De Davidiaanse Zevende-dags Adventisten Associatie (Een Niet-Ingelijfde bestaande Associatie die een Kerk Samenstelt)




Deel 1 Symbolische Code Nr. 4

Deel 1 Symbolische Code Nr. 4

1sc4-1200x675.jpg

De Symbolische Code

Nieuws Artikel 

Deel Een

Nr. 4

15 oktober 1934

In Het Belang Van De Z.D.A. Kerkgenootschap

NIEUWS VAN DE “VADER DER LICHTEN”

Aan De “Stormrammen,” Die “De Berg Zion,” Omringen

Ezechiël 4: 2

Geliefde Broeders en Zusters:

Luister “ijverig met veel opmerkzaamheid.” Om onze klederen onbevlekt te houden van de eeuwig vloeiende stroom van dwaling en theorieën van mensen die de “oude,” Z.D.A. “platform,”hebben afgebroken, en de “mooie gewaden,”(Jes. 52:1) van Zions “fijngevoelige,” vorm hebben aangetrokken, moeten de volgende regels nauwkeurig in acht genomen worden, om ons in staat te stellen dezelfde dingen te spreken—“de fundamenten op te richten van vele geslachten,”en “genoemd,” worden: De herstellers van de bressen, De weder opmakers van paden om te bewonen.” (Jes. 58: 12) {1SC4:1.1}

          Onderwijs de boodschap zoals het is—voeg er niets aan toe, haal er ook niet iets van af. Heb niet het gevoel dat het uw taak is om een ieders vragen te beantwoorden, of de hele Bijbel en de Geest der Profetie uit te leggen. Alleen een dwaas persoon tracht zoiets te doen. De boekrol is nog niet zo ver ontvouwt. Ga niet boven wat de Herdersstaf heeft uitgelegd. Vraag uw tegenstanders als ze een antwoord kunnen geven op alles wat geschreven is. Alleen onnozele halzen voelen zich capabel om zo te doen. Hun zogenaamde juiste antwoorden nu in het verleden, bij het ontvouwen van de boekrol, bewijzen nu totaal geen antwoorden te zijn. Er was nooit een profeet, die het op zich nam alles aan zijn tegenstanders uit te leggen, hoewel de vragen die beantwoord moesten worden met betrekking tot zijn eigen boodschap waren. Allen die een uitleg vereisten voor elk detail, voordat ze een standpunt innamen, vielen in de “bodemloze put.” {1SC4:1.2}

          We hebben groter bewijs ter ondersteuning van onze boodschap dan de profeten ooit zouden kunnen produceren in hun tijden. Satans vastbesloten pogingen nu, zijn dezelfde als in verleden tijden—veroorzakend dat het volk de profeten erkennen die boodschappen aan vorige generaties brachten, maar de ene verwerpen, die een boodschap brengt voor zijn eigen generatie. Als Satan niet erin slaagt om de hele boodschap neer te halen, is hij gelukkig als ze net genoeg verwerpen, om hen te laten twijfelen aan de woorden van de boodschapper. Hun gelegenheid om te twijfelen, wordt of aangedreven omdat ze het haten om verstoord te worden, of omdat hun motieven niet aan banden zullen worden gelegd. {1SC4:1.3}

          Weef niet uw eigen interpretaties van de Bijbel en Zr White’s geschriften in “De Herdersstaf,” noch minder een van uw constructies van wat dan ook, dat is geschreven voordat u eerst uw punten  aan dit ambt heeft voorgelegd. Als u beweert een onderwerp te hebben, welke u houdt als correct te zijn, dat zo gevonden wordt en waardevol geaccepteerd wordt door dit ambt, na een nauwkeurig onderzoek, kunnen we het uit laten geven en verspreiden onder onze gelederen, als dat uw wens is. Maar als wij geen licht zien in uw mondelinge presentatie of document van uw bewering, zullen we u zo snel mogelijk daarover informeren. Als u dan zich niet helder voelt om te neigen naar ons oordeel, wees dan  verheugd te weten dat we niet zullen trachten om u te blokkeren om hetzelfde te onderwijzen, nog degenen zullen weerhouden die wensen te lezen of luisteren naar uw verhandelingen. “ Laat ieder mens tot zijn eigen besef volledig overtuigd zijn,”is ons standpunt. (Rom.14:5) {1SC4:1.4}

          Maar als iemand van u reeds schuldig is aan het onderwijzen van iets van uzelf, ten laste van de HStaf, heeft u 30 dagen, vanaf die datum, waarin u in geschrift, dit kantoor mag informeren en het onderwerp van uw leerstelling verklaren en uw bedoeling in verband hiermee. Maar als u tekort schiet om te voldoen aan de hierin gestelde voorwaarden, wees nu geïnformeerd dat u uw ontslag  binnen de aangegeven tijd mag indienen of opsturen, en wij zullen u ontheffen van elke toekomstige verplichting tot onze boodschap.  {1SC4:1.5}

          Een ieder die dit bevel overtreed, zal mee omgegaan worden, als een ontrouwe wachter, als iemand die de trompet een onzuivere klank geeft. Zie ons traktaat nr. 4, “Het Laatste Nieuws voor Moeder,” blz. 65,66. {1SC4:1.6}

( Houdt Dit Artikel In Uw Notitieboekje)

          En weest daders des Woords en niet alleen hoorders, dan zoudt gij uzelf misleiden. Want wie hoorders is van het Woord en niet een dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is , in een spiegel beschouwt want hij heeft beschouwd, is heengegaan, en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag. (Jakobus 1:22-24). [p.17] {1SC4:1.7}

1

NIEUWS UIT COLORADO

          Een woord van Zr.Bliven—

          “Geliefde Broeders en Zusters:

We hadden een nogal zware reis op weg naar Colorado, aangezien we zo samengepakt waren, maar we maakten goede tijden mee, en kwamen op 5 sept, in Peublo aan., en van daaruit naar Denver, waar br. en zr, Warden ons ontmoeten op hun weg terug van Idaho Springs…. We gingen allemaal naar Golden, afgelopen zondag, om sommigen te ontmoeten, die geïnteresseerd waren in tegenwoordige waarheid. …later hebben we een zakelijke bijeenkomst gehouden, waarin Dr. Butterbaugh gekozen werd als de leider hier. {1SC4:2.1}

