15:10.5}

Wij zijn opgemaakt uit zestien essentiële elementen, die alleen door onze dagelijkse voedsel consumptie aangevuld worden, en wanneer ons dieet niet al deze (elementen) bevat, zo gauw als wij van een of meer van ze te kort komen, zal er in het zwakste gedeelte problemen uitbreken. Vandaar dat niemand zou moeten veronderstellen, dat het voor ons natuurlijk is, om ziek te worden of pijn te lijden etc. , maar laat het,  door allen begrepen worden, dat wanneer wij de natuurlijke wetten overtreden, die de Schepper in ons heeft vastgelegd, de enige manier waarop de natuur ons, van deze overtreding kan waarschuwen, door een of ander symptoom van pijn of leed, en wij zouden niet met minder verstand moeten zijn dan de domme beesten, maar laat ons onszelf onderzoeken en de oorzaak vinden, het dan verwijderen en het probleem zal beginnen te verdwijnen. Dit is de enige zekere remedie en die ene die God wil dat wij toepassen. {1SC15:10.6}

Wordt vervolgd

___________________________ SCHEUR HIER AF_______________________________

Naam_____________________ Straat__________________________________________

Postbus nr.______Stad___________________________Staat_____________________

De Universele Uitgevers Associatie

Afdeling Symbolische Code

Mt. Carmel Center  Waco Texas

 

 

 

 

 

 

 

 

Het schijnt bijna ongeloofwaardig te denken dat mannen en vrouwen, die belijden de Drie Engelen Boodschap te geloven, de laatste boodschap van genade aan een stervende wereld , zo volledig de controle over zichzelf zouden verliezen, in het huis van God {1SC15:5.9}

 

 

 

 

 

 “Dat Gij Welvaart en Gezond zijt.”

Een van de meest noodzakelijke stappen voor hervorming in deze door zonden vervloekte eeuw is: “gezondheidshervorming,” in het bijzonder in de grote commerciële centra van de aarde, de zogenaamde geciviliseerde woonplaatsen, vanwege het feit dat, het daar is, waar op de verkoop gerichte voedingsproducten, die niet de benodigde elementen en vitaminen bevatten, om de menselijke machine in een fitte toestand te houden voor haar wonderbaarlijke dagelijkse prestatie hun oorsprong hebben.

Laat het door allen begrepen worden, dat ons bestaan afhankelijk is van vier onmisbare fundamentele feiten, die elk weer onderverdeeld zijn in drie onbetwistbare factoren

  1. De eerste van deze grondbeginselen, is de inwoning van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en “Zo wie beleden zal hebben, dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem en hij in God….want drie zijn er, die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord, en de Heilige Geest, en deze drie zijn één.” ( 1 Joh. 4;15; 5;7)
  2. Evenzo in het tweede grondbeginsel, welke het medium is voor het verkrijgen van de eerste groep factoren, “zijn er drie, die getuigen op aarde, de Geest, het water en het bloed, en deze drie zijn één.” (1 Joh. 5:8)
  • Het derde fundamentele feit omarmt: voeding, lucht en water.
  • Het vierde fundamentele feit bestaat uit zonlicht, beweging en rust. Aangezien de twee eerste grondbeginselen geestelijk zijn, zijn de laatste twee materieel—het zienlijke en het onzienlijke.

Deze vier groepen van onschatbare geschenken, maken ons volmaakt in Gods schepping, net zoals de vier richtingen van het kompas, de vier seizoenen van het jaar, de vier tijdsperioden (vooravond, middag, voor middernacht , na middernacht) het mechanisme van de aarde volmaakt maken. Voor een tijdje, kan men bestaan uit het materiele terwijl men verstoken is van het geestelijke (het licht), maar hij kan zijn leven niet langer handhaven, dan de bloemen op het veld dat kunnen—zij bloeien, zij dragen bloemen, en verwelken, zo doet ook het geestelijke wanneer het verstoken is van het materiele. Vandaar dat alleen diegene die al deze door God gegeven geschenken bezit, volmaakt is in Gods schepping, en hoewel hij mag verscheiden (overlijden) in het vlees, zoals Christus deed, zal hij “verkwikt worden door de Geest,” die in Hem was. (1 Petr. 3 : 18)

“En dit is de wil desgenen, die mij gezonden heeft, dat een ieder die dan Zoon aanschouwt, en in hem gelooft, het eeuwige leven hebbe, en ik zal hem opwekken ten uiterste dagen.” (Joh. 6: 40) Als gevolg hiervan is degene die tracht in leven te blijven op een verarmd dieet, als een zogenaamde Christen die niet de hele waarheid aanvaard, zoals het is in Christus, en die hoopt het eeuwige leven te erven, maar tekort schiet, net als degene die probeert de menselijke machine in een fitte toestand te houden voor haar dagelijkse taken op een dieet verstoken van de noodzakelijke elementen en vitaminen, zal falen in zijn pogingen.

Wij zijn opgemaakt uit zestien essentiële elementen, die alleen door onze dagelijkse voedsel consumptie aangevuld worden, en wanneer ons dieet niet al deze (elementen) bevat, zo gauw als wij van een of meer van ze te kort komen, zal er in het zwakste gedeelte problemen uitbreken. Vandaar dat niemand zou moeten veronderstellen, dat het voor ons natuurlijk is, om ziek te worden of pijn te lijden etc. , maar laat het,  door allen begrepen worden, dat wanneer wij de natuurlijke wetten overtreden, die de Schepper in ons heeft vastgelegd, de enige manier waarop de natuur ons, van deze overtreding kan waarschuwen, door een of ander symptoom van pijn of leed, en wij zouden niet met minder verstand moeten zijn dan de domme beesten, maar laat ons onszelf onderzoeken en de oorzaak vinden, het dan verwijderen en het probleem zal beginnen te verdwijnen. Dit is de enige zekere remedie en die ene die God wil dat wij toepassen.

                                               (Wordt vervolgt)

________________________________ SCHEUR HIER AF_______________________________

Naam____________________________ Straat__________________________________________

                                               Postbus nr.

Stad_________________________________________________Staat_______________________

De Universele Uitgevers Associatie

Afdeling Symbolische Code

Mt. Carmel Center  Waco Texas

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code

Nieuws Artikel

                                   Deel Een                                  

                                                                                                 Nr. 14   

                                                                                              aug 1935

    Waco, Texas

   TER CORRECTIE

In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap   

DE VORDERING OP MT. CARMEL

 “Aan de twaalf stammen die overal verspreid zijn, de groeten:”

Daar de ogen van Mt. Carmel Center over het gehele veld van de “eerste vruchten,” reiken, zo moet de oren van hen die “zonder schuld,” zijn, gespitst zijn om iedere mogelijk geluid van haar activiteiten te horen. Vandaar dat we verplicht zijn een paar nieuws dragende golven betreffende de vorderingen, van deze reeds wijd bekende heuvel uit te zenden. Wij zijn verheugd te verslaan dat haar bevolking reeds gegroeid is tot 37 zielen, waarvan 29 geïmmigreerd zijn vanuit andere staten en hoewel sommigen nog steeds in de stad van Waco verblijven, vanwege een tekort aan behuizing, toch is de toch, schijnt de top van Carmel iedere avond gevuld te zijn met bijen zonder bijenkorf. Desalniettemin, schijnen zij allemaal volmaakt tevreden te zijn en gewillig alles te doen wat zij kunnen om de situatie te verlichten, een ieder meer bezorgd over anderen dan over zichzelf, herinnerend dat de Heer zelf niet veel  had. De toegenomen geïmmigreerde populatie, is in twee installeringen aangekomen, waarvan de namen als volgt zijn:{1SC14:1.1}                                  

Groep Nr. 1:

Br. En Zr. J. E. Wilson en hun twee kinderen, namelijk John jr. en Donald van Noord Carolina.

Groep Nr. 2:

Br. En Zr. D.Kapuczin en dochter, Mary;

Zr. Ida Lackey

Zr. Esther O’Malley

Br. En Zr. O.Hogan en hun twee dochters. Carol en Kathleen.

Allen van deze groep zijn van Carolina. {1SC14:1.2}                                 

Het hete weer heeft onze last verzwaard, en als wij vooruitblikken naar de onmetelijkheid van het werk dat wacht om gedaan te worden, lijkt het alsof we op een slakkengang gaan in zo verre, dat wij de noodzakelijke vooruitgangen maken. Dit voegt echter, moed toe aan ons, vanwege het feit dat ieder departement van de verzegelende boodschap een heel klein en langzaam maar steevast begin heeft gehad. Inderdaad het is als de mosterdzaad, maar volgens het Woord, wanneer de vorderingen zijn afgerond, zal zoals de mosterd plant de grootste is van alle andere kruiden, zo zal het werk op Carmel, het grootste in de hele wereld zijn. {1SC14:1.3}                                 

Tot zover zijn wij gedeeltelijk klaar met twee geraamte constructies. De ene wordt gebruikt voor verschillende doelen; dat is als warenhuis, slaapgelegenheid, keuken en eetkamer. De andere als woonkamer alleen. Er is nog een andere onder constructie, waarvan wij verwachten het te gebruiken als een kantoor, om de verstopte situatie te verlichten en het werk in het algemeen te faciliteren. {1SC14:1.4}                                 

Onze volgende directe behoeften zullen zijn: Adequate woongelegenheden voor de arbeiders die reeds hier zijn, klas lokalen, waarin wij een school kunnen begeleiden, naar de school van de profeten.; een wasserette en een algemene winkel voor voorraden, ook een tehuis voor de bejaarden en behoeftigen van de straten en de wegen.” {1SC14:1.5}                                 

Wij verzoeken daarom van alle betrokkenen, om door te gaan met bidden voor ons, dat wij onszelf zo in verbinding mogen stellen met de Ene, Die in staat is alle dingen te doen, dat wij geen hindernis voor Hem zijn in dit machtige werk, dat Hij reeds begonnen is, en dat Hij een nog een paar zelf opofferende, bekwame arbeiders mag sturen, vertrouwend op Hem die in staat is onze zielen te behouden, dat Hij ook in staat is te voorzien in al onze behoeften. {1SC14:1.6}                                 

“Daarom weest niet bezorgd, zeggende Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft. Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. Weest dan niet bezorgd tegen de morgen, want de morgen zal voor het zijne zorgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” Matt. 6: 31-34. {1SC14:1.7}                                 

DE GALG VAN DE HERDERSSTAF, NEEMT DE LEVENS VAN DE BOUWERS ERVAN

Als verdedigers van waarheid en gerechtigheid, en vanwege onze grote liefde voor onze broeders en zusters, zouden wij, net zoals Johannes de Doper, liever onthoofd worden dan dat Die Ene die voor ons stierf, hun bloed van onze handen eist, als wij het ons toevertrouwde, welke Hij op ons gelegd heeft zouden verraden. Vandaar dat voor de redding van onze broeders en zusters, en onszelf, zijn wij met zorg gedwongen, dit artikel uit te geven, hopend zo veel als mogelijk die op het punt staan erdoor weggevaagd te worden, te redden van de naderende storm. {1SC14:2.1}                                 

Te kort schietend in het weerleggen van de boodschap van de HStaf, door oprechte, gezaghebbende feiten, die de test kunnen doorstaan, vallen onze leidende broeders en zusters, de karakters aan van diegene die verbonden zijn met de HStaf als of dat haar eisten zou weerleggen. Terwijl zij voortgaan in deze wreedheid, en verdorven dingen spreken tegen de volgelingen van de HStaf, werpen zij geen smaad op de HStaf, maar meer op zichzelf en op de Drie Engelen Boodschap; want als een schandelijk karakter aan de kant van de arbeiders van de HStaf, de eisen van de Staf zou weerleggen, zou dan de “verdorvenheid van karakter,” onder de Z.D.A bediening de Drie Engelen Boodschap ook niet weerleggen? Als de veroordeling van de Heer Zelf tegen de Z.D.A bediening  in de volgende citaten, geen weerspiegeling werpt op de Drie Engelen Boodschap, dan zou iemands slechte daden de feiten die de HStaf bevat ook niet weerleggen. {1SC14:2.2}                                 

‘Onze Instructeur,’ zegt: “’ Kunt u niet zien hoe zij aanmatigend hun vuilheid en verdorvenheid van karakter hebben bedekt? “Hoe is de trouwe stad een hoer geworden? Mijn Vaders huis is een huis van handel geworden, een plaats waar de goddelijke tegenwoordigheid en heerlijkheid van zijn afgeweken!’” Testimonies for the Church,” Vol. 8, p. 250. {1SC14:2.3}                                 

Ruimte laat een uitgebreide discussie met onze broeders en zusters over dit onderwerp niet toe, maar wij zullen slecht een geval van de oneerlijke en onverstandige kritiek tegen de verdedigers van tegenwoordige waarheid, onder de aandacht van de lezers van de Code brengen, zoals dat onder onze aandacht gebracht is, in een brief van Zr. Chas. Michael, van Indiana en waar wij van citeren: {1SC14:2.4}                                 

 “Ouderling B_______ kwam naar de Liberty Kerk om een scheldkanonnade te voeren tegen de HStaf, en zei: ‘Ik ben gevraagd de kerken te bezoeken in deze conferentie en te spreken tegen de HStaf.’ Na lang gepraat tegen valse profeten en zijtakken, zei hij tegen zijn gehoor: ‘ U kunt er zeker van zijn, dat wanneer wie dan ook uit de Adventisten kerk komt, trachtend discipelen achter zichzelf aan te trekken, dat hij niet van God kan zijn.’ {1SC14:2.5}                                 

 “Aangezien ik intens geïnteresseerd was en aandachtig luisterde naar zijn dialoog, kon ik het niet helpen op een gelegen tijdstip te zeggen: ‘Broeder Houteff ging niet eruit, maar werd eruit geworpen.’” Nog minder is hij nu, of ooit bezig geweest discipelen achter zich aan te trekken want hij instrueert alle volgelingen van de HStaf boodschap om in hun respectievelijke kerken te blijven, ongeacht hoe zij behandeld mogen worden, en hun volharding om te blijven waar zij zijn, heeft reeds bewezen aan onze broeders en zusters, dat wij niet zijtakken zijn, maar bijtakken. “Hij antwoordde: ‘Hij zou uitgeworpen moeten worden en een ieder die hem volgt.’ Toen citeerde ik de volgende woorden: {1SC14:2.6}                                   

 “Zalig zijt gij, wanneer de mensen u haten , en wanneer zij u afscheiden en smaden , en uw naam als kwaad verwerpen, om de Zoon des mensen. Verblijdt u in die dag en weest vrolijk, want ziet uw loon is groot in de hemel, wan hun vaders deden evenzo aan de profeten.’ Maar Hij (de Heer) zal verschijnen tot uw vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.’ (Luk. 6: 22; Jes. 66.: 5) Dit negeerde hij…{1SC14:2.7}                                 

Toen wij later vertrokken, zei ik: ‘Zr. White heeft geschreven dat er een reformatie en reorganisatie zal zijn, een verandering van ideeën, theorieën en praktijken.’ Toen vroeg hij: ‘Kan jij mij de bewering tonen? Ik zei ‘Ja,’ Ik pakte het book, ‘Christus onze Gerechtigheid,’ en toen ik mijn bewering bevestigd had door op blz. 156 te lezen, antwoorde hij: ‘Dit zijn niet haar woorden.!’” {1SC14:2.8}                                 

Ouderling A.G. Daniels, die het boek schreef (Christus Onze Gerechtigheid), beweert dat het citaat daarin onvervalst is van de pen van Zr. White, maar ouderling B_________ in zijn ijver om de HStaf te weerleggen maakt ouderling D een vervalser door te zeggen: “Dit zijn niet haar woorden.” Tevens de stem van de Geest van God van geen invloed makend , als de citaten niet zuiver zijn, en toch deden beide mannen dit, terwijl zij betaald worden van de schatkist van de Conferentie! {1SC14:2.9}                                 

EEN Z.D.A. PREDIKANT BIJ DE INDIANA KAMPBIJEENKOMST VERKIEST BESCHULDIGINGEN—De brief zegt in het beschrijven van een ander incident: “Het schijnt dat bij de Indian kampbijeenkomst velen tot ouderling G——- spraken over de HStaf, en dit zijn sommige van de dingen die mij ter ore kwamen; Dat er geen eerlijke bot in br. Houteff zijn lichaam is; dat hij betaald voor land in Waco, Texas van de tienden; Dat hij zijn volgelingen zo veel beloofd voor iedere bekeerling die zij uit de Z.D.A. kerk kunnen krijgen; Dat hij duizenden dollars ontvangt aan tienden, en spoedig een rijke man zal zijn, etc.” {1SC14:2.10}                                 

 

Voor het Gerecht

De bovenstaande beschuldigingen zijn of waar of onwaar, maar een ding is zeker en dat is, ouderling G. weet nog minder hoe Br. Houteff voor het land betaald, dan dat hij voor andere dingen betaald, en aangezien ouderling G. datgene tracht te vertellen dat buiten zijn kennis is, met betrekking tot geldzaken, zijn, zijn beschuldigingen tegen br. Houteff zijn botten ook ongerechtvaardigd. Dientengevolge kunnen ouderling G. zijn woorden br H. niet meer onbetrouwbaar maken als hij betrouwbaar is dan dat zij hem betrouwbaar kunnen maken als hij onbetrouwbaar is, dus zal br. H noch trachten zichzelf te verdedigen nog ouderling G.., maar hij zal alles doen wat in zijn macht is om de waarheid die God, gezonden heeft voor Zijn volk te verdedigen, om hen van hun zonden te redden. {1SC14:3.1}                                 

