De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Deel 1 Symbolische Code Nr. 5

Deel 1 Symbolische Code Nr. 5

1sc5-1200x675.jpg

De Symbolische Code

Nieuws Artikel 

 Deel Een

  Nr. 5

15 oktober 1934

Los Angeles, California

In Het Belang Van De Z.D.A. Kerkgenootschap

VAN DE ZUIDOOSTELIJKE STATEN

Ik heb nooit mensen de Derde Engel Boodschap zo zien in drinken als de lui deden in Georgia. Aan het einde van vier weken hadden we een aardig klein gezelschap, dat zichzelf tezamen had aaneengesloten om te pleiten met ‘Moeder’. Terwijl we dachten de slotbijeenkomst te houden, en terwijl we op het punt stonden over te gaan op het in te vullen van onze volgende bijeenkomst, reden een kerk ouderling, zijn echtgenote, twee dochters en de kerk school onderwijzer, vijftien mijlen, om ernstig te verzoeken, dat ik lang genoeg kon blijven om hen, dat wat aan de anderen was gegeven te leren. Als resultaat van het langer dan een week blijven, accepteerden niet alleen deze familie, maar twee anderen en zijn zij zich aan het verheugen in de hervormingsboodschap. {1SC5:1.1}

Toen onze slot bijeenkomst uiteindelijk kwam, waren we blij om de president van de Conferentie bij ons te hebben, en de Heer gaf vrijheid in de presentatie van de “Oproep van het Elfde Uur.’ Ongeveer veertig mensen waren aanwezig  bij deze laatste bijeenkomst. {1SC5:1.2}

          We verlieten Georgia met het vertrouwen dat de Heer ons daarheen had geleid, en we geloven dat deze broeders en zusters, meer dan ooit, hun deel zullen doen in het helpen vervullen van de uitspraak in Volume negen, die zegt: ‘ In nachtelijke visioenen gingen voorstellingen, van een grote hervormingsbeweging onder Gods volk’ aan mij voorbij. Aan God zij alle heerlijkheid voor dit gezelschap in Georgia. {1SC5:13}

          We brachten een heel bemoedigend bezoek aan de Charleston-Columbia afdeling, waar we vanaf woensdag ochtend tot de volgende donderdag avond met de gelovigen in deze twee plaatsen doorbrachten…. Het was een grote vreugde voor deze geliefde kinderen van de Heer te onderwijzen wat gedaan was in Georgia, en ik geloof dat ze moed putten van het verslag, om hun activiteiten toe te laten nemen in het leggen van de ‘belegering’. {1SC5:1.4}

          Sabbat 20 okt, bezochten vijf van ons van Charleston, de kerk in Columbia, omdat we wisten dat de kwesties van Dr. en Mw. Young en anderen, behandelt zouden worden. De president van de Conferentie predikte een preek voorafgaand aan het ‘onheilige feest,’ dat ’s avonds plaats zou vinden, gevolgd na de Heilige Sabbat, waarbij hij aanraadde dat Dr. en Mw. J.H. Young, en vier andere, nette zuivere Z.D.A leden als ‘duivels uitgeworpen moesten worden.’ We hadden de gelegenheid om voor de waarheid te getuigen, die Sabbat ochtend door te staan met diegene die uitgeworpen zouden worden, toen het voorstel werd ingediend, wie in de boodschap van  ‘De Herdersstaf’ geloofde. Toen ze ’s avonds in vergadering waren, hadden wij, die natuurlijk verhinderd werden in hun midden te zijn een bidstond in het huis van Dr. Young, hetgeen zeer gewaardeerd werd door hen die daarbij betrokken waren. {1SC5:1.5}

          Ik geloof dat we tot een nieuwe dag gekomen zijn voor de ‘Hervormings- Beweging Onder Gods Volk, ’en dat geen alledaagse ervaring als een Christen, van hieraf aan iets zal toedoen in de presentatie van Tegenwoordige Waarheid. De wereld is niet alleen ziek en moe van een goedkope ervaring, maar onze eigen geliefde volk, waar we nu naartoe moeten gaan, verlangen naar de ‘Zuivere kost, grondig gezift,’ en kijken uit naar een voorbeeld van zuiverheid van hart en leven, in diegene die deze oproep vanuit het hart dragen naar ‘Moeder.’ {1SC5:1.6}

          Het is een ding om een boodschap van theoretische waarheid te hebben, die niet door de wijste op aarde kan worden tegengesproken, maar het is bij elkaar iets anders, om een leven te hebben dat het tot 100% ondersteunt. Mijn smeekbede aan mijn mede arbeiders in Tegenwoordige Waarheid is dat we niet een stap in de richting van een zendingsveld zullen gaan, totdat we het in ons eigen hart hebben vastgesteld dat we het menen, en dat indien nodig, we gewillig zijn om te sterven, voor de meest uitgekookte Z.D.A. leider of leek in het kerkgenootschap. Aldus zullen wel het voorbeeld van de Meester Werker nastreven, van Wie wordt gezegd: ‘Hij schold niet terug.’ {1SC5:1.7}

          Mijn observaties van kust tot kust, gedurende mijn korte kennismaking met diegene die in het licht staan, overtuigen me dat we het gevaar lopen, om toe te staan dat dit schitterende licht van Tegenwoordige Waarheid, duisternis te laten worden in onze levens, door de werkelijke kwestie te vergeten die voor ons is, welke is: ‘Roep luidkeels en spaar niet.’ Maar dit kan niet gedaan worden tenzij we zonde uit ons eigen leven hebben weggedaan, en het kan zijn dat het soort dat ons bestookt, ‘niet uitgaat, dan door bidden en vasten.’ Ik geloof dat we tot een ervaring gekomen zijn gelijk als dat van Ezra, en het is hoog tijd dat we doen zoals hij deed bij de Rivier Ahava.—E.T. Wilson. {1SC5:1.8}

1

          Geliefde Ouderling Wilson: U zult blij zijn om over het werk hier te horen. Binnen een strook van ongeveer 25 mijlen verzamelden zich bij het huis van vader en moeder McTyre een gezelschap van 42 ,– 13 mannen, 12 vrouwen en 17 kinderen,– waarna wij ons als een kleine leger van arbeiders organiseerden om de boodschap te verkondigen van Tegenwoordige Waarheid aan de kerk in Georgia. {1SC5:2.1}

De les van het uur bracht een nieuwe betekenis aan de woorden,”spraken vaak tot elkander,” en een van de gedachten die uitgebracht was, is dat het door de genade van God is dat we nog steeds van  “de geliefde broeders en zusters, die dit mooie licht dat God zo genadig tot Zijn volk zend in deze tijd…” kunnen houden. {1SC5:2.2}

