De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Deel 1 Tijdige Groeten Nrs. 3, 4

Deel 1 Tijdige Groeten Nrs. 3, 4

1TG3-4-1200x675.jpg

VOORLEZING

  Vanmiddag wordt onze gedachte voor gebed gevonden op de pagina’s 149, 150 van “The Mount of Blessings” {“Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen,” blz.89}. We zullen de eerste vier alinea’s lezen. Deze zijn gebaseerd op het schriftgedeelte: “Weest daarom dan niet bezorgd over morgen (…) Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” {1TG3: 2.1}

 M.B., p.149,150–“Indien gij uzelf aan God gegeven hebt om Zijn werk te doen, behoeft u niet bezorgd te zijn over morgen (…){1TG3: 2.2}

  “Wanneer wij de behandeling der dingen waarmee wij te maken hebben in onze handen nemen, en vertrouwen op onze eigen wijsheid voor succes, nemen wij een last op ons, die God ons niet gegeven heeft (…) Wij kunnen wel bezorgd zijn, en gevaar en verlies verwachten; want het zal ons zeker overkomen. Maar wanneer wij werkelijk geloven dat God ons liefheeft, en ons goed meent te doen, zullen wij ophouden ons zorgen te maken over de toekomst. We zullen God vertrouwen zoals een kind een liefhebbende ouder vertrouwt. Dan zullen onze moeilijkheden en kwellingen verdwijnen; want onze wil is verzwolgen in de wil van God. {1TG3: 2.3}

  “Christus heeft ons geen belofte van hulp gegeven, om de lasten van morgen vandaag te dragen. (…) Slechts één dag is van ons, en gedurende deze dag zullen wij voor God leven. Voor deze ene dag zullen wij, in ernstig dienen, al onze bedoelingen en plannen in de hand van Christus leggen, al onze zorg op Hem werpend, want Hij zorgt voor ons. ‘Ik weet de gedachten die Ik over u koester, zegt de Here, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een verwachte einde te geven.’ {Jer. 29:11, KJV.} ‘(…)In stilte en vertrouwen zal uw sterkte zijn.’” {Jes. 30:15, KJV.} {1TG3: 2.4}

  Laat ons bidden voor een blijvende realisatie dat God ons hulp beloofd heeft in het dragen van onze lasten, niet van morgen, maar van vandaag; bidden dat we elke dag in Zijn handen plaatsen al onze doelen en plannen, al onze zorgen en angsten. Dan alleen kunnen wij rusten in de zekerheid dat in “stilheid en in vertrouwen” onze sterkte zal zijn. {1TG3: 2.5}

2

—0—

1TIJDIGE GROETEN 3

 VRAAG EN ANTWOORD DISCUSSIE

(Deel 1)

Lezing door V.T.Houteff

Bedienaar der Davidiaanse Zevende Dags Adventisten

Sabbat 17 Augustus 1946

Mt. Carmel Kapel

Waco, Texas.

  Verscheidene van u zijn de laatste tijd bij mij geweest met enige vragen die blijkbaar heel belangrijk voor u zijn. Om deze reden zullen we het studie-uur vanmiddag wijden aan het beantwoorden van hen. {1TG3: 3.1}

Ik zal nu de vraag lezen: “Zijn wij, Broeder Houteff, minder waardig om onder ons te vieren:

Het Avondmaal des Heren?” {1TG3: 3.2}

Laat ons zien. Net voor het instellen van de verordening der nederigheid, zei Jezus tot Zijn discipelen: “Gij zijt rein, doch niet allen.” Eén was dat niet. Ondanks het feit dat Judas onwaardig was, kon de verordening niet langer worden uitgesteld. Ofschoon, zo gauw hij had deelgenomen aan het sacrament, hij opstond, uitging, en zijn duivels werk deed. Daarna werden zijn ogen geopend voor de misdaad die hij had begaan, en hij verhing zich. De overige discipelen, echter, waren even gereed, of even waardig voor de heilige dienst als zij dat toen hadden kunnen zijn. {1TG3: 3.3}

Het  Avondmaal des Heren werd ingesteld ter herinnering aan des Heren offer, niet om de deelnemers ervan te reinigen van hun zonden, maar om ze te reinigen van zondaren, zoals gezien wordt uit het Paasfeest in Egypte en uit het feit dat Judas daarna niet langer wandelde met

3

de discipelen. Het is dan duidelijk, dat de viering van de instelling zegen bracht voor de elven, maar veroordeling voor de ene. {1TG3: 3.4}

Er zijn een aantal hervormingsbewegingen onder ons geweest vóór en in onze tijd. Vanzelfsprekend schreven zij allen het Avondmaal des Heren in hun midden voor. Maar zij trokken er geen voordeel uit. Het maakte hun of hun werk niet blijvend en eeuwig. Feitelijk, hielden ze zelfs sneller op te bestaan dan toen zij ontstonden. Laten we nu lezen uit – {1TG3: 4.1}

1 Kor. 11:17,18 — “Dit nu, in hetgeen ik u aanzeg, prijs ik u niet, [namelijk] dat gij niet tot beter maar tot slechter samenkomt. Want ten eerste, als gij samenkomt in de gemeente, hoor ik dat er scheuringen zijn onder u, en ik geloof het ten dele.”

  De Korintiërs hadden geschillen, wat scheuringen onder hen veroorzaakten, en zodoende was het samenkomen van hen in de gemeente “niet tot beter,” maar tot slechter. {1TG3: 4.2}

Als we elkaar alleen ontmoeten tot “slechter”, is het dan niet veel beter om  thuis te blijven? {1TG3: 4.3}

1 Kor.11:27-30  “Wie dus op onwaardige wijze dit brood zal eten en deze beker des Heren zal drinken, zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heren. Maar laat een mens zichzelf onderzoeken, en laat hem alzo eten van dat brood, en drinken van die beker. Want hij die op onwaardige wijze eet en drinkt, eet en drinkt veroordeling tot zichzelf, niet onderscheidende het lichaam des Heren. Om deze reden zijn onder u velen zwak en ziekelijk en slapen velen.”