          Ik moet u vertellen over de West Denver kerk. Onze predikant predikte drie opeenvolgende sabbatten over de Geest der Profetie. De eerste twee preken waren ok, in zijn derde kwam onze teleurstelling , toen hij verkondigde dat ‘de Geest der Profetie,’ geen test is voor lidmaatschap in onze kerken. Als onze bekeerlingen de Getuigenissen accepteren of niet, weigeren we hun lidmaatschap op basis daarvan niet{1SC4:2.2}

          Oh wat een tegenstrijdigheid! Is niet zo een handeling het verzamelen in de kerk van twee tegenwerkende groepen, beiden bewerend dat ze Zevende Dags Adventisten zijn?  Maar hoe kunnen ze dat zijn! Er is geen verontschuldiging voor diegenen die de leken onwetend laten met betrekking tot  hoe en door wie de Drie Engelen boodschappen tot stand kwam. In het niet geïnstrueerd hebben van de lidmaten in het feit dat wanneer ze de boodschap geloofden, ze in de Geest der Profetie geloven, doet de bediening niets anders dan plagiaat plegen in relatie tot de Drie Engelen Boodschappen. {1SC4:2.3}

          Stel dat die bedienaar, zijn Denver preek in de tijd van Mozes had gepredikt, zou de aarde onder hem open zijn gegaan, of zou hij getroffen worden terwijl hij predikte? In welke tijd heeft God ooit iemand verontschuldigd voor het niet geloven van Zijn profeten? “Geloof in Zijn profeten, dan zult gij voorspoedig zijn,” zegt de Heer . (2 Kron. 1: 20) Laat Gods volk acht slaan. Is onze kerk naar zo een plaats gekomen waar ze kan zeggen: Het maakt niet uit of de leden geloven in hun profeten of niet, en toch hen laten geloven dat hun verlossing verzekerd is terwijl ze zondigen tegen de Heilige Geest,- zo de onvergefelijke zonde begaan? Waar komt hun autoriteit vandaan voor zulk een heiligschennis? Hoewel vele van de bedienaren dankbaar zouden moeten zijn dat God in deze tijd niet meteen  Zijn oordelen uitvoert, zijn hun zorgen in reserve. Hoe lang zal God deze wreedheid nog verdragen! Laten we niet verkeerd begrepen worden in het bovenstaande. We hopen onze broeder te redden van de “put,” die snel nadert. Zou Gods volk onze roep willen horen en met ons in gebed verenigen, dat God iets doet om Zijn kerk te doen ontwaken? Of zullen we de vijand ons laten wiegen in de hel? {1SC4:2.4}

Florence, De Kerk Van Colorado Voor Het Gerecht

          Br. Skeels beschrijft de gebeurtenis als volgt:

                   “Ouderling Nethery en Lickey en de broeders John en Brown, kwamen naar onze kleine kerk, waar ze bijna twee uur lang, de HStaf, kleineerden en iedereen die het zou bestuderen. Wij die voor het gerecht waren hebben delen voor hen gelezen, vanuit de Bijbel en de Geest der Profetie, om onze standpunt bekend te maken, maar de gelezen woorden, maakten nog minder indruk op hen dan een sneeuwbal gedaan zou hebben, die gegooid zou worden in de hete oven van Nebukadnessar, toen het op zijn grootste hevigheid was….{1SC4:2.5}

          Slechts de  zusters Powers en Housten, spraken de wens uit om toegestaan te worden, om de HStaf verder te bestuderen, voordat ze hun standpunt hieromtrent bekend maakten. Dit gat hen een gelegenheid om de denken dat ze toch ons klein gezelschap zouden kunnen scheiden, dus gingen ze door met ruziën, en rond 10 uur ‘savonds, werd ik ziek. Ik pakte mijn boeken en ging naar huis. Hierna probeerden ze zr. Powers en zr. Housten te overtuigen, om de Skeels’ en de Mullenix’ weg te stemmen uit de kerk, maar dat was te stuitend, dus slaagde ze niet om het over te laten komen. Ze letten nu heel aandachtig op ons. Ouderling Lickey zei aan sommige van ons afgelopen woensdag, dat de conferentie besloten had ons tot de volgende kamp bijeenkomst met rust te laten, en als er geen verandering in ons was, tegen die tijd, zouden ze ons moeten verbannen van de kerk. {1SC4:2.6}

          Traktaat nr 4, “Het Laatste Nieuws Voor Moeder,”wat ons betreft, heeft het allemaal al geregeld. Vanaf nu zullen wij als een kerk, al onze tienden en offeranden zenden naar de boodschap van de HStaf, dus laat ons waken en bidden.—D.S. Skeels. {1SC4:2.7}

VAN GEORGIA

          Geliefde Broeders en Zusters:

          Dit ondervind ik hier in een gemeenschap waar ik een evangelisatie poging 15 jaar geleden heb gehouden. Ik wordt in hetzelfde gastvrije huis, dat mijn fysieke noden in die tijd bediende, ontvangen.  Het is verfrissend om deze geliefde zielen de waardevolle boodschappen van tegenwoordige waarheid te zien indrinken. Ik kan oprecht , “God danken en moed ontvangen,” om het feit dat ik me afmatte in mijn lange evangelisatie verleden hier, om de boodschap recht te prediken—door een hoog standaard te houden voor de kerk, en aan hun te leren te houden van de Getuigenissen. Zodoende zijn ze hier op natuurlijke wijze gereed om tegenwoordige waarheid te accepteren, zoals het aan hen in de HStaf studies wordt gepresenteerd. Deze waarheid was eerst tot hen gebracht door Br. E.E. Kurtz…. [p.19] {1SC4:2.8}

2

          In sommige van de bijeenkomsten,hebben we hen die geen lid zijn van de Z.D.A. kerk, maar zij schijnen tegenwoordige waarheid zelf sneller in te drinken dan zij die in het advent geloof zijn. Dit feit is een bewijs voor mij dat Deel 2 van de Hstaf, nu overal verkocht moet worden, om de ogen te openen van het volk en om het fundament te leggen voor de tijd van de luide Roep van de Drie Engelen Boodschap…..{1SC4:3.1}

          Het kleine gezelschap van Greenville, S.C. werd georganiseerd en u zal van ze horen van tijd tot tijd. We zullen proberen de genen hier in een georganiseerde groep te laten voordat we naar een ander veld vertrekken. {1SC4:3.2}

                                                (Getekend) E.T. Wilson.

