De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Beantwoorder, Boek Nr. 1

Beantwoorder, Boek Nr. 1

ABN1-1200x675.jpg

4

INTRODUCERENDE ZAAK VAN DE BEANTWOORDER

WEET U?

Geliefde Broeders in Laodicea, weet u dat de profetie beslist verklaart dat het volk van God in de gemeente Laodicea zich in een kritische, gevaarlijke toestand bevindt, en het niet weet? Wel, Broeders, hetzij u het zich realiseert of niet, hetzij u het gelooft of niet, dat is precies het geval. En als u hoopt het eeuwig leven in te gaan, dan moet u het geloven, en dat zonder uitstel. Wat u dan ook mag geloven of niet geloven, dit ene ding moet u geloven, “want het is de Waarachtige Getuige die spreekt, en Zijn getuigenis moet juist (correct ) zijn.”—Testimonies, Vol.3, blz.253. {ABN1: 5.1}

En gedenk dat de Laodicensen, boven alle mensen, niet alleen het laatst maar het minst geneigd zouden moeten zijn om te bekritiseren, want zijzelf, zegt de Waarachtige Getuige, zijn “jammerlijk, en ellendig, en arm, en blind, en naakt,” zonder het zelfs zo zeer als te vermoeden, maar in de plaats op zalige wijze zich te verbeelden dat zij “rijk, en met goederen verrijkt” zijn, en “aan  niets gebrek” hebben. Openb.3:17 Hoe kunnen zij dan waarlijk in de positie zijn om maar iets te weten over anderen! {ABN1: 5.2}

Denk na, Broeders, en ontwaakt ten leven! Deze Stem, die met u pleit om wakker te worden en de valstrikken van de Vijand af te wenden, kan onmogelijk de stem

5

van de Vijand zijn! Gedenk dat de Heer “ons verrast door Zijn macht te openbaren door middel van instrumenten naar Zijn eigen keuze, terwijl Hij de mannen passeert waarnaar  wij hebben opgezien als degenen waar er licht vandaan zou moeten komen. God verlangt van ons dat wij de waarheid op grond van haar eigen waarde ontvangen,–omdat het waarheid is.”—Testimonies to Ministers, blz.106. {ABN1: 5.3}

“Ongeacht door wie het licht is gezonden, zouden wij onze harten moeten openstellen om het te ontvangen met de zachtmoedigheid van Christus….Wij zouden allemaal moeten weten wat er onder ons onderwezen wordt; want als het waarheid is, hebben wij het nodig.”—Gospel Workers, blz.301. {ABN1: 6.1}

“Het grote gevaar met ons volk is dat zij zich afhankelijk stelt van mensen, en vlees tot zijn arm stelt. Zij die niet de gewoonte hebben gehad om de Bijbel voor zichzelf te onderzoeken, of bewijsvoeringen te overwegen, hebben vertrouwen op de leidinggevende mannen, en aanvaarden de beslissingen die zij maken; en aldus zullen velen juist de boodschappen verwerpen die God tot zijn volk zendt, als deze leidinggevende broeders ze niet accepteren.”—Testimonies to Ministers, blz.106,107. {ABN1: 6.2}

“Hij zal mannen gebruiken voor het volbrengen van Zijn doel, welke sommigen van de broeders zouden verwerpen als zijnde ongeschikt om in het werk betrokken te zijn.”—The Review and Herald, 9 Feb., 1895. {ABN1: 6.3}

In het licht van deze waarschuwingen, zult u dan niet zorgzaam en biddend de tijd nemen om

6

 vast te stellen of God wel of niet de leiding heeft in dit hervormend werk? Hij heeft aan allen die dit zullen doen beloofd, dat Hij hen niet in duisternis zal laten, maar hen zal leiden tot alle Waarheid. Zult u Hem dan niet op Zijn Woord vertrouwen, en Hem beproeven? {ABN1: 6.4}

Wij pleiten ook met u, want “de werktuigen van het kwaad verenigen reeds hun krachten, en hechten zich aan elkaar. Zij versterken zich voor de laatste grote crisis. Spoedig zullen er grote veranderingen plaatsvinden in onze wereld, “zegt Inspiratie, “en de laatste bewegingen zullen snel zijn……De tijd komt wanneer mensen in hun bedrog en onbeschaamdheid een punt zullen bereiken dat de Heer hen niet zal toestaan te overschrijden, en zij zullen leren dat er een grens is tot de verdraagzaamheid van Jehova….Zij die de teugels van de regering vasthouden kunnen het probleem van morele verdorvenheid, armoede, pauperisme (armlastigheid), en toenemende criminaliteit niet oplossen. Zij vechten tevergeefs om zakelijke ondernemingen op een veiligere basis te leggen…..Spoedig zal alles wat bewogen kan worden bewogen worden, zodat de dingen die niet bewogen kunnen worden zullen overblijven…. {ABN1: 7.1}

“Het is onmogelijk om enig idee te geven van de ervaring van Gods volk dat in leven zal zijn op aarde, wanneer hemelse heerlijkheid en een herhaling van de vervolgingen van het verleden samengaan. Zij zullen wandelen in het licht dat voortkomt van de troon van God. Door middel van de engelen zal er

7

 voortdurend communicatie zijn tussen de hemel en de aarde.”—Testimonies, Vol.9,blz.11,13,15,16. {ABN1: 7.2}

Met het oog op deze ernstige werkelijkheden die zelfs nu voor onze ogen opdoemen, verbergt u zich, Broeder, Zuster, niet langer in de duisternis. Staat in het licht, opdat u niet struikelt en valt en niet wordt gevonden. Komt, neemt de tijd, en

Laat Ons Tezamen Richten. {ABN1: 8.1}

Daar de gemeente Laodicea, de laatste van de zeven gemeenten (Openb.2:3), figuurlijk staat voor de Christelijke kerk in haar laatste periode, onze tijd, is de opgetekende boodschap tot haar daarom de laatste boodschap tot de kerk. Het is duidelijk, dat als er een Bijbels onderwerp is dat  van essentieel belang is voor de kerk om te bestuderen, dan is de boodschap tot de Laodicensen dat zeker. {ABN1: 8.2}

Hoewel zij tevreden zijn met hun verworvenheden, zullen de Laodicensen die geloven en God op Zijn Woord vertrouwen, Hem niet in twijfel trekken aangaande hun toestand, maar zullen, hetzij zij het wel of niet inzien, erkennen dat zij in een “treurige misleiding” verkeren, “jammerlijk, en ellendig, en arm, en blind, en naakt” zijn. Door deze erkenning oprecht te hebben aangegeven, zullen zij, in consequente gehoorzaamheid tot raad van de Waarachtige Getuige om van Hem ogenzalf te kopen waarin Hij alleen kan voorzien, hun ogen ermee zalven en in staat zijn te zien. {ABN1: 8.3}

Degenen echter, die steunen op de valse

8

zekerheid van zelfvoldaanheid, zullen geen aandacht schenken aan de waarschuwende raad, en zullen als resultaat alles verliezen—uitgespuwd worden! Hoe weinigen echter zijn verontrust door deze vreselijke bedreiging! Hoe weinigen zet het aan tot het uitvinden waar het probleem ligt en hoe zij ervoor staan! Hoe weinigen, inderdaad, storen zich er zelfs aan! En o, hoe weinigen neigen zich om ernaar te vragen uit vrees dat het hun kwade koers zal berispen en hen zal ontnemen van een zeker zondig vermaak die zij hartelijk koesteren! Het is verbazingwekkend weinig, maar al te waar. {ABN1: 8.4}

Ook nog, daar zij zijn doordrongen van een grote vrees voor valse profeten, en in hen helemaal niet is aangewakkerd enige verwachting van ware (ondanks er geen valse kunnen zijn waar er geen ware zijn), zijn zij daarom bijna buiten bereik. En achter hun zorgeloze houding wordt de waarheid gezien dat  “de moeiten van de plicht en het genot van de zonde zijn de koorden waarmee Satan de mensen in zijn valstrikken bindt” (Testimonies, Vol.5, blz.53), terwijl er achter de diep doordrongen vrees voor valse profeten, de valse wachters zorgvuldigheid om hen ervan te weerhouden om in contact te komen met de boodschappers die God tot hen heeft gezonden wordt gezien. {ABN1: 9.1}

Onze diepe bezorgdheid is daarom dat er een interesse in u aangewakkerd wordt, geliefde Laodiceaan, om tot de bodem van de zaak te gaan, om uw zaligheid zeker te stellen. Wilt u dus niet verstandig en hoffelijk genoeg zijn om met deze lichtdrager neer te zitten in een nederige,

9

onpartijdige, biddende studie, die u vele, vele malen meer moet belonen dan wat u erin hebt gestoken? Gedenk, dat er een goddelijke wet is die iedere oprechte poging omzet in blijdschap, een persoonlijke ervaring met God, en het eeuwig leven. Wilt u dus niet nu beginnen om uzelf te meten, niet langer met wat u denkt dat u bent of zal zijn, maar met wat de Heer zegt dat u bent en moet zijn? Begin uw onderzoek met de volgende

Zeven Vragen. {ABN1: 9.2}

  1. Wie is Laodicea?
  2. Wie stelt de engel voor?
  3. Wat wordt er bedoeld met jammerlijk en ellendig en arm en blind en naakt zijn?
  4. Wat betekent het om “lauw” te zijn?
  5. Waarom verkiest God dat men of koud of heet is in plaats van lauw?
  6. Wat is de ogenzalf ?
  7. Als Laodicea erin zou falen om zich te bekeren, hoe zou haar schaamte blootgelegd worden? {ABN1: 10.1}

De Openbaring, hoofdstukken 2 en 3, beschrijven de toestand van elk van de zeven gemeenten, waarvan de Laodicensen de laatste is. Deze gemeenten beschilderen, zoals algemeen bekend is, de Christelijke kerk in zeven verschillende perioden; de zevende, Laodicea, die haar afbeeldt in de periode net voor de “oogst,” de laatste {gemeente}

10

waarin het “tarwe en onkruid” zijn vermengd, en die waarin zij de scheiding van de slechten van onder de goeden zal ervaren (Matt.13:30, 47-49). {ABN1: 10.2}

Aangezien de kerk in iedere afdeling haar naam eer aan moet doen (daar dat alleen haar identificatie is), zullen wij daarom de vraag overdenken:

Wie is Laodicea? {ABN1: 11.1}

Laodicea kan op onfeilbare wijze herkend worden temidden van de vele “isme’s” van het Christendom aan het werk dat zij doet—het oordeel verklaren. Inderdaad, dit herkenningsteken wordt juist door de naam Laodicea duidelijk gemaakt, dat is samengesteld uit de twee Griekse woorden lao en dekei, waarbij de één “volk” betekent, en ook “spreken,” en de ander “oordeel” betekent, waardoor de twee in één betekent het volk dat oordeel verklaart. De kerk, die daarom verklaart: “Vreest God, en geeft Hem heerlijkheid, want de ure van Zijn oordeel is gekomen” (Openb.14:7), is klaarblijkelijk degene die Laodicea wordt genoemd. En het is bijna zowel buiten als binnen Zevende-dag Adventistische kringen wel bekend, dat de kerk der Zevende-dag Adventisten probeert om de boodschap van het oordeel van Openbaring 14:7 over te brengen, en is daarom onbetwistbaar in haar aanspraak op de titel Laodicea. {ABN1: 11.2}

Aangezien de kerk der Zevende-dag Adventisten daarom de enige is die het

11

oordeel verkondigt, en aangezien elk van de zeven boodschappen is geadresseerd aan de engel van de respectievelijke gemeenten, is de boodschap tot Laodicea dienovereenkomstig geadresseerd

Aan de Engel der Zevende-dag Adventisten. {ABN1: 11.3}

Volgens Openbaring 1:20, symboliseren de “kandelaren”de zeven gemeenten, en de “sterren”de engelen (leiders) die de leiding hebben over de gemeenten. Als de begeleiders van de gemeenten, worden de engelen aldus gezien als de geestelijke leiding, wiens verantwoordelijkheid is om de lampen in goede conditie te houden, met olie gevuld, en helder brandend, zodat de kerk licht kan geven aan allen om haar heen. {ABN1: 12.1}

Daar de Laodiceaanse engel, hem aan wie de veroordelende boodschap is gezonden, dienovereenkomstig symbool staat voor de geestelijke leiding in Laodicea, zou hij daaruit volgend nog meer ernaar moeten verlangen te ontdekken waar het probleem ligt, want hij is, zegt de Heer,

Ellendig, Jammerlijk, Arm, Blind, en Naakt. {ABN1: 12.2}

Welke kerk (kandelaar) zou mogelijkerwijs verlicht kunnen blijven met een  jammerlijke, ellendige, arme, blinde, en naakte leiding? En met haar licht aldus uitgedoofd of slecht dim knipperend, hoe kan zij de wereld verlichten zoals God haar heeft opgedragen te doen?  Door de ogen van de Waarachtige Getuige wordt daarom

12

de tragedie van Laodicea volkomen gezien—“slapende predikanten, predikend tot een slapend volk” (Testimonies, Vol.2,blz.337), terwijl een zonde-onwetende wereld zich vastbesloten stort in haar duisternis! O, wat een treurige toestand! En toch wordt het totaal over het hoofd gezien! {ABN1: 12.3}

Met zowel de leiding als de leken in zo een treurige staat van duisternis, is het duidelijk te zien dat hoewel de kerk der Laodicensen de laatste is in de orde der zeven gemeenten, God door haar de wereld niet kan verlichten en Zijn volk voorbereiden op Zijn Koninkrijk, wanneer zij zelf in duisternis en onvoorbereid is. Vandaar de noodzaak van een nieuwe orde, een nieuwe geestelijke leiding, zoals is voorspeld in Testimonies,Vol.5, blz.80, en in Zefanja 3:11,12. {ABN1: 13.1}

Dan zal het geschieden dat “alleen zij die verzoeking hebben doorstaan in de kracht van de Machtige, zullen worden toegestaan om deel te nemen aan het verkondigen ervan [de Derde Engel Boodschap], wanneer het zal zijn aangezweld tot de Luide Roep.”—The Review and Herald, Nr.19, 1908. {ABN1: 13.2}

In het licht van deze feiten, moet de profetische boodschap van de engel der Laodicensen vanzelfsprekend gebracht en verkondigd worden door iemand anders dan de engel zelf.  Maar natuurkijk is dit juist datgene wat noch de leiding noch de leken verwachten of  wensen te geschieden. Desondanks, omwille van de getrouwen, gebeurt het. {ABN1: 13.3}

13

Dus aangezien Gods Woord zegt dat de geestelijke leiding van de gemeente der Laodicensen jammerlijk, ellendig, arm, blind, en naakt is, en dat noch zij noch de leken zich bewust zijn van het feit, verleent het dan zware nadruk op de verklaringen: “Slapende predikanten, predikend tot een slapend volk!” (Testimonies, Vol.2, blz. 337); “de boodschap van de Waarachtige Getuige vindt het volk van God in een  beklagenswaardige misleiding, doch oprecht in die misleiding.”—Testimonies,Vol., blz.253. {ABN1: 14.1}

Alhoewel zij in deze afschuwelijke situatie verkeren, één die hen zou moeten doen beven en vrezen, en alles te willen geven om eruit te komen, gaan zij toch door, zijnde

Lauw—Noch Koud Noch Heet. {ABN1: 14.2}

Wanneer iemand zich in een klimaat bevindt, dat noch koud noch heet is, maar lauw, een temperatuur die gewenst en gezocht wordt door allen, dan koestert hij het daar als een armoedzaaier die een prins is geworden! Zo is het met de Laodicensen, zoals zij worden voorgesteld in de profetie, ondanks dat hun veronderstelde rijkdommen niets anders zijn dan een dodelijke valstrik ! {ABN1: 14.3}

Om iemand van zo een vreselijke misleiding te redden is een taak die vraagt om de uiterste wijsheid, niet alleen omdat het slachtoffer blindelings gewend is aan de gevaarlijke conditie waarin hij verkeert, terwijl zijn redders pogen om hem te redden van het verloren gaan, maar ook omdat hij hen beschouwt als zijn vijanden, valse profeten, in plaats van zijn vrienden en verlossers, boodschappers van God! {ABN1: 14.4}

14

Voor de reddingslijn, de reddende boodschap, die zij hem pleitend voorhouden, deinst hij terug. En daaruit volgend, door zijn houding tegen hen, schreeuwt hij: Ga weg, ga weg, ik ben rijk en ben met goederen verrijkt; Ik lijd aan niets gebrek; ik heb alle waarheid. “Ik ben tevreden met mijn positie. Ik heb mijn grenzen bepaald, en ik zal niet van mijn positie (of standpunt) bewogen worden, wat ook mag komen.”—Testimonies on Sabbath-School Work, blz.65; Counsels on Sabbath School Work, blz.28. {ABN1: 15.1}

In het protesteren dat zij niet ellendig (niet ongelukkig), niet jammerlijk (niet verontrust), niet arm ( geen  waarheid nodig hebben), niet blind ( niet onwetend of ongeletterd), niet naakt ( niet zonder de gerechtigheid van Christus) zijn, spreken de Laodicensen de Waarachtige Getuige tegen, verwerpen Zijn raad, en zij brengen  Zijn oplossing in diskrediet —

De Ogenzalf. {ABN1: 15.2}

Daar alleen de “zalf” hen zal genezen van hun dodelijke Laodiceaanse kwaal, zullen zij daardoor, als zij falen om hun voordeel te trekken uit het geneesmiddel (door naar waarheid te zoeken als naar een verborgen schat) en het toe te passen (bekeren), uitgespuwd worden. O broeder, Zuster, wilt u dan niet vragen naar de “zalf”? of  zult u doorgaan in uw ellendigheid, jammerlijkheid, armoede, blindheid, en naaktheid, en aldus Hem noodzaken om u uit te spuwen en

15

Uw Schaamte Bloot Te Leggen? {ABN1: 15.3}

Opdat uw schaamte, Broeders, niet zichtbaar worde aan allen, heeft God het lang weerhouden om aan de wereld de zonden te onthullen die u hebt gekoesterd en verborgen hebt gehouden. Niet voor altijd echter, zal Hij dat verdragen. Dus omwille van uw ziel, twist niet langer dat u alle waarheid hebt; houdt op om zonde aan zonde toe te voegen; bekeert u, en keert terug tot Hem; Hij zal u net zo blijmoedig aannemen en een feestmaal voor u bereiden zoals de vader in de gelijkenis zijn verkwistende zoon bij zijn terugkomst begroette en een feestmaal voor hem bereidde. {ABN1: 16.1}

Wees niet als de Jood. Maar stelt uw hart open; werp eruit haar trots, haar vooroordeel, en haar hoogmoed; laat deze dingen u het eeuwig leven niet ontnemen op zulk een late uur als deze. Als u de fout van de Joden herhaalt, zal uw schande en uw verlies net zoveel groter zijn dan die van hen als uw licht en uw gelegenheden en voorrechten zijn. Ja, buiten vergelijking! Faalt dus niet, pleiten wij met u, om uw lange Laodiceaanse ziekte en armoede te beëindigen, en verbeeldt u niet langer dat u

Rijk, Met Goederen Verrijkt Bent. {ABN1: 16.2}

Nooit doet u zoveel als zelfs te kennen geven dat u alle gebouwen, alle instellingen, alle gelden, alle werkers, alle bekeerlingen heeft die u nodig heeft! Uw enige trots is het niet nodig hebben van meer waarheid! Deze houding, zegt de Heer, is

16

daarom de manier waarop u zegt: “Ik ben rijk, en heb mij met goederen verrijkt, en heb aan niets gebrek.” Het is de bron van uw probleem, en datgene waarvan Hij verwacht dat u het belijdt en zich ervan bekeert. {ABN1: 16.3}

De verkeerde aanspraak van de engel (de leiding) van zijnde rijk en met goederen verrijkt en aan niets gebrek hebbend, maakt hem niet tot een leugenaar, maar geeft hem eerder aan als zijnde een slachtoffer van onwetendheid en misleiding. Maar zijn gedachten gang dat hij alle Waarheid kent en heeft, maakt zijn toestand zelfs nog gevaarlijker dan een leugenaar, want een leugenaar weet dat hij liegt.  O wordt wakker, Broeder, Zuster, ontwaakt, ontwaakt! {ABN1: 17.1}

Handelt als Natanaël.