Het brood en de beker des Heren moeten slechts door een volk genomen worden nadat zij zichzelf hebben onderzocht, en

4

erop hebben toegezien dat zij geen moeilijkheden veroorzaken; dat het samenkomen van hen tot beter is, niet tot “slechter.” Als wij nu die standaard van gerechtigheid bereikt hebben, dan zouden wij in ieder geval het Avondmaal des Heren onder ons moeten voorschrijven. Maar als wij nog niet tot dat punt zijn gekomen, dan zou onze instelling van de verordening der nederigheid onder ons slechts tot onze eigen veroordeling zijn, niet tot onze verlossing. {1TG3: 4.4}

Onze voornaamste plicht op dit moment is niet om aan te dringen tot  de viering van het Avondmaal des Heren, maar eerder om eerst te komen tot de standaard van volmaaktheid, welke de boodschap van vandaag, tezamen met de boodschap van gisteren dringend om vragen. De Heer roept nooit op tot “herleving en hervorming” wanneer de kerk een goed geestelijk leven geniet. Vandaar, dat het Avondmaal des Heren nooit aan het begin van zulk een herleving en hervorming zal worden voorgeschreven, maar aan de voleinding daarvan. Jezus stelde de verordening niet in aan het begin van Zijn bediening, maar deed dat bij de afsluiting ervan. {1TG3: 5.1}

En als wij het veroorzaken van scheuringen onder ons zouden willen vermijden, zouden wij nooit de zonden van anderen moeten bespreken, noch een oordeel over hen vellen. Als wij de zaak niet persoonlijk kunnen rechtzetten met degenen die schuldig zijn, dan kunnen wij beter, of met niemand bespreken, of anders de instructies opvolgen die zijn gegeven in: {1TG3: 5.2}

Matth.18:16-17 — Maar Indien hij u niet wil horen, neem met u nog één of twee meer, dat in de mond van twee of drie getuigen ieder woord bevestigd mag worden. Maar als hij zal nalaten {om} hen te horen, zeg het aan de gemeente; maar indien hij nalaat om de gemeente te horen, laat hem voor u als een heiden en een tollenaar zijn.”

Wij kunnen de Heer niet leiden. Hij zal ons leiden. Uit onszelf weten we nooit wat goed en wat verkeerd is, tenzij

5

het ons wordt verteld. Heel simpel, als we doen wat ons ook gezegd wordt te doen, niet meer en niet minder, zullen we waardig gerekend worden. Tot dusver, heeft onze door-God-gezonden boodschap niet onder onze aandacht gebracht de verordening van het Avondmaal des Heren, maar het pleit met ons om afstand te doen van de gruwelen, om al onze afgoden ter zijde te leggen, om weg te doen al onze eigen ideeën en meningen, om met het gehele hart terug te keren tot de Heer. {1TG3: 5.3}

Bovendien leert de boodschap, dat wij in de moederkerk zouden moeten blijven en doelgericht werken voor haar verlossing. De slotsom  is dan dat zolang wij met haar blijven, er geen noodzaak schijnt te zijn voor het voorschrijven van het Avondmaal des Heren afzonderlijk onder ons, wellicht niet voordat het uur aanbreekt voor de boetvaardige om te worden gescheiden van de onboetvaardige, zoals geleerd door de typen — door het Pascha in Egypte, en door het Pascha in de nacht toen Judas zou uitgaan, om nooit meer te wandelen met de twaalven. {1TG3: 6.1}

Bovendien, schijnt niemand te weten wanneer en hoe het Avondmaal te vieren. Sommigen vieren het elke zondag of elke Sabbat, sommigen nu en dan, sommigen elk kwartaal enz. Het schijnt {me} logisch toe te zeggen, dat wanneer God ons beveelt om het opnieuw te vieren, Hij ons ook zal zeggen hoe en wanneer het naar behoren te vieren. {1TG3: 6.2}

——–0———

Verscheidenen hebben tot mij gezegd: “Broeder Houteff, wanneer we degenen ontmoeten die zich tegen ons verzetten, weten we niet hoe we hun vragen  moeten beantwoorden. Wij geraken verward. We weten niet of wij het aan het juiste eind hebben, of dat wij verkeerd zijn. Zij verwarren ons voornamelijk met de uitleg van de ‘Staf’ over de

Bazuinen en De Zegels.” {1TG3: 6.3}

Degenen van u die tegenstrijdige vragen moet beantwoorden, zegt slechts tegen uw tegenstanders: “Een van ons is zeker verkeerd. We kunnen niet beiden gelijk hebben, zacht

6

uitgedrukt, en dus laten we zorgvuldig en onpartijdig naar het onderwerp kijken.” {1TG3: 6.4}

Ik zou hen vertellen dat wij de Bazuinen onderwijzen net zoals Johannes ze in visioen zag. Bijvoorbeeld, De Openbaring zegt: “En het getal van het leger der ruiters was tweehonderd duizend duizend ; ik hoorde het getal van hen. En aldus zag ik de paarden in het visioen, en hen die erop zaten, hebbende borstplaten van vuur, en hyacinth, en zwavel; en de koppen der paarden waren als koppen van leeuwen; en uit hun bekken kwam vuur en rook en zwavel. En door deze drie werd het derde deel van de mensen gedood, door het vuur en door de rook en door de zwavel, die uit hun bekken kwamen. Want kracht is in hun bek en in hun staarten: Want hun staarten geleken op slangen, en hadden koppen, en met hen brengen zij schade toe.” Openb. 9:16-19, {KJV}. {1TG3: 7.1}

  Dit is  de beschrijvende afbeelding welke Johannes ons geeft van de 200.000.000 {twee honderd miljoen} paarden en ruiters. De volgende objectivering is even dichtbij de beschrijving van Johannes van de paarden en ruiters als wij het kunnen maken, en onze uitleg ervan is dienovereenkomstig. Zie Tract No. 5, “Final Warning” {Traktaat nr. 5, “Laatste Waarschuwing”}. {1TG3: 7.2}

7

Horsemen

 Hier volgt de objectivering van de paarden en de ruiters welke de Generale Conferentie toont aan het publiek. {1TG3: 8.1}

shepherds-rod-tract-5-popular-theories

Vergelijk nu de eigen beschrijving van Inspiratie van de paarden en de ruiters met de illustratie van het Kerkgenootschap van hen zoals het is weegegeven in “Thoughts on Daniel and the Revelation”, p. 510 {“Gedachten van Daniël en de Openbaring,” blz. ..}. Waarom kan het Kerkgenootschap in hun uiteenzetting over de Bazuinen niet Inspiratie’s eigen beschrijving van de paarden en ruiters gebruiken? Waarom moesten zij één van zichzelf bedenken? — Het enige antwoord dat kan worden gegeven is dat de Eigen beschrijving van de Geest niet past bij hun ongeïnspireerde interpretaties {uitleggingen}. Iemands onbekwaamheid om op de juiste wijze te interpreteren, zonder de gave van interpretatie van de Hemel, is echter te verwachten en te verontschuldigen. Maar om te zeggen dat het visioen werd getoond aan de Openbaarder op zo’n grote afstand, dat hij niet in staat was om op nauwkeurige wijze te zien  hoe de koppen en staarten die de paarden hadden eruit zagen, en van waar het vuur, de rook, en zwavel vandaan kwamen, ten einde het visioen aan te passen om overeen te komen met hun interpretatie ervan, is niet alleen een uitdaging tegen de waarschuwing van Christus betreffende het toevoegen aan en afdoen van de Schriften (Openb. 22:18, 19), maar het is ook ronduit godslastering. {1TG3: 8.2}