Stel dat het waar is dat Br. H. voor het Waco “kamp,” gebied betaald door de tienen die hij ontvangt van de leden van de Z.D.A. kerkgenootschap, hetgeen het grootste geschilpunt schijnt te zijn, zou dat hem onbetrouwbaar maken? Als het land van hem is, zou hij betrouwbaarder zijn om de overschot van de tienden bij de bank te bewaren, of het in luxe uit te geven, terwijl hij zijn volgelingen vraagt een stuiver hier en een stuiver daar te besparen, een maaltijd per week over te slaan, een offer hier en een offer daar, met de belofte om hen slecht een boekenlegger of enig ander waardeloos snuisterij te geven voor hun offers; of dat hij en zijn medearbeiders bezuinigen en ervoor betalen met de tienden? Zou het voorgaande voorstel niet erger zijn dat het laatste? {1SC14:3.2}                                 

Wij denken dat het heel wreed zou zijn als Br. H en diegene die met hem verbonden zijn de tienden zouden houden voor hun eigen persoonlijk gebruik alleen, en dan Br. H. aandringt bij zijn volgelingen voor alles wat hij doet in verband met de zaak van God. {1SC14:3.3}                                 

Als ouderling G juist is in zijn poging om het werk van Br. H. verkeerd voor te stellen, bewijst hij dat Br H. genadiger en oprechter is dan de predikanten van het kerkgenootschap, want zij hebben een onbevoegde halo (stralenkrans) van heiligheid geplaatst op de tienden zoals de Joden uit de oudheid, verbonden hadden aan het Sabbatgebod. Zij denken dat de tienden alleen uitgegeven dient te worden voor hun directe noden en dat al hun andere personeel evenals kerkelijke noden onderhouden moeten worden door geschenken en offeranden, want zij verbruiken beide—de tienden in de naam van predikanten en de offeranden in de naam van zendelingen. Als gevolg daarvan, raken de leken verarmd en de predikanten verrijkt, terwijl de ondernemingen die gedragen moeten worden door de offeranden totaal veronachtzaamd worden. {1SC14:3.4}                                 

Gods Plan voor  de Tienden en Offeranden Misbruikt

Oorspronkelijk heeft God de tienden aan een kant gezet voor de ondersteuning van de hele stam der Levieten, en daar alleen een Leviet toegestaan werd te bedienen in wat dan ook met betrekking tot de religieuze dienst, bewijst het dat vanaf de hogepriester, wiens taak het hoogste was, neerwaarts tot de conciërge, allen ondersteund werden door de tienden. Hoe komt het dan dat onze leidende broeders en zusters in deze tijd, de plaatselijke kerk ouderlingen, de diakenen, het koor, etc, die het werk doen dat alleen een Leviet toekomt, voor niets werken en zichzelf ondersteunen, en als gevolg daarvan het werk van de Heer wordt verwaarloosd, terwijl de tafel van de predikant overbelast is. Bovendien heeft God oorspronkelijk de gaven en offers, van het volk geheiligd, zoals Hij deed met de tienden, maar niet voor de ondersteuning van de Levieten in vroegere tijden, of voor de bediening in onze tijd, maar voor het voeden van de armen, bedienen van de zieken, etc., desondanks, verbruiken de predikanten van onze tijd toch beide—tienden en offers—en door zo te doen, hebben zij niet allen andere arbeiders berooft in verband met het evangelie, maar ook de armen en de zieken, de wezen en de weduwen. {1SC14:3.5}                                  

In plaats van Bedienen, worden zij Bediend

Wat nog erger is, is dat zij instituten hebben gebouwd met de gaven van de leken, die nauwelijks toegestaan worden een zegen te ontvangen in deze instituten, tenzij zij de prijs betalen en als zij niet daartoe in staat zijn, worden zij gedwongen te gaan naar een andere liefdadigheidsgemeenschap, voor aandacht, terwijl de predikanten die nooit een dag betaling verliezen, misschien in het leven, al de voordelen genieten van onze  instellingen, en wanneer zij te oud zijn voor dienst, pensioneren zij met een aanzienlijk pensioen voor hun onderhoud. “Ik ben niet gekomen om gediend te worden,” zei Christus, “maar om te dienen.” {1SC14:3.6}                                 

Zullen wij ons daarom afvragen waarom zij zover zij gegaan, om op te dringen aan het geweten van de leken, hun berovend van de God gegeven vrijheid van de waarheid voor zichzelf onderzoeken, hun intelligente in twijfel trekkend [p4] en allen die voor zichzelf durven denken, als lidmaten afschrijven? Desalniettemin, is de menigte, “vertroeteld” en “beroofd” in vervoering gebracht in de straten en terwijl het “alarm,” van waarschuwing weerklinkt in hun oren, schoppen zij ertegen als dronkaards, tonend dat zij liever beroofd willen worden dan verstoord. Tegelijkertijd, proppen de rovers de oren van de slachtoffers  door valsheid te verspreiden tegen de Staf en doen zij alles wat zij kunnen om het alarm te laten zwijgen, door uit te roepen: “Onheilig, Onheilig,” tegen de boodschappers van tegenwoordige waarheid, en dus wanneer de HStaf aanhangers in de kerk zijn, worden zij bij elkaar samengedreven in een hoek, uit vrees dat zij een woord zullen laten vallen en een hongerige ziel laten ontwaken. Is dit minder dan onfatsoenlijk? {1SC14:3.7}                                  

“Ontwaak, ontwaakt:” Bereid u voor om uw God te ontmoeten, mijn broeders en zusters, zodat u niet verloren gaat in uw zonden! Laat niet de kostbare momenten van u wegglippen. De HStaf zal of vallen of staan op haar eigen verdienste. Het heeft u niet nodig om het omver te duwen. {1SC14:4.1}                                 

Het Vonnis Uitgesproken Tegen de Aanklager

“Alzo zegt de Heere Heere: Wee de herders van Israël, die zichzelf weiden! Zullen niet de herders de schapen weiden? Gij eet het vette, en bekleedt u met de wol, gij slacht het gemeste, maar de schapen weidt gij niet. De zwakke sterkt gij niet, en het gebrokene verbindt gij niet, en het weg gedrevene brengt gij niet terug, en het verlorene zoekt gij niet; maar gij heerst over hen met strengheid en met hardheid. Daarom gij herders hoort het woord des HEEREN! Zo waarachtig als ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik niet ! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen al het wild gedierte des velds tot spijs geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelf, maar Mijn schapen weiden zij niet. Daarom, gij herders! Hoort het woord des HEEREN! Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen, en zal ze van het weiden der schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelf niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen  uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot spijs zullen zijn.” (Ezech. 34: 2-4, 7-10.) {1SC14:4.2}                           

Daarom “stelt” nu “de Heer Zich op om te pleiten, en Hij staat om de volken te richten.” De Heere komt ten gerichte tegen de oudsten van Zijn volk en zijn vorsten; want gij hebt deze wijngaard verteerd; de roof van de ellendige is in uw huizen. Wat is u, dat gij Mijn volk verbrijzeld; en de aangezichten der ellendigen vermaalt? Spreekt de Heere HEERE der heerscharen.” (Jes. 3: 13-15) (De Geest der Profetie, Deel 1, p. 270 zegt: De profetie van Jesaja 3, werd mij gepresenteerd als van toepassing op deze laatste dagen.”) “Ik zag, zegt de Geest der Profetie, “dat het in de voorzienigheid van God is dat weduwen, de blinden en de doven, de verlamden en de verminkte personen op verscheiden wijze, nauw in Christelijke relatie tot Zijn kerk zijn geplaatst; het is om Zijn volk te toetsen en hun ware karakter te ontwikkelen. Engelen van God kijken toe hoe wij deze personen behandelen, die onze sympathie, liefde en onbaatzuchtige liefdadigheid nodig hebben.”—Testimonies fort he Church,” Vol. 3, p. 511. {1SC14:4.3}                                 

Wat Zouden Predikanten moeten doen met de Tiende?

Daar van de Levieten ook vereist werd dat zij een offerande voor de armen, en de ziekte etc. deden, hetgeen vanzelfsprekend van de tienden kwam, want dat was hun enige inkomen, toont het aan dat elke waardige onderneming in het plan van God, ondersteund door offers ook door de tienden kan worden ondersteund. Vandaar dat als Br Houteff een deel van de tienden gebruikt voor het betalen van land waar “de armen en de verminkten, en de hinkende en de blinden,” de wezen en de bejaarden een toevlucht mogen vinden, bewijst het dat ouderling G’s beschuldiging met betrekking tot de tienden, dat ieder bot in br. Houteff’s lichaam oprecht is en dat ouderling G niet in staat is onderscheid te maken tussen betrouwbare en onbetrouwbare botten. {1SC14:4.4­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­}                                  ­

Verder, als br. Houteff iedereen betaald die op zoek gaat en ‘een verloren schaap van het huis van Israel,” terugbrengt, wat het kerkgenootschap zou moeten doen, bewijst het dat br. Houteff door en door betrouwbaar is. {1SC14:4.5}                                 

Een Vraag Beantwoord

De vraag over hoe Br. Houteff dit alles kan doen naar het verkopen van de delen van de HStaf voor minder dan de helft, dat het kerkgenootschap een boek van haar soort zou verkopen, en al zijn traktaten en andere literatuur verspreiden zonder enige kosten in het geheel, en zijn werk toch vooruitgaat, zonder tekort aan middelen, het kerkgenootschap schuddend op haar grondvesten, zou in het verstand van ouderling G. kunnen opkomen. Wij antwoorden als volgt: {1SC14:4.6}                                 

Br. Houteff dringt bij niemand erop aan om tienden te betalen, geschenken te geven, of offers te doen. Br. H heeft een boodschap dat de zielen bekeerd en diegene die hongeren en dorsten naar gerechtigheid bevredigd, want het schijnt als een licht dat brand; het stelt hen in staat het verschil te kennen tussen goed en kwaad.” Vandaar dat iedereen die bekeerd is tot de boodschap, geïnstrueerd is door de Geest der waarheid en Br. Houteff hoeft zijn tijd niet te verspillen door geld bij elkaar te brengen en  budgetten te balanceren. {1SC14:5.1}                                 

Tevens, zal het zelfde geldbedrag vereist om een Z.D.A. predikant, een maand te onderhouden, br. Houteff’s noden vier keer zo lang verzorgen, en zij die met hem werken, passen de eenvoudige principes van economie toe. Maar het onderliggende geheim ervan ligt daarin dat de “strijd des Heeren,” is. {1SC14:5.2}                                 

 

Waarom Voorspoedig?

Hoewel Br. H geen bankrekening heeft, denken wij dat ouderling G, juist is door te zeggen, dat Br. Houteff, “spoedig een rijke man,” zal zijn, want br. Houteff doelt op een grote schare van zielen die geen man kan tellen, en van zijn boodschap in profetie lezen wij: {1SC14:5.3}                                 

“Hef uw ogen rondom op, en zie, die alle zijn vergaderd, zij komen tot u; uw zonen zullen van verre komen, en uw dochters zullen aan uw zijde opgevoed worden. Dan zult gij het zien en samenvloeien en uw hart zal ontroerd zijn en verwijd worden; want de menigte der zee zal tot u gekeerd worden, het heer der heidenen zal tot u komen. Een hoop kamelen zal u bedekken, de snelle kamelen van Midian en Hefa; zij allen uit Scheba zullen komen; goud en wierook zullen zij aanbrengen, en zij zullen de overvloedige lof des HEEREN boodschappen. Al de schapen van Kedar zullen tot u verzameld worden; de rammen van Nebajoth zullen u dienen; zij zullen met welgevallen komen op Mijn altaar en Ik zal het huis van Mijn heerlijkheid heerlijk maken.” (Jes. 60: 4-7) {1SC14:5.4}                                  

Bovendien heeft Br. Houteff’s werk aangetoond, dat hij niet alleen in een hoek zal zitten, maar gelijkmatig het zal delen, met zo veel mogelijk als zullen komen tot de kennis van de waarheid en Carmel’s last zullen delen voor de redding van zielen, want alzo is hij geïnstrueerd door het Woord van de Heer, zeggende: “Voedt Uw volk met Uw staf de kudde van Uw erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.” (Mich. 7: 14) Voor dit doel heeft hij het land gekocht en in het bos neergestreken, op de top (midden) van Mt. Carmel, aan de kant van het meer. {1SC14:5.6}                                 

De Smeekbede van de Verdediger Voor Zijn Slachtoffer

Wij zullen het zeer betreuren en bitter wenen als onze broeders en zusters voortgaan in hun huidige boze werken, die ook voorzegt zijn in het volgende: “ Zij zullen alles in twijfel trekken en bekritiseren dat opkomt in het ontvouwen van waarheid, het werk bekritiseren en de positie van anderen, iedere onderdeel van het werk bekritiseren waarin zij zelf geen deel hebben. Zij zullen zich voeden op de tekortkomingen en vergissingen en fouten van anderen, ‘totdat,’ zegt de engel, ‘de Here Jezus zal opstaan van Zijn bemiddelingswerk in het hemels heiligdom, en Zichzelf zal bekleden met de klederen der wraak, en hun verassen bij hun onheilig feest; en zij zichzelf onvoorbereid zullen vinden voor het bruiloftsmaal van het Lam.” “Testimonies for the Church.” Vol. 5 p. 690. Belijd uw fouten mijn broeders en zusters, voordat het te laat is. {1SC14:5.7}                                 

“Heden, indien Gij Zijn Stem hoort, Verhardt Uw Harten Niet.” {1SC14:5.8}                                 

Het is waar, wij zijn ons hoofdkwartier op deze berg, die in profetie gevonden wordt aan het bevestigen, maar ons verblijf hier, zal heel, heel kort zijn, want “Want Hij voleindigt een zaak en snijdt ze af in rechtvaardigheid, want de Heere zal een afgesneden zaak doen op de aarde.” (Rom. 9:28) {1SC14:5.9}                                 

Het kan interessant zijn voor ouderling G om te weten dat de naamgeving van ons “kamp,” “Mt. Carmel Center,” op dezelfde wijze tot stand kwam als de naamgeving van onze publicaties “De Herdersstaf,” want wij wisten niet van te voren dat het in profetie was, totdat onze aandacht ertoe werd geroepen door Mich. 7:14 en Amos 1: 2. In de profetie van Amos lezen wij:  {1SC14:5.10}                                 

“De Heere zal brullen uit Sion, en Zijn stem verheffen uit Jeruzalem; en de woningen der herders zullen treuren, en de hoogte van Karmel zal verdorren.” {1SC14:5.11}                                 

Iedere Bijbel student zal met een paar opmerkingen over het bovenstaande Schriftgedeelte, binnen een oogopslag opmerken dat het van toepassing is op de tijd van het einde, zoals uitgelegd door de evangelie profeet: “En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat “de berg van het huis des Heeren zal vastgelegd zijn op de top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvels,…. Want uit Zion zal de wet uitgaan, en het woord des Heeren uit Jeruzalem.” (Jes. 2: 2,3),: Zijn stem verheffen uit Jeruzalem.” Blikkend naar deze zelfde tijd, zet Joel het als volgt: “En de Heere verheft Zijn stem voor Zijn heer heen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn Woord, want de dag des Heeren is groot en zeer vreselijk en wie zal hem verdragen?” (Joel 2: 11) {1SC14:6.1}                                 

Daar Amos zegt: “De woningen der herders zullen treuren,” is het duidelijk, dat de profetie van Amos in de toekomst ligt, omdat het woord, “woningen,” (plaatsen) in de meervoudsvorm is, welke niet van toepassing kan zijn op de woning (kerkgenootschap) van een herder, maar op allen die op dat moment bestaan. De term “Herders,” betekend, zoals begrepen, hetzelfde als “de oude mannen die voor het huis waren,” – de predikanten.  “Testimonies for the Church,  Vol 5, p. 211. Merk op dat de herders zelf niet zullen treuren, maar hun “woningen,” (hun huizen); dat is, de leden van hun kerken, welk feit openbaart dat het zo zal zijn in de tijd, wanneer de slapende menigte in de kerken wakker wordt, van hun geestelijke ongevoeligheid en zal ondervinden dat de herders die zij onvoorwaardelijk hebben vertrouwd voor hun zaligheid, al diegene die hen hebben gevolgd, hebben misleid. {1SC14:6.2}                                 

De profeet Jeremia legt in de volgende woorden uit,  dat dit jammeren door diegene die aldus misleid zijn, aan het einde van de genadetijd zal zijn. Want zij zullen zeggen: “De oogst is voorbij, de zomer is ten einde, en wij zijn niet gered.” (Jer. 8: 20) Dat is, na de oogst, de tijd waarin zij gered hadden kunnen zijn, zullen zij beseffen dat de genadetijd gesloten is. Dan, “zullen de woningen, van de herders treuren, en de hoogt van Carmel verdorren.” Dus, voor die tijd moet de hoogte van Carmel groen geweest zijn, met veel grasland, anders zou er niets zijn om te verdorren; dat wil zeggen, hoewel Carmel nu heel veel grasland (tegenwoordige waarheid) heeft, wanneer de genadetijd gesloten is, zal het verlaten zijn (“verdorren”), want zegt de Geest der Profetie: “In de tijd der verdrukking, vluchten wij allen van de steden en dorpen.”— “Early Writings,” p. 34{1SC14:6.3}                                 

Aldus zal de hoogte van Carmel verdorren, en diegene die geen acht slaan op het woord: “Heden indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet,”  uitvoerig gewaarschuwd zullen worden, dat hun gelegenheid, voor het aanvaarden van de waarheid weggeglipt is. Dan in hun haastige, waanzinnige poging om zichzelf kennis te laten maken met tegenwoordige waarheid, welke uitging van de hoogte van Carmel, zullen zij tot hun verbazing bemerken dat Carmel haar werk heeft voleindigd, haar inwoners verhuist, en genadetijd gesloten, in welke tijd de inwoners van “Carmel,” alleen maar kunnen herhalen: “de oogst is voorbij, de zomer is ten einde, en wij hebbe niets voor u.” {1SC14:6.4}                                 