                    Uw dochter in het geloof

                                                (Getekend) Fannie Lou Woods

 ————————————————-

VAN INDIANA

Zr. Sebring van Hartford City schrijft als volgt:

          Ik ben bezig geweest de HStaf te lezen en te bestuderen, Volume Een en Twee, en de vier traktaten…. Ik heb ze meerdere keren gelezen en hoe meer ik lees, hoe meer ik de waarheid in hen zie….{1SC5:2.3}

          Ik heb 42 jaren tot de kerk behoord… maar toen zij die in functie waren bericht ontvingen van de conferentie dat ze binnen 30 dagen, allen die in de HStaf geloofden moesten ontheffen, stopten ze me om de gebedsbijeenkomst te leiden, en pakten mijn sabbatschool klas van mij af en waarschuwden me de HStaf niet in de kerk te onderwijzen…maar ik ben blij dat ik een deelnemer ben met Christus in Zijn lijden. {1SC5:2.4}

In bidt dat de Heer me een grotere last zal geven voor de broeders en zusters. Ik wil een van diegene zijn die zullen zuchten en weeklagen en bidden voor het werk en de werkers, want ik ben blij dat de Heer Zijn hand heeft gezet om het werk te beëindigen.  We hebben al zo vele jaren stil gestaan, maar nu moeten we trachten alles te doen, wat gedaan kan worden, zodat we niet weer in de sleur vervallen. {1SC5:2.5}

————————-

Geliefde broeders en zusters:

          Ik schrijf u dit om u te informeren hoe blij ik ben voor het vinden van tegenwoordige waarheid in de HStaf.

          In ben ongeveer 23 jaren geleden gedoopt in de Z.D.A. kerk en was blij in de waarheid in die tijd. Maar later, als ik de kerk zag afdwalen van de fundamentele geloofspunten, stopte ik in vertwijfeling met naar de sabbatschool gaan en het betalen van tiende ongeveer 10 tot 12 jaren. Deze zomer vatte ik moed en vernieuwde mijn vorige ervaring door berouw te tonen en mijn zonden te belijden, en door regelmatig de kerk hier in Hartford City te bezoeken, en trachten het te helpen om ook tot de oude landpalen terug te keren. {1SC5:2.6}

          Rond die tijd kwam Br. Cleve Smith, een standvastige gelovige in de HStaf, bij mij thuis en gaf me traktaat nr. 1 en nr. 2. In die tijd verlieten Ouderling Moor en echtgenote, gedurende de zomer,  de stad en hij gaf mij tijdens zijn afwezigheid de leiding over de gebedsbijeenkomst. Alles ging prima, totdat ik tijdens een gebedsbijeenkomst br. Edwards uitnodigde om de studie te geven, maar toen ze ontdekten dat hij een gelovige in de HStaf was, werd er zo een tegenstand opgeworpen dat ik de studie zelf moest op pakken. {1SC5:2.7}

Een sabbat later, kleineerde de assistent ouderling de HStaf zo vreselijk dat dit verzet ertegen, mij ertoe drong om de matiere voor mezelf in te zien.  Ik vertelde hen dat ik nu een groter verlangen had dan ooit tevoren om de boeken te lezen. Dus bestelde ik Volume 1 en 2, maar voordat ik ze ontvangen had, riep de kerk een bestuursvergadering bijeen, waarin ze een zekere zuster vroegen, die al meer dan 40 jaren een Z.D.A. was, als ze de onderwijzingen van de HSTaf geloofde. Toen ze dat bevestigend beantwoordde, zetten ze haar 30 dagen op proeftijd, waarna ze haar naam van de kerkboeken zouden verwijderen als ze niet binnen die tijd de onderwijzingen van de HStaf verwierp. Maar ze verheugd zich nu meer en meer in de verzegelings-boodschap. {1SC5:2.8}

De ouderling vroeg ook aan mij of ik in de onderwijzing van de HStaf geloofde. Ik antwoordde hem dat ik het nooit gelezen had en dat ik daarom een neutrale positie in de zaak innam, maar hij zei dat er geen neutrale grond is, en dat het bewezen was dwaling te zijn, en ze daarom mij zouden moeten wegstemmen van het leiding nemen over de gebedsbijeenkomsten.  De stemmen werden genomen en uit de 33 aanwezigen, gingen slechts 3 handen tegen mij omhoog. Vanaf die tijd heb ik al de traktaten gelezen en Vol. 1 en 2, en daar ik ervan overtuigd ben van het licht van tegenwoordige waarheid die deze volumes bevatten, en mij daarover verheug, heb ik besloten al mijn tienden en offerande te sturen voor de ondersteuning van de boodschap in de HSTaf. {1SC5:2.9}

Ik verheug mij dat we uiteindelijk de lang benodigde geestelijke voeding heb gevonden, en wil helpen om de tegenwoordige waarheid boodschap te verspreiden. Bidt voor mij. {1SC5:2.10}

                                                De Uwe voor trouwe dienst,

(Getekend) Harry H. Philebaum

2

VAN MONTANA

“Drie jaren geleden ontving ik een boek via de post dat was getiteld: ‘De Herdersstaf,’ ik was toen ouderling van de Big Timber kerk. Daar ik heel verblijd was met haar inhoud, ben ik begonnen het te lezen in de kerk, maar de tegenstand was te sterk, zodat ik niet meer dan twee hoofdstukken kon lezen. {1SC5:3.1}

“…maar ik denk dat het, het meest wonderlijke licht is dat ooit tot de kerk is gekomen….Ik heb ook de vier traktaten, met veel vreugde gelezen. Jaren heb ik om meer licht gebeden, en nu worden mijn gebeden beantwoord.” {1SC5:3.2}

 (Getekend) P.S. Alen

VAN WYOMING

Zr. Hendricks schrijft het volgende:

          “We vinden nog steeds hen die ons binnen laten en naar ons luisteren, waarvan een groot aantal op dit moment studies nemen. Het schijnt dat hoe meer ze vechten tegen de boodschap, hoe meer het de ogen opent van degene die oprecht van hart zijn…. Twee leden van de kerk hier waren zeer bevreesd om de studies te horen, maar daar ze niet in staat waren Engels te verstaan, was het nodig dat een vertaler ons assisteerde. Aangezien degene die vertaald ede studie niet kon begrijpen (omdat hij een buitenstaander was), scheen het gezelschap waar het voor vertaald werd het te bevatten. {1SC5:3.3}