8

Ziet u nu wat de mannen die zij voornaam noemen, “ervaren mannen,” aan het doen zijn?  Deze gewetenloze daden veroordelen hun grootspraak dat vrome mannen {mensen} het Kerkgenootschap aan het besturen zijn; en het op pochende (opschepperige) wijze spreken van hen over de miljoenen dollars die het Kerkgenoootschap jaarlijks inzamelt van de armen is alles behalve heilig als het besteed moet worden voor zulks’ soort werk. Zij moeten zich bekeren en hun dwalingen die zij voor Waarheid laten doorgaan corrigeren voordat zij anderen op gewetensvolle wijze kunnen beschuldigen. {1TG3: 9.1}

Als Johannes niet correct kon zien hoe de paarden eruit zagen, hoe kon hij dan zien dat al de vissen in de zee stierven (Openb. 8:9)? En met zo’n zelfverheffende traditie om de Schriften te bestuderen als het soort dat de Generale Conferentie heeft opgezet, hoe kan wie dan ook er zeker van zijn dat welke van de profeten dan ook iets goed zag? Realiseert u zich niet  dat zulke dwaze en verdraaide interpretaties {uitleggingen} van de Schriften Satanische pogingen zijn,  om het vertrouwen van de mensen in de profeten en om het vermogen van Christus om op correcte wijze de Waarheid te openbaren en uit te beelden aan Zijn dienstknechten te ondermijnen? Neem in beschouwing hoe schadeveroorzakend tegen Inspiratie, hoe zielenvernietigend, en godslasterend tegen de Heilige Geest Die in alle Waarheid leidt, de beschuldiging is! En hoe weerzinwekkend moet het zijn voor Christus, in het bijzonder daar het komt van degenen die beweren Hem te dienen! Dit alleen behoort voldoende te zijn om te bewijzen dat de engel (de bediening) van de Laodicenzen blind en naakt is en van alles nodig heeft. Terwille van uw leven en de levens van anderen, ondersteun zulke leringen van duivels niet. Zij zijn alles behalve Waarheid, alles behalve de tekenen van de Geest der Profetie aan het werk. Vraag uzelf af wanneer Turkije of welke andere natie dan ook ooit 200.000.000 ruiters had! En als u zich nog  steeds afvraagt waarom God toeliet dat deze fouten de kerk binnenslopen, is het antwoord: Zodat door het koesteren en propageren van hen op een tijd zoals deze Hij de werkers van ongerechtigheid kan blootleggen  en aan de leken {kan} bewijzen dat Zijn kerk nu net zo erg

9

overstroomd is  door de Duivel als de Joodse kerk dat was ten tijde van Christus, om aldus de oprechten te doen ontwaken en om hen te bevrijden van hun Laodiceaanse zelfmisleiding, en aldus van de overstromende gesel (Jes. 28:13-15). {1TG3: 9.2}

Ziet u nu niet de reden voor de naam “Godslastering”over al de zeven koppen van de luipaard-achtig beest (Openb.13)? En dat als één kop een religieus systeem symboliseert, zij dan allen hetzelfde moeten voorstellen, want ze zijn allen gelijk, behalve de wond op een van hen, en allen zijn op het beest (de wereld) op dezelfde tijd, niet de één na de ander. {1TG3: 10.1}

Wat hun beschuldiging betreft dat de “Staf” leert dat de kerk Babylon is, dagen we ze uit de verklaring voor de dag te halen. En als ze niet weten wat Babylon is, dan kunnen ze beter “The Shepherd’s Rod” {“De Herders Staf”} lezen. {1TG3: 10.2}

 Werkelijk, de kerk is Gods’ kerk, maar degenen die de verantwoording over haar hebben genomen zijn niet beter dan het Sanhedrin in de dagen van Christus. Het is omdat God een hoge achting heeft voor Zijn kerk en dat Hij aldus met Zijn Waarheid haar is binnengedrongen, en aldus Zijn volk zal terugeisen, door diegenen neer te snijden die hen op onwettige wijze tot slaaf maken, hun de leerstellingen van duivels onderwijzend zoals wordt aangetoond in deze studie; en hun verhinderen om in contact te komen met de Waarheid van de Hemel voor deze tijd van crisis. Ziet u nu waarom de Generale Conferentie nu niet meer de “Stem van God” tot het volk is (General Conference Bulletin, 34th session, Vol. 4, Extra No. 1, April 3, 1901, pg. 25, Cols. 1, 2) dan die van het Sanhedrin dat was tot de Joden in de tijd van Christus? Ik hoop dat u zich niet langer zult misleiden dat de “Herders Staf” wat dan ook afbreekt wat God heeft opgebouwd. Nu:

De Zeven Zegels {1TG3: 10.3}

  De Laodicenzen leren dat de zegels beginnen met de

10

opstanding van Christus, welke, zoals u weet, ongeveer  zeventig jaren was voordat Johannes de Openbaarder het visioen kreeg van de zegels. Laten we nu horen wat de Stem van de Openbaring Zelf zegt: {1TG3: 10.4}

Openb. 4:1–“Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik hoorde, was als het ware een bazuin sprekende met mij, zeggende: ‘Klim hierheen op en ik zal u dingen tonen, die hierna moeten zijn.'”

De Stem sprak nadrukkelijk dat de dingen die op het punt stonden aan Johannes getoond te worden nog niet hadden plaatsgevonden, en niet toen plaatsvonden, maar dat zij op een later tijdstip in de stroom der tijd zouden plaatsvinden. Aangezien ze zouden plaats vinden nadat Johannes het visioen kreeg (na 96 n. Chr., niet in de eerste eeuw van de Christelijke bedeling) is het dan geen godslastering om het tegengestelde te onderwijzen van wat de Stem zei — om te zeggen dat de zegels meer dan drie decennia {p/m. 30 jaar} begonnen voordat ze aan Johannes werden getoond? Nee, de zegels kunnen daarom niet beginnen met de Christelijke kerk. Om de Waarheid over hen te weten lees Tract No. 15, To The Seven Churches {Traktaat Nr. 15 ,”Aan De Zeven Gemeenten”}. {1TG3: 11.1}

——-0——–

“Hoe Staat Het Met Openbaring Twaalf?”