Dan zal het geschieden, dat: “Zij zullen zwerven van zee tot zee, en van het noorden tot het oosten, zij zullen omlopen om het woord des Heeren te zoeken, maar zullen het niet vinden. Te dien dage zullen de schone jonkvrouwen en de jongelingen van dorst versmachten. Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere Heere, dat ik een honger in het land zal zenden, niet een honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te horen de woorden des HEEREN. ( Amos  8: 12,13,11) Oh, wat een teleurstelling zal dat zijn! {1SC14:6.5}                                 

En nu, “Mijn  ogen zijn verteerd door tranen, mijn ingewand wordt beroerd, mijn lever is ter aarde uitgeschud, vanwege de breuk van de dochter mijns volks, omdat het kind en de zuigeling op de straten der stad in onmacht zinken. Uw profeten hebben uw ijdelheid en ongerijmdheid gezien, en zij hebben u, uw ongerechtigheid niet geopenbaard, om uw gevangenis af te wenden, maar zij hebben voor u gezien ijdele lasten en wegvoeringen.” (Klaaglied. 2: 11,14) {1SC14:6.6}                                 

Daar de Heer nooit Zijn volk in duisternis heeft gelaten, vinden wij het werk van de Herdersstaf duidelijk samengevat in profetie door de Bijbel heen, en de enige reden dat onze leidende broeders niet de waarheid erin kunnen zien, en niet weten, “wie het aangesteld heeft,” is omdat zij het trachten te zien door de dollars en centen in plaats van door de Geest der Profetie, de ogen voor de kerk, waardoor zij alleen de waarheid en de ware staat van hun toestand van geestelijke blindheid, armoede en jammerlijkheid kunnen zien, en een behoefte voor “ogenzalf,” want wie van de mensen weet, wat van de mens is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand wat van God is, dan de Geest Gods. (1 Cor. 2; 11). {1SC14:6.7}                                 

Maar nu, daar “de Geest der waarheid is gekomen zal Hij u leiden  in de waarheid, want Hij zal niet spreken van Zichzelf, maar al hetgeen Hij horen zal, dat zal Hij speken, Hij zal u de dingen die komen moeten tonen” (Joh. 16:13), want zonder de Geest van God, kent “niemand,” de dingen Gods. {1SC14:6.8}                                 

Aan de Boodschappers van Waarheid

Geliefde broeders en zusters,

“Laat uw gesprekken het Evangelie van Christus, alleen waardig zijn, opdat hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik van uw zaken moge horen, dat gij staat in een geest, met een gemoed gezamenlijk strijdende, door het geloof van het Evangelie. En dat gij in geen ding verschrikt wordt door hen, die tegenstaan, hetwelk hun wel een bewijs is van het verderf; maar u van de zaligheid, en dat van God. Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden; Dezelfde strijd hebbende, hoedanige gij in mij gezien hebt, en nu in mij hoort.” (Fil. 1:27:30) {1SC14:7.1}                                 

“En zo gij uw ziel opent voor de hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag. En de Heere zal u gedurig leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren; welker wateren niet ontbreken. En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fundamenten van geslacht tot geslacht verwoest zult gij oprichten, en gij zult genoemd worden; Die de bressen dicht, die de paden weer aanlegt, om te bewonen.” (Jes. 58:10-12) {1SC14:7.2}                                 

———————————–

MEER SCHANDELIJKE HANDELINGEN

Br. John Buckheister van Charleston, S. Carolina, beschrijft de volgende schandelijke handelingen: “Afgelopen sabbat was het kleine gezelschap verhindert, van het betreden van de kerk. Zr. Kennedy ging naar binnen en ging zitten, maar de predikant ging achter haar aan en vroeg of zij de HStaf geloofde, waarop zij antwoorde: ‘Ja ik sta er welwillend tegenover.’ Toen vroeg hij haar het gebouw te verlaten. Dit is een kleine vrouw, die nooit lid was geweest van de Z.D.A. kerk, en door zo een soort behandeling uit de handen van de predikant te hebben ontvangen, kan zij hun zeker heel veel problemen geven als ze dat wilde. Wij bleven allen voor in de kerk tot, nadat de dienst begon, en toen gingen wij naar Zr. Livingstons, en hadden daar een tijd van gebed. {1SC14:7.3}                                 

“Zij brachten  weer stemmen uit op de Sabbat, om naar de rechter te gaan met een klacht dat wij de bijeenkomsten verstoorden! Vanzelfsprekend is dit niet zo, maar zij zijn gewillig wat dan ook te zeggen, als excuus om ons weg van de kerk te houden! Het weer was verschrikkelijk heet afgelopen Sabbat, 36 graden, en daar zij de voordeur tegen ons  gesloten hadden, kunt u zich voorstellen dat zij een beroerde tijd hadden om in dat hete gebouw te blijven. Ik weet dat zij, niet ‘lauw,’ waren. {1SC14:7.4}                                 

“Sommigen van ons denken dat wij terug zouden moeten gaan, en anderen dat wij weg moeten blijven. Wilt u zo snel mogelijk adviseren. {1SC14:7.5}                                 

Antwoord: Was het niet vanwege het feit dat de schrijver, met zijn eigen ogen getuige was geweest van zelf ergere voorstellingen dan de ene boven beschreven, zou het hard voor hem geweest zijn te geloven dat Z.D.A.’s ooit zich zouden bezig houden met zo een schandelijke, on-Christelijke en on-broederlijke handeling. Wij betreuren de leidende broeders en zusters, die  betrokken zijn in hetzelfde slechte werk als dat van het oude Israël. Maar wat nog erger is, is dat zij instemmen met de vele lidmaten, die niet geloven in de Geest der Profetie, anderen overtreden de Sabbat, terwijl anderen pruimen en roken, en weer anderen nog ergere walgelijkheden doen. Toch worden deze zondaren gehouden als leden en velen van hen worden zelf toegestaan om functies te bekleden, terwijl diegene, die door de HStaf te lezen, hervormen van deze walgelijkheden en ware Z.D.A worden door de hele waarheid te gehoorzamen, verkeerd worden behandeld en als kwaaddoeners worden uitgeworpen en zelf zij die schuldig zijn  van de bovenvermelde walgelijkheden, nemen een actieve rol daarin. Aldus roept de menigte van vandaag, zoals in de dagen van Christus uit zeggend: “Weg met deze man en bevrijd ons Barabas.” Toch laten zij het lijken bij allen, dat de HStaf aanhangers zichzelf aan het afscheiden zijn van de kerk—beschuldigd van het zijn van zijtakken! {1SC14:7.6}                                 

Hier worden wij gebracht om smaad en vervolging  van de hand van onze broeders en zusters te verdragen omdat wij niet durven ongehoorzaam te zijn aan de waarheid of de kerken te verlaten! En dus wordt de vraag gesteld: “ Zullen wij de kerk verlaten en uit onszelf weggaan zoals al de hervormers gedwongen werden te doen in de voortgang van iedere waarheid, of zullen wij in hen blijven, hoewel wij gedwongen worden buiten te blijven en blootgesteld worden aan extreme hitte of strenge kou, terwijl zij op ons neerzien alsof wij veelhoofdige monsters zijn. {1SC14:7.7}                                 

Het maakt niet uit wat zij tegen ons mogen doen, wij zullen liever dood gaan dan ongehoorzaam zijn aan het bevel van de Heer. De Z.D.A. kerk is geen Babylon. Als het dat geweest was, zouden wij verplicht zijn geweest uit haar te gaan, maar aangezien het dat niet is, hebben wij nergens te gaan. Dientengevolge, zullen wij in “Jeruzalem,” blijven, hoewel het gevuld is met dieven. “Vrees hen niet en ontzet u niet voor hun aangezicht,” zegt de Here. (Ezech. 3:9) “De engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden.” (Matt. 13:49) {1SC14:8.1}                                 

De generatie is haast voorbij, en er is geen tijd over, om een ander kerkgenootschap te bouwen, en hoewel in vorige tijden God Zijn volk uit het ene kerkgenootschap riep naar een anderen, kan Hij het nu niet doen, maar in plaats daarvan, zal Hij door het zegel van God, het kerkgenootschap behouden, voor de rechtvaardigen en alles wat slecht is, en het zegel niet ontvangt eruit nemen, want zo zegt de Heren: “ Alle zondaars van Mijn volk, zullen door het zwaard sterven, die daar zeggen: Het kwaad zal tot ons niet naderen, noch ons overkomen.” (Amos 9: 10; “Testimonies for the Church,” Vol. 5, p. 211.) {1SC14:8.2}                                  

“En gij zult weten dat Ik de Heere, uw God ben, wonende op Sion, de berg Mijner heiligheid, en Jeruzalem zal een heiligheid zijn, en vreemden zullen er niet meer door heen gaan.” (Joel 3: 17) (Lees “The Warning Paradox,” pp 40-42) Hoort het woord des Heeren, gij die voor Zijn woord beeft! Uw broeders die u haten, die u ver afzonderen om Mijns Naams wil zeggen:” Dat de Heere heerlijk worden! Doch Hij zal verschijnen tot uw vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.” (Jes. 66:5) {1SC14:8.3}                                 

Daarom adviseren wij al onze mensen om vredelievend te zijn, bezorg geen verstoring van welke aard dan ook, en blijf in kerkgenootschapskerken, want wij hebben ze helpen bouwen. Ze hebben onze tienden en offers genomen voor de ondersteuning van de predikanten, etc., en zolang wij ware Z.D.A.’s zijn door waarheid te onderhouden, hebben zij gen wettelijk recht van de Koning van de hemel, noch van de overheid op aarde om ons uit te werpen. Als zij trachten je uit te dragen, weer sta hen niet. Als zij een wachter bij de deur zetten en je uitsluiten, tracht niet door kracht binnen te gaan. Als zij je slaan, vecht niet terug, maar tracht met alles wat in je is binnen te gaan en als je dat niet kan, blijf buiten en getuig van tegenwoordige waarheid totdat de diensten over zijn, behalve wanneer je lichamelijk niet in staat bent dat te doen. {1SC14:8.4}                                 

De beproeving komt en ongeacht de verzoeking, moeten wij niet tekort schieten, te demonstreren wat wij geloven en hen tonen dat wij de waarheid onderhouden, hou van de broeders en zusters, en wees gewillig voor hen te sterven, als het hen zou doen ontwaken en gered worden, want wij waren niet beter dan hen toen de waarheid ons vond. {1SC14:8.5}                                 

———————————–

VERBROKEN VERTROUWEN—ER IS EEN REDEN

De ogen van velen van onze mensen worden geopend en wanneer dat zo is, wordt hun vertrouwen in de arme kwetsbare mensheid, op wie zij lang vertrouwd hebben voor hun zaligheid, niet vanwege autoriteit, maar vanwege traditie en toch oprecht, wakker geschud. Zij zijn geleid te geloven, dat onze menselijke organisatie, die de Heer ons gaf, voor de voortzetting van het werk, een soort van heilige instituut is, waar het geweten van Zijn volk, moet worden overgegeven in de handen van mensen, in zoverre dat zij zelf de leerstellingen van de Bijbel, niet voor zichzelf moeten durven onderzoeken. Desalniettemin, beginnen de arme schapen wakker te worden tot de omstandigheden. Wij publiceren hierbij een brief met betrekking hierop: {1SC14:8.6}                                 

Mw. F. Charboneau

Geliefde zuster,

Ik sluit $15.00 hierbij in. Het is mijn tienden die ik over een periode heb bewaard, omdat ik niet zeker was, waar ik het zou moeten zenden… Ik heb zo lang op onze geliefde organisatie gebouwd, dat het als heiligschennis is, om andere visies die in tegenstelling zijn tot de leiding als lichaam aan te horen….{1SC14:8.7}                                  

Ik zie nu dat wij inderdaad met betrekking hiertoe verwant zijn aan de Katholieken, en het is heel erg voor mij, want ik ben geboren en opgevoed als Zevende Dag Adventist, en mijn geliefde vader heeft in mij een aanbidding voor deze mensen ingeprent. Maar het lijkt alsof de bodem uit gevallen is van alles, tot zover dat wij niet langer op een predikant kunnen vertrouwen om ons het Koninkrijk in te leiden, en ik weet nu dat zij dat niet kunnen. Als kerkgenootschap zijn wij verloren en als de HStaf niet de waarheid is, is er geen hoop voor geen van ons. {1SC14:8.8}                                 

Nadat ik te weten was gekomen hoe mijn zuster behandeld is geworden door de kerk in Sheridan, Wyoming, en al de andere HStaf gelovigen, door oneerlijke, onvriendelijke en on-Christelijke behandeling, ben ik overtuigd, dat ik niet kan rekenen op mensen die handelen als de pauselijke tirannen uit het verleden. {1SC14:8.9}                                 

Bidt voor mij, dat ik de waarheid helderder mag zien en er vast op staan. Moge de Heer ons allen zegenen en behouden, terwijl wij in deze vallei van beslissing zijn. {1SC14:8.10}                                 

                                                                  Mw. Audrey Helms

                                                                            Brandon, Colo.

——————————-

LOFPRIJZING AAN HEM

Ik ben dankbaar aan de Heer voor “de Herdersstaf,” boodschap, en voor het goede dat het mij doet. Ik ben gestopt met het roken van sigaretten, nadat ik dertig jaren, een volledige slaaf van ze was, en hoewel ik verschillende keren daarvoor getracht heb de gewoonte te stoppen, faalde ik iedere keer. {1SC14:9.1}                                 

Toen Br. Warden naar mijn huis kwam, was ik een afgevallen Z.D.A., die geen interesse had in godsdienst, en ik weet niet wat maakte dat ik naar de studie kwam. Ik geloof volledig nu, dat ik met de genade van onze Heer, een van de 144.000 zal zijn. {1SC14:9.2}                                 

                                                         (Getekend) R. E. Davies

                                                                            Denver, Colorado

————————————-

VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vraag: “Is het zonde om de tienden in te houden, en zo ja, zal ik het aan de HStaf boodschap betalen, terwijl ik nog lid ben van de Z.D.A. kerk? {1SC14:9.3}                                 

Antw.: De vraag is volledig beantwoord door de Geest der Profetie in de volgende citaten: {1SC14:9.4}                                 

“De tiende is van de Heer, en zij die zich ermee bemoeien, zullen gestraft worden met het verlies van hun hemelse schatten tenzij zij berouw tonen. Laat het werk niet langer afgebakend worden, want de tienden zijn omgeleid geworden in verschillende kanalen, anders dan die ene waarnaar de Heer heeft gezegd dat het zou gaan. Er moet voorzieningen gemaakt worden voor deze andere soorten werk. Zij moeten ondersteund worden, maar niet vanuit de tienden. God is niet veranderd: De tienden moeten nog steeds gebruikt worden ter ondersteuning van de bediening.”—“Testimonies for the Church,” Vol. 9. p. 250. {1SC14:9.5}                                  

“De tiende is …  des Heren.’  Hier wordt dezelfde manier van uitdrukken toegepast als in de wet van de Sabbat. ‘De zevende dag is de Sabbat van de Heer uw God.’ God heeft voor Zichzelf een specifieke deel van de tijd van de mens van zijn middelen gereserveerd, en geen mens kan, zonder schuld, geen van beide toepassen voor zijn eigen belang.”—Patriarchen en Profeten.” pp. 526-7{1SC14:9.7}                                 

Let nauwkeurig op wat de bovenstaande referenties onderwijzen. De tiende is des Heren, en het moet gebruikt worden voor de ondersteuning van Zijn boodschap. Maar hoewel het misbruikt kan worden door de bediening, moet het ingediend worden voor hun gebruik, totdat Hij uw aandacht roept voor het kwaad en ons vraagt om de verandering tot stand te brengen. Als wij dan tekort schieten om op Zijn stem te reageren, en gebruik maken van het geneesmiddel waarin Hij heeft voorzien, om de verspilling tegen te gaan van Zijn middelen, zullen wij verantwoordelijk gehouden worden hiervoor, evenals van het weerhouden van datgene wat van Hem is. {1SC14:9.8}                                 

“Laat de verwaarloosde tiende nu ingebracht worden. Laat het nieuwe jaar over u open gaan, als eerlijke mensen in hun handelen met God. Laat diegenen die hun tienden hebben onthouden, ze insturen voordat het jaar 1896 zal eindigen, zodat zij recht mogen staan met God, en nooit, nooit weer enig risico lopen van vervloekt te worden door God. Presidenten van onze conferentie, doe uw plicht. Werk van huis tot huis, zodat de kudden van God niet nalatig zal zijn met betrekking tot deze grote zaak, die zo een zegen inhoudt, of zo een vloek. {1SC14:9.9}                                 

“Laat allen die God vrezen, tot de hulp van de Heer  komen en zichzelf trouwe dienstknechten tonen. De waarheid moet naar alle delen van de wereld gaan. Mij werd getoond, dat velen in onze kerken God beroven in tienden en offeranden. God zal precies datgene wat Hij verkondigt heeft over hun uitvoeren. Aan de gehoorzamen, zal Hij rijke zegeningen geven; aan de overtreders, de vloek. Iedere man die de boodschap van waarheid naar onze kerken draagt, moet zijn plicht van waarschuwen, opvoeden en vermanen doen. Iedere nalatigheid van plicht, hetgeen een roof is ten opzichte van God, betekend een vloek voor de misdadiger.”—Testimonies to Ministers,” pp. 306-7. {1SC14:9.10}                                 

“De waarheid heeft onze harten overgenomen. Het is geen grillige impuls, maar een waarlijk keren naar de Heer, en de perverse wil van de mens is onder ondergeschiktheid gebracht aan de wil van God. Om God te beroven in tienden en offeranden is een overtreding van de duidelijke bevelen van Jehovah, en brengt de diepste verwonding aan, aan hen die het doen; want het berooft hen van de zegening van God, die beloofd is aan hen die oprecht met Hem handelen.”—Testimonies fort he Church,” Vol. 5, p. 644. {1SC14:9.11}                                 