Kom en zie! {ABN1: 17.2}

Wat zien? Laodicensen, rijk en met goederen verrijkt, en aan niets gebrek hebbend, met als verontschuldiging dat de noodzaak om voor materiële dingen te zorgen (Lukas 14:15-19) hen verbiedt om de uitnodiging te aanvaarden? {ABN1: 17.3}

Volstrekt niet! {ABN1: 17.4}

Zie de Laodicensen van de straten en stegen—“de armen en misvormden en blinden en lammen” (Lukas 14:21), blijmoedig zichzelf tegoed doende aan het geneesmiddel! {ABN1: 17.5}

Maar helaas, niet allen die komen, blijven, want “bij een ieder, die het woord van het Koninkrijk hoort en het niet verstaat, komt

17

de boze en rooft wat in zijn hart gezaaid is: dat is hij die het zaad  langs de weg heeft ontvangen.” Wees niet aan hem gelijk, maar maak de vereiste poging om de Waarheid te verstaan. En anderen, “wanneer er echter verdrukking of vervolging komt ter wille van het woord,” zijn beledigd {geërgerd}. Dit zijn degenen, “die het zaad op steenachtige plaatsen” hebben “ontvangen.” Wees noch aan hen gelijk. Wees geworteld in de Waarheid. “Maar hij, die het zaad in goede aarde heeft ontvangen is hij die het woord hoort en verstaat, die dan ook vrucht draagt en oplevert, sommigen honderdvoudig, sommigen zestig, sommigen dertig.” Matt.13:19-23. {ABN1: 17.6}

Hoewel de “kwade” tezamen met de “goede” nog steeds komen (want wij zijn nog in de periode waarin het koren en het onkruid, de goede en de slechte vissen, vermengd zijn), hoeft u niet van het onkruid te zijn of van de “slechte vissen.” Wees van het koren, doe als de “goede”: leg  uw eigen gedachten en wegen terzijde, en neem die van de Heer aan, want Hij zegt: “…Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen…Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.” Jes.55:8,9. {ABN1: 18.1}

En als laatste, wees nooit als de Farizeeër, die de splinter in zijn broeders oog kan zien, maar de balk in zijn eigen oog niet kan zien (Matt.7:3). Want tenslotte, “Wie zijt gij?”, vraagt de Heer. Zijt gij zelf niet een Laodiceaan? Hoe “oordeelt” gij “een anders

18

knecht? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Maar hij zal staande blijven, want de Here is bij machte hem te doen staan.” Rom.14:4. {ABN1: 18.2}

Maak u geen zorgen om de andere kameraad, Broeders; u heeft amper genoeg tijd om voor uzelf te zorgen. En meet bovendien de Waarheid niet met de staf van de mens, maar met de Staf van God: “Hoort naar de Roede, en [Hij] Wie het besteld heeft” (Micha 6:9), bepleit de Heer. {ABN1: 19.1}

Wilt u Zijn raad niet opvolgen? Als u dat wilt, stuurt dan zonder verdere  uitstel uw naam en adres op voor lectuur van Tegenwoordige Waarheid—de feestmaal die, hoewel het alles waard is, u niets zal kosten. En behalve dat dit het enige geneesmiddel is voor uw Laodiceanisme, zal het uw hongerige ziel aangrijpen en bevredigen met iets dat waarlijk rijk en buitengewoon is! {ABN1: 19.2}

Dan “zullen” wij allen tezamen “geestelijk gezichtsvermogen hebben om de binnenste hoven van de hemelse tempel waar te nemen. Wij zullen de herkenningsmelodieën van gezang en dankzegging van het hemels koor opvangen rondom de troon. Wanneer Sion zal opstaan en schijnen, zal haar licht het meest doordringend zijn, en kostbare liederen van lof en dankzegging zullen gehoord worden in de vergadering van de heiligen….Als wij de gouden ogenzalf aanbrengen, zullen wij de verder reikende heerlijkheden zien. Geloof zal de zware schaduw van Satan doorklieven, en wij zullen onze Advocaat het wierook van Zijn eigen verdiensten voor ons bestwil zien offeren. Wanneer wij dit

19

zien zoals het is, zoals de Heer verlangt dat wij het zien, zullen wij vervuld zijn met een gewaarwording van de oneindigheid en verscheidenheid van de liefde Gods.”—Testimonies, Vol.6, blz.368. En wij zullen dan niet langer vragen:

Wiens Raad Moet Opgevolgd Worden? {ABN1: 19.3}

Nu willen we dat u weet dat we uw bezorgdheid voor onze geestelijk welzijn oprecht waarderen, zoals aangegeven in veel van uw kritieken, en we verzekeren u dat we ons ten volle realiseren dat, wanneer we verkeerd zijn , uw advies zeker net zo waardevol voor ons is als ons advies aan u is, wanneer we gelijk hadden. Daarom zijn we ervan overtuigd dat u het met ons over eens zal zijn dat wij deze vraag moeten oplossen,

 Wie is Wie? {ABN1: 20.1}

Om ons onderzoek te beginnen, is het noodzakelijk, in eerlijkheid naar beide partijen toe, om rekening te houden met de ervaringsleer van een ieder. {ABN1: 20.2}

Met het oog op onze lange ervaring met de Drie Engelen boodschap in haar eerste deel, zowel als in haar huidige toevoeging (Eerste Geschriften, blz.331,332,{Early Writings, blz. 277}) zoals gebracht in de Herdersstaf {Shepherds Rod}, als tegen het uwe in het eerste deel alleen, zijn we gedwongen te geloven ,dat de mogelijkheid dat u verkeerd geleid zijt door de engel der Laodicensen, groter is dan de mogelijkheid dat wij verkeerd geleid zijn door de Staf{Rod}.{ABN1: 20.3}

Bevond u zich in een positie , zoals wij zijn , om compleet geïnformeerd te zijn in beide boodschappen

20

– zowel in die van 1844 en die van vandaag, dan zou de mogelijkheid dat u juist was en wij verkeerd waren tegenover de mogelijkheid dat u verkeerd was en wij juist evenredig gelijk zijn. Aangezien, echter, u vertrouwd bent met de vorige alleen, is het waarschijnlijker dat onze positie een groter percentage draagt, van de mogelijkheid om juist te zijn dan de uwe. {ABN1: 20.4}

Bovendien, als de Staf{Rod} nu juist is of verkeerd, ¨de engel van de kerk van de Laodicensen” verkeert zoals de Heer Zelf scherp heeft duidelijk gemaakt, in een trieste , angstaanjagende en verschrikkelijke misleiding (Testimonies vol 3 blz. 253, 254, 260), en op het punt om uitgespuugd te worden. {ABN1: 21.1}

Met het oog, daarom, op de daaruit voortvloeiende grotere verantwoordelijkheid, die op ons rust, kunnen wij niet minder geïnteresseerd zijn in u dan u bent in ons. En u kan het zich niet veroorloven om minder opmerkzaam te zijn ten opzichte van onze adviezen aan u dan wij het ons kunnen veroorloven van de uwe aan ons. {ABN1: 21.2}

En tenslotte, gelovend dat u net zo eerlijk bent als wij zijn, zijn wij overtuigd dat u onbevooroordeeld en nauwkeurig ieder woord hierin zult overwegen. {ABN1: 21.3}

Zoals u weet, bestaan wij uit leden die niet afwijken van de Bijbel en van Zuster White´s geschriften, compleet ( progressieve) Zevende Dag adventisten, die zeker zijn dat beiden, de Bijbel en Zuster White´s geschriften, de Roede 100 % steunen.  Alle drie

21

daarom, zien wij in perfecte harmonie met elkaar, met de Roede die kracht en sterkte geeft aan de boodschap zoals die gegeven is sinds 1844. (zie EG,  blz.331,332{ EW , blz. 277}) {ABN1: 21.4}

Aangezien wij deze onwankelbare overtuiging onderhouden, kunt u meteen begrijpen, dat uw verwerping van de Roede op gronden dat het niet in harmonie is met Zuster White´s geschriften, voor ons totaal niet de werkelijkheid is zoals het u voorkomt. {ABN1: 22.1}

Daar ook wij iedere reden hebben te geloven,  dat ons verstand totaal rationeel is, hebben wij vervolgens elke reden om te geloven , dat wij niet minder bij machte zijn dan anderen om op intelligente wijze, zowel de Bijbel en Zuster White´s geschriften te bestuderen. Dus laat ons als Christenen die echt de waarheid willen kennen, samen beginnen

Beide Uw Positie Te Onderzoeken En De Onze. {ABN1: 22.2}

Om te beginnen, is het niet juist dat het leesboek van de Christen de Bijbels is ­?Als uw antwoord tot deze fundamentele vraag in het bevestigende is, dan drijft het ons om Zuster White´s geschriften, in het licht van de Bijbel te bestuderen en niet de Bijbel in het licht van haar geschriften. Dit zegt zijzelf in feite duidelijk: {ABN1: 22.3}

“Alleen zij die ijverig de Schriften hebben bestudeert en die de liefde van de waarheid hebben ontvangen, zullen (beschermd) worden van de krachtige verleiding dat

22

de wereld gevangen houdt. Door de Bijbelse getuigenissen, ( niet die van haar) zullen deze de verleider in vermomming ontdekken…. Is het volk van God nu zo stevig gegrondvest op Zijn woord, dat zij niet zullen buigen voor bewijzen van hun gevoelens?  Zullen zij in zo´n crisis vasthouden aan de Bijbel en de Bijbel alleen?”- The Great Controversy , blz. 625. {ABN1: 22.3}

Het is daarom overduidelijk dat haar werk nooit op zulk een manier geïnterpreteerd moet worden dat het de Bijbel tegenspreekt, maar altijd om het te verduidelijken. Als u zonder af te wijken deze onvoorwaardelijke regel van interpretaties volgt, zal u op geen enkele wijze enig probleem hebben met de Roede of met enig andere boodschap die de Heer ooit zal zenden. {ABN1: 23.1}

Uw interpretaties van vele van Zuster White´s geschriften, meest treffende, waarschijnlijk die met betrekking tot het Koninkrijk, welke duidelijk tegenstrijdig zijn ten opzichte van de profetieën van de Bijbel, maken dat de gene die haar geschriften aannemen om de Bijbel in twijfel te trekken, en degene die de Bijbel houden om tegen haar geschriften te strijden, zo twist en scheuring  brengen onder de broeders en zusters.  Zulke interpretaties, eenzijdig en scheiding brengend, zijn daarom bedroevend oneerlijk, niet alleen tegenover de Bijbel en Zuster White´s geschriften, maar ook tegenover uzelf, en daaruit voortvloeiend tegenover de zaak van de Waarheid. {ABN1: 23.2}

Wij vertrouwen erop dat u zult inzien, dat terwijl u zich opzettelijk voorgenomen heeft om alleen de onjuistheid van de Roede te bewijzen, u in realiteit onopzettelijk probeert te bewijzen dat de geschriften van Zuster White in tegenstrijd

23

 zijn met de Bijbel -een werk dat  uiteendrijft van Christus ,in plaats van bij elkaar te brengen tot Hem. {ABN1: 23.3}

Daar beiden uw en onze geloofsovertuiging in complete harmonie moeten zijn met de Bijbel, vragen wij daarom uw overtuiging m.b.t. het Koninkrijk met Dan 2 : 44, Jeremiah 51:20, Hosea 3: 4, 5, Jesaja 2: 1-4, Micha 4: 1-6, Jesaja 11: 12-16. Jeremiah 30: 18, 21, 31: 2-13, 32:37, Ezechiel 37: 15: 28.,

in overeenstemming te brengen. {ABN1: 24.1}

Wij beschouwen het als een eenvoudige , zichzelf bewijzende waarheid, dat als de steen ( Dan 2:34 ) symbolisch is voor het Koninkrijk en dat als het de tenen van het beeld sloeg, het noodzakelijkerwijs opgezet moet worden vóór dat het ze neerslaat, precies zoals Daniel zegt:” In de dagen van deze koningen (tenenkoningen: de koningen van vandaag) zal de God van de Hemel een koninkrijk oprichten.” “In de dagen van deze koningen” kan niet betekenen  na hun dagen. En zonder dat het Koninkrijk is opgericht ( tot stand is gebracht) , kan het de volkeren niet neerslaan. {ABN1: 24.2}

Bovendien, als Judah en Israel ( beiden koninkrijken) niet tezamen vergadert zijn in een koninkrijk, zoals de profetieën zeggen dat ze zullen zijn ( Ezech. 37: 15-28), hoe kunnen ze dan Zijn “voorhamer” zijn (Jer. 51:20)?

En hoe kunnen dan de profetieën vervult worden? {ABN1: 24.3}

Het is evenzo zichzelf bewijzend, dat de “vele dagen” (Hos. 3: 4,5) de lange jaren zijn van de tijd dat het Koninkrijk viel totdat het uiteindelijk weer opgericht gaat worden. Waardoor het woord “terugkeren” niets anders

24

kan betekenen dan dat zij die “vele dagen” verspreid waren, terug zullen gaan naar het land waar zij gevangen genomen waren. {ABN1: 24.4}

Verder is dit de enige positie die overeenkomt met alle belangrijke Bijbelse leerstellingen, welke zekerheid geeft van het in vervulling gaan van de profetieën van Jesaja 2 en dat van Micha 4. {ABN1: 25.1}

Wederom: vanuit Jesaja 11 zien we dat de Heer “ ten anderen male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het overblijfsel Zijns volks (vers 11) en dat wanneer Hij dat doet Hij een weg zal voorbereiden voor hen “ gelijk als Israël geschiedde ten dage, toen het uit Egypte land optoog.” Vers 16. {ABN1: 25.2}

En Jeremia getuigt dat de Heer “de gevangenis der tenten Jakobs wederom zal wenden, en Zich over hun woningen ontfermen; en de stad zal herbouwd worden op haar hoop….en zijn Heerlijke zal uit hem zijn, en zijn Heerser uit het midden van hem voortkomen. “Jer 30 : 18,21. {ABN1: 25.3}

Bovendien aan Ezechiel ,” Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israëls halen uit het midden der heidenen, waarheen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land.” Ezech. 37: 21. {ABN1: 25.4}

De Bijbel is of waar of niet waar. Als u gelooft dat het waar is, neem het ter harte en neem uw standpunt hierover, tenminste met betrekking tot zulke openlijke gedeelten als die hier geciteerd zijn–schriftgedeelten die geen uitleg behoeven. {ABN1: 25.5}

25

En zeker is dat God geen verontschuldiging zal accepteren van wie dan ook die probeert ze te omzeilen, zo duidelijk en positief zijn ze. Nog minder zal iemand slagen in het ontsnappen aan Gods oordeel door zich enerzijds te beijveren om zijsprongen te maken via datgene waarvan hij denkt uitvluchten te zijn in de Roede, en anderzijds door zich te beijveren om in Zuster White’s geschriften obstakels op te werpen om zich daarachter te verschuilen. {ABN1: 26.1}

Zulke zinloze pogingen vandaag, zullen de plegers niet minder verontschuldigend laten ( in feite nog minder) dan de zinloze pogingen van de Joden gisteren hun gelaten hebben in hun pogingen om uitvluchten te ontdekken in Christus zijn werk door het gebruik van de geschriften van Mozes. {ABN1: 26.2}

Als iemands uitvlucht is dat de leerstellingen van de Roede niet te vinden zijn in Zuster White’s geschriften, zal hij niet meer te rechtvaardigen zijn in het verwerpen van haar stem op zulke gronden dan de Joden voor het vechten en verwerpen van de geschriften van het Nieuwe testament op de gronden dat zij niet gevonden worden in de geschriften van de profeten. {ABN1: 26.3}

Als u werkelijk een oprechte en trouwe gelovige bent in beiden,de Bijbel en de Geest der Profetie, zal u dit advies gehoorzamen:

“… als een boodschap komt die u niet begrijpt, doe uw uiterste best om de reden die de boodschapper te geven heeft te horen ”Testimonies to Sabbatschool Work blz. 65 : Counsels on Sabbatschool Work blz. 29. {ABN1: 26.4}

26

Uw integriteit in het verwerpen van de verzegelingsboodschap, op de grond dat het Zuster White’s geschriften tegenspreekt, zal getoetst worden door uw reactie op haar aandringen om te redeneren met de boodschapper in plaats van te redeneren met zijn vijanden. {ABN1: 27.1}

Wat voor sommigen van u mag schijnen als zou het deze of gene onderwijzing van de Roede boodschap regelrecht in tegenstelling  zetten  tot zuster White’s geschriften, is half niet zo aannemelijk als dat wat voor allen lijkt alsof de stellingen van de Heer in Mattheus 10 -23 keihard in tegenstelling stelt tot Zijn beloften.“Gij zult niet” zeggen de geschriften, “door de steden van Israel trekken, tot de Zoon des mensen is gekomen”. Maar de apostelen gingen wel het evangelie prediken niet alleen in de steden van Israel, maar ook tot “ieder schepsel dat onder de hemel is” Col. 1 : 23, en tot dusver is de Zoon des mensen nog niet “gekomen”  hoewel 1900 jaren sinds die tijd voorbij zijn gegaan. Christus moet de waarheid gesproken hebben, maar het is niet begrepen, net zoals vele punten die samenhangen met Tegenwoordige Waarheid niet begrepen worden en daardoor in de meeste gevallen verkeerd geïnterpreteerd worden . {ABN1: 27.2}

Toen Mozes het eerste gedeelte van de Bijbel schreef, was hij niet het voorrecht gegeven om de hele Waarheid te schrijven welke de Heer van plan was te openbaren aan zijn volk. Later in de Oud Testamentische periode kwamen  Jesaja, Jeremiah, Ezechiel, en anderen. Toen kwamen in de Nieuw Testamentische periode Johannes de Doper, Christus, de apostelen, de hervormers, Miller, Zuster

27

White, ieder op zijn beurt waarheden onderwijzend welke hoe dan ook niet konden worden ondersteund door de geschriften van Mozes. Dit is de Heilige regel voor het ontraffelen van waarheid. En slechts tot iemands eigen verlies, zal hij weigeren te bekennen dat het heden ten dage hetzelfde werkt als altijd, alhoewel de boodschap van vandaag in totaliteit is afgeleid van de geïnspireerde schrijvers voor haar tijd. {ABN1: 27.3}

Hoewel er nog veel meer gezegd kan worden over deze zaken, voldoen deze regels voor nu, want tenzij u om uws levenswil erop reageert, zou meer (hiervan) slechts een vermoeienis voor u zijn en een verlies van tijd voor ons. {ABN1: 28.1}

Onze welgemeende gebeden en ernstige hoop daarom is dat de waardevolle, onherstelbare tijd besteed aan deze pogingen van goede wil en uiterst diepe bezorgdheid voor uw zielen, middelen zullen zijn  om u ertoe te brengen om u te verheugen in de glorierijke hoop welke de Roede voor u plaatst. Moge uw hart nu ontvankelijk zijn voor “de Heer zijn stem” welke nog steeds “roept in de stad….. Hoort gij de Staf en Hij die het aangesteld heeft.” {ABN1: 28.2}

Als u besloten hebt nu gehoor te geven aan dit bevel en met die in de Testimonies on Sabbath-school Work blz. 65, om uw uiterste best te doen om de redenering te horen  die de  boodschapper mag geven en om vragen te stellen over de boodschap, of het nou ten opzichte van de Bijbel of de geschriften van Zuster White is, wees dan verzekerd dat wij verblijd zullen zijn om van u te horen en dat wij met vreugde onze uiterste best zullen doen om opheldering te brengen in wat daarbij betrokken is. {ABN1: 28.3}

28

Vragen en Antwoorden

—-

WAT IS HET PROBLEEM VAN LAODICEA?

Vraag Nr. 1:

Wat is er aan de hand met Laodicea en wat is het hulpmiddel ?

Antwoord :

Haar conditie beschrijvend in tegenwoordige taal, verklaart Inspiratie:

“De boodschap aan de kerk van Laodicea is een schokkende aanklacht, en is toepasbaar op het volk van God in de tegenwoordige tijd… {ABN1: 29.1}

“Het volk van God wordt vertegenwoordigd in de boodschap voor de Laodicensen als in een positie van vleselijke zekerheid. Ze voelen zich op hun gemak, van zichzelf gelovend dat zij in een verhoogde conditie van geestelijke verworvenheid zijn….. {ABN1: 29.2}

“Wat een grotere misleiding kan het menselijk verstand overvallen dan een vertrouwen dat ze allemaal juist zijn, terwijl ze allemaal verkeerd zijn !De boodschap van de Waarachtige Getuige vindt het volk van God in een droevige misleiding maar toch oprecht in deze misleiding. Ze weten niet dat hun conditie betreurenswaardig is in de ogen van God. Terwijl zei die bedoeld worden zichzelf vleien dat ze in een verhoogde geestelijke toestand verkeren, breekt de boodschap van de Waarachtige Getuige hun zekerheid af door de alarmerende veroordeling van hun werkelijke

29

toestand van geestelijke blindheid, armoede en ellende. Het getuigenis zo snijdend en zwaar, kan geen vergissing zijn, want het is de Waarachtige Getuige die spreekt, en zijn getuigenis moet juist zijn. Testimonies Vol 3 blz. 252,253. {ABN1: 29.4}

“Ik vroeg naar de betekenis van de schudding die ik had gezien en werd getoond dat het veroorzaakt zou worden door de pure getuigenis opgeroepen door het advies van de Waarachtige Getuige aan de Laodicensen. Dit zal haar reactie hebben op het hart van de ontvanger en zal hen leiden om de standaard te verhogen en de pure waarheid uit te storten. Sommigen zullen deze pure waarheid niet kunnen verdragen. Ze zullen zich ertegen verzetten en dat zal de schudding  onder Godsvolk veroorzaken. {ABN1: 30.1}

“Ik zag dat er niet volledig acht geslagen was op de getuigenis van de Waarachtige Getuige. De heilige getuigenis waar het lot van de kerk aan vast hangt is geminacht als niet totaal genegeerd. Early Writings blz. 270 {ABN1: 30.2}

“…onze eigen gedrag van voortdurende afvalligheid heeft ons van God gescheiden. Trots hebzucht en liefde voor de wereld leven in het hart, zonder angst voor verbanning of veroordeling. Er komen smartelijke en aanmatigende zonden onder ons voor.  En toch is de algemene opinie dat de kerk floreert en dat vrede en geestelijke voorspoed in al haar gelederen voorkomt. {ABN1: 30.3}

30

“De kerk heeft zich afgewend van het volgen van Christus als Leider en is weer op de terugtocht naar Egypte. Toch zijn weinigen gealarmeerd of verbaasd door hun eigen gebrek aan geestelijke kracht. Twijfel en zelfs ongeloof in de Getuigenissen van de Geest van God doortrekt overal onze gemeenten. Dit is Satans opzet. Predikanten die zichzelf prediken in plaats van Christus willen dat zo. De Getuigenissen worden niet gelezen en niet gewaardeerd. God spreekt tot u. Licht schijnt vanuit Zijn woord en de Getuigenissen , en beide worden veracht en veronachtzaamd. Het gevolg is duidelijk te zien in het gebrek aan reinheid en toewijding en oprecht geloof onder ons.”Testimonies , Vol 5 blz. 218 , Getuigenissen voor de Kerk deel V, blz. 178 {ABN1: 31.1}

Dat Laodicea de typerende naam is voor de Zevende dag adventisten gemeenschap weet iedere Zevende dag adventist., en toch kan het niemand wat schelen om daar iets aan te doen. Integendeel, zijn ze allemaal tevreden dat ze alle waarheid hebben om hen helemaal over te brengen! {ABN1: 31.2}

Om hun lauwe positie oneindig te verlengen heeft de demonische kracht gezorgd voor  een volmaakt isolerende-bedekking bestaande uit een ondoordringbare laag van vooroordeel, zelfvertrouwen en de angst dat iemand zijn best doet om hun te misleiden door woorden of door literatuur. Vandaar dat de meeste van ons als Zevende dag adventisten, Bijbel waarheden die bepleit worden niet lezen of daarover discussiëren met iemand die niet geaccepteerd wordt door de engel van Laodicea –  de kerkvorsten van de conferentie.  Als gevolg daarvan zullen

31

dezulken heden ten dage nooit bereikt kunnen worden met een boodschap uit de hemel , niet makkelijker dan de Joden in hun dagen. Niettemin geeft de Alwetende de opdracht: {ABN1: 31.3}

“En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods: Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen. Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens ding gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.” Openbaring 3 : 14-18 {ABN1: 32.1}

Dus wanneer in Openbaring 2 : 5 de Heer streng tot een groep leiders toespreekt, hun waarschuwende dat tenzij ze zich bekeren en hun eerste werken doen, Hij haastig naar hun toe zal komen en de kandelaar onder hun hoede verwijderen, Hij maakt dit lot totaal voorwaardelijk aan hun eigen reactie op Zijn snijdende vermaning. {ABN1: 32.2}

Maar later, aan de leiderschap van de Laodicensen  (engel) maakt Hij een nog drastischere

32

 bevel, een onvoorwaardelijke, onmiskenbare, scherpe en definitieve verklaring, dat Hij ze uit  zal spugen, zodoende het bestuur van de kerk der Laodicensen tot een abrupte en catastrofale climax (einde) brengend. Op ditzelfde tijdstip dan zal de kerk een grondige schoonmaak ondergaan, een verandering van administratie en organisatie, gelijk als het Koninkrijk in de oude dagen van Saul “was afgepakt” en gegeven was aan David. (1 Sam. 15 : 28) {ABN1: 32.3}

En net zoals David, de achtste zoon van Jesse niet gekozen was tot nadat de opvolging van zijn 7 broers één voor één de revue gepasseerd was, evenzo was  het “huis van David” (Zach. 12: 8; Testestimonies Vol 5, blz.81) de kerk in de Nieuw testamentische opvolging niet tot stand gekomen tot na de 7 opvolgingen de één na de ander voorbij gegaan waren.( Zie tract. 8 , Mt. Sion at het Eleventh hour) {ABN1: 33.1}

Het mag duidelijk zijn dat de “engel” en de kerk die hier toegesproken worden noodzakelijkerwijs twee partijen voorstellen- de kerkleiding en de leken. Maar de ene direct aangesproken en veroordeeld is de engel, de ene die de leiding heeft over de leken. De “alarmerende beschuldiging” van de  Waarachtige Getuige, daarom, hoewel de leken niet vrijstellend, is uitdrukkelijk en in het bijzonder gericht aan de leiders van de kerk. Zo speciaal moeten zij meer dan alle anderen, hieraan aandacht schenken en de gedragscode ter harte nemen dat de Meester Herder geen enkele schaap onverzorgd zal laten gaan om te vallen in een afgrond als Hij dat kan verhelpen. {ABN1: 33.2}

33

Maar aangezien, als onder herders, zij lang en ernstig zijn verwaarloosd  heeft de Heer jaren geleden beloofd dat Hij binnen korte tijd” zelf de leiding gaat nemen over de kudde.” Testimonies Vol 5 blz. 80. {ABN1: 34.1}

In een voorspelling van deze volledige verandering van de Laodicensische  traagheid, bevestigd de Geest der Profetie plechtig: “God zal gelegenheden en manieren vinden door welke het gezien zal worden dat Hij de leiding weer in eigen handen neemt. De werkers zullen verbaasd zijn…” Testimonies to Ministers, blz. 300. {ABN1: 34.2}

Wederom lezen we dat God hen “die in hun eigen behoefte voorzien, onafhankelijk van God”,  welke “Hij niet kan gebruiken”, aan een kant zal zetten en voor het oog zal onthullen “kostbaren die nu verscholen zijn , die hun knie niet gebogen hebben voor Baal.” Testimonies , Vol 5 blz. 80, 81. {ABN1: 34.3}

Aldus herhaald de heilige geschiedenis zichzelf nog exacter dan de heidense geschiedenis. En de angstaanjagende onherroepelijke woorden van de profeet Samuel aan Saul, komen rinkelend door de eeuwen heen met dubbele definitieve beslotenheid voor de Laodicensen: {ABN1: 34.4}

“De HEERE heeft heden het koninkrijk van Israël van u afgescheurd, en heeft het aan uw naaste gegeven, die beter is dan gij . En ook liegt Hij, Die de Overwinning van Israel is, niet, en het berouwt Hem niet; want Hij is geen mens, dat Hem [iets] berouwen zou.” 1 Sam.15 : 28, 29 {ABN1: 34.5}

De Laodiceaanse  lauwheid,- de tevreden instelling van rijk zijn en verrijkt

34

met goederen, van de waarheid hebben en zelf eraan toevoegen- is niets anders dan pure zelfingenomenheid. Het is daarom dat de Laodicensen, “ellendig, jammerlijk, arm ,blind en naakt zijn” (Openb. 3 : 17), zich vergissend in geloven dat ze rijk en verrijkt met goederen zijn. Maar zo ernstig als deze misleiding is hoeft het niet fataal te zijn , als ze slechts zichzelf willen vernederen en “de ogenzalf” willen “kopen” die hun aangeboden worden zodat ze hun naaktheid mogen zien, zich bekeren , vergiffenis zoeken en toenemen in waarheid. Maar helaas, hun lauwe, (tevreden), niet heet nog koude (ontevreden) toestand (positie) maakt het zwaar voor hen om hun conditie te erkennen, zoals het voor de Joden was in de tijd van Christus. {ABN1: 34.6}

WAAROM DE NOODZAAK VOOR EEN OPWEKKING EN HERVORMING ?

Vraag Nr. 2 :

Als de kerk Gods geliefde object op aarde is (Testimonies to Ministers , blz. 20) en als Hij haar leidt, waarom de noodzaak voor “een opwekking en hervorming”?

Antwoord:

Aangezien de kerk inderdaad Gods geliefde object op aarde is, moet Hij haar vaak vermanen, berispen en kastijden om haar zodoende ertoe te brengen de hoge standaard die Hij voor haar heeft gesteld te behouden.  En alhoewel haar geschiedenis maar een lang triest verslag is van zondigen en bekering, zondigen en bekering, toch heeft de Heer haar verdragen in een oneindig geduld en lijdzaamheid van Heilige liefde,

35

zo prachtig geïllustreerd in de parabel van de verloren zoon. En uiteindelijk in deze onbeschrijfelijke liefde “gaf Hij Zichzelf” ( Gal. 1: 4) voor haar in de persoon van Zijn eniggeboren Zoon.  Maar dit verheven offer, desondanks dat het nooit volkomen werd gewaardeerd, ( bewees) zijn onsterfelijke liefde voor haar.

Zelf nu , verklaart de Verlosser medelijdend, dat Hij iets tegen haar heeft en vermaand haar door krachtige woorden om zich te bekeren en met Hem te zitten op Zijn troon ( Openb. 3 : 14-21), duidelijk makend het onvermijdelijke lot van allen die falen om Zijn advies op te volgen, vers 16. Maar tragischerwijs heeft zij er geen aandacht aan geschonken en daarom uit Hij “de zware beschuldiging van geestelijke zwakheid tegen de predikanten en de mensen, zeggende: ‘Ik ken uw werken, dat u nog koud nog heet zijt, Ik wenste dat u koud of heet was.”– Christ our Righteousness 1941 editie blz. 121. {ABN1: 35.1}

Aldus “roept” God in Zijn grenzeloze, alles onderscheidende liefde voor Zijn kerk, “op tot een geestelijke opwekking en een geestelijke hervorming.” Tenzij deze plaats vindt, zullen zij die lauw zijn, voortgaan nog weerzinwekkender te groeien voor de Heer, totdat Hij zal weigeren hen te erkennen als Zijn kinderen. {ABN1: 36.1}

“Er moet een opwekking en reformatie  plaatsvinden onder de bediening van de Heilige Geest. Opwekking en Hervorming zijn twee verschillende dingen. Een opwekking betekent een vernieuwing van het geestelijke leven, een bezieling (prikkeling of verlevendigen) van de krachten van het verstand en hart een opstanding

36

 van geestelijke dood. Een hervorming betekent een reorganisatie, een verandering in ideeën en theorieën, gewoonten en praktijken. Hervorming zal niet de goede vruchten van rechtvaardigheid voortbrengen tenzij het in verband gebracht wordt met een opwekking van de Geest. Opwekking en hervorming moeten hun voorgeschreven werk doen en hierin moeten ze samengaan.” –Ibid. {ABN1: 36.2}

In deze geïnspireerde beweringen staan 3 feiten in dappere verhevenheid uit:

  • God stuurt de krijgstrompet eerst naar de leiders en dan naar de leken; (2) Hij maakt een positieve verklaring dat Hij allen die weigeren gehoor te geven hieraan en (weigeren) in te gaan tot een “ geestelijke opwekking en een geestelijke hervorming “uit zijn mond zal spugen ; en (3)Hij maakt duidelijk dat zo een beweging “een reorganisatie betekend, een verandering in ideeën en theorieën , gewoonten en praktijken. “ Het is dan duidelijk dat de kerk een drievoudige verandering moet ervaren, voordat ze ooit kan stralen “schoon als de maan, helder als de zon en verschrikkelijk als een leger met barnieren” “voortgaand in de wereld om te veroveren en te overwinnen.”- Prophets and Kings blz. 725 {ABN1: 37.1}

God zal nu over Zijn kerk heersen zoals Hij in de tijd van Mozes’ deed:  “Het bestuur van Israel werd getypeerd door de meest grondige organisatie, tegelijkertijd prachtig door haar volkomenheid en haar eenvoud. De inrichting ervan zo verbluffend weergegeven in de volmaaktheid en rangschikking  van al Gods geschapen werken was gemanifesteerd in de Hebreeuwse economie.

