De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Deel 1 Tijdige Groeten Nrs. 17, 18

 

1

KERNGEDACHTE VOOR OVERPEINZING EN GEBED:

Ik zal voorlezen uit “The Mount of Blessings,” te beginnen met de eerste alinea op blz. 170. Deze bladzijde is gebaseerd op het schriftgedeelte: “Leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de Boze.” {MB. P. 116, 117; GBZ., blz. 102, 103.} {1TG17: 2.1}

MB., p. 170 – “Verzoeking is verlokking tot zonde, en dit is niet van God afkomstig, maar van Satan, en van het kwade van onze eigen harten. ‘God kan niet door het kwade worden verzocht, en Hijzelf verzoekt niemand.’ {1TG17: 2.2}

“Satan tracht ons in verzoeking te leiden, zodat het kwaad van ons karakter geopenbaard kan worden voor de mensen en voor engelen, zodat hij ons kan opeisen als de zijne. (…) De vijand leidt ons in zonde, en dan beschuldigt hij ons voor het hemels universum als {zijnde} onwaardig voor de liefde van God. (…) 1TG17: 2.3}

“Elke verzoeking weerstaan, elke beproeving moedig doorstaan, geeft ons een nieuwe ervaring in het vormen van het karakter. De ziel die door Goddelijke kracht verzoeking weerstaat, openbaart aan de wereld en aan het universum de doeltreffendheid van de genade van Christus.” {1TG17: 2.4}

Hier wordt gezien dat Satan de grote verleider is van onze zielen, dat hij voortdurend poogt om ons ten val te brengen. Maar hij kan niets tegen ons uitrichten indien ons hart rein staat tegenover God, en als wij binnen de ommuring blijven die Hij om ons gebouwd heeft. Hij kan alleen succes hebben als wij zelf het hem mogelijk maken. Als wij moedwillig toegeven aan de zonde, geven wij ons op die manier vrijwillig over aan Satan. Laten wij niet vergeten, dat niemand zijn eigen weg kan blijven gaan en tegelijkertijd het gebed des Heren, zonder een leugenaar van zichzelf te maken. Maar zij die met hun hele hart de Heer op Zijn woord geloven en Hem toestaan hun schreden te richten, dezulken gaan nooit verkeerd. Wij zouden moeten bidden om bij die laatste klasse te behoren. {1TG17: 2.5}

2

——0——

1 TIJDIGE GROETEN 17

“HELDERE WOLKEN BRENGEN MILDE REGEN MEE.”

DOOR V.T. HOUTEFF, PREDIKANT VAN

DE DAVIDIAANSE ZEVENDE-DAGS ADVENTISTEN,

SABBAT 30 NOVEMBER, 1946

CARMEL KAPEL

WACO, TEXAS.

Deze middag zullen wij het tiende hoofdstuk van Zacharia bestuderen. Om de tijd van de vervulling van de profetie ervan, en de beloften welke het bevat, te vinden, behoeven wij niet verder te kijken, dan het eerste vers van het hoofdstuk. {1TG17: 3.1}

Zach. 10:1 – “Vraagt gij de Here om regen in de tijd van de late regen; aldus zal de Heren heldere wolken maken, en zal hun regenstromen geven, aan iedere kruid des velds.”

Deze vormen van beeldspraak, zoals u weet, worden niet op willekeurige wijze gebruikt door Inspiratie, de term “late regen” moet zijn bijzondere en nauwkeurige betekenis hebben. Inspiratie kiest ervoor om de term “regen” te gebruiken, omdat regen dingen laat groeien en een overvloedige oogst voortbrengt. De regen die wasdom voltooit en die het graan doet rijpen. {1TG17: 3.2}

Daarom, is de late regen der waarheid juist de laatste, wat het volk van God tot ontwikkeling moet doen komen voor de oogst, voor de tijd waarin God de tarwe van het onkruid scheidt (Matt. 13:30), de wijze maagden van de dwaze (Matt. 25:1-12), de goede vissen van de slechte (Matt. 13:47, 48), en de schapen van de bokken (Matt. 25:32, 33). Kort samengevat, de oogst is de dag van reiniging, de dag van Oordeel, de antitypische

3

Dag van verzoening {de grote Verzoendag}, de dag waarop de zondaars worden afgesneden. Daarom, zal deze geestelijke late regen juist datgene voor de kerk doen, wat de natuurlijke regen voor de akker doet. Zonder deze late regen, kunnen de heiligen niet tot ontwikkeling komen voor de hemelse graanschuur, noch het onkruid voor het vuur. Daarom, wordt door de late regen de laatste regenstroom van Waarheid geïllustreerd {of voorgesteld}. Ook, moet dit laatste deel van Waarheid even vrijelijk tot ieder lidmaat van de kerk komen, die juist voor de oogsttijd leeft, zoals de regen neerdaalt op ieder gewas in het veld. Zo gauw als deze laatste aanraking van ontwikkeling tot stand is gebracht, zal de sikkel in het kostbare gouden graan worden geslagen. Maar laten wij in gedachte houden dat het niet op de akker achtergelaten wordt om weg te rotten. Het wordt in de “graanschuur” (het Koninkrijk) ondergebracht, terwijl het onkruid wordt verbrand. Zo zegt de Here (Matt. 13:30). Wat wordt gesymboliseerd door de “late regen”? Is het wonderwerkende Waarheid, of is het wonderwerkende kracht? – De profeet Joel legt uit, dat de wonderwerkende kracht ná beiden, de “vroege en de late regen,” komt. Hij zegt: {1TG17: 3.3}