Tot dusver is het eerste gedeelte van de vraag volledig beantwoord. Nu komen wij aan het tweede gedeelte, namelijk: ‘Zal ik mijn tiende aan de HStaf boodschap betalen, terwijl ik nog steeds lidmaatschap hou in de Z.D.A. kerk? {1SC14:10.1}                                 

Laat de vragensteller zichzelf dezelfde vraag stellen en zijn eigen antwoord zal hem vertellen wat te doen: {1SC14:10.2}                                   

Geloof ik dat de HStaf de verzegelende boodschap van de 144.000 heeft? ______ Is het de boodschap van het uur? ______ Heb ik enige geestelijke hulp ervan ontvangen?_____ Heeft het ervoor gezorgd dat ik berouw toonde van mijn zonden, waarin ik voorheen mij in verlustigde?_____ Ben ik nu een betere Z.D.A. dan ik was, voordat ik de boodschap van de HStaf leerde? _________ Hebben mijn Z.D.A. broeders en zusters deze boodschap nodig? _________ Hou ik nu meer van de Bijbel, de Geest der Profetie en de broeders en zusters, dan ik voorheen deed? _______ {1SC14:10.2}                                 

Als uw antwoord op de bovenstaande vragen Nee is, betaal dan uw tienden aan de kerk waar u nu lid van bent. Maar als uw antwoord op de bovenstaande vragen Ja is, stel dan uzelf deze vragen: {1SC14:10.3}                                 

Als ik in mijn Laodiceaanse situatie waarin de HStaf mij vond was voort gegaan, zou ik gered zijn en gereed om de Heer te ontmoeten?______ Zouden mijn Z.D.A. broeders en zusters gered zijn in hun huidige toestand?_____ Als uw antwoord op de bovenstaande vragen Nee is, dan zal uw antwoord op de volgende vragen u instrueren waar u uw tienden moet betalen, hoewel u een kerklidmaatschap houdt. {1SC14:10.4}                                   

Als ik verantwoordelijk ben voor het licht dat nu op mijn levensweg schijnt, en als mijn Z.D.A. broeders het moeten hebben, zou ik dan mijn tienden moeten betalen aan het kerkgenootschap, zodat de predikanten meer geld kunnen hebben om tegen de boodschap te vechten en tegen mijn persoonlijke pogingen om het volk te bereiken, en aldus hen helpen mijn broeders en zusters te misleiden, of zou ik het betalen aan de “voorraadschuur,” van tegenwoordige waarheid, waar het, het hardst nodig is om haar snelle bevrijding te faciliteren en mijn broeders en zusters redden, van een eeuwige vernietiging? Als noch onze Z.D.A broeders en zusters, noch diegene in de wereld gered zijn en niet beter voorbereid om de Heer te ontmoeten, dan de predikanten zelf, zal mijn tienden naar de kerk gaan ten behoeve van de heiden en uiteindelijk beiden verloren zullen zijn__ de kerk en de heiden—of aan de boodschap van de HStaf die eerst de kerk moet redden en dan de heiden? ____ Als ik als een gelovige van de boodschap, niet durf het te ondersteunen door mijn tiende, wie zal het dan willen?___ Waar zal mijn tienden het meest goede tot stand brengen?____ Als ik mijn tienden betaal ten behoeve van de heiden, ter veronachtzaming van mij eigen broeders en zusters, zou ik dan door mijn handelingen dan niet zeggen: “Ben ik mijn broeders hoeder ?” ____ Zal ik gehoor geven aan de oproep en op zoek gaan naar de verloren schapen van het huis Israëls, of eerder de verloren schapen van het huis van Baal? _____ In welke van deze twee velden, zou mijn tienden mij het recht geven op de woorden: “Wel gedaan gij goede en trouwe dienstknecht, over weinig  zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u zetten, ga in, in de vreugde van uw Heer.” (Math. 25:21) {1SC14:10.5}                                 

Als u nog steeds niet kunt beslissen, lees dan ons traktaat nr. 4: “Het laatste nieuws van moeder,” pp. 80-84. {1SC14:10.6}                                 

“Denk aan de vrouw van Lot,” en doe wat de Heer u zegt om te doen. {1SC14:10.7}                                 

Vraag: “Ik heb verscheidene van de HStaf delen gelezen, en heb ondervonden dat zij vele punten beantwoorden, hetgeen bewijst dat ‘Een antwoord aan de Herdersstaf,’ onbetrouwbaar en oneerlijk is ten opzichte van de Staf, maar tot nu toe heb ik nog niets gevonden dat de ‘Oogst,’ behandeld, en het schijnt dat de kaart op blz. 14 van ‘Een antwoord,’ met betrekking tot de Oogst en de tien maagden, de Staf heeft weerlegt. Antwoord alstublieft. {1SC14:10.8}                                 

Antwoord: Van de zogenaamde weerleggingen van “Een antwoord aan de Herdersstaf,” kunnen wij vrij zeggen dat tot dusver, het kerkgenootschap niet in staat geweest is om maar een enkel punt van de boodschap die wij dragen te weerleggen, en hun pogingen om dat te doen, dienen alleen om te bewijzen, dat de HStaf de stem van God is aan Zijn volk en om haar volgelingen nog vaster te bevestigen in de tegenwoordige waarheid. {1SC14:10.9}                                 

Door een grondig persoonlijk onderzoek van de onderzoeksonderwerpen in de HStaf en van al de zogenaamde weerleggingen ertegen, zullen de lezers van de Code, misschien tot hun verbazing te weten komen, dat de bovenstaande bewering 100% correct is. Br. Houteff’s overeenstemming met de leidende broeders staat nog steeds goed, dat wil zeggen, als zij welk onderwerp dan ook in onze publicaties weerleggen, zullen wij voor altijd ophouden het te onderwijzen. Maar wij hopen dat onze broeders en zusters niet de fout van Achan zullen nabootsen, en te lang wachten met hun belijdenis van de waarheid, wanneer het voor hun niets meer kan betekenen. {1SC14:10.10}                                 

Met betrekking tot de kaart op blz. 14 van “Een antwoord aan de Herdersstaf,” zal de lezer opmerken, dat sommige van de gebeurtenissen daar  aldus gearrangeerd, zonder goddelijke autoriteit zijn. Laat ons de methode die daarin gebruikt is om de Geest der Profetie te interpreteren, illustreren. “Christ Object Lesson,” zegt: “Het onkruid en de tarwe moeten tezamen groeien tot aan de oogst; en de oogst is het einde van de genadetijd.” Als de Engelse taal iets betekend, dan kan de bewering hier geciteerd, zeker niet de oogst plaatsen, nadat de genadetijd gesloten is maar eerder ervoor. {1SC14:10.11}                                 

Hoe kan de oogst na de afsluiting van de genadetijd zijn, als “de genadetijd,” voor de afsluiting van de genadetijd is, terwijl wij zien, dat het niet zegt; “de oogst is,” na “het einde van de genadetijd.” Vandaar dat het duidelijk is dat de oogst vooraf moet gaan aan de afsluiting van de genadetijd, dat is de oogst is het einde—het laatste gedeelte van de “genadetijd,”—en daarmee sluit de genadetijd. Bovendien zag Jeremia profetisch, dat nadat de oogst voorbij was en de zomer ten einde was ( de tijd waarin mensen gered konden worden) de slechten zeggen: “De oogst is voorbij einde, de zomer is ten einde en wij zijn niet gered.” (Jer. 8:20) {1SC14:11.1}                                 

Als de oogst na de afsluiting van de genadetijd is, waarom zouden zij zeggen: “De oogst is voorbij, de zomer is teneinde,” want zij zouden zeker deze woorden niet kunnen zeggen voordat de genadetijd afsluit, noch konden zij dat na de tweede komst van Christus, want dan zouden zij dood zijn en zouden zij niet kunnen spreken? Dientengevolge, kan de enige tijd waarop deze woorden gesproken worden zijn, in de periode tussen de afsluiting van de genadetijd en de tweede komst van Christus, welk feit de “oogst,” voor de afsluiting van de genadetijd plaatst. {1SC14:11.2}                                  

Verder zegt de Heer in Matt 13: 30: “In de tijd van de oogst zal ik tot de maaiers zeggen: Vergader eerst dat onkruid.” De woorden, “in de tijd van de oogst,” toont aan dat de oogst een tijdsperiode is. Bovendien zegt de Geest der Profetie, in “Eerste Geschriften,” blz. 118: “ Toen zag ik een derde engel. Mijn begeleidende engel zei: hij is de engel die het tarwe van het onkruid zal scheiden en verzegelen of binden, het tarwe voor de hemelse schuur.’” {1SC14:11.3}                                   

Als de derde engel de scheiding zal tot stand brengen, en voor zover de derde engelboodschap voor de afsluiting van de genadetijd verkondig moet worden, niet erna, toont het aan dat de oogst, de tijd waarin de engelen verzegelen en binden, de tijd beslaat terwijl de derde engelen boodschap wordt verkondigd. Het is dan duidelijk, dat de woorden: “De oogst is het einde van de wereld,” het allerlaatste gedeelte van de genadetijd aangeeft, welke de wereld tot haar einde brengt. De Geest van God door Paulus, interpreteert de term: “Het einde van de wereld,” aldus: maar nu is Hij eenmaal in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te  niet te doen, door de offerande van Zichzelf.” (Heb. 9: 26) {1SC14:11.4}                                 

Wij weten allemaal dat de wereld niet 1900 jaren geleden aan haar einde kwam, toe Christus geofferd werd, en toch wordt het gezegd: ‘In de voleinding der eeuwen.” De waarheid van Paulus zijn bewering echter, is dit:  Als de zonden van een mens in het oordeel uitgewist worden vanaf 1844, bewijst het dat Paulus vooruit keek naar onze tijd toen Christus, “door Zichzelf op te offeren,” in de tijd van het oordeel van de levenden, onze zonden uit aan het wissen is. Het is dan duidelijk, dat de term: “Het einde der wereld,” van toepassing is o de tijd van het oordeel der levenden, in de tijd van de Luide Roep, aan het einde van “de genade tijd,”—de laatste boodschap die de wereldgeschiedenis afsluit. Bovendien, onderwees de Z.D.A. kerkgenootschap jarenland dat het einde van de wereld begon in 1789. Zie “Gedachten van Daniel; blz. 387. (in verband met Dan. 12:4); ook “Bijbel leziging voor het huisgezin,” blz. 324. Het kerkgenootschap heeft nooit enige officiële verkondigingen gehad met betrekking tot de waarheid van de  oogst, maar nu in hun poging de HStaf te weerleggen, veranderen zij hun positie over wat zij eerst onderwezen hebben, van wat zij dachten dat het einde van de wereld is. {1SC14:11.5}                                 

Het zou niet ongepast zijn om in verband hiermee mijn ervaring mee te geven van wat ik kort geleden hoorde over dit onderwerp. Ouderling G.W. Wells, een van de veldsecretarissen van de Gen. Conf. wijdde vroeg in 1935, een hele week nachtelijke bijeenkomsten, in een poging om de HStaf, te weerleggen,  in welke tijd hij nacht na nacht onderwees dat de oogst “het einde van de wereld is,– de tweede komst van Christus.”—het begin van de duizend jaar. {1SC14:11.6}                                 

Aan het einde van zijn bijeenkomsten, op de Sabbatmiddag, voerde Ouderl. R.L Benton, pres. Van de Zuidwestelijke Unie Conf. een andere tirade tegen de HStaf op, gedurende welke tijd hij een kaart ten toon stelde, die toonde dat de oogst vanaf de afsluiting van de genadetijd is, tot aan de tweede komst van Christus. De volgende woensdag, verzorgde Ouderl. W. H. Clark, de Secr. Van Home Miss Texas Conf. de bidstond, waarop hij in die tijd in antwoord op mijn vraag, de oogst voor de afsluiting van de genadetijd plaatste. Hier is het punt. In tien dagen tijd, gaven drie Z.D.A. predikanten, betaald door de schatkist van de Z.D.A, allemaal verantwoordelijke posities bekledend, drie verschillende uitleggingen over de oogst, welk feit bewijst, dat het kerkgenootschap als een lichaam, zelf  onder de leidinggevende mannen, er geen speciale overeenstemming bestaat over dit onderwerp. Dan met het oog op zo een blindheid, waarschuwen de tegenstanders van de HStaf, de leken tegen het aanvaarden van dwaling! Oh wat een zielige misleiding! {1SC14:11.7}                                 

Voor een complete uitleg van de “Oogst,” lees ons traktaat nr. 3. {1SC14:11.8}                                 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



TER CORRECTIE

 

God’s Titels Niet Beperkt Tot Een Taal

 

[picture]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Titels Niet Beperkt Tot Een Taal

 

VRAAG:

 

Is het geen feit dat de Bijbel vertalers de originele Hebreeuwse namen van de Schepper (Elohim, Jehovah, El, Elahh, Elowahh, Bethel, en Tsur) veranderden in de namen van Baal ( God, Heer, etc)? En als de namen van de Schepper feitelijk Elohim, Yahovah, et.al…zijn, en als God, Heer, etc de namen van heidense goden zijn, waarom noemen we Hem dan bij de laatste?

 

ANTWOORD:

 

Omwille van een juist en consequent begrip ter verwijzing naar de woorden ter discussie, vragen wij de aandacht van de lezer voor het zelf bewijzende feit dat de verschillende Hebreeuwse woorden die aangeduid zijn door de vragensteller als “de originele namen van de Schepper,” die allen karakteristiek zijn voor een bepaald oogpunt of eigenschap van de Heilige natuur of karakter, daarom niet namen zijn, maar titels, van de Schepper. Alleen de naam Jehovah schijnt Zijn Eigenlijke Naam te zijn; daarom zullen we het hierin apart van de titels behandelen.

 

Om de waarheid te vinden achter deze belangrijke tweevoudige vraag, gaan we terug naar niet slechts het begin van de Hebreeuwse natie, maar tot het begin van alle natiën; dat is, tot

 

De Kern van de Zaak.

 

We zien dat toen God de mens schiep en godsdienst aanbidding ontstond, Hij aan zijn schepselen Zijn titels verklaarde, in de taal van Eden. Later toen de zonde zijn intrede deed, en toen de mensen zich vermenigvuldigden en de goddeloosheid toenam, en toen het zich voortzette zelfs na de zondvloed, veroorzaakte Gods wraak tegen hun vanwege het bouwen van de Toren van Babel, Hem om “de taal van de ganse aarde” te verwarren, en om hieruit de talen van de natiën te creëren. Toen werden de originele titels van God aan het volk gegeven in hun respectievelijke talen; omdat de titels van God, in een taal die vreemd is voor de voorstelling {of denkbeeld} van de naties, geen betekenis voor hen zouden hebben.

 

Daar hun zonden zorgden voor een steeds grotere verwijdering van de kloof tussen God en de mensen, maakten zij uit protest, om hun hartenwens voor een zichtbare God te bevredigen, voor zichzelf

 

Afgoden, Vernoemd naar de Heilige Titels.

 

In plaats van de afgoden namen te geven die speciaal voor hun waren voortgebracht, eerden de makers hen met de Heilige titels om het te laten lijken alsof de afgoden afbeeldingen van God waren, een vervalsing die overtuigend bepaald wordt door zulke overduidelijke bewijzen als dat het woord Elah, een Hebreeuwse titel voor de Godheid, wordt gebruikt door de Turken als de naam van hun god [Allah]; dat het woord, Tsur, een andere Hebreeuwse titel van de Godheid, wordt gebruikt door het Russisch-Sloveense volk als de titel voor hun koningen {tsaar}; en dat “Elohim, in vele gevallen gebruikt wordt als de goden van de heidenen, die in dezelfde titel de God van de Hebreeërs meerekenden, en in het algemeen de Godheid aanduidden, als ze spraken over (aldus) een bovennatuurlijk wezen.”—Dictionary of the Bible, Smith, definition “Jehovah.”

 

Vanuit deze bewijzen, zien we duidelijk dat de namen van de afgoden, in feite niet de namen van de afgoden zelf zijn, maar de titels van God. Door daarom onze aanspreektitel tot Hem te beperken tot één taal—de Hebreeuwse—alleen maar omdat Zijn titel in onze taal ooit gebruikt werd ter ere van afgoden, wordt de conclusie bekrachtigd dat de afgoden van de heidenen, God de Schepper hebben overwonnen door Hem te beroven van Zijn titels! Wat een afstotelijke gedachte!

 

Vandaar dat, als wij meer plechtigheid moeten verbinden aan schrijfwijzen die de Godheid uitdrukken, in welke taal dan ook meer dan in de andere, zou het moeten zijn

 

Alleen In De Taal van Eden, of In Allen Gelijk.

 

Als vanaf het begin tot vandaag “de ganse aarde van enerlei spraak was”

(Gen. 11:1), en als de dag maar nooit was aangebroken toen “de Heer de spraak der ganse aarde verstrooide” (Gen. 11:9), dan zouden Gods aanbidders Hem alleen dan aanspreken in de taal van Eden. Maar gezien het feit dat vanaf dat uur tot deze, verscheidenheid en verwarring van tongen het taalkundige lot is geweest van het menselijke ras, heeft de Heer Zijn woord nooit beperkt tot een universeel medium van uitdrukking, maar heeft het eerder aangepast aan al “de volkeren en menigten, en naties, en tongen” van de aarde, zodoende rekenschap gevend aan

 

De Verschillende Titels van de Godheid.