“Stelt de vrouw bekleed met de zon de kerk vanaf Pinksteren voor, bekleed met het evangelie (de zon) van Christus?” {1TG3: 11.2}

Toen de draak de vrouw aanviel, was ze reeds bekleed met de zon, en haar kind, de Heer, was nog niet geboren. Aangezien dit zo is, hoe kan dan haar zonbekleding  symbool zijn van haar bekleed zijn met het evangelie van Christus en hoe had zij een voorstelling kunnen zijn van de Christelijke kerk, aangezien het evangelie noch de kerk toen bestonden?  En hoe kan zij de moeder van Christus zijn voordat de Christelijke kerk zelf geboren is? Zij kan niet is het algehele

11

antwoord. {1TG3: 11.3}

   Dan is de theorie dat de vrouw haar aanvang neemt bij het Pinksteren, ongeveer even logisch als het is om te zeggen dat de kip is uitgebroed voordat het ei is gelegd. {1TG3: 12.1}

——-0——-

“Zal de slachting van Ezechiël 9 plaatsvinden in de wereld of in de kerk? Is het de zeven laatste plagen of is het:

De Reiniging van de Kerk?” {1TG3: 12.2}

Ezechiël 9:1,4,9 — “Ook riep Hij in mijn oren met een luide stem, zeggende: Maak dat zij die verantwoording hebben over de stad nader treden, namelijk iedere man met zijn ver­nietigingswapen in zijn hand. En de Heer zeide tot hem: Ga door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en maak een teken op de voorhoofden van de lieden die zuchten en die uitroepen over al de gruwelen die in het midden daarvan gedaan worden.En Hij zeide tot mij: de ongerechtigheid van het huis Israëls en van Juda is uitermate groot, en het land is met bloed vervuld, en de stad vol van verdorvenheid; want zij zeggen: de Here heeft de aarde verlaten, en de Here ziet het niet.” {K.J.V.}

De engelen hebben de verantwoording over de “stad,” Jeruzalem, niet over de wereld, en ook niet over Babylon. Zelfs een volkomen ongeïnformeerde Christen weet dat de termen Jeruzalem, Juda, en Israël, de kerk betekenen, en nooit zoveel als de wereld aanduiden. Zij hebben altijd de kerk betekend en zij zullen altijd de kerk betekenen, want dat is het wat zij zijn. {1TG3: 12.3}

De slachting van Ezechiël 9 is volstrekt niet hetzelfde als de zeven laatste plagen (Openb.16), omdat de plagen op Babylon vallen, maar de slachting in Juda en Jeruzalem. Bovendien doden de engelen van Ezechiël 9

12

een ieder die het teken niet heeft, maar de plagen doden niet een ieder. Door de geschriften van Mozes te verdraaien hebben de Joden geprobeerd Christus Zijn onderwijzingen te weerleggen en het staat vast dat als de Laodicenzen doorgaan met het verdraaien van Zuster White’s geschriften in de poging om de boodschap van vandaag te weerleggen, dan zal hun einde nog veel triester zijn dan dat van de Joden dat was. Betreffende wat zij zegt aangaande Ezechiël 9 lees Testimonies {Getuigenissen}, Vol.3, blz.267; Id.,Vol.5, blz.211; en ook The Great Controversy, blz. 656, 657{ (De Grote Strijd, blz.606}.  Ezechiël negen beeldt het Oordeel der Levenden in het huis Gods uit (1 Petrus 4:17)- de verzegeling van de heiligen en de vernietiging van de goddelozen in de kerk. {1TG3: 12.4}

——-0——-

Ik denk dat ik tijd heb voor een andere vraag: Deze vraag is in vijf delen gesteld en ik zal haar dienovereenkomstig beantwoorden. {1TG3: 13.1}

Vraag 1. Voorspelt de profetie van Nahum de 2e wereld oorlog of een andere oorlog? {1TG3: 13.1}

Laat ons voor het antwoord direct gaan naar de profetie van Nahum. {1TG3: 13.2}

Nah. 2:1: “Hij die aan stukken maakt is voor uw aangezicht opgekomen; bewaart de munitie {oorlogsbenodigdheden}, bewaakt de weg, maakt uw lendenen sterk, versterkt uw kracht op machtige wijze.”

Nahum voorzegt dat degene die de oorlog anvangt ,”hij die aan stukken maakt”, goed voorbereid zal zijn geweest voordat hij de oorlog aanvangt, maar zijn tegenstrevende macht, Assyrië, zal niet voorbereid zijn geweest tot nadat de oorlog aanvangt; dat is, nadat degene “die aan stukken maakt” voor het aangezicht van Assyrië komt,  dan is het dat Assyrië voorbereidingen maakt {treft} om hem te ontmoeten. Dan is het dat zij haar lendenen sterk maakt,  en haar “kracht op machtige wijze” versterkt. {1TG3: 13.3}

13

Aangezien het nu een bekend feit is dat Groot-Brittanië en Frankrijk niet voorbereid waren om tegen Hitler te strijden toen hij het vuur opende tegen hen, en aangezien een ieder van de gealliëerden zich op machtige wijze begon voor te bereiden nadat Hitler aan stukken begon te maken, komt de waarheid zo helder als kristal naar voren dat “hij die aan stukken maakt” niemand anders is dan Hitler, degene die gereed was bij de aanvang van de oorlog, degene die Duitsland zelf, het Britse rijk en vele andere landen in verscheidene stukken brak. Daarom, moeten de gealliëerden het anti-typische Assyrië zijn. Dit is aanwijzing nummer één. {1TG3: 14.1}

Voor aanwijzing nummer twee zullen we lezen over de reis- en transportmiddelen op de dag waarop de voorbereidingen van de oorlog, worden getroffen, en waarop de oorlog zelf wordt uitgevochten. {1TG3: 14.2}

Nah. 4:3, 4 — “(…) De wagens zullen zijn met vlammende toortsen op de dag van zijn voorbereiding, (…) De wagens zullen voortsnellen in de straten, zij zullen tegen elkander opbotsen op de brede wegen: zij zullen toeschijnen als toortsen, zij zullen voortsnellen als de bliksemschichten.”