“En het zal daarna geschieden [na de vroege en de late regen – Joel 2:23], dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees; en uw zonen en dochter zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; en ook over de dienstknechten en de dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.” Joel 2:28, 29. {1TG17: 4.1}

Het is dus duidelijk, dat de “late regen” wonderwerkende Waarheid is, die maakt dat de heiligen opwassen voor de oogst, waarvan de 144.000 de eerste vruchten zijn (Openb. 14:4). Dan, om met spoed de tweede vruchten te verzamelen, stort God Zijn Geest uit over iedere heilige der eerste vruchten, (over “iedere kruid”) oud of jong, jongen of meisje – niet op één hier en op één daar. {1TG17: 4.3}

Klaarblijkelijk stellen “heldere wolken” werktuigen {of instrumenten} voor die de Waarheid mededelen, die zij overal in de wijngaard des Heren verspreiden –

4

aan elk kerklid – “iedere kruid,” tarwe of onkruid. {1TG17: 4.3}

Letterlijk gesproken, stellen donkere wolken een zeer zware en schade aanrichtende regenbui voor, die de aanschouwers ervan angst inboezemt. Daartegenover, stellen heldere wolken een zachte regenbui voor, dat soort dat zodanig neerkomt, zodat de grond alles ervan in zich op kan nemen. Het verspilt zichzelf niet. {1TG17: 5.1}

Daarom, zouden in de geestelijke zin, donkere wolken een voorstelling zijn van een bron van gevaarlijk leesmateriaal, dat te omvangrijk is voor iemand om te verwelkomen of te bevatten. Maar heldere wolken staan voor een bron van kleine, makkelijk te bevatten, met-waarheid-beladen publicaties, beladen met “voedsel op z’n tijd,” Waarheid die in delen komt, makkelijk om op te nemen, makkelijk om alles ervan te assimileren {op te nemen}, en aldus de ontvanger ervan tot ontwikkeling te doen komen voor de “Meesters’” gebruik en voor Zijn dienst. {1TG17: 5.2}

Dan moet de geestelijke “late regen” even overvloedig en kosteloos neerkomen op de ontvanger, als de letterlijke regen dat doet. Vandaar, dat de wereld nooit getuige is geweest van zo veel geheel kosteloze lectuur dat verspreid wordt, zoals dat het geval is met dit leesmateriaal. Miljoenen! Vandaar, dat deze bevattelijke publicaties in klein formaat, de heldere wolken, beladen  met tegenwoordige Waarheid, nu worden verspreid als herfstbladeren in Laodicea aan ieder kerklid, “aan ieder kruid” in de wijngaard des Heren. De uiteindelijke resultaten? “Meer dan duizend,” getuigt Inspiratie, “zullen spoedig worden bekeerd, in één dag, waarvan de meeste hun eerste overtuigingen zullen toeschrijven aan het lezen van onze publicaties.” – “Review and Herald,” Nov. 10, 1885. Dienovereenkomstig, tezamen met de donkere wolken van de wereld die nu boven hen zweven die pessimistisch staan tegenover de beloften van God, zijn er deze heldere wolken, die zweven boven de getrouwe, gelovige en {op Hem} vertrouwende kinderen van God. {1TG17: 5.3}

5

[PLAATJE VAN DE LATE REGEN]

6

En dus, broeders, zusters, moet u nit luisteren naar de stemmen die bij u erop aandringen dat u zich afschermt voor deze milde regen, of dat u zich verschanst onder iemands paraplu. Kom er onder vandaan en doe u tegoed aan deze hoognodige douche. Het is gezonden om die ontwikkeling te geven die u nodig hebt, en om u in staat te stellen om de grote en vreselijke dag des Heren te overleven, het Oordeel voor de levenden. Stel niet langer uit, ga in de openlucht staan en laat de kostbare regen op u neerkomen, laat het u geheel doorweken, voordat de engelen u ongeschikt achten voor de “graanschuur” en u in het vuur werpen, tezamen met het onkruid. Inspiratie maakt het zo duidelijk als maar kan, dat geen enkele ziel (geen enkele grasspriet), geschikt kan zijn voor het Koninkrijk (de “graanschuur”) als het in gebreke blijft deze regen van Waarheid in zich op te nemen. {1TG17: 7.1}