37

 God was het middelpunt van gezag en bestuur, de oppermachtige van Israel. Mozes stond als hun zichtbare leider, door God aangesteld om de wetten in Zijn naam te uit te voeren. Van de ouderlingen van de stam werd naderhand  een raad van zeventig gekozen om Mozes te assisteren in de algemene zaken van het volk.  Daarnaast volgden de priesters, die met de Heer in het Heiligdom overleg pleegden. Aanvoerders of prinsen hadden de leiding over stammen. Onder deze waren de kampioenen over duizend en kampioenen over honderd en kampioenen over vijftig en kampioenen over tien en tenslotte officiers die in dienst genomen werden voor speciale taken. Patriarchs and Prophets blz. 374. {ABN1: 37.2}

Als “dezelfde vrome en rechtvaardige principes die de leiders onder Gods volk in de tijd van Mozes en van David moest  geleiden, ook gevolgd zou worden door diegene die de toezicht van de nieuw georganiseerde kerk van God in het evangelie tijdperk, was gegeven (Acts of the Apostles blz. 95), en als de mens Gods bestuursregels niet kan verbeteren,  waarom zouden wij dan niet hetzelfde patroon navolgen? Vandaar de noodzaak voor een “opwekking en hervorming.” {ABN1: 38.1}

Als herstellers van iedere Heilige institutie zijn wij verheugd om aan de lezers van Tegenwoordige waarheid aan te kondigen dat behalve de literatuur over “opwekking” zij ook dat van “hervorming” kunnen verkrijgen, onze organisatorische publicatie : de Leviticus van de Davidian Zevende dag adventisten. {ABN1: 38.2}

38

WAT IS HET FENOMEEN INSPIRATIE ?

Vraag Nr. 3:

Wat is eigenmachtige uitlegging?  Op welke manier is iemand geïnspireerd ? En door wie werkt inspiratie ? {ABN1: 39.1}

Antwoord:

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust.” 2 Tim 3 : 16, 17. {ABN1: 39.2}

“Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging; Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben [ze] gesproken.”2 Pet.1 : 20, 21 {ABN1: 39.3}

Bevestigend gesteld , is alle Schrift ( en niet slechtst een deel Ervan) geïnspireerd. Ontkennend gesteld is niets Daarvan eigen machtig uitgelegd om dezelfde reden dat Het niet door mensen tot stand is gekomen maar door God. En Het kan alleen door mensen worden uitgelegd, als Gods Geest dat beveelt. Dientengevolge, zijn elke jota en titel van de Schrift en Haar uitlegging door Inspiratie en daardoor volkomen nuttig om de man Gods te ondersteuning in lering, hem te wederleggen en te verbeteren en te onderwijzen in de rechtvaardigheid, tot volmaaktheid in geloof en werken. {ABN1: 39.4}

39

Laat ons daarom een verbond sluiten met de Heer dat van nu af aan wij niet eigen uitleggingen van de Schriften zullen accepteren noch verhogen tot geopenbaarde waarheid. En om deze heilige belofte aan de Heer verstandelijk onschendbaar te houden, moeten we natuurlijk eerst

Het  Fenomeen Inspiratie. {ABN1: 40.1}

begrijpen. In Haar Schriftuurlijke zin , wordt Inspiratie verklaart als “ een heilige invloed rechtstreeks en direct uitgeoefend op het verstand of ziel van de mens”( The New Century Dictionary); met andere woorden, Het is een speciale functie van de Heilige Geest van God. Het is daarom, in Haar verschillende manifestaties, in werking gezet, niet door de werking  van het verstand zelf, maar door de kracht van de Geest. Om echter een juist begrip van dit proces te krijgen , moet men het noodzakelijkerwijs in historisch perspectief zien, werkend in het midden van het menselijke ras vanaf het begin der schepping. {ABN1: 40.2}

God schiep Adam naar Zijn eigen beeld en  hij zal de “autonome heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. “ Gen. 1 : 26. {ABN1: 40.3}

Dienovereenkomstig , zoals Hij Adam de koning van des aarde ‘s  eerste heerschappij had gemaakt, en alle levende wezens onderdanen daarvan, bewijzen Adam ’s natuurlijke vermogen om hen te besturen (leiden)  en hun natuurlijke onderwerping aan hem dat de ganse schepping,

40

mens en beest, vogel en kruipende dingen door heilige invloed of begiftiging waren–geïnspireerd. Vandaar dat toen Adam de hele dierlijke schepping overzag als het aan hem voorbij ging, bracht hij zijn tijd niet door met het bestuderen van de natuur van deze schepselen om hun te kunnen identificeren, maar gaf hij ieder soort terstond haar naam;  zij op hun beurt, herkenden hem meteen als hun koning – en onderwierpen zich aan hem. Deze superintelligentheid (zoals in Mattheus 10 :19 is weergegeven) toont duidelijk aan dat alle schepping is beïnvloed door een kracht van boven en buiten zichzelf. In het kort, zowel het verstand van Adam als dat van de dieren kwam door Inspiratie. {ABN1: 40.4}

Inspiratie , derhalve, is niet begrensd in haar manifestaties tot de mens alleen. De heilige geschiedenis openbaard dat het niet begrensd wordt door visioenen (Dan 7: 2) of dromen (Gen. 28:12), of indirecte communicatie (Ex 40: 35; 28: 30) of gesprekken direct van aangezicht tot aangezicht (Gen 18:2) met heilige wezens, of tot welke andere vorm van expressie dan ook. Het komt veelal “op verschillende manieren.” Op deze wijze… sprak “God eertijds menigmaal en op menigerlei wijze tot de vaderen,” Heb 1: 1{ABN1: 41.1}

Deze fundamentele waarheid was waarschijnlijk het best weergegeven in Noah’ s werk, specifiek in haar climax, toen superintelligentie werd gegeven om de leden te selecteren onder de dierlijke schepping, zodat van ver en nabij ze hun weg konden vinden in de ark en vrede met elkaar konden houden. (Zie Gen. 7 : 1-4) {ABN1: 41.2}

41

Maar (toen) ze de vloed overleefd hadden vergaten de afstammelingen van Noah’s familie meteen de onbetaalbare les. Zo gebeurde het dat de mensen na de vloed vastbesloten waren te geloven dat er een tweede universele overstroming kon voor komen als de mensen voor de vloed dat waren om te geloven dat er nooit een eerste kon zijn. Aldus werd ongeloof in Noah’s inspiratie net zo veroordeeld na de vloed als ervoor, met als resultaat dat in de poging om het leven te verzekeren, de mens trachtte de toren van Babel te bouwen, s’ werelds eerste wolkenkrabber en het eerste monument van de dwaasheid van des mensen buitensporige arbeid om zijn verlossing zeker te stellen zonder de hulp van Heilige Inspiratie. Deze beledigende houding van de bouwers ten opzichte van de Heer Zijn belofte door Noah, wekte zo Zijn ongenoegen op dat Hij van hun geheugen de taal wiste die Hij ze door Adam had gegeven en daarvoor in de plaats in hun inspireerde al de verschillende talen van de aarde, met het resultaat dat de bouwers onder elkaar verward raakten en niet langer konden doorgaan met bouwen. ( Gen. 11: 7-9) {ABN1: 42.1}

In deze onnatuurlijke gebeurtenis die zo drastisch de koers van de menselijke samenleving veranderde, zien wij een andere vorm van Inspiratie geopenbaard, dat waar één persoon of een groep van personen opzettelijk  in tegenstelling tot God wil werken, Hij Zijn gave zelf dan aan hun kan geven , om hun eigen kwade ontwerpen te frustreren  (Gen 11: 1-9) terwijl

42

 Hij Zijn eeuwige bedoelingen ten toon spreid en Zijn Naam geprezen wordt. (Ps. 76 : 10) {ABN1: 42.2}

Een ander voorbeeld van deze wonderbaarlijke manifestatie is te zien in de overtreding van Biliams slechte intenties (voornemingen). De Heer beheerste Biliams tong zodanig dat hoewel zijn verstand geneigd was Israel te vervloeken, hij alleen zegeningen kon uitspreken ( Num. 22,23, 24). {ABN1: 43.1}

Laten deze “voorbeelden” onze constante waarschuwingen zijn dat een ieder die  het op zich neemt om tegen de Heer Zijn geopenbaarde wil te werken gedoemd is tot falen en schande. {ABN1: 43.2}

In de dagen na de vloed, verscheen de Heer en zei aan Abram: “Aan uw zaad zal Ik dit land geven.” Gen 12 : 7. Dan jaren daarna “stonden 3 mannen voor hem” en één van hen zei tot hem zeggende “ Sara, uwe huisvrouw, zal een zoon hebben.” Gen 18 : 2,10.  Aldus door een Heilige werking, in sommige aspecten anders dan datgene wat Adam en Noah beïnvloedde, was Abraham in staat gesteld (geïnspireerd) om te begrijpen wat de toekomst voor hem en voor zijn nageslacht in petto had.  {ABN1: 43.3}

Ook toen in de tijd dat Biliam ( die in het geval van Koning Balak die onderweg was naar Moab) zijn trouwe ezel sloeg, die vervolgens de gave van spraak ontving en tot zijn mishandelende meester zei: “Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt?” Num. 22 : 28. Het domme wezen , zoals we zien

43

was in staat gesteld (geïnspireerd) te praten door de Kracht die hem geschapen had. Derhalve, zal het zeker goed zijn , voor ieder mens om acht te slaan op wat de Heer zegt en doet, ongeacht , hoe, wanneer en waar ,of door wie Hij het spreekt of doet. {ABN1: 43.4}

Wederom, jaren voordat Israel , Egypte inging beïnvloedde God in Zijn voorzienigheid (Gen 45: 5) Jakob om een kleed van vele kleuren te maken voor zijn jongste zoon Jozef. Deze ogenschijnlijke partijdigheid, tezamen met Jozefs droom en zijn vaders uitleg daaromtrent (Gen 37: 10) ,dreef de jaloerse broers ertoe om hem als een slaaf te verkopen, om weggedragen te worden in Egypte om zo te voorkomen dat ze door hem verdrongen zouden worden van  hun invloed en positie.  Maar daar in Egypte, herrees de Heer hem in Zijn eigen tijd tot de 2e troon van het koninkrijk, toen bracht hij de jaren van overvloed , alsook de jaren van hongersnood en de middelen om het totale huishouden van Jakob te verhuizen naar Egypte. {ABN1: 44.1}

In hun verwoedde pogingen om van Jozef af te komen en zo te voorkomen dat ze door hem bestuurd werden, slaagde zijn broers er slechts in ( door de altijd aanwezige capaciteit van Voorzienigheid in beweging te brengen) hem te verhogen tot de administratieve troon van Egypte en zichzelf te verlagen in nederigheid aan zijn voeten. Hier is getekend bewijs dat hij die probeert Gods doelstellingen te verslaan, alleen slaagt in het verslaan van zijn eigen (doelstellingen) en in het propageren van die van God. {ABN1: 44.2}

44

Toen, als een vluchteling uit Egypte, Mozes de kudde van zijn schoonvader hoedde in Midian, “verscheen de Engel van de Heer aan hem in een vuurvlam uit het midden van een braambos; en hij zag, dat het braambos met vuur brandde, en het werd toch niet verteerd.”Exodus 3: 2. Door deze manifestatie, werd Mozes geïnspireerd om Israel te bevrijden van hun harde Egyptische ballingschap. En toen als de  leider van de Hebreen gedurende hun 40 jaren van het doortrekken in de woestijn, sprak hij met de Heer van aangezicht tot aangezicht . (Ex. 34 : 30-35), en vertrok hij met zijn heilig glinsterend aangezicht. Aldus zijn ervaring die afwijkend was van anderen voor hem. {ABN1: 45.1}

Farao en Nebukadnessar hadden dromen, Jozef en Daniel verklaarden ze ( Gen . 40: 8-12, 41: 25-38, Dan 2: 26, 4: 20,24). Daniel de profeet, Johannes de openbaarder en andere heilige mannen Gods hadden visioenen. Elk van hen was de speciale ontvanger van Inspiratie in (op) een karakteristieke wijze en in meerdere of mindere mate. {ABN1: 45.2}

Uit deze en vele andere voorbeelden zien we dat Inspiratie op verschillende manieren werkt om Haar wonderen te vertonen. Door mensen en door beesten, in feite is haar werk te zien in verschillende vormen door de gehele schepping . Sommigen hebben het in waarneembare stemmen gehoord, beiden door zichtbare (Ex 34: 30-35) en onzichtbare instrumenten (Ex 3: 2). Anderen zijn er getuige van geweest door blijvende indrukken,

45

dromen, visioenen, voorspellingen, bovennatuurlijke en ogenblikkelijke spraak begiftigingen. {ABN1: 45.3}

In alle ijverigheid , daarom, sla acht op iedere bovennatuurlijke manifestatie in de kerk van God, ongeacht de bron, of het nou mens of dier, klein of groot, zwart of wit, rijk of arm is. Vergelijk onbevooroordeeld haar werk met de Schriften en als het in harmonie daarmee is, als het haar fundament en voorspellingen daarin vind, de mens trouw maakt aan de wet en aan de profeten  en licht toe voegt aan de tegenwoordige waarheid, accepteer het , wat het ook moge  kosten in geld , bezit, positie, vrienden  en kennissen , want het is je eigen leven. En zo wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beërven. (Matt 19 : 29). {ABN1: 46.1}

Maar om oprecht te zijn en zodoende zich te redden van zichzelf en de onvergeeflijke zonde , moet men te allen tijde waakzaam zijn.  En dit kan men alleen doen door onder gebed de geest die beweerd in de naam van de Heer te komen te onderzoeken. Nalaten dit te doen, (bevind) staat men voor het grootste gevaar van het verwerpen van het pleiten van de Heilige Geest (Inspiratie) en zodoende onverschillig weggooien van het eigen leven. {ABN1: 46.2}

“Wanneer een boodschap in de naam van God tot Zijn volk komt”, zegt de Geest der Waarheid , “mag niemand zich verontschuldigen om zich te onderwerpen aan een onderzoek van haar eisen. Niemand kan het zich veroorloven zich terug te trekken in een houding van onverschilligheid

46

en zelfvertrouwen, en zeggen: ‘Ik weet wat waarheid is, ik ben tevreden met mijn toestand. Ik heb mijn grenzen bepaald en ik zal niet van mijn standpunt afwijken, wat er ook mag komen. Ik zal niet naar de boodschap van deze boodschapper luisteren; want ik weet dat het géén waarheid kan zijn.’ Het is vanwege het volgen van deze koers dat de populaire kerken in gedeeltelijke duisternis werden achtergelaten, en dat is de reden waarom de boodschap van de hemel hen nog niet bereikt heeft.” Testimonies on Sabbath school work blz. 65; Counsels on Sabbath school work blz. 28. {ABN1: 46.3}

Inspiratie maakt overduidelijk dat de boodschapper van de Heer op geen enkele wijze moet durven improviseren op de openbaringen (Openbaring 22 : 18-20), hoewel hij vaak het recht heeft om het in zijn eigen woorden te benadrukken. Door hetzelfde standaard geoordeeld, moet niemand anders durven bemoeien met de geïnspireerde werken van de schrijver . Deze logische opeenvolging leidt tot de consequente conclusie dat wanneer een punt in iemands geschriften niet duidelijk is, dan zal alleen de schrijver daarvan, als hij nog leeft , zelf hierover geraadpleegd worden . Alleen dezelfde Geest van Inspiratie, de originele Schrijver van de geschriften, kan anders verduidelijken wat dan ook ermee gemoeid is. Waarlijk  “ als een boodschap komt”  zoals Inspiratie zegt , “die je niet begrijpt, doe je uiterste best om de beweringen te horen die de boodschapper mag geven, geschriften met geschriften vergelijkend, zodat je mag weten of het wel of niet gedragen wordt door het Woord van God .”– Testimonies on Sabbath school work blz. 65, 66;

47

Counsels on Sabbath school work blz. 29. {ABN1: 47.1}

In geen enkel geval is het een morele en veilige gang van zaken om je te beroepen op een  tegenstander van iemands geschriften  om welk deel dan ook daarvan te belichten. Een Democraat zal nooit eraan denken om zich te wenden tot een Republikein om de Democratische platform te belichten of omgekeerd, als ieder van hen de waarheid wenst te weten. Onthoud dat het leggen van vertrouwen van Eva in de uitleggingen van de vijand van des Heren Woord (een handeling welke haar en Adam beide leidde tot  hun overtreding en val en als gevolg daarvan verbanning uit het Paradijs)  datgene is wat de vloek van zonde en dood bracht op de totale aardse schepping. Het is aan ons nu veeleer om deze oude hinderpaal naar de afgrond te voorkomen en zodoende het tot een trap trede te maken naar het Koninkrijk. {ABN1: 48.1}

Onthoud ook dat het gebruik van beweringen vergelijken, die uit hun context zijn gehaald in principe oneerlijk is en leidt vandaag tot zovele verdraaiingen  en misvattingen  van de waarheid als de opzettelijke krachtmeting toegepast in satans uitdaging tot Christus: “ Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelven  nederwaarts, want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal , en dat zij U op de handen zullen nemen opdat Gij niet te eniger tijd Uw voet aan een steen aanstoot.” Matt 4:6 {ABN1: 48.2}

Van dit punt tot zover bewezen, zien we duidelijk genoeg dat de eindproducten van Inspiratie in een van de twee categorieën uiteenvallen—

48

Ofwel Inspiratie van woorden of Inspiratie van ideeën .Om duidelijker te illustreren: een engel verschijnt en zegt aan me” De Heer zal  op die en die tijd , zo en zo doen met Zijn volk. Verkondig hun deze boodschap en laat ze het zien vanuit de Geschriften der waarheid, want de profeten hebben daarin gesproken in oude tijden.” De boodschap van de engel moet bezorgt worden met  getrouwheid aan het idee; hoewel vanzelfsprekend de woordkeus afgezien van de citaten noodzakelijkerwijs overgelaten wordt aan de boodschapper. Als gevolg daarvan, telkens  als hij de mogelijkheid ziet om de geïnspireerde ideeën duidelijker en sterker te doen uitkomen, is de boodschapper onder de diepste morele verplichting om zijn taal te bewerken. Alleen zo kan de toestroom van geïnspireerde gedachten progressief helder denkend en mooi worden. {ABN1: 48.3}