          Br. R.D. Oglesby stuurt de volgende bemoedigende woorden vanuit College Park, Ga.: “Bidt voor ons dat we een goed getal binnen mogen brengen….Denk niet dat we niet alles doen wat we kunnen om de boodschap voor het volk te brengen, want we geloven dat de boodschap van de HStaf, zal triomferen, want de Heer is er in.” {1SC4:3.3}

NIEUWS UIT DE CAROLINAS

Geliefde Broeders en Zusters:

Ik heb net de tweede kopie van de Symbolische Code ontvangen, waar ik heel dankbaar voor ben. Het is heel bemoedigend om van degenen te horen die hetzelfde geloven als wij dat doen. We verheugen ons in deze meest wonderbaarlijke boodschap, en Ik mag kort een beetje van mijn ervaring weergeven. {1SC4:3.4}

Omdat ik zo nauw verbonden was met Ouderling Wilson, werd ik zo volslagen van afschuw vervult vanwege de onrechtvaardige behandeling die hij ontving uit handen van de Z.D.A.  kerkleiders, dat het mij veroorzaakte de tienden te betalen, en ik besloot om naar de wereld te gaan. Maar mijn acceptatie van de leerstellingen van de HStaf, redde mij om in de wereld te gaan, veroorzaakte dat ik mijn oude baan weigerde, en vernieuwde mijn vastbeslotenheid om de Sabbat te houden, waarvoor ik God vele vele keren bedank. {1SC4:3.5}

Ik voelde mee met onze Ouderling Ruskjer, de president van de Unie Conferentie, kleineerde hem voor het volk waar hij eerder voor gepredikt had, maar zijn rust en zelfbeheersing was prijzenswaardig, en het heeft nu vruchten gedragen in onze kleine kerk, waarin twaalf van ons zich nu verheugen in de boodschap. {1SC4:3.6}

We zijn ons kerklidmaatschap kwijt, maar we voelen dat we ons ervan zeker hebben gesteld om onze namen voor eeuwig in het boek des Levens te hebben. {1SC4:3.7}

                   (Getekend) J. G. Buckheister

Samenvatting van Br. H.K. Livingstone’s brief gedateerd 18 sept 1934.

          Het is gewoon te wonderbaarlijk voor woorden om de vreugde en blijdschap uit te drukken die ik gevonden heb in het bestuderen van de HStaf boodschap. Het heeft een lang vervulde behoefte gevuld. Ik kan mijn hemelse Vader niet genoeg prijzen voor deze grote zegening. …en het heeft mij dichter bij mijn Verlosser gebracht, en daar ik eens blind was en  zie ik nu en prijs mijn Vader voor het sturen van dit nieuwe licht voor deze tijd voor mij. {1SC4:3.8}

BELANGRIJKE MEDEDELING

Denk aan het aangewezen uur voor gebed elke Vrijdag avond. Wilt u alstublieft de wekelijkse vrijwillige overgave niet nalaten, voor de verspreiding van kosteloze literatuur. Met betrekking tot het verzoek van onze kosteloze arbeidsbureau, en voor informatie over het bovenvermeldde verzoek, raadpleeg “Code,”nr. 2 blz. 1 en “Code,” nr. 3, blz. 5. {1SC4:3.9}

          Extra kopieën van vragen en antwoorden, die uitgegeven zijn in de “Code,” kunnen verkregen worden bij ontvangst van 2 centen posttarief  per  “Code,” aflevering. {1SC4:3.10}

          Allen die wensen dat “De Symbolische Code,” regelmatig naar hen gezonden wordt, worden verzocht om het volgende blanco formulier in te vullen, met hun naam volledig en duidelijk geschreven. Als een postbus nummer in plaats van een straat nummer wordt gebruikt, geef ons ook de naam van uw straat of weg. Degenen wiens naam niet gevonden wordt in ons dossier van 15 November, zal de “Code,” van november niet ontvangen. Deze regel is van toepassing op allen of persoon alleen is of in een georganiseerd lichaam. De leiders van groepen mogen de namen verzamelen van elk van zulk een persoon en ze tezamen laten posten om porto kosten te sparen. Geef alstublieft  zo snel mogelijk gehoor aan dit verzoek. Onthoudt, dit blad word kosteloos naar u toegestuurd. {1SC4:3.11}

——————————— Scheur hier af——————————

Plaats alstublieft, mijn naam op uw regelmatige postlijst voor uw maandelijks blad: “De Symbolische Code.”

Naam————————————–Straat————————————————-

Stad—————————————-Staat—————————–Postbusnr.——-

Land—————————————-{1SC4:3.12}

3

De broeders Bingham en Deeter, die in en rondom San Diego, Calif.  werkzaam zijn, doen verslag dat  ze overtuigd zijn van het toenemen van de San Diego groep. We bidden dat we in de hele nabije toekomst de lezers van de “Code,”van  een meer definitief verslag zullen verschaffen, betreffende het succes van de broeders in die plaats. {1SC4:4.1}

NUTTIGE SUGGESTIES

          Iedere leider wordt verzocht onze “Uitnodigings-Kaarten,”te gebruiken, om zijn openbare studies te helpen aankondigen, en om hun pogingen succesvol te maken, stellen we voor dat het gehele gezelschap helpt de bijeenkomsten aan te kondigen, door een kaart door te geven aan allen met ze in contact komen. {1SC4:4.2}

          Bidden voor dat u wat dan ook doet, of waar dan ook begint, zal u op het juiste pad leiden en u helpen iedere obstakel op de weg te overkomen. De volgende regels zijn de opvattingen van het Woord. Houdt uw ogen open en uw mond gesloten, wanneer de Geest geen uiting geeft.  Houdt uw verstand actief en laat uw geloof niet verzwakken of uw moed tekort schieten. Houdt uw knieën in beweging en laat geen gelegenheden nagelaten worden, want “de laatste bewegingen zullen snelle zijn.” Zo zult u “wandelen met God,” als Henoch van ouds, en zoals hij overgezet was zonder de dood te smaken, zo zal u zijn. {1SC4:4.3}