Hoe belangrijk is het dan dat u voordeel uit trekt. Neen, u kunt het zich niet veroorloven om droog te blijven staan onder de paraplu’s van Waarheidhaters. Gaat weg van onder hun duivelse paraplu’s, voordat u voor eeuwig verloren gaat, voordat u op hopeloze wijze uitroept: “De oogst is voorbij, de zomer is ten einde, en wij zijn niet gered.” Jer. 8:20. {1TG17: 7.2}

Vers 2 — “Want de afgoden hebben ijdelheid gesproken, en de helderzienden hebben een leugen aanschouwd, en hebben valse dromen verteld; tevergeefs vertroosten zij; daarom gaan zij huns weegs als een kudde, zij werden verstoord, omdat er geen herder was.” {KJV.}

Hier wordt de gedachte overgebracht, dat deze karaktervormende, wijsheid en licht bevattende “regen” waardoor men geschikt gemaakt wordt voor de Hemelse leefgemeenschap, de wachtenden vindt, terwijl zij luisteren naar afgoden die “ijdelheid” spreken, en naar helderzienden die valse dromen vertellen, die tevergeefs trachten te troosten. Wilt u niet luisteren naar de stem van Inspiratie en u afwenden van te luisteren naar afgoden? {1TG17: 7.3}

Wie anders zouden zij kunnen zijn, indien het niet de ijdele, zelfingenomen, Waarheid-hatende

7

predikanten zijn, die worden verafgood door de leken, valse predikers die trachten te vertroosten, door het prediken van valsheid. {1TG17: 7.4}

Daarom, moeten opwekking en reformatie hun werk doen onder zowel de predikanten als onder de leken. Inderdaad zijn de schapen verstoord, omdat er nergens een echte herder te bespeuren valt, allen zijn zij hun eigen weg gegaan! {1TG17: 8.1}

Vers 3 — “Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken, en de bokken heb ik gestraft; want de HERE der heerscharen heeft zijn kudde bezocht, het huis van Juda, en Hij heeft hen als goede paarden in de strijd gemaakt.”

Dit vers onthult dat de Heer Zijn volk heeft bezocht met geopenbaarde Waarheid, als voor-bereiding om de bokken van de schapen te scheiden, waarop Hij de schapen zal belonen en de bokken zal straffen — het werk van het Oordeel der Levenden. Zijn bezoeking maakt van Zijn dienstknechten goede paarden in Zijn wijngaard. {1TG17: 8.2}

Vers 4 –“Uit hem komt de hoeksteen, uit hem komt de nagel, uit hem komt de strijdboog, uit hem kom elke verdrukker tezamen voort.”

De Heer Zelf kiest van Juda de “hoeksteen” (de grondlegger), de “nagel” (de organisa-tor), de “boog” (de Waarheid, of het instrument waarmee de oververwinning over de vijand moet of zal worden behaald), en elke “verdrukker” (heerser). Hiermee bouwt Hij het huis van Juda. {1TG17: 8.3}

Vers 5 — “En zij zullen zijn als helden, die hun vijanden vertreden in het slijk der straten in de strijd; en zij zullen strijden, want de HERE is met hen, en de berijders der paarden zullen beschaamd staan.”

De overwinning zal zo volledig zijn, dat zelfs de demonen die

8

de leiding over onze vijanden hebben in het conflict, versteld zullen staan. {1TG17: 8.4}

Vers 6 — “En Ik zal het huis van Juda versterken, en Ik zal het huis van Jozef verlossen, en Ik zal hen terugbrengen om hen in te zetten; want Ik heb Mij over hen ontfermd; en zij zullen zijn alsof Ik hen niet verstoten had: want Ik ben de HERE, hun God, en Ik zal ze verhoren.”

De verklaring, “Ik zal versterken,” in plaats van redden, “het huis van Juda,” en “Ik zal redden” in plaats van versterken “het huis van Jozef,” duidt aan, dat het huis van Juda gered wordt voordat het huis van Jozef wordt gered, en om het huis van Jozef te kunnen redden, versterkt Hij het huis van Juda. De tweede vruchten moeten worden gered, terwijl de eerste vruchten geschikt moeten worden gemaakt voor dienstbaarheid. Beiden worden zij in één plaats vergaderd, (de “graanschuur,” het Koninkrijk). De Heer heeft deze goedgunstigheid over voor beiden van hen over, omdat Hij hen genadig is en Hij zal hun behan-delen alsof zij nooit gemaakt hebben dat Hij hen verstoten heeft. {1TG17: 9.1}

Vers 7 — “En zij, van Efraïm, zullen zijn als helden, en hun hart zal zich verblijden als door de wijn; ja, hun kinderen zullen het zien, en zich verblijden; hun hart zal zich verheugen in de HERE.”