 

De Joden noemden de te verwachten Christus: Messias, maar wij die Engels spreken noemen Hem: de Gezalfde, omdat dat is wat het woord Messias in onze taal betekent. De titel: Gezalfde heeft geen betekenis voor een Hebreeër, evenals Messias voor een Engelsman, tenzij de Engelsman en de Jood, beiden Engels als Hebreeuws spreken, of als het woord uitgelegd wordt aan hen in hun respectievelijke tongen. Op gelijke wijze is dit het geval met de woorden Elohim en God — gelijkwaardigheden in hun respectievelijke tongen. De menigten van gewone mensen die alleen Engels spreken, kunnen niet op een verstandige wijze de Schepper aanspreken met een woord dat vreemd is aan de Engelse taal. Bijvoorbeeld, wanneer (we) spreken van de Ene Die alle dingen schiep, moeten wij Hem noodzakelijkerwijs noemen met het Engelse woord: Schepper, in plaats van het Slavische woord: Sutvaritel, of met het Griekse woord: Plasten. Aldus, zoals het gepast is in het Engels om te zeggen: Schepper of Vader, wanneer we die Ene aanspreken Die alle dingen heeft geschapen, dan moet het, om consequent te zijn, ook gepast zijn om Hem God te noemen in het Engels, in plaats van hem bij de Joodse titel: Elohim te noemen.

 

Voor de Jood betekenen de woorden, Elohim, Elowahh, Elahh, en El: Machtige, Schepper, hetzelfde als wat het woord: God, zoals in algemene aanvaarding, voor de Oud-Engelsen; het woord Otheos, voor de Griek; het woord Bog, voor de Sloveen; Gott voor de Duitser; Gud voor de Scandinaviër; Dios voor de Spanjaard, en Allah voor de Turk betekent.

 

Vandaar dat het woord, Elohim en haar varianten, God, Theos, Bog, Gott, Gud, Dios, Allah, Lord {Heer} en ga zo maar door, losse tegenhangers zijn in hun respectievelijke talen, de algemene betekenis van hun allen is en ruimere zin hetzelfde als dat van de Engelse naam: heer, welke een eerbiedwaardige titel is gegeven aan een echtgenoot, aan een edelman, aan een eigenaar, aan een bezitter, of aan een zekere officiële persoon.

 

Het is vanuit deze algemene acceptatie van de woorden dat God en Heer, beiden worden toegepast op de Godheid, en niet meer van een punt van gepaste naam dan met het woord Vader.

 

Dit is passend geïllustreerd door de voorpagina “gesneden” van Augustus Caesar. Deze grote Romeinse heerser, had als een van zijn verheven titels, de term “Pontifex  Maximus” omdat hij werd aanbeden, in het heidens systeem, als hun zichtbare god op aarde. Later werd deze titel overgenomen door de Paus van Rome. Alzo werd het met Gods titels gedaan door de Baäl aanbidders.

 

Verder is het standbeeld van Augustus niet Augustus zelf. Het is slechts een afgod van hem, aanbeden door de mensen nadat zij niet langer zijn levende aanwezigheid konden aanschouwen.

 

Dus deze mogelijkheid van exclusieve koninklijke, en zelfs heilige titels die gebruikt worden door afgunstige personen of toegepast op afbeeldingen, is een gebruik dat ongelukkigerwijs altijd heeft bestaan, en er is niets dat daaraan gedaan kan worden, zolang de mens voortgaat om het gebod te overtreden dat zegt:

 

“Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken van hetgeen boven in de hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is: Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want ik de Heere, uw God, ben een jaloerse God.” Ex. 20:4 {KJV}.

 

Al de algemene termen, in de verschillende talen, karakteriseren eerder wat God is, dan Wie Hij is; met andere woorden, deze termen zijn eerder de titels van Zijn natuur en karakter, dan van Zijn identiteit. Als ze daarom niet vertaald waren in de talen van de natiën, zouden ze zonder betekenis zijn voor de mensen.

 

 

Vanuit de hierin gecombineerde bewijzen van de Geschriften, geschiedenis , filologie {taalkunde} en logica, zien we duidelijk dat de woorden God, Heer enz., niet oorspronkelijk, noch ooit exclusief, de namen waren van Baäl, of van welke andere afgod dan ook. Als gevolg daarvan is er

 

Niets Verkeerds aan Gods Titels in Welke Taal dan ook.

 

Het is dan vanzelfsprekend dat, hoewel de heidenen de term god gebruikten, wanneer ze hun afgoden aanspraken, zoals sommigen de titel vader gebruiken voor een persoon die niet hun vader is, doch door zo te doen, zij daardoor niet meer werkelijk enig afgod tot God maakten, dan dat ze daarmee werkelijk de titels van de echte God, tot de titels van afgoden maakten; niet meer in feite, dan hen die het woord vader misbruiken, het zo verontreinigen, dat we nu genoodzaakt zijn onze aardse ouder met een andere titel aan te spreken.

 

En als er nog steeds wordt geprotesteerd, dat deze verschillende titels van de Godheid worden ontheiligd omdat afgoden-aanbiddende natiën ze gebruikten, dan moet er door dezelfde blijk van logica ook geprotesteerd worden, dat hun Joodse equivalenten zelfs meer ontheiligend zijn, vanwege de nog schandelijkere en verwerpelijke afgoderij van de Joden, die op bespottende wijze deze titels van de ware God mompelden, terwijl zij vreemde goden achterna gingen en Zijn profeten doodden, en die zelfs Zijn enig geboren Zoon niet spaarden.

 

Juist door het feit dat toen de heidenen het Christendom aannamen, de Geest der Waarheid deze misbruikte titels van de Godheid “voor het Christelijk verstand verhief”, toonde Hij daardoor aan dat God niets tevergeefs {of zonder betekenis} geschapen heeft, en dat er geen andere goden voor Hem zijn. Dus in plaats van dat deze titels nu een gruwel voor ons worden, zouden ze een betere status moeten hebben dan daarvoor, net als de Verkwister dat had nadat hij terugkeerde tot zijn vaders huis.

 

De apostel erkende dit, en maakte daarom geen bezwaar toen de discipelen in Antiochië zichzelf Christenen noemden, naar de naam van de Heer in hun inheemse taal (Handelingen 11:26).

 

Het feit dat de apostel Paulus verder onder Inspiratie God aan de heidenen bekendmaakte, niet in de termen van (Jehovah, Elohim, et al..) naar zijn eigen verstandelijk vermogen en medegedeelde geloof, maar in termen ( De Onbekende God) van hun onwetendheid en ongeïnformeerde geloof, toont aan dat God ander aanspreek vormen tot Hemzelf accepteerde dan de Joodse namen.

 

Op dit punt, evenals alle andere punten staan wij met de apostelen en de profeten. En aangezien de apostelen zodoende waardig bevonden waren om hun namen geschreven te hebben op de fundamenten van de Heilige Stad (Openb. 21: 14) zullen wij op gelijke wijze waardig bevonden worden om door de paarlen poorten in te gaan, als ook wij ons onthouden van

 

Het Oneerbiedig Gebruiken van de Heer Zijn Werkelijke Naam

 

Als God zijn werkelijke naam Jehovah is, dan wagen wij, Zijn geschapen wezens, het om zo oneerbiedig informeel te zijn om Hem aan te spreken met Zijn Werkelijke Naam, in plaats van met een van Zijn titels, God, Heer, Vader, Schepper, Verlosser, etc. terwijl wij er niet aan zouden denken om toe te geven aan de minder oneerbiedige gewoonte van het aanspreken van onze aardse ouder met hun gegeven namen—John, George, Bill, Dorothy, Ruth, Maria, etc ., in plaats van hun ouderlijke titels Vader en Moeder?  Zulk een oneerbiedigheid, toegepast door de heidenen, mag te verontschuldigen zijn vanwege hun onwetendheid, maar toegepast door verlichte Christenen, die beter horen te weten, is niet te verontschuldigen. We mogen met eerbied het woord Jehovah gebruiken, alleen als een heiden ons zou vragen Wie is jou God? Dan zouden we met een plechtige correctheid kunnen antwoorden, Jehovah, de enigen ware en levende God. Nooit, echter kunnen we wanneer we God aanspreken Zijn Werkelijke Naam eerbiedig gebruiken.

 

Zoals de Godvrezende Joden vroeger ”de Heilige Naam te heilig achten om het uit te spreken,” evenzo zouden verlichte Christenen vandaag moeten doen.

 

Nochtans, de meest oude en geheiligde Hebreeuwse naam van God was gewoonlijk niet alleen nooit uitgesproken, maar was zelf zo gespeld in een afgekorte vorm dat het niet uitgesproken kon worden; zelf zo dat de originele uitspraak niet bekend is. Wat we zeker weten is de

 

Medeklinkers Vorm, Yhwh, Yvh, of Yhv.

 

De afgekorte vorm van de naam maakte het voor de vertalers moeilijk om een uitspreekbaar woord te spellen. Ze kozen er daarom voor om toe te voegen dat gene wat ze dachten dat de missende klinkers waren. De eerstvolgende lettergreep term waarover ze het algemeen eens waren was Jah. Andere afgeleiden waren verschaft door verschillende vertalers. Yahweh, Yahowah, of Yahovah werden geformuleerd om bepaalde talen te schikken. Daarom elke geïmproviseerd schrijven dat uitgaat om de onuitsprekelijke Naam op te maken, mag feitelijk toch uiteindelijk niet de Hebreeuwse zijn!  (Zie Funk and Wagnall’s Standard Dicitionary, definitie “Jehovah.”)

Als de originele naam theorie juist is bewezen, is er op zekere wijze

 

Niets om de Verandering te Voorkomen.

 

Daar we niet meer dan wat dan ook juist willen zijn in alle dingen, zou het daarom een zonde zijn om de Godheid in elke taal anders dan de Hebreeuwse aan te spreken, zouden wij meteen en zonder aarzelen onze verbale wijze van Hem aanspreken veranderen.

Maar zoals de zaken nu staan, zijn wij niet in staat om enige enthousiasme te delen betreffende zo een oorspronkelijke naam theorie, en het welk van de waarheid en waarde toe te schrijven welke sommige ons willen laten geloven, dat het verstelt, maar ook zijn wij meer dan ooit tevoren overtuigd de Heer niet aan te spreken met Zijn gepaste naam. In feite moet iedere volledig wakkere Christen, die oprecht de Heer dient, duidelijk zien dat om zich te schikken aan zo een theorie is, de heiligen er toe te brengen de Schepper te beledigen door Hem aan te spreken met Zijn Werkelijke Naam in plaats van met Zijn titel, en ook om te lijden onder het onheilspellend resultaat van enthousiastelingen worden over een of ander zo aanlokkelijk theorie dat ze praktisch die waarheden uitsluiten die essentieel zijn voor hun zaligheid.

Laat ons daarom

 

Toegeven:

 

Dat deze feiten voor altijd de beweging krachteloos maken dat nu in aantocht is om zich te ontdoen van het gebruik van de Christen van de titels God, Heer, Christus, etc: want om het op te geven om de Godheid met de titels aan te spreken, welke Hij heeft ingesteld in de verschillende talen, zou een nederlaag voor God betekenen en een overwinning voor de afgoden! Zulke misleidende bewegingen zouden moeten zijn

 

Een les.

 

Alle tegenwoordige waarheid gelovigen zouden nu de noodzaak moeten inzien van het mijden van allerlei winden van leer ongeacht hoe aannemelijk of redelijk het mag schijnen te zijn. Onthoud de woorden ” Zie, deze die uitgegaan zij naar het Noorderland, hebben Mijn Geest doen rusten in het Noorderland.” (Zie p. 27 van Tract nr. 2, The Warning Paradox,–Zach. 6: 1-8). Haal uw leerstelling Broeder, Zuster alleen van de Gouden Schaal! (zie The Shepherd’s Rod, Vol. 2), en wees niet als de golven van de zee, gedreven en geslingerd door de wind—wordt niet meegevoerd door de vele winden van leer die wild waaien vanuit ieder richting om te veroorzaken dat jij je weg kwijtraakt naar het eeuwige koninkrijk.

 

——————–0—————–

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



De Symbolische Code

Nieuws Artikel

Deel Een   

                                                                                      Nr. 13

                                                                                          juli 1935

 Waco, Texas

TER CORRECTIE

  In Het Belang Van Het Z.D.A. Kerkgenootschap      

ONS LANG VERWAARLOOSDE WERK

 

Het is lang het gehuil en de roep van onze geliefde Zevende Dag Adventisten broeders en zusters geweest, dat met al de grote medische instituten, die de wereldbol omgorden, velen van hen hier in de Verenigde Staten, toch binnen de gelederen van ons volk de voordelen die ontleend kunnen worden, worden ontkend, van genoemde instituten, vanwege de verkeerde genezingsprincipes, onbetaalbare prijzen, en liefdeloos management. {1SC13:1.1}

De schuld van deze situatie waarmee de kerk geconfronteerd wordt, die haar verwaarlozing, al deze jaren uitbeeld, moet door ons allen gedeeld worden, die een deel zijn geweest, van deze grote beweging, die God terug in de vroege veertiger jaren van de vorige eeuw in deze wereld van zonde lanceerde. {1SC13:1.2}

Als men de Bijbel en de Getuigenissen bestudeerd, kan men niet falen om te zien, dat God een plan heeft voor het zorgen van Zijn eigen onfortuinlijken, of van ziekte of ouderdom, of vanwege financiële reserves en wij die voorgeven te geloven  dat de “Heer in dit laatste werk op een manier zal werken die heel erg ongewoon is aan de normale gang van zaken, en op een wijze  die tegengesteld is aan menige menselijke planning,” worden nu met de vraag geconfronteerd. “Testimonies to Ministers,” p. 300. Maar wij zouden ook inderdaad lafhartig zijn aan datgene dat ons is toevertrouwd, die belijden Gods boodschap van “tegenwoordige waarheid,” te hebben geaccepteerd, die oproept tot een “Grote hervormingsbeweging onder Gods volk,” als wij zouden toestaan dat deze toestand ongewijzigd blijft. Zullen wij voortgaan, om plannen te maken, en volgen in de voetsporen, van hen die dit belangrijk werk verwaarloost hebben? {1SC13:1.3}

De tijd, de noodzaak, en de boodschap zelf, allen bestaan uit een bazuingeschal aan het overblijfsel, om “Op te staan en voort te schijnen (144.000); want uw licht is gekomen, en de heerlijkheid des Heeren is over u verrezen,” en als wij op dit late uur falen, hoe zullen wij dan onze eigen geliefde broeders en zusters beantwoorden, onze medemens in de wereld over ons, en boven al, de toeschouwende engelen, en hun liefhebbende Bevelhebber, wiens werk wij openlijk in betrokken zijn? {1SC13:1.4}

Dat dit kerkgenootschap de Laodiceaanse kerk is, ontkend niemand, dat wij als een kerk, zijn afgeweken van het volgen van Christus “onze,” “Leider,” ( “Getuigenissen voor de kerk,” Dl. 5, p. 217) zijn wij het allemaal over eens. Dat “twijfel en zelf ongeloof in de getuigenissen van de Geest van God, onze kerken overal binnensluipt,” (id) durft niemand in twijfel te trekken. Wat rest ons dan te doen, geliefde vrienden in “tegenwoordige waarheid?” Is het niet hoog tijd te doen als iemand van ouds, door terug te keren naar de “oude landpalen” waarvan de dienstknecht van de Heer zegt, dat “wij zijn afgedwaald?” “Getuigenissen voor de kerk,” Dl. 5, p. 137. De Evangelie profeet zegt verder: {1SC13:1.5}

“Is het niet, dat gij de hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt? Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten, en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEREN zal uw achtertocht wezen. Dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden, gij zult schreeuwen en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben ik. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken des vingers, en het spreken der ongerechtigheid; En zo gij uw ziel opent voor de hongerige, en de bedrukte ziel, verzadigt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag. En de HEERE zal uw geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zij as een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.” (Jes. 58: 7-11) {1SC13:1.6}

Als Mt. Carmel Center, haar naam eer aandoet, en als een antitype staat van die oude heuvel waar God Zijn volk van ouds riep om te bewijzen wie de ware God is, dan moeten wij die op zo een hoge wijze bevoorrecht zijn, om onder de gekozen pioniers te zijn voor de mars opwaarts naar de berg, heel zeker moeten zijn dat wij meer kunnen doen dan alleen maar zeggen: “De Here, Hij is God, De Here, Hij is God,” zodat wij niet vallen onder de veroordeling van de valse profeten, die geslacht werden aan het eind van de gedenkwaardige dag, toen Eliah de profeten van de Baal op de oude berg ontmoette, dezelfde naam dragend die wij hebben gekozen, waar wij nu getoetst worden, of wij God zullen volgen of de Baal. {1SC13:1.7}

Sprekend van hen die verwachten de “Luide Roep,” te geven, en de noodzakelijke voorbereiding die gemaakt dient te worden, zegt de dienstknecht van de Heer: “Ik werd getoond, dat als Gods volk van hun kant geen moeite doet, maar wacht dat de verfrissing over hun komt, en hun verkeerdheden te verwijderen en hun fouten te corrigeren; als ze daarvan afhankelijk zijn om hun van vuilheid van het vlees en de geest te reinigen, en hun geschikt te maken om deel te nemen aan de luide roep van de derde engel, zullen zij tekort schieten.” – “Testimonies for the church,” Vol. 1 p. 619. {1SC13:2.1}

Rechtstreeks sprekend tot het kerkgenootschap, over wat hen getoond was betreffende de zorg van onze eigen mensen, toonde de Heer de fouten aan van degene die de leiding hadden over het Gezondheidsinstituut in de volgende taal: “Toen ik degene zag die leidinggaven en dirigeerden, in de gevaren lopen die mij getoond waren, waarvan ik hen openlijk had gewaarschuwd, en ook in privé gesprekken en brieven, kwam er een enorme last over mij. Datgene wat mij getoond was, als een plaats waar de lijdende zieken onder ons geholpen konden worden, was er een waar opoffering, vriendelijkheid, geloof en vroomheid de overheersende principes zouden moeten zijn. Maar wanneer ongekwalificeerde oproepen werden gedaan, voor grote sommen geld, met de bewering dat aandelen genomen, grote percentages zouden uitbetalen; toen de broeders en zusters die functies bekleden in het instituut, meer dan gewillig waren om grotere beloningen te nemen, dan diegene de daarmee tevreden waren, in andere en in soortgelijke belangrijke stations in de grote zaak van waarheid en hervorming bekleden; toen ik met pijn te weten kwam dat om het instituut populair te maken, met diegene die niet van ons geloof waren, en om hun partnerschap te verzekeren, een geest van compromis snel voet aan de grond vond binnen het instituut…toen ik deze dingen zag, zei ik, dit is niet datgene wat mij als een instituut voor de zieken, werd getoond, hetgeen de bemerkbare zegeningen van God zou delen. Dit is een ander ding” – “Testimonies for the Church.” Vol 1. Pp. 633-4{1SC13:2.2}

Dan, na enkele van de dingen die haar hart zorgen baarden te hebben geciteerd, geeft Zr. White de volgende bemoedigende woorden: “Met de zegening van God, kan en zal dit gedaan worden. Id. p. 635. Onze aandacht roepend, tot het feit dat de ‘gezondheidshervorming,” een deel van ons werk is, geeft de Heer de volgende verdere instructies met de stekende vermaning: {1SC13:2.3}

“De broeders en zusters die aan het hoofd stonden van dit werk hebben een oproep gedaan bij onze mensen voor middelen, op de gronden dat de gezondheidshervorming een deel van het grote werk is dat verbonden is met de derde engel boodschap. Hierin zijn zij juist geweest. Het is een zijtak van het grote liefdadigheids- vrijwillige- opofferende goedaardig werk van God. Waarom zouden deze broeders dan zeggen: ‘ Aandelen in het Gezondheidsinstituut zal een ruim percentage betalen, ‘het is een goeie investering, ‘een betalend ding’?”—Ib.{1SC13:2.4}                                  .