Verder nog , er zijn omstandigheden die in verband staan met bepaalde aspecten van iedere boodschap, die verduidelijking nodig hebben. Zulke verduidelijkingen, echter kunnen niet beter zijn dan het licht dat op dat tijdstip schijnt. En het licht mag uitsluitend  komen  van uit de boodschap zelf of wederom het mag ontleend worden van een beperkt begrip, gebruikelijk voor die tijd, “ waarin men zich bevind” een inzicht welke de boodschapper zelf deelt. {ABN1: 49.1}

Zoals in het geval van Johannes de Doper. Geïnspireerd om allen de komst van de Koning te verkondigen, werd John van alle kanten geconfronteerd met de vraag betreffende  het opzetten van

49

het Koninkrijk. Hij antwoordde houdend aan het gebruikelijke begrip welke hij evenals het volk had betreffende het Koninkrijk –dat wanneer de Koning arriveerde Hij ongetwijfeld Zijn Koninkrijk zou oprichten  en zodoende Zijn volk zou bevrijden van het Romeinse juk. Maar toen Christus uiteindelijk verscheen, legde Hij uit dat de tijd om het Koninkrijk op te richten en om het  Romeinse juk te verwijderen van de schouders van Zijn volk nog niet gekomen was. En de werkelijke  “ wijzen”  gaven geen acht op deze tegenstrijdige leerstellingen, maar accepteerden blijmoedig  de waarheid in haar progressieve vorm en gingen naar steeds hogere geestelijke verworvenheden, terwijl zij die struikelden over dit verschil , of Johannes verwierpen als een valse profeet en Jezus accepteerden als de Christus, of Johannes accepteerden als de ware profeet en Jezus verwierpen als de valse Christus en dientengevolge gleden zij verder en verder achterwaarts en  nederwaarts, totdat ze geen volgelingen meer waren van noch Christus of Johannes. {ABN1: 49.2}

De wegen van Inspiratie zijn constant, hetzelfde gisteren, vandaag en morgen. Vragen betreffende geopenbaarde waarheid moeten daarom vandaag op dezelfde wijze als in de dagen van Johannes beantwoord worden.  En zodoende nu en toen zullen de critici, de sceptici en zij die twijfelen vele haken hebben waarop ze hun twijfels kunnen hangen. Maar evenzo nu als toen, zullen zij die twijfelen bevangen worden in hun eigen kunstigheid. {ABN1: 50.1}

50

Verder brengt inspiratie altijd de boodschappers van God in volmaakte harmonie, nooit in verdeeldheid. Deze primaire waarheid is heel mooi geïllustreerd te zien in de ervaring van de apostel Petrus, een jood, met Cornelius de Romeinse hoofdman, een heiden. De Heer wist dat Petrus nooit een heiden zou ontvangen en dat Cornelius zichzelf nooit zou voorstellen aan een jood. Daarom werd aan beiden een visioen gegeven die hun aanwijzingen gaf wat ze moesten doen. (Zie Hand. 10). En het hemelse visioen gehoorzamend, waarvoor ze beiden eerbied hadden werden ze zonder problemen tot wederzijdse overeenstemming gedrongen. {ABN1: 51.1}

Dan is er nog de fantastische ervaring van Paulus. Terwijl hij verwikkeld was in het onheilige werk van het vervolgen van de Christenen ontmoette de Heer hem op de weg naar Damascus, bekeerde hem en gaf hem aanwijzingen om zich met Ananias te  onderhouden. Maar wetend dat Ananias die Paulus slechts als aanklager van de getrouwen kende, de laatste nooit in zijn eigen getuigenis van bekering en vriendschap zou ontvangen, gaf de Heer evenzo Ananias een visioen: hem de bekering van Paulus openbarend. En zodoende werden zij evenals Petrus en Cornelius voor hen, niet ongehoorzaam aan hun hemelse visioen ( Hand 26:19). {ABN1: 51.2}

In de dagen van Mozes stonden sommigen op bewerend dat de Heer zowel door hun als door Mozes sprak ( Num. 16 : 2.3). Hun debat, echter in plaats van orde en harmonie

51

 te brengen tussen hun en Mozes, bracht wanorde en tweedracht, met het tragische resultaat dat duizenden hun leven verloren (Num. 16: 32,35,49). Had de Heer tot deze mannen gesproken, dan zou Hij zeker dit feit bekend gemaakt hebben aan Mozes. Maar juist het uitblijven van zulk een openbaring maakte het duidelijk aan Mozes dat de Heer, Korah, Dathan en Abiram niet aan het verhogen was zoals ze beweerden dat Hij deed, maar juist dat zij als jaloerse nieuwkomers en bedriegers, zichzelf aan het verhogen waren. Had Mozes als een dienstknecht van God ingestemd met hun eisen, zou hij  zeer zeker enige vorm van vergelding zijn tegen gekomen, zoals “de man Gods” die toen overgehaald door “de oude profeet” om van de weg af te keren en brood te eten met hem , terwijl de Heer hem opgedragen had dat niet te doen, werd geslacht door een leeuw.  Een plechtige les ! Geef geen gehoor aan menselijke stemmen in tegenstelling tot God’s (stem). (Zie 1 Koningen 13) {ABN1: 51.3}

Bovendien, zullen zij die de Heer begunstigd heeft altijd terugdeinzen van zichzelf op de voorgrond plaatsen. Hoewel David, bijvoorbeeld, gezalfd was door Samuel om koning over Israel te zijn, heeft hij nooit getracht de troon te bemachtigen. In feite maakte hij niet eens zijn verhevenheid bekend. En dan op gevaar des doods door Sauls eigen hand, beschermde hij hem zelf. In deze hele mooie ridderlijkheid, toonde David de liefde, nederigheid, zachtmoedigheid en rechtvaardigheid geïnspireerd door de Geest van God.  Zijn( gedrag) was het kalme vriendelijke , verdraagzame geduld,

52

 welke samengaat met de zekere kennis dat God alles onder controle heeft. Wetend dat de Heer hem gezalfd had om koning te worden, wachtte hij geduldig tot de Heer het gepast vond om hem op de troon te zetten. {ABN1: 52.1}

Van deze en vele andere voorbeelden zien we dat God niet alleen nooit een dienstknecht aanstelt om de boodschap te veranderen, te herplannen of te herroepen waar Hij de andere dienstknecht mee belast had, zonder dat Hij het eerst bekend maakt aan beide, maar ook dat Hij nooit eert met promotie  zij die zichzelf verhogen en verheerlijken, maar dat Hij verhoogt op zijn tijd die zichzelf vernederen onder Zijn machtige hand (1 Petr. 5: 6). {ABN1: 53.1}

Als een logische gevolgtrekking van de voorgaande fases van het onderwerp Inspiratie kunnen we erkennen dat allen die bekeerd en onderdanig aan de Heer worden, ontvangers zijn van Heilige verlichting. Want niemand anders dan de Heilige Geest kan iemand overtuigen van de waarheid, zijn zonden veroordelen, hem berouw geven en hem versterken om Gods wetten, Zijn inzettingen en Zijn verordeningen te gehoorzamen. De mens zelf kan deze veranderingen niet in gang zetten, net zo min als een panter zijn vlekken kan veranderen. {ABN1: 53.2}

“ Als u uw eigen zondigheid bemerkt, probeer dan niet eerst uzelf te verbeteren. Hoeveel mensen zijn er niet , die menen dat ze niet goed genoeg zijn om tot Christus te komen? Verwacht u

53

 dat u door uw eigen pogingen beter zult kunnen worden? Kan een Ethiopiër zijn huid veranderen, of een panter zijn vlekken ? Dan zou gij ook in staat zijn goed te doen, gij die gewend zijn kwaad te doen? Wij kunnen alleen hulp vinden bij God. We moeten niet wachten tot onze overtuiging sterker wordt, totdat zich een betere gelegenheid voordoet, of op een opwelling van heiligheid. We kunnen uit onszelf niets beginnen. We moeten tot Christus gaan, precies zoals we zijn.” Schreden naar Christus p.29 , 30. {ABN1: 53.3}

“ U kunt de zonden uit uw verleden  niet verzoenen. U kunt uw hart niet veranderen en uzelf heiligen. Maar God belooft om dit allemaal voor u te doen door Christus. U gelooft die belofte. U belijdt uw zonde en geeft uzelf aan God. U wilt Hem dienen. Zo zeker als u dit wilt zo zeker zal God Zijn woord aan u waarmaken. Als u de belofte gelooft- als u gelooft, dat u vergeving hebt ontvangen en gereinigd bent- zorgt God er voor dat dit ook zo is. U bent gezond, zoals de verlamde van Christus de kracht kreeg om te lopen, toen de man geloofde, dat hij genezen was.  Als u gelooft, is dit een feit.” Schreden naar Christus p. 49. {ABN1: 54.1}

Aldus is elke ware volger van Christus geïnspireerd door zijn eigen lot- een om te begrijpen en een ander om te studeren, weer een andere om te onderwijzen en dan weer een andere om te onderscheiden en allen om te handelen en offers te brengen om Zijn wil. {ABN1: 54.2}

Daarom ook is iedere ware Christen door God in staat gesteld om te lijden of om te verblijden. Derhalve wat hem ook overkomen mag of het nou lijden of zorgen , of welvaart en vreugde is, het vertrouwend kind van God zal de Heer alleen de

54

eer voor zijn deel geven en niemand anders. En onthoud : “Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen. 1 Cor. 10: 13. {ABN1: 54.3}

“Ziet, de Bewaarder Israels zal niet sluimeren, noch slapen.
De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw Schaduw, aan uw rechterhand. De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.
De HEERE zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren.
De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid. Ps. 121: 4-8. {ABN1: 55.1}

Weest daarom geen klagers zoals “zij die het gewenste land versmaadden en “Zijn woord niet geloofden”; maar in hun tenten murmureerden en niet hoorden naar de stem des HEEREN. Daarom hief Hij tegen hen Zijn hand opdat Hij hen nedervellen zou in de woestijn Ps. 106: 24-26. {ABN1: 55.2}

Maar wees als de trouwe apostel: “Niet dat ik [dit] zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden,

55

beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.” Filip 4: 11-13. {ABN1: 55.3}

Maar terwijl er van de gouden schaal (Zach 4 : 2) Inspiratie vloeit welke ons in staat stelt om een ware Christen te zijn, vloeit er van de ketel van de hel die tegenovergestelde inspiratie die werkt om een persoon een valse Christen te maken. De ene redt, de andere vernietigd. Zoveel als wij vannode hebben om volkomen bewust en eerbiedig te worden aan de ene – de Goddelijke,  hebben we tegelijkertijd  de behoefte om volkomen levend te worden voor haar vervalsing—

Satans inspiratie. {ABN1: 56.1}

Tragischer wijs, is deze Satanische kracht steevast door de jaren heen ongekend succesvol geweest onder de leiders van de kerk. Onbewust zijn ze gaande weg verleidt in het volgen van Satans ontwerpen en pogingen om precies het werk neer te halen (nieuw model) waarvan zij dachten dat het aan het opbouwen was. {ABN1: 56.2}

Bij Christus zijn eerste komst waren de leiders van de kerk zo geïnspireerd met de geest van Satan, zoals de geschiedenis van de kerk openbaart, dat ze op sommige momenten als demonen handelden, als mannen die hun verstand verloren waren. Zelf ongevoelig voor de regen van Waarheid zoals het viel in die dagen, waren de priesters, schriftgeleerden en Farizeeën van nature bezield met de ijver om de mensen van de stromen van Waarheid te

56

weerhouden. Zo gebeurde het dat ze ieder mogelijk middel in het werk stelden om als het ware een paraplu op te slaan, over de hoofden van het volk, om zodoende te voorkomen dat zelf ook maar een druppel van de levenreddende stromen van de vroege regen op hen zou vallen.  Als gevolg daarvan, alhoewel druppels van de Waarheid zoals nooit tevoren overal rondom hen vielen, waren ze tevreden om in droogte te blijven onder de Waarheid-bestendige paraplu van de priesters. {ABN1: 56.3}

 Het was in deze donkere uren van de menselijke geschiedenis dat Waarheid en dwaling, licht en duisternis, vrijheid en gevangenschap, samengevoegd werden in wat waarschijnlijk het grootste conflict aller tijden was. Tot aan Pinksteren  werden slechts 120 personen van de miljoenen die toen door het hele land leefden gered van de geestelijke dood. En pas toen ze gedoopt werden met de Heilige Geest en vervult werden met kracht op Pinksteren, waren ze in staat gesteld om andere dorstigen te helpen losbreken uit de Satanische cirkel. {ABN1: 57.1}

Overwonnen in zijn pogingen om de Waarheid voor altijd te doen verkoelen, vernieuwde Satan snel zijn pogingen. De donkere Middeleeuwen komen en opnieuw wordt gezien zijn vijandigheden aanwendend tegen de Waarheid en haar aanhangers. Al zijn demonen in al hun vurigheid loslatend op de kerk , bracht hij de grote verdrukking, zoals die nog nooit geweest was vanaf de grondlegging van de wereld tot deze tijd, neen, nog ooit zal zijn. En waren de dagen niet verkort er zou geen vlees gered zijn , maar omwille van de gekozenen werden de

57

dagen ingekort (Matt. 24 : 21,22) door de Reformatie. Als gevolg daarvan zal alleen Goddelijk ingrijpen hem ervan weerhouden de stem van de Reformatie tot zwijgen te brengen en haar kracht te verspreiden. Zo was het altijd, zo is het vandaag en zo zal het tot het bittere eind zijn. {ABN1: 57.2}

Als resultaat daarop, ondanks al het licht dat er nu schijnt, kruipen massa’s samen op een kluitje onder Satans overkoepeling, tegelijkertijd helpend om massa’s met zich mee te trekken en anderen af te houden . Desondanks

Staat Gods belofte vast. {ABN1: 58.1}

Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds. Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid.”

Deut. 32: 1,2. {ABN1: 58.2}

“En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in den HEERE, uw God; want Hij zal u geven dien Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u den regen doen nederdalen, den vroegen regen en den spaden regen in de eerste [maand]. En de dorsvloeren zullen vol koren zijn, en de perskuipen van most en olie overlopen…En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die

58

dagen Mijn Geest uitgieten.”Joel 2 : 23,24,28,29. {ABN1: 58.3}

Alsdan zal de kreupele springen als een hert, en de tong des stommen zal juichen; want in de woestijn zullen wateren uitbarsten, en beken in de wildernis.  En het dorre land zal tot staand water worden, en het dorstige land tot springaders der wateren; in de woningen der draken, waar zij gelegen hebben, zal gras met riet en biezen zijn.” Jes. 35: 6,7. {ABN1: 59.1}

Ondanks Satans streven om de gehele aarde met zijn Waarheid bestendige instrumenten te overkoepelen zal “ het in laatste der dagen geschieden, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien. En vele heidenen zullen henen gaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons leere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. {ABN1: 59.1}

“En Hij zal onder grote volken richten, en machtige heidenen straffen, tot verre toe; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het [ene] volk zal tegen het [andere] volk geen zwaard opheffen, en zij zullen den krijg niet meer leren. Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok, en onder zijn vijgeboom, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke; want de mond des

59

HEEREN der heirscharen heeft [het] gesproken. Want alle volken zullen wandelen, elk in den naam zijns gods; maar wij zullen wandelen in den Naam des HEEREN, onzes Gods, eeuwiglijk en altoos.” Mic. 4 : 1-5. {ABN1: 59.3}

IS SATAN EEN GROOTHANDEL OF EEN KLEINHANDEL IN MISLEIDING?