          “Zr. Pruett en zijn uit geweest om ieder lid te bezoeken. Ze zijn de manier waarom de kerk handelt beu en zijn echt meer gereed te luisteren dan voordat al de tegenstand begon. Allen behalve een die wij bezocht hebben nam een of meer traktaten… We hebben ze nog niet allemaal bezocht, maar gaan door totdat we dat gedaan hebben…Allen die de ouderlingen hebben gevraagd waar de HStaf over gaat, zeiden dat de ouderling ze niets kon vertellen behalve dat ze het niet moesten onderzoeken. Zr. Pruett en ik zijn reeds gewaarschuwd, dat we problemen zoeken,… maar we zijn niet bevreesd voor wat ze kunnen doen. We zijn te weten gekomen, dat het maar zekere personen zijn die dingen willen leiden en die proberen problemen te veroorzaken, en dat een groot aantal van leden, in feite de meeste, niet in het minst achter de tegenstanders van de boodschap staan, die zichzelf eenvoudigweg hebben blootgelegd door hun handelswijze.” {1SC5:3.4}

VAN IDAHO

Dr. Roller schrijft:

          Sabbat (29 sept.), toen ik te Taylor, North Dakota was, werd ik uitgenodigd op het kansel, voor het uur. We studeerden het onderwerp van de 144.000, zoals gevonden in de volgende verwijzingen: Openb. 14:1-5; Openb. 7: 1-4; Ezech. 9: 1-11; T.M. 445, 446; Jes.66: 19,20; P.K. 725; T.M. 17. {1SC5:3.5}

We studeerden langer dan een uur, en ze ontvingen de waarheden in deze verwijzingen ontvouwd, heel gretig, en nodigden me weer uit de volgende Sabbat. Maar ondertussen bereikte het nieuws van dit voorval, het kantoor van de Conferentie, met het resultaat dat een waarschuwing werd gepubliceerd en gestuurd naar al de kerken in de N. Dakota Conferentie om mij van het kansel weg te houden. {1SC5:3.6}

Maar, hoewel, het schijnt alsof het werk hier heel langzaam is geweest, en dat het aantal van degene die ferm voor de boodschap staan klein is, is toch de HSTaf, en waar het voor staat bekend door deze afdeling heen, evenals in de Spokane gemeenschap, en op dit moment, hier in Coeur d’Alene, komen tien van ons bij elkaar voor het bestuderen van tegenwoordige waarheid, en we vragen dat u ons gedenkt in uw gebeden. {1SC5:3.7}

                                       (Getekend)  H.F. Roller

VAN COLORADO

Zij die bekend zijn met br. en zr. H.G. Warden zullen blij zijn te weten dat hun huidige locatie is in Greeley, waar een gezelschap van gelovigen wordt georganiseerd. {1SC5:3.8}

VAN ARIZONA

Zr. Diamond schrijft vanuit de Sunny Slope afgelegen hersteloord, te Phoenix, waar ze lang aan het vechten is om haar gezondheid terug te verkrijgen, zeggend: “Ik heb vanaf ik in 1929 mij bij de Z.D.A. kerk voegde beseft, dat we een hervorming nodig hadden. Dan voegt ze de volgende verzekerende woorden toe: “Ik weet dat de HStaf boodschap Tegenwoordige Waarheid is, net zo goed als Peter wist dat Jezus de Zoon van God was…en ik hou zoveel van de literatuur van de Tegenwoordige Waarheid, dat ik het tweemaal door heb gelezen en ik bestudeer het nu zodat ik gereed zal zijn voor het werk, wanneer God roept.” {1SC5:3.9}

We zijn blij voor de hoop en moed van Zr. Diamond en de kalme vastberadenheid om tot het einde vol te houden, om zo gereed te zijn wanneer de Heer roept, want het is een inspirerend voorbeeld voor allen, van de materie waar heiligen van gemaakt zijn. Laat ons haar gedenken in onze gebeden. {1SC5:3.10}

3

VAN CALIFORNIA

Een woord vanuit San Diego:

          De activiteiten in de omgeving van San Diego zijn aanzienlijk aan het toenemen en de boodschap eist gelijk daarmee, nieuwe aanhangers. Er zijn slechts weinigen in deze grote omgeving die niet op een of andere wijze in contact zijn gekomen met de HStaf. {1SC5:4.1}

          Vorige week, tijdens br. Houteff’s tiendaagse bezoek, namen vijf hun standpunt in voor tegenwoordige waarheid, terwijl vele anderen zeer geïnteresseerd werden in het verder onderzoeken in de boodschap. We studeren met leden van bijna iedere kerk in het district en zijn bemoedigd te geloven, dat het aantal gelovigen hier bijna verdubbeld zal worden, bij het veranderen van het jaar en dat vele die nu angstig en aarzelend, en zelf vijandig zijn, toch hun standpunt voor de waarheid zullen innemen, voordat het te laat is.—M.J. Bingham—M.L. Deeter. {1SC5:4.2}

————————————-

Zr. Serns van La Crescenta schrijft:

          Op 7 okt, werd de driemaandelijkse bestuursvergadering bijeengeroepen en mijn naam werd ter beschouwing opgebracht. Ouderling Armstrong las uit het kerkelijk handboek, dat personen die de geboden breken, en in het bijzonder de zevende, hun namen zullen worden verworpen van de kerkelijke boeken, ongeacht als ze berouw tonen…{1SC5:4.3}

          Ik wilde ze op het hart drukken, dat ik waarachtig en oprecht al mijn zonden had beleden… Ik vertelde hen ook, dat ik berouw heb van mijn verleden en dat de Heer Zijn verzekering van vergiffenis me nu gelukkig heeft gemaakt… Ik dank de Heer dat ik de gelegenheid heb, om te lijden onder verwijten, voor het belijden van mijn zonden en waardig bevonden ben, met degene van wie Hij zegt: {1SC5:4.4}

“Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten, en wanneer zij u afscheiden, en smaden, en uw naam als kwaad verwerpen, om des Zoons des mensen wil.” Toen ik zondigde hielden ze me als een lid van goede regelmatige stand, maar nu werpen ze me uit, omdat ik mijn zonden heb beleden. {1SC5:4.5}

————————————

Onze meest recente bezoekers van een afstand zijn Br. en Zr. Carver, die bijna 1500 mijlen gereisd hebben van Cory, Colo. om een grondig en innerlijk onderzoek van ‘de Herderstaf’ te doen. {1SC5:4.6}