Terwijl het helder is dat de Heer het goedkeurt dat onze mensen aandelen nemen in het Gezondheidsinstituut, welke voornamelijk een plaats ten dienste van onze eigen mensen moest zijn, heeft Hij het toch nooit ontworpen om als een aansporing te moeten worden aangeboden voor diegene die zulke aandelen willen verkrijgen, dat dividenden hen ten deel zouden vallen, want dit zou alleen een geest van zelfzuchtigheid en handel inbrengen, wat wij nu zien, en zo dus het plan van God zwaarder maken voor de waardige armen onder ons, en tevens hen ongeschikt maken voor het grote werk waarvoor onze medische instituten waren opgericht. {1SC13:2.5}

Hoewel dit plan voor het verkrijgen van aandelen in het eerste Gezondheidsinstituut onder ons werd goedgekeurd door de Heer en klaarblijkelijk bedoeld was om een model te zijn voor allen die later opgericht zouden worden, wist Hij toch heel goed dat er diegene zouden zijn die niet in staat zouden zijn te doen, wat zijn wensten te doen en woorden van advies zijn opgetekend om zulke gevallen in te dekken. “Velen die aandelen hebben genomen, zijn niet in staat het te doneren. Sommige van deze personen lijden, door precies dat geld dat ze geïnvesteerd hebben in aandelen.”—Id. 639. {1SC13:2.6}

Het zou goed zijn voor allen om het gehele hoofdstuk te lezen beginnend op blz. 633 en eindigend op 643, welke een volledig plan geeft voor het “grote liefdadigheids- vrijwillig, offerend goedhartig werk van God,” dat nog nooit is gedaan, zoals God het ontworpen heeft dat het zou moeten zijn, en stel jezelf dan de vraag: ‘Is het nu te laat om te doen wat God heeft gezegd, want meer dan zeventig jaren zijn voorbij gegaan sinds het betreffende licht tot ons kwam? {1SC13:2.7}

Als wij zeggen dat het te laat is, hoe zullen wij dan de brandende woorden beantwoorden, van de Meester Arbeider wanneer ze worden uitgesproken: “ Want ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling; en gij hebt Mij niet geherbergd; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed, krank en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht.” (Matt. 25: 42,43) Zal ons antwoord aan de Meester zijn’ Wij zijn zo bezig geweest om onze eeuwige doelen te verzamelen, dat wij onze Christelijke hulpwerk aan de liefdadigheid van Staat en Gemeente hebben overgedragen, en aan andere minder dure instituten? Onze inst—ERRATA?? {1SC13:2.8}

Met het oog op deze trieste verwaarlozing, die een verwijt heeft gebracht op de eerlijke naam van de Z.D.A. kerk, aan wie de gezegende “bediening van genezing,” was gegeven, tezamen met het overvloedige licht op praktische godsdienst zoals zo duidelijk was voortgezet in de geïnspireerde geschriften, zouden wij dan niet vastbesloten in de vreze des Heren plannen om de “tijd te benutten,” door gehoor te geven aan deze lang verwaarloosde oproep, en stappen in het licht van deze grote “rechter arm,” van de Derde Engel Boodschap, openbarend aan de hemelse toeschouwers, evenals aan de mens, hoe het evangelie uitgeoefend dient te worden, door diegene die verwachten te zijn onder diegene, die zich aan het voorbereiden zijn om te helpen de Luide roep te geven? {1SC13:3.1}

Aangezien God een reine kerk zal hebben, waarin Hij het ontelbare gezelschap zal verzamelen door de stem van de hemel, zeggende: “Komt uit haar Mijn volk, dat gij geen deel hebt aan haar zonden, en dat gij niet ontvangt van haar plagen,” waar gezorgd zal worden voor de geestelijke noodzakelijkheden; zal Hij niet voorzien in de manier waarbij de fysieke noden daartoe zullen worden bediend?  Net zoals Hij in dit werk door menselijke instrumenten tot stand zal brengen, zal niemand tekort schieten om in te gaan in zulk een hoge en verheven dienst. {1SC13:3.2}

Alles wat hierboven is gesteld, heeft tot doel om “uw reine verstand op te wekken door herinnering,” en om uw harten te ontlasten met betrekking tot dit belangrijke werk. Wij zullen blij zijn om te horen van de lezers van de Code, over hoe u zich voelt voor het ondernemen van zo een nobele dienst, voor de “armen, de verminkten en de kreupelen en de blinde,” van de “straten en de wijken van de stad,” evenals voor hen van “de wegen en de heggen.” {1SC13:3.3}

——————————————–

AFVALLIGHEID VANUIT EEN ANDERE HOEK

Waar bestaat “afvalligheid,” eigenlijk uit? Is het niet om af te wijken van welk godsdienstig lichaam dan ook, of het nou van de Zevende Dag Adventisten is, of enig andere kerkorganisatie? {1SC13:3.4}

Geen van ons geniet ervan om met afvalligen geclassificeerd te worden, en toch geeft ieder van ons openlijk toe dat we zijn afgeweken van vele van de hoge standaarden die de Z.D.A. kerkgenootschap karakteriseerden in haar vroege jaren, en die duidelijk voorgezet waren in de Bijbel en de Geest der Profetie, en dus met deze oprechte erkenning van onze zijde, zeggen wij niet nagenoeg dat wij afgedwaald zijn op vele punten van ons geloof? {1SC13:3.5}

Misschien in geen enkel opzicht, zijn wij meer beslister afgeweken dan op de manier waarom wij ons in het huis van God gedragen, want bijna overal is het een plaats geworden voor het gewone soort bezoek, van goedkoop en onzinnig gepraat, waarvan alles veroordeeld word in het volgende: {1SC13:3.6}

“ Wanneer de aanbidders de plaats van de bijeenkomst binnengaan, moeten ze dat met decorum (fatsoensnormen) doen, rustig naar hun zitplaats gaan. Als er een verwarming in de kamer is, hoort het niet, dat men zich daarom heen verdringt op een lakse, zorgeloze houding. Algemene gesprekken, fluisteren en lachen zou niet toegestaan moeten worden in het huis van aanbidding, noch voor noch na de dienst. Hevige actieve vroomheid moet de aanbidders karakteriseren. {1SC13:3.7}

“Als men een paar minuten moet wachten voordat de bijeenkomst begint, laat men dan een ware geest van toewijding behouden door stille meditatie, het hart opgeheven houden tot God in gebed, dat de dienst tot een speciaal voordeel mag zijn voor hun eigen harten, en mag leiden tot de overtuiging en bekering van andere zielen. Ze moeten onthouden dat hemelse boodschappers in het huis zijn…Het fluisteren en lachen en praten, wat zonder zonde mag zijn in een gewone zakelijke plaats, moet geen goedkeuring vinden in het huis waar God aanbeden wordt.”—‘” Testimonies for the Church.” Vol. 5, 492{1SC13:3.8}

“Ouders verhoog de Christelijke standaard te midden van uw kinderen: ..leert hen om de hoogste eerbied voor het huis van God te hebben, en te begrijpen, dat wanneer ze de Heer zijn huis betreden, het moet zijn met harten die verzacht zijn en ondergeschikt gemaakt door gedachten als deze: “God is hier, dit is Zijn huis. Ik moet reine gedachten en de heiligste motieven hebben. Ik moet geen trots hebben, nijd, jaloezie, kwade bedenkingen, haar of misleiding in mijn hart, want ik kom voor het aangezicht van de heilige God…{1SC13:3.9}

“Broeders en zusters, wilt u niet een beetje aandacht weiden aan dit onderwerp”? Id. 494. {1SC13:3.10}

De bovenstaande citaten zijn te duidelijk om commentaar te behoeven en met het oog op het feit dat wij allemaal schuldig staan voor God, en gedwongen zijn te bekennen dat wij afgeweken zijn deze hele belangrijke zaak, zullen wij dan geen acht slaan op de laatste bemoediging die boven vermeld is door heel beslist aandacht te schenken aan “dit onderwerp,” en erop toezien, dat onze bijeenkomsten worden gekarakteriseerd door een ware geest van aanbidding, gevrijwaard van iedere vorm van gewoon bezoek en conversatie, zodat de Geest van God niet uit onze bijeenkomsten weg grieven, en ze zo de meest hulpvaardige maken voor hen die met ons komen aanbidden? Wij die belijden de hervormingsboodschap te hebben zouden een voorbeeld moeten stellen voor hen, waarvan wij verwachten dat zij tegenwoordige waarheid zullen omarmen. Vandaar dat wij, die in het licht staan de bovenstaande bemoediging het meest onbuigzaam zouden moeten toepassen, of het nou in een gescheiden bijeenkomst van tegenwoordige waarheid is, of in de Z.D.A. kerken. De verantwoordelijkheid rust op degene die de leiding daarover heeft en diegene, moet erop toezien dat de bovenstaande instructies worden uitgevoerd. {1SC13:3.11}

—————————————-

DE BOODSCHAP IN CALIFORNIA

Een paar keren in het verleden, enkele maanden geleden, zijn er brieven ontvangen van andere delen van het veld, die informeerden of het waar was zoals gerapporteerd door de conferentie werkers, dat het werk van de HStaf, uitgestampt was n Zuid California. Wij hebben getracht om de nadruk te leggen op een ontkenning van dit valse verslag, maar blijkbaar heeft de demoon twijfel, die in sommige gevallen is opgewekt, niet zo gemakkelijk neergehaald worden, door een rechtstreekse ontkenning, dus voelen wij ons verplicht, ten behoeve van de waarheid en zij die daarbij betrokken zijn, om een paar bewijzen op te voeren, om de totale valsheid van dit type van propaganda te bewijzen. {1SC13:4.1}

De schrijver is onofficieel geadviseerd, dat de deuren van alle kerken binnen de Zuid Carolina Conf., door hem zijn gesloten in opdracht van de president van de Conferentie. Aangezien er veel kerken in dit gebied zijn, en daar hij slechts een van hen tegelijk kan bezoeken, en niet in staat is uit eerste hand de waarheid van de vermeende verbod te verifiëren, maar voor zover zijn ervaring zich in dit geval strekt, is hij overtuigd, dat het verslag van deze uitsluiting correct is, Sabbat na Sabbat en Woensdag na Woensdag (behalve in een of twee gevallen in elke instantie) heeft hij het nageleefd, door alleen op de stoep te blijven. {1SC13:4.2}

In de Lincoln Park kerk heeft de predikant twee weken lang, zelf de meest vernietigende tirades geleverd tegen de HStaf, elke keer verlagend naar de dieptes van verhandelen van actuele verslagen, de goede namen besmeurend van prominente werkers in de zaak van tegenwoordige waarheid. Hij is zelf zo ver gegaan door zo betreurenswaardig laag te bukken, en de goedkeuring van het verstoten van de Sabbat School lijst van de namen van onschuldige eerste klassers, waarvan de ouders en oudere zusters, die de verzegelende boodschap hebben geaccepteerd en moedig daarvoor staan. {1SC13:4.3}

Er staat geschreven:” En zo wie zodanig een kindeken ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij. Maar zo wie een van deze kleinen die in Mij geloven, ergert, het ware hem nutter, dat een molensteen aan zijn hals gehangen, en dat hij verzonken ware in de diepte der zee….Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht.” (Matt. 18: 5, 6, 10) “God heeft mij getoond, dat deze mannen (in verantwoordelijke posities) Hazaels zijn om ons volk tot een gesel (plaag) te zijn. Zij zijn wijzer boven wat er geschreven staat.”—“Getuigenissen voor de kerk.” Deel 5. p. 79. {1SC13:4.4}

Voor mij liggen twee getypte brieven van ieder twee bladzijden lang. Ze komen uit de hand van de predikant van de grote Glendale kerk. De eerste is gedateerd 30 mei en de tweede 2 juli 1935, en het is gemeld, dat een derde nog moet komen. Beiden zijn geadresseerd aan de lidmaten van de kerk. En als brieven van bedrog en valsheid, overtreffen zij bijna alles wat ze tot nu toe voor handen hadden. Als de schrijver nadenkt over hun inhoud, neemt zich een bijna onuitsprekelijke ongelovigheid bezit van zijn verstand, die de vraag doet rijzen: “ Is het mogelijk, dat zulke mensen onder ons zijn?” Het enige antwoord dat gegeven kan worden wordt gevonden in deze bevreesde woorden in “Testimonies to Ministers,” p. 409:  “Laat de zoon van bedrog en valse getuigenissen, onthaald worden door een kerk die groot licht heeft ontvangen, groot bewijs en die kerk zal de boodschap die de Heer heeft gestuurd verwerpen en de meest onredelijke beweringen en valse veronderstellingen ontvangen. Satan lacht om hun dwaasheid, want hij weet wat waarheid is.” {1SC13:4.5}

Als deze brieven een algemene circulatie gegeven konden worden, zouden zij snel de ogen van de oprechten openen. Ons doel hier is echter, alleen om daarvan te bewijzen, dat de HStaf als het dood was, het meest problematische dode ding is, dat ooit Israël problemen heeft bezorgt. Het volgende kletsverhaal bekentenis is het tweede hoofdstuk van het eerder genoemde schrijven: {1SC13:4.6}

“De afgezanten van afvalligheid, zijn recentelijk nog actiever geworden in onze kerk, trachtend om weer onder ons datgene te zaaien wat de Generale Conferentie Committee en het gehele lichaam van ons volk dwaling en ketterij te zijn, hebben verklaard.” {1SC13:4.7}

Nu zijn wij aangezet door het volgende citaat, te informeren, hoe een lijk kan zaaien, en waarom de doden zo gevreesd worden, dat ze het plakkaat krijgen in het huis van diegene die geloven dat dode mensen niet weer kunnen lopen? Dit zijn geen bespottingen; dit zijn bewijzen dat Spiritisme binnen de gelederen van onze kerkgenootschap is, liegende geesten en tovenaars die piepen en mompelen bedienen aan het altaar van propaganda. Wij als hervormers behouden ons: “ Tot de wet en tot de getuigenis; indien zij niet spreken naar dit woord, is het omdat er geen licht in hen is.” Is het noodzakelijk om meer te zeggen als valsheid en misleiding te uiten over de propaganda dat de HStaf een lijk is in Zuid Carolina? {1SC13:4.8}

Oh de tragedie van dit alles! Een natie die op het punt staat verloren te gaan. Broeders en zusters, hebben wij alles nagelaten hen Hem aangenomen? Grenzen onze levens aan hen die neigen naar de onherroepelijke nacht van verdoemenis, een brief die leest met Paul-achtige oprechtheid en liefde dat: “Ik zal zeer gaarne de kosten, en voor uw zielen ten koste gegeven worden; hoewel ik u overvloediger beminnende weiniger bemind worde.” Dit is de liefde, die “een breuk zal maken tegen de beletselen van Satan,” en verlossing zal brengen voor het overblijvend volk van God. Het is alles wat ons nu zal baten.  Het is het begin van dat karakter, welke de Geest der Profetie, beschilderd in de volgende woorden, waar wij allen, diepzinnig voor horen te bidden, dat zij een beeld van onszelf zijn: {1SC13:5.1}

“De man die van God houdt, meet zijn werk niet aan het acht uren werk systeem. Hij werkt te allen tijd, en is nooit vrij. Als hij in de gelegenheid is, doet hij goed. Overal, altijd en overal, vind hij een gelegenheid om voor God te werken. Hij draagt een geur met hem waar hij ook gaat. Een heilzame atmosfeer omringt zijn ziel. De schoonheid van zijn goed geordende leven en goddelijke conversaties inspireert in anderen geloof en hoop en moed.” – “Testimonies for the Church.” Vol. 9, p. 45. {1SC13:5.2}

M.J. Bingham

Glendale, California.

—————————————————

ZULLEN ONZE JONGE MENSEN STAAN?