Vraag Nr. 4:

Werpt Satan een speciaal struikelblok op voor de kerk als lichaam, of valt hij juist Zijn leden individueel aan ? {ABN1: 60.1}

Antwoord :

Sinds de tragische dag in Eden toen hij zonde introduceerde in de wereld en de val van de mens veroorzaakte, heeft Satan op de weg van iedere verlossende Beweging een verschillend struikelblok geworpen , waardoor menigten zijn gestruikeld en gevallen. We kunnen er daarom van verzekerd zijn , dat er van hem verwacht mag worden dat hij  vandaag een andere kenmerkend gevaar geplant heeft op onze weg. Hoewel we in deze eeuw het overweldigende voordeel hebben van het kennen van de respectievelijke valstrikken die bewezen waren fataal te zijn voor massa’s in vorige bewegingen, zullen we te lijden hebben onder naar proporties grotere veroordelingen en straffen, als we falen de onze te herkennen. En verder nog als we falen zullen we daarbij aan het universum getuigen dat wij de zwaksten onder de zwakken zijn. We moeten staan – staan tegenover de meest ingenieuze speciale valstrik ooit geplaatst door het

60

Kwaad. Maar hoe zullen we dat doen als we niet weten wat het is of waar het is ? {ABN1: 60.2}

Om het gevaar te vinden waar het echt op de loer ligt, laten we kort even terugblikken naar voorgaande valstrikken, in perioden waar ze voorkwamen, beginnend met  de eerst vastgelegde kerkbeweging: {ABN1: 61.1}

De Beweging in de tijd van Noach was bepaald  om een ark te bouwen, tegelijkertijd als waarschuwing van de op handen zijnde zondvloed en als schuilplaats daarvan. De speciale struikelblok die Satan in die tijd op de weg van massa’s heeft geworpen, heeft hij ontworpen uit het feit dat nog nooit in de gehele menselijke natuur men iets had gezien, dat in de verste verte het bewijs verleende tot de mogelijkheid  dat  er ooit zo een fenomeen als regen kon worden verwezenlijkt. Dientengevolge, uitgaande van hun begrensde kennis van de natuur en haar latente kracht, bespotten en minachten zij Noach’s wetenschap en zijn onheilswaarschuwingen  en gingen voort met hun eten en drinken, trouwen en ten huwelijk geven, totdat de dag kwam dat Noach de ark binnenging, het niet en bekenden, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam. Matt 24 : 38, 39. {ABN1: 61.2}

Hun zelfverheffende menselijke wetenschap en het veronachtzamen van heilige wetenschap, was daarom de speciale struikelblok welke de antediluvianen wegnam. Hun lot waarschuwt ons plechtig om nauwgezet deze fouten te vermijden. {ABN1: 61.3}

In de Abrahamse Beweging , was de vader van de getrouwen geroepen om te vertrekken vanuit de steden van de oude wereld, in de hoop

61

dat op zekere dag, deze beweging als overwinnaar het beloofde land zou bezetten. Volledig bewust van dit feit werkte Satan uit alle macht om deze Beweging op een Zijspoor te brengen in de steden van de volkeren langs de weg. Lot viel over dit struikelblok met het resultaat dat de Heer hem uiteindelijk vanuit de vernietiging van Sodom moest wegtrekken als brandhout uit het vuur geplukt, hij kwam eruit als de armste der armen. {ABN1: 61.4}

Aldus waren de wereldse steden het drijfzand van de eerste mensen na de vloed. Mogen wij evenals Lot niet alles daarin kwijtraken . {ABN1: 62.1}

De Beweging van Mozes werd uit het land Egypte geleid om het beloofde land te bezetten en om daar een koninkrijk te worden. Op sluwe wijze zijn verleidingen aanpassend aan hun neiging tot klagen, inspireerde Satan zij die meerderjarig waren, toen ze het land van Farao verlieten tot constant gemopper, geklaag, positie zoeken en rebelleren en tenslotte tot het vrezen van de reusachtige inwoners van het beloofde land. Falend om in te zien dat hun kracht de sterke hand des Heren was, waren ze als gevolg daarvan gedwongen om veertig lange jaren  in de woestijn te dwalen en daar de verschrompelde beenderen achter te laten van allen behalve twee van hun leden die minderjarig waren toen ze Egypte verlieten. {ABN1: 62.2}

 Ongeloof, halsstarrigheid, wantrouwen tot het Heilige leidersschap en positie zoeken, waren daarom het vierhoofdige monster dat het Exodus volk verslond. En

62

 dit zal iedere Tegenwoordige waarheid gelovige die afdwaalt in haar hol verslinden. {ABN1: 62.3}

De Kanaanitische Beweging onder Jozua was ontdaan van alle zondaren en werd aangesteld om het land te bezitten, de heidenen te verdrijven en een eeuwigdurend koninkrijk op te richten. Wetend dat haar voortzetting afhankelijk was van hun gehoorzaamheid aan de aanwijzingen van de Heer door de profeten, drong Satan bij het volk erop aan om Gods boodschappers te bespotten,  Zijn Woord te verachten, en Zijn profeten te misbruiken,” totdat de grimmigheid des Heren tegen Zijn volk opging, dat er geen helen meer was” (2 Kron. 36:16), en Hij ze in gevangenschap terug gaf. {ABN1: 63.1}

Vandaar dat de profeten voor de onderdanen van het koninkrijk een grote steen des aanstoots waren—Een steen waaraan geen tijdperk voor of sindsdien gevrijwaard was van struikelen. De verstandigen heden ten dage zullen daarom “de profetieën niet verachten.” 1 Thess. 5 : 20. {ABN1: 63.2}

De Apostolische Beweging was voortgebracht om de verplaatsing te verkondigen van de aardse heiligdomsdienst naar de hemelse “tabernakel welke de Heere heeft opgericht en geen mens.” ( Heb. 8: 2) en om te dopen “in de naam van de Vader de Zoon en van de Heilige Geest”  (Matt 28 : 19) allen die hun zonden zullen belijden. Maar om haar doel te frustreren heeft Satan een andere rage gelanceerd, en met het vertrek van de apostelen is hij er snel in geslaagd de kerk volkomen het zicht te doen  verliezen van beiden,

63

de waarheid betreffende de priesterschap van Christus en de waarheid van de doop en om in de plaats daarvan een andere priesterkunst en kinderdoop tot stand te brengen. {ABN1: 63.3}

Zodoende geleid door ongeloof en veronachtzaming van de “heiligdomsdienst en de doop,” hun ware zaligheid, is de Christelijke kerk gevallen door Satans valluik tot dwaling. En die deur is nog steeds gereed de voeten van de onoplettenden— allen die de steeds vooruitgaande waarheid die zich ontvouwd in de speciale verzegelende boodschap van vandaag veronachtzamen of te licht achten. {ABN1: 64.1}

De Protestantse Beweging werd opgericht om het hoog belang van de Bijbel te verkondigen en tot ontwikkeling te brengen, omdat de pre-reformatorische wereld in duisternis was gebonden, door religieuze regels van ongeïnspireerde mannen de gewone man het recht ontzeggend om een Bijbel te bezitten en hen afhankelijk makend van zijn eigen uitleggingen daarvan. Zodoende kwamen de opeenvolgende Protestantse kerken om de vertrapte waarheid te herstellen, ieder van hen protesterend tegen deze mishandelingen en onrechtmatig in het bezit nemen van menselijke rechten, elk uitgeroepen om de Christelijke wereld de noodzaak van ware Inspiratie en van vrijheid van Godsdienst te doen realiseren, het recht om een Bijbel te bezitten en voor zichzelf te bestuderen en de taak om de Bijbel en de Bijbel alleen de heerser van hun geloof te maken. {ABN1: 64.2}

Vastbesloten echter om de Reformatie te niet te doen, heeft Satan vanaf haar begin constant gewerkt om ieder kerklid

64

 te laten overstappen op eigen interpretaties van de Geschriften en in extra Bijbelse theorieën. Tengevolge daarvan bevind het hedendaagse Protestantisme zich niet alleen op de weg van het volgen van ongeïnspireerde Bijbel uitleggingen van een man maar op de weg van ongeïnspireerde uitleggingen van duizenden mannen. En het resultaat is dat de Christelijke wereld vervult is van afscheidingen en dwalingen ongeëvenaard in de geschiedenis—het bewijs dat het grote werk van de grondleggende vaders van de Protestantse Reformatie is vervuilt en verandert is geworden in een ondermijnende kracht ter frustratie van Gods speciale ontwerp voor de kerk van vandaag. {ABN1: 64.3}

Aldus zien wij dat de Reformatie, welke oorspronkelijk onder de leiding van geïnspireerde mensen was, de kerk vanuit een moeras verheft, later onder de leiding van ongeïnspireerde mensen  haar doet duiken in een andere, waarin ze sindsdien aan het spartelen is. En tenzij wij ons door de Waarheid vanuit deze fatale moeras van dwaling laten uitlichten, kunnen wij de Vijand van Inspiratie nooit verslaan in zijn onvermoeibare en krachtige pogingen om de toepassingen van onze zaligheid te verderven tot wapenen voor onze vernietiging. {ABN1: 65.1}

De Zevende dag Adventisten beweging werd aangesteld om het Heiligdomswerk te verkondigen: “Vrees God en geeft Hem eer want de ure van Zijn oordeel ( de oogst ) is gekomen” ( Openbaring 14: 7) om uit het Boek des levens van het Lam de namen te verwijderen van hen die hun vaten niet gevuld hebben met  extra

65

olie (Matt 25 : 3),  en zij die het bruiloftskleed niet hebben aangedaan ( Matt 22: 11), evenals zij die hun talenten niet verdubbeld hebben ( Matt 25 : 14-30) ; en ook om het onkruid tussen het tarwe te verwijderen ( Matt 13: 30). {ABN1: 65.2}

De verwittiging betreffende de dood was om de levenden voor te bereiden op hun op handen zijnde oordeel. Om deze reden heeft Satan elk van zijn mechanismen tewerk gesteld om Adventisten te wiegen in het slechts zijn van hoorders en predikers maar geen bedrijvers van het Woord; gij vertient de munte, en de dille, en den komijn, en gij laat na het zwaarste der wet.  Kort gezegd, hij heeft hen ertoe geleid dat ze ellendig, jammerlijk en arm en blind en naakt zijn door  enerzijds zelf te falen om trouw te zijn in het doen  wat ze anderen leren om te doen, en anderzijds zelf te falen in zichzelf te vrijwaren van dingen te doen die ze anderen leren niet te doen. En om te voorkomen dat ze ontwaken uit deze “verschrikkelijke misleiding” ( Test. Vol 3 blz. 254), houdt hij hun lauw, vergenoegd, dromend van rijk te zijn in waarheid en aan niets behoefte hebbend, terwijl ze in feite in ellende verkeren en alles nodig hebben. {ABN1: 66.1}

Overduidelijk is dan dat lauwheid en de verbeelding van rijk te zijn de typerende fouten van de Laodicensen is en de gevaren zijn welke als ze niet erkend en verwijdert worden uiteindelijk zullen resulteren in het door God uitspugen van hen uit Zijn mond (Openbaring 3 : 16). Daarom pleit

66

de Heer opnieuw vol medelijden met Tegenwoordige Waarheid gelovigen om in het licht te wandelen  en lauwheid te vermijden voordat ze terugvallen in het zichzelf rijk en verrijkt wanen en in niets tekort hebbend en opnieuw arm worden en aan alles behoefte hebbend. Alzo zien we dat terwijl Satan niet in staat is geweest ieder individueel lid om ver te gooien, hij wel in staat is geweest iedere beweging tot nu toe omver te werpen. {ABN1: 66.2}

De Elfde uur Beweging, zijnde de allerlaatste is derhalve van alle bewegingen in het grootste gevaar. Hoe dringend dan, dat wij onze ogen open houden voordat ook wij vallen. Deze beweging hoewel, het de laatste evangelie  poging is moet macht en sterkte geven aan de Drie Engelen Boodschap en “de aarde verlichten met haar heerlijkheid” ( Openb. 18 : 1); het moet triomferen, ondanks dat alle bewegingen voor haar gefaald hebben . Het is voorbestemd om “niet opnieuw te profeteren” aan “vele volkeren”( Openb. 10 : 11), maar aan “alle” (volkeren).  En aangezien het moet gaan naar allen die Zijn gerucht niet gehoord hebben, en tot het Huis des Heere te brengen alle heiligen uit alle natiën (Jes 66 : 19,20), is het derhalve voorbestemd te blijven bestaan. Om dit voorbestemd doel te verwezenlijken, neemt God de teugels in Zijn eigen handen (Test. to ministers blz. 300), om de kerk te reinigen door het onkruid eruit te verwijderen en het om voortaan vrij daarvan te behouden, zodat het op de Berg Zion mag staan met het Lam (Openb. 14 : 1). {ABN1: 67.1}

67

Inderdaad de Elfde uur Beweging moet in deze zelfde kwestie triomferen, zijnde de laatste, degene de oogst moet binnenhalen, zou het falen dan zou iedereen in de wereld voor eeuwig verloren blijven. Daarom zijn de redenen dat de Heer het doel heeft het te laten bestaan dubbel. De Davidianen zijn geroepen tot “het Koninkrijk in de tijd als deze.” {ABN1: 67.2}

“Want verklaart het Woord” met vuur, en met Zijn zwaard zal de HEERE pleiten met alle vlees: en de verslagenen des HEEREN zullen veel zijn……
en uit hen, die ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de natiën…. en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen. En zij zullen al uw broeders uit alle heidenen den HEERE [ten] spijsoffer brengen uit alle natiën  (Jes. 66 : 16-20). {ABN1: 68.1}

“En zij (de Heidenen) zullen hen noemen Het heilige volk, De verlosten des HEEREN.” Jes. 62: 12. {ABN1: 68.2}

“Maar wie zal den dag …. Verdragen? ….  wie zal bestaan, als Hij verschijnt? want Hij is als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers.” Mal 3 : 2. {ABN1: 68.3}

Nog meer reden dan dat haar  aanhangers getest en waardig bevonden moeten worden.  Wat is daarom het eerste en ernstigste gevaar waar de Tegenwoordige Waarheid gelovigen heden ten dage mee geconfronteerd worden? {ABN1: 68.4}

Met het oog op het einde van de lange reis in het zicht, was het werk nooit zo groot, de tijd

68

om het in te doen nooit zo kort en de werkers nooit zo weinig als nu. Vanzelfsprekend daarom is het feit dat Satans allerhoogste pogingen in dit uur moet zijn om ervoor te zorgen dat de tijd verspild wordt en het werk ongedaan blijft. {ABN1: 68.5}

Verrijst dan O Tegenwoordige Waarheid gelover !  Sta haastig op tot de taak u gegeven en “wat ook uw hand vind om te doen , doe het met uw macht.” Pred. 9 : 10 Laat geen moment meer verloren gaan, want ieder kostbaar (ogenblik) is  beslissend  voor de zaligheid  van uw eigen ziel en voor de ziel van anderen. {ABN1: 69.1}

WAT ZEGT DE GEEST TEGEN LAODICEA?

Vraag Nr. 5:

Vertoond Laodicea in haar lauwheid niet op een volmaakte wijze de gevaarlijke conditie waar de apostel Paulus voor waarschuwt wanneer hij zegt: “Zo dan die meent te staan, zie toe dat hij niet valle” ? {ABN1: 69.2}

Antwoord :

Heilige geschiedenis is herhalend, met de tragische les dat wanneer een volk verkeerd gaat zoals Israel deed in de tijd van Elia en opnieuw in Christus’  zijn tijd, ze niet meer gevoelig zijn voor hun verkeerd zijn. Gelijkerwijs herhalend is de tragischere les dat zo’n volk altijd Gods pogingen om hen tot bewust worden van hun fouten te brengen  verkeerd geïnterpreteerd hebben. Vandaar dat als ze eenmaal van de leerstellingen van de profeten zijn

69

 afgedwaald en gevangen zijn door nieuwe en fascinerende menselijke leiderschap, hun bevrijding en correctie vrijwel onmogelijk wordt. (Zie Prophets and Kings blz. 121-126). {ABN1: 69.3}

De fatale zwakheid, die op verschillende wijze iedere Beweging gekarakteriseerd heeft ,vanaf dat van Israel tot dat van Laodicea is “ het leggen van het fundament van de bekering van dode werken.” Hebr. 6: 1.

En wat nog fundamenteler is en nog dringender ter zake doet, is dat iedere beweging gelijk als de andere faalde om vooruit te gaan van de ene boodschap naar de volgende, en om voort te gaan om haar einddoel van boven zintuiglijke  verworvenheden in heilige kennis te bereiken. In plaats daarvan viel elk van hen van de hoogte van haar eigen vroege rijke ervaring terug omlaag, naar geestelijke armoede omdat het faalde om gelijke tred te houden met de Waarheid. Elke heilig geroepen Beweging kwam tot stilstand waar het zelfingenomen zichzelf tevreden stelde, dat het zich reeds bevond op de zaligmakende treden naar de Berg der Volmaaktheid, dat het aan het “bloeien was en dat vrede en geestelijke voorspoed” al “binnen haar grenzen” waren, (Test. Vol 5 blz. 217) terwijl in realiteit precies het tegenovergestelde de waarheid was. Zo volgt Laodicea denkend dat ze het aan het rechte eind heeft terwijl ze helemaal verkeerd is. {ABN1: 70.1}

Nooit in de geweldadige geschiedenis van deze in zonde gedompelde wereld is de kerk in zo’n groot gevaar geweest en is de kerk geconfronteerd met zo’n grote noodzakelijkheid,  “wat zegt God met betrekking tot zijn volk in dit allesomvattende gevaar? — ‘Maar [nu] is het een beroofd en geplunderd volk; zij

70

zijn allen verstrikt in de holen, en verstoken in de gevangen huizen; zij zijn tot een roof geworden, en er is niemand, die ze redt; [tot] een plundering, en niemand zegt: Geeft [ze] weder.’ ( Zie ook Jesaja 43.)