Wat een tegenstelling tussen deze broeders en zusters, die gewillig zijn zoveel op te offeren, om zeker ervan te zijn, of God wel of geen licht voor hen heeft in deze huidige tijd, zodat ze niet in duisternis achter gelaten worden, en degene aan wiens deur de boodschap dagelijks klopt, om toch geen erkenning te ontvangen, anders dan de wilde veroordeling dat het van de duivel is, hoewel ze er niets van af weten! {1SC5:4.7}

Dan schrijft Zr. Dundore, van Pennsylvania: “Ik ben de HStaf aan het bestuderen, en ben overtuigd, dat God een boodschap stuurt om de kerk wakker te schudden, maar ik ben bedroefd als ik bedenk, dat onze broeders die de leiding hebben, zulk een heldere waarheid verwerpen. Onze predikant zegt dat een kopie van de HStaf, naar hem toegezonden was, maar dat hij het vernietigd had zonder erin te zien! Och hoe verschrikkelijk is het om datgene te veroordelen, waar hij niets van afweet! {1SC5:4.8}

——————————————

Een brief van Richmond, Virginia:

          We hebben twee exemplaren van de Symbolische Code ontvangen, en hebben er heel erg van genoten, en we zijn heel blij te lezen over de bekende namen die dit nieuwe licht hebben aanvaard. {1SC5:4.9}

          Mag ik u vertellen wat Mr. H. en mij kwelt………..? Het is de idee om de Advent kerk te verlaten. Waarom moeten we ? Waarom kunnen we dit nieuwe licht niet accepteren en erin blijven en het verspreiden binnen het kerkgenootschap? Ik ben zo standvastig geworteld in de waarheid, dat juist de gedachte van de kerk verlaten me beangstigd. {1SC5:4.10}

          Geliefde Br. en Zr. H_______:

          We zijn blij dat u hulp heeft gevonden in de boodschap van de HStaf, en dat u beseft dat het, het beste is om de Z.D.A. kerk niet te verlaten, maar om te helpen de hervormingsboodschap daarbinnen te verspreiden,  hetgeen de positie is die de HStaf inneemt. Blijkbaar heeft u niet dat gedeelte van onze literatuur gelezen, welke duidelijk bewijs vanuit het Woord van God, dat we ons niet moeten afscheiden van de kerken, hoewel sommigen zullen trachten ons door geweld dat te laten doen. Lees HStaf, Vol 1, blz. 245-252; HStaf, Vol. 2 blz. 233, en onze traktaat nr. 4, “Het Laatste Nieuws Voor Moeder.” We hopen en bidden dat u in staat zal zijn vele van onze broeders en zusters binnen de kerk te bereiken. {1SC5:4.11}

———————————

Een brief van Bozeman, Montana:

Geliefde Broeders en Zusters:

Een traktaat getiteld: “Een waarschuwing tegen dwaling,” was aan mij overhandigd door een  van onze Z.D.A zusters. Ik vond wat dingen erin, die niet volgens de Geschriften zijn en de Geest der Profetie. Ik kreeg toen de HStaf en na het bestuderen ervan, ontdekte ik dat de “Een waarschuwing tegen dwaling,” de HStaf in verschillende gevallen misbruikt. In feite, handelt het niet eerlijk met de HStaf. Ik zou graag uw antwoord willen hebben op de “Een waarschuwing tegen

4

dwaling,” en wat de kosten ook mogen zijn, ze zullen retour gezonden worden. {1SC5:4.12}

Geliefde Broeder K._____:

          We hebben niets uitgegeven, dat direct antwoord geeft op de protesten tegen de HStaf, zoals gevonden in het bovenvermelde traktaat, maar die protesten zullen hetzelfde zijn als de ene, getiteld: “ Een antwoord aan de Herderstaf,” u zult ons antwoord daarop in ons traktaat nr. 3: “De Oogst,” vinden, en traktaat nr. 4: “Het Laatste Nieuws voor Moeder.” Deze traktaten bevatten niet alleen een antwoord voor degene met protesten, maar ook een boodschap voor Gods kerk. Bestudeer ze alstublieft nauwkeurig en we gevoelen ons zeker, dat u verblijd zal zijn met de inhoud daarvan. {1SC5:5.1}

VRAGEN EN ANTWOORDEN

          Wilt u alstublieft de ogenschijnlijke tegenstelling met elkaar in overeenstemming brengen:

“Vol. 5, blz. 81 zegt: ‘Het merkteken van het beest zal ons opgedrongen worden. Zij die stap voor stap aan wereldse eisen hebben toegegeven, en zich naar wereldse gewoonten hebben geschikt, zullen het geen harde zaak vinden om te zwichten voor de machten die er zijn, in plaats van zichzelf onderhevig stellen aan spot, belediging, gevangenneming en dood.’ Maar de HStaf leert dat de trouwelozen, niet toegestaan zullen worden, zich te verenigen met de kerk in die tijd.” {1SC5:5.2}

          De onderwijzing van de HStaf betreffende de zuiverheid van de kerk in de tijd van de Luide Roep, is een heldere waarheid als wie dan ook het ooit geleerd heeft. Het is mogelijk dat iemand dit onderwerp niet in overeenstemming kan brengen, met iedere uitspraak, geschreven door Zr. White, maar dit mag niet veroorzaken dat we het geloof in de boodschap verliezen, want er zijn vele passages in de Geest der Profetie, welke het kerkgenootschap niet in staat is in overeenstemming te brengen. Dit probleem duikt op bij ons als volk, omdat we voorlopig nog niet volledig, al de gebeurtenissen begrijpen, die verbonden zijn aan het afsluitingswerk van het evangeliewerk. Desalniettemin, hoewel het merkteken van het beest in de toekomst ligt, en moeilijk te omschrijven voorafgaand aan de tijd, mogen we een gedachte voorleggen, over hoe het bovenvermeldde citaat in vervulling zal gaan, welke de mogelijkheid zal aantonen hoe de kerk bevrijd zal zijn  van de trouwelozen en toch hoe sommigen die ontrouw zijn geweest, tegelijkertijd zullen “toegeven aan de machten die er dan zijn.” {1SC5:5.3}

          De HStaf beweert niet dat allen die belijden Z.D.A.’s te zijn, “die stap voor stap hebben toegegeven aan wereldse eisen,” onder het slachtwapen van Ezechiels visioen zullen vallen, maar eerder dat ieder actief lid, die niet het “merkteken,” (of zegel van Eze. 9) ontvangt, degenen uitsluitend die van het georganiseerde werk zijn afgeweken, maar die toch beweren Zevende Dags Adventisten te zijn—een groep die duizenden telt op dit huidige moment. {1SC5:5.4}