De vaders zullen zich verblijden en de kinderen zullen het zien. Aldus zal Hij “het hart van de vaderen keren (of terugvoeren) tot de kinderen, en het hart der kinderen tot hun vaderen (…).” Mal. 4:6. {1TG17: 9.2}

Vers 8 — “Ik zal hen tot Mij fluiten en hen vergaderen, want Ik heb hen verlost; en zij zullen talrijk worden zoals zij vermenigvuldigd waren.”

“Zij zullen talrijk worden,” dat wil zeggen, dat de tweede vruchten zullen worden toegevoegd

9

bij de “eerste vruchten.” (Openb. 7:4, 9). {1TG17: 9.3}

Vers 9 –“En Ik zal hun zaaien [vermenigvuldigen] onder de mensen; en zij zullen Mij gedenken in verre landen; en zij zullen leven met hun kinderen, en terugkeren [naar hun thuisland].”

Vers 10 –“Ik zal hun terugvoeren, ook uit het land Egypte, en hen uit Assyrië (of Assur) vergaderen; en Ik zal hen in het land van Gilead en Libanon brengen, maar dit zal voor hen niet toereikend zijn.”

De uitverkorenen zullen overal vandaan worden vergaderd, en zij zullen zo ver als het land van Gilead en de Libanon worden verspreid. Maar zelfs dan zal de plaats te klein voor hen zijn. {1TG17: 10.1}

De verzen 11 en 12 — “Dan zal hij in benauwdheid door de zee trekken, en Hij zal de gol-ven in de zee slaan, en al de diepten der rivieren zullen opdrogen; en de trots van Assyrië zal neergeworpen worden, en de scepter van Egypte zal wegwijken. En Ik zal hen sterken in de HERE; en in Zijn naam zullen zij op en neer wandelen, zegt de HERE.”

Dat wil zeggen, dat de toe vergadering van de mensen onbelemmerd zal zijn. Elke hindernis zal worden verwijderd. Het heersen van de zonde zal tot een einde worden gebracht. De natiën die Gods volk tot knechten hadden gemaakt zullen nederig worden gemaakt, en hun scepters (tronen) zullen niet meer bestaan. {1TG17: 10.2}

Weest sterk in de HERE, loopt zonder vrees verblijd op en neer, zegt de HERE. {1TG17: 10.3}

Het werk dat God begonnen is in het menselijk hart door Goddelijk licht en kennis, moet gestaag voortgaan. “(…) Ieder mens moet de noodzaak van zijn eigen behoefte inzien. Het hart moet worden

10

geledigd van iedere verontreiniging, en moet worden gereinigd voor de inwoning van de Geest. Het was door het belijden en het nalaten van zonde, door ernstig gebed en toewijding van zichzelf aan God, dat de eerste discipelen zich voorbereidden voor de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag. Hetzelfde werk, alleen in grotere mate, moet nu worden verricht. Dan behoeft het menselijk instru-ment slechts om de zegen te vragen, en op de Heer te wachten om het werk te vervolmaken dat op hem van toepassing is. Het is God, Die het werk begonnen is, en Hij zal Zijn werk volbrengen, de mens volmaakt makende in Jezus Christus. Maar er moet geen verwaarlozing zijn van de genade, voorgesteld door de vroege regen. {1TG17: 10.4}

“Alleen zij, die leven  in overeenstemming met het licht dat zij hebben, zullen groter licht ont-vangen. Tenzij wij dagelijks vooruitgaan in het dienen als voorbeeld in de werkzame christelijke deugden, zullen wij de manifestaties van de Heilige Geest in de late regen niet gewaar worden. Hij mag dan wel op de harten rondom ons vallen, maar wij zullen hem niét bespeuren of ontvangen.” — “Testimonies to Ministers,” p. 507. {1TG17: 11.1}

Omdat deze Waarheid van zo vitaal belang is, laat (daarom) geen enkele vijand die tegen geopenbaarde Waarheid is, u in verwarring brengen. Als hij probeert u te overtuigen tegen deze Waarheid, geef hem dan de volgende taak mee — laat hem u een betere Bijbelse uitleg geven van deze teksten. Als hij u niets beters of dat even goed is kan geven, zeg hem dan zich met zijn eigen zaken te bemoeien, en dat u zich met het uwe zult bezighouden. {1TG17: 11.2}

11

— 000 —

Ter Correctie

Tijdige Groeten

De enige gemoedsrust

Vol 1.Nr. 18

                                                                                                             

Plaatje

Het einde van menselijke afgoden en hun aanbidders

EEN JUWEELTJE TER OVERDENKING EN GEBED

Ik zal lezen vanuit: “Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen,”p. 103, beginnend met de tweede alinea. Deze voorlezing is een voortzetting van onze lezing afgelopen Sabbat, gebaseerd op het gebed van de Heer. {1TG18: 12.1}