Dit zijn profetieën die vervult zullen worden . Test. to Min. blz. 96. {ABN1: 70.2}

“Welk een grotere misleiding kan het menselijk verstand overkomen dan een vertrouwen , dat ze allemaal gelijk hebben , terwijl ze allemaal fout zijn!”–

Test. Vol 3 blz. 252, 253. {ABN1: 71.1}

Wederom, staat het geschreven in Spreuken 29 : 18  (marge) “Als er geen profetie is, wordt het volk ontbloot.” {ABN1: 71.2}

Hier in een meer uitgebreidere contrast is de afbeelding van een volk dat inderdaad  haar “visie” kwijt is  geraakt ( de bovennatuurlijke begeleiding verschaft  door de levende stem van de profetische gave  wonend  tussen hen), maar dat het zich niet realiseert. Nog verbazingwekkender is dat ze klaarblijkelijk hun eigen uitvindingen  (afgoden) geïntroduceerd hebben ter vervanging van de dingen van God. Dit hebben ze zo geleidelijk gedaan dat ze er totaal niet van op de hoogte zijn dat er velen net zoals zij die zich niet beholpen hebben  met de Geest der Profetie hun werkelijke “gezichtsvermogen.” En waar anderen deze jaargangen van openbaring overal rondom hen hebben liggen, hebben zij of ongelezen gelaten of  genegeerd en daarom “niet gewaardeerd.” Test. Vol 5 blz. 217. Dus is het op deze wijze meer dan ieder andere dat ze blind zijn geworden , niet langer zelf verdere geopenbaarde waarheden verwachtend

71

om kracht en macht aan hun boodschap te geven.  (Early Writings blz. 277) Toch vleien ze zichzelf dat ze binnen de cirkel van Gods genegenheid zijn. {ABN1: 71.3}

“De boodschap van de Waarachtige Getuige vind het volk van God in een bedroevende misleiding, maar toch ernstig in deze misleiding. Ze weten niet dat hun toestand betreurenswaardig is in de ogen van God. Terwijl zij die aangesproken worden zichzelf vleien dat ze in een verhoogde geestelijke toestand zijn, verbreekt de boodschap van de Waarachtige Getuige hun zekerheid door de ontstellende veroordeling van hun ware toestand van geestelijke blindheid, armoede en ellendigheid. Het getuigenis zo scherp en onverbiddelijk, kan geen vergissing zijn want het is de Waarachtige Getuige die spreekt en zijn getuigenis is correct.” Test.  Vol 3, blz. 253. {ABN1: 72.1}

Als de gedachten gang van de Laodicensen niet in uiterste nood was van een volkomen geestelijke revisie en heroriëntatie zouden zij niet “denken dat ze het allemaal aan het rechte eind hebben, terwijl ze allemaal fout zijn”, dat ze “rijk” zijn terwijl in realiteit ze hopeloos “arm” zijn— verstoken van waarheid en rechtvaardigheid! {ABN1: 72.2}

Derhalve zal niets dan een boodschap met “genezing in haar vleugels” het Laodiceaans verstand genezen van haar geestelijke ziekte. In dit uur van de kerkelijke crisis “zullen zij die schuchter waren en zelfwantrouwend zichzelf openlijk uitspreken (stelling nemen) voor Christus en

72

zijn Waarheid. De zwakste en aarzelende in de kerk zal als David— zijn gewillig om te doen en te durven.” –Test. Vol 5 blz. 81 Waarom ?—  Omdat ze de belofte hebben dat “er een fontein geopend wordt voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem voor zonde en voor onreinheid. {ABN1: 72.3}

“En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat Ik uitroeien zal uit het land de namen der afgoden, dat zij niet meer gedacht zullen worden; ja, ook de profeten, en den onreinen geest zal Ik uit het land wegdoen.” Zach. 13: 1, 2. {ABN1: 73.1}

“Want te dien dage zullen zij verwerpen, een ieder zijn zilveren afgoden en zijn gouden afgoden,… welke u uw handen [tot] zonde gemaakt hadden. Bekeert u tot [Hem], van Denwelken de kinderen Israels diep afgeweken zijn. Jes.31: 7,6. {ABN1: 73.2}

Te dien dage zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschutten; en die, die onder hen struikelen zou, zal te dien dage zijn als David; en het huis Davids zal zijn als God; als de Engel des HEEREN voor hun aangezicht.” Zech. 12: 8. {ABN1: 73.3}

De Stem van de Geest door Jesaja is nu ook luid aan het roepen: “Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad? want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen. Hoe liefelijk zijn op de bergen

73

de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning.” Jes. 52 1,7. {ABN1: 73.4}

Dezelfde Stem pleit ook door Nahum:” Ziet op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die vrede doet horen vier uw vierdagen, o Juda! betaal uw geloften; want de Belials-[man] zal voortaan niet meer door u doorgaan, hij is gans uitgeroeid.” Nahum 1: 15. {ABN1: 74.1}

Maar in haar gehele geschiedenis heeft de kerk als geheel nooit een boodschap van de hemel aanvaard. De roep komt daarom tot ieder individueel lid. Ieder moet voor zichzelf beslissen. Niemand moet zichzelf toestaan om beïnvloed te worden door een ander. En “niemand” heeft het recht om het licht voor de ander af te schermen. Als een boodschap in de naam des Heren komt tot zijn volk , mag niemand zichzelf verontschuldigen van haar beweringen te onderzoeken … Het was door het vervolgen van deze koers, dat de populaire kerken in gedeeltelijke duisternis werden gelaten en dat is waarom de hemelse boodschappen hen niet bereikt hebben.”Test. On Sabbath School work blz.65 , Counsels on Sabbath School work blz. 28. {ABN1: 74.2}

“Maar we zien dat de God des hemels soms mensen aanstelt om datgene te onderwijzen dat tegenstrijdig geacht wordt tot de gevestigde leerstellingen. Omdat zij

74

die eens de bewaarders van waarheid waren , ontrouw worden aan hun heilige opdracht, koos de Heer anderen die de heldere stralen van de Zon der Gerechtigheid wilden ontvangen en waarheden wilden verdedigen die niet in overeenstemming waren met de ideeën van de religieuze leiders. En zodoende geven deze leiders in de blindheid van hun verstand volledige invloed aan wat volgens hun gerechtvaardigde verontwaardiging zou zijn tegen diegene die geliefkoosde verzinsels aan een kant geschoven hebben. Ze gedragen zich als mannen die hun verstand verloren hebben. Ze overwegen de mogelijkheid  niet, dat zij zelf het Woord niet correct begrepen hebben. Ze willen hun ogen niet openen om het feit te onderscheiden dat ze de Schriften verkeerd geïnterpreteerd en toegepast hebben, en valse theorieën opgebouwd hebben, ze fundamentele leerstellingen van het geloof noemend.” Test. To Ministers blz. 69, 70. {ABN1: 74.3}

Aangezien de Laodicenzen reeds in de grootste misleiding verkeren, betekend het voor ieder van hen aftreden om een eiser tot waarheid te onderzoeken uit angst om bedrogen te worden door dit te doen de beredeneringen bespottelijk maken. Om te onderzoeken en te studeren is een ieders eigen zaligheid— zijn enige hoop om uit zijn huidige “trieste,” “ellendige,” “beangstigende” misleiding te komen (Test. Vol 3 pp. 253, 254, 260), en zijn enige hoop van bescherming van het duiken in een afgrond. Dus daarom moet hij als nooit tevoren studeren! En door dit te doen zal hij vinden dat dit het ware begin is van de boodschap

75

die hij moet hebben om de schellen van zijn ogen schoon te vegen en het onzichtbare te doorbreken, maar niettemin echte ketenen van willoosheid en zelfverhoging waarin de vijand hem gebonden houdt. {ABN1: 75.1}

MAAKT WAARHEID SCHEIDING?

Vraag Nr.6:

Waarom geeft u niet stoutmoedig toe dat welke boodschap dan ook die van God komt geen scheuring en scheiding  zou moeten veroorzaken onder  Zijn volk? Is niet het feit dat “de Herderstaf” beiden veroorzaakt genoeg bewijs dat het niet de boodschap van het uur kan bevatten ? {ABN1: 76.1}

Antwoord:

Het is zeker waar dat iedere nieuwe openbaring van waarheid van Gods Woord nooit scheuring en scheiding zou mogen veroorzaken.  Maar wat een bedroevende waarheid dat het tegenovergestelde altijd een feit is geweest. {ABN1: 76.2}

Om zichzelf tevreden te stellen, moet de vragensteller zichzelf alleen maar afvragen: Hoeveel keren heeft God boodschappen naar Zijn kerk gestuurd die niet beiden, zowel ruzie en scheiding hebben gebracht onder Zijn volk? Als de conclusie zijn stelling ondersteund, dan moeten we als Christenen vanzelfsprekend onze standpunt veranderen en toegeven dat de Roede niet een boodschap van God bevat. Als , daarentegen de kerkgeschiedenis zijn logica in diskrediet brengt, dan zullen we natuurlijk van hem verwachten, als een oprechte Christen en een zoeker naar waarheid, toe te geven dat zijn redeneringen de Roede niet hebben tegengesproken. {ABN1: 76.3}

76

Zoals al de van de hemel gestuurde boodschappen die eraan vooraf gingen, is de boodschap van de Roede, volgens Ezechiel profetie in hoofdstuk 9 en Testimonies to Ministers blz 445, “geplaatst voor de val en opnieuw verrijzen van velen in Israel “( Lukas 2 : 34); het is precies uitgerekend om een zifting teweeg te brengen, een scheiding van het onkruid van tussen het tarwe onder de leden van de kerk! (Zie ook Early Writings , blz. 270). {ABN1: 77.1}

 Het feit dat de boodschap van de Roede scheiding brengt, is nog een bewijs temeer in het bewijsstuk dat in deze fundamenteel resultaat  het tenminste correct is met alle andere boodschappen van God. Dit voegt daardoor een andere schakel aan de gouden keten van Waarheid die niet kan worden besmet of verbroken.”Het gewicht der bewijs” is de enige oprechte en uiteindelijke criteria waardig voor een Christen die altijd een onderzoek voor zichzelf moet doen betreffende beduidende waarheid. {ABN1: 77.2}

CHRISTUS OF ZIJN DIENSTKNECHT ?

Vraag Nr. 7 :

Hoe laat je met elkaar overeenstemmen “Gospel Workers” blz. 44, alinea 2 met “De Herderstaf” Vol 2 p. 240 alinea 2 als volgt vergelijkend gepresenteerd: {ABN1: 77.3}

“De boodschapper is niet de Heer Zelf….. hij is diegene die de weg zal voorbereiden voor de Heer “—De Herderstaf, vol 2, blz. 240. {ABN1: 77.4}

“Christus , de Boodschapper des verbond bracht de tijding der zaligheid”—Gospel workers, blz. 44. {ABN1: 77.5}

77

Antwoord:

Terwijl op bladzijde 44 Gospel Workers de titel “Boodschapper des verbonds “ toepast op Christus, past het het toe op Mozes op pagina 20. {ABN1: 78.1}

Het contrast is hier als volgt te zien:

‘Toen Mozes was gekozen als de boodschapper van het verbond, was het woord dat hem gegeven was; Wees gij voor het volk bij God.’–

Gospel workers p. 20{ABN1: 78.2}

“Christus de Boodschapper des verbonds, bracht de tijding der zaligheid.”–Gospel workers p. 44

Waar Gospel Workers de term op beiden, Mozes en Christus toepast, past Christus zelf het toe op Johannes de Doper. Hij zei “tot de menigten met betrekking tot Johannes…. Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een profeet? Ja, Ik zeg u, ook veel meer dan een profeet.
Want deze is het, van dewelken geschreven staat,  Ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg bereiden zal voor U heen. En zo gij het wilt aannemen, hij is Elias, die komen zou.” Matt. 11 : 7, 9, 10,14. {ABN1: 78.3}

Aangezien God beiden, zowel gesproken als geschreven verbonden met Zijn vroeger volk had gemaakt, dat Hij ze Mozes, Johannes en Christus zou sturen, kwamen ze ter vervulling van deze verbonden. En ieder van hen heeft een boodschap gebracht, elk in zijn eigen tijd was de boodschapper des verbonds. Niettemin maken de woorden van Maleachi overduidelijk dat de Boodschapper des Verbonds  in de strikte zin, Eliah de profeet is,

(Mal. 3 : 1-5; 4: 5) de laatste boodschapper die de weg

78

voorbereid voor de Heer. (Zie Test. to Ministers, blz.475). {ABN1: 78.4}

In de laatste analyse echter, behoord de titel Boodschapper des Verbonds aan de Heilige Geest. Bij voorbeeld, 1 Petrus 3 : 18-20 bericht dat Christus predikte tot de antediluvianen door dezelfde “Geest” die Hem ”verkwikte.” Maar zoals Hij predikte door zijn Geest in de persoon van Noah, niet uit Zichzelf, ontvouwde Hij daarbij de waarheid dat de Heilige Geest in als Zijn booschapppers gelijk is. {ABN1: 79.1}

Alzo hebben “de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, gesproken.”2 Petrus 1 : 21  Kort samengevat betekend de term Boodschapper des verbonds de Heilige Geest (de onzichtbare Christus) in ‘s Hemels zichtbare vertegenwoordiger- of het nou Mozes, Johannes, Christus , Eliah of een andere is. {ABN1: 79.2}

IS ER NOODZAAK VOOR “EXTRA OLIE”?

Vraag Nr. 8:

Mij werd verteld dat ergens in haar geschriften, Zuster White heeft gezegd: “We hebben alle licht dat we nodig zullen hebben tot Jezus komt.”  Kunt u de aanhaling geven ? {ABN1: 79.3}

Antwoord:

We zijn niet bekend met zo een citaat. Verder zou zo een verkondiging totaal in tegenstelling zijn tot alles wat Zuster White heeft geschreven over dit onderwerp , zoals gauw is gezien van slechts twee van haar getuigenissen op dit punt: {ABN1: 79.4}

79

“De vraag is mij gesteld, ‘Denkt u dat de Heer nog meer licht heeft voor ons als zijn volk?’ Ik antwoord dat Hij licht heeft dat nieuw voor ons is, en toch is het kostbaar oud licht dat zal voort schijnen vanuit het Woord der Waarheid. We hebben slechts de schitteringen van de stralen van het licht dat zo straks tot ons zal komen. We halen niet het allerbeste uit het licht dat de Heer ons reeds heeft gegeven en daarom falen we om het toegevoegde licht te ontvangen; we wandelen niet in het licht dat reeds op ons geschenen is ”—The review en Herald, June 3, 1890. {ABN1: 80.1}

“We dienen allen te weten, wat onder ons geleerd wordt, want als het waarheid is, dan hebben we het nodig….. Ongeacht door wie licht wordt gezonden, we horen onze harten te open om het te ontvangen, in de lijdzaamheid van Christus… Oh dat we mogen handelen als mensen die licht willen! ‘De Heer stuurt licht tot ons om aan te tonen van wat voor geest wij zijn. We moeten onszelf niet misleiden.  We moeten geen moment denken dat er geen licht meer te komen is, geen waarheid meer, om aan ons gegeven te worden. Gospel workers pp. 301, 302, 310. {ABN1: 80.2}

Vanzelfsprekend, daarom, kan er zelf niet iets van een suggestie in Zuster White haar geschriften staan dat we alle Waarheid reeds hebben en niets meer nodig hebben. Maar er zijn in de Bijbel tenminste twee voorstellingen van een volk dat ten onrechte denkt dat ze niets meer nodig hebben: (1)de vijf dwaze maagden , die denken dat de olie in hun

80

lampen genoeg is om hun helder licht te geven tot het Koninkrijk, maar zich vergissend, falen om hun doel te bereiken (zie Matt 25 : 1-13); (2) de Laodicensen, die denken dat ze niets nodig hebben, hoewel de Heer zegt dat ze alles nodig hebben en die zichzelf dus verdoemen om uitgespuugd te worden uit Zijn mond. (Zie Openbaring 3 : 14-18).  {ABN1: 80.3}

Elkeen die voortgaat met de bewering dat Zuster White heeft gezegd “We hebben alle licht dat we nodig hebben tot Jezus komt, is tenzij hij plotseling het denkbeeld opgeeft, zichzelf aan het verdoemen tot het lot van enerzijds de dwaze maagden of een onbelijdende Laodiceaan. {ABN1: 81.1}

DE LATE REGEN—WANNEER?

Vraag Nr. 9:

“Early Writings”, blz. 15 spreekt over dat God de dag en het uur van Jezus komst zal aankondigen en de Heilige Geest zal uitstorten over de heiligen. Vind dit alles niet plaats rond de tijd van de zeven laatste plagen, vlak voor de tweede Advent?  Als dat zo is , toont het dan niet aan dat de “late regen” uitgestort zal worden over Gods volk na de sluiting van de genadetijd? {ABN1: 81.2}

Antwoord:

Het is waar, we begrijpen van betreffende passage, dat tegen de tijd van het sluiten van de zevende plaag, God de dag en het uur zal verkondigen van de komst van Christus en dat Hij dan Zijn Geest op Zijn heiligen zal uitstorten. We hebben echter niet het volledige begrip dat deze uitstorting  beide de “late”

81

 of de “vroege regen” van waarheid is of zelf de kracht waarvan geprofeteerd wordt in Joel 2: 23, 28, maar meer de eind manifestatie van God geest, om geen Evangelie Waarheid meer aan ons te openbaren, noch om ons in staat te stellen om het meer ten volle te verkondigen, maar eenvoudigweg om ons te dopen  met een geschiktheid om Jezus van aangezicht tot aangezicht te zien, “zoals Hij is.” {ABN1: 81.3}

IS DE LUIDE ROEP REEDS BEGONNEN ?

Vraag Nr. 10:

Zuster White schreef in 1892 dat de luide roep van de drie engelen boodschap reeds begonnen was; kunt u alstublieft uitleggen waarom anderen beweren dat het nog in de toekomst ligt. En wat maakt het “luid” ? {ABN1: 82.1}

Antwoord:

Er moet een kenmerkend verschil zijn tussen de stem van de boodschap voor de Luide roep en de stem van de boodschap in de Luide roep, anders zou het niet “luid” genoemd worden. {ABN1: 82.2}

De boodschap zwelt uit tot een Luide roep door de deugd van een “toevoeging” welke het “kracht en nadruk” geeft. –Early Writings blz. 277.

De enige geoorloofde conclusie is daarom dat aangezien de kerk nooit een toegevoegde boodschap heeft geaccepteerd en sinds er nooit een andere is gekomen (anders dan in de Herderstaf publicaties), die “kracht en nadruk” aan de oude boodschap moet geven, de Luide roep niet kan begonnen zijn op een tijdstip voorafgaand aan deze. {ABN1: 82.3}

82

Bovendien heeft het “bederf” in de kerk niet alleen de Luide roep achter gehouden, maar het heeft ook de gedempte roep die aan haar vooraf ging het zwijgen opgelegd. Waarlijk, “de engel van de kerk van Laodicea,” zelf ongeschikt zijnde om de verkondiging van de boodschap in haar gedempte roep te beëindigen , moet evenzo ongeschikt zijn om het in de Luide roep te verkondigen. Vanzelfsprekend, als hij zich niet nu snel bekeerd en de toegevoegde boodschap aanneemt welke de Luide roep zal beginnen, zal hij niet alleen niet helpen het te verkondigen, maar hij zal zelf “uitgespuugd” worden. {ABN1: 83.1}

“….. alleen zij die verzoekingen hebben weerstaan in de kracht van de Almachtige” waarschuwt de Geest der Profetie, “zullen toegestaan worden om deel te hebben in de verkondiging ervan (de Drie Engelen Boodschap) wanneer het zal uitzwellen tot een Luide roep.”—The Review and Herald no 19,1908. {ABN1: 83.2}

Dus terwijl de gedempte roep wordt verkondigt door zij die wel evenals zij die niet verzoekingen hebben overwonnen, zal de Luide Roep alleen verkondigt worden door zij die dat wel hebben gedaan. {ABN1: 83.3}

Hoewel de Luide Roep begonnen had moeten zijn rond 1892, was het het zwijgen opgelegd toen de kerk de boodschap van Gerechtigheid door het geloof verwierp in 1888. Zodoende werd de rol die de “toegevoegde” boodschap bevatte, die “kracht en nadruk” aan de Drie Engelen Boodschap moest geven toentertijd gestopt zich te ontvouwen. En als gevolg daarvan

83

in plaats van het licht der wereld te worden, verviel de kerk zelf in duisternis. Dit gezien hebbende, deed de Geest der Waarheid een verontrustende vernietigende uitspraak over onboetvaardige Laodicensen, terwijl ze verheugende beloften van toekomende heerlijkheid  gaf aan allen die willen opstaan en wandelen in het licht dat van de troon uitgaat. {ABN1: 83.4}

“Hoe zullen onze broeders weten wanneer dit licht tot het volk van God zal komen?” was de aangrijpende vraag toen gesteld door Inspiratie. En het geïnspireerde antwoord was: “Tot nu toe hebben we zeker het licht nog niet gezien dat antwoord geeft op deze beschrijving. God heeft licht voor Zijn volk, en allen die het aannemen zullen de zondigheid van het in een lauwe staat vertoeven, inzien.”—The Review and Herald Oct. 7 , 1890. {ABN1: 84.1}

“In de manifestatie van de kracht die de aarde vervult met haar heerlijkheid, zullen ze slechts iets zien waarvan ze in hun blindheid denken gevaarlijk te zijn, iets wat hun angsten opwekt en ze zullen elkaar omarmen om het te weerstaan. Omdat de Heer niet werkt volgens hun verwachtingen en idealen, zullen ze het werk dwarsbomen. Waarom, zeggen ze, zullen we de Geest van God niet kennen terwijl wij het werk zovele jaren doen ?” —Bible training school 1907 (Herdrukt in the Review and Herald nov 7, 1918) Deze stelling geeft een duidelijke verhandeling van de Luide roep in de toekomst vanaf 1918. {ABN1: 84.2}

84

“De Liefde voor Christus, de liefde voor onze broeders, zal getuigen aan de wereld dat we met Jezus zijn geweest en van Hem geleerd hebben. Dan zal de boodschap van de derde engel opzwellen tot een luide roep, en de gehele aarde zal met de heerlijkheid des Heren verlicht worden.” Test. Vol 6 blz. 401. {ABN1: 85.1}

IS DE VROEGE REGEN DE KRACHT VAN PINKSTEREN ?