          Volgens Vol. 5, blz. 81, zullen sommige van hen die onafhankelijk zijn van de organisatie maar toch beweren Z.D.A.’s te zijn, “zichzelf niet bloot zullen stellen, aan ‘spot, belediging, gevangenneming, en dood,” maar zullen “glijden in iedere toestand die bij de strekking van hun gevoelens zal passen.” T.M. 112. {1SC5:5.5}

Vraag nr. 2.: “De Staf zegt de vroege regen is de Geest der Profetie, maar de Wens der eeuwen, blz. 827 zegt het is de uitstorting van de Geest in apostolische dagen.” {1SC5:5.6}

          De geestelijke betekenis van het woord “regen,” volgens de profetie van Joel is niet de uitstorting van de Heilige Geest in Pinksterkracht alleen, maar eerder een openbaring van waarheid zoals is bewezen door de lezing in de marge—“een leraar der gerechtigheid.” “En daarna zal het geschieden,(na de openbaring van waarheid—regen) dat Ik Mijn Geest zal uitstorten over alle vlees.” Joel 2: 23,28. {1SC5:5.7}

          Hier zien we dat vers 23 een openbaring van waarheid beloofd, want gerechtigheid wordt alleen ontwikkeld door een kennis van de waarheid, terwijl vers 28 een uitstorting van de Heilige Geest beloofd over “alle vlees,” om hen kracht te schenken ,om de openbaring (regen) van “de leraar der gerechtigheid te verkondigen.” Aldus bevatten deze twee manifestaties van de Heilige Geest—de waarheid en de kracht om het te verkondigen—de regen in haar volheid. {1SC5:5.8}

Wat de tijd van de vroege en late regen betreft, moet de vroege volgens de betekenis van het woord,–“voorafgaand in tijd en plaats”—natuurlijk de late voorafgaan. Daarom is de Wens der eeuwen correct, want voor de kerk, voordat de HStaf kwam, was de ervaring van de apostelen de vroege regen, terwijl voor ons in de tegenwoordige tijd, is de “vroege regen,”de Geest der Profetie, en de “late regen,” de HSTaf. {1SC5:5.9}

          Als iemand zou volhouden, dat het woord “vroege,” alleen van toepassing moet zijn op de tijd van de apostelen en het woord “late,” op iets in de toekomst,

5

dan is zo een houding niet alleen in tegenstelling tot de Schriften, maar het ontkend het feit van de Geest der Profetie. Bovendien, verwijst Joel’s profetie direct naar onze tijd en niet naar de vroeg Christelijke kerk. De profeet zegt: “Hij zal u den regen doen nederdalen, den vroegen regen en den spaden regen in de eerste maand.” (Joel 2: 23). Als de vroege regen niet de Geest der Profetie is in de tegenwoordige tijd, en de “late” regen de HStaf, hoe kan het dan mogelijk zijn dat beide vroege en late op dezelfde tijd vallen, als we zien dat de apostolische ervaring van bijna 2000 jaren geleden ons helemaal geen voordeel doet? {1SC5:5.10}

Vraag nr. 3.: “De Grote Strijd zegt dat Maliachi 3: 1-3 en Dan. 7: 9 naar dezelfde gebeurtenis verwijzen, terwijl de Staf zegt, dat Maliachi 3: 1-3 verwijst naar de reiniging van de kerk.” {1SC5:6.1}

          De ‘zelfde gebeurtenis,’  genoemd in “De Grote Strijd,” moeten we verstaan als te zijn begonnen in 1844, en voortstrekkend tot het einde van de genadetijd, welke periode het oordeel van de doden en het oordeel van de levenden omvat. Het reinigende werk van Maliachi Drie is van toepassing op het oordeel der levenden. Elke eerlijke Bijbel student weet dat de woorden, “maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? En wie zal bestaan als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van de goudsmid, en als zeep der vollers. En Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud en als zilver, dan zullen zij den HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid,” niet van toepassing kunnen zijn op het oordeel der doden. Desondanks, kwam de Heer in 1844, voor dit werk (het oordeel van de levenden en het oordeel van de doden, die plaats vind in het hemelsheiligdom). Daar het oordeel van de levenden en het oordeel van de doden de twee fasen van het onderzoekend oordeel zijn, is het waar dat de Heer in 1844 naar het hemelsheiligdom kwam. Vandaar dat beide,”De Grote Strijd,”en de HStaf correct zijn. {1SC5:6.2}

Vraag nr. 4: “Micha 6: 1 zegt: “Maak u op, twist met de bergen, en laat de heuvelen uw stem horen,’maar de HStaf zegt te werken binnen het kerkgenootschap der Z.D.A.” {1SC5:6.3}

          Het is waar, onze taak in deze tegenwoordige tijd is om onze inspanningen te beperken binnen het kerkgenootschap. Desalniettemin, bevat de HStaf, Vol. 2 ook de boodschap voor de wereld. Men moet begrijpen dat deze Schriftgedeelten hun vervulling niet binnen een ogenblik vinden. Micha 6:1, evenals Maliachi 3: 1-3, zullen hun volmaakte vervulling vinden in de periode van de boodschap voor de kerk, de verzegelingstijd van de eerste vruchten (de 144.000) en in de periode van de verzegeling van de tweede vruchten (de grote schare). Zie Vol. 1 p. 242. {1SC5:6.4}

Vraag nr. 5: “Als het kerkgenootschap der Z.D.A. een van de zeven hoofden is op het beest, hoe kan de reiniging, in welke tijd de kerk zal bestaan uit alleen zuivere leden? {1SC5:6.5}

          De vragensteller zal opmerken dat er twee beesten zijn met zeven hoofden; een in Openbaring 13 en de ander in Openbaring 17. De Z.D.A. kerk is gesymboliseerd, door een van de hoofden op het vorige beest. De “vrouw,” zit op de zeven hoofden van het laatste beest, die niets te doen heeft met het kerkgenootschap der Z.D.A. en die haar vervulling ving in de periode na de reiniging van de kerk. Vandaar, dat de “vrouw,” niet zit op de Z.D.A. kerk, maar veeleer op de Protestantse kerken, die Babylon zijn geworden. Zie de HStaf, Vol. 2, blz. 85-125. {1SC5:6.6}

Vraag nr. 6: “De HStaf leert dat de onderwijzers betaald moeten worden van de tienden, maar hoe zit het met Vol. 9, blz. 248, laatste hoofdstuk?” {1SC5:6.7}