Deze verzen portretteren de reis- en transportmiddelen op de dag waarop de oologsvoorbereidingen worden gemaakt en {waarop} de oorlog wordt uitgevochten. Aangezien de Tweede Wereldoorlog de enige oorlog is in de geschiedenis voor welke de voorbereidingen, die door Nahum zijn beschreven, werden gemaakt en gebruikt terwijl de “wagens” (voertuigen verkeer) zich met weergaloze snelheid voortbewegen, met de snelheid “als de bliksemschicht,” terwijl motor verkeer in de lucht en ter zee, in de stad en op het platteland (straten en hoofdwegen), “tegen elkaar opbotsen.” Al deze tekenen van de tijd, kenmerken de tijd waarin de oorlog wordt uitgevochten, zij laten geen ruimte voor twijfels. Zij verzekeren allen in volmaakte bewoordingen dat Nahum de Tweede Wereldoorlog voorzegt. Voor een derde aanwijzing zullen wij lezen: {1TG3: 14.3}

14

Nahum 1:15 — “Zie op de bergen de voeten van hem die goede berichten brengt, die vrede publiceert! O Juda, onderhoudt uw plechtige feesten, voer uw geloften uit: want de goddeloze zal niet meer door u heen trekken; hij is volledig afgesneden.” {KJV.)

Hier wordt ons verteld dat ten tijde dat de oorlog wordt uitgevochten, iemand geïnspireerde openbaringen van nieuw geopenbaarde waarheid, aan het publiceren zal zijn, de Waarheid van het Oordeel der Levenden, hetgeen voor altijd de tarwe van het onkruid zal scheiden (Matt. 13:20), de goede vissen van de slechte (Matt. 13: 47, 48), de schapen van de bokken (Matt. 25:32), en de wijze maagden van de dwazen (Matt. 25:1-12). Dezen zullen “niet meer door” de kerk “heen trekken,” verklaart het schriftgedeelte, ze zijn “volledig afgesneden.” Aldus bij Juda, de kerk, erop aandringend om deze anti-typische verzoeningsfeest te onderhouden en om haar geloften aan God ten uitvoer te brengen om zodoende waardig te worden bevonden om te ontkomen aan de oordelen van God. Vandaar dat Gods verzoek aan Zijn kerk {gericht} nu door het hele land weerklinkt, zeggende: “Waak op, waak op, trekt uw sterkte aan, o Zion; trekt uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, de heilige stad; want voortaan zal geen onbesnede en onreine meer in u komen.” Jes. 51:1 {KJV}. {1TG3: 15.1}

   Met deze zekere tekenen des tijds laat Inspiratie elk individu voor zichzelf beslissen om nu vertrouwen te stellen in de Stem welke Inspiratie Zelf aanbeveelt, of in een stem welke ongeïnspireerde mensen aanbevelen. Voortaan zal er geen verwarring meer zijn onder God ware volk. Zijn “(…) wachters zullen de stem verheffen; met de stem tezamen zullen zij zingen: want zij zullen van oog tot oog zien, wanneer de Here Zion zal terugbrengen.” (Jes. 52:8, {KJV}.) {1TG3: 15.2}

— 000 —

  Vraag 2: “Van wie zegt Nahum dat hij de oorlog zal winnen — ‘hij die aan stukken maakt’ of ‘Assyrië’?”

Alhoewel de profetie van Nahum de grotere

15

nadruk legt op de val van Assyrië, verklaart het nochtans dat zij beiden zullen verliezen, want sprekende van hem die “aan stukken maakt,” zegt het schriftgedeelte: {1TG3: 15.3}

Nahum 2:5 — “Hij zal zijn waardigen overtellen: zij zullen struikelen in hun gang; zij zullen haast maken naar de muur ervan, en de verdediging zal zijn voorbereid.”

Om “zijn waardigen over” te “tellen,” geeft aan dat het aantal waardigen — kapiteins en generaals en andere machtige mannen samen met zijn voortreffelijke leger — aan het afnemen is en vandaar de noodzaak van het overtellen, en dat “zijn waardigen” in hun gang zullen struikelen; dat betekent dat zij een soort blunder zullen begaan in hun opmars naar de overwinning die maakt dat zij ten val komen. En dit is precies wat er gebeurde. Hitler’s leger struikelde door oorlog te voeren tegen Rusland terwijl hij in oorlog {verwikkeld} was met Groot-Brittanië. Dat kritisch moment van zijn carrière was Hitlers grootste dwaasheid. Engeland stond net op het punt om op te geven, maar het Duitse leger trok zich terug en ging heen om Rusland te bestrijden! En aangezien ook de val van zijn waardigen vermeld wordt voordat de val van Assyrië is vermeld, openbaart de profetie aldus dat “hij die aan stukken maakt,” Hitler, het eerst zou vallen. {1TG3: 16.1}

–000–

Vraag 3: “Waarom wordt Hitler, ‘hij die aan stukken maakt,’ genoemd?”

   Wel, dat is alles wat Hitler deed. Hij begon aan stukken te maken aan het prille begin van de oorlog, — niemand was in staat om tegen hem stand te houden, en zelfs nadat hij verdween, en Duitsland zich overgaf, zette het in stukken breken zich voort en is tot nu toe niet gestopt. Als resultaat is de hele wereld in stukken gebroken, niet alleen geografisch, maar ook politiek en sociaal en economisch. Het Engelse rijk wankelt nog steeds, en het onheilspellend “gekraak” wordt met iedere voorbijgaande dag steeds luider. Daarom verdient Hitler de titel (“aan stukken maakt”)

16

op meer dan één manier. {1TG3: 16.2}

–000–

Vraag 4: “Leert de profetie van Nahum niet dat Assyrië volledig zal vallen?”