Een brief recentelijk ontvangen door een van onze jonge mensen, geschreven door een andere die recentelijk met haar ouders, een persoonlijk onderzoek gedaan heeft naar de boodschap die de HStaf bevat, en zich verheugd in de prachtige waarheden, gevonden in deze tegenwoordige waarheid voor de kerk en geeft een verslag van sommige van haar ervaringen, die openbaart hoe sommige van onze jonge mensen, net zo gewillig zijn te “staan ter verdediging van waarheid en gerechtigheid, wanneer de meerderheid ons in de steek laat, de strijd des Heeren te strijden, wanneer kampioenen weinig zijn,” als diegene van ons die ouder zijn. {1SC13:5.3}

Deze jonge dame in een gesprek van hart tot hart, met haar vrienden waar zij aan schrijft, verteld hoe teleurgesteld ze recentelijk was, toen andere jonge mensen, leden van een familie, waaraan de ouders van deze jongedame de Z.D.A. boodschap hadden gebracht, niet meer tot haar spraken, maar de moed van haar hart, werd uitgedrukt in de volgende woorden: “ Zij waren de laatste mensen op aarde, waarvan ik zou denken dat zij ons koud zouden behandelen, want zij waren ons altijd dierbaar. Mijn gunst, ze hielden zoveel van ons! Maar het doet vreselijk pijn, als je vrienden je voorbij gaan. Ik hoop dat ik spoedig in staat zal zijn, om mijzelf boven dit alles te plaatsen, zodat ik, mij niet zo slecht zal voelen over zulke dingen.” {1SC13:5.4}

De nobele wens van de zijde van deze jongedame, die zo een hoogte van Christelijke ervaring verkregen heeft spreekt luider voor de HStaf boodschap, meer dan iets anders kon. Het openbaart echter wel het feit dat God een boodschap heeft voor Zijn kerk in deze huidige tijd, waarvan wij geloven, dat het, het getij van de achterdeur uitgangen, waar de leiders van onze jonge mensen overal, vele jaren naar verlangd hebben te zien. {1SC13:5.5}

Om de zwakheid aan te tonen van iemands argument tegen de HStaf boodschap, die toegeeft aan het bekritiseren van de boodschappers, verklaart deze jonge dame aan haar vriend dat al de verhalen, die verteld zijn over de schrijver van de HStaf series van boeken en traktaten, geen enkel gewicht, dan ook in de schaal leggen voor haar, want zij is te weten gekomen, dat soortgelijke kritiek over haar en haar familie, worden gemaakt vanwege hun aanvaarding van de boodschap van tegenwoordige waarheid. {1SC13:5.6}

Aldus zien wij dat onze jonge mensen, wanneer zij de gelegenheid gegeven worden, een oprechte boodschap zullen accepteren en hun leven eraan conformeren, net zoals zij die ouder in jaren zijn. En laat ons ook onthouden, dat “eerlijkheid het langst duurt,” en zullen wij ook niet aangemoedigd worden door wat deze jongedame geschreven heeft aan haar vriend, met betrekking tot de dwaasheid van het aanvallen van karakter, met de bedoeling om Gods waarheid te vernietigen? {1SC13:5.7}

Waarlijk, de Meester moet sommige van onze jonge mensen hebben gezien, als Hij die treffende profetie uitte toen Hij zei: “de werken die Ik doe zal Hij ook doen, en grotere werken dan deze zal Hij doen.” Wij geloven dat het uur volledig is aangebroken, wanneer vele van onze jonge mensen in de Z.D.A. kerk, gaan demonstreren dat de Heer hen geroepen heeft, om net zulke grote ondernemingen te doen, als Jozef en Daniel van ouds. Moge de Heer de jonge mensen zegenen die hun standpunt innemen voor tegenwoordige waarheid. {1SC13:5.8}

EEN ANDERE BESPOTTINGS PROCEDURE

Broeder A.E. Johnson, die met zijn vrouw, recentelijk hun kerklidmaatschap in een van de kleine kerken van Oost Tennessee zijn kwijtgeraakt, sturen het volgende verslag met betrekking tot de oneerlijke manier waarop deze kerkprocessen worden uitgevoerd: {1SC13:6.1}

“Wij hebben het hoogtepunt in onze geliefde kleine Cumberland Mountain kerk bereikt. De HStaf boodschap heeft een schudding gebracht voor allen van ons, die het een ernstige, persoonlijke studie hebben gegeven…Behalve de Unie en de plaatselijke presidenten, waren er twee andere conferentie medewerkers aanwezig, met vijftien van onze dertig leden, die deel uitmaken van de Monteagle kerk.” {1SC13:6.2}

Nadat er een behoorlijke tijd besteed was aan het verwoed verwerpen van de HStaf, als zijnde in tegenstelling tot goed verstand en oprechtheid, en te verklaren dat het erger is dan Rooms Katholicisme, begon de Unie president, tegengesteld aan goede vormen en Christelijke beschaafdheid, een scheldkanonnade over ouderling E.T. Wilson, die vanzelfsprekend niet aanwezig was om zichzelf te verdedigen. De opmerkingen gemaakt door de ouderling, waren berekend om een ieders vertrouwen in Br. Wilson te vernietigen, die een persoonlijke onderzoek gedaan had naar de HStaf, en gevonden had dat het in volmaakte harmonie was met de Bijbel en de Getuigenissen, en die het aanvaard had als een boodschap van God, zelf ten koste van zijn positie. {1SC13:6.3}

“De spreker herinnerde ons dan eraan dat de HStaf boodschap door de Generale Conferentie Comité, was afgehandeld, en dat elke kerk die weigert om de HStaf gelovigen weg te stemmen, zou worden opgedoekt.” Hij verwees ernaar als, “Gods programma, zodat wij een reine Z.D.A. kerk, konden hebben.” {1SC13:6.4}

“De ouderling diende toen een voorstel in met de volgende woorden: ‘Allen die tegen dwaling zijn die wordt geleerd door de HStaf, en voor alle waarheid geleerd door het kerkgenootschap, sta alstublieft op.’ Bijna allen stonden op, inclusief mijzelf, want ik ben tegen alle dwaling, die geleerd wordt door de HStaf en voor alle waarheid geleerd door dit kerkgenootschap. Het tweede voorstel dat aan ons werd voorgelegd was,’ Allen die geloven in en voor de leerstellingen van de HStaf waren, sta op.’ Slechts twee, mijn echtgenote en ik stonden op bij het laatste voorstel{1SC13:6.5}                                  .

“Er werd toen een motie uitgeroepen, om onze namen van de kerk verslagen te verwijderen, maar degene die de motie ondersteunde vroeg, dat ik de tijd gegeven kon worden om mijn standpunt te herroepen. Ik verzocht toen tien minuten de tijd, waarin ik voor de kerk een toelichting kon geven. Mijn verzoek werd ingewilligd en ik zei: {1SC13:6.6}

“Mijn dierbare broeders en zusters, ouderling Wilson moet niet vervolgd worden door deze kerk; maar mijn echtgenote en ikzelf zijn degene wiens lidmaatschap in twijfel worden geroepen. Ik vraag u vriendelijk ons niet te oordelen aan de hand van de punten die de spreker u heeft voorgehouden. Vergeet wat hier deze avond is gezegd en beslis dan vanuit dezelfde principes die de kerk hanteert, wanneer zij leden in haar gemeente opneemt; dat is, of mijn echtgenote en ik in overeenstemming zijn met de fundamentele principes van ons geloof. Als wij dat zijn dan pleit ik met u dat u ons toestaat leden van deze kerk te blijven, maar als wij dat niet zijn, stem ons dan weg.” {1SC13:6.7}

Het gelijkenis van de tarwe werd toen gelezen door de broeder die berecht werd en een commentaar van “Testimonies to Ministers,” p 47, zodat de kerk iets mocht hebben om hen te leiden, in de actie die genomen zou worden. Hier volgt het citaat van “Testimonies to Mininsters,”: “De Heer verbied ons, op welke gewelddadige manier dan ook, hen waarvan wij denken dat zij dwalen te vervolgen, en wij mogen niet handelen met uitbanning en afwijzing van diegene die verkeerd zijn. {1SC13:6.8}

“Sterfelijke mensen zijn gewend karakter verkeerd te beoordelen, maar God laat het werk van oordelen en verkondigen van karakter, niet over aan hen die daar niet geschikt voor zijn. Wij mogen niet zeggen wat tot het tarwe hoor en wat tot het onkruid. De tijd van de oogst zal volledig het karakter bepalen van de twee groepen die gespecificeerd worden onder het symbool van het onkruid en het tarwe. Het werk van scheiden is gegeven aan de engelen van God en niet toegewezen in de handen van enig mens. {1SC13:6.9}

Br. Johnson vervolgde door te zeggen; “ Zij die tegen de HStaf zijn, houden vast dat de oogst na de afsluiting van de genadetijd is, terwijl de HStaf boodschap vasthoudt dat het voor de afsluiting van de genadetijd is. Desalniettemin aangezien onze geliefde broeders en zusters trachten te beslissen wie het tarwe en wie het onkruid is, bevestigd dat de oogst nu gedurende de genadetijd is; maar in plaats van het werk van scheiden in de handen van de engelen van God te laten, zoals de Meester heeft gezegd en zoals de HStaf leert, nemen zij het werk van de engelen in hun eigen handen. De zaak is voor u, moge God u leiden.” {1SC13:6.10}

“Ouderling_____________ scheen ietwat rusteloos tijdens mijn slotopmerkingen, en zo gauw als ik gezeten was, stond hij op, en verklaarde dat zij niet zouden staan om beschuldigd te worden van gewelddadigheid in het handelen met HStaf gelovigen en ontkenden dat zij aan het beslissen waren tussen tarwe en onkruid… Maar nadat hij klaar was stelde ik dat mijn begrip van onkruid, geen verwijzing waas van hen die in open zonde leefden, of in tegenstelling tot de principes van ons geloof. De kerk heeft volledige macht om te handelen tegen degene die in open zonde leven, maar wanneer je verder gaat dan dat, dan neem je een verantwoordelijkheid op je die ‘God niet heeft overgedragen in de handen van enig man.” {1SC13:6.11}

“Zuster Johnson, werd de gelegenheid gegeven te spreken en zei: ‘De HStaf boodschap heeft mijn geloof in de Bijbel en de Getuigenissen versterkt, en als het dat heeft gedaan, kan ik niet zien hoe het mij kan schaden.” {1SC13:7.1}

“Zonder verdere opmerkingen werden de stemmen genomen, en van de dertien aanwezige leden, behalve onszelf, stemden ze om ons als leden af te schrijven terwijl de zeven anderen helemaal niet stemden. {1SC13:7.2}

“Door deze uitputtende beproeving heen, werden wij speciale genade van onze Heer Jezus gegeven, en onze harten gingen uit in liefde voor onze geliefde broeders en zusters, die deze uitbanningen tegen gelovigen van de HStaf boodschap uitbrengen, en tegelijkertijd als leden behouden die in tegenstelling leven tot de fundamentele principes van ons geloof. Wij kunnen slechts het gebed vanuit het hart offeren: ‘Vader vergeef hen want zij weten niet wat zij doen.”’ {1SC13:7.3}

Deze ervaring van Broeder en Zuster Johnson leidt ons om wederom te verkondigen: “Oh consequentheid, je bent inderdaad een sieraad.” {1SC13:7.4}

In het voordeel van hen die deelnemen aan deze onheilige feesten en in contact komen met dit kleine blad citeren wij de volgende bemoediging die bewijst dat door hun handelingen, zij een gelijkenis maken van de pauselijke tirannie (een beeld van het beest), waarvan het werk behoord aan het twee-hoornig beest van Openb. 13:11-18 en niet aan de Z.D.A. bediening. {1SC13:7.5}

“Om diegene te bestraffen die verondersteld werden kwaad doeners te zijn, heeft de kerk de burgerlijke macht in de hand genomen. Zij die verschilden van de gevestigde leerstellingen werden in de gevangenis gegooid, gemarteld en gedood, door de beschuldiging van mensen die beleden e handen onder de heiliging van Christus. Maar het is de geest van Satan, niet de Geest van Christus die zulke handelingen inspireert. Dit is Satans eigen methode om de wereld onder zijn heerschappij te brengen. God wordt door de kerk, door deze wijze van handelen met hen die verondersteld worden ketters te zijn, verkeerd voorgesteld. {1SC13:7.6}

———————————————————————————-

ROMEINEN 8: 38,39 VERVULLEND

“Ik ben zo dankbaar dat de boodschap mij heeft gevonden en ik geloof het helemaal, en niets dan de dood kan mij weerhouden van het door te geven aan anderen. De broeders en zusters voeden de kerk met kaf, en vele mensen zijn tevreden ermee, en het schijnt zo moeilijk om hen op te wekken tot de kennis van deze prachtige waarheid en van hun ware toestand. {1SC13:7.7}

“De boodschap zal hen op wekken als wij om de predikanten heen kunnen die gestationeerd zijn als wachters bij de poorten, om het licht van het volk te weerhouden, in plaats van luidkeels te roepen tegen de gruwelen! Moge God hen genadig zijn.” {1SC13:7.8}

Mw. M. Lansdown

Mt. Royal, New Jersey.

————————————————

HEEFT DE DEUR DER HOPE GEVONDEN

Een broeder van lange achting drukte recentelijk zijn diepe waardering uit voor het licht welke toe hem was gekomen, door studie en observatie van de boodschap van tegenwoordige waarheid gevonden in de HStaf series, boeken en traktaten. Om de eigen uitdrukkingen van deze broeder te gebruiken, in een brief aan een van de werkers citeren wij: “Het is een grote voldoening, een groot voorrecht , ja , vreugde voor mij om mijn gezichtspunten en mening uit te drukken over deze boodschap van tegenwoordige waarheid, niet alleen aan u, maar ook aan de kleine kudde, dat samen vergaderd iedere Sabbat middag in Los Angeles. {1SC13:7.9}

“De afgelopen zes maanden, heb ik slechts heel weinig van deze diensten gemist, en op geen enkele moment, was een van hen een teleurstelling voor mij. Waarlijk wij leven in een tijd van groot licht voor hen die naar licht zoeken. Als ik van dag tot dag, kennis neem en mediteer op deze goddelijke voorspellingen en openbaringen, overtuigd het mij dat de boodschap van de Heer is. Het is deze boodschap dat mij de ontbrekende schakel heeft gegeven tot vele van de profetieën, en hoe meer ik ze onderzoek, hoe meer ik zie hoe het zo keurig past in de keten van evangelie waarheid. {1SC13:7.10}

“Vele jaren was ik bezig te kijken en mij af te vragen wat ons als Z.D.A. zou overkomen, zo verstoken van de Geest van God, waarvan alles opgesomd is in de geschriften van de profeten. Vele malen heb ik Z.D.A. mensen zichzelf horen uitdrukken en zeggen: “Oh, als ik leefde in de dagen van Mozes, Daniel en Elia of Paulus, zou ik zeker een van hun volgelingen zijn geweest.’ Terwijl  deze zelfde mensen geleefd hebben in een tijd van de grootste boodschap die de wereld ooit heeft gezien, en het gaat mij echt niet te ver om te zeggen een boodschap groter dan al de boodschappen tezamen gezet, en toch zijn wij blind ervoor geweest. {1SC13:7.11}

“Maar wat nog erger is, is dat onze broeders die de leiding hebben, vastbesloten zijn het licht terug te slaan , terwijl zij in het duister tasten en alles eraan doen om de waarheid weg te houden van het volk. {1SC13:8.1}

“Bij het schrijven van deze opmerkingen ten slotte, het lijkt mij dat Paulus zijn ogen gericht was op dit kleine gezelschap, dat de HStaf boodschap presenteert, toen hij zei: “ Werp dat uw vrijmoedigheid niet weg, welke een grote vergelding des loons heeft…want nog een zeer weinig tijds en Hij Die te komen staat, zal komen en niet vertoeven.’ (Heb. 10:30) ERRATA moet zijn 35,37{1SC13:8.2}

“Ik ben ontzettend dankbaar voor de geliefde zuster die mijn aandacht voor deze boodschap van tegenwoordige waarheid riep. Moge deze weinige regels ieder en elk van u een bemoediging geven. Mijn meditatie en smeekbede is ten behoeve van deze “Slot Waarschuwing.” {1SC13:8.3}

Uw oprechte vriend en broeder

L.W. S.

———————————–

UITGEWORPEN MAAR NIET NEERGEWORPEN

“‘Evenals in de dagen, toen gij uittoogt uit het land Egypte, zal Ik hem wonderen doen zien.”’ (Mic. 7:15) De prachtige overwinningen vastgelegd in het boek van Jozua zullen heel gauw de onze zijn, als wij trouw zijn. Prijs de Heer voor de goede verslagen in de April ‘Code.’ Sommige van ons die uitgeworpen zijn, kunnen in de vertrouwen de volgende kostbare belofte claimen: ‘Of hij ontvangt honderdvoudig terug; nu in deze tijd, huizen en broeders en zusters…. En akkers met vervolgingen.’ (Marc. 10:30) Ongetwijfeld, als het werd voortgaat in het ‘kamp,’ zullen sommige van de ervaringen van Nehemiah de bouwers overkomen. Maar de Heer zal wijsheid geven, nu zoals Hij dat toen deed.’ {1SC13:8.4}

(Getekend) Earl Butterfield

Reedsport, Ore.

————————————–

 

ZIJN WIJ BETER DAN ONZE TYPES?