          De HStaf zelf leert niet het een of ander met betrekking tot bovengenoemde vraag, maar citeert eenvoudigweg van de geschriften van een andere schrijver, die Vol. 9, blz. 248 schreef. Vandaar, dat de vragensteller, dieper in de geschriften van Zr. White zou moeten gaan studeren, en leren hoe al de verklaringen over dat onderwerp met elkaar in overeenstemming te brengen. Desalniettemin, voor zijn gemak en hulp, bieden we de volgende verduidelijking aan: {1SC5:6.8}

          We weten niet hoe we de vraag dat zij die de Bijbel onderwijzen door de tiende van de Heer ondersteund zouden moeten worden, dan de Geest der Profetie het heeft verduidelijkt. Zr. White heeft gesteld dat zij die “het Woord van God, onderwijzen, de Schriften uitleggen, de studenten opvoeden in de zaken van God, ondersteund moeten worden door het tiende geld.” (6T215) Verder zegt ze, “Deze instructies waren lang geleden gegeven en het is nog recentelijk herhaald.” Deze instructies, werden toen niet opgevolgd, en het is zeker, dat ze nu niet opgevolgd worden. Het probleem licht voor een groot gedeelte in het feit, dat deze instructies, die “keer op keer,” zijn gegeven, gering geschat zijn, die, indien ze nog beschikbaar waren, zichzelf zouden uitleggen. We mogen echter, een paar opmerkingen, toevoegen waarvan we hopen dat ze behulpzaam mogen zijn. {1SC5:6.9}

          Laten diegene die bezwaar maken tegen de onderwijzers’ die hun tiende geld ontvangen, het probleem met Zr. White afhandelen, want de HStaf verklaart alleen wat de Geest der Profetie heeft gezegd over het onderwerp en niets meer. Maar als u bidt en studeert, ben ik ervan overtuigd, dat u bij de waarheid zult belanden, en de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid zal weggenomen worden. Het schijnt dat u Vol. 6, blz. 210, 211 niet in overeenstemming kan brengen met het boven geciteerde, waar het zegt dat er lesgeld betaald moet worden. Het

6

onderwerp van de instructie in deze desbetreffende Getuigenissen is dat iedere school voorzien moet worden van een goede Bijbel onderwijzer ondersteund door het tiende geld.  Maar laat het in herinnering gebracht worden dat onze scholen ook wereldse onderwerpen onderwijzen, waar de tiende niet voor kan worden besteed. Vandaar dat zij die wereldse dingen onderwijzen in onze scholen, niet vereist moeten worden om de Bijbel te onderwijzen, en ondersteund moeten worden door het lesgeld. Hieraan toegevoegd zijn er andere school uitgaven. Dus zou het tiende en lesgeld kosten om het programma in het hedendaagse systeem van onze scholen uit te voeren. {1SC5:6.10}

          Het probleem met de mensen is dat ze de Staf dingen laten zeggen die het werkelijk niet zegt. U schrijft dat Zr. White zegt dat alleen de bedienaren de tiende zouden moeten ontvangen. Als u hiermee bedoeld dat alleen zij die ingezegend zijn of de boodschap prediken, aanspraak maken op de tiende, dan weten we niet van zulk een verklaring, want de Bijbel leert, dat iedereen die verbonden is aan het evangelie of “tempel,” dienst, ondersteund moeten worden  door de tiende, want iedereen van de stam van Levi werd ondersteund door de tienden, welk principe onze kerk totaal niet nagevolgd heeft. Het oorspronkelijke tienden systeem zou de plaatselijke ouderling, de diakenen, de zangers etc bij betrekken. Zie. 1 Kron. 15. {1SC5:7.1}

“Geliefde Bro. Bingham:

          Ik zal het zeer waarderen als u mij enig advies kan geven, dat kan helpen om succesvoller te werken.” {1SC5:7.2}

          Met betrekking tot succesvoller werken, zijn er een paar algemene principes, die wanneer ze nauwkeurig worden opgevolgd, ertoe zullen leiden dat vooroordeel geminimaliseerd wordt en de hoogste resultaten worden bereikt. Deze moeten vanzelfsprekend flexibel zijn zodat het voldoet aan de individuele omstandigheden en voorwaarden. Volgend is een directe opsomming van die punten die het meest belangrijk schijnen. {1SC5:7.3}

  • Eerst, indien nodig, opent u voor de toekomstige gelovige het onderwerp van het onderzoeken van vermeende waarheid. Het heeft geen zin om te proberen bewijzen aan te voeren, om iets te ondersteunen als het onderhavige verstand iedere stap van de weg, wordt verward door gedachten die aanhoudend vallen van het vooroordeel dat we of geen behoefte hebben aan of geen enkel onbekende boodschap zouden moeten onderzoeken. We moeten eerst deze bedrieglijke zienswijze verwijderen, voordat we waar dan ook kunnen gaan met onze presentatie van de waarheid. {1SC5:7.4}

Om dit doel te bereiken, moeten we altijd de volgende groep verklaringen tot onze beschikking hebben, die altijd het eerlijke verstand dat in de Geest der Profetie geloofd, ertoe zal dwingen de oorlogsgereedschappen aan een kant te leggen, totdat het is gekomen en een eerlijk gehoor heeft gegeven aan wat u te bieden heeft: “Testimonies on Sabbath School Work,” (afgekort TSSW, een klein boek, dat als u het niet heeft, u in ieder geval zou moeten aanschaffen van uw Boek en Bijbel huis), blz. 59: Luister met openhartigheid…; blz. 60, “Wanneer nieuw licht.…; blz. 65, “Kostbaar licht….; blz. 65, “Als een boodschap komt…; blz. 66 (volledige bladzijde); T.M.  69-70 Tegenstrijdig prediken aan vastgestelde leerstellingen,” 5 T. 728 (volledige bladzijde); T.M. 106-7 “Maar wees voorzichtig met verwerpen….; T.M.,blzn. 108-10; G.W. 300-1, 303-4; T.M. 476 “Broeders en Zusters, we moeten…; M. to Y. P….260; C.T. 463; R.& H., 25 Maart 1890 en 28 mei, 1890; T.M. 30 “We hebben vele lessen….; T.M. 119 “Wanneer een boodschap; 2 T 130 “Mannen, vrouwen, jeugdigen…; 4 T. 361;  “We bevinden ons op gevaarlijke grond, wanneer we niet als Christenen kunnen samenkomen, en hoffelijk tegenstrijdige punten kunnen onderzoeken. Ik heb het gevoel om te vluchten van de plaats, zodat ik de schimmel niet ontvang van degenen die niet oprecht de leerstellingen van de Bijbel kunnen onderzoeken. Zij die niet onpartijdig de bewijzen kunnen onderzoeken van uit een houding die verschilt van die van hen, zijn niet geschikt te onderwijzen in welke afdeling van Gods werk dan ook.” R.& H., Vol 67,nr. 7, 18 februari 1890. Zie ook traktaat 4, blzn. 80-84. {1SC5:7.5}