Ja, dat is precies wat wij begrijpen dat het leert. Het is dan zeer duidelijk dat Nahum’s profetie vooraf waarschuwt dat de 2de Wereld Oorlog tot nog toe niet voleindigd is. De wereld zelf weet dat het dat niet is, en dat de Gealliëerden, behalve Rusland, niets wonnen, dat ze beter af zouden zijn geweest om aan Hitler een deel te hebben gegeven van Polen dan de oorlog uit te vechten en dan van Rusland, niet slechts gedeeltelijk maar geheel Polen en daarbij geheel Oost-Europa, te verliezen. Bovendien, is Rusland een grotere vijand van hen geworden dan Hitler dat was. Ze deden Hitler weg, maar de hete oorlog hield nooit volledig op, en de koude oorlog werd spoedig eraan toegevoegd. Iedereen weet dat de oorlog niet afgelopen is, en dat vrede niet gekomen is, dat de oorlog iedere dag in alle hevigheid kan oplaaien. {1TG3: 17.1}

Vraag 5: “Wat leren uw traktaten over de oorlog?” —

   De traktaten zeggen niet zoveel. Ze zeggen niet duidelijk wie “hij die aan stukken maakt” is, noch zeggen ze met zekerheid dat de 2de Wereld Oorlog de oorlog van Nahum is. En terwijl Tract No. 14: War News Forecast {Oorlog Nieuws Voorzegt}, wel zegt dat het leger van hem die aan stukken maakt “niettemin ook zal vallen,” zegt het niet met zekerheid wiens leger eerst ten val zal komen. (Zie Tract No.14{Traktaat Nr.14}, blz 12 — commentaar op Nahum 2:5.) {1TG3: 17.2}

Tract No.12, Yesterday, Today, Tomorrow {Traktaat Nr.12, Gisteren, Vandaag, Morgen}, twee jaar eerder gepubliceerd dan Tract No.14, zegt echter wel:

“Daar het nu duidelijk is dat ‘de tenten van zijn paleis’ waarvan verondersteld wordt dat zij heiligheid voorstellen, en het rijden van de vrouw op het beest een voorstelling is

17

van haar beslechten van de sociale, economische, politieke, en religieuze problemen van de wereld, is de waarheid duidelijk dat de tegenwoordige Christelijke regeringen geherorganiseerd, en door een kerkelijk hoofd geregeerd zullen worden — niet door Hitler!” {1TG3: 17.3}

De traktaten zeggen niet alles, maar wat ze zeggen, zeggen ze ronduit. {1TG3: 18.1}

18

——–0——–

 

1TIJDIGE GROETEN 3

 VRAAG EN ANTWOORD DISCUSSIE

(Deel 2)

Wie Zijn De Laodicenzen?

Wie Zijn De Koning Van Het Noorden En

 De Koning Van Het Zuiden?

Is De Tweede Wereld Oorlog In Daniël Elf?

Bespaar Tijd en Energie.

Lezing door v.t. Houteff

Bedienaar der Davidian Zevende Dags Adventisten

Sabbat 31 augustus 1946

Mt.Carmel kapel

Waco, Texas

Vanmiddag zal ik vragen beantwoorden die tot mij gekomen zijn van broeders en zusters in de moederkerk. Maar naar gelang u naar de antwoorden luistert,  wil ik dat u in beschouwing neemt dat ook wij eens in hun plaats waren; dat wij ook typische Laodicenzen waren, en dat hetgeen zij nu aan het doen zijn, wij toen op gelijke wijze aan het doen waren. Ook wij trokken wellicht alles in twijfel waaraan wij geen deel hadden; handelende en sprekende op dezelfde wijze als zij. Wat een vreselijke en onbetamelijk iets voor een Christen om zelfs de eigen uitspraken van de Heer aan de Laodicenzen niet te geloven, toch dachten ook wij dat wij niets nodig hadden, maar dat alle anderen ons nodig hadden. {1TG4: 19.1}

   U weet dat wij toen niet zo ontvankelijk waren als dat wij dat nu zijn. En wanneer onze leringen in twijfel werden getrokken, luisterden ook wij, net als onze broeders en zusters, niet eerlijk en onpartijdig, onbevooroordeeld naar de meningen van anderen. {1TG4: 19.2}

   Toen wij in hun plaats waren, verdedigden ook wij in onze lauwheid op ijverige wijze elke leerstelling, zelfs

19

al begrepen wij zelf sommigen van hen niet. Dit deden we alleen omdat ook wij op veronderstellende wijze geloofden dat de leerstellingen die geleerd werden in de kerk door onze eigen Bedienende broeders correct waren. En zo geloofden wij, even blind als zij, voor honderd procent wat dan ook geleerd werd in de kerk, niet in beschouwing nemende dat veel ervan door ongeinspireerde mensen kwam. Geinsprireerd of ongeinspireerd maakte toen geen verschil voor ons net zoals het nu voor hen geen verschil uitmaakt. Ook wij waren in een verschrikkelijk droevige misleiding en tezamen met hen wisten of geloofde we niet dat wij ellendig, jammerlijk, arm, blind, en naakt waren, hoewel de Here Zelf dat zei! Openb. 3:14-18. Wij gingen in dezelfde toestand van denken voort totdat zich de boekrol zich ontvouwde. Toen werden onze ogen geopend: Van de leringen en interpretaties welke niet door Inspiratie kwamen zagen we duidelijk dat zij slechts “verzinselen van mensen” waren. Noch zagen we van te voren in dat de Sabbat en de kerk veranderd waren in instellingen om doelen te bereiken en voor de handel — middelen, bedoeld om God te onteren en om de armen te beroven, teneinde diegenen te {kunnen} voeden en te kleden die de gehele kerk in de verschrikkelijke Laodiceaanse droevige misleiding houden. {1TG4: 19.3}

   Dus ernaar kijkend vanuit deze invalshoek waren we niet veel beter dan de beste der Laodicenzen. Wat het verschil maakt tussen ons en hen is dat het licht ons pad verlicht heeft, maar het heeft hen nog niet bereikt. De eer, dan, voor welke vooruitgang dan ook we hebben mogen maken in deze herlevings en hervormings poging is niet de onze, maar van God. {1TG4: 20.1}

   De eerste vraag die beantwoord zal worden vanmiddag voert ons naar het elfde hoofdstuk van Daniël, om daar te

20

Identificeren de Koning van het Noorden en de Koning van het Zuiden. {1TG4: 20.2}

De vraag is: “Wie zijn de koning van het noorden en de koning van het zuiden in onze dagen?” –Aangezien het onze plicht is om de Here God te heiligen in onze harten, en gereed te zijn om het juiste antwoord te geven op het juiste tijdstip aan een ieder die vraagt om een reden van de hoop dat in ons is, laat ons lezen — {1TG4: 21.1}

Daniël 11:40-43  “Maar tegen de tijd van het einde zal de koning van het zuiden tegen hem stoten: en de koning van het noorden zal tegen hem komen als een wervelwind, met wagens,  en met ruiters, en met vele schepen; en hij zal de landen binnenvallen, en zal overstromen en doortrekken. Ook het Heerlijkland zal hij binnenvallen, en vele landen zullen omver geworpen worden; maar zullen ontkomen uit zijn hand: namelijk Edom, en Moab, en de aanvoerder van de kinderen van Ammon. Hij zal ook zijn hand uitstrekken over de landen; en het land Egypte zal niet ontkomen. Maar hij zal macht hebben over de schatten van goud en zilver en over alle kostbaarheden van Egypte; en de Libiërs en de Ethiopiërs zullen in zijn gevolg zijn”.