GBZ., p. 103—“Het is voor ons niet veilig, waneer wij blijven nadenken over de voordelen, die wij zouden hebben, wanneer we zouden toegeven aan de voorstellen van Satan. Zonde betekent schande en noodlot voor ieder ziel die eraan toegeeft; maar de zonde is van nature verblindend en bedrieglijk, en zij zal ons verlokken met vleiende voorstellingen. Indien wij ons op het terrein van Satan wagen, hebben we iets dat ons verzekert van bescherming tegen zijn macht. Zover dat in onze macht is, moeten wij iedere toegang afsluiten, waarlangs de verzoeker bij ons binnen zou kunnen komen. {1TG18: 12.2}

De bede: “Leid ons niet in verzoeking,”is op zichzelf reeds een belofte. Indien wij onszelf onder Gods bescherming stellen, hebben wij de verzekering: “God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.”1 Cor. 10: 13 {1TG18: 12.3}

We zullen nu knielen en bidden dat we ons mogen realiseren dat de zonde van nature, verblindend en misleidend is; dat het leidt tot schande en ramspoed; en dat om aan de veilige kant te zijn, we zelf niet moeten overwegen om te neigen naar Satans voorstellen, want zo gauw als we ons op zijn grond wagen, kunnen we Gods bescherming niet meer verwachten. Laat ons ook de Heer danken voor de troostende verzekering als we ons zelf totaal aan Hem toewijden, Hij het niet zal toelaten dat wij boven onze vermogen verzocht worden. {1TG18: 12.4}

HET EINDE VAN MENSELIJKE AFGODEN EN HUN AANBIDDERS

LEZING DOOR V. T. HOUTEFF

BEDIENAAR DER DAVIDIAANSE ZEVENDE DAG ADVENTISTEN

SABBAT, 7 DECEMBER, 1947

CARMEL KAPEL

WACO, TEXAS

Deze middag zullen Zacharia, hoofdstuk 13 bestuderen. Laten we beginnen met het eerste vers. {1TG18: 13.1}

Zach. 13: 1—“Te dien dage zal er een fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.”

Het zinsdeel “te dien dage” wijst terug naar voorgaande gebeurtenissen, terug naar het twaalfde hoofdstuk. We vinden daar dat de gebeurtenis de grote rouwklacht is in Jeruzalem (hoofdstuk 12, verzen 11-14).Dus “te dien dage,” in de dagen van de grote rouwklacht, zal deze fontein geopend zijn. {1TG18: 13.2}

Om de tijd te vinden, waarin dit klagen plaats zal vinden, is het noodzakelijk dat we verder terug gaan in het twaalfde hoofdstuk. Of beter nog, we zullen het hoofdstuk vanaf het eerste vers af bekijken, want er worden zeven groepen met afzonderlijke en verschillende gebeurtenissen, in het zicht gebracht, de één volgend op de ander. {1TG18: 13.3}

De opmerkelijke gebeurtenissen van elke groep zijn deze: (1) Jeruzalem zal gemaakt worden tot “een drinkschaal der zwijmeling”en de natiën van de aarde zullen “in belegering zijn tegen beiden, Juda en tegen Jeruzalem.”(2)”Te dien dage,”zullen de natiën zich tegen haar verzamelen. (3)”Te dien dage” zal de Heer “alle paarden met schuwigheid slaan, en hun ruiters met zinneloosheid,” en Hij zal ook openen Zijn “ogen over het huis van Juda.” De bestuurders van Juda zullen dan in hun hart zeggen, “De inwoners van Jeruzalem zullen mij een sterkte zijn in den Heere der heirscharen, hun God.”(4) “Te dien dage” zal Jeruzalem weer bewoond

13

worden. (5) Te dien dage zal die, die onder hen struikelen, zijn als David; en het huis Davids zal zijn als God. (6) “Te dien dage” zal de HEER zoeken te verdelgen alle heidenen die tegen Jeruzalem komen. Hij zal dan op het huis Davids en op de inwoners van Jeruzalem, de Geest van genade en der gebeden uitstorten. (7) “ Te dien dage zal er een groot rouwbeklag zijn in Jeruzalem.” {1TG18: 13.4}

De ene gebeurtenis hangt af van de ander, de een volgend op de ander, waarvan het laatste het grote rouwbeklag is in Jeruzalem. Vandaar dat in de dagen van deze gebeurtenis van rouwbeklag, de fontein tegen zonde en onreinigheid is geopend. Laten we nu Zacharia 13: 1 in verband brengen met vers 2. {1TG18: 14.1}

Zach. 13: 1, 2 —“Te dien dage [ in de dag dat de grote rouwbeklag plaatsvind], zal er een fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.” En het zal te dien dage geschieden, spreekt de Heere der heirscharen, dat Ik uitroeien zal ui het land der namen der afgoden, dat zij niet meer gedacht zullen worden; ja, ook de profeten, en de onreine geesten zal Ik uit het land wegdoen.”