Vraag Nr. 11

“De Herderstaf” zegt dat de vroege regen de Geest der Profetie is en dat de late regen de daaraan verwante pre-Pinksterboodschap of” leraar der gerechtigheid” is, welke de kerk nu aan het ontvangen is en dat de “kracht” van Pinksteren weer iets anders is. Maar “de Wens der eeuwen” zegt dat de “vroege regen” het “uitstorten van de Geest in de dagen van de apostelen” was en dat de “late regen” de uitstorting op Pinksteren zelf in de laatste der dagen zal plaatsvinden. Wat moet men geloven ? {ABN1: 85.2}

Antwoord:

Beide boeken trachten te zeggen wat de Bijbel zegt en om harmonie te brengen moeten we het onderwerp direct vanuit de Bijbel bestuderen, specifiek vanuit Joels profetie: “En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in den HEERE, uw God; want Hij zal u geven dien Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u den regen doen nederdalen, den vroegen regen en den spaden regen in de eerste [maand].” Joel 2 : 23. {ABN1: 85.3}

85

Niemand moet het ontgaan dat Joel’s profetie vraagt om een dubbele vervulling . Hoewel zij aan wie de late regen is beloofd wordt gezegd dat aan hun reeds de vroege regen is gegeven, zal toch als de late regen op hen valt , het de vroege regen met zich meebrengen, beiden zullen in de eerste maand over hen komen. De vertaling van de kanttekening van de late regen noemt het een “leraar der gerechtigheid”.Als nu dan de vroege regen herhaald wordt en naar beneden komt met de late regen in dezelfde maand dan valt het feit op de vroege regen in de dagen der apostelen die ene is waar de Wens der eeuwen over spreekt en dat de vroege regen die in de maand van de late regen valt die is waar de Roede over spreekt. {ABN1: 86.1}

In de natuurlijke sfeer, zorgt de vroege regen dat het zaad barst en uitspruit en de late regen brengt de spriet tot volle ontwikkeling. Zo ook in de geestelijke sfeer, moet de “vroege regen” een van de hemel gestuurde boodschap aanduiden om het geestelijke zaad te laten ontkiemen en de “late regen” een navolgende boodschap om het graan voor de geestelijke oogst te doen rijpen. Op deze wijze de ontvanger ervan te brengen tot volle rijpheid en gerechtigheid, zijn de vroege en de late regen een voorstelling van twee leraren der gerechtigheid. In de volledige toepassing zijn de twee late regens daarom niet slechts uitstortingen van de eerste pre-Pinksteren waarheid, de onderwijzingen van Christus in Zijn dagen, het type, maar ook de oorspronkelijke uitstorting van de laatste pre-Pinksteren waarheid, de

86

gevorderde waarheid in onze dagen, de antitype. Eerst moet er een openbaring van zijn van de waarheid van Pinksteren voordat de kracht van Pinksteren gegeven kan worden om het te verkondigen: En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien. Joel 2 : 28. {ABN1: 86.2}

Dienovereenkomstig moeten deze twee manifestaties van de Heilige Geest onafscheidelijk van elkaar gezien worden. De eerste ontwikkeld een volk door hem in gerechtigheid te onderwijzen , de tweede maakt ze volkomen rijp en bekleed hen met kracht om de waarheid in gerechtigheid te verkondigen. Als gevolg daarvan wordt er in de eerste fase van het werk “een leraar der gerechtigheid” gegeven die een leger van onderleraars der gerechtigheid traint voor het uitvoeren van de tweede fase. {ABN1: 87.1}

Aangezien er een openbaring van waarheid was in de dagen van de apostelen , in Zuster White’s  en in onze dagen, is de Wens der eeuwen correct door te zeggen dat in de tijd (dat het geschreven was) de vroege regen de “regen” van waarheid was in de dagen der apostelen. Maar aangezien heden ten dage de vroege regen niet alleen de waarheid van de dagen van de apostelen , maar ook dat van Zuster White is, is de Roede correct  om te zeggen dat haar geschriften “de vroege regen” van vandaag zijn en dat de late regen zoals Joel het laat zien direct toepasbaar is op de laatste boodschap— de boodschap van vandaag (Joel 2 : 23). Vandaar dat alleen (met de vroege regen die de geschriften van Zuster White zijn en de “late regen” die de

87

Roede is) beiden vroege en late tegelijkertijd vallen zoals vereist door Joel 2 : 23. En de kracht van de Geest die de vroege en de late regen navolgt is daarom in de toekomst. {ABN1: 87.2}

ALS WAARHEID NODIG IS, WAAROM BEDELEN OM KRACHT?

Vraag Nr. 12:

Verteld om te bidden voor de Heilige Geest , hebben duizenden en nog eens duizenden het ernstig gedaan maar zonder resultaat. Waarom? {ABN1: 88.1}

Antwoord:

Van tijd tot tijd hebben vele vlijtige figuren en gegroepeerde Christelijke Bewegingen indrukwekkende  gebedsmarathons gelanceerd  in een vastbesloten volhardende poging om de vervulling van de beloofde uitstorting van de Heilige Geest of te wel de “late regen” tot stand te brengen. Omdat echter deze periodieke pogingen steeds zijn geëindigd  in hartverscheurende teleurstellingen en frustraties, zijn duizenden zielen in de war en onthutst geraakt om hun geloof totaal op te geven en wellicht in ontrouw te zinken. {ABN1: 88.2}

Toch zal geen enkele student van de Geschriften ontkennen dat de Bijbel zeer zeker de belofte weerhoud van de belofte van een enkelvoudige dynamische manifestatie van de Heilige Geest om op alle gelovigen een speciale uitstorting van kracht te doen toekomen, zoals de apostelen ontvingen in de dagen van Pinksteren—ja zelf groter. {ABN1: 88.3}

88

Dan het antwoord op de vraag, Waarom ontvangen we het niet nu? Is onvermijdbaar, Omdat de conditie om het te ontvangen nog niet is bereikt. Wanneer het bereikt is zal deze zekere belofte van God ogenblikkelijk vervult worden net zoals het was met de apostelen. {ABN1: 89.1}

Daarom wat het ook is dat de Christenen nu ervan weerhoud om deze grootste der gaven te ontvangen, moet als hindernis bij hun liggen en niet bij God. {ABN1: 89.2}

Er is een belofte van de Trooster, de Geest der Waarheid (Johannes 16: 7-13) en een belofte voor de “late regen,”Joel 2 : 23, 28. Deze beloofde Trooster hebben de apostelen ontvangen op de Pinksterdag en het zou voor altijd met hen blijven, dat wil zeggen zelf met hun opvolgers. Maar evenals toen in de apostolische opvolging mannen van het primitieve apostolische kaliber ophielden te bestaan, verdween de Trooster geleidelijk. En hoewel Hij op verschillende tijden weer verscheen in de Geest der Waarheid, is Zijn Pinksterkracht en aanwezigheid nooit meer ten dele gevallen. Deze manifestatie van de Geest in kracht  ( Joel 2 : 28) moet echter niet verward worden met de manifestatie van de Geest  in Waarheid ( Joel 2 :23). {ABN1: 89.3}

Precies de titel “late regen” zelf bewijst dat deze buitengewone manifestatie plaats vind in de “laatste der dagen,”– onze tijd. En door Zacharia de profeet geeft inspiratie aan door aan te wijzen dat er een afgestemde tijd voor de late

89

regen is die aandringt: “Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.” Zach. 10 : 1. {ABN1: 89.4}

De passage in relatie tot Joel 2 : 23 , vertaling van de kanttekening ,maakt duidelijk dat “de late regen,” de laatste boodschap “een leraar der gerechtigheid,” is die tot de ontvangers ervan volledige kennis der Waarheid brengt, gerechtigheid. Daarom terwijl Christenen dringend wordt verzocht om te allen tijde te bidden en doodangsten uit te staan voor de Geest der Waarheid, worden we nog dringender geïnstrueerd om nu ervoor te bidden! {ABN1: 90.1}

Zoals in de natuurlijke staat der dingen komt de late regen niet alleen om het tarwe te doen groeien, maar ook om het tot zijn volle rijpheid te brengen, zo ook door geestelijke gevolgtrekking  moet deze Leraar der Gerechtigheid de heiligen tot de volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus brengen (Efez. 4 : 13) –hun gepast maken voor het Koninkrijk. {ABN1: 90.2}

Maar de tweede fase, de beloofde kracht (Joel 2 : 28) die “daarna” komt, na “de late regen” is datgene waar de meeste Christenen voor bidden, zonder te overwegen dat er een eerste fase is (Joel 2 : 23)— de “leraar der gerechtigheid” een definitieve uitstorting van de Tegenwoordige Waarheid –- welke verkregen moet worden voor de definitieve uitstorting van kracht gerealiseerd kan worden. {ABN1: 90.3}

Het is overduidelijk dat het deel dat “naderhand” komt “de kracht van Pinksteren,” komt

90

om de ontvanger in staat te stellen om de latere waarheid te verkondigen; en deze kracht zal niet komen totdat de kerk als lichaam,” voor ieder kruid op het veld (Zach 10 : 1), niet een groep hier en een groep daar vreugdevol opgenomen heeft voor haar geestelijke groei al de regen die de Leraar der Gerechtigheid die nu is gekomen heeft gebracht. {ABN1: 90.4}

Maar de grote vraag waar wij mee geconfronteerd worden is: Wanneer kan voor “ieder kruid “ ieder kerklid deze heerlijke Waarheid en kracht ontvangen? Zullen ze aan heilige en schijnheilige gelijk verdeeld worden ?  Inspiratie antwoord: {ABN1: 91.1}

“Want met vuur, en met Zijn zwaard zal de HEERE in het recht treden met alle vlees, en de verslagenen des HEEREN zullen vermenigvuldigd zijn…. en ik zal die ontkomen zijn  van hen naar den volkeren zenden…..en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen…..En zij zullen al uw broeders….naar Mijn heiligen berg toe, [naar] Jeruzalem, zegt de HEERE, gelijk als de kinderen Israels het spijsoffer in een rein vat brengen ten huize des HEEREN. Jes. 66:16.19,20. {ABN1: 91.2}

Dus in de tijd tussen de “late regen” van waarheid en de “uitstorting” van kracht van de Geest, zal een toegewijd getal verzegeld worden welke zullen ontsnappen (ontkomen) uit de geslagenen des Heeren. “Met andere woorden bij de oogst van de eerste vruchten, wanneer al de zondaren uit de kerk zijn gehaald en de rechtvaardigen aan zichzelf worden overgelaten, zoals de discipelen in de bovenkamer,” dan en

91

 dan alleen kan de Heer uiteindelijk zijn Geestelijke Kracht op allen uitstorten zodat allen (al de “ontkomenen” ) zullen profeteren dromen dromen en visioenen zien. {ABN1: 91.3}

“En het zal geschieden, dat de overgeblevene in Sion, en de overgelatene in Jeruzalem zal heilig geheten worden, een iegelijk, die geschreven is ten leven te Jeruzalem: Als de Heere zal afgewassen hebben den drek der dochteren van Sion, en de bloedschulden van Jeruzalem zal verdreven hebben uit derzelver midden, door den Geest des oordeels, en door den Geest der uitbranding. En de HEERE zal over alle woning van den berg Sions, en over haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags, en een rook, en den glans eens vlammenden vuurs des nachts; want over alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen den vloed en tegen den regen.” {ABN1: 92.1}

Alleen na deze grote zuivering in de kerk (ook beschreven in het 9e hoofdstuk van Ezechiel) zal  het overblijfsel  toegerust worden om hun volledig vlammende verlichtende fakkel van waarheid naar de hele Heidense wereld te dragen. Want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Het werk zal dan beëindigd zijn “afgesneden  in rechtvaardigheid” en de Heer zal dan in Heerlijkheid verschijnen –gezien door ieder oog (Openb. 1: 7) {ABN1: 92.2}

92

VEERTIG JAAR ZONDER HERVULLEN ?

Vraag Nr. 13 :

Hoe kan het waar zijn dat er geen progressieve waarheid gegeven was aan de kerk gedurende de veertigjarige periode van 1890-1930, terwijl er zoveel van Zuster White’s geschriften gepubliceerd waren van 1890-1915? {ABN1: 93.1}

Antwoord:

Hoewel vele van Zuster White’s manuscripten gepubliceerd werden gedurende de tijd die hierboven vermeld zal toch een nauwkeurig onderzoek uitwijzen dat als er een nieuwe openbaring van tijdige bijbelse waarheid “voedsel te rechter tijd” daarin gepubliceerd waren, het aan haar geopenbaard werd voor 1890.  In feite voor 1871 kondigde zei zelf deze beëindiging van licht aan door de Getuigenissen: “ Ik ben gemachtigd door  God dat geen lichtstraal door de Getuigenissen op uw weg zal schijnen, totdat u op praktische wijze gebruik zult maken van het licht dat reeds gegeven is “. –Testimonies Vol 2, blz. 606. {ABN1: 93.2}

Dus wat voor Getuigenis ze ook schreef tussen de data in kwestie (1890 en 1915) was niet verwoord om tijdige Bijbelse waarheid te openbaren, maar hoofdzakelijk om advies te verschaffen, te bemoedigen, te vermanen en te instrueren in gerechtigheid in een poging de Laodicensen te redden van uitgespuugd te worden. Ieder ander van haar geschriften bleven in hun profetische aspecten een mysterie tot dat de

93

veertig jaren waren verlopen met de komst van de Herderstaf. {ABN1: 93.3}

Zo lang zonder geestelijke olie, moesten de Waarheid bevattende vaten van de kerk hervult worden met verse olie, zodat haar lampen, hun weg tot aan het Koninkrijk mochten verlichten, zodat ze niet zouden vallen van het steile en smalle pad juist aan het einde van haar lange pelgrimstocht. Dus in Zijn groet liefde en genade heeft de Heer de Herderstaf gestuurd om bij een te verzamelen en praktische gebruik te maken van het licht dat reeds gegeven was. Daarom beveelt de Heer.: “Hoort de roede, en wie ze besteld heeft!” Mich. 6 : 9. {ABN1: 94.1}

STELT DE HERDERSTAF PROFETISCHE DATA VAST ?

Vraag Nr. 14

In de volgende bewering,” Terwijl God de weg vrij maakt voor de zeven laatste plagen door sommigen van zijn volk in het graf te rustte te leggen heeft Hij hetzelfde gedaan om de gebeurtenis in 1931 te doen plaatsvinden (als die datum correct is), probeert “de Herderstaf,”  Vol 1 blz. 219 te leren dat het oordeel der doden is gesloten in 1931 of rond die tijd ? {ABN1: 94.2}

Antwoord: 

In desbetreffende bewering heeft de Roede geen verband met het Onderzoekend Oordeel. De boodschap bepaald geen data, niet precies nog bij benadering voor de afsluiting  van het oordeel der doden noch voor het begin van het oordeel der levenden. De tijd van de beëindiging van de ene gebeurtenissen en het begin

94

 van de andere zal niet bekend zijn tot de ene voorbij is en de andere begonnen is. {ABN1: 94.3}

Wat betreft de datum van 1931 en de daarmee verband houdende gebeurtenis  hebben wij geen verder licht op dit huidig moment dan wat te vinden is in “de Herderstaf” Vol 1 blz. 108-114 en Vol 2 blz. 275. Het was tegen het einde van 1930 en het begin van 1931 dat de publicatie van de boodschap van de Roede plaatsvond, de waarheid van de 144.000 openbarend die roepen om een reformatie. Dus terwijl  het eerder niet precies  begrepen was, wat de aard van de gebeurtenis zou zijn werd wel toen de volheid des tijds daar was en geen enkele andere gebeurtenis maar deze ene plaatsvond het daardoor geïdentificeerd werd als de ene die voorspelt was in Ez. 4  in verband gebracht met het einde van de profetische 430 jaar , wanneer de “boekrol” wederom uitgerold  zou worden. {ABN1: 95.1}

(al het schuin gedrukte is van ons)

WAT ZAL UW VOLGENE STAP ZIJN ?

Als u nu genoten, gewaardeerd en uw voordeel gedaan heeft door deze vraag en antwoord discussie van Boek no. 1 en als het uw wens is om verder te gaan, dan kunt u een verzoek inzenden voor Boek no. 2 . Het zal u toegezonden worden als een Christelijke dienst zonder kosten of verplichtingen.

95