Het geschil dat in dit vers naar voren wordt gebracht, voorkomend tussen de koningen, is niet voor de tijd van het einde, of in de tijd van het einde, maar “tegen de tijd van het einde.” De koning van het zuiden, zoals u merkt, is degene die tegen de koning van het noorden zal stoten, en de koning van het noorden is degene die de oorlog zal winnen, en overnemen van de koning van het zuiden, het heerlijk land (Palestina) en Egypte naast de landen die niet bij name genoemd zijn. Deze punten, zoals we nu zullen zien, zijn voldoende om op volmaakte wijze beide koningen, de oorlog, en de tijd waarin het uitgevochten wordt, te identificeren. Aangezien de oorlog tegen de tijd van het einde zal beginnen, en aangezien de koning van het zuiden de verliezer

21

van de oorlog is, moeten de landen die verovert zijn daarom geregeert worden door de koning van het noorden gedurende de tijd van het einde. (Voor een gedetailleerde studie over Daniël elf, lees Tract No. 12,The World Yesterday, Today, Tomorrow, pp. 57-91 {Traktaat Nr. 12, De Wereld Gisteren, Vandaag, Morgen, blz.57-91}). {1TG4: 21.2}

   Aangezien degenen die de vragen gesteld hebben het met ons eens zijn dat wij nu leven in “de tijd van het einde”,behoeven we niet meer te zeggen aangaande dat gedeelte van het onderwerp, maar het is wel nodig dat ze ons vertellen welke er in deze bijzondere tijd, in de tijd van het einde, “het heerlijk land” (Palestina), Egypte, en andere landen aan zijn rijk heeft toegevoegd. Het antwoord dat iedereen kan geven is dat Groot Brittanië deze van Turkije afnam en ze feitelijk van toen af aan heeft geregeerd. Het is dan duidelijk, dat gedurende de tijd van het einde Groot Britanië de koning van het noorden, en Turkije de koning van het zuiden is. Terecht ook, want de Mohamedanen kwamen oorspronkelijk op uit het zuiden van de Middenlandse zee en overstroomden de landen van het noorden en regeerden hen tot de tijd van het einde. Toen werden de rollen omgekeerd, en begon het Turkse rijk ineen te krimpen terwijl het Britse rijk {zich} begon uit te breiden. {1TG4: 22.1}

  Aangezien er geen manier voor wie dan ook is om de waarheid van dit onderwerp te ontwijken, is het niet nodig om er verder over te discussieren. Lees, voor een gedetailleerde studie over Daniël 11, Tract No. 12, Yesterday, Today, Tomorrow {Traktaat Nr. 12, Gisteren, Vandaag, Morgen}. {1TG4: 22.2}

Verwacht echter niet te veel van de Laodicenzen, want u weet dat het even moeilijk voor hen is om Waarheid te accepteren als het was voor de meesten van ons toen we in hun plaats waren. Waarom? — Omdat het voor de meeste mensen moeilijk is om te zeggen, “we zijn verkeerd”. Slechts enkelen kunnen hun trotse denkwijze schuwen en hun fouten toegeven. Het is juist om deze reden dat nieuw geopenbaarde Waarheid nooit populair is. Toen de Waarheid voor vandaag tot ons kwam, geloofden we Het niet omdat anderen dat deden, maar omdat wijzelf

22

Het duidelijk inzagen. Laat ons zo doorgaan, maar laten we geduldig, verdraagzaam en barmhartig zijn met allen. {1TG4: 22.3}

——–0-0-0——–

Onze volgende vraag om te beantwoorden —

“Is De 2de Wereld Oorlog In Daniëls Profetie?” {1TG4: 23.1}

Dan.11:44, 45–“Doch berichten uit het oosten en uit het noorden zullen hem verontrusten, daarom zal hij uittrekken met grote grimmigheid om te vernietigen en om velen geheel en al weg te doen. Hij zal de tenten van zijn paleis planten op de heerlijke heilige berg; toch zal hij aan zijn einde komen, en niemand zal hem helpen.” {KJV.}

In deze bijzondere oorlog gaat de koning van het noorden uit om velen te vernietigen omdat onaangenaam nieuws vanuit het oosten en vanuit het noorden zijn oren bereiken. De koning van het zuiden is daarom niet erin betrokken. {1TG4: 23.2}

Aangezien Hitler en Rusland (de machten van het noorden) Oorlog Nr.2 aanvingen in Polen {en} vervolgens Japan (de macht uit het oosten) zich erbij voegde, en daar Turkye, de koning van het zuiden zich erbuiten hield, ligt het zeer voor de hand dat de oorlog van Dan. 11 vers 44 de 2e Wereld Oorlog is in welke de berichten hier vermeld Engeland (de koning uit het noorden) meesleepten. De 2e Wereld Oorlog is doorom volstrekt de oorlog voorzegd in Dan. 11, de verzen 44, 45, de laatste oorlog van Daniël elf. Bovendien, het feit dat slechts vers 44 tot zover in vervulling is gegaan, dat de koning nog aan zijn einde moet komen, is duidelijk bewijs dat de 2e Wereld Oorlog nog moet worden beeindigd, dat er nu geen vrede zal zijn, en geen onderlinge overeenstemming tussen de natiën alhoewel er verondersteld wordt dat de oorlog afgelopen is vanaf Hitlers verdwijning. {1TG4: 23.3}

De verklaring, “Hij zal aan zijn einde komen en niemand

23

zal hem helpen,” geeft aan dat iemand hem heeft geholpen, en de wereld weet dat het de Verenigde Staten van America is geweest. We bevinden ons daarom, levend tussen de verzen 44, en 45 van Daniël elf. {1TG4: 23.4}

———-0-0-0———-

Onze volgende vraag is:

“Wanneer Begint De Tijd Van Het Einde?” {1TG4: 24.1}

Laat ons lezen —{1TG4: 24.2}

Dan. 11:35 — “En sommigen van die verstand hebben zullen vallen, om hen te beproeven, en om hen te louteren, en om hen wit te maken, zelfs tot de tijd van het einde; want het is nog voor een vastgestelde tijd.”