Twee dingen komen duidelijk naar voren in deze verzen: (1) dat het huis van David moet ontstaan voordat de reinigende fontein geopend is; (2) dat het reinigen begint met het uitroeien van de namen van de afgoden, en uit het land wegdoen van de valse profeten en de onreine geesten. {1TG18: 14.2}

In onze voorgaande studie van het tiende hoofdstuk van Zacharia, hebben we geleerd dat deze afgoden het soort zijn dat spreekt; dat het mensen zijn.  Er is daarom geen twijfel aan, dat dit predikende broeders zijn die zichzelf prediken in plaats van Christus, welke de leken tot afgod maken. Als gevolg daarvan, volgen de leken hun blindelings, en wat voor beslissingen hun “afgoden” maken betreffende wat waar is en wat dwaling is, wat zonde is en wat gerechtigheid is, dat zijn de beslissingen die de leken uitvoeren. Deze ”afgoden,” scheppen daarom een situatie gelijk aan dat wat de priesters, schrift geleerden

14

 en Farizeeën gecreëerd hebben in de dagen van Christus Zijn eerste advent. Als gevolg daarvan, doen de afgodendienaars geen moeite om persoonlijk verse boodschappen te onderzoeken, en volgen ze daardoor onwetend mensen in plaats van Christus en Zijn voortgaande Waarheid.

Deze zullen samen met de profeten en de onreine geesten, uitgeroeid worden uit het land. {1TG18: 14.3}

Verzen 3-5—“ En het zal geschieden, wanneer iemand meer profeteert, dat zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, tot hem zullen zeggen: Gij zult niet leven, dewijl gij valsheid gesproken hebt in de Naam des Heeren; en zijn vader en zijn moeder, die heb gegenereerd hebben, zullen hem doorsteken, wanneer hij profeteert. En het zal geschieden te dien dage, dat die profeten beschaamd zullen worden, een iegelijk vanwege zijn gezicht, wanneer hij profeteert; en zij zullen gen haren mantel aandoen, om te liegen; Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet, ik ben een man, die het land bouwt; want een mens heeft mij daartoe geworven van mijn jeugd aan.”

De namen van de afgoden ( de vleiende titels van mensen) zullen voor altijd vergeten zijn. In de dagen daarna, zullen noch een valse profeet, noch een onreine geest geaccepteerd worden in het land. In feite, zullen niet eens een vader of een moeder hun eigen zoon toestaan om zich als zo iemand voor te doen, maar ze zullen hem uitleveren aan de beulen. Het zal geschieden dat de mannen die zichzelf nu verhogen, en prediken zonder dat ze “gezonden”

zijn, beschaamd zullen zijn, aangezien hun ogen wijd open zullen gaan wanneer ze verstrikt zijn in hun misvattingen- in valse voorspellingen, en privé uitleggingen van de Schriften. Ze zullen niet langer bedrieglijke klederdrachten dragen, in plaats daarvan zullen ze zeggen,”Ik ben geen profeet, zelf niet een predikant; Ik ben slechts een veehoeder, een gewone boer.” {1TG18: 15.1}

De profeet Ezechiel werd ook een glimp gegeven van deze situatie:

“ Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en het geen zij niet gezien hebben! Uw profeten, o Israel, zij als vossen in de woeste plaatsen. Gij

15

 zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israëls, om in de strijd te staan ten dage des Heeren. Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzeggingen , die daar zeggen: De Heere heeft gesproken, daar de Heere hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen. Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De Heere spreekt, daar ik niet gesproken heb? Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid uitspreekt, en leugen ziet; daarom, ziet Ik ben tegen  u, spreekt de Heere HEERE. En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israëls niet geschreven worden, en in het land Israëls niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben. {1TG18: 15.2}

“Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de één, een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen dezelve pleisteren met loze kalk. Zeg tot degene, die met loze kalk pleisteren, dat hij omvallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten. Ziet, als die wand zal gevallen zijn, zal dan niet tot u gezegd worden: Waar is de pleistering, waarmede gij gepleisterd hebt?  Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal hem door een grote stormwind in Mijn grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid, om dien te verdoen. Zo zal Ik de wand afbreken,die gijlieden met loze kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde neder werpen, dat zijn grond zal ontdekt worden; alzo zal de stad vallen, en gij zult in het midden van haar omkomen; en gij zult weten, dat Ik de Heere ben. Zo zal Ik Mijn grimmigheid tegen den wand voortbrengen, en tegen degenen die hem pleisteren met loze kalk; en Ik zal tot ulieden zeggen: Die wand is er niet meer, en die hem pleisterden, zijn er niet meer.”Ezech. 13: 3-15. {1TG18: 16.1}

16

Wat een afschuwelijke verantwoordelijkheid rust er op hun die onverschillig omgaan met het Woord van God, die zich voordoen als beschermers van zielen over het volk, maar die in werkelijkheid de wacht houden dat geen ziel ontvlucht aan het belanden in de hel. Beiden, zij en hun walgelijkheden zullen in de sloot vallen. Inderdaad, als er een hervorming nodig is in het Christendom, is het zeker in deze ene zin het hardst nodig. {1TG18: 17.1}