          Stuur helemaal geen post naar onze vorige locatie—937W. 50th Place. Ons telefoonnummer blijft hetzelfde—Twin Oaks 7411. Al onze post, speciale- en aangetekende post, moet geadresseerd worden aan 10466 So.Hoover St. {1SC4:4.5}

          Uw Herdersstaf, Vol. 1 p. 258, bevat ons oud adres—5942 So. Hoover. St., welke niet meer gebruikt wordt. Vandaar dat om verdere verwarring te voorkomen, verandert u het alstublieft in Postbus 68, Station K, Los Angeles, Calif. {1SC4:4.6}

Alle checks en geldopdrachten moeten worden gemaakt voor Mw. F. Charboneau. Geef specifiek  met elke gift of offer aan, welke plaatsing u wenst dat wij hiervan maken, waarvoor een ontvangstbewijs van het bedrag zal worden verstuurd, aantonend dat de transactie gemaakt  is en juist ingevoerd. {1SC4:4.7}

De Universele Uitgevers Associatie

Postbus 68, Station K

Los Angeles, California

   VRAGEN EN ANTWOORDEN

De “Boodschapper Van Het Verbond”— Wie Is Het?

Legt U alstublieft uit hoe “De Herdersstaf,” Deel 1, p 240, par. 2, met “Gospel Workers,” p 42, par2,– onderwerp, “De Boodschapper van het Verbond,” overeen te laten stemmen. {1SC4:4.8}

          Voor de oppervlakkige lezer, schijnen “De Herdersstaf,”en de “Gospel Worker,” in directe tegenstelling tot elkaar te zijn, maar wanneer het onderwerp goed bestudeerd is, dan zullen ze in volmaakte overeenstemming bevonden worden. Zulke ogenschijnlijke tegenstrijdige beweringen, worden niet alleen in deze twee publicaties gevonden, maar in “Gospel Workers,” zelf, want, terwijl Christus de “Boodschapper van het Verbond,”genoemd wordt, op p. 44, is op p. 20  deze zelfde titel van toepassing op Mozes. Hier volgt de vergelijking: {1SC4:4.9}

“Toen Mozes als de boodschapper van het verbond was gekozen, was het woord dat hem gegeven werd:’ Weest gij voor het volk bij God’”—“Gospel Workers,” p.20 Christus de Boodschapper van het verbond, bracht de tijdingen van verlossing.”—“Gospel Workers,” p.44.

          Als we concluderen dat “De Herdersttaf,” verkeerd is door te zeggen dat de beloofde Elia boodschap van Maliachi 4: 5 de “boodschapper van het verbond,” is, en de “Gospel Workers,” voor het toepassen van de zelfde titel aan zowel Christus en Mozes, dan mogen we evenzo afleiden, dat Christus op dezelfde wijze hetzelfde Schriftgedeelte verkeerd toepaste, want “Jezus begon te zegen tegen de menigte, betreffende Johannes…. Maar wat ging gij uit om te zien? Een Profeet? Ja , Ik zeg u, meer dan een profeet. Want deze is het van welke geschreven staat: Ziet Ik zend Mijn boodschapper voor uw aangezicht, die uw weg bereiden zal voor u heen. En zo gij het wilt aannemen, hij is de Elia, die komen zou.” (Matt. 11: 7,9,10.14) {1SC4:4.10}

          Hier zien we dat Jezus de boodschap van Maliachi Drie toepaste op dat van Johannes de Doper, en hem de Elia noemde die komen zou, maar toen de Joden, priesters, en Levieten Johannes vroegen, zeggende: “Zijt gij Elia? … zei hij, Ik ben dat niet.” (Joh. 1: 19, 21). Zullen we hieruit concluderen dat zowel Jezua als Johannes de waarheid overtraden? Wat dan? {1SC4:4.11}

          Bovendien, past “Gospel Workers,” Maliachi 1: 3 toe op Christus Zijn eerste komst, maar dezelfde schrijver past het toe , in “De Grote Strijd, p. … , The Great Controversy, p. 425 op Christus Zijn komst in de meest heilige plaats in het hemels heiligdom in 1844; en op p. 425, is het toegepast op de spoedig te verwachten reiniging  van de kerk. Wederom op p. 426, stelt de schrijver dat,”… Dan. 8:14; de komst van de Zoon des mensen tot de Oude van Dagen, zoals voorgesteld in Dan. 7: 13;

4

en de komst van de Heer tot Zijn tempel, voorzegd door Maliachi, beschrijvingen zijn van dezelfde gebeurtenis; en dit wordt ook voorgesteld door de komst van de bruidegom tot het huwelijk, beschreven door Christus in de gelijkenis van de tien maagden, van Mattheus 25.” {1SC4:4.12}

          Als er slechts een van deze toepassingen juist zou kunnen zijn, welke zouden we dan moeten kiezen? Wanneer de vragensteller, de boven verspreidde perioden waarop Maliachi 3:1 is toegepast, op harmonieuze wijze verenigd, dan zal “De Herderstaf,” aan hem bewijzen in perfecte overeenstemming te zijn met “De Grote Strijd,” en “Gospel Workers.” Hoewel een bewering, de andere schijnt tegen te spreken, zijn wij toch genoodzaakt te concluderen, dat elk van deze geïnspireerde toepassingen juist moet zijn. De grote apostel zegt,: “Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen? Dat zij verre. Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig; gelijk als geschreven is: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint, wanneer Gij oordeelt.” (Rom. 3: 3,4) {1SC4:5.1}

          Het probleemlicht niet in de beweringen zelf, maar eerder in de beperkte kennis van de waarheid van de mens daarin, hetgeen bewijst dat we in de periode van de Laodicensen zijn,– “ellendig, en jammerlijk, en arm en blind en naakt.” Maar het slechtste gedeelte van dit alles ligt in dat de Heer het zegt aan de kerk van vandaag. “Gij weet niet,” jou grote onwetendheid is niet op juiste wijze het Woord der waarheid begrijpen, en ze gelooft Hem niet! De ogenschijnlijke tegenstrijdigheden die in dit artikel doorgesproken, worden in het kort als volgt met elkaar in overeenstemming gebracht: {1SC4:5.2}