   Hier merkt u op dat Gods volk zou vallen, vervolgd, gemarteld en beproefd zou worden zelfs tot in de tijd van het einde.  Ze moesten door de beproeving gaan om gelouterd, beproefd, en wit gemaakt te worden. Houdt in gedachten dat de loutering door moest gaan, “tot de tijd van het einde,” en dat de koning van het zuiden tegen de koning van het noorden zou stoten “tegen de tijd van het einde.” Merk nu op dat het voortzetsels “tot” aan het voorzetsel “tegen” grenst, dat waar de loutering eindigt, het stoten van de koning begint. Deze punten werden aan het licht gebracht bij het begin van deze studie. {1TG4: 24.3}

  Tot zover ik in staat ben om te ontdekken, leert de geschiedenis dat de marteldood endigde in 1700 A.D. en dat het Turkse rijk begon ineen te krimpen in 1699. (Zie map No. 10 van Tract 12, The World Yesterday, Today, Tomorrow {kaart Nr. 10 van Traktaat 12, De Wereld Gisteren, Vandaag, Morgen}. De tijd van het einde, begon daarom bij de afsluiting van de 17e eeuw, de tijd waarin de marteldood ophield, en de tijd waarin het Turkse rijk uit elkaar begon te vallen. {1TG4: 24.4}

24

   Bovendien, gesproken over de beproeving waarin miljoenen gemarteld werden, zei Jezus: “Terstond na de beproeving dier dagen zal de zon verduistert worden (…) Matt. 24:29. De donkere dag kwam in 1780 A.D. {Na Christus.} En terwijl het Turkse rijk  ineen bleef krimpen, bleef het Britise zich uitbreiden. Hier wordt gezien dat profetie op volmaakte wijze de geschiedenis bekrachtigt. Leert nu —

   “Hoe verspilde tijd om te zetten in goed gebruik” {1TG4: 25.1}

   U bent zich bewust van het feit dat ons een groot werk geven is en dat de tijd waarin ;het gedaan moet worden erg kort is; dat wij daarom zouden moeten leren hoe verspilde tijd in goed gebruik om te zetten. Iemand heeft gezegd dat doorgaans, meer dan de helft van het leven en de energie van de mens verspild wordt aan nutteloos praten en toezicht houden op anderen. Daarom is een van onze grootste behoeften dat we leren onze tongen te beheersen en onze neuzen niet te steken in andere mensen hun zaken, teneinde tijd en energie, vrede en onkreukbaarheid te behouden. {1TG4: 25.2}

   Het is ook goed om te gedenken, dat onze tongen aan ons zijn gegeven met de bedoeling Gods Waarheid en Zijn lofprijzing te spreken, en onze energie om Zijn Waarheid te verkondigen en Zijn volk te zegenen. Laat ons pratende zijn over, en werkende zijn voor deze van de hemel afkomstige principes. Als u bij toeval mocht zien of horen dat iemand iets doet dat volgens uw beste oordeel niet correct is voor een Christen om te doen, en indien u denkt dat u hem kunt helpen, maakt van uzelf niet een verklikker door het aan een ieder te vertellen, maar pleit eerder met de schuldige. {1TG4: 25.3}

   Maakt uzelf ook niet tot een criterium {maatstaf} voor anderen, en dring uw meningen bij niemand anders op dan bij uzelf. Het is niemands plicht om een ander te bewaken. Begrijp

25

dat niemand schuldig is zijn leven te richten naar de standaard en gedragslijn van wie dan ook. Luister wat Inspiratie zegt: “Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Ja, hij zal staande gehouden worden; want de Here is bij machte hem te doen staan” (Rom. 14:4) maar aangezien u daartoe niet in staat bent, waarom probeert u het dan! {1TG4: 25.4}

   Maak geen vijanden door uw tong. Maak vrienden. En heb uw gevoelens niet op uw vingertoppen. Als u dat doet, zult u zelf het verlies voelen van uw vrienden, van sociale blijdschap, en van de mogelijkheid en voorrecht om zielen te winnen voor Christus. Eindig  de dag niet zonder dat er een verdienste op uw bladzijde in het Hemels register wordt opgetekend. Vat de motieven van andere mensen ook niet verkeerd op. Probeer om alles te zien en te interpreteren op de juiste manier, geef een ieder een kans. Zie het goede in een ieder en sluit uw ogen voor alle kwaad. {1TG4: 26.1}

   Laat uw gesprek gaan over het onderwerp van het bevorderen van Gods Waarheid van vandaag. Het zal u bezighouden om over iets nuttigs en aanbevelingswaardigs te praten. Denk na en bestudeer, en wanneer u over godsdienst praat, wordt vooral niet saai. Ga door met uw gesprek slechts zover als uw luisteraars u kunnen volgen. — “Geef het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen, opdat zij die niet vertrappen onder hun poten, en zich omkerende en u verscheuren. Matt. 7:6. {KJV.} {1TG4: 26.2}

   Tongen zijn moeilijk om in bedwang te houden, en oren altijd verlangend om te horen. Het zal daarom beter zijn als u minder bezoekjes aflegt. Veel bezoek afleggen is slechts tijdverspilling en een verzoeking om de splinter in de ogen van anderen te bespreken en de balk die in uw eigen ogen is over het hoofd te zien. {1TG4: 26.3}

  Telkens als u alleen bent kunt u iets gedaan

26

krijgen. U kunt dan of werken of studeren. Maar wanneer u samen komt met anderen, bestaan de kansen dat u niets gedaan krijgt dan schade aan uzelf en aan anderen. Nu is de tijd om te studeren en de Waarheid voor deze tijd teleren, om uit te vinden hoe een studie te geven en hoe vragen op een eenvoudige manier te beantwoorden, zonder te behoeven in te gaan in een hoop geschiedenis of levensbeschrijving. En als u vastbesloten bent dagelijks met God te wandelen en Zijn wil te bestuderen betreffend uw eigen plichten, niet de plichten van anderen, zult u genoeg vinden om u bezig, en van het kwaad te houden. {1TG4: 26.4}

Onthoud ook, dat u kanidaat bent voor de eerste vruchten, om of één met, of één van de 144.000, te zijn, dat u zonder leugen in uw mond moet zijn( Openb.14:5). {1TG4: 27.1}

Meet uw woorden volgens de gouden regel. Indien u aan anderen zult doen wat u zou willen dat zij voor u doen, zult u minder problemen hebben, grotere vreugde in het leven, vele vrienden overal om u heen, en schone schoven voor de Hemelse Schuur. {1TG4: 27.2}

27

— 000 —