Nu wij beter geleerd hebben, laten we niet langer afgoden maken van mensen; laten we binnen in ons geen plaats geven aan onreine geesten. Laten we in plaats daarvan de Geest van God een kans geven om ons te leiden in Zijn altijd voortgaande Waarheid met een persoonlijk verstandhouding. {1TG18: 17.2}

Laten we volgers zijn van Christus, nooit meer van Paulus, of Apollos, of van Cephas, of van een ander. {1TG18: 17.3}

Verzen 6,7—“En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? Zo zal hij zeggen: het zijn de wonden, waarmede ik geslagen ben, in het huis mijner liefhebbers. Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen de Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de Heere der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.”

Ik heb geen speciale opmerkingen te maken m.b.t. verzen 6 en 7, anders dan wat er gewoonlijk begrepen wordt onder Christenen. {1TG18: 17.4}

Vers 8—“En het zal geschieden in het ganse land, spreekt de Heere, de twee delen daarin zullen uitgeroeid worden, en de geest geven; maar het derde deel zal daarin overblijven.”

In deze afscheiding, wordt het volk volgens vers 8, verdeelt in drie delen: Er zijn duidelijk, de heiligen, de huichelaars en de heidenen. De twee laatste delen worden afgesneden (afgescheiden van de heiligen), en zullen sterven. Met betrekking tot de toekomst van het vorige derde (deel), laten we lezen—{1TG18: 17.5}

17

Vers 9—“En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen : De HEERE is mijn God.”

In dit verband, was de evangelie profeet geïnstrueerd om te schrijven: “ Ziet de dag des Heeren komt, gruwelijk met verbolgenheid en hittigen toorn, om het land te stellen tot verwoesting, en haar zondaars daaruit te verdelgen; Want de sterren des hemels en zijn gesternten zullen haar licht niet laten lichten; de zon zal verduisterd worden, wanneer zij zal opgaan, en de maan zal haar licht niet laten schijnen. Want Ik zal over de wereld de boosheid bezoeken, en over de goddelozen hun ongerechtigheid; en Ik zal den hoogmoed der stouten doen ophouden, en de hovaardij der tirannen zal Ik vernederen. Ik zal maken, dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud, en een mens dan fijn goud van Ofir. {1TG18: 18.1}

“Daarom zal Ik den hemel beroeren, en de aarde zal bewogen worden van haar plaats, vanwege de verbolgenheid des Heeren der heirscharen, en vanwege de dag Zijns hittigen toorns. En een iegelijk zal zijn als een verjaagde ree, en als een schaap, dat niemand vergadert; een iegelijk zal zijn volk omzien, en een iegelijk zal naar zijn land vluchten. Al wie gevonden wordt, zal doorstoken worden, en al wie daarbij gevoegd is, zal door het zwaard vallen.”Jes. 13: 9-15. {1TG18: 18.2}

Aan deze waarschuwing voegt de profeet Zefanja toe: “ En het zal geschieden te dien dage tijde, Ik zal Jeruzalem met lantaarnen doorzoeken; en Ik zal bezoeking doen over de mannen, die stijf geworden zij op hun droesem, die in hun hart zeggen: De Heere doet geen goed, en Hij doet geen kwaad. Daarom zal hun vermogen ten roof worden, en hun huizen tot verwoesting: zij bouwen wel huizen, maar zij zullen ze niet bewonen,; en zij planten wijngaarden, maar zij zullen derzelver wijn niet drinken. De grote dag des Heeren is nabij; hij is nabij, en zeer

18

haastend; de stem van den dag des Heeren; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen. {1TG18: 18.3}

“Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid; Een dag der bazuin en des geklanks tegen de vaste steden en tegen de hoge hoeken. En Ik zal de mensen bang maken, dat zij zullen gaan als de blinden; want zij hebben tegen de Heere gezondigd; en hun bloed zal vergoten worden als stof, en hun vlees zal worden als drek. Noch hun zilver,noch hun goud zal hen kunnen redden ten dage der verbolgenheid des Heeren; maar door het vuur Zijns ijvers zal dit ganse land verteerd worden; want Hij zal een voleinding maken, gewisselijk, een haastige, met al de inwoners dezes lands.” Zefanja 1: 12-18. {1TG18: 19.1}

Deze schrift gedeelten leggen zichzelf uit, en ze maken ons onderwerp zo helder als kristal: Zodra het huis van David is opgezet, zodra de eerste vruchten de Berg Zion bereiken en daar staan met het Lam, zal de reinigende fontein worden geopend. Dan is het dat de grote oogst zal beginnen waarin iedere aanwinst van “tarwe” in de “schuur” geplaatst zal worden, maar iedere ongezonde zaad, verbrand zal worden (Matt.13: 30). Dan is het dat iedere goede “vis” in de vaten geplaatst zal worden, terwijl iedere slechte uitgeworpen zal worden (Matt.13: 48). Dan is het dat iedereen die het “bruiloftskleed” aan heeft het bruiloftsmaal bediend zal worden, maar iedereen die niet het kleed aan heeft zal in de buitenste duisternis geworpen worden (Matt. 22: 11-13). {1TG18: 19.2}