          Iedere eerlijke Bijbel student zal, zonder probleem, met een blik waarnemen dat de volmaakte vervulling van Maliachi Drie nog in de toekomst is, en direct van toepassing is op dreigende “reiniging van de kerk,”—“tempel”—want zegt de Heer, “Maar wie zal de dag Zijner komst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers.” (Mal. 3: 2) {1SC4:5.3}

Hoewel Christus en de “Gospel Workers,” dit Schriftgedeelte toepassen op Christus zijn eerste komst, weet iedere student van heilige geschiedenis, dat het daar nog niet zijn vervulling heeft gevonden, want de Joden “verlustigden” zich niet in Hem, zoals  in Maliachi 3: 1 geprofeteerd is, maar in plaats daarvan, haatten ze Hem.  Nog minder heeft Christus in die tijd Zijn kerk gereinigd, zoals beschreven wordt door de profeet. Maar vanwege het feit dat Christus, Maliachi Drie toepaste op Johannes de Dopers boodschap, en aangezien dit Schriftgedeelte zijn vervulling in die tijd niet vond, bewijst het dat Johannes een type was van de Elia die moet komen voor de komst van de “grote en verschrikkelijke dag van de Heer,” (Maliachi 4: 5), de tijd waarin de profetie in haar volheid vervult zal worden. {1SC4:5.4}

          Vandaar dat, zoals Johannes een boodschapper voor Gods eigen volk was in die tijd, evenzo stelt in deze tijd de profetie van Elia of Maliachi een boodschap voor die gebracht moet worden, niet aan de wereld, maar aan het belijdende volk van God. Daar Johannes hun laatste profeet was, was zijn boodschap hun laatste middel om hen geschikt te maken voor de verschijning van de Messias, tot welk doel de Meester zei: “En zo gij het wil aannemen, Hij is Elias die komen zou.” (Matt. 11: 14). Op gelijke wijze, moet de Elia boodschap van vandaag voor het belijdende volk van God zijn, zal het hun laatste middel zijn om hen geschikt te maken voor Christus Zijn verschijning, in deze tijd. {1SC4:5.5}

Vandaar dat zoals Johannes “… verkondigde dat degenen die beweerden het gekozen volk van God te zijn, vervuild waren door zonde, en dat zonder reiniging van hart en leven, ze geen deel konen hebben in het Koninkrijk van de Messias.” Wens der Eeuwen, blz… (Desire of Ages, p. 104), evenzo zal de Elia boodschap in deze tijd de corrupties in het kerkgenootschap, verwerpen—“ de gruwelen in haar midden,” (Ezech. 9: 4)—de heersende zonde bestraffen, en verkondigen: “Wat een grotere misleiding kan het menselijke verstand overkomen, dan een vertrouwen dat ze het juist hebben, terwijl ze het allemaal verkeerd hebben!.. Ze weten niet dat hun toestand betreurenswaardig is in Gods ogen.. De boodschap aan de kerk van de Laodicensen is een verbazingwekkende aanklacht.”—Testimonies for the Church.” Vol. 3 pp. 252-3. {1SC4:5.6}

          Het bovenvermelde bewijst dat de reiniging van de oude tempel in Jeruzalem een type was van de reiniging van de kerk, die zal plaats vinden in de tijd wanneer het huis van God, een huis van handel gemaakt is geworden, door de verkoop van kerkelijke publicaties, en het geld ophalen voor doelen (8 T. 250), want toen Christus “een gesel van touwtjes gemaakt hebbende, dreef Hij ze allen uit den tempel, ook de schapen en de ossen; en het geld der wisselaren, stortte Hij uit, en keerde de tafelen om. En Hij zeidde tot  degenen, die de duiven verkochten: Neemt  deze dingen van hier weg: maakt niet het huis Mijns Vaders tot een huis van koophandel.” (Johannes 2: 15,16). {1SC4:5.7}

          De “Grote Strijd,” blz… (The Great Controversy. p. 424) die Maliachi Drie toepast op Christus Zijn komst tot het Hemels Heiligdom in 1844, en op p. 425 op de op handen zijnde reiniging van de kerk in deze tegenwoordige tijd, waar de gelijkenis van de tien maagden naar verwijst, moet nu in overeenstemming worden gebracht. {1SC4:5.8}

          Het feit dat Maliachi Drie weer is toegepast op twee verschillende perioden,– de ene van 1844 en ook de ene waarin de kerk gereinigd moet worden, — toont aan dat Maleachi’s profetie zowel het oordeel van de doden, als het oordeel van de levenden omvat. Dientengevolge zijn er twee van zulke komsten van de Heer, “tot Zijn tempel,” en twee reinigingen,– eerst,

5

de reiniging van de tempel (heiligdom) van de onrechtvaardige doden (het onderzoekend oordeel), en ten tweede, de reiniging van de kerk (tempel) van de onrechtvaardige levenden, in welke tijd Maliachi 3: 1-3 haar volmaakte vervulling zal vinden. De gelijkenis van de tien maagden is van toepassing op de laatste. Zie “De Herdersstaf,” Deel 2, blz. 180-186{1SC4:5.9}.

          Hier volgt de uitleg van de “boodschapper van het verbond.” Terwijl Christus de “Boodschapper van het verbond,” was bij Zijn eerste komst; evenzo Mozes, toen hij Israel uit Egypte leidde; op gelijke wijze, de boodschap van Johannes de Doper; en de ene aan de Laodicenzen—alle vier werden vergeleken met de boodschap van Maliachi 3: 1. Hier zien we dat de titel, “boodschapper van het verbond,” waar Maliachi 3:1 naar verwijst, toegepast is op meer dan een persoon, op dezelfde wijze als de beloften die gemaakt waren aan het oude Israel, nu toepasbaar zijn op het moderne Israel—de 144.000. {1SC4:6.1}.