  • Bewijs dat er een boodschap is die verschuldigd is aan de kerke en dat het gedragen moet worden in de geest en kracht van Elia. Verwijzingen: 5T. 254; E.W. 155; 5T. 709; 8T. 332; T.M. 117. (Verbind 3T.252-3 met 5T 254); E.W. 277, laatste paragr. {1SC5:7.6}
  • Laat vervolgens zien dat de boodschap zal worden verworpen. Verwijzingen: Ezechiel 2 en 3; De Review en Herald verwijzingen geciteerd op bladzijden 45 en 46 van het traktaat: “Waarschuwende Paradox”; en het volgende dat ook van R.& H. is: “ Velen hebben me geschreven, om te onderzoeken als de boodschap van Gerechtigheid door het Geloof, de Drie Engelen Boodschap is, en ik heb geantwoord, ‘Het is de drie engelen boodschap in waarheid.’ De profeet verklaart, ‘En na deze dingen zag ik een andere engel, afdalend uit de hemel, hebbende grote kracht; en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.’ Helderheid, heerlijkheid en kracht zullen samengebracht worden met de derde engel boodschap, en overtuiging zal volgen waar het ook gepredikt zal worden ter demonstratie van de Geest. HOE ZAL WIE DAN OOK VAN ONZE BROEDERS EN ZUSTERS WETEN WANNEER DIT LICHT ZAL KOMEN TOT HET VOLK VAN GOD? Tot nu toe hebben we zeker nog het licht niet gezien dat deze beschrijving beantwoord, God heeft licht voor Zijn volk, en allen die het aanvaarden zullen de zondigheid zien van het blijven in een lauwe toestand.” R. & H. , 7 okt. 1890, blz. 609; G.W. 303, laatste par. en T. M. 106, laatste par. {1SC5:7.7}

7

  • Neem de hoofd onderwerpen die behandeld worden in de Staf, bijv.: de verzegeling van de 144.000, Ezech. 9, reiniging van de kerk, verzegeling van de grote schare, oordeel der levenden en presenteer ze zo krachtig mogelijk. Verhelder deze hoofdpunten zodat ze als machtige lichtbakens uitsteken, zodanig dat je niet aan ze kan ontkomen. Wanneer dit gedaan is, lees een of twee uitspraken zoals de volgende: G.C. 527 “Terwijl God…; G.C. 528 “Er is…; 5T 690 “Zij die…; 5T 68-9 “Als u…; 3T 255 “De Ware Getuige…; 3T 258 “Het Woord…; P.P. 290 “We moeten gehoorzaam…; 5T 729 “Het is…; 5T 486 “Heeft de Heer…; 5T 94 “Verzamel…; 1T 262 “We moeten wandelen… Wanneer dit gedaan is laat u de individu zonder een overgebleven spoor om op te staan en om te vitten over onlogische en diepzinnige punten, waarvoor men veel onderscheidingsvermogen heeft om die te verstaan. {1SC5:8.1}
  • Ga niet in op onderwerpen die slechts gedeeltelijk duidelijk zijn, tenzij je gedwongen wordt dat te doen. Houdt je strikt aan de grote waarheden, die geen oprecht verstand kan betwisten. Het tekort schieten om dit te doen zal een constante belemmering vormen, die aanleiding geven tot onnodige geschillen en tegenstrijdigheden, die ongetwijfeld het verstand van de individu meer bevooroordeeld zal laten dan voorheen. {1SC5:8.2}
  • Om zo veel als mogelijk het vooroordeel te bedaren, veroorzaakt door sommigen door de sterke afkeuring uitgesproken in al de publicaties, verwijs ik u naar 3T 252-3; 8T 249; 5T 72; C.O.R. 150; 5T 217; 8T 146; T.M. 397; T.M. 174-5; 2T 124 en vele vele anderen, van gelijke strekking, allemaal die of expliciet de noodzaak verklaren of het aan de kaak stellen van de gruwelen in ons midden impliceren. {1SC5:8.3}
  • Als het gezegd wordt dat zij die de boodschap brengen te sterk zijn in woorden en daden, verwijs ze naar M. 475; T.M. 410; T.M. 408; D. A. 468; T.M. 165; T.M. 411; T.M. 412, 413; G.C. 606, etc. {1SC5:8.4}
  • Vermijd het onderwerp van tiende totdat de individu geloofd dat de HSTaf waar is en de boodschap van het uur is. Om het vroegtijdig op te brengen, is om kromme paden te maken voor zijn voeten en een struikelblok voor hem te plaatsen. Wanneer je echter ziet, dat hij de boodschap geloofd, toon hem dat de tiende behoren waar tegenwoordige waarheid is. Lees hem voor G.C. 609 waar de Heer zegt: “Wie durft te weigeren te publiceren?” en het feit waar te nemen, dat als iemand durft niet te publiceren, men dan niet moet durven om de tiende te brengen om te helpen het werk te ondersteunen. {1SC5:8.5}

Dan mag u ook de zaak indien nodig vanuit andere gezichtspunten presenteren. Jezus en de apostelen waren Joden en leden van de georganiseerde kerk in die tijd, maar toch hadden ze een eigen penningmeester. Bovendien ontvingen de apostelen alles dat gebracht en voor hun voeten gelegd werd- tiende, offers en bezittingen. Handelingen 4: 34, 35. Dit geeft ons de zuiverste apostolische traditie, die iemand kan wensen, want de apostelen brachten ook een boodschap aan de kerk, net zoals wij heden ten dage , en niet aan de wereld. {1SC5:8.6}

Dan mag u ook met die individu van gedachte wisselen op de volgende wijze: “Stel dat we allen zouden gevoelen dat onze tienden naar de schatkamer te Tacoma Park moet gaan, hoe zal de boodschap dan ooit de in gevaar zijnde zielen bereiken in onze kerken? God is wenst niet in deze tijd om de onbekeerden in de kerk te brengen, om de gevreesde slachting van Ezechiel Negen tegemoet te gaan, maar is buitengewoon bezorgd om Zijn kerk te redden. {1SC5:8.7}

Laat alleen zij die nog niet het licht hebben over de verzegeling van de 144.000, de kerk ondersteunen in haar huidige activiteiten,– in haar omgang van formaliteiten, doelen behalen, verzinselen., en zij die het licht hebben, laat hen “het Lam volgen, waar Hij ook heen gaat.”

Er is de boodschap van het verleden en de verse boodschap. “God wil niet dat geen enkel mens denkt dat er geen andere boodschap is die gehoord moet worden, behalve die welke Hij gegeven mag hebben. We willen de boodschap van het verleden en de verse boodschap.” R.& H., 18 maart 1890. Laat iedere kant de koers volgen waarvan ze geloven dat het tegenwoordige waarheid is (per slot van rekening de onvermijdelijke koers), dan zal noch het belang van de ene noch dat van de andere eronder lijden. {1SC5:8.8}

“Bovendien,” mogen we verder gaan met beredeneren, “welk succes zou u veronderstellen, dat we op zouden kunnen hopen, in het brengen van de verzegelende boodschap naar de kerk, als we die kant zouden ondersteunen, die tegen ons opstaat als de golven van de zee? Neen, mijn broeder, als we zouden voortgaan met onze tiende aan hen te betalen, zouden we niet alleen onze kracht tegen de vijand versterken, maar ook onze positie met de boodschap die wij dragen, want dan zouden ze denken, en terecht, dat als we iets van levensbelang hadden voor hun zaligheid, we niet zouden durven anders te doen voor de hemel dan onze giften voor de voortgang van de tegenwoordige boodschap

8

plaatsen, en niet de boodschap van het verleden. Het laatste te doen, zou in plaats van het winnen van de schapen, hen niet alleen wegdrijven, maar ook de krachten van de vijand versterken en die van God verzwakken, want geen enkel mens kan zijn tegenstanders bestrijden door hen zijn wapens te lenen, waarmee hij sterk staat tegen hem. {1SC5:8.9}

          De instructies in de HStaf, Vol. 1 blz. 251, betreffende tiende, bewijzen dat wij de gehele weg onze eerlijke deel hebben betaald. Het zegt dat de tiende betaald zou moeten worden, aan de oude Z.D.A. organisatie. Maar nu, aangezien het deel dat de leiding heeft van het kerkgenootschap de verzegelende boodschap van de 144.000 heeft verworpen, en aan het volk een schijnweerlegging doorgeeft van haar onderwerp om haar handelingen te rechtvaardigen, er alles aan doen om te voorkomen dat het volk in aanraking komt met de boodschap, is het optreden van de HStaf in het oproepen van niet alleen de tiende maar ook de offerande, in te brengen voor de ondersteuning van de boodschap van tegenwoordige waarheid, Goddelijk goedgekeurd en gerechtvaardigd, want tegenwoordige waarheid is altijd een samenstelling geweest van Gods “voorraadschuur.” {1SC5:9.1}

  • Help uzelf zo snel mogelijk aan kaarten, daar ze op onschatbare wijzen helpen in zowel het leren van de boodschap als het presenteren ervan aan anderen. {1SC5:9.2}

(getekend) M.J. Bingham

————————————-

                   De volgende vragen van Dr. Young zijn typerend voor velen die tot ons van tijd tot tijd ten ore komen: “Ze zegen ons hier dat de HStaf zowat uitgestorven is in California. Is dit waar? Voegen we gelovigen hier aan de boodschap toe of niet? Is de tegenstand nog steeds verbitterd? Informeer ons alstublieft precies wat er gaande is.” {1SC5:9.3}

          Het veldwerk alleen in het Zuiden van California, zal als het de aandacht gegeven wordt die het nodig heeft, de volledige tijd van Br. Houteff in beslag nemen en iedere werker die aangesloten is bij de boodschap, en zelf dan zou het niet volledig bediend kunnen worden. {1SC5:9.4}

          Waar de boodschap dan ook is voortgekomen, in deze staat of welke andere dan ook, weet dit kantoor van geen enkel geval waar het uitgestorven is. In tegendeel tonen onze verslagen, een groei in bijna iedere plaats waar het zijn wortelen heeft doen ontspringen—in het bijzonder in de gebieden van Los Angeles, Loma Linda, en San Diego. {1SC5:9.5}

          Deze feiten dragen het bewijs dat het conflict noch gestopt is noch verminderd, en dat zal het nooit, zolang de kerk doorgaat met vooruit te gaan. {1SC5:9.6}

          Laat niemand welk verslag dan ook over de HStaf geloven, tenzij het bekrachtigd wordt door iemand die direct aangesloten is met dit kantoor. {1SC5:9.7}

          Precies de verslagen, goed of slecht, die constant in elk verband opspringen, getuigen zelf dat de boodschap dagelijks zijn weg baant, als gist in het deeg, door het kerkgenootschap. {1SC5:9.8}

————————————-

Onze kosteloze literatuurfonds, gecreëerd door vrijwillige offerande, heeft tot dusver ongeveer de helft van de noodzakelijke uitgaven gedekt. Vandaar, dat we geneigd zijn onze vrienden in de tegenwoordige waarheid te herinneren van de noodzaak van deze waardevolle onderneming. {1SC5:9.10}

De contributies voor de Symbolische code, dekken ook tot nu toe slecht ongeveer de helft van onze uitgaven voor enkel het bevoorraden. {1SC5:9.11}

—————————————-

Onthou dat Sr. Charboneau’s adres niet meer te 50th Place is, maar eerder 717 W. 104th. St., Los   Angeles, California. {1SC5:9.12}

———————————————

Onze vereende gebeden op Vrijdag avond (5 uur s’middags Pacific Standaard Tijd; 6 uur s’ middags Mountain Standaard Tijd; 7 uur s’avonds Central Standaard Tijd; 8 uur s’avonds Eastern Standaard Tijd) ten gunste van onze broeders en zusters die in duisternis zijn betreffende tegenwoordige waarheid, moet trouw worden uitgevoerd door alle betrokkenen. {1SC5:9.13}

——————————————

Vergeet niet uw wensen aan onze arbeidsbureau bekend te maken. {1SC5:9.14}

—————————————–

Laat alle tegenwoordige waarheid gelovigen trachten zichzelf in te passen in het werk van de Heer, want Hij roept nu arbeiders in tot Zijn grote oogst. {1SC5:9.15}

9

———————————–

De Universele Uitgevers Associatie

Symbolische Code Afd., Station K, Box 68

Los Angeles, California