De aandacht van de wereld is lang geroepen tot de principes van godsdienstvrijheid, verkondigd door de Schrijver van Christelijkheid, en ingelijfd in de artikelen van onze Federale overheid, en die op haar beurt  een deel werd van de Amerikaanse Grondwet, maar een nieuwe dag schijnt te zijn aangebroken, en men wordt geleid zich af te vragen, of wij deze prachtige principes van vrijheid zullen behouden, die ons gegeven zijn als een erfenis van de pioniers van de Advent boodschap, of zullen wij zoals de joden vanouds, iedere boodschap die God mag verkiezen naar ons te sturen verwerpen, en diegene die durven het te accepteren, vervolgen? {1SC13:8.5}

Wij zijn net beëindigd met het lezen van een artikel, gepubliceerd in een van de officiële organen van onze kerk (Z.D.A.), die zacht uitgedrukt, sommige van de meest venijnige uitspraken bevat, die wij in vele dagen hebben gezien. Het vrije gebruik van onwaardige uitingen, schijnt gerechtvaardigd te zijn door de schrijvers ervan, omdat er een groep mannen en vrouwen, verblijft in zijn gebied, die de fundamentele leerstellingen van de Z.D.A. kerk gevolgd hebben, door een persoonlijk onderzoek te maken van de HStaf boodschap, en nu insinueert deze ouderling, dat het “Staatsgesticht,” zulke mensen moet behuizen, en gaat verder door hen als “onstabiel,” en “aasgieren en buizerds,” en “huichelaars,” te verklaren, zijn haat kenbaar makend voor zijn eigen broeders en zusters, die durven voor zichzelf te denken. {1SC13:8.6}

Geen wonder dat Zr. White ons lang geleden verteld dat wij de geschiedenis van oud Israël herhalen en dat wij “veel erger dan hen,” hebben gedaan.” “Testimonies for the church.” Vol. 1, p. 129. {1SC13:8.7}

Sprekend over de “grote zonde,” van onze types, zegt de Geest der Profetie: “De grote zonde van de Joden was het negeren en verwerpen van gegeven gelegenheden. Als Jezus de toestand van Zijn belijdende volgers heden ten dage bekijkt, ziet hij gefundeerde ondankbaarheid, lege vormendienst, huichelachtige onoprechtheid, Farizeïsche trots en afvalligheid.” “Testimonies for the Church/Getuigenissen voor de Kerk Deel 5, p. 72. {1SC13:8.8}

Aangezien deze woorden van verwijt tegen de predikanten zijn, toont het duidelijk de ergste vorm van afvalligheid, die zal oprijzen binnen de kerk en dat niet te midden van de leken, maar door de leiding. {1SC13:8.9}

Dat wij als volk verder onze aanlegplaatsen kwijt zijn, wordt getoond door de volgende woorden: “Wij zijn afgedwaald van de oude landpalen.” Wederom: “De kerk heeft zich gekeerd van het volgen van Christus haar Leider, en is gestaag richting Egypte aan het terugkeren.” – “Testimonies for the Church; Vol 5. pp. 137, 217. {1SC13:9.1}

Het is erg genoeg om schuldig bevonden te worden aan achteruitgang en afvalligheid, maar hoeveel erger is het, wanneer de kerk in haar ‘trieste misleiding,’ zich keert tegen diegene die weigeren de zonden van het moderne Israël goed te keuren, en tracht hun de God gegeven vrijheid te ontkennen, geschonken door de vaderlijke grondleggers van onze gouvernement en aangehangen door de pioniers van deze “Grote Tweede Advent beweging.” {1SC13:9.2}

Is het niet de hoogste tijd om “luidkeels te roepen, en niet te sparen?” {1SC13:9.3}

Moge God ons helpen, die belijden een hervormingsboodschap tot Gods kerk te dragen, om altijd deze prachtige principes van godsdienstvrijheid in onze harten te houden, en niet de fouten van de Joden te herhalen, de Romeinen en van onze eigen broeders en zusters heden ten dage, en tonen door grondregel en voorbeeld, dat wij niet alleen de Gouden Regel onderwijzen, maar ook in praktijk brengen. {1SC13:9.4}

—————————

VRAGEN

Vraag: “Als de verzegelende boodschap van de 144.000 sinds 1929 wordt verkondigd, worden ze nu verzegeld of wordt dat werk later gedaan? Bovendien, als niemand het zegel kan ontvangen zolang hij nog aan het zondigen is, en als sommigen nu al verzegeld worden, zondigen zij dan niet meer?” {1SC13:9.5}

Antw.: Als de verzegeling niet nu gaande is, dan zou de verzegelende boodschap, die wij sinds 1929 dragen, geen tegenwoordige waarheid meer zijn dan de verkondiging van het oordeel van de doden zou zijn vanaf 1844, als de doden niet geoordeeld waren tijdens dezelfde tijdsperiode. Vandaar dat het vaststaat, dat de boodschap en de verzegeling hand in hand gaan evenals de naald en het garen samen reizen totdat de zoom is afgemaakt. {1SC13:9.6}

De Heer draagt de engel met de schrijversinktkoker op om te gaan en, “een merkteken te plaatsen op de voorhoofden van de mannen die zuchten en weeklagen voor al de gruwelen die gedaan worden in haar midden,”—in de kerk—zo dat wanneer de mannen met de slacht wapens beginnen te slachten, zij voorbij gaan aan diegene die het teken hebben. Om te zuchten en weeklagen over de gruwelen is een teken van hervorming, en aangezien hervorming, nooit plaats vind zonder een openbaring van enige nieuwe waarheid, is het duidelijk dat de boodschap gebracht moet worden onder een ieders aandacht, en als de individu niet hervormt, op het moment dat hij overtuigd is van de waarheid, zal hij het later ook niet doen. Vandaar dat als de verzegelende boodschap zijn weg baant door de kerk, zij die ontwaken en hervormen (zuchten) en trachten anderen te verlichten door het licht dat op hen schijnt (weeklagen), hij het zegel ontvangt. {1SC13:9.7}

Zegt de Heere: “Als ik tot de goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven!, en gij spreekt niet om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van u hand eisen.” {1SC13:9.8}

Vandaar dat als zo een persoon niet kan leven zonder nu te zondigen, zal hij dat later ook niet doen, en aangezien hij God niet kan misleiden, wordt hij zonder het zegel gelaten, hoewel hij de waarheid in de boodschap mag bevestigen. Een ware Christen, schept nooit op over het hebben verkregen van volmaaktheid, maar zal eerder met de profeet verkondigen: “Wee mij,” want ik verga! Dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden van een volks dat onrein van lippen is, want mijn ogen hebben den Koning, den Heere der heirscharen gezien. (Jes. 6:5) {1SC13:9.9}

Als er enige zonde gepleegd wordt door zo iemand, zal het geen bekende of moedwillige zonde zijn. “Wie dan weet goed te doen, en niet doet, dien is het zonde” (Jak. 4: 17) en niet voor de ander. Derhalve, hij die voor zichzelf gebruik maakt van iedere gelegenheid die hem toekomt, om de waarheid te kennen en ijverig alles doet wat hij weet, het wordt “hem tot gerechtigheid gerekend,” (Rom. 4:3)—levend zonder zonde. {1SC13:9.10}

Vraag: “Is het waar dat het zegel geplaatst wordt op de heiligen, terwijl het onderhouden van de Zondag en de aanbidding van het beeld van het beest aan ons wordt opgedrongen? {1SC13:9.11}                                  ”

Antw.: “Ja, maar laat ons onthouden dat de verzegeling in twee delen is. Dat van de 144.000, de eerste vruchten en dat van de grote schare, de tweede vruchten. De 144.000 zijnde verzegeld voor de aanbidding van het beeld van het beest aan ons wordt opgedrongen, maakt dat het zegel van God op de tweede vruchten wordt geplaatst terwijl het onderhouden van de zondag en de aanbidding van het beeld van het beest wordt bekrachtigd. {1SC13:9.12}

Vraag: “Daar “Lessen uit het leven van Alledag/ Christ Object lessons, p. 122 zegt: “Wanneer de missie van het evangelie is voleindigd, zal het oordeel, het werk van scheiding tot stand brengen,” komt de scheiding niet na de afsluiting van de genadetijd, en als dat zo is, welk oordeel is het na de afsluiting van de genadetijd, .dat de scheiding zal doen? {1SC13:9.13}

Antw.: Daar er geen oordeel in gang zal zijn, tussen de afsluiting van de genadetijd en de tweede komst van Christus of de aanvang van de duizend jaren, volgt het dat zowel  de voleinding van het evangelie en de voleinding van het oordeel evenals het werk van de scheiding, plaats vinden voor de afsluiting van de genadetijd, voor iedere persoon. Dienovereenkomstig, daar het evangelie aan iedere ziel wordt gepresenteerd, en op die bepalende tijd, wordt zijn persoonlijke genadetijd gesloten, zijn zaak wordt gevolgd door het oordeel van de levenden, hetgeen het werk van de scheiding doet. Het kan voorgesteld worden door een oogstmachine, die tegelijkertijd snijd en dorst, het kaf, onkruid en hooi van het graan scheidt. Laat de snijder het prediken van het evangelie voorstellen, en de dorser het werk van het oordeel. Aldus, hoewel de een aan de ander vooraf gaat, werken zij beiden hand in hand en wanneer de een is afgerond is de ander dat ook. Vandaar dat het wordt gezegd: “Wanneer de missie van het evangelie is voleindigd, zal het oordeel het werk van scheiding tot stand hebben gebracht.” Hoewel het ene werk het andere opvolgde, vonden zij in dezelfde tijdsperiode plaats. {1SC13:10.1}

Vraag: “Leg Matt. 24: 15,16 uit. ‘Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniel, den profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop). Dat alsdan, die in Judea zijn vlieden op de bergen.’ Verwijst dit Schriftgedeelte niet naar de verwoesting van het oude Jeruzalem in de Christelijke eeuw?” {1SC13:10.2}

Antw.: Om het betreffende Schriftgedeelte te verhelderen, is het noodzakelijk de verzen eraan voorafgaand en de verzen die volgen te bestuderen. Het wordt algemeen begrepen dat dit Schriftgedeelte een profetie was van de verwoesting van Jeruzalem in de Christelijke eeuw. Desalniettemin, zal een nauwkeurige studie van hetzelfde bewijzen dat in die tijd dit Schriftgedeelte slechts een gedeeltelijke vervulling heeft bereikt, net zoals Joel 2: 28-31 op de Pinksterdag dat deed. Zie Handelingen 2: 16-21. {1SC13:10.3}

Wij vragen de aandacht voor het feit dat Christus gevraagd was, uitleg te geven betreffende Zijn opmerking toen Hij zei: “Er zal niet een steen op den andere steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden,” (Matt. 24:2) toen zeiden zij: “Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn en welk zal het teken zijn van Uw komst en van de voleinding der wereld?” Toen toonde Jezus aan dat al deze gebeurtenissen, vooraf zullen gaan door bepaalde tekens en dat Zijn volgelingen, aldus de tijd zouden bemerken en aan de vernietiging ontkomen van elke betreffende gebeurtenis, in de span des tijds vanaf de verwoesting van Jeruzalem tot aan de tweede komst van Christus—het einde van de wereld. {1SC13:10.4}

In deze lange tijdsperiode waren er veel dingen die moesten uitkomen ter vervulling van profetie en de tekenen moesten Zijn volgelingen waarschuwen, maar de meest opmerkelijke gebeurtenissen, waren de verwoesting van Jeruzalem, de val van de Christelijke kerk onder heerschappij van de pausen, de grote verdrukking tijdens de 1260 jaren van pauselijke heerschappij, Zijn komst en het einde van de wereld. {1SC13:10.5}

Laat ons, ons nu concentreren en onverdeelde aandacht schenken aan de woorden van de Meester: “Want dan [wanneer de gruwel der verwoesting, waarvan Daniel de profeet gesproken heeft, komt, sta in de heilige plaats’ en wanneer ze ‘vlieden in de bergen’] zal de grote verdrukking zijn zoals niet is geweest van het begin van de wereld tot nu toe en ook niet zijn zal.” (Matt. 24:21) {1SC13:10.6}

Het zal opgemerkt worden, dat de “verdrukking,” die Christus noemt in dit Schriftgedeelte, over Zijn volgelingen zou komen en niet over de Joden, die Hem verwierpen, want Hij zegt: “En zo die dagen niet verkort werken, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil zulle die dagen verkort worden.” Dat wil zeggen, als de “verdrukking,” waarvan hier gesproken was, de vernietiging van de Joden was, dan zouden de dagen van hun vernietiging en van de stad verkort worden, en sommige van de uitverkorenen van de goddeloze Joden binnen de stad, zouden ‘gered’ moeten zijn, hetgeen echter tegenstrijdig is aan de historische feiten, en aan de gedachten die de woorden van de Meester bevatten. Vandaar dat, aangezien de “verdrukking,” niet de verwoesting van de stad of de slachting van de Joden is, maar eerder de vervolging van de pausen tegen de heiligen in de 1260 jarige periode, en aangezien, de dagen van de vernietiging van de Joden, niet verkort waren, het vanzelfsprekend is dat Jezus rechtstreeks en op profetische wijze Zijn volgelingen vooraf aan het waarschuwen was, die zouden vallen onder de vervolging in die tijd dat de pausen de waarheid van God (Dan. 8:12) aan een kant zouden zetten, en in de plaats daarvan de gruwel zetten; dat is het heidens systeem van aanbidding in de “heilige plaats,”—de kerk. Voor verdere studie over dit onderwerp, zie: “De Herdersstaf,” Deel 2, pp. 126-147. {1SC13:10.7}

Vandaar dat Matt. 24:15 voornamelijk waardevolle instructies bevat voor de discipelen van de vroeg Christelijke kerk, maar het vind haar volmaakte vervulling met de totstandkoming van het pausdom. Bovendien als de Z.D.A. toegeeft, dat de “grote verdrukking,” de vervolging van de Christenen is in de dagen van de pausen, en dat de verkorting van de “dagen,” de beëindiging van het martelaarschap was voordat de periode van 1260 jaar eindigde in 1798, volgt het dat de “gruwel van verwoesting” niet volledig toegepast kan worden aan iets in de tijd dat Jeruzalem viel, want de taal van Jezus bewijst, dat de “gruwel der verwoesting,” de oorzaak was van de grote verdrukking, en niet van de vernietiging van Jeruzalem. Met andere woorden, als het vluchten naar de bergen het vluchten is uit Jeruzalem, en van haar verwoesting, dan zou de grote “verdrukking,” de slachting van de Joden moeten zijn; en de verkorting van de “dagen,” een snelle ontbinding van de stad, zodat de Christenen kort daarop konden terugkeren, en ieder Bijbelstudent weet dat dit niet het geval was. {1SC13:10.8}

Dientengevolge, is het Schriftgedeelte zo verwoord, om een waarschuwing te behelzen voor die discipelen die toen in Jeruzalem waren, hoewel de waarschuwing direct gemaakt is voor diegene die naar de bergen zouden vluchten van de heerschappij van de pausen. {1SC13:11.1}

Vraag:  “Worden wij toegelaten in de Z.D.A. kerklidmaatschap, vanwege onze vorige doop door de Baptisten kerk, wij wensen te weten of het voor ons nodig is om herdoopt te worden.” {1SC13:11.2}

Antw.: De Heilige Geschriften onderwijzen een noodzaak voor slechts een doop. Efez. 4:5. Daar u de Baptisten kerk heeft verlaten en u verenigd heeft met de Z.D.A., om geen enkele andere reden dan te wandelen in een ‘helderder licht van het Woord, is er geen noodzaak voor herdoop. Om nu herdoopt te worden, zou u symbolisch belijden dat voorafgaand aan de tijd dat u zich met de Z.D.A. kerk had verenigd, u tegenovergesteld ging aan  het licht dat u heeft gehad en nu terugkeert om erin te lopen. {1SC13:11.3}

Met andere woorden, stel dat u gedoopt was door een van de apostelen en ontvangen werd in hun gemeenschap en leefde tot aan de tegenwoordige tijd, dan zou u zich voegen aan iedere hervormingsbeweging, zoals die van tijd tot tijd opkwamen, als u in het licht van de Heer wandelde. Als u godsdienstige overtuigingen en het Woord van God, u aldus geleid zouden hebben, van de ene beweging naar de andere en als er dan niet van u geëist werd om iedere keer als u meer licht omarmde, herdoopt te worden, zou dat ook nu niet van u geëist worden. {1SC13:11.4}

———————–

BELANGRIJK

Wanneer u verhuist, stel ons en uw postkantoor alstublieft op  de hoogte, van uw nieuw adres om extra verzendkosten, verlies van post, en vertraging  van uw tijdschriften te voorkomen. {1SC13:11.5}

Allen die Deel 1 en 2 van de “Herdersstaf,” hebben ontvangen, vraag alstublieft stickers aan met het nieuwe adres om over het oude te plaatsen, om zo iedere mogelijke verwarring in de toekomst te voorkomen. {1SC13:11.6}

Adresseer alle nieuwe leden nu naar onze nieuwe locatie onder de hoede van de Universale Publishing Ass., Mt. Carmel Center, Waco Texas. {1SC13:11.7}

Denk aan onze verenigd gebed op Vrijdag avond (5. Uur ’s middags Pacific Standaard Tijd; 6 uur ’s middags Mountain Standaard Tijd; 7 uur ’s avonds Central Standaard Tijd; 8 uur ’s avonds Oostelijke Standaard Tijd) ten behoeven van onze broeders die in duisternis zijn met betrekking tot tegenwoordige waarheid. {1SC13:11.8}

Iedere Z.D.A. die de ‘Symbolische Code,’ regelmatig gratis, naar hem toegezonden,  wenst te hebben, vul alstublieft het volgende formulier in.

________________________________ SCHEUR HIER AF_______________________________

{1SC13:11.9}

Plaats alstublieft, mijn naam op u regelmatige postlijst, voor uw maandelijks blad: ‘De Symbolische Code.’

Naam____________________________ Straat__________________________________________

Postbus nr.

Stad_________________________________________________Staat_______________________

{1SC13:11.10}

 

De Universele Uitgevers Associatie

Afdeling Symbolische Code

Mt. Carmel Center  Waco Texas