          De Geest der Profetie zegt: “… Het is nu noodzakelijk dat het verstand van Gods volk nu open zou moeten zijn om de Schriften te verstaan. Om te zeggen dat een boodschap enkel dit betekend en niets meer, dat je er geen bredere betekenis aan moet toevoegen van het woorden van Christus dan we in het verleden hadden, is datgene zeggen, dat niet door de Geest van God is aangespoord.”—R.&H., 21 okt. 1890. {1SC4:6.2}.

          Het woord “verbond,” betekend niet meer en niets minder dan een overeenkomst,– belofte. Als dit waar is, was Mozes, een “boodschapper van het verbond,” namelijk van de belofte die God met Abraham maakte dat Hij zijn nageslacht uit Egypte zou bevrijden door een profeet— een boodschapper. Johannes kwam ook in vervulling van de profetie, daar hijzelf verkondigde dat Jesaja van hem geprofeteerd had ( Joh. 1: 23) en volgens Christus Zijn eigen verklaring (Matt. 11:7,9,10), had Maliachi ook van Johannes geprofeteerd. {1SC4:6.3}.

          Aangezien God een geschreven verbond gemaakt had met Zijn oude volk, dat Hij een Messias zou zenden, kwam Christus ter vervulling van dat verbond, en daar Hij een boodschap gebracht had door Zijn onderwijzingen, was Hij de “Boodschapper van het verbond,” Maar de woorden van Maliachi in hoofdstuk drie, vers een, maken duidelijk dat voordat de Heer tot “Zijn tempel,” komt, Hij een boodschapper zal sturen om de weg voor te bereiden, in welke tijd Hij de zonen van Levi, zal reinigen,–diegenen die in “Zijn tempel,”—de kerk, dienen. Daar hij die “vuil is,”op het moment dat de genadetijd eindigt, “vuil,” moet blijven (Openb.: 22:11), volgt het dat dit reinigingswerk, die de Heere bij Zijn komst zal uitvoeren, in de genadetijd verwezenlijkt moet worden en lang voordat het evangeliewerk afgesloten is, want Hij kan het niet met de onreine “zonen van Levi,”- de bediening- beëindigen. Deze bijzondere komst van de Heer is ook voorzegt in Vol.5, pp. 80, 690. {1SC4:6.4}.

     Met het oog op het feit dat Christus bij Zijn komst, om de kerk te reinigen, niet persoonlijk de boodschap zal prediken zoals Hij dat voor de kruisiging deed, maar iemand anders dan Zichzelf zal sturen, hoe kan Hij dan in deze tijd, de “boodschapper van het verbond,” zijn? Er is slechts een antwoord hierop—de ene die de boodschap brengt, moet de “boodschapper van het verbond” zijn, en wanneer de Heer hem zend, zal hij de belofte van Maliachi 4:5 vervullen. Wanneer hij “de weg” voorbereid heeft, zal de Heer, “als een verfijnder en reiniger van zilver zitten” (Mal. 3: 3), “en het zal geschieden, dat de overgeblevenen in Zion, en overgelatene in Jeruzalem, zal heilig geheten worden, een ieder die geschreven is ten leven in Jeruzalem, als de Heere zal afgewassen hebben de drek van de dochters van Zion.” (Jes. 4: 3,4.) {1SC4:6.5}.

Verder, hoewel de titel, “boodschapper van het verbond,” op meer dan een boodschapper is toegepast, behoort het op rechtmatige wijze aan de Heilige Geest, en alleen om de reden dat de Geest van God in hen is, zijn zij toegerust met die titel. Bij voorbeeld, we vragen de aandacht van de lezers voor 1 Petr. 3: 18-20. Daar wordt het gesteld dat Christus ging en predikte tot de antedeluvianen (mensen van voor de vloed), door dezelfde Geest Die Hem levend maakte. Door te stellen dat Hij door de Geest ging en niet in persoon, bewijst het dat Christus dit tot stand bracht door dezelfde Geest door Noah. Vandaar dat als Christus de “Boodschapper van het verbond,” was en Hij in Noah door de Geest was, dwingt het ons om te bekennen dat de titel, “boodschapper van het verbond,” niet alleen behoort tot degenen die genoemd zijn in dit artikel, met inbegrip van Noah, maar aan al Gods gekozen boodschappers in wiens boodschap Christus is, door dezelfde Geest. {1SC4:6.6}.

Het is om het feit van deze eenheid—de Geest in de boodschappers, dat het Woord zegt: heilige mensen Gods, hebben gesproken gedreven door de Heilige Geest.” (2 Petr. 1:21) Kort samengevat, de woorden, “boodschapper van het verbond,” betekend niets meer en niets minder dan te zeggen: De Heilige Geest in Hemelse zichtbare representatie, of de onzichtbare Christus in de boodschap{1SC4:6.7}.

MAAKT HET BEEST VAN OPENBARING 17 HET BEEST VAN OPENBARING 13 TOT BABYLON?

Legt u alstublieft uit: Als het beest van Openbaring 13: 1 het pausdom voorstelt (Grote Strijd, …; Great Controversy 439:1), en als de vrouw van Openbaring 17 Babylon is, is dan niet het beest van Openbaring 13:1 ook Babylon, en dus de Z.D.A. kerk? {1SC4:6.8}.

6

Keer terug naar de illustratie op blz. 84 van Vol. 2 van “De Herdersstaf,” en concentreert u op de symbolen zoals ze daarin zijn geplaatst. Merk op hoe volmaakt elk symbool zichzelf uitlegt. Bijvoorbeeld, het Woord van God legt uit dat de hoornen op het niet te beschrijven beest “tien koningen” zijn die zullen verrijzen. (Dan. 7: 24) Dat wil zeggen de hoornen hadden toen nog niet hun heersende kracht. Daarom, zijn ze zonder kronen, maar de hoornen op het luipaardachtig beest zijn gekroond, tonend dat het de periode voorstelt, wanneer die koningen (hoornen) hun koninkrijk ontvingen. {1SC4:7 .1}.

Het niet te beschrijven beest in haar eerste fase, is een voorstelling van de wereld gedurende de regering van keizerlijk Rome, in haar tweede fase beeld ze de pauselijke tirannie uit. Hoewel dit beest door “de kleine hoorn,” het pausdom voorstelde, stelde hij ook profetisch de volkeren van vandaag voor. Vandaar dat het beest als geheel, niet het pausdom is, maar de wereld met haar burgerlijke en godsdienstige systemen. Deze zelfde toestand bestaat met het luipaardachtig beest, want het heeft ook tien hoorns( de burgerlijke regeringen), en zeven hoofden (de religieuze systemen)—de wereld. {1SC4:7 .2}.