Wat betreft de gelijkenis kan dit alles als volgt samengevat worden als: Zij die succesvol het doel hebben om gespaard te worden als ”tarwe,” als goede “vissen,” en die het “bruiloftskleed,”aan doen zijn zij die het veld met grote schatten hebben gevonden en de paarlen van ongekende prijs en alles hebben gedaan om ze te verkrijgen. {1TG18: 19.3}

“Alzo zal het in de voleinding der eeuwen wezen; de engelen zullen uitgaan,

19

en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden; en zullen dezelve in de vurigen oven werpen; daar zal zijn wening en knersing der tanden.”Matt. 13: 49,50. {1TG18: 19.4}

We zijn tot aan plechtige tijden gekomen, broeder en zuster. Nu is de tijd om het gehele kleed aan te doen. Nu is de tijd om het veld met de grote schat, en de parel van ongekende prijs te kopen. “Zult u? Zal ik?” Is de grote vraag die wij snel moeten afhandelen, zonder de invloed of tussenkomst van andere mensen. {1TG18: 20.1}

We zullen nu in staat moeten zijn om te zien hoe het evangelie werk wordt beëindigd, en dat de idee welke we erover hebben gehad, slechts een menselijk verzinsel was. Het is nu duidelijk te zien hoe zondaren tot heiligen worden gemaakt, wanneer en hoe Gods fontein alle berouwvolle zondaren reinigt, ons zo wit als sneeuw makend als we Hem toelaten. Dus maakt het niet uit wat we gisteren waren, het belangrijkste is wat we vandaag zijn, en wat we zullen zijn vanaf dit uur af. {1TG18: 20.2}

We zullen niet tot de klasse van mensen behoren die ruzie maken over onbeduidende zaken, maar die er niet om geven om zwaarwegende onderwerpen als deze te bespreken. Als we niet komen tot de kennis der Waarheid, als wij het niet zijn beoogde werk laten doen in ons, hoe kunnen we dan geschikt zijn om in de tegenwoordigheid van een heilige God te leven? Ziet u, geloven of niet geloven in waarheden zoals deze, betekend echt iets. Maar om te redetwisten, zoals sommigen doen, over een punt zoals “drie dagen en drie nachten” (Matt. 12: 40), en om niets eraan te doen, zelf als het argument wordt gewonnen, is erger dan Farizeïsme. De duivel wil dat wij ons bezig houden met onbelangrijke zaken en met dingen die wij niet begrijpen. {1TG18: 20.3}

In 1931, nadat “de Herderstaf,” deel I, van de pers kwam, publiceerden wij een artikel van twee bladzijden waarin we zeiden dat waar God ons in geleid is helemaal waarheid is of geen waarheid. Vanaf toen hebben we een ander boek uitgegeven en meer dan twintig traktaten naars de serie “Tijdige Groeten,”

20

die allemaal leerstellige zaken bevatten. Deze uitgaven zijn ver en wijd verspreid door de hele kerkgenootschap, maar tot aan deze dag heeft de kerkgenootschap niet eenmaal officieel getracht welk onderwerp dan ook in haar geheel te weerleggen. Ze proberen altijd wat wij hebben over deze schrift gedeelten te ontnemen, maar geven ons nooit iets beters terug. Alles wat we gehoord en gezien hebben zijn verdraaiingen, of een soort gelijke procedure zoals gevold door de zondag houders, terwijl ze debatteren met houders van de Sabbat. {1TG18: 20.4}

Laat de vijanden van geopenbaarde Waarheid niet door gaan met hun verdraaiingen, maar neem ze onderhanden met de Bijbel. Ik weet dat het niet een Bulgaar van de Rhodope Bergen is die de geleerde Amerikanen hun hoofd heeft doen krabben. Het is niet mogelijk dat zo iemand de Kerkgenootschap heeft kunnen schudden van het midden tot de cirkelomtrek. Als u net weet Wie het eigenlijk is, dan kunt u het beter zonder uitstel uitzoeken. {1TG18: 21.1}

 -0-0-0-0-0-0-

                                          Deze kleine weekblaadjes, die niets kosten, zijn voor u van onschatbare waarde. Lees en hou ze in uw bibliotheek, want de tijd zal zeker komen dat u dankbaar zal zijn dat u uw kopieën heeft behouden. Als u een paar aan uw adventisten vrienden en relaties wil geven, kunt u extra kopieën bestellen of hun namen en adressen opsturen voor onze verzend lijst. {1TG18: 21.2}

21