De pauselijke fase van het niet te beschrijven beest wordt voorgesteld door een symbool bestaande uit twee elementen—hoorn en hoofd. Het hoorn gedeelte, beeld een burgerlijke macht uit en het hoofd gedeelte, een religieus systeem,– het pausdom. Dit feit is wederom bewezen door de symboliek van het luipaardachtig beest. Het pausdom is hier alleen beschreven door het hoofd, dat was gewond, tonend dat de tien gekroonde hoorns en de overgebleven zes hoorden, die niet gewond geraakt waren, niet het pausdom zijn. Dientengevolge, zijn geen van de beesten in hun geheel, het pausdom, want het pausdom is slechts een deel ervan. {1SC4:7 .3}.

Om te bewijzen wie het anti-typische Babylon is, en wie niet, zullen we een illustratie tekenen van het oude Israel — de kerk van God. Zij werden apart uit de wereld geroepen, hoewel ze in de wereld waren. Deze scheiding, maakte twee  indelingen, namelijk de kerk en de wereld. {1SC4:7 .4}.

Hoewel het oude Israel in Babylon werd gebracht, waren ze als een volk, nog steeds Israëlieten. Zo wast het ook met de vroeg Christelijke kerk toen ze in de handen van het pausdom viel—anti-typical Babylon.  De kerk zelf was niet Babylon, maar was onder de onderwerping van Babylon. – de paus als hoofd van gedoopt heidendom. {1SC4:7 .5}.

Hetzelfde is waar met de Protestantse kerken. Ze zijn in werkelijkheid niet Babylon en tot zover, slechts tot op zekere hoogte, hebben ze zichzelf onderworpen aan Babylon. De Grote Strijd zegt: “Niet totdat… de vereniging van kerken met de wereld volledig tot stand gebracht zal zijn, door het gehele Christendom, zal de val van Babylon compleet zijn. De verandering is een progressieve, en de volmaakte vervulling van Openb. 14: 8 is nog in de toekomst.” (Great Controversy, p. 390) {1SC4:7 .6}.

Vandaar, dat een bondgenootschap van de Christelijke kerken, verenigd met burgerlijke regeringen (Great Controversy, p. 422) een gelijkenis van het pausdom zullen vormen, namelijk kerk en staat (hoorn-hoofd). Om zo een combinatie te construeren is niets minder dan de geest van onverdraagzaamheid en vervolging tot stand te brengen, dat door het pausdom was gemanifesteerd, voordat ze “de wond,”ontving. (Openb. 13:3). Aldus is de gebroken pauselijke rots, die bijeen gecementeerd is door het twee-hoornig beest (Openb. 13: 14, de samenstelling van het beeld tot het luipaardachtig beest in de periode wanneer ze 42 maanden over de heiligen van de Allerhoogste heerst (Dan. 7:25; Openb. 13:5), waartoe, de Great Controversy, p. 445 onze aandacht vraagt. Allen die zichzelf toestaan om onderworpen te worden aan dit te voorschijn komende religieuspolitieke macht, wat niets minder is dan Babylon de derde; dat is het oude Babylon waaronder Gods volk  70 jaren aan onderwerping geplaatst waren, was her eerste, het verstoren van de heiligen door het pausdom, “tijd en tijden en een gedeelte eens tijds,” (Dan. 7: 25) was de tweede; en het “beeld van het beest,” hierboven vermeld is de derde, waarvan het scharlaken rood beest van Openb 17 een symbool is. Dit is het enige beest in Openbaring, dat Babylong genoemd wordt, waar de Z.D.A. kerk geen deel van kan zijn.( Testimonies to Ministers, 58, 59) Wanneer Babylong de derde aan de macht komt, zal ze weer vallen zoals voorzegt in Openbaring 18: 2-24. {1SC4:7 .7}.

Elkeen van de beesten, bevat een speciale les. Het niet te beschrijven, door de kleine hoorn, openbaart de opkomst van het pausdom. Het luipaardachtig verwijst naar de Reformatie door de wond op een van zijn hoofden. Maar in de tweede plaats, onthult het luipaardachtig beest ook het feit, door de godslastering op zijn hoofden, dat de kerken van vandaag, het Woord van God hebben verworpen,– de boodschappen. Het genezen van zijn wond, brengt in de wereld, een gelijke religieuze toestand  als voordat het beest was verwond; dat is, het vertreden van de waarheid zoals het was, tussen de jaren 508 v. Chr. en 538 v.Chr. ; namelijk, het verwerpen van de “waarheid ter aarde werpen,” (Dan 8:12), welk feit de vestiging van het pausdom en de aanvang van de 1260 jaren periode tot stand bracht. Zie illustratie in “De Herdersstaf,” Vol. 2, p. 128. {1SC4:7 .8}.

Zoals de grote afvalligheid in die tijd de weg voorbereidde voor het opzetten van het pausdom, zo is het genezen van de wonde in 1929, voorbereidend voor het maken van een beeld voor het beest,– van het pausdom. Om “juist de uitverkorenen,” te beschermen, — de 144000—van ten prooi vallen van het beeld van het beest, maakt God zich nu gereed om de goddelozen onder de rechtvaardigen af te snijden,

7

door vervulling van Ezechiël negen. Zo behoed God Zijn kerk van het betrokken raken in Babylon. {1SC4:7 .9}.

Het twee-hoornig beest stelt de macht voor die behulpzaam zal zijn in het maken van het beeld, of de gelijkenis van het oude pauselijke systeem, zoals boven uitgelegd is. Door het scharlaken rood beest, wordt een kerkeenheid uitgebeeld, die een verbond aangaat met de wereld. {1SC4:8 .1}.

De Z.D.A, kerk wordt gesymboliseerd op het luipaardachtig beest, in zoverre dat het openbaart dat zij, even als de Christelijke kerken, de boodschap tot haar gebracht in 1888 en 1930 heeft verworpen. Sommigen zullen trachten deze uitlegging van de symboliek in twijfel te trekken, maar ze kunnen het feit niet ontkennen dat de boodschappen niet geaccepteerd werden. Aangezien dit nu waar is, bewijst het dat de symboliek  juist is. De naam over de hoofden van het luipaard achtig beest is niet “Babylon,” maar  in plaats daarvan “godslastering.” Iedere boodschap komt door Inspiratie, want anders zou het geen boodschap van God zijn, want de Bijbel zegt, dat “heilige mensen Gods (boodschappers), spraken als ze gedreven werden door de Heilige Geest. (2 Pet. 1:21) Vandaar, dat om zo een boodschap te verwerpen, godslastering is tegen de Heilige Geest. (Matt. 12: 31). Daar al de kerken de boodschappen verwierpen, die rechtstreeks naar hen zijn verzonden, is de naam van godslastering boven de hoofden, het meest logische symbool. Vandaar dat er geen grond is waarop men op correcte wijze kan concluderen dat de symboliek van het luipaardachtig beest de kerk tot “Babylon,” maakt. {1SC4:8 .2}.

Het luipaardachtig beest is een samengesteld beest van al de beesten ervoor. Zijn mond is van een leeuw (Babylon), voeten van een beer (Medo-Persie), lichaam van een luipaard (Griekenland), de 10 hoorns (van  het niet te beschrijven beest—Rome), het gewonde hoofd (Katholicisme), de ongedeerden (Protestanten), en de kronen ( de koninkrijken van vandaag), bewijzen weer dat het luipaardachtig beest een symbool is van de hele wereld.  De Z.D.A. kerk (hoofd) dat voorgesteld wordt op het beest (World), door een symbool van dezelfde gelijkenis (hoofd) als de andere zes kerken (hoofden), zal de Z.D.A. kerk  niet meer Babylon maken dan dat het haar Medo-Persie, of Griekenland, of iets anders zou maken. In feite, zou het onlogisch zijn als al de zeven kerken (kandelaren—Openb. 1:20) niet voorgesteld waren door een symbool van dezelfde gelijkenis, als dat van de zes andere kerken (Efeze, Smyrna, Pergamos, Thyatira, Sardis, en Filadelfia), want ook zij, ( de vroeg Christelijke en Protestantse kerken), waren eens Gods gekozen kerken, zoals de Laodiceaanse dat nu is. {1SC4:8 .3}.

De symboliek, plaatst de kerken niet in Babylon, maar in de wereld (Egypte), en het bewijs is duidelijk, zowel door de symbolen en de kerkelijke toestand, dat het niet een engel vereist om dit feit te herkennen. Hoewel de “Herdersstaf,” duidelijk zegt dat de kerk in “Egypte,” is, welk punt de tegenstanders van de “Herdersstaf,” niet trachten te bestrijden, en terwijl de Staf, door en door betwist, dat de kerk niet Babylon is, beschuldigen ze het van te zeggen dat het dat is! Wat vergeleken hetzelfde betekend als zwart, wit noemen en wit, zwart. {1SC4:8 .4}.

Bovendien, daar de kerken in “De Openbaring,” gesymboliseerd worden door zeven kandelaren (Openb. 1:20), moet de symboliek,  de vroeg Christelijke kerk, later de Protestantse, en ten slotte de Zevende Dag Adventisten, of de Laodiceanen  behelzen. Deze kerken zijn niet alleen gesymboliseerd door kandelaren van dezelfde gelijkenis, maar zijn ook allen tezamen gegroepeerd, zoals de zeven hoofden op het luipaardachtig beest dat zijn. Als de verzameling van de kandelaren de Laodiceanen niet tot Babylon maakt, waarom zouden de hoofden dat doen? {1SC4:8 .5}.

NAAR WELK BEEST VERWIJST U IN DE HSTAF, DAT NIET HET PAUSDOM IS?

Sprekend, van het betreffende beest, zegt de Staf op blz 151, “Het beest waarover hier gesproken wordt is de ene met de hoorns als een lam,” die tezamen met de profeet (Openb 19: 20), profetisch levend in de poel van vuur worden geworpen. Dit feit wordt geïllustreerd op de tegenovergestelde bladzijde van de ene waarvan de vraag wordt gesteld. {1SC4:8 .6}.

Beantwoord alstublieft:  Naar welk beest verwijst u in de volgende uitspraak? “Het idee, dat het pausdom, het beest wordt genoemd is helemaal verkeerd—“ De Herdersstaf,” Vol 2, p 151. Met deze uitspraak bedoeld de Staf, dat de titel “het beest,” nooit in de ware betekenis van het woord, toegepast kan worden op het pausdom, want zo een terminologie, zou “het beest,” in haar totale symboliek tot het pausdom maken, niet alleen tonend dat het pausdom slechts een van haar hoofden is, maar dat het pausdom, de wereld (het beest) is en niet slechte een deel van het beest (wereld). {1SC4:8 .7}.

Hoe laten we de uitspraak in “DE GROTE STRIJD; THE GREAT CONTROVERSY,” blz. 445, het luipaardachtig beest van Openbaring 13, — het pausdom,”overeenstemmen MET “DE HERDERSSTAF,” waar ze stelt dat het luipaardachtig beest als een geheel niet het pausdom is?  De schijfster van “De Grote Strijd,” kon onmogelijk in gedachten hebben verstaan te geven, dat het beest, als een geheel, het pausdom is, maar slechts dat deel van het beest, waar ze een directe verwijzing naar maakt; namelijk de bekrachtiging van haar aanbidding door het twee-hoornig beest, zoals gesteld in de woorden: “Het ‘beeld van het beest’  stelt die vorm van afgevallen Protestantisme voor (niet het pausdom van vandaag dat weer nieuw leven is ingeblazen, maar) dat ontwikkeld zal worden, wanneer Protestantse kerken de hulp zullen zoeken van burgerlijke machten voor de bekrachtiging van hun leerstellingen. Het merkteken van Het beest moet nog omschreven worden.” (GC.445) De schrijfster van het bovenstaande heeft nooit verdedigt dat de hoorns, en de zes hoofden op het luipaardachtig beest, die niet gewond waren, het pausdom waren. {1SC4:8 .